Zitting van 22 12 2025
Verslag vorige zitting dd. 17.12.2025
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 17.12.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 17.12.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 22 12 2025
Uitbreiding KDV - aantal plaatsen
TOELICHTING:
Op 9/07/2025 ging het Vast bureau akkoord met een uitbreiding van het KDV met 10 gesubsidieerde plaatsen.
Op 11 september 2025 diende Kristine Reenaers het aanvraagformulier in voor uitbreiding van 10 extra gesubsidieerde plaatsen in kinderdagverblijf De Speelvogel.
Zorginspectie voerde op 8/12/2025 een inspectie uit bij KDV De Speelvogel (OCMW Alken) in het kader van de vergunningsaanvraag voor bepaling infrastructuur in de pastorij op de Sint-Jorisstraat 48, Alken. De infrastructuur van het pand werd geschikt bevonden als kinderopvanglocatie.
Totale oppervlakte leef- en rustruimtes: 188 m², waarvan 116 m² leefruimte.
Dit laat volgens de inspectie een maximale vergunde capaciteit van 38 plaatsen toe, verdeeld over:
Leefgroep 1: 51 m² – max. 17 plaatsen
Leefgroep 2: 40 m² – max. 13 plaatsen
Leefgroep 3: 25 m² – max. 8 plaatsen
Op 16/12/2025 kende Opgroeien een subsidiebelofte toe aan OCMW Alken voor KDV De Speelvogel:
14 plaatsen basissubsidie groepsopvang
14 plaatsen inkomenstarief groepsopvang
Deze subsidiebelofte gaat in vanaf 1 januari 2028.
De subsidiebelofte is positief, maar de ingangsdatum ligt tegen alle verwachtingen in pas op 1/01/2028.
Aanvragen uit gemeenten met de grootste nood kwamen eerst in aanmerking voor het budget 2026-2027. Gemeente Alken staat lager gerangschikt dan andere gemeenten. Dit komt bijvoorbeeld door de voorrangsregel bij grootsteden (Gent, Antwerpen,...). Ondanks dat wij als realisatiedatum 2026 hebben opgegeven is er voor onze gemeente pas budget in 2028 omdat het budget nu toegekend is aan aanvragen uit hoger gerangschikte gemeenten.
Om in 2028 effectief subsidies te kunnen ontvangen, moet OCMW Alken tijdig aantonen dat aan alle voorwaarden wordt voldaan (infrastructuur, organisatie, personeel, exploitatie).Maar de aanvraag voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de regelgeving en in het beslissingskader.
Er zijn geen indicaties bekend die de toekenning van de subsidiebelofte in de weg staan.
De aanvraag bevatte een engagement om alle kinderbegeleiders als werknemer te werk te stellen.
Dit moet gerealiseerd worden vooraleer de subsidiebelofte kan omgezet worden in een subsidietoekenning.
Op dit moment telt KDV de Speelvogel 18 plaatsen waarvoor we basissubsidie en Trap 2 subsidies ontvangen. Op dit moment is er een wachtlijst tot 2027.
Feiten en context
Op 9/07/2025 ging het Vast bureau akkoord met een uitbreiding van het KDV met 10 gesubsidieerde plaatsen.
Op 11 september 2025 diende Kristine Reenaers het aanvraagformulier in voor uitbreiding van 10 extra gesubsidieerde plaatsen in kinderdagverblijf De Speelvogel.
Zorginspectie voerde op 8/12/2025 een inspectie uit bij KDV De Speelvogel (OCMW Alken) in het kader van de vergunningsaanvraag voor bepaling infrastructuur in de pastorij op de Sint-Jorisstraat 48, Alken. De infrastructuur van het pand werd geschikt bevonden als kinderopvanglocatie.
Totale oppervlakte leef- en rustruimtes: 188 m², waarvan 116 m² leefruimte.
Dit laat volgens de inspectie een maximale vergunde capaciteit van 38 plaatsen toe, verdeeld over:
● Leefgroep 1: 51 m² – max. 17 plaatsen
● Leefgroep 2: 40 m² – max. 13 plaatsen
● Leefgroep 3: 25 m² – max. 8 plaatsen
Op 16/12/2025 kende Opgroeien een subsidiebelofte toe aan OCMW Alken voor KDV De Speelvogel:
14 plaatsen basissubsidie groepsopvang
14 plaatsen inkomenstarief groepsopvang
Deze subsidiebelofte gaat in vanaf 1 januari 2028.
De subsidiebelofte is positief, maar de ingangsdatum ligt tegen alle verwachtingen in pas op 1/01/2028.
Aanvragen uit gemeenten met de grootste nood kwamen eerst in aanmerking voor het budget 2026-2027. Gemeente Alken staat lager gerangschikt dan andere gemeenten. Dit komt bijvoorbeeld door de voorrangsregel bij grootsteden (Gent, Antwerpen,...). Ondanks dat wij als realisatiedatum 2026 hebben opgegeven is er voor onze gemeente pas budget in 2028 omdat het budget nu toegekend is aan aanvragen uit hoger gerangschikte gemeenten.
Om in 2028 effectief subsidies te kunnen ontvangen, moet OCMW Alken tijdig aantonen dat aan alle voorwaarden wordt voldaan (infrastructuur, organisatie, personeel, exploitatie).Maarde aanvraag voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de regelgeving en in het beslissingskader.
Er zijn geen indicaties bekend die de toekenning van de subsidiebelofte in de weg staan.
De aanvraag bevatte een engagement om alle kinderbegeleiders als werknemer te werk te stellen.
Dit moet gerealiseerd worden vooraleer de subsidiebelofte kan omgezet worden in een subsidietoekenning.
Op dit moment telt KDV de Speelvogel 18 plaatsen waarvoor we basissubsidie en Trap 2 subsidies ontvangen. Op dit moment is er een wachtlijst tot 2027.
Juridische grond
Art.84 Decreet Lokaal bestuur
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
In 2025 heeft het KDV een wachtlijst van ongeveer twee jaar. Vandaag spreken we over een wachtlijst van één jaar, maar dit cijfer geeft een vertekend beeld van de effectieve opvangnood. Hoewel het lijkt dat de wachttijd is gedaald, staan er nog steeds meer dan 100 gezinnen op status 'opvang niet mogelijk'. Deze verkorting in de wachtlijst komt dus niet door een afgenomen vraag, maar doordat we plaatsen voor 2027 momenteel niet actief kunnen toewijzen, aangezien we nog geen duidelijkheid hebben over of we al dan niet mogen/kunnen uitbreiden. Zolang we hier geen zekerheid hebben over de opstart met van de uitbreiding met 10 plaatsen kunnen wij de ouders die een aanvraag indienden geen perspectief geven.
Cijfers uit Opvang Vlaanderen voor de Speelvogel van 1/01/2025 tot nu:
● Aanvragen goedgekeurd: 2
● Automatisch geannuleerd: 57
● Vonden ergens anders opvang: 2
● Opvang niet mogelijk: 89
De vraag naar opvang blijft dus enorm hoog. Zelfs bij realisatie van de geplande uitbreiding zal slechts een beperkt aantal gezinnen geholpen kunnen worden, waardoor er ook na de uitbreiding sprake blijft van een wachtlijst.
Deze situatie wordt verder bevestigd door de demografische druk in Alken. Uit de gegevens van 'provincie in cijfers' blijkt een ongunstige verhouding tussen het aantal geboorten en het beschikbare opvangaanbod. Cijfers uit Provincie in Cijfers (rapport opvang baby’s en peuters) tonen dat er in Alken 102 kinderen geboren zijn in 2024, terwijl Limburg gemiddeld minder opvangplaatsen telt dan het Vlaams gemiddelde. De kloof tussen vraag en aanbod blijft in gemeenten zoals Alken dan ook aanzienlijk. Bovendien is er een duidelijke instroom van jonge gezinnen, vaak met twee werkende ouders, wat de vraag naar kinderopvang verder verhoogt. Ook zijn er volgens 'Provincie in Cijfers' verwachtingen dat er de aankomende jaren een stijging zal zijn in het geboortecijfer in Alken.
Verder merken wij ook op dat in onze regio en omliggende gemeenten (Diepenbeek, Heers, Sint-Truiden,...) zeer weinig tot geen bijkomende plaatsen gerealiseerd worden in de nabije toekomst. Hierdoor wijken vele gezinnen uit naar opvang buiten de eigen gemeente. En dit maakt dat de druk op onze kinderopvang en de wachtlijsten in onze regio alleen maar toeneemt.
De beslissing van Opgroeien om de subsidies pas te laten ingaan vanaf 1 januari 2028 staat haaks op de opvangnood die wij op dit moment voelen in Alken. De gemeente heeft zeer intensief gewerkt en is reeds beleidsmatig, organisatorisch en infrastructureel voorbereid om sneller te schakelen. Ook de meerjarenplanning is hierop afgestemd. Het uitstel van effectieve subsidiëring maakt een snelle uitbreiding erg moeilijk, terwijl de nood enorm hoog is.
Om de druk op de wachtlijst te verlichten en tegelijk financieel verantwoord te handelen, stellen wij daarom een gefaseerde uitbreiding van plaatsen voor. Er wordt voorgesteld om te starten met 10 bijkomende plaatsen basissubsidie, waarbij zowel de uitbreiding van kinderen en personeel worden afgestemd op de bezetting.
Voor de voorgestelde uitbreiding van 10 plaatsen dienen wij zelf een vrije prijs te bepalen. Deze prijs mag tevens inkomensgerelateerd zijn, indien het bestuur hiervoor zijn akkoord geeft. Dit lijkt ons de meest eerlijke oplossing naar alle ouders toe.
Indien het bestuur kiest voor een IK-mix prijs, heeft dit een bijkomende administratieve last tot gevolg (uitwerking reglement, rapportage cijfers, enz...)
Financiële gevolgen
Indien het Vast Bureau toestemming geeft om in 2026 toch uit te breiden, zullen we in 2026 en 2027 in een overgangsfase zitten. Tijdens deze periode zullen er voor de bijkomende plaatsen geen Trap 2 subsidies voorzien zijn, maar enkel de basissubsidie. De Trap 2-subsidies gaan pas in vanaf januari 2028.
De bedragen in de tabel in bijlage zijn gebaseerd op de cijfers van het voorgaande jaar en geven een beeld van de te verwachten subsidies bij uitbreiding van KDV De Speelvogel. De werkelijke subsidies kunnen licht variëren door factoren zoals de effectieve bezetting, leeftijd, gerealiseerde opvangdagen en eventuele aanpassingen in subsidiebedragen of regelgeving.
De tabel dient daarom als richtlijn voor de financiële impact van de uitbreiding. Voor de jaren 2026 en 2027 geldt bovendien dat enkel de basissubsidie van toepassing zal zijn voor de bijkomende plaatsen; de Trap 2 subsidies gaan pas in vanaf 1 januari 2028, conform de toegekende subsidiebelofte.
Besluit
Artikel 1: Het Vast Bureau gaat akkoord met de aanvraag basissubsidie van 10 extra plaatsen
Artikel 2: Het Vast Bureau bepaalt als vrije prijs tevens de toepassing van IKT-reglementering.
Artikel 3: Het Vast Bureau gaat akkoord met de invulling van de extra plaatsen vanaf 1/02/2026, waarin we kinderen en personeel gefaseerd laten opstarten.
Zitting van 22 12 2025
Aanpassing waarderingsregels
De waarderingsregels dienen een waar en getrouw beeld te geven van de financiële positie van de gemeente, conform de BBC-regelgeving.
Ze gaan ervan uit dat het bestuur zijn activiteiten zal voortzetten en zijn van het ene boekjaar op het andere identiek tenzij ze niet langer aanleiding geven tot een waar en getrouw beeld.
In dat geval zal het bestuur de waarderingsregels aanpassen. Elk jaar opnieuw worden de waarderingsregels consequent en volledig onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar toegepast.
Feiten en context
De waarderingsregels dienen een waar en getrouw beeld te geven van de financiële positie
van de gemeente, conform de BBC-regelgeving.
Ze gaan ervan uit dat het bestuur zijn activiteiten zal voortzetten en zijn van het ene boekjaar
op het andere identiek tenzij ze niet langer aanleiding geven tot een waar en getrouw beeld.
In dat geval zal het bestuur de waarderingsregels aanpassen. Elk jaar opnieuw worden de
waarderingsregels consequent en volledig onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar
toegepast.
Het is noodzakelijk om de bestaande waarderingsregels aan te passen om de waarderingsregels van gemeente en OCMW op elkaar af te stemmen.
De waarderingsregels vastgesteld door de raad van maatschappelijk welzijn op 28/06/2016 worden aangepast als volgt:
- De bepaling: "Het bestuur kiest ervoor om individuele roerende verrichtingen van minder dan € 2.500 die geen deel uitmaken van een ruimer project, niet als investering te beschouwen, maar op te nemen in het exploitatieresultaat. Van deze regel kan steeds afgeweken worden, afhankelijk van de specifieke situatie."
wordt vervangen door:
"Het bestuur opteert ervoor om individuele roerende verrichtingen van minder
dan € 1.000 die geen deel uitmaken van een ruimer ‘project’, niet als investering te
beschouwen, maar op te nemen in het exploitatieresultaat. Van deze regel kan steeds
afgeweken worden, afhankelijk van de specifieke situatie."
- Het onderdeel "VORDERINGEN OP KORTE TERMIJN " wijkt af tussen gemeente en OCMW, om de waarderingsregels van beide entiteiten te laten overeenkomen wordt het onderdeel
"Vorderingen worden in de balans weergegeven tegen de nominale waarde. Op vorderingen waarover onzekerheid inzake de inbaarheid, worden volgende waardeverminderingen geboekt, in functie van de ouderdom van deze vorderingen:
● Indien ouder dan 1 jaar : 10%
● Indien ouder dan 2 jaar: 25%
● Indien ouder dan 3 jaar: 50%
● Indien ouder dan 4 jaar: 75%
● Indien ouder dan 5 jaar: 100%
In geval een vordering definitief als niet inbaar beschouwd wordt, wordt deze aan de raad voorgelegd om oninvorderbaar te verklaren. Op dat moment wordt een kost geboekt en zal de vordering uit de boekhouding verdwijnen."
vervangen door:
"Vorderingen worden in de balans weergegeven tegen de nominale waarde. In
geval er onzekerheid bestaat over de invorderbaarheid van bepaalde
vorderingen, worden deze overgeboekt naar dubieuze debiteuren.
Op de dubieuze debiteuren worden waardeverminderingen geboekt in functie
van de ouderdom van de vordering, zijnde :
- Indien ouder dan 1 jaar: 10%
- Indien ouder dan 2 jaar: 25%
- Indien ouder dan 3 jaar: 50%
- Indien ouder dan 4 jaar: 75%
- Indien ouder dan 5 jaar: 100%
In geval een vordering definitief als niet inbaar beschouwd wordt, wordt deze
aan de raad voorgelegd om oninvorderbaar te verklaren. Op dat moment
wordt een kost geboekt en zal de vordering uit de boekhouding verdwijnen."
- Het onderdeel "BIJZONDERE BEPALINGEN BIJ DE OVERGANG NAAR BBC
(BEGINBALANS)" wordt niet meer opgenomen, omdat dit achterhaald is.
- Enkele andere kleine aanpassingen om de waarderingsregels van gemeente en OCMW op elkaar af te stemmen.
Juridische grond
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 143 en volgende.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en
beheerscyclus van de lokale besturen (BBC), in het bijzonder Titel 5, Hoofdstuk 8 inzake
waarderingsregels.
Het besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 26/06/2016 tot vaststelling
van de waarderingsregels.
Argumentatie
Het onderdeel "BIJZONDERE BEPALINGEN BIJ DE OVERGANG NAAR BBC
(BEGINBALANS)" wordt niet meer opgenomen omdat dit achterhaald is.
De overige aanpassingen werden opgenomen om de waarderingsregels van de gemeente en het OCMW op elkaar af te stemmen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1:
Het Vast bureau legt volgende waarderingsregels voor de BBC-boekhouding vast vanaf 1 januari 2026 :
ALGEMENE PRINCIPES
INVESTERING OF EXPLOITATIE
Alle vermogensbestanddelen worden uitgedrukt en gewaardeerd aan hun gebruikswaarde. De gebruikswaarde van een activum stemt overeen met de toekomstige economische voordelen die of het dienstverleningspotentieel dat het activum voor het bestuur zal opleveren.
Alle vermogensbestanddelen worden afzonderlijk gewaardeerd en voor dat bedrag in de balans opgenomen, na aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.
Het bestuur kiest ervoor om individuele roerende verrichtingen van minder dan € 2.500 die geen deel uitmaken van een ruimer project, niet als investering te beschouwen, maar op te nemen in het exploitatieresultaat. Van deze regel kan steeds afgeweken worden, afhankelijk van de specifieke situatie.
AANSCHAFFINGSWAARDE
Het bestuur hanteert als algemene regel dat elk actiefbestanddeel gewaardeerd wordt tegen aanschaffingswaarde en neemt voor dat bedrag de bestanddelen op in de balans, onder aftrek van de gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. In sommige gevallen kan het actief ook worden geherwaardeerd.
Met de aanschaffingswaarde wordt bedoeld de aanschaffingsprijs (aankoopprijs + bijkomende kosten), de ruilwaarde, de vervaardigingsprijs (aanschaffingsprijs grondstoffen, … + rechtstreekse productiekosten), de schenkingswaarde (marktwaarde van de goederen op het moment van de schenking of datum van het openvallen van de nalatenschap + belastingen en kosten) of de inbrengwaarde.
AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGE
Afschrijvingen drukken de slijtage uit van het actief met een beperkte gebruiksduur. Het afschrijvingsbedrag wordt per financieel boekjaar bepaald door het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde te delen door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar wordt de restwaarde en de gebruiksduur van de activa opnieuw geëvalueerd. Het bestuur opteert ervoor de initiële afschrijvingsduur voor de diverse categorieën van activa te bepalen zoals opgenomen in bijgevoegde tabel.
Het bestuur boekt waardeverminderingen op de aanschaffingswaarde van actiefbestanddelen om rekening te houden met (al dan niet als definitief aan te merken) ontwaardingen van activa bij de afsluiting van het boekjaar. Waardeverminderingen zijn correcties op de aanschaffingswaarde die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur (bv. naar aanleiding van een schadegeval). Dit houdt in dat waardeverminderingen zowel mogelijk zijn voor activa met een beperkte (bv. gebouwen) als een onbeperkte levensduur (bv. gronden). Waardeverminderingen blijven niet behouden als de boekhoudkundige waarde van het activum daardoor op het einde van het boekjaar lager is dan de gebruikswaarde. In dat geval worden de waardeverminderingen teruggenomen.
HERWAARDERINGEN
Sommige activa kunnen worden geherwaardeerd om hun boekwaarde in overeenstemming te brengen met de marktwaarde. Herwaardering is enkel toegestaan voor de financiële vaste activa en de overige materiële vaste activa. Bij de herwaardering van een actief, wordt de volledige categorie waartoe dat actief behoort, geherwaardeerd. De overige materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden op basis van deze geherwaardeerde waarde afgeschreven.
AFWIJKINGEN EN SPECIFIEKE WAARDERINGSREGELS
GELDBELEGGINGEN EN LIQUIDE MIDDELEN
Het bestuur waardeert de liquide middelen en de geldbeleggingen, tegen de nominale waarde. De aandelen en vastrentende effecten worden bij de verwerving geboekt en gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde.
Het bestuur past op de liquide middelen en geldbeleggingen waardeverminderingen toe als blijkt dat de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. Er zullen bovendien aanvullende waardeverminderingen geboekt worden om rekening te houden met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde of met de risico’s die inherent zijn aan de aard van de producten in kwestie of van de uitgevoerde activiteit.
VORDERINGEN OP KORTE TERMIJN
Vorderingen worden in de balans weergegeven tegen de nominale waarde. In geval er
onzekerheid bestaat over de invorderbaarheid van bepaalde vorderingen, worden deze
overgeboekt naar dubieuze debiteuren.
Op de dubieuze debiteuren worden waardeverminderingen geboekt in functie van de
ouderdom van de vordering, zijnde :
- Indien ouder dan 1 jaar : 10%
- Indien ouder dan 2 jaar: 25%
- Indien ouder dan 3 jaar: 50%
- Indien ouder dan 4 jaar: 75%
- Indien ouder dan 5 jaar: 100%
In geval een vordering definitief als niet inbaar beschouwd wordt, wordt deze aan de raad
voorgelegd om oninvorderbaar te verklaren. Op dat moment wordt een kost geboekt en zal
de vordering uit de boekhouding verdwijnen.
VOORRADEN
Het bestuur opteert ervoor om initieel geen voorraden uit te drukken. In afwijking zal
geopteerd worden voor de FIFO-waardering (waardering voorraden aan de ‘recentste’
aankoopprijzen).
FINANCIEEL VASTE ACTIVA
Belangen of aandelen in rechtspersonen worden in de boekhouding opgenomen tegen hun aanschaffingswaarde. De aanschaffingswaarde van belangen of aandelen, ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als de conventionele waarde echter lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, wordt de aanschaffingswaarde geherwaardeerd tot de hogere marktwaarde.
Er worden waardevermindering toegepast op de belangen en de aandelen die onder de financiële vaste activa zijn opgenomen in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de entiteit waarin de belangen of de aandelen worden aangehouden. Het bestuur zal ook op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen waardeverminderingen toepassen als er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling ervan op de vervaldag.
MATERIËLE VASTE ACTIVA
De materiële vaste activa worden onderverdeeld in 3 categorieën. De gemeenschapsgoederen zijn de roerende en onroerende activa die worden aangewend binnen het “maatschappelijk doel” van de organisatie, los van enige bedrijfseconomische activiteit. De bedrijfsmatige activa worden aangewend binnen een bedrijfsmatige context, dat betekent waar een bepaald rendement of zekere productiviteit kan worden gekoppeld aan de aangewende activa. De diensten verbonden aan deze activa worden aangeboden aan concurrentiële tarieven, die beogen zoveel als mogelijk de kosten verbonden aan deze diensten te dekken. De overige activa worden voor geen van de vorige doeleinden aangewend, maar worden aangehouden als ‘(on)roerende reserve’. Deze activa zijn niet nuttig bij het functioneren van het bestuur, en kunnen mogelijks in de toekomst worden gerealiseerd ter financiering van andere investeringen.
Tot erfgoed behoren de activa met historische, artistieke, wetenschappelijke, … waarde en de activa die belangrijk zijn voor het behoud van het leefmilieu. Erfgoed zal in veel gevallen weinig economische voordelen opleveren of weinig dienstenpotentieel inhouden. Deze hebben dus in principe geen gebruikswaarde. Daarom zal op de aanschafwaarde van deze activa een waardevermindering worden toegepast om de boekhoudkundige waarde terug te brengen tot € 1. Indien het actief dat behoort tot erfgoed wordt ingezet voor de uitvoering van het ‘maatschappelijk doel’, kan dat actief toch een gebruikswaarde hebben. Dat actief wordt dan niet afgeschreven maar de waarde kan worden aangepast door het uitdrukken van waardeverminderingen.
Overige zakelijke rechten op onroerende goederen betreft de andere zakelijke rechten die het bestuur bezit op een onroerend goed als de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald (geactiveerde eenmalige vergoedingen). Deze activa worden afgeschreven over de looptijd van de overeenkomst, tenzij de economische gebruiksduur van het actief waarop het zakelijk recht betrekking heeft, korter is.
De gebruiksrechten voor materiële vaste activa waarover het bestuur beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten (bv. erfpacht) worden onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De overeenkomstige schuld aan de passiefzijde waardeert het bestuur ieder jaar ten bedrage van het gedeelte van de in de volgende boekjaren te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De duur van de afschrijvingsperiode wordt geregeld door IAS17 en IPSAS13: inde het redelijk zeker is dat het geleasede actief overgenomen wordt bij het verstrijken van de leaseperiode (lichten van de aankoopoptie), zal het actief worden afgeschreven over de normale gebruiksduur van soortgelijke activa (die in volle eigendom zijn). Indien het niet redelijk zeker is dat het actief wordt overgenomen bij het verstrijken van de leaseperiode (aankoopoptie wordt niet gelicht), wordt het actief afgeschreven over de leaseperiode, tenzij de (economische) gebruiksduur korter is.
IMMATERIËLE VASTE ACTIVA
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd aan aanschafwaarde, tenzij deze niet verworven zijn van derden. In dat geval worden ze gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, als die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstige rendement of nut voor het bestuur van die vaste activa.
SCHULDEN
De schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
NETTO-ACTIEF
De ontvangen investeringssubsidies en schenkingen worden geleidelijk in resultaat genomen (verrekend) volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen of de waardeverminderingen op de vaste activa waarvoor deze worden verkregen. Zolang een investering in uitvoering is en dus nog niet wordt afgeschreven, wordt de verkregen investeringssubsidie nog niet verrekend.
De voorzieningen voor risico’s en kosten worden stelselmatig gevormd. De voorzieningen voor risico’s en kosten worden niet gehandhaafd als ze op het einde van het financiële boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens de actuele beoordeling van het bestuur van de risico’s en kosten waarvoor ze werden gevormd.
AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN
MATERIËLE VASTE ACTIVA | AFSCHRIJVINGS-TERMIJN |
Terreinen |
|
Deze rubriek bevat naast de onbebouwde terreinen ook de gronden van wegen (wegzate), gebouwen, waterlopen en kunst(bouw)werken. | - |
De (afschrijfbare) aanleg en uitrusting op terreinen (bv. verharding, omheining, …) wordt opgenomen onder de rubriek ‘bebouwde terreinen’. | 5-15 jr |
Gebouwen | 33 jr |
Onderhoudswerken aan gebouwen die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van het gebouw. | 5-15 jr |
Wegen |
|
Onder wegen worden alle elementen van het weggennet opgenomen (verharding, slijtlaag, voetpaden, fietspaden, …). | 33 jr |
Het aanbrengen of vervangen van de slijtlaag wordt afgeschreven over een kortere termijn. | 5 jr |
Onder de overige infrastructuur betreffende de wegen worden onder meer straatmeubilair, verkeerssignalisatie, wegbeplanting, … opgenomen. | 10 jr |
Onderhoudswerken aan wegen die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de weg. | 5-15 jr |
Waterlopen en waterbekkens | 33 jr |
Onderhoudswerken aan waterlopen en waterbekkens die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de infrastructuur. | 5-15 jr |
Overige onroerende infrastructuur |
|
Onder overige onroerende infrastructuur worden onder meer het rioleringsnet, de openbare verlichting, nutsleidingen en kunst(bouw)werken opgenomen | 33 jr |
Onderhoudswerken aan overige onroerende infrastructuur die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de infrastructuur | 5-15 jr |
Installaties, machines en uitrusting |
|
Onder de installaties, machines en uitrusting wordt onder meer opgenomen werkmateriaal (boormachines, grasmachines, hakselaars, brandweerhelmen- en kledij, reanimatietoestellen, keukengerei, diepvriezers, koelkasten, uitrusting van RVT’s ,…) | 10 jr |
Meubilair |
|
Onder meubilair wordt onder meer opgenomen kasten, stoelen, banken, bureaus,… in de mate dat ze niet onroerend door bestemming zijn | 10 jr |
Kantooruitrusting |
|
Onder kantooruitrusting wordt onder meer opgenomen faxtoestellen, kopieermachines, papiervernietigers, tv’s, dvd-spelers, … | 5 jr |
Gezien de snelle veroudering en technologische evolutie in het informaticamaterieel wordt deze rubriek over een kortere termijn afgeschreven. … Informaticamateriaal bevat onder meer computers, computerschermen, beamers, laptops, ... | 3 jr |
Rollend materiaal |
|
Rollend materiaal bevat onder meer fietsen, vrachtwagens, brandweerwagens, tractoren en andere voertuigen en hun toebehoren. | 5-10 jr |
Kunstwerken (geen erfgoed) | - |
Erfgoed | - |
IMMATERIËLE VASTE ACTIVA | AFSCHRIJVINGSTERMIJN |
Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 5 jr |
Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten | 5 jr |
Goodwill | 5jr |
Plannen en studies | 5jr |
Zitting van 22 12 2025
Betaalbaarstelling facturen VaBu
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het vast bureau de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het vast bureau.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het vast bureau beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.