Zitting van 18 02 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 11.02.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 11.02.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 11.02.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 18 02 2026
Gemeenteraad - Mededeling Definitieve Agenda dd. 26.02.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 26.02.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 26.02.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt er kennis van dat de voorzitter van de gemeenteraad, de heer Jan Robeyns, de gemeenteraad samenroept op donderdag 26 februari 2026 om 20u00.
Zitting van 18 02 2026
Oprichting GIEC
Besluit
Zitting van 18 02 2026
Uitnodiging Opening De Kompanie op 04 maart 2026
Besluit
Zitting van 18 02 2026
De Bosgroep - Algemene Vergadering dd. 26.03.2026
Besluit
Zitting van 18 02 2026
Plan van aanpak uitrol mobiliteitsplan
Op de gemeenteraad van 30 mei 2024 werd het gemeentelijk mobiliteitsplan goedgekeurd. In de kader van de uitrol van het mobiliteitsplan wordt voorgesteld om te starten met de snelheidsvisie volgens het mobiliteitsplan.
Feiten en context
Op de gemeenteraad van 30 mei 2024 werd het gemeentelijk mobiliteitsplan goedgekeurd. In de kader van de uitrol van het mobiliteitsplan wordt voorgesteld om te starten met de snelheidsvisie volgens het mobiliteitsplan.
Juridische grond
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56
Besluit van de gemeenteraad van 30 mei 2024
Adviezen
Gunstig advies van verkeerscommissie 26/01/2026
Argumentatie
De snelheidsvisie werd, in overleg tussen de schepen van Mobiliteit en de mobiliteitsambtenaar, aangeduid als het meest prioritaire onderdeel in de uitrol van het mobiliteitsplan. Een helder en uniform snelheidsbeleid vormt daarbij de ruggengraat van het mobiliteitsplan en legt een stevige basis voor de verdere uitwerking van de thema’s die nadien aan bod komen. In de volgende fase wordt er gewerkt aan de fietszones.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de voorgestelde uitrol van het mobiliteitsplan, waarbij in de eerste fase de snelheidsvisie zal worden uitgerold, goed.
Zitting van 18 02 2026
Schrappen buslijn 219 - mandaat VVR
De Vlaamse overheid legt een besparing van 35,5 miljoen euro op voor De Lijn. Hiervan moet de vervoerregio Limburg 5,5 miljoen euro besparen. De besparingen gelden voor zowel het kernnet, het Aanvullend net als het VOM-vast. De invoering is gepland op 1 juli 2026, schoolaanpassingen vanaf 1 september. De methodiek die gehanteerd wordt houdt rekening met de gemiddelde maximale bezetting. Per rit wordt de hoogste bezetting berekend, daarna wordt hiervan een gemiddelde genomen. De drempelwaarde is < 8 reizigers tussen 06:00–20:00 → budget van De Lijn telt mee voor besparing. Hoe lager de bezetting, hoe groter de besparing die aan deze lijn wordt toegewezen.
Tijdens de vervoerregioraad van 9 februari 2026 werd het besparingsplan toegelicht waarbij buslijn 219 die passeert in Sint-Joris geschrapt zou worden.
Feiten en context
De Vlaamse overheid legt een besparing van 35,5 miljoen euro op voor De Lijn. Hiervan moet de vervoerregio Limburg 5,5 miljoen euro besparen. De besparingen gelden voor zowel het kernnet, het Aanvullend net als het VOM-vast. De invoering is gepland op 1 juli 2026, schoolaanpassingen vanaf 1 september. De methodiek die gehanteerd wordt houdt rekening met de gemiddelde maximale bezetting. Per rit wordt de hoogste bezetting berekend, daarna wordt hiervan een gemiddelde genomen. De drempelwaarde is < 8 reizigers tussen 06:00–20:00 → budget van De Lijn telt mee voor besparing. Hoe lager de bezetting, hoe groter de besparing die aan deze lijn wordt toegewezen.
Tijdens de vervoerregioraad van 9 februari 2026 werd het besparingsplan toegelicht waarbij buslijn 219 die passeert in Alken Sint-Joris geschrapt zou worden.
Juridische grond
Decreet lokaal bestuur 22 december 2017, onder andere artikel 56.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het schrappen van een buslijn in je gemeente moet worden tegengegaan omdat ouderen, jongeren en mensen zonder auto vaak afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Het beperken van deze groepen door het laten verdwijnen van een buslijn, kan zorgen voor sociale isolatie en de beperking in vrijheid van de verschillende groepen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verklaart zich principieel akkoord om een uitdrukkelijk mandaat aan de afgevaardigde van de gemeente Alken in de vervoerregioraad Limburg, zijnde de schepen voor mobiliteit of bij dienst afwezigheid de mobiliteitsambtenaar,
te verlenen om het plan voor de schrapping van lijn 219 niet goed te keuren in de vervoerregioraad en geeft verder de opdracht om het dossier voor te leggen aan de gemeenteraad van februari 2026.
Zitting van 18 02 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de aankondiging van de "Blue Bike" deelfietsen.
Zitting van 18 02 2026
Kennisname van het schrijven van de gemeente Alken aan minister Brouns d.d. 12.02.2026 houdende de aanvraag tot uitstel voor het indienen van de eindafrekening betreffende Subsidie Blue Deal 2.0.
Besluit
Zitting van 18 02 2026
Belastingkohier inname gemeentelijk domein: Terrassen 2026
Het kohier betreffende de belasting inname gemeentelijk domein, inname terrassen voor het jaar 2026 bedraagt 344,00 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de belasting inname gemeentelijk domein, inname terrassen voor het jaar 2026 bedraagt 344,00 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 18/12/2025 betreffende de belasting inname gemeentelijk domein.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
344,00 euro | nvt | MJP002187 |
Datum visumaanvraag: | nvt | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | nvt | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de inname gemeentelijk domein - terrassen voor 2026 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 344,00 euro.
Zitting van 18 02 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 18 02 2026
Delegatie van bevoegdheid aan het College van burgemeester en schepenen in verband met financieel beheer
Besluit
Zitting van 18 02 2026
Kijk, ik fiets 2026
Het organiseren van 'Kijk, ik fiets'- lessen voor kinderen van 4 tot 7 jaar.
In het verleden is er met de gemeente Nieuwerkerken een samenwerking tot stand gekomen waarbij we de materialen (fietshesjes en fietsstokken) aan elkaar uitwisselen.
Om de kwaliteit te bewaken worden er maximum 10 kinderen per les toegelaten
(in functie van 1 lesgever).
De begeleiding gebeurt door een van de ouders (of grootouders). De fietslessen vinden plaats onder leiding van de sportfunctionaris en/of medewerker dienst vrije tijd.
Prijs per kind: €4,00 (incl. verzekering)
De kinderen ontvangen na afloop een diploma.
Datums:
Woensdag 6 mei 13.30-15u.
Woensdag 9 september 13.30-15u.
De locatie van de fietslessen in Alken zijn afhankelijk van het weer. Bij voorkeur buiten op de atletiekpiste. Bij slecht weer kunnen de lessen in de sporthal doorgaan.
Via de verschillende gemeente kanalen zal er promotie gemaakt worden.
Feiten en context
Het organiseren van 'Kijk, ik fiets'- lessen voor kinderen van 4 tot 7 jaar.
In het verleden is er met de gemeente Nieuwerkerken een samenwerking tot stand gekomen waarbij we de materialen (fietshesjes en fietsstokken) aan elkaar uitwisselen.
Om de kwaliteit te bewaken worden er maximum 10 kinderen per les toegelaten
(in functie van 1 lesgever).
De begeleiding gebeurt door een van de ouders (of grootouders). De fietslessen vinden plaats onder leiding van de sportfunctionaris en/of medewerker dienst vrije tijd.
Prijs per kind: €4,00 (incl. verzekering)
De kinderen ontvangen na afloop een diploma.
Datums:
Woensdag 6 mei 13.30-15u.
Woensdag 9 september 13.30-15u.
De locatie van de fietslessen in Alken zijn afhankelijk van het weer. Bij voorkeur buiten op de atletiekpiste. Bij slecht weer kunnen de lessen in de sporthal doorgaan.
Via de verschillende gemeente kanalen zal er promotie gemaakt worden.
Juridische grond
DLB art. 56
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het organiseren van fietslessen voor kinderen van 4 t.e.m. 7 jaar.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het organiseren van de kijk, ik fiets-lessen.
Zitting van 18 02 2026
Kleutersportdagen 2026
Jaarlijks organiseren we een kleutersportdag in de sporthal waarbij we de kleuters van alle Alkense scholen (+ Ulbeek) ontvangen. Iedere school komt één halve dag (2 uur) naar de sporthal. Dit jaar zal de sportdag door de organisatie 'TS Events' worden ingericht. Geplande datums voor 2026: maandag 23 februari en dinsdag 24 februari 2026. Vanwege de omgevingswerken rond de sporthal en de beperkte bereikbaarheid, zal het gemeentebestuur busvervoer inleggen om de kleuters veilig tot aan de sporthal te brengen. De scholen betalen € 3,00 per deelnemende kleuter.
Feiten en context
Jaarlijks organiseren we een kleutersportdag in de sporthal waarbij we de kleuters van alle Alkense scholen (+ Ulbeek) ontvangen. Iedere school komt één halve dag (2 uur) naar de sporthal. Dit jaar zal de sportdag door de organisatie 'TS Events' worden ingericht. Geplande datums voor 2026: maandag 23 februari en dinsdag 24 februari 2026. Vanwege de omgevingswerken rond de sporthal en de beperkte bereikbaarheid, zal het gemeentebestuur busvervoer inleggen om de kleuters veilig tot aan de sporthal te brengen. De scholen betalen € 3,00 per deelnemende kleuter.
Juridische grond
Niet van toepassing.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Om het sporten en bewegen bij de kleuters te stimuleren organiseren we jaarlijks een kleutersportdag. Elke kleuter krijgt dan een halve dag (2 uur) verschillende sport- en bewegingsvormen door diplomeerde en professionele begeleiders aangeboden.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 1.897,40 | 21% | MJP001300 |
€ 3.200,00 | 21% | MJP001352 |
Datum visumaanvraag: |
| |
Datum goedkeuring visumaanvraag: |
| |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het organiseren van de kleutersportdagen in sporthal De Alk op maandag 23 februari en dinsdag 24 februari 2026.
Zitting van 18 02 2026
Principiële goedkeuring Chefs on Wheels 29+30.08
Onlangs vond de evaluatie plaats van het Foodtruck Festival van Chefs on Wheels in 2025. Het Foodtruck Festival ging, omwille van de werken in het recreatiedomein, door op het kerkplein en een stukje van de St.-Aldegondislaan. De organisatie was, ondanks de minder goede weersomstandigheden op zondag, toch heel blij met de opkomst en vond het een geslaagd Foodtruck Festival. In 2026 hebben zij nog maar één weekend beschikbaar voor de organisatie van het Foodtruck Festival in Alken en dat is op zaterdag 29 en zondag 30 augustus 2026. Dat weekend is het ook kermis in Alken-Centrum. De standhouders van de kermis in augustus zijn vragende partij voor extra beleving bij de kermis zodat er wat meer opkomst zou zijn. Wij denken dan ook dat beide organisaties elkaar kunnen versterken en zouden graag beide evenementen gelijktijdig laten doorgaan. Daarnaast willen we ook bekijken hoe we het budget voor de kermisbonnen anders kunnen inzetten, door bijvoorbeeld een incentive op te zetten dat weekend om de bezoekers van het ene naar het andere event te laten gaan. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt een principiële goedkeuring gevraagd om Chefs on Wheels door te laten gaan tijdens het weekend van 29 en 30 augustus 2026 en het inzetten van het budget van de kermisbonnen anders te mogen bekijken.
Feiten en context
Onlangs vond de evaluatie plaats van het Foodtruck Festival van Chefs on Wheels in 2025. Het Foodtruck Festival ging, omwille van de werken in het recreatiedomein, door op het kerkplein en een stukje van de St.-Aldegondislaan. De organisatie was, ondanks de minder goede weersomstandigheden op zondag, toch heel blij met de opkomst en vond het een geslaagd Foodtruck Festival. In 2026 hebben zij nog maar één weekend beschikbaar voor de organisatie van het Foodtruck Festival in Alken en dat is op zaterdag 29 en zondag 30 augustus 2026. Dat weekend is het ook kermis in Alken-Centrum. De standhouders van de kermis in augustus zijn vragende partij voor extra beleving bij de kermis zodat er wat meer opkomst zou zijn. Wij denken dan ook dat beide organisaties elkaar kunnen versterken en zouden graag beide evenementen gelijktijdig laten doorgaan. Daarnaast willen we ook bekijken hoe we het budget voor de kermisbonnen anders kunnen inzetten, door bijvoorbeeld een incentive op te zetten dat weekend om de bezoekers van het ene naar het andere event te laten gaan. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt een principiële goedkeuring gevraagd om Chefs on Wheels door te laten gaan tijdens het weekend van 29 en 30 augustus 2026 en het inzetten van het budget van de kermisbonnen anders te mogen bekijken.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Om de kermis in Alken-Centrum in augustus van extra beleving te voorzien is het aangewezen om het Foodtruck Festival Chefs on Wheels tijdens hetzelfde weekend te laten doorgaan.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 450 | Niet van toepassing | MJP001329 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor het organiseren van het Foodtruck Festival Chefs on Wheels tijdens hetzelfde weekend als de kermis, nl. op zaterdag 29 en zondag 30 augustus 2026.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating om uit te zoeken hoe het budget van de kermisbonnen anders gebruikt kan worden om de kermis een extra stimulans te geven.
Zitting van 18 02 2026
Aanvraag drankvergunning voor gegiste en sterke dranken voor de uitbating van forelvijver De Kluis
Bamps Ernest, wonende te Weyerstraat 31 in 3570 Alken, uitbater van forelvijver De Kluis te Weyerstraat 31 in 3570 Alken, vraag een drankvergunning voor gegiste en sterke dranken voor de uitbating van forelvijver De Kluis. Forelvijver De Kluis is momenteel open en dit betreft dus een regularisering.
Feiten en context
Bamps Ernest, wonende te Weyerstraat 31 in 3570 Alken, uitbater van forelvijver De Kluis te Weyerstraat 31 in 3570 Alken, vraag een drankvergunning voor gegiste en sterke dranken voor de uitbating van forelvijver De Kluis. forelvijver De Kluis is momenteel open en dit betreft dus een regularisering.
Juridische grond
Het koninklijk besluit van 03/04/1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, inzonderheid art. 5, 6 en 7;
De wet van 28/12/1983, betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, en latere wijzigingen;
De wet op de administratieve vereenvoudiging d.d. 15/12/2005 betreffende de vergunning voor het schenken van gegiste dranken en van sterke dranken;
De aanvragers bevinden zich niet in één van de gevallen van uitsluiting bepaald bij artikel 11, § 1, 2° tot 9° van de wet van 28/12/1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke dranken;
Het provinciaal horecareglement inzake brandveiligheid dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad op 26 januari 2017;
Adviezen
Permanent gunstig advies van de brandweer
Argumentatie
Alle voorwaarden zijn voldaan om een drankvergunning af te leveren. De vergunninghouder staat zelf in om tijdig te voldoen aan de voorwaarden opgenomen in het brandweerattest en dient dit attest zelf aan te vragen en te bezorgen aan het gemeentebestuur.
In bijlage:
- Registratie FOD economie
- Kopie identiteitskaart
- Bewijs verzekering
- Uittreksel strafregister
- Aanvraag drankvergunning
- Brandweerattest
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent vergunning aan Bamps Ernest wonende te Weyerstraat 31 in 3570 Alken, voor het verkopen, verstrekken en schenken van gegiste en sterke dranken in Forelvijver De Kluis, Weyerstraat 31 te 3570 Alken.
Artikel 2: De uitbater zorgt ten alle tijde voor de correcte affichage van de vergunning FAVV, geldende alcoholverboden, de wet op de beteugeling van dronkenschap en alle andere wettelijke verplichtingen.
Zitting van 18 02 2026
Subsidieaanvraag Atletiekclub Alken
Besluit
Zitting van 18 02 2026
Attest van verdeling
Op 22 januari 2026 ontvingen we van notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Hameestraat 22, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nr. 312/F4.
Feiten en context
Op 22 januari 2026 ontvingen we van notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Hameestraat 22, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nr. 312/F4.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het perceel kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nr. 312/F4 wordt gesplitst van het perceel kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nr. 312/H4 en 312/K4.
De reden van splitsing is de verkoop van de woning.
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP, wél binnen de omschrijving van een verkaveling dd. 05/09/1968 met intern kenmerk 077/bis.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos voor het perceel gelegen Hameestraat 22, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nr. 312/F4.
Zitting van 18 02 2026
Machtiging gouverneur - toep. art. 4, §2 Wet 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect - tekenen plannen
Op 12 februari ll. ontvingen wij een aanvraag per email vanwege de provincie Limburg, federale taken, dienst toezicht, aangaande het verlenen van een advies voor het zelf tekenen van de bouwplannen ingediend door mevrouw Lieselotte Vinken, Rechtstraat 1A te Alken.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om een advies te verlenen aangaande deze aanvraag.
Feiten en context
Op 12 februari ll. ontvingen wij een aanvraag per email vanwege de provincie Limburg, federale taken, dienst toezicht, aangaande het verlenen van een advies voor het zelf tekenen van de bouwplannen ingediend door mevrouw Lieselotte Vinken, Rechtstraat 1A te Alken.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om een advies te verlenen aangaande deze aanvraag. Dit advies dient dan overgemaakt te worden aan de gouverneur voor het verlenen van de machtiging tot het zelf tekenen van de bouwplannen.
Bij deze aanvraag werden de nodige stukken gevoegd ter verantwoording van deze aanvraag (zie bijlage)
Juridische grond
Artikel 4, alinea 1 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect dat bepaalt dat de Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen en de particulieren een beroep dienen te doen op de medewerking van een architect voor het opstellen van de plannen en de controle op de uitvoering van werken, waarvoor door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd.
Artikel 4 § 2 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel van het beroep van architect dat bepaalt dat de gouverneur afwijkingen kan toestaan aan de openbare instellingen en de particulieren, op voorstel van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de werken uitgevoerd moeten worden.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Op basis van de toegevoegde stukken, waaronder het diploma van mevrouw Lieselotte Vinken en het feit dat zij eigenaar is van de woning en het perceel gesitueerd Rechtstraat 1A te Alken kan er een gunstig advies verleend worden voor het zelf tekenen van de plannen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent een gunstig advies aangaande de aanvraag voor het zelf tekenen van de bouwplannen door mevrouw Lieselotte Vinken, Rechtstraat 1A te Alken met betrekking tot het indienen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een tuinberging op het perceel Rechtstraat 1A, kadastraal gekend als afdeling 2 Sie E nr. 1/m2.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de gouverneur van de provincie Limburg.
Zitting van 18 02 2026
Omgevingsvergunning 1071
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een carport tegen een ééngezinswoning ingediend door Benny Vanheers wonende te Alkerstraat 11 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Alkerstraat 11, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 791 F. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Benny Vanheers wonende te Alkerstraat 11 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Alkerstraat 11
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nr. 791F
|
Projectnaam: | Alkerstraat 11 - Vanheers Benny
|
Dossiernummer: | 2025133
|
Intern dossiernummer: | 1071
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025132303
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een carport tegen een ééngezinswoning en regulariseren van 2 parkings in de voortuin.
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het plaatsen van een carport tegen een ééngezinswoning en regulariseren van 2 parkings in de voortuin.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied en agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg Centrum 2 - vel 2 / wijziging (Koutermanstraat), goedgekeurd op 29 april 1991.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project de bouw van een carport betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.
De verordening is niet van toepassing als het hemelwater op eigen terrein in de onverharde zone infiltreert zonder dat hiervoor een afvoersysteem moet worden aangelegd, dakgoten en standpijpen uitgezonderd.
De onverharde zone moet een minimale oppervlakte hebben van een vierde van de afwaterende oppervlakte
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 31 oktober 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 25 november 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 5 december 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 3 januari 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA |
|
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E 791 F
De woning dateert van 1989 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 27/01/1988 een stedenbouwkundige vergunning (2276) voor het bouwen van een eengezinswoning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 16/03/2005 een stedenbouwkundige vergunning (4582) voor bouwen van een veranda werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 05/03/1986 een verkavelingsvergunning (359) voor nieuwe verkaveling werd
Verleend door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag is gelegen aan een gemeenteweg, zijnde de Alkerstraat, dewelke voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open ééngezinswoningen en geschakelde ééngezinswoningen en landbouwgronden.
De aanvraag betreft het bouwen van een carport aansluitend aan de eengezinswoning en het regulariseren van parking in de voortuin.
De carport dient geplaatst te worden ter hoogte van de linker zijgevel. Bij het zoeken naar een overkapping is er gekeken naar een esthetisch kwalitatief product dat mooi aansluit bij de eengezinswoning. Door middel van een slanke structuur in hout (zwart) met een zwarte aluminium dakboord (dakrand) en dakrandprofiel wordt er gezorgd dat de carport goed in de omgeving opgaat. Door deze tint gaat het ook slanker aanvoelen. De maatvoering van de carport bedraagt 3,5m op 6,2m en wordt 5m achter de voorgevel geplaatst. Deze zone wordt afgesloten door een bestaande poort die de privacy naar de achtertuin dient te bewaren. De carport staat conform het inplantingsplan op de perceelsgrens. De structuur staat 10 cm langs de perceelgrens. De afwatering zal gebeuren op eigen terrein. Zoals aangegeven op het inplantingsplan is de bebouwing en verhardingsindex uitgerekend. De maximale bebouwing en verhardingsindex kan maximaal 40% bedragen binnen de eerste 50m van het perceel. Deze valt hieronder en bedraagt 36,2%. Voor de carport is er met de buur (Alkerstraat 9) een akkoord om de carport tot op de perceelsgrens te plaatsen. Bijkomend worden er twee staanplaatsen aansluitend op de oprit opgenomen in de omgevingsaanvraag die reeds aangelegd zijn voor het jaar 1998.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in strijd met de voorschriften van het geldende BPA Centrum II vel 2 wijziging (Koutermanstraat), d.d. 29 april 1991.
Overwegende dat er een aangebouwde constructie wordt aangevraagd tegen de linker zijgevel in de bouwvrije zijtuinstrook.
De voorschriften van het BPA stellen dat: de afstand van een niet gemeenschappelijke zijgevel tot de laterale grens van de kavel moet ten minste 3 m bedragen.
Het betreft hier een ouder BPA (ouder dan 15 jaar) waardoor er door de wijziging inzake de codextrein, deze BPA-voorschriften geen weigeringsgrond meer vormen.
Toepassing van artikel 4.4.9/1 (BPA ouder dan 15 jaar) VCRO:
‘Artikel 4.4.9/1: Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag. Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Het plaatsen van een open carport betreft een lichte constructie die het open karakter van de bebouwing niet zal aantasten.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 5 december 2025 tot 3 januari 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 5 december 2025 tot 3 januari 2026. Er werden naar aanleiding van het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en ruimtelijk inpasbaar.
- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er is voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De regularisatie van de verharding en bouw carport betreft gangbare inrichtingen bij een bestaande woning en de invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Visueel-vormelijke elementen: De aanvraag is naar materiaalgebruik en uitwerking aanvaardbaar. Naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur wordt er gestreefd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De aanvraag is beperkt in omvang waardoor deze nauwelijks invloed zal hebben op de beschouwde beoordelingsaspecten.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Het opgevangen hemelwater van de carport dient op eigen perceel te infiltreren. De hanggoot van de constructie mag niet overhangen naar het aanpalend perceel indien noodzakelijk dient er met een inbouwgoot gewerkt te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 18/02/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Benny Vanheers wonende te Alkerstraat 11 te 3570 Alken, het plaatsen van een carport tegen een ééngezinswoning en de regularisatie van 2 parkings in de voortuin, gelegen Alkerstraat 11, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 791 F voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het opgevangen hemelwater van de carport dient op eigen perceel te infiltreren. De hanggoot van de constructie mag niet overhangen naar het aanpalend perceel indien noodzakelijk dient er met een inbouwgoot gewerkt te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 18 02 2026
Omgevingsvergunning 1079
Aanvraag omgevingsvergunning over: het verbouwen van een woning ingediend door Tom en Yannick Van Haecht - Bellemans wonende te Pleinstraat 55 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Pleinstraat 55, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 291 W, (afd. 2) sectie G 291 K en (afd. 2) sectie G 292 B2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Tom en Yannick Van Haecht - Bellemans wonende te Pleinstraat 55 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Pleinstraat 55
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie G nrs. 291W, 291K en 292B2
|
Projectnaam: | Pleinstraat 55 - VanHaecht-Bellemans
|
Dossiernummer: | 2025145
|
Intern dossiernummer: | 1079
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025149811
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het verbouwen van een woning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het verbouwen van een ééngezinswoning
● Het aanpassen van verhardingen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
Overwegende dat de agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP.
De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk de verbouwing van de bestaande ééngezinwoning, geen omvangrijke oppervlakte heeft en niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van hemelwater in de bodem beperkt.
De horizontale dakoppervlakte bedraagt ongeveer 197m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening van 7 000 liter met een infiltratieoppervlakte van 26m². De diepte van de infiltratievoorziening bedraagt max. 50 cm.
Er werd op de plannen melding gemaakt van het voorzien van een nieuwe inrit, een terras en tuinpad. Deze verharding kan dan op het eigen perceel infiltreren naast de verharding.
Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.
Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de spoeling van de toiletten, een wasmachine en een buitenkraan. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
Milieu:
//
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 9 december 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 14 januari 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 11 februari 2026 |
1.f. Historiek
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de bestaande ééngezinswoningen te verbouwen en de verhardingen her aan te leggen op het perceel.
Het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg, zijnde de Pleinstraat, gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een variatie aan bebouwingen en dit in verschillende typologieën en bouwstijlen. Aan de linkerzijde van het perceel Pleinstraat 53a bevindt zich een open bebouwing Aan de rechterzijde van de woning Pleinstraat 57a is er een halfopen ééngezinswoning gesitueerd.
De bouwheer wenst het bestaande woongedeelte te verbouwen ter optimalisatie en modernisering van de woning, en dat binnen het bestaande volume. Het zadeldak van het hoofdvolume blijft behouden, de achterbouw wordt volledig onder plat dak gebracht.
In het hoofdvolume aan de voorzijde zullen op het gelijkvloers de inkomhal en leefruimtes behouden blijven. In de bestaande opkamer komen toilet en badkamer. Het poorthuis en de aangrenzende opkamer worden betrokken bij de leefruimtes. Daartoe wordt een nieuwe deuropening tussen de bestaande leefruimte en het poorthuis gemaakt. In de gelijkvloerse achterbouw achter het hoofdvolume komt de open leefkeuken.
De verdieping is toegankelijk via de bestaande trap in de inkomhal ter hoogte van de opkamer, alsook via een nieuw te maken trap in het vroegere schuurgedeelte. Deze wordt ingericht met vijf slaapkamers en bijkomende badkamer en toilet.
Buiten enkele nieuwe raamopeningen in het vroegere schuurgedeelte vinden er geen wijzigingen plaats aan de buitengevels van het hoofdvolume. Waar mogelijk zullen energiebesparende maatregelen worden genomen, zoals het isoleren langs de binnenzijde van de gevels op de verdieping dmv voorzetwanden, vloerisolatie en het plaatsen van nieuw buitenschrijnwerk.
De achterbouw wordt grondiger verbouwd, doch met behoud en binnen de bestaande draagstructuur. Deze zal langs de buitenzijde worden ingepakt met isolatie en worden afgewerkt in een zwart geschilderde, houten gevelbekleding. Het plat dak wordt volledig vernieuwd en geïsoleerd.
De achterliggende bergingen, garage en schuur maken geen deel uit van de voorliggende aanvraag en zullen bijgevolg in hun huidige verschijning behouden blijven. Enkel de asbestplaten op de middelste bergruimte en de garage/fietsenberging zullen conform de geldende richtlijnen omtrent asbestverwijdering verwijderd en vervangen worden door nieuwe golfplaten. De bergruimtes zullen de functie van tuinberging etc vervullen, het bakhuis zal op termijn gerestaureerd en terug in gebruik genomen worden, de garage wordt gebruikt als overdekte fietsenstalling en de schuur zal dienst doen als stalling voor de tractor en toebehoren voor het beheer en onderhoud van de achterliggende weilanden.
Aan de rechterzijde van de woning is er een aansluiting met het achterliggende perceel, maar deze wordt belemmerd door een open gracht ter hoogte van het openbaar domein. Er zal worden aangevraagd bij Fluvius om deze te laten inbuizen, zodat de toegang tot het terrein langs hier kan en niet meer via het poorthuis hoeft te gebeuren.
Zo kan er een karrenspoor richting de zij- en achtertuin worden aangelegd, met daarop aangrenzend een parkeerzone voor drie voertuigen, aangelegd in waterdoorlatende grastegels. Deze parkeerzone zal een oppervlakte hebben van 66,15m² en wordt voorzien op ongeveer 1m50 van de achtergevel van het woongedeelte en op ongeveer 3m70 van de rechter perceelsgrens. Er kunnen op deze manier 3 voertuigen langs elkaar geparkeerd worden in aansluiting met de nieuwe toegang/inrit. Parkeren en in- en uitrijden dient dan niet meer in de openbare zone voor het gebouw te gebeuren.
Achteraan zal de bestaande betonverharding worden opgebroken en enkel ter hoogte van de keuken zal een terras worden aangelegd met een oppervlakte van 33m² (helling max 2%), afwaterend naar eigen terrein. De overige verhardingen blijven beperkt tot de noodzakelijke toegangspaden tot de woning. De binnenplaats zal verder zo veel mogelijk worden vergroend met gazon en streekeigen aanplantingen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan, zijnde woongebied met landelijk karakter.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 14 januari 2026 | 22 januari 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Interne Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Technische dienst, gemeente Alken | 14 januari 2026 | 14 januari 2026 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 14.01.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius. Op 22.01.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000119919 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 14.01.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de technische dienst, gemeente Alken. Op 14.01.202 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft het verbouwen van een bestaande open ééngezinswoning. De voorgestelde uitbreiding en verbouwing van het hoofdvolume is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan. Het betreft de verbouwing van een open ééngezinswoning in een landelijk woongebied en de voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving.
● Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein door de realisatie van een nieuwe inrit/toegang en het voorzien van 3 parkeerplaatsen.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: voorliggende aanvraag heeft dezelfde schaalgrootte van de bestaande bebouwing en valt dan ook niet uit de toon ten opzichte van de omliggende woningen. Door de modernisering en verbouwing van de achterbouw zal onderhavig ontwerp in verhouding met de bestaande toestand, een verbetering betreffen. Voorliggend ontwerp zal in zijn huidige vorm aansluiten op de schaal van zijn omgeving alsook de schaal van het bouwperceel. Het betreft tevens een verbouwing in harmonie met de bestaande bebouwing. De inplanting van de woning blijft behouden waardoor enige hinder naar buurpercelen toe zeer beperkt blijft en als niet-uitzonderlijk kunnen beschouwd worden. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De aanvraag heeft geen invloed op het bestaande ruimtegebruik. De tuinzone is gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
● Visueel-vormelijke elementen: het bestaande hoofdvolume en de verbouwingen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang. De materialen die gebruikt worden zijn afgestemd op de huidige bebouwing, zijnde de achterbouw wordt langs de buitenzijde ingepakt met isolatie en wordt afgewerkt in een zwart geschilderde, houten gevelbekleding. Het plat dak wordt volledig vernieuwd en geïsoleerd.
● Cultuurhistorische aspecten: . Het perceel en deze eigendom zijn niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting, de verbouwing van deze ééngezinswoning en door het afschermen van de buitenruimte de privacy van de omwonenden niet wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Het verwijderen van eventuele asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk.
● Alle verhardingen voor de realisatie van de paden, toegangen, inritten en parkeerplaatsen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden zowel in opbouw als fundering. Deze dienen zich tevens te beperken tot de woonzone.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius ref. 5000119919 d.d. 22.01.2026 dienen nageleefd te worden.
● Het advies van de technische dienst, gemeente Alken dient nageleefd te worden, zijnde er dient een gescheiden stelsel voorzien te worden voor de aansluiting op de riolering.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 25/02/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Tom en Yannick Van Haecht - Bellemans wonende te Pleinstraat 55 te 3570 Alken, het verbouwen van een woning, gelegen Pleinstraat 55, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 291 W, (afd. 2) sectie G 291 K en (afd. 2) sectie G 292 B2 .wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het verwijderen van eventuele asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk.
● Alle verhardingen voor de realisatie van de paden, toegangen, inritten en parkeerplaatsen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden zowel in opbouw als fundering. Deze dienen zich tevens te beperken tot de woonzone.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius ref. 5000119919 d.d. 22.01.2026 dienen nageleefd te worden.
● Het advies van de technische dienst, gemeente Alken dient nageleefd te worden, zijnde er dient een gescheiden stelsel voorzien te worden voor de aansluiting op de riolering.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 18 02 2026
Omgevingsvergunning 1081
Aanvraag omgevingsvergunning over: de verbouwing en uitbreiding van een open bebouwing ingediend door Frederikus en Martine Wolf - Schreurs wonende te Hoogstraat 59 te 3730 Bilzen-Hoeselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Motstraat 23, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 501 W2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Frederikus en Martine Wolf - Schreurs wonende te Hoogstraat 59 te 3730 Bilzen-Hoeselt
|
Ligging van het perceel: | Motstraat 23
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 501W2
|
Projectnaam: | Motstraat 23 - Wolf-Schreurs
|
Dossiernummer: | 2025147
|
Intern dossiernummer: | 1081
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025137054
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de verbouwing en uitbreiding van een open bebouwing
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● De verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP.
De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk de verbouwing van de bestaande ééngezinswoning, geen omvangrijke oppervlakte heeft en niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van hemelwater in de bodem beperkt.
De horizontale dakoppervlakte voor het te verbouwen en uit te breiden gedeelte bedraagt 143,45m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening van 4 000 liter met een infiltratieoppervlakte van 14m². De diepte van de infiltratievoorziening bedraagt max. 50 cm.
Er werd op de plannen melding gemaakt van de verhardingen op het terrein, deze verhardingen kunnen op het eigen perceel infiltreren naast of door de waterdoorlatende verharding.
Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.
Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de spoeling van de toiletten, poetswater, een wasmachine en een buitenkraan. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 12 december 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 14 januari 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 12 februari 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 501 W2
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 01/12/1999 een stedenbouwkundige vergunning (3585) voor plaatsen afsluitpalen met poort werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 23/01/2002 een stedenbouwkundige vergunning (3925) voor het kappen van 2 bomen. werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 22/03/2006 een stedenbouwkundige vergunning (4786) voor plaatsen van een openlucht zwembad werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de bestaande ééngezinswoning te verbouwen en uit te breiden.
Het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde de Motstraat, gelet op de plaatselijke toestand. Dit betreft een gewestweg die de gemeente doorkruist in het centrum van Alken. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een variatie aan bebouwingen en dit in verschillende typologieën en bouwstijlen. Zowel aan de linkerzijde als rechterzijde van het perceel bevindt zich een open bebouwing.
Huidige aanvraag heeft betrekking op de vernieuwbouw en uitbreiding van de keuken en de verbouwing van de veranda van de woning. Deze uitbreiding/verbouwing situeert zich aan de rechter achterzijde van de bestaande woning. Een gedeelte van de bestaande keuken wordt afgebroken, herbouwd en uitgebreid. De uitbreiding is opgedeeld in een open keuken en een eethoek en is te bereiken via de bestaande eetkamer.
De uitbreiding is voorzien van een hellend rieten dak met een nokhoogte van 7,42m en een kroonlijsthoogte van 4,98m. Een gedeelte van het dak zorgt voor een overdekt gedeelte van het terras. Muren worden opgetrokken in dezelfde witte gevelstenen als de bestaande woning. Bestaande buitenmuren van de keuken die niet zijn afgebroken worden aan de binnenkant geïsoleerd.
Intern zal de bestaande wc worden afgebroken en die ruimte wordt ingericht als voorraad ruimte. Een van de bestaande ruimtes van de hoofdbouw van de woning wordt ingericht als een was/berging en wc met sas. De voorraad ruimte wordt voorzien van een raam aan de kant van de eethoek.
Het bestaande verhoogde terras wordt afgebroken en hier wordt een nieuw vlonder terras opgebouwd van 63m². Via een trap aan de achtergevel kan men vanuit het verhoogde terras de rest van de tuin bereiken.
De buitenmuren van de veranda worden geïsoleerd door het buitenspouwblad af te breken, de muren te isoleren en buitenblad te metsen in zelfde witte gevelstenen als de hoofdbouw van de woning. Het dak wordt ook na geïsoleerd. Hiervoor dient het dak een hogere opstand te krijgen waardoor de kroonlijsthoogte van de veranda verhoogd wordt naar 3,70m. De veranda wordt voorzien van 2 grote ramen waarbij de hoekraam zorgt voor meer uitzicht naar de tuin. Dit raam wordt voorzien van een deur om het terras te kunnen bereiken.
Op een gedeelte van de bestaande living wordt het dak voorzien van een hellend dak. Het dak wordt bekleed met dezelfde leien pannen als de hoofdbouw.
De woning is gebouwd in een klassieke stijl en de nieuwe gedeeltes van de woning zullen worden vormgegeven gelijkwaardig aan deze klassieke stijl.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan, zijnde woongebied.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 14 januari 2026 | 6 februari 2026 | voorwaardelijk gunstig |
watertoets@vmm.be | 14 januari 2026 | 19 januari 2026 | geen advies |
Fluvius | 14 januari 2026 | 22 januari 2026 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 14.01.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. Op 06.02.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. AV/719/2026/00036 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 14.01.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de VMM, dienst Watertoets. Op 19.01.2026 werd er een melding ontvangen via het omgevingsloket dat zij geen advies wensen te verlenen in dit dossier.
● De aanvraag werd op 14.01.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius. Op 22.01.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000119920 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
//
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande open ééngezinswoning. De voorgestelde uitbreiding en verbouwing van het hoofdvolume is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan. Het betreft de verbouwing van een open ééngezinswoning in een woongebied en de voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving.
● Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er zijn op het eigen perceel voldoende parkeerplaatsen voorzien.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: voorliggende aanvraag betreft een beperkte uitbreiding van de bestaande woning aan de rechter achterzijde van deze woning en heeft dezelfde schaalgrootte van de bestaande bebouwing en valt dan ook niet uit de toon ten opzichte van de omliggende woningen. Door de modernisering en verbouwing van de achterbouw zal onderhavig ontwerp in verhouding met de bestaande toestand, een verbetering betreffen. Voorliggend ontwerp zal in zijn huidige vorm aansluiten op de schaal van zijn omgeving alsook de schaal van het bouwperceel. Het betreft tevens een verbouwing in harmonie met de bestaande bebouwing. De inplanting van de woning blijft behouden waardoor enige hinder naar buurpercelen toe zeer beperkt blijft en als niet-uitzonderlijk kunnen beschouwd worden. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De aanvraag heeft geen invloed op het bestaande ruimtegebruik. De tuinzone is gesitueerd aan de achterzijde en rechterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
● Visueel-vormelijke elementen: het bestaande hoofdvolume en de verbouwingen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang. De materialen die gebruikt worden zijn afgestemd op de huidige bebouwing, de muren worden opgetrokken in dezelfde witte gevelstenen als de bestaande woning. De uitbreiding wordt voorzien van een rieten schilddak en het gedeelte van de dakbedekking boven de living zal worden voorzien door middel van dezelfde leien pannen als het hoofdgebouw. Het buitenschrijnwerk van de uitbreiding wordt voorzien met een zwart aluminium.
● Cultuurhistorische aspecten: . Het perceel en deze eigendom zijn niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting, de verbouwing en uitbreiding van deze ééngezinswoning en door het afschermen van de buitenruimte de privacy van de omwonenden niet wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius ref. 5000119920 d.d. 22.01.2026 dienen nageleefd te worden.
● Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer met ref. AV/719/2026/00036 d.d. 06.02.2026 dient nageleefd te worden.
● De te regulariseren verharding aan de linker achterzijde van het perceel wordt uitgesloten uit deze vergunning gezien er geen noodzaak is voor het voorzien van de aanleg van de kiezelverharding met een oppervlakte van 48,46m² en 51,10m² op deze locatie. Er kan enkel een tuinpad voorzien worden op deze locatie met een max. breedte van 1m. De overige verhardingen dienen hersteld te worden in oorspronkelijke staat en aangelegd te worden als een groene tuinzone en dit binnen het jaar naar het verkrijgen van huidige vergunning.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 18/02/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Frederikus en Martine Wolf - Schreurs wonende te Hoogstraat 59 te 3730 Bilzen-Hoeselt, de verbouwing en uitbreiding van een open bebouwing, gelegen Motstraat 23, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 501 W2, wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius ref. 5000119920 d.d. 22.01.2026 dienen nageleefd te worden.
● Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer met ref. AV/719/2026/00036 d.d. 06.02.2026 dient nageleefd te worden.
● De te regulariseren verharding aan de linker achterzijde van het perceel wordt uitgesloten uit deze vergunning gezien er geen noodzaak is voor het voorzien van de aanleg van de kiezelverharding met een oppervlakte van 48,46m² en 51,10m² op deze locatie. Er kan enkel een tuinpad voorzien worden op deze locatie met een max. breedte van 1m. De overige verhardingen dienen hersteld te worden in oorspronkelijke staat en aangelegd te worden als een groene tuinzone en dit binnen het jaar naar het verkrijgen van huidige vergunning.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 18 02 2026
Begonialaan: ruil met WIL: goedkeuren ontwerpakte met bepaling prijs en voorwaarden
Besluit
Zitting van 18 02 2026
Beslissing deputatie OMV P38 Govaerts Industries
Besluit
Zitting van 18 02 2026
Masterplan Terkoest - NDA & intentieverklaring
Besluit
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.