Gemeente Alken

Zitting van 17 april 2024

van 08:30 tot 09:30

 

Aanwezig: Marc Penxten, burgemeester; Cindy Vandormael, Frank Vroonen en Alex Dubois, schepenen; Pascal Giesen, algemeen directeur;

Verontschuldigd: Ingrid Loix en Patrick Martens, schepenen;

 

Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Verslag van de vorige zitting dd. 10.04.2024

 

Besluit

Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Gemeenteraad - Mededeling Definitieve Agenda d.d. 25.04.2024

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt er kennis van dat de voorzitter van de gemeenteraad, de heer Peter Bollen, de gemeenteraad samenroept op donderdag 25 april 2024 om 20u00.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

EthiasCo - Algemene Vergadering dd. 13.06.2024

 

Besluit

Artikel 1:  Het college van burgemeester en schepenen beslist om voor de gewone jaarlijkse algemene vergadering van EthiasCo een blanco volmacht te verlenen.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen beslist om vooraf en op digitale wijze aan de stemming deel te nemen.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Fluvius Limburg - AV & JV dd. 10.06.2024

 

Besluit

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Vraag tot uithangen regenboogvlag

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om de regenboogvlag uit te hangen op 17 mei 2024, op de Internationale Dag tegen Holebifobie en Transfobie.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen is akkoord dat de deelname van de actie geregistreerd wordt via IDAHOT.

Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen is akkoord dat er een foto van de regenboogvlag in Alken op het sociale media kanaal van de gemeente geplaatst wordt.

Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen is akkoord dat deze foto ook toegezonden wordt aan Regenbooghuis Limburg.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Wrakafstand Seat

 

Besluit

Artikel 1: De gemeente doet afstand van het wrak van het voertuig SEAT, chassisnummer niet gekend, en verleent aan Takeldienst BAS de toestemming om het voertuig conform het protocol van de politie, te laten ophalen en dat deze het voertuig mag recycleren of verkopen.
Recyclage of verkoop kan op voorwaarde dat het voertuig eerst 6 maanden in bewaring wordt gehouden door Takeldienst BAS.

De opbrengsten zullen dienen om de takelkosten te dekken.
 

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Verbindingsriolering Langenakker-Bulsstraat. Opmaak rooilijnplannen. Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden.

 

Besluit

Artikel 1: Goedkeuring wordt verleend aan de opdracht “Opmaak rooilijnplannen Bulsstraat De raming bedraagt € 14.000 incl. btw.

Artikel 2: Bovengenoemde opdracht komt tot stand bij wijze van de aanvaarde factuur (overheidsopdracht van beperkte waarde).

Artikel 3: Deze opdracht wordt gegund aan de firma met de enige offerte (op basis van de prijs), zijnde Arcadis, Kempische Steenweg 311 bus 2.07 te 3500 Hasselt tegen het nagerekende offertebedrag van € 10.831,40 excl. btw of € 13.105,99 incl. 21% btw.

Artikel 4: De betaling zal gebeuren overeenkomstig de bepalingen voorzien in de offerte en met het krediet ingeschreven in het meerjarenplan 2020-2025 onder volgnummer AC000039/MJP000339.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Subsidiedossier Groenblauwe dooradering 2.0 - goedkeuring van wijzigingen door Departement Omgeving.

 

Besluit

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Belastingkohier reclamedrukwerk - Oktober 2023

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand oktober 2023 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 5 229,33 euro.

Artikel 2: De verzendingsdatum wordt bepaald op 17 april 2024 en de uiterlijke betalingsdatum op 17 juni 2024.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Betaalbaarstelling facturen SC

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Openverklaring voltijdse vastbenoemde Coördinator technische dienst in te vullen via bevordering of aanwerving. (A1a-A3a)

 

Besluit

Artikel 1: Er wordt overgegaan tot de openverklaring van één voltijdse functie van vastbenoemde coördinator technische dienst, lid van managementteam (A1a-A3a).

Deze functie wordt ingevuld via aanwerving (met inwerkperiode van 10 maanden) of via bevordering.

Artikel 2: de kandidaten voor deze functie dienen aan de hierna bepaalde toelatingsvoorwaarden te voldoen:

Toelatingsvoorwaarden bij aanwerving :

1° de burgerlijke en politieke rechten genieten

2° medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie

3° gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie waarvoor gesolliciteerd wordt.

4° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A, bij voorkeur in een technische afstudeerrichting, of houder zijn van een bachelordiploma en 4 jaar relevante ervaring kunnen aantonen in hiërarchisch leidinggeven of complex projectleiderschap

5° beschikken over ervaring in management en leiding geven is een pluspunt evenals kennis en/of ervaring in het onderhoud van wegeninfrastructuur en of uitrusting en beheer gebouwen

6° slagen voor de vergelijkende aanwervingsproeven.

 

Toelatingsvoorwaarden bij bevordering :

1° de personeelsleden die aan de bevorderingsvoorwaarden voldoen, ongeacht hun administratieve toestand;

2° een gunstig resultaat gekregen hebben voor het laatste feedback- en planningsgesprek

3° titularis zijn van een functie van niveau B of van niveau C mits slagen voor een capaciteitstest

4° ten minste 4 jaar anciënniteit hebben binnen het bestuur

5° slagen voor de vergelijkende aanwervingsproeven.

 

Artikel 3: Examenprogramma :

Deel 1 : Preselectie :

Er kan een preselectie worden uitgevoerd op basis van het CV van de kandidaten.

De jury kan een schriftelijke preselectie toevoegen aan de selectieprocedure.

De ongeveer 10 kandidaten die op deze screening het beste scoren gaan door naar de volgende stap in de selectieprocedure.

 

Deel 2 : Examen :

2.1. Mondelinge proef : (100 punten)

In deze uitgebreide mondelinge proef worden de competenties die opgenomen zijn in de functiekaart uitvoerig getest.

 

2.2. Schriftelijke proef (100 punten):

in deze proef kunnen volgende items aan bod komen :

- rapportering over een onderwerp dat verband houdt met de functie

- case-studie in functie van de cluster: de kandidaat wordt geconfronteerd met één of meerdere probleemsituaties die zich tijdens de uitoefening van de functie kunnen voordoen; de totale context van de problematiek wordt uitgebreid geschetst, waarna de kandidaat tracht een oplossing uit te werken

- kennis van de werking van het gemeentebestuur en van de wetgeving in functie van de cluster

 

De jury legt autonoom de inhoud van elke proef en de puntenverdeling vast.

Om geslaagd te zijn voor het examen, moet de kandidaat 60 % van de punten behalen op de mondelinge proef en 60 % op de schriftelijke proef.

 

2.3. Psychotechnische proef :

Deze proef dient de overeenstemming van het profiel van de kandidaat met de specifieke vereisten van de functie te evalueren, evenals de motivatie en het interesse van de kandidaat voor het werkterrein. Deze proef wordt afgenomen door een bevoegd organisme zonder puntenquotering, enkel met de vermelding “geschikt” of “niet geschikt”. Alleen de kandidaat die als eerste eindigde voor het vergelijkend examen wordt toegelaten tot de psychotechnische proef.

Krijgt hij/zij een beoordeling 'niet geschikt', dan mag de volgende kandidaat deelnemen aan de psychotechnische proef, en zo verder.

De psychotechnische proef wordt afgenomen door een nog aan te stellen selectiebureau of door een persoon die daartoe bevoegd is en erkend is in overeenstemming met het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsmarktbemiddeling in het Vlaams Gewest en het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2000 ter uitvoering van dat decreet.

Artikel 4: De examenjury wordt als volgt samengesteld :

- 3 algemeen directeurs of andere externe deskundigen

- deskundige HR van het selectiebureau dat aangesteld wordt om de psychotechnische proef af te nemen.

De algemeen directeur neemt het ambt van secretaris van de jury waar.

Artikel 5: Aan de juryleden van andere gemeentebesturen wordt een vergoeding toegekend van € 50 per prestatie van een halve dag (4u.) en € 25 per begonnen prestatie van 2u., alsook een kilometervergoeding voor verplaatsingsonkosten.

Artikel 6: De openverklaring zal bekend gemaakt worden via de gemeentelijke website en facebookpagina, via de website van de VDAB, en via een extra digitaal kanaal.

Deze vacature zal eveneens per mail bekend gemaakt worden aan al de personeelsleden die voldoen aan de bevorderingsvoorwaarden voor dit examen.

Artikel 7:  de uiterste inschrijvingsdatum voor kandidaturen wordt vastgesteld op 13/05/2024.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Openverklaring voltijdse contractuele projectmedewerker in te vullen via bevordering of aanwerving. (A1a-A3a)

 

Besluit

Artikel 1: Er wordt overgegaan tot de openverklaring van één voltijdse functie van contracuele projectmedewerker niveau A (A1a-A3a).

Deze functie wordt ingevuld via aanwerving (met inwerkperiode van 10 maanden) of via bevordering.

Artikel 2: de kandidaten voor deze functie dienen aan de hierna bepaalde toelatingsvoorwaarden te voldoen:

Toelatingsvoorwaarden bij aanwerving :

1° de burgerlijke en politieke rechten genieten

2° medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie

3° gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie waarvoor gesolliciteerd wordt.

4° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A, bij voorkeur in een technische afstudeerrichting, of houder zijn van een bachelordiploma en 4 jaar relevante ervaring kunnen aantonen in hiërarchisch leidinggeven of complex projectleiderschap

5° beschikken over ervaring in projectmanagement is een pluspunt

6° slagen voor de vergelijkende aanwervingsproeven.

 

Toelatingsvoorwaarden bij bevordering :

1° de personeelsleden die aan de bevorderingsvoorwaarden voldoen, ongeacht hun administratieve toestand;

2° een gunstig resultaat gekregen hebben voor het laatste feedback- en planningsgesprek

3° titularis zijn van een functie van niveau B of van niveau C mits slagen voor een capaciteitstest

4° ten minste 4 jaar anciënniteit hebben binnen het bestuur

5° slagen voor de vergelijkende aanwervingsproeven.

 

Artikel 3: Examenprogramma :

Deel 1 : Preselectie :

Er kan een preselectie worden uitgevoerd op basis van het CV van de kandidaten.

De jury kan een schriftelijke preselectie toevoegen aan de selectieprocedure.

De ongeveer 10 kandidaten die op deze screening het beste scoren gaan door naar de volgende stap in de selectieprocedure.

 

Deel 2 : Examen :

2.1. Mondelinge proef : (100 punten)

In deze uitgebreide mondelinge proef worden de competenties die opgenomen zijn in de functiekaart uitvoerig getest.

 

2.2. Schriftelijke proef (100 punten):

in deze proef kunnen volgende items aan bod komen :

- rapportering over een onderwerp dat verband houdt met de functie

- case-studie in functie van de cluster: de kandidaat wordt geconfronteerd met één of meerdere probleemsituaties die zich tijdens de uitoefening van de functie kunnen voordoen; de totale context van de problematiek wordt uitgebreid geschetst, waarna de kandidaat tracht een oplossing uit te werken

- kennis van de werking van het gemeentebestuur en van de wetgeving in functie van de cluster

 

De jury legt autonoom de inhoud van elke proef en de puntenverdeling vast.

Om geslaagd te zijn voor het examen, moet de kandidaat 60 % van de punten behalen op de mondelinge proef en 60 % op de schriftelijke proef.

 

2.3. Psychotechnische proef :

Deze proef dient de overeenstemming van het profiel van de kandidaat met de specifieke vereisten van de functie te evalueren, evenals de motivatie en het interesse van de kandidaat voor het werkterrein. Deze proef wordt afgenomen door een bevoegd organisme zonder puntenquotering, enkel met de vermelding “geschikt” of “niet geschikt”. Alleen de kandidaat die als eerste eindigde voor het vergelijkend examen wordt toegelaten tot de psychotechnische proef.

Krijgt hij/zij een beoordeling 'niet geschikt', dan mag de volgende kandidaat deelnemen aan de psychotechnische proef, en zo verder.

De psychotechnische proef wordt afgenomen door een nog aan te stellen selectiebureau of door een persoon die daartoe bevoegd is en erkend is in overeenstemming met het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsmarktbemiddeling in het Vlaams Gewest en het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2000 ter uitvoering van dat decreet.

 

Artikel 4: De examenjury wordt als volgt samengesteld :

- 3 algemeen directeurs of andere deskundigen uit een gemeentebestuur

- deskundige HR van het selectiebureau dat aangesteld wordt om de psychotechnische proef af te nemen.

De algemeen directeur neemt het ambt van secretaris van de jury waar.

Artikel 5: Aan de juryleden van andere gemeentebesturen wordt een vergoeding toegekend van € 50 per prestatie van een halve dag (4u.) en € 25 per begonnen prestatie van 2u., alsook een kilometervergoeding voor verplaatsingsonkosten.

Artikel 6: De openverklaring zal bekend gemaakt worden via de gemeentelijke website en facebookpagina, via de website van de VDAB, en via een extra digitaal kanaal.

Deze vacature zal eveneens per mail bekend gemaakt worden aan al de personeelsleden die voldoen aan de bevorderingsvoorwaarden voor dit examen.

Artikel 7:  de uiterste inschrijvingsdatum voor kandidaturen wordt vastgesteld op 13/05/2024.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Gebruik evenementenkasten Laagdorp n.a.v. kermis Alken-Centrum mei 2024

 

Besluit

Artikel 1: Op 4, 5 en 6 mei 2024 vindt in Alken-centrum de mei-kermis plaats. De kermismensen mogen gebruik maken van de evenementenkasten die zich bevinden aan de muur van de kerk en op het Laagdorp. Voor het gebruik van een blauwe stekker is de vastgelegde prijs € 20, voor het gebruik van een rode stekker is de vastgelegde prijs € 40. Er zal nagekeken worden welke attracties gebruik maakten van de evenementenkasten en de kosten hiervan zullen via facturatie aan de betrokken personen aangerekend worden. Het college van burgemeester en schepenen geeft hiervoor de toelating. De opbrengsten kunnen geboekt worden op MJP001642.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Verkeersregeling Avondmarkt 06.05

 

Besluit

Artikel 1: Op maandag 6 mei 2024 gaat de avondmarkt in Alken-centrum door van 17u tot 22u.

Hierbij is het aangewezen om die dag van 14u tot 22u:

        De Dorpsstraat af te sluiten vanaf de Ridderstraat tot aan het Laagdorp.

        De Hoogdorpsstraat af te sluiten vanaf het Lambrechtsplein tot aan de Dorpsstraat.

        De parkeerverboden gaan die dag in vanaf 12u tot 24u.

De nodige omleidingen worden voorzien.

Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.

Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.

Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.

Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.

Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan het hoofd operationele diensten politiezone kanton Borgloon, het wijkteam Alken, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Verkeersregeling Cristal Alken Classic 1 juni 2024

 

Besluit

Artikel 1: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u. is het verkeer in de Langveldstraat enkel toegelaten in de richting van Sint-Joris. (uitgezonderd fietsers - zij mogen in beide richtingen)

Artikel 2: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u. geldt in de Langveldstraat, tussen het kruispunt met de Dieregaertstraat en het kruispunt met de Laagsimsestraat, een parkeerverbod, dit aan de zijde van de pare huisnummers rijrichting Sint-Joris.

Artikel 3: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00. tot 17u. is parkeren in de Langveldstraat, tussen het kruispunt met de Dieregaertstraat en het kruispunt met de Laagsimsestraat, enkel toegelaten aan de zijde van de onpare huisnummers. Op het laatste stuk is parkeren niet meer toegelaten.

Artikel 4: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u. is enkel het plaatselijk verkeer toegelaten in de Begonialaan, de Sixstraat en de Stapstraat.

Artikel 5: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u. is parkeren in de Kompstraat toegelaten, dit aan weerszijden van de rijbaan.

Artikel 6: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u is het verkeer in de Boskoopweg enkel toegelaten in de richting van de Alkerstraat.

Artikel 7: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u geldt in de Boskoopweg, op het laatste gedeelte tussen huisnummer 2 en 10, een parkeerverbod aan weerszijden van de rijbaan.

Artikel 8: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u worden alle parkeerplaatsen in de Boskoopweg en de Keulemanweg voorbehouden voor de organisatie van de Cristal Alken Classic.

Artikel 9: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u geldt een parkeerverbod op de Sterappelweg aan de rechterzijde komende van de Boskoopweg. Er geldt tevens een parkeerverbod op de Keulemanweg aan de kant van huisnummer 1 t.e.m. 14.

Artikel 10: Op zaterdag 1 juni 2024 van 7u00 tot 17u wordt het rechtergedeelte van de parking aan de manège voorbehouden voor de organisatie van de Cristal Alken Classic. Het linkergedeelte aan de kant van de manège wordt niet voorbehouden.

Artikel 11: De organisatie dient parkeerbegeleiders te voorzien om het verkeer in goede banen te leiden.

Artikel 12: De nodige signalisatie zal door de mensen van Fietsclub Alken Classic in samenwerking met de politie wettelijk worden aangebracht en na afloop van het evenement dient deze onmiddellijk verwijderd te worden.

Artikel 13: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.

Artikel 15: De organisator dient 4 meter vrije doorgang te verlenen voor de hulpdiensten.

Artikel 16: Het openbaar domein dient net en rein achtergelaten te worden na het evenement.

Artikel 17: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de organisator, het hoofd operationele diensten politiezone kanton Borgloon, het wijkteam Alken, de ambulancedienst Ambi-Care, de brandweercommandant en de technische dienst van de gemeente.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Verkeersregeling Kermis Alken-Centrum 4, 5 en 6 mei 2024

 

Besluit

Artikel 1: Op zaterdag 4 mei, zondag 5 en maandag 6 mei 2024 vindt in Alken-centrum de jaarlijkse kermis plaats. Hierbij is het aangewezen om op woensdag 1 mei 2024 vanaf 13u tot dinsdag 7 mei 2024 om 14u het Laagdorp af te sluiten voor alle verkeer. Net zoals vorig jaar zal op woensdag 1 mei 2024 vanaf 13u tot 20u de Dorpsstraat afgesloten worden vanaf de Hooogdorpsstraat tot net achter het Laagdorp voor het kunnen plaatsen van de kermisattracties.

De kermisattracties komen op de Dorpsstraat langs de weg te staan. De weg blijft vrij.

Tijdens de openingsuren van de kermis op zaterdag 4 mei 2024 van 15u tot 01u en op zondag 5 mei 2024 van 14u tot 24u en op maandag 6 mei 2024 van 15u tot 24u zal de Dorpsstraat afgesloten worden voor de veiligheid van de kermisbezoekers. De nodige omleidingen worden voorzien. Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.

Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.

Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.

Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.

Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan het hoofd operationele diensten politiezone kanton Borgloon, het wijkteam Alken, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Verkeersregeling Rommelmarkt Laagdorp 12.05

 

Besluit

Artikel 1: Op zondag 12 mei 2024 vindt er een rommelmarkt plaats op het Laagdorp en in een gedeelte van de Koutermanstraat.

Artikel 2: Op zondag 12 mei 2024 van 05u tot 18u wordt het Laagdorp en de Koutermanstraat tussen het Laagdorp en de sporthallen afgesloten voor het verkeer. Er geldt een algemeen parkeerverbod.

Artikel 3: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.

Artikel 4: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.

Artikel 5: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.

Artikel 6: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan het hoofd operationele diensten politiezone kanton Borgloon, het wijkteam Alken, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Vraag lenen waterfiets voor Bake Off Vlaanderen

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om een waterfiets gratis ter beschikking te stellen voor de periode van 27 juni - 30 juni 2024. De organisatie staat zelf in om de waterfiets te halen en terug te brengen (in overleg met de dienst).

In ruil voor het ter beschikking stellen zal er promotie gemaakt worden van gemeente Alken - recreatiedomein de Alk.  

Er dient een staat van bevinding opgemaakt te worden (foto's).  De lener is verantwoordelijk voor alle schade. Er zal een sticker (logo) van de gemeente Alken aangebracht worden op de waterfiets.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Attest van verdeling

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos voor het perceel gelegen aan de Pleinstraat, kadastraal gekend als Sie G nr. 662/D.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Fietspad Klinkstraat-Bekstraat: aanstelling notaris en agendering goedkeuring koop-verkoopovereenkomsten eigenaars

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt notariskantoor ActaCerta, Stationsstraat 123 te Alken, aan voor het opstellen en verlijden van de aktes.

Artikel 2: Alle kosten, taksen, rechten en erelonen van de notaris verbonden aan de aankoop, het opmaken en het verlijden van de aktes zijn ten laste van de gemeente Alken.

 

Voorstel dat ter goedkeuring wordt gelegd aan de gemeenteraad:

Artikel 1: De gemeenteraad gaat akkoord met de koop-verkoopbelofte met mevrouw Baerts Maria in bijlage. Dit betreft de aankoop van het perceel kadastraal gekend als 2e Afdeling Sie D nr.6/B voor een totaalbedrag van € 6763,46.

Artikel 2: De gemeenteraad gaat akkoord met de koop-verkoopbelofte met Natuurpunt Beheer vzw in bijlage. Dit betreft de aankoop van het perceel kadastraal gekend als 2e Afdeling Sie D nr.5/02 voor een totaalbedrag van €6,26.

Artikel 3: De gemeenteraad gaat akkoord met de koop-verkoopbelofte met de heer Alain Duyssens (1/2VE) en mevrouw Annick Duyssens (1/2VE) in bijlage. Dit betreft de aankoop van de percelen kadastraal gekend als 2e Afdeling Sie D nrs 11D/11E/12C/15C/15B voor een totaalbedrag van €5086,63.

Artikel 4: De gemeenteraad gaat akkoord met de koop-verkoopbelofte met mevrouw Maria Gerrits in bijlage. Dit betreft de aankoop van de percelen kadastraal gekend als 2e Afdeling Sie D nrs 18/16/12D/19/B/19C voor een totaalbedrag van €1268.

Artikel 5: De gemeenteraad gaat akkoord met de koop-verkoopbelofte met de heer John Martens in bijlage. Dit betreft de aankoop van het perceel kadastraal gekend als 2e Afdeling sie D nr.10/A voor een totaalbedrag van €1232,55.

Artikel 6: De gemeenteraad gaat akkoord met de koop-verkoopbelofte met de heer en mevrouw Desmet Hans en Vanstraelen Liesbeth in bijlage. Dit betreft de aankoop van het perceel kadastraal gekend als 2e Afdeling Sie D nr.470/B voor een totaalbedrag van €216,6.

Artikel 7: De nodige kredieten zijn voorzien op MJP 000359. Er werd op 28.03.2024 een visum verleend door de adjunct-financieel beheerder.

Artikel 8: Deze percelen worden aangekocht voor de verbreding en het verbeteren van het fietspad gelegen Klinkstraat- Bekstraat (sentier 157).

Artikel 9: Voor de opmaak en het verlijden van de aktes werd notariskantoor ActaCerta door het college aangesteld. Na het ontvangen van de ontwerpaktes zullen deze ook nog ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

Artikel 10: Alle kosten, taksen, rechten en erelonen van de notaris verbonden aan de aankoop, het opmaken en het verlijden van de aktes zijn ten laste van de gemeente Alken.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Omgevingsvergunning 834

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/04/2024 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Jonas Vranken namens LANDBOUWBEDRIJF VRANKEN BV gevestigd te Sixstraat 17 te 3570 Alken, het verbouwen en uitbreiden van een bestaand landbouwbedrijf met bedrijfswoning, gelegen Knipscheerstraat 8, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 396 D3, (afd. 2) sectie G 396 G3 en (afd. 2) sectie G 396 H3 voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        De algemene en bijzondere voorwaarden zoals gesteld in het advies van Fluvius d.d. 30.01.2024 met ref. 5000058687dienen opgevolgd te worden.

        Het advies van het departement landbouw d.d. 21.02.2024 met ref. 2024_000741_v1 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van de hulpverleningszone Zuid-West-Limburg d.d. 19.03.2024 met ref. HA-2012-0126-001 dient strikt nageleefd te worden.

        Indien er asbesthoudend materiaal aanwezig is, dient de aannemer voor en tijdens de sloop de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen en een asbestinventaris op te maken. Bij aantreffen van asbest dient een risico- en werkplan (beheerplan) opgemaakt te worden en dit 15 dagen voor de start van de werken te melden aan de gemeente via omgeving@alken.be en naar de lokale directie Toezicht op het Welzijn op het Werk.

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

 

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

 

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Omgevingsvergunning 855

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/04/2024 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door mevrouw Barbara van Hek wonende te Lindestraat 162A te 3570 Alken, het verbouwen van een zonevreemde woning, gelegen Lindestraat 162A, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 340 K voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

        overloop van het bufferbekken naar vuilwaterafvoer is niet toegelaten

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

 

 Lasten instrumentendecreet

 Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De                 bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024. In                                           toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens               artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen,                             waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van                                                                       stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO. Voorliggende aanvraag                             valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde                                           constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO. Om aan bovenstaande regelgeving                             te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder: De vergunninghouder                             is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens                                                         onderstaande modaliteiten:

 

       Er dienen 2 inlandse bomen  te worden aangeplant op het perceel van de woning met een plantmaat 10/12. De 2 reeds aanwezige, op het inplantingsplan nieuwe toestand vermelde bomen komen hiervoor niet in aanmerking.

       Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.

       De bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag

       De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.

 

 Financiële waarborg

 Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt                 verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.

       De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 2 X 90 euro, zijnde 180 euro €.

       De waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.

       Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.

       De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

 

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Omgevingsvergunning 866

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/04/2024 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Nick Simons namens Achten-Simons BV gevestigd te Meerdegatstraat 52 te 3570 Alken, het verbouwen van een woning met vrijstaand bijgebouw, gelegen Meerdegatstraat 52, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 338 X voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        Bij uitval van de reeds gecompenseerde bomen dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel 2 nieuwe hoogstammige boom tot volle wasdom te brengen.

        Alle andere bomen en struiken op het perceel dienen gespaard te worden.

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

        De container dient conform het inplantingsplan verwijderd te worden bij ingebruikname van de woning

        Het bijgebouw dient uiterlijk binnen de 6 maanden na verbouwing en ingebruikname van de woning, in zijn vergund geachte toestand te worden hersteld.

        De verhardingen in de voortuin en achtertuin dienen conform het vrijstellingenbesluit beperkt te blijven tot 80m².

 

Lasten instrumentendecreet

Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024. In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO. Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO. Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder: De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:

 

        Er dienen 2 inlandse bomen te worden aangeplant met een plantmaat 10/12

        Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.

        De bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag

        De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen. Financiële waarborg Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.

        De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 2 X 90 euro, zijnde 180 euro €.

        De waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.

        Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.

        De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Advies college inzake omgevingsvergunning G12

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen levert een voorwaardelijk gunstig advies af met volgende voorwaarden:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

        Aquafin onderzoekt de afwatering van de Grootblookgracht en de Kraanbeek i.s.m. de beheerder, voorafgaand aan de opstart van de lozing van de bemalingswerken. Indien blijkt dat de capaciteit van deze afwateringsstructuur onvoldoende is om het bemalingswater af te voeren zonder negatieve effecten op de omgeving, voorziet Aquafin een alternatieve passende oplossing, zodat de afwatering van het bemalingswater geen overlast meer veroorzaakt (op de omgeving van de Pleinstraat).

Aanbevelingen:

        Indien het bemalingswater ijzerhoudend is, wordt een ontijzeringsinstallatie geplaatst.

        Het grondwater dat onttrokken wordt bij de bronbemaling, zal in eerste instantie geïnfiltreerd worden in de grachten, dan geloosd worden. Op de locaties waar dit niet mogelijk is wordt de lozing op de openbare riolering voorzien. Er wordt vanuit gegaan dat de aanvrager het nodige doet voor lozing met meer dan 10 m³/uur in de openbare riolering.

        De voorkeur gaat uit naar het gebruik van pompen die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten, dus waarbij er geen gebruik gemaakt wordt van dieselgeneratoren. Indien er toch gebruikgemaakt wordt van een dieselgenerator, dient er rekening gehouden te worden met volgende zaken:

        De generatoren worden zo geplaatst dat de afstand tot de omwonenden maximaal is en het geluidsdrukniveau, afkomstig van de generatoren, bij de omwonenden afneemt.

        De generatoren worden zo veel mogelijk omkast of ingekapseld zodat het geluidsdrukniveau gedempt wordt. Er wordt hiervoor best rekening gehouden met de aanvoer van de luchtinstroom en de afvoer van de uitlaatgassen.

        De generatoren worden zo geplaatst dat de uitlaatgassen van de dieselgeneratoren zo min mogelijk overlast bezorgen bij de omwonenden.

        Het omkasten of inkapselen van de installatie geldt voor elke zijde van het betrokken toestel (pomp, generator, …). Dit geldt dus ook voor de onderkant waar bijvoorbeeld rubberen matten kunnen gebruikt om het geluid te dempen en eveneens trillingen te dempen.

De exploitant meldt de start van de werken aan de vergunningverlenende overheid en de gemeente.

Artikel 2: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de Vlaamse Overheid via het omgevingsloket.

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024
Overzicht punten

Zitting van 17 04 2024

 

Goedkeuring aanpassing addendum samenwerking Energiehuis gebaseerd op Prestatiefinanciering

 

Besluit

 

 

 

Publicatiedatum: 25/04/2024