Zitting van 21 01 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 14.01.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 14.01.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 14.01.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 21 01 2026
Gemeenteraad - Definitieve agenda 29.01.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 29.01.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 29.01.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt er kennis van dat de voorzitter van de gemeenteraad, de heer Jan Robeyns, de gemeenteraad samenroept op donderdag 29 januari 2026 om 20u00. Wegens de zeer beperkte agenda en gelet op het feit dat er geen dringende punten geagendeerd zijn, wordt voorgesteld om de raad te annuleren.
Zitting van 21 01 2026
OVSG-toets 2026: leerlingen onderzoeken de stoep in onze gemeente
Besluit
Zitting van 21 01 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de organisatie van Jeugdauteurs
Zitting van 21 01 2026
Communicatie meerjarenplan 2026 - 3031
Besluit
Zitting van 21 01 2026
Onderhoud beplanting omgeving rustoord via sociale tewerkstelling 2026-2029 - Goedkeuring starten procedure en lijst uit te nodigen firma's.
In het kader van de opdracht “Onderhoud beplanting omgeving rustoord via sociale tewerkstelling 2026-2029” werd een bestek met nr. 2026/003 opgesteld door de technische dienst.
De opdracht wordt afgesloten voor een periode van 1 jaar.
Deze termijn kan onder dezelfde voorwaarden als vermeld in onderhavig bestek, maximaal drie maal stilzwijgend verlengd worden telkens voor een periode van één jaar.
De contractuele einddatum is 31 december 2029.
Binnen deze uitvoeringsperiode hebben beide partijen het recht de overeenkomst op te zeggen, mits inachtname van een opzegtermijn van minimaal drie maanden.
De uitgave voor dit raamcontract wordt geraamd op € 12.0800 excl. btw of € 14.737,80 incl. btw per jaar of € 48.720,00 excl. btw of € 58.951,20 incl. 21% btw voor de maximum vier jaar.
Het betreft een raamcontract waarbij de vermoedelijke hoeveelheden (uren) aangepast kunnen worden naargelang de noodwendigheid.
Er wordt voorgesteld:
● deze opdracht te gunnen via de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;
● de plaatsingsprocedure op te starten en
● de uitnodigingen tot offerte te verzenden.
Volgende firma’s worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- Arbeidskansen vzw, Bilzerweg 88 te 3665 As;
- De Ploeg, Schurhoven 125 te 3800 Sint-Truiden;
- De Wroeter, Sint-Rochusstraat 6 te 3720 Kortessem;
- Alternatief vzw, Runkstersteenweg 134 te 3500 Hasselt.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder volgnummer MJP001266.
(toezichthoudend ambtenaar: Sanny Lenaerts)
Feiten en context
In het kader van de opdracht “Onderhoud beplanting omgeving rustoord via sociale tewerkstelling 2026-2029” werd een bestek met nr. 2026/003 opgesteld door de Technische dienst.
De opdracht wordt afgesloten voor een periode van 1 jaar.
Deze termijn kan onder dezelfde voorwaarden als vermeld in onderhavig bestek, maximaal drie maal stilzwijgend verlengd worden telkens voor een periode van één jaar.
De contractuele einddatum is 31 december 2029.
Binnen deze uitvoeringsperiode hebben beide partijen het recht de overeenkomst op te zeggen, mits inachtname van een opzegtermijn van minimaal drie maanden.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 12.0800 excl. btw of € 14.737,80 incl. btw per jaar of € 48.720,00 excl. btw of € 58.951,20 incl. 21% btw voor de maximum vier jaar.
Het betreft een raamcontract waarbij de vermoedelijke hoeveelheden (uren) aangepast kunnen worden naargelang de noodwendigheid.
Er wordt voorgesteld deze opdracht te gunnen via de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Juridische grond
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 15 (toegang voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben) en artikel 89, § 1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw bereikt de drempel van € 750.000,00 niet) en artikel 57 en artikel 43.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Er wordt voorgesteld om de plaatsingsprocedure op te starten en de uitnodigingen tot offerte te verzenden.
Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- Arbeidskansen vzw, Bilzerweg 88 te 3665 As;
- De Ploeg, Schurhoven 125 te 3800 Sint-Truiden;
- De Wroeter, Sint-Rochusstraat 6 te 3720 Kortessem;
- Alternatief vzw, Runkstersteenweg 134 te 3500 Hasselt.
Financiële gevolgen
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder volgnummer MJP001266.
Besluit
Artikel 1: De onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor de opdracht “Onderhoud beplanting omgeving rustoord via sociale tewerkstelling 2026-2029” wordt opgestart.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 12.080 excl. btw of € 14.737,80 incl. btw per jaar of € 48.720,00 excl. btw of € 58.951,20 incl. 21% btw voor de maximum vier jaar.
Artikel 2: Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- Arbeidskansen vzw, Bilzerweg 88 te 3665 As;
- De Ploeg, Schurhoven 125 te 3800 Sint-Truiden;
- De Wroeter, Sint-Rochusstraat 6 te 3720 Kortessem;
- Alternatief vzw, Runkstersteenweg 134 te 3500 Hasselt.
Artikel 3: De opdracht wordt afgesloten voor een periode van 1 jaar.
Deze termijn kan onder dezelfde voorwaarden als vermeld in onderhavig bestek, maximaal drie maal stilzwijgend verlengd worden telkens voor een periode van één jaar.
De contractuele einddatum is 31 december 2029.
Binnen deze uitvoeringsperiode hebben beide partijen het recht de overeenkomst op te zeggen, mits inachtname van een opzegtermijn van minimaal drie maanden.
Artikel 4: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder volgnummer MJP001266.
Zitting van 21 01 2026
DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 8 d.d. 08.01.2026.
Besluit
Zitting van 21 01 2026
DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 9 d.d. 15.01.2026.
Besluit
Zitting van 21 01 2026
Belastingkohier reclamedrukwerk - December 2025
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand december 2025 bedraagt 3.812,89 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context,,
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand december 2025 bedraagt 3.812,89 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
3.812,89 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand december 2025 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 3.812,89 euro.
Zitting van 21 01 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 21 01 2026
Aanvraag gebruik grasveld langs bibliotheek voor organisatie schoolfeest GBS de B@S!S in samenwerking met Circus Picolini
De gemeentelijke basisschool de B@S!S organiseert om de 9 jaar een schoolfeest in samenwerking met Circus Picolini vzw. Het schoolfeest bestaat uit twee shows met diverse optredens van de leerlingen en leerkrachten.
Gedurende het volledige schooljaar wordt er met de leerlingen aan dit project gewerkt. De diverse oefenmomenten (animaties) worden begeleid door een medewerker van Circus Picolini.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd om het schoolfeest als volgt te mogen organiseren:
Circus Picolini
De school organiseert dit schoolfeest in samenwerking met Circus Picolini vzw (Steenweg op Blaasveld 54B 2801 Heffen). Circus Picolini is een circusfamilie die sinds 1996 rondtrekt met hun woonwagen en samenwerkt met basisscholen, gemeenten en steden voor de organisatie van unieke schoolfeesten, kampen en circusopleidingen.
Data en uren
Zaterdag 28 maart 2026: aankomst (woon)wagens vanaf 18u00
Maandag 30 maart 2026: opbouw circustent vanaf 16u00
Dinsdag 31 maart en woensdag 1 april 2026: repetities
Donderdag 2 april 2026: generale repetitie
Donderdag 2 april 2026: voorstelling 1 om 16u30 tot 18u00
Vrijdag 3 april 2026: voorstelling 2 om 18u00 tot 19u30
Vrijdag 3 april 2026: afbraak circustent vanaf 20u00
Zaterdag 4 april 2026: vertrek (woon)wagens vanaf 12u00
Locatie
Net zoals de vorige editie (juni 2016) wensen we het grasveld langs de parking van de bibliotheek te gebruiken als locatie (ZIE BIJLAGEN). Deze locatie voldoet aan alle verwachtingen die door de school en door Circus Picolini worden gesteld.
De plaatsing van circustent vraagt een vrije zone van 25m op 35m.
Voorstellingen
Tijdens de twee voorstellingen kunnen er telkens 400 à 450 bezoekers de voorstelling bijwonen. De school organiseert i.s.m. het oudercomité de ticketverkoop aan de: ouders, grootouders, familie, vrienden en sympathisanten. De opbrengst van de ticketverkoop wordt gebruikt om de gemaakte onkosten te vergoeden.
Feiten en context
De gemeentelijke basisschool de B@S!S organiseert om de 9 jaar een schoolfeest in samenwerking met Circus Picolini vzw. Het schoolfeest bestaat uit twee shows met diverse optredens van de leerlingen en leerkrachten.
Gedurende het volledige schooljaar wordt er met de leerlingen aan dit project gewerkt. De diverse oefenmomenten (animaties) worden begeleid door een medewerker van Circus Picolini.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd om het schoolfeest als volgt te mogen organiseren:
Circus Picolini
De school organiseert dit schoolfeest in samenwerking met Circus Picolini vzw (Steenweg op Blaasveld 54B 2801 Heffen). Circus Picolini is een circusfamilie die sinds 1996 rondtrekt met hun woonwagen en samenwerkt met basisscholen, gemeenten en steden voor de organisatie van unieke schoolfeesten, kampen en circusopleidingen.
Data en uren
Zaterdag 28 maart 2026: aankomst (woon)wagens vanaf 18u00
Maandag 30 maart 2026: opbouw circustent vanaf 16u00
Dinsdag 31 maart en woensdag 1 april 2026: repetities
Donderdag 2 april 2026: generale repetitie
Donderdag 2 april 2026: voorstelling 1 om 16u30 tot 18u00
Vrijdag 3 april 2026: voorstelling 2 om 18u00 tot 19u30
Vrijdag 3 april 2026: afbraak circustent vanaf 20u00
Zaterdag 4 april 2026: vertrek (woon)wagens vanaf 12u00
Locatie
Net zoals de vorige editie (juni 2016) wensen we het grasveld langs de parking van de bibliotheek te gebruiken als locatie (ZIE BIJLAGEN). Deze locatie voldoet aan alle verwachtingen die door de school en door Circus Picolini worden gesteld.
De plaatsing van circustent vraagt een vrije zone van 25m op 35m.
Voorstellingen
Tijdens de twee voorstellingen kunnen er telkens 400 à 450 bezoekers de voorstelling bijwonen. De school organiseert i.s.m. het oudercomité de ticketverkoop aan de: ouders, grootouders, familie, vrienden en sympathisanten. De opbrengst van de ticketverkoop wordt gebruikt om de gemaakte onkosten te vergoeden.
Juridische grond
College - DLB art. 26 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
De gemeentelijke basisschool de B@S!S organiseert slechts om de 3 jaar een schoolfeest. We maken hiervoor gebruik van de theaterzaal in het cultuurcentrum van Hasselt. Om de 9 jaar opteren we voor een samenwerking met de vzw Circus Picolini. Elke leerling zal dus één keer op zijn/haar volledige schoolloopbaan kunnen deelnemen aan het schoolfeest i.s.m. Circus Picolini. Op deze manier bieden we onze leerlingen een unieke ervaring gekoppeld aan diverse leerplandoelen.
De organisatie Circus Picolini heeft een vrije zone (liefst grasveld) van 25m op 35m nodig voor het plaatsen van de tent(en) en (woon)wagens. De school dient eveneens een aansluiting voor water en elektriciteit te voorzien. De locatie moet makkelijk bereikbaar zijn via de openbare weg.
Het grasveld langs de parking van de bibliotheek voldoet aan al deze eisen. De bloemenweide is op het moment van het schoolfeest nog een gemaaide graszone en wordt pas later bewerkt en ingezaaid. De periode tussen de opbouw en de afbraak van de tent neemt slechts 1 week in beslag.
Voor de school is het eveneens belangrijk dat de locatie makkelijk te voet bereikbaar is voor de leerlingen tijdens de diverse repetities en de eigenlijke voorstellingen. Het grasveld langs de parking van de bibliotheek is de enige locatie in de buurt die aan alle eisen voldoet.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor de organisatie van het schoolfeest van de gemeentelijke basisschool de B@S!S in samenwerking met Circus Picolini vzw zoals voorgesteld.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen verleent Circus Picolini toestemming voor het plaatsen van de circustent en (woon)wagens op het grasveld langs de parking van de bibliotheek zoals voorgesteld.
Zitting van 21 01 2026
Verkeersregeling Buurtfeest Rechtstraat 24.01
Op zaterdag 24 januari 2026 wensen de inwoners van de Rechtstraat een nieuwjaarsdrink te organiseren. Zij wensen daarom die dag van 19u tot 23u00 de Rechtstraat af te sluiten voor alle verkeer tussen het kruispunt met de Grootstraat en het kruispunt met de Smoutstraat. Ze vragen ook om parkeerverbod te voorzien. Het fietsroutenetwerk dient omgeleid te worden. In bijlage een situatieplan. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op zaterdag 24 januari 2026 wensen de inwoners van de Rechtstraat een nieuwjaarsdrink te organiseren. Zij wensen daarom die dag van 19u tot 23u00 de Rechtstraat af te sluiten voor alle verkeer tussen het kruispunt met de Grootstraat en het kruispunt met de Smoutstraat. Ze vragen ook om parkeerverbod te voorzien. Het fietsroutenetwerk dient omgeleid te worden. In bijlage een situatieplan. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst.
Gunstig advies van De Lijn.
Gunstig advies van het fietsroutenetwerk.
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zaterdag 24 januari 2026 organiseren de inwoners van de Rechtstraat een nieuwjaarsdrink. Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating om die dag van 19u tot 23u00 de Rechtstraat af te sluiten voor alle verkeer tussen het kruispunt met de Grootstraat en het kruispunt met de Smoutstraat. Er wordt ook parkeerverbod voorzien. Het fietsroutenetwerk zal omgeleid worden.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 21 01 2026
Verslag doorlichting onderwijsinspectie GBS de B@S!S
Besluit
Zitting van 21 01 2026
Attest van verdeling
Op 29 december 2025 ontvingen we van notariskantoor Van Hoof & Versele, Luikersteenweg 54E B001 te 3500 Hasselt de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen aan de Lindestraat, kadastraal gekend als Sie A nrs. 391/V en 409/C.
Feiten en context
Op 29 december 2025 ontvingen we van notariskantoor Van Hoof & Versele, Luikersteenweg 54E B001 te 3500 Hasselt de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen aan de Lindestraat, kadastraal gekend als Sie A nrs. 391/V en 409/C
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Advies Agentschap Landbouw & Zeevisserij dd. 09/01/2026
Argumentatie
Het bijgevoegde plan voorziet een verdeling voor het perceel, kadastraal gekend als Sie A nr. 391/V. Dit perceel wordt afgesplitst van het perceel nummer 409/C. Het perceel met nummer 409/C zal verhuurd worden door de verkopers aan de kopers in het kader van de uitoefening van hun beroepsactiviteiten. Het perceel met nummer 409/C kan enkel worden aangewend in functie van professionele/beroepsmatige landbouwactiviteiten, cfr. het advies van het Agentschap Landbouw & Zeevisserij.
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel gelegen in agrarisch gebied:
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden. (KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door notariskantoor Van Hoof & Versele voor het perceel gelegen aan de Lindestraat, kadastraal gekend als Sie A nrs. 391/V en 409/C, mits het advies van het Agentschap Landbouw & Zeevisserij nageleefd wordt.
Zitting van 21 01 2026
Attest van verdeling
Op 22 december 2025 ontvingen we van Notariaat Stefan D'Huys, Kerkplein 4 te 3720 Hasselt de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Bisschopsweyerstraat 18, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie G nr. 680/P.
Feiten en context
Op 22 december 2025 ontvingen we van Notariaat Stefan D'Huys, Kerkplein 4 te 3720 Hasselt de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Bisschopsweyerstraat 18, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie G nr. 680/P.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het verdelingsplan, opgemaakt door Stijn Van Haverbeke Landmeter-Expert op 31 oktober 2025, voorziet een verdeling voor het perceel, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie G nr. 680/P waarbij het perceel wordt opgesplitst zoals bijgevoegd plan.
Lot 1 wordt verkocht aan de dochter van de huidige eigenaars. De rest blijft in eigendom van de huidige eigenaars.
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door Notariaat Stefan D'Huys voor het perceel gelegen Bisschopsweyerstraat 18, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie G nr. 680/P.
Zitting van 21 01 2026
Attest verkoopbaarheid OMV V695bis - Bulsstraat 64
Op 8 januari 2026 ontvingen we van Notalim notarissen de vraag om een verkoopbaarheidsattest af te leveren aangaande de verkaveling met referte V695bis op naam van Geokantoor Menten, in opdracht van mevrouw Nicole Pijpops.
Feiten en context
Op 8 januari 2026 ontvingen we van Notalim notarissen de vraag om een verkoopbaarheidsattest af te leveren aangaande de verkaveling met referte V695bis op naam van Geokantoor Menten, in opdracht van mevrouw Nicole Pijpops.
Juridische grond
Art. 4.2.16 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van een perceel grond met gemeentelijk kenmerk V695 werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 26 maart 2025 en de verkavelingswijziging V695bis op 17 september 2025 aan Geokantoor Menten, in opdracht van mevrouw Nicole Pijpops.
Het betreft een verkaveling van een perceel in 1 lot open bebouwing op een perceel met adres Bulsstraat 64, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nrs. 224/N, 225/Y en 225/Z.
De voorwaarden die werden opgelegd bij de omgevingsvergunning zijn:
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 21.01.2025 met ref. 5000089597 dient strikt te worden nageleefd (zie oorspronkelijke vergunning).
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 14.01.2025 dient nageleefd te worden (zie oorspronkelijke vergunning).
● Bij de uitvoering van de verkaveling dient rekening gehouden te worden met de aansluiting op de voorliggende weg cfr. de plannen voor omgevingsvergunning riolerings- en wegeniswerken Bulsstraat (dossier Aquafin nv).
Fluvius liet op 21 januari 2025 weten dat voor dit project geen werken, noch kosten aangerekend dienen te worden.
De Watergroep liet ons op 22 mei 2025 dat de financiering van de waterbevoorrading in orde was en het verkoopbaarheidsattest afgeleverd mocht worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verklaart dat er aan de opgelegde voorwaarden werd voldaan, betreffende de verkavelingsvergunning met gemeentelijk kenmerk V695 afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 26 maart 2025 en verkavelingswijziging V695bis op 17 september 2025 aan Geokantoor Menten, in opdracht van mevrouw Nicole Pijpops voor de verkaveling van 1 lot open bebouwing op een perceel met als adres Bulsstraat 64, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nrs. 224/N, 225/Y en 225/Z.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen levert aan Notalim notarissen een attest van verkoopbaarheid conform artikel 4.2.16 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af.
Artikel 3: De volgende voorwaarden bij de verkavelingsvergunning blijven van toepassing:
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 21.01.2025 met ref. 5000089597 dient strikt te worden nageleefd (zie oorspronkelijke vergunning).
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 14.01.2025 dient nageleefd te worden (zie oorspronkelijke vergunning).
Bij de uitvoering van de verkaveling dient rekening gehouden te worden met de aansluiting op de voorliggende weg cfr. de plannen voor omgevingsvergunning riolerings- en wegeniswerken Bulsstraat (dossier Aquafin nv).
Zitting van 21 01 2026
Omgevingsvergunning 1059
Aanvraag omgevingsvergunning over: de verbouwing van een woning ingediend door Ben Goyens wonende te Hoogsimsestraat 1 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hoogsimsestraat 1, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 894 H. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Ben Goyens wonende te Hoogsimsestraat 1 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Hoogsimsestraat 1
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 894H
|
Projectnaam: | Hoogsimsestraat 1 - Goyens Ben
|
Dossiernummer: | 2025118
|
Intern dossiernummer: | 1059
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025122335
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de verbouwing van een woning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de verbouwing van een woning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Overwegende dat de eigendom niet gelegen is binnen een BPA of RUP. De eigendom is wel gelegen binnen de voorschriften van een goedgekeurde nietvervallen verkaveling met intern nummer 24 d.d.19.01.1966
Het betreft hier een oudere verkaveling van de jaren ’75. Deze verkaveling is ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, van deze voorschriften kan afgeweken worden. Dit wordt bepaald onder andere door de volgende artikels 4.3.1§1 en 4.4.1§2 VCRO: Van voorschriften van een verkaveling, ouder dan 15 jaar, kan afgeweken worden voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.
Het gewestplan blijft bijgevolg van toepassing;
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg ter plaatse, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen van een woning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.
Overwegende dat voorliggende aanvraag, het verbouwen van een eengezinswoning betreft waarbij de bestaande aansluitingen behouden zodat hiervoor het afvoersysteem niet moet gewijzigd worden.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 9 oktober 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 december 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 15 januari 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 894 H
De woning dateert van 1986 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 07/03/1984 een stedenbouwkundige vergunning (1982) voor het bouwen van een eengezinswoning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 19/01/1966 een verkavelingsvergunning (045) voor nieuwe verkaveling werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de bestaande woning te verbouwen.
De aanvraag is gelegen op de hoek van de Laagsimsestraat en de Hameestraat, zijnde gemeentelijke wegen. Beide verharde wegen die voldoende uitgerust zijn, gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving bestaat voornamelijk uit open bebouwing met achterliggende agrarische gebieden. De omliggende bebouwing is verschillend in stijl, typologie en bouwjaar.
De verbouwing bestaat eruit alle ramen en deuren te vervangen door zwarte aluminium ramen en deuren. De garagepoort wordt vervangen door een raam en de garage wordt bureauruimte. Eveneens zal een deel van de berging bij de woonkamer betrokken worden.
De eigenaar verklaart uitdrukkelijk geen wijzigingen aan de stabiliteit van de woning uit te voeren.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van de geldende verkaveling d.d. 19/01/1966 met intern nummer 045.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van de verkaveling V45 d.d. 19.01.1966 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 21/01/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Ben Goyens wonende te Hoogsimsestraat 1 te 3570 Alken, de verbouwing van een woning, gelegen Hoogsimsestraat 1, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 894 H voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er wordt volgende voorwaarde opgelegd:
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 21 01 2026
Omgevingsvergunning 1067
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een electriciteitscabine ingediend door Glenn Ploner namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 170 A. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Glenn Ploner namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Steenweg zn
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie H nr. 170A
|
Projectnaam: | Steenweg 420 - Fluvius
|
Dossiernummer: | 2025128
|
Intern dossiernummer: | 1067
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025129254
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een elektriciteitscabine
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
E-cabine Alken - Steenweg 420
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan – landschappelijk waardevolagrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in
gevaar brengen.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het plaatsen van een elektriciteitscabine met een beperkte oppervlakte en waarbij er geen regenwaterafvoeren of dergelijke worden voorzien waardoor het hemelwater gewoon langs de constructie zal infiltreren, niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Het perceel is deels gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Bij zware lokale onweersbuien voorspellen de overstromingskaarten mogelijk stagnerend water in een laagte van het perceel tegen de hoger gelegen (ingedijkte) openbare weg.
Ingevolge artikel 1.3.1.1 betreffende de watertoets van het decreet integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, is het nodig een wateradvies te verkrijgen van de waterbeheerder. De waterbeheerder die dit advies officieel moet verstrekken is echter Watering De Herk. In kader van de watertoets en/of bindende bepalingen treedt de afdeling Waterbeheer van de provincie Limburg voor dit dossier op als ondersteunende adviesverlenende instantie.
Er werd op 10.11.2025 een voorwaardelijk gunstig advies verleend door de dienst waterlopen, provincie Limburg, met als volgende voorwaarden:
● Het plaatselijk inbuizen van de baangracht om de toegangsweg tot de cabine te kunnen aanleggen mag geen overlast op de aangrenzende percelen veroorzaken. Een goed onderhoud van de inbuizing is dan ook te allen tijde nodig.
● Ophogingen van het perceel boven de niveaus zoals vermeld op de plannen bij de vergunning zijn niet toegelaten.
● Het maaiveld boven de plaatselijk grachtinbuizing mag niet boven het niveau van de weg aangevuld worden om te vermijden dat bij zware regenval en een verzadigde buis het water naar de openbare weg gedrukt wordt: eventueel overstromingswater moet steeds door de berm overlopen.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 24 oktober 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 7 november 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 17 november 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 16 december 2025 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 15 januari 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie H 170 A
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Huidige aanvraag betreft het plaatsen van een betonnen prefab elektriciteitscabine.
Het perceel is gelegen aan een gewestweg, nl. de Steenweg, een geasfalteerde weg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door landbouwgronden, gekoppelde en vrijstaande eengezinswoningen. De aanpalende gronden betreffen aan de rechterzijde een open ééngezinswoning en aan de achterzijde en aan de linkerzijde landbouwgronden, weides.
Naar aanleiding van spanningsklachten in de omgeving is de nutsmaatschappij op zoek gegaan naar een locatie voor het plaatsen van een extra elektriciteitscabine om zo de spanning in de buurt te kunnen versterken mede rekening houdend met de energietransitie in de toekomst.
De nieuwe cabine heeft een oppervlakte van 9,32 m² en een volume van 23,3 m³. Deze cabine heeft een breedte van 2m70 en een diepte van 3m45 en wordt geplaatst langs de Steenweg zoals aangeduid op het inplantingsplan op 11m van de voorliggende rooilijn en op 1m15 van de zijdelingse en achterste perceelsgrens geplaatst. De cabine heeft een hoogte van 2m35.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Huidige vergunningsaanvraag betreft de aanleg van een nieuwe elektriciteitscabine in agrarisch gebied, in principe is dit niet in overeenstemming met de wettelijke context en moet er beroep gedaan worden op één van de afwijkingsmogelijkheden uit de Codex RO nl. Art. 4.4.7.§2.
Conform art. 4.4.7§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening mag in een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.
De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, §2 en artikel 4.7.1, §2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester.
Hoofdstuk II De Handelingen van algemeen belang
Art. 2 Als handelingen van algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, worden de handelingen beschouwd die betrekking hebben op:
4° de openbare elektrische leidingen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals transformatorstations, installaties voor de productie van elektriciteit, dienstgebouwen en andere;
8° alle handelingen van algemeen belang, aangewezen in artikel 3 van dit besluit;
Hoofdstuk III De handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben of als dergelijke handelingen beschouwd worden
Art. 3 §1 De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, §2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
De handelingen hebben betrekking op:
5° de aanleg, wijziging of uitbreiding van onder- of bovengrondse elektriciteitsleidingen die bedoeld zijn voor het openbaar distributienet, en de aanhorigheden met het oog op de exploitatie;
De voorgestelde afwijkingen kunnen bijgevolg aanvaard worden gezien ze in overeenstemming zijn met de afwijkingsmogelijkheden voorzien in de Codex RO volgens artikel 4.4.7§2, handelingen van algemeen belang. Tevens zijn deze voorgestelde werken beperkt in omvang en impact.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Dept. Landbouw en Visserij, buitendienst Limburg | 7 november 2025 | 12 november 2025 | gunstig |
AWV - District Zuid-Limburg | 7 november 2025 | 24 november 2025 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 7 november 2025 | 12 november 2025 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 7 november 2025 | 20 november 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het departement Landbouw en Visserij. Op 12.11.2025 werd er een gunstig advies met ref. 2025_007787_v1 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. Op 24.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. AV/719/2025/00834 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen, provincie Limburg. Op 12.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2025N163224 - 2025 - 1820 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 20.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen via het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 17 november 2025 tot 16 december 2025.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 17.11.2025 tot en met 16.12.2025.
Er werden geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- functionele inpasbaarheid: voorliggende aanvraag betreft de aanleg van een nieuwe elektriciteitscabine ter versterking van het net.. Gelet op de aard van deze werken in het kader van het algemeen belang en de openbare nutsvoorzieningen zijn deze werken dan ook functioneel inpasbaar in deze omgeving, gezien dit handelt over de optimalisatie van de bestaande nutsvoorzieningen. Er werd dan ook een afwijking gemotiveerd en toegekend op basis van art. 4.4.7§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
- mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
● schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft het plaatsen van een nieuwe elektriciteitscabine. De uitvoering van deze werken zal dan ook ruimtelijk een zeer beperkte impact hebben op de omgeving gezien dit een beperkte constructie betreft van 9,32m² en een volume van slechts 23m³. Het project is bijgevolg aanvaardbaar voor wat betreft de beschouwde beoordelingsaspecten.
- visueel-vormelijke elementen: Het aangevraagde project betreft het plaatsen van een betonnen prefab elektriciteitscabine met beperkte omvang. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de verenigbaarheid met de omgeving en de bestaande infrastructuur.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.
- het bodemreliëf: bij de realisatie van de elektriciteitscabine zal het bestaande reliëf zoveel als mogelijk behouden blijven en zullen de wijzigingen gering blijven.
- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren werken geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde werken zijn voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze infrastructuurwerken.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● Het gunstig advies van het departement Landbouw d.d. 12.11.2025 met ref. 2025_007787_v1 dient strikt nageleefd te worden
● Het voorwaardelijk gunstig advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 24.11.2025 met ref. AV/719/2025/00834 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg d.d. 12.11.2025 met ref. 2025N163224 - 2025 – 1820 dient strikt nageleefd te worden, zijnde:
○ Het plaatselijk inbuizen van de baangracht om de toegangsweg tot de cabine te kunnen aanleggen mag geen overlast op de aangrenzende percelen veroorzaken. Een goed onderhoud van de inbuizing is dan ook te allen tijde nodig.
○ Ophogingen van het perceel boven de niveaus zoals vermeld op de plannen bij de vergunning zijn niet toegelaten.
○ Het maaiveld boven de plaatselijk grachtinbuizing mag niet boven het niveau van de weg aangevuld worden om te vermijden dat bij zware regenval en een verzadigde buis het water naar de openbare weg gedrukt wordt: eventueel overstromingswater moet steeds door de berm overlopen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Watering de Herk d.d. 20.11.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Er dient een haag aangeplant te worden aan weerszijden en achterzijde van de cabine met een hoogte van min. 2m50, dit om de cabine beter te integreren in de omgeving en eventuele hinder ten aanzien van het aanpalende percelen te beperken.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 21/01/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Glenn Ploner namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt, het plaatsen van een electriciteitscabine, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 170 A, wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het gunstig advies van het departement Landbouw d.d. 12.11.2025 met ref. 2025_007787_v1 dient strikt nageleefd te worden
● Het voorwaardelijk gunstig advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 24.11.2025 met ref. AV/719/2025/00834 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg d.d. 12.11.2025 met ref. 2025N163224 - 2025 – 1820 dient strikt nageleefd te worden, zijnde:
○ Het plaatselijk inbuizen van de baangracht om de toegangsweg tot de cabine te kunnen aanleggen mag geen overlast op de aangrenzende percelen veroorzaken. Een goed onderhoud van de inbuizing is dan ook te allen tijde nodig.
○ Ophogingen van het perceel boven de niveaus zoals vermeld op de plannen bij de vergunning zijn niet toegelaten.
○ Het maaiveld boven de plaatselijk grachtinbuizing mag niet boven het niveau van de weg aangevuld worden om te vermijden dat bij zware regenval en een verzadigde buis het water naar de openbare weg gedrukt wordt: eventueel overstromingswater moet steeds door de berm overlopen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Watering de Herk d.d. 20.11.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Er dient een haag aangeplant te worden aan weerszijden en achterzijde van de cabine met een hoogte van min. 2m50, dit om de cabine beter te integreren in de omgeving en eventuele hinder ten aanzien van het aanpalende percelen te beperken.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 21 01 2026
OMV V694 - Toepassen administratieve lus
Op 19/12/2024 werd er door het Hagelands opmetings -en studiebureau (Hosbur) in opdracht van consoorten Houbrechts, Croux, Vanhoorne en D&V Woonprojecten een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor het verkavelen van 19 loten met aanleg wegenis waarvan 6 loten HOB en 11 loten OB, 1 lot openbaar domein en 1 lot voor een hoogspanningscabine op percelen gelegen aan het binnengebied van de Hameestraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 766/H2, 766/K2, 766/R2, 766/N2, 766/L2, 766/M2, 765/R4, 767/N2, 767/K2 en 766/P2. Het dossier werd op 29 september 2025 volledig verklaard en er werd een openbaar onderzoek gestart. Echter werd er een administratieve onregelmatigheid vastgesteld. Deze dient hersteld te worden.
Feiten en context
Op 19/12/2024 werd er door het Hagelands opmetings -en studiebureau (Hosbur) in opdracht van consoorten Houbrechts, Croux, Vanhoorne en D&V Woonprojecten een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor het verkavelen van 19 loten met aanleg wegenis waarvan 6 loten HOB en 11 loten OB, 1 lot openbaar domein en 1 lot voor een hoogspanningscabine op percelen gelegen aan het binnengebied van de Hameestraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 766/H2, 766/K2, 766/R2, 766/N2, 766/L2, 766/M2, 765/R4, 767/N2, 767/K2 en 766/P2. Het dossier werd op 29 september 2025 volledig verklaard en er werd een openbaar onderzoek gestart. Echter werd er een administratieve onregelmatigheid vastgesteld. Deze dient hersteld te worden.
Juridische grond
Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en latere wijzigingen
Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.
Artikel 13 van Afdeling 6 Administratieve lus, van bovengenoemd omgevingsdecreet dat het volgende bepaalt:
“Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen."
De bevoegde overheid kan in voorkomend geval:
1° een nieuw openbaar onderzoek organiseren;
2° het advies van de adviesinstanties vermeld in artikel 24, artikel 42 of artikel 59, alsnog, dan wel een tweede keer inwinnen.”
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, kan ook van die mogelijkheid gebruikmaken om onregelmatigheden te herstellen die de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, heeft begaan.
Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur: Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Aangezien een onregelmatigheid kan leiden tot vernietiging van de beslissing, dient deze hersteld te worden. Dit kan door het toepassen van een administratieve lus zodat er een nieuw openbaar onderzoek gevoerd kan worden. Door het toepassen van de administratieve lus komt er een termijn van 60 dagen bij de aanvraag.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de toepassing van de administratieve lus goed voor de omgevingsvergunningsaanvraag V694, ingediend voor het verkavelen van 19 loten met aanleg wegenis waarvan 6 loten HOB en 11 loten OB, 1 lot openbaar domein en 1 lot voor een hoogspanningscabine op percelen gelegen aan het binnengebied van de Hameestraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 766/H2, 766/K2, 766/R2, 766/N2, 766/L2, 766/M2, 765/R4, 767/N2, 767/K2 en 766/P2.
Zitting van 21 01 2026
RvVB - verzoek tot voortzetting - dossier Lindestraat
Besluit
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.