Zitting van 01 10 2025
Verslag van de vorige zitting dd. 24.09.2025
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 24.09.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 24.09.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 01 10 2025
Uitnodiging: opening Authentikka
Besluit
Zitting van 01 10 2025
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over het punt omtrent De nieuwe locatie van de harmonie in het gc d’Erckenteel en het PPS-project de Molen waar binnen enkele weken de afbraakwerken starten. Ook graag reclame maken voor de nieuwsbrief zodat burgers, .. zich nog kunnen inschrijven en op de hoogte blijven.
Zitting van 01 10 2025
Verbindingsriolering Pleinstraat (dossier Aquafin) 22.828A.- Goedkeuring vorderingsstaten 1-4 (nihilstaten).
De werken “Verbindingsriolering Pleinstraat (dossier Aquafin) 22.828A” werden door Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen gestart.
Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen diende vorderingsstaten 1 t.e.m. 4 in voor de periode van 01.05.2025 tot en met 31.07.2025.
De ontwerper Evolta, Sassevaartstraat 46/301 te 9000 Gent heeft op 18 september 2025 een proces-verbaal van nazicht voor deze vorderingsstaten opgesteld.
Het betreft nihilstaten voor alle partijen.
(toezichthoudend ambtenaar: Bert Penxten)
Feiten en context
Het college van burgemeester en schepenen van 25 september 2024 verleende goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Verbindingsriolering Pleinstraat (dossier Aquafin) 22.828A” De opdracht werd gegund aan Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen tegen het nagerekende offertebedrag van € 2 895 506,30 excl. btw waarvan:
- € 132 774,00 excl. btw of € 160 656,54 incl. 21% btw ten laste van de gemeente Alken
(€ 72 134,15 incl. btw subsidieerbaar en € 88 522,39 incl. btw niet subsidieerbaar),
- € 1 790 706,32 excl. btw ten laste van Aquafin en € 972 025,98 ten laste van Aquafin Lokaal pact.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2024/004 22.828A;
Het betreft een gezamenlijke opdracht waarbij Aquafin optrad in naam van Gemeente Alken bij de gunning van de opdracht.
De studiedienst diende een voorafgaande adviesvraag in tot “investeringssubsidie toeristisch fietsroutenetwerk” bij de Provincie Limburg betreffende de oversteek Eikenbosweg-Pleinstraat-Brabantsestraat (conform art. 5. van het reglement betreffende het verlenen van investeringssubsidies voor het toeristisch fietsroutenetwerk).
De Provincie Limburg heeft op 20 maart 2023 goedkeuring verleend aan de voorafgaande adviesvraag “investeringssubsidie toeristisch fietsroutenetwerk”.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36, en inzonderheid artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat.
Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Overwegende dat de aannemer Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen volgende nihilstaten indiende:
● Vorderingsstaat 1 (periode 01/04/2025 t.e.m. 30/04/2025)
● Vorderingsstaat 2 (periode 01/05/2025 t.e.m. 31/05/2025)
● Vorderingsstaat 3 (periode 01/06/2025 t.e.m. 30/06/2025)
● Vorderingsstaat 4 (periode 01/07/2025 t.e.m. 31/07/2025)
Het betreft nihilstaten voor alle partijen.
De ontwerper Evolta, Sassevaartstraat 46/301 te 9000 Gent heeft op 18 september 2025 een proces-verbaal van nazicht voor deze vorderingsstaten opgesteld.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 0 Ten laste van Alken | 21% | MJP 1886 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing zie CBS 25.09.2024 waarbij visum werd verleend op 18 september 2024 voor een bedrag van € 160 656,54 waarvan € 72 134,15 subsidieerbaar en € 88 522,39 niet subsidieerbaar | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: |
| |
Besluit
Artikel 1: Goedkeuring wordt verleend aan vorderingsstaat 1 t.e.m. 4 – uitvoeringsperiode van 01/04/2025 t.e.m. 31/07/2025 - van Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen voor de opdracht “Verbindingsriolering Pleinstraat (dossier Aquafin) 22.828A.”
Het betreft nihilstaten voor alle partijen.
Zitting van 01 10 2025
Verbindingsriolering Pleinstraat (dossier Aquafin) 22.828A - Goedkeuring vorderingsstaat 5
De werken “Verbindingsriolering Pleinstraat (dossier Aquafin) 22.828A” werden door Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen gestart.
Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen diende vorderingsstaat 5 in voor de periode van 01.08.2025 tot en met 31.08.2025.
De ontwerper Evolta, Sassevaartstraat 46/301 te 9000 Gent heeft op 18 september 2025 een proces-verbaal van nazicht voor deze vorderingsstaat opgesteld.
Het bedrag van vorderingsstaat 5 bedraagt € 261.790,86 excl. btw en is volledig ten laste van Aquafin. (Vorderingsstaat 5 is een nihilstaat voor de gemeente Alken)
(toezichthoudend ambtenaar: Bert Penxten)
Feiten en context
Het college van burgemeester en schepenen van 25 september 2024 verleende goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Verbindingsriolering Pleinstraat (dossier Aquafin) 22.828A” De opdracht werd gegund aan Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen tegen het nagerekende offertebedrag van € 2 895 506,30 excl. btw waarvan:
- € 132 774,00 excl. btw of € 160 656,54 incl. 21% btw ten laste van de gemeente Alken
(€ 72 134,15 incl. btw subsidieerbaar en € 88 522,39 incl. btw niet subsidieerbaar),
- € 1 790 706,32 excl. btw ten laste van Aquafin en € 972 025,98 ten laste van Aquafin Lokaal pact.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2024/004 22.828A;
Het betreft een gezamenlijke opdracht waarbij Aquafin optrad in naam van Gemeente Alken bij de gunning van de opdracht.
De studiedienst diende een voorafgaande adviesvraag in tot “investeringssubsidie toeristisch fietsroutenetwerk” bij de Provincie Limburg betreffende de oversteek Eikenbosweg-Pleinstraat-Brabantsestraat (conform art. 5. van het reglement betreffende het verlenen van investeringssubsidies voor het toeristisch fietsroutenetwerk).
De Provincie Limburg heeft op 20 maart 2023 goedkeuring verleend aan de voorafgaande adviesvraag “investeringssubsidie toeristisch fietsroutenetwerk”.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36, en inzonderheid artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat.
Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De aannemer Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen diende vorderingsstaat 5 in voor de periode van 01/08/2025 t.e.m. 31/08/2025.
Overwegende dat de werken een bedrag bereikten van:
Huidige vorderingsstaat |
| € 257.354,08 |
Prijsherzieningen | + | € 4.436,78 |
Totaal excl. btw | = | € 261.790,86 |
Btw | + | € 0,00 |
TOTAAL | = | € 261.790,86 |
Het betreft een gezamenlijke opdracht waarvan dit bedrag volledig ten laste van Aquafin is
(€ 118.441,17 excl. btw Aquafin RB en € 143.349,69 excl. btw Aquafin LP)
(nihilstaat voor de gemeente Alken)
De ontwerper Evolta heeft voor deze vorderingsstaat een verslag van nazicht opgesteld op 18/09/2025.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien | |
€ 0 Ten laste van Alken | 21% | MJP 1886 | |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing zie CBS 25.09.2024 waarbij visum werd verleend op 18 september 2024 voor een bedrag van € 160 656,54 waarvan € 72 134,15 subsidieerbaar en € 88 522,39 niet subsidieerbaar | ||
Datum goedkeuring visumaanvraag: |
| ||
Besluit
Artikel 1: Goedkeuring wordt verleend aan vorderingsstaat 5 van Roebben J. bv, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen voor de opdracht “Verbindingsriolering Pleinstraat (dossier Aquafin) 22.828A” - uitvoeringsperiode 01/08/2025 t.e.m. 31/08/2025.
Het bedrag van vorderingsstaat 5 bedraagt € 261.790,86 excl. btw en is volledig ten laste van Aquafin. (Vorderingsstaat 5 is een nihilstaat voor de gemeente Alken)
Zitting van 01 10 2025
Vervangen luchtgroep refter basisschool - Goedkeuring verrekening 1: looprooster/afscherming aan luchtgroep.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 26 februari 2025 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Vervangen luchtgroep refter basisschool” aan Imtech Belgium nv, Hendrikstraat 120 te 3570 Alken tegen het nagerekende offertebedrag van € 92.937,80 excl. btw of € 112.454,74 incl. 21% btw.
Tijdens de uitvoering van de opdracht bleek dat het noodzakelijk was om volgende wijzigingen aan te brengen:
De nieuwe luchtgroep in de school is geplaatst.
Aangezien deze groter is dan de vorige staat deze zeer kort tegen de rand van het dak.
Een werkplatform met bijhorende leuningen is hierdoor noodzakelijk om veilig de groep te kunnen opstarten. Dit is ook noodzakelijk om het onderhoud op een veilige manier te kunnen uitvoeren.
Imtech kan het nodige meerwerk uitvoeren voor een bedrag van € 6.148,08 incl. btw.
De uitgave voor deze verrekening is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025 onder volgnummer AC000037/MJP000332.
(toezichthoudend ambtenaar: Koen Vanmuysen)
Feiten en context
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 26 februari 2025 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Vervangen luchtgroep refter basisschool” aan Imtech Belgium nv, Hendrikstraat 120 te 3570 Alken tegen het nagerekende offertebedrag van € 92.937,80 excl. btw of € 112.454,74 incl. 21% btw.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2024/137.
Juridische grond
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van Bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 38/1 (Aanvullende Werken/Leveringen/Diensten).
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Tijdens de uitvoering van de opdracht bleek dat het noodzakelijk was om volgende wijzigingen aan te brengen: De nieuwe luchtgroep in de school is geplaatst.
Aangezien deze groter is dan de vorige staat deze zeer kort tegen de rand van het dak. Een werkplatform met bijhorende leuningen is hierdoor noodzakelijk om veilig de groep te kunnen opstarten.
Dit is ook noodzakelijk om het onderhoud op een veilige manier te kunnen uitvoeren.
meerwerk looprooster/afscherming aan luchtgroep | + | € 5.080,23 |
Totaal excl. btw | = | € 5.080,23 |
Btw | + | € 1.066,85 |
TOTAAL | = | € 6.147,08 |
Deze verrekening overschrijdt het bestelbedrag met 5,47%., waardoor het totale bestelbedrag na verrekeningen nu € 118.601,82 incl. btw bedraagt.
Voor deze verrekening wordt geen termijnsverlenging toegekend.
De leidend ambtenaar de heer Koen Vanmuysen verleende gunstig advies.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 6.147,08 | 21% | MJP000332 |
Datum visumaanvraag: | 24 september 2025 CBS 26.02.2025 gunning hoofdopdracht met visum van 17 februari 2025 voor bedrag van € 112.454,74. Er wordt bijkomend visum gevraagd voor meerwerk € 6.147,08 | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | 26 september 2025 | |
Besluit
Artikel 1: Goedkeuring wordt verleend aan verrekening 1 – looprooster/afscherming aan luchtgroep van de opdracht “Vervangen luchtgroep refter basisschool” voor het totaal bedrag in meer van € 5.080,23 excl. btw of € 6.147,08 incl. 21% btw.
Artikel 2: De uitgave voor deze verrekening is voorzien in het meerjarenplan 2020-2025 onder volgnummer AC000037/MJP000332.
Zitting van 01 10 2025
Verbindingsriolering Langenakker-Bulsstraat - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.
Besluit
Zitting van 01 10 2025
Vergaderverslag nr. 18 d.d. 23.09.2025 Alken vallei.
Besluit
Zitting van 01 10 2025
Wegenis- en rioleringswerken Klinkstraat, Oftingenstraat en Thielenstraat. Werfverslag nr. 18 d.d. 25.09.2025.
Besluit
Zitting van 01 10 2025
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 01 10 2025
Parkeren en stilstaan in de Schoolstraat, zijde school, toegelaten van woensdag 29 oktober 2025 tot en met maandag 3 november 2025
In zitting van 2 september 2021 werd een gemeentelijk aanvullend reglement op de politie over het wegverkeer betreffende een parkeer- en stilstaanverbod in de Schoolstraat goedgekeurd.
Naar aanleiding van het bezoek aan de kerkhoven tijdens de dagen van Allerheiligen en Allerzielen is het aangewezen om minder mobiele personen de mogelijkheid te bieden hun voertuig te parkeren in de Schoolstraat aan de zijde van de school van woensdag 29 oktober 2025 tot en met maandag 3 november 2025.
Feiten en context
In zitting van 2 september 2021 werd een gemeentelijk aanvullend reglement op de politie over het wegverkeer betreffende een parkeer- en stilstaanverbod in de Schoolstraat goedgekeurd.
Naar aanleiding van het bezoek aan de kerkhoven tijdens de dagen van Allerheiligen en Allerzielen is het aangewezen om minder mobiele personen de mogelijkheid te bieden hun voertuig te parkeren in de Schoolstraat aan de zijde van de school van woensdag 29 oktober 2025 tot en met maandag 3 november 2025.
Juridische grond
Wet betreffende de politie over het wegverkeer
KB 1.12.1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB 20.07.1990
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Zoals de voorbije jaren is het aangewezen om ook dit jaar minder mobiel personen de mogelijkheid te bieden hun voertuig te parkeren nabij het kerkhof St.-Joris tijdens de dagen van Allerheiligen en Allerzielen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Van woensdag 29 oktober 2025 om 8u tot en met maandag 3 november 2025 om 21u wordt het parkeren en/of stilstaan van een voertuig toegelaten in de Schoolstraat, dit aan de rechterzijde van de rijbaan (zijde school).
Het stilstaan- en parkeerverbod aan de zijde van de woningen vanaf huisnummer 11 tot en met huisnummer 13/A blijft van toepassing.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de politie wijkteam Alken, de heer Koen Vanmuysen (studie- en mobiliteitsdienst gemeente Alken), de technische dienst van de gemeente en de gemachtigde opzichters St.-Joris.
Zitting van 01 10 2025
Interne kredietverschuiving mobiel podium
In het meerjarenplan is op de sleutel MJP285 een budget van 16.000 euro voorzien voor aankoop mobiel podium.
Er werd een overheidsopdracht uitgeschreven, er was één indiener, maar het budget is niet toereikend. Er is een tekort van 1.000 euro.
Er wordt een interne verschuiving aangevraagd van MJP284 aankoop nieuwe stoelen voor gemeenschapscentrum Sint-Jorisheem naar aankoop mobiel podium MJP285.
Feiten en context
In het meerjarenplan is op de sleutel MJP285 een budget van 16.000 euro voorzien voor aankoop mobiel podium.
Er werd een overheidsopdracht uitgeschreven, er was één indiener, maar het budget is niet toereikend. Er is een tekort van 1.000 euro.
Er wordt een interne verschuiving aangevraagd van MJP284 aankoop nieuwe stoelen voor gemeenschapscentrum Sint-Jorisheem naar aankoop mobiel podium MJP285.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur, art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De kredietverschuivingen met betrekking tot de investeringen dienen goedgekeurd te worden door het college van burgemeester en schepenen. Het krediet MJP 284 aankoop stoelen biedt een overschot om te gebruiken voor de aankoop van het mobiel podium (mjp 285). Er kan krediet verschoven worden van MJP284 naar MJP285.
Financiële gevolgen
De kredietverschuiving wordt uitgevoerd.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de interne kredietverschuiving voor een bedrag van 1.000 euro van MJP284 aankoop meubilair stoelen gca naar MJP285 aankoop mobiel podium goed.
Zitting van 01 10 2025
Openingsuren cafetaria sporthal de Alk
De nieuwe uitbater van de cafetaria van de sporthal is sinds 28 augustus 2025 geopend.
Er is gestart met zeer ruime openingsuren om zo te kunnen bekijken waar de drukke en minder drukke momenten liggen.
De vooropgestelde openingsuren dient in overleg met de sportraad te gebeuren en nadien goedgekeurd te worden via het college van burgemeester en schepenen.
Feiten en context
De nieuwe uitbater van de cafetaria van de sporthal is sinds 28 augustus 2025 geopend.
Er is gestart met zeer ruime openingsuren om zo te kunnen bekijken waar de drukke en minder drukke momenten liggen.
De vooropgestelde openingsuren dient in overleg met de sportraad te gebeuren en nadien goedgekeurd te worden via het college van burgemeester en schepenen.
Juridische grond
DLB art. 56 regelt bevoegdheden college.
Concessieovereenkomst cafetaria sporthal de Alk dd. 18/08/2025.
Adviezen
Positief advies van de sportraad.
Argumentatie
Volgens de concessieovereenkomst dient de concessionaris tijdens de periode van september t.e.m. april de opening van de cafetaria te garanderen op zo veel mogelijk momenten dat er bezetting is in de sporthallen. In deze periode is er de mogelijkheid tot max. één sluitingsdag tussen maandag en donderdag. De overige dagen dient de cafetaria minstens geopend te zijn vanaf 19u. (uitz. weekenddagen) De opening van de cafetaria is gegarandeerd tijdens evenementen in de sporthallen. Op weekenddagen is de opening gegarandeerd tijdens de wedstrijden in de sporthallen (bij wedstrijden één uur voor aanvang) De cafetaria blijft minstens tot één uur na de laatste reservatie geopend.
De voorgestelde openingsuren zijn als volgt:
Maandag vanaf 18u
Dinsdag vanaf 18u
Woensdag 14u-16u + vanaf 18u
Donderdag vanaf 18u
Vrijdag vanaf 18u
Zaterdag vanaf 9u
Zondag vanaf 12u30
T.o.v. de bestaande openingsuren is het enkel zondagvoormiddag dat de cafetaria zal sluiten. Op dat moment zijn er ook geen competitiewedstrijden en enkel trainingen van de turnkring en de taekwondo.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de aangepaste openingsuren voor de cafetaria van sporthal de Alk als volgt:
Maandag vanaf 18u
Dinsdag vanaf 18u
Woensdag 14u-16u + vanaf 18u
Donderdag vanaf 18u
Vrijdag vanaf 18u
Zaterdag vanaf 9u
Zondag vanaf 12u30
Zitting van 01 10 2025
Tijdelijke aanstellingen GBS De B@S!S (april, mei, juni 2025)
Tijdelijke aanstellingen in het kleuter- en lager onderwijs
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 5/24 instaplestijden van 10/03/2025 t.e.m.
30/06/2025.
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 6/24 kleuteronderwijzer van 10/03/2025 t.e.m.
30/06/2025 ter vervanging van Ria Kenis VVP wegens ziekte 20-49%.
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Anja Serdons (korte andere opdracht) op 10/03/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Colette Koninckx (korte andere opdracht) op 17/03/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Marita Luyckx (korte andere opdracht) op 24/03/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Anja
Serdons (nascholing) op 01/04/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Marleen Philtjens (korte andere opdracht) op 22/04/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool de B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Anja
Serdons (korte andere opdracht) op 29/04/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Marita Luyckx (korte andere opdracht) op 08/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Anja
Serdons (korte andere opdracht) op 13/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Colette Koninckx (korte andere opdracht) op 19/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Anja
Serdons (korte andere opdracht) op 26/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Colette Koninckx (nascholing) op 03/06/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Anja
Serdons (korte andere opdracht) op 10/06/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Marleen Philtjens (korte andere opdracht) op 19/06/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Marita Luyckx (korte andere opdracht) op 24/06/2025 (KV).
- Froeyen Anneleen - Oude Baan 66 3570 Alken wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Anja
Serdons (korte andere opdracht) op 24/03/2025 (KV).
- Froeyen Anneleen - Oude Baan 66 3570 Alken wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Colette Koninckx (nascholing) op 25/03/2025 (KV).
- Kirsten Prevot - Zandstraat 48 3590 Diepenbeek wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 4/24 onderwijzer in lestijden onderwijs aan huis
van 1/05/2025 te.m. 30/06/2025.
Feiten en context
Tijdelijke aanstellingen (korte vervangingen) in het kleuter- en lager onderwijs en organisatie van instaplestijden.
Juridische grond
Decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerde onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; en in het bijzonder op artikel 4, paragraaf 5 inzake korte vervangingen;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Enkele leerkrachten moeten vervangen worden wegens ziekteverlof, nascholing of andere korte opdracht. Tevens werden er na de Paasvakantie instaplestijden ingericht in het kleuteronderwijs en 4 lestijden onderwijs aan huis in het lager onderwijs.
- Inrichting van 5 instaplestijden vanaf 10/3/25 t.e.m. 30/06/2025.
- Mevrouw Ria Kenis VVP wegens ziekte 20-49% afwezig wegens ziekte van 01/03/2025
t.e.m. 30/06/2025.
- Anja Serdons wordt voor 12/24 vervangen op 24/03/25 wegens andere opdracht.
- Colette Koninckx wordt voor 12/24 vervangen op 25/03/25 wegens andere opdracht.
- Anja Serdons wordt voor 12/24 vervangen op 1/4/25 wegens nascholing.
- Marleen Philtjens wordt voor 12/24 vervangen op 22/4/25 wegens andere opdracht.
- Anja Serdons wordt voor 12/24 vervangen op 29/4/25 wegens andere opdracht.
- Marita Luyckx wordt voor 12/24 vervangen op 8/5/25 wegens andere opdracht.
- Anja Serdons wordt voor 12/24 vervangen op 13/5/25 wegens ziekte.
- Colette Koninckx wordt voor 12/24 vervangen op 19/5/25 wegens andere opdracht.
- Anja Serdons wordt voor 12/24 vervangen op 26/5/25 wegens andere opdracht.
- Colette Koninckx wordt voor 12/24 vervangen op 03/06/25 wegens andere opdracht.
- Anja Serdons wordt voor 12/24 vervangen op 10/06/25 wegens andere opdracht.
- Marleen Philtjens wordt voor 12/24 vervangen op 19/06/25 wegens andere opdracht.
- Marita Luyckx wordt voor 12/24 vervangen op 24/06/25 wegens andere opdracht.
- Inrichting 4/24 onderwijs aan huis van 1/05/25 t.e.m. 30/06/2025.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het schepencollege keurt de tijdelijke aanstellingen in GBS 'De B@S!S' goed:
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 6/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Ria Kenis (VVP wegens ziekte 20-49%) van 01/03/2025 t.e.m. 30/06/2025.
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 5/24 instaplestijden van 10/03/2025
t.e.m. 30/06/2025.
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging
van Anja Serdons (korte andere opdracht) op 10/03/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging
van Colette Koninckx (korte andere opdracht) op 17/03/2025 (KV).
- Mirthe Goessens - Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging
van Marita Luyckx (korte andere opdracht) op 10/03/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging
van Anja Serdons (nascholing) op 01/04/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Marleen Philtjens (korte andere opdracht) op 22/04/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Anja Serdons (korte andere opdracht) op 29/04/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Marita Luyckx (korte andere opdracht) op 08/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Anja Serdons (korte andere opdracht) op 13/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Colette Koninckx (korte andere opdracht) op 19/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke
basisschool De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van
Anja Serdons (korte andere opdracht) op 26/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke basisschool
De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Colette Koninckx
(nascholing) op 03/06/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke basisschool
De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Anja Serdons
(korte andere opdracht) op 10/06/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke basisschool
De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Marleen Philtjens
(korte andere opdracht) op 19/06/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke basisschool
De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Marita Luyckx
(korte andere opdracht) op 08/05/2025 (KV).
- Mirthe Goessens- Grote Lindestraat 29 3500 Hasselt wordt in de gemeentelijke basisschool
De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Marita Luyckx
(korte andere opdracht) op 24/06/2025 (KV).
- Anneleen Froeyen - Oude Baan 66 3570 Alken wordt in de gemeentelijke basisschool
De B@S!S, aangesteld voor 24/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Colette Koninckx
(nascholing) op 25/03/2025 (KV).
- Anneleen Froeyen - Oude Baan 66 3570 Alken wordt in de gemeentelijke basisschool
De B@S!S, aangesteld voor 12/24 kleuteronderwijzer ter vervanging van Anja Serdons
(korte andere opdracht) op 24/03/2025 (KV).
- Kirsten Prevot - Zandstraat 48 3590 Diepenbeek wordt in de gemeentelijke basisschool
De B@S!S, aangesteld voor 4/24 onderwijzer in lestijden onderwijs aan huis.
Zitting van 01 10 2025
Attest van verdeling - Bulsstraat
Op 22 september ontvingen we van Notalim notarissen, Steenweg 123, 3570 Alken de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen aan de Bulsstraat 64, kadastraal gekend als Sie E nr. 225/Z, 225/Y en 224/N.
Feiten en context
Op 22 september ontvingen we van Notalim notarissen, Steenweg 123, 3570 Alken de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen aan de Bulsstraat 64, kadastraal gekend als Sie E nr. 225/Z, 225/Y en 224/N.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het verdelingsplan, opgemaakt door Geokantoor Menten op 19/12/2024, voorziet een verdeling voor het perceel, kadastraal gekend als Sie E nr. 225/Z, 225/Y en 224/N
waarbij het perceel wordt opgesplitst zoals bijgevoegd plan.
Lot 3 zal verkocht worden als landbouwgrond.
Het perceel is gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling V695bis, goedgekeurd op 17 september 2025.
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel is gelegen in woongebied met landelijk karakter:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door Notalim notarissen voor het perceel gelegen aan Bulsstraat 64, kadastraal gekend als Sie E. nr. 225/Z, 225/Y en 224/N.
Zitting van 01 10 2025
Omgevingsvergunning 1020
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een bijgebouw en zwembad ingediend door Tim en Gioia Verbruggen - Ciardiello wonende te Laagsimsestraat 22 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Laagsimsestraat 22, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 911 H. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Tim en Gioia Verbruggen - Ciardiello wonende te Laagsimsestraat 22 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Laagsimsestraat 22
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 911H
|
Projectnaam: | Laagsimsestraat 22 - Verbruggen- Ciardiello
|
Dossiernummer: | 202569
|
Intern dossiernummer: | 1020
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025062514
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een bijgebouw en zwembad
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
te regulariseren garage
aanleg van tuin met zwembad en bijgebouw
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter en agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan. De aanvraag is wel gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. 239bis d.d. 28/11/1984 Het betreft hier een verkaveling ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, deze verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. Dit wordt bepaalt onder andere door de volgende artikels 4.3.1§1 en 4.4.1§2 VCRO: Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar, zijn geen weigeringsgrond meer voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggend project, het bouwen van een zwembad met bijgebouw bij een eengezinswoning met een oppervlakte kleiner dan 40m², niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater van toepassing is.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 18 mei 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 1 juli 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 10 juli 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 8 augustus 2025 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA |
|
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 911 H
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 23/08/2017 een stedenbouwkundige vergunning (6710 D) voor het bouwen van een woning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 02/10/1975 een verkavelingsvergunning (239) voor nieuwe verkaveling werd geweigerd door de deputatie.
- Overwegende dat op 08/08/1979 een verkavelingsvergunning (239/a) voor nieuwe verkaveling werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 28/11/1984 een verkavelingsvergunning (239/bis) voor nieuwe verkaveling werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag voor het bouwen van een bijgebouw, aanleggen van een zwembad en regulariseren garage bij een bestaande eengezinswoning situeert zich op een perceel gelegen Laagsimsestraat, een gemeentelijke weg die voldoende uitgerust is gelet op de plaatselijke toestand. Het betreft een landelijke omgeving, gekenmerkt door vrijstaande en halfopen eengezinswoningen.
De aanvraag wordt gedaan om de garage te regulariseren en de aanleg van de tuin, met een oprit, zwembad en tuinkamer.
De te regulariseren garage in dezelfde steen als de woning staat op 5m70 van de woning en tegen de linker perceelsgrens. De garage meet 8m68 op 4m55 en heeft een kroonlijst hoogte van 2m81. De garage is afgedekt met een plat dak.
De tuinkamer komt op 3m van de rechter perceelsgrens. Deze heeft nokhoogte van 2m63 afgewerkt met een plat dak. De tuinkamer meet 6m op 4m
Het zwembad meet 4m39 op 11m.85 inclusief de boordsteen en heeft een diepte van 151cm. Het zwembad komt op ruime afstand van beide perceelsgrenzen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan. Het betreft hier een oudere verkaveling d.d.. 28/11/1984 met intern nummer 239bis , deze verkaveling is ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, deze verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. Toepassing van artikel 4.3.1§1 en 4.4.1§2 VCRO: Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar, zijn geen weigeringsgrond meer voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Huidige aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften inzake inplanting en oppervlakte bijgebouwen en afstand bijgebouw tot de woning.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 10 juli 2025 tot 8 augustus 2025.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 10 juli 2025 tot 8 augustus 2025 omwille van de toepassing van de codextrein. Er werden naar aanleiding van het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: het perceel is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. De aanvraag betreft het plaatsen van een zwembad met bijgebouw en regularisatie garage en is functioneel inpasbaar in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Mobiliteitsaspect: De aanvraag voor het plaatsen van een zwembad met bijgebouw en regularisatie garage, zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.
- Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag voor het plaatsen van het plaatsen van een zwembad met bijgebouw en regularisatie garage, is niet in strijd met het ruimtegebruik en zal de draagkracht van het terrein niet overschrijden. De maximale draagkracht is hiermee echter wel bereikt en verdere invulling is bijgevolg niet mogelijk.
- Visueel-vormelijke elementen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de visueelvormelijke elementen. De afwerking van de bijgebouwen en de passende materiaalkeuze vormen een samenhangend geheel met de woning.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden. De aanvraag wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door de plaatsing de carport, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag. Verdere gebouwen of verhardingen zijn niet mogelijk.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● De wadi in de voortuin dient uitgevoerd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het hemelwater dient op het eigen terrein opgevangen te worden. De aanpalende percelen mogen hiermee niet belast worden.
● Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden. We raden aan om:
○ Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
○ Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
○ Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
○ Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel.
○ Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 01/10/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Tim en Gioia Verbruggen - Ciardiello wonende te Laagsimsestraat 22 te 3570 Alken, het plaatsen van een bijgebouw en zwembad, gelegen Laagsimsestraat 22, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 911 H voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag. Verdere gebouwen of verhardingen zijn niet mogelijk.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● De wadi in de voortuin dient uitgevoerd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het hemelwater dient op het eigen terrein opgevangen te worden. De aanpalende percelen mogen hiermee niet belast worden.
● Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden. We raden aan om:
○ Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
○ Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
○ Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
○ Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel.
○ Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 01 10 2025
Omgevingsvergunning 1032
Aanvraag omgevingsvergunning over: de afbraak van een bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning ingediend door Kris en Kim Martens - Appeltans met als contactadres Warandestraat 5 te 3800 Sint-Truiden. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Pleinstraat 142, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 677 A2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Kris en Kim Martens - Appeltans met als contactadres Warandestraat 5 te 3800 Sint-Truiden
|
Ligging van het perceel: | Pleinstraat 142
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie G nr. 677A2
|
Projectnaam: | Pleinstraat 142 - Martens-Appeltans
|
Dossiernummer: | 202587
|
Intern dossiernummer: | 1032
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025064358
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
De aanvraag betreft de afbraak van een bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning. De exploitatie van een warmtepomp.
Rubrieken
Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de bijlage 1 van de indelingslijst van de VLAREM II en wordt aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
16.3.2°a) | Warmtepomp met een totaal vermogen van 10 kW | 3 |
Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
16.3.2°a) | Warmtepomp met een totaal vermogen van 10 kW | 3 |
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de afbraak van een bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning en de exploitatie van een warmtepomp.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter en achterliggend landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden. De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan. Het eigendom is niet gelegen binnen een niet-vervallen verkaveling. Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het de afbraak en heropbouw van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel gelegen is in pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Het dossier overgemaakt werd aan de provincie Limburg afdeling water en domeinen en watering de Herk.
Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de provincie Limburg afdeling water en domeinen:
Het perceel is gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Het betreft echter enkel de mogelijke stroming van water over de weg van zodra de riolering het debiet van een zware stortbui niet kan trekken, en de mogelijke stroming van water in de lager gelegen achtertuin, tegen de achterste perceelsgrens. Het kritisch overstromingspeil wordt vastgesteld op niveau 46,60 m TAW. Referentiepeil van de as van de weg ter hoogte van het terreinprofiel = ± 46,50 m TAW. Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u volgende VOORWAARDEN in de omgevingsvergunning op te nemen: • Het vloerpeil van de woning moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn. = 46,60 m TAW = 10 cm = 46,70 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil = 20 cm boven de weg ter hoogte van het terreinprofiel. Aan deze voorwaarde is voldaan. • Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het overstromingsveilig vloerpeil. • Kelders en ondergrondse garages moeten waterdicht worden uitgevoerd. • Doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden. • Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil. • Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat. • Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden. • Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie. • Ophogingen van het terrein boven de niveau’s zoals vermeld op de plannen bij de vergunning zijn niet toegestaan. • Het plaatsen van keermuren of maken van taluds tegen de perceelsgrenzen met als doel hoger aan te vullen dan de buurpercelen is niet toegestaan.
Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van Watering de Herk.
Het perceel is gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Het betreft echter enkel de mogelijke stroming van water over de weg van zodra de riolering het debiet van een zware stortbui niet kan trekken, en de mogelijke stroming van water in de lager gelegen achtertuin, tegen de achterste perceelsgrens.
Het kritisch overstromingspeil wordt vastgesteld op niveau 46,60 m TAW.
Referentiepeil van de as van de weg ter hoogte van het terreinprofiel = ± 46,50 m TAW.
Gelieve volgende VOORWAARDEN in de omgevingsvergunning op te nemen:
Het vloerpeil van de woning moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn.
= 46,60 m TAW = 10 cm
= 46,70 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
= 20 cm boven de weg ter hoogte van het terreinprofiel.
Aan deze voorwaarde is voldaan.
· Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het overstromingsveilig vloerpeil.
· Kelders en ondergrondse garages moeten waterdicht worden uitgevoerd.
· Doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.
· Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.
· Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
· Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden.
· Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
· Ophogingen van het terrein boven de niveaus zoals vermeld op de plannen bij de vergunning zijn niet toegestaan.
· Het plaatsen van keermuren of maken van taluds tegen de perceelsgrenzen met als doel hoger aan te vullen dan de buurpercelen is niet toegestaan.
De watering is waterbeheerder voor dit projectgebied, maar voor zowel het advies in het kader van de bindende bepalingen in verband met de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als het advies in het kader van de watertoets treedt de Dienst Water en Domeinen van de provincie Limburg op als ondersteunende adviesverlenende instantie.
De watering neemt dit advies met de hierin opgenomen beoordeling en conclusie over en maakt dit advies tot het hare.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeer genererend project en dat geen verkeer dragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 10 juli 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 6 augustus 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 24 september 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie G 677 A2
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De bestaande woning is gelegen aan een gemeentelijke weg nl. de Pleinstraat. Deze weg is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk halfopen en open bebouwingen.
Het bouwperceel gelegen aan de Pleinstraat 142 in Alken is momenteel bebouwd met een eengezinswoning, opgericht in 1962. Initieel werd overwogen om de bestaande woning grondig te renoveren. Tijdens het ontwerpproces bleek echter dat de bestaande structuur – gekenmerkt door een opeenvolging van kleine ruimtes en een ongunstige positionering van de dragende elementen – onvoldoende flexibiliteit bood om het hedendaagse bouwprogramma optimaal te realiseren. Om deze reden werd beslist over te gaan tot de volledige afbraak van de bestaande woning en de bouw van een nieuwe woning, aangepast aan de noden van het huidige gezin en conform de geldende stedenbouwkundige voorschriften.
De nieuwe woning is ontworpen binnen de contouren van de gangbare voorschriften voor de woonzone. Volgende uitgangspunten werden daarbij gerespecteerd:
• Inplanting op de bouwlijn van de linkerbuur (ongeveer 1 meter achter de bestaande woning);
• Afstanden tot de zijdelingse perceelsgrenzen van minimaal 3 meter;
• Bouwdiepte van 16 meter op het gelijkvloers en 12 meter op de verdieping;
• Twee bouwlagen onder een plat dak;
• De vloerpas van het gelijkvloers ligt, net zoals bij de bestaande woning, circa 25 cm boven het straatniveau. De woning wordt vormgegeven in een hedendaagse architectuur, met gevels in pleisterwerk, zwarte buitenschrijnwerken en een plat dakvolume. De keuze voor deze vormentaal draagt bij aan een sobere en tijdloze uitstraling, met respect voor de omgeving.
De woning is afgestemd op een gezin met zes leden, waaronder vier tieners. Het programma omvat: Vijf slaapkamers, twee badkamers en een apart toilet op de verdieping; Een open leefruimte met ruime keuken en eetgedeelte op het gelijkvloers; Een grote berging, een technische ruimte/wasplaats; Een afzonderlijk kantoor voor administratief werk in het kader van de zelfstandige activiteit van de ouders. Deze indeling beantwoordt aan de hedendaagse woonbehoeften en combineert woon- en werkfuncties op een efficiënte en toekomstgerichte manier.
Het perceel voorziet in: een deels overdekt en deels open terras (24,71 m² + 33 m²); een pad naar de inkom in waterdoorlatende kleiklinkers (17,54 m²); een inrit en parkeerzone voor vijf wagens (112,33 m²), noodzakelijk voor de voertuigen van beide ouders, de oudste dochter (18 jaar) en voor bezoekers (arbeiders die regelmatig administratief materiaal komen ophalen of afleveren).
Achteraan het perceel bevindt zich een bestaand vrijstaand bijgebouw, dat niet werd opgenomen in de historiek van het perceel. Het was de intentie om dit deels te behouden en op te knappen tot tuinberging. De gemeente liet echter weten dat regularisatie van dit gebouw niet mogelijk is, aangezien het zich bevindt in landschappelijk agrarisch gebied, waar geen rechtsgrond bestaat voor het vergunnen van dergelijke constructies. We gaan bijgevolg dit bijgebouw ook afbreken.
Voor de nieuwe woning, wordt het water van het dak opgevangen in een regenwaterput van 10.000L. Deze is aangesloten op de buitenkraan, wasmachine en toiletten. De overloop van deze regenwaterput is voorzien in een wadi, achteraan in de tuin. Er zal geen overloop voorzien worden aan de wadi, aangesloten op de riolering. De wadi is max 50cm diep en heeft een buffervolume van 5500L en een infiltratieoppervlakte van 19.9m². Op deze manier voldoet de woning volledig aan de verordening. De verhardingen rond het gebouw hebben een helling kleiner dan 2% zijn waterdoorlatend aangelegd en hebben langs de verhardingen voldoende onverharde zone om in te infiltreren. Bijgevolg moeten deze verhardingen niet opgenomen worden in de berekening van de hemelwaterverordening. Voor de nieuwe woning wordt het dakafvoerwater opgevangen in een regenwaterput met een volume van 10.000 liter. Deze put is aangesloten op de buitenkraan, de wasmachine en de toiletten, conform de geldende hemelwaterverordening. De overloop van de regenwaterput wordt afgeleid naar een wadi achteraan in de tuin. Deze wadi heeft een maximale diepte van 50 cm, een buffervolume van circa 5.500 liter en een infiltratieoppervlakte van 19,9 m². Er wordt geen aansluiting voorzien op de riolering, waardoor het hemelwater volledig lokaal wordt geïnfiltreerd. De verhardingen rond de woning worden aangelegd in waterdoorlatend materiaal en met een helling kleiner dan 2%. Daarnaast is er voldoende aangrenzende onverharde zone aanwezig om het infiltratievermogen te garanderen. Conform de regelgeving moeten deze oppervlakken bijgevolg niet mee opgenomen worden in de berekening van het hemelwaterbeleid.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 6 augustus 2025 | 7 augustus 2025 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 6 augustus 2025 | 8 augustus 2025 | voorwaardelijk gunstig |
Interne Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Bert Penxten | 6 augustus 2025 | 8 augustus 2025 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 6 augustus 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan provincie Limburg - afdeling Waterbeheer. Op 7 augustus 2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen met referte 2025N160995 - 2025 - 1336 De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
De aanvraag werd op 6 augustus 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 8 augustus 2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel.
Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.’
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB geen bezwaarschrift/melding van de eigenaars van een aanpalend perceel ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan.
- Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal.. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De op te richten woning overschrijdt geenszins de draagkracht van het terrein. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De tuinzone voor de ééngezinswoning is gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
- Visueel-vormelijke elementen: Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Het betreft de exploitatie van een warmtepomp voor een woning met een vermogen van 10 kW.
Het betreft een aanvraag voor onbepaalde duur.
Project-MER en MER-screening:
De aanvraag heeft geen betrekking op een project als vermeld in bijlage I, II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage.
Rubriek 16.3.2°a): warmtepomp van 10 kW:
Het voorwerp van de aanvraag betreft het exploiteren van een warmtepomp voor de verwarming van deze nieuwbouw woning. Dit om de nieuwe woning een hedendaags energiezuinige oplossing te geven voor het efficiënt verwarmen van deze woning.
Gezien het totale elektrische vermogen van de warmtepomp groter is dan 5 kW, maar kleiner dan 200 kW, is de VLAREM II rubriek 16.3.2° a) van toepassing.
De buitenunit van de warmtepomp wordt voorzien centraal van het plat dak en de binnenunit in de technische ruimte.
Het koelmiddel en de hoeveelheid koelmiddel is niet vermeld in de aanvraag. De hoeveelheid koelmiddel is afhankelijk van het type toestel en de lengte van de leidingen. Het is niet mogelijk om de GWP (Global Warming Potential) te berekenen van deze installatie, zonder deze gegevens. Aangezien de verbouwing nog moet gebeuren en de warmtepomp nog geplaatst moet worden, is dat waarschijnlijk de reden waarom deze gegevens nog niet gekend zijn. Het is aangewezen om volgende bijzondere voorwaarde op te nemen:
● De warmtepomp moet een koelmiddel hebben met een zo laag mogelijke GWP (global warming potential) en niet hoger dan 700 (dus bijvoorbeeld R32 of R290).
● Gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaagafbrekende stoffen mag alleen door een erkende koeltechnicus in artikel 6, 2° e), die in het bezit is van een certificaat van de overeenkomstige categorie, uitvoeren (artikel 5.16.3.3 Vlarem II).
De aanvrager stelt dat door de positie van de warmtepomp buitenunit er weinig tot geen geluid zal zijn voor de buurt en de nieuwere toestellen veel stiller zijn. Verder voorzien ze geen overlast. Enkel een positieve impact op het milieu, daar met dergelijke technologieën streven naar een zo efficiënt en energiezuinig mogelijke manier van verwarmen de positie van de warmtepomp buitenunit zal er weinig tot geen geluid zijn voor de buurt.
Effecten op de omgeving:
Globaal kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie bij naleving van de algemene, sectorale en bijzondere voorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen beperkt worden.
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
gunstig advies, onder voorwaarden:
Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag
Het mogelijks verwijderen van de asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk. Er dient voor de start van de sloop- of renovatiewerken een destructieve asbestinventaris te worden opgemaakt.
Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De adviezen van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer dd. 7 augustus 2025 met referte 2025N160995 - 2025 - 1336 en Watering de Herk dd.24 juli 2025 dd. 8 augustus 2025 dienen nageleefd te worden. In bijzonder volgende voorwaarden :
○ Het vloerpeil van de woning moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn. = 46,60 m TAW = 10 cm = 46,70 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil = 20 cm boven de weg ter hoogte van het terreinprofiel.
○ Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het overstromingsveilig vloerpeil.
○ Kelders en ondergrondse garages moeten waterdicht worden uitgevoerd.
○ Doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstropmingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.
○ Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.
○ Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
○ Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden.
○ Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
○ Ophogingen van het terrein boven de niveau’s zoals vermeld op de plannen bij de vergunning zijn niet toegestaan.
○ Het plaatsen van keermuren of maken van taluds tegen de perceelsgrenzen met als doel hoger aan te vullen dan de buurpercelen is niet toegestaan.
De toepasselijke algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
Hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
Hoofdstuk 5.16 | Sectorale milieuvoorwaarden - behandeling van gassen |
Bijzondere voorwaarden:
● De warmtepomp moet een koelmiddel hebben met een zo laag mogelijke GWP (global warming potential) en niet hoger dan 700 (dus bijvoorbeeld R32 of R290).
● Gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaagafbrekende stoffen mag alleen door een erkende koeltechnicus in artikel 6, 2° e), die in het bezit is van een certificaat van de overeenkomstige categorie, uitvoeren (artikel 5.16.3.3 Vlarem II).
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 01/10/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Kris en Kim Martens - Appeltans met als contactadres Warandestraat 5 te 3800 Sint-Truiden, de afbraak van een bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning, gelegen Pleinstraat 142, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 677 A2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag
● Het mogelijks verwijderen van de asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk. Er dient voor de start van de sloop- of renovatiewerken een destructieve asbestinventaris te worden opgemaakt.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De adviezen van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer dd. 7 augustus 2025 met referte 2025N160995 - 2025 - 1336 en Watering de Herk dd.24 juli 2025 dd. 8 augustus 2025 dienen nageleefd te worden. In bijzonder volgende voorwaarden :
○ Het vloerpeil van de woning moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn. = 46,60 m TAW = 10 cm = 46,70 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil = 20 cm boven de weg ter hoogte van het terreinprofiel.
○ Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het overstromingsveilig vloerpeil.
○ Kelders en ondergrondse garages moeten waterdicht worden uitgevoerd.
○ Doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.
○ Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.
○ Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
○ Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden.
○ Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
○ Ophogingen van het terrein boven de niveau’s zoals vermeld op de plannen bij de vergunning zijn niet toegestaan.
○ Het plaatsen van keermuren of maken van taluds tegen de perceelsgrenzen met als doel hoger aan te vullen dan de buurpercelen is niet toegestaan.
De toepasselijke algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
Hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
Hoofdstuk 5.16 | Sectorale milieuvoorwaarden - behandeling van gassen |
Bijzondere voorwaarden:
● De warmtepomp moet een koelmiddel hebben met een zo laag mogelijke GWP (global warming potential) en niet hoger dan 700 (dus bijvoorbeeld R32 of R290).
● Gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaagafbrekende stoffen mag alleen door een erkende koeltechnicus in artikel 6, 2° e), die in het bezit is van een certificaat van de overeenkomstige categorie, uitvoeren (artikel 5.16.3.3 Vlarem II).
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 01 10 2025
Omgevingsvergunning 1035
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning ingediend door Olivier Penxten met als contactadres Wouterveld 43 te 3850 Nieuwerkerken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hoogstraat 16, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 494 G en (afd. 1) sectie K 495 D. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Olivier Penxten met als contactadres Wouterveld 43 te 3850 Nieuwerkerken
|
Ligging van het perceel: | Hoogstraat 16
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie K nrs. 494G en 495D
|
Projectnaam: | Hoogstraat zn - Penxten Olivier
|
Dossiernummer: | 202590
|
Intern dossiernummer: | 1035
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025090190
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
- het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V692 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 29.01.2025.
Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V692 d.d. 29.01.2025 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de realisatie van een nieuwbouw open ééngezinswoning betreft, waarbij de bebouwde oppervlakte beperkt is, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 193,6m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 6 500 liter en een infiltratieoppervlakte van 15,48m. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine, een uitgietbak en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat de verhardingen voor de inrit en een tuinpad met een oppervlakte van 75,4m² volledig uitgevoerd worden in waterdoorlatende materialen. Het terras aan de achterzijde van de woning kan langs de verharding infiltreren in de tuinzone en heeft een oppervlakte van 37,8m². Voor deze verhardingen kan het hemelwater dus afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren langs en door de verharding gezien deze waterdoorlatend is. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 26 juli 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 18 augustus 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 23 september 2025 |
1.f. Historiek
Overwegende dat er een omgevingsvergunning voor het verkavelen van 1 lot open bebouwing en 2 loten halfopen bebouwing werd vergund door het college van burgemeester en schepenen op 29.01.2025 (V692).
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft de realisatie van een open ééngezinswoning op lot 1 van de verkaveling V 692.
Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl.de Hoogstraat, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. Huidig perceel maakt deel uit van een verkaveling bestaande uit 3 loten. Aan de linkerzijde bevindt zich een onbebouwd perceel en weilanden en aan de rechterzijde van het perceel situeren zich de 2 loten halfopen bebouwing met daarnaast een perceel met een open ééngezinswoning.
De nieuwbouw woning wordt ingeplant op ongeveer 8m84 van de voorliggende rooilijn met de Hoogstraat ten aanzien van de garage en op ongeveer 14m ten aanzien van het hoofdvolume, conform het ingetekende bouwkader binnen de goedgekeurde verkaveling. Het ontwerp voorziet een open ééngezinswoning met een hoofdvolume bestaande uit 2 volwaardige bouwlagen afgewerkt met een hellend dak. Er blijft een afstand van ongeveer 3m behouden ten aanzien van de linker en rechter perceelsgrens. De voorgestelde woning heeft een bouwdiepte van 17m70 op het gelijkvloers niveau en een bouwbreedte van 13m50. De kroonlijsthoogte van het hoofdvolume komt tot op een hoogte van ongeveer 6m. De voorliggende garage heeft een kroonlijshoogte van 4m60;
De woning wordt opgetrokken in een klassieke stijl met een wit genuanceerde gevelsteen, gecombineerd met een antraciet buitenschrijnwerk. Als dakbedekking wordt er gekozen voor zwarte dakpannen.
Door het nieuwe terras wordt het terrein licht opgehoogd, enkel ter hoogte van het nieuwe terras. Voor de rest blijft het bestaande terrein behouden.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met de geldende verkaveling V692 d.d. 29.01.2025.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 18 augustus 2025 | 21 augustus 2025 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 18 augustus 2025 | 20 augustus 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 18.08.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 21.08.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000108433 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 18.08.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep. Op 20.08.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van de geldende verkaveling V692 d.d. 29.01.2025 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 21.08.2025 met ref. 5000108433 dienen opgevolgd te worden.
● Het advies van de Watergroep d.d. 20.08.2025 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 01/10/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Olivier Penxten met als contactadres Wouterveld 43 te 3850 Nieuwerkerken, voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, gelegen Hoogstraat 16, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 494 G en (afd. 1) sectie K 495 D wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 21.08.2025 met ref. 5000108433 dienen opgevolgd te worden.
● Het advies van de Watergroep d.d. 20.08.2025 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 01 10 2025
Omgevingsvergunning 1036
Aanvraag omgevingsvergunning over: het vellen van bomen ingediend door Benny Martens wonende te Klameerstraat 27 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Klameerstraat 27, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 686 F. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvrager(s): | Meneer Martens Benny wonende te Klameerstraat 27 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel:
| Klameerstraat 27, te 3570 Alken |
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 686F
|
Projectnaam: | Klameerstraat 27 - Martens Benny
|
Dossiernummer: | 202591
|
Intern dossiernummer: | 1036
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025091448
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject
|
Datum aanvraag:
| 29/07/2025 |
1.b. Omschrijving aanvraag
Vegetatiewijziging en stedenbouwkundige handeling voor het vellen van 9 hoogstammige bomen.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
De aanvraag ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het gemeentebestuur blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
///
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het verwijderen van bomen niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Milieu:
Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
● Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 29/07/2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 08/08/2025 |
Opening openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Afsluiten openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Niet van toepassing |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 23/09/2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F, nr. 686F
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 04/05/2016 voor het bouwen van een ééngezinswoning met praktijkruimte: vergund.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het vellen van 9 canada populieren (Populus x canadensis) die kaprijp zijn en val gevaar beginnen krijgen op het perceel te Klameerstraat 27 Alken, 2de afdeling, Sectie F, nummer 686F. Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft is gelegen in agrarisch gebied. De bomen worden gekapt, de stammen verkocht voor hout opbrengst en het fijn hout wordt afgevoerd. De bomen worden van het perceel verwijderd via een aanliggend, braakliggend perceel (Klameerstraat tussen nr 23 en 25, 683v). De Klameerstraat is een gemeentelijke weg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De hoogstambomen zijn klein landschapselementen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), deelruimte vochtig Haspengouw.
De aanvraag is niet gelegen in een Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied of een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied).
Het perceel werd gekarteerd in de Biologische waarderingskaart (versie 2) als biologisch waardevol met een soortenarm permanent cultuurgrasland (hp+) en een bomenrij met dominantie van populier (kbp).
Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur. Dit is de natuurtoets. De aanvrager doet een compensatievoorstel voor het aanplanten van nieuwe bomen, er wordt niet gespecificeerd hoeveel en welke soort.
De aanvrager neemt volgende maatregelen om de negatieve effecten op de natuur te verminderen of te herstellen:
De bomen zullen geveld worden voor de winter, aangezien de weides in de zomer een veel stevigere ondergrond hebben, om zo de spoorvorming zo veel mogelijk te vermijden. Na de werken zullen de sleepsporen worden aangewerkt en opnieuw ingezaaid om de weide te herstellen. In het eerst volgende plantseizoen zullen er nieuwe bomen worden aangeplant.
Verantwoording van de aanvraag:
De aanvrager beschrijft de reden voor het verwijderen van de bomen als volgt en toont het verder aan met foto’s: Op het perceel staan 9 Populus x canadensis en deze zijn kaprijp en beginnen val gevaar te krijgen.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Agentschap voor Natuur en Bos | 8/08/2025 | 28/08/2025 | Voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 8 augustus 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Op 28 augustus 2025 werd een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht met volgende motivatie:
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
Artikel 38/3 Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Artikel 35, §4 Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bij het beoordelen van de vergunningsaanvraag en het nemen van de beslissing over de omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen zal door de vergunningverlenende overheid steeds rekening moeten worden gehouden met de zorgplicht opgelegd door artikel 14 en de bepalingen van artikel 16 inzake het tegengaan van vermijdbare schade van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Om aan de zorgplicht te voldoen, moeten de natuurwaarden die mogelijk aangetast worden bij het uitvoeren van de geplande activiteiten op voldoende wijze worden hersteld. Dit kan bv. door het herstellen of vervangen van kleine landschapselementen, het heraanplanten van bomen of lijnbeplantingen, enz.
De vergunningverlener moet zelf verifiëren of minimum aan de zorgplicht wordt voldaan en er geen vermijdbare schade optreedt. Om correct af te wegen of de natuurwaarden door de geplande activiteit in het gedrang komen en om na te gaan of aan de zorgplicht wordt voldaan, kan men beroep doen op de helpdesk die door het Agentschap voor het Natuur en Bos ter beschikking wordt gesteld (https://www.natuurenbos.vlaanderen.be/voor-lokale-besturen). De helpdesk beschrijft mogelijke maatregelen die in een vergunning kunnen worden opgenomen. Thema’s die in de helpdesk aan bod komen zijn:
• Kappen van bomen, dreven en/of houtkanten
• Acuut gevaar
• Hoogstamboomgaarden
• (her)aanleggen van een poel
• Reliëfwijzigingen
• Oprichten van gebouwen en verhardingen
Tot slot willen we nog de aandacht vestigen op een algemene maatregel, die voor elke vergunning van toepassing is:
“Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos”.
Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos wordt bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
2.g. Beoordeling
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De aanvraag handelt over het vellen van 9 hoogstammige bomen.
● Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.
● Mobiliteitsaspect: De impact op de mobiliteit wordt ingeschat als minimaal. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt en moet het nodige doen om dit teniet te doen, mocht dit toch voorvallen. Verder dient er toestemming verkregen worden van de eigenaar van het braakliggend terrein waarover het hout afgevoerd wordt. Een schriftelijke toestemming moet bezorgd worden aan omgeving@alken.be.
● Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: Een heraanplant met hoogstammige bomen is passend in deze omgeving.
● Visueel-vormelijke elementen: Het verwijderen van de hoogstammige bomen heeft enkele visueel – vormelijke gevolgen. Er wordt opgelegd dat de aanvrager compensatie van dit groenelement moet voorzien door het aanplanten van minimaal 9 hoogstammige bomen.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Bodemreliëf:Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving
Conclusie:
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
De aanvraag ingediend door meneer Martens Benny voor het vellen van 9 hoogstammige bomen, op het perceel gelegen te Klameerstraat 27, te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie F nr. 686F wordt voorwaardelijk vergund met volgende voorwaarden:
● Op het perceel wordt een compenserende aanplant van negen hoogstammige bomen in een gepast plantverband aangeplant;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
● Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;
● Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;
○ Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;
● Er dient toestemming verkregen worden van de eigenaar van het braakliggend terrein waarover het hout afgevoerd wordt. Een schriftelijke toestemming moet bezorgd worden aan omgeving@alken.be.
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 01/10/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Benny Martens wonende te Klameerstraat 27 te 3570 Alken, het vellen van bomen, gelegen Klameerstraat 27, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 686 F voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Op het perceel wordt een compenserende aanplant van negen hoogstammige bomen in een gepast plantverband aangeplant;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
● Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;
● Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;
○ Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;
● Er dient toestemming verkregen worden van de eigenaar van het braakliggend terrein waarover het hout afgevoerd wordt. Een schriftelijke toestemming moet bezorgd worden aan omgeving@alken.be.
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 01 10 2025
Omgevingsvergunning 1039
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een technische cabine voor wyre ingediend door Wendy Panis namens Wyre BV met als contactadres Liersesteenweg 4 te 2800 Mechelen. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Sint-Jorisstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 223 F. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Wendy Panis namens Wyre BV met als contactadres Liersesteenweg 4 te 2800 Mechelen
|
Ligging van het perceel: | Sint-Jorisstraat zn.
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie I nr. 223F
|
Projectnaam: | Sint-Jorisstraat - Wyre
|
Dossiernummer: | 202594
|
Intern dossiernummer: | 1039
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025094357
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een technische cabine voor Wyre
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het plaatsen van een pre-gemonteerde cabine voor de aanleg van een glasvezelnetwerk
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan -gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut.
De gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, het plaatsen van een technische cabine voor de aanleg van een glasvezelnetwerk, met een beperkte oppervlakte en waarbij er geen regenwaterafvoeren of dergelijke worden voorzien waardoor het hemelwater gewoon langs de constructie zal infiltreren, niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Echter de geplande technische cabine wordt in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied gebouwd. Als gevolg van een laag punt in de weg kan het oppervlaktewater opstuwen van zodra de riolering het debiet van een zware lokale stortbui niet kan trekken. Het kritisch overstromingspeil wordt bepaald op niveau 48,80 m TAW. Daarom werd er advies gevraagd aan de dienst Water en domeinen, provincie Limburg ihkv de watertoets. Er werden een aantal voorwaarden opgelegd in het kader van het overstromingsregime in hun advies van 09.09.2025 ref. 2025N161898 - 2025 – 1406, deze dienen strikt nageleefd te worden.
Voorwaarden:
● Het vloerpeil van de cabine moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn.
○ = 48,80 m TAW + 10 cm
○ = 48,90 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
Het vloerpeil (bovenkant rubber tegel) wordt cfr. de plannen op niveau 48,90 m TAW voorzien.
Dit is overstromingsveilig.
● De kelder moet waterdicht worden uitgevoerd.
● Doorvoeren van nuts- en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht worden uitgevoerd.
● Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
● Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.
● Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil voorzien worden.
● Ophogingen van het terrein rond de cabine zijn niet toegelaten. De cabine moet cfr. de plannen bij de vergunning toegankelijk gemaakt worden via een trapje
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 6 augustus 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 20 augustus 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 24 september 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie I 223 F
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 23/12/2009 een stedenbouwkundige vergunning (5484) voor kappen van zes populieren werd bekomen door stedenbouw.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Huidige aanvraag betreft het plaatsen van een pre-gemonteerde cabine voor de aanleg van een glasvezelnetwerk voor Wyre.
Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Sint-jorisstraat, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door .een schoolgebouw, vrijstaande, halfopen en gesloten eengezinswoningen. De cabine wordt op het grasveld geplaatst aan de voorzijde van de school in Sint-Joris dat behoort tot het domein van de gemeente Alken.
Voor de uitbouw van het glasvezelnetwerk en de capaciteitsuitbreiding die voortvloeit uit de steeds evoluerende technologie en vraag aan dataverkeer waarbij de snelheid van primordiaal belang is, zijn infrastructuurwerken noodzakelijk. Meer bepaald zal het ondergrondse glasvezelnetwerk gekoppeld en gestuurd moeten worden vanuit een aantal centraal gelegen verdeelpunten. De aanvraag betreft het plaatsen van een technische cabine (POP – Point Of Presence) waar de glasvezels in gekoppeld worden en waar de datatransmissie kan gestuurd worden door de nodige technische apparatuur. De technische cabine bevat o.a. routers, netwerkswitches, multiplexers en andere netwerkapparatuur die door netwerk providers hierin kan geplaatst worden. Vanuit deze technische cabine worden alle glasvezelbekabeling ondergronds voorzien. De plannen geven duidelijk weer hoe deze technische infrastructuur vormgegeven wordt en hoe deze ingeplant kan worden op het betreffende perceel of terrein.
De nieuwe cabine heeft een oppervlakte van 15,6 m² en een volume van 42,9 m³. Deze cabine heeft een breedte van 2m60 en een diepte van 6m en wordt geplaatst langs de Sint-Jorissstraat langs een bestaand wandelpad zoals aangeduid op het inplantingsplan. Aan de voorzijde van de cabine zal er nog een verharding in waterdoorlatende klinkers voorzien worden over de breedte van de cabine en een diepte van 60cm, zijnde een oppervlakte van ongeveer 1,56m².
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Huidige vergunningsaanvraag betreft het plaatsen van een technische cabine voor de aanleg van een glasvezelnetwerk binnen een zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut, en is bijgevolg verenigbaar met de zonering volgens het gewestplan.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 4 september 2025 | 9 september 2025 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 20 augustus 2025 | 28 augustus 2025 | ongunstig |
preventie@zuidwestlimburg.be | 20 augustus 2025 | 17 september 2025 | geen bezwaar |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 20.08.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterbeheer, provincie Limburg. Op 28.08.2025 werd er aanvankelijk een ongunstig advies verleend. Echter naar aanleiding van dit ongunstig advies heeft de architect de plannen gewijzigd en een nieuwe PIV opgeladen op het omgevingsloket op 04.09.2025. Op basis hiervan werd er een nieuw advies gevraagd aan de dienst waterbeheer, provincie Limburg op basis waarvan zij een voorwaardelijk gunstig advies verleende op 09.09.2025 met ref.. 2025N161898 - 2025 – 1406. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 20.08.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de brandweerzone Zuid-West-Limburg. Op 17.09.2025 ontvingen wij via het omgevingsloket een melding dat zij geen bezwaar hebben bij de ingediende aanvraag. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- functionele inpasbaarheid: voorliggende aanvraag betreft de plaatsing van een nieuwe technische cabine voor de aanleg van een glasvezelnetwerk. Gelet op de aard van deze werken in het kader van het algemeen belang en de openbare nutsvoorzieningen zijn deze werken dan ook functioneel inpasbaar in deze omgeving, gezien dit handelt over de optimalisatie van de bestaande nutsvoorzieningen. De bestemmingsvoorschriften blijven ongewijzigd t.o.v. het geldende gewestplan en er is rekening gehouden met de bestaande omgeving en de omliggende bebouwingen.
- mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
● schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft het plaatsen van een nieuwe technische cabine. De uitvoering van deze werken zal dan ook ruimtelijk een zeer beperkte impact hebben op de omgeving gezien dit een beperkte constructie betreft van 15,6m² en een volume van 42,9m³. Het project is bijgevolg aanvaardbaar voor wat betreft de beschouwde beoordelingsaspecten.
- visueel-vormelijke elementen: Het aangevraagde project betreft het plaatsen van een prefab cabine met beperkte omvang uitgevoerd in een groen metaal. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de verenigbaarheid met de omgeving en de bestaande infrastructuur.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.
- het bodemreliëf: bij de realisatie van de cabine zal het bestaande reliëf zoveel als mogelijk behouden blijven en zullen de wijzigingen gering blijven cfr. het advies van de dienst waterbeheer, provincie Limburg.
- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren werken geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde werken zijn voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze infrastructuurwerken.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● Er dient een haag aangeplant te worden aan weerszijden en achterzijde van de cabine met een hoogte van min. 2m50, dit om de cabine visueel beter te integreren in de omgeving en eventuele hinder ten aanzien van het aanpalende percelen te beperken.
● Het advies van de dienst waterbeheer, provincie Limburg d.d. 09.09.2025 met ref. 2025N161898 - 2025 – 1406 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. 17.09.2025 dient strikt nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 01/10/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Wendy Panis namens Wyre BV met als contactadres Liersesteenweg 4 te 2800 Mechelen, voor het plaatsen van een technische cabine voor wyre, gelegen Sint-Jorisstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 223 F wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Er dient een haag aangeplant te worden aan weerszijden en achterzijde van de cabine met een hoogte van min. 2m50, dit om de cabine visueel beter te integreren in de omgeving en eventuele hinder ten aanzien van het aanpalende percelen te beperken.
● Het advies van de dienst waterbeheer, provincie Limburg d.d. 09.09.2025 met ref. 2025N161898 - 2025 – 1406 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. 17.09.2025 dient strikt nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.