Zitting van 22 12 2025
Verslag vorige zitting dd. 17.12.2025
Besluit
Artikel 1:Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 22 12 2025
Uitbreiding KDV - aantal plaatsen
Besluit
Artikel 1: Het Vast Bureau gaat akkoord met de aanvraag basissubsidie van 10 extra plaatsen
Artikel 2: Het Vast Bureau bepaalt als vrije prijs tevens de toepassing van IKT-reglementering.
Artikel 3: Het Vast Bureau gaat akkoord met de invulling van de extra plaatsen vanaf 1/02/2026, waarin we kinderen en personeel gefaseerd laten opstarten.
Zitting van 22 12 2025
Aanpassing waarderingsregels
Besluit
Artikel 1:
Het Vast bureau legt volgende waarderingsregels voor de BBC-boekhouding vast vanaf 1 januari 2026 :
ALGEMENE PRINCIPES
INVESTERING OF EXPLOITATIE
Alle vermogensbestanddelen worden uitgedrukt en gewaardeerd aan hun gebruikswaarde. De gebruikswaarde van een activum stemt overeen met de toekomstige economische voordelen die of het dienstverleningspotentieel dat het activum voor het bestuur zal opleveren.
Alle vermogensbestanddelen worden afzonderlijk gewaardeerd en voor dat bedrag in de balans opgenomen, na aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.
Het bestuur kiest ervoor om individuele roerende verrichtingen van minder dan € 2.500 die geen deel uitmaken van een ruimer project, niet als investering te beschouwen, maar op te nemen in het exploitatieresultaat. Van deze regel kan steeds afgeweken worden, afhankelijk van de specifieke situatie.
AANSCHAFFINGSWAARDE
Het bestuur hanteert als algemene regel dat elk actiefbestanddeel gewaardeerd wordt tegen aanschaffingswaarde en neemt voor dat bedrag de bestanddelen op in de balans, onder aftrek van de gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. In sommige gevallen kan het actief ook worden geherwaardeerd.
Met de aanschaffingswaarde wordt bedoeld de aanschaffingsprijs (aankoopprijs + bijkomende kosten), de ruilwaarde, de vervaardigingsprijs (aanschaffingsprijs grondstoffen, … + rechtstreekse productiekosten), de schenkingswaarde (marktwaarde van de goederen op het moment van de schenking of datum van het openvallen van de nalatenschap + belastingen en kosten) of de inbrengwaarde.
AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGE
Afschrijvingen drukken de slijtage uit van het actief met een beperkte gebruiksduur. Het afschrijvingsbedrag wordt per financieel boekjaar bepaald door het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde te delen door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar wordt de restwaarde en de gebruiksduur van de activa opnieuw geëvalueerd. Het bestuur opteert ervoor de initiële afschrijvingsduur voor de diverse categorieën van activa te bepalen zoals opgenomen in bijgevoegde tabel.
Het bestuur boekt waardeverminderingen op de aanschaffingswaarde van actiefbestanddelen om rekening te houden met (al dan niet als definitief aan te merken) ontwaardingen van activa bij de afsluiting van het boekjaar. Waardeverminderingen zijn correcties op de aanschaffingswaarde die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur (bv. naar aanleiding van een schadegeval). Dit houdt in dat waardeverminderingen zowel mogelijk zijn voor activa met een beperkte (bv. gebouwen) als een onbeperkte levensduur (bv. gronden). Waardeverminderingen blijven niet behouden als de boekhoudkundige waarde van het activum daardoor op het einde van het boekjaar lager is dan de gebruikswaarde. In dat geval worden de waardeverminderingen teruggenomen.
HERWAARDERINGEN
Sommige activa kunnen worden geherwaardeerd om hun boekwaarde in overeenstemming te brengen met de marktwaarde. Herwaardering is enkel toegestaan voor de financiële vaste activa en de overige materiële vaste activa. Bij de herwaardering van een actief, wordt de volledige categorie waartoe dat actief behoort, geherwaardeerd. De overige materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden op basis van deze geherwaardeerde waarde afgeschreven.
AFWIJKINGEN EN SPECIFIEKE WAARDERINGSREGELS
GELDBELEGGINGEN EN LIQUIDE MIDDELEN
Het bestuur waardeert de liquide middelen en de geldbeleggingen, tegen de nominale waarde. De aandelen en vastrentende effecten worden bij de verwerving geboekt en gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde.
Het bestuur past op de liquide middelen en geldbeleggingen waardeverminderingen toe als blijkt dat de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. Er zullen bovendien aanvullende waardeverminderingen geboekt worden om rekening te houden met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde of met de risico’s die inherent zijn aan de aard van de producten in kwestie of van de uitgevoerde activiteit.
VORDERINGEN OP KORTE TERMIJN
Vorderingen worden in de balans weergegeven tegen de nominale waarde. In geval er
onzekerheid bestaat over de invorderbaarheid van bepaalde vorderingen, worden deze
overgeboekt naar dubieuze debiteuren.
Op de dubieuze debiteuren worden waardeverminderingen geboekt in functie van de
ouderdom van de vordering, zijnde :
- Indien ouder dan 1 jaar : 10%
- Indien ouder dan 2 jaar: 25%
- Indien ouder dan 3 jaar: 50%
- Indien ouder dan 4 jaar: 75%
- Indien ouder dan 5 jaar: 100%
In geval een vordering definitief als niet inbaar beschouwd wordt, wordt deze aan de raad
voorgelegd om oninvorderbaar te verklaren. Op dat moment wordt een kost geboekt en zal
de vordering uit de boekhouding verdwijnen.
VOORRADEN
Het bestuur opteert ervoor om initieel geen voorraden uit te drukken. In afwijking zal
geopteerd worden voor de FIFO-waardering (waardering voorraden aan de ‘recentste’
aankoopprijzen).
FINANCIEEL VASTE ACTIVA
Belangen of aandelen in rechtspersonen worden in de boekhouding opgenomen tegen hun aanschaffingswaarde. De aanschaffingswaarde van belangen of aandelen, ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als de conventionele waarde echter lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, wordt de aanschaffingswaarde geherwaardeerd tot de hogere marktwaarde.
Er worden waardevermindering toegepast op de belangen en de aandelen die onder de financiële vaste activa zijn opgenomen in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de entiteit waarin de belangen of de aandelen worden aangehouden. Het bestuur zal ook op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen waardeverminderingen toepassen als er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling ervan op de vervaldag.
MATERIËLE VASTE ACTIVA
De materiële vaste activa worden onderverdeeld in 3 categorieën. De gemeenschapsgoederen zijn de roerende en onroerende activa die worden aangewend binnen het “maatschappelijk doel” van de organisatie, los van enige bedrijfseconomische activiteit. De bedrijfsmatige activa worden aangewend binnen een bedrijfsmatige context, dat betekent waar een bepaald rendement of zekere productiviteit kan worden gekoppeld aan de aangewende activa. De diensten verbonden aan deze activa worden aangeboden aan concurrentiële tarieven, die beogen zoveel als mogelijk de kosten verbonden aan deze diensten te dekken. De overige activa worden voor geen van de vorige doeleinden aangewend, maar worden aangehouden als ‘(on)roerende reserve’. Deze activa zijn niet nuttig bij het functioneren van het bestuur, en kunnen mogelijks in de toekomst worden gerealiseerd ter financiering van andere investeringen.
Tot erfgoed behoren de activa met historische, artistieke, wetenschappelijke, … waarde en de activa die belangrijk zijn voor het behoud van het leefmilieu. Erfgoed zal in veel gevallen weinig economische voordelen opleveren of weinig dienstenpotentieel inhouden. Deze hebben dus in principe geen gebruikswaarde. Daarom zal op de aanschafwaarde van deze activa een waardevermindering worden toegepast om de boekhoudkundige waarde terug te brengen tot € 1. Indien het actief dat behoort tot erfgoed wordt ingezet voor de uitvoering van het ‘maatschappelijk doel’, kan dat actief toch een gebruikswaarde hebben. Dat actief wordt dan niet afgeschreven maar de waarde kan worden aangepast door het uitdrukken van waardeverminderingen.
Overige zakelijke rechten op onroerende goederen betreft de andere zakelijke rechten die het bestuur bezit op een onroerend goed als de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald (geactiveerde eenmalige vergoedingen). Deze activa worden afgeschreven over de looptijd van de overeenkomst, tenzij de economische gebruiksduur van het actief waarop het zakelijk recht betrekking heeft, korter is.
De gebruiksrechten voor materiële vaste activa waarover het bestuur beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten (bv. erfpacht) worden onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De overeenkomstige schuld aan de passiefzijde waardeert het bestuur ieder jaar ten bedrage van het gedeelte van de in de volgende boekjaren te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De duur van de afschrijvingsperiode wordt geregeld door IAS17 en IPSAS13: inde het redelijk zeker is dat het geleasede actief overgenomen wordt bij het verstrijken van de leaseperiode (lichten van de aankoopoptie), zal het actief worden afgeschreven over de normale gebruiksduur van soortgelijke activa (die in volle eigendom zijn). Indien het niet redelijk zeker is dat het actief wordt overgenomen bij het verstrijken van de leaseperiode (aankoopoptie wordt niet gelicht), wordt het actief afgeschreven over de leaseperiode, tenzij de (economische) gebruiksduur korter is.
IMMATERIËLE VASTE ACTIVA
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd aan aanschafwaarde, tenzij deze niet verworven zijn van derden. In dat geval worden ze gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, als die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstige rendement of nut voor het bestuur van die vaste activa.
SCHULDEN
De schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
NETTO-ACTIEF
De ontvangen investeringssubsidies en schenkingen worden geleidelijk in resultaat genomen (verrekend) volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen of de waardeverminderingen op de vaste activa waarvoor deze worden verkregen. Zolang een investering in uitvoering is en dus nog niet wordt afgeschreven, wordt de verkregen investeringssubsidie nog niet verrekend.
De voorzieningen voor risico’s en kosten worden stelselmatig gevormd. De voorzieningen voor risico’s en kosten worden niet gehandhaafd als ze op het einde van het financiële boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens de actuele beoordeling van het bestuur van de risico’s en kosten waarvoor ze werden gevormd.
AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN
MATERIËLE VASTE ACTIVA | AFSCHRIJVINGS-TERMIJN |
Terreinen |
|
Deze rubriek bevat naast de onbebouwde terreinen ook de gronden van wegen (wegzate), gebouwen, waterlopen en kunst(bouw)werken. | - |
De (afschrijfbare) aanleg en uitrusting op terreinen (bv. verharding, omheining, …) wordt opgenomen onder de rubriek ‘bebouwde terreinen’. | 5-15 jr |
Gebouwen | 33 jr |
Onderhoudswerken aan gebouwen die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van het gebouw. | 5-15 jr |
Wegen |
|
Onder wegen worden alle elementen van het weggennet opgenomen (verharding, slijtlaag, voetpaden, fietspaden, …). | 33 jr |
Het aanbrengen of vervangen van de slijtlaag wordt afgeschreven over een kortere termijn. | 5 jr |
Onder de overige infrastructuur betreffende de wegen worden onder meer straatmeubilair, verkeerssignalisatie, wegbeplanting, … opgenomen. | 10 jr |
Onderhoudswerken aan wegen die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de weg. | 5-15 jr |
Waterlopen en waterbekkens | 33 jr |
Onderhoudswerken aan waterlopen en waterbekkens die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de infrastructuur. | 5-15 jr |
Overige onroerende infrastructuur |
|
Onder overige onroerende infrastructuur worden onder meer het rioleringsnet, de openbare verlichting, nutsleidingen en kunst(bouw)werken opgenomen | 33 jr |
Onderhoudswerken aan overige onroerende infrastructuur die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de infrastructuur | 5-15 jr |
Installaties, machines en uitrusting |
|
Onder de installaties, machines en uitrusting wordt onder meer opgenomen werkmateriaal (boormachines, grasmachines, hakselaars, brandweerhelmen- en kledij, reanimatietoestellen, keukengerei, diepvriezers, koelkasten, uitrusting van RVT’s ,…) | 10 jr |
Meubilair |
|
Onder meubilair wordt onder meer opgenomen kasten, stoelen, banken, bureaus,… in de mate dat ze niet onroerend door bestemming zijn | 10 jr |
Kantooruitrusting |
|
Onder kantooruitrusting wordt onder meer opgenomen faxtoestellen, kopieermachines, papiervernietigers, tv’s, dvd-spelers, … | 5 jr |
Gezien de snelle veroudering en technologische evolutie in het informaticamaterieel wordt deze rubriek over een kortere termijn afgeschreven. … Informaticamateriaal bevat onder meer computers, computerschermen, beamers, laptops, ... | 3 jr |
Rollend materiaal |
|
Rollend materiaal bevat onder meer fietsen, vrachtwagens, brandweerwagens, tractoren en andere voertuigen en hun toebehoren. | 5-10 jr |
Kunstwerken (geen erfgoed) | - |
Erfgoed | - |
IMMATERIËLE VASTE ACTIVA | AFSCHRIJVINGSTERMIJN |
Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 5 jr |
Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten | 5 jr |
Goodwill | 5jr |
Plannen en studies | 5jr |
Zitting van 22 12 2025
Betaalbaarstelling facturen VaBu
Besluit
Artikel 1: Het vast bureau beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.