Zitting van 15 04 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 08.04.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 08.04.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 08.04.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 15 04 2026
Proefopstelling Ridderstraat eenrichtingsverkeer
Naar aanleiding van de herinrichting van de Ridderstraat werd, in samenspraak met het studiebureau, gekozen om een tijdelijke proefopstelling (20/04/2026 tot 20/05/2026) te plaatsen waarbij de volledige Ridderstraat eenrichtingsverkeer zal zijn. Op basis hiervan kan objectief worden beoordeeld of het wenselijk is om de Ridderstraat in de toekomst definitief als volledige eenrichtingsstraat in te richten.
Feiten en context:
Naar aanleiding van het project omtrent de herinrichting van de Ridderstraat werd, in samenspraak met het studiebureau, gekozen om een tijdelijke proefopstelling (20/04/2026 tot en met 19/05/2026) te plaatsen waarbij de volledige Ridderstraat eenrichtingsverkeer zal zijn. Op basis hiervan kan objectief worden beoordeeld of het wenselijk is om de Ridderstraat in de toekomst definitief als volledige eenrichtingsstraat in te richten.
Juridische grond:
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Nieuwe gemeentewet, artikel 119 en 130bis.
De wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968.
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Adviezen:
Gunstig advies PZ LRH verkregen op: 02/04/2026
Argumentatie:
Het plaatsen van een proefopstelling in deze fase van de herinrichting maakt het mogelijk om de keuze voor het al dan niet invoeren van eenrichtingsverkeer in de volledige Ridderstraat op een objectieve en onderbouwde manier te nemen. Door de situatie tijdelijk in de praktijk te testen, kunnen concrete gegevens worden verzameld over verkeersstromen, snelheid, doorstroming en het gedrag van weggebruikers.
Daarnaast biedt een proefopstelling de mogelijkheid om de effecten op de verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid van de straat en de omliggende omgeving realistisch in te schatten. Eventuele knelpunten of ongewenste situaties kunnen tijdig worden vastgesteld en bijgestuurd voordat een definitieve inrichting wordt vastgelegd.
Financiële gevolgen:
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:In Ridderstraat wordt een éénrichtingsverkeer ingevoerd te rijden in de richting van Doktoorstraat.De borden F19, D1 en C1 worden geplaatst. Voetgangers, fietsers, speedpedelecs en bromfietsers klasse A kennen doorgang in beide richtingen, onderborden M18 worden voorzien.
Artikel 2: De verkeersmaatregel waarvan sprake in artikel 1 is geldig vanaf plaatsing van de vereiste en wettelijke signalisatie (20 april 2026) tot en met 20 mei 2026. Deze verkeersmaatregel betreft een proefopstelling waarvan het effect dient geëvalueerd te worden.
Artikel 3: Ieder andersluidend besluit of reglement dat in strijd is met dit besluit en bijhorend aanvullend reglement, wordt opgeheven vanaf datum inwerkingtreding tot 20 mei 2026.
Zitting van 15 04 2026
Gemeentelijk aanvullend reglement op de politie over het wegverkeer over het voorbehouden van een parkeerplaats voor de politie op het Kerkplein.
Besluit
Zitting van 15 04 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2:Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de proefopstelling van het éénrichtingsverkeer in de Ridderstraat.
Zitting van 15 04 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 15 04 2026
Openverklaring administratief medewerker dienst vrije tijd - onbepaalde duur - 30,4/38u
Het college van burgemeester en schepenen nam op 1 april 2026 kennis van het ontslag van Thibo Verbiest vanaf 30/03/2026 met opzegtermijn, waardoor Thibo zijn laatste arbeidsdag presteert op 17/05/2026. Voor de goede werking en de continuïteit is het wenselijk om de functie administratief medewerker dienst vrije tijd (C1-C3) in te vullen voor onbepaalde duur. Het is wenselijk om de contractuele functie van administratief medewerker dienst vrije tijd op niveau C (C1-C3) voor onbepaalde duur in te vullen. Thibo werd tewerkgesteld aan een prestatiebreuk van 38/38 en in zijn takenpakket werd onder andere de technische ondersteuning in de sporthal opgenomen. Het is wenselijk om deze technische ondersteuning te verplaatsen van het takenpakket van de administratief medewerker van dienst vrije tijd naar het takenpakket van de logistiek medewerker in de sporthal. Het is daarom wenselijk om de prestatiebreuk van de administratief medewerker te verlagen van 38/38 naar 30,4/38. De openverklaring kan in eerste instantie gebeuren via interne personeelsmobiliteit (IPM). Indien er daarvoor geen geschikte kandidaten zijn, dan kan deze functie ingevuld worden via de aanwervingsprocedure met werfreserve van één jaar. Er is op dit moment geen geldende werfreserve meer. Om deze vacature in te vullen dient deze functie voor onbepaalde duur open verklaard te worden en dient de selectieprocedure vastgelegd te worden
Feiten en context
Het college van burgemeester en schepenen nam op 1 april 2026 kennis van het ontslag van Thibo Verbiest vanaf 30/03/2026 met opzegtermijn, waardoor Thibo zijn laatste arbeidsdag presteert op 17/05/2026. Voor de goede werking en de continuïteit is het wenselijk om de functie administratief medewerker dienst vrije tijd (C1-C3) in te vullen voor onbepaalde duur.
Juridische grond
Artikel 84, §3, 2° Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Rechtspositieregeling voor het personeel van gemeente en OCMW zoals goedgekeurd door de raad op 28 maart 2024;
Het geïntegreerde organogram voor gemeente en OCMW zoals goedgekeurd door de raad op 28 maart 2024.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1 april inzake het ontslag van Thibo Verbiest.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het is wenselijk om de contractuele functie van administratief medewerker dienst vrije tijd op niveau C (C1-C3) voor onbepaalde duur in te vullen. Thibo werd tewerkgesteld aan een prestatiebreuk van 38/38 en in zijn takenpakket werd onder andere de technische ondersteuning in de sporthal opgenomen. Het is wenselijk om deze technische ondersteuning te verplaatsen van het takenpakket van de administratief medewerker van dienst vrije tijd naar het takenpakket van de logistiek medewerker in de sporthal. Het is daarom wenselijk om de prestatiebreuk van de administratief medewerker te verlagen van 38/38 naar 30,4/38. De openverklaring kan in eerste instantie gebeuren via interne personeelsmobiliteit (IPM). Indien er daarvoor geen geschikte kandidaten zijn, dan kan deze functie ingevuld worden via de aanwervingsprocedure met werfreserve van één jaar. Er is op dit moment geen geldende werfreserve meer. Om deze vacature in te vullen dient deze functie voor onbepaalde duur open verklaard te worden en dient de selectieprocedure vastgelegd te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Er wordt een deeltijdse functie voor een contractuele administratief medewerker dienst vrije tijd 30,4/38, niveau C (C1-C3) open verklaard voor onbepaalde duur.
Artikel 2: Deze functie wordt in eerste instantie ingevuld via interne personeelsmobiliteit. Indien er hiervoor geen geschikte kandidaten zijn, dan wordt deze functie ingevuld via een aanwervingsprocedure en wordt een werfreserve voor één jaar aangelegd. Er is op dit moment geen geldende werfreserve voor administratief medewerker dienst vrije tijd.
Artikel 3: De kandidaten dienen aan de hierna bepaalde toelatingsvoorwaarden te voldoen:
1° de burgerlijke en politieke rechten genieten
2° medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie
3° gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie
waarvoor gesolliciteerd wordt
4° voldoen aan de vereiste over de taalkennis opgelegd door de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1996
5° voldoen aan de diplomavereiste die opgelegd worden voor niveau C
6° slagen voor de selectieprocedure
1. Bijzondere voorwaarden voor de IPM kandidaten
● een arbeidsovereenkomst hebben voor onbepaalde duur;
● een minimale anciënniteit van 2 jaar hebben in het bestuur in een functie van minimaal een C-niveau;
● geen negatief feedback- en planningsgesprek gehad hebben;
● voldoen aan de competentievereisten die vastgesteld zijn in de functiebeschrijving.
2. Bijzondere voorwaarden voor de bevorderingskandidaten:
● statutair of contractueel aangesteld zijn na het doorlopen van een volledige aanwervingsprocedure in minimaal een D-niveau;
● een minimale anciënniteit van 4 jaar hebben;
● geen negatief resultaat gehad hebben op het feedback- en planningsgesprek;
● voldoen aan de competentievereisten die vastgesteld zijn in de functiebeschrijving.
3. Bijzondere voorwaarden voor aanwervingskandidaten
● voldoen aan de diplomavoorwaarde voor niveau C of geen diploma mits 4 jaar relevante ervaring (geven van groepslessen of sportkampen);
● slagen voor de vergelijkende aanwervingsproeven.
Artikel 4: De selectiecommissie wordt in een later besluit van de coördinator welzijn en personeel vastgesteld.
Artikel 5: Deze openverklaring wordt per e-mail bekend gemaakt aan al de personeelsleden van gemeentebestuur en OCMW die, op basis van de algemene toelatingsvoorwaarden, in aanmerking komen om deel te nemen aan deze selectieproef op basis van interne personeelsmobiliteit. De bekendmaking van de aanwervingsprocedure geschiedt via:
- Website van de VDAB.
- Gemeentelijke website en Facebook.
Artikel 6: Examenprogramma:
Deel 1: Preselectie - screening op basis van CV:
De kandidaten kunnen door de selectiecommissie gerangschikt worden naar geschiktheid op basis van hun CV. De examenjury bepaalt zelf op basis van welke criteria deze screening zal gebeuren en het aantal kandidaten dat mag deelnemen aan het examen.
Deel 2: Examenprocedure:
De selectiecommissie bepaalt de wijze van de selectietechnieken waarbij er keuze is uit:
- een gestructureerd interview
- een schriftelijke proef.
- een thuisopdracht.
- een praktische proef.
- een persoonlijkheidstest.
- een online testing.
- een capaciteitstest.
Om geslaagd te zijn voor het examen, moet de kandidaat minstens 60 % van de punten behalen op elke gekozen selectietechniek.
Artikel 7: De uiterste inschrijvingsdatum voor de procedure interne personeelsmobiliteit wordt vastgelegd op minstens 7 dagen na de kennisgeving aan de personeelsleden. De uiterste inschrijvingsdatum voor de aanwervingsprocedure wordt vastgelegd op minstens 16 kalenderdagen na de publicatie van de vacature.
Artikel 8: Aan alle externe juryleden wordt een vergoeding toegekend van €50,- per prestatie van een halve dag (4u.) en €25,- per begonnen prestatie van 2u., alsook een kilometervergoeding voor verplaatsingsonkosten.
Zitting van 15 04 2026
Openverklaring logistieke medewerkers dienst vrije tijd - 2 x aanwerving 19/38u onbepaalde duur
Het college van burgemeester en schepenen bepaalde op 8 april 2026 om de arbeidsovereenkomst met C.M. te beëindigen omwille van medische overmacht. Voor de goede werking en de continuïteit is het wenselijk om de functie logistiek medewerker sporthal (D1-D3) in te vullen voor onbepaalde duur. Het is wenselijk om de contractuele functie van logistiek medewerker sporthal op niveau D (D1-D3) voor onbepaalde duur in te vullen. C.M. werd tewerkgesteld aan een prestatiebreuk van 31/38. Gelet op de vereiste flexibiliteit in de functie is het wenselijk om de prestatiebreuk op te splitsen in twee functies. Daarnaast heeft het college van burgemeester en schepenen op 8 april 2026 het ontslag van administratief medewerker dienst vrije tijd T.V. goedgekeurd. Hij werd tewerkgesteld met een prestatiebreuk 38/38 en in zijn takenpakket werd onder andere de technische ondersteuning in de sporthal opgenomen. Het is wenselijk om deze technische ondersteuning te verplaatsen van het takenpakket van de administratief medewerker van dienst vrije tijd naar het takenpakket van de logistiek medewerker in de sporthal. Het is daarom wenselijk om de prestatiebreuk van de administratief medewerker te verlagen van 38/38 naar 30,4/38 en de prestatiebreuk(en) van de logistiek medewerker sporthal te verhogen. Hierdoor is het wenselijk om twee functies van logistiek medewerker sporthal met een prestatiebreuk van 19/38 open te verklaren. De openverklaring kan in eerste instantie gebeuren via interne personeelsmobiliteit (IPM). Indien er daarvoor geen geschikte kandidaten zijn, dan kan deze functie ingevuld worden via de aanwervingsprocedure met werfreserve van één jaar. Er is op dit moment geen geldende werfreserve meer. Om deze vacature in te vullen dient deze functie voor onbepaalde duur open verklaard te worden en dient de selectieprocedure vastgelegd te worden.
Feiten en context
Het college van burgemeester en schepenen bepaalde op 8 april 2026 om de arbeidsovereenkomst met C.M. te beëindigen omwille van medische overmacht. Voor de goede werking en de continuïteit is het wenselijk om de functie logistiek medewerker sporthal (D1-D3) in te vullen voor onbepaalde duur.
Juridische grond
Artikel 84, §3, 2° Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Rechtspositieregeling voor het personeel van gemeente en OCMW zoals goedgekeurd door de raad op 28 maart 2024;
Het geïntegreerde organogram voor gemeente en OCMW zoals goedgekeurd door de raad op 28 maart 2024.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 april 2026 inzake het ontslag door medische overmacht;
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1 april inzake het ontslag van T.V.;
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 15 april 2026 inzake de openverklaring van administratief medewerker dienst vrije tijd.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het is wenselijk om de contractuele functie van logistiek medewerker sporthal op niveau D (D1-D3) voor onbepaalde duur in te vullen. C.M. werd tewerkgesteld aan een prestatiebreuk van 31/38. Gelet op de vereiste flexibiliteit in de functie is het wenselijk om de prestatiebreuk op te splitsen in twee functies. Daarnaast heeft het college van burgemeester en schepenen op 8 april 2026 het ontslag van administratief medewerker dienst vrije tijd T.V. goedgekeurd. Hij werd tewerkgesteld met een prestatiebreuk 38/38 en in zijn takenpakket werd onder andere de technische ondersteuning in de sporthal opgenomen. Het is wenselijk om deze technische ondersteuning te verplaatsen van het takenpakket van de administratief medewerker van dienst vrije tijd naar het takenpakket van de logistiek medewerker in de sporthal. Het is daarom wenselijk om de prestatiebreuk van de administratief medewerker te verlagen van 38/38 naar 30,4/38 en de prestatiebreuk(en) van de logistiek medewerker sporthal te verhogen. Hierdoor is het wenselijk om twee functies van logistiek medewerker sporthal met een prestatiebreuk van 19/38 open te verklaren. De openverklaring kan in eerste instantie gebeuren via interne personeelsmobiliteit (IPM). Indien er daarvoor geen geschikte kandidaten zijn, dan kan deze functie ingevuld worden via de aanwervingsprocedure met werfreserve van één jaar. Er is op dit moment geen geldende werfreserve meer. Om deze vacature in te vullen dient deze functie voor onbepaalde duur open verklaard te worden en dient de selectieprocedure vastgelegd te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Er worden twee deeltijdse functies voor een contractuele logistiek medewerker sporthal bij de dienst vrije tijd, met een prestatiebreuk van 19/38, niveau D1-D3 open verklaard voor onbepaalde duur.
Artikel 2: Deze functie wordt in eerste instantie ingevuld via interne personeelsmobiliteit. Indien er hiervoor geen geschikte kandidaten zijn, dan wordt deze functie ingevuld via een aanwervingsprocedure en wordt een werfreserve voor één jaar aangelegd. Er is op dit moment geen geldende werfreserve voor logistiek medewerker personeel.
Artikel 3: De kandidaten dienen aan de hierna bepaalde toelatingsvoorwaarden te voldoen:
1° de burgerlijke en politieke rechten genieten
2° medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie
3° gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie
waarvoor gesolliciteerd wordt
4° voldoen aan de vereiste over de taalkennis opgelegd door de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1996
5° geen diplomavereiste
6° slagen voor de selectieprocedure
1. Bijzondere voorwaarden voor de IPM kandidaten
● een arbeidsovereenkomst hebben voor onbepaalde duur;
● een minimale anciënniteit van 2 jaar hebben in het bestuur in een functie van minimaal een B-niveau;
● geen negatief feedback- en planningsgesprek gehad hebben;
● voldoen aan de competentievereisten die vastgesteld zijn in de functiebeschrijving.
2. Bijzondere voorwaarden voor aanwervingskandidaten
● geen diplomavoorwaarde;
● slagen voor de vergelijkende aanwervings- en bevorderingsproeven.
Artikel 4: De selectiecommissie wordt in een later besluit van de coördinator welzijn en personeel vastgesteld.
Artikel 5: Deze openverklaring wordt per e-mail bekend gemaakt aan al de personeelsleden van gemeentebestuur en OCMW die, op basis van de algemene toelatingsvoorwaarden, in aanmerking komen om deel te nemen aan deze selectieproef op basis van interne personeelsmobiliteit. De bekendmaking van de aanwervingsprocedure geschiedt via:
- Website van de VDAB.
- Gemeentelijke website en Facebook.
Artikel 6: Examenprogramma:
Deel 1: Preselectie - screening op basis van CV:
De kandidaten kunnen door de selectiecommissie gerangschikt worden naar geschiktheid op basis van hun CV. De examenjury bepaalt zelf op basis van welke criteria deze screening zal gebeuren en het aantal kandidaten dat mag deelnemen aan het examen.
Deel 2: Examenprocedure:
De selectiecommissie bepaalt de wijze van de selectietechnieken waarbij er keuze is uit:
- een gestructureerd interview
- een schriftelijke proef.
- een thuisopdracht.
- een praktische proef.
- een persoonlijkheidstest.
- een online testing.
- een capaciteitstest.
Om geslaagd te zijn voor het examen, moet de kandidaat minstens 60 % van de punten behalen op elke gekozen selectietechniek.
Artikel 7: De uiterste inschrijvingsdatum voor de procedure interne personeelsmobiliteit wordt vastgelegd op minstens 7 dagen na de kennisgeving aan de personeelsleden. De uiterste inschrijvingsdatum voor de aanwervingsprocedure wordt vastgelegd op minstens 16 kalenderdagen na de publicatie van de vacature.
Artikel 8: Aan alle externe juryleden wordt een vergoeding toegekend van €50,- per prestatie van een halve dag (4u.) en €25,- per begonnen prestatie van 2u., alsook een kilometervergoeding voor verplaatsingsonkosten.
Zitting van 15 04 2026
Schrijven schoolbestuur Laantje betreffende vraag vestiging Ulbeek deelname cultureel- en sportaanbod
In bijlage het schrijven van het schoolbestuur Vrije basisschool 't Laantje, betreffende hun vestiging in Ulbeek (Wellen) en deelname aan culturele- en sportieve aanbod van gemeente Alken. Schrijven in bijlage.
Het schoolbestuur heeft haar zetel in Alken.
Bij aanvang van de nieuwe legislatuur werd het meerjarenplan opgemaakt. Bij deze opmaak werden alle uitgaven onder de loep genomen.
Er is bijkomend ook een decreet over flankerend onderwijsbeleid (grondgebied).
Er dient wat betreft de vestigingsplaats in Ulbeek een standpunt ingenomen te worden zodat het al dan niet deelnemen op een correcte manier kan gebeuren.
Feiten en context
In bijlage het schrijven van het schoolbestuur Vrije basisschool 't Laantje, betreffende hun vestiging in Ulbeek (Wellen) en deelname aan culturele- en sportieve aanbod van gemeente Alken. Schrijven in bijlage.
Het schoolbestuur heeft haar zetel in Alken.
Bij aanvang van de nieuwe legislatuur werd het meerjarenplan opgemaakt. Bij deze opmaak werden alle uitgaven onder de loep genomen.
Er is bijkomend ook een decreet over flankerend onderwijsbeleid (grondgebied).
Er dient wat betreft de vestigingsplaats in Ulbeek een standpunt ingenomen te worden zodat het al dan niet deelnemen op een correcte manier kan gebeuren.
Juridische grond
Decreet lokaal bestuur art. 56 regelt bevoegdheden SC.
Decreet betreffende flankerend onderwijsbeleid 30 november 2007.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Vanuit de dienst vrije tijd worden er jaarlijks een aantal activiteiten georganiseerd voor de Alkense scholen. Ook de vestiging van vrije basisschool ' t Laantje, in Ulbeek wordt reeds jaren uitgenodigd voor deze activiteiten. Ook gebruikt de school de gemeentelijke infrastructuur conform tarieven en voordelen voor de Alkense scholen (sporthal, gemeenschapscentra).
Bij de opmaak van het meerjarenplan bij het begin van de nieuwe legislatuur werden alle uitgaven onder de loep genomen (directe en indirecte kosten, personeelskosten). Ook de regelgeving wat betreft flankerend onderwijs werd nagekeken.
Het is een beleidskeuze om scholen die niet tot Alkens grondgebied behoren al dan niet voordelen aan te bieden.
Het is belangrijk om de financiële kost en administratieve workload in acht te nemen.
Bij de deelname aan activiteiten in kleine groepen zal de kost en de administratieve/organisatorische werklast (veel) hoger zijn dan deelname aan activiteiten in grote groepen, waar de school kan aansluiten zonder de kosten van een extra spreker, extra materialen, en andere administratieve /organisatorische workload.
Vanuit de administratie wordt daarom voorgesteld om bij die activiteiten waarvoor er geen extra organisatorisch administratief werk is en geen extra kosten dienen gemaakt te worden, de school van Ulbeek te laten aansluiten.
Wat betreft het gebruik van de gemeenschapscentra en de sporthal wordt voorgesteld dat de school gebruik kan maken conform het tarief zoals de andere Alkense scholen, maar niet van de andere voordelen genieten verbonden aan het gebruik van de infrastructuur (vb. kortingsbon 180 euro bij de gemeenschapscentra).
Financiële gevolgen
Bij deelname aan activiteiten waar geen extra kosten gemaakt moeten worden ,geen gevolg.
Bij deelname aan activiteiten waar extra sprekers, extra materialen, extra administratief en organisatorisch werk bij komt wel gevolg.
Minder opbrengst bij gebruik gemeentelijke infrastructuur.
Besluit
Artikel 1 : Het college van burgemeester en schepenen verleent een uitzonderlijke gunst aan vrije basisschool 't Laantje voor haar vestigingsplaats in Ulbeek, o.w.v. de link van de kleine vestigingsplaats in Ulbeek met de vrije basisschool ‘t Laantje in Alken, hoewel het decreet flankerend onderwijs normaal gesproken enkel geldt op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat Ulbeek kan deelnemen tot max. einde van deze legislatuur (schooljaar 2030-2031) aan het aanbod (sport en cultuur) onder volgende voorwaarden: activiteiten die geen meerkost meebrengen voor Alken en administratief (praktisch en organisatorisch) geen extra werk. Vervoer dient zoals door het schoolbestuur aangegeven niet voorzien te worden.
Artikel 3 : Wat betreft gemeentelijke infrastructuur kan de school gebruik maken van de sporthal en de gemeenschapscentra voor wat tarieven betreft, maar geniet zij niet van de extra voordelen zoals vb. de kortingsbon bij de gemeenschapscentra.
Zitting van 15 04 2026
Omgevingsvergunning 1075
Aanvraag omgevingsvergunning over: de aanpassing en actualisatie van de milieuvergunning door de exploitant van een fruitteeltbedrijf ingediend door Jan Snellings namens ACTIV FRUIT BV met als contactadres Alkerstraat 81A te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Alkerstraat 81A, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 876 F, (afd. 2) sectie E 876 G, (afd. 2) sectie E 878 R, (afd. 2) sectie E 878 W, (afd. 2) sectie E 878 X, (afd. 2) sectie E 878 D2, (afd. 2) sectie E 878 Z, (afd. 2) sectie E 878 V, (afd. 2) sectie E 881 _, (afd. 2) sectie E 883 L, (afd. 2) sectie E 883 K, (afd. 2) sectie E 885 G en (afd. 2) sectie E 903 _. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers:
| ACTIV FRUIT BV, Alkerstraat 81A te 3570 Alken |
Ligging van het perceel:
| Alkerstraat 81A, te 3570 Alken |
Kadastrale gegevens:
| Afdeling 2 sectie E nrs. 885/G, 883/K, 881, 903, 883/L, 878/V, 876/E, 876/F, 878/X, 876/G, 878/D2, 878/R, 878/W en 878/Z
|
Projectnaam:
| Alkerstraat 81A - Activ Fruit |
Dossiernummer:
| 2025138 |
Intern dossiernummer:
| 1075 |
ID omgevingsplatform: | OMV_2025130530
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
Een wijziging van de omgevingsvergunning voor milieutechnische handelingen.
Rubrieken
Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de Bijlage 1. Indelingslijst van de VLAREM II en worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
23.3.2°c) | Vergund: / Aangevraagd: Opslag van 90 ton paloxen in frigo's en loods (de gedeeltelijke opslag hiervan in openlucht is niet ingedeeld) (nieuw) (tijdelijk) | 2 |
6.4.1° | Vergund: Opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen: opslag van 800 liter afvalolie en 600 liter olie Aangevraagd: Opslag van 1550 liter olie, zijnde 7x200 liter en 1x150 liter (verandering) | 3 |
6.5.1° | Vergund: BrandstofverdeelinstaIlaties voor motorvoertuigen: 2 verdeelinstallaties horende bij de opslag van 2 x 3.000 liter diesel Aangevraagd: Brandstofverdeelinstallatie voor motorvoertuigen: 1 verdeelinstallatie horende bij de opslag van 9500 liter diesel (verandering) | 3 |
15.1.2° | Vergund: Stallen van 19 landbouwvoertuigen Aangevraagd: Stallen van 40 landbouwvoertuigen (verandering) | 2 |
16.3.2°b) | Vergund: Koelinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 360 kW Aangevraagd: Koelinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 360 kW + compressor van 5 kW (verandering) (tijdelijk) | 2 |
17.3.2.1.1.1°b) | Vergund: Opslag van 6.000 liter mazout (4.800 kg) in 2 bovengrondse houders van elk 3.000 liter (2.400 kg) Aangevraagd: Opslag van 9.500 liter (8,075 ton) mazout in een bovengrondse, dubbelwandige houder (verandering) | 3 |
19.6.2°b) | Vergund: Opslag van 180 ton hout (paloxen) in open lucht Aangevraagd: Opslag van 600 m³ houten paloxen, gedeeltelijk in de loods en gedeeltelijk in openlucht. (verandering) (tijdelijk) | 3 |
19.6.2°c) | Vergund: Opslag van 450 ton hout (5.000 paloxen) in de frigo's en de loods Aangevraagd: Opslag van 600 m³ houten paloxen, gedeeltelijk in de loods en gedeeltelijk in openlucht. (verandering) | 2 |
2.3.3.b) | Vergund: Opslag en biologische behandeling van 6.000 liter restvloeistoffen Aangevraagd: Opslag en biologische behandeling van 6.000 liter restvloeistoffen (ongewijzigd) (tijdelijk) | 2 |
3.4.1°a) | Vergund: Lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van fruitsortering op water (200 m³ per jaar) en het wassen van bedrijfsvoertuigen (25 m³ per jaar), met volgende debieten: 225 m³ per jaar, 5 m³ per dag en 0,5 m³ per uur Aangevraagd: Lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van fruitsortering op water (200 m³ per jaar) en het wassen van bedrijfsvoertuigen (25 m³ per jaar), met volgende debieten: 225 m³ per jaar, 5 m³ per dag en 0,5 m³ per uur (ongewijzigd) | 3 |
5.6. | Vergund: Inrichtingen voor het schoonmaken van apparatuur, met uitzondering van hand- en rugspuitapparatuur, voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen Aangevraagd: Inrichtingen voor het schoonmaken van apparatuur, met uitzondering van hand- en rugspuitapparatuur, voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen (ongewijzigd) (tijdelijk) | 2 |
15.4.2°a) | Vergund: Niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, andere dan deze bedoeld in rubriek 15.5, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan het sub 1° vermelde industriegebied, waarin: minder dan 10 voertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen Aangevraagd: Niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, andere dan deze bedoeld in rubriek 15.5, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan het sub 1° vermelde industriegebied, waarin: minder dan 10 voertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen (ongewijzigd) | 3 |
17.4. | Vergund: Opslag van max. 5.000 I of kg bestrijdingsmiddelen in kleinverpakking Aangevraagd: Opslag van max. 5.000 I of kg bestrijdingsmiddelen in kleinverpakking (ongewijzigd) | 3 |
53.8.2° | Vergund: Grondwaterwinning bestaande uit 1 geboorde put met een maximaal debiet van 17.200 m3/jaar. Aangevraagd: Grondwaterwinning bestaande uit 1 geboorde put met een maximaal debiet van 17.200 m3/jaar. (ongewijzigd)(tijdelijk) | 2 |
Rubriek 12.3.2 (Vaste inrichtingen voor het laden van accumulatoren: 5 acculaders van elk 10 kW (totaal 50 kW)) en rubriek 12.2.1 (Een transformator met een vermogen van 400 kVA) zijn niet langer ingedeeld.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m) en agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor
zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg of Ruimtelijk Uitvoeringsplan noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het waterwetboek heeft tot doelstelling een goede toestand van het grondwater te bereiken. In uitvoering van het decreet worden daarom elke zes jaar de stroomgebiedbeheerplannen geactualiseerd. Hierbij wordt een toestandsbepaling uitgevoerd voor alle grondwaterlichamen in Vlaanderen. Voor de verschillende grondwaterlichamen wordt in deze plannen het beleid dat nodig is om de goede toestand te behalen of te behouden omschreven. Deze stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 werden vastgesteld door de Vlaamse regering op 01/07/2022.
Watertoets :
Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het exploiteren van grondwaterwinning een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft.
Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de voorwaarden van het advies van de Vlaamse Milieumaatschappij worden nageleefd.
Milieu:
De aanvraag omvat milieutechnische handelingen die ingedeeld zijn in bijlage 1 van Vlarem II.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 7/11/2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 7/01/2026 |
Opening openbaar onderzoek | 15/01/2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 13/02/2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Geen |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum advies GOA | 9/04/2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E, nrs. 885/G, 883/K, 881, 903, 883/L, 878/V, 876/E, 876/F, 878/X, 876/G, 878/D2, 878/R, 878/W en 878/Z
● stedenbouwkundige vergunning, d.d. 22/08/1990 voor het bouwen van berging voor fruitverpakking en frigoruimte;
● stedenbouwkundige vergunning met ref. 4533, vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 15/03/2006 voor regularisatie bedrijfsgebouw voor fruitteelt;
● weigering stedenbouwkundige vergunning met ref. 4870 W, geweigerd door de deputatie Limburg d.d. 06/12/2006 voor de huisvesting van fruitplukkers (eveneens geweigerd door de deputatie op 16/05/2007);
● stedenbouwkundige vergunning met ref. 5455, vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 23/09/2009 voor het aanleggen van verharding;
● stedenbouwkundige vergunning met ref. 5631, vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 22/09/2010 voor het bouwen van een loods, heropbouw van een andere loods en regularisatie van wooncontainers;
● stedenbouwkundige vergunning met ref. 5741, vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 25/05/2011 voor het uitbreiden van een bestaande loods en het bouwen van bedrijfsburelen en een conciërgewoning;
● stedenbouwkundige vergunning met ref. 5842, vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 09/11/2011 voor bouwen van een laadkade en wijzigen van enkele gevelopeningen;
● weigering stedenbouwkundige vergunning met ref. 6104 W, geweigerd door het college van burgemeester en schepenen d.d. 06/11/2013 voor het bouwen van een fruitloods.
● stedenbouwkundige vergunning met ref. 6192, vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 21/02/2014 voor bouwen het bouwen van een fruitloods en een hoogspanningscabine;
● stedenbouwkundige vergunning met ref. 6372, vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 01/07/2015 voor het uitbreiden van een fruitloods en het bouwen van een berging voor klein materieel;
● stedenbouwkundige vergunning met ref. 6724 D , vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 15/11/2017 voor regularisatie bijgebouwen & terreinwerken en bouwen van een nieuwe garage;
● omgevingsvergunning, vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 19/05/2021 voor het plaatsen van hagelnetten en aanplant van laagstam fruitbomen;
● milieuvergunning klasse 2, gedeeltelijk vergund door het college van burgemeester en schepenen d.d. 05/10/2016 voor het uitbreiden en verlengen van een bestaande milieuvergunning.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Deze aanvraag betreft volgende handelingen:
● De uitbreiding en verplaatsing van de olieopslag met 150 liter
● De uitbreiding en verplaatsing van de stalling voertuigen
● De uitbreiding met een compressor van 5 kW
● De uitbreiding en verplaatsing van de mazoutopslag met 3.500 liter
● De uitbreiding van de opslag van houten paloxen
● De toevoeging van de rubriek van de opslag van PVC paloxen
● De vermindering met 1 verdeelslang van de brandstofverdeelinstallatie
● Het laden van de accumulatoren is niet langer ingedeeld
● De transformator is eveneens niet langer ingedeeld in deze grootteorde
Dit is een aanvraag van een fruitteeltbedrijf. Met deze aanvraag wenst de exploitant een verandering en een actualisatie van de bestaande vergunning aan te vragen. Er worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd.
De aanvraag is gelegen in een landelijke omgeving, langs een geasfalteerde gemeenteweg, zijnde de Alkerstraat, die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door landbouwgronden, agrarische bedrijven en vrijstaande eengezinswoningen. Het linker en rechter aanpalende perceel betreft een woning in open bebouwing.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is gelegen binnen agrarisch gebied en is in overeenstemming met het geldende gewestplan.
Het perceel ligt op ca. 400 m gebieden van het VEN en het IVON en op meer dan 1500 m van een habitat- en vogelrichtlijngebied.
De aanvraag is niet opgenomen in de biologische waarderingskaart versie 2, maar ligt naast een complex van biologisch minder waardevolle, waardevolle en zeer waardevolle elementen (hp, kbp en kh(sp)).
Tot slot is de aanvraag niet gelegen in een beschermingszone van het type I of II van grondwaterwinningen, bestemd voor de openbare watervoorziening, zoals afgebakend in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende nadere regels voor de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Agentschap Landbouw en Zeevisserij | 7/01/2026 | 9/01/2026 | geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
Externe Adviezen
Agentschap Landbouw en Zeevisserij reageerde op 9/01/2026 dat er in dit dossier geen advies gegeven wordt.
2.e. Openbaar onderzoek
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 15/01/2026 tot 13/02/2026.
Resultaat: geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en twee digitale bezwaren.
Behandeling van de bezwaren:
Bezwaar 1
Datum 1/02/2026
Inhoud van het bezwaar
Dit bezwaarschrift bevat volgende elementen
● Een bedrijf van dergelijke grootorde hoort niet thuis in een dichtbevolkte buurt.
● Regelmatig geurhinder door (vuile) mazout en andere stoffen. Bij verhoging van de hoeveelheid wordt dit nog erger.
● Rondslingerend vuil/plastiek gerelateerd aan houten paletten neemt toe.
● Storend lawaai, dag en nacht, door de vele werkzaamheden en door het grote aantal voertuigen. Bij verhoging van dit aantal wordt de overlast nog groter en lopen zwakke weggebruikers nog meer gevaar.
● Sterke lichtvervuiling bij duisternis, ook 's nachts.
● Afvalstoffen van producten en kuisactiviteiten (restvloeistoffen) worden geloosd in de grond/zelf gemaakt waterbekken/vijver.
● Voldoende afbakening van terrein activiteiten en de omliggende bewoners wordt niet voldoende gegarandeerd.
Bezwaar 2
Datum 10/02/2026
Inhoud van het bezwaar
Dit bezwaarschrift bevat volgende elementen
● Geluidshinder: De huidige uitbating gaat samen met bijkomend lawaai en rumoer, dag en nacht. Activiteiten om 5 uur 's ochtends met tractoren en vrachtwagens die de nachtrust verstoren. Het is nodig een degelijke zicht en geluidsbescherming te plaatsen.
● Veiligheid: Door een hoge opstapeling van fruitbakken bestaat er een gevaar om omver te waaien.
● Brandgevaar: Bijkomend brandgevaar wegens een grote hoeveelheid brandbaar materiaal kort bij de perceelsgrens van PVC bakken en een houten variant. Bij brand vormen PVC-bakken een ernstig risico wegens toxische rookontwikkeling en luchtvervuiling, wat milieuschade veroorzaakt. Hiervoor zou een afgebakende zone moeten gecreëerd worden (met lijnen op de vloer), waarbinnen de boxen mogen opgestapeld worden. Dit opgesteld in samenwerking met de brandweer (preventiedienst) om een veiligheidscontrole uit te voeren op de brandveilige afstand van de stapels.
● Hoogte en afstand: De beplanting staat pal naast de scheiding en de bomen zijn circa 8 meter hoog. Conform de geldende regels voor hoogstammige bomen dienen deze op minimaal 2 meter van de perceelsgrens te staan.
● Onderhoud: De begroeiing is niet onderhouden, op basis van het Burgerlijk Wetboek dienen overhangende takken verwijderd te worden.
● Herstel Bufferzone: De bestaande afscheiding met bomen naast de fabriekshal is in de vergunde plannen een bufferzone. Dit is nu een toegangsweg.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
De bezwaarschriften werden tijdig ingediend tijdens het openbaar onderzoek en zijn bijgevolg ontvankelijk.
Om te voldoen aan de opgelegde motiveringsverplichting volstaat het dat de vergunningverlener in haar beslissing de redenen vermeldt waarop deze is gesteund.
Zij is er niet toe gehouden alle in de loop van de procedure aangevoerde bezwaren één voor één te beantwoorden (RvVb/A/1516/0884 van 31 maart 2016, in dezelfde zin: RvVb nr. A/2015/0261 van 21 april 2015 en RvVb/A/1516/0239 van 24 november 2015).
Bezwaar 1
Het bezwaarschrift werd onderzocht en kan als volgt worden beoordeeld:
● Een bedrijf van dergelijke grootorde hoort niet thuis in een dichtbevolkte buurt.
○ De activiteiten worden aangevraagd voor de uitbating van een fruitbedrijf en is in regel met de geldende bestemmingsvoorschriften voor agrarisch gebied en woongebied met landelijk karakter.
● Regelmatig geurhinder door (vuile) mazout en andere stoffen. Bij verhoging van de hoeveelheid wordt dit nog erger.
○ In de aanvraag staat beschreven dat de opslag van de mazout in een bovengrondse, dubbelwandige houder is. Verder dient de opslag te voldoen aan de algemene en sectorale voorwaarden in VLAREM II.
● Rondslingerend vuil/plastiek gerelateerd aan houten paletten neemt toe.
○ De exploitant dient zich te houden aan de regels omtrent sortering en ophaling van afval bij bedrijven beschreven in het materialendecreet en Vlarema.
● Storend lawaai, dag en nacht, door de vele werkzaamheden en door het grote aantal voertuigen. Bij verhoging van dit aantal wordt de overlast nog groter en lopen zwakke weggebruikers nog meer gevaar.
○ De exploitant beschrijft maatregelen om geluidshinder te beperken. Deze dienen gevolgd te worden.
○ Om hinder bij omwonende te beperken in het woongebied met landelijk karakter mogen vooraan langs het bedrijf (zoals stedenbouwkundig goedgekeurd) enkel personenwagens parkeren. Andere voertuigen dienen het inplantingsplan te volgen. Dit zal bevestigd worden in de bijzondere voorwaarden.
● Sterke lichtvervuiling bij duisternis, ook 's nachts.
○ De exploitant beschrijft onder de maatregelen om geluidshinder te beperken de laad en losactiviteiten te beperken tot daguren. Deze dienen gevolgd te worden.
● Afvalstoffen van producten en kuisactiviteiten (restvloeistoffen) worden geloosd in de grond/zelf gemaakt waterbekken/vijver.
○ De exploitant dient zich te houden aan de regels omtrent sortering en ophaling van afval bij bedrijven beschreven in het materialendecreet en Vlarema. Verder dienen de algemene en sectorale voorwaarden van VLAREM II te worden gevolgd. Overtredingen hierop behoren tot handhaving en niet de vergunningverlening.
● Voldoende afbakening van terrein activiteiten en de omliggende bewoners wordt niet voldoende gegarandeerd.
○ Het inplantingsplan dient gevolgd te worden.
Het bezwaar is in zijn geheel ontvankelijk, en in de aangegeven mate gegrond.
Bezwaar 2
Het bezwaarschrift werd onderzocht en kan als volgt worden beoordeeld:
● Geluidshinder: De huidige uitbating gaat samen met bijkomend lawaai en rumoer, dag en nacht. Activiteiten om 5 uur 's ochtends met tractoren en vrachtwagens die de nachtrust verstoren. Het is nodig een degelijke zicht en geluidsbescherming te plaatsen.
○ De exploitant beschrijft maatregelen om geluidshinder te beperken. Deze dienen gevolgd te worden.
● Veiligheid: Door een hoge opstapeling van fruitbakken bestaat er een gevaar om omver te waaien.
○ De paloxen moeten ordelijk opgesteld worden en mogen maximaal 8 meter hoog gestapeld zijn. Dit zal bevestigd worden in de bijzondere voorwaarden.
● Brandgevaar: Bijkomend brandgevaar wegens een grote hoeveelheid brandbaar materiaal kort bij de perceelsgrens van PVC bakken en een houten variant. Bij brand vormen PVC-bakken een ernstig risico wegens toxische rookontwikkeling en luchtvervuiling, wat milieuschade veroorzaakt. Hiervoor zou een afgebakende zone moeten gecreëerd worden (met lijnen op de vloer), waarbinnen de boxen mogen opgestapeld worden. Dit opgesteld in samenwerking met de brandweer (preventiedienst) om een veiligheidscontrole uit te voeren op de brandveilige afstand van de stapels.
○ De exploitatie dient te voldoen aan de algemene en sectorale voorwaarden in VLAREM II.
● Hoogte en afstand: De beplanting staat pal naast de scheiding en de bomen zijn circa 8 meter hoog. Conform de geldende regels voor hoogstammige bomen dienen deze op minimaal 2 meter van de perceelsgrens te staan.
○ Dit bezwaar heeft betrekking tot het Burgerlijk Wetboek. Dit behoort niet tot de vergunningverlening.
● Onderhoud: De begroeiing is niet onderhouden, op basis van het Burgerlijk Wetboek dienen overhangende takken verwijderd te worden.
○ Dit behoort tot de handhaving en niet de vergunningverlening.
● Herstel Bufferzone: De bestaande afscheiding met bomen naast de fabriekshal is in de vergunde plannen een bufferzone. Dit is nu een toegangsweg.
○ Het inplantingsplan van de omgevingsvergunning dient gevolgd te worden.
Het bezwaar is in zijn geheel ontvankelijk, en in de aangegeven mate gegrond.
2.g. Beoordeling
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
In de beoordeling van de effecten op de omgeving is de impact omschreven en wordt nagegaan of de effecten als niet aanzienlijk mogen beschouwd worden.
Bodem
Niet geplande potentiële emissies naar bodem en/of grondwater kunnen ontstaan door:
● Opslag en verdeling van gevaarlijke stoffen
● Morsen bij het vullen en reinigen van de spuittoestellen
● Stalling van voertuigen
Verharde oppervlakken zijn weinig of niet bevuild omdat deze in de mate van het mogelijke gereinigd en onderhouden worden. Run – off van regenwater is daardoor niet bevuild.
De tank voor de opslag van mazout is dubbelwandig. De tank is voorzien van een overvulbeveiligingssysteem en een lekdetectiesysteem. Hierdoor wordt doorlekken naar de bodem en oppervlaktewaters verhinderd.
Er wordt enkel getankt in de loods op een vloeistofdichte betonnen vloer. De eventueel gemorste vloeistof bij het tanken zal onmiddellijk verwijderd worden.
De fytoproducten worden opgeslagen boven lekbakken in een afgesloten ruimte.
De olie wordt eveneens opgeslagen boven lekbakken.
De vul- en spoelplaats voor apparatuur van gewasbescherming is overdekt. De opslagruimte voor restvloeistoffen bij de spoelplaats voor apparatuur van gewasbescherming wordt lekdicht geconstrueerd. De restvloeistof zal overgepompt worden naar een opvang die eveneens lekdicht wordt geconstrueerd. Om verontreiniging van het substraat in de fytobak te voorkomen, wordt de afvoer van de vul- en spoelplaats aangesloten op een KWS-afscheider.
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt streng gereguleerd en staat onder toezicht van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV). Eveneens zijn land- en tuinbouwers verplicht om de principes van IPM (Integrated Pest Management – geïntegreerde gewasbescherming) toe te passen volgens de Europese richtlijn 2009/128 betreffende duurzaam gebruik van pesticiden.
Hierdoor wordt onder andere ingezet op het correct gebruik en berekenen van een juiste dosis van het gewasbeschermingsmiddel waardoor verspilling en vorming van restvloeistoffen tot een minimum herleid worden.
Er kunnen calamiteiten optreden door de opslag gevaarlijke stoffen. De kans dat er echter calamiteiten optreden is zeer klein omwille van maatregelen die het bedrijf neemt. De opslag van gevaarlijke stoffen gebeurt conform Vlarem waardoor verontreiniging naar de bodem verwaarloosbaar is.
Het bedrijf is hierin ook onderhevig aan frequente controles om te voldoen aan voorwaarden van IPM en andere kwaliteitshandboeken zoals GLOBALGAP, VEGAPLAN,…
Gezien de genomen maatregelen is te verwachten dat de effecten op de bodem niet aanzienlijk zullen zijn.
Watersysteem
● Enkel die oppervlakken zijn verhard die noodzakelijk zijn om een goede bedrijfsuitbating mogelijk te maken.
● Een deel van de verhardingen zijn uitgevoerd in (half) doorlatende materialen (steenslag, grastegels, dolomiet, klinkers,) of wateren af naar de omliggende natuurlijke bodembedekking.
● Alle voorzieningen worden getroffen om zoveel mogelijk hemelwater op te vangen en te hergebruiken.
● Verharde oppervlakken zijn weinig of niet bevuild omdat deze gereinigd en onderhouden worden. Run – off van regenwater is daardoor niet bevuild.
● Het tanken van voertuigen gebeurt overdekt.
● De vul- en spoelplaats voor apparatuur van gewasbescherming is overdekt, correct uitgevoerd en veroorzaakt zodoende geen verontreiniging.
● De exploitatie is niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied.
● De grondwaterwinning is bovenaan afgedicht zodat er geen verontreinigingen naar het grondwater kunnen gaan.
● Hemelwater wordt opgevangen.
● Het opgevangen hemelwater wordt gebruikt voor laagwaardige toepassingen.
● Er is een grondwaterwinning op de inrichting. Omwille van de beperkte capaciteit en de diepte van de put wordt er verwacht dat de grondwaterwinning niet zal leiden tot aanzienlijke effecten.
● Het tanken zal overdekt gebeuren boven een vloeistofdichte ondergrond. Het bedrijf beschikt over absorberend materiaal om eventuele morsresten te verwijderen.
● De vul- en spoelplaats voor apparatuur van gewasbescherming is overdekt. De opslagruimte voor restvloeistoffen bij de spoelplaats voor apparatuur van gewasbescherming wordt lekdicht geconstrueerd.
Gelet op het wijzigende klimaat en de onzekere gevolgen hiervan op termijn voor de grondwatervoorraden wordt de termijn voor de grondwaterwinningen beperkt tot de termijn opgenomen in de vorige milieuvergunning van 2016. Hierdoor is rubriek 53.8.2° vergunbaar tot en met 5 oktober 2036. Op deze wijze wordt in functie van de toestand van het grondwaterlichaam de vergunning voor het oppompen van grondwater opnieuw geëvalueerd en kan ze bijgestuurd worden.
Gezien de genomen maatregelen is te verwachten dat de effecten op het watersysteem niet aanzienlijk zullen zijn.
Geluid of trillingen
Op de inrichting wordt geluid geproduceerd door:
● Transporten en laad- en losactiviteiten.
Om geluidshinder van de exploitatie zoveel mogelijk te voorkomen worden er maatregelen genomen:
● Transporten vinden enkel plaats tijdens de daguren.
● De gestapelde paloxen en de groenschermen hebben een geluidsafschermend effect.
● Laad- en losactiviteiten worden zoveel mogelijk gecentraliseerd op het bedrijventerrein.
● Er wordt gebruik gemaakt van een laadkade waardoor de vorklift in het gebouw blijft en er bijgevolg minder hinder is.
● De motor van de vrachtwagens wordt tijdens het laden en/of lossen stilgelegd.
De gestapelde paloxen en de groenschermen worden niet als geluidsdempend bufferscherm gezien. Er dient alsnog te worden voldaan aan artikel 5.15.0.6. §2, 3° van de sectorale voorwaarden in VLAREM II.
De gestapelde paloxen en de groenschermen worden niet als voldoende geluidsafschermend beschouwd. Er dient te worden voldaan aan artikel 5.15.0.6. van de sectorale voorwaarden in VLAREM II.
Zoals gemeld door de exploitant mogen de transporten enkel plaatsvinden tijdens de daguren. De rustverstorende werkzaamheden zijn niet toegestaan op werkdagen voor 7u en na 19u, en op zon- en feestdagen. Dit zal als bijzondere voorwaarden worden opgenomen.
Door de genomen maatregelen wordt verwacht dat eventuele effecten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven.
Biodiversiteit
Voorliggende aanvraag omvat geen wijziging van de bedrijvigheid. Het gaat louter om een rechtzetting van de vergunning wat betreft aanhorigheden en wat betreft het uitvoeringsplan dat niet meer overeenstemde met de werkelijke situatie.
De bedrijvigheid bestaat vooral uit het aan- en af rijden van seizoenarbeiders in de piekmomenten (onderhoud plantage en oogst fruit), alsook het aan- en afrijden van tractoren en vrachtwagens in het kader van de fruitteelt en oogst, alsook voor de afvoer van fruit dat tijdelijk op de inrichting wordt gestockeerd.
Vanwege de exploitatie van het bedrijf kunnen er stikstofoxides in de atmosfeer ontstaan door verbranding van fossiele brandstoffen. In de exploitatiefase wordt een impactscore kleiner dan 1% behaald. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat er geen betekenisvolle aantasting zal plaatsvinden van het habitatrichtlijngebied. Een bijkomende passende beoordeling is dus niet noodzakelijk.
Samenvatting gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
De bijzondere voorwaarden uit de milieuvergunning van 2016 dienen reeds te zijn uitgevoerd, gezien deze tijdsgebonden waren op 6 maanden en 3 maanden na de verlening van de vergunning, en worden daarom niet opnieuw opgenomen.
Gelet op de geformuleerde motivering wordt gesteld dat er geen aanzienlijke effecten op de omgeving te verwachten zijn.
Op basis van de beoordeling en de adviezen omvat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
23.3.2°c) | Gecoördineerde toestand: Opslag van 90 ton paloxen in frigo's en loods (de gedeeltelijke opslag hiervan in openlucht is niet ingedeeld) (nieuw)(tijdelijk) | 2 |
6.4.1° | Gecoördineerde toestand: Opslag van 1550 liter olie, zijnde 7x200 liter en 1x150 liter (verandering) | 3 |
6.5.1° | Gecoördineerde toestand: Brandstofverdeelinstallatie voor motorvoertuigen: 1 verdeelinstallatie horende bij de opslag van 9500 liter diesel (verandering) | 3 |
15.1.2° | Gecoördineerde toestand: Stallen van 40 landbouwvoertuigen (verandering) | 2 |
16.3.2°b) | Gecoördineerde toestand: Koelinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 360 kW + compressor van 5 kW (verandering)(tijdelijk) | 2 |
17.3.2.1.1.1°b) | Gecoördineerde toestand: Opslag van 9.500 liter (8,075 ton) mazout in een bovengrondse, dubbelwandige houder (verandering) | 3 |
19.6.2°b) | Gecoördineerde toestand: Opslag van 600 m³ houten paloxen, gedeeltelijk in de loods en gedeeltelijk in openlucht (verandering)(tijdelijk) | 3 |
19.6.2°c) | Gecoördineerde toestand: Opslag van 600 m³ houten paloxen, gedeeltelijk in de loods en gedeeltelijk in openlucht. (verandering) | 2 |
2.3.3.b) | Gecoördineerde toestand: Opslag en biologische behandeling van 6.000 liter restvloeistoffen (ongewijzigd)(tijdelijk) | 2 |
3.4.1°a) | Gecoördineerde toestand: Lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van fruitsortering op water (200 m³ per jaar) en het wassen van bedrijfsvoertuigen (25 m³ per jaar), met volgende debieten: 225 m³ per jaar, 5 m³ per dag en 0,5 m³ per uur (ongewijzigd) | 3 |
5.6. | Gecoördineerde toestand: Inrichtingen voor het schoonmaken van apparatuur, met uitzondering van hand- en rugspuitapparatuur, voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen (ongewijzigd)(tijdelijk) | 2 |
15.4.2°a) | Gecoördineerde toestand: Niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, andere dan deze bedoeld in rubriek 15.5, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan het sub 1° vermelde industriegebied, waarin: minder dan 10 voertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen (ongewijzigd) | 3 |
17.4. | Gecoördineerde toestand: Opslag van max. 5.000 I of kg bestrijdingsmiddelen in kleinverpakking (ongewijzigd) | 3 |
53.8.2° | Gecoördineerde toestand: Grondwaterwinning bestaande uit 1 geboorde put met een maximaal debiet van 17.200 m3/jaar tot en met 5 oktober 2036 (ongewijzigd)(tijdelijk) | 2 |
Conclusie:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een voorwaardelijk gunstig advies met volgende bijzondere voorwaarden:
● De paloxen moeten ordelijk opgesteld worden en mogen maximaal 8 meter hoog gestapeld zijn.
● Om hinder bij omwonende te beperken in het woongebied met landelijk karakter mogen vooraan langs het bedrijf (zoals stedenbouwkundig goedgekeurd) enkel personenwagens parkeren. Andere voertuigen dienen het inplantingsplan te volgen.
● De gestapelde paloxen en de groenschermen worden niet als geluidsdempend bufferscherm gezien. Er dient alsnog te worden voldaan aan artikel 5.15.0.6. §2, 3° van de sectorale voorwaarden in VLAREM II.
● De rustverstorende werkzaamheden zijn niet toegestaan op werkdagen voor 7u en na 19u, en op zon- en feestdagen.
● Transporten mogen enkel plaatsvinden tijdens de daguren (7u tot en met 19u).
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 15/04/2026 HET VOLGENDE:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
23.3.2°c) | Gecoördineerde toestand: Opslag van 90 ton paloxen in frigo's en loods (de gedeeltelijke opslag hiervan in openlucht is niet ingedeeld) (nieuw)(tijdelijk) | 2 |
6.4.1° | Gecoördineerde toestand: Opslag van 1550 liter olie, zijnde 7x200 liter en 1x150 liter (verandering) | 3 |
6.5.1° | Gecoördineerde toestand: Brandstofverdeelinstallatie voor motorvoertuigen: 1 verdeelinstallatie horende bij de opslag van 9500 liter diesel (verandering) | 3 |
15.1.2° | Gecoördineerde toestand: Stallen van 40 landbouwvoertuigen (verandering) | 2 |
16.3.2°b) | Gecoördineerde toestand: Koelinstallaties met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 360 kW + compressor van 5 kW (verandering)(tijdelijk) | 2 |
17.3.2.1.1.1°b) | Gecoördineerde toestand: Opslag van 9.500 liter (8,075 ton) mazout in een bovengrondse, dubbelwandige houder (verandering) | 3 |
19.6.2°b) | Gecoördineerde toestand: Opslag van 600 m³ houten paloxen, gedeeltelijk in de loods en gedeeltelijk in openlucht (verandering)(tijdelijk) | 3 |
19.6.2°c) | Gecoördineerde toestand: Opslag van 600 m³ houten paloxen, gedeeltelijk in de loods en gedeeltelijk in openlucht. (verandering) | 2 |
2.3.3.b) | Gecoördineerde toestand: Opslag en biologische behandeling van 6.000 liter restvloeistoffen (ongewijzigd)(tijdelijk) | 2 |
3.4.1°a) | Gecoördineerde toestand: Lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van fruitsortering op water (200 m³ per jaar) en het wassen van bedrijfsvoertuigen (25 m³ per jaar), met volgende debieten: 225 m³ per jaar, 5 m³ per dag en 0,5 m³ per uur (ongewijzigd) | 3 |
5.6. | Gecoördineerde toestand: Inrichtingen voor het schoonmaken van apparatuur, met uitzondering van hand- en rugspuitapparatuur, voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen (ongewijzigd)(tijdelijk) | 2 |
15.4.2°a) | Gecoördineerde toestand: Niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, andere dan deze bedoeld in rubriek 15.5, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan het sub 1° vermelde industriegebied, waarin: minder dan 10 voertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen (ongewijzigd) | 3 |
17.4. | Gecoördineerde toestand: Opslag van max. 5.000 I of kg bestrijdingsmiddelen in kleinverpakking (ongewijzigd) | 3 |
53.8.2° | Gecoördineerde toestand: Grondwaterwinning bestaande uit 1 geboorde put met een maximaal debiet van 17.200 m3/jaar tot en met 5 oktober 2036 (ongewijzigd)(tijdelijk) | 2 |
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De paloxen moeten ordelijk opgesteld worden en mogen maximaal 8 meter hoog gestapeld zijn.
● Om hinder bij omwonenden te beperken in het woongebied met landelijk karakter mogen vooraan langs het bedrijf (zoals stedenbouwkundig goedgekeurd) enkel personenwagens parkeren. Andere voertuigen dienen het inplantingsplan te volgen.
● De gestapelde paloxen en de groenschermen worden niet als geluidsdempend bufferscherm gezien. Er dient alsnog te worden voldaan aan artikel 5.15.0.6. §2, 3° van de sectorale voorwaarden in VLAREM II.
● De rustverstorende werkzaamheden zijn niet toegestaan op werkdagen voor 7u en na 19u, en op zon- en feestdagen.
● Transporten mogen enkel plaatsvinden tijdens de daguren (7u tot en met 19u).
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in Vlarem II. Deze zijn evenwel louter indicatief; bij wijziging van Vlarem II wordt de exploitant immers steeds geacht de meest actuele versie van de toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van Vlarem II is te raadplegen op de milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 15 04 2026
Omgevingsvergunning 1082
Aanvraag omgevingsvergunning over: de aanpassing van de milieuvergunning ingediend door Sarah Eyckmans namens LA LORRAINE ALKEN NV met als contactadres Nijverheidsstraat 1514 te 3570 Alken en Marc Vanherpe met als contactadres Elisabethlaan 143 te 9400 Ninove. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Nijverheidsstraat 1514, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 73 P en (afd. 2) sectie C 73 N. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers:
| Vanherpe Marc Paul voor LA LORRAINE ALKEN NV met postadres Nijverheidsstraat 1514 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel:
| Nijverheidsstraat 1514 te 3570 Alken |
Kadastrale gegevens:
| Afdeling 2 sectie C nrs. 73/P en 73/N |
Projectnaam:
| Industrieterrein Kolmen 1514 (Nijverheidsstraat) - La Lorraine Alken |
Dossiernummer:
| 2025148 |
Intern dossiernummer:
| 1082 |
ID omgevingsplatform: | OMV_2025085764
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
Een wijziging van de omgevingsvergunning voor milieutechnische handelingen.
Rubrieken
Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de Bijlage 1. Indelingslijst van de VLAREM II en worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
3.2.2°a) | Lozing van huishoudelijk afvalwater met een maximaal debiet van 6000 m3 / jaar in een centraal gebied. (nieuw) | 3 |
17.3.4.1°a) | Opslag van 1715 kg bijtende reinigingsmiddelen in verplaatsbare recipiënten. (nieuw) | 3 |
17.3.6.1°a) | Opslag van 1,715 ton schadelijke reinigingsmiddelen in verplaatsbare recipiënten. (nieuw) | 3 |
6.4.1° | Opslag van 15.000 liter koolzaadolie, 440 liter machine olie, 200 liter afgewerkte olie in verplaatsbare recipiënten. (verandering) | 3 |
15.1.2° | Het stallen van 30 bedrijfsvoertuigen waaronder vrachtwagens, heftrucks, reachtruck, hoogwerker, stapelaars en elektrische transpalleten. (verandering) | 2 |
16.3.2°b) | 2 propaan chillers, 1 CO2 diepvriesinstallatie, 1 rijstkast, 2 huurvriezers en diverse vriezers en airco's met een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 463 kW. (verandering) | 2 |
17.4. | Opslag van diverse gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in kleine verpakkingen met een maximale opslag van 5.000 liter. (verandering) | 3 |
43.1.2°a) | Diverse ovens en verwarmingsinstallaties met een totaal geïnstalleerd vermogen van 2193 kW. (verandering) | 2 |
45.8.2°a) | Diverse machines voor het bereiden van brood, sandwiches, banket en andere deegwaren met een totaal geïnstalleerd vermogen van 765,16 kW (verandering) | 2 |
3.4.2 | Het lozen van gemiddeld 4,7 m3/u - 58,8 m3/dag - 12500 m3/jaar bedrijfsafvalwater in de openbare riolering. (ongewijzigd) | 2 |
15.4.1° | Wasplaats voor het manueel wassen van vrachtwagens (ongewijzigd) | 3 |
29.5.7.1°a)1) | Ontvettingsfontein met 60 liter solventhoudende ontvetter (ongewijzigd) | 3 |
39.1.2° | 1 stoomketel met een waterinhoud van 1.825 liter (ongewijzigd) | 2 |
● Rubriek 12.2.1°a) ‘Elektriciteitsproductie: 100 kW tot en met 300 kW, wanneer de inrichting behoort bij een noodgroep en volledig is gelegen in een industriegebied: 2 transformatoren 400kVA en 250 kVA)’,
● Rubriek 12.3.2 ‘Accumulatoren: vaste inrichtingen voor het laden van accumulatoren door middel van toestellen met een geïnstalleerd totaal vermogen van meer dan 10 kW: 3 laadstations voor het laden van elektrische heftrucks van 5 kW, 2 kW en 4 kW, totaal vermogen 11 kW.’,
● Rubriek 17.3.6.2°b) ‘Opslagplaatsen voor vloeistoffen met een ontvlammingspunt hoger dan 55 °C, maar dat 100 °C niet overtreft met een totaal inhoudsvermogen van meer dan 20.000 I tot en met 500.000 I bij uitsluitend bovengrondse opslag: opslag van 25.000 liter mazout in bovengrondse dubbelwandige tank + 60 liter solvoclean in vat’,
● Rubriek 15.2 ‘Werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden), andere dan deze bedoeld in rubriek 15.3 en 15.5’,
● Rubriek 29.5.2.1°a) ‘Smederijen, andere dan deze bedoeld in rubriek 29.5.L, en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geinstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied: totaal vermogen van 21.25 kW’ en
● Rubriek 31.1.1°a) ‘Vast opgestelde motoren met een totaal nominaal vermogen van 10 kW tot en met 300 kW, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied: noodstroomgroep met een vermogen van 75 kW’ zijn niet langer van toepassing.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 –industriegebied.
Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan.
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd Gemeentelijk Ruimtelijk uitvoeringsplan onder Kolmen voor een zone voor lokaal bedrijventerrein.
Het blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
///
Watertoets :
///
Milieu:
De aanvraag omvat milieutechnische handelingen die ingedeeld zijn in bijlage 1 van Vlarem II.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 16/12/2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 7/01/2026 |
Opening openbaar onderzoek | 15/01/2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 13/02/2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Geen |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum advies GOA | 9/04/2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie C, nrs. 73/P en 73/N
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 9/12/1992 voor de (verdere) exploitatie van een industriële bakkerij: vergund.
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 24/08/1995 voor de uitbreiding en wijziging van de vergunde industriële bakkerij: vergund.
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 4/12/2003 voor het veranderen van een industriële bakkerij: vergund.
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 24/06/2004 voor een uitbreiding met een grondwaterwinning: vergund.
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 27/12/2012 voor een hernieuwing van de exploitatievergunning: vergund.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Beschrijving van de aanvrager en haar activiteiten: La Lorraine Alken nv
La Lorraine Bakery Group (LLBG) is een Belgisch familiebedrijf dat gespecialiseerd is in de productie en verkoop van bakkerijproducten, waaronder vers brood, viennoiserie (zoals croissants en koffiekoeken), patisserie en diepgevroren bake-off producten. Het bedrijf is actief in meer dan 30 landen en heeft productiesites verspreid over Europa. LLBG levert aan zowel de retailsector (supermarkten) als foodservice (hotels, horeca, catering) en industriële klanten.
La Lorraine Alken NV (voorheen Manshoven Vers NV) is één van de Belgische vestigingen van de groep. Deze site speelt een belangrijke rol in de productie van verse en diepgevroren bakkerijproducten, met een sterke focus op sandwiches en patisserie.
Ligging en infrastructuur
La Lorraine Alken NV bevindt zich op het Industrieterrein Kolmen 1514, 3570 Alken in Limburg, België. Deze locatie ligt strategisch vlakbij belangrijke verkeersaders: de autosnelweg E314 en regionale verbindingswegen, wat zorgt voor vlotte aan- en afvoer van zowel grondstoffen als afgewerkte bakerijproducten.
De vestiging te Alken telt rond de 150 vaste en 30 tijdelijke medewerkers en realiseert een omzet van bijna €45 miljoen.
Productieproces en technologie
Bij La Lorraine Alken onderscheiden we volgende productielijnen:
Patisserie afdeling Koude productiezone
○ Taartlijn
○ Kneedzone
○ Ovenzone
○ Keuken - afweegafdeling
Sandwich afdeling
● Kneedzone
● automatische lijn
● inpakzone
Bij de patisserie afdeling onderscheiden we volgende stappen:
○ ingrediënten aanvoer
○ ingrediënten opslag
○ maken van halffabrikaten zeven, wegen, kneden, mengen
○ automatische lijn incl rijsproces
○ bakken van eindproducten – koelen van eindproducten
○ verpakken van eindproducten
○ stockage van eindproducten (gekoeld – diepgevroren)
○ transport
○ reiniging
○ Bij de sandwichafdeling onderscheiden we volgende stappen:
● ingrediënten aanvoer
● ingrediënten opslag
● maken van halffabrikaten zeven, wegen, kneden, mengen
● automatische lijn incl rijsproces
● bakken van eindproducten – koelen van eindproducten
● verpakken van eindproducten
● stockage van eindproducten (gekoeld – diepgevroren)
● transport
● reiniging
○ Afzetmarkt en economische betekenis
Elke dag vertrekken er vanuit de bakkerij in Alken zo’n 25 vrachtwagens vrijwel gelijktijdig. Zij leveren aan ongeveer 250 klanten, waaronder bakkers, supermarkten, buurtwinkels, ziekenhuizen en zorginstellingen. De volledige distributie wordt centraal aangestuurd vanuit de bakkerij.
Klasse 2-bedrijf
La Lorraine Alken is vergund als klasse 2-inrichting, overeenkomstig Vlarem II, de vergunning dateert van 27 december 2012 en is geldig tot 27 december 2032.
Doel van de huidige aanvraag
Met deze aanvraag wenst La Lorraine Alken haar bestaande milieuvergunning te actualiseren met het oog op het behoud en de voortzetting van de bestaande activiteiten op de huidige site.
De voornaamste wijzigingen ten opzichte van de huidige vergunning zijn:
○ Naamswijziging exploitant: de huidige vergunning werd destijds afgeleverd op naam van Manshoven Vers NV. Eind 2016 werd echter beslist om de naam van Manshoven Vers NV te wijzigen naar La Lorraine Alken NV. Deze vergunningsaanvraag houdt rekening met deze naamswijziging.
○ Rubriek 3.2.2°a): Het huishoudelijk afvalwater en het bedrijfsafvalwater worden afzonderlijk afgevoerd en geloosd op de openbare riolering, conform het rioleringsplan in bijlage. Om deze reden wordt de rubriek met betrekking tot de lozing van huishoudelijk afvalwater aanvullend opgenomen in deze vergunningsaanvraag.
○ Rubriek 12.2.1°a): La Lorraine Alken heeft momenteel een vergunning voor twee transformateren (250 kVA en 400 kVA). Door een wijziging in de indelingslijst zijn installaties tot en met 1000 kVA niet langer vergunningsplichtig. Deze rubriek wordt daarom geschrapt uit de aanvraag, hoewel de installaties behouden blijven.
○ Rubriek 12.3.2: Het bedrijf beschikt over een vergunning voor 3 batterijladers voor het opladen van elektrische werkmiddelen zoals heftrucks, reachtrucks, transpaletten, ...
Ook deze installaties vallen volgens de aangepaste regelgeving niet langer onder de vergunningsplicht. Deze rubriek wordt geschrapt, maar de laadstations blijven operationeel.
○ Rubriek 15.2: La Lorraine Alken is vergund voor een werkplaats voor het onderhoud van de vrachtwagens, maar deze activiteiten worden al jaren niet meer uitgevoerd. De vrachtwagens worden onderhouden door een externe firma. Vandaar dat deze rubriek uit de vergunning wordt geschrapt.
○ Rubriek 16.3.1.1°: Verschillende koelinstallaties zijn vervangen door nieuwe, energiezuinigere exemplaren met een lagere GWP. Bovendien wordt in de vergunning de mogelijkheid opgenomen om bij hoge drukte, bijvoorbeeld tijdens de eindejaarsperiode, maximaal twee extra huurvriezers te plaatsen.
○ Rubriek 17: De huidige vergunning dateert van vóór de invoering van de CLP-verordening. De vertaling naar de CLP-wetgeving werd als bijlage bij de vergunningsaanvraag toegevoegd en de vergunning wordt aangepast aan de actuele opslag voor gevaarlijke stoffen. De bovengrondse mazouttank werd in 2019 uit dienst genomen en werd daarom geschrapt uit de aanvraag. Hierdoor kan de opslag van alle gevaarlijke stoffen gebeuren via rubriek 17.4. Daarnaast werden nog enkele reinigingsmiddelen opgenomen in rubrieken 17.3.4.1°a) en 17.3.6.1°a).
○ Rubriek 29.5.2.1°a): Door uitdienstname van een aantal toestellen voor metaalbewerking is deze rubriek niet langer van toepassing omdat het totaal geïnstalleerd vermogen minder dan 5 kW bedraagt.
○ Rubriek 31.1.1°a: In de huidige vergunning is een noodstroomgroep van 75 kW opgenomen. Deze is nog steeds aanwezig, maar aangezien de vergunningsverplichting pas geldt vanaf 300 kW, kan deze rubriek worden geschrapt. Het bijhorende mazoutbuffervat van 190 liter wordt niet beschouwd als opslagtank en valt daarom niet onder de opslag van gevaarlijke stoffen.
○ 43.1.2°a): In het verleden werden verschillende stookinstallaties buiten dienst gesteld en vervangen door energie-efficiëntere toestellen. Hierdoor neemt het totaal thermisch geïnstalleerd vermogen af.
○ Rubriek 45.8.2°a): Naar aanleiding van deze vergunningsaanvraag werd de inventaris van de geïnstalleerde machines nagezien en geactualiseerd. Dit resulteert in een regularisatie van het totaal geïnstalleerd vermogen van de machines voor het bereiden van brood, sandwiches, banket en andere deegwaren.
○ Bijzondere voorwaarden: La Lorraine Alken heeft in haar huidige milieuvergunning emissiegrenswaarden opgelegd gekregen voor verschillende parameters, waaronder chloriden. De opgelegde emissiegrenswaarde voor chloriden in het afvalwater ligt echter lager dan de toegelaten concentratie chloriden in het aangevoerde drinkwater. Dit zou betekenen dat het bedrijf het drinkwater eerst zou moeten zuiveren alvorens het te lozen, wat onrealistisch is. Daarom vraagt La Lorraine Alken om een verhoging van de toegestane emissiegrenswaarde voor chloriden in het afvalwater.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in regel met het geldende gemeentelijk RUP, Kolmen. De inrichting is gelegen op 256 meter van VEN en IVON gebied (De Herk).
Het perceel ligt op meer dan 450 meter van een habitat- en vogelrichtlijngebied.
De aanvraag is niet opgenomen in de biologische waarderingskaart, maar ligt op 30 meter van een biologisch waardevol soortenrijk permanent cultuurgrasland en bomenrij met dominantie van wilg.
Tot slot is de aanvraag niet gelegen in een beschermingszone van het type I of II van grondwaterwinningen, bestemd voor de openbare watervoorziening, zoals afgebakend in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende nadere regels voor de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Vlaamse Milieumaatschappij | 7/01/2026 | 9/01/2026 | geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
Externe Adviezen
De Vlaamse Milieumaatschappij reageerde op 9/01/2026 dat er in dit dossier geen advies gegeven wordt.
2.e. Openbaar onderzoek
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 15/01/2026 tot 13/02/2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaar.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werden geen bezwaarschriften ingediend.
2.g. Beoordeling
Aanvraag tot bijstelling van de emissiegrenswaarde voor chloriden in het bedrijfsafvalwater
In de huidige milieuvergunning van 2012 zijn emissiegrenswaarden opgenomen voor de lozing van bedrijfsafvalwater in de openbare riolering. Voor chloride geldt op dit moment een emissiegrenswaarde van 85 mg/l. Uit de opvolging van de lozingskwaliteit blijkt dat deze norm structureel niet kan worden gehaald: sinds 2022 bedraagt de gemiddelde concentratie 144 mg/l, met waarden variërend tussen 124 mg/l en 185 mg/l.
Oorzaken van de overschrijding
Uit bijkomende analyses blijkt dat het binnenkomende drinkwater, geleverd door De Watergroep, reeds een chloridegehalte van gemiddeld 100 mg/l bevat. Dit vormt dus de basisbelasting, nog vóór enige industriële verwerking. Door de waterbehandeling in de ontharder ten behoeve van het ketelvoedingswater treedt bovendien een opconcentratie-effect op, wat resulteert in een hogere chlorideconcentratie in het afvalwater. De overschrijdingen zijn dan ook voornamelijk proces- en inname-gerelateerd, en niet het gevolg van bijkomende chemische toevoegingen of productieactiviteiten.
Regelgevend kader
● Indelingscriteria gevaarlijke stoffen (Vlarem II, bijlage 2.3.1. §4): er is geen indelingscriterium voor chloriden.
● Rapportagegrens (Vlarem II, bijlage 4.2.5.2): 25 mg/l.
● Sectorale voorwaarden (Vlarem II, bijlage 5.3.2): er zijn geen sectorale lozingsnormen voor chloriden.
● Drinkwaterbesluit, Bijlage I, deel C: het drinkwater mag wettelijk tot 250 mg/l chloriden bevatten.
Effecten op de RWZI en milieu-impact
De concentraties die La Lorraine Alken wenst te lozen (maximaal in de grootteorde van 185 mg/l, met een aangevraagde grenswaarde tot 250 mg/l) blijven ruimschoots onder de wettelijke norm voor drinkwaterkwaliteit.
● Dit impliceert dat het geloosde afvalwater geen bijzondere toxicologische of ecologische belasting vormt voor het milieu.
● Chloriden worden niet beschouwd als gevaarlijke stoffen binnen de Vlarem-indeling.
● Voor de werking van de RWZI hebben chlorideconcentraties in deze grootteorde geen noemenswaardige negatieve invloed: de aangevraagde waarden liggen ruim onder niveaus waarbij microbiële activiteit of zuiveringsprocessen worden verstoord.
Beoordeling aanvraag tot bijstelling van de emissiegrenswaarde voor chloriden in het bedrijfsafvalwater
Gelet op:
● het hoge achtergrondgehalte van chloriden in het inkomend drinkwater,
● het onvermijdelijke opconcentratie-effect door interne waterbehandeling,
● het ontbreken van sectorale of indelingsnormen voor chloriden, en
● het feit dat de aangevraagde waarde in lijn is met de drinkwaternorm (250 mg/l) en geen bijkomende milieu-impact veroorzaakt.
● Deze bijstelling noodzakelijk is om de vergunningsvoorwaarden in overeenstemming te brengen met de feitelijke en technisch onvermijdelijke chlorideconcentraties, zonder dat hierdoor negatieve effecten op het milieu of de werking van de RWZI optreden.
wordt een verhoging van de emissiegrenswaarde voor chloriden van 85 mg/l naar 250 mg/l aangepast in de bijzondere voorwaarden inzake lozing van bedrijfsafvalwater in de openbare riolering.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
In de beoordeling van de effecten op de omgeving is de impact omschreven en wordt nagegaan of de effecten als niet aanzienlijk mogen beschouwd worden.
Mobiliteit
De verkeersgeneratie van La Lorraine Alken NV:
● Ligt binnen de draagkracht van het bestaande wegennet.
● Heeft geen significante impact op de doorstroming of veiligheid van de N80, E313 of E314.
● Is dankzij de ligging en gespreide verkeersstromen goed inpasbaar in het lokale en bovenlokale mobiliteitsnetwerk.
Bodem
Effecten op Bodem
De bronnen van emissies naar de bodem op het terrein van La Lorraine Alken zijn beperkt. Er is slechts een minimale opslag van gevaarlijke producten, die bovendien volledig binnen in de bakkerij is gesitueerd. Deze producten worden opgeslagen op lekbakken en boven een verharde, vloeistofdichte ondergrond, conform de milieutechnische voorschriften. Hierdoor wordt het risico op bodemverontreiniging als verwaarloosbaar beschouwd.
Ook de buitenomgeving van het terrein is voorzien van maatregelen om bodemverontreiniging te voorkomen. Zo is de parking van de vrachtwagens volledig verhard en aangesloten op een installatie met KWS-afscheiders, die het risico op verontreiniging door olie- en brandstofresten significant beperken.
Het perceel maakt echter deel uit van een verspreidingsperceel, waarbij historische verontreiniging afkomstig van de naburige site Datwyler zich tot op het terrein van La Lorraine Alken heeft uitgebreid.
Bodemverontreiniging afkomstig van Datwyler
Op 2 maart 2021 werd een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) voor het perceel van Datwyler opgesteld en vervolgens op 20 april 2021 goedgekeurd door OVAM. Uit dit onderzoek blijkt een verontreiniging met vluchtige gechloreerde solventen (VOCl), die zich in oostelijke (stroomafwaartse) richting heeft verspreid tot op de aanpalende percelen, waaronder het terrein van LLBG.
In het kader van het BBO werden met toestemming van LLBG circa tien peilbuizen op hun terrein geplaatst. Een aantal daarvan is intussen verwijderd, onder meer in het kader van de heraanleg van de westelijke parking. Op de luchtfoto in bijlage zijn deze peilbuizen aangeduid (groen: nog aanwezig, blauw: vernietigd).
De analyseresultaten tonen aan dat op het terrein van LLBG een grondwaterverontreiniging met VOCl aanwezig is in het grondwaterpakket tussen 5 en 13 meter onder maaiveld. In de diepere peilbuizen (zoals P516, P518, P6002, P6003, P6013 en P6014) werden overschrijdingen van de bodemsaneringsnormen vastgesteld. In de ondiepe grondwaterlaag (2–5 m-mv) zijn geen overschrijdingen waargenomen (o.a. in P800 en P803).
Er worden geen verhoogde VOCl-concentraties aangetroffen in het vaste deel van de bodem. Aangezien op het terrein van LLBG geen activiteiten plaatsvinden die aanleiding geven tot deze verontreiniging, vormt deze geen humaan risico binnen de huidige exploitatie.
Vanwege de vastgestelde verspreiding is er een saneringsnoodzaak vastgesteld voor deze verontreiniging met VOCl. Er is momenteel een bodemsaneringsproject in opmaak.
Gebruiksadvies
In het goedgekeurde BBO werd voor het terrein van LLBG een gebruiksadvies GA2 geformuleerd. Hierbij wordt aanbevolen om bij eventuele bemalingen maatregelen te nemen om verdere verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan. Tevens wordt afgeraden om grondwater op het perceel aan te wenden voor toepassingen zoals drinkwater, tuinirrigatie of industriële processen. Indien gebruik wordt gemaakt van een warmtepompsysteem, zijn beschermende maatregelen aanbevolen. Drinkwaterwinning uit diepere lagen blijft evenwel mogelijk.
Onderzoek naar PFAS
Naar aanleiding van de recente problematiek rond PFAS-verontreiniging werd een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Historisch onderzoek wijst erop dat begin jaren 1980 op de site van Datwyler een grote brand heeft gewoed, waarbij vermoedelijk PFAS-houdend blusschuim werd ingezet.
Uit recente analyses blijkt inderdaad een verontreiniging met PFAS op de site van Datwyler, die zich eveneens heeft uitgebreid tot op het terrein van LLBG. In peilbuis P7015 zijn verhoogde concentraties vastgesteld. De afbakening van deze PFAS-verontreiniging moet nog worden vervolledigd. Dit zal in hoofdzaak gebeuren via gebruik van bestaande peilbuizen, zoals weergegeven op het bijgevoegd plan.
Bodemonderzoek Wemar Cars (perceel 2de afdeling, Sectie C nummer 73 G)
In 2006 werd er een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd op een van de percelen van La Lorraine (perceel ). De conclusie van dit rapport luidt dat uit het oriënterend bodemonderzoek van 2000 blijkt een overschrijding van de 80%-II-BSN norm voor nikkel en zink in het grondwater.
Bij latere analyses blijft nikkel de norm overschrijden, maar zink niet. Het perceel is daarom opgenomen in het register van verontreinigde gronden, maar er is geen beschrijvend bodemonderzoek nodig.
Watersysteem
Effecten op Water
La Lorraine Alken is momenteel vergund voor rubriek 3.4.2°: het lozen van bedrijfsafvalwater, al dan niet met één of meer gevaarlijke stoffen zoals vermeld in bijlage 2C van Vlarem II, in concentraties hoger dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van 4,7 m³/u – 58,8 m³/dag – 12.500 m³/jaar, via aansluiting op de openbare riolering.
Waterverbruik
Het gemiddelde waterverbruik van de voorbije jaren bedraagt ca. 15.000 m³/jaar.
● Productie: het grootste deel van het waterverbruik wordt ingezet in de bereidingen en het schoonmaken van installaties en vloeren.
● Grondwater: er wordt reeds meerdere jaren geen grondwater meer gebruikt; de vroegere grondwaterwinning wordt in deze aanvraag definitief geschrapt.
● Hemelwater: er zijn 2 hemelwaterputten geïnstalleerd voor de opvang en hergebruik van het hemelwater voor het sanitair.
Waterlozing en infiltratie
● Het bedrijf beschikt over een meetgoot en een continue debietsmeting voor het bedrijfsafvalwater. Hoewel deze meting niet wettelijk verplicht is, wordt ze toegepast als interne controle. De debietsmeting werd recent geattesteerd.
● Op basis van de uitgevoerde debietsmetingen sinds 2022 bedraagt het gemiddelde lozingsdebiet van het bedrijfsafvalwater 17,9 m³/dag met een maximum van 46,5 m³/dag.
● Sanitair water: voor ca. 150 werknemers en 30 interims wordt het verbruik berekend op ca. 5.400 m³/jaar (180 x 30 m³/jaar). Dit passeert niet via de meetgoot en wordt apart geloosd op de openbare riolering (DWA), vandaar dat ook een vergunning voor rubriek 3.2.2°a) wordt aangevraagd.
● Het hemelwater van de nieuwe luifel met zonnepanelen wordt op het eigen terrein geïnfiltreerd in een onverharde zone, zonder afvloeiing naar aangrenzende percelen of het openbaar domein.
● Daarnaast wordt het hemelwater van de NW-zijde van het bedrijfsterrein opgevangen in een buffer- en infiltratiebekken met vooarafgaande KWS-afscheider. De overloop van dit bekken is aangesloten op de openbare RWA-riolering.
Bijzondere voorwaarden
In de milieuvergunning van 2012 zijn specifieke lozingsnormen opgelegd voor het bedrijfsafvalwater in de openbare riolering:
● Zwevende stoffen: 1.000 mg/l
● Chloride: 85 mg/l
● Totaal stikstof: 62 mg/l
● Totaal fosfor: 66 mg/l
● Chroom (totaal): 0,02 mg/l
● Koper (totaal): 0,2 mg/l
● Nikkel: 0,03 mg/l
● Zink (totaal): 0,5 mg/l
Uit de meetresultaten sinds 2022 blijkt dat de opgelegde grenswaarden worden nageleefd, met uitzondering van chloride, waarvoor de huidige emissiegrenswaarde niet steeds haalbaar is. In deze aanvraag wordt daarom een bijstelling van de emissiegrenswaarde voor chloride gevraagd.
Preventieve maatregelen
Om emissies naar water te beperken en te beheersen, worden de volgende maatregelen toegepast:
● Olie- en vetafscheiders op parkings en zones met risico op verontreiniging.
● Septische put op het sanitair afvalwater.
● Meetgoot en debietsmeter voor monitoring van de lozingen (attestatie recent uitgevoerd).
● Aansluiting op collectief geoptimaliseerd gebied (CGA), conform de richtlijnen van de rioolbeheerder.
● Jaarlijkse staalnames en analyses tijdens de heffingscampagnes om naleving van de lozingsvoorwaarden te controleren.
Beoordeling van de milieueffecten
Met de toegepaste scheiding van waterstromen, de aanwezigheid van KWS-afscheiders en de continue opvolging via debietsmeting en staalnames, wordt de impact van de lozingen op het oppervlaktewater en de rioleringsinfrastructuur als beheerst en aanvaardbaar beoordeeld. Afwijkingen worden beperkt tot chloride, waarvoor een bijstelling van de emissiegrenswaarde wordt aangevraagd.
De totale milieueffecten op water worden hiermee voldoende onder controle gehouden en voldoen aan de bepalingen van Vlarem II.
Luchtkwaliteit
Effecten op lucht
Binnen de inrichting zijn een aantal bronnen aanwezig die aanleiding geven tot luchtemissies. Het betreft voornamelijk:
Tijdens het afwegen, mengen en transporteren van bloem kan stof vrijkomen. Deze emissies zijn in de regel beperkt en hoofdzakelijk van tijdelijke aard (bijv. bij het vullen of legen van installaties).
De aanvoer van bloem gebeurt zowel in bulk (via bulkwagens) als in verpakte vorm (zakgoed). Het bulktransport vindt pneumatisch plaats via gesloten losslangen rechtstreeks naar de silo’s. Hierdoor is het proces volledig afgesloten en bestaat er geen risico op opstuiven of verspreiding van stof naar de omgeving.
De opslag van bloem vindt eveneens plaats in gesloten silo’s. De silo’s zijn voorzien van filters die op regelmatige basis worden onderhouden om een optimale werking en minimale stofemissie te waarborgen.
Voor de productie worden verwarmingsinstallaties en verschillende ovens ingezet die werken op aardgas. Hierbij komen voornamelijk koolstofdioxide (CO₂), stikstofoxiden (NOₓ), koolmonoxide (CO) en in zeer beperkte mate fijn stof vrij. Omdat aardgas een relatief schone brandstof is, blijven deze emissies beperkt.
Maatregelen ter beperking van de emissies
Om de emissies zoveel mogelijk te reduceren en conform de geldende milieuwetgeving te handelen, worden de volgende maatregelen getroffen:
Beheersing van stofemissies:
● Gebruik van gesloten systemen voor opslag en transport van bloem waar mogelijk. Zo beschikt La Lorraine Alken over 2 opslagsilo’s voor bloem.
● Afzuiging en stoffilters ter plaatse van kritische punten.
● Goede housekeeping en periodieke schoonmaak om stofdepositie in de productieomgeving te minimaliseren.
Beheersing van verbrandingsemissies:
● Inzet van energie-efficiënte ovens en verwarmingsinstallaties die functioneren op aardgas.
● Periodiek en preventief onderhoud van de stookinstallaties en ovens, met bijzondere aandacht voor de branderafstelling, zodat een optimale en schone verbranding wordt gewaarborgd.
● Uitvoering van emissiemetingen conform de geldende wettelijke bepalingen om de naleving van de emissiegrenswaarden te verifiëren.
Beoordeling van de effecten
● Gezien de aard van de gebruikte brandstof (aardgas), de relatief beperkte schaal van de emissiebronnen, en de toepassing van doeltreffende technische en organisatorische maatregelen, worden de effecten op de luchtkwaliteit als niet aanzienlijk beoordeeld.
● De stofemissies beperken zich hoofdzakelijk tot de onmiddellijke productieomgeving en worden door middel van afzuiging en filtering onder controle gehouden. De verbrandingsemissies blijven, mede door het gebruik van aardgas en een correcte afstelling van de installaties, ruim binnen de wettelijk toegestane waarden.
Op basis hiervan kan gesteld worden dat de activiteiten van La Lorraine Alken geen significante negatieve effecten hebben op de luchtkwaliteit in de omgeving.
Geuremissies
Naast stof- en verbrandingsemissies kunnen bij het productieproces ook geuremissies optreden. Deze ontstaan voornamelijk tijdens het bakproces in de ovens, waar bij verhitting van deegproducten geurcomponenten vrijkomen. Het gaat hierbij vooral om geurstoffen die kenmerkend zijn voor brood- en banketproducten.
De emissies zijn in de praktijk van tijdelijke aard en volgen de productieritmes (vooral tijdens bak- en productiepiekuren). De geur wordt doorgaans niet als hinderlijk ervaren, maar eerder als een herkenbaar en positief geassocieerd geurprofiel. Niettemin wordt aandacht besteed aan beheersing van mogelijke geurhinder.
Geluid of trillingen
Beschrijving van bronnen van geluid en trillingen
Binnen het terrein en in de directe omgeving van de bakkerij worden de volgende geluids- en trillingsbronnen geïdentificeerd:
Interne bedrijfsbronnen
● Industriële mixers en deegverwerkingsmachines (continu en pulserend geluid tijdens productie).
● Oveninstallaties en bijhorende afzuig- en toevoerluchtmotoren (stationair, continu).
● Compressoren en koelinstallaties (koelgroepen, condensors).
● Pak- en verpakkingslijnen, transportbanden en sorteermachines (cyclisch geluid).
● Pompen, ventilatoren en luchtbehandelingskasten (HVAC-systemen).
● Nood- en hulpaggregaten (periodisch of bij calamiteiten/onderhoud).
Externe en logistieke bronnen
● Aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten: vrachtverkeer (laden/lossen, manoeuvreren, stationair draaien van motoren).
● Personen- en bestelverkeer van en naar bedrijf (begin/einde dienst).
● Activiteiten in de laad- en loszone (heftrucks, pallets, rolcontainers) die zowel geluid als lokale trillingen kunnen veroorzaken.
Trillingsspecifieke bronnen
● Zware mechanische apparatuur (grote mixers, deegvermalers) en transportbewegingen nabij funderingen kunnen bodemtrillingen veroorzaken.
● Rijdend zwaar verkeer kan kortdurende trillingspieken naar omliggende gebouwen geven.
Maatregelen om effecten van geluid en trillingen te voorkomen of te beperken
Het beleid van La Lorraine Alken is gericht op voorkoming (bronmaatregelen) en waar noodzakelijk bron- en overdrachtsbeperking. Belangrijke maatregelen:
Bronmaatregelen (prioriteit)
● Selectie van laag-geluid apparatuur bij aankoop (specs/geluidslabel, leveranciersverklaring).
● Akoestische omsluitingen voor lawaaierige installaties (compressoren, ventilatoren, mixers).
● Wrijving- en trillingsdempers: antivibratievoeten / elastische funderingsoplossingen voor mixers, pompen en compressoren.
● Geluidsdempers en in- en uitlaatstillers op ventilatiekanalen en afzuigingen (silencers).
● Regelmatig onderhoud (smering, uitlijning, lagerinspecties) om geluid én onverwachte trillingen te beperken.
Overdrachtsbeperking (gebouw/terrein)
● Isolerende wanden/plafonds in productie- en machinekamers.
● Bufferzones en oriëntatie: lawaaierige activiteiten worden zoveel mogelijk aan de binnenzijde van het terrein verricht.
● Het bedrijf ligt volledig in industriegebied.
Operationele en organisatorische maatregelen
● Nachtelijke en avondactiviteiten voor lawaaiige werkzaamheden worden - tenzij noodzakelijk – zo veel als mogelijk vermeden.
● Gebruik van elektrische in plaats van diesel aangedreven interne voertuigen (heftrucks en transpaletten).
● Bewustzijn en instructie voor personeel (stil werken bij laden, motoren afzetten tijdens standstill).
La Lorraine Alken heeft de bronnen van geluid en trillingen in kaart gebracht (productieapparatuur, HVAC, compressoren, logistiek) en implementeert een combinatie van bronmaatregelen (akoestische omkapseling, antivibratie-ophanging, lage-geluidsapparatuur), overdrachtsmaatregelen (gebouwaansluiting en scherming) en operationele maatregelen (leveringsschema’s, snelheidslimieten, onderhoud).
Door de implementatie van de vermelde maatregelen worden geen aanzienlijke geluids- en trillingseffecten op het leefklimaat of de gezondheid van omwonenden verwacht.
Biodiversiteit
Aangezien de som van de waarden van de stikstofemissies van mobiliteit en de stookinstallaties minder is dan 100%, kan worden geconcludeerd dat de impactscore kleiner is dan 1%. Hierdoor is een verdere passende beoordeling met betrekking tot de effecten van stikstofdepositie niet noodzakelijk.
Zware ongevallen of rampen
La Lorraine Alken beschikt over een degelijk nood- en preventieplan met aandacht voor brandbestrijding, evacuatie en EHBO.
De omgang met gevaarlijke stoffen is conform de regels: beperkte hoeveelheden, veilige opslag en spillkits aanwezig.
Klimaat
Aangezien het een aanvraag betreft die geen betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage II van het m.e.r.-besluit van 24/10/2025 (project-m.e.r.-screening) is dit niet van toepassing.
Gelet op de geformuleerde motivering wordt gesteld dat er geen aanzienlijke effecten op de omgeving te verwachten zijn.
Op basis van de beoordeling en de adviezen omvat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
3.2.2°a) | Lozing van huishoudelijk afvalwater met een maximaal debiet van 6000 m3 / jaar in een centraal gebied. (nieuw) | 3 |
17.3.4.1°a) | Opslag van 1715 kg bijtende reinigingsmiddelen in verplaatsbare recipiënten. (nieuw) | 3 |
17.3.6.1°a) | Opslag van 1,715 ton schadelijke reinigingsmiddelen in verplaatsbare recipiënten. (nieuw) | 3 |
6.4.1° | Opslag van 15.000 liter koolzaadolie, 440 liter machine olie, 200 liter afgewerkte olie in verplaatsbare recipiënten. (verandering) | 3 |
15.1.2° | Het stallen van 30 bedrijfsvoertuigen waaronder vrachtwagens, heftrucks, reachtruck, hoogwerker, stapelaars en elektrische transpaletten. (verandering) | 2 |
16.3.2°b) | 2 propaan chillers, 1 CO2 diepvriesinstallatie, 1 rijstkast, 2 huurvriezers en diverse vriezers en airco's met een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 463 kW. (verandering) | 2 |
17.4. | Opslag van diverse gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in kleine verpakkingen met een maximale opslag van 5.000 liter. (verandering) | 3 |
43.1.2°a) | Diverse ovens en verwarmingsinstallaties met een totaal geïnstalleerd vermogen van 2193 kW. (verandering) | 2 |
45.8.2°a) | Diverse machines voor het bereiden van brood, sandwiches, banket en andere deegwaren met een totaal geïnstalleerd vermogen van 765,16 kW (verandering) | 2 |
3.4.2 | Het lozen van gemiddeld 4,7 m3/u - 58,8 m3/dag - 12500 m3/jaar bedrijfsafvalwater in de openbare riolering. (ongewijzigd) | 2 |
15.4.1° | Wasplaats voor het manueel wassen van vrachtwagens (ongewijzigd) | 3 |
29.5.7.1°a)1) | Ontvettingsfontein met 60 liter solventhoudende ontvetter (ongewijzigd) | 3 |
39.1.2° | 1 stoomketel met een waterinhoud van 1.825 liter (ongewijzigd) | 2 |
Conclusie:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een voorwaardelijk gunstig advies met volgende bijzondere voorwaarden:
● De bijzondere voorwaarden inzake lozing van bedrijfsafvalwater in de openbare riolering:
○ zwevende stoffen 1.000 mg/l (ongewijzigd);
○ chloride 250 mg/l (aangepast);
○ totaal stikstof 62 mg/l (ongewijzigd);
○ totaal fosfor 66 mg/l (ongewijzigd);
○ chroom (totaal) 0,02 mg/l (ongewijzigd);
○ koper (totaal) 0,2 mg/l (ongewijzigd);
○ nikkel (totaal) 0,03 mg/l (ongewijzigd);
○ zink (totaal) 0,5 mg/l (ongewijzigd).
● De overloop van het infiltratie/bufferbekken dient aangesloten te worden op het RWA-gedeelte van de gescheiden riolering.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit.
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 15/04/2026 HET VOLGENDE:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
3.2.2°a) | Lozing van huishoudelijk afvalwater met een maximaal debiet van 6000 m3 / jaar in een centraal gebied. (nieuw) | 3 |
17.3.4.1°a) | Opslag van 1715 kg bijtende reinigingsmiddelen in verplaatsbare recipiënten. (nieuw) | 3 |
17.3.6.1°a) | Opslag van 1,715 ton schadelijke reinigingsmiddelen in verplaatsbare recipiënten. (nieuw) | 3 |
6.4.1° | Opslag van 15.000 liter koolzaadolie, 440 liter machine olie, 200 liter afgewerkte olie in verplaatsbare recipiënten. (verandering) | 3 |
15.1.2° | Het stallen van 30 bedrijfsvoertuigen waaronder vrachtwagens, heftrucks, reachtruck, hoogwerker, stapelaars en elektrische transpaletten. (verandering) | 2 |
16.3.2°b) | 2 propaan chillers, 1 CO2 diepvriesinstallatie, 1 rijstkast, 2 huurvriezers en diverse vriezers en airco's met een totaal geïnstalleerd elektrisch vermogen van 463 kW. (verandering) | 2 |
17.4. | Opslag van diverse gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in kleine verpakkingen met een maximale opslag van 5.000 liter. (verandering) | 3 |
43.1.2°a) | Diverse ovens en verwarmingsinstallaties met een totaal geïnstalleerd vermogen van 2193 kW. (verandering) | 2 |
45.8.2°a) | Diverse machines voor het bereiden van brood, sandwiches, banket en andere deegwaren met een totaal geïnstalleerd vermogen van 765,16 kW (verandering) | 2 |
3.4.2 | Het lozen van gemiddeld 4,7 m3/u - 58,8 m3/dag - 12500 m3/jaar bedrijfsafvalwater in de openbare riolering. (ongewijzigd) | 2 |
15.4.1° | Wasplaats voor het manueel wassen van vrachtwagens (ongewijzigd) | 3 |
29.5.7.1°a)1) | Ontvettingsfontein met 60 liter solventhoudende ontvetter (ongewijzigd) | 3 |
39.1.2° | 1 stoomketel met een waterinhoud van 1.825 liter (ongewijzigd) | 2 |
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De bijzondere voorwaarden inzake lozing van bedrijfsafvalwater in de openbare riolering:
○ zwevende stoffen 1.000 mg/l (ongewijzigd);
○ chloride 250 mg/l (aangepast);
○ totaal stikstof 62 mg/l (ongewijzigd);
○ totaal fosfor 66 mg/l (ongewijzigd);
○ chroom (totaal) 0,02 mg/l (ongewijzigd);
○ koper (totaal) 0,2 mg/l (ongewijzigd);
○ nikkel (totaal) 0,03 mg/l (ongewijzigd);
○ zink (totaal) 0,5 mg/l (ongewijzigd).
● De overloop van het infiltratie/bufferbekken dient aangesloten te worden op het RWA-gedeelte van de gescheiden riolering.
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in Vlarem II. Deze zijn evenwel louter indicatief; bij wijziging van Vlarem II wordt de exploitant immers steeds geacht de meest actuele versie van de toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van Vlarem II is te raadplegen op de milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 15/04/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Sarah Eyckmans namens LA LORRAINE ALKEN NV met als contactadres Nijverheidsstraat 1514 te 3570 Alken en Marc Vanherpe met als contactadres Elisabethlaan 143 te 9400 Ninove, de aanpassing van de milieuvergunning, gelegen Nijverheidsstraat 1514, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 73 P en (afd. 2) sectie C 73 N voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De bijzondere voorwaarden inzake lozing van bedrijfsafvalwater in de openbare riolering:
○ zwevende stoffen 1.000 mg/l (ongewijzigd);
○ chloride 250 mg/l (aangepast);
○ totaal stikstof 62 mg/l (ongewijzigd);
○ totaal fosfor 66 mg/l (ongewijzigd);
○ chroom (totaal) 0,02 mg/l (ongewijzigd);
○ koper (totaal) 0,2 mg/l (ongewijzigd);
○ nikkel (totaal) 0,03 mg/l (ongewijzigd);
○ zink (totaal) 0,5 mg/l (ongewijzigd).
● De overloop van het infiltratie/bufferbekken dient aangesloten te worden op het RWA-gedeelte van de gescheiden riolering.
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in Vlarem II. Deze zijn evenwel louter indicatief; bij wijziging van Vlarem II wordt de exploitant immers steeds geacht de meest actuele versie van de toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van Vlarem II is te raadplegen op de milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 15 04 2026
Omgevingsvergunning 1091
Aanvraag omgevingsvergunning over: verbouwing van een bestaande halfopen ééngezinswoning ingediend door Diede en Loes Sauwens - Vanvoorden wonende te Grootstraat 42 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Kapelstraat 51, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 201 K en (afd. 1) sectie B 201 L. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Diede en Loes Sauwens - Vanvoorden wonende te Grootstraat 42 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Kapelstraat 51
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nrs. 201K en 201L
|
Projectnaam: | Kapelstraat 51 - Sauwens-Vanvoorden
|
Dossiernummer: | 20267
|
Intern dossiernummer: | 1091
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026005253
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
De verbouwing van een bestaande halfopen ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
Het verwijderen van een bestaande verharding
Het verwijderen van een bestaande oprit
De renovatie van een woning
De aanleg van een oprit
De aanleg van een nieuw terras
De aanleg van een pad in kiezel
De aanleg van een pad naar de inkomdeur
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 3 april 1979 – woongebied (eerste 50m vanaf de rooilijn) en achterliggend agrarisch gebied.
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebieden met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn) en achterliggend agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen van een bestaande woning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt. De totale oppervlakte van de af te wateren dakoppervlak bedraagt 159m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening van 4257 liter en een infiltratieoppervlakte van 14,2 m2. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit en pad naar de voordeur en een tuinpad, alsook het terras. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater dient gescheiden afgevoerd te worden tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte. De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 20 januari 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 maart 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA |
|
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 201 K
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 201 L
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag is gelegen op een perceel langs de Kapelstraat. Het betreft een gemeentelijke weg die voldoende is uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen en landbouwgronden. De bebouwing verschilt in bouwjaar, typologie en bouwstijl.
Het betreft een bestaande halfopen eengezinswoning uit 2 bouwlagen met hierop een zadeldak. Achter de woning is er een bestaande uitbouw van 1 bouwlaag met een combinatie van een platte en hellende daken.
Qua gevelafwering bestaat de woning uit klassieke roodbruin genuanceerde gevelsteen, grijze dakpannen en wit buitenschrijnwerk. Een gedeelte van de uitbouw bestaat uit betonnen gevelpanelen en een dak uit golfplaten.
Het perceel is gelegen in woongebied met landelijk karakter.
Volgens het overstromingsrapport krijgen het perceel en het gebouw een score A, hetgeen betekent dat er geen overstromingen verwacht worden.
Volgens de biologische waarderingskaart versie 1 en 2 is het perceel gelegen in biologisch minder waardevol gebied.
Op het perceel en in de directe omgeving van het perceel is geen erfgoed aanwezig.
De bestaande uitbouw wordt volledig afgebroken. De nieuwe uitbouw bestaat uit 1 bouwlaag met een plat dak en bevat een leefruimte, keukenberging, fietsenberging en carport. De uitbouw heeft een diepte van 15,45m ten opzicht van de voorgevel. Hiermee is er voldaan aan de voorschriften van de maximale bouwdiepte. In het linkse deel van de uitbouw bevindt zich de carport en de tuinberging. De kortste afstand tot de linkse perceelsgrens bedraagt 3,18m.
In de bestaande woning gebeuren enkel kleinere verbouwingswerken, zoals het aanpassen van de badkamer en het steken van een nieuwe trap naar de zolder. De bestaande buitenmuur van de woning zal worden ingepakt met isolatie en een nieuwe gevelsteen in combinatie met aluminium gevelbekleding. Ook de bestaande ramen worden vervangen door nieuw aluminium buitenschrijnwerk.
Het dak van de carport, de fietsenberging en het overdekt terras infiltreren rechtstreeks in de tuin. De overige daken hebben een totale oppervlakte van 159m2 en worden aangesloten op een regenwaterput van 10.000 liter. Het regenwater wordt eerst hergebruikt voor toiletspoeling en buitenkraantjes. Vervolgens is de overloop van de regenwaterput aangesloten op een bovengronds infiltratiebekken met een buffervolume van 4.257l en een infiltratie oppervlak van 14,2m2 waar het water in de grond kan infiltreren.
De bestaande verhardingen in de achtertuin worden verwijderd. De nieuwe terrasverharding, paden en oprit wateren allemaal af in het naastliggend groen.
Het volume van de bestaande woning zal behouden blijven, waardoor de woning nog steeds mooi zal aansluiten op de aangrenzende woning rechts. De nieuwe uitbouw wordt afgewerkt met een oranje-rode gevelsteen en zwarte aluminium gevelbekleding in combinatie met houten gevelbekleding. De bestaande woning wordt ingepakt met gevelisolatie en oranje-rode gevelsteen, waardoor deze een mooi geheel vormt met de nieuwe uitbouw. De blinde gevel van de aangrenzende woning achteraan zal worden afgewerkt met een kwalitatieve gevelbekleding.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet in strijd met de voorschriften van het geldende gewestplan
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 3 maart 2026 | 13 maart 2026 | geen advies |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 3 maart 2026 | 9 maart 2026 | geen advies |
Fluvius | 3 maart 2026 | 10 maart 2026 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 3 maart 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk en provincie Limburg - afdeling Waterbeheer . Op 13 maart en 9 maart 2026 gaven beide diensten aan geen advies te verlenen.
De aanvraag werd op 3 maart 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius. Op 10 maart 2026 werd een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel. Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.’
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden gezien deze vallen onder de vereenvoudigde procedure.
Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB GEEN bezwaarschrift/standpunt van de eigenaars van het aanpalende perceel ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
• Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is gelegen binnen woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. Functioneel is de voorgestelde aanvraag dus in regel met de geldende voorschriften.
• Mobiliteitsaspect: De verbouwing van de halfopen eengezinswoning, zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.
• Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld de verbouwing van de halfopen eengezinswoning geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
• Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De verbouwing van de halfopen eengezinswoning is niet in strijd met het ruimtegebruik en zal geenszins de draagkracht van het terrein overschrijden.
• Visueel-vormelijke elementen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat verbouwing van de halfopen eengezinswoning geen negatieve invloed zal hebben op de visueel-vormelijke elementen. Het bestaande hoofdvolume en de uitbreidingen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel
• Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
• Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden. De verbouwing wijzigt het bodemreliëf niet.
• Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door de verbouwing van de halfopen eengezinswoning, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies :
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het advies van Fluvius dd. 10.03.2026 dient nageleefd te worden
Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
De inrit mag ter hoogte van de aansluiting met het openbaar domein maximum 4,5m bedragen het resterende deel dient niet overrijdbaar afgesloten te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 15/04/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Diede en Loes Sauwens - Vanvoorden wonende te Grootstraat 42 te 3570 Alken, verbouwing van een bestaande halfopen ééngezinswoning, gelegen Kapelstraat 51, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 201 K en (afd. 1) sectie B 201 L voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
- De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
- De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
- Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
- Het advies van Fluvius dd. 10.03.2026 dient nageleefd te worden
- Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
- De inrit mag ter hoogte van de aansluiting met het openbaar domein maximum 4,5m bedragen het resterende deel dient niet overrijdbaar afgesloten te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 15 04 2026
Sorteeranalyse lentecampagne OVAM
Besluit
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.