Zitting van 22 12 2025
Verslag van de vorige zitting dd. 17.12.2025
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 17.12.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 17.12.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 22 12 2025
Verkeerscommissie - aanduiding leden
Conform de statuten dient de adviesraad voor verkeer en mobiliteit opnieuw te worden samengesteld.
De gemeenteraad keurde de statuten van de gemeentelijke adviesraad voor verkeer en mobiliteit goed in zitting van 22 mei 2025 en middels gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 werd de bevoegdheid om de leden aan te stellen, gedelegeerd aan het college.
Feiten en context
Conform de statuten dient de adviesraad voor verkeer en mobiliteit opnieuw te worden samengesteld.
De gemeenteraad keurde de statuten van de gemeentelijke adviesraad voor verkeer en mobiliteit goed in zitting van 22 mei 2025 en middels gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 werd de bevoegdheid om de leden aan te stellen, gedelegeerd aan het college.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Besluit van de gemeenteraad dd. 22 mei 2025 en 23 oktober 2025
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De gemeenteraad keurde de statuten van de gemeentelijke adviesraad voor verkeer en mobiliteit goed in zitting van 22 mei 2025 en middels gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 werd de bevoegdheid om de leden aan te stellen, gedelegeerd aan het college. Middels datzelfde gemeenteraadsbesluit werd uit iedere politieke fractie een niet-stemgerechtigd lid aangeduid, als volgt:
NVA: effectief – Peter Schroyen en als plaatsvervanger – Yoshua Appeltans
Groen Alken: effectief – Sis Luyck en als plaatsvervanger – Leander Kuipers
Vooruit Alken: effectief – Cyriel Albert en als plaatsvervanger – Sarlien Celis
3570: effectief – Gauthier Neven en als plaatsvervanger – Eline Engelen
Absoluut Alken: effectief – Geert Ruysseveldt en als plaatsvervanger – Annelies Oosterlynk
Er gebeurde een oproep voor stemgerechtigde leden, zijnde burgers/ervaringsdeskundigen, leden-deskundigen en kandidaten uit de maatschappelijke geledingen.
Vanuit de maatschappelijke geledingen werden volgende kandidaten voorgedragen:
- Ondernemersraad: Nadia Appeltans (effectief) - Stan Dehollogne (plaatsvervangend)
- Onderwijsraad: Tim Forier
- Landbouwraad: Raf Nagels (effectief) - Yvo Vanderlinden (plaatsvervangend)
- Koepel cultuur/sport/jeugdverenigingen: André Byvoet
- Raad voor personen met een beperking: Magda Hansen
- Milieuraad: Peter Truyers (effectief) - Yvo Vanderlinden (plaatsvervangend)
Volgende burgers dienden hun kandidatuur in:
Jan Brillouet, Erik Geladé, André Vanhex, Katja Franssen.
Conform de statuten kunnen maximaal drie burgers effectief zetelen in de adviesraad. Gezien geen onderscheid gemaakt kan worden naar affiniteit met verkeer en mobiliteit in deze kandidaturen, worden de leden aangeduid naar indiening van hun kandidaten. De drie kandidaten die als eerste hun kandidatuur indienden, worden weerhouden als effectief lid, zijnde: Katja Franssen, André Vanhex, Erik Geladé. Jan Brillouet wordt aangeduid als plaatsvervangend burger(lid).
Volgende deskundigen dienden hun kandidatuur in:
Liessa Iliaens, Stef Willems, Niele Geypens, Jordy Putzeys, Willy Jackers (& Tom Jans)
Liessa Iliaens heeft een opleiding in mobiliteitswetenschappen. Zij werkt momenteel bij het agentschap Wegen en Verkeer voor de regio Vlaams Brabant. Tevens was zij in de vorige legislatuur voorzitter van de gemeentelijke adviesraad voor verkeer en mobiliteit. Zij is dus op verschillende manieren maatschappelijk geëngageerd in Alken.
Stef Willems is woordvoerder van kennisinstituut VIAS, het onafhankelijk Belgisch Kenniscentrum voor verkeersveiligheid en mobiliteit. Als woordvoerder heeft hij contacten met burgers, politie, justitie en andere relevante stakeholders op het domein van verkeersveiligheid.
Niele Geypens studeerde geografie en werkt momenteel bij Fietserbond vzw. Hij zetelt tevens in de GECORO.
Jordy Putzeys heeft een master in de Mobiliteitswetenschappen, waarbij hij zich focuste op verkeersveiligheid. Hij werkt momenteel als mobiliteitsexpert bij studiebureau Sweco.
Willy Jackers is eerste commissaris bij de Politiezone Limburg Regio Hoofdstad en heeft zeer veel expertise in verkeersveiligheid. Tom Jans is Hoofdinspecteur bij de Politiezone Limburg Regio Hoofdstad, wijk Alken.
Conform de statuten kunnen maximaal drie deskundigen in de verkeerscommissie zetelen. Op basis van de ingediende kandidaturen worden volgende personen weerhouden als effectief lid: Liessa Iliaens, Stef Willems en Willy Jackers. Door middel van deze samenstelling zal er zowel kennis op vlak van verkeersveiligheid, weginfrastructuur als politioneel inzicht voorhanden zijn binnen de adviesraad. De overige kandidaten worden bijgevolg als plaatsvervangend lid aangeduid. Tom Jans wordt als plaatsvervanger aangeduid voor Willy Jackers. Niele Geypens en Jordy Putzeys worden aangeduid als plaatsvervangende leden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen duidt volgende personen uit de maatschappelijke geledingen aan als stemgerechtigde leden in de adviesraad voor verkeer en mobiliteit:
- Ondernemersraad: Nadia Appeltans (effectief) - Stan Dehollogne (plaatsvervangend)
- Onderwijsraad: Tim Forier
- Landbouwraad: Raf Nagels (effectief) - Yvo Vanderlinden (plaatsvervangend)
- Koepel cultuur/sport/jeugdverenigingen: André Byvoet
- Raad voor personen met een beperking: Magda Hansen
- Milieuraad: Peter Truyers (effectief) - Yvo Vanderlinden (plaatsvervangend)
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen duidt volgende personen als burgers/ervaringsdeskundigen aan als stemgerechtigde leden in de adviesraad voor verkeer en mobiliteit:
- Katja Franssen
- André Vanhex
- Erik Geladé
en Jan Brillouet als plaatsvervangend burger-lid.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen duidt volgende personen als deskundigen aan als stemgerechtigde leden in de adviesraad voor verkeer en mobiliteit:
- Liessa Iliaens
- Stef Willems
- Willy Jackers
en als plaatsvervangend deskundige:
- Niele Geypens en Jordy Putzeys als plaatsvervangend deskundigen voor Stef Willems
- Tom Jans als plaatsvervangend deskundige voor Willy Jackers.
Artikel 4: Op de eerstvolgende vergadering zal conform de statuten de voorzitter verkozen worden uit de stemgerechtigde leden.
Artikel 5: Dit besluit wordt overgemaakt aan de adviesraad voor verkeer en mobiliteit.
Zitting van 22 12 2025
DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 06 d.d. 11.12.2025.
Besluit
Zitting van 22 12 2025
DB-PPS De Molen: Werfverslag nr. 07 dd 18.12.2025
Besluit
Zitting van 22 12 2025
Vergaderverslag nr. 27 d.d. 09.12.2025 Alken vallei.
Besluit
Zitting van 22 12 2025
Aanpassing waarderingsregels
De waarderingsregels dienen een waar en getrouw beeld te geven van de financiële positie van de gemeente, conform de BBC-regelgeving.
Het noodzakelijk is om de bestaande waarderingsregels aan te passen om een duidelijker onderscheid te maken tussen investeringsuitgaven en exploitatie-uitgaven.
De voorgestelde wijziging in lijn is met de praktijk bij lokale besturen en zorgt voor een efficiëntere verwerking van kleine roerende verrichtingen.
Feiten en context
De waarderingsregels dienen een waar en getrouw beeld te geven van de financiële positie van de gemeente, conform de BBC-regelgeving.
Ze gaan ervan uit dat het bestuur zijn activiteiten zal voortzetten en zijn van het ene boekjaar op het andere identiek tenzij ze niet langer aanleiding geven tot een waar en getrouw beeld. In dat geval zal het bestuur de waarderingsregels aanpassen. Elk jaar opnieuw worden de waarderingsregels consequent en volledig onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar toegepast.
Het is noodzakelijk om de bestaande waarderingsregels aan te passen om een duidelijker onderscheid te maken tussen investeringsuitgaven en exploitatie-uitgaven.
De voorgestelde wijziging is in lijn met de praktijk bij lokale besturen en zorgt voor een efficiëntere verwerking van kleine roerende verrichtingen.
De waarderingsregels vastgesteld op 01/06/2016 worden aangepast als volgt:
- De bepaling "Alle roerende en onroerende goederen met een levensduur langer dan 1 jaar worden opgenomen als investering." wordt niet meer opgenomen.
- De bepaling: "Het bestuur opteert ervoor om individuele roerende verrichtingen van minder dan € 1.000 die geen deel uitmaken van een ruimer ‘project’, niet als investering te beschouwen, maar op te nemen in het exploitatieresultaat. Van deze regel kan steeds afgeweken worden, afhankelijk van de specifieke situatie." wordt toegevoegd.
- Het onderdeel "BIJZONDERE BEPALINGEN BIJ DE OVERGANG NAAR BBC (BEGINBALANS)" wordt niet meer opgenomen, omdat dit achterhaald is.
- Het onderdeel "VORDERINGEN OP KORTE TERMIJN " wijkt af van het artikel dat door de OCMW-raad werd goedgekeurd. Om de waarderingsregels van beide entiteiten te laten overeenkomen wordt het onderdeel
"Vorderingen worden in de balans weergegeven tegen de nominale waarde. In geval er onzekerheid bestaat over de invorderbaarheid van bepaalde
vorderingen, worden deze overgeboekt naar dubieuze debiteuren.
Op de dubieuze debiteuren worden waardeverminderingen geboekt in functie
van de ouderdom van de vordering, zijnde :
Ouder dan 1 jaar: - jonger dan 2jaar : 10%
Ouder dan 3 jaar - jonger dan 5 jaar : 40%
Ouder dan 5 jaar 60%
Het bestuur opteert ervoor om ook waardeverminderingen toe te passen als
hun realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun
boekhoudkundige waarde."
vervangen door:
"Vorderingen worden in de balans weergegeven tegen de nominale waarde. In
geval er onzekerheid bestaat over de invorderbaarheid van bepaalde
vorderingen, worden deze overgeboekt naar dubieuze debiteuren.
Op de dubieuze debiteuren worden waardeverminderingen geboekt in functie
van de ouderdom van de vordering, zijnde :
- Indien ouder dan 1 jaar : 10%
- Indien ouder dan 2 jaar: 25%
- Indien ouder dan 3 jaar: 50%
- Indien ouder dan 4 jaar: 75%
- Indien ouder dan 5 jaar: 100%
In geval een vordering definitief als niet inbaar beschouwd wordt, wordt deze
aan de raad voorgelegd om oninvorderbaar te verklaren. Op dat moment
wordt een kost geboekt en zal de vordering uit de boekhouding verdwijnen."
- Enkele andere kleine aanpassingen om de waarderingsregels van gemeente en OCMW op elkaar af te stemmen.
Juridische grond
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 143 en volgende.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen (BBC), in het bijzonder Titel 5, Hoofdstuk 8 inzake waarderingsregels.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 01/06/2016 tot vaststelling van de waarderingsregels.
Argumentatie
Kleine roerende verrichtingen van beperkte waarde (minder dan € 1.000) die geen deel uitmaken van een groter project, hebben doorgaans een korte gebruiksduur en een beperkte impact op de financiële positie van de gemeente. Het opnemen van deze uitgaven in het exploitatieresultaat vereenvoudigt de boekhouding en sluit aan bij het principe van proportionaliteit.
De mogelijkheid om af te wijken van deze regel biedt flexibiliteit voor uitzonderlijke situaties waarin een verrichting, ondanks de lage waarde, een investeringskarakter heeft.
Het onderdeel "BIJZONDERE BEPALINGEN BIJ DE OVERGANG NAAR BBC (BEGINBALANS)" wordt niet meer opgenomen omdat dit achterhaald is.
Het onderdeel "VORDERINGEN OP KORTE TERMIJN" wordt aangepast om dit onderdeel af te stemmen tussen gemeente en OCMW.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen legt volgende waarderingsregels voor de BBC-boekhouding vast vanaf 1 januari 2026 :
ALGEMENE PRINCIPES
INVESTERING OF EXPLOITATIE
Alle vermogensbestanddelen worden uitgedrukt en gewaardeerd aan hun gebruikswaarde. De gebruikswaarde van een activum stemt overeen met de toekomstige economische voordelen die of het dienstverleningspotentieel dat het activum voor het bestuur zal opleveren.
Alle vermogensbestanddelen worden afzonderlijk gewaardeerd en voor dat bedrag in de balans opgenomen, na aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen.
Het bestuur kiest ervoor om individuele roerende verrichtingen van minder dan € 2.500 die geen deel uitmaken van een ruimer project, niet als investering te beschouwen, maar op te nemen in het exploitatieresultaat. Van deze regel kan steeds afgeweken worden, afhankelijk van de specifieke situatie.
AANSCHAFFINGSWAARDE
Het bestuur hanteert als algemene regel dat elk actief bestanddeel gewaardeerd wordt tegen aanschaffingswaarde en neemt voor dat bedrag de bestanddelen op in de balans, onder aftrek van de gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen. In sommige gevallen kan het actief ook worden geherwaardeerd.
Met de aanschaffingswaarde wordt bedoeld de aanschaffingsprijs (aankoopprijs + bijkomende kosten), de ruilwaarde, de vervaardigingsprijs (aanschaffingsprijs grondstoffen, … + rechtstreekse productiekosten), de schenkingswaarde (marktwaarde van de goederen op het moment van de schenking of datum van het openvallen van de nalatenschap + belastingen en kosten) of de inbrengwaarde.
AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERMINDERINGEN
Afschrijvingen drukken de slijtage uit van het actief met een beperkte gebruiksduur. Het afschrijvingsbedrag wordt per financieel boekjaar bepaald door het verschil tussen de boekhoudkundige waarde en de restwaarde te delen door de resterende gebruiksduur, uitgedrukt in jaren. Ten minste aan het einde van elk financieel boekjaar wordt de restwaarde en de gebruiksduur van de activa opnieuw geëvalueerd. Het bestuur opteert ervoor de initiële afschrijvingsduur voor de diverse categorieën van activa te bepalen zoals opgenomen in bijgevoegde tabel.
Het bestuur boekt waardeverminderingen op de aanschaffingswaarde van actief bestanddelen om rekening te houden met (al dan niet als definitief aan te merken) ontwaardingen van activa bij de afsluiting van het boekjaar. Waardeverminderingen zijn correcties op de aanschaffingswaarde die niet voortvloeien uit hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur (bv. naar aanleiding van een schadegeval). Dit houdt in dat waardeverminderingen zowel mogelijk zijn voor activa met een beperkte (bv. gebouwen) als een onbeperkte levensduur (bv. gronden). Waardeverminderingen blijven niet behouden als de boekhoudkundige waarde van het activum daardoor op het einde van het boekjaar lager is dan de gebruikswaarde. In dat geval worden de waardeverminderingen teruggenomen.
HERWAARDERINGEN
Sommige activa kunnen worden geherwaardeerd om hun boekwaarde in overeenstemming te brengen met de marktwaarde. Herwaardering is enkel toegestaan voor de financiële vaste activa en de overige materiële vaste activa. Bij de herwaardering van een actief, wordt de volledige categorie waartoe dat actief behoort, geherwaardeerd. De overige materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur worden op basis van deze geherwaardeerde waarde afgeschreven.
AFWIJKINGEN EN SPECIFIEKE WAARDERINGSREGELS
GELDBELEGGINGEN EN LIQUIDE MIDDELEN
Het bestuur waardeert de liquide middelen en de geldbeleggingen, tegen de nominale waarde. De aandelen en vastrentende effecten worden bij de verwerving geboekt en gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde.
Het bestuur past op de liquide middelen en geldbeleggingen waardeverminderingen toe als blijkt dat de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde. Er zullen bovendien aanvullende waardeverminderingen geboekt worden om rekening te houden met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde of met de risico’s die inherent zijn aan de aard van de producten in kwestie of van de uitgevoerde activiteit.
VORDERINGEN OP KORTE TERMIJN
Vorderingen worden in de balans weergegeven tegen de nominale waarde. In geval er
onzekerheid bestaat over de invorderbaarheid van bepaalde vorderingen, worden deze
overgeboekt naar dubieuze debiteuren.
Op de dubieuze debiteuren worden waardeverminderingen geboekt in functie van de
ouderdom van de vordering, zijnde :
- Indien ouder dan 1 jaar : 10%
- Indien ouder dan 2 jaar: 25%
- Indien ouder dan 3 jaar: 50%
- Indien ouder dan 4 jaar: 75%
- Indien ouder dan 5 jaar: 100%
In geval een vordering definitief als niet inbaar beschouwd wordt, wordt deze aan de raad
voorgelegd om oninvorderbaar te verklaren. Op dat moment wordt een kost geboekt en zal
de vordering uit de boekhouding verdwijnen.
VOORRADEN
Het bestuur opteert ervoor om initieel geen voorraden uit te drukken. In afwijking zal
geopteerd worden voor de FIFO-waardering (waardering voorraden aan de ‘recentste’
aankoopprijzen).
FINANCIEEL VASTE ACTIVA
Belangen of aandelen in rechtspersonen worden in de boekhouding opgenomen tegen hun aanschaffingswaarde. De aanschaffingswaarde van belangen of aandelen, ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als de conventionele waarde echter lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, wordt de aanschaffingswaarde geherwaardeerd tot de hogere marktwaarde.
Er worden waardevermindering toegepast op de belangen en de aandelen die onder de financiële vaste activa zijn opgenomen in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de entiteit waarin de belangen of de aandelen worden aangehouden. Het bestuur zal ook op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen waardeverminderingen toepassen als er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling ervan op de vervaldag.
MATERIËLE VASTE ACTIVA
De materiële vaste activa worden onderverdeeld in 3 categorieën. De gemeenschapsgoederen zijn de roerende en onroerende activa die worden aangewend binnen het “maatschappelijk doel” van de organisatie, los van enige bedrijfseconomische activiteit. De bedrijfsmatige activa worden aangewend binnen een bedrijfsmatige context, dat betekent waar een bepaald rendement of zekere productiviteit kan worden gekoppeld aan de aangewende activa. De diensten verbonden aan deze activa worden aangeboden aan concurrentiële tarieven, die beogen zoveel als mogelijk de kosten verbonden aan deze diensten te dekken. De overige activa worden voor geen van de vorige doeleinden aangewend, maar worden aangehouden als ‘(on)roerende reserve’. Deze activa zijn niet nuttig bij het functioneren van het bestuur, en kunnen mogelijks in de toekomst worden gerealiseerd ter financiering van andere investeringen.
Tot erfgoed behoren de activa met historische, artistieke, wetenschappelijke, … waarde en de activa die belangrijk zijn voor het behoud van het leefmilieu. Erfgoed zal in veel gevallen weinig economische voordelen opleveren of weinig dienstenpotentieel inhouden. Deze hebben dus in principe geen gebruikswaarde. Daarom zal op de aanschafwaarde van deze activa een waardevermindering worden toegepast om de boekhoudkundige waarde terug te brengen tot € 1. Indien het actief dat behoort tot erfgoed wordt ingezet voor de uitvoering van het ‘maatschappelijk doel’, kan dat actief toch een gebruikswaarde hebben. Dat actief wordt dan niet afgeschreven maar de waarde kan worden aangepast door het uitdrukken van waardeverminderingen.
Overige zakelijke rechten op onroerende goederen betreft de andere zakelijke rechten die het bestuur bezit op een onroerend goed als de vergoedingen bij aanvang van het contract werden vooruitbetaald (geactiveerde eenmalige vergoedingen). Deze activa worden afgeschreven over de looptijd van de overeenkomst, tenzij de economische gebruiksduur van het actief waarop het zakelijk recht betrekking heeft, korter is.
De gebruiksrechten voor materiële vaste activa waarover het bestuur beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten (bv. erfpacht) worden onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De overeenkomstige schuld aan de passiefzijde waardeert het bestuur ieder jaar ten bedrage van het gedeelte van de in de volgende boekjaren te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft. De duur van de afschrijvingsperiode wordt geregeld door IAS17 en IPSAS13: inde het redelijk zeker is dat het geleasede actief overgenomen wordt bij het verstrijken van de leaseperiode (lichten van de aankoopoptie), zal het actief worden afgeschreven over de normale gebruiksduur van soortgelijke activa (die in volle eigendom zijn). Indien het niet redelijk zeker is dat het actief wordt overgenomen bij het verstrijken van de leaseperiode (aankoopoptie wordt niet gelicht), wordt het actief afgeschreven over de leaseperiode, tenzij de (economische) gebruiksduur korter is.
IMMATERIËLE VASTE ACTIVA
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd aan aanschafwaarde, tenzij deze niet verworven zijn van derden. In dat geval worden ze gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, als die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstige rendement of nut voor het bestuur van die vaste activa.
SCHULDEN
De schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
NETTO-ACTIEF
De ontvangen investeringssubsidies en schenkingen worden geleidelijk in resultaat genomen (verrekend) volgens hetzelfde ritme als de afschrijvingen of de waardeverminderingen op de vaste activa waarvoor deze worden verkregen. Zolang een investering in uitvoering is en dus nog niet wordt afgeschreven, wordt de verkregen investeringssubsidie nog niet verrekend.
De voorzieningen voor risico’s en kosten worden stelselmatig gevormd. De voorzieningen voor risico’s en kosten worden niet gehandhaafd als ze op het einde van het financiële boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens de actuele beoordeling van het bestuur van de risico’s en kosten waarvoor ze werden gevormd.
AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN
MATERIËLE VASTE ACTIVA
| AFSCHRIJVINGS-TERMIJN |
Terreinen |
|
Deze rubriek bevat naast de onbebouwde terreinen ook de gronden van wegen (wegzate), gebouwen, waterlopen en kunst(bouw)werken. | - |
De (afschrijfbare) aanleg en uitrusting op terreinen (bv. verharding, omheining, …) wordt opgenomen onder de rubriek ‘bebouwde terreinen’. | 5-15 jr |
Gebouwen | 33 jr |
Onderhoudswerken aan gebouwen die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van het gebouw. | 5-15 jr |
Wegen |
|
Onder wegen worden alle elementen van het wegennet opgenomen (verharding, slijtlaag, voetpaden, fietspaden, …). | 33 jr |
Het aanbrengen of vervangen van de slijtlaag wordt afgeschreven over een kortere termijn. | 5 jr |
Onder de overige infrastructuur betreffende de wegen worden onder meer straatmeubilair, verkeerssignalisatie, wegbeplanting, … opgenomen. | 10 jr |
Onderhoudswerken aan wegen die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de weg. | 5-15 jr |
Waterlopen en waterbekkens | 33 jr |
Onderhoudswerken aan waterlopen en waterbekkens die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de infrastructuur. | 5-15 jr |
Overige onroerende infrastructuur |
|
Onder overige onroerende infrastructuur worden onder meer het rioleringsnet, de openbare verlichting, nutsleidingen en kunst(bouw)werken opgenomen. | 33 jr |
Onderhoudswerken aan overige onroerende infrastructuur die niet worden opgenomen in de exploitatie, worden over een kortere termijn afgeschreven. Deze termijn hangt af van de aard van het onderhoudswerk en de impact op de gebruikswaarde van de infrastructuur | 5-15 jr |
Installaties, machines en uitrusting |
|
Onder de installaties, machines en uitrusting wordt onder meer opgenomen werkmateriaal (boormachines, grasmachines, hakselaars, brandweerhelmen- en kledij, reanimatietoestellen, keukengerei, diepvriezers, koelkasten, uitrusting van RVT’s ,…) | 10 jr |
Meubilair |
|
Onder meubilair wordt onder meer opgenomen kasten, stoelen, banken, bureaus,… in de mate dat ze niet onroerend door bestemming zijn | 10 jr |
Kantooruitrusting |
|
Onder kantooruitrusting wordt onder meer opgenomen faxtoestellen, kopieermachines, papiervernietigers, tv’s, dvd-spelers, … | 5 jr |
Gezien de snelle veroudering en technologische evolutie in het informaticamaterieel wordt deze rubriek over een kortere termijn afgeschreven. … Informaticamateriaal bevat onder meer computers, computerschermen, beamers, laptops, ... | 3 jr |
Rollend materiaal |
|
Rollend materiaal bevat onder meer fietsen, vrachtwagens, brandweerwagens, tractoren en andere voertuigen en hun toebehoren. | 5-10 jr |
Kunstwerken (geen erfgoed) | - |
Erfgoed | - |
IMMATERIËLE VASTE ACTIVA | AFSCHRIJVINGS-TERMIJN |
Kosten van onderzoek en ontwikkeling | 5 jr |
Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken en soortgelijke rechten | 5 jr |
Goodwill | 5 jr |
Plannen en studies | 5 jr |
Zitting van 22 12 2025
Belastingkohier reclamedrukwerk - November 2025
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand november 2025 bedraagt 3.479,78 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context,,
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand november 2025 bedraagt 3479,78 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
3.479,78 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand november 2025 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 3.479,78 euro.
Zitting van 22 12 2025
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 22 12 2025
Afvoering van ambtswege
Joy Maas voldoet niet meer aan de voorwaarden om ingeschreven te zijn met een referentieadres op het OCMW. De nieuwe verblijfsplaats kon niet achterhaald worden
Feiten en context
Joy Maes voldoet niet meer aan de voorwaarden om ingeschreven te zijn met een referentieadres op het OCMW. De nieuwe verblijfsplaats kon niet achterhaald worden
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8 en artikel 20§4
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91 en punt 113
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
De organieke wet van 8 juli 1976 inzake de openbare centra voor maatschappelijk welzijn artikel 1 en artikel 57 tot en met 60 van de organieke wet van 8 juli 1976
Het besluit van 20 november 2025 van het bijzonder comité sociale dienst
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Joy Maes, was ingeschreven sedert 17 september 2025 met een referentieadres aan het OCMW, Papenakkerstraat 5, als persoon die bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen verblijfplaats meer had. Het Bijzonder Comité Sociale dienst nam op 20 november 2025 de beslissing het referentieadres in te trekken gezien zij de instelling Zorggroep Myna op 3 november 2025 op eigen initiatief verliet en niet meer bereikbaar was via telefoon of e-mail. De huidige verblijfplaats van Joy Maes is niet bekend. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar zijn hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. Betrokkene is niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 15 december 2025 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege, gezien het nieuwe adres niet kan achterhaald worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Joy Maes, geboren op 6 mei 1998 te Bree, voldoet niet meer aan de voorwaarden om ingeschreven te zijn met een referentieadres aan het adres van het OCMW, Papenakkerstraat 5.
Artikel 2: de nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld
Artikel 3: : het college van burgemeester en schepenen beslist om Joy Maes af te voeren van ambtswege.
Zitting van 22 12 2025
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest Koutermanstraat op 17 januari 2026
Op zaterdag 17 januari 2026 wensen de inwoners van Koutermanstraat een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Feiten en context
Op zaterdag 17 januari 2026 wensen de inwoners van Koutermanstraat een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven.
Om het buurtfeest veilig te kunnen laten verlopen is het aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van de Koutermanstraat om op zaterdag 17 januari 2026 een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Zitting van 22 12 2025
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest Smoutstraat op 24 januari 2026
Op zaterdag 24 januari 2026 wensen de inwoners van de Smoutstraat een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten.
Feiten en context
Op zaterdag 24 januari 2026 wensen de inwoners van de Smoutstraat een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van de Smoutstraat om op zaterdag 24 januari 2026 een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
Zitting van 22 12 2025
Uitnodiging TTC Alken 40 jaar
Besluit
Zitting van 22 12 2025
Advies CBS inzake beroepsprocedure OMV 1050
Adviesvraag van de deputatie van Limburg aangaande een beroepsprocedure tegen een voorwaardelijke vergunning dd. 29/10/2025 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine. De aanvraag heeft betrekking op de Leemkuilstraat 125, kadastraal gekend als afdeling 2 sectie E nrs. 444/2 C en 450/2 C.
ADVIES BEROEP COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Sanne Lenaerts namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Leemkuilstraat zn
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nrs. 444/2 C en 450/2 C
|
Projectnaam: | Leemkuilstraat 125 - Fluvius
|
Dossiernummer: | 2025106
|
Intern dossiernummer: | 1050
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025108773
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een elektriciteitscabine.
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het plaatsen van een E-Cabine Alken – Leemkuilstraat
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 – woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het plaatsen van een elektriciteitscabine, zal gebeuren volgens de wettelijke vereiste betreffende infiltratie voor netgebonden gebouwen. Conform de geldende voorschriften zal Fluvius ervoor zorgen dat ten minste ¼ van de oppervlakte van het terrein waarop de netgebonden gebouwen worden opgericht, waterdoorlatend zal blijven om infiltratie te bevorderen. Deze maatregel wordt genomen om de impact van het project op het milieu te minimaliseren en om te voldoen aan de geldende regelgeving met betrekking tot infiltratie.
Gezien de ligging langs de ‘Grootpetersbeek’ werd er advies gevraagd aan de dienst waterlopen, provincie Limburg aangaande de plaatsing van de elektriciteitscabine. Zij verleende een voorwaardelijk gunstig advies aangaande huidige aanvraag, zijnde:
‘Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u volgende VOORWAARDEN in de omgevingsvergunning op te nemen, zoals ze ook geformuleerd werden in bijgaand advies.
● Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gebouwd worden.
= 41,20 m TAW + 10 cm
= 41,30 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
Aan deze voorwaarde wordt voldaan.
De nulpas van de cabine wordt volgens de plannen op niveau 41,30 m TAW voorzien.
● De (leidingen-) kelder moet waterdicht worden uitgevoerd.
● Eventuele verluchtingsopeningen in de kelderwanden moeten voldoende hoog boven het maaiveld voorzien worden, zodat er geen oppervlaktewater van achter naar voor kan binnenstromen.
● Doorvoeren van nuts- en andere leidingen onder het vloerpeil moeten waterdicht worden uitgevoerd.
● Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
● Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het vloerpeil.
● Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het vloerpeil voorzien worden.
● De bestaande “Grootpeterbeek” moet te allen tijde behouden blijven om de goede afwatering van de achterliggende percelen naar de straat te garanderen. Het is dan ook essentieel dat cfr. de plannen bij de vergunning voldoende afstand tussen de cabine en deze (plaatselijk ingebuisde) gracht behouden wordt. Fluvius is te allen tijde aansprakelijk voor eventuele schade aan de waterloop ten gevolge van het (te dicht tegen de waterloop) bouwen van de cabine.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 11 september 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 29 september 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 23 oktober 2025 |
Datum beslissing CBS | 29 oktober 2025 |
Datum beroepsschrift | 21 november 2025 |
Advies beroep CBS | 22 december 2025 |
1.f. Historiek
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Huidige aanvraag betreft het plaatsen van een betonnen prefab elektriciteitscabine.
Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Leemkuilstraat, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande of gekoppelde eengezinswoningen. De aanpalende gronden betreffen aan de achterzijde de voortuinzone van de woning Leemkuilstraat 123 en aan de linkerzijde is er de ingebuisde ‘Grootpetersbeek’ gesitueerd.
Naar aanleiding van spanningsklachten thv. Leemkuilstraat is de nutsmaatschappij op zoek gegaan naar een locatie voor het plaatsen van een extra elekticiteitscabine in de omgeving om zo de spanning in de buurt te kunnen versterken mede rekening houdend met de energietransitie in de toekomst.
De nieuwe cabine heeft een oppervlakte van 9,32 m² en een volume van 23,3 m³. Deze cabine heeft een breedte van 3m45 en een diepte van 2m70 en wordt geplaatst langs de Leemkuilstraat op een perceel in private eigendom van de gemeente Alken en zoals aangeduid op het inplantingsplan op ongeveer 1m15 van de voorliggende rooilijn en 4m32 van de rand van de weg. Aan de linkerzijde is de Grootpetersbeek gesitueerd op ongeveer 1m48 van de zijgevel van de cabine en op 0,88cm ten aanzien van de perceelsgrens met aanpalende eigenaar van de woning Leemkuilstraat 123. De bestaande beplanting wordt zoveel als mogelijk behouden om ook zo de elektriciteitscabine te integreren in de omgeving. Er wordt enkel een kleinere appelboom verwijderd om de cabine te kunnen plaatsen. Ook de bestaande inrit van de aanpalende eigenaar zal behouden blijven.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Huidige vergunningsaanvraag betreft de aanleg van een nieuwe elekriciteitscabine binnen een woonzone, en is bijgevolg verenigbaar met de zonering volgens het gewestplan.
2.c. Advies beroep
Het college van burgemeester en schepenen heeft een beslissing tot toekenning van de omgevingsvergunning OMV_2025108773 voor het plaatsen van een elektriciteitscabine op het perceel gelegen Leemkuilstraat SieE nrs. 444/2 C en 450/2 C op 29 oktober 2025 genomen.
In haar beslissing tot toekenning van de vergunning heeft het college een gemotiveerde beoordeling van haar beslissing opgenomen. Het college herneemt deze beoordeling integraal in dit advies.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het beroepsschrift, welke werd ingediend bij de Deputatie Limburg tegen voormelde beslissing van het college van burgemeester en schepenen op 21 november 2025.
Wat volgt is een samenvatting van de beroepsgrieven van de beroepsindieners volgend door een weerlegging ervan.
a) Ruimtelijke inpassing en schaalverstoring
Het geplande element ligt op korte afstand van mijn perceel en grenst visueel aan zowel mijn woning als aan het achterliggende domein. Door de omvang, positionering en oriëntatie past het plan-element niet in het bestaande straat- en landschapbeeld. Het verstoort de huidige openheid en het groene karakter van het gebied.
Weerlegging:
Er werd een omgevingsvergunning gevraagd voor het plaatsen van een elektriciteitscabine op een perceel aansluitend aan het openbaar domein van de Leemkuilstraat. De inplanting van de cabine is voorzien op 1m15 van de voorliggende rooilijn en heeft een diepte van 2m70 waardoor de bebouwing voorzien is binnen een zone van 4m vanaf de rooilijn. De woning van de beroepsindiener betreft een zonevreemde woning dewelke op ruim 68m vanaf de rooilijn gesitueerd is met een vormgeving van een vierkantshoeve en waarbij de effectieve woning nog 15m verder gesitueerd is met de voorgevel. Het perceel waar de elektricitetitscabine zal worden opgericht werd in het verleden in genomen door de achterliggende eigenaar en ingekleed als voortuinstrook. De bestaande haag en inrit van de achterliggende eigenaar blijft behouden alsook wordt de elektriciteitscabine afgebakend door middel van de aanplant van een nieuwe haag aan de achterzijde van het perceel als afbakening naar dit achterliggend perceel. Ruimtelijk wordt de elektriciteitscabine ingeplant conform de andere nutsleidingen en voorzieningen die nodig zijn voor het openbaar nut en de gemeenschapsvoorzieningen aan bestaande wegenis. De elekticiteitscabine zal dus rekening houdend met de bestaande groene omgeving worden ingeplant en met extra aanplanting van een haagelement aan de achterzijde.
b) Aantasting van de privacy en leefkwaliteit
De locatie zoals in de plannen weergegeven creëert bijkomende inkijk, visuele hinder en mogelijk bijkomende passage of activiteit vlak naast mijn perceel. Hierdoor vermindert de rust, privacy en algemene leefkwaliteit van mijn woning. Het element veroorzaakt een duidelijke verstoring van de woonfunctie in de directe omgeving.
Weerlegging:
De aanvraag betreft het plaatsen van een elektriciteitscabine, zijnde een nutsvoorziening. Dit is geen aspect waarbij er privacyhinder te verwachten valt er is namelijk geen sprake van eventuele lichten en zichten. Er kan misschien sporadisch onderhoud noodzakelijk zijn aan de cabine echter omwille van het feit dat deze omringd is door groen en er een nieuwe haag dient aangeplant te worden aan de achterzijde van het perceel, valt dit te verwaarlozen en is er geen sprake van een abnormale hinder. Er is bijgevolg geen rechtstreeks zicht naar omliggende percelen.
c) Negatieve impact op de waarde van mijn woning
Door de nabijheid van het geplande bouwelement en de wijziging in het aanzicht en de omgevingskwaliteit, wordt de marktwaarde van mijn woning nadelig beïnvloed. De wijziging van het straatbeeld, de verhoogde visuele drukte en de aantasting van het groene karakter zijn factoren waarvan algemeen bekend is dat ze de waarde van aangrenzende woningen doen dalen.
Weerlegging:
Binnen het openbaar domein en aansluitend aan het openbaar domein worden er nutsvoorzieningen aangelegd voor de realisatie en de aansluitingen van de omliggende woningen. Deze cabines zijn noodzakelijk voor het voorzien van de elektriciteit in de omgeving en ter ondersteuning van het elektriciteitsnet. Indien er geen nutsvoorzieningen aanwezig zijn kunnen de woningen ook niet aansluiten en kan er geen garantie gegeven worden op de nodige elektriciteitbehoeften van de woningen. Dat het voorzien van deze elektriciteitscabine in aansluiting met de openbare wegenis en omringd door groen een waardevermindering zouden betekenen voor de achterliggende woning kan niet aangetoond worden en is ook geen aspect dat in deze omgevingsvergunning kan worden opgenomen.
d) Onvoldoende motivering in de beslissing
Op basis van de beschikbare informatie wordt onvoldoende aangetoond dat het project:
• een goede ruimtelijke ordening respecteert,
• proportioneel is binnen de context,
• geen nadelige effecten veroorzaakt voor aanpalende woningen.
Daarnaast lijken bepaalde effecten (zoals visuele hinder, privacyverlies, verkeersveiligheid en waardevermindering) niet of onvoldoende onderzocht.
Weerlegging:
Er werd een voldoende motivatie gegeven in de omgevingsvergunning als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex. Hierbij werden alle aspecten opgenomen om dit te motiveren.
De beoordeling van de goede ruimtelijke ordening zoals opgenomen in het besluit d.d. 29 oktober 2025 wordt integraal bijgetreden en als hernomen beschouwd.
De hoger geformuleerde repliek op de beroepsgrieven vormt een aanvulling op de reeds uitgevoerde beoordeling van het project.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen herneemt haar beslissing van 29 oktober 2025 en verleent een voorwaardelijk gunstig advies met volgende voorwaarden:
● Het advies van de dienst Waterlopen, provincie Limburg d.d. 02.10.2025 dient strikt nageleefd te worden, zijnde:
○ Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gebouwd worden.
= 41,20 m TAW + 10 cm
= 41,30 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
Aan deze voorwaarde wordt voldaan.
De nulpas van de cabine wordt volgens de plannen op niveau 41,30 m TAW voorzien.
● De (leidingen-) kelder moet waterdicht worden uitgevoerd.
○ Eventuele verluchtingsopeningen in de kelderwanden moeten voldoende hoog boven het maaiveld voorzien worden, zodat er geen oppervlaktewater van achter naar voor kan binnenstromen.
○ Doorvoeren van nuts- en andere leidingen onder het vloerpeil moeten waterdicht worden uitgevoerd.
○ Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
○ Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het vloerpeil.
○ Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het vloerpeil voorzien worden.
○ De bestaande “Grootpeterbeek” moet te allen tijde behouden blijven om de goede afwatering van de achterliggende percelen naar de straat te garanderen. Het is dan ook essentieel dat cfr. de plannen bij de vergunning voldoende afstand tussen de cabine en deze (plaatselijk ingebuisde) gracht behouden wordt. Fluvius is te allen tijde aansprakelijk voor eventuele schade aan de waterloop ten gevolge van het (te dicht tegen de waterloop) bouwen van de cabine.
● Er dient een haag aangeplant te worden aan de achterzijde van deze cabine met een hoogte van min. 2m50, dit om de cabine beter te integreren in de omgeving en eventuele hinder ten aanzien van het aanpalende perceel en de tuinzone van de aanpalende eigenaar te beperken.
Artikel 2: Een afschrift van dit advies zal overgemaakt worden aan de provincie Limburg via het Omgevingsloket.
Zitting van 22 12 2025
Omgevingsvergunning 1061
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een tuinhuis ingediend door Sofie Vandormael met als contactadres Bulsstraat 62A te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Bulsstraat 62A en 62B, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1082 N. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Sofie Vandormael met als contactadres Bulsstraat 62A te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Bulsstraat
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nr. 1082N
|
Projectnaam: | Bulsstraat 62A - Vandormael Sofie
|
Dossiernummer: | 2025120
|
Intern dossiernummer: | 1061
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025122902
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een tuinhuis
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het bouwen van een tuinhuis
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, een ruimtelijk uitvoeringsplan of een niet-vervallen verkaveling. Het gewestplan blijft bijgevolg van toepassing. Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, het bouwen van een tuinhuis van 40m² betreft, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 11 oktober 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 november 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 17 december 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E 1082 N
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
● Overwegende dat op 18.04.2018 een omgevingsvergunning (13) werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het slopen van een woning met aanhorigheden.
● Overwegende dat op 10.07.2018 een omgevingsvergunning (37) werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van 2x2 HOB ééngezinswoningen.
● Overwegende dat op 29.08.2018 een omgevingsvergunning (67) werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het houwen van 2 HOB.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van een tuinhuisje bij een halfopen ééngezinswoning. Het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg, zijnde de Bulsstraat. De onmiddellijke omgeving rond deze percelen wordt gekenmerkt door woningbouw in verschillende vormen alsook landbouw gebouwen.
Het tuinhuisje met overdekt terras/carport meet 10m op 4m en komt tegen de rechter perceelsgrens in het verlengde van de inrit. Het betreft een gesloten gedeelte van 4m op 5m30 en een open overdekt deel van 4m op 4m70. De gevel op rechter perceelsgrens is gesloten over de gehele lengte van 10m. Het bijgebouw is 2m95 hoog en heeft een plat dak met zwarte dakrand en zwarte ramen en deuren. Voor de gevels zal dezelfde oude beerse gevelsteen als de woning gebruikt worden.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag betreft het bouwen van een bijgebouw en is functioneel inpasbaar en niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Mobiliteitsaspect: De aanvraag voor het bouwen van een bijgebouw, zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.
- Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag voor het bouwen van een bijgebouw, is niet in strijd met het ruimtegebruik en zal geenszins de draagkracht van het terrein overschrijden. Er is nog voldoende kwalitatieve niet-verharde buitenruimte/tuin aanwezig.
- Visueel-vormelijke elementen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de visueel-vormelijke elementen. De afwerking van het bijgebouw is in kwalitatieve materialen en passend in de omgeving.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden. De aanvraag wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door de plaatsing van het bijgebouw, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden
● De inrit mag ter hoogte van de aansluiting met het openbaar domein maximum 4;5m bedragen het resterende deel van perceel dient niet overrijdbaar afgesloten te worden Er is slechts 1 inrit/aansluiting op het openbaar domein toegestaan.
● De voortuin dient conform de aanvraag uitgevoerd met groenaanleg.
● Het opgevangen hemelwater van het bijgebouw dient op eigen perceel te infiltreren. De hanggoot van de constructie mag niet overhangen naar het aanpalend perceel of er dient met een inbouwgoot gewerkt te worden.
● Huidige vergunning doet geen rechten ontstaan voor het onvergunde bijgebouwtje op de foto’s dit dient verwijderd te worden ten laatste bij ingebruikname van het bijgebouw.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 22/12/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Sofie Vandormael met als contactadres Bulsstraat 62A te 3570 Alken, het bouwen van een tuinhuis, gelegen Bulsstraat 62A, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1082 N voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De inrit mag ter hoogte van de aansluiting met het openbaar domein maximum 4;5m bedragen het resterende deel van perceel dient niet overrijdbaar afgesloten te worden Er is slechts 1 inrit/aansluiting op het openbaar domein toegestaan.
● De voortuin dient conform de aanvraag uitgevoerd met groenaanleg.
● Het opgevangen hemelwater van het bijgebouw dient op eigen perceel te infiltreren. De hanggoot van de constructie mag niet overhangen naar het aanpalend perceel of er dient met een inbouwgoot gewerkt te worden.
● Huidige vergunning doet geen rechten ontstaan voor het onvergunde bijgebouwtje op de foto’s dit dient verwijderd te worden ten laatste bij ingebruikname van het bijgebouw.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 22 12 2025
Omgevingsvergunning 1068
Aanvraag omgevingsvergunning over: het uitbreiden van een optiekzaak ingediend door Elsje Lampaert met als contactadres Steenweg 118 te 3570 Alken en Geert Coenen met als contactadres Steenweg 118 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Steenweg 118, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 696 V2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Elsje Lampaert met als contactadres Steenweg 118 te 3570 Alken en Geert Coenen met als contactadres Steenweg 118 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Steenweg 118
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nr. 696V2
|
Projectnaam: | Steenweg 118 - Coenen-Lampaert
|
Dossiernummer: | 2025130
|
Intern dossiernummer: | 1068
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025102460
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het uitbreiden van een optiekzaak
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het uitbreiden van een handelszaak
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
Overwegende dat de agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP.
De aanvraag is wel gelegen binnen een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling d.d. 16 juni 1976 ref. 7003V00-0272, gewijzigd d.d. 12 februari 2003 ref. 7003V00-0272V04.
Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V690 d.d. 28.08.2024 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de uitbreiding van de bestaande handelszaak betreft binnen de bestaande gebouwenconfiguratie. Het perceel is tevens ook niet gelegen in een pluviaal of fluviaal overstromingsgevoelig gebied zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.
Als gevolg van de uitbreiding van de handelsruimte valt geen negatief effect op het overstromingsregime of afstromingsregime in de omgeving te verwachten. Er worden geen wijzigingen gerealiseerd aan de bebouwde oppervlakte van het perceel. De uitbreiding heeft m.a.w. geen impact op de afwaterende oppervlakte van het gebouw. De bestaande riolering en regenwateropvang blijven ongewijzigd.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 28 oktober 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 7 november 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 16 december 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 696 V2
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 12.02.2003 een wijziging van een verkavelingsvergunning (258b) voor de realisatie van een woning met winkel werd verleend door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 19.05.2003 een stedenbouwkundige vergunning (4208) voor het bouwen van een woning met winkel werd verleend door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de bestaande handelsruimte te verbouwen en uit te breiden.
Het perceel is gelegen op de hoek van de Steenweg en de O.L.Vrouwstraat, een voldoende uitgeruste gewestweg, gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een variatie aan bebouwingen en dit in verschillende typologieën en bouwstijlen. Aan de linkerzijde grenst het perceel aan de O.L.Vrouwstraat waar tevens de toegang tot het perceel voorzien werd. Aan de rechterzijde van de woning is er een open ééngezinswoning gesitueerd.
De bouwheer wenst de bestaande handelsruimte gesitueerd aan de zijde van de Steenweg te verbouwen en uit te breiden. De uitbreiding omvat het toevoegen van een nieuwe verdieping bovenop het winkelgedeelte. De kroonlijsthoogte wordt hierdoor opgetrokken tot 7,05m. De toegang tot de winkelruimte wordt verlegd. Hierdoor wordt deze zijde visueel opengetrokken en zal de ingang beter aanwezig zijn. Doordat deze niet meer in het overdekt portaal ligt, maar vlak langs de circulatieweg, draait deze deur naar binnen. De huidige voorgevel (zijde O.L.Vrouwstraat) wordt aangepast en krijgt een ruime etalage. De nuttige oppervlakte wordt beperkt vergroot door een gedeelte van het overdekte portaal bij de winkelruimte te nemen. De footprint van het gebouw blijft echter nagenoeg ongewijzigd: 246m2 naar 258m2. Gezien de beperkte gelijkvloerse uitbreiding onder het bestaande portaal zal gebeuren en de uitbreiding op verdieping op het bestaande dak voorzien is, blijft de totale dakoppervlakte ongewijzigd.
De uitbreiding op verdieping blijft op een afstand van 7m van de perceelgrens aan de rechterzijde. De ramen die in de zijgevel worden toegevoegd, worden niet dieper dan 12m vanaf de voorbouwlijn voorzien. Het raam dat in de achtergevel voorzien wordt, zal gematteerd worden om zicht naar de achterzijde te beperken. Op deze manier wordt voldaan aan lichten en zichten naar het privé gedeelte op het perceel alsook de naburige percelen.
De uitbreiding neemt ook een interne verbouwing van het gelijkvloers met zich mee. Zowel op het gelijkvloers als op de nieuwe verdieping zullen er publiek toegankelijke ruimtes aanwezig zijn. Op het gelijkvloers zal dit voornamelijk verkoopruimte zijn. Op de verdieping bevinden zich inrichtingen voor meetruimten. Beide verdiepingen zijn verbonden d.m.v. een lift en trap. Om te voldoen aan toegankelijkheid, aangezien de ruimtes op verdieping publiek toegankelijk zijn, werd de lift toegevoegd.
De uitbreiding wordt opgetrokken in gevelsteen. Om er voor te zorgen dat de uitbreiding nog steeds een ruimtelijk en visueel geheel vormt met de bestaande aanleunende woning zullen alle gevels van het nieuw en bestaande gebouw gekaleid worden.
De buitenaanleg wordt aangepast zodat de inrit, circulatieweg en parking voorzien zijn in waterdoorlatende verharding. De oorspronkelijke verhardingen die nu over de rooilijn zijn aangelegd verdwijnen en worden vervangen door groenzone. De verharding voor enkele parkeerplaatsen voorzien in agrarisch gebied wordt ook verwijderd en vervangen door groenzone.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in overeenstemming met het gewestplan alsook met de verkavelingswijziging van 12.02.2003 met ref. 7003V00-0272V04 (o/ref. 258b).
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
preventie@zuidwestlimburg.be | 17 november 2025 |
|
|
Toegankelijk Vlaanderen (Inter) | 17 november 2025 | 8 december 2025 | gunstig |
AWV - District Zuid-Limburg | 17 november 2025 | 28 november 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 17.11.2025 digitaal voorgelegd aan de brandweerzone Zuid-West-Limburg. Er werd tot heden geen advies ontvangen vanwege de brandweerzone Zuid-West-Limburg.
● De aanvraag werd op 17.11.2025 digitaal voorgelegd aan Toegankelijk Vlaanderen - Inter. Op08.12.2025 heeft Inter – Toegankelijkheid een gunstig advies verleend. Dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 17.11.2025 digitaal voorgelegd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. Op 28.11.2025 heeft het Agentschap Wegen en Verkeer een voorwaardelijk gunstig advies verleend met ref. AV/719/2025/00858 Dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van de geldende verkaveling 258b d.d. 12.02.2003 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van de brandweerzone Zuid-West-Limburg dienen nageleefd te worden.
● Het gunstig advies van Inter – Toegankelijkheid d.d. 08.12.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 28.11.2025 met ref. AV/719/2025/00858 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius dienen nageleefd te worden
● Alle verhardingen, dewelke aangeduid staan als waterdoorlatend (inclusief bijbehorende fundering) dienen ook zo te worden aangelegd.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 22/12/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Elsje Lampaert met als contactadres Steenweg 118 te 3570 Alken en Geert Coenen met als contactadres Steenweg 118 te 3570 Alken, voor het uitbreiden van een optiekzaak, gelegen Steenweg 118, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 696 V2 wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere voorwaarden van de brandweerzone Zuid-West-Limburg dienen nageleefd te worden.
● Het gunstig advies van Inter – Toegankelijkheid d.d. 08.12.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 28.11.2025 met ref. AV/719/2025/00858 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius dienen nageleefd te worden
● Alle verhardingen, dewelke aangeduid staan als waterdoorlatend (inclusief bijbehorende fundering) dienen ook zo te worden aangelegd.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 22 12 2025
Omgevingsvergunning 1073
Aanvraag omgevingsvergunning over: de afbraak van een bestaande woning, het vellen van enkele bomen en de realisatie van een nieuwe ééngezinswoning ingediend door Kevin en Charlyne Kindermans - Van Rossum met als contactadres Boerenkrijgsingel 44C bus 1.3 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hoogsimsestraat 21, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 885 R en (afd. 2) sectie F 885 A2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Kevin en Charlyne Kindermans - Van Rossum met als contactadres Boerenkrijgsingel 44C bus 1.3 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Hoogsimsestraat 21
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nrs. 885R en 885A2
|
Projectnaam: | Hoogsimsestraat 21 - Kindermans-Van Rossum
|
Dossiernummer: | 2025136
|
Intern dossiernummer: | 1073
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025131797
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de afbraak van een bestaande woning, het vellen van enkele bomen en de realisatie van een nieuwe ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
af te breken woning met bijgebouw
te verwijderen tuinhuis
te rooien boom
te rooien boom
nieuwbouw woning met tuinmuur en overdekt terras
verlaagde plantzone
te rooien boom
te rooien boom
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter (eerste 50 meter vanaf de rooilijn) en achterliggend agrarisch gebied .
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of niet-vervallen verkaveling.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het bouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 197,1m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 6930 liter en een infiltratieoppervlakte van 29,17m. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten en een buitenkraan.
De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 4 november 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 15 december 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 17 december 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 885 R
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag situeert zich aan een gemeentelijke weg, nl. de Hoogsimsestraat, die voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een landelijke omgeving gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen op ruime percelen, halfopen bebouwingen, landbouwbedrijfsgebouwen en landbouwgronden.
Deze bouwaanvraag heeft als doel een vergunning te bekomen voor:
- Afbraak bestaande bebouwing
- Rooien van enkele bomen
- Aanplanten van nieuwe bomen
- Bouwen van een gezinswoning met bijhorende omgevingsaanleg
- Aanleg van een bovengrondse infiltratie
Bij de uitwerking van het project werd rekening gehouden met de geldende normeringen.
- Voldoende afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen
- Voldoende rekening houdend met de lichten en zichten naar de directe omgeving
- Geen reliëfwijzigingen ter hoogte van de perceelsgrenzen. Inrit naar woning 4.5m dit is de enige inrit tot de woning klinkerverhardingen worden tot een minimum beperkt. Verhardingen ter plaatse van de parkeerplaatsen links van de inrit worden uitgevoerd in kunststof honingraatstructuur met grasinvulling. - Er worden nieuwe bomen voorzien.
- Hedendaagse materialen, op zichzelf een harmonisch geheel en passen in de directe en indirecte omgeving naar kleur en materiaalgebruik
- De bomen in de achterliggende weide blijven behouden, uitgezonderd het rooien van een afgestorven boom. Hiervoor wordt een nieuwe laagstam fruitboom voorzien.
- Er wordt voldaan aan de max. 40% verhardings-/ bebouwingsindex voor het gedeelte in het woongebied. => ca955m2 perceeloppervlakte (zone woongebied) waarvan 334m2 bebouwd/ verhard is zijnde 34.97%.
Voor de realisatie van de woning dienen er tevens in totaal 3 bomen geveld te worden. Het betreft 1 hulst met een stamomtrek van 90cm op 1m hoogte, 1 esdoorn met een stamomtrek van 159cm op 1m hoogte en een fijnspar met een stamomtrek van 150cm op 1m hoogte. De ze bomen staan binnen of tegen het bouwkader van de nieuwe woning. De te kappen appelboom in de achtertuin met een stamomtrek van 147cm op 1m hoogte is afgestorven. Al de te kappen bomen zullen gecompenseerd worden.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan rekening houdend met de omgeving en de aanpalende bebouwingen.
- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er wordt parking voorzien in de voortuin.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Voorliggende aanvraag betreft de afbraak van een bestaande woning en de realisatie van een nieuwbouw woning. De schaal van de voorgestelde bebouwing blijft in verhouding met de bestaande bebouwing. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is.
- Visueel-vormelijke elementen: de voorgestelde woning wordt voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de omliggende gebouwen en anderzijds door het gabariet van de nieuwe woning, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en – kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig
● Het verwijderen van de asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk. Er dient voor de start van de sloop- of renovatiewerken een destructieve asbestinventaris te worden opgemaakt.
● Voor de riolering dient u aan te sluiten op de bestaande huisaansluiting
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Voorwaarden vellen bomen:
● Het kappen van de bomen gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = 15 maart tot 15 juli);
● Het rooien gebeurt op een moment dat de vochtige tot natte omstandigheden op het terrein het toelaten, om bodemverdichting te voorkomen;
● Er dient een heraanplant te gebeuren van minimum 4 inheemse, streekeigen, standplaats geschikte hoogstammige bomen, tijdens het eerstvolgend plantseizoen na het kappen van de bomen, op hetzelfde perceel en met minimale plantmaat 12/14;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in en eventueel het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veelvraat;
● Bij uitval wordt in het eerstvolgende plantseizoen de boom of bomen terug geplant. In ieder geval dient per te kappen boom minimum één nieuwe hoogstammige boom tot volle wasdom gebracht te worden;
● Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos.
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur.
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de Hoogsimsestraat proper wordt gehouden
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 22/12/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Kevin en Charlyne Kindermans - Van Rossum met als contactadres Boerenkrijgsingel 44C bus 1.3 te 3500 Hasselt, de afbraak van een bestaande woning, het vellen van enkele bomen en de realisatie van een nieuwe ééngezinswoning, gelegen Hoogsimsestraat 21, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 885 R en (afd. 2) sectie F 885 A2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het verwijderen van de asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk. Er dient voor de start van de sloop- of renovatiewerken een destructieve asbestinventaris te worden opgemaakt.
● Voor de riolering dient u aan te sluiten op de bestaande huisaansluiting
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Voorwaarden vellen bomen:
● Het kappen van de bomen gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = 15 maart tot 15 juli);
● Het rooien gebeurt op een moment dat de vochtige tot natte omstandigheden op het terrein het toelaten, om bodemverdichting te voorkomen;
● Er dient een heraanplant te gebeuren van minimum 4 inheemse, streekeigen, standplaats geschikte hoogstammige bomen, tijdens het eerstvolgend plantseizoen na het kappen van de bomen, op hetzelfde perceel en met minimale plantmaat 12/14;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in en eventueel het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veelvraat;
● Bij uitval wordt in het eerstvolgende plantseizoen de boom of bomen terug geplant. In ieder geval dient per te kappen boom minimum één nieuwe hoogstammige boom tot volle wasdom gebracht te worden;
● Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos.
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur.
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de Hoogsimsestraat proper wordt gehouden
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 22 12 2025
Omgevingsvergunning 1074
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een reclamezuil ingediend door Yannick Eddy Strauven namens IMMO 2 QURATIO BV gevestigd te Tiensesteenweg 168 te 3800 Sint-Truiden. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 632 X3. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Yannick Eddy Strauven namens IMMO 2 QURATIO BV gevestigd te Tiensesteenweg 168 te 3800 Sint-Truiden
|
Ligging van het perceel: | Molenstraat 3z
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nr. 632X3
|
Projectnaam: | Molenstraat - Immo 2 Quratio
|
Dossiernummer: | 2025137
|
Intern dossiernummer: | 1074
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025116969
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een reclamezuil
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het plaatsen van een lichtreclamezuil
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt volgens het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979, in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(art. 5.1.0 en 6.1.2.2 KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het project is gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling, gekend onder het nummer 7003/V/79/5 goedgekeurd door het College van burgemeester en schepenen op 22/08/1979.
De verkaveling is ouder dan 15 jaar, zodat art. 4.3.1 §1 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening bepaalt dat de verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond meer vormen bij de beoordeling van de omgevingsaanvraag. Wanneer men de voorschriften van een verkaveling niet wenst te volgen, geldt de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening. Artikel 4.4.1 §1 betreffende beperkte afwijkingen is dus ook niet van toepassing.
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het plaatsen van een reclamezuil, niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 4 november 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 21 november 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 16 december 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 632 X3
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- er werd een omgevingsvergunning (OMV583- OMV_2021176108) verleend door de deputatie Limburg op 16.05.2024 voor het bouwen van een praktijkruimte voor kinesitherapie met parking.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst een reclamezuil te plaatsen aan de zijde van het perceel gesitueerd aan de Steenweg.
Het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg, zijnde op de hoek van de Molenstraat en de Steenweg, beide een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door open en halfopen bebouwingen alsook braakliggende percelen aan de overzijde van de Steenweg in agrarisch gebruik. Aan de zijde van de Steenweg is er tevens een bushalte gesitueerd.
Huidige aanvraag handelt over het plaatsen van een reclametotem aan de zijde van de Steenweg ter hoogte van de parkingplaatsen op het perceel. Op deze reclamezuil zal de reclame van de gevestigde kinépraktijkruimte worden aangebracht. Deze totem wordt voorzien op 2m van de voorliggende rooilijn, in het plantvak dat gesitueerd is tussen de Steenweg en de naastliggende parkings aan deze zijde van het perceel ter hoogte van de Steenweg.
De reclamezuil wordt uitgevoerd door middel van een aluminium kokerconstructie met een koker van 4m hoogte x 1m30 breed en x 20cm dikte. Deze koker zal bekleed worden met aluminium antracietkleurige panelen. Binnen de zuil zal de naam van de praktijkruimte voorzien worden door middel van plexiglas in melkwitte en groene kleur. Het logo zal voorzien worden van led licht dat doormiddel van het melkwit en groen plexiglas zichtbaar zal zijn.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met de geldende gewestplan.
De verkaveling is ouder dan 15 jaar, zodat art. 4.3.1 §1 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening bepaalt dat de verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond meer vormen bij de beoordeling van de omgevingsaanvraag. Wanneer men de voorschriften van een verkaveling niet wenst te volgen, geldt de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening. Artikel 4.4.1 §1 betreffende beperkte afwijkingen is dus ook niet van toepassing.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 21 november 2025 | 5 december 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 21.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Agentschap Wegen & Verkeer. Op 05.12.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. AV/719/2025/00872 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing en de aanwezige infrastructuur. De werken zijn qua functie (plaatsen reclamezuil) inpasbaar in de omgeving.
- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat het plaatsen van een reclametotem geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
- Schaal: Gelet op de bebouwing in de onmiddellijke omgeving geeft het geplande ontwerp voor het plaatsen van een reclamezuil geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. Het betreft een zeer beperkt volume en er blijft ook nog voldoende afstand behouden ten aanzien van de perceelsgrenzen. Ook blijft de groenzone rondom het gebouw behouden. Het ontwerp sluit aan bij de bebouwing die voorzien is op het perceel.
- Ruimtegebruik en bouwdichtheid: Gezien dit een zeer beperkte constructie betreft overschrijdt het ontwerp zeker de draagkracht van het terrein niet en de voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. Er worden voldoende ruime afstanden tot de perceelsgrenzen bewaard en de goede ruimtelijke ordening wordt niet in het gedrang gebracht.
- Visueel-vormelijke elementen: De reclamezuil wordt uitgevoerd door middel van een aluminium kokerconstructie met een koker van 4m hoogte x 1m30 breed en x 20cm dikte. Deze koker zal bekleed worden met aluminium antracietkleurige panelen. Binnen de zuil zal de naam van de praktijkruimte voorzien worden door middel van plexiglas in melkwitte en groene kleur. Het logo zal voorzien worden van led licht dat doormiddel van het melkwit en groen plexiglas zichtbaar zal zijn. Door het gebruik van dezelfde materialen als het gebouw creëert men ook één architecturaal geheel. Het gevraagde zal niet leiden tot onverenigbare stedenbouwkundige situaties in de omgeving.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan een monument.
- Het bodemreliëf: Het bestaande terrein blijft behouden.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting van deze reclamezuil op voldoende ruime afstand van de aanpalende percelen, dat de hinder naar de aanpalende percelen beperkt is en niet wordt geschonden. Aangezien de reclamezuil op voldoende afstand van het kruispunt of de aanwezige uitrit is voorzien zal dit geen zicht van de weggebruikers belemmeren en dus geen invloed hebben op de verkeersveiligheid. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer, d.d.05.12.2025 met ref. AV/719/2025/00872 dient strikt nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 22/12/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Yannick Eddy Strauven namens IMMO 2 QURATIO BV gevestigd te Tiensesteenweg 168 te 3800 Sint-Truiden, voor het plaatsen van een reclamezuil, gelegen Molenstraat 3z, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 632 X3, wordt vergund onder voorwaarde.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer, d.d.05.12.2025 met ref. AV/719/2025/00872 dient strikt nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 22 12 2025
Omgevingsvergunning 1077
Aanvraag omgevingsvergunning over: het vellen van 2 dode notenbomen ingediend door Elvire Goossens wonende te Hoogsimsestraat 24 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hoogsimsestraat 24, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 239 E en (afd. 2) sectie G 239 L. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvrager(s): | Mevrouw Elvire Goosens wonende te Hoogsimsestraat 24 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Hoogsimsestraat 24 te 3570 Alken
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie G nrs. 239E en 239L
|
Projectnaam: | Hoogsimsestraat 24 - Goossens Elvire
|
Dossiernummer: | 2025142
|
Intern dossiernummer: | 1077
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025141429
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject
|
Datum aanvraag:
| 20/11/2025 |
1.b. Omschrijving aanvraag
Stedenbouwkundige handeling voor het vellen van twee hoogstammige bomen.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
De aanvraag ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het gemeentebestuur blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
///
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het verwijderen van bomen niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Milieu:
Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
● Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 20/11/2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 19/12/2025 |
Opening openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Afsluiten openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Niet van toepassing |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 17/12/2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie G, nr. 239E en 239L
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 21/06/1967 voor het bouwen van een woonhuis: vergund.
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 05/06/1996 voor de aanvraag voor een nieuwe verkaveling: vergund.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het vellen van 2 hoogstammige notenbomen op het perceel te Alken, 2de afdeling, Sectie G, nummer 239E en 239L. Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft is gelegen in agrarisch gebied aan woongebied met landelijk karakter. De Hoogsimsestraat is een gemeentelijke weg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De hoogstambomen zijn klein landschapselementen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), deelruimte vochtig Haspengouw.
De aanvraag is niet gelegen in een Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied of een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied).
Het perceel werd gekarteerd in de Biologische waarderingskaart (versie 2) als een complex van biologische minder waardevolle en waardevolle elementen met een soortenarm permanent cultuurgrasland (hp) en een hoogstamboomgaard (kj).
Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur. Dit is de natuurtoets. De aanvrager doet een compensatievoorstel voor het aanplanten van 2 meer klimaatbestendige inheemse loofbomen.
Verantwoording van de aanvraag:
De aanvrager wenst 2 dode okkernotenbomen te vellen, ze zijn afgestorven vermoedelijk na wateroverlast. Er vallen dode takken uit, hetgeen gevaarlijk is voor het gebruik van de weide. De bomen hebben beide een stam omtrek van 153 cm op 1 meter hoogte.
2.c. Adviezen
Niet van toepassing
2.d. Bespreking van de adviezen
Niet van toepassing
2.e. Openbaar onderzoek
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Niet van toepassing
2.g. Beoordeling
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De aanvraag handelt over het vellen van 5 hoogstammige fruitbomen.
● Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.
● Mobiliteitsaspect: De impact op de mobiliteit wordt ingeschat als minimaal. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt door de werken en moet het nodige doen om dit teniet te doen, mocht dit toch voorvallen.
● Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: Een heraanplant met hoogstammige bomen is passend in deze omgeving.
● Visueel-vormelijke elementen: Het verwijderen van de hoogstammige bomen heeft enkele visueel – vormelijke gevolgen. Er wordt opgelegd dat de aanvrager compensatie van dit groenelement moet voorzien door het aanplanten van minimaal 2 hoogstammige bomen.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Bodemreliëf: Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving
Conclusie:
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
De aanvraag ingediend door Mevrouw Elvire Goosens voor het vellen van 2 hoogstammige bomen op het perceel gelegen te Hoogsimsestraat 24 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie G nrs. 239E en 239L wordt voorwaardelijk vergund met volgende voorwaarden:
● Op het perceel wordt een compenserende aanplant van twee hoogstammige bomen in een gepast plantverband aangeplant;
● De hoogstambomen dienen in plantformaat 10/12 aangeplant te worden;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
● Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;
● Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 22/12/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Elvire Goossens wonende te Hoogsimsestraat 24 te 3570 Alken, het vellen van 2 dode notenbomen, gelegen Hoogsimsestraat 24, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 239 E en (afd. 2) sectie G 239 L voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Op het perceel wordt een compenserende aanplant van twee hoogstammige bomen in een gepast plantverband aangeplant;
● De hoogstambomen dienen in plantformaat 10/12 aangeplant te worden;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
● Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;
● Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 22 12 2025
Toegangsrechten CARDS 2025 volgens Protocol Limburg.net
De gemeenteraad keurde het nieuwe protocol omtrent de verwerking van persoonsgegevens tussen Limburg.net en de gemeente Alken goed op 30 juni 2025. "Artikel 4: De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om Bijlage I, waarin wordt opgenomen wie er binnen de organisatie toegang heeft tot CARDS databank, jaarlijks te herzien, bij te werken en aan te vullen. Doorheen het lopende jaar moeten wijzigingen aan het toegangsbeleid worden aangevraagd door de algemeen directeur van de gemeente (zie punt 1.3. van de bijlage bij het protocol)."
Bijlage I van het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen Limburg.net en gemeente Alken in het kader van het afvalbeheer, afvalverwijdering- en verwerking wordt goedgekeurd voor 2026.
Feiten en context
De gemeenteraad keurde het nieuwe protocol omtrent de verwerking van persoonsgegevens tussen Limburg.net en de gemeente Alken goed op 30 juni 2025. "Artikel 4: De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om Bijlage I, waarin wordt opgenomen wie er binnen de organisatie toegang heeft tot CARDS databank, jaarlijks te herzien, bij te werken en aan te vullen. Doorheen het lopende jaar moeten wijzigingen aan het toegangsbeleid worden aangevraagd door de algemeen directeur van de gemeente (zie punt 1.3. van de bijlage bij het protocol)."
Bijlage I van het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen Limburg.net en gemeente Alken in het kader van het afvalbeheer, afvalverwijdering- en verwerking wordt goedgekeurd voor 2026.
Juridische grond
Limburg.net is een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, en meer bepaald een Opdrachthoudende Vereniging zoals bedoeld in artikel 398, §2 ,3° van het Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur ('DLB');
Het lidmaatschap van de gemeente Alken bij Limburg.net;
Gemeenteraadsbesluit dd. 30 juni 2025 'Protocol Limburg.net';
Het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), meer in het bijzonder art. 16 betreffende het opstellen van een protocol
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Gelet dat Limburg.net persoonsgegevens ter beschikking stelt aan de gemeente en bijgevolg een protocol omtrent de verwerking van deze persoonsgegevens noodzakelijk is.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de toegangsrechten volgens Bijlage I van het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen Limburg.net en gemeente Alken in het kader van het afvalbeheer, afvalverwijdering- en verwerking voor 2026.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.