Zitting van 12 06 2024
Verslag van de vorige zitting dd. 05.06.2024
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 05.06.2024 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 05.06.2024 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 12 06 2024
Vraag ikv openbaarheid van bestuur
Besluit
Zitting van 12 06 2024
Uitnodiging 60 jaar Okra Alken op 25.07.2024
Besluit
Zitting van 12 06 2024
Raamovereenkomst huis-aan-huisbedeling gemeentelijke publicaties - Goedkeuring lastvoorwaarden, gunningswijze en uit te nodigen firma's.
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst huis-aan-huisbedeling gemeentelijke publicaties” werd een bestek met nr. 2024/088 opgesteld door de dienst communicatie.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 18.000 incl. 6% btw per jaar of € 72.000,00 incl. 6% btw voor de maximumduur van vier jaar.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden. Het bestek zal bezorgd worden aan vier mogelijke firma' s.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2024, op budgetcode 61300200/01/0119 (actie/raming AC000001/MJP001156) en in het budget van de volgende jaren.
Feiten en context
Voor de opdracht “huis-aan-huisbedeling publicaties gemeentebestuur” werd een bestek
opgesteld. De raming bedraagt € 18.000 incl. 6% btw per jaar of € 72.000,00 incl. 6% btw voor de maximumduur van vier jaar.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2024, op budgetcode 61300200/01/0119 (actie/raming AC000001/MJP001156) en in het budget van de volgende jaren.
Juridische grond
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
Het besluit van de gemeenteraad van 2 september 2021 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet) en artikel 43.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst huis- aan- huisbedeling gemeentelijke publicaties” werd een bestek met nr. 2024/088 opgesteld door de dienst communicatie.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 18.000 incl. 6% btw per jaar of € 72.000,00 incl. 6% btw voor de maximumduur van vier jaar en is tevens het maximumbudget.
De overeenkomst wordt afgesloten voor de periode van één jaar. Deze termijn kan onder dezelfde voorwaarden als vermeld in onderhavig bestek, maximaal drie maal stilzwijgend verlengd worden telkens voor een periode van één jaar.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Overeenkomstig artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet) van de wet van 17 juni 2016, wordt de opdracht gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking
Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.
Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 1 juli 2024 om 11.00 uur voorgesteld.
Financiële gevolgen
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2024, op budgetcode 61300200/01/0119 (actie/raming AC000001/MJP001156) en in het budget van de volgende jaren.
Besluit
Artikel 1: Het bestek met nr. 2024/088 en de raming voor de opdracht “Raamovereenkomst huis- aan- huisbedeling gemeentelijke publicaties”, opgesteld door de dienst communicatie worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming en tevens het maximumbedrag bedraagt € 18.000 incl. 6% btw per jaar of € 72.000,00 incl. 6% btw voor de maximumduur van vier jaar.
Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3: Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- Bpost nv - Distripost, Muntcentrum te 1000 Brussel;
- Vlaamse Post NV, Turnhoutsebaan 185 te 2970 Schilde;
- Trabajo arbeidskansen vzw, Bilzerweg 88 te 3665 As;
- Pro-mailing, Ieperstraat 41, Bus A te 8610 Kortemark.
Artikel 4: De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 1 juli 2024 om 11.00 uur.
Artikel 5: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2024, op budgetcode 61300200/01/0119 (actie/raming AC000001/MJP001156) en in het budget van de volgende jaren.
Zitting van 12 06 2024
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 12 06 2024
Cylcotocht 'Haspengouwroute' op zaterdag 6 juli 2024
Op zaterdag 6 juli 2024 organiseert wielertoeristenclub Genker Trappers de cyclotocht 'Haspengouwroute'.
In de gemeente Alken worden volgende straten aangedaan: Kluisstraat, Weyerstraat, Bisschopsweyerstraat, Pleinstraat, Brabantsestraat, Knipscheerstraat en Hoogsimsestraat.
De organisator vraagt de toelating voor de doortocht. Tevens wordt een toelating gevraagd voor bewegwijzering.
Er zijn geen wegeniswerken voorzien op dit traject.
Feiten en context
Op zaterdag 6 juli 2024 organiseert wielertoeristenclub Genker Trappers de cyclotocht 'Haspengouwroute'.
In de gemeente Alken worden volgende straten aangedaan: Kluisstraat, Weyerstraat, Bisschopsweyerstraat, Pleinstraat, Brabantsestraat, Knipscheerstraat en Hoogsimsestraat.
De organisator vraagt de toelating voor de doortocht. Tevens wordt een toelating gevraagd voor bewegwijzering.
Er zijn geen wegeniswerken voorzien op dit traject.
Juridische grond
Wet betreffende de politie over het wegverkeer
KB 1.12.1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB 20.07.1990
Decreet lokaal bestuur
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Argumentatie
Het betreft een organisatie van Cycling Vlaanderen.
De wielertoeristen dienen zich te houden aan de wegcode.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de cyclotocht 'Haspengouwroute' op zaterdag 6 juli 2024 op het grondgebied van de gemeente Alken over de Kluisstraat, de Weyerstraat, de Bisschopsweyerstraat, de Pleinstraat, de Brabantsestraat, de Knipscheerstraat en de Hoogsimsestraat.
Zitting van 12 06 2024
Aanvraag drankvergunning Fluisterhoeven
Croes Kenny en Jacobs Evelien, uitbaters van 'De Fluisterhoeven', Heiligenbornstraat 38, 3570 Alken, vragen een drankvergunning aan om gegiste dranken te mogen schenken in hun zomer pop-up bar en dit van 15 juni 2024 tot 15 september 2024.
Feiten en context
Croes Kenny en Jacobs Evelien, uitbaters van 'De Fluisterhoeven', Heiligenbornstraat 38, 3570 Alken, vragen een drankvergunning aan om gegiste dranken te mogen schenken in hun zomer pop-up bar en dit van 15 juni 2024 tot 15 september 2024.
Juridische grond
Het koninklijk besluit van 03/04/1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, inzonderheid art. 5, 6 en 7;
De wet op de administratieve vereenvoudiging d.d. 15/12/2005 betreffende de vergunning voor het schenken van gegiste dranken en van sterke dranken;
Het provinciaal horecareglement inzake brandveiligheid dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad op 26 januari 2017;
Adviezen
Gunstig brandweeradvies vanaf 30/05/2024
Argumentatie
Gezien momenteel aan alle voorwaarden zijn voldaan, dient er enkel nog een drankvergunning afgeleverd te worden om de zaakvoerders van De Fluisterhoeven met alles in orde te stellen.
In bijlage alle nodige documenten:
- paspoort Jacobs Evelien en Croes Kenny (voor- en achterkant)
- aanvraag drankvergunning
- registratie FOD Economie
- brandweerverslag
- strafregister Kenny Croes en Evelien Jacobs
- Verzekeringsattest De Fluisterhoeven
- Besluit organisatie zomerbar
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent vergunning aan De Fluisterhoeven, Heiligenbornstraat 38, 3570 Alken voor het verkopen, verstrekken en schenken van gegiste dranken in de pop-up zomerbar van 15 juni tot 15 september 2024
Artikel 2: De in artikel 1 verleende vergunning wordt verleend op voorwaarde dat er op het ogenblik van de aanvraag voldaan wordt aan verplichte hygiënische normen;
Artikel 3: De in artikel 1 verleende vergunning wordt verleend op voorwaarde dat voldaan is aan de openbare orde, de openbare veiligheid en de vereisten inzake hygiëne.
Zitting van 12 06 2024
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest Plein-, Knipscheer-, Brabantsestraat op 27 juli 2024
Op zaterdag 27 juli 2024 wensen de inwoners van de Plein-, Knipscheer- en Brabantsestraat een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Feiten en context
Op zaterdag 27 juli 2024 wensen de inwoners van de Plein-, Knipscheer- en Brabantsestraat een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven. Om het buurtfeest veilig te kunnen laten verlopen is het aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van de Plein-, Knipscheer- en Brabantsestraat om op zaterdag 27 juli 2024 een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
Zitting van 12 06 2024
Organisatie Openluchtfuif op 28 juni 2024
OLF Alken vzw wenst op vrijdag 28 juni 2024 vanaf 19u de Openluchtfuif te organiseren op een gedeelte van de terreinen aan de Eikenbosweg. Zij ontvingen hiervoor van het college van burgemeester en schepenen van 6 december 2023 reeds een principiële goedkeuring. De organisatie dient echter nog in detail goedgekeurd te worden. Daarvoor diende de organisatie een checklist in en werden de nodige adviezen opgevraagd. (Zie bijlage).
OLF Alken vzw vraagt:
* een sluitingsuur aan om 04u en een geluidslimiet met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
* toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
* een vergunning voor het schenken van sterke dranken.
* toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen.
* in aanmerking te kunnen komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen.
Feiten en context
OLF Alken vzw wenst op vrijdag 28 juni 2024 vanaf 19u de Openluchtfuif te organiseren op een gedeelte van de terreinen aan de Eikenbosweg. Zij ontvingen hiervoor van het college van burgemeester en schepenen van 6 december 2023 reeds een principiële goedkeuring. De organisatie dient echter nog in detail goedgekeurd te worden. Daarvoor diende de organisatie een checklist in en werden de nodige adviezen opgevraagd. (Zie bijlage).
OLF Alken vzw vraagt:
* een sluitingsuur aan om 04u en een geluidslimiet met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
* toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
* een vergunning voor het schenken van sterke dranken.
* toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen.
* in aanmerking te kunnen komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.
Het reglement ondersteuning evenementen van 30 mei 2013.
Het reglement aanpassing reglement ondersteuning evenementen - security van 19 december 2013.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de politie: mits inzet van een erkende bewakingsfirma.
Gunstig advies brandweer: er wordt gevraagd een veiligheidsplan op te stellen en een brandweerkeuring te laten uitvoeren.
Gunstig advies FOD Volksgezondheid mits er voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in het advies.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig.
Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden op voorwaarde dat:
* de fuif vanaf 3u een uitdovend karakter heeft.
* er tussen 3u en 4u er geen drankbonnen meer verkocht worden
* het geluidsvolume tussen 3u en 4u verlaagd wordt tot een maximum van 85dB(A)LAeq,15min.
Het college van burgemeester en schepen kan in het kader van het gemeentelijk ondersteuningsreglement voor evenementen een maximale ondersteuning van max. € 500 toekennen en € 250 voor erkende security.
Het college van burgemeester en schepen kan een vergunning verlenen voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
de organisatie het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden, en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 750 | Niet van toepassing | MJP001328 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan OLF Alken vzw voor de organisatie van de Openluchtfuif op vrijdag 28 juni 2024 vanaf 19u op een gedeelte van de terreinen aan de Eikenbosweg. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 04u en het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min. Tussen 3u en 4u dient de fuif een uitdovend karakter te hebben. Er mogen daarom tussen 3u en 4u geen drankbonnen meer verkocht worden en het geluidsvolume dient verlaagd te worden tot maximum 85 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen verleent een vergunning voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Artikel 3: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 4: De organisator moet een veiligheidsplan opstellen en een brandweerkeuring laten uitvoeren. Zij dienen tevens een firma erkende security in te schakelen. Er dient rekening gehouden te worden met het advies van FOD Volksgezondheid - dienst dringende hulpverlening.
Artikel 5: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor de plaatsing van publiciteitsborden naast de Alkense gemeente- en gewestwegen op de voorgestelde plaatsen op voorwaarde dat er voor de gewestwegen ook een vergunning wordt afgeleverd door het agentschap wegen en verkeer. De publiciteitsborden naast gemeentewegen mogen max. 6 weken op voorhand geplaatst worden en dienen ten laatste een week na de activiteit opgeruimd te worden. Voor de borden naast gewestwegen geldt de vergunning van het agentschap wegen en verkeer.
Artikel 6: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opmaken van een verkeersregeling.
Artikel 8: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Artikel 9: De organisatie komt in aanmerking voor een gemeentelijke ondersteuning in het kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Het maximale ondersteuningsbedrag wordt vastgelegd op max. € 500 en € 250 voor erkende security en kan betaald worden van MJP001328.
Zitting van 12 06 2024
Organisatie scholensportdagen 2024
Jaarlijks organiseren we scholensportdagen in de sporthal en recreatiedomein De Alk, waarbij we alle leerlingen van het lager onderwijs ontvangen van alle Alkense scholen.
De scholensportdag zal over 3 dagen georganiseerd worden, zijnde dinsdag 18 juni (1ste graad), donderdag 20 juni (2de graad) en vrijdag 21 juni (3de graad).
Voor de organisatie en opstelling in de sporthal zullen we samenwerken met VZW Homerun (€ 1750/dag: materialen en lesgevers inbegrepen).
Verdere onkosten: Rode Kruis (€ 570,39 voor 3 dagen) + broodjes en drank voor de medewerkers + busvervoer voor de 1ste en 2de graad van Sint-Joris, Terkoest en Ulbeek.
Om de veiligheid te optimaliseren bij het oversteken van de Motstraat willen we telkens beschikken over 2 gemachtigde opzichters.
Voor een volledige scholensportdag betalen de scholen € 4,00 per deelnemende leerling.
Feiten en context
Jaarlijks organiseren we scholensportdagen in de sporthal en recreatiedomein De Alk, waarbij we alle leerlingen van het lager onderwijs ontvangen van alle Alkense scholen.
De scholensportdag zal over 3 dagen georganiseerd worden, zijnde dinsdag 18 juni (1ste graad), donderdag 20 juni (2de graad) en vrijdag 21 juni (3de graad).
Voor de organisatie en opstelling in de sporthal zullen we samenwerken met VZW Homerun (€ 1750/dag: materialen en lesgevers inbegrepen).
Verdere onkosten: Rode Kruis (€ 570,39 voor 3 dagen) + broodjes en drank voor de medewerkers + busvervoer voor de 1ste en 2de graad van Sint-Joris, Terkoest en Ulbeek.
Om de veiligheid te optimaliseren bij het oversteken van de Motstraat willen we telkens beschikken over 2 gemachtigde opzichters.
Voor een volledige scholensportdag betalen de scholen € 4,00 per deelnemende leerling.
Juridische grond
DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Jaarlijks organiseren we scholensportdagen in de sporthal en recreatiedomein De Alk, waarbij we alle leerlingen van het lager onderwijs ontvangen van alle Alkense scholen.
De scholensportdag zal over 3 dagen georganiseerd worden, zijnde dinsdag 18 juni (1ste graad), donderdag 20 juni (2de graad) en vrijdag 21 juni (3de graad).
Voor de organisatie en opstelling in de sporthal zullen we samenwerken met VZW Homerun (€ 1750/dag: materialen en lesgevers inbegrepen).
Verdere onkosten: Rode Kruis (€ 570,39 voor 3 dagen) + broodjes en drank voor de medewerkers + busvervoer voor de 1ste en 2de graad van Sint-Joris, Terkoest en Ulbeek.
Om de veiligheid te optimaliseren bij het oversteken van de Motstraat willen we telkens beschikken over 2 gemachtigde opzichters.
Voor een volledige scholensportdag betalen de scholen € 4,00 per deelnemende leerling.
Financiële gevolgen
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 5250 € 570,39 € 800 €200 | nvt nvt 21% 6% | 1356 1356 1347 1127 |
Datum visumaanvraag: | nvt | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | nvt |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de organisatie van de scholensportdagen op dinsdag 18, donderdag 20 en vrijdag 21 juni 2024 goed.
De gemaakte onkosten voor de organisatie kunnen betaald worden van de kredieten zoals voorzien in het meerjarenplan.
Zitting van 12 06 2024
Aanstelling GD&A - procedure Ruimtepact Limburg 2040
Op 21 februari 2024 stelde de provincieraad van de provincie Limburg haar nieuw Beleidsplan Ruimte, het ‘Ruimtepact 2040’, definitief vast. Het Beleidsplan werd op 17 april 2024 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, en op 23 april 2024 een tweede keer, en trad in werking 14 dagen na publicatie.
Feiten en context
Op 21 februari 2024 stelde de provincieraad van de provincie Limburg haar nieuw Beleidsplan Ruimte, het ‘Ruimtepact 2040’, definitief vast. Het Beleidsplan werd op 17 april 2024 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, en op 23 april 2024 een tweede keer, en trad in werking 14 dagen na publicatie.
Juridische grond
Artikel 2.2.23 VCRO
Artikel 1.1.4 VCRO
Artikel 2 Decreet Lokaal Bestuur
Artikel 41 G.W
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het Ruimtepact 2040 is opgebouwd uit een strategische visie en drie thematische beleidskaders, zijnde: (1) Wonen in stads- en dorpskernen, (2) Openruimteschakels en (3) Economische ruimte.
Het beleidskader ‘Wonen in stads- en dorpskernen’ vertrekt vanuit de dubbele doelstelling om enerzijds in te zetten op duurzame kernversterking en anderzijds de open ruimte te vrijwaren. De provincie selecteert en typeert hiervoor de verschillende kernen, het kerntype bepaalt de ontwikkelingsmogelijkheden van de kern. Het woonbeleid wordt afgestemd op een kerntypering met een verdeling van het woningobjectief van minimum 70% aan de bovenlokale kernen en maximum 30% aan de lokale kernen.
De afbakening van de lokale kernen zal gebeuren door de gemeenten, waarbij het resultaat tegen 31 december 2030 wordt verankerd via een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. De kernen van Vlaams niveau worden eveneens door de gemeenten afgebakend, de kernen van provinciaal niveau daarentegen worden afgebakend door de provincie in overleg met de gemeenten.
Het Ruimtepact beoogt bijkomende woonontwikkelingen buiten de afgebakende kern af te remmen. De bijkomende woningbehoeften worden opgevangen binnen de afgebakende kernen volgens de kerntypering en de verdeling van het woningobjectief. De gemeenten staan in voor de verdeling van het door de provincie toegekende woningobjectief over de lokale kernen. De gebieden buiten de kernen krijgen geen woningobjectief. Ook woonuitbreidingsgebieden mogen nog uitzonderlijk worden aangesneden.
Het beleidskader ‘Openruimteschakels’ tracht een sterk samenhangend openruimtesysteem te realiseren door in te zetten op twee soorten openruimteschakels, 1) groenblauwe aders en 2) openruimtecorridors. In totaal worden door de provincie 38 groenblauwe aders en 8 openruimtecorridors op provinciaal niveau geselecteerd.
De provincie beoogt tegen 2040 voor de groenblauwe aders gebiedsvisies op te maken en de openruimtecorridors te verankeren in RUP’s. Waar nodig zouden flankerende maatregelen worden genomen voor de landbouw.
Bij de opmaak van gemeentelijke RUP’s, verordeningen, beleidsplannen of andere planningsinstrumenten zal de provincie aftoetsen op welke manier gemeenten een bijdrage kunnen leveren aan de provinciale groenblauwe aders en openruimtecorridors in hun gemeentelijk ruimtelijk beleid. De provincie zal tevens de gemeentelijke hemelwater- en droogteplannen opvolgen en de doorvertaling ervan bij de opmaak van (gemeentelijke) ruimtelijke plannen bewaken.
Tot slot wordt in het beleidskader ‘Economische ruimte’ het principe meer doen met minder ruimte – en dit op de juiste plaats in de provincie – vooropgesteld. Dit beleidskader omvat acties op vlak van bedrijvigheid, landbouw, recreatiedomeinen en kleinhandel.
De provincie past wat betreft de bedrijvigheid een ruimteshift op drie sporen toe. Vooreerst zet ze in op het efficiënter benutten van de bestaande ruimte door verdichting en verweving. Daarnaast beoogt ze verweefbare bedrijven te huisvesten in stads- en dorpscentra teneinde de ruimte op de bedrijventerreinen te vrijwaren. Tot slot stelt het Ruimtepact het juridisch aanbod te verschuiven, hetgeen inhoudt dat nieuwe bedrijventerreinen nog ontwikkeld kunnen worden, binnen ofwel daartoe reeds bestemde gebieden, ofwel op een andere en betere locatie via een ruimteruil. Het juridisch aanbod aan bedrijventerreinen mag netto niet meer uitbreiden. De provinciale economische dragers en ruimtelijk-economische systemen die in het Ruimtepact worden geselecteerd vormen belangrijke aanknopingspunten voor de zoektocht naar de ‘juiste plaats’ om toekomstige bedrijvigheid in te planten.
Dergelijke ruimteshift wordt ook ingezet voor recreatiegebieden en landbouw. De provincie selecteert een heel aantal gemeenten als provinciale strategische landbouwgemeenten. De provincie wenst voor deze gemeenten een strengere regeling rond zonevreemde activiteiten in agrarisch gebied te bekomen. Vrijgekomen landbouwareaal wordt prioritair ingezet voor landbouwactiviteiten. Ten slotte zet de provincie, op vlak van kleinhandel, in op een kernversterkend beleid en een beleid tegen leegstand.
Lokale gemeentebesturen zijn ertoe gehouden bij de opmaak van gemeentelijke RUP’s het provinciaal beleidsplan in acht te nemen. De principes uit het beleidsplan kunnen mogelijks worden aangewend als ‘beleidsmatig gewenste ontwikkelingen’. Een gemeentelijk RUP dient daarnaast in overeenstemming te zijn met het beleidsplan.
Artikel 2.2.23 VCRO luidt:
§ 1. De Vlaamse Regering en de deputatie beschikken over een termijn van vijfenveertig dagen die ingaat op de dag na de betekening, vermeld in artikel 2.2.22 of in paragraaf 3, tweede lid, om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te schorsen. Een schorsing kan niet gedeeltelijk zijn. De Vlaamse Regering kan binnen de voormelde termijn een definitief vastgesteld gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ook geheel of gedeeltelijk vernietigen. Een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit wordt binnen een ordetermijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen.
Binnen de ordetermijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de Vlaamse Regering een afschrift van het schorsings- of vernietigingsbesluit aan de deputatie. Als de deputatie een schorsingsbesluit neemt, bezorgt ze daarvan binnen de voormelde ordetermijn een afschrift aan het departement.
§ 2. Het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kan alleen worden geschorst of vernietigd:
[…]
1° /2 als het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kennelijk onverenigbaar is met een beleidskader of, in voorkomend geval, een ontwerp van beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het provinciaal beleidsplan ruimte;
De deputatie beschikt aldus (zoals de Vlaamse Regering) over de bevoegdheid om een gemeentelijk RUP te schorsen, indien men vaststelt dat het gemeentelijk RUP kennelijk onverenigbaar is met haar Beleidsplan Ruimte.
Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken bracht op 8 december 2021 een advies met opmerkingen uit.
Ter zitting van de gemeenteraad van 27 april 2023 werden wederom opmerkingen gemaakt op het ontwerp Beleidsplan Ruimte Limburg en het ontwerp plan-MER, vastgesteld door de provincieraad in de zitting van 14 december 2022.
Het Beleidsplan werd op 21 februari 2024 definitief vastgesteld. Op 17 april 2024 werd het Beleidsplan in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Dit bericht was evenwel niet goed leesbaar, waardoor op 23 april 2024 een nieuwe publicatie volgde.
De gemeente Alken stelt vast dat het beleidsplan niet verenigbaar is met het gemeentelijk ruimtelijk beleid.
Het (woon)beleid wordt afgestemd op een kerntypering met een verdeling van het woningobjectief van minimum 70% aan de “bovenlokale kernen” en maar maximum 30% aan de “lokale kernen”. Het beleidsplan duidt Alken aan als lokale kern, waardoor de gemeente ontwikkelingskansen als voorstad van Hasselt mét een performant station misloopt. Alken heeft immers een treinstation dat in een uitstekende verbinding met de centrumsteden voorziet. Dit gegeven wordt onvoldoende onderkend in het Beleidsplan. Het is daarenboven niet duidelijk aan de hand van welke concrete criteria en parameters de gemeente Alken werd ingedeeld. De classificatie van Alken als lokale kern is dan ook niet zorgvuldig gebeurd. Het gevolg hiervan is dat ook de ontwikkelingsmogelijkheden van de ten onrechte ingeperkt worden.
De gemeente is ook ten onrechte aangeduid als loutere landbouwgemeente, waarbij niet met alle relevante kenmerken van de gemeente rekening werd gehouden. Nochtans wees de gemeenteraad er in zijn advies van 27 april 2023 op dat de gemeente Alken in de rand van het stedelijk gebied Hasselt is gelegen. Hiermee werd onvoldoende rekening gehouden in het Ruimtepact 2040.
Door de gemeente Alken verkeerd te typeren, werden de verdere ontwikkelingsmogelijkheden van de gemeente op onzorgvuldige en dus onrechtmatige wijze ingeperkt. De gevolgen voor de gemeente Alken zijn groot: een beknotting van het aantal bijkomende woningen dat mag worden gerealiseerd heeft tot gevolg dat de leefbaarheid van de gemeente op termijn in het gedrang zal komen. Dit is uiteraard een ontwikkeling die de gemeente Alken moet tegengaan.
Daarbij moet worden gewezen op artikel 1.1.4 VCRO, dat bepaalt: De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
Ingevolge artikel 2 Decreet Lokaal Bestuur zorgt de gemeente Alken op het lokale niveau voor het welzijn van de burgers en de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Overeenkomstig artikel 41 G.W. is de gemeente Alken bevoegd voor aangelegenheden van gemeentelijk belang waarvoor zij alle initiatieven kan nemen.
De bestreden beslissing van de deputatie van de Provincie Limburg heeft betrekking op het grondgebied van de gemeente Alken. Het Beleidsplan benadeelt de gemeente Alken aanzienlijk, doordat haar ontwikkelingsmogelijkheden worden ingeperkt, wat op termijn, door vergrijzing en een krimp in de voorzieningen, de leefbaarheid van de gemeente in het gedrang zal brengen. Dit is niet de duurzame ruimtelijke ontwikkeling die de gemeente Alken voor haar grondgebied beoogt, en staat haaks op het ruimtelijk beleid dat de gemeente op heden voert.
Een verzoeker heeft volgens de Raad van State belang bij een eventuele vernietiging ervan indien het bestreden besluit op hem kan worden toegepast, én dit besluit zijn situatie in ongunstige zin zou kunnen wijzigen of beïnvloeden. De omstandigheid dat hij als gevolg van de vernietiging ervan opnieuw een kans zou krijgen dat zijn situatie in een gunstigere zin wordt geregeld, volstaat om zijn belang te verantwoorden (RvS (14e k.) nr. 241.761, 12 juni 2018).
De gemeente Alken kan zich niet akkoord verklaren met het aangenomen Ruimtelijk Beleidsplan, dewelke niet in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsvisie, zoals hierboven en in haar bezwaren uiteengezet. De vernietiging van het Beleidsplan biedt de gemeente de kans dat haar situatie in een gunstigere zin wordt geregeld.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1
Het college neemt kennis van de beslissing van het Team Omgevingseffecten van de Vlaamse overheid van 22 januari 2024 houdende de goedkeuring van het plan-milieueffectenrapport (plan-MER), horende bij het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Limburg en de beslissing van 21 februari 2024 van de provincieraad van de provincie Limburg waarin ze het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Limburg, definitief heeft vastgesteld.
Artikel 2
Het college beslist een verzoek tot vernietiging in te stellen bij de Raad van State tegen de beslissing van het Team Omgevingseffecten van de Vlaamse overheid van 22 januari 2024 houdende de goedkeuring van het plan-milieueffectenrapport (plan-MER), horende bij het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Limburg en de beslissing van 21 februari 2024 van de provincieraad van de provincie Limburg waarin ze het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Limburg, definitief heeft vastgesteld.
Artikel 3
Het college gelast Mr. Tom SWERTS, advocaat, optredend voor GYSEN – DE KEYSER – SWERTS genaamd ‘GD&A Advocaten’, burgerlijke vennootschap onder de vorm van een BV, KBO nr. 0884.605.752 en met maatschappelijke zetel te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg 16-18 om namens het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken, alsook namens de gemeente Alken vertegenwoordigd door haar schepencollege, een verzoekschrift tot vernietiging tegen voormelde beslissing en verbonden rechtshandelingen in te dienen bij de Raad van State alsmede om daartoe al de nodige en rechtens toegelaten handelingen te verrichten met inbegrip van onder meer het vertegenwoordigen van het schepencollege en de gemeente op de te organiseren hoorzitting.
Zitting van 12 06 2024
Attest van verdeling - Aardbruggenstraat
Op 6 juni 2024 ontvingen we van notarissen Jansen & Leroi, Diestersteenweg 175, 33510 Hasselt/Kermt de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Aardbruggenstraat 91, 85A+2 en 85A+3, kadastraal gekend als Sie F nrs. 159/T, 159/V en 159/W.
Feiten en context
Op 6 juni 2024 ontvingen we van notarissen Jansen & Leroi, Diestersteenweg 175, 33510 Hasselt/Kermt de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Aardbruggenstraat 91, 85A+2 en 85A+3, kadastraal gekend als Sie F nrs. 159/T, 159/V en 159/W.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het verdelingsplan, opgemaakt door Baudouin Van Damme Landmeter-expert op 25 maart 2024, voorziet een verdeling voor de percelen, kadastraal gekend als Sie F, nrs. 159/T, 159/V en 159/W waarbij de percelen worden verdeeld zoals bijgevoegd plan.
De huidige bestemming van de kavels wordt behouden. Middels deze verdeling worden bestaande opstalovereenkomsten beëindigd.
De percelen zijn het in RUP Zonevreemde bedrijven, goedgekeurd op 21 augustus 2008.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door notarissen Jansen & Leroi voor de percelen gelegen Aardbruggenstraat 91, 85A+2 en 85A+3, kadastraal gekend als Sie F. nrs. 159/T, 159/V en 159/W mits het RUP Zonevreemde bedrijven strikt wordt nageleefd.
Zitting van 12 06 2024
Attest van verdeling "Groot Coosterveld"
Op 4 juni 2024 ontvingen we van notarissen Fagard & Deak, Rijksweg 363, 3630 Maasmechelen de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen "Groot Coosterveld"", kadastraal gekend als Sie A nr. 214/E4.
Feiten en context
Op 4 juni 2024 ontvingen we van notarissen Fagard & Deak, Rijksweg 363, 3630 Maasmechelen de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen "Groot Coosterveld"", kadastraal gekend als Sie A nr. 214/E4.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het verdelingsplan, opgemaakt door Tempels & Jacobs Landmeters-experten op 9 februari 2024, voorziet een verdeling voor het perceel, kadastraal gekend als Sie A, nr. 214/E4 waarbij het perceel (totale oppervlakte 7a03ca) zal gevoegd worden bij het perceel nr. 214/Z2, zie bijgevoegd plan. Gezien het vernoemde perceel gelegen is binnen agrarisch gebied zijn er hierbij volgende aandachtspunten:
● De tuinzone dient strikt beperkt te blijven tot de vastgestelde woonzone. Vertuining van het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming dient te worden uitgesloten.
● Het landbouwgebruik op het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming mag niet worden gewijzigd en dient in landbouwgebruik te blijven voor wat betreft het agrarisch gebied.
● Er kan op dit perceel dus geen residentiële tuinzone gecreëerd worden. Het perceel dient dus ook gevrijwaard te blijven van gebouwen en constructies.
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel is gelegen in agrarisch gebied:
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door geassocieerde notarissen Fagard & Deak voor het perceel gelegen "Groot Coosterveld", kadastraal gekend als Sie A nr. 214/E4 mits volgende aandachtspunten:
● De tuinzone dient strikt beperkt te blijven tot de vastgestelde woonzone. Vertuining van het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming dient te worden uitgesloten.
● Het landbouwgebruik op het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming mag niet worden gewijzigd en dient in landbouwgebruik te blijven voor wat betreft het agrarisch gebied.
● Er kan op dit perceel dus geen residentiële tuinzone gecreëerd worden. Het perceel dient dus ook gevrijwaard te blijven van gebouwen en constructies.
Zitting van 12 06 2024
Omgevingsvergunning 871
Aanvraag omgevingsvergunning over: de afbraak van een bestaande woning en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning op een gewijzigde plaats ingediend door Marc en Helga Henderickx - Lemmens wonende te Laarderweg 80 te 3990 Peer. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Rechtstraat 71, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 563 A, (afd. 2) sectie E 564 B, (afd. 2) sectie E 565 C en (afd. 2) sectie E 566 C. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Marc en Helga Henderickx - Lemmens wonende te Laarderweg 80 te 3990 Peer
|
Ligging van het perceel: | Rechtstraat 71
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nrs. 563A, 564B, 565C en 566C
|
Projectnaam: | Rechtstraat 71 - Henderickx-Lemmens
|
Dossiernummer: | 2023186
|
Intern dossiernummer: | 871
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2023159745
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de afbraak van een bestaande woning en de herbouw van de ééngezinswoning op een gewijzigde plaats
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● integrale sloop huidige bebouwing
● herbouw van een nieuwe woning
● aanleg van een zwembad + omliggend terras
● plaatsen van een tuinberging
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
Overwegende dat de agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen.
Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg of Ruimtelijk Uitvoeringsplan noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de afbraak van de bestaande gebouwen betreft en de herbouw van een nieuwe ééngezinswoning met bijgebouw betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
Het goed is gelegen in een individueel te optimaliseren buitengebied met betrekking tot de riolering
De totale oppervlakte van de af te wateren dakoppervlak bedraagt 246,61m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 25 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening van 7 148,2 liter en een infiltratieoppervlakte van 17,33m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, een buitenkraan en het wasmachine.
Het perceel wordt volledig onthard door de afbraak van de bestaande gebouwen en constructies en de aanwezig verhardingen en enkel de nieuwe woning en de strikt noodzakelijke verhardingen of de verhardingen die vallen onder het vrijstellingenbesluit worden nog voorzien. Tussen het groen worden paden aangelegd met stapstenen als toegang naar de tuinbering, de doorlaatbaarheid van de bodem wordt gemaximaliseerd. De ontsluiting van het perceel en de garage wordt voorzien aan de zijde van de Schoenbeekstraat over een breedte van 3m en een lengte van7m10.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 22 december 2023 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 16 februari 2024 |
Opening openbaar onderzoek | 11 maart 2024 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 9 april 2024 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 6 juni 2024 |
1.f. Historiek
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag omvat de afbraak van de bestaande gebouwen en constructies en de herbouw van een ééngezinswoning op een gewijzigde plaats.
De aanvraag is gelegen in een landelijke omgeving, langs een geasfalteerde gemeenteweg, zijnde de Rechtstraat/Schoenbeekstraat, die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door landbouwgronden, agrarische bedrijven en vrijstaande eengezinswoningen. Het perceel is gesitueerd op de hoek van de Rechtstraat met de Schoenbeekstraat. De aanpalende gronden betreffen landbouwgronden. Aan de overzijde van de Schoenbeekstraat situeert zich eveneens een open ééngezinswoning in landschappelijk agrarisch gebied.
Huidige aanvraag betreft de afbraak van de bestaande woning met bijgebouwen en verhardingen en de herbouw van een nieuwe ééngezinswoning volgens de regelgeving omtrent de basisrechten van de zonevreemde woningen. Voor het opstellen van het project is gekeken naar de bestaande configuratie van de vergunde gebouwen. De configuratie van deze werd behouden, maar verschoven voor het waarborgen van de veiligheid aan de straatkant. Om dit aan te tonen werd de bestaande configuratie aangeduid in het rood op het inplantingsplan.
Er wordt een volume voorzien aan de zijde van de Schoenbeekstraat van 25m80 lengte en 7m70 breedte met een uitsprong enkel op gelijkvloers niveau aan de rechter achterzijde waar zich de eetruimte bevindt. Aan de zijde van de Schoenbeekstraat verspringt de kroonlijst alsook de gevel op verschillende plaatsen waarbij er een koonlijst gehanteerd wordt van 3m12 op de hoek van de Schoenbeekstraat met de Rechtstraat naar 5m20 in het midden en terug naar 4m55, aan de rechterzijde in aansluiting met de tuin zal deze kroonlijst een hoogte hebben van 4m52. Het gedeelte van de uitsprong betreft slecht één bouwlaag en wordt afgewerkt met een plat dak constructie met een hoogte van 3m70. Het hoofdvolume wordt afgewerkt met een zadeldakconstructie met een totale hoogte van ongeveer 7m30.
Het nieuwe bouwblok straalt een frisse look uit door het gebruik van wit gekaleide gevelstenen in combinatie met een grijs genuanceerde plint, die anderzijds ook refereert naar de originele bebouwing. Dit in combinatie met een grijskleurige dakbekleding en zwart gekleurd buitenschrijnwerk. Bij het ontwerp van de nieuwe woning werd de typologie van een schuurwoning toegepast om zo een hedendaagse woning te bekomen die ook in haar omgeving past.
Naast het hoofdvolume wordt er tevens een tuinberging voorzien, echter deze valt onder het vrijstellingenbesluit en wordt hierbij niet verder omschreven.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is principieel niet in overeenstemming met het geldende gewestplan, wat betreft de aanvraag tot de renovatie van de hoeve tot woning . De bestaande hoeve/woning maakt geen deel uit van een volwaardig landbouwbedrijf en is dus zonevreemd. Echter is van toepassing:
‘Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening - Afdeling 2 Basisrechten voor zonevreemde constructies
Sectie 1 Bestaande zonevreemde woningen
Subsectie 3 Herbouwen op een gewijzigde plaats
Artikel 4.4.14.
§ 1. De vigerende bestemmingsvoorschriften vormen op zichzelf geen weigeringsgrond bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bestaande zonevreemde woning op een gewijzigde plaats, op voorwaarde dat voldaan is aan alle hiernavolgende vereisten :
1° het aantal woongelegenheden blijft beperkt tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.2.4, eerste lid, 1°, is wel toegelaten;
2° voor het herbouwen is ten minste één van volgende oorzaken aanwijsbaar :
a) de woning is getroffen door een rooilijn,
b) de woning bevindt zich in een achteruitbouwzone,
c) de verplaatsing volgt uit redenen van een goede ruimtelijke ordening, en wordt door de aanvrager uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit een betere integratie in de omgeving, een betere terreinbezetting of een kwalitatief concept;
3° ten minste één van volgende voorwaarden is vervuld :
a) de herbouwde woning krijgt dezelfde voorbouwlijn als de dichtstbijzijnde constructie,
b) de nieuwe toestand levert een betere plaatselijke aanleg op, en richt zich op de omgevende bebouwing of plaatselijk courante inplantingswijzen.
Als het bestaande bouwvolume meer dan 1 000 m3 bedraagt, is het maximale volume van de herbouwde woning beperkt tot 1 000 m3.
Uit bovenvermelde beschrijving van de werken kan worden opgemaakt dat de voorliggende aanvraag voldoet aan de bepalingen van de vermelde artikelen van de Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening inzake de basisrechten voor de zonevreemde woningen. Op basis van een bouwhistorisch, cartografisch en materiaal-technisch onderzoek dat gevoegd werd bij de aanvraag kan de bestaande woning als vergund geacht worden beschouwd. Het gebouw kan dan ook niet aanschouwt worden als ‘verkrot’, aangezien het tot op heden gebruikt wordt als woning.
De aanvraag betreft de herbouw van een bestaande ééngezinswoning op een gewijzigde plaats. Binnen de zonevreemde regelgeving dient de configuratie van het grondplan behouden te blijven voor 90%. Het project kent dan ook dezelfde opstelling als het vergund geachte gebouw. Deze werd enkel naar achter verschoven ten opzichte van de straat om de gevaarlijke verkeerssituaties te voorkomen. Bij de bestaande bebouwing is namelijk de rooilijn gelijk aan de voorbouwlijn. Het volume van de woning met realisatie van de nieuwe ruimte blijft beperkt tot het maximum toegelaten bruto-volume van 1000m³. Het volume van de woning komt op 999,77m³ volgens de berekeningen vermeld in de beschrijvende nota van de architect, dus valt nog binnen het toegestane maximale bruto-volume van 1000 m3. Het aantal woongelegenheden zijnde één wordt niet gewijzigd. Daarenboven is een landschappelijk waardevol agrarisch gebied geen ruimtelijk kwetsbaar gebied. De bestaande woning dateert volgens de kadastrale gegevens van voor 1962, waarbij ze conform haar huidige inplanting en afmetingen als dusdanig wordt weergegeven op het gewestplan. Gelet op de hoger geciteerde wetgeving kunnen de aangevraagde werken tot herbouw van de woning bijgevolg ter plaatse aanvaard worden.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 4 bijkomende hoogstam fruitbomen (zoals appel, peer, pruim, kers, notelaar of tamme kastanje) te worden aangeplant op het achterliggende weiland met een plantmaat 10/12
● Alsook 30 meter bijkomende haag aangeplant te worden aan de voorzijde van het perceel
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Vergunningen in toepassing van de regelgeving rond zonevreemde constructies zijn een uitzondering, zijnde een afwijking. Van de vergunninghouder wordt dan ook verwacht dat hij via een opgelegde last bijdraagt tot het realiseren van één van volgende doelstellingen:
● Het uitbouwen van de landschappelijke en ecologische kwaliteit van de open ruimte
● Het uitbouwen van een duurzaam waterbeheer
● Het verhogen van de biodiversiteit
● Het tegengaan van klimaatverandering
Het aanplanten van deze vier bijkomende hoogstammige fruitbomen en bijkomende haag maakt deel uit van de verwezenlijking van groene ruimten en verhoogt de landschappelijke kwaliteit en de ecologische kwaliteit van de open ruimte en verhoogt de biodiversiteit.
De last in natura bevindt zich in de nabijheid van het project (nl. op het eigen perceel) en is redelijk en in verhouding tot het vergunde project en kan verwezenlijkt worden door de aanvrager zonder toedoen van derden.
De uitvoering van de last wordt gedekt door het opleggen van een financiële waarborg volgens artikel 77 OVD.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Dept. Landbouw en Visserij, buitendienst Limburg | 2 mei 2024 | 28 mei 2024 | geen advies |
Dept. Landbouw en Visserij, buitendienst Limburg | 16 februari 2024 | 29 februari 2024 | ongunstig |
Fluvius | 16 februari 2024 | 6 maart 2024 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 16 februari 2024 | 19 februari 2024 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 16.02.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan het departement Landbouw en Visserij. Op 29.02.2024 werd er aanvankelijk een ongunstig advies verleend aangaande huidige aanvraag. Echter na bijkomende toevoegingen aangaande het bouwhistorisch, cartografisch en materiaal-technisch onderzoek alsook aanpassingen aangaande de tuinberging, verhardingen en tuinmuur werd het ongunstig advies vervangen door een verklaring van geen advies op 28.05.2024. Hierbij maken ze melding van de toepassing van de basisrechten zonevreemde woningen.
● De aanvraag werd op 16.02.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 06.03.2024 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 16.02.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan de Watergroep. Op 19.02.2024 ontvingen wij via het omgevingsloket een voorwaardelijk gunstig advies. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 26 februari 2024 tot 26 maart 2024.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
Het tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een administratieve lus door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 11 maart 2024 tot 9 april 2024.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 11 maart 2024 tot en met 9 april 2024. Er werden geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: De betreffende percelen zijn volgens het gewestplan gelegen binnen landschappelijk waardevol agrarisch gebied. De aanvraag is principieel niet in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan, echter kan er toepassing gemaakt worden van enkele afwijkingen voorzien in de VCRO op basis van artikel 4.4.12 t.e.m. 4.4.15 met betrekking tot de basisrechten van de zonevreemde woningen. De aanvraag is dus functioneel inpasbaar op basis van voorgaande afwijkingen binnen de VCRO. Gelet op de geldende regelgeving omtrent de basisrechten van zonevreemde woningen, is het gevraagde functioneel aanvaardbaar binnen de geldende zonering.
● Mobiliteitsaspect: . Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag, zijnde de herbouw van een ééngezinswoning geen invloed zal hebben op de mobiliteit, gezien er voldoende parkeerplaatsen worden voorzien op het eigen perceel.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Naar ruimtegebruik, schaal en bouwdichtheid vormt de voorgestelde verbouwing een voldoende samenhangend geheel zodat er geen overdreven ruimtebeslag is. De wijzigingen ten opzichte van de bestaande toestand verbeteren en de herbouw heeft tot doel de regionale, typische hoeve zowel naar configuratie als naar vormgeving als beeld te behouden. Het volume van de woning blijft beperkt tot 999,77m³ dus onder de maximum toegelaten 1.000m³ gelet op de regelgeving met betrekking tot de zonevreemde woningen. Een negatieve impact op de bedoelde beoordelingsaspecten kan worden uitgesloten gezien het voorgestelde ontwerp voldoet aan de artikels 4.4.13 t.e.m. 4.4.15 van de VCRO. Het voorgestelde ontwerp is ruimtelijk inpasbaar gezien de bestaande gebouwenstructuur behouden blijft.
● Visueel-vormelijke elementen: De nieuw te realiseren woning past inzake vorm en uitzicht bij de bestaande bebouwingen in de omgeving gezien het een landelijk ontwerp blijft. Het betreft een sober en eenvoudig ontwerp dat met duurzame en kwalitatieve materialen wordt opgetrokken die eigen zijn aan de omgeving. Het nieuwe bouwblok straalt een frisse look uit door het gebruik van wit gekaleide gevelstenen in combinatie met een grijs genuanceerde plint, die anderzijds ook refereert naar de originele bebouwing. Dit in combinatie met een grijskleurige dakbekleding en zwart gekleurd buitenschrijnwerk. Voorgestelde materialen kunnen ter plaatse aanvaard worden en passen binnen de bestaande omgeving. Het gevraagde kan als visueel-vormelijk in harmonie zijnde met zijn omgeving worden beschouwd.
● Cultuurhistorische aspecten: . Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de voorgestelde ingediende plannen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving Er kan gesteld worden dat de gevraagde werken geen hinder zullen veroorzaken voor de buren en de omgeving gezien de bebouwing op voldoende afstand ten aanzien van de perceelsgrenzen is gesitueerd.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:
● De groenaanleg zoals ingetekend op het inplantingsplan dient uitgevoerd te worden het eerstvolgende plantseizoen na de voltooiing van de werken.
● De algemene en bijzondere voorwaarden binnen het advies van Fluvius d.d. 06.03.2024 met ref. 5000060575 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van De Watergroep d.d. 19.02.2024 dient strikt nageleefd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 4 bijkomende hoogstam fruitbomen (zoals appel, peer, pruim, kers, notelaar of tamme kastanje) te worden aangeplant op het achterliggende weiland aansluitend aan de woning met een plantmaat 10/12 alsook 30 meter haag te worden aangeplant aan de voorzijde van het perceel.
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Financiële waarborg
Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.
● De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 4 X 90 euro, zijnde 360 euro (bomen) en 12 euro/meter voor de haag, zijnde 30 X 12, dus 360 euro, in totaal dus een bedrag van 720 euro.
● de waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
● Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.
● De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 12/06/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Marc en Helga Henderickx - Lemmens wonende te Laarderweg 80 te 3990 Peer, de afbraak van een bestaande woning en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning op een gewijzigde plaats, gelegen Rechtstraat 71, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 563 A, (afd. 2) sectie E 564 B, (afd. 2) sectie E 565 C en (afd. 2) sectie E 566 C voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De groenaanleg zoals ingetekend op het inplantingsplan dient uitgevoerd te worden het eerstvolgende plantseizoen na de voltooiing van de werken.
● De algemene en bijzondere voorwaarden binnen het advies van Fluvius d.d. 06.03.2024 met ref. 5000060575 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van De Watergroep d.d. 19.02.2024 dient strikt nageleefd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 4 bijkomende hoogstam fruitbomen (zoals appel, peer, pruim, kers, notelaar of tamme kastanje) te worden aangeplant op het achterliggende weiland aansluitend aan de woning met een plantmaat 10/12 alsook 30 meter haag te worden aangeplant aan de voorzijde van het perceel.
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Financiële waarborg
Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.
● De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 4 X 90 euro, zijnde 360 euro (bomen) en 12 euro/meter voor de haag, zijnde 30 X 12, dus 360 euro, in totaal dus een bedrag van 720 euro.
● de waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
● Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.
De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 12 06 2024
Omgevingsvergunning 874
Aanvraag omgevingsvergunning over: de regularisatie van het bestaande bijgebouw, de verbouwing van de woning en het plaatsen van een tijdelijke woonunit ingediend door Séverine en Stefan Swennen - Jonkmans wonende te Molenstraat 159 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Molenstraat 159, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 69 G. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Séverine en Stefan Swennen - Jonkmans wonende te Molenstraat 159 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Molenstraat 159
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nr. 69G
|
Projectnaam: | Molenstraat 159 - Jonkmans-Swennen
|
Dossiernummer: | 20242
|
Intern dossiernummer: | 874
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2023144854
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
regularisatie van het bestaande bijgebouw, verbouwing van de woning en plaatsen van een tijdelijke woonunit
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
Prefab woonunit voor tijdelijk verblijf tijdens de verbouwingswerken
Overdekte staanplaats voor aanhangwagen
Verbouwen woning
Regularisatie bijgebouw
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - Woonuitbreidingsgebied.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis aangegaan door de promotor.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
De eigendom is wel gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Terkoest, goedgekeurd op 23 mei 2013.
De voorschriften van het RUP Terkoest hebben voorrang op die van het gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel gelegen is in overstromingsgevoelig gebied. Aangaande de huidige aanvraag werd er dan ook advies gevraagd aan de dienst Waterlopen van de Provincie Limburg en aan Watering de Herk op 12 maart 2034.
De dienst Waterlopen verleende op 3 april 2024 een voorwaardelijk gunstig advies aangaande deze aanvraag. Volgend advies werd verleend:
“Ingevolge artikel 1.3.1.1 betreffende de watertoets van het decreet integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, is het nodig een wateradvies te verkrijgen van de waterbeheerder. De waterbeheerder die dit advies officieel moet verstrekken is Watering De Herk.
In kader van de watertoets en/of bindende bepalingen treedt de afdeling Waterbeheer van de provincie Limburg voor dit dossier op als ondersteunende adviesverlenende instantie. Dit advies werd door de provincie opgeladen in het omgevingsloket.
Aan de watering wordt gevraagd om dit advies tot het hare te maken en het advies van de afdeling Waterbeheer te bekrachtigen in het omgevingsloket.
Mogen wij u vragen om een adviesvraag te stellen aan de afdeling Waterbeheer van de provincie Limburg en aan de watering wanneer een watering de waterbeheerder is.
Het perceel is gelegen tegen de Kozenbeek 172, onbevaarbare waterloop van 2de categorie. Deze waterloop betreft een baangracht naast de Koosterstraat. In het kader van de vergunningsaanvraag wordt er niet gewerkt aan de waterloop en alle constructies op het terrein zijn op meer dan 5 meter afstand vanaf de taludinsteek ingeplant.
Het perceel is tevens gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Echter worden in het kader van de vergunningsaanvraag geen ophogingen voorzien waardoor eventueel overstromingsvolume in de vallei verloren zou gaan.
Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier zowel voor wat betreft de bindende bepalingen ivm de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd.
Ik verzoek u volgende VOORWAARDEN in de omgevingsvergunning op te nemen:
● Alle ophogingen van het perceel rond de gebouwen zijn in het kader van het behoud van het overstromingsvolume in de vallei en het vermijden van overlast naar de buurpercelen verboden.
● Er mag niet gewerkt worden aan de Kozenbeek (baangracht) naast de Koosterstraat.
● Ook het maken van regenwateraansluitingen in de waterloop is verboden: het opgevangen hemelwater van daken en verhardingen loopt, na opvang in een open infiltratievoorziening, bij voorkeur oppervlakkig over op het terrein naar de straatkolken in de Molenstraat.
● De open infiltratievoorziening moet op een creatieve manier geïntegreerd worden in de aanleg van de tuin. De infiltratievoorziening mag beplant worden, met uitzondering van zogenaamde verlandingsvegetatie zoals riet, aangezien deze vegetatie aanslibbing veroorzaakt.
Aangezien de totale oppervlakte van daken en verhardingen op het terrein minder dan 1000 m² bedraagt wordt door de waterbeheerder geen uitspraak gedaan over de GSV hemelwater. Het is aan de vergunningverlener om na te gaan of hieraan voldaan wordt.”
De dienst watering de Herk verleende op 3 april 2024 een voorwaardelijk gunstig advies aangaande deze aanvraag. Volgend advies werd verleend:
Watering de Herk geeft een voorwaardelijk gunstig advies.
“Het perceel is gelegen tegen de Kozenbeek 172, onbevaarbare waterloop van 2de categorie. Deze waterloop betreft een baangracht naast de Koosterstraat. In het kader van de vergunningsaanvraag wordt er niet gewerkt aan de waterloop en alle constructies op het terrein zijn op meer dan 5 meter afstand vanaf de taludinsteek ingeplant.
Het perceel is tevens gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Echter worden in het kader van de vergunningsaanvraag geen ophogingen voorzien waardoor eventueel overstromingsvolume in de vallei verloren zou gaan.
Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier zowel voor wat betreft de bindende bepalingen ivm de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd.
Ik verzoek u volgende VOORWAARDEN in de omgevingsvergunning op te nemen:
· Alle ophogingen van het perceel rond de gebouwen zijn in het kader van het behoud van het overstromingsvolume in de vallei en het vermijden van overlast naar de buurpercelen verboden.
· Er mag niet gewerkt worden aan de Kozenbeek (baangracht) naast de Koosterstraat.
· Ook het maken van regenwateraansluitingen in de waterloop is verboden: het opgevangen hemelwater van daken en verhardingen loopt, na opvang in een open infiltratievoorziening, bij voorkeur oppervlakkig over op het terrein naar de straatkolken in de Molenstraat.
· De open infiltratievoorziening moet op een creatieve manier geïntegreerd worden in de aanleg van de tuin. De infiltratievoorziening mag beplant worden, met uitzondering van zogenaamde verlandingsvegetatie zoals riet, aangezien deze vegetatie aanslibbing veroorzaakt.
Aangezien de totale oppervlakte van daken en verhardingen op het terrein minder dan 1000 m² bedraagt wordt door de waterbeheerder geen uitspraak gedaan over de GSV hemelwater. Het is aan de vergunningverlener om na te gaan of hieraan voldaan wordt.
De watering is waterbeheerder voor dit projectgebied, maar voor zowel het advies in het kader van de bindende bepalingen in verband met de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als het advies in het kader van de watertoets treedt de Dienst Water en Domeinen van de provincie Limburg op als ondersteunende adviesverlenende instantie.
De watering neemt dit advies met de hierin opgenomen beoordeling en conclusie over en maakt dit advies tot het hare.”
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 148m². Het dakoppervlak watert af naar de bestaande hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 3636 liter en een infiltratieoppervlakte van 23,11m.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 15 januari 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 12 maart 2024 |
Opening openbaar onderzoek | 21 maart 2024 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 19 april 2024 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA |
|
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 69 G
De woning dateert van 1997 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 29/05/1996 een stedenbouwkundige vergunning (3153) voor het bouwen van een ééngezinswoning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 19/08/2015 een stedenbouwkundige vergunning (6419) voor bouwen van een garage werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag is gelegen op de hoek van de Molenstraat en de Koosterstraat.
Het betreft een gemeentelijke weg die voldoende is uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande ééngezinswoningen.
De aanvraag betreft de regularisatie van het bestaande bijgebouw, verbouwing van de woning en plaatsen van een tijdelijke woonunit.
In 1996 werd de vergunning afgeleverd voor de woning en bijgebouw (garage/ tuinberging);
In 2015 werd het houten bijgebouw vergund. De bijgebouwen blijven behouden.
Gelijktijdig met de eerste bouwwerken werd een overdekt terras aan de zuidzijde van de garage gebouwd, dat we bij deze willen regulariseren. De afmetingen en gevelmaterialen beantwoorden aan de voorschriften. Aan de achterzijde van de auto-/ tuinberging werd een lichte constructie voorzien als beschutting van rollend materieel, zoals aanhangwagen. Door zijn beperkte hoogte en gepast materiaalgebruik is dit afdak volledig in de tuin geïntegreerd. De afstand tot de achterste perceelgrens is beperkt tot ca. 2m, maar minstens gelijk aan de hoogte.
Voor de verbouwing van de woning werd rekening gehouden met het straatbeeld, de situering, bebouwde oppervlakte, bodemkwaliteit en huidige normen zoals EPB en regenwater.
De gevelmaterialen zijn volledig afgestemd met de ruimtelijke context en stijl.
Omwille van het pluviaal overstromingsgevoelig gebied worden woning en bijgebouwen 55à 60cm boven het wegpeil ingeplant, worden verhardingen waterdoorlatend opgevat en grote regenwaterput, -recuperatie en open infiltratievoorziening voorzien.
In de zijtuin wordt een woonunit geplaatst als tijdelijke woonst tijdens de verbouwingswerken. Deze zal binnen de twee jaar verwijderd worden.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet in overeenstemming met het geldend RUP Terkoest d.d. 23.05.2013
De oppervlakte van de bijgebouwen op 78.03m² komt t i.p.v. cfr de voorschriften van het RUP Terkoest max. 40m².
De tijdelijke woonunit komt buiten de zone voor open bebouwing.
De dakkapel komt op 2m60 breed en 1m88 hoog i.p;v. max. 2m breedte en 1.5m hoogte volgens het RUP
Het dossier werd aan een openbaar onderzoek onderworpen en er werden geen bezwaarschriften ingediend.
De bijgebouwen zijn gecentraliseerd tot 1 gebouw.
De woonunit heeft een tijdelijk karakter en zal enkel gedurende de bouwwerken op het perceel aanwezig zijn.
De afwijking betreffende de dakkapel is minimaal en niet storend binnen de omgeving.
Deze afwijkingen kunnen gelet op voorliggend ontwerp worden toegestaan. Ze zijn niet in strijd met de goede ruimtelijke aanleg ter plaatse. Bovendien vormt het huidige voorstel één geheel en zijn de materialen passend waardoor huidig ontwerp aanvaard kan worden binnen de ruimtelijke context ter plaatse en een aanvaardbare afwijking betreft ten opzichte van het RUP Terkoest.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 12 maart 2024 | 3 april 2024 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 12 maart 2024 | 3 april 2024 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
- De aanvraag werd op 12.03.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan provincie Limburg - afdeling Waterbeheer en watering de Herk. Op 03.04.2024 werden er een voorwaardelijk gunstig adviezen ontvangen. De integrale inhoud van deze adviezen kunnen worden bijgetreden en onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 21 maart 2024 tot 19 april 2024.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
• Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is gelegen binnen woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. Functioneel is de voorgestelde aanvraag dus in regel met de geldende voorschriften.
• Mobiliteitsaspect: De regularisatie van het bestaande bijgebouw, verbouwing van de woning en plaatsen van een tijdelijke woonunit, zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.
• Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat voorgestelde geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
• Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. De goede ruimtelijke ordening wordt niet in het gedrang gebracht. De maximale terreinbezetting is echter bereikt verdere invulling is niet meer mogelijk.
• Visueel-vormelijke elementen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat voorgestelde geen negatieve invloed zal hebben op de visueel-vormelijke elementen. De afwerking en materiaalkeuze vormen een voldoende samenhangend geheel .
• Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
• Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden. De regularisatie wijzigt het bodemreliëf niet.
• Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door de regularisatie van het bestaande bijgebouw, verbouwing van de woning en plaatsen van een tijdelijke woonunit, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder voorwaarde
● De noodoverloop van de bovengrondse infiltratie naar de riolering is niet conform en kan niet uitgevoerd worden.
● De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag.
● De bestaande aansluitingen op RWA/DWA dienen herbruikt te worden
● De voorwaardelijk gunstige adviezen van watering de Herk en provincie Limburg - afdeling Waterbeheer d.d. 03.04.2024 dienen strikt nageleefd te worden. Met in bijzonder volgende voorwaarden :
○ Alle ophogingen van het perceel rond de gebouwen zijn in het kader van het behoud van het overstromingsvolume in de vallei en het vermijden van overlast naar de buurpercelen verboden.
○ Er mag niet gewerkt worden aan de Kozenbeek (baangracht) naast de Koosterstraat
○ Ook het maken van regenwateraansluitingen in de waterloop is verboden: het opgevangen hemelwater van daken en verhardingen loopt, na opvang in een open infiltratievoorziening, bij voorkeur oppervlakkig over op het terrein naar de straatkolken in de Molenstraat.
○ De open infiltratievoorziening moet op een creatieve manier geïntegreerd worden in de aanleg van de tuin. De infiltratievoorziening mag beplant worden, met uitzondering van zogenaamde verlandingsvegetatie zoals riet, aangezien deze vegetatie aanslibbing veroorzaakt
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De tijdelijke woonunit die op het perceel geplaatst wordt dient na maximaal 6 maanden na de voltooiing van de werken en het terug betrekken van de woning te worden weg gehaald en mag maximaal voor een duur van 2 jaar blijven staan.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 12/06/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Séverine en Stefan Swennen - Jonkmans wonende te Molenstraat 159 te 3570 Alken, de regularisatie van het bestaande bijgebouw, de verbouwing van de woning en het plaatsen van een tijdelijke woonunit, gelegen Molenstraat 159, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 69 G voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden/lasten opgelegd:
● De noodoverloop van de bovengrondse infiltratie naar de riolering is niet conform en kan niet uitgevoerd worden..
● De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag.
● De bestaande aansluitingen op RWA/DWA dienen herbruikt te worden
● De voorwaardelijk gunstige adviezen van watering de Herk en provincie Limburg - afdeling Waterbeheer d.d. 03.04.2024 dienen strikt nageleefd te worden. Met in bijzonder volgende voorwaarden :
○ Alle ophogingen van het perceel rond de gebouwen zijn in het kader van het behoud van het overstromingsvolume in de vallei en het vermijden van overlast naar de buurpercelen verboden.
○ Er mag niet gewerkt worden aan de Kozenbeek (baangracht) naast de Koosterstraat
○ Ook het maken van regenwateraansluitingen in de waterloop is verboden: het opgevangen hemelwater van daken en verhardingen loopt, na opvang in een open infiltratievoorziening, bij voorkeur oppervlakkig over op het terrein naar de straatkolken in de Molenstraat.
○ De open infiltratievoorziening moet op een creatieve manier geïntegreerd worden in de aanleg van de tuin. De infiltratievoorziening mag beplant worden, met uitzondering van zogenaamde verlandingsvegetatie zoals riet, aangezien deze vegetatie aanslibbing veroorzaakt
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De tijdelijke woonunit die op het perceel geplaatst wordt dient na maximaal 6 maanden na de voltooiing van de werken en het terug betrekken van de woning te worden weg gehaald en mag maximaal voor een duur van 2 jaar blijven staan.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 12 06 2024
Omgevingsvergunning 877
Aanvraag omgevingsvergunning over: de bestemmingswijziging van woning naar vakantiewoning ingediend door Adriaan en Nadia Lowet - Appeltans wonende te Stationsstraat 139 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Steenweg 127, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 441 M. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Adriaan en Nadia Lowet - Appeltans wonende te Stationsstraat 139 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Steenweg 127
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nr. 441M
|
Projectnaam: | Steenweg 127 - Lowet-Appeltans
|
Dossiernummer: | 20246
|
Intern dossiernummer: | 877
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2023087558
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de bestemmingswijziging van woning naar vakantiewoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de bestemmingswijziging van woning naar vakantiewoning.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan Hasselt – Genk d.d. 03.04.1979 - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP.
De aanvraag is niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, enkel de bestemmingswijziging van woning naar vakantiewoning binnen de bestaande contour betreft waarbij het bouwvolume en de bebouwbare oppervlakte door de huidige aanvraag niet zal wijzigen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Zowel de vloer-terreinindex alsook de bebouwingsgraad van het project blijven ongewijzigd ten aanzien van de oorspronkelijke vergunning waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 2 februari 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 29 april 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 5 juni 2024 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 441 M
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het perceel is gelegen aan de Steenweg (N722), een voldoende uitgeruste gewestweg, voorzien van een asfaltverharding. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door woningbouw in verschillende vormen alsook kleinschalige appartementsgebouwen en handelsruimten. Op het eigendom staat een ééngezinswoning. De aanvraag betreft louter de bestemmingswijziging van deze ééngezinswoning naar een vakantiewoning/logies.
Het huis zal in z’n bestaande toestand omgevormd worden naar Vakantiewoning. De inplanting, buitengevels en indeling binnen blijven ongewijzigd. Er zijn 5 slaapkamers die allen in bestaande toestand zullen behouden blijven.
Behoudens onderstaande renovatiewerken zijn er geen ingrijpende verbouwingswerken: Renovatie vloer benedenverdieping incl. isoleren. Opschuren en behandelen houten vloeren, deuren, trappen en traphal 1e en 2de verdieping en schilderwerken. Renovatie sanitaire voorzieningen inclusief vervanging gasboiler door warmtepompboiler. Vernieuwen elektriciteit inclusief herkeuring. Isoleren schuin dak 1ste verdieping zijdelings boven garage. Herstellen voegwerken rechter zijgevel (kant van nr 129). Voegen zijn deels verdwenen waardoor er vocht indringing is op de slaapkamer op de 2de verdieping.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Logies | 29 april 2024 | 30 april 2024 | voorwaardelijk gunstig |
preventie@zuidwestlimburg.be | 29 april 2024 | 27 mei 2024 | voorwaardelijk gunstig |
AWV - District Zuid-Limburg | 29 april 2024 | 23 mei 2024 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 29.04.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan de Hulpverleningszone West-Limburg. Op 27.05.2024 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2024-0190-001 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 29.04.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan de Toerisme Vlaanderen. Op 30.04.2024 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 402764 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 29.04.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan AWV - District Zuid-Limburg. Op 23.05.2024 werd er een voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Zuid-Limburg ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: : De aanvraag is gelegen in een omgeving die divers is en wordt gekenmerkt door woningbouw in verschillende vormen alsook kleinschalige appartementsgebouwen, handelsruimten en een vakantiewoning op het naastliggende perceel. Omwille van de aanwezigheid van deze verschillende functies in de onmiddellijke omgeving is de vakantiewoning functioneel inpasbaar.
● Mobiliteitsaspect: voorliggende aanvraag voorziet 1 inpandige parkeerplaats die tevens als fietsenberging gebruikt kan worden. Er werd ook een overeenkomst bijgevoegd voor het gebruik van nog 6 bijkomende parkeerplaatsen op het overliggende terrein waarin werd bepaald dat de eigenaars/gasten van de vakantiewoning Steenweg 127 bij verhuur van de vakantiewoning/B&B gebruik mogen maken van de parking die daar gesitueerd is op Steenweg 128. Gezien er volgens de parkeerverordening 6 parkeerplaatsen dienen voorzien te worden voldoet de huidige aanvraag door middel van het gebruik van de bijkomende parkeerplaatsen van de overbuur aan de gemeentelijke parkeerverordening.
● Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel-vormelijke elementen: Naar ruimtegebruik, schaal en bouwdichtheid, en visueel-vormelijke elementen wijzigt er niets door voorliggende bestemmingswijziging.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten
● Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, ten aanzien van de aanpalende bebouwingen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Er kan gesteld worden dat de gevraagde werken geen hinder zullen veroorzaken in de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
● Het advies van Toerisme Vlaanderen d.d. 29.04.2024 met ref. 402764 dient strikt nageleefd te worden met als specifieke voorwaarden:
○ Het toeristische logies wordt voor de start van de uitbating aangemeld bij Toerisme Vlaanderen (zie http://www.toerismevlaanderen.be/logiesdecreet/aanmelden voor meer info hierover).
○ Het logies zal bij uitbating voldoen aan alle basisnormen en de algemene en (eventueel) bijkomende uitbatingsvoorwaarden van het logiesdecreet. We verwijzen hier in het bijzonder ook naar de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan een toeristisch logies moet voldoen (zie http://www.toerismevlaanderen.be/logiesdecreet/brandveiligheid )
● Het advies van de Brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. 27.05.2024 met ref. 2024-0190-001 dient strikt nageleefd te worden
● Het gebruik van de toeristische logies (B&B) is onlosmakend gekoppeld aan het voorzien van bijkomende parkeerplaatsen op het perceel tegenover de aanvraag (volgens de bijgevoegde overeenkomst). Indien de overeenkomst voor het gebruik van 6 bijkomende parkeerplaatsen ten einde komt kan er tevens geen gebruik meer gemaakt worden van de B&B tenzij er wordt voorzien in 6 bijkomende parkeerplaatsen volgens de gemeentelijke parkeerverordening.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 12/06/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Adriaan en Nadia Lowet - Appeltans wonende te Stationsstraat 139 te 3570 Alken, de bestemmingswijziging van woning naar vakantiewoning, gelegen Steenweg 127, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 441 M voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het advies van Toerisme Vlaanderen d.d. 29.04.2024 met ref. 402764 dient strikt nageleefd te worden met als specifieke voorwaarden:
○ Het toeristische logies wordt voor de start van de uitbating aangemeld bij Toerisme Vlaanderen (zie http://www.toerismevlaanderen.be/logiesdecreet/aanmelden voor meer info hierover).
○ Het logies zal bij uitbating voldoen aan alle basisnormen en de algemene en (eventueel) bijkomende uitbatingsvoorwaarden van het logiesdecreet. We verwijzen hier in het bijzonder ook naar de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan een toeristisch logies moet voldoen (zie http://www.toerismevlaanderen.be/logiesdecreet/brandveiligheid )
● Het advies van de Brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. 27.05.2024 met ref. 2024-0190-001 dient strikt nageleefd te worden
● Het gebruik van de toeristische logies (B&B) is onlosmakend gekoppeld aan het voorzien van bijkomende parkeerplaatsen op het perceel tegenover de aanvraag (volgens de bijgevoegde overeenkomst). Indien de overeenkomst voor het gebruik van 6 bijkomende parkeerplaatsen ten einde komt kan er tevens geen gebruik meer gemaakt worden van de B&B tenzij er wordt voorzien in 6 bijkomende parkeerplaatsen volgens de gemeentelijke parkeerverordening.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 12 06 2024
Omgevingsvergunning 883
Aanvraag omgevingsvergunning over: de aanleg van een zwembad en tuin ingediend door de heer Yves Lateur wonende te Steenweg 243 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Steenweg 243, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 298 M. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | de heer Yves Lateur wonende te Steenweg 243 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Steenweg 243
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie I nr. 298M
|
Projectnaam: | Steenweg 243 - Lateur Yves
|
Dossiernummer: | 202413
|
Intern dossiernummer: | 883
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024018353
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de aanleg van een zwembad en tuin
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
Zwembad 440x1260 (Inclusief zwembadboord)
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het aanleggen van een zwembad betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren verharding bedraagt 44m². Er wordt een open infiltratie/buffer voorziening in de voortuin voorzien van 7 500 liter en een infiltratieoppervlakte van 15m.
Er werd op de plannen aangeduid dat de voortuin vergroend zal worden. Voor de resterende verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 8 februari 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 29 april 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 6 juni 2024 |
1.f. Historiek
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
///
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het perceel is gelegen aan de Steenweg. Dit betreft een gewestweg, een geasfalteerde weg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijk toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande en halfopen eengezinswoningen.
Het aan te leggen zwembad komt centraal achter de bestaande woning gesitueerd op 4m30 van de linker perceelsgrens en op 6m10 van de rechter perceelsgrens. Het zwembad heeft inclusief zwembadboord een oppervlakte van 55.44m² en een diepte van 1m55.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet in strijd met de voorschriften van het geldende gewestplan
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 29 april 2024 | 23 mei 2024 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 29.04.2024 digitaal voorgelegd aan AWV - District Zuid-Limburg. Er werd op 23/05/2024 een voorwaardelijk advies ontvangen van de dienst met referte AV/719/2024/00033 .
De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De ééngezinswoning is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. De aanvraag betreffende het aanleggen van een zwembad is bijgevolg functioneel inpasbaar en niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Mobiliteitsaspect: De aanvraag voor het aanleggen van een zwembad zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.
- Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag voor het aanleggen van een zwembad is niet in strijd met het ruimtegebruik en zal de draagkracht van het terrein niet overschrijden. Er is nog voldoende kwalitatieve niet-verharde buitenruimte/tuin aanwezig. De maximale terreinbezetting is echter bereikt verdere invulling is niet meer mogelijk.
- Visueel-vormelijke elementen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de visueel-vormelijke elementen.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft uitgezonderd de zone waar het zwembad wordt geplaatst behouden.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door de plaatsing van het zwembad op voldoende afstand van de perceelsgrenzen, de privacy van de omwonenden geenszins geschonden zal worden.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden :
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● De wadi in de voortuin dient uitgevoerd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het hemelwater dient op het eigen terrein opgevangen te worden. De aanpalende percelen mogen hiermee niet belast worden.
● Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden. We raden aan om:
○ Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
○ Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
○ Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
○ Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel.
○ Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 12/06/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door de heer Yves Lateur wonende te Steenweg 243 te 3570 Alken, de aanleg van een zwembad en tuin, gelegen Steenweg 243, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 298 M voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● De wadi in de voortuin dient uitgevoerd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het hemelwater dient op het eigen terrein opgevangen te worden. De aanpalende percelen mogen hiermee niet belast worden.
● Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden. We raden aan om:
○ Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
○ Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
○ Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
○ Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel.
○ Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 12 06 2024
Omgevingsvergunning 900
Aanvraag omgevingsvergunning over: het verbouwen van een vakwerkhoeve ingediend door Jordy en Sofie Philtjens - Lynen met als contactadres Eikenenpad 41 bus 4 te 3520 Zonhoven. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Grootstraat 90, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 712 T en (afd. 2) sectie E 714 G. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Jordy en Sofie Philtjens - Lynen met als contactadres Eikenenpad 41 bus 4 te 3520 Zonhoven
|
Ligging van het perceel: | Grootstraat 90
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nrs. 712T en 714G
|
Projectnaam: | Grootstraat 90 - Philtjens-Lynen
|
Dossiernummer: | 202435
|
Intern dossiernummer: | 900
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024042835
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het verbouwen van een vakwerkhoeve
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● herbouwen vakwerkhoeve
● nieuw aan te leggen verhardingen
● nieuw aan te leggen zwembad
● nieuw op te richten tuinberging
● nieuw aan te leggen buffer- en infiltratievoorziening
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het perceel is ook niet gelegen binnen een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het verbouwen van een bestaande ééngezinswoning, geen omvangrijke oppervlakte heeft en niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van hemelwater in de bodem beperkt.
Het perceel ligt in een afstroomgebied van een waterloop in het ambtsgebied van de Watering de Herk. Het perceel is gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Er werd advies gevraagd aan de bevoegde instanties voor water, zijnde de dienst waterlopen provincie Limburg alsook Watering de Herk. Zij verleende beide een voorwaardelijk gunstig advies aangaande huidige aanvraag. (zie rubriek 2.d)
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 248,8m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput met een inhoud van 16.500 liter. De hemelwaterputten lopen over naar een open infiltratie/buffer voorziening in de achtertuin met een capaciteit van 6 600 liter en een infiltratieoppervlakte van 22m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine en de buitenkranen.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd in waterdoorlatende materialen, zijnde waterdoorlatende klinkers, voor de inrit en een tuinpad en terras. Voor de waterdoorlatende verharding dient tevens de ondergrond in waterdoorlatende materialen te worden uitgevoerd. De verharding kan dan afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. Er wordt tevens een zone voorzien voor het parkeren van auto’s in honinggraatstructuur dewelke eveneens waterdoorlatend is.
Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 4 april 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 2 mei 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 4 juni 2024 |
1.f. Historiek
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
De vakwerkwoning werd opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed met volgende vermelding, hoeve met losstaande bestanddelen - bouwkundig element - ID31645 https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/31645
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- er werd een omgevingsvergunning (OMV807) verleend door het college van burgemeester en schepenen op 27 september 2023 voor het verbouwen van een vakwerkwoning en de afbraak van bijgebouwen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft de wijziging van de plannen voor de verbouwing van een vakwerkwoning.
De aanvraag situeert zich aan een gemeentelijke weg, nl. de Grootstraat, die voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een landelijke omgeving gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen op ruime percelen, halfopen bebouwingen, landbouwbedrijfsgebouwen en landbouwgronden. Aan de rechterzijde situeert zich een open ééngezinswoning en aan de linkerzijde is er een recent opgerichte halfopen ééngezinswoning gesitueerd. Op het achterliggende perceel is er een loods gesitueerd die niet meer gebruikt wordt.
Het huidige dossier betreft een wijziging van de reeds vergunde plannen van 27 september 2023 waarbij er reeds een aanvraag werd gedaan voor de verbouwing van de vakwerkwoning en de afbraak van de bijgebouwen. Tijdens de aanbestedingsfase werd duidelijk dat het voorgestelde ontwerp financieel niet haalbaar was. Hierdoor wenst men het vergunde programma te reduceren, zo zal onder meer de woning kleiner worden uitgevoerd.
Het bestaande hoofdvolume zal worden ontdaan van alle koterijen aan de achterzijde en 4 traveeën van het vakwerk. De minderwaardige bijgebouwen aan de achterzijde van het perceel worden afgebroken waardoor er een degelijke tuinzone gecreëerd kan worden bij de woning. De 4 traveeën zullen worden herbruikt voor het oprichten van de tuinberging in de achtertuinzone. Zodoende kan deze nieuwe constructie gecreëerd worden binnen de bestaande typologie.
Het vakwerk met een nok loodrecht op de as van de weg, zal gekoppeld worden aan de schuur die aan de rechterzijde van het perceel gesitueerd is. Hierdoor komt dit vakwerk op ongeveer 17m64 van de voorliggende rooilijn. Het betreft een volume van 10m92 diep en door de aansluiting met de schuur komt de bebouwing op een breedte van ongeveer 19m43. Door het behoud van deze vakwerkstructuur zal er ten aanzien van de zijdelingse perceelsgrenzen slechts een beperkte afstand behouden blijven van ongeveer 90cm aan de linkerzijde en 64com tot 1m20 aan de rechterzijde. Echter beide gevels worden afgewerkt als blinde gevels om zo de privacy van zowel de aanpalende eigenaars als de aanvragers te vrijwaren.
Rekening houdend met de beperkte plafondhoogtes en de overstromingsgevoeligheid van het perceel, wordt er geopteerd om een zool uit gerecupereerde bakstenen te creëren. Hierdoor kan de nulpas verhoogd worden tot 30 cm boven de voorliggende wegenis en kan de plafondhoogte verhoogt worden tot een aangename hoogte. Het vakwerk zelf blijft behouden en wordt enkel in de hoogte gebracht. De vormgeving en het uitzicht van de vakwerkconstructies blijven behouden. Zo zullen de stukken tussen het vakwerk afgewerkt worden met een pleister met een natuurlijk voorkomen. De dakbedekking wordt vervangen door een keramische dakbedekking die in lijn ligt van de huidige weliswaar versleten dakpannen.
De materialen worden gekozen in functie van het eigen project alsook in functie van de bestaande volumes in de directe omgeving van het project. Enerzijds zal de woning refereren naar het landelijke karakter van de omgeving, anderzijds zal het aansluiten met de vormgeving van de bestaande landelijke woning op het perceel. Hierdoor wordt er een harmonieus geheel bekomen, met het oog op een duurzaam gebruik. Het buitenschrijnwerk wordt voorzien in zwart aluminium. De raampartijen zijn voorzien in geïsoleerde thermische beglazing. Het dak wordt voorzien in rood genuanceerde keramische pannen. De plint onderaan wordt voorzien in gerecupereerde bakstenen. De houten structuur wordt ontdaan van de zwarte beschermingslaag en wordt voorzien in een naturelle kleur. De invulling van het vakwerk wordt voorzien van een isolatielaag, afgewerkt een pleister met een bleke kleur.
Achter de woning wordt er in de tuinzone in een latere fase een zwembad voorzien van ongeveer 63,45m² op min. 3m50 van de rechter perceelsgrens en op min. 5m van de linker perceelsgrens. Dit zwembad wordt horizontaal mee met de woning gelegd. Achter het zwembad wordt er tevens een tuinberging voorzien van 53,41m² op min. 75cm van de linker perceelsgrens. Er wordt binnen dit bijgebouw een gedeelte voorzien als gesloten tuinberging, maar ook een deel overdekt terras. Dit betreft een bijgebouw bestaande uit slechts één bouwlaag afgewerkt met een zadeldak in harmonie met het hoofdvolume door het gebruik een kroonlijsthoogte van 3m19 en een nokhoogte van 7m04.
Aan de voorzijde van het perceel wordt er een toegang/oprit voorzien met aansluitend aan de linkerzijde van het perceel een oppervlakte van ongeveer 38m² in honinggraatstructuur als parkeerzone voor 2 voertuigen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De vakwerkwoning werd opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed met volgende vermelding, hoeve met losstaande bestanddelen - bouwkundig element - ID31645 https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/31645
Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018
De volgende beschrijving wordt hiervan genoteerd:
‘Hoeve met losstaande bestanddelen uit de tweede helft van de 19de eeuw, met geheel of gedeeltelijk hergebruikte timmer van 1803 of 1805, zie opschrift ankerbalk noordelijke zijgevel.’
De woning en de voormalige schuur werden opgetrokken in vakwerk. In het ontwerp wordt voorzien dat beide entiteiten gekoppeld worden door middel van een nieuw op te richten constructie. Beide constructies worden voorzien van een bakstenen plint, zodoende dat de vloerpas van de woning verhoogd kan worden. Hierdoor wordt het mogelijke overstromingsrisico beperkt tot een minimum.
De bestaande houtstructuren worden integraal behouden, uitgezonderd vier traveeën in het woongedeelte.Deze worden verwijderd en herbruikt voor de oprichting van de tuinberging in de achtertuinzone. Het houtwerk wordt ontdaan van zijn zwarte beschermlaag (teer) en zal na behandeling voorzien worden van een naturel voorkomen. De vakken tussen de houten structuur worden opgevuld door isolatie met een pleisterafwerking aan de buitenzijde. Deze pleister zal gebroken wit zijn, waardoor deze aansluit bij het huidige beeld van de woning.
Raamopeningen worden gewijzigd. Huidige raamopeningen zijn enerzijds in strijd met de vigerende wetgeving. Daarnaast bieden deze onvoldoende natuurlijke lichtinval gezien hun beperkte dimensies. De herindeling van de woning noodzaakt het ontwerp tot het voorzien van nieuwe grote glaspartijen, waardoor de relatie met de omliggende groenzones versterkt wordt.
Onderhavig ontwerp heeft als doel het bouwkundig erfgoed te herwaarderen en de beleving van deze waardevolle elementen te stimuleren. Dit komt tot stand door beperkte en eenvoudige ingrepen (afbraak, heropbouw en nieuwbouw) die de erfgoedwaarde van het geheel belichten.
Voorgesteld ontwerp kan bijgevolg in overeenstemming gebracht worden met het beschermd karakter van de langgestrekte hoeve zoals opgenomen in de inventaris onroerend erfgoed.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
IOED Haspengouw west | 2 mei 2024 | 31 mei 2024 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 30 april 2024 | 3 juni 2024 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 30 april 2024 | 29 mei 2024 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 02.05.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst IOED Haspengouw West. Op 31.05.2024 verleende de dienst IOED Haspengouw West een voorwaardelijk gunstig advies. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 30.04.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Er werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend via het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 30.04.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst Water en domeinen, provincie Limburg. Op 29.05.2024 ontvingen wij een voorwaardelijk gunstig advies van de dienst Water en domeinen, provincie Limburg met ref. 2024N109469 - 2024 – 791 - OMV 2024042835 . De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel.
Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.’
Er werd een aangetekende zending verzonden aan de aanpalende eigenaars op 29.04.2024.
Er werd geen standpunt ingediend door de aanpalende eigenaars.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft het verbouwen van een bestaande vakwerkwoning. De voorgestelde uitbreiding en verbouwing van het hoofdvolume is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan. Het betreft de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning in een landelijk woongebied en de voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving.
● Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein bij de ééngezinswoning.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: voorliggende aanvraag heeft dezelfde schaalgrootte van de bestaande bebouwingen op de belendende percelen en valt dan ook niet uit de toon ten opzichte van de omliggende woningen. Door het slopen van de bestaande koterijen, bijgebouwen en andere constructies en het subtiel wijzigen van de huidige configuratie, zal onderhavig ontwerp in verhouding met de bestaande toestand, een schaalverkleining betreffen. Voorliggend ontwerp zal in zijn huidige vorm aansluiten op de schaal van zijn omgeving alsook de schaal van het bouwperceel. Het volume blijft beperkt gezien de afbraak van de minderwaardige bijgebouwen en gezien de uitbreiding zich enkel situeert aan achterzijde van de ééngezinswoning binnen de bestaande gebouwenconfiguratie. Het betreft tevens een uitbreiding in harmonie met de bestaande bebouwing. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De aanvraag heeft geen invloed op het bestaande ruimtegebruik. De tuinzone voor de ééngezinswoning is gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
● Visueel-vormelijke elementen: het bestaande hoofdvolume en de uitbreidingen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang. De look van de vakwerkwoning zal behouden blijven. Het buitenschrijnwerk wordt voorzien in zwart aluminium. De raampartijen zijn voorzien in geïsoleerde thermische beglazing. Het dak wordt voorzien in rood genuanceerde keramische pannen. De plint onderaan wordt voorzien in gerecupereerde bakstenen. De houten structuur wordt ontdaan van de zwarte beschermingslaag en wordt voorzien in een naturelle kleur. De invulling van het vakwerk wordt voorzien van een isolatielaag, afgewerkt een pleister met een bleke kleur.
● Cultuurhistorische aspecten: De gebouwen betreffen vastgesteld bouwkundig erfgoed, opgenomen in het vaststellingsbesluit d.d. 16 januari 2018. De volgende beschrijving wordt hiervan genoteerd: ‘Hoeve met losstaande bestanddelen uit de tweede helft van de 19de eeuw, met geheel of gedeeltelijk hergebruikte timmer van 1803 of 1805, zie opschrift ankerbalk noordelijke zijgevel.’ De woning en de voormalige schuur werden opgetrokken in vakwerk. In het ontwerp wordt voorzien dat beide entiteiten gekoppeld worden door middel van een nieuw op te richten constructie. Onderhavig ontwerp heeft als doel het bouwkundig erfgoed te herwaarderen en de beleving van deze waardevolle elementen te stimuleren. Dit komt tot stand door beperkte en eenvoudige ingrepen (afbraak, heropbouw en nieuwbouw) die de erfgoedwaarde van het geheel belichten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft grotendeels behouden (uitgezonderde de noodzakelijke reliëfwijzigingen in functie van de nieuwe fundering).
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting, de verbouwing van deze ééngezinswoning en door het afschermen van de buitenruimte de privacy van de omwonenden niet wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Er dient in aansluiting met de aanpalende percelen vanaf de parkeerzone in de voortuin tot aan de voorgevellijn alsook vanaf de achtergevellijn tot achter het tuinhuis een groene haag te worden aangeplant op 0,5m van de perceelsgrenzen van min. 2m hoogte, ter vrijwaring van de privacy van de aanpalende eigenaars. Deze aanplant dient te gebeuren het eerste plantseizoen na de voltooiing van de werken.
● De toegang/oprit in aansluiting met het openbaar domein mag een max. breedte van 4m50 bedragen.
● Het advies van de dienst IOED Haspengouw West d.d. 31.05.2024 dient nageleefd te worden.
● Het advies van de dienst water en domeinen, provincie Limburg, d.d. 27.05.2024 met ref. 2024N109469 - 2024 – 791 -OMV 2024042835 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van watering de Herk dient nageleefd te worden.
● Er dient rekening gehouden te worden met de archeologieregelgeving indien van toepassing.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius dienen nageleefd te worden.
● Alle verhardingen voor de realisatie van de paden, toegangen, inritten en parkeerplaatsen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 12/06/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Jordy en Sofie Philtjens - Lynen met als contactadres Eikenenpad 41 bus 4 te 3520 Zonhoven, het verbouwen van een vakwerkhoeve, gelegen Grootstraat 90, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 712 T en (afd. 2) sectie E 714 G voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Er dient in aansluiting met de aanpalende percelen vanaf de parkeerzone in de voortuin tot aan de voorgevellijn alsook vanaf de achtergevellijn tot achter het tuinhuis een groene haag te worden aangeplant op 0,5m van de perceelsgrenzen van min. 2m hoogte, ter vrijwaring van de privacy van de aanpalende eigenaars. Deze aanplant dient te gebeuren het eerste plantseizoen na de voltooiing van de werken.
● De toegang/oprit in aansluiting met het openbaar domein mag een max. breedte van 4m50 bedragen.
● Het advies van de dienst IOED Haspengouw West d.d. 31.05.2024 dient nageleefd te worden.
● Het advies van de dienst water en domeinen, provincie Limburg, d.d. 27.05.2024 met ref. 2024N109469 - 2024 – 791 -OMV 2024042835 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van watering de Herk dient nageleefd te worden.
● Er dient rekening gehouden te worden met de archeologieregelgeving indien van toepassing.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius dienen nageleefd te worden.
● Alle verhardingen voor de realisatie van de paden, toegangen, inritten en parkeerplaatsen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.