Zitting van 27 08 2025
Verslag van de vorige zitting dd. 20.08.2025
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 20.08.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 20.08.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 27 08 2025
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de snelheidsmetingen van de politie en het besluit van de burgemeester waarbij de snelheid in diverse straten tijdelijk verlaagd wordt van 70 km/u naar 50 km/u.
Zitting van 27 08 2025
Infrastructuurwerken verkaveling Langveld. Goedkeuring voorlopige oplevering.
De gemeenteraad d.d. 30 juni 2022 verleende goedkeuring aan de overeenkomst voor het uitvoeren van infrastructuurwerken verkaveling Langveld tussen de verkavelaar en de gemeente Alken.
Het college van burgemeester en schepenen d.d. 28.06.2023 verleende goedkeuring aan de verkavelaar D&V Woonprojecten om de infrastructuurwerken, riolering en wegenis te laten uitvoeren door aannemer Vriens, Terlaemenstraat 33 te Heusden-Zolder en aan de startdatum van de werken op 29.06.2023.
De voorlopige oplevering van de infrastructuurwerken verkaveling Langveldstraat heeft plaatsgevonden op 6 juni 2025 in aanwezigheid van Deveux&Vanerum woonprojecten, de ontwerper (studiebureau Jonckheere bv), de aannemer (Vriens bv), Fluvius en de gemeente Alken (studiedienst). Er werd vastgesteld dat de werken voorlopig opgeleverd kunnen worden zonder verdere opmerkingen.
(toezichthoudend ambtenaar: Koen Vanmuysen).
Feiten en context
De gemeenteraad d.d. 30 juni 2022 verleende goedkeuring aan de overeenkomst voor het uitvoeren van infrastructuurwerken verkaveling Langveld tussen de verkavelaar en de gemeente Alken.
Het college van burgemeester en schepenen verleende goedkeuring aan de verkavelaar D&V Woonprojecten om de infrastructuurwerken, riolering en wegenis te laten uitvoeren door aannemer Vriens, Terlaemenstraat 33 te Heusden-Zolder en aan de startdatum van de werken op 29.06.2023.
De voorlopige oplevering van de riolerings-, wegenis- en infrastructuurwerken van deze verkaveling Langveld heeft plaatsgevonden op 6 juni 2025.
Juridische grond
Beslissing van de gemeenteraad d.d. 30 juni 2022 waarbij goedkeuring werd verleend aan de overeenkomst voor het uitvoeren van infrastructuurwerken verkaveling Langveld tussen de verkavelaar en de gemeente Alken.
Beslissing van het college van burgemeester en schepenen d.d. 28.06.2023 houdende goedkeuring aan de verkavelaar D&V Woonprojecten om de infrastructuurwerken, rioleringen wegenis te laten uitvoeren door aannemer Vriens, Terlaemenstraat 33 te Heusden-Zolder en aan de startdatum van de werken op 29.06.2023.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De voorlopige oplevering van de infrastructuurwerken verkaveling Langveldstraat heeft plaatsgevonden op 6 juni 2025 in aanwezigheid van Deveux&Vanerum woonprojecten, de ontwerper (studiebureau Jonckheere bv), de aannemer (Vriens bv), Fluvius en de gemeente Alken (studiedienst). Er werd vastgesteld dat de werken voorlopig opgeleverd kunnen worden zonder verdere opmerkingen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Na goedkeuring van de voorlopige oplevering zal de dienst patrimonium het nodige doen om de (gedeeltelijke) waarborg vrij te geven.
Besluit
Artikel 1: Goedkeuring wordt verleend aan het proces-verbaal van voorlopige oplevering d.d. 6 juni 2025 van de infrastructuurwerken verkaveling Langveld.
Zitting van 27 08 2025
Vergaderverslag nr. 12 d.d. 12.08.2025 Alken vallei.
Besluit
Zitting van 27 08 2025
Wegenis- en rioleringswerken Klinkstraat, Oftingenstraat en Thielenstraat. Werfverslag nr. 17 d.d. 14.08.2025.
Besluit
Zitting van 27 08 2025
Belastingkohier reclamedrukwerk - Juli 2025
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juli 2025 bedraagt 3.709,93 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juli 2025 bedraagt 3.709,93 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
3.709,93 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juli 2025 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 3.709,93 euro.
Zitting van 27 08 2025
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 27 08 2025
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 27 08 2025
Afvoering van ambtswege
Geoffrey Heeren ingeschreven in het bevolkingsregister, Hemelsveldstraat 42 heeft sedert begin mei 2025 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Feiten en context
Geoffrey Heeren ingeschreven in het bevolkingsregister, Hemelsveldstraat 42 heeft sedert begin mei 2025 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8.
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91.
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Shannel Hendrikx, ingeschreven op het adres Hemelsveldstraat 42, meldt dat Heeren Geoffrey niet meer op haar adres verblijft sedert begin mei 2025. De politieverslagen van de wijkagent, Kristof Nulens, inspecteur politiezone LRH, van 17 juli 2025 en 11 augustus 2025 bevestigen dat Heeren Geoffrey niet meer verblijft op het adres Hemelsveldstraat 42. Vermits zijn huidige verblijfplaats niet kan achterhaald worden stelt de wijkagent voor om over te gaan tot een afvoering van ambtswege. Uit een sociaal onderzoek van het OCMW van Sint-Truiden is gebleken dat betrokkene bij gebrek aan voldoende bestaansmiddelen geen verblijfplaats heeft en bijgevolg dakloos is. Het bijzonder comité sociale dienst van Sint-Truiden heeft op 29 juli 2025 beslist om hem, na regularisatie van zijn verblijfplaats, een referentieadres toe te kennen op het adres van het OCMW, ingaande de dag na de datum van afvoering van ambtswege. Betrokkene is niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar zijn hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 19 augustus 2025 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Geoffrey Heeren, geboren te Sint-Truiden op 4 januari 1986 van Belgische nationaliteit, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Alken, Hemelsveldstraat 42 verblijft niet meer op dit adres.
Artikel 2: De nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: Het college van burgemeester beslist om Heeren Geoffrey af te voeren van ambtswege.
Zitting van 27 08 2025
Aanvraag drankvergunning Andres Abela
Andres Abela, uitbater van de cafetaria De Alk, Koutermanstraat 2, 3570 Alken, vraagt een drankvergunning aan om gegiste dranken en sterke dranken te mogen schenken in de cafetaria De Alk. De cafetaria De Alk zal openen vanaf 29/08/2025.
Feiten en context
Andres Abela, uitbater van de cafetaria De Alk, Koutermanstraat 2, 3570 Alken, vraagt een drankvergunning aan om gegiste dranken en sterke dranken te mogen schenken in de cafetaria De Alk. De cafetaria De Alk zal openen vanaf 29/08/2025.
Juridische grond
Het koninklijk besluit van 03/04/1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, inzonderheid art. 5, 6 en 7;
De wet van 28/12/1983, betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, en latere wijzigingen;
De wet op de administratieve vereenvoudiging d.d. 15/12/2005 betreffende de vergunning voor het schenken van gegiste dranken en van sterke dranken;
De aanvragers bevinden zich niet in één van de gevallen van uitsluiting bepaald bij artikel 11, § 1, 2° tot 9° van de wet van 28/12/1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke dranken;
Het provinciaal horecareglement inzake brandveiligheid dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad op 26 januari 2017;
Adviezen
Gunstig brandweeradvies moet nog afgeleverd worden.
Argumentatie
De vergunning van het Favv en het brandweeradvies zullen nog bezorgd worden voor de opening van cafetaria De Alk. aan alle andere voorwaarden zijn voldaan, om een drankvergunning af te leveren.
In bijlage:
- Registratie FOD economie
- Paspoort Andres Abela
- Bewijs verzekering
- Strafregister Andres Abela
- Aanvraag drankvergunning
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent vergunning aan Andres Abela voor het verkopen, verstrekken en schenken van gegiste en sterke dranken in cafetaria De Alk, Koutermanstraat 2, 3570 Alken.
Artikel 2: De in artikel 1 verleende vergunning wordt verleend op voorwaarde dat er voor de opening een vergunning van het Favv afgeleverd wordt.
Artikel 3: De in artikel 1 verleende vergunning wordt verleend op voorwaarde dat er een gunstig brandweeradvies afgeleverd wordt.
Artikel 4: De in artikel 1 verleende vergunning wordt verleend
op voorwaarde dat voldaan is aan de openbare orde, de openbare veiligheid en de vereisten inzake hygiëne.
Zitting van 27 08 2025
Aanvraag éénmalige standplaats kermis Alken-Centrum augustus 2025 - suikerspin
Romyna De Kleyn doet een aanvraag om met haar suikerspin (6x2,5m) aanwezig te mogen zijn op de kermis in Alken-Centrum in augustus 2025. Aanvraag in bijlage.
Daar er nog geen suikerspin aanwezig is op deze kermissen en er nog ruimte is wordt aan het college van burgemeester en schepenen een toelating gevraagd om dit éénmalig voor de kermis in Alken-Centrum in augustus 2025 toe te staan.
Feiten en context
Romyna De Kleyn doet een aanvraag om met haar suikerspin (6x2,5m) aanwezig te mogen zijn op de kermis in Alken-Centrum in augustus 2025. Aanvraag in bijlage.
Daar er nog geen suikerspin aanwezig is op deze kermissen en er nog ruimte is wordt aan het college van burgemeester en schepenen een toelating gevraagd om dit éénmalig voor de kermis in Alken-Centrum in augustus 2025 toe te staan.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Omdat dit type van kraam nog niet aanwezig is op de kermis in Alken-Centrum en dit een meerwaarde kan zijn voor de kermis in augustus 2025 dit éénmalig toelaten.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Romyna De Kleyn krijgt toelating om met haar suikerspin (6x2,5m) aanwezig te mogen zijn op de kermis in Alken-Centrum in augustus 2025. Daar er nog geen suikerspin aanwezig is op deze kermis en er nog ruimte is geeft het college van burgemeester en schepenen toelating om dit éénmalig voor deze kermis in Alken-Centrum in 2025 toe te staan.
Zitting van 27 08 2025
Busvervoer sportacademie
Wekelijks organiseren we naschoolse sportacademie op dinsdagen. Half september gaan we terug van start met 3 volle groepen: 54 kinderen en 3 lesgevers.
Door de huidige werken voor Alken Vallei kunnen we geen doorsteek maken vanuit het laagdorp richting de sporthal waardoor busvervoer inleggen een goed alternatief zou zijn om de sportacademie op zijn normale manier te laten plaatsvinden.
Feiten en context
Wekelijks organiseren we naschoolse sportacademie op dinsdagen. Half september gaan we terug van start met 3 volle groepen: 54 kinderen en 3 lesgevers.
Door de huidige werken voor Alken Vallei kunnen we geen doorsteek maken vanuit het laagdorp richting de sporthal waardoor busvervoer inleggen een goed alternatief zou zijn om de sportacademie op zijn normale manier te laten plaatsvinden.
Juridische grond
DLB art. 56.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De wekelijkse turnlessen zullen plaatsvinden in het tenniscentrum en in Taeymans (uitzonderlijk voor de school Ulbeek en de school Wonderwijs die eigen busvervoer hebben).
Er zullen kleinere sportmaterialen, enkele matten en zweedse banken verplaatst worden vanuit de sporthal naar deze 2 locaties.
Toch zullen we voor het normale aanbod van de sportacademie zeer beperkt zijn daar er geen basketringen, grotere turnmaterialen, voetbaldoelen, volleybalnet etc aanwezig zijn.
Om de vier weken wisselen we bij de sportacademie van sport: turnen, atletiek, volleybal/netbal, basketbal, tennis/badminton, voetbal, multiskillz/multimove komen aan bod.
Daarnaast zullen de kinderen richting het tenniscentrum ook een langere wandelweg moeten afleggen t.o.v. naar de sporthal.
De kinderen krijgen ook een koekje en een drankje voor de les start en dit gebeurt normaal op de tribune van de sporthal.
De ouders betalen € 90,00 voor de 12 lessen die we organiseren tot aan de kerstvakantie.
Bij het tenniscentrum zouden we 2 tennisvelden (16u30-18u) kunnen huren aan € 17,50/veld per uur.
Voorkeur voor 3 tennisvelden voor 54 kinderen.
Een busrit zou ons € 111 per rit kosten naar de sporthal.
De meerkost voor het busvervoer zou t.o.v. 2 tennisvelden € 58,50 zijn en bij 3 tennisvelden € 32,25 per keer.
In 2026 hopen we zo snel mogelijk terug de doorsteek te voet te kunnen maken vanuit het laagdorp richting de sporthal zodat het busvervoer niet meer nodig gaat zijn.
Financiële gevolgen
Op de MJP001300 -- Busvervoer theaters, oudejaar, pukkelpop, scholencross, sportdag, jeugdauteurs.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om busvervoer in te leggen voor de organisatie van de sportacademie naar sporthal de alk en dit zolang de doorsteek vanuit het laagdorp naar de sporthal niet mogelijk is.
Zitting van 27 08 2025
Verkeersregeling Startfuif Chiro Joento 5 september 2025
Op vrijdag 5 september 2025 heeft op de weide aan de lokalen van Chiro Joento in Terkoest een startfuif plaats. Hierbij is het aangewezen om volgende verkeersregeling door te voeren van vrijdag 5 september 2025 om 20u tot zaterdag 6 september 2025 om 04u30:
● De Wilgenlaan afsluiten voor het verkeer. De parking is toegankelijk via de Beukenlaan.
● In een gedeelte van de Beukenlaan en van de Molenstraat en in de Olmenlaan en Kastanjelaan geldt een snelheidsbeperking tot 30 km/u.
● In een gedeelte van de Beukenlaan geldt éénrichting.
● In de Beukenlaan, Olmenlaan, Kastanjelaan en Wilgenlaan wordt tevens parkeerverbod voorzien.
In functie van de werken ter hoogte van het kruispunt Steenweg / Molenstraat is het aangewezen dat de organisatie richtingaanwijzers voor de fuif plaatst en dit voornamelijk voor de bezoekers van buiten Alken alsook om hinder voor de buurtbewoners te beperken.
In bijlage een situatieplan.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op vrijdag 5 september 2025 heeft op de weide aan de lokalen van Chiro Joento in Terkoest een startfuif plaats. Hierbij is het aangewezen om volgende verkeersregeling door te voeren van vrijdag 5 september 2025 om 20u tot zaterdag 6 september 2025 om 04u30:
● De Wilgenlaan afsluiten voor het verkeer. De parking is toegankelijk via de Beukenlaan.
● In een gedeelte van de Beukenlaan en van de Molenstraat en in de Olmenlaan en Kastanjelaan geldt een snelheidsbeperking tot 30 km/u.
● In een gedeelte van de Beukenlaan geldt éénrichting.
● In de Beukenlaan, Olmenlaan, Kastanjelaan en Wilgenlaan wordt tevens parkeerverbod voorzien.
In functie van de werken ter hoogte van het kruispunt Steenweg / Molenstraat is het aangewezen dat de organisatie richtingaanwijzers plaatst voor de bezoekers van buiten Alken alsook om hinder voor de buurtbewoners te beperken.
In bijlage een situatieplan.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van De Lijn
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op vrijdag 5 september 2025 heeft op de weide aan de lokalen van Chiro Joento in Terkoest een startfuif plaats. Hierbij is het aangewezen om volgende verkeersregeling door te voeren van vrijdag 5 september 2025 om 20u tot zaterdag 6 september 2025 om 04u30:
● De Wilgenlaan afsluiten voor het verkeer. De parking is toegankelijk via de Beukenlaan.
● In een gedeelte van de Beukenlaan en van de Molenstraat en in de Olmenlaan en Kastanjelaan geldt een snelheidsbeperking tot 30 km/u.
● In een gedeelte van de Beukenlaan geldt éénrichting.
● In de Beukenlaan, Olmenlaan, Kastanjelaan en Wilgenlaan wordt tevens parkeerverbod voorzien.
In functie van de werken ter hoogte van het kruispunt Steenweg / Molenstraat is het aangewezen dat de organisatie richtingaanwijzers voor de fuif plaatst en dit voornamelijk voor de bezoekers van buiten Alken alsook om hinder voor de buurtbewoners te beperken.
In bijlage een situatieplan.
Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 27 08 2025
Advies CBS inzake beroepsprocedure omgevingsvergunning P34
Adviesvraag van het departement Omgeving aangaande een beroepsprocedure tegen een voorwaardelijke vergunning dd. 15/05/2025 voor het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek L170. De aanvraag heeft betrekking op het binnengebied Hendrikstraat – Simsebeekweg - Grendelweg, kadastraal gekend als afdeling 2 sectie G nrs. 28A2, 90C, 90D, 91A en 92A. Dit dossier werd ingediend bij de provincie Limburg.
ADVIES BEROEP COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENENEN VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Provincie Limburg wonende te Universiteitslaan 1 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Binnengebied Hendrikstraat – Simsebeekweg - Grendelweg
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie G nrs. 28A2, 90C, 90D, 91A en 92A
|
Projectnaam: | Aanleg overstromingszone Simsebeek L170 in Alken
|
Dossiernummer: | 202510
|
Intern dossiernummer: | P34
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024143902
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek L170
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Ontbossing voor werkzone en aanleg zandvang
● Aanleg kunstwerk op de Simsebeek
● Aanleg van dijk met kunstwerk, zandvang, lekzone en verleggen Simsebeek
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 3 december 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 5 februari 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 13 februari 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 14 maart 2025 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum advies | 19 maart 2025 |
Datum beslissing 1e aanleg (deputatie Limburg) | 15 mei 2025 |
Datum beroepsschrift | 20 juni 2025 |
Datum adviesvraag CBS | 22 juli 2025 |
1.f. Historiek
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag handelt over het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek L170.
Het gebied waarover de aanvraag gaat is gelegen in een binnengebied gesitueerd tussen de Simsebeekweg, de Hendrikstraat en de Grendelweg. En dit ter hoogte van de waterloop Simsebeek L170.
Aanleiding voor de bouw van een overstromingszone op de Simsebeek is een hydraulische studie die Aquafin heeft laten uitvoeren voor de afkoppeling van de Klotsveldbeek. De Klotsveldbeek sluit in de bestaande toestand aan op de (gemengde) riolering van de Sint-Jorisstraat en de Eduard Dompasstraat. De waterloop stroomt zo integraal naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie en mondt in de praktijk niet meer uit in de Simsebeek. De samenvloeiing van de Klotsveldbeek met de Simsebeek situeert zich ter hoogte van de Hendrikstraat.
Het afkoppelingsproject voorziet een gescheiden riolering waarbij een aparte DWA-riolering (collector) wordt aangelegd voor het transport van het afvalwater naar het RWZI en een aparte RWA-leiding voor het oppervlaktewater. Het RWA wordt in dit scenario terug aangesloten op de Simsebeek. Dit is in feite een herstel van de oorspronkelijke toestand.
De gemeente Alken heeft bij zware regenval echter meermaals te maken met wateroverlast in de Hendrikstraat en Langveldstraat. Ook de hydraulische studie van Aquafin geeft aan dat de (ingebuisde) Simsebeek het extra debiet aan regenwater niet aankan. Buffering van het regenwater opwaarts van de Hendrikstraat en Langveldstraat dringt zich op. Door de uitbouw van een overstromingszone op de Simsebeek kan het regenwaterdebiet in de woonstraten beperkt worden. Er komt bijgevolg extra ruimte vrij voor de afvoer van het water van de Klotsveldbeek.
De overstromingszone op de Simsebeek wordt gerealiseerd door de aanleg van een dijk achter de woningen van de Hendrikstraat. Er wordt bodem uitgegraven voor de aanleg van de zandvang, lekzone en afwateringsgracht. Het niveau van de rest van het bestaand terrein blijft behouden.
Door de bouw van een dijk met stuwconstructie kunnen de opwaartse percelen bij zware regenval tijdelijk overstromen. Het oppervlaktewater wordt vertraagd afgevoerd richting woonstraten.
Het project bestaat uit:
- Aanleg van een dijk met knijp waarbij de bestaande waterloop verplaatst wordt
- Aanleg van een afwateringsgracht
- Aanleg van een zandvang
- Aanleg van een toegangsweg (zonder bemaling)
- Vellen van bomen
- Het totale grondverzet met code 211 is 2790 m³ uitgraving, 1662 m³ aanvulling en 1228
m³ afvoer van grond.
Voor de aanleg van de dijk zullen er enkele bomen (populieren, wilgen en een berk) moeten gekapt worden. Deze zullen gecompenseerd worden binnen de overstromingszone. De gekapte Populieren, Wilgen en Berk worden gecompenseerd met Zwarte Els en Europese Vogelkers.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanleg van de overstromingszone wordt gepland in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
Het is niet gelegen in een richtlijn- of vengebied.
Huidige vergunningsaanvraag betreft de aanleg van een overstromingszone in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, in principe is dit niet in overeenstemming met de wettelijke context en moet er beroep gedaan worden op één van de afwijkingsmogelijkheden uit de Codex RO nl. Art. 4.4.7.§2.
Conform art. 4.4.7§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening mag in een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.
De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
HOOFDSTUK II DE [HANDELINGEN VAN ALGEMEEN BELANG (... - ...)
Artikel 2.
Als handelingen van algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden de werken, handelingen en wijzigingen beschouwd die betrekking hebben op:
3° de openbare waterwegen en waterlopen, alsook de bouw van de dokken en de sluizen in de havens, de aanleg van openbare bufferbekkens en overstromingsgebieden, de hermeandering van waterlopen en de uitvoering van andere waterbeheersingswerken, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals dienstgebouwen en andere;
HOOFDSTUK III [DE HANDELINGEN VAN ALGEMEEN BELANG DIE EEN RUIMTELIJKE BEPERKTE IMPACT HEBBEN OF ALS DERGELIJKE HANDELINGEN BESCHOUWD KUNNEN WORDEN
Artikel 3.
§ 2. Naast de handelingen, vermeld in paragraaf 1, kunnen de volgende handelingen van algemeen belang beschouwd worden als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op :
4° handelingen met betrekking tot bestaande of geplande openbare waterwegen of waterlopen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals :
a) de aanleg van bufferbekkens met een oppervlakte kleiner dan 1 ha;
b) de aanleg van overstromingsgebieden met een oppervlakte kleiner dan 5 ha;
c) de aanleg van oeverzones;
d) de herinrichting en hermeandering van waterlopen;
e) het opheffen van vismigratieknelpunten, het aanleggen of herstellen van faunapassages;
f) de handelingen met betrekking tot de berging of buffering voor rioleringsstelsels en regenwaterleidingen;
De voorgestelde afwijkingen kunnen bijgevolg aanvaard worden gezien ze in overeenstemming zijn met de afwijkingsmogelijkheden voorzien in de Codex RO volgens artikel 4.4.7§2, handelingen van algemeen belang. Tevens zijn deze voorgestelde werken beperkt in omvang en impact.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Dept. Landbouw en Visserij, buitendienst Limburg | 5 februari 2025 | 19 februari 2025 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 5 februari 2025 | 24 februari 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Beroepsschriften
Er werd een beroepsschrift ingediend tegen de omgevingsvergunning met ref. OMV_2024143902 verleend door de deputatie Limburg op 15 mei 2025.
Deze beroepsschriften handelen over de volgende aspecten:
● De schending van het eigendomsrecht en overmatige hinder
● De noodzaak tot buffering en het volume
● Hoogspanningsmast
Het college van burgemeester en schepenen heeft met betrekking tot dit dossier reeds een advies verleend in 1e aanleg op 19 maart 2025, waarbij er een omgevingsvergunning onder voorwaarden werd afgeleverd door de deputatie Limburg op 2 mei 2024. Het college van burgemeester en schepenen wenst haar advies dan ook integraal te behouden. Op basis van het beroepsschrift inzake de procedure in beroep wenst het college van burgemeester volgende opmerkingen toe te voegen:
● De schending van het eigendomsrecht en overmatige hinder
De bezwaren over eigendom, pacht,…handelen niet over een ruimtelijk aspect maar over burgerrechtelijke aspecten; Er is een onteigeningsprocedure lopende m.b.t. de in de aanvraag betrokken percelen, deze procedure maakt geen deel uit van de huidige aanvraag en dient dan ook afzonderlijk beoordeeld te worden door de bevoegde instanties aangaande de onteigening. Het college van burgemeester en schepenen wenst hierover dan ook geen standpunt in te nemen. Het aspect van de overmatige hinder zoals vermeld in het beroepsschrift door de aanvrager wordt niet specifiek aangetoond. Bij de beoordeling van de aanvraag werd er rekening gehouden met een duurzame ontwikkeling zoals vermeld in het beroepsschrift waarbij er een afweging werd gedaan tussen de noodzaak voor de realisatie van een bufferbekken en de gevolgen voor de omgeving. De toepassing van artikel 1.1.4 VCRO werd dus gerespecteerd. Duurzame ontwikkeling houdt een langetermijndenken in en slaat op het organiseren van onze samenleving op een manier die aan de noden van de huidige generatie voldoet zonder die van de toekomstige generaties te hypothekeren. Hierdoor kan dan ook het robuust maken van de omgeving tegen de klimaatveranderingen en de overstromingen als een lange termijn visie aanzien worden aangaande de noden van zowel de huidige als de toekomstige generatie. Aangezien een vergunningverlenende overheid steeds het algemeen belang bewaakt, valt te verwachten dat het dat algemeen belang is dat in de belangenafweging van de ruimtelijke behoeften overeenkomstig artikel 1.1.4 VCRO de bovenhand haalt. Een vergunningverlenende overheid kan vanuit haar bevoegdheid om het algemeen belang te vrijwaren bepaalde belangen laten primeren. Daarbij moet zij rekening houden met maatschappelijke evoluties. Zo is het klimaat een relevant maatschappelijk belang.
● De noodzaak tot buffering en het volume
Aangaande dit aspect wenst het college van burgemeester en schepenen te verwijzen naar de expertise van de diensten waterbeheer. Gezien zij beschikken over de nodige kennis en vaardigheden voor de berekening en intekening van de ontwerpplannen voor het aanpakken van wateroverlast. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij hun expertise en treedt dan ook hun advies integraal bij.
● Hoogspanningsmast
Elia is de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet voor elektriciteit. Ze zorgen ervoor dat elektriciteit van de productiecentrales veilig en efficiënt wordt getransporteerd naar de distributienetbeheerders en grote industriële verbruikers. Aangaande het aspect met betrekking tot de hoogspanningsmast dient dan ook het advies van Elia nageleefd te worden. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich hierbij aan.
2.e. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● functionele inpasbaarheid: voorliggende aanvraag betreft de aanleg van een overstromingszone aan de Simsebeek. Gelet op de aard van deze werken in het kader van het algemeen belang en de openbare nutsvoorzieningen zijn deze werken dan ook functioneel inpasbaar in deze omgeving, gezien dit handelt over de optimalisatie van de bestaande riolering en de aanleg van een overstromingszone ter voorkoming van wateroverlast in de omgeving en een vertraagde afvoer van de waterloop.
● mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
● schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft de realisatie van een overstromingszone waarbij de totale oppervlakte kleiner is dan de voorwaarden gesteld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Bijgevolg kan er geconcludeerd worden dat de voorgestelde handelingen van algemeen belang beschouwd kunnen worden als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben. Het project is bijgevolg aanvaardbaar voor wat betreft de beschouwde beoordelingsaspecten.
● visueel-vormelijke elementen: Het aangevraagde project betreft de aanleg van een overstromingszone dewelke een beperkte omvang heeft en waarbij er enkel een reliëfwijziging zichtbaar zal zijn samen met de aanleg van een dijk, een afwateringsgracht en een toegangsweg, waarbij kan besloten worden dat deze een beperkte visuele impact zullen hebben op de omgeving . Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de verenigbaarheid met de omgeving en de bestaande infrastructuur.
● cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.
● het bodemreliëf: bij de realisatie van deze overstromingszone zal het bestaande reliëf gewijzigd worden in functie van de aanleg van de overstromingszone. Echter dit zal een positieve invloed hebben op de overstromingsrisico’s in de omgeving en de wateroverlast naar de omliggende woningen. De voorgestelde reliëfwijzigingen kunnen bijgevolg positief beoordeeld worden.
- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren werken geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde werken zijn voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze infrastructuurwerken.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Gunstig advies
Werken
Volgende werken worden gunstig geadviseerd.
● Aanleg van een dijk met knijp waarbij de bestaande waterloop verplaatst wordt
● Aanleg van een afwateringsgracht
● Aanleg van een zandvang
● Aanleg van een toegangsweg (zonder bemaling)
● Vellen van bomen
● Het totale grondverzet met code 211 is 2790 m³ uitgraving, 1662 m³ aanvulling en 1228m³ afvoer van grond.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent een gunstig advies voor het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek L170 aan het binnengebied van de Hendrikstraat – Simsebeekweg - Grendelweg, kadastraal gekend als afdeling 2 sectie G nrs. 28A2, 90C, 90D, 91A en 92A voor volgende handelingen:
● Aanleg van een dijk met knijp waarbij de bestaande waterloop verplaatst wordt
● Aanleg van een afwateringsgracht
● Aanleg van een zandvang
● Aanleg van een toegangsweg (zonder bemaling)
● Vellen van bomen
● Het totale grondverzet met code 211 is 2790 m³ uitgraving, 1662 m³ aanvulling en 1228 m³ afvoer van grond.
Artikel 2: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan het departement Omgeving via het Omgevingsloket.
Zitting van 27 08 2025
Omgevingsvergunning 1012
Aanvraag omgevingsvergunning over: de regularisatie van een verbouwing van een handelspand met woonst ingediend door Filip Berden namens BERFIL NV gevestigd te Laagdorp 2 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Laagdorp 2 en St. Aldegondislaan , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 345 V, (afd. 2) sectie F 345 W en (afd. 2) sectie F 353 K. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Filip Berden namens BERFIL NV gevestigd te Laagdorp 2 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Laagdorp 2 en St. Aldegondislaan
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nrs. 345V, 345W en 353K
|
Projectnaam: | Laagdorp 2 - Berfil
|
Dossiernummer: | 202560
|
Intern dossiernummer: | 1012
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025026104
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de regularisatie van een verbouwing van een handelspand met woonst
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
Regulariseren van bestaande reclame loodrecht op de voorgevel
Regulariseren van een bestaande gevelreclame
Regularisatie van woning met kantoor
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk.(K.B.3/04/1979) – gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut;
Overwegende dat in de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen woongelegenheid is toegestaan voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen);
Het eigendom is gelegen binnen een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Centrum 5 Zuid” zoals definitief vastgesteld door de gemeenteraad dd. 24 juni 2021. Dit RUP werd gepubliceerd op 13 augustus 2021 in het Belgisch Staatsblad en treedt in werking 14 dagen na deze bekendmaking.
Het eigendom is gelegen binnen de zone wonen bouwkundig en beeldbepalend erfgoed
Art. 7.4.5. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de voorschriften van de plannen van aanleg vervangen, tenzij het ruimtelijk uitvoeringsplan het uitdrukkelijk anders bepaalt.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg. Overwegende dat het perceel niet gelegen is binnen een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling
.
De voorschriften van het RUP Centrum 5 Zuid primeren op die van het gewestplan.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project de regularisatie van een verbouwing van een handelspand met woonst betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Er worden geen werken aan de hemelwaterafvoeren voorzien, waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 30 april 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 28 mei 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 5 juni 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 4 juli 2025 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA |
|
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 353 K
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het project betreft de regularisatie van een woning met kantoorruimte gelegen aan Laagdorp 2 een geasfalteerde gewestweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand.in het centrum van Alken. Het pand ligt tegenover een gemeentelijk plein, nl. het Laagdorp, hetwelk voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een omgeving gekenmerkt door hoofdzakelijk gesloten en halfopen bebouwingen met gemengde functies waaronder ook horeca. Dit plein werd recent heraangelegd en de parkeerplaatsen en circulatieruimte voor voertuigen werd herbekeken en beperkt waardoor er een ruimer multifunctioneel plein gecreëerd werd. Het pand ligt achteraan tegen een schoolgebouw en speelplaats. Rechts ligt het gebouwen tegen de St. Aldegondislaan met aansluitend de kerk.
Volgens het gemeentelijk RUP "Alken centrum 5 Zuid" is het pand grotendeels gelegen in een "zone voor wonen" met uitbreiding van "zone voor commerciële activiteiten". De huidige bestemming van het gebouw is in overeenstemming van het RUP.
Door een historische gegroeide situatie bevindt zich echter een klein gedeelte van de woning op de 1e verdieping van het achterliggende schoolgebouw. Dit gedeelte is hiermee gelegen in een "zone voor gemeenschapsvoorzieningen"’ Zoals hieronder zal worden aangetoond is dit een situatie die reeds ruim voor de opmaak van het RUP of het gewestplan bestaat en dus als vergund geacht beschouwd kan worden.
Het pand kan verder grotendeels als vergund geacht beschouwd worden. Om dit aan te tonen hebben we volgende staving stukken gebruikt en toegevoegd aan het dossier.
• Luchtfoto d.d. 6-6-1975 opgevraagd bij het NGI
• Schattingsfiche met wijzigingen van 1955, 1956 & 1992
• Historische foto’s van 1911, ca. 2013 & 2017
• Aankoopakte
Vergund geachte toestand
Hieronder volgt een toelichting van de manier waarop de plannenset "vergunde toestand" werd opgemaakt.
Op onderstaande luchtfoto uit 1975 zijn de gebouwen in hun huidige toestand duidelijk zichtbaar. Enkel de kleine uitbouw aan de achterzijde van het linker gedeelte is hierop niet zichtbaar.
Op de schattingsfiche staan gegevens van verschillende opmetingen, de eerste dateren van 1955 en 1956 (blauwe pen), er is ook nog een latere toevoeging uit 1992 (rode pen).
Op het document worden verschillende nummers gebruikt. De nummers A, B, E & D, zijn duidelijk in dezelfde pen geschreven als de oorspronkelijke opmetingen van 1955 & 1956. In een latere toevoeging werd er een opsplitsing gemaakt tussen A1 & A2. A2 refereert naar het gedeelte op de verdieping dat in het schoolgebouw gelegen is. Dit zal ergens gebeurd zijn tussen de opmaak van het oorspronkelijke document in 1955-56 en de laatste toevoeging in 1992. De exacte datum van deze toevoeging kan aan de hand van dit document niet achterhaald worden.
Er zijn kleine afwijkingen op de buitenmaten maar grotendeels komen deze overeen met de huidige situatie. Gezien het historisch karakter van het gebouw en er duidelijk geen ingrijpende wijzigingen aan de buitengevels gedaan werden kunnen deze afwijkingen als een onnauwkeurigheid op de schattingsfiche beschouwd worden.
Om aan te tonen dat het gedeelte op de verdieping dat in het schoolgebouw gelegen is eveneens als vergund geacht beschouwd kan worden verwijzen wij naar de aankoopakte opgemaakt door notaris Jean-Luc Snyers. Zie uitsnede uit de akte in de nota, omwille van de privacy zijn de namen uit de akte onherkenbaar gemaakt. De originele akte zal om die reden ook niet als bijlage bij het vergunningsdossier worden gevoegd maar kan op eenvoudig verzoek altijd worden ingekeken bij de architect.
In de aankoopakte worden de verschillende perceelnummers vermeld die onderdeel uitmaken van de aankoop door de aanvrager (353K & 345W). Perceel 345W betreft het gedeelte dat zich in het schoolgebouw op de verdieping bevindt. Uit de eigendomsaanhalingin de akte hoorde dit gedeelte bij een verkoop tussen partijen in 1959, dus ruim voor het invoegen treden van het gewestplan of opmaak van het RUP. Hierdoor kan besloten worden dat deze situatie voor 1959 ontstaan is en bijgevolg als vergund geacht kan worden beschouwd.
Te regulariseren constructies
Onderstaande zaken werden zonder vergunning toegevoegd of aangepast (grotendeels door de vorige
eigenaar) – Deze elementen wensen we te regulariseren in deze aanvraag:
- Lamellenconstructie aan voorzijde
- Publiciteit
- Hellend vlak aan voorgevel
- Aanpassing raam in linkergevel hoofdbouw
- Aanleg van terras op plat dak van de aanbouw
- Wit buitenschrijnwerk vervangen door zwart
- Dakkapellen werden verwijderd
- Berging zijde speelplaats
De glazen constructie met mariabeeld is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening en zal bijgevolg worden verwijderd.
De netten aan achterzijde zijn geen eigendom van de aanvrager. Deze werden door het schoolbestuur van de aanpalende school rondom de volledige speelplaats van geplaatst.
Lamellenconstructie aan voorzijde. Deze constructie werd door de vorige eigenaar zonder vergunning geplaatst. De constructie heeft naast een esthetische functie als afwerking van de voorgevel ook een functie als borstwering van het terras. Gezien deze esthetisch verantwoord is en past binnen het straatbeeld wensen we deze te regulariseren.
Publiciteit
Gezien in het gebouw een handelszaak gelegen is werden door de eigenaar 2 zaakgebonden reclamepanelen geplaatst.
Tegen de rechtergevel gelegen aan de Sint-Aldegonislaan werd een licht metalen frame met spandoek geplaatst met de naam en contactgegevens van het bedrijf en een korte samenvatting van de activiteiten. Dit paneel is extern verlicht met 2 spotjes aan de onderzijde.
Tegen de voorgevel werd een subtiel reclamepaneel haaks op de gevel geplaatst, het paneel bevat enkel de naam en logo van de zaak en is extern verlicht met 2 spots. Het paneel is 1,5m2 groot en voldoet dus aan de regelgeving van het Agentschap Wegen en Verkeer.
Hellend vlak aan voorgevel. De trappen aan de inkomdeur en de verhoging over de gehele breedte van de voorgevel werden vervangen door een hellend vlak met keerwanden rondom. Deze staan gedeeltelijk op eigen terrein en gedeeltelijk op openbaar domein. De constructie werd vermoedelijk door de vorige eigenaar aangebracht en is noodzakelijk voor de toegankelijkheid van het pand. Doordat er een hoogteverschil van +/- 80cm is tussen het vloerniveau van de kantoren en het trottoir is een hellend vlak nodig om het gebouw toegankelijk te maken voor minder mobiele personen.
Aanleg van terras op plat dak van de aanbouw. De vorige eigenaar heeft een terras aangelegd op het dak van de aanbouw aan de linkerzijde. Gezien de woning niet over een eigen buitenruimte beschikte is dit een waardevolle toevoeging die de leefbaarheid van het gebouw vergroot.
Gezien het terras enkel grenst aan het openbaar domein aan de voorzijde en de speelplaats van het schoolgebouw (openbare functie) aan de achterzijde is er geen hinder voor omwonenden door de aanwezigheid van het terras. Gezien het terras vooral gebruikt wordt na de kantooruren en in het weekend en dit hoofdzakelijk in de zomerperiode en de speelplaats slechts enkele keren per dag tijdens de schooluren wordt gebruikt zullen er weinig momenten zijn waarop terras en speelplaats tegelijk in gebruik zijn.
Aanpassing raam in linker gevel hoofdbouw
Om het terras rechtstreeks toegankelijk te maken vanuit de woning, werd de onderzijde van één van de raamopeningen verlaagd zodat een doorgang naar het terras ontstaat. Aangezien dit geen structurele ingreep betreft en het om een aanpassing in een zijgevel gaat, is deze handeling niet vergunningsplichtig.
Wit buitenschrijnwerk vervangen door zwart
De vorige eigenaar van het gebouw heeft het witte buitenschrijnwerk vervangen door schrijnwerk in zwart gelakt aluminium. De voordeur werd in hout uitgevoerd. Dit geeft het gebouw een meer hedendaagse uitstraling maar strookt niet met het historisch karakter van het gebouw. Gezien duidelijk is dat dit een latere toevoeging is is de wijziging wel verantwoordbaar.
Het zwarte buitenschrijnwerk zorgt voor een eenheid tussen de hoofdbouw en de aanbouw aan de linkerzijde die voorheen niet aanwezig was.
Dakkapellen werden verwijderd
Op het dak van het hoofdgebouw waren voor de verbouwing door de vorige eigenaar 2 dakkappellen
aanwezig. Deze werden verwijderd. Op foto’s van ca. 1911 is te zien dat deze kapellen een latere toevoeging betreffen. Het verwijderen van deze kapellen is dus in lijn met de historiek van het gebouw.De vergund geachtheid van de uitbouw aan de achterzijde kan niet achterhaald worden. Maar gezien het een geheel vormt met de bestaande bebouwing wensen we dit mee te regulariseren in deze aanvraag.
5. MATERIALISATIE
De bestaande gevelafwerking van het herenhuis werd niet gewijzigd. Dit is nog steeds het originele uitzicht. Het buitenschrijnwerk werd wel gewijzigd van wit hout naar zwart aluminium en een houten toegangsdeur in natuurlijke houtkleur. Het dak werd vernieuwd en er werden dakvlakramen toegevoegd. Aan de linkerzijde van het herenhuis, werden de gelijkvloerse gebouwen aan de voorgevel afgewerkt met een zwarte lamellenstructuur. Het dakterras werd aangelegd met een houten beplanking.
6. RIOLERING
Het betreft een regularisatie waarbij nagenoeg het volledige volume als vergund geacht kan worden beschouwd. Enkel voor de kleine berging aan de achterzijde, met een oppervlakte van circa 4 m², kan de vergund geachte toestand niet worden aangetoond. Gezien de beperkte omvang van deze berging en het feit dat deze vermoedelijk reeds in de jaren '70 werd opgericht — ruim vóór de inwerkingtreding van de hemelwaterverordening — is de impact hiervan verwaarloosbaar.
Daarnaast worden er geen wijzigingen aan de bestaande riolering aangebracht en is het volledige perceel reeds bebouwd, waardoor het voorzien van een infiltratievoorziening technisch niet haalbaar is. Gezien deze omstandigheden achten wij het verantwoord om de toepassing van de hemelwaterverordening buiten beschouwing te laten.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in strijd met de voorschriften van het RUP Centrum V zuid wat betreft de de ligging van de berging aan de achterzijde van het gebouw op de speelplaats van de school en in de zone voor gemeenschapsvoorzieningen.
Gezien deze berging niet als vergund geacht kan beschouwd worden, Niet op de eigen eigendom ligt en bovendien met een raam en deur uitkomt op deze eigendom van de buur, kan deze niet geregulariseerd worden.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
IOED Haspengouw west | 28 mei 2025 |
|
|
AWV - District Zuid-Limburg | 28 mei 2025 | 30 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
preventie@zuidwestlimburg.be | 28 mei 2025 | 24 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 28/05/2025 digitaal voor advies overgemaakt aan IOED Haspengouw west. Hierop werd geen advies ontvangen.
De aanvraag werd op 28/05/2025 digitaal voorgelegd aan AWV - District Zuid-Limburg. Er werd op 30/06/2025 een voorwaardelijk advies ontvangen van de dienst met referte AV/719/2025/00399. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
De aanvraag werd op 28/05/2025 digitaal voorgelegd aan brandweer Zuid West Limburg. Er werd op 24/06/2025 een voorwaardelijk advies ontvangen van de dienst met referte HA-2013-0152-001. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 5 juni 2025 tot 4 juli 2025.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 5 juni 2025 tot 4 juli 2025.
Er werden naar aanleiding van het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De voorgestelde bebouwing met uitzondering van de berging aan de achterkant van de woning, is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De berging aan de achterkant van de woning bevindt zich op de speelplaats in een zone voor gemeenschapsvoorzieningen. Deze zal dan ook uit de vergunning gesloten worden.
- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit gezien de wijzigingen intern zijn en de bestaande garage behouden blijft.
- Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een herindeling binnen het bestaande volume betreft. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag heeft geen invloed op het bestaande ruimtegebruik, het betreft de regularisatie van interne wijzigingen waardoor het ruimtegebruik niet zal worden uitbreid. Ook de bestemming en bouwdichtheid blijven aanvaardbaar en sluiten aan met de omgeving waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is.
- Visueel-vormelijke elementen: De te regulariseren werken aan de gevel zijn passend binnen de omgeving en de verwijdering van de dakkapellen brengt het gebouw terug in zijn originele staat. De aanvraag is naar materiaalgebruik en uitwerking stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing in de omgeving en de aanwezige infrastructuur. Het geheel past binnen deze omgeving.
- Cultuurhistorische aspecten: Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, wel paalt dit perceel aan de St. Aldegondislaan met aansluitend het beschermd monument de St. Aldegondiskerk. Echter de aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: De aanvraag wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen:. Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden, gezien de wijzigingen enkel binnen de bestaande volumes gebeuren en de berging op het buurperceel uit de vergunning zal worden gesloten.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Ongunstig advies voor
- Publiciteit
- Berging zijde speelplaats
Gunstig advies voor
- Lamellenconstructie aan voorzijde
- Hellend vlak aan voorgevel
- Aanpassing raam in linkergevel hoofdbouw
- Aanleg van terras op plat dak van de aanbouw
- Wit buitenschrijnwerk vervangen door zwart
- Dakkapellen werden verwijderd
Onder volgende voorwaarden:
● De algemene en bijzondere voorwaarden zoals gesteld in het advies van AWV - District Zuid-Limburg d.d. 30/06/2025 met ref. AV/719/2025/00399 dienen opgevolgd te worden.
● Het advies van de brandweerzone Zuid-West Limburg d.d. 24.06.2025 met ref. HA-2013-0152-001 dient strikt nageleefd te worden.
● de reclameborden die zich over openbaar domein bevinden zijn niet regulariseerbaar en dienen verwijderd te worden binnen het jaar na vergunningsdatum.
● De berging op speelplaats school wordt uit de vergunning gesloten en dient verwijderd te worden binnen het jaar na vergunningsdatum
● De ornamenten op het openbaar domein, met name de glazen constructie met beeld en het losstaande beeld zijn ruimtelijk niet verantwoord en dienen conform de aanvraag verwijderd te worden. De termijn hiervoor stellen we eveneens op binnen het jaar na vergunningsdatum.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 27/08/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Filip Berden namens BERFIL NV gevestigd te Laagdorp 2 te 3570 Alken, de regularisatie van een verbouwing van een handelspand met woonst, gelegen Laagdorp 2 en St. Aldegondislaan, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 345 V, (afd. 2) sectie F 345 W en (afd. 2) sectie F 353 K gedeeltelijk voorwaardelijk te vergunnen.
2. De volgende stedenbouwkundige handelingen worden voorwaardelijk vergund:
- Lamellenconstructie aan voorzijde
- Hellend vlak aan voorgevel
- Aanpassing raam in linkergevel hoofdbouw
- Aanleg van terras op plat dak van de aanbouw
- Wit buitenschrijnwerk vervangen door zwart
- Dakkapellen werden verwijderd
3. Onder volgende voorwaarden:
● De algemene en bijzondere voorwaarden zoals gesteld in het advies van AWV - District Zuid-Limburg d.d. 30/06/2025 met ref. AV/719/2025/00399 dienen opgevolgd te worden.
● Het advies van de brandweerzone Zuid-West Limburg d.d. 24.06.2025 met ref. HA-2013-0152-001 dient strikt nageleefd te worden.
● de reclameborden die zich over openbaar domein bevinden zijn niet regulariseerbaar en dienen verwijderd te worden binnen het jaar na vergunningsdatum.
● De berging op speelplaats school wordt uit de vergunning gesloten en dient verwijderd te worden binnen het jaar na vergunningsdatum
● De ornamenten op het openbaar domein, met name de glazen constructie met beeld en het losstaande beeld zijn ruimtelijk niet verantwoord en dienen conform de aanvraag verwijderd te worden. De termijn hiervoor stellen we eveneens op binnen het jaar na vergunningsdatum.
4. De volgende stedenbouwkundige handelingen worden geweigerd:
- Publiciteit
- Berging zijde speelplaats
Deze gedeeltelijke vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 27 08 2025
Omgevingsvergunning 1021
Aanvraag omgevingsvergunning over: de afbraak van een bestaande woning en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning ingediend door Sven Janssens wonende te Sint-Truidersteenweg 224 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Bisschopsweyerstraat 36, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 709 X2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Sven Janssens wonende te Sint-Truidersteenweg 224 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Bisschopsweyerstraat 36
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie G nr. 709X2
|
Projectnaam: | Bisschopsweyerstraat 36 - Sven Janssens
|
Dossiernummer: | 202570
|
Intern dossiernummer: | 1021
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025044460
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
De aanvraag betreft de afbraak van een bestaande woning en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning.
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de afbraak van een bestaande woning en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m achter de rooilijn) en achterliggend agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen de agrarische gebieden enkel mogen bevatten, de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in het geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het
Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of niet vervallen verkaveling.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel gelegen is in pluviaal overstromingsgevoelig gebied
Het dossier overgemaakt werd aan de provincie Limburg afdeling water en domeinen.
Gelet op het voorwaardelijkgunstig advies van de provincie Limburg afdeling water en domeinen:
Het perceel is gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied, echter enkel in een toekomstig klimaatscenario waardoor het niet opgenomen is in de advieskaart en strikt genomen geen advies van de waterbeheerder vereist is. De oorzaak van de overstromingsgevoeligheid ligt voornamelijk in de natuurlijke afstroming van oppervlaktewater van voor naar achter over het perceel.
Het vloerpeil van de nieuwe woning wordt hoog genoeg voorzien om binnenstromen van water te vermijden. Als gevolg van het bouwen in dit pluviaal overstromingsgevoelig gebied wordt geen noemenswaardig overstromingsvolume in de vallei ingenomen, of geen afwatering geblokkeerd, mits rekening gehouden wordt met volgende VOORWAARDEN:
• Het vloerpeil van de nieuwe woning moet cfr. het terreinprofiel bij de vergunning 54 cm boven de as van de weg gebouwd worden om binnenstromen van water uit de omgeving te vermijden.
• Cfr. de plannen bij de vergunning moet gebouwd worden op een (overstroombare) kruipkelder. Er moeten (rooster-) openingen in de wanden van de kruipkelder voorzien worden om in noodgeval water ter kunnen laten in- en uitstromen. De openingen dienen tevens als verluchting.
• De afwatering van de tuin naar achter moet bewaard blijven. De terreinhelling van het perceel mag niet volledig omgekeerd worden naar de straat.
• Ophogingen van de tuin rond de woning tot boven het niveau van de buurpercelen zijn te allen tijde verboden.
• De bouwheer moet de verplichte “wadi” in het kader van de hemelwaterverordening voorzien op een logische plaats en integreren in de aanleg van de tuin. Indien de horizontale oppervlakte van de infiltratievoorziening minstens 25% bedraagt van de hierin afwaterende verharde/dakoppervlakte, is een strikte uitvoering cfr. de principetekeningen in het technisch achtergronddocument bij de verordening niet vereist, en mag de infiltratievoorziening ook een groot verlaagd plantvak zijn. Belangrijk is dat een zo groot mogelijk oppervlakte van de teelaarde in de tuin als spons wordt aangewend om water te absorberen alvorens het zou overlopen.
• De hemelwaterput voor herbruik wordt bij voorkeur zo hoog mogelijk geplaatst, eventueel onder een verhoogd terras, om gravitaire overloop vanuit de schacht over het maaiveld mogelijk te maken. Oppompen van water uit de hemelwaterput naar een hoger gelegen wadi is niet toegestaan.
Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 20 mei 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 17 juli 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 21 augustus 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie G 709 X2
De woning dateert van 1969 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 01/02/2023 een omgevingsvergunning (719) voor het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning werd verleend door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 27/03/2024 een omgevingsvergunning (875) voor de regularisatie van de verbouwing van een ééngezinswoning werd verleend door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag is gelegen langs de gemeentelijke weg, zijnde de Bisschopweyerstraat, die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door open bebouwing en achterliggende agrarische gebieden in een landelijke context. De woningen in de omgeving zijn verschillend qua opbouw, bouwstijl en bouwjaar.
De aanvraag betreft het slopen van een vrijstaande woning en de bouw van een nieuwe eengezinswoning.
De nieuwe constructie zal fungeren als eengezinswoning, net zoals het bestaande gebouw. Er zal geen kantoor in plaatsvinden. In de omgeving zijn er eveneens tal van eengezinswoning terug te vinden. De inplanting van het nieuw gebouw zal enigszins verschillen van de bestaande inplanting. Dit aangezien het bestaande gebouw te kort tegen de rooilijn geplaatst werd. Nu zal er een afstand van 600m gehouden worden vanaf de rooilijn tot de gevel zoals bij de overige woningen in de straat. Op die manier past de nieuwe woning zich beter in het geheel dan de bestaande. Het gebouw blijft binnen de 15m vanaf de rooilijn. Het gabarit van de bestaande woning is verschillend van de nieuwe daar de bestaande woning een enkele bouwlaag had terwijl de nieuwe woning wordt opgebouwd uit 2 bouwlagen. 2 bouwlagen zijn meer voorkomend in het straatbeeld. Het terrein zal volledig vergroend worden. Enkel een oprit naar de carport zal verhard worden. Het overdekte terras achteraan bevindt zich volledig binnen de bouwzone. Er worden geen reliëfwijzigingen gedaan. De nieuwe woning zal een andere nulpas aannemen aangezien de bestaande nulpas op +-90 van het maaiveld bepaald werd. De nieuwe woning wordt opgebouwd uit containers. Op het gelijkvloers zal een gevelsteen gemetst worden aan de linker- en voorzijde van de woning. Achteraan wordt de container deels zichtbaar. De rechtergevel zal bekleed worden met houten gevelbekleding. De containers op verdiep worden volledig in het zicht gelaten. De bestaande verharding zal een groter oppervlak bestaan dan de nieuwe verharding, er wordt dus niet verwacht dat dit een probleem zal vormen. De oprit zal worden aangelegd in waterdoorlatende materialen en kent een helling van minder dan 2%. Eveneens zal er een regenwaterput van 20 000 liter geplaatst worden. Het water hierin opgevangen zal gebruikt worden voor het doorspoelen van toiletten en gebruik van buitenkranen. De wadi in de voortuin kan zo’n 1320 liter bufferen. De rwa-put zal overlopen in de wadi, de wadi loopt op zijn beurt over in de riolering. Het zwarte en grijze water wordt in de woning gescheiden gehouden en komt buiten de woning samen om zo naar de riool over te gaan. Op het dak boven de 1e bouwlaag wordt een zonnenpaneleninstallatie voorzien. Deze zal nagenoeg niet zichtbaar zijn vanaf de weg. De woning wordt verwarmd dmv een warmtepomp. De warmtevraag voor een goed geisoleerde woning ligt rond de 0,04kW/m2, in dit geval is in totaal max 9-10kW noodzakelijk. Rekening houdend met een COP tussen 4 en 6 geeft dit een elektrisch vermogen van de compressor rond de 1,7-2,5kW. De warmtepomp zelf zal een compressorvermogen hebben van 4Kw, lager dan 5Kw dus en valt daardoor niet onder de rubriek 16.3.2. Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties en andere installaties voor het fysiek behandelen van gassen met uitzondering van inrichtingen in die ingedeeld zijn in rubriek 16.9C subrubriek: a 5kW tot en met 200kW – klasse 3. Er dient bijgevolg geen milieuluik te worden toegevoegd. De aanvraag betreft een eengezinswoning. Er is binnen het schakelvolume een stalling voor auto’s en fietsen voorzien. Daarnaast wordt er in de voortuinzone een bijkomende stalplaats gecreëerd voor bezoekers.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 17 juli 2025 | 24 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 17 juli 2025 | 23 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 17 juli 2025 | 24 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 17 juli 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan provincie Limburg - afdeling Waterbeheer. Op 23 juli 2025werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen met referte 2025N160631 - 2025 – 1216 De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
De aanvraag werd op 17 juli 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 24 juli 2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 17 juli 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius. Op 24 juli 2025 werd er een voorwaardelijk gunstigadvies met referte 5000106096 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan.
- Mobiliteitsaspect: er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De op te richten woning overschrijdt geenszins de draagkracht van het terrein. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De tuinzone voor de ééngezinswoning is gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
- Visueel-vormelijke elementen: Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument.. De aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
gunstig advies, onder voorwaarde:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het advies van Fluvius dd.07/07/2025 met referte 5000106096 dient nageleefd te worden.
● Het advies van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer dd. 23 juli met referte 2025N160631 - 2025 – 1216 dient nageleefd te worden.
● Het advies van Watering de Herk dd.24 juli 2025 dient nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 27/08/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Sven Janssens wonende te Sint-Truidersteenweg 224 te 3500 Hasselt, de afbraak van een bestaande woning en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning, gelegen Bisschopsweyerstraat 36, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 709 X2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het advies van Fluvius dd.07/07/2025 met referte 5000106096 dient nageleefd te worden.
● Het advies van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer dd. 23 juli met referte 2025N160631 - 2025 – 1216 dient nageleefd te worden.
● Het advies van Watering de Herk dd.24 juli 2025 dient nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 27 08 2025
Omgevingsvergunning 1024
Aanvraag omgevingsvergunning over: het verbouwen en uitbreiden van een woonhuis en de afbraak van een bestaand bijgebouw en heropbouw op gewijzigde plaats ingediend door Frank Mercken met als contactadres Rechtstraat 61 te 3570 Alken en Margaretha Mercken met als contactadres Rechtstraat 61 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Rechtstraat 61 en 61A, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 597 R, (afd. 2) sectie E 597 P, (afd. 2) sectie E 597 S, (afd. 2) sectie E 597 Y, (afd. 2) sectie E 597 Z, (afd. 2) sectie E 597 W, (afd. 2) sectie E 598 A, (afd. 2) sectie E 599 K, (afd. 2) sectie E 602 V, (afd. 2) sectie E 602 T, (afd. 2) sectie E 602 X, (afd. 2) sectie E 606 L, (afd. 2) sectie E 606 M en (afd. 2) sectie E 636 C. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Frank Mercken met als contactadres Rechtstraat 61 te 3570 Alken en Margaretha Mercken met als contactadres Rechtstraat 61 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Rechtstraat 61A
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nrs. 597R, 597P, 597S, 597Y, 597Z, 597W, 598A, 599K, 602V, 602T, 602X, 606L, 606M en 636C
|
Projectnaam: | Rechtstraat 61A - Mercken
|
Dossiernummer: | 202577
|
Intern dossiernummer: | 1024
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025057674
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het verbouwen en uitbreiden van een woonhuis en de afbraak van een bestaand bijgebouw en heropbouw op gewijzigde plaats.
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● het verbouwen en uitbreiden van een woning (koetshuis)
● de herbouw van een bijgebouw op gewijzigde plaats
● de afbraak van het bestaande bijgebouw
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - parkgebied.
De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
De percelen zijn deels gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Echter betreft het enkel een overstromingsrisico in een toekomstig klimaatscenario. De bestaande te verbouwen woonhuis/koetshuis ligt aan de rand van een pluviale overstromingsvlek toekomstig klimaat. Als gevolg van de geplande werken wordt geen noemenswaardig overstromingsvolume in de vallei ingenomen en het vloerpeil wordt voldoende hoog boven het niveau van het bestaand terrein voorzien zodat binnenstromen van water vermeden wordt. De te herbouwen garage/tuinberging wordt volledig buiten het overstromingsgevoelig gebied voorzien, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van de af te wateren dakoppervlak van de te verbouwen en uit te breiden woning bedraagt 205,9m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 20 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening van 8362,20 liter en een infiltratieoppervlakte van 20,28m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, een buitenkraan en het wasmachine. Het dakoppervlak van het vrijstaand bijgebouw zal infiltreren op het eigen terrein in de naastliggende groenzone.
De bestaande inrit naar het voormalige koetshuis, vertrekkende vanaf de Rechtstraat, zal worden opgebroken, de oppervlakte hiervan bedraagt 499,3 m². Deze zal vervangen worden door een geherpositioneerde toegang met parkeermogelijkheid van 350 m². Op het terrein bevinden zicht reeds bestaande verhardingen uitgevoerd in waterdoorlatende materialen, zijnde kiezel. Het nieuwe bijgebouw zal geplaatst worden in aansluiting met deze bestaande verharding waardoor er geen bijkomende verhardingen zullen worden voorzien, enkel zal er een beperkte zone bijkomend voorzien worden als draai- en keerzone en de toegang naar het bijgebouw met een oppervlakte van 26m².
Het goed is gelegen in een individueel te optimaliseren buitengebied met betrekking tot de riolering. Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd en aangesloten op een individuele afvalwater zuivering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 16 juni 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 26 juni 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 3 juli 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 1 augustus 2025 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 21 augustus 2025 |
1.f. Historiek
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 23/06/2004 een stedenbouwkundige vergunning (4420) voor kappen van hoogstammige bomen werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag omvat de verbouwing en het uitbreiden van het woonhuis (koetshuis), het herbouwen van een bijgebouw op een gewijzigde plaats en de afbraak van het bestaande bijgebouw.
De aanvraag is gelegen in een landelijke omgeving, langs een geasfalteerde gemeenteweg, zijnde de Rechtstraat, die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door gronden gesitueerd binnen het parkgebied alsook landbouwgronden. De aanpalende percelen zijn eveneens in eigendom van de aanvrager.
Het betreft een perceel opgenomen in de inventaris OE als parkje bij het landhuis Groot Peeteren, zijnde een parkje in landschappelijke stijl gekadastreerd in 1899, bij de bouw van de neo-traditionele woning met koetshuis.
Huidige aanvraag betreft de verbouwing en uitbreiding van het koetshuis behorende bij het landhuis en gesitueerd aan de voorzijde van het landhuis rechts. Gezien de kenmerkende en waardevolle aspecten van het koetshuis is de hoofddoelstelling om een nieuw ensemble te bekomen met respect voor het bestaand gebouw en haar omgeving. Het bestaande bakstenen hoofd-volume wordt gerestaureerd en gerenoveerd met veel aandacht voor detail en materialisatie.
Aan de rechterzijde wordt een nieuw en ondergeschikt volume toegevoegd in een tijdloze bouwstijl, bestaande uit 1 bouwlaag met hellende dakkap waaronder zich een gedeeltelijke zolderruimte situeert. Een iets bescheidener ‘koppelvolume’ vormt de schakel tussen hoofd- en bijgebouw , hierin bevindt zich ook de toegang tot de woning (circulatie-ruimte). Het hoofdvolume wordt naar indeling opnieuw georganiseerd om te kunnen voldoen aan de noden van een hedendaags woonhuis.
Wat betreft de renovatie van het koetshuis is er langs de buitenzijde aandacht geschonken aan het maximaal behouden van de historische raamopeningen en gevel-elementen. De kenmerkende poort openingen in boogvorm werden in het verleden dicht gemetst maar zullen opnieuw voorzien worden van niet-functionele houten poorten naar oud model.
De niet historische gevelopeningen (met beton-linteel - voornamelijk aan de zijde van de Rechtstraat) worden verwijderd en vervangen door nieuwe openingen met een ‘traditioneel’ karakter.
Daken worden gerenoveerd en opnieuw voorzien van natuurleien, aan de voorzijde van het gebouw wordt de bestaande dakkapel vervangen en de kapel aan de achterzijde wordt hersteld. De verdwenen houten bakgoot wordt eveneens teruggeplaatst aan de zijde van de Rechtstraat, naar analogie van het bestaande model.
De uitbreiding aan de rechterzijde van het gebouw is een strakker en eerder tijdloos volume met grote glaspartijen in de plintzone. De gevels worden uitgevoerd in een ‘gepapvoegde’ gevelsteen die zal zorgen voor een ondergeschikt karakter t.o.v. het bestaande gebouw in zichtbaar metselwerk. Op de hellende daken worden dezelfde natuurleien geplaatst.
Naast het koetshuis werd in 1928 een bijgebouwen opgetrokken met stallingen en garages. Voordien aan het koetshuis vast, later werd deze koppeling afgebroken waardoor beide gebouwen alleen komen te staan. Dit bijgebouw heeft weinig architecturale waarde of belang in het geheel van het park en werd gebruikt als garage en berging. De serre werd later toegevoegd en wordt als niet vergund beschouwd.
Om het koetshuis op een degelijke wijze te kunnen uitbreiden zal het naastliggende bestaande vergund geachte bijgebouw worden afgebroken en opnieuw herbouwd worden op een gewijzigde locatie op het perceel. De nieuwe constructie zal eveneens dienst doen als garage en tuinberging. Het bestaande, af te breken en te herpositioneren, bijgebouw heeft een volume van 337,42 m³. Het nieuwe, te herbouwen, bijgebouw zal een volume hebben van 325,19 m³ en overschrijdt het bestaande volume niet. Het nieuwe bijgebouw zal geplaatst worden in aansluiting met de bestaande verharding waardoor er geen bijkomende verhardingen zullen worden voorzien, enkel zal er een beperkte zone bijkomend voorzien worden als draai- en keerzone en de toegang naar het bijgebouw met een oppervlakte van 26m². Het nieuwe bijgebouw wordt links voor het bestaande landhuis voorzien aansluitend aan de inrit/toegang die voorzien is ten behoeve van het landhuis aan deze zijde. Het betreft een bijgebouw bestaande uit één bouwlaag met een kroonlijsthoogte van ongeveer 3m10 en een nokhoogte van 4m85. Dit bijgebouw wordt in hetzelfde concept gerealiseerd als de uitbreiding van het koetshuis om zo een harmonisch geheel te bekomen op de percelen en de gebouwen gesitueerd binnen het parkgebied.
Voor de positionering van het te herbouwen garagevolume dienen er 3 bomen te worden gerooid. Het betreffen 3 loofbomen met een beperkte stamdiameter van maximaal 45 cm.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is principieel niet in overeenstemming met het geldende gewestplan, wat betreft de aanvraag tot het verbouwen en uitbreiden van een woning (koetshuis) en de herbouw van een bestaand bijgebouw op gewijzigde plaats (met de afbraak van het bestaande bijgebouw). De bestaande gebouwen situeren zich binnen een parkgebied en worden dus beschouwd als zonevreemd. Echter is van toepassing:
‘Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening –Afdeling 2 Basisrechten voor zonevreemde constructies
Onderafdeling 2 Bestaande zonevreemde constructies
Artikel 4.4.12. - 4.4.19.
Sectie 1 Bestaande zonevreemde woningen
Artikel 4.4.12. - 4.4.15.
Subsectie 1 Verbouwen
Artikel 4.4.12.
In alle bestemmingsgebieden geldt dat de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande zonevreemde woning, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.2.4, eerste lid, 1°, is wel toegelaten.
Subsectie 4 Uitbreiden
Artikel 4.4.15.
Het uitbreiden van een bestaande zonevreemde woning is vergunbaar, voor zover het bouwvolume beperkt blijft tot ten hoogste 1 000 m3 en op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.2.4, eerste lid, 1°, is wel toegelaten.
Sectie 2 Bestaande zonevreemde constructies, niet zijnde woningbouw
Subsectie 3 Herbouwen op een gewijzigde plaats
Artikel 4.4.18.
§ 1. De vigerende bestemmingsvoorschriften vormen op zichzelf geen weigeringsgrond bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het op een gewijzigde plaats herbouwen van een bestaande zonevreemde constructie, niet zijnde woningbouw, op voorwaarde dat voldaan is aan alle hiernavolgende vereisten :
1° voor het herbouwen is ten minste één van volgende oorzaken aanwijsbaar :
a) de constructie is getroffen door een rooilijn,
b) de constructie bevindt zich in een achteruitbouwzone,
c) de verplaatsing volgt uit redenen van een goede ruimtelijke ordening, en wordt door de aanvrager uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit een betere integratie in de omgeving, een betere terreinbezetting of een kwalitatief concept;
2° ten minste één van volgende voorwaarden is vervuld :
a) de herbouwde constructie krijgt dezelfde voorbouwlijn als de dichtstbijzijnde constructie,
b) de nieuwe toestand levert een betere plaatselijke aanleg op, en richt zich op de omgevende bebouwing of plaatselijk courante inplantingswijzen.
Uit bovenvermelde beschrijving van de werken kan worden opgemaakt dat de voorliggende aanvraag voldoet aan de bepalingen van de vermelde artikelen van de Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening inzake de basisrechten voor de zonevreemde woningen en constructies.
De aanvraag betreft de verbouwing en het uitbreiden van het koetshuis en de herbouw van een bestaand bijgebouw op een gewijzigde plaats. Op basis van een bouwhistorisch, cartografisch en materiaal-technisch onderzoek dat gevoegd werd bij de beschrijvende nota gevoegd bij de aanvraag kunnen de bestaande gebouwen als vergund geacht worden beschouwd. Deze gebouwen werden tevens opgenomen in de inventaris Onroerend Erfgoed als zijnde landhuis Groot Peteren en parkje bij het landhuis Groot Peteren. Het bestaande historische koetshuis heeft een volume van 528,42 m³ van de te behouden delen hieraan wordt een volume toegevoegd van 472,73m³, waardoor er een totaal volume zal bekomen worden na uitbreiding van 994,92m³. Het volume van de woning met realisatie van de nieuwe ruimte blijft beperkt tot het maximum toegelaten bruto-volume van 1000m³. Het aantal woongelegenheden zijnde één wordt niet gewijzigd. Daarenboven is een parkgebied geen ruimtelijk kwetsbaar gebied. De aangevraagde constructies maken deel uit van een uitgestrekt domein met een bestaand landhuis ‘Groot-Peteren’ dat werd gebouwd in 1895. Het gaat over een historisch complex van een aantal vrijstaande gebouwen die in een losse schikking werden geplaatst in een park waarvan het landhuis als bouwkundig erfgoed werd vastgesteld. De aanvrager is zowel eigenaar van het landhuis als van het koetshuis. Het werd in het verleden evenwel op minder oordeelkundige manier verbouwd tot woonhuis en tot voor kort ook bewoond. Deze bewoning werd geregistreerd vanaf 1977 in het bevolkingsregister van de gemeente Alken. Functiewijzigingen zijn pas verplicht vanaf 1984 waardoor deze functie als vergund beschouwd wordt. Naast het koetshuis werd in 1928 een bijgebouwen opgetrokken met stallingen en garages. Voordien aan het koetshuis vast, later werd deze koppeling afgebroken waardoor beide gebouwen alleen komen te staan. Om van het voormalige koetshuis een kwalitatieve en hedendaagse woning te maken, met respect voor het bestaande historische volume, dringt een uitbreiding van het woonhuis zich op. Gezien de atypische vorm van het perceel, het bekomen van een goede interne organisatie en behoudt van het historische zicht naar het landhuis, met inbegrip van de straatgevel van het koetshuis, zal deze uitbreiding zich lokaliseren in de richting van het bijgebouw. Om deze redenen van goede ruimtelijke ordening, kwalitatieve heropwaardering van het koetshuis en betere plaatselijk aanleg wordt er gevraagd om de constructie van het bijgebouw af te breken en het volume te herbouwen op een gewijzigde locatie op het landgoed: met name links van de bestaande toegang naar het landhuis om daar dienst te kunnen doen als garage en tuinberging. Het gaat over een ondergeschikt gebouw in ‘klassieke’ bouwstijl met één bouwlaag dat zal horen bij het landhuis.
Gelet op de hoger geciteerde wetgeving kunnen de aangevraagde werken tot verbouwing, uitbreiding en herlocalisatie bijgevolg ter plaatse aanvaard worden.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 5 bijkomende hoogstam bomen te worden aangeplant binnen de parkzone met een plantmaat 10/12 (in harmonie met de bestaande bomen binnen het parkgebied)
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Vergunningen in toepassing van de regelgeving rond zonevreemde constructies zijn een uitzondering, zijnde een afwijking. Van de vergunninghouder wordt dan ook verwacht dat hij via een opgelegde last bijdraagt tot het realiseren van één van volgende doelstellingen:
● Het uitbouwen van de landschappelijke en ecologische kwaliteit van de open ruimte
● Het uitbouwen van een duurzaam waterbeheer
● Het verhogen van de biodiversiteit
● Het tegengaan van klimaatverandering
Het aanplanten van vijf hoogstammige bomen maakt deel uit van de verwezenlijking van groene ruimten en verhoogt de landschappelijke kwaliteit en de ecologische kwaliteit van de open ruimte en verhoogt de biodiversiteit.
De last in natura bevindt zich in de nabijheid van het project (nl. op het eigen perceel) en is redelijk en in verhouding tot het vergunde project en kan verwezenlijkt worden door de aanvrager zonder toedoen van derden.
De uitvoering van de last wordt gedekt door het opleggen van een financiële waarborg volgens artikel 77 OVD.
Inventaris onroerend erfgoed
De vakwerkwoning werd opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed met volgende vermelding,
Landhuis Groot-Peteren
bouwkundig element
ID31704 - URI https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/31704
Parkje bij het landhuis Groot Peeteren
landschappelijk element
ID134255 – URI https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134255
Juridische gevolgen
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Landhuis Groot-Peteren
Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Landhuis Groot-Peteren
Deze vaststelling was geldig van 24-09-2009 tot 01-02-2018
Onderhavig ontwerp heeft als doel het bouwkundig erfgoed te herwaarderen en de beleving van deze waardevolle elementen te stimuleren. Dit komt tot stand door beperkte en eenvoudige ingrepen (afbraak, heropbouw en nieuwbouw) die de erfgoedwaarde van het geheel belichten.
Voorgesteld ontwerp kan bijgevolg in overeenstemming gebracht worden met het beschermd karakter van het landhuis en het parkgebied zoals opgenomen in de inventaris onroerend erfgoed.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
IOED Haspengouw west | 26 juni 2025 |
| Geen advies ontvangen |
Adviezen en Vergunningen Vlaams-Brabant en Limburg; Limburg | 26 juni 2025 | 14 augustus 2025 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 26 juni 2025 | 24 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 26 juni 2025 | 15 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 26 juni 2025 | 27 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 26.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur en Bos. Op 14.08.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 25-210783 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 26.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 24.07.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000104131 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 26.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg. Op 15.07.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen met ref. 2025N160622 - 2025 - 1082. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 26.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de Watergroep. Op 27.06.2025 ontvingen wij via het omgevingsloket een voorwaardelijk gunstig advies. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 3 juli 2025 tot 1 augustus 2025.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 3 juli 2025 tot en met 1 augustus 2025. Er werden geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: De betreffende percelen zijn volgens het gewestplan gelegen binnen parkgebied. De aanvraag is principieel niet in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan, echter kan er toepassing gemaakt worden van enkele afwijkingen voorzien in de VCRO op basis van artikels 4.4.12 t.e.m. 4.4.18 met betrekking tot de basisrechten van de zonevreemde constructies. De aanvraag is dus functioneel inpasbaar op basis van voorgaande afwijkingen binnen de VCRO. Gelet op de geldende regelgeving omtrent de basisrechten van zonevreemde constructies, is het gevraagde functioneel aanvaardbaar binnen de geldende zonering.
● Mobiliteitsaspect: . Er worden 4 parkeerplaatsen voorzien op het perceel rechts ten behoeve van de woning in het koetshuis. Ook worden er 3 parkeerplaatsen voorzien binnen het te herlokaliseren bijgebouw ten behoeve van het landhuis. Er wordt dus in verhouding tot het gevraagde ontwerp ruim voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Naar ruimtegebruik, schaal en bouwdichtheid vormt de voorgestelde verbouwing een voldoende samenhangend geheel zodat er geen overdreven ruimtebeslag is. De wijzigingen ten opzichte van de bestaande toestand verbeteren en de verbouwingen met renovatie/restauratie van het bestaande koetshuis aangevuld met een strakker volume hebben tot doel om het historische karakter van deze omgeving zowel naar configuratie als naar vormgeving, materiaalgebruik en als beeld te behouden en te herwaarderen. Het volume van de woning na renovatie en uitbreiding blijft beperkt tot 994,92m³ dus onder de maximum toegelaten 1.000m³ gelet op de regelgeving met betrekking tot de zonevreemde woningen. Een negatieve impact op de bedoelde beoordelingsaspecten kan worden uitgesloten gezien het voorgestelde ontwerp voldoet aan de artikels 4.4.13 t.e.m. 4.4.18 van de VCRO. Het voorgestelde ontwerp is ruimtelijk inpasbaar gezien de bestaande gebouwenstructuur behouden blijft.
● Visueel-vormelijke elementen: De nieuw te realiseren delen passen inzake vorm en uitzicht bij de bestaande bebouwingen in de omgeving gezien het een landelijk ontwerp blijft. Het betreft een sober en eenvoudig ontwerp dat met duurzame en kwalitatieve materialen wordt opgetrokken die eigen zijn aan de omgeving. De afzonderlijke onderdelen worden gerenoveerd, met behoud van hun oorspronkelijk karakter en op basis van zowel oude als hedendaagse technieken, tot gebouwen die beantwoorden aan de hedendaagse normen en het hedendaags wooncomfort.. Wat betreft de renovatie van het koetshuis is er langs de buitenzijde aandacht geschonken aan het maximaal behouden van de historische raamopeningen en gevel-elementen. De kenmerkende poort openingen in boogvorm werden in het verleden dicht gemetst maar zullen opnieuw voorzien worden van niet-functionele houten poorten naar oud model. De niet historische gevelopeningen (met beton-linteel - voornamelijk aan de zijde van de Rechtstraat) worden verwijderd en vervangen door nieuwe openingen met een ‘traditioneel’ karakter. Daken worden gerenoveerd en opnieuw voorzien van natuurleien, aan de voorzijde van het gebouw wordt de bestaande dakkapel vervangen en de kapel aan de achterzijde wordt hersteld. De verdwenen houten bakgoot wordt eveneens teruggeplaatst aan de zijde van de Rechtstraat, naar analogie van het bestaande model. De uitbreiding aan de rechterzijde van het gebouw is een strakker en eerder tijdloos volume met grote glaspartijen in de plintzone. De gevels worden uitgevoerd in een ‘gepapvoegde’ gevelsteen die zal zorgen voor een ondergeschikt karakter t.o.v. het bestaande gebouw in zichtbaar metselwerk. Op de hellende daken worden dezelfde natuurleien geplaatst. De toegepaste vormentaal in de aanbouw aan het koetshuis komt nagenoeg identiek terug in de architectuur van het bijgebouw. Op deze manier is er een eenvoudige eenheid aanwezig zowel op schaal van de betreffende woning als in het algemene ensemble van de gebouwen op het parkdomein. Dit steeds met aandacht voor het historische karakter. Voorgestelde materialen kunnen ter plaatse aanvaard worden en passen binnen de bestaande omgeving. Het gevraagde kan als visueel-vormelijk in harmonie zijnde met zijn omgeving worden beschouwd.
● Cultuurhistorische aspecten: De gebouwen betreffen vastgesteld bouwkundig erfgoed, opgenomen in het vaststellingsbesluit d.d. 01.02.2018 (opnieuw vastgesteld). Onderhavig ontwerp heeft als doel het bouwkundig erfgoed te herwaarderen en de beleving van deze waardevolle elementen te stimuleren. Dit komt tot stand door beperkte en eenvoudige ingrepen (afbraak, heropbouw en nieuwbouw) die de erfgoedwaarde van het geheel belichten. De aanvraag houdt rekening met de cultuurhistorische aspecten en is hiermee verenigbaar.
● Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf zeer beperkt ter hoogte van de uitbreiding van het koetshuis.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de voorgestelde ingediende plannen waarbij er enkel wijzigingen zullen gebeuren binnen de bestaande gebouwenconfiguratie, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving Er kan gesteld worden dat de gevraagde werken geen hinder zullen veroorzaken voor de buren en de omgeving gezien de bebouwing op voldoende afstand ten aanzien van de perceelsgrenzen is gesitueerd.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:
● Het advies van het agentschap Natuur en Bos d.d. 14.08.2025 met ref. 25-210783 dient strikt nageleefd te worden met volgende voorwaarden:
○ Voor de aanvang van de werken worden twee gepaste vleermuishabitats (zie verder) voorzien, het Agentschap voor Natuur en Bos wordt van de keuze van deze habitats op de hoogte gehouden via aves.lim.anb@vlaanderen.be ;
○ Binnen de perimeter van het perceel/de percelen moet per te kappen boom (3 stuks volgens de aanvraag) één nieuwe hoogstammige boom of 7 lm struiken (dubbele rij) of 7 lm houtkant aangeplant worden;
○ De aanplant gebeurt met inheemse, streekeigen hoogstammige bomen (plantformaat 10/12) of inheemse, streekeigen struiken;
○ Het heraanplanten met bomen en/of struiken dient uitgevoerd te worden binnen het jaar na het kappen van de bomen;
○ De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
○ Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel per te kappen boom één nieuwe hoogstammige boom of per te kappen boom 7 lm inheemse struiken (dubbele rij) of per te kappen 7 lm houtkant tot volle wasdom te brengen;
○ Alle andere bomen en struiken op het perceel dienen gespaard te worden;
○ De kapwerken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet in de periode tussen 1 maart en 1 juli);.
● De voorwaarden en opmerkingen zoals gesteld in het advies van de dienst waterlopen d.d. 15.07.2025 met ref. 2025N160622 - 2025 - 1082 dienen gevolgd te worden, zijnde:
○ Ophogingen van het terrein rond de gebouwen moeten beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke omwille van de toegangen. De niveau’s zoals vermeld op de plannen bij de vergunning moeten gevolg worden.
○ Een eventuele hemelwaterput voor herbruik moet zo hoog mogelijk geplaatst worden om gravitaire overloop naar een wadi te kunnen realiseren, en zodat er bij een overloop van de wadi geen water naar de hemelwaterput kan terugfstuwen.
○ Indien de hemelwaterput oppervlakkig overloopt naar een groenzone met een oppervlakte van minstens 25% van de hierin aangesloten oppervlakte van daken/verhardingen, is de hemelwaterverordening strikt genomen niet van toepassing, en moet geen wadi cfr. de principetekeningen bij de hemelwaterverordening gemaakt worden. De teelaarde van de groenzone, eventueel aangeplant of ingezaaid met gras, zorgt in dat geval voor voldoende hemelwateropslag om traag te kunnen infiltreren naar de ondergrond.
● De algemene en bijzondere voorwaarden binnen het advies van Fluvius d.d. 24.07.2025 met ref. 5000104131 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van De Watergroep d.d. 27.06.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 5 hoogstam bomen te worden aangeplant binnen het parkgebied met een plantmaat 10/12 (bovenop de 3 bomen die als compensatie zullen moeten worden aangeplant!)
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Financiële waarborg
Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.
● De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 5 X 90 euro, zijnde 450 euro.
● de waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
● Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.
● De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 27/08/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Frank Mercken met als contactadres Rechtstraat 61 te 3570 Alken en Margaretha Mercken met als contactadres Rechtstraat 61 te 3570 Alken, het verbouwen en uitbreiden van een woonhuis en de afbraak van een bestaand bijgebouw en heropbouw op gewijzigde plaats, gelegen Rechtstraat 61 en 61A, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 597 R, (afd. 2) sectie E 597 P, (afd. 2) sectie E 597 S, (afd. 2) sectie E 597 Y, (afd. 2) sectie E 597 Z, (afd. 2) sectie E 597 W, (afd. 2) sectie E 598 A, (afd. 2) sectie E 599 K, (afd. 2) sectie E 602 V, (afd. 2) sectie E 602 T, (afd. 2) sectie E 602 X, (afd. 2) sectie E 606 L, (afd. 2) sectie E 606 M en (afd. 2) sectie E 636 C .
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het advies van het agentschap Natuur en Bos d.d. 14.08.2025 met ref. 25-210783 dient strikt nageleefd te worden met volgende voorwaarden:
○ Voor de aanvang van de werken worden twee gepaste vleermuishabitats (zie verder) voorzien, het Agentschap voor Natuur en Bos wordt van de keuze van deze habitats op de hoogte gehouden via aves.lim.anb@vlaanderen.be ;
○ Binnen de perimeter van het perceel/de percelen moet per te kappen boom (3 stuks volgens de aanvraag) één nieuwe hoogstammige boom of 7 lm struiken (dubbele rij) of 7 lm houtkant aangeplant worden;
○ De aanplant gebeurt met inheemse, streekeigen hoogstammige bomen (plantformaat 10/12) of inheemse, streekeigen struiken;
○ Het heraanplanten met bomen en/of struiken dient uitgevoerd te worden binnen het jaar na het kappen van de bomen;
○ De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
○ Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel per te kappen boom één nieuwe hoogstammige boom of per te kappen boom 7 lm inheemse struiken (dubbele rij) of per te kappen 7 lm houtkant tot volle wasdom te brengen;
○ Alle andere bomen en struiken op het perceel dienen gespaard te worden;
○ De kapwerken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet in de periode tussen 1 maart en 1 juli);.
● De voorwaarden en opmerkingen zoals gesteld in het advies van de dienst waterlopen d.d. 15.07.2025 met ref. 2025N160622 - 2025 - 1082 dienen gevolgd te worden, zijnde:
○ Ophogingen van het terrein rond de gebouwen moeten beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke omwille van de toegangen. De niveau’s zoals vermeld op de plannen bij de vergunning moeten gevolg worden.
○ Een eventuele hemelwaterput voor herbruik moet zo hoog mogelijk geplaatst worden om gravitaire overloop naar een wadi te kunnen realiseren, en zodat er bij een overloop van de wadi geen water naar de hemelwaterput kan terugfstuwen.
○ Indien de hemelwaterput oppervlakkig overloopt naar een groenzone met een oppervlakte van minstens 25% van de hierin aangesloten oppervlakte van daken/verhardingen, is de hemelwaterverordening strikt genomen niet van toepassing, en moet geen wadi cfr. de principetekeningen bij de hemelwaterverordening gemaakt worden. De teelaarde van de groenzone, eventueel aangeplant of ingezaaid met gras, zorgt in dat geval voor voldoende hemelwateropslag om traag te kunnen infiltreren naar de ondergrond.
● De algemene en bijzondere voorwaarden binnen het advies van Fluvius d.d. 24.07.2025 met ref. 5000104131 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van De Watergroep d.d. 27.06.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 5 hoogstam bomen te worden aangeplant binnen het parkgebied met een plantmaat 10/12 (bovenop de 3 bomen die als compensatie zullen moeten worden aangeplant!)
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Financiële waarborg
Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.
● De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 5 X 90 euro, zijnde 450 euro.
● de waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
● Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.
● De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 27 08 2025
Kredietverschuiving
De kredietverschuivingen met betrekking tot de investeringen en de toelagen dienen goedgekeurd te worden door het college van burgemeester en schepenen. Er zijn onvoldoende kredieten op MJP000327 'Hameestraat - uitvoering' voor de raming van de uit te voeren werken in het aanbestedingsdossier. Er wordt hiervoor € 34.956,22 verschoven van MJP000361 'Dossier De Alk, Reigerlaan en Rijdreef (definitief geraamd aandeel gemeente 09/2019) (afkoppeling en riolering).
Feiten en context
Volgende kredietverschuiving met betrekking tot de investeringen wordt aangevraagd:
Er zijn op MJP000327 'Hameestraat - uitvoering' onvoldoende kredieten voor de raming van de uit te voeren werken in het aanbestedingsdossier.
Juridische grond
Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017, meer in het bijzonder art. 42 e.v.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De kredietverschuivingen met betrekking tot de investeringen en de toelagen dienen goedgekeurd te worden door het college van burgemeester en schepenen. Er zijn onvoldoende kredieten op MJP000327 'Hameestraat - uitvoering' voor de raming van de uit te voeren werken in het aanbestedingsdossier. Er wordt hiervoor € 34.956,22 verschoven van MJP000361 'Dossier De Alk, Reigerlaan en Rijdreef (definitief geraamd aandeel gemeente 09/2019) (afkoppeling en riolering)'
Financiële gevolgen
Verschuiving van € 34.956,22 van MJP000361 naar MJP000327.
Besluit
Artikel 1: Voor de raming van de werken in het aanbestedingsdossier in het dossier Hameestraat wordt € 34.956,22 verschoven van MJP000361 'Dossier De Alk, Reigerlaan en Rijdreef (definitief geraamd aandeel gemeente 09/2019) (afkoppeling en riolering)' naar MJP000327 'Hameestraat - uitvoering'.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.