Gemeente Alken

Zitting van 08 oktober 2025

van 09:00 tot 10:00

 

Aanwezig: Marc Penxten, Burgemeester; Cindy Vandormael,Andres Lesire,Frank Vroonen,Elien Secretin,Pierrette Putzeys, Schepenen; Pascal Giesen, Algemeen directeur;

 

Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Verslag van de vorige zitting dd. 1.10.2025

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 1.10.2025 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Feiten en context

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 1.10.2025 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische grond

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Niet van toepassing.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Aanvraag taxivergunning 8140 - MADU SERVICES

Gemeente Alken ontving op 9 augustus 2025 via Centaurus2020 een aanvraag voor een vergunning voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer, meer bepaald om 1 voertuigen (en 0 reservevoertuigen) in te zetten. De aanvraag werd ingediend door Madu Services. Bij nazicht van de verplicht toe te voegen documenten bij de aanvraag, werd vastgesteld dat de aanvrager in principe aan alle voorwaarden voldoet, buiten dat zijn voertuig op dit moment staat ingeschreven onder een andere vergunning op zijn naam. Het is de bedoeling van de aanvrager om de vergunning over te zetten naar zijn Besloten vennootschap.

 

Feiten en context

Gemeente Alken ontving op 9 augustus 2025 via Centaurus2020 een aanvraag voor een vergunning voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer, meer bepaald om 1 voertuigen (en 0 reservevoertuigen) in te zetten. De aanvraag werd ingediend door Madu Services. Bij nazicht van de verplicht toe te voegen documenten bij de aanvraag, werd vastgesteld dat de aanvrager in principe aan alle voorwaarden voldoet, buiten dat zijn voertuig op dit moment staat ingeschreven onder een andere vergunning op zijn naam. Het is de bedoeling van de aanvrager om de vergunning over te zetten naar zijn Besloten vennootschap.

 

Juridische grond

Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer.

 

Adviezen

De gunstige resultaten van het onderzoek waartoe de aanvraag aanleiding gaf.

 

Argumentatie

Betrokkene Madu Services wenst een taxidienst met 1 voertuig uit te baten onder een andere vennootschapsvorm. Hij voldoet aan alle voorwaarden. In principe zou deze aanvraag pas behandeld mogen worden nadat meneer Mudassar Ahmad zijn huidige vergunning stopzet. Dit zou echter betekenen dat hij zijn werkzaamheden moet staken totdat de nieuwe vergunning wordt goedgekeurd, wat voor inkomensverlies zal zorgen. Om een vlotte overgang te waarborgen van de oude naar de nieuwe vergunning, is het aangewezen om de goedkeuring te verlenen met opschortende voorwaarde dat meneer Mudassar Ahmad zijn huidige vergunning stopzet.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat de exploitant, Madu Services

met exploitatieadres: O. L. Vrouwstraat 209, 3570 Alken, maatschappelijke zetel: O. L. Vrouwstraat 209, 3570 Alken en ondernemingsnummer: 1026114401 onder de voorwaarden van de hierboven vermelde wettelijke bepalingen en met opschortende voorwaarde dat hij zijn huidige taxivergunning met identificatienummer 5068 eerst stopzet wordt gemachtigd om

        van 13.10.2025 tot en met 12.10.2030 een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer te exploiteren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest;

        1 voertuigen in te zetten, waarvan

       1 voertuig(en) in te zetten met identificatienummer(s) 0016331;

       0 voertuig(en) met identificatienummer(s)  alleen als ceremonievoertuig in te zetten;

       0 voertuig(en) met identificatienummer(s)  alleen als voertuig voor aangepast vervoer in te zetten;

        0 voertuig(en) in te zetten als reservevoertuig.

 

De exploitant betaalt voor deze vergunning een gemeentelijke retributie als vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Aanvraag taxivergunning 8377 - Lucian Marin

Gemeente Alken ontving op 1 oktober 2025 via Centaurus2020 een aanvraag voor een vergunning voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer, meer bepaald om 1 voertuigen (en 0 reservevoertuigen) in te zetten. De aanvraag werd ingediend door Lucian Marin. Bij nazicht van de verplicht toe te voegen documenten bij de aanvraag, werd vastgesteld dat de aanvrager aan alle voorwaarden voldoet.

 

Feiten en context

Gemeente Alken ontving op 1 oktober 2025 via Centaurus2020 een aanvraag voor een vergunning voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer, meer bepaald om 1 voertuigen (en 0 reservevoertuigen) in te zetten. De aanvraag werd ingediend door Lucian Marin. Bij nazicht van de verplicht toe te voegen documenten bij de aanvraag, werd vastgesteld dat de aanvrager aan alle voorwaarden voldoet.

 

Juridische grond

Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

 

Adviezen

De gunstige resultaten van het onderzoek waartoe de aanvraag aanleiding gaf.

 

Argumentatie

Betrokkene Lucian Marin wenst een taxidienst met 1 voertuig uit te baten. Hij voldoet aan alle voorwaarden.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat de exploitant, Lucian Marin

met exploitatieadres: Eduard Dompasstraat 12, 3570 Alken, maatschappelijke zetel: Eduard Dompasstraat 12, 3570 Alken en ondernemingsnummer: 1025532401 onder de voorwaarden van de hierboven vermelde wettelijke bepalingen wordt gemachtigd om

        van 15.10.2025 tot en met 14.10.2030 een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer te exploiteren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest;

        1 voertuigen in te zetten, waarvan

        1 voertuig(en) in te zetten met identificatienummer(s) 0016819;

        0 voertuig(en) met identificatienummer(s)  alleen als ceremonievoertuig in te zetten;

        0 voertuig(en) met identificatienummer(s)  alleen als voertuig voor aangepast vervoer in te zetten;

        0 voertuig(en) in te zetten als reservevoertuig.

 

De exploitant betaalt voor deze vergunning een gemeentelijke retributie als vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

GAS 4 - principiële goedkeuring om mee in stappen via ILV Midwest-Lim

Alken maakt vandaag nog geen gebruik van GAS 4 om inbreuken te beboeten op stilstaan en parkeren. Heel wat besturen doen dit wel reeds. Door ook het stilstaan en parkeren mee op te nemen in het gemeentelijk administratief sanctiegebeuren kan Alken hieromtrent ook een actief beleid voeren.

Hasselt is reeds actief met GAS 4 en ook de gemeente Diepenbeek is onlangs aangesloten. Dit verloopt via het centraal programma 'Intouch' waarbij de verbaliserende overheid (politie LRH) de inbreuk kan registreren op het grondgebied binnen de politiezone. De administratieve afhandeling verloopt volledig via de stad Hasselt.

 

Feiten en context

Alken maakt vandaag nog geen gebruik van GAS 4 om inbreuken te beboeten op stilstaan en parkeren. Heel wat besturen doen dit wel reeds. Door ook het stilstaan en parkeren mee op te nemen in het gemeentelijk administratief sanctiegebeuren kan Alken hieromtrent ook een actief beleid voeren.

Hasselt is reeds actief met GAS 4 en ook de gemeente Diepenbeek is onlangs aangesloten. Dit verloopt via het centraal programma 'Intouch' waarbij de verbaliserende overheid (politie LRH) de inbreuk kan registreren op het grondgebied binnen de politiezone. De administratieve afhandeling verloopt volledig via de stad Hasselt.

 

Juridische grond

Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013, die steden en gemeenten de bevoegdheid geeft om bepaalde parkeerinbreuken te sanctioneren met een administratieve boete in plaats van via het strafrechtelijke circuit

Besluit van de gemeenteraad tot deelname aan de intergemeentelijke lokale vereniging MIdWest-Lim.

Decreet lokaal bestuur 

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

De gemeente Alken wordt volledig ontlast in deze procedure. De vaststellingen gebeuren door de politie, de verder opvolging via de dienst sanctionering (IVE) van de stad Hasselt administratieve verwerkingscel en de sanctionerend ambtenaar van de stad Hasselt heeft de sanctionerende bevoegdheid.

Bijgevolg wordt de volledige administratieve procedure (Ontvangst en check vaststellingen – verstuurt opstartbrieven – beoordeelt verweren – neemt mondelinge verweren af – maakt en verstuurt gemotiveerde beslissingen – verstuurt 1ste  (kosteloze) herinneringen vanuit InTouch – zorgt voor verdere escalatie naar dienst FIN) door de stad Hasselt opgevolgd. Enkel vanaf het moment van Invordering en financiële escalatie wordt het dossier overgedragen aan het lokale bestuur zelf (dit is wettelijk bepaald).

Het bestuur betaalt per dossier een dossierkost aan de stad Hasselt van € 13,30.

Een aantal stappen dienen nog genomen te worden zoals:

        Aanstelling SA (2) stad Hasselt door GR Alken.

        Toetreding DIV gemeente Alken (in orde).

        Opmaken politieverordening betreffende het stilstaan en parkeren.

        Opmaken protocol met het parket.

        Configuratie + aanleveren nodige sjablonen en documenten.

        Aanduiden  verantwoordelijken en contactpersonen (FIN, MOB, SIGN).

 

In bijlage vindt u de volledige businesscase die tot stand kwam na diverse onderhandelingen met de stad Hasselt.

 

Financiële gevolgen

Het eerste jaar zijn de kosten hoger dan de opbrengsten (gebaseerd op een gemiddelde van 70 inbreuken per jaar) en vanaf het 2de jaar zijn de opbrengsten hoger dan de kosten.

 

Alken

1ste jaar

2de jaar

3de jaar

Vaststellingen

70

70

70

Inkomsten (€)

7.192

7.192

7.192

Uitgaven (€)

 

 

 

      InTouch

7.801,37

1.365,63

1.365,63

      Verwerkingsv.

931

931

931

      POM (optioneel)

3.089,22

2181,72

2181,72

TOTAAL (€) (excl. POM)

- 1.540,37

4.895,37

4.895,37

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen is principieel akkoord met de invoering van GAS 4 (inbreuken op stilstaan en parkeren) en de samenwerking met de stad Hasselt ikv de ILV MidWestLim voor de volledige administratieve opvolging. Per dossier is er een dossierkost van € 13,30 verschuldigd.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Gemeenteraad - Voorlopige agenda dd. 23.10.2025

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Conferentie Mayors for Peace dd. 31.10.2025

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Nieuws van de week

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Feiten en context

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Juridische grond

Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur 

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.

Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over het punt aangaande het officiële startschot, de eerste ‘steen’afbraak van de Molen dat gepland staat op woensdag 15 oktober 2025 om 11u.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Verbindingsriolering Pleinstraat 22.828A. Werfverslag nr. 09 d.d. 01.10.2025.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Belastingkohier reclamedrukwerk - Juni 2025 bis

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2025 bis bedraagt 693,54 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Feiten en context

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2025 bis bedraagt 693.54 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

693.54 euro

nvt

MJP001025

Datum visumaanvraag:

nvt

Datum goedkeuring visumaanvraag:

nvt

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2025 bis vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 693,54 euro.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Betaalbaarstelling facturen SC

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.

 

Feiten en context

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
 

Juridische grond

Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
 

 Adviezen

Niet van toepassing.
 

Argumentatie

Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Aanvraag personenlijst

Mieke Vandeneste, administratief medewerker De Kouter vraagt namens het lokaal dienstencentrum een personenlijst van de inwoners van Alken die tussen de 65 en 81 jaar oud zijn voor het versturen van hun programmaboekje.

 

Feiten en context

Mieke Vandeneste, administratief medewerker De Kouter vraagt namens het lokaal dienstencentrum een personenlijst van de inwoners van Alken die tussen de 65 en 81 jaar oud zijn voor het versturen van hun programmaboekje.

 

Juridische grond

De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 7, eerste lid betreffende de afwijkingen van het principe van niet-verstrekking van personenlijsten aan derden;

De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 126 tot en met 127 betreffende de verstrekking van derden van de personenlijsten van de registers

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Mieke Vandeneste, administratief medewerker van het lokaal dienstencentrum De Kouter diende op 1 oktober 2025 een schriftelijke aanvraag in  tot het bekomen van een personenlijst van inwoners van Alken tussen de 65 en 81 jaar oud.   Het lokaal dienstencentrum De Kouter is een erkende voorziening in het woonzorgdecreet en is dus een instelling naar Belgisch recht die taken van algemeen belang vervult .  Ze heeft als doelstelling elke Alkenaar en meer specifiek de ouderen en zorgbehoevenden ondersteuning te bieden,  om hen zo lang mogelijk op een kwaliteitsvolle manier en zelfstandig in hun eigen woning en woonomgeving te laten wonen.   De aangevraagde persoonsgegevens zijn noodzakelijk om via hun programmaboekje het aanbod kenbaar te maken en om alzo hun opdracht te vervullen.  Het concrete doel waarvoor de gegevens worden gevraagd kadert in de reglementaire taakomschrijving van de aanvrager.  Er is voldaan aan het finaliteits- en proportionaliteitsbeginsel, de aanvraag wordt als gegrond beoordeeld. 

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepen beslist om de personenlijst van de inwoners van Alken tussen 65 en 81 jaar oud af te leveren aan het Dienstencentrum De Kouter.

Artikel 2: deze lijst mag niet verstrekt worden aan derden en mag enkel gebruikt worden voor de doeleinden vermeld in de aanvraag, nl. het bezorgen van het programmaboekje.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Evaluatie wekelijkse markt Alken

Sinds 2022 vindt elke week de wekelijkse markt in Alken plaats. Eerst was dit een korte keten markt met streekeigen producten, maar om de markt aantrekkelijker te maken is begin 2025 besloten om de markt aan te vullen met kramen die niet korte keten zijn (met enkele beperkingen van producten). Omdat de markt hierna nog steeds niet genoeg bezoekers lokte en standhouders bleven afhaken, heeft het beleid beslist dat vanaf juli 2025 er geen beperkingen meer waren voor bepaalde productcategorieën, zodat iedereen kon deelnemen aan de markt. Na twee maanden werd een evaluatie gepland.

 

Intussen is er een bevraging geweest bij de standhouders en handelaars en heeft de evaluatie van de markt ook plaatsgevonden (zie bijlage).

 

Ambtenaar lokale economie heeft zijn ontslag ingediend en zal vanaf oktober niet meer actief zijn binnen de gemeente. De aangestelde marktleidster heeft maandag 22 september ook laten weten dat ze met onmiddellijke ingang stopt als marktleidster.

 

Er wordt voorgesteld:

- Om de markt gewoon te laten doorgaan met de standhouders die momenteel nog aanwezig zijn op de wekelijkse markt.

- Dat het niet meer nodig is om alle parkeerplaatsen te laten afzetten op het Laagdorp en een aangepaste verkeersregeling uit te werken door ambtenaar evenementen.

- Dat de markt zal doorgaan van 13u tot 17u en niet meer van 15u tot 19u.

- Het standgeld voor de markt wordt opgeheven.

 

Feiten en context

Sinds 2022 vindt elke week de wekelijkse markt in Alken plaats. Eerst was dit een korte keten markt met streekeigen producten, maar om de markt aantrekkelijker te maken is begin 2025 besloten om de markt aan te vullen met kramen die niet korte keten zijn (met enkele beperkingen van producten). Omdat de markt hierna nog steeds niet genoeg bezoekers lokte en standhouders bleven afhaken, heeft het beleid beslist dat vanaf juli 2025 er geen beperkingen meer waren voor bepaalde productcategorieën, zodat iedereen kon deelnemen aan de markt. Na twee maanden werd evaluatie gepland.

 

Intussen is er een bevraging geweest bij de standhouders en handelaars en heeft de evaluatie van de markt ook plaatsgevonden (zie bijlage).

 

Ambtenaar lokale economie heeft zijn ontslag ingediend en zal vanaf oktober niet meer actief zijn binnen de gemeente. De aangestelde marktleidster heeft maandag 22 september ook laten weten dat ze met onmiddellijke ingang stopt als marktleidster.

 

Er wordt voorgesteld:

- Om de markt gewoon te laten doorgaan met de standhouders die momenteel nog aanwezig zijn op de wekelijkse markt.

- Dat het niet meer nodig is om alle parkeerplaatsen te laten afzetten op het Laagdorp en een aangepaste verkeersregeling uit te werken door ambtenaar evenementen.

- Dat de markt zal doorgaan van 14u tot 18u en niet meer van 15u tot 19u.

- Het standgeld voor de markt wordt opgeheven.

 

Juridische grond

DLB art. 56 regelt bevoegdheden college​.

 

Adviezen

niet van toepassing

 

Argumentatie

De standhouders die momenteel nog aanwezig zijn, willen voorlopig blijven komen.

De standhouders geven aan dat het Laagdorp een goede locatie is.

De standhouders geven aan dat er na 17u geen volk meer komt en het ook donker wordt.

Er zijn minder standhouders waardoor het niet nodig is om een parkeerverbod over het hele Laagdorp te zetten.

Doordat ambtenaar lokale economie en marktleidster vanaf oktober niet meer actief zijn, en gelet op de andere bovenstaande argumenten, wordt voorgesteld om voorlopig geen standgeld aan te vragen (de prijs weegt niet op tegen de administratieve workload).

 

Financiële gevolgen

Geen inkomsten meer van het te betalen standgeld: €0,5 per lopende meter voor vaste standhouders, €1 per lopende meter voor losse standhouders, €2/marktdag voor gebruik stroom.

Geen uitgaven meer voor de marktleidsters (30 euro vergoeding per week).

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord dat de markt gewoon blijft voortbestaan met de standhouders die dit nog wensen.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord dat de markt op het Laagdorp blijft doorgaan met aangepaste verkeersregeling

Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord dat de markt doorgaat van 13u tot 17u in de plaats van 15u-19u.

Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord dat de standhouders voorlopig geen standgeld meer dienen te betalen.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Subsidie renovatie toiletten Chiro Joento 2026

Chiro Joento vraagt aan het college van burgemeester en schepenen een tussenkomst voor renovatie van hun toiletten. De totaalprijs voor de renovatie van de toiletten komt op € 6.048 excl. BTW of 7.318,08 incl. BTW. De uitvoering is voorzien voor in 2026. Conform het reglement "Betoelaging van jeugdinfrastructuur aan erkende jeugdverenigingen" kan dit toegekend worden en bedraagt de toelage maximaal 75% van de betoelaagbare uitgaven. Er dient eerst een principieel akkoord gegeven te worden door het SC, daarna advies gevraagd aan de jeugdraad, waarna het dossier door de gemeenteraad dient goedgekeurd te worden. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt het principieel akkoord gevraagd voor een tussenkomst.

 

Feiten en context

Chiro Joento vraagt aan het college van burgemeester en schepenen een tussenkomst voor renovatie van hun toiletten. De totaalprijs voor de renovatie van de toiletten komt op € 6.048 excl. BTW of 7.318,08 incl. BTW. De uitvoering is voorzien voor in 2026. Conform het reglement "Betoelaging van jeugdinfrastructuur aan erkende jeugdverenigingen" kan dit toegekend worden en bedraagt de toelage maximaal 75% van de betoelaagbare uitgaven. Er dient eerst een principieel akkoord gegeven te worden door het SC, daarna advies gevraagd aan de jeugdraad, waarna het dossier door de gemeenteraad dient goedgekeurd te worden. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt het principieel akkoord gevraagd voor een tussenkomst.

 

Juridische grond

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college.

Het reglement "Betoelaging van jeugdinfrastructuur aan erkende jeugdverenigingen" van ​1 januari 2014.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Conform het reglement "Betoelaging van jeugdinfrastructuur aan erkende jeugdverenigingen" kan een toelage toegekend worden: er dient eerst een principieel akkoord gegeven te worden door het SC, daarna advies gevraagd aan de jeugdraad, waarna het dossier door de gemeenteraad dient goedgekeurd te worden.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 5.488,56 incl. BTW

Niet van toepassing

Nog niet gekend

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord om aan Chiro Joento een subsidie van 5.488.56 euro incl. BTW (= 75% van het totaalbedrag) te geven voor de renovatie van hun toiletten in 2026. Conform het reglement "Betoelaging van jeugdinfrastructuur aan erkende jeugdverenigingen" zal het dossier behandeld worden (advies jeugdraad, gemeenteraad). De kredieten worden voorzien in het meerjarenplan van 2026.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Verhuis DVT naar huidige locatie Speelvogel (KDV) aan sporthal

Momenteel is de dienst vrije tijd gehuisvest in het gebouw in het parkje, tegenover het gemeentehuis.

Het kinderdagverblijf, de Speelvogel,  is tot 31 december '25 nog gehuisvest naast de sporthal (vroegere restaurant) (besluit VB 9/07/25 en kennisname VB 24/09/25).

Alken is één van de 6 landschapsparken met als thema water, en als uitvalsbasis het nieuwe Molengebouw.

Er dient in het kader van het hele huisvestingsplan een eerste dominosteen te vallen om alles in beweging te kunnen zetten.

De verhuis van dienst vrije naar de huidige locatie van de Speelvogel, kinderdagverblijf aan de sporthal, is gelet op de ligging (naast sporthal, bijzijn van landschapspark) een zeer logische stap.  Voorwaarde is uiteraard dat het gebouw bouwkundig in orde is en ingericht kan worden zodat de dienst daar volwaardig gehuisvest kan worden.

 Er wordt een principiële goedkeuring gevraagd over deze verhuis.

 

Feiten en context

Momenteel is de dienst vrije tijd gehuisvest in het gebouw in het parkje, tegenover het gemeentehuis.

Het kinderdagverblijf, de Speelvogel,  is tot 31 december '25 nog gehuisvest naast de sporthal (vroegere restaurant) (besluit VB 9/07/25 en kennisname VB 24/09/25).

Alken is één van de 6 landschapsparken met als thema water, en als uitvalsbasis het nieuwe Molengebouw.

Er dient in het kader van het hele huisvestingsplan een eerste dominosteen te vallen om alles in beweging te kunnen zetten.

De verhuis van dienst vrije naar de huidige locatie van de Speelvogel, kinderdagverblijf aan de sporthal, is gelet op de ligging (naast sporthal, bijzijn van landschapspark) een zeer logische stap.  Voorwaarde is uiteraard dat het gebouw bouwkundig in orde is en ingericht kan worden zodat de dienst daar volwaardig gehuisvest kan worden.

Er wordt een principiële goedkeuring gevraagd over deze verhuis.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal bestuur art. 56 regelt bevoegdheden college.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Momenteel is de dienst vrije tijd gehuisvest in het gebouw in het parkje, tegenover het gemeentehuis.

Het kinderdagverblijf, de Speelvogel,  is tot 31 december '25 nog gehuisvest naast de sporthal (vroegere restaurant). 

Alken is één van de 6 landschapsparken met als thema water, en als uitvalsbasis het nieuwe Molengebouw.

Er dient in het kader van het hele huisvestingsplan een eerste dominosteen te vallen om alles in beweging te kunnen zetten.

De verhuis van dienst vrije naar de huidige locatie van de Speelvogel, kinderdagverblijf aan de sporthal, is gelet op de ligging (naast sporthal, bijzijn van landschapspark) een zeer logische stap. De dienst ligt vlakbij de sporthal ,waar we vandaag vaststellen dat we op regelmatige basis aanwezig moeten zijn in de sporthal. De dienst zal midden in het  Alken Vallei park liggen.  In het nieuwe molengebouw gaan er in de toekomst heel wat groepen en scholen verwelkomd kunnen worden om een schoolreis, een groepsuitstap, een wandeling , een fietstocht te starten.

Ook het fietsverhuur kunnen we voorzien op deze locatie. 

In het kader van het Landschapspark waar het een voorwaarde is om op wandelafstand toeristische informatie, fietsverhuur, te voorzien, is aan deze voorwaarde ook voldaan.  

Uiteraard is het wel noodzakelijk dat het gebouw bouwkundig in orde is en ingericht kan worden zodat de dienst daar volwaardig kan gehuisvest worden.

Er wordt de principiële goedkeuring gevraagd over deze verhuis, zodat vanaf januari '26 de nodige aanpassingen van start kunnen gaan. Er zal een concrete raming van uit te voeren werken opgemaakt worden, die in het licht van de besprekingen van het meerarenplan bekeken zullen worden.

 

Financiële gevolgen:

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de verhuis van dienst vrije tijd naar het huidige kinderdagverblijf, de Speelvogel, aan sporthal De Alk. De voorwaarde is dat het gebouw bouwkundig in orde is en ingericht kan worden zodat de dienst daar volwaardig gehuisvest kan worden.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Kennisname punt gemeenteraad: Addendum digitale basisinfrastructuur

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Attest van verdeling

Op 30 september ontvingen we van notarissen Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos, Volmolensteeg 1 3830 Wellen, de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Sassenbroekstraat 18 en 18A kadastraal gekend als Sie D nrs. 380/Y2 en 380/X2.

 

Feiten en context

Op 30 september ontvingen we van notarissen Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos, Volmolensteeg 1 3830 Wellen, de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Sassenbroekstraat 18 en 18A kadastraal gekend als Sie D nrs. 380/Y2 en 380/X2.

 

Juridische grond

Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Het verdelingsplan, opgemaakt door Geokantoor Menten op 21/06/2025, voorziet een verdeling voor de percelen, kadastraal gekend als Sie D nrs.380/Y2 en 380/X2 waarbij het perceel  wordt opgesplitst zoals bijgevoegd plan.

Lot 1 = lot 1a + lot 1b + lot 1C = huisnummer 18A

Lot 2 = lot 2a + lot 2b = huisnummer 18

De slaapkamer in lot 2 (huisnr. 18) wordt eigendom van de woning met huisnummer 18A.

We verwijzen hierbij naar de afgeleverde vergunning dd. 1/07/2015 voor het uitbreiden van de woning.

Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel is gelegen in agrarisch gebied:

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door notarissen Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos

 voor het perceel gelegen Sassenbroekstraat 18 en 18A kadastraal gekend als Sie D nrs. 380/Y2 en 380/X2, mits het naleven van de stedenbouwkundige vergunning dd. 01/07/2015.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Attest verkoopbaarheid OMV V696 - Beukenlaan 37

Op 30 september 2025 ontvingen we van Landmeter Menten de vraag om een verkoopbaarheidsattest af te leveren aangaande de verkaveling met referte V696 afgeleverd aan Geokantoor Menten.

 

Feiten en context

Op 30 september 2025 ontvingen we van Landmeter Menten de vraag om een verkoopbaarheidsattest af te leveren aangaande de verkaveling met referte V696 afgeleverd aan Geokantoor Menten.

 

Juridische grond

Art. 4.2.16 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Omgevingsvergunning voor het verkavelen van een perceel grond met gemeentelijk kenmerk V696 werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 14/05/2025 aan Geokantoor Menten.

Het betreft een verkaveling van een perceel in 1 lot open bebouwing op een perceel met adres Beukenlaan 37, kadastraal gekend als Afd. 1 Sie B nrs. 58/W5 en 58/V5.

De voorwaarden die werden opgelegd bij de omgevingsvergunning zijn:

        De stedenbouwkundige voorschriften toegevoegd aan het dossier zijn niet van toepassing, de voorschriften van het RUP Terkoest zijn van toepassing voor dit lot.

        Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.

        Er dient ter compensatie van de te vellen boom een heraanplant te gebeuren op het perceel met een plantmaat 10/12.

        Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.

        De hoogstam boom moet aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de vergunning.

        De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.

        Het advies van Fluvius d.d. 01.04.2025 met ref. 5000096270 dient strikt nageleefd te worden. De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van het lot op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 25.03.2025 dient nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Watering de Herk d.d. 11.04..2025 dient nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg, d.d. 09.04.2025 dient nageleefd te worden.

 

Fluvius liet op 1/04/2025 weten dat ze voor dit project geen werken dienen uit te voeren, noch kosten dient aan te rekenen.

 

Op 10 juli 2025 deelde de Watergroep ons mee dat de financiering van de werken in orde is en dat het verkoopbaarheidsattest afgeleverd mag worden. 

 

Er werden tevens foto's aangeleverd van heraanplant van een nieuwe boom ter compensatie van de te vellen boom.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verklaart dat er aan de opgelegde voorwaarden werd voldaan, betreffende de verkavelingsvergunning met gemeentelijk kenmerk V696 afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 14 mei 2025 aan Geokantoor Menten voor de verkaveling van 1 lot open bebouwing op een perceel met als adres Beukenlaan 37 en kadastraal gekend als Afd. 1 Sie B nr. 58/W5 en 58/V5

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen levert aan Landmeter Menten een attest van verkoopbaarheid conform artikel 4.2.16 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af.

Artikel 3: De volgende voorwaarden bij de verkavelingsvergunning blijven van toepassing:

        De stedenbouwkundige voorschriften toegevoegd aan het dossier zijn niet van toepassing, de voorschriften van het RUP Terkoest zijn van toepassing voor dit lot.

        Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.

        Er dient ter compensatie van de te vellen boom een heraanplant te gebeuren op het perceel met een plantmaat 10/12.

        Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.

        De hoogstam boom moet aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de vergunning.

        De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.

        Het advies van Fluvius d.d. 01.04.2025 met ref. 5000096270 dient strikt nageleefd te worden. De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van het lot op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 25.03.2025 dient nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Watering de Herk d.d. 11.04..2025 dient nageleefd te worden.

       Het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg, d.d. 09.04.2025 dient nageleefd te worden.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Advies beroep omgevingsvergunning 981

ADVIES BEROEP COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Patrick Warson namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt

 

Ligging van het perceel:

Doktoorstraat 1, Hameestraat 5, 7, 8, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 19, 21, 23, 25, 27, 28, 30, 31, 32, 33, 33A, 34, 35, 36, 37, 41, 49, 61, 63, 65, 67, 75, 77, 79, 85, 89, 89A, 89B, 93, 95, 97, 101, 107, 128, 130, 132, 138, 140, 142, 144, 146, 150, 152, Haverenbosstraat 72, Hoogsimsestraat 1, Papenakkerstraat 6 en Zevenboomkensstraat 38

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie F nrs. 312B3, 312A3, 312W3, 312P2, 312P, 312C3, 312E2, 312/2 _, 313F2, 316S, 316T, 316R, 316P, 317M, 739T2, 765P4, 765C5, 765P3, 765S4, 765V3, 765R4, 765N4, 765D5, 765E4, 765T4, 765W3, 765D4, 765Z4, 766L2, 767/2 _, 767K2, 767P2, 767L2, 767M2, 769F, 770P, 770T, 771T, 771S, 771K2, 771L2, 771H2, 772D, 772E, 779B, 781C, 782B, 782A, 785C, 787P, 787K, 803G2, 803A3, 803V2, 803H3, 803X, 803P3, 803G3, 803M3, 803D3, 804D, 805Z, 806T, 894H, 896G, 896D, 896B, 896K, 896C, 897B, 901/2 _, 971Y2, 971V2, 971H3, 971X2, 971L2, 971D2, 971S2, 971D3, 971X3, 975T, 975S, 975K, 975P, 977B, 977/4 _, 977R, 977C, 977S, 977P, 977/7 _, 977/3 _, 977N, 977M, 982D, 982B en 1061A

 

Projectnaam:

Hameestraat - Fluvius

 

Dossiernummer:

2024157

 

Intern dossiernummer:

981

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2024164200

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

De aanleg van een verbindingsriolering met gescheiden stelsel en de aanpassing van de bestaande wegenis met aanleg van fietspaden.  Binnen de aanvraag wordt tevens een bronbemaling voorzien voor de uitvoering van de werken en zal er een vegetatiewijzing gebeuren op bepaalde plaatsen.

Rubrieken

Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de Bijlage 1. Indelingslijst van de VLAREM II en worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.4.2°

Lozing bemalingswater

100 m³/uur

53.2.2°b)1°

Bemaling i.h.k.v. infrastructuurwerken

260555,5 m³/jaar

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

De aanleg van een verbindingsriolering met gescheiden stelsel en de aanpassing van de bestaande wegenis met aanleg van fietspaden.

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 – deels woongebied – deels woongebied met landelijk karakter – deels agrarisch gebied – deels landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen.

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het gebied is deels gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Kerkveld, goedgekeurd op 25 februari 2016.

 

Het gebied is tevens deels gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan Centrum 5 Zuid, goedgekeurd op 24 juni 2021.

 

Het overige deel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en/of Ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan en de RUP’s.

 

Verordeningen:

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

Watertoets:

Het project ligt in het afstroomgebied van een waterloop in het ambtsgebied van de Watering De Herk. 

 

Het project is gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied.

 

Het betreft voornamelijk (afstromend) water op de weg zonder impact op de gebouwen. Bij zware regenval kan het voorkomen dat de bestaande riolering het debiet niet kan trekken en het water tijdelijk boven het maaiveld komt.

Door de aanleg van open grachten wordt meer ruimte voor water gecreëerd waardoor het risico op overstromingen daalt. Er valt bijgevolg een gunstig effect op het overstromingsregime te verwachten.

 

Over de hele projectzone is een buffering noodzakelijk van 615 m³.  De buffercapaciteit die in dit project wordt gerealiseerd bedraagt 1296 m³.  Dit maakt dat er een totale overcapaciteit aanwezig is van 681 m³.  Deze capaciteit wordt ingezet om overstromingswater langer bij te houden.

De gemeente Alken heeft tevens beslist om de voetpaden en inritten in waterdoorlatende betonstraatstenen aan te leggen.  In de bovenstaande berekeningen is er nog vanuit gegaan dat deze oppervlakte niet waterdoorlatend zou worden voorzien. Dit wel zeggen dat de effectieve situatie positiever zal zijn dan berekend werd. 

 

Voor voorliggend project werd advies aangevraagd bij de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg, alsook bij watering de Herk op 1 april 2025.  Er werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend door deze adviesinstanties op 25.04.2025 met ref. 2025N158576 - 2025 – 604 (dienst waterlopen, provincie) en op 05.05.2025 (Watering de Herk)

 

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat de aanleg van een gescheiden riolering , aanpassing bestaande wegenis met aanleg fietspaden een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft.

 

Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het watersysteem.

 

Het wateradvies is dan ook gunstig

 

Milieu:

///

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

Aangezien dit project geen wijzigingen aanbrengt in de bestaande verkeersstromen en geen extra rijwegen toevoegt, zal het geen toename in stikstofuitstoot veroorzaken in de exploitatiefase ten opzichte van de huidige situatie.

Uit de berekening van de emissies van puntbronnen (bouwmachines) en transport die nodig zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden blijkt dat de kritische depositiewaarde (KDW) van het dichtstbijzijnde natuurgebied niet wordt overschreden.  Op basis van deze resultaten is een passende beoordeling inzake stikstof tijdens de aanlegfase niet vereist.  Mogelijke effecten op de omliggende habitats kunnen hiermee worden uitgesloten.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

Bijkomend dient te worden opgemerkt dat de habitatrichtlijngebieden die het dichtste bij het project gelegen zijn Bossen en kalkgraslanden van Haspengouw zijn. Deze zones (de Mombeekvallei te Wimmertingen en de Kluis) bevinden zich evenwel op ruime afstand (+- minimum 2 km) zodat geenszins een impact te verwachten valt.

 

Uit de PAS-gebiedsanalyse blijkt dat voor de Kluis er geen habitats in overschrijding zijn.

 

Van belang is evenwel dat volgende herstelmaatregelen naar voor worden geschoven in de PAS-gebiedsanalyse:

 

Herstel van een meer natuurlijke hydrologie is noodzakelijk voor het herstel van tot doel gestelde (grond)waterafhankelijke habitattypes (3150, 6410, 6430, 6510, natte varianten van 9160). Verdere detaillering is noodzakelijk naar de realisatie op terrein met concrete afstemming van het peilbeheer, rekening houdend met andere aanwezige functies (waaronder landbouw, wonen) in en buiten de SBZ (kennislacune).

Een natuurlijke hydrologie omvat in deze streek een voldoende doorstroomsnelheid van het grondwater. Dit hangt in deze streek samen met de reliëf(rijkdom).

 

ANB (2012) vermeldt volgende te onderzoeken maatregelen, welke kaderen in een algemener integraal waterbeheer: aanpassing drainage, zomer- en winterpeilbeheer, hydrologische isolatie, inschakeling overstromingsgebieden en verhoging van bergingscapaciteit, vertraagde oppervlaktewaterafvoer,… Dit dient op maat van de lokale ecologische noden en maatschappelijke randvoorwaarden te worden ingevuld. Dit geldt vooral voor DG13 Mombeekvallei te Wimmertingen, DG18 Nietelbroeken-Merlemont, DG26 Zuurbemde, Groothofveld, Velpevallei (en DG27 Groot Gasthuisbos: hier evenwel geen habitats in overschrijding)

        Structureel herstel op landschapsschaal: eutrofiëring en verdroging t.g.v. waterlopen heeft bv. impact op de graslandhabitats in DG13 Mombeekvallei en DG18 NietelbroekenMerlemont. ANB (2012) meldt als maatregelen tegen verdroging: a) instellen van de hydrologie van de waterlopen naar de behoeften van de aanwezige habitattypes, b) hermeandering van (vroeger rechtgetrokken) rivieren, en c) verondiepen van beken.

Net in de vermelde gebieden zijn er heden problemen met periodieke overstroming van geëutrofieerd oppervlaktewater en mogelijk ook van aangerijkt sediment (zie onder). Zolang deze niet opgelost zijn dient een verdere toename van piekdebieten met overstroming vermeden te worden.

        Herstel oppervlaktewaterkwaliteit: het probleem van een slechte waterkwaliteit bij overstromingen stelt zich vooral in de DG13 Mombeekvallei te Wimmertingen en DG18 Nietelbroeken-Merlemont. Oorzaken zijn instroom van nutriënten uit landbouw, huishoudelijk afvalwater of industriële lozingen en influx van nutriëntenvrachten via overstromingssedimenten (vaak t.g.v. riviertrajecten buiten SBZ)

Bij het nemen van maatregelen voor het herstel van een natuurlijke hydrologie is het essentieel ermee rekening te houden dat de betreffende habitattypen door het stagneren van grond- of oppervlaktewater degraderen. De zuurstofvoorziening in de wortelzone is essentieel, wat o.a. samenhangt met een goede doorstroming van het grondwater.

        Verhogen infiltratie neerslag:

 

Het is evident dat het voorliggende project zorgt voor een verbetering van de waterkwaliteit alsook een verhoogde infiltratie.

 

Het project kadert zodoende net in de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende habitatgebieden.

 

Archeologienota

Overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 werd er een afschrift van de gemotiveerde beslissing van het agentschap Onroerend Erfgoed over de archeologienota met ID: 30909   URI: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/30909 en onderwerp vooronderzoek_Alken_Hameestraat overgemaakt aan de gemeente Alken.  Het Agentschap Onroerend Erfgoed heeft akte genomen van deze archeologienota op datum van 06.10.2024.

 

Algemene bepalingen inzake milieubeleid (MER)

Het ingediende dossier bevat een m.e.r.-screeningsnota zoals vermeld in artikel 4.3.3. §2 van het decreet van 05/04/1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid (er op gelet dat het project onder bijlage 3, art. 10 van het “Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage”).

 

Uit deze nota kan worden afgeleid dat het project geen nadelige milieueffecten tot gevolg heeft; er zijn geen gevolgen voor de mensen, fauna en flora en monumenten en landschappen. Hieruit blijkt dat de opmaak van een MER niet nodig is en dat er geen betekenisvolle milieueffecten te verwachten zijn, zowel in aanlegfase als exploitatiefase.

 

Sloopopvolgingsplan

Voor deze aanvraag werd een sloopopvolgingsplan opgesteld op datum van 07.03.2025 door een bij Tracimat aangesloten deskundige.

 

Een sloopopvolgingsplan werd toegevoegd in het kader van wegenis- en rioleringswerken, ter hoogte van de Hameestraat in Alken. De hoeveelheid verharding bedraagt naar schatting 17.395 m², de totale lengte van het traject ca. 1.450 meter en de breedte 12 meter. Volgende soorten verhardingen zijn te onderscheiden: asfalt, beton, klinker, grind. Volgens de bekomen informatie bevinden zich asbestcementwaterleidingen ter hoogte van het traject. Er is overlap met 1 aangrenzend OVAM dossier (72589) en er dient een technisch verslag opgesteld te worden. Volgende aanbevelingen en adviezen worden geformuleerd:

        Tijdens de werken moet er steeds een visuele controle uitgevoerd worden van de steenslag- en mengpuinlagen om de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (teerhoudende asfaltgranulaten, asbest, …) na te gaan.

        Voor of tijdens de werken moet een bijkomend onderzoek uitgevoerd worden naar de verharding en de eventuele onderliggende funderingslaag ter hoogte van de opritten waar geen boringen werden uitgevoerd om de opbouw en de samenstelling ervan na te gaan alsook de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen te controleren. Dit bijkomend onderzoek is aangewezen om deze op te breken steenachtige materialen als LMRP af te kunnen voeren. Indien geen bijkomend onderzoek uitgevoerd wordt, zullen deze op te breken steenachtige materialen als HMRP behandeld moeten worden. De op te breken volumes maken nog geen deel uit van voorliggend sloopopvolgingsplan. De resultaten van dit bijkomend onderzoek dienen in een addendum op dit verslag gerapporteerd te worden.

        Er zijn enkele locaties waarbij de opbouw niet werd onderzocht (omwille van beperkte volumes, zie §2.3.3) en waarbij de inventaris werd aangevuld op basis van realistische aannames. Tijdens de werken dient men aldus aandachtig te zijn voor de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en voor de werkelijke opbouw en diktes.

        Volgens de beschikbare informatie zijn er waterleidingen uit asbestcement aanwezig. De uitbraak van deze leidingen zal door de watermaatschappij (De Watergroep) zelf gebeuren en maakt geen deel uit van voorliggend project. Opgemerkt dient te worden dat wanneer deze leidingen verwijderd worden dit dient te gebeuren in overeenstemming met het KB van 16/03/2006 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest. De watermaatschappij dient in te staan voor een correcte afvoer van het asbesthoudend materiaal. Bij twijfel kan een controlebezoek worden uitgevoerd om na te gaan of de verwijdering goed is verlopen.

 

Erfdienstbaarheden en wegenaanleg

Voor de realisatie van de werken en de aanleg van de fietspaden werd er via een aparte procedure voorafgaand aan het indienen van de omgevingsvergunning een nieuwe rooilijn vastgesteld alsook een onteigeningsplan opgesteld.

 

GEMEENTERAAD - OPENBARE ZITTING VAN 28 MAART 2024

 

Fietspaden Hameestraat: rooilijnplan, onteigeningsplan, projectnota: definitieve vaststelling - definitief onteigeningsbesluit

 

Artikel 1.

De gemeentelijke rooilijnplannen “Alken Hameestraat” met nummers 1/3, 2/3 en 3/3, opgemaakt door de heer J. VAES (LAN 191819), beëdigd landmeter – expert, worden definitief vastgesteld.

 

Artikel 2.

Het onteigeningsbesluit met als bijlage de projectnota “Alken Hameestraat” en verslag van het openbaar onderzoek, wordt definitief goedgekeurd. De innemingsplannen “Alken Hameestraat” met nummers 1/3, 2/3 en 3/3, opgemaakt door de heer J. VAES (LAN 191819), beëdigd landmeter – expert, alsook de projectnota “Alken Hameestraat” worden definitief vastgesteld

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

20 december 2024

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

1 april 2025

Opening openbaar onderzoek

10 april 2025

Afsluiten openbaar onderzoek

9 mei 2025

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

18 juni 2025

Datum beslissing CBS

25 juni 2025

Datum beroepsschrift

29 juli 2025

 

1.f. Historiek

De aanvraag handelt over de herinrichting van het openbaar domein (of toekomstig openbaar domein) van de Hameestraat,

 

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

De omgevingsvergunningsaanvraag beoogt de realisatie van een gescheiden rioleringsstelsel, inclusief de aanleg van de wegenis ter hoogte van de Hameestraat.

 

Het project bevind zich ten zuiden van het centrum Alken.  De straten die betroken zijn Hameestraat en

Papenakkerstraat. Beide straten zijn lokale gemeentewegen

 

De aanleiding van het project heeft 2 hoofdredenen

        Om de Bapenakkerbeek te vrijwaren van restlozingen door afvalwater, wordt er een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd.  Bijkomend wordt er voldoende buffering voorzien conform de geldende richtlijnen

        Door de aanleg van het gescheiden rioleringsstelsel dient de bovenbouw plaatselijk hersteld te worden.  Aangezien er vandaag smalle of geen fietspaden aanwezig zijn in de Hameestraat, gaat de gemeente Alken zich inzetten om de volledige bovenbouw te vernieuwen.  Met de bedoeling om een beter wegbeeld, veiligere fiets- en voetpaden te realiseren.

 

De aanvraag omvat een aantal stedenbouwkundige handelingen:

        Rooien van bomen

        Dempen van grachten

        Wijzigen van verharding buiten openbaar domein

        Aanleg riolering buiten openbaar domein

        Inbuizingen ten behoeve van perceelstoegangen

        Reliëfwijziging

 

Tijdelijk is een bemaling vereist om de riolerings- en nutsleidingenaanleg mogelijk te maken. Op basis van de evaluatie van de bestaande verontreinigingen onder invloed van de bemaling, wordt een toelating gevraagd om tot 100 m³/u bedrijfsafvalwater te mogen lozen dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria.

Een bijstelling van de milieuvoorwaarden in afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het Vlarem wordt aangevraagd:

        Artikel 4.2.5.1.1.§1 (meetgoot)

        Artikel 4.2.3.1.3° (lozingsnorm van Arseen)

 

De vegetatiewijziging bestaat uit het rooien van perceelrand begroeiing en het uitgraven, verbreden, rechttrekken of dichten van grachten.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag is gelegen binnen deels woongebied – deels woongebied met landelijk karakter – deels agrarisch gebied – deels landschappelijk waardevol agrarisch gebied.

 

De aanvraag is deels in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan en de RUP’s.

 

Echter voor het deel dat er geen overeenstemming is met de voorliggende plannen kan er toepassing gemaakt worden van artikel 4.4.7 § 2 VCRO in het kader van het algemeen belang en openbaar nut.

 

De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.

 

Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, §2 en artikel 4.7.1, §2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester.

 

Hoofdstuk III De handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben of als dergelijke handelingen beschouwd worden

Art. 3 §1 De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, §2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

De handelingen hebben betrekking op:

1° de aanleg, wijziging of uitbreiding van openbare fiets-, ruiter- en wandelpaden, en andere paden voor de zwakke weggebruiker;

4° de aanhorigheden en kunstwerken bij lijninfrastructuren;

9° de aanleg, wijziging of uitbreiding van ondergrondse leidingen die voor het openbaar net bedoeld zijn, en voorzieningen voor het verzamelen en afvoeren van hemel-, oppervlakte- en afvalwater en de

bijbehorende kleinschalige infrastructuur, zoals controlepunten, pomp- en overslagstations;

10° de aanleg, wijziging of uitbreiding van infrastructuren en voorzieningen met het oog op de

omgevingsintegratie van een bestaande of geplande infrastructuur of voorziening, zoals bermen of

taluds, groenvoorzieningen en buffers, werkzaamheden in het kader van natuurtechnische milieubouw,

geluidsschermen en geluidsbermen, grachten en wadi's, voorzieningen met het oog op de

waterhuishouding en de inrichting van oevers;

14° werfzones en tijdelijke (grond)stockages met het oog op de uitvoering van de handelingen, vermeld in punt 1° tot en met 13°.

 

Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening

Art. 4.4.7. §2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:

In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.

De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.

 

De voorgestelde afwijkingen kunnen bijgevolg aanvaard worden gezien ze in overeenstemming zijn met de afwijkingsmogelijkheden voorzien in de Codex RO volgens artikel 4.4.7§2, handelingen van algemeen belang.  Uit het voorgaande kan besloten worden dat te handelingen van algemeen belang zijn, een beperkte ruimtelijke impact hebben en maximaal geïntegreerd zijn in het landschap.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

Adviezen en Vergunningen Vlaams-Brabant en Limburg; Limburg

1 april 2025

8 mei 2025

gunstig

Dept. Landbouw en Visserij, buitendienst Limburg

1 april 2025

10 april 2025

voorwaardelijk gunstig

IOED Haspengouw west

1 april 2025

 

 

info@wateringdeherk.be

1 april 2025

5 mei 2025

gunstig

provincie Limburg - afdeling Waterbeheer

1 april 2025

25 april 2025

gunstig

 

De adviesronde in laatste administratieve aanleg is nog lopende.

 

2.d. Bespreking van de adviezen

        De aanvraag werd op 01.04.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering De Herk.  Er werd op 5 mei 2025 een gunstig advies geformuleerd door Watering De Herk:

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat de aanleg van een gescheiden riolering , aanpassing bestaande wegenis met aanleg fietspaden een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het watersysteem.

 

De watering is waterbeheerder voor dit projectgebied, maar voor zowel het advies in het kader van de bindende bepalingen in verband met de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als het advies in het kader van de watertoets treedt de Dienst Water en Domeinen van de provincie Limburg op als ondersteunende adviesverlenende instantie.

De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.

 

        De aanvraag werd op 01.04.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het departement Landbouw en Visserij.  Er werd op 10 april 2025 een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij met ref. 2025_002470_v1, met volgende voorwaarden:

        De toegang tot de aanliggende landbouwgebruikspercelen en -bedrijfszetels dient zowel tijdens als na de werkzaamheden voldoende te worden verzekerd.

        Er moet gewerkt worden volgens de principes van zuinig ruimtegebruik mbt breedte van fietspaden en beken/grachten

        Als er werken voorzien worden op percelen die nog in actief landbouwgebruik zijn, dient men proactief contact op te nemen met de betrokken landbouwer(s) zodat bv. de werken voor het plant- en zaaiseizoen kunnen plaatsvinden, om het landbouwgebruik zo weinig mogelijk te storen.  

De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.

 

        De aanvraag werd op 01.04.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de provincie Limburg, dienst waterlopen en domeinen.  Er werd op 25 april 2025 een gunstig advies verleend door de Provincie Limburg (afdeling waterbeheer):

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat de aanleg van een gescheiden riolering , aanpassing bestaande wegenis met aanleg fietspaden een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft.

Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het watersysteem.

De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.

 

        De aanvraag werd op 01.04.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur en Bos.  Er werd op 8 mei 2025 een gunstig advies verleend door het agentschap Natuur en Bos:

Bij het beoordelen van de vergunningsaanvraag en het nemen van de beslissing over de omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen zal door de vergunningverlenende overheid steeds rekening moeten worden gehouden met de zorgplicht opgelegd door artikel 14 en de bepalingen van artikel 16 inzake het tegengaan van vermijdbare schade van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Om aan de zorgplicht te voldoen, moeten de natuurwaarden die mogelijk aangetast worden bij het uitvoeren van de geplande activiteiten op voldoende wijze worden hersteld. Dit kan bv. door het herstellen of vervangen van kleine landschapselementen, het heraanplanten van bomen of lijnbeplantingen, enz.

Om correct af te wegen of de natuurwaarden door de geplande activiteit in het gedrang komen en om na te gaan of aan de zorgplicht wordt voldaan, kan men beroep doen op de helpdesk die door het Agentschap voor het Natuur en Bos ter beschikking wordt gesteld (www.natuurenbos.be/helpdesk). De helpdesk beschrijft mogelijke maatregelen die in een vergunning kunnen worden opgenomen.

 

Thema’s die in de helpdesk aan bod komen zijn:

        Kappen van bomen, dreven en/of houtkanten

        Acuut gevaar

        Hoogstamboomgaarden

        (her)aanleggen van een poel

        Reliëfwijzigingen

        Oprichten van gebouwen en verhardingen

 

Tot slot willen we nog de aandacht vestigen op een algemene maatregel, die voor elke vergunning van toepassing is:

 

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos.

De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.

 

2.e. Openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 10 april 2025 tot 9 mei 2025.

 

Resultaat : geen petitielijsten, 2 schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en 5 digitale bezwaren

 

Na het openbaar onderzoek kan de bevoegde overheid toestaan dat de vergunningsaanvrager wijzigingen aanbrengt in zijn vergunningsaanvraag. Het verzoek daartoe gaat uit van de vergunningsaanvrager.

 

Er moet geen nieuw openbaar onderzoek worden georganiseerd, wanneer met de aanpassing van de plannen tegemoet gekomen wordt aan de adviezen en/of aan de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden geformuleerd: dit houdt niet in dat de planaanpassingen volledig aan de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren en opmerkingen moeten tegemoetkomen (RvVb 17 april 2018, nr. RvVb/A/1718/0784)

 

Er werd op 16.06.2025 een gewijzigde projectinhoud aanvaard waarbij er een aanpassing van de plannen werd gedaan in functie van enkele ingediende bezwaren. (zie ook rubriek behandeling van de bezwaren hieronder)

 

Behandeling van de bezwaren:

 

Bezwaar1

Datum 9 mei 2025

Inhoud van het bezwaar

 

“Naar aanleiding van mijn inzage in de plannen voor de geplande werken aan het openbaar domein in de Hameestraat – waaronder rioleringswerken en de aanleg van fietspaden aan beide zijden van de rijbaan – wensen wij, als bewoner/eigenaar van het perceel gelegen te Hameestraat 67, in overleg en op aanraden van de bevoegde ambtenaar, onze bezorgdheden te uiten. Om die reden tekenen wij hierbij formeel bezwaar aan met betrekking op onderstaande punten:

  1. Voorbehoud met betrekking tot het ruimtegebruik in de Hameestraat

Wij formuleren een uitdrukkelijk voorbehoud omtrent het voorgestelde ruimtegebruik in de Hameestraat. Volgens het huidige ontwerp blijft de dubbele rijrichting behouden en zouden aan beide zijden van de rijbaan fietspaden worden toegevoegd, gescheiden van de rijweg door een haag of andere groene afscheiding. Op dit moment is het echter onduidelijk of deze inrichting realiseerbaar is binnen de grenzen van het bestaande openbaar domein, dan wel of hiervoor onteigeningen noodzakelijk zijn. Dit geldt in het bijzonder voor de zone aan de uitrit van onze woning, waar wij destijds afzonderlijk een stukje perceel hebben gekocht. Dit stuk grond bevindt zich tussen de rijbaan en de poort/muurtje van onze uitrit. Wij verzoeken dan ook om duidelijke informatie over de geplande ingrepen ter hoogte van dit perceel, en vragen dat — indien onteigeningen overwogen worden — volledige transparantie, inspraak en respect voor de eigendomsrechten worden gegarandeerd.

  1. Aansluiting van de werken tot aan perceelsgrens

De geplande werken reiken tot aan de perceelsgrens van onze eigendom. Recent hebben wij, volledig op eigen perceel, een nieuwe omheining geplaatst en een haag aangeplant. Wij maken ons zorgen over mogelijke schade aan deze infrastructuur ten gevolge van de geplande werkzaamheden. Voor alle mogelijke schade aan onze omheining of beplanting behouden wij dan ook uitdrukkelijk het recht voor om hiervoor verhaal te halen.

  1. Behoud van bestaande oprit

Ons perceel beschikt historisch over een strook die dienstdoet als oprit en uitrit. Deze situatie bestaat reeds meer dan 100 jaar en werd recent, bij de vernieuwing van de omheining en beplanting, opnieuw bevestigd. Uit de inkijk in het dossier blijkt niet of de strook voor de inrit naar onze woonst voldoende breed behouden blijft in het nieuwe ontwerp. Daarom vragen wij dat de bestaande oprit in haar huidige functionele breedte wordt behouden, zodat de toegang tot het perceel niet in het gedrang komt.

  1. Beplanting aan de oprit

Langs de oprit hebben wij recent nieuwe beplanting voorzien. Gezien de werken tot op de perceelsgrens zullen worden uitgevoerd, is het risico op beschadiging reëel. Ook hiervoor willen wij een uitdrukkelijk voorbehoud formuleren met het oog op mogelijke schade.

  1. Behoud van bestaande beplanting aan de uitrit

Op het perceel tussen de uitrit van onze woning en de rijbaan hebben wij, op eigen initiatief en op eigen kosten, beplanting aangebracht. Deze beplanting is inmiddels volgroeid en zorgvuldig onderhouden, wat bijdraagt aan een verzorgd en esthetisch geheel van de uitrit en de omgeving. Wij maken bezwaar tegen mogelijke verwijdering of beschadiging van deze beplanting in het kader van de geplande werken. Een aantasting hiervan zou niet alleen de uitstraling van onze uitrit ernstig schaden, maar ook afbreuk doen aan de zorg en investering die wij hierin hebben gedaan. Wij formuleren dan ook uitdrukkelijk voorbehoud ten aanzien van mogelijke schade aan deze beplanting, zowel vanuit praktisch als esthetisch oogpunt.

  1. Elektrische bekabeling boven de uitrit

Voor de woning nr. 65 loopt er momenteel bovengrondse elektrische bedrading over onze uitrit. Deze situatie is niet alleen esthetisch ongewenst, maar brengt ook veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich mee. In het huidige dossier is niet duidelijk of deze kabels bij de geplande werken ondergronds zullen worden gebracht. Wij formuleren daarom bezwaar tegen het behoud van deze situatie en verzoek uitdrukkelijk dat deze bekabeling in het kader van de heraanleg mee ondergronds wordt gebracht, conform de huidige normen.

  1. Straatverlichting en bekabeling ter hoogte van de rijbaan

Wij vragen aandacht voor de verouderde straatverlichting ter hoogte van de rijbaan. De huidige verlichtingsinstallatie oogt gedateerd en is esthetisch niet meer in overeenstemming met de hedendaagse normen voor straatinrichting. Wij verzoeken dan ook om de verlichtingsinfrastructuur te vernieuwen met moderne en esthetisch verantwoorde armaturen. Daarnaast vragen wij om de bekabeling ondergronds aan te leggen, conform de geldende regelgeving en goede praktijken, om de visuele kwaliteit van de omgeving te verbeteren en de veiligheid te verhogen.

We vertrouwen erop dat met deze bezorgdheden en bezwaren rekening zal worden gehouden bij de verdere uitwerking van de plannen. Indien gewenst, zijn wij uiteraard bereid om deze punten verder toe te lichten.

Met dank voor de aandacht en in afwachting van uw antwoord, tekenen wij,”

 

Het bezwaarschrift wordt als volgt behandeld:

Voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag betreft het vergunningsrechtelijk luik van een ruimer riolerings- en wegenisproject met als voorwerp de heraanleg van het rioleringsstelsel, de herinrichting van de infrastructuur voor het trage en gemotoriseerde wegverkeer en de heraanleg van de infrastructuur voor het openbaar vervoer langsheen de Hameestraat te Alken.

 

In het kader van voornoemd project werd door de gemeente Alken overgegaan tot de opstart van een gecombineerde onteigening- en rooilijnprocedure.

Met de beslissing van de gemeenteraad Alken dd. 21 december 2023 betreffende “Fietspaden Hameestraat: rooilijnplan, onteigeningsplan, projectnota, voorlopig onteigeningsbesluit en voorlopige vaststelling” werden de rooilijn- en onteigeningsplannen voorlopig vastgesteld.

Navolgend werd middels de beslissing van de gemeenteraad dd. 28 maart 2024 betreffende “ Fietspaden Hameestraat: rooilijnplan, onteigeningsplan, projectnota: definitieve vaststelling - definitief onteigeningsbesluit” overgegaan tot de definitieve vaststelling van de rooilijn- en onteigeningsplannen.

Beide gemeenteraadsbeslissingen voorzien in een uitgebreide beoordeling van de onteigenings- en rooilijnplannen, waarbij deze plannen concreet worden afgetoetst aan de relevante bepalingen van het Decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut en het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.

Tevens werd van 22 januari 2024 tot en met 20 februari 2024 een openbaar onderzoek georganiseerd. Lopende dit openbaar onderzoek werd aan de aangelanden de mogelijkheid geboden hun standpunten en bezwaren omtrent de innemings- en rooilijnplannen naar voren te brengen. De ingediende bezwaren werden uitgebreid behandeld in het verslag van openbaar onderzoek, hetgeen als bijlage bij het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van de rooilijn- en onteigeningsplannen werd gevoegd. Daar eventuele kritieken die betrekking hebben op de rooilijn- en onteigeningsplannen bijgevolg reeds in het verslag van openbaar onderzoek en –navolgend– lopende de (hangende) procedures bij de Vlaamse Regering, de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de vrederechter te Tongeren-Borgloon op uitgebreide en gedetailleerde wijze werden weerlegd, beperkt onderhavig advies zich tot de zuiver omgevingsrechtelijke aspecten van de ingediende bezwaarschriften.

Omtrent de concrete kritiek van bezwaarindieners kan evenwel bijkomend worden opgemerkt dat voorliggend wegenisproject ter hoogte van het perceel van bezwaarindieners (Hameestraat nummer 67) in zijn volledigheid kan worden gerealiseerd binnen de actuele rooilijn.

 

Hieruit volgt eveneens dat conform de vastgestelde onteigeningsplannen niet wordt voorzien in de inneming van een gedeelte van het perceel van bezwaarindieners.

Het perceel van bezwaarindieners (Hameestraat 67) is immers gelegen binnen het tweede segment van het wegenisproject alwaar wordt voorzien in bijkomende innemingen langs de landbouwgronden, gelegen aan de overzijde van het perceel van bezwaarindieners, en dit ten voordele van de bebouwde percelen gelegen langs de zijde van het perceel van bezwaarindieners.

Ter weerlegging van de kritieken van bezwaarindieners kan dus worden volstaan met de vaststelling dat het perceel van bezwaarindieners niet wordt getroffen door de rooilijn- of innemingsplannen.

De kritieken van bezwaarindieners zijn aldus ongegrond.

 

De werken dienen uitgevoerd te worden conform het bestek. De aannemer dient daarbij uiteraard conform de geldende verplichtingen de werken uit te voeren zonder schade te berokkenen aan aangelanden. De haag op het perceel van bezwaarindieners kan gewoon blijven staan.

De bestaande inrit is gelegen buiten de actuele, te behouden rooilijn. De inrit blijft behouden om functioneel toegang te krijgen tot het perceel.

De aanwezige bovengrondse bekabeling zal naar aanleiding van de werkzaamheden ondergronds aangebracht worden.

De wijziging van de verlichtingspalen maakt op heden geen deel uit van de aanvraag en kan niet beoordeeld worden in het kader van de behandeling van het bezwaar voor deze aanvraag.

 

Bezwaar2

Datum 9 mei 2025

Inhoud van het bezwaar

“aanvraag over de aanleg van een gescheiden riolering en de aanpassing van de bestaande wegenis met aanleg van fietspaden thv de Hameestraat Alken , ingediend door Patrick Warson namens Fluvius Hasselt.

Gezien er een procedure lopende is tegen deze onteigening oa via de Raad voor vergunnigsbetwistingen (rolnr 2324-RvVB-0739-A) en via het Vredegerecht kanton Tongeren met geplande pleidooien op 25/09/2025 en gezien er blijkbaar dd 23/04/25 geen uitgewerkte plannen bestaan van de dwarsdoorsnedes , is het evident dat wij bezwaar aantekenen tegen het geplande onderzoek en om maar enig plan of werk uit te voeren op onze eigendom. Wij brengen onze raadsheer Steven Van Geeteruyen hiervan op de hoogte.”

 

Het bezwaarschrift wordt als volgt behandeld:

Het bezwaar maakt in essentie de aankondiging van het zevende bezwaarschrift uit, daar het eveneens van dezelfde partij uitgaat. Voor zover het de inhoud van dat bezwaarschrift betreft, wordt verwezen naar de behandeling van het bezwaar aldaar.

 

Bezwaar3

Datum 9 mei 2025

Inhoud van het bezwaar

“Beste gemeente,

Zoals wij afgesproken hadden worden de werken toch weer anders uitgevoerd dan wij besproken hadden ! De groen aanleg rechts van de oprit moet verhard zijn dit zou zo uitgevoerd worden hebben jullie mij beloofd. Dus wij zijn niet akkoord met de nieuwe plannen.”

 

Het bezwaarschrift wordt als volgt behandeld:

Na contacten met de bezwaarindiener betreft het bezwaar de woning, gelegen te Hameestraat 130, met inbegrip van het naastgelegen kadastraal perceel 975S.  Het perceel 975S aan de rechterzijde van de woning behelst een aansluitende carport, dewelke bereikbaar is via de bestaande oprit met dieper gelegen afbuiging naar de carport.  De oprit van de bestaande woning bedraagt een breedte van 3,50m.

 

Teneinde het gebruik van de carport te vergemakkelijken kan akkoord gegaan worden met een afzonderlijke rechtstreekse inrit met een breedte van 3,50m van de Hameestraat naar de betrokken carport op het perceel 975S, parallel aan de bestaande inrit van de Hameestraat 130.

 

Een verharding van de groenaanleg over de gehele breedte van het perceel 975S, rechts van het perceel te Hameestraat 130, kan niet aanvaard worden. De gemeente Alken beoogt maximaal te vergroenen en, waar verharding nodig of gewenst is, de verharding tot een minimum te beperken.

 

Het bezwaar wordt deels bijgetreden, de betrokken plannen zullen aangepast worden om een inrit met een breedte van 3,50m ter hoogte van het perceel 975S, parallel aan de inrit van de bestaande naastliggende woning toe te laten naar de carport op het perceel 975S.

 

Bezwaar4

Datum 7 mei 2025

Inhoud van het bezwaar

“Ik wens op het voorliggend ontwerp volgende bemerkingen/bezwaren te maken:

        De bijgevoegde plannen bevatten nauwelijks afmetingen. Omdat geen enkel document te downloaden of af te drukken is, kan niet met een schaallat nagegaan worden wat de concrete afmetingen dan wel zijn. Zo bijvoorbeeld zijn de toegangen tot de percelen duidelijk verschillend qua afmetingen maar is geen enkele afmeting vermeld en kan ook niet op het scherm gecontroleerd worden welke de maten zijn (bijvoorbeeld document: BA_Hameestraat Alken_I_N_1.pdf).

        Op alle 101 documenten staat vermeld “mogelijk auteursrechtelijk beschermd”, zelfs op banale foto’s en op de technische plannen die de bestaande toestand weergeven. Nochtans is er voor deze documenten geen enkele persoonlijke, creatieve schepping van de auteur, wat nochtans een essentiële voorwaarde is voor auteursrechtelijke bescherming. Blijkbaar is de onderliggende reden het verhinderen dat documenten in het kader van een openbaar onderzoek worden afgedrukt en/of dat afmetingen worden gecontroleerd. Bovendien kunnen de documenten achteraf ook niet meer gebruikt worden om te controleren of de werken verlopen volgens de (eventuele) vergunning. Dergelijke werkwijze is weinig oorbaar, minstens niet proportioneel, beperkt de mogelijkheid om kennis te nemen van de exacte omvang van de vergunningsaanvraag en schaadt aldus in belangrijke mate de belangen van de betrokkenen.

        De “bestaande toestand” is alles behalve actueel. Zo bijvoorbeeld is op de plannen geen woning aanwezig op nummer 95, terwijl deze woning al sinds 2017 aanwezig is. De voorliggende open gracht die op de plannen aangeduid staat als “te dempen”, is al jaren niet meer aanwezig.

        Bij diverse documenten staat in de omschrijving vermeld: “combinatie bestaand/nieuw/tijdelijk/vergund”: het is onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld.

        Alle foto’s zijn getiteld “Hameestraat” terwijl duidelijk is dat een aantal niet in deze straat zijn genomen. Dit roept vragen op qua juistheid van de voorliggende documenten.

        De breedte van de toegangen tot de aanpalende percelen is volledig arbitrair. De afmetingen staan nergens vermeld en zijn ook niet na te gaan omwille van de onmogelijkheid de documenten af te drukken en dus te meten met een schaallat. De visu zijn wel grote, onverklaarbare verschillen vast te stellen. Zo bijvoorbeeld is de volledige breedte van het perceel bij huisnummer 85 toegankelijk. Anderen hebben 3 aparte toegangen (bijvoorbeeld huisnummer 93). Nog anderen krijgen 2 toegangen, bijvoorbeeld huisnummer 162. Voor de percelen die 1 toegang krijgen, varieert de breedte zeer sterk. Als bewoner van huisnummer 140 merk ik dat mijn aanpalende buren een bredere toegang krijgen, zodat bijvoorbeeld hun bijkomende parkeerplaats toegankelijk blijft, terwijl mij deze mogelijkheid wordt ontnomen. Ik wens op een gelijke manier behandeld te worden en ook een bredere toegang te krijgen zodat mijn huidige, bestaande parkeerplaats evenzeer beschikbaar blijft”

 

Het bezwaarschrift wordt als volgt behandeld:

De auteursrechtelijke aspecten betreffen de eigendom van de stukken, gemaakt voor de opmaak en samenstelling van het dossier. Dit heeft geen uitstaans met de inhoud van de aanvraag zelf en het openbaar onderzoek daaromtrent, en moet in die mate niet behandeld worden.

 

De plannen en foto’s zijn voldoende duidelijk voor wat betreft de inhoud van de vergunningsaanvraag. Het normenboek vereist dat op de tekeningen enkel de strikt noodzakelijke informatie voor de stedenbouwkundige beoordeling van de aanvraag wordt weergegeven, teneinde de leesbaarheid te garanderen. De plannen bevatten voldoende informatie om de stedenbouwkundige beoordeling te kunnen uitvoeren.

 

De projectinhoud wordt aangepast teneinde de bewoner conform diens buren toegang tot zijn op heden bestaande bijkomende parkeerplaats te verschaffen. De verharde zone op het openbaar domein wordt afgestemd op de bestaande klinkerverharding/bijkomende parkeerplaats voor de woning op het privaat domein.

 

Bezwaar5

Datum 7 mei 2025

Inhoud van het bezwaar

“Geachte,

Graag verwijs ik naar ons eerder bezwaar van 19 februari 2024 in het kader van het vorige openbaar onderzoek.

Naar aanleiding van de geplande werken aan het fietspad in de Hameestraat willen wij opnieuw de aandacht vestigen op een belangrijk punt: bij het indienen van onze verbouwplannen hebben wij expliciet een tweede oprit aangevraagd voor ons perceel gelegen aan Hameestraat 36. Deze tweede oprit is echter niet opgenomen in de huidige plannen. Wij verzoeken u hiermee rekening te houden.

Daarnaast willen wij benadrukken dat de bestaande oprit, zoals momenteel voorzien op de plannen, onvoldoende breed is en bovendien verschoven dient te worden om het verkeer van en naar ons landbouwbedrijf op een veilige en vlotte manier mogelijk te maken. Reeds in de huidige situatie ondervinden wij aanzienlijke moeilijkheden bij het manoeuvreren met landbouwvoertuigen en opleggers.

Onze bezorgdheden zijn als volgt:

        De draaicirkel van landbouwvoertuigen en vrachtwagens is groot. Een te smalle oprit leidt tot hinder voor het verkeer en kan schade veroorzaken aan publieke eigendommen of voertuigen van derden.

        Een moeilijke toegang vereist extra manoeuvres, wat in combinatie met het nieuwe fietspad tot gevaarlijke situaties kan leiden, zeker voor zwakke weggebruikers. Door het beperkte zicht en de dode hoeken van deze voertuigen is het risico op ongevallen aanzienlijk.

Om toekomstige hinder en risico’s voor alle weggebruikers — en in het bijzonder voor zwakke weggebruikers — te vermijden, vragen wij met aandrang dat de toegangsoprit voldoende breed en correct gepositioneerd wordt. Dit is essentieel voor de veiligheid, maar ook voor de goede werking van ons landbouwbedrijf en de bereikbaarheid voor leveranciers. Na vergelijking met gelijkaardige situaties in de Hameestraat en andere locaties, en op basis van de technische noden van ons voertuigenpark, concluderen wij dat een breedte van minstens 9 meter aan de straatzijde noodzakelijk is om een veilige toegang te garanderen.

Wij benadrukken dat een vlotte doorgang noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid in het algemeen en in het bijzonder voor de bescherming van zwakke weggebruikers. Tevens kan op deze manier schade aan het openbaar domein en aan private eigendommen vermeden worden.

Wij danken u voor het in overweging nemen van deze opmerkingen en zijn uiteraard bereid dit in een overleg verder toe te lichten. Wij hopen dat de plannen in onderling overleg kunnen worden aangepast, zodat bij uitvoering meteen een correcte en veilige oplossing gerealiseerd wordt.

 

Het bezwaarschrift wordt als volgt behandeld:

Het plan wordt aangepast aan de vergunde toestand te Hameestraat 36, de tweede inrit wordt mee opgenomen in de betrokken plannen en kan uitgevoerd worden.  De haag op het openbaar domein aan de linkerzijde tussen de percelen zal niet uitgevoerd worden, zodat de zichtbaarheid en veiligheid verbeterd worden.  Op deze wijze wordt meer overzicht geboden bij het in- en uitrijden, zodat conflicten met zwakke weggebruikers vermeden worden.

 

Bezwaar6 en 7

Datum 2 mei 2025

Inhoud van het bezwaar

Het zesde en zevende bezwaarschrift, ingediend door Consenso Advocaten namens verschillende partijen, is gelijkluidend in beide versies. Het bezwaarschrift leest als volgt:

 

1. ONTVANKELIJKHEID EN VOLLEDIGHEID

1.1. Belang

  1.   Een bezwaar kan worden ingediend door ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon zonder dat een belang moet worden aangetoond.1
  2.   1 Art.
  3.   De bezwaarindiener is een rechtspersoon.

 

1.2. Tijdigheid

  1.   Het openbaar onderzoek loopt tot en met 9 mei 2025.

 

  1.   Het bezwaarschrift dat werd opgeladen naar het omgevingsloket op DATUM INDIENING is tijdig.

2. BEZWAREN

2.1. Het dossier voldoet niet aan het normenboek dossiersamenstelling

  1.   In wat volgt worden de rechtsregels die de dossiersamenstelling en het onderzoek naar de volledigheid van het aanvraagdossier organiseren, besproken. Het startpunt is het decretale artikel waarna stapsgewijs via het Omgevingsvergunningsbesluit naar het Normenboek wordt toegewerkt. De rechtsgrond voor het normenboek is het artikel 15, §2 en 154 Omgevingsvergunningsbesluit. Het sluitstuk van dit eerste bezwaar is dat wordt aangetoond dat het aanvraagdossier niet in overeenstemming is met het Normenboek en om die reden niet volledig is. Een niet volledig aanvraagdossier kan niet aan een beoordeling ten gronde worden onderworpen.

 

2.1.1. Toelichting

  1.   Artikel 19 Omgevingsvergunningsdecreet is als volgt:

 

De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, of de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt de vergunningsaanvraag op haar ontvankelijkheid en volledigheid.

Als de vergunningsaanvraag onvolledig is, kan de bevoegde overheid, de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de vergunningsaanvrager per beveiligde zending vragen om de ontbrekende gegevens of documenten aan de aanvraag toe te voegen en de termijn bepalen waarbinnen dit moet gebeuren.

  1.   Artikel 15, §2 Omgevingsvergunningsbesluit is als volgt:

 

§ 2. De vergunningsaanvraag voor projecten die strekken tot het verkavelen van gronden, wordt met een beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 van het decreet van 25 april 2014.

De vergunningsaanvrager gebruikt hiertoe:

1° het formulier, opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd;

2° de in het formulier aangewezen addenda uit de addenda-bibliotheek die is opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.

De vergunningsaanvraag omvat de gegevens die in het formulier en de desbetreffende addenda voorgeschreven zijn als verplicht in te vullen of bij te voegen.

De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu, zijn gemachtigd gezamenlijk het formulier en de addenda-bibliotheek, vermeld in het tweede lid, en de dossiersamenstelling te wijzigen, waarbij minstens de volgende gegevens worden gevraagd:

1° het voorwerp van de vergunningsaanvraag;

2° de identificatiegegevens van de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden;

3° plannen;

4° de relevante potentiële effecten op mens en milieu;

5° in voorkomend geval, gegevens omtrent de milieueffectrapportage of de omgevingsveiligheidsrapportage;

6° in voorkomend geval, gegevens omtrent de passende beoordeling;

7° de identificatiegegevens van de vergunningsaanvrager.

  1.   Artikel 65 Omgevingsvergunningsbesluit is als volgt:

 

“Een vergunningsaanvraag wordt ingediend conform artikel 7, § 2, en artikel 18 van het decreet van 25 april 2014.

Het aanvraagdossier wordt ingediend:

1° in twee exemplaren bij indiening met een analoge zending;

2° met een digitale zending.

De vergunningsaanvrager geeft uitdrukkelijk in zijn aanvraagdossier aan:

1° of hij gehoord wil worden door een omgevingsvergunningscommissie, als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is;

2° welke delen uit het project-MER of OVR hij aan het openbaar onderzoek wil onttrekken en waarvoor hij over de voorafgaande beslissing van de afdeling, bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage beschikt.”

  1.   Artikel 154 van het Omgevingsvergunningsbesluit stelt bijkomende regels vast voor de digitale indiening via het omgevingsloket en schrijft voor dat, op straffe van onvolledigheid van de digitaal ingediend(e) aanvraag, verzoek, melding of beroepschrift, alle bestanden die verzonden worden aan de vormelijke en technische vereisten, bepaald door het departement, voldoen.2 Artikel 154 Omgevingsvergunningsbesluit is als volgt:

 

Een aanvraag, verzoek, melding of beroep in het kader van de procedures, vermeld in artikel 147, kan digitaal ingediend worden via het omgevingsloket.

Op straffe van onvolledigheid van de aanvraag, het verzoek, de melding of het beroepschrift voldoen alle bestanden die verzonden worden, aan de vormelijke en technische vereisten, bepaald door het departement.

  1. De technische en vormelijke vereisten waarnaar wordt verwezen in het artikel 154 Omgevingsvergunningsbesluit zijn vormgegeven in de diverse normenboeken. Het normenboek dat van toepassing is op voorliggende vergunningsaanvraag bevat volgende regeling:

 

 

  1. Op grond van de geciteerde rechtsregels en het normenboek dat in uitvoering daarvan is uitgewerkt, moeten alle leidingen worden weergegeven op ieder inplantingsplan.

 

2.1.2. Toepassing

  1. Niet alle leidingen zijn aangeduid op alle inplantingsplannen. Dit blijkt (1) uit het ontbreken van de aanduiding daarvan op de plannen en (2) uit de communicatie van de dienst omgeving van de gemeente Alken. Naar aanleiding van een concrete vraag over de ligging van de leidingen heeft de dient omgeving volgend antwoord gegeven:

 

 

Het staat dus buiten iedere discussie dat het aanvraagdossier manifest onvolledig is doordat de leidingen die zich binnen het projectgebied bevinden, niet duidelijk zijn weergegeven. Dit is een probleem dat niet kan worden opgelost door in een latere fase van het project, nadat de omgevingsvergunning is verleend, plannen op te maken waarop deze leidingen wel worden aangeduid.

2.2. Geen beroep op het vrijstellingsbesluit mogelijk voor bepaalde handelingen

Met het tweede bezwaar wordt kritiek geformuleerd tegen het voornemen om voor een aantal handelingen beroep te doen op het Vrijstellingsbesluit. In wat volgt zal worden aangetoond dat niet is voldaan aan alle toepassingsvoorwaarden die gelden om een beroep te kunnen doen op het Vrijstellingsbesluit.

 

2.2.1. Toelichting

Het aangevraagde project is gericht op de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel en het uitvoeren van een aantal handelingen die dit mogelijk moeten maken.

Als aanknopingspunt voor de vergunningsplicht wordt het begrip constructie genomen. Artikel 4.1.1, 3°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat onder een constructie moet worden verstaan een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds. Voor het realiseren van een constructie geldt in beginsel een vergunningsplicht

 

De aanleg van een riolering is in beginsel een stedenbouwkundige handeling waarvoor een vergunningsplicht bestaat. Dit volgt uit de vaststelling dat het aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel inhoudt dat materialen worden samengebracht waardoor een constructie ontstaat, ook al is dit ondergronds.

 

Voor de aanleg van een gescheiden riolering kan, voor zover voldaan wordt aan alle toepassingsvoorwaarden, een beroep worden gedaan op de vrijstellingsregeling die is voorzien in artikel 10, 4° Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (hierna: Vrijstellingsbesluit). De vrijstelling is als volgt: gebruikelijke ondergrondse constructies en aansluitingen, zoals installaties voor het transport of de distributie van drinkwater, hemelwater, afvalwater, elektriciteit, aardgas, warmte- en koudenetleidingen en andere nutsvoorzieningen

Om toepassing te kunnen maken van het Vrijstellingsbesluit moet rekening worden gehouden met de generieke toepassingsvoorwaarden, waaronder artikel 1.5 Vrijstellingsbesluit. In artikel 1.5 wordt de voorwaarde geformuleerd dat geen beroep gedaan kan worden op de vrijstelling van artikel 10 als een milieueffectenbeoordeling over het project noodzakelijk is.

Voor de interpretatie van de draagwijdte van artikel 1.5 Vrijstellingsbesluit moet in eerste instantie worden gekeken naar het artikel 4.2.3. VCRO dat de decretale grondslag daarvan vormt. Aan de grondslag van het Vrijstellingsbesluit ligt artikel 4.2.3 VCRO dat als volgt is:

“De Vlaamse Regering bepaalt de lijst van de handelingen waarvoor in afwijking van artikel 4.2.1 geen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vereist is. Ze houdt hierbij rekening met: 1° het tijdelijk of occasioneel karakter van de handelingen, of; 2° de ruimtelijke impact van de handelingen omwille van hun omvang, aard of ligging. Handelingen waarvoor een milieueffectenrapport, een passende beoordeling of een mobiliteitsstudie moet worden opgemaakt, worden uitgesloten van de lijst van handelingen waarvoor in afwijking van artikel 4.2.1 geen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vereist is.”

In de parlementaire voorbereiding die aan artikel 4.2.3 VCRO, waarin de delegatie voor het Vrijstellingsbesluit vervat ligt is voorafgegaan, werd het volgende overwogen:4

“Ten slotte is nog een derde lid toegevoegd dat stelt dat projecten die aan een of meerdere decretaal voorziene effectbeoordelingen zijn onderworpen, uitgesloten zijn van de vrijstelling van stedenbouwkundige vergunning. Deze projecten hebben immers een grotere ruimtelijke impact.”

Het artikel 1.5 Vrijstellingsbesluit is als volgt:

Overeenkomstig artikel 4.2.3. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zijn de bepalingen van dit besluit niet van toepassing op handelingen waarvoor een milieueffectenrapport, een passende beoordeling of een mobiliteitsstudie moet worden opgemaakt.” (Eigen onderlijning)

Voor de interpretatie van artikel 1.5 Vrijstellingsbesluit moet worden uitgegaan van een één op één verhouding ten opzichte van artikel 4.2.3 VCRO. Dit is overigens evident gelet op het wettigheidsbeginsel zoals dat geldt ten aanzien van de uitvoerende macht. Voor de vrijstelling wordt verwezen naar de term ‘milieueffectenrapport’.

De draagwijdte van artikel 1.5 Vrijstellingsbesluit is duidelijk; zodra een handeling onderdeel is van een project waarvoor een milieueffectenbeoordeling moet worden gemaakt, kan geen beroep worden gedaan op de vrijstelling. Het gevolg daarvan is dat de vergunningsplicht en de daarmee gepaard gaande beoordelingsverplichting onverminderd spelen.

Dan rest er nog de vraag: Te bepalen wat een milieueffectenrapport zoals bedoeld door de decreetgever precies is?

 

1) Het begrip ‘milieueffectenrapport’ is niet gedefinieerd in de VCRO of het Vrijstellingsbesluit. Ook in het DABM is geen definitie opgenomen van de term ‘milieueffectenrapport’. Bijgevolg dient de term, in overeenstemming met de parlementaire voorbereiding over de vrijstellingsregeling, ruim te worden geïnterpreteerd.

2) Daarnaast is er een tweede argument om de term ‘milieueffectenrapport’ ruim te interpreteren en dat is dat de vrijstelling als afwijking restrictief te beschouwen is. Bijgevolg moet ieder project dat aan een vorm van milieueffectenrapportage, een volwaardig project-MER, een verzoek tot ontheffing of een milieueffectenscreening, onderworpen is, worden beschouwd als een project waarover een milieueffectenrapport moet worden opgesteld.

3) Tot slot is er een derde argument om de voorgestelde interpretatie van het begrip ‘milieueffectenrapport’ te aanvaarden. Onder artikel 11.9 Vrijstellingsbesluit wordt specifiek voor handelingen van algemeen belang een afwijkende regeling geformuleerd. Deze bepaling is als volgt: “De vrijstelling, vermeld in artikel 11.1, tot en met artikel 11.8. geldt enkel voor zover deze handelingen niet voor komen op bijlage I en II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage.” Voor handelingen van algemeen belang geldt dat de vrijstelling niet geldt voor projecten die voorkomen op bijlage I of bijlage II bij het project-MER-besluit. Doordat de Vlaamse Regering ervoor heeft gekozen om voor handelingen van algemeen belang uitdrukkelijk te bevestigen dat projecten die voorkomen op bijlage III van het project-MER-besluit wel vrijgesteld worden, moet worden aanvaard dat dit voor de overige vrijstellingen niet geldt. Anders zou deze bepaling zonder nut zijn omdat ze zou neerkomen op een herhaling van artikel 1.5 Vrijstellingsbesluit. En dat is duidelijk niet het geval doordat andere bewoordingen werden gekozen. Met het artikel 11.9 Vrijstellingsbesluit wordt met andere woorden afgeweken van het artikel 1.5 Vrijstellingsbesluit doordat het toepassingsgebied van de vrijstellingen onder artikel 11 wordt verruimd tot projecten die voorkomen op bijlage III van het project-MER-besluit.

 Het antwoord op de vraag is: Op basis van de drie geformuleerde en bewezen argumenten is het besluit dat alle projecten die voorkomen op bijlage I, II of III bij het project-MER-besluit en die dus het voorwerp moeten zijn van een milieueffectenrapport uit het toepassingsgebied van het Vrijstellingsbesluit worden gesloten op grond van artikel 4.2.3 VCRO en artikel 1.5 Vrijstellingsbesluit.

2.2.2. Toepassing

Op basis van de gegevens beschikbaar in het aanvraagdossier moet worden vastgesteld dat de vergunningsaanvrager een beroep wenst te doen op het Vrijstellingsbesluit voor meerdere handelingen die principieel aan de vergunningsplicht zijn onderworpen.

Uit het aanvraagdossier blijkt dat het project wordt beschouwd als een project dat voorkomt op bijlage III van het project-MER-besluit en om die reden screeningsplichtig is.

Het aanvraagdossier steunt op de foutieve premisse dat een beroep kan worden gedaan op het Vrijstellingsbesluit voor bepaalde handelingen. Doordat deze handelingen allemaal onderdeel zijn van één project waarvoor een milieueffectenrapportage werd gedaan in de vorm van een milieueffectenscreening, mag geen beroep worden gedaan op de vrijstellingsregeling

3. BESLUIT

23. Het bezwaar is gegrond.

24. De gevraagde omgevingsvergunning kan niet worden verleend en moet worden geweigerd.

 

De gelijkluidende bezwaarschriften worden gelijk behandeld:

De locatie van de ondergrondse leidingen en buizen wordt weergegeven op de inplantingsplannen, de locatie wordt aangegeven in de dwarsdoorsnede zoals opgenomen in de PIV3, waarbij zowel de DWA als RWA aangegeven zijn. Voorts blijkt ook afdoende uit de aanvraag dat de locatie van de leidingen gelegen is onder het openbaar domein, zodat daaromtrent geen onduidelijkheid bestaat.

De DWA en RWA leidingen worden op het dwarsprofiel ‘Dempen -PRD2’ als volgt weergegeven (eigen rode arcering):

 

Zo ook op het dwarsprofiel ‘Dempen – PRD9’:

 

 

Ook de inplantingsplannen tonen aan dat de DWA, RWA en bijhorende toegangsputten allen gelegen zijn onder de wegzate in het openbaar domein:

 

Het normenboek omvat trouwens geen absolute verplichting om voorafgaand alle leidingen minutieus in kaart te brengen. Zoals door de bezwaarindieners zelf aangehaald, legt het normenboek slechts de vereiste op om de bekende leidingen in kaart te brengen.

Bezwaarindieners tonen ook geenszins aan op welke wijze zij gegriefd zouden zijn door hun bezwaar. Uit hun bezwaar blijkt niet waarom de aanvraag niet in aanmerking zou komen voor vergunning gelet op eventuele ondergrondse leidingen.

Het normenboek mag niet op overdreven formalistische wijze worden toegepast. Bezwaarindieners dienen minstens duidelijk te maken welke impact zij vrezen. Zodoende laat dit de vergunningverlenende overheid net toe in de motivering van de vergunningsbeslissing te antwoorden op de grieven van de bezwaarindieners.

De visie aangaande de toepassing van het vrijstellingenbesluit wordt evenmin bijgetreden.

Vooreerst dient te worden opgemerkt dat dit bezwaar louter formalistisch is. Ofwel zijn de werken vrijgesteld en aldus geen voorwerp van de aanvraag, zodat het bezwaarschrift niet gericht is op de eigenlijke werken van de vergunning.

Ofwel zijn de handelingen opgenomen in de plannen en worden zij aldus mee vergund. Opgemerkt dient te worden dat de vrijgestelde handelingen staan opgenomen op de plannen zodat er geen twijfel kan bestaan dat de werken wel degelijk worden vergund.

Louter volledigheidshalve kan nog het volgende worden opgemerkt.

Artikel 10 van het Vrijstellingsbesluit laat toe om, zonder voorafgaande omgevingsvergunning, verhardingen aan te leggen en de gebruikelijke ondergrondse constructies en nutsleidingen te plaatsen. Dit maakt het algemene regime uit in het kader van de vrijstelling van omgevingsvergunning.

Daar waar artikel 1.5 van het Vrijstellingsbesluit stelt dat deze vrijstelling niet open staat voor projecten waarvoor een milieueffectrapport, passende beoordeling of mobiliteitsstudie moet opgemaakt worden, maakt deze bepaling een uitzondering uit op het regime van het vrijstellingsbesluit en moet deze bepaling restrictief gelezen worden.

Een milieueffectscreening maakt geen milieueffectenrapport uit en valt zodoende niet onder artikel 1.5 van het Vrijstellingsbesluit. Het milieueffectenrapport is vereist voor ieder project dat voorkomt op de lijst van Bijlage I en II van het project-MER-besluit.

De milieueffectscreening is van toepassing indien een project voorkomt op de lijst van Bijlage III bij het project-MER-besluit, hetgeen de ‘restcategorieën’ van de toepasselijke projecten uitmaakt, vaak zonder cijfermatige categorisering of kwantificering.

De visie van het bezwaar zou ertoe leiden dat voor ieder project, hoe klein dan ook, gevat onder Bijlage III van het  project-MER-besluit, de toepassing van het vrijstellingsbesluit uitgesloten is. Deze visie kan niet aanvaard worden en zou het Vrijstellingsbesluit tot dode letter herleiden.

De milieu-effectenscreening is net in het leven geroepen om te beoordelen of een milieueffectenrapport vereist is, aangezien daarbij wordt gekeken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten.[1] Pas als uit deze mer-screening zou blijken dat sprake is van aanzienlijke milieu-effecten, dient een project-MER opgesteld te worden.(S. AERTS, “Screenen meer dan alleen een formaliteit”, TOO 2017, afl. 2, 201-203.)

Het is naar de visie van de gemeente pas vanaf dat punt dat artikel 1.5 van het Vrijstellingsbesluit zijn werking vindt en geen toepassing meer gemaakt kan worden van de in het Besluit vervatte vrijstellingen.

De aanvraag bevat een mer-screening, waaruit voortkomt dat geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn. Er dient zodoende geen project-MER opgesteld te worden, zodat artikel 1.5 van het Vrijstellingsbesluit geen toepassing vindt. De bezwaarindiener wijst niet op elementen waaruit het omgekeerde zou blijken.

De in het bezwaar beoogde werkzaamheden vallen naar de visie van de gemeente alsnog onder het Vrijstellingsbesluit.

Dit vindt elders ook bijval, in de mate dat onder artikel 10, 4°-5° van het vrijstellingsbesluit de vrijstelling van relatief ingrijpende werkzaamheden alsnog aanvaard wordt als zijnde vrijgesteld van vergunningsplicht (Zakboekje Ruimtelijke Ordening, 2024, 588):

“Punt 4° heeft betrekking op ondergrondse constructies en aansluitingen, dit punt op wat zich bovengronds bevindt. Bedoeld worden onder meer verlichtings- en elektriciteitspalen, verkeerssignalisatie, openbare telefooncellen, rustbanken, openbare toiletten, schuilhuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, onbemande camera’s en allerlei straatmeubilair.

Dit kunnen ook bufferende, afschermende en milderende maatregelen zijn langs wegen en spoorwegen zoals geluidsbuffermaatregelen, landschapsinpassing of inrichting in functie van duurzaam waterbeheer.

Op grond van punt 5° zijn vrij ingrijpende bovengrondse ingrepen op openbaar terrein vrijgesteld. Uit samenlezing van punt 4° en 5° en het Verslag 2010 kan men concluderen dat ook vrij ingrijpende gebruikelijke ondergrondse constructies vrijgesteld zijn, zoals ondergrondse containers voor selectieve inzameling van huishoudelijk afval.

Zo vereist het plaatsen van geluidsschermen op openbaar domein, ongeacht de gewestplanbestemming, geen vergunning. Kadert het ruimen en eventueel verleggen van bestaande grachten in functie van duurzaam waterbeheer naar aanleiding van de te plaatsen geluidsschermen op openbaar domein, wordt dit als aanhorigheid beschouwd en geniet dit van een vrijstelling van de stedenbouwkundige vergunningsplicht.”

Het bezwaar wordt niet weerhouden.

 

2.f.  Administratief beroepschrift

Op 29 juli 2025 werd er een administratief beroep ingesteld door de heer Philippe Timmermans en mevrouw Marijke Bodvin, wonende te Hameestraat 89B, 3570 Alken. Wat volgt is een samenvatting van de beroepsgrieven van de beroepsindieners volgend door een weerlegging ervan.

 

Milieueffectenonderzoek is onvoldoende om de vergunbaarheid te beoordelen

De beroepsindieners stellen dat het milieueffectenonderzoek ontoereikend is en dat de aanvraag onvolledig en onontvankelijk is, omdat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de milieueffecten, met name inzake bemaling en lozing van bemalingswater.

 

Weerlegging:

Het besluit in eerste aanleg bevestigt dat het dossier een m.e.r.-screeningsnota bevat conform artikel 4.3.3 §2 van het decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM). Uit deze nota blijkt dat het project geen nadelige milieueffecten tot gevolg heeft, noch voor mens, fauna, flora, monumenten of landschappen. Zowel in de aanleg- als exploitatiefase zijn geen betekenisvolle milieueffecten te verwachten. Dit wordt bevestigd door de gunstige adviezen in eerste aanleg van Watering De Herk, Provincie Limburg en Agentschap Natuur en Bos.

 

Wat betreft bemaling en lozing van bemalingswater, zijn in de beslissing in eerste aanleg strikte voorwaarden opgelegd: monitoring van het bemalingswater, staalnames, en indien nodig zuivering alvorens te lozen. Er wordt expliciet rekening gehouden met de aanwezigheid van arseen en andere verontreinigingsparameters, en er zijn preventieve maatregelen voorzien om verspreiding van verontreiniging te voorkomen. De bemalingsnota en de adviezen van de waterbeheerder zijn integraal gevolgd.

 

De procedure en inhoud van het milieueffectenonderzoek voldoen aan de wettelijke vereisten. Er is geen sprake van onvolledigheid of onontvankelijkheid. De motivering is voldoende en de adviezen zijn gevolgd. Het bezwaar mist dus juridische grondslag.

 

Geen beroep mogelijk op het Vrijstellingsbesluit voor bepaalde inrichtingen

De beroepsindieners stellen dat er geen beroep kan worden gedaan op het Vrijstellingsbesluit, omdat het project screeningsplichtig is en een milieueffectenbeoordeling vereist.

 

Weerlegging:

De beslissing in eerste aanleg behandelt dit argument uitvoerig. Het Vrijstellingsbesluit (art. 10, 4°) voorziet in vrijstelling voor gebruikelijke ondergrondse constructies en nutsleidingen, tenzij een milieueffectenrapport vereist is (art. 1.5). Het project is enkel onderworpen aan een milieueffectenscreening (bijlage III van het project-MER-besluit), niet aan een volwaardig milieueffectenrapport (bijlage I of II). De screening concludeert dat er geen aanzienlijke milieueffecten zijn, waardoor geen MER moet worden opgemaakt.

 

Volgens de interpretatie van de geldende rechtspraak valt een screening niet onder het begrip “milieueffectenrapport” zoals bedoeld in artikel 1.5 van het Vrijstellingsbesluit.

 

De aanvraag bevat een mer-screening, waaruit voortkomt dat geen aanzienlijke effecten te verwachten zijn. Er dient zodoende geen project-MER opgesteld te worden, zodat artikel 1.5 van het Vrijstellingsbesluit geen toepassing vindt. De bezwaarindiener wijst niet op elementen waaruit het omgekeerde zou blijken.

 

Er dient ten slotte gewezen te worden op het feit dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen reeds uitspraak heeft gedaan over deze grief. Het betreffende arrest ging tevens over het aanleggen van een gescheiden riolering. Het gaat om het arrest van 31 juli 2025 met nummer RvVb-S-2425-1088. Hierin wordt onder andere het volgende gesteld door de Raad:

 

Uit artikel 1.5 van het Vrijstellingenbesluit volgt dat het niet van toepassing is op handelingen waarvoor een milieueffectenrapport en/of een passende beoordeling geldt. De verzoekende partijen nemen in het middel geen enkele toelichting op om aan te tonen dat het milieueffectenrapport of de passende beoordeling uit de aanvraag betrekking hebben op de door hen geviseerde handeling, met name de aanleg van een gescheiden riolering. Ze betrekken de inhoud van de aanvraag op dit punt op geen enkel moment in hun betoog. Ze voldoen op het eerste gezicht dan ook niet aan hun stelplicht en tonen niet aan dat de betrokken handelingen moeten worden beschouwd als een ‘handeling waarvoor een milieueffectenrapport en/of een passende beoordeling geldt’.

 

Uit bovenstaande rechtspraak wordt duidelijk dat de mer-screening niet gelijkgesteld kan worden als het milieueffectenrapport zoals gesteld in artikel 1.5 van het Vrijstellingenbesluit. Hierdoor kan artikel 1.5 van het Vrijstellingenbesluit wel toepassing vinden bij het aanleggen van de gescheiden riolering volgens bovenstaande rechtspraak.

 

Gebrek aan motivering in het licht van artikel 4.4.7, §2 VCRO

De beroepsindieners stellen dat de motivering inzake de afwijkingsmogelijkheid voor handelingen van algemeen belang met ruimtelijk beperkte impact onvoldoende is.

 

Weerlegging:

De bestreden beslissing verwijst expliciet naar artikel 4.4.7, §2 VCRO en het Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van handelingen van algemeen belang met ruimtelijk beperkte impact. De aanvraag betreft de aanleg van fietspaden, riolering en nutsleidingen, die expliciet onder deze categorie vallen. De motivering in de bestreden beslissing is gebaseerd op functionele inpasbaarheid, beperkte ruimtelijke impact, integratie in het landschap en verenigbaarheid met de bestaande infrastructuur. Er wordt gesteld dat de werken maximaal geïntegreerd zijn in het landschap en dat de stedenbouwkundige impact minimaal is.

 

Artikel 3, §1 van het besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, §2, en artikel 4.7.1, §2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt onder andere het volgende:

“1° de aanleg, wijziging of uitbreiding van openbare fiets-, ruiter- en wandelpaden, en andere paden voor de zwakke weggebruiker;

4° de aanhorigheden en kunstwerken bij lijninfrastructuren;

10° de aanleg, wijziging of uitbreiding van infrastructuren en voorzieningen met het oog op de omgevingsintegratie van een bestaande of geplande infrastructuur of voorziening, zoals bermen of taluds, groenvoorzieningen en buffers, werkzaamheden in het kader van natuurtechnische milieubouw, geluidsschermen en geluidsbermen, grachten en wadi's, voorzieningen met het oog op de waterhuishouding en de inrichting van oevers;

 14° werfzones en tijdelijke (grond)stockages met het oog op de uitvoering van de handelingen, vermeld in punt 1° tot en met 13°.”

 

Het is dus duidelijk dat het aanleggen van een gescheiden riolering volgens bovenstaand artikel valt onder artikel 4.4.7, §2 VCRO, met name de handelingen met beperkte ruimtelijke impact.

 

De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 4.4.7, §2 VCRO. De werken vallen onder de categorie van handelingen van algemeen belang met ruimtelijk beperkte impact. Het bezwaar is ongegrond.

 

Miskenning van artikel 16, §1 Natuurdecreet sinds er sprake is van vermijdbare schade

De beroepsindieners stellen dat er sprake is van vermijdbare schade aan de natuur en dat artikel 16, §1 Natuurdecreet wordt miskend. Ze verwijzen hiervoor naar hun conclusie in het kader van de procedure voor het Vredegerecht ten gevolge van de onteigening.

 

Weerlegging:

In de bestreden beslissing wordt uitgebreid ingegaan op de zorgplicht uit het Natuurdecreet. De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied, niet in een Habitatrichtlijngebied, Ramsar-gebied of VEN-gebied. De vegetatiewijziging (rooien van perceelrand, uitgraven van grachten) wordt gunstig geadviseerd, mits strikte voorwaarden: buiten het broedseizoen, vermijden van verstoring van fauna, maatregelen tegen amfibieslachtoffers, enzovoort. De adviezen van het Agentschap Natuur en Bos zijn integraal gevolgd. Er zijn geen betekenisvolle negatieve effecten op natuurwaarden te verwachten, en de maatregelen zijn voldoende om schade te voorkomen, beperken of herstellen.

 

Over de beoordeling van de vegetatiewijziging wordt namelijk het volgende gesteld in de bestreden beslissing:

Beoordeling van de vegetatiewijziging:

Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het standstill-principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur.

 

De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG).

 

De aanvraag is niet gelegen in een Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied. Het dichtbij gelegen Habitatrichtlijngebied is gelegen op aanzienlijke afstand. Een voortoets of passende beoordeling is vereist indien er voor een speciale beschermingszon (SBZ), meer bepaald Habitatrichtlijngebied, een waarschijnlijkheid of een risico bestaat op een betekenisvolle aantasting van de actuele en mogelijke toekomstige habitats (en in een verdere fase van de uitwerking ook op de soorten) binnen Habitatrichtlijngebied. Aangezien het dichtbijgelegen Habitatrichtlijngebied op aanzienlijke afstand is gelegen, mag geconcludeerd worden dat er geen waarschijnlijkheid en geen risico is op een betekenisvolle aantasting.

 

De aanvraag is niet gelegen in een Ramsar-gebied.

 

De aanvraag is niet gelegen in een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied) (op 582 meter afstand).

 

De aanvraag is in een relatief klein gedeelte ingedeeld volgens de Biologische waarderingskaart (versie 2) als complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen.

 

De aanvraag handelt over het rooien van perceelrand begroeiing en het uitgraven, verbreden, rechttrekken of dichten van grachten.

 

De motivatie van de aanvraag is het aanleggen van riolerings- en nutsvoorzieningsinfrastructuur.  

 

De maatregelen om geen onherstelbare schade aan de natuur te voorkomen, te beperken of te herstellen is door het rooien van de perceelrand zoveel mogelijk te laten plaatsvinden buiten het broedseizoen. In het broedseizoen kan alleen gerooid worden wanneer dit duidelijk geen verstoring van de fauna met zich meebrengt.

 

De reliëfwijziging, waarbij de grachten worden gedicht, wordt op een zo min mogelijk hinderende wijze in het landschap als technisch noodzakelijk uitgevoerd. Tijdens aanleg en exploitatiefase worden maatregelen genomen om amfibieslachtoffers tegen te gaan zoals indien mogelijk het vermijden van amfibieëntrek-periodes.

 

De bestreden beslissing voldoet aan de zorgplicht van artikel 16, §1 Natuurdecreet. Er is geen sprake van vermijdbare schade, gelet op de genomen maatregelen en de adviezen van de bevoegde instanties.

 

2.g.Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

- functionele inpasbaarheid: voorliggende aanvraag betreft de aanleg van een gescheiden riolering en heraanleg wegenis aan de Hameetraat en Pappenakkerstraat in Alken.  Samen met de aanleg van dit gescheiden stelsel zal ook de wegenis opnieuw worden aangelegd met fietspaden en verkeersremmende maatregelen..  De werken zijn functioneel inpasbaar in de omgeving en bevinden zich ter hoogte van de bestaande wegenis.  Door de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel wordt er niet langer vuilwater geloosd in de Bapenakkerbeek (niet geklasseerd).  Het project zorgt voor een verbetering van de verkeersveiligheid voor de zwakke weggebruiker door de aanleg van fietspaden en verhoogde kruispunten voor de afdwinging van snelheidsverlaging.  Gelet op de aard van deze werken in het kader van het algemeen belang en de openbare nutsvoorzieningen zijn deze werken dan ook functioneel inpasbaar in deze omgeving, gezien dit handelt over de optimalisatie van de bestaande riolering en het behoud van de bestaande wegenis en grachtensysteem.  Dit project is van belang voor het behalen van de goede toestand in het aandachtsgebied.  De bestemmingsvoorschriften blijven ongewijzigd t.o.v. het geldende gewestplan en er is rekening gehouden met de bestaande omgeving en de omliggende bebouwingen.

- mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.  Voorliggend ontwerp zal een (uitermate) positieve impact  hebben op de mobiliteit, gelet op de voorziene verbreding van de rijbaan en de aanleg van de enkelrichtingsfietspaden.

- schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft de aanleg van een gescheiden riolering dat het afvalwater en het hemelwater gescheiden kan afvoeren.  De uitvoering van deze werken zullen dan ook ruimtelijk een zeer beperkte impact hebben op de omgeving.  De werken bestaan voornamelijk uit riolerings- en wegeniswerken en de aanleg van fietspaden.  De vernieuwing van wegenis zal een beperkte visuele verbetering vormen ten opzichte van de huidige verharding.  Daarnaast worden er ook verschillende materialen gebruikt om de maximale snelheid visueel te maken.  De aanleg van de riolering heeft een beperkte invloed op de omgeving.  Door de uitvoering van de rioleringswerken wordt er geen significante wijziging aangebracht aan de ruimtelijke omgeving zoals deze nu bestaat.  De wegenis wordt opnieuw aangelegd met fietspaden en verkeersremmende maatregelen.  De stedenbouwkundige impact wijzigt nauwelijks.  Het project is bijgevolg aanvaardbaar voor wat betreft de beschouwde beoordelingsaspecten.

- visueel-vormelijke elementen: Het aangevraagde project betreft een riolerings- en wegenisproject dat aansluit bij de bestaande bebouwingen, de bestaande weginfrastructuur en de grachten in de omgeving.  Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de verenigbaarheid met de omgeving en de bestaande infrastructuur.

- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht.  Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.

- het bodemreliëf: bij de realisatie van deze rioleringswerken zullen er slechts beperkte reliëfwijzigingen gebeuren voor het voorzien van de wadi’s.  Omwille van de aanleg voor een veilig fietspad worden bestaande grachten gedempt. Dit is voornamelijk het geval in de agrarische gebieden.  Om de afwatering niet in het gedrang te brengen is er gekozen voor de aanleg van een nieuwe gracht aan 1 zijde van de weg en aan de andere zijde wordt een infiltratiekom voorzien.  Door de infiltratiekom en gracht wordt er getracht om zoveel mogelijk regenwater ter plaatse te laten infiltreren.  Bijkomend wordt er in de gracht drempels geplaatst om het water te bufferen en vertraagd door te laten naar de afwaartse gebieden. V andaag zijn er ook al grachten aanwezig alleen worden deze nog niet optimaal benut op vlak van het bufferen van regenwater.  Op vlak van bodemreliëf heeft dit een verwaarloosbare impact en is dit bovendien inpasbaar binnen de goede ruimtelijk ordening. Bij de realisatie van het project zal het bestaande reliëf zoveel als mogelijk behouden blijven en zullen de wijzigingen gering blijven.

- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren riolerings- en wegeniswerken geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit.  De voorgestelde werken zijn voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord.  De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.  Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze infrastructuurwerken.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

De aanvraag werd ingediend voor een nieuwe inrichting van een bemaling voor de aanleg van riolering en nutsleidingen en het lozen van bedrijfsafvalwater.

 

De vergunningstermijn wordt aangevraagd voor onbepaalde duur (ondanks dat de maximale bemalingstermijn 257 dagen mag bedragen).

 

Een bijstelling van de milieuvoorwaarden in afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het Vlarem wordt aangevraagd:

        Artikel 4.2.5.1.1.§1 (meetgoot)

        Artikel 4.2.3.1.3° (lozingsnorm van Arseen)

 

Bemaling (rubriek 53.2):

Voor de aanleg van de riolering en nutsleidingen dient er bemaling te worden voorzien. De bemaling wordt toegepast met een maximaal dagdebiet van 2 189,5 m³/dag, een jaardebiet van 260.555,5 m³/jaar en een maximaal bemalingspeil van 3,76 m-mv. In totaal duurt de bemaling 257 kalenderdagen, waardoor het maximaal geloosd debiet 562.702 m³ bedraagt.

 

Het cascadesysteem dat gehanteerd wordt voor het lozen van bemalingswater is eerst infiltratie ter plaatse, indien dit technisch niet mogelijk is, lozen in de gracht en enkel in uitzonderlijke gevallen, wanneer kan aangetoond worden dat voorgaande opties technisch niet haalbaar zijn, kan er geloosd worden in de openbare riolering.

 

Het bemalingswater wordt voor de doorlooptijd geloosd op het bestaand stelsel dat afwatert naar de waterloop Bapenakkerbeek (geen categorie). De scope van de werken leent zich niet voor retourbemaling, hergebruik of infiltratie. Toch zal er getracht worden om een gedeelte van het bemalingswater te lozen in de bestaande en nieuwe grachten waar dit technisch mogelijk is. Dit om toch de intentie te laten zien om in te zetten op herinfiltratie.

 

Bijkomend werd er een evaluatie gemaakt van de invloed van de bemaling op het risico op migratie van bestaande verontreinigingen onder invloed van de bemaling. Op basis van deze evaluatie blijkt dat voor geen enkele van de gekende grondwater-verontreinigingen een onaanvaardbare verspreiding van de verontreiniging wordt verwacht, noch een nadelige impact op mens en milieu. Er zijn bijgevolg geen preventieve maatregelen nodig om eventuele verspreiding van de verontreiniging ten gevolge van de bemaling te milderen of te vermijden. Het is echter aan te raden om het debiet zo laag mogelijk te houden, alsook de duur van de bemaling zo kort mogelijk.

 

Een bemalingsnota is toegevoegd aan het omgevingsloket.

 

Ten gevolge van zettingen, worden mogelijk geen problemen verwacht. Maar om hier zeker van te zijn wordt geadviseerd om meer grondonderzoek (namelijk: boringen en peilbuismetingen) uit te voeren zodat de nodige berekeningen hiervoor gemaakt kunnen worden. Er wordt ook geadviseerd om tijdens de bemalingswerken zettingsmetingen uit te voeren t.h.v. de nabijgelegen bebouwing/constructies. Ter hoogte van de sonderingen waar de zettingen hoger zijn dan de toegestane waarden, kan bijvoorbeeld gewerkt worden in gesloten bouwkuip.

 

Volgende preventieve maatregelen worden geadviseerd:

        Om meer grondonderzoek (namelijk: boringen en peilbuismetingen) uit te voeren zodat de nodige zettingsberekeningen hiervoor gemaakt kunnen worden.

        Om tijdens de bemalingswerken zettingsmetingen uit te voeren t.h.v. de nabijgelegen bebouwing/constructies. Ter hoogte van de sonderingen waar de zettingen hoger zijn dan de toegestane waarden, kan bijvoorbeeld gewerkt worden in gesloten bouwkuip.

        Om het debiet zo laag mogelijk te houden, alsook de duur van de bemaling zo kort mogelijk. Een peilgestuurde bemaling is noodzakelijk om het onttrekkingsdebiet maximaal te beperken.

        Om de uitgangspunten van het ontwerp die aan de basis liggen van bovenstaande evaluatie te verifiëren met de werkelijke situatie. Bij start en vervolgens wekelijks dienen de gerealiseerde debieten en grondwaterstandsverlaging geregistreerd en geëvalueerd te worden. Indien nodig dient voorliggende studie geactualiseerd te worden op basis van de werkelijk gerealiseerde grondwaterstandsverlaging. De frequentie kan afgebouwd worden gedurende de bemaling na evaluatie van de reeds uitgevoerde metingen en na overleg met de betrokken partijen.

        Om de kwaliteit van het bemalingswater te monitoren gedurende de volledige periode van de bemalingswerken. Om het bemalingswater minimaal onmiddellijk na de start (van elke fase) te bemonsteren voor analyse op het standaard analysepakket voor grondwater (veldparameters pH, Ec, T, minerale olie, BTEX, zware metalen, VOCl (11)).

        Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen (of vergunde lozingsnormen, indien van toepassing) dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opnieuw opgestart worden. Vervolgens is het aangewezen om de kwaliteit van het lozingswater verder te monitoren aan volgende frequentie:

        Bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de latere analyses zonder zuivering maximaal 80% van de norm bedraagt;

        Bij concentraties lager dan 80% van de norm (minstens herbevestigd met een tweede analyse) dient voor de betreffende parameters geen verdere monitoring uitgevoerd te worden.

        Bemonstering en analyses dienen uitgevoerd te worden volgens het Compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water (WAC) door een erkend laboratoria (Vlarel artikel 6, 5°) voor het deeldomein afvalwater. Indien haalbaar is het raadzaam om de kwaliteit van het grondwater ter hoogte van de bemalingszone te karakteriseren. Zo wordt voorkomen dat achter een bijstelling van lozingsvoorwaarden moet aangevraagd worden.

 

Overwegende dat het gemeentebestuur van Alken een aantal standaardvoorwaarden voor bemalingen toepast:

        Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is volgens het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1) van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

        1° het merk en serienummer;

        2° het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;

        Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

        Vóór de bemaling mag in gebruik genomen worden, dient nagekeken en gedocumenteerd te worden of er bodem- en/of grondwaterverontreinigingen zijn waarop de bemaling een invloed kan hebben. Mocht tijdens de opstart van de bemaling verontreiniging of twijfel van verontreiniging worden vastgesteld, moet de bemaling onmiddellijk worden stopgezet en dit onmiddellijk gemeld worden aan het college van burgemeester en schepenen en de dienst woon- en leefomgeving.

        Indien het bemalingswater ijzerhoudend is, wordt een ontijzeringsinstallatie geplaatst.

        De bronbemaling moet voorzien zijn van een meetinrichting, bijvoorbeeld een debietmeter. Het logboek, waarin de grondwaterstandmetingen in de peilput(ten) in functie van de tijd geregistreerd zijn, moet op de werf ter inzage liggen van voor de opstart tot de dag van de verwijdering van de bemaling.

        De bouwheer maakt voorafgaand aan de bemaling een plaatsbeschrijving op van de meest nabijgelegen constructies, met bijhorende gedetailleerde foto’s en zorgt ervoor dat de bemaling zo kort mogelijk in tijd en zo beperkt mogelijk in volume wordt uitgevoerd. De bouwheer is verantwoordelijk voor de berokkende schade aan onder meer aanpalende constructies ten gevolge van het verlagen van de grondwaterspiegel.

        Er moet gebruik gemaakt worden van pompen die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten en dus elektrisch aangedreven zijn.

 

Lozing bedrijfsafvalwater (rubriek 3.4):

Op basis van de evaluatie kan de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (met name arseen) in concentraties boven de milieukwaliteitsnormen grondwater (zie Vlarem II, bijlage 2.4.1) voor herinfiltratie niet uitgesloten worden.

 

Op basis van bovenstaande evaluatie kan de aanwezigheid van verontreinigingsparameters in het bemalingswater niet volledig uitgesloten worden in concentraties boven het indelingscriterium (zie Vlarem II, bijlage 2.3.1).

 

In dossier 72589 worden verhoogde concentraties aan arseen aangetroffen in het grondwater (max. 20 µg/l) De verhoogde arseen concentraties in het grondwater zijn een regionaal fenomeen, ten dele beïnvloed door een gewijzigde redox conditie van de bodem waardoor arseen een verhoogde oplosbaarheid kent. Rekening houdend met de van nature verhoogde concentraties voor arseen wordt een lozingsnorm aangevraagd van 50 µg/l (10 x IC).

 

Een bijstelling van de milieuvoorwaarden in afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het Vlarem:

        Artikel 4.2.5.1.1.§1 (meetgoot)

        Artikel 4.2.3.1.3° (lozingsnorm van Arseen)

 

Een bijstelling wordt gevraagd van artikel 4.2.5.1.1.§1 van titel ll van het VLAREM betreffende de plaatsing van een meetgoot of gelijkwaardig bij het overschrijden van een debiet van 2 m3/uur door het bedrijfsafvalwater. De sectorale milieuvoorwaarden van afdeling 5.53.3 van titel II van het VLAREM: meetinrichtingen voor het opgepompte grondwater. De hoeveelheid van het geloosde bemalingswater en wijze van staalname, kan worden bepaald met een meetmethode zoals bepaald in afdeling 5.53.3 van titel II van het VLAREM. Deze meetmethode is een evenwaardig alternatief en kan in voorliggende situatie meer geschikt zijn dan de voorziene meetmethodes voor lozing van bedrijfsafvalwater. Om de kwaliteit van het geloosde grondwater te bepalen, volstaat het om staalnames te doen via een aftapkraan.

 

In afwijking van  van artikel 4.2.5.1.1, §1, van titel II van het VLAREM is voor de lozing van het bemalingswater geen meetgoot vereist. Voor de bepaling van het geloosde debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van titel II van het VLAREM gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent wordt voorzien.

 

Een bijstelling wordt gevraagd van artikel 4.2.3.1.3° (Lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat). Uit de bemalingsnota binnen voorliggende vergunningsaanvraag blijkt dat er zich verschillende bodemverontreinigingen situeren in de omgeving van de geplande bemalingen. Er werd een impactanalyse uitgevoerd om na te gaan of de bemalingen een invloed zullen hebben op deze verontreinigingen. Op basis van de uitgevoerde evaluatie worden er geen onaanvaardbare verspreiding van de verontreiniging verwacht bij het respecteren van de milieukwaliteitsnormen grondwater (zie Vlarem II, bijlage 2.4.1) en oppervlaktewater (zie Vlarem, bijlage 2.3.1). Wel is er naar boven gekomen dat er van nature arseen voorkomt in het grondwater. Er wordt derhalve een afwijking van de lozingsnormen gevraagd en een monitoring vooropgesteld van de kwaliteit van het onttrokken bemalingswater. Wanneer hieruit blijkt dat alsnog niet voldaan kan worden aan de vergunde lozingsnormen of vigerende milieukwaliteitsnormen grondwater/oppervlaktewater, worden er in samenspraak met de aannemer maatregelen genomen om binnen de opgelegde grenzen te blijven.

 

In afwijking van artikel 4.2.3.1.3° is de maximale lozingsnorm voor Arseen 50 µg/l. Er moet een monitoring voorzien worden van het bemalingswater:

        Het is aangewezen om het bemalingswater onmiddellijk na de start van de bemaling en vervolgens in functie van de resultaten wekelijks te bemonsteren voor analyse op het standaard analysepakket voor grondwater (veldparameters pH, Ec, T, minerale olie, BTEX, zware metalen, VOCl (11)) aangevuld met analyse op PFAS (43 parameters).

        In afwachting van de analyses bij start van de bemaling, dient de bemaling stilgelegd te worden. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de vergunde lozingsnormen of geldende oppervlaktewaterkwaliteitsnormen, dienen er bijkomende maatregelen te komen om aan de normen te voldoen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele het nemen van enkele maatregelen kan de bemaling opnieuw opgestart worden.

 

Beoordeling van de vegetatiewijziging:

Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het standstill-principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur.

 

De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG).

 

De aanvraag is niet gelegen in een Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied. Het dichtbij gelegen Habitatrichtlijngebied is gelegen op aanzienlijke afstand. Een voortoets of passende beoordeling is vereist indien er voor een speciale beschermingszon (SBZ), meer bepaald Habitatrichtlijngebied, een waarschijnlijkheid of een risico bestaat op een betekenisvolle aantasting van de actuele en mogelijke toekomstige habitats (en in een verdere fase van de uitwerking ook op de soorten) binnen Habitatrichtlijngebied. Aangezien het dichtbijgelegen Habitatrichtlijngebied op aanzienlijke afstand is gelegen, mag geconcludeerd worden dat er geen waarschijnlijkheid en geen risico is op een betekenisvolle aantasting.

 

De aanvraag is niet gelegen in een Ramsar-gebied.

 

De aanvraag is niet gelegen in een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied) (op 582 meter afstand).

 

De aanvraag is in een relatief klein gedeelte ingedeeld volgens de Biologische waarderingskaart (versie 2) als complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen.

 

De aanvraag handelt over het rooien van perceelrand begroeiing en het uitgraven, verbreden, rechttrekken of dichten van grachten.

 

De motivatie van de aanvraag is het aanleggen van riolerings- en nutsvoorzieningsinfrastructuur.  

 

De maatregelen om geen onherstelbare schade aan de natuur te voorkomen, te beperken of te herstellen is door het rooien van de perceelrand zoveel mogelijk te laten plaatsvinden buiten het broedseizoen. In het broedseizoen kan alleen gerooid worden wanneer dit duidelijk geen verstoring van de fauna met zich meebrengt.

 

De reliëfwijziging, waarbij de grachten worden gedicht, wordt op een zo min mogelijk hinderende wijze in het landschap als technisch noodzakelijk uitgevoerd. Tijdens aanleg en exploitatiefase worden maatregelen genomen om amfibieslachtoffers tegen te gaan zoals indien mogelijk het vermijden van amfibieëntrek-periodes.

 

Conclusie

Werken

Volgende werken worden voorwaardelijk gunstig geadviseerd:

        Rooien van bomen

        Dempen van grachten

        Wijzigen van verharding buiten openbaar domein

        Aanleg riolering buiten openbaar domein

        Inbuizingen ten behoeve van perceelstoegangen

        Reliëfwijziging

 

Voorwaarden:

        Het advies van 5 mei 2025 verleend door Watering De Herk dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van 10 april 2025 verleend door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij met ref. 2025_002470_v1 dient strikt nageleefd te worden

        Het advies van 25 april 2025 verleend door de Provincie Limburg (afdeling waterbeheer) met ref. 2025N158576 - 2025 – 604 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van 8 mei 2025 verleend door het agentschap Natuur en Bos dient strikt nageleefd te worden.

        De archelogienota en het programma van maatregelen waarvan akte genomen werd door het agentschap Onroerend Erfgoed op 06.10.2024 met ref. ID: 30909   URI: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/30909 dient gevolgd te worden.

        Tijdens de werken moet er steeds een visuele controle uitgevoerd worden van de steenslag- en mengpuinlagen om de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (teerhoudende asfaltgranulaten, asbest, …) na te gaan.

        Voor of tijdens de werken moet een bijkomend onderzoek uitgevoerd worden naar de verharding en de eventuele onderliggende funderingslaag ter hoogte van de opritten waar geen boringen werden uitgevoerd om de opbouw en de samenstelling ervan na te gaan alsook de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen te controleren. Dit bijkomend onderzoek is aangewezen om deze op te breken steenachtige materialen als LMRP af te kunnen voeren. Indien geen bijkomend onderzoek uitgevoerd wordt, zullen deze op te breken steenachtige materialen als HMRP behandeld moeten worden. De op te breken volumes maken nog geen deel uit van voorliggend sloopopvolgingsplan. De resultaten van dit bijkomend onderzoek dienen in een addendum op dit verslag gerapporteerd te worden.

        Er zijn enkele locaties waarbij de opbouw niet werd onderzocht (omwille van beperkte volumes, zie §2.3.3) en waarbij de inventaris werd aangevuld op basis van realistische aannames. Tijdens de werken dient men aldus aandachtig te zijn voor de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en voor de werkelijke opbouw en diktes.

        Volgens de beschikbare informatie zijn er waterleidingen uit asbestcement aanwezig. De uitbraak van deze leidingen zal door de watermaatschappij (De Watergroep) zelf gebeuren en maakt geen deel uit van voorliggend project. Opgemerkt dient te worden dat wanneer deze leidingen verwijderd worden dit dient te gebeuren in overeenstemming met het KB van 16/03/2006 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest. De watermaatschappij dient in te staan voor een correcte afvoer van het asbesthoudend materiaal. Bij twijfel kan een controlebezoek worden uitgevoerd om na te gaan of de verwijdering goed is verlopen.

 

Rubrieken

Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de Bijlage 1. Indelingslijst van de VLAREM II en worden voorwaardelijk gunstig geadviseerd:

 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.4.2°

Lozen van 100 m³/uur bedrijfsafvalwater (klasse 2)

100 m³/uur

53.2.2°b)1°

Bemaling i.h.k.v. infrastructuurwerken, met een jaardebiet van 260.555,5 m³ en tot max. 3,76 m-mv (klasse 3)

260.555,5 m³/jaar

 

In afwijking van  van artikel 4.2.5.1.1, §1, van titel II van het VLAREM is voor de lozing van het bemalingswater geen meetgoot vereist. Voor de bepaling van het geloosde debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van titel II van het VLAREM gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent wordt voorzien.

 

In afwijking van artikel 4.2.3.1.3° is de maximale lozingsnorm voor Arseen 50 µg/l.

 

Volgende bijzondere voorwaarden:

  1. Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is volgens het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1) van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
    1. 1° het merk en serienummer;
    2. 2° het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;
  2. Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
  3. Vóór de bemaling mag in gebruik genomen worden, dient nagekeken en gedocumenteerd te worden of er bodem- en/of grondwaterverontreinigingen zijn waarop de bemaling een invloed kan hebben. Mocht tijdens de opstart van de bemaling verontreiniging of twijfel van verontreiniging worden vastgesteld, moet de bemaling onmiddellijk worden stopgezet en dit onmiddellijk gemeld worden aan het college van burgemeester en schepenen en de dienst woon- en leefomgeving.
  4. Indien het bemalingswater ijzerhoudend is, wordt een ontijzeringsinstallatie geplaatst.
  5. De bronbemaling moet voorzien zijn van een meetinrichting, bijvoorbeeld een debietmeter. Het logboek, waarin de grondwaterstandmetingen in de peilput(ten) in functie van de tijd geregistreerd zijn, moet op de werf ter inzage liggen van voor de opstart tot de dag van de verwijdering van de bemaling.
  6. De bouwheer maakt voorafgaand aan de bemaling een plaatsbeschrijving op van de meest nabijgelegen constructies, met bijhorende gedetailleerde foto’s en zorgt ervoor dat de bemaling zo kort mogelijk in tijd en zo beperkt mogelijk in volume wordt uitgevoerd. De bouwheer is verantwoordelijk voor de berokkende schade aan onder meer aanpalende constructies ten gevolge van het verlagen van de grondwaterspiegel.
  7. Er moet gebruik gemaakt worden van pompen die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten en dus elektrisch aangedreven zijn.

 

  1. Om meer grondonderzoek (namelijk: boringen en peilbuismetingen) uit te voeren zodat de nodige zettingsberekeningen hiervoor gemaakt kunnen worden.
  2. Om tijdens de bemalingswerken zettingsmetingen uit te voeren t.h.v. de nabijgelegen bebouwing/constructies. Ter hoogte van de sonderingen waar de zettingen hoger zijn dan de toegestane waarden, kan bijvoorbeeld gewerkt worden in gesloten bouwkuip.
  3. Om het debiet zo laag mogelijk te houden, alsook de duur van de bemaling zo kort mogelijk. Een peilgestuurde bemaling is noodzakelijk om het onttrekkingsdebiet maximaal te beperken.
  4. Om de uitgangspunten van het ontwerp die aan de basis liggen van bovenstaande evaluatie te verifiëren met de werkelijke situatie. Bij start en vervolgens wekelijks dienen de gerealiseerde debieten en grondwaterstandsverlaging geregistreerd en geëvalueerd te worden. Indien nodig dient voorliggende studie geactualiseerd te worden op basis van de werkelijk gerealiseerde grondwaterstandsverlaging. De frequentie kan afgebouwd worden gedurende de bemaling na evaluatie van de reeds uitgevoerde metingen en na overleg met de betrokken partijen.
  5. Om de kwaliteit van het bemalingswater te monitoren gedurende de volledige periode van de bemalingswerken. Om het bemalingswater minimaal onmiddellijk na de start (van elke fase) te bemonsteren voor analyse op het standaard analysepakket voor grondwater (veldparameters pH, Ec, T, minerale olie, BTEX, zware metalen, VOCl (11)).
  6. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen (of vergunde lozingsnormen, indien van toepassing) dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opnieuw opgestart worden. Vervolgens is het aangewezen om de kwaliteit van het lozingswater verder te monitoren aan volgende frequentie:
    1. Bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de latere analyses zonder zuivering maximaal 80% van de norm bedraagt;
    2. Bij concentraties lager dan 80% van de norm (minstens herbevestigd met een tweede analyse) dient voor de betreffende parameters geen verdere monitoring uitgevoerd te worden.
  7. Bemonstering en analyses dienen uitgevoerd te worden volgens het Compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water (WAC) door een erkend laboratoria (Vlarel artikel 6, 5°) voor het deeldomein afvalwater. Indien haalbaar is het raadzaam om de kwaliteit van het grondwater ter hoogte van de bemalingszone te karakteriseren. Zo wordt voorkomen dat achter een bijstelling van lozingsvoorwaarden moet aangevraagd worden.

 

  1. De bemaling mag maximaal 257 dagen in beslag nemen. De start en einde van de bemalingswerken worden gemeld aan de vergunningverlenende overheid.

 

Vegetatiewijziging

Volgende vegetatiewijziging wordt gunstig geadviseerd:

        Rooien van perceelrand begroeiing

        Uitgraven, verbreden, rechttrekken of dichten van grachten

 

Besluit

1. De aanvraag ingediend door Patrick Warson namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt, de aanleg van een gescheiden riolering en de aanpassing van de bestaande wegenis met aanleg van fietspaden, gelegen Doktoorstraat 1, Hameestraat 5, 7, 8, 11, 13, 19, 21, 23, 25, 27, 32, 33, 33A, 34, 35, 36, 37, 41, 49, 61, 63, 75, 77, 79, 89B, 93, 95, 101, 107, 128, 130, 132, 138, 140, 142, 144, 146, 148, 150, 152, Hoogsimsestraat 1, Papenakkerstraat 6 en Zevenboomkensstraat 38, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 312 B3, (afd. 2) sectie F 312 A3, (afd. 2) sectie F 312 P, (afd. 2) sectie F 312 C3, (afd. 2) sectie F 312 E2, (afd. 2) sectie F 312/2 _, (afd. 2) sectie F 316 T, (afd. 2) sectie F 316 R, (afd. 2) sectie F 316 S, (afd. 2) sectie F 317 M, (afd. 2) sectie F 765 S4, (afd. 2) sectie F 765 P3, (afd. 2) sectie F 765 T4, (afd. 2) sectie F 765 W3, (afd. 2) sectie F 765 D4, (afd. 2) sectie F 765 Z4, (afd. 2) sectie F 765 R4, (afd. 2) sectie F 765 N4, (afd. 2) sectie F 765 D5, (afd. 2) sectie F 765 P4, (afd. 2) sectie F 765 C5, (afd. 2) sectie F 766 L2, (afd. 2) sectie F 767/2 _, (afd. 2) sectie F 767 P2, (afd. 2) sectie F 767 M2, (afd. 2) sectie F 767 L2, (afd. 2) sectie F 769 F, (afd. 2) sectie F 770 P, (afd. 2) sectie F 770 T, (afd. 2) sectie F 771 T, (afd. 2) sectie F 771 S, (afd. 2) sectie F 771 K, (afd. 2) sectie F 771 L, (afd. 2) sectie F 772 E, (afd. 2) sectie F 772 D, (afd. 2) sectie F 779 B, (afd. 2) sectie F 782 A, (afd. 2) sectie F 787 K, (afd. 2) sectie F 803 X, (afd. 2) sectie F 803 H3, (afd. 2) sectie F 803 D3, (afd. 2) sectie F 805 Z, (afd. 2) sectie F 806 T, (afd. 2) sectie F 894 H, (afd. 2) sectie F 896 D, (afd. 2) sectie F 896 K, (afd. 2) sectie F 896 G, (afd. 2) sectie F 897 B, (afd. 2) sectie F 901/2 _, (afd. 2) sectie F 971 Y2, (afd. 2) sectie F 971 X2, (afd. 2) sectie F 971 V2, (afd. 2) sectie F 971 H3, (afd. 2) sectie F 971 X3, (afd. 2) sectie F 971 L2, (afd. 2) sectie F 971 D2, (afd. 2) sectie F 971 S2, (afd. 2) sectie F 971 D3, (afd. 2) sectie F 975 T, (afd. 2) sectie F 975 K, (afd. 2) sectie F 975 S, (afd. 2) sectie F 975 P, (afd. 2) sectie F 977 R, (afd. 2) sectie F 977 B, (afd. 2) sectie F 977/4 _, (afd. 2) sectie F 977/7 _, (afd. 2) sectie F 977 N, (afd. 2) sectie F 977 M, (afd. 2) sectie F 982 D, (afd. 2) sectie F 982 B en (afd. 2) sectie F 1061 A voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Volgende werken worden voorwaardelijk gunstig geadviseerd:

● Rooien van bomen

● Dempen van grachten

● Wijzigen van verharding buiten openbaar domein

● Aanleg riolering buiten openbaar domein

● Inbuizingen ten behoeve van perceelstoegangen

● Reliëfwijziging

 

Voorwaarden:

● Het advies van 5 mei 2025 verleend door Watering De Herk dient strikt nageleefd te worden.

● Het advies van 10 april 2025 verleend door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij met ref. 2025_002470_v1 dient strikt nageleefd te worden

● Het advies van 25 april 2025 verleend door de Provincie Limburg (afdeling waterbeheer) met ref. 2025N158576 - 2025 – 604 dient strikt nageleefd te worden.

● Het advies van 8 mei 2025 verleend door het agentschap Natuur en Bos dient strikt nageleefd te worden.

● De archelogienota en het programma van maatregelen waarvan akte genomen werd door het agentschap Onroerend Erfgoed op 06.10.2024 met ref. ID: 30909 URI: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/30909 dient gevolgd te worden.

● Tijdens de werken moet er steeds een visuele controle uitgevoerd worden van de steenslag- en mengpuinlagen om de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (teerhoudende asfaltgranulaten, asbest, …) na te gaan.

● Voor of tijdens de werken moet een bijkomend onderzoek uitgevoerd worden naar de verharding en de eventuele onderliggende funderingslaag ter hoogte van de opritten waar geen boringen werden uitgevoerd om de opbouw en de samenstelling ervan na te gaan alsook de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen te controleren. Dit bijkomend onderzoek is aangewezen om deze op te breken steenachtige materialen als LMRP af te kunnen voeren. Indien geen bijkomend onderzoek uitgevoerd wordt, zullen deze op te breken steenachtige materialen als HMRP behandeld moeten worden. De op te breken volumes maken nog geen deel uit van voorliggend sloopopvolgingsplan. De resultaten van dit bijkomend onderzoek dienen in een addendum op dit verslag gerapporteerd te worden.

● Er zijn enkele locaties waarbij de opbouw niet werd onderzocht (omwille van beperkte volumes, zie §2.3.3) en waarbij de inventaris werd aangevuld op basis van realistische aannames. Tijdens de werken dient men aldus aandachtig te zijn voor de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en voor de werkelijke opbouw en diktes.

● Volgens de beschikbare informatie zijn er waterleidingen uit asbestcement aanwezig. De uitbraak van deze leidingen zal door de watermaatschappij (De Watergroep) zelf gebeuren en maakt geen deel uit van voorliggend project. Opgemerkt dient te worden dat wanneer deze leidingen verwijderd worden dit dient te gebeuren in overeenstemming met het KB van 16/03/2006 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest. De watermaatschappij dient in te staan voor een correcte afvoer van het asbesthoudend materiaal. Bij twijfel kan een controlebezoek worden uitgevoerd om na te gaan of de verwijdering goed is verlopen.

 

Rubrieken

Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de Bijlage 1. Indelingslijst van de VLAREM II en worden voorwaardelijk gunstig geadviseerd:

 

Rubriek

3.4.2° Lozen van 100 m³/uur bedrijfsafvalwater (klasse 2) 100 m³/uur

53.2.2°b)1° Bemaling i.h.k.v. infrastructuurwerken, met een jaardebiet van 260.555,5 m³ en tot max. 3,76 m-mv (klasse 3) 260.555,5 m³/jaar

 

In afwijking van van artikel 4.2.5.1.1, §1, van titel II van het VLAREM is voor de lozing van het bemalingswater geen meetgoot vereist. Voor de bepaling van het geloosde debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van titel II van het VLAREM gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent wordt voorzien.

In afwijking van artikel 4.2.3.1.3° is de maximale lozingsnorm voor Arseen 50 µg/l.

 

Volgende bijzondere voorwaarden:

1. Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is volgens het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1) van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen: a. 1° het merk en serienummer; b. 2° het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing; 2. Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

3. Vóór de bemaling mag in gebruik genomen worden, dient nagekeken en gedocumenteerd te worden of er bodem- en/of grondwaterverontreinigingen zijn waarop de bemaling een invloed kan hebben. Mocht tijdens de opstart van de bemaling verontreiniging of twijfel van verontreiniging worden vastgesteld, moet de bemaling onmiddellijk worden stopgezet en dit onmiddellijk gemeld worden aan het college van burgemeester en schepenen en de dienst woon- en leefomgeving.

4. Indien het bemalingswater ijzerhoudend is, wordt een ontijzeringsinstallatie geplaatst.

5. De bronbemaling moet voorzien zijn van een meetinrichting, bijvoorbeeld een debietmeter. Het logboek, waarin de grondwaterstandmetingen in de peilput(ten) in functie van de tijd geregistreerd zijn, moet op de werf ter inzage liggen van voor de opstart tot de dag van de verwijdering van de bemaling.

6. De bouwheer maakt voorafgaand aan de bemaling een plaatsbeschrijving op van de meest nabijgelegen constructies, met bijhorende gedetailleerde foto’s en zorgt ervoor dat de bemaling zo kort mogelijk in tijd en zo beperkt mogelijk in volume wordt uitgevoerd. De bouwheer is verantwoordelijk voor de berokkende schade aan onder meer aanpalende constructies ten gevolge van het verlagen van de grondwaterspiegel.

7. Er moet gebruik gemaakt worden van pompen die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten en dus elektrisch aangedreven zijn.

8. Om meer grondonderzoek (namelijk: boringen en peilbuismetingen) uit te voeren zodat de nodige zettingsberekeningen hiervoor gemaakt kunnen worden.

9. Om tijdens de bemalingswerken zettingsmetingen uit te voeren t.h.v. de nabijgelegen bebouwing/constructies. Ter hoogte van de sonderingen waar de zettingen hoger zijn dan de toegestane waarden, kan bijvoorbeeld gewerkt worden in gesloten bouwkuip.

10. Om het debiet zo laag mogelijk te houden, alsook de duur van de bemaling zo kort mogelijk. Een peilgestuurde bemaling is noodzakelijk om het onttrekkingsdebiet maximaal te beperken.

11. Om de uitgangspunten van het ontwerp die aan de basis liggen van bovenstaande evaluatie te verifiëren met de werkelijke situatie. Bij start en vervolgens wekelijks dienen de gerealiseerde debieten en grondwaterstandsverlaging geregistreerd en geëvalueerd te worden. Indien nodig dient voorliggende studie geactualiseerd te worden op basis van de werkelijk gerealiseerde grondwaterstandsverlaging. De frequentie kan afgebouwd worden gedurende de bemaling na evaluatie van de reeds uitgevoerde metingen en na overleg met de betrokken partijen.

12. Om de kwaliteit van het bemalingswater te monitoren gedurende de volledige periode van de bemalingswerken. Om het bemalingswater minimaal onmiddellijk na de start (van elke fase) te bemonsteren voor analyse op het standaard analysepakket voor grondwater (veldparameters pH, Ec, T, minerale olie, BTEX, zware metalen, VOCl (11)).

13. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen (of vergunde lozingsnormen, indien van toepassing) dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opnieuw opgestart worden. Vervolgens is het aangewezen om de kwaliteit van het lozingswater verder te monitoren aan volgende frequentie: a. Bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de latere analyses zonder zuivering maximaal 80% van de norm bedraagt; b. Bij concentraties lager dan 80% van de norm (minstens herbevestigd met een tweede analyse) dient voor de betreffende parameters geen verdere monitoring uitgevoerd te worden.

14. Bemonstering en analyses dienen uitgevoerd te worden volgens het Compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water (WAC) door een erkend laboratoria (Vlarel artikel 6, 5°) voor het deeldomein afvalwater. Indien haalbaar is het raadzaam om de kwaliteit van het grondwater ter hoogte van de bemalingszone te karakteriseren. Zo wordt voorkomen dat achter een bijstelling van lozingsvoorwaarden moet aangevraagd worden.

15. De bemaling mag maximaal 257 dagen in beslag nemen. De start en einde van de bemalingswerken worden gemeld aan de vergunningverlenende overheid.

 

Vegetatiewijziging

Volgende vegetatiewijziging wordt gunstig geadviseerd:

● Rooien van perceelrand begroeiing

● Uitgraven, verbreden, rechttrekken of dichten van grachten

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

 


[1] S. AERTS, “Screenen meer dan alleen een formaliteit”, TOO 2017, afl. 2, 201-203.

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Omgevingsvergunning 1029

Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een publiciteitstotem ingediend door Kimberly Vanvinckenroye met als contactadres Steenweg 230 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Heiligenbornstraat 30, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 369 S. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Kimberly Vanvinckenroye met als contactadres Steenweg 230 te 3570 Alken

 

Ligging van het perceel:

Heiligenbornstraat 30

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 1 sectie K nr. 369S

 

Projectnaam:

Heiligenbornstraat 30 - Vanvinckenroye Kimberly

 

Dossiernummer:

202584

 

Intern dossiernummer:

1029

 

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025084452

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

het plaatsen van een publiciteitstotem

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

 

het plaatsen van een publiciteitstotem

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

 

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn) en achterliggend agrarisch gebied.

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of niet-vervallen verkaveling. Overwegende dat de voorschriften van het gewestplan van toepassing zijn op dit perceel.

Verordeningen :

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

Watertoets :

Overwegende dat het voorliggende project, het plaatsen van een publiciteitstotem betreft, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening

Milieu:

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

5 juli 2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

21 augustus 2025

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Carla Van Acker

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

1 oktober 2025

 

1.f. Historiek

Perceelnummer : (afd. 1) sectie K 369 S

De woning dateert van 1964 en wordt geacht vergund te zijn. Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

- Overwegende dat op 05/03/1963 een stedenbouwkundige vergunning (0056) voor bouwen woonhuis werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

- Overwegende dat op 20/03/2024 een omgevingsvergunning (868) voor de afbraak van een bestaande woning en het realiseren van een nieuwbouw ééngezinswoning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

De aanvraag is gelegen langs de Heiligenbornstraat, zijnde een gemeentelijke weg die voldoende is uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door eengezinswoningen in open of halfopen toestand en achterliggende agrarische gebieden. De woningen zijn verschillend in opbouw, bouwtype en bouwstijl.

De aanvraag betreft het verplaatsen van de reclametotem/brievenbus, waar in 2021 reeds een vergunning voor werd afgeleverd op het oude adres (Steenweg 230). Deze totem is 1m breed x 2m hoog. De totem komt op 40cm van de linker perceelsgrens en op 3m van de wegrand.

Het betreft reclame (en brievenbus) voor het bureel van Reno-Span Decor BV,

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag is niet in strijd met de voorschriften van het geldende gewestplan.

 

2.c. Adviezen

Er werden geen adviezen gevraagd.

 

2.d. Bespreking van de adviezen

///

 

2.e. Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

///

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan.

 - Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag, zijnde het plaatsen van een reclamepaneel, geen invloed zal hebben op de mobiliteit.

- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Voorliggende aanvraag betreft het plaatsen van een reclamepaneel in de voortuin. De inplanting van dit paneel werd zo voorzien dat enige hinder naar buurpercelen toe zeer beperkt blijft en als niet-uitzonderlijk kunnen beschouwd worden. Het perceel is ook voldoende ruim en er blijft nog een ruime afstand behouden ten aanzien van de voorliggende rijweg. 5 - Visueel-vormelijke elementen: Voorgestelde reclamepaneel is naar vormgeving en materiaalgebruik niet storend en passend in de omgeving. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving

- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

- Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.

- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting van dit beperkt reclamepaneel, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

 

Conclusie

Gunstig

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 08/10/2025 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Kimberly Vanvinckenroye met als contactadres Steenweg 230 te 3570 Alken, het plaatsen van een publiciteitstotem, gelegen Heiligenbornstraat 30, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 369 S te vergunnen zonder voorwaarden.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

 

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Vragen rond huisvesting voor sociale doelen

Wij ontvangen de laatste tijd verschillende vragen rond de huisvesting van personen in het kader van sociale doelen.

 

Graag wensen wij hiervoor een standpunt van het college te kennen aangaande deze aanvragen, zijn er bepaalde aspecten waar het college wenst dat er rekening mee gehouden wordt?

 

Feiten en context

Wij ontvangen de laatste tijd verschillende vragen rond de huisvesting van personen in het kader van sociale doelen.

 

In bijlage kunnen jullie twee van deze vragen terug vinden, zijnde van de vzw TrisHomie Atljée en vanwege het Mariahuis vzw.

 

Graag wensen wij hiervoor een standpunt van het college te kennen aangaande deze aanvragen, zijn er bepaalde aspecten waar het college wenst dat er rekening mee gehouden wordt?

 

Advies dient omgeving

Vanuit de dienst omgeving kunnen we volgende standpunten meegeven:

wij zijn van mening dat dergelijke projecten en aanvragen moeten kunnen aanvaard worden binnen onze samenleving en dat hiervoor plaats is binnen de gemeenschap.  Echter dienen deze aanvragen zich tevens te situeren binnen een omgeving waar dit kan aanvaard worden en waar dit geen hinder geeft voor aanpalende eigendommen.

 

Voor de ontwikkeling van deze projecten zijn er aspecten waar rekening mee zal moeten gehouden worden, o.a. de stedenbouwkundige voorschriften en ruimtelijke plannen,  de gemeentelijke parkeerverordening, de overstromingskaarten, brandweer, toegankelijkheid,    dus dit dient onderzocht te worden bij het indienen van een mogelijke ontwikkeling.

 

Echter kunnen wij nu op basis van een loutere vraag of hier een ontwikkeling kan, niet concreet antwoorden.  De eventuele aanvraag en het ontwerp zullen getoetst worden aan de goede ruimtelijke ordening.  Dit wil zeggen dat de aanvraag moet beoordeeld worden aan de hand van de inpasbaarheid, mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, …. eventuele hinder naar de aanpalende percelen.  Ook dient er rekening gehouden te worden met de woondichtheid alsook met de woonkwaliteit waarbij er een voldoende kwalitatieve wooneenheden dienen voorzien te worden. 

 

Aangaande de concrete vragen die werden gesteld kunnen we volgende standpunten reeds innemen:

1) TriHomie vzw

We hebben in het verleden nav een vraag van deze organisatie inderdaad op de Grotstraat ‘een gemeenschapshuis’ vergund en het principe van een gemeenschapshuis kan wel, echter de vraag stelt zich hier of dit een geschikte locatie is voor dergelijke voorzieningen?  De woning in de Grotstraat situeert zich binnen de kern van Sint-Joris waar er toch enkele (beperkte) voorzieningen aanwezig zijn, zijnde een kleine supermarkt, een apotheek, een dokterspraktijk, …  Terwijl de locatie aan de Hulzenstraat eerder een buitengebied betreft.  Dus ik denk dat deze locatie gezien de ligging niet echt aangewezen is om te gaan voorzien als gemeenschapshuis voor sociale huisvesting.

2) Mariahuis vzw

Het Mariahuis vzw gesitueerd aan de Sint-Jorisstraat beschikt over een ruim perceel waar er reeds huisvesting voorzien is voor jongere kinderen onder begeleiding.  Het plaatsen van enkele Tiny houses als opstartwoning voor 18-jarigen lijkt ons hier wel aan te sluiten en is ook mogelijk gezien de ligging van het perceel in het centrum van Sint-Joris en de oppervlakte van het perceel.  Dit dient wel binnen de woonzone voorzien te worden en de Tiny-houses dienen ruimtelijke voldoende geïntegreerd te worden, waarbij rekening gehouden wordt met de aanpalende eigendommen.

 

Besluit

Artikel 1: het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de algemene visie omtrent de projecten voor huisvesting in het kader van sociale doeleinden waarbij er voor elk dossier individueel zal gekeken worden of dit ruimtelijk kan geïntegreerd worden in de omgeving en rekening houdt met de principes van een goede ruimtelijke ordening.  Dit wil zeggen dat de aanvraag moet beoordeeld worden aan de hand van de inpasbaarheid, mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, …. eventuele hinder naar de aanpalende percelen.  Ook dient er rekening gehouden te worden met de woondichtheid alsook met de woonkwaliteit waarbij er een voldoende kwalitatieve wooneenheden dienen voorzien te worden. 

 

Artikel 2: het college van burgemeester en schepenen kan zich aansluiten met het prinicpieel advies aangaande de aanvragen van de vzw Trishomie en de vzw Mariahuis.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Raad voor vergunningenbetwisting - vraag tot tussenkomst - beroep Lindestraat

Op 6 oktober ll. ontvingen wij een schrijven van de Raad voor vergunningenbetwisting aangaande de mogelijkheid tot tussenkomst in de procedure tot schorsing en vernietiging van de beslissing van de Vlaamse Regering van 23 juli 2025 aangaande de wegenis- en rioleringswerken aan de Lindestraat.

Binnen deze procedure vraagt de RvVB nu of de gemeente Alken wenst tussen te komen in de procedure.

 

Feiten en context

Op 6 oktober ll. ontvingen wij een schrijven van de Raad voor vergunningenbetwisting aangaande de mogelijkheid tot tussenkomst in de procedure tot schorsing en vernietiging van de beslissing van de Vlaamse Regering van 23 juli 2025 aangaande de wegenis- en rioleringswerken aan de Lindestraat.

 

Er werd op 5 september ll. een verzoekschrift tot schorsing en vernietiging van de beslissing van de Vlaamse Regering van 23 juli 2025 aangaande de wegenis- en rioleringswerken aan de Lindestraat ingediend bij de Raad voor vergunningenbetwisting door het advocatenkantoor Verbist in opdracht van de heer Tubax en de heer Vantilt.

 

Binnen deze procedure vraagt de RvVB nu of de gemeente Alken wenst tussen te komen in de procedure.

 

De gemeente Alken kan tussenkomen in de procedure over de vordering tot schorsing, over de vordering tot vernietiging of over beiden.  Wij dienen aan de Raad mee te delen in welke vorderingen we wensen tussen te komen binnen een vervaltermijn van twintig dagen. Die termijn gaat in de dag na de betekening van deze brief (artikelen 59/3 en 6211 Procedurebesluit).

 

Wanneer we wensen tussen te komen, dient er een rolrecht betaald te worden van 100 euro per tussenkomende partij en per vordering waarin u tussenkomt (artikel 21 DBRc-decreetl. Dit rolrecht dient meteen betaald te worden voor alle vorderingen waarin we tussen komen.

 

Juridische grond

Artikel 15 en 105, $3 van het OVD inzake het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen

Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges

Decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtsPleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

 

Financiële gevolgen

«De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:»

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

200 euro

 

MJP1909

Datum visumaanvraag:

«datum visumaanvraag»

Datum goedkeuring visumaanvraag:

«datum goedkeuring»

 

Besluit

Artikel 1: het college van burgemeester en schepenen wenst tussen te komen in de procedure tot schorsing en vernietiging van de beslissing van de Vlaamse Regering van 23 juli 2025 voor het toekennen van de omgevingsvergunning voor de aanleg van wegenis- en rioleringswerken aan de Lindestraat ingediend door Aquafin nv met ref. OMV_2024117222.

Artikel 2: GD&A wordt aangesteld voor de opmaak van de schriftelijke uiteenzetting voor de Raad van Vergunningenbetwisting en de verdere opvolging van het dossier bij de Raad van Vergunningenbetwisting.

Artikel 3: Er wordt 200 euro voorzien op MJP1909 voor de betaling van het rolrecht in de procedure.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Subsidie aanplant en 5 jarige vormsnoei KLE

Op 21 september 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Loix Stefan, Laagsimsestraat 39 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor aanplant en 5 jarige vormsnoei van een hoogstamboomgaard op het perceel gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 2 Sectie G, perceelnummer 153E.

 

Feiten en context

Op 21 september 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Loix Stefan, Laagsimsestraat 39 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor aanplant en 5 jarige vormsnoei van een hoogstamboomgaard, op het perceel gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 2, Sectie G, perceelnummer 153E. Het betreft hier 8 appelbomen en 3 perenbomen.

 

Juridische grond

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeenteraad van 27 augustus 2020, houdende goedkeuring van een premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Met de subsidies voor de aanleg/aanplant en het onderhoud van de kleine landschapselementen wil de gemeente het onderhoud en de uitbreiding van kleine landschapselementen stimuleren. Voor de aanplant en 5 jarige vormsnoei van hoogstamboomgaard voorziet de gemeente € 35 per boom, met een maximum van € 350.

 

Financiële gevolgen

De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€350,00

niet van toepassing

001221

Datum visumaanvraag:

niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Aan Loix Stefan, Laagsimsestraat 39 te 3570 Alken wordt een toelage van €350,00 toegekend voor aanplant en 5 jarige vormsnoei van een hoogstamboomgaard, conform het gemeenteraadsbesluit van 27 augustus 2020 inzake een gemeentelijke premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.

Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP001221 van het budget 2025.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Subsidie bestrijding nesten Aziatische hoornaar - budgetwijziging oktober 2025

De gemeenteraad mandateerde het college van burgemeester en schepenen om, indien nodig, het budget van de subsidie bestrijding van nesten Aziatische hoornaar te verhogen zodat alle subsidieaanvragen voor de verdeling van nesten gesubsidieerd kunnen worden. Het budget van € 1000 is overschreden en dient verhoogt te worden.

 

Feiten en context

De gemeenteraad mandateerde het college van burgemeester en schepenen om, indien nodig, het budget van de subsidie bestrijding van nesten Aziatische hoornaar te verhogen zodat alle subsidieaanvragen voor de verdeling van nesten gesubsidieerd kunnen worden. Het budget van € 1000 is overschreden en dient verhoogt te worden.

 

Juridische grond

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het besluit van de Gemeenteraad Alken van 28 augustus 2025 betreffende de subsidie bestrijding nesten Aziatische hoornaar. 

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Er wordt een register bijgehouden van de huidige aanvragen voor de subsidie bestrijding van nesten Aziatische hoornaar. Het budget van € 1000 werd overschreden. Er wordt voorgesteld om het budget te verhogen naar € 1500.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen worden voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 1500

 

MJP-sleutel 002001

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het budget voor de subsidie bestrijding nesten Aziatische hoornaar wordt verhoogd naar € 1500.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Subsidie herbruikbaar bekers en cateringmateriaal 2025

Volgende begunstigde dienden voor werkingsjaar 1 september 2024 - 31 augustus 2025 een subsidiedossier voor herbruikbaar cateringmateriaal en bekers in:

        OLF Alken vzw

 

Feiten en context

Volgende begunstigde dienden voor werkingsjaar 1 september 2024 - 31 augustus 2025 een subsidiedossier voor herbruikbaar cateringmateriaal en bekers in:

        OLF Alken vzw

 

Juridische grond

Op de gemeenteraad van 28 augustus 2025 werd het subsidiereglement cateringmateriaal goedgekeurd.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Door de financiële ondersteuning voor herbruikbaar materiaal wordt gewerkt naar een verbreding van de duurzaamheid en afvalvermindering bij evenementen. Naast een lagere milieu-impact, minder afval en propere terreinen, zorgen herbruikbare eet- en drankmaterialen ook voor minder zwerfvuil rond het evenement.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn als volgt:

 "Artikel 4 – Toekenning

 De subsidie is van toepassing op de factuur met betrekking tot huur, transport en                afwas van het herbruikbaar cateringmateriaal. Kosten voor verloren, kapotte of                                           beschadigde bekers, annuleringskosten en boetes komen niet in aanmerking voor de                             subsidie. De uitbetaling gebeurt op het opgegeven rekeningnummer bij de aanvraag.

 

De subsidie voorziet een terugbetaling van 50% van de eindfactuur van de kosten  (inclusief btw) voor het huren en reinigen van herbruikbaar cateringmateriaal inclusief de transportkosten met een maximum van 150 euro (< 2.000 bezoekers) en 500 euro (> 2.000 bezoekers)."

 

De subsidieberekening per beschuldigde:

        OLF Alken vzw

       vzw met maatschappelijke zetel te Alken waarvan 2/3 van de bestuursleden inwoners zijn van Alken.

       Adres: Rijdreef 28, te 3570 Alken

       Rekeningnummer BE51 7350 3829 3362

       Subsidiebedrag: € 500 (meer dan 2.000 bezoekers, 50% factuur met maximum € 500)

 

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 500

Niet van toepassing

MJP001216

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om de volgende begunstigde een subsidie toe te kennen;

        OLF Alken vzw

Artikel 2: De subsidie per begunstigde bedraagt:

        OLF Alken vzw

       vzw met maatschappelijke zetel te Alken waarvan 2/3 van de bestuursleden inwoners zijn van Alken.

       Adres: Rijdreef 28, te 3570 Alken

       Subsidiebedrag: € 500

       Rekeningnummer BE51 7350 3829 3362

Artikel 3: De dienst financiën wordt opdracht gegeven om de berekende bedragen te storten op de respectievelijke rekeningen van de begunstigde. Het totaal van deze subsidie bedraagt € 500. Dit bedrag is voorzien onder registratiesleutel: MJP001216.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 08 10 2025

 

Goedkeuring reglementen Limburg.net

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.