Zitting van 23 07 2024
Verslag van de vorige zitting dd. 10.07.2024
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 10.07.2024 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 10.07.2024 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 23 07 2024
Samenwerkingovereenkomst S-Lim AlkenApp: wijzigingen
Besluit
Zitting van 23 07 2024
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 23 07 2024
Coördinator technische dienst - Samenwerkingsvoorstel Poolstok
Het college van burgemeester en schepenen verklaarde de vacature van coördinator technische dienst (A1a-A3a) open. Bij deze openverklaring gaf het college van burgemeester en schepenen zijn akkoord om het examenprogramma te organiseren in drie delen: een mogelijke preselectie op basis van CV, een mondelinge proef en een schriftelijke proef. De rechtspositieregeling schrijft voor dat voor functies van niveau A er een psychotechnische proef afgenomen dient te worden door een daartoe erkende instantie en door opleiding daartoe bekwaam geachte personen. De gemeente kan een opdracht toewijzen aan Poolstok om zich te laten bijstaan in het selectieproces door een externe partner. Het toewijzen van een opdracht aan Poolstok valt buiten het toepassingsgebied van de Wet op Overheidsopdrachten en er dient dus geen plaatsingsprocedure georganiseerd te worden. Poolstok wijst Motmans en Partners aan als externe partner op basis van de raamovereenkomst "PLSTK-2023/1 ‘SELECTIE VAN PERSONEEL 2024-2027". Deze externe partner zal de selectiecommissie bijstaan in het gestructureerd interview, een kwaliteitscontrole uitvoeren op de schriftelijke proef (thuisopdracht), instaan voor de motivering van de beoordeling op het gestructureerd interview en het assessment afnemen. Daarnaast schrijft de rechtspositieregeling voor dat de selectiecommissie de selectietechnieken kan bepalen, rekening houdend met de verplichting om minstens twee selectietechnieken uit de limitatieve opsomming toe te passen.
Feiten en context
Het college van burgemeester en schepenen verklaarde de vacature van coördinator technische dienst (A1a-A3a) open. Bij deze openverklaring gaf het college van burgemeester en schepenen zijn akkoord om het examenprogramma te organiseren in drie delen: een mogelijke preselectie op basis van CV, een mondelinge proef en een schriftelijke proef. Daarnaast werd er door het college van burgemeester en schepenen bepaalt dat de selectiecommissie onder andere bestaat uit een HR-deskundige van het selectiebureau dat aangesteld wordt om de psychotechnische proef af te nemen.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Besluit van de gemeenteraad van 27 oktober 2022 waarbij besloten werd om vennoot te worden van Poolstok;
Artikel 30 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
Rechtspositieregeling voor het personeel van gemeente en OCMW zoals goedgekeurd door de raad op 28 maart 2024;
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 17 april 2024 inzake de openverklaring van een voltijdse vastbenoemde Coördinator technische dienst in te vullen via bevordering of aanwerving.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De rechtspositieregeling schrijft voor dat voor functies van niveau A er een psychotechnische proef afgenomen dient te worden door een daartoe erkende instantie en door opleiding daartoe bekwaam geachte personen. De gemeente kan een opdracht toewijzen aan Poolstok om zich te laten bijstaan in het selectieproces door een externe partner. Het toewijzen van een opdracht aan Poolstok valt buiten het toepassingsgebied van de Wet op Overheidsopdrachten en er dient dus geen plaatsingsprocedure georganiseerd te worden. Poolstok wijst Motmans en Partners aan als externe partner op basis van de raamovereenkomst "PLSTK-2023/1 ‘SELECTIE VAN PERSONEEL 2024-2027". Deze externe partner zal de selectiecommissie bijstaan in het gestructureerd interview, een kwaliteitscontrole uitvoeren op de schriftelijke proef (thuisopdracht), instaan voor de motivering van de beoordeling op het gestructureerd interview en het assessment afnemen.
Daarnaast schrijft de rechtspositieregeling voor dat de selectiecommissie de selectietechnieken kan bepalen, rekening houdend met de verplichting om minstens twee selectietechnieken uit de limitatieve opsomming toe te passen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn afhankelijk van de prestaties die Motmans en Partners zal moeten leveren als externe partner in deze selectieprocedure.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het samenwerkingsvoorstel van Poolstok om Motmans en Partners aan te stellen als externe partner die zal optreden als HR-deskundige van het selectiebureau dat aangesteld wordt om de psychotechnische proef af te nemen.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de wijziging in het examenprogramma. De selectieprocedure zal bestaan uit een preselectie op basis van een verkennend gesprek, een mondelinge proef met schriftelijke voorbereiding en een assessment.
Zitting van 23 07 2024
Projectmedewerker - Samenwerkingsvoorstel Poolstok
Het college van burgemeester en schepenen verklaarde de vacature van projectmedewerker (A1a-A3a) open. Bij deze openverklaring gaf het college van burgemeester en schepenen zijn akkoord om het examenprogramma te organiseren in drie delen: een mogelijke preselectie op basis van CV, een mondelinge proef en een schriftelijke proef. Daarnaast werd er door het college van burgemeester en schepenen bepaalt dat de selectiecommissie onder andere bestaat uit een HR-deskundige van het selectiebureau dat aangesteld wordt om de psychotechnische proef af te nemen. De rechtspositieregeling schrijft voor dat voor functies van niveau A er een psychotechnische proef afgenomen dient te worden door een daartoe erkende instantie en door opleiding daartoe bekwaam geachte personen. De gemeente kan een opdracht toewijzen aan Poolstok om zich te laten bijstaan in het selectieproces door een externe partner. Het toewijzen van een opdracht aan Poolstok valt buiten het toepassingsgebied van de Wet op Overheidsopdrachten en er dient dus geen plaatsingsprocedure georganiseerd te worden. Poolstok wijst Motmans en Partners aan als externe partner op basis van de raamovereenkomst "PLSTK-2023/1 ‘SELECTIE VAN PERSONEEL 2024-2027". Deze externe partner zal de selectiecommissie bijstaan in het gestructureerd interview, een kwaliteitscontrole uitvoeren op de schriftelijke proef (thuisopdracht), instaan voor de motivering van de beoordeling op het gestructureerd interview en het assessment afnemen. Daarnaast schrijft de rechtspositieregeling voor dat de selectiecommissie de selectietechnieken kan bepalen, rekening houdend met de verplichting om minstens twee selectietechnieken uit de limitatieve opsomming toe te passen.
Feiten en context
Het college van burgemeester en schepenen verklaarde de vacature van projectmedewerker (A1a-A3a) open. Bij deze openverklaring gaf het college van burgemeester en schepenen zijn akkoord om het examenprogramma te organiseren in drie delen: een mogelijke preselectie op basis van CV, een mondelinge proef en een schriftelijke proef. Daarnaast werd er door het college van burgemeester en schepenen bepaalt dat de selectiecommissie onder andere bestaat uit een HR-deskundige van het selectiebureau dat aangesteld wordt om de psychotechnische proef af te nemen.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; Besluit van de gemeenteraad van 27 oktober 2022 waarbij besloten werd om vennoot te worden van Poolstok; Artikel 30 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten; Rechtspositieregeling voor het personeel van gemeente en OCMW zoals goedgekeurd door de raad op 28 maart 2024; Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 17 april 2024 inzake de openverklaring van een voltijdse contractuele projectmedewerker in te vullen via bevordering of aanwerving.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De rechtspositieregeling schrijft voor dat voor functies van niveau A er een psychotechnische proef afgenomen dient te worden door een daartoe erkende instantie en door opleiding daartoe bekwaam geachte personen. De gemeente kan een opdracht toewijzen aan Poolstok om zich te laten bijstaan in het selectieproces door een externe partner. Het toewijzen van een opdracht aan Poolstok valt buiten het toepassingsgebied van de Wet op Overheidsopdrachten en er dient dus geen plaatsingsprocedure georganiseerd te worden. Poolstok wijst Motmans en Partners aan als externe partner op basis van de raamovereenkomst "PLSTK-2023/1 ‘SELECTIE VAN PERSONEEL 2024-2027". Deze externe partner zal de selectiecommissie bijstaan in het gestructureerd interview, een kwaliteitscontrole uitvoeren op de schriftelijke proef (thuisopdracht), instaan voor de motivering van de beoordeling op het gestructureerd interview en het assessment afnemen. Daarnaast schrijft de rechtspositieregeling voor dat de selectiecommissie de selectietechnieken kan bepalen, rekening houdend met de verplichting om minstens twee selectietechnieken uit de limitatieve opsomming toe te passen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn afhankelijk van de prestaties die Motmans en Partners zal moeten leveren als externe partner in deze selectieprocedure.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het samenwerkingsvoorstel van Poolstok om Motmans en Partners aan te stellen als externe partner die zal optreden als HR-deskundige van het selectiebureau dat aangesteld wordt om de psychotechnische proef af te nemen.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de wijziging in het examenprogramma. De selectieprocedure zal bestaan uit een preselectie op basis van een verkennend gesprek, een mondelinge proef met schriftelijke voorbereiding en een assessment.
Zitting van 23 07 2024
Afvoering van ambtswege
Asmelash Alexander en Mosazgi Hermon beiden ingeschreven in het wachtregister, Schoolstraat 15/BUS2 hebben sedert april 2024 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfsplaats kon niet achterhaald worden
Feiten en context
Asmelash Alexander en Mosazgi Hermon beiden ingeschreven in het wachtregister, Schoolstraat 15/BUS2 hebben sedert april 2024 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfsplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Merza Baig, medewerker dienst vreemdelingen, OCMW Alken, meldt ons dat Asmelash Alexander en Mosazgi Hermon de opvangwoning gelegen Schoolstraat 15 BUS 2 hebben verlaten zonder een adres na te laten, nadat de Dienst Vreemdelingenzaken hun verzoek tot internationale bescherming heeft ingetrokken. Uit het onderzoeksrapport van de wijkagent, Kristof Nulens, inspecteur politiezone Borgloon, van 3 juli 2024 blijkt dat betrokkene niet meer verblijft op dit adres sedert april 2024 en stelt voor om hen af te voeren van ambtswege. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar hun hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. Betrokkenen zijn niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 10 juli 2024 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege, gezien het nieuwe adres niet kan achterhaald worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Asmelash Alexander Tsegay, geboren op 6 november 1998, in Asmara (Eritrea) en Mosazgi Hermon Mehari, geboren op 1 januari 2000, beiden onderdaan van Eritrea en ingeschreven in het wachtregister van de gemeente Alken, Schoolstraat 15/BUS2 verblijven niet meer op dit adres.
Artikel 2: De nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen beslist om Asmelash Alexander Tsegay en Mosazgi Hermon Mehari af te voeren van ambtswege.
Zitting van 23 07 2024
Kredietverschuiving inkleding Laagdorp en speelplaats De basis
Op volgende sleutels zijn onvoldoende kredieten. Hiervoor wordt kredietverschuivingen met betrekking tot de investeringen aangevraagd:
1) MJP 1963 - handel en middenstand - inkledingsmaterialen en uitrusting beleving Laagdorp (installaties, machines en uitrusting, gemeenschapsgoederen) onvoldoende kredieten om het gemeentelijk logo te plaatsen op het Laagdorp.
2) MJP 353 - gewoon Basisonderwijs - aanpassen speelplaatsen kleuter - en lager onderwijs groene zone (gebouwen gemeenschapsgoederen) onvoldoende kredieten om het dossier speelplaats lager onderwijs aan te besteden.
Feiten en context
Op volgende sleutels zijn onvoldoende kredieten. Hiervoor wordt kredietverschuivingen met betrekking tot de investeringen aangevraagd:
1) MJP 1963 - handel en middenstand - inkledingsmaterialen en uitrusting beleving Laagdorp (installaties, machines en uitrusting, gemeenschapsgoederen) onvoldoende kredieten om het gemeentelijk logo te plaatsen op het Laagdorp.
2) MJP 353 - gewoon Basisonderwijs - aanpassen speelplaatsen kleuter - en lager onderwijs groene zone (gebouwen gemeenschapsgoederen) onvoldoende kredieten om het dossier speelplaats lager onderwijs aan te besteden.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur art. 56 regelt bevoegdheden college.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De kredietverschuivingen met betrekking tot de investeringen dienen goedgekeurd te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Er is onvoldoende krediet op de MJP 1963 - handel en middenstand - inkledingsmaterialen en uitrusting beleving Laagdorp (installaties, machines en uitrusting, gemeenschapsgoederen) om het gemeentelijk logo te plaatsen op het Laagdorp.
Er kan hiervoor 12.000 euro verschoven worden van de MJP 362 infrastructuur en faciliteiten ten behoeve van de kinderen en jongeren - skateparcours in beton (installaties machines goederen).
Er is onvoldoende krediet op MJP 353 - gewoon Basisonderwijs - aanpassen speelplaatsen kleuter - en lager onderwijs groene zone (gebouwen gemeenschapsgoederen) om het dossier speelplaats lager onderwijs aan te besteden.
Er kan 8.000 euro verschoven worden van MJP 362 infrastructuur en faciliteiten ten behoeve van de kinderen en jongeren - skateparcours in beton (installaties machines goederen).
Financiële gevolgen
De kredietverschuivingen worden uitgevoerd.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de kredietverschuiving voor de inkledingsmaterialen en beleving op het Laagdorp, zijnde plaatsen van Alkens logo, als volgt goed: er wordt € 12.000 van de MJP 362 (skateparcours beton) verschoven naar de MJP 1963 inkledingsmaterialen en beleving Laagdorp (installaties, machines en uitrusting, gemeenschapsgoederen).
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen keurt de kredietverschuiving voor de aanbesteding voor het vergroenen van de speelplaats van de Basis - lagere school - als volgt goed: er wordt € 8.000 van de MJP 362 (skateparcours in beton ) verschoven naar de MJP 353 aanpassen speelplaatsen kleuter - en lager onderwijs groene zone (gebouwen, gemeenschapsgoederen).
Zitting van 23 07 2024
Tijdelijke locatie kon.harmonie St. Aloysius
In het Molencomplex zijn vandaag volgende verenigingen gehuisvest: Chiro Mikado, Chiro Jokadi, Jeugdhuis De Molen en de kon. harmonie St. Aloysius.
Het molengebouw zelf zal - onder voorbehoud van goedkeuring PPS - verbouwd worden.
Voor beide jeugdverenigingen worden nieuwe jeugdlokalen gebouwd.
Het Jeugdhuis De Molen wordt terug in het nieuwe Molengebouw gehuisvest.
De kon. harmonie St. Aloysius zal gehuisvest worden in de kerk van Terkoest.
Van zodra de werken aan het Molencomplex starten (na gunning PPS en als jeugdlokalen klaar zijn) dient de harmonie en het jeugdhuis onderdak te krijgen. Het jeugdhuis zal tijdelijk in gc Taeymans gehuisvest worden (benedenverdieping). De kerk van Terkoest zal nog niet klaar zijn voor de kon. harmonie Sint Aloysius.
Door het management team werden alle mogelijke locaties in kaart gebracht. De voor - en nadelen werden onderzocht. Het management team besprak de verschillende opties voor de kon. harmonie Sint Aloysius en gaf volgend advies aan het SC:
Galerij Alkarte als tijdelijk verblijfplaats voor de harmonie. Echter gelet op de slechte staat van het dak, dient dit eerst hersteld te worden. Hierdoor dient er nog een tussenoplossing gezocht te worden voor de harmonie.
Het kerkbestuur van Terkoest en de parochiefederatie zijn akkoord om de harmonie tijdelijk onderdak te geven.
Feiten en context
In het Molencomplex zijn vandaag volgende verenigingen gehuisvest: Chiro Mikado, Chiro Jokadi, Jeugdhuis De Molen en de kon. harmonie St. Aloysius.
Het molengebouw zelf zal - onder voorbehoud van goedkeuring PPS - verbouwd worden.
Voor beide jeugdverenigingen worden nieuwe jeugdlokalen gebouwd.
Het Jeugdhuis De Molen wordt terug in het nieuwe Molengebouw gehuisvest.
De kon. harmonie St. Aloysius zal gehuisvest worden in de kerk van Terkoest.
Van zodra de werken aan het Molencomplex starten (na gunning PPS en als jeugdlokalen klaar zijn) dient de harmonie en het jeugdhuis onderdak te krijgen.
Het jeugdhuis zal tijdelijk in gc Taeymans gehuisvest worden (benedenverdieping). De kerk van Terkoest zal nog niet klaar zijn voor de kon. harmonie Sint Aloysius.
Door het management team werden alle mogelijke locaties in kaart gebracht. De voor - en nadelen werden onderzocht. Het management team besprak de verschillende opties voor de kon. harmonie Sint Aloysius en gaf volgend advies aan het SC:
● Galerij Alkarte als tijdelijk verblijfplaats voor de harmonie. Echter gelet op de slechte staat van het dak, dient dit eerst hersteld te worden. Hierdoor dient er nog een tussenoplossing gezocht te worden voor de harmonie.
● Het kerkbestuur van Terkoest en de parochiefederatie zijn akkoord om de harmonie tijdelijk onderdak te geven (schrijven in bijlage).
Juridische grond
DLB art. 40 en 41 regelt bevoegdheden gemeenteraad
Adviezen
Bespreking Mat 08 juli 2024 - verslag.
Argumentatie
Vandaag is de kon. harmonie St. Aloysius gehuisvest in het Molengebouw.
Van zodra het PPS goedgekeurd wordt, en er gestart kan worden aan het molengebouw dient de harmonie en het jeugdhuis een onderdak te krijgen. Het jeugdhuis zal tijdelijk onderdak krijgen in gemeenschapscentrum Taeymans (benedenverdieping). Voor de kon. harmonie onderzocht het M team mogelijke locaties en onderzocht de voor- en nadelen. Het M Team geeft volgend advies aan het Sc:
● tijdelijk onderdak krijgen in galerij Alkarte. Echter gelet op de slechte staat van het dak, dient dit eerst hersteld te worden. Voor de herstelling van het dak dient ook de huisvesting in acht genomen te worden (verder kijken dan alleen dak herstellen).Er zal dus nog een tussenoplossing moeten zijn voor de harmonie.
Er werd daarom contact genomen met Kerkfabriek Terkoest en de kerkfederatie, die akkoord zijn om de kon.harmonie Sint Aloysius tijdelijk onder te brengen in de kerk van Terkoest.
Er zullen een aantal ingrepen moeten gebeuren zodat de harmonie in een afgesloten gedeelte haar instrumenten en opstelling kan laten staan. Er zal ook een overeenkomst tussen gemeentebestuur en Kerkfabriek Terkoest moeten afgesloten worden betreffende het gebruik (energiekosten... ). Van zodra de definitieve verbouwingen van de kerk Terkoest gerealiseerd zijn, wordt dit de definitieve huisvesting van de kon.harmonie St. Aloysius.
Financiële gevolgen
Er dient een overeenkomst opgesteld te worden voor het gebruik van de kerk waarin o.a het verrekenen van energiekosten... vastgelegd dient te worden.
Voor de tijdelijke huisvesting dient voor het maken van een afgesloten ruimte voor de harmonie, de nodige materialen gekocht te worden.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat de kon. harmonie St. Aloysius tijdelijk onderdak zal krijgen in galerij Alkarte, in afwachting van hun definitieve huisvesting in de kerk van Terkoest.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat het dak van Galerij Alkarte eerst hersteld dient te worden.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen is akkoord dat in afwachting van het herstellen van het dak van galerij Alkarte de kon. harmonie St. Aloysius eerst tijdelijk in de kerk van Terkoest gehuisvest zal worden, van zodra de werken aan het molencomplex starten.
Artikel 4 : Het college van burgemeester en schepenen is akkoord dat er een gebruikersovereenkomst opgesteld zal worden tussen gemeentebestuur en Kerkfabriek Terkoest voor het tijdelijk gebruik van de kerk van Terkoest door de harmonie St. Aloysius en de slagwerklessen van het conservatorium van Hasselt.
Zitting van 23 07 2024
Advies college inzake beroep omgevingsvergunning P30
Adviesvraag van de Vlaamse Regering aangaande een beroepsprocedure m.b.t. een omgevingsvergunningsaanvraag over: de uitbreiding logistiek, aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg en vaststelling rooilijn, ingediend door Manu Lerose namens Alken-Maes gevestigd te Blarenberglaan 3C/2 te 2800 Mechelen. De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen Stationsstraat 2, 18 en 20, kadastraal gekend als afdeling 2 sectie F nrs. 1A, 2A, 3, 4, 5, 6G, 8G, 8H, 9K, 11N, 11M, 13G, 29G, 30P, 30/2 L, 30/2 K, 30E, 31C, 33E, 36A, 37C, 80K3 en 449E2.
ADVIES COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Manu Larose namens Alken-Maes NV gevestigd te Blarenberglaan 3C/2 te 2800 Mechelen en de heer Manu Larose wonende te Stationsstraat 2 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Stationsstraat 2, 18 en 20
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nrs. 1A, 2A, 3_, 4_, 5_, 6G, 8G, 8H, 9K, 11N, 11M, 13G, 29G, 30P, 30/2 L, 30/2 K, 30E, 31C, 33E, 36A, 37C, 80K3 en 449E2
|
Projectnaam: | Stationsstraat - Alken Maes
|
Dossiernummer: | 2023155
|
Intern dossiernummer: | P30
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2023082384
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag bevat zowel stedenbouwkundige als milieutechnische handelingen.
Het stedenbouwkundig gedeelte omvat de uitbreiding van logistiek, aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg en vaststelling rooilijn.
Het milieutechnisch gedeelte omvat het vergroten en verschuiven van enkele opslaghoeveelheden. Het milieuluik omvat beperkte wijzigingen aan de bestaande vergunning.
Rubrieken
Volgende ingedeelde inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de bijlage 1 van de indelingslijst van Vlarem II en worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | klasse |
6.4.1° | Vergund: Opslag voor oliën met een totale opslagcapaciteit van 7.609 liter Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
6.5.1° | Vergund: 1 verdeelslang op de vaste houder van 2.500 l met diesel Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
10.1.3°a) | Vergund: Een bierbrouwerij en een inrichting voor het afvullen van bier in flessen en vaten omvattende brouwzaal, molens, ontvangst grondstoffen en wortbehandeling (801,15 kW); gist- en lagerkelders (279,80 kW); filterplaats (206,81 kW); vatenafvullijn (313,95 kW); flessenafvullijn groep 3 (1.562,84 kW); blikkenlijn (300 kW), waterbehandeling (400,05 kW). Het totale geïnstalleerde vermogen bedraagt 3.864,6 kW. Gevraagd: ongewijzigd | 1 |
10.3.1° | Vergund: Bij een werkritme van 7 dagen op 7 bedraagt de maximale brouwcapaciteit 2.363.000 hl op jaarbasis. De maximale afvulcapaciteit bedraagt 2.500.000 hl/jaar. Gevraagd: ongewijzigd | 1 |
12.2.2° | Vergund: Transformatoren met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA 3 x 1.600 kVA 1 x 2.000 kVA. Gevraagd: ongewijzigd | 2 |
15.1.2° | Vergund: Het stallen van een 55 bedrijfsvoertuigen (trekkers, opleggers, heftrucks, vrachtwagens). Gevraagd: Het stallen van een 22 bedrijfsvoertuigen extra | 2 |
16.3.2°b) | Vergund: Koelinstallaties: 2.151,08 kW, compressoren: 348,9 kW, airco's: 78,29 kW, CO²-recuperatie installatie met een totale drijfkracht van 359,50 kW. De totale geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 2.937,78 kW. Gevraagd: Warmtepomp Lucht/Lucht technologie in combinatie met een luchtkast met warmterecuperatie van 100kW | 2 |
17.1.2.1.2° | Vergund: De opslag van gassen in verplaatsbare recipiënten bij de centrale opslagplaats (beek), bij het technisch magazijn en bij het labo. De totale opslag bedraagt 2.535 liter. Gevraagd: ongewijzigd | 2 |
17.1.2.2.3° | Vergund: Opslag van 96.620 l CO2 in 2 vaste houders (54.000 l en 42.620 l). Gevraagd: ongewijzigd | 1 |
17.3.2.1.1.1°b) | Vergund: Vaste houder met diesel van 2.500 liter - 2.083 kg Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
17.3.2.2.2°b) | Vergund: Ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 5.121 kg. Gevraagd: ongewijzigd | 2 |
17.3.3.1°a) | Vergund: Oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 3.134 kg. Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
17.3.4.3° | Vergund: Bijtende vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 303.621 kg. Gevraagd: ongewijzigd | 1 |
17.3.6.2°a) | Vergund: Schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 28.684 kg Gevraagd: ongewijzigd | 2 |
17.3.7.2°a) | Vergund: Op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 22.981 kg Gevraagd: ongewijzigd | 2 |
17.3.8.2° | Vergund: Voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 13.785 kg Gevraagd: ongewijzigd | 2 |
17.4. | Vergund: Opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in kleine verpakkingen met een maximale opslag van 1.153 kg. Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
19.3.1°a) | Vergund: Houtbewerkingsmachines met een totaal vermogen van 15,47 kW Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
23.3.1°a) | Vergund: Opslag kunststof: Gevraagd: Door de uitbreiding van de opslag mogelijkheden zal de opslag van kunststoffen verhogen met 50% met meer opslag in het magazijn. | 3 |
24.4. | Vergund: 2 controle-labo's Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
29.5.2.1a) | Vergund: twee werkplaatsen met totaal vermogen van 53,45 kW Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
29.5.7.2°a)1) | Vergund: 2 ontvettingsbaden van 200 l. Totaal: 400 l. Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
33.4.1°a) | Vergund: - 40 ton etiketten in het magazijn - 50 ton kartonverpakking in magazijn Gevraagd: Uitbreiding van de opslaghoeveelheid met 50 %. | 3 |
39.1.3° | Vergund: 2 stoomketels (2 x 26.100 l), 3de stoomketel met een waterinhoud van 18.800 l, Totaal 71.000 liter. Gevraagd: ongewijzigd | 2 |
39.2.1° | Vergund: 4 stoomvaten (1 x 540 l, 1 x 382 l, 1 x 231 l, 1 x 255 l). Totaal 1.408 l Gevraagd: ongewijzigd | 3 |
43.1.3° | Vergund: 9 stookinstallaties (1x 6.875 kW, 1 x 8.258 kW, 1 x 7.456 kW, 1 x 225 kW, 1 x 160 kW, 1 x 66 kW, 1 x 36 kW, 2 x 90 kW, 1 x 120 kW). Het totaal thermisch ingangsvermogen bedraagt 23.376 kW. Gevraagd: ongewijzigd | 1 |
43.3.1° | Vergund: 9 stookinstallaties (1 x 6.875 kW, 1 x 8.258 kW, 1 x 7.456 kW, 1 x 225 kW, 1 x 160 kW, 1 x 66 kW, 1 x 36 kW, 2 x 90 kW, 1 x 120 kW). Dieselmotor van 175 kW op de sprinklerinstallatie. Gevraagd: ongewijzigd | 1 |
45.14.1°b) | Vergund: 80 m³ maïs in één silo; 1.420 m³ mout in 13 silo's (1 x 300 m³, 4 x 200 m³, 1 x 80m³, 8 x 30 m³). Gevraagd: ongewijzigd | 2 |
45.16.2°a) | Vergund: productiecapaciteit van max. 647 ton per dag eindproducten Gevraagd: ongewijzigd | 1 |
53.8.3° | Vergund: 5 putten in de formatie van Maastricht (HCOV 1112) waaruit samen max. 4.000 m³/dag en 1.150.000 m³/jaar wordt opgepompt (put 9 van 140,45 m; put 11 van 141,48 m; put 12 van 141,5 m, put 13 van 141 m en put 14 van 142 m diepte). Gevraagd: ongewijzigd | 1 |
12.2.1° | Vergund: Transformatoren met een individueel nominaal vermogen 100 kVA tot en met 1.000 kVA 1 x 1000 kVA,1 x 630 kVA Gevraagd: Niet langer van toepassing | 2 |
12.3.2° | Vergund: Laders 46 stuks - totaal 404,4 kW Gevraagd: Niet langer van toepassing | 3 |
Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:
Rubriek | Omschrijving | klasse |
6.4.1° | Opslag voor oliën met een totale opslagcapaciteit van 7.609 liter. | 3 |
6.5.1° | 1 verdeelslang op de vaste houder van 2.500 l met diesel. | 3 |
10.1.3°a) | Een bierbrouwerij en een inrichting voor het afvullen van bier in flessen en vaten omvattende brouwzaal, molens, ontvangst grondstoffen en wortbehandeling (801,15 kW); gist- en lagerkelders (279,80 kW); filterplaats (206,81 kW); vatenafvullijn (313,95 kW); flessenafvullijn groep 3 (1.562,84 kW); blikkenlijn (300 kW), waterbehandeling (400,05 kW). Het totale geïnstalleerde vermogen bedraagt 3.864,6 kW. | 1 |
10.3.1° | Bij een werkritme van 7 dagen op 7 bedraagt de maximale brouwcapaciteit 2.363.000 hl op jaarbasis. De maximale afvulcapaciteit bedraagt 2.500.000 hl/jaar. | 2 |
12.2.2° | Transformatoren met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA: 3 x 1.600 kVA 1 x 2.000 kVA – totaal: 6.800 kVA | 2 |
15.1.2° | Het stallen van een 77 bedrijfsvoertuigen (trekkers, opleggers, heftrucks, vrachtwagens) | 2 |
16.3.2°b) | Koelinstallaties: 2.151,08 kW, compressoren: 348,9 kW, airco's: 78,29 kW, CO²-recuperatie installatie met een totale drijfkracht van 359,50 kW. Nieuw: Warmtepomp Lucht/Lucht technologie in combinatie met een luchtkast met warmterecuperatie van 100kW. De totale geïnstalleerde drijfkracht bedraagt 3.037,78 kW. | 2 |
17.1.2.1.2° | De opslag van gassen in verplaatsbare recipiënten bij de centrale opslagplaats (beek), bij het technisch magazijn en bij het labo. De totale opslag bedraagt 2.535 liter. | 2 |
17.1.2.2.3° | Opslag van 96.620 l CO2 in 2 vaste houders (54.000 l en 42.620 l). | 1 |
17.3.2.1.1.1°b) | Vaste houder met diesel van 2.500 liter - 2.083 kg | 3 |
17.3.2.2.2°b) | Ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 5.121 kg. | 2 |
17.3.3.1°a) | Oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 3.134 kg. | 3 |
17.3.4.3° | Bijtende vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 303.621 kg. | 1 |
17.3.6.2°a) | Schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 28.684 kg | 2 |
17.3.7.2°a) | Op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 22.981 kg | 2 |
17.3.8.2° | Voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 13.785 kg | 2 |
17.4. | Opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen in kleine verpakkingen met een maximale opslag van 1.153 kg. | 3 |
19.3.1°a) | Houtbewerkingsmachines met een totaal vermogen van 15,47 kW | 3 |
23.3.1°a) | Opslag van 90 ton kunststof op het buitenterrein en 60 ton in het magazijn. Het betreft kratten, paletten en verpakkingen. De buitenopslag is niet vergunningsplichtig. De 60 ton opgeslagen in de magazijnen vallen onder deze rubriek. | 3 |
24.4. | 2 controle-labo's | 3 |
29.5.2.1a) | twee werkplaatsen met totaal vermogen van 53,45 kW | 3 |
29.5.7.2°a)1) | 2 ontvettingsbaden van 200 l. Totaal: 400 l. | 3 |
33.4.1°a) | 60 ton etiketten in het magazijn - 75 ton kartonverpakking in magazijn Totaal: 135 ton etiketten en kartonverpakking in een lokaal | 3 |
39.1.3° | 2 stoomketels (2 x 26.100 l), 3de stoomketel met een waterinhoud van 18.800 l, Totaal 71.000 liter. | 2 |
39.2.1° | 4 stoomvaten (1 x 540 l, 1 x 382 l, 1 x 231 l, 1 x 255 l). Totaal 1.408 l | 3 |
43.1.3° | 9 stookinstallaties (1x 6.875 kW, 1 x 8.258 kW, 1 x 7.456 kW, 1 x 225 kW, 1 x 160 kW, 1 x 66 kW, 1 x 36 kW, 2 x 90 kW, 1 x 120 kW). Het totaal thermisch ingangsvermogen bedraagt 23.376 kW. | 1 |
43.3.1° | 9 stookinstallaties (1 x 6.875 kW, 1 x 8.258 kW, 1 x 7.456 kW, 1 x 225 kW, 1 x 160 kW, 1 x 66 kW, 1 x 36 kW, 2 x 90 kW, 1 x 120 kW). Dieselmotor van 175 kW op de sprinklerinstallatie. | 1 |
45.14.1°b) | 80 m³ maïs in één silo; 1.420 m³ mout in 13 silo's (1 x 300 m³, 4 x 200 m³, 1 x 80m³, 8 x 30 m³). | 2 |
45.16.2°a) | productiecapaciteit van max. 647 ton per dag eindproducten | 1 |
53.8.3° | 5 putten in de formatie van Maastricht (HCOV 1112) waaruit samen max. 4.000 m³/dag en 1.150.000 m³/jaar wordt opgepompt (put 9 van 140,45 m; put 11 van 141,48 m; put 12 van 141,5 m, put 13 van 141 m en put 14 van 142 m diepte). | 1 |
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het bouwen (uitbreiden) logistiek gebouw van de brouwerij
● afbraak van enkele bestaande gebouwen (7)
● bestaande ophoging (talud) af te graven
● bouwen nieuwe kiosk en fietsenstalling
● plaatsing reclamedoek op de noordgevel
● nieuwe toegangsweg met fietspad, vanaf de openbare weg
● nieuwe ophoging van het terrein met talud
● aanleg nieuwe wadi’s (3)
● aanleg nieuwe wegenis tussen kiosk en logistiek
● aanleg nieuwe verharding, wegenis rond het nieuwe logistiek gebouw
● aanleg parking
● het bouwen van een nieuwe hoogspanningscabine
● gedeeltelijke afbraak van bestaand industrieel gebouw ifv de uitbreiding
● afbraak laadkade thv. de uitbreiding logistiek
● opbraak van bestaande verhardingen thv. uitbreiding logistiek
● plaatsen van nieuwe draadafsluiting
● afbraak bestaande afsluiting tpv. uitbreiding logistiek
● kappen van hoogstammige bomen thv. de uitbreiding
● Vergroten van de bestaande wadi 4
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan Hasselt-Genk (K.B. 3/04/1979) - industriegebieden.
De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Overwegende dat het goed ligt in het PRUP Regionale bedrijventerreinen brouwerij - Alken en uitbreiding Kolmen – gedeelte Brouwerij Alken goedgekeurd op 05.07.2011 door de Vlaamse Regering – zone voor historisch gegroeide bedrijvigheid-brouwerij.
De aanvraag is niet gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Overwegende dat het PRUP Regionale bedrijventerreinen brouwerij - Alken en uitbreiding Kolmen – gedeelte Brouwerij Alken goedgekeurd op 05.07.2011 door de Vlaamse Regering – zone voor historisch gegroeide bedrijvigheid-brouwerij van toepassing is voor dit perceel.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 20 juli 2023 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 8 november 2023 |
Opening openbaar onderzoek | 16 november 2023 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 15 december 2023 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | 25 januari 2024 |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum advies | 13 december 2023 |
Beslissing deputatie | 2 mei 2024 |
1.f. Historiek
Voor het betrokken perceel en de betrokken aanvrager (zijnde in zijn huidige rechtsvorm of in een vroegere variant hiervan) werden in de loop der jaren een 40-tal vergunning afgeleverd. De volgende vergunningen/aanvragen zijn de meest recente:
● Stedenbouwkundige vergunning met gemeentelijk kenmerk 6364, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 06.05.2015 voor bouwen van een luifelconstructie bij een bestaande mouttoren;
● Stedenbouwkundige vergunning met gemeentelijk kenmerk 6470, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 13.01.2016 voor het uitbreiden van een bestaand laad- en losgebouw en de vernieuwing van de gevel van een bestaand gebouw;
● Stedenbouwkundige vergunning met gemeentelijk kenmerk 6471, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 27.01.2016 voor het gedeeltelijk afbreken van een gebouw;
● Stedenbouwkundige vergunning met gemeentelijk kenmerk 6599, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 07.12.2016 voor het uitbreiden van een industrieel gebouw met een stockageruimte
● Omgevingsvergunning afgeleverd door de deputatie Limburg voor de regularisatie en uitbreiding van het tankenlokaal verleend op 29 maart 2019,
● Omgevingsvergunning verleend bij besluit van de deputatie Limburg van 12.08.2021 voor de uitbreiding van het tanken lokaal met 3 fermentatie tanks (biertanks);
● Omgevingsvergunning verleend bij besluit van de deputatie Limburg van 21.09.2022 voor de uitbreiding van het tankenlokaal met twee fermentatietanks (biertanks) en vervanging van een afvalgisttank;
● Omgevingsvergunning verleend bij besluit van de deputatie Limburg van 18.01.2023 voor het project “Afbraak van een niet-vrijstaand gebouw & oprichting van een tank;
● Omgevingsvergunning verleend bij besluit van de deputatie Limburg van 20.07.2023 voor het project ‘het oprichten van een tank’
● Overwegende dat op 27/04/2017 een milieuvergunning (0764) voor hernieuwen en veranderen van een milieuvergunning van een bierbrouwerij werd bekomen door de deputatie.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag is gelegen in een bedrijvenzone, langs een geasfalteerde gewestweg en gemeenteweg (zijnde de Stationsstraat en de Grootstraat), deze weg is voldoende uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving aan de Grootstraat wordt gekenmerkt door industriële constructies, een parkeerterrein van de brouwerij, een supermarkt en de aanwezigheid van enkele waterlopen (waaronder de Herk aan de achterzijde van de bedrijvensite langs de Brouwerij aan de Grootstraat). Aan de zijde van de Stationsstraat situeren zich ook nog enkele woningen aan de voorzijde van de projectzone tussen de Stationsstraat en de Jardinstraat. Tevens is er hier aan de Stationsstraat ook een schildersbedrijf gevestigd dat reeds een uitbreiding voorzien heeft aan de achterzijde binnen de zone van het PRUP.
De aanvraag omvat de uitbreiding van de bestaande brouwerij met een nieuwe aanbouw van een logistiek gebouw, gelegen aan de noordzijde van de bestaande gebouwen. Hierdoor kan de mobiliteitsimpact van de brouwerij beperkt worden gezien er minder interne verplaatsingen tussen de brouwerij en de antennes dient te gebeuren. De uitbreiding situeert zich richting de Jardinstraat en is gesitueerd tussen de Herk en de tuinen van de woningen gelegen aan de Stationsstraat nr. 12 t.e.m. 34. In dit gebouw komen 3 laadkades en 3 gelijkvloerse poorten. Eveneens wordt er binnen deze nieuwbouw op het niveau van de verdieping een kleedruimte voor het personeel voorzien. De stedenbouwkundige voorschriften van het PRUP werden gevolgd door middel van huidige aanvraag waarbij de dakrandhoogte voorzien wordt op 12m. Over een beperkte hoogte is deze hoger omwille van het voorzien van een toegangstrap naar het plat dak waar deze zal komen tot op 14m60. Het gebouw betreft een eenvoudige industriebouw in grijze sandwichpanelen. Echter de noordgevel, zijnde de gevel gericht naar de nieuwe toegangsweg zal uitgevoerd worden in rood-witte vertikale strepen, kenmerkend voor het merk Cristal en reeds gebruikt bij de realisatie van de tanken en de huidige inkomkiosk, dus ook hiermee in overeenstemming.
Aan de achterkant van het nieuwe gebouw (tussen dit gebouw en de waterloop, de Herk) komt er een nieuwe buitenstapelplaats voor leeggoed bakken. Dit is een herlocalisatie van de huidige leeggoedopslagplaats ter hoogte van de Grootstraat (aan de bestaande personeelsparking) Dit in uitvoering van het PRUP REGIONALE BEDRIJVENTERREINEN BROUWERIJ – ALKEN alsook het Gemeentelijk RUP Alken Vallei.
Eveneens in uitvoering van het PRUP zal er een nieuwe verbindingsweg/ontsluiting voorzien worden tussen de Jardinstraat en de site van Alken-Maes. Deze weg zal de nieuwe hoofdtoegangsweg worden van en naar de brouwerij, zowel voor het vrachtverkeer als voor personeel. De toegangsweg wordt voorzien in asfalt met langs 2 zijden een platte borduur. De weg heeft een breedte van 7m en de borduren hebben een breedte van 50cm waardoor de totale breedte komt op 8m. Langsheen het traject zullen de bestaande grachten verbreed en verdiept worden, dit ter compensatie voor het verhogen van het maaiveld ter hoogte van de toegangsweg. Hierbij horende wordt er ook een nieuwe kiosk voorzien voor de portier. Bedoeling is om de bestaande toegang aan de Stationsstraat niet meer als hoofdingang te laten fungeren en dus te supprimeren, maar eerder in de zin van het afbouwen van de toegangen langs deze weg. Echter de toegang blijft wel deels beperkt behouden voor een aantal tankwagens voor het leveren van grondstoffen voor het brouwproces, gezien de brouwactiviteit eerder aan deze zijde en aan de Grootstraat gesitueerd is. De parking aan de Stationsstraat zal ook behouden blijven maar enkel nog fungeren als bezoekersparking. De aanvraag voor de afbraak van de bestaande parking Grootstraat en de aanpassing van de bestaande ingang en kiosk aan de Stationsstraat zit nog niet vervat in de huidige aanvraag en zal deel uitmaken van een later omgevingsaanvraag na realisatie van de huidige aanvraag.
Bijkomend zal er ook in uitvoering van het PRUP en gemeentelijk RUP een nieuwe parking voorzien worden voor het personeel met een capaciteit voor 158 wagens alsook een nieuwe fietsenstalling voor 52 fietsen.
De nieuwe verbindingsweg omvat ook een nieuw fietspad dat zal aansluiten op de site van de brouwerij alsook via een bestaand private weg naar de Stationsstraat gezien de Jardinstraat niet toegankelijk is voor fietsverkeer.
Voor de goede werking van de brouwerij zal er ook bijkomend een nieuwe hoogspanningscabine voorzien worden binnen de huidige aanvraag.
Ook worden er de nodige terreinaanlegwerken opgenomen in de aanvraag waaronder het plaatsen van 3 nieuwe wadi’s en het vergroten van de bestaande wadi. Het aanleggen van een talud als buffering naar de woningen langsheen de Stationsstraat overeenkomstig de voorschriften van het PRUP. De herinrichting van het bestaande terrein naar bereikbaarheid van de gebouwen en het plaatsen van een nieuwe afsluiting rondom het terrein.
Voor de realisatie van de werken dienen er tevens enkele afbraakwerken te gebeuren van enkele woningen met bijgebouwen die in de uitbreidingszone gesitueerd zijn maar ook de bestaande laadkade van de brouwerij. Ook worden er 15 hoogstammige bomen geveld ter realisatie van de uitbreiding. Maar deze zullen gecompenseerd worden door de aanplanting van 25 nieuwe hoogstammige bomen binnen het project. Verder worden er ook 2 reclamepanelen voorzien tegen de uitbreiding.
2.b. Beroepsschriften
Er werden 2 beroepsschriften ingediend tegen de omgevingsvergunning met ref. OMV_2023082384 verleend door de deputatie Limburg op 2 mei 2024.
Deze beroepsschriften handelen over de volgende aspecten:
● Geluidshinder
● Lichthinder
● Wateroverlast
● Aanplant bomenrij
● Goede ruimtelijke ordening
Het college van burgemeester en schepenen heeft met betrekking tot dit dossier reeds een advies verleend in 1e aanleg op 13.12.2023 en op 03.04.2024, waarbij er een omgevingsvergunning onder voorwaarden werd afgeleverd door de deputatie Limburg op 2 mei 2024. Het college van burgemeester en schepenen wenst haar advies dan ook grotendeels te behouden. Echter op basis van het beroepsschrift inzake de procedure in beroep wenst het college van burgemeester volgende opmerkingen toe te voegen:
Er werd in de verleende vergunning door de deputatie reeds geargumenteerd waarom het bezwaar aangaande de geluids- en lichthinder ongegrond werd beschouwd. Het college van burgemeester en schepenen kan deze argumentatie bijtreden. Er werd voldoende afstand behouden ten aanzien van de aanpalende woningen ter hoogte van de Stationsstraat alsook een bufferzone voorzien over een breedte van 15m. Hierdoor kan het aspect van de ‘mogelijke’ geluids- en lichthinder niet als aanzienlijk beschouwd worden rekening houdend met de bestemming die deze percelen hebben gekregen door middel van zowel het Gewestplan Hasselt-Genk alsook het PRUP Regionale bedrijventerreinen brouwerij - Alken en uitbreiding Kolmen – gedeelte Brouwerij Alken goedgekeurd op 05.07.2011. De omgevingsvergunning werd verleend op basis van het geldende bestemmingsplan in de gemeente Alken. Hierdoor kan ook gesteld worden dat het gebruik maken van de toegestane bouwmogelijkheden naar maatschappelijke opvattingen niet als onrechtmatige hinder te beschouwen valt indien er aan bepaalde normen inzake geluid en licht wordt voldaan. Er werd ook een buffer voorzien ten aanzien van dit gebied om de hinder naar de naastliggende bestemming te beperken, dit werd reeds meegenomen bij de opmaak van het bestemmingsplan. In het algemeen mag dan ook gesteld worden dat een bestemmingsplan het belang van de goede ruimtelijke ordening nastreeft. Er wordt ook niet aangetoond door de beroepsindiener dat er effectief sprake is van hinder, maar dat er een ‘mogelijke’ hinder wordt geïmpliceerd. Ongeacht of er een vergunning wordt verleend dienen bepaalde normen en het beperken van mogelijke hinder nagestreefd te worden. Dus dit zal moeten nageleefd worden bij de uitvoering van de activiteit en vergunning. Er kunnen voorwaarden gekoppeld worden aan de bedrijfsuitvoering en de uitvoering van de vergunning. Er werden dan ook verschillende voorwaarden opgenomen in het besluit voor omgevingsvergunning zowel inzake buffering alsook aangaande de bomenrij om tegemoet te komen aan de bezwaren alsook aan de stedenbouwkundige voorschriften van het bestemmingsplan.
Ook werd er binnen de procedure advies gevraagd en verleend door zowel de VMM, afdeling watertoets, alsook de dienst Waterlopen, provincie Limburg, die het project aangaande de waterhuishouding en de waterproblematiek. Deze adviesinstanties hebben deze materie onderzocht en geadviseerd. Uit deze adviezen blijkt dat het voorgestelde ontwerp mits naleving van de voorwaarden gunstig kan geadviseerd worden voor de uitbreiding van de brouwerij. Er worden door middel van het ingediende ontwerp ook voldoende maatregelen genomen voor de toepassing van de gewestelijke verordening hemelwater, dus er is op beide aspecten rekening gehouden met de waterhuishouding op het terrein. Verder werd er bij de opmaak van het PRUP reeds meer ruimte verleend aan de bestaande waterlopen door het voorzien van het valleigebied aan de rechterzijde van de Herk ten aanzien van de Kleine Herk en de Hondsgracht, waarbij er een herbestemming van het industriegebied ter plaatse naar valleigebied werd gerealiseerd. Verder betreft de voorgestelde uitbreiding slechts een beperkte zone dewelke binnen het PRUP voorbehouden was voor de uitbreiding van de brouwerij en deze zone buiten de pluviale en fluviale overstromingskaarten gesitueerd is. Enkel de nieuwe toegangsweg dewelke werd voorgeschreven in het PRUP in aansluiting met de Jardinstraat en dewelke het vrachtverkeer ten behoeve van de kern van Alken vrijwaart is gesitueerd binnen de overstromingszone. Hierbij werden er dan ook voldoende maatregelen en aanpassingen in het dossier opgelegd en onderzocht door de VMM.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen behoudt grotendeels haar advies en voegt op basis van de ingediende beroepsschriften volgende opmerkingen toe:
Er werd in de verleende vergunning door de deputatie reeds geargumenteerd waarom het bezwaar aangaande de geluids- en lichthinder ongegrond werd beschouwd. Het college van burgemeester en schepenen kan deze argumentatie bijtreden. Er werd voldoende afstand behouden ten aanzien van de aanpalende woningen ter hoogte van de Stationsstraat alsook een bufferzone voorzien over een breedte van 15m. Hierdoor kan het aspect van de ‘mogelijke’ geluids- en lichthinder niet als aanzienlijk beschouwd worden rekening houdend met de bestemming die deze percelen hebben gekregen door middel van zowel het Gewestplan Hasselt-Genk alsook het PRUP Regionale bedrijventerreinen brouwerij - Alken en uitbreiding Kolmen – gedeelte Brouwerij Alken goedgekeurd op 05.07.2011. De omgevingsvergunning werd verleend op basis van het geldende bestemmingsplan in de gemeente Alken. Hierdoor kan ook gesteld worden dat het gebruik maken van de toegestane bouwmogelijkheden naar maatschappelijke opvattingen niet als onrechtmatige hinder te beschouwen valt indien er aan bepaalde normen inzake geluid en licht wordt voldaan. Er werd ook een buffer voorzien ten aanzien van dit gebied om de hinder naar de naastliggende bestemming te beperken, dit werd reeds meegenomen bij de opmaak van het bestemmingsplan. In het algemeen mag dan ook gesteld worden dat een bestemmingsplan het belang van de goede ruimtelijke ordening nastreeft. Er wordt ook niet aangetoond door de beroepsindiener dat er effectief sprake is van hinder, maar dat er een ‘mogelijke’ hinder wordt geïmpliceerd. Ongeacht of er een vergunning wordt verleend dienen bepaalde normen en het beperken van mogelijke hinder nagestreefd te worden. Dus dit zal moeten nageleefd worden bij de uitvoering van de activiteit en vergunning. Er kunnen voorwaarden gekoppeld worden aan de bedrijfsuitvoering en de uitvoering van de vergunning. Er werden dan ook verschillende voorwaarden opgenomen in het besluit voor omgevingsvergunning zowel inzake buffering alsook aangaande de bomenrij om tegemoet te komen aan de bezwaren alsook aan de stedenbouwkundige voorschriften van het bestemmingsplan.
Ook werd er binnen de procedure advies gevraagd en verleend door zowel de VMM, afdeling watertoets, alsook de dienst Waterlopen, provincie Limburg, die het project aangaande de waterhuishouding en de waterproblematiek. Deze adviesinstanties hebben deze materie onderzocht en geadviseerd. Uit deze adviezen blijkt dat het voorgestelde ontwerp mits naleving van de voorwaarden gunstig kan geadviseerd worden voor de uitbreiding van de brouwerij. Er worden door middel van het ingediende ontwerp ook voldoende maatregelen genomen voor de toepassing van de gewestelijke verordening hemelwater, dus er is op beide aspecten rekening gehouden met de waterhuishouding op het terrein. Verder werd er bij de opmaak van het PRUP reeds meer ruimte verleend aan de bestaande waterlopen door het voorzien van het valleigebied aan de rechterzijde van de Herk ten aanzien van de Kleine Herk en de Hondsgracht, waarbij er een herbestemming van het industriegebied ter plaatse naar valleigebied werd gerealiseerd. Verder betreft de voorgestelde uitbreiding slechts een beperkte zone dewelke binnen het PRUP voorbehouden was voor de uitbreiding van de brouwerij en deze zone buiten de pluviale en fluviale overstromingskaarten gesitueerd is. Enkel de nieuwe toegangsweg dewelke werd voorgeschreven in het PRUP in aansluiting met de Jardinstraat en dewelke het vrachtverkeer ten behoeve van de kern van Alken vrijwaart is gesitueerd binnen de overstromingszone. Hierbij werden er dan ook voldoende maatregelen en aanpassingen in het dossier opgelegd en onderzocht door de VMM.
Zitting van 23 07 2024
Attest van verdeling
Op 10 juli 2024 ontvingen we van notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos, Volmolensteeg 1 te 3830 Wellen, de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen aan de Stasveldstraat 20, kadastraal gekend als Sie F nrs. 95/N en 95/E.
Feiten en context
Op 10 juli 2024 ontvingen we van notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos, Volmolensteeg 1 te 3830 Wellen, de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen aan de Stasveldstraat 20, kadastraal gekend als Sie F nrs. 95/N en 95/E.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het verdelingsplan, opgemaakt door Denise Ballet op 5 juni 2024, voorziet een verdeling voor het perceel, kadastraal gekend als Sie F, nrs. 95/N en 95/E waarbij het perceel (totale oppervlakte 14a 37ca) wordt opgesplitst zoals bijgevoegd plan.
Zo wordt het perceel opgedeeld in 2 loten met afzonderlijke woningen. Voor de realisatie van deze nieuwbouw tweewoonst werd op 8/03/2023 een omgevingsvergunning afgeleverd.
Het perceel is gelegen in RUP Centrum V Zuid, goedgekeurd op 24/06/2021. De voorschriften van het RUP Centrum V Zuid zijn van toepassing op dit perceel.
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel is gelegen in woongebied:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos voor het perceel gelegen aan de Stasveldstraat 20, kadastraal gekend als Sie F. nrs. 95/E en 95/N, mits de voorschriften van het RUP Centrum V Zuid en de voorwaarden van de omgevingsvergunning dd. 8/03/2023, met intern kenmerk 731, worden nageleefd
Zitting van 23 07 2024
Omgevingsvergunning 884
Aanvraag omgevingsvergunning over: het verbouwen van een ééngezinswoning ingediend door Niels en Paulien Visschers - Reulens met als contactadres Lindestraat 6 bus 2 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Langstraat 11, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 172 B2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Niels en Paulien Visschers - Reulens met als contactadres Lindestraat 6 bus 2 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Langstraat 11
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nr. 172B2
|
Projectnaam: | Langstraat 11 - Visschers-Reulens
|
Dossiernummer: | 202414
|
Intern dossiernummer: | 884
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024019872
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het verbouwen van een ééngezinswoning
Werken
De bouwaanvraag betreft volgende handelingen:
Afbraak bestaande aanpalende veranda.
Afbraak bestaande aanpalende tussenbouw.
Afbraak bestaande vergunde stallen.
Afbraak bestaande aanpalende garage.
Verbouwen vergunde eengezinswoning.
Uitbreiding eengezinswoning.
Bouwen overdekt terras.
Bouwen carport.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebieden met landelijk karakter (eerste 50 meter vanaf de rooilijn) en achterliggend agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een niet-vervallen verkaveling, goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 188,67m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 6250 liter en een infiltratieoppervlakte van 16,77m. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten en een buitenkraan.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 11 februari 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 27 mei 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA |
|
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 172 B2
De woning dateert van 1964 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Voorliggende aanvraag betreft het verbouwen van een eengezinswoning. De aanvraag is gelegen langs een gemeentelijke weg, nl. de Langstraat. De geasfalteerde weg is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door open, halfopen bebouwing en landbouwactiviteiten.
De bestaande woning blijft behouden en zal volledig gerenoveerd worden. De raamopeningen worden deels aangepast om tegemoet te komen aan de nieuwe functies van de ruimtes. Ook het dak zal opgetrokken worden zodat de zolder gebruikt kan worden als opslagruimte. Alle bestaande aanpalende gebouwen, zoals de veranda, de tussenbouw, de stallen en de garage zullen afgebroken worden. In de plaats wordt er 1 grote uitbreiding voorzien bij de bestaande woning.
De inkom blijft in de bestaande woning in de linkerzijgevel. Aan de voorzijde van de woning is er een bureau-ruimte en een extra ruimte die dienst kan doen als hobby-kamer, fitnessruimte of speelkamer voor de kinderen. Achteraan is er een berging waar ook het gastentoilet voorzien wordt. De inkom geeft ook toegang tot de trap naar de verdieping. Deze wordt omgedraaid om de functionaliteit te verhogen.
De nieuwe garage wordt aan de rechterzijde van de woning geplaatst. Deze heeft een rechtstreekse doorgang tot de berging die in de woning gelegen heeft. En ook een deur naar het achterliggend overdekt terras.
De uitbreiding voorziet de open keuken, eethoek en zithoek. Er is gebruik gemaakt van veel glas aan de achterzijde om het contact met de tuin te optimaliseren.
De bestaande woning wordt gekaleid, zodoende zijn ook de aanpassingen aan de ramen en het ophogen van het dak weggewerkt. De nieuwe uitbreiding wordt opgetrokken in een landelijke crème-rood genuanceerde gevelsteen. Zo wordt er 1 geheel gevormd met de bestaande woning. Het buitenschrijnwerk en de garagepoort worden overal in de woning uitgevoerd in zwart aluminium. Ook de poort bij de carport is zwart aluminium. Dit is een open constructie zodat de carport een open geheel blijft. De carport wordt aan de voorgevel afgewerkt met eenzelfde gevelsteen als de uitbreiding. De bestaande woning blijft behouden. Aan de rechterzijde wordt de aanpalende garage ingeplant. Achteraan komt de uitbreiding met de leefruimte. De garage aan de rechterzijde ligt op 3m60 van de perceelgrens. Aan de linkerzijde heeft de leefruimte een uitsprong voorbij de oorspronkelijke woning zodoende dat hier ook zicht is naar de straat.
Naast de garage komt een open carport tot tegen de perceelgrens. De afwerking hiervan bestaat uit dezelfde materialen als de woning.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 25/06/2024 | 15/07/2024 | Voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 25/06/2024 | 12/07/2024 | Voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 25 juni 2024 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 15 juli 2024 werd een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
De aanvraag werd op 25 juni 2024 digitaal voor advies voorgelegd aan Provincie Limburg-Afdeling Water & Domeinen. Op 12 juli 2024 werd een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel.
Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.’
Er werd een aangetekende zending verzonden aan de aanpalende eigenaars op 27.05.2024.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB geen bezwaarschrift/melding van de eigenaars van een aanpalend perceel ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan rekening houdend met de omgeving en de aanpalende bebouwingen.
- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Voorliggende aanvraag betreft de verbouwing en uitbreiding van een bestaande woning. Het volume blijft beperkt gezien de uitbreiding in de plaats komt van te slopen gebouwen. zodat enige hinder naar buurpercelen toe zeer beperkt blijft en als niet-uitzonderlijk kunnen beschouwd worden. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is.
- Visueel-vormelijke elementen: Het bestaande hoofdvolume en de uitbreiding worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de bestaande gebouwenconfiguratie en anderzijds door het beperkt volume van de verbouwing, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies :
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Volgende voorwaarden van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer en Watering de Herk dienen nageleefd te worden :
○ De voorziene wadi in de achtertuin moet in noodgeval over het eigen terrein naar de straat kunnen overlopen. Eventueel overlopend water mag in geen geval naar de buurpercelen afgeleid worden. Het is daarom aan te raden om een opstaand boordsteentje tegen de perceelsgrens met de buren te voorzien om het water te geleiden.
○ De voor- en achterzijde van de voorziene carport moet doorstroombaar voor water blijven en mag bijgevolg niet met een dichte wand afgesloten worden.
○ Aangezien het terrein quasi vlak ligt, is het tevens aan te raden om aan de rand van de wadi een overlooprooster 10 cm onder het maaiveld naar de riolering te voorzien. De bodem van de wadi moet in dat geval ook 10 cm verdiept worden om het voorziene buffervolume te kunnen behouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 23/07/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Niels en Paulien Visschers - Reulens met als contactadres Lindestraat 6 bus 2 te 3570 Alken, het verbouwen van een ééngezinswoning, gelegen Langstraat 11, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 172 B2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Volgende voorwaarden van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer en Watering de Herk dienen nageleefd te worden:
○ De voorziene wadi in de achtertuin moet in noodgeval over het eigen terrein naar de straat kunnen overlopen. Eventueel overlopend water mag in geen geval naar de buurpercelen afgeleid worden. Het is daarom aan te raden om een opstaand boordsteentje tegen de perceelsgrens met de buren te voorzien om het water te geleiden.
○ De voor- en achterzijde van de voorziene carport moet doorstroombaar voor water blijven en mag bijgevolg niet met een dichte wand afgesloten worden.
○ Aangezien het terrein quasi vlak ligt, is het tevens aan te raden om aan de rand van de wadi een overlooprooster 10 cm onder het maaiveld naar de riolering te voorzien. De bodem van de wadi moet in dat geval ook 10 cm verdiept worden om het voorziene buffervolume te kunnen behouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 23 07 2024
Omgevingsvergunning 909
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een ééngezinswoning met carport ingediend door de heer Kurt Baeten wonende te J.S. Bachlaan 5/2.01 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Lijsterlaan 28, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 1066 D3. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | de heer Kurt Baeten wonende te J.S. Bachlaan 5/2.01 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Lijsterlaan 28
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 1066D3
|
Projectnaam: | Lijsterlaan (lot 46) - Baeten Kurt
|
Dossiernummer: | 202450
|
Intern dossiernummer: | 909
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024064819
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een ééngezinswoning met carport
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het bouwen van een ééngezinswoning met carport
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woonuitbreidingsgebied.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis aangegaan door de promotor.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Kerkveld, goedgekeurd op 25 februari 2016 en binnen een goedgekeurde niet vervallen verkaveling (631), goedgekeurd op 23 november 2016.
Overwegende dat de voorschriften van het RUP Kerkveld en de goedgekeurde verkaveling met ref. 631 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project het bouwen van een open ééngezinswoning met carport betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 134,82m². Het dakoppervlak van de woning watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone. Rekening houdend met de berekeningen cfr de hemelwaterverordening dient de bovengrondse infltratievoorziening een totaal buffervolume van 3459,06 Liter te bedragen, echter wordt er een infiltratiezone aangelegd van 3600 liter met een infiltratieoppervlakte van 19 m2. Daartoe wordt aan de achterzijde van het perceel een zone verlaagd worden over 1m breed en tot een diepte van 30 cm op het laagste punt, waar de overloop van de regenwaterput in uitmondt.
Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het besproeien van de tuin en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit en een tuinpad, alsook het terras. Voor deze verhardingen kan het hemelwater bijgevolg afwateren op het eigen perceel langs de aan te leggen verharding. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 8 mei 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 6 juni 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 8 juli 2024 |
1.f. Historiek
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 23.11.2016 een verkavelingsvergunning (631) voor het verkavelen van 70 loten werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 1066 D3
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van een ééngezinswoning op lot 46 van verkaveling V631.
Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Lijsterlaan, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand en het pv van voorlopige oplevering van 18/09/2018. Huidig perceel maakt deel uit van een verkaveling bestaande uit 70 loten gesitueerd binnen de ontwikkeling van het binnengebied gelegen in het verlengde van de Lijsterlaan en Merellaan, meer bepaald binnen het RUP Kerkveld. Het betreft een perceel gesitueerd aan de Lijsterlaan in open bebouwing. Het aanpalende lot rechts betreft een lot in open bebouwing dat recent bebouwd werd en het linker aanpalende lot betreft nog een braakliggend perceel binnen de verkaveling.
De nieuwbouw woning wordt ingeplant op ongeveer 5m van de voorliggende rooilijn met de Lijsterlaan, volgens het ingetekende bouwkader binnen de goedgekeurde verkaveling. Het ontwerp voorziet een landelijke woning met een hoofdvolume bestaande uit 2 volwaardige bouwlagen afgewerkt met een hellend dak. Er blijft een afstand van 3m60 behouden ten aanzien van de rechter perceelsgrens en 3m ten aanzien van de linker perceelsgrens. Echter binnen de zijtuinstrook aan de rechter zijde wordt er wel een carport voorzien bestaande uit 1 bouwlaag afgewerkt met een hellend dak.
De kroonlijsthoogte van de woning verspringt door het voorzien van een uitbouw aan de linkerzijde van het hoofdvolume waarbij deze komt op 5m55 en aan de rechterzijde komt op ongeveer 6m30. De woning heeft een bouwdiepte van 11m10 zowel op het gelijkvloers niveau als op de verdieping, waarbij er aan de achterzijde tevens een uitbouw voorzien wordt afgewerkt met een dwarsliggend hellend dakvlak. Dit volume heeft een breedte van 7m20 op een diepte van 1m80 en met een kroonlijsthoogte van ongeveer 5m15. De nokhoogte van het hoofdvolume komt tot op een hoogte van 10m met een dakhelling van 40°.
De woning wordt opgetrokken in een rood-bruin genuanceerde gevelsteen in een combinatie met een aluminium zwart buitenschrijnwerk. De dakbedekking zal gebeuren door middel van blauw gesmoorde dakpannen. De carport zal worden uitgevoerd in een houten draagstructuur afgewerkt met een hellend dak in dezelfde materialen als het hoofdvolume. De regenafvoeren en goten worden in zink uitgevoerd.
Ter hoogte van de woning zal het perceel beperkt worden opgehoogd in aansluiting met het rechter aanpalende perceel en dit over een hoogte van ongeveer 10cm. Aan de achterzijde van de woning zal het niveau van het terrein terug gebracht worden met het bestaande niveau.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende RUP Kerkveld en de verkaveling 631 d.d. 23.11.2016.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 6 juni 2024 | 12 juni 2024 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
- De aanvraag werd op 06.06.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator. Op 12.06.2024 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000070560 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de linkerzijde van dit perceel.
Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.’
Er werd een aangetekende zending verzonden aan de aanpalende eigenaars op 06.06.2024.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB GEEN bezwaarschrift/standpunt van de eigenaars van het aanpalende perceel ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van het geldende RUP Kerkveld en de verkaveling 631 d.d. 23.11.2016 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 07.06.2024 met ref. 5000070560 dienen opgevolgd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Op 1m van de perceelsgrens dient het terrein aan te sluiten op het niveau van het aanpalende perceel.
● Het werfverkeer voor de ontwikkeling van het gebied Kerkveld dient te gebeuren langs de aansluiting met de Motstraat volgens het plan in bijlage van de vergunning.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 23/07/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door de heer Kurt Baeten wonende te J.S. Bachlaan 5/2.01 te 3500 Hasselt, het bouwen van een ééngezinswoning met carport, gelegen Lijsterlaan 28, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 1066 D3 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 07.06.2024 met ref. 5000070560 dienen opgevolgd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Op 1m van de perceelsgrens dient het terrein aan te sluiten op het niveau van het aanpalende perceel.
● Het werfverkeer voor de ontwikkeling van het gebied Kerkveld dient te gebeuren langs de aansluiting met de Motstraat volgens het plan in bijlage van de vergunning.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 23 07 2024
Omgevingsvergunning 919
Aanvraag omgevingsvergunning over: de regularisatie van gewijzigde plannen voor de realisatie van 4 halfopen ééngezinswoningen ingediend door Dirk Deveux namens D & V Woonprojecten BVBA gevestigd te Molenstraat 24 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Koolmeeslaan 6, 8, 10 en 12, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 4064 D, (afd. 2) sectie F 4064 E, (afd. 2) sectie F 4064 F, (afd. 2) sectie F 4064 G en (afd. 2) sectie F 4064 H. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Dirk Deveux namens D & V Woonprojecten BVBA gevestigd te Molenstraat 24 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Koolmeeslaan 6, 8, 10 en 12
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nrs. 4064D, 4064E, 4064F, 4064G en 4064H
|
Projectnaam: | Koolmeeslaan 6-8-10-12 - D&V Woonprojecten
|
Dossiernummer: | 202463
|
Intern dossiernummer: | 919
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024083764
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de regularisatie van gewijzigde plannen voor de realisatie van 4 halfopen ééngezinswoningen
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
- Regularisatie van 4 halfopen ééngezinswoningen (gewijzigde plannen)
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk.(K.B.3/04/1979) – woonuitbreidingsgebieden.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het goed is gelegen binnen de contouren van het goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Kerkveld’, definitief aangenomen door de gemeenteraad op 25/02/2016. Voor de bewuste percelen gelden meer specifiek artikelnummer 3 – zone voor woonproject.
De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V658 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 16.09.2020.
Overwegende dat de voorschriften van het RUP Kerkveld en de verkaveling V658 d.d. 16.09.2020 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, de gewijzigde uitvoering van 4 halfopen ééngezinswoningen betreft waarbij het project reeds aan de watertoets onderworpen werd bij de originele aanvraag met betrekking tot het bouwvolume en waarbij dit vergunde bouwvolume door de huidige aanvraag niet zal wijzigen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Zowel de vloer-terreinindex alsook de bebouwingsgraad van het project blijven nagenoeg ongewijzigd ten aanzien van de oorspronkelijke vergunning (OMV 430) waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 12 juni 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 juli 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 10 juli 2024 |
1.f. Historiek
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
● Overwegende dat er een omgevingsvergunning voor het verkavelen van 18 loten halfopen bebouwing en 2 loten open bebouwing werd vergund door het college van burgemeester en schepenen op 16.09.2020.
● er werd een omgevingsvergunning (OMV430) verleend door het college van burgemeester en schepenen op 24 maart 2021 voor het bouwen van 6 halfopen ééngezinswoningen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft de regularisatie van de gewijzigde plannen voor de realisatie van 4 halfopen ééngezinswoningen.
Het gebied waar de woningen zullen gerealiseerd worden is gelegen in het binnengebied tussen de Merellaan, Lijsterlaan en Motstraat. Voor de realisatie van deze woningen werd de 2e fase van het RUP Kerkveld aangesneden en werd er een omgevingsvergunning voor het verkavelen van 18 loten halfopen bebouwing en 2 loten open bebouwing binnen RUP Kerkveld, met aanpassing van de wegenis (aanpassing rooilijn pijpekop) aan de Vinkenlaan goedgekeurd op 16.09.2020. Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Koolmeeslaan, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand en het pv van voorlopige oplevering van 18/09/2018.
Huidige aanvraag betreft de regularisatie van de gewijzigde plannen voor de realisatie van 4 halfopen ééngezinswoningen gesitueerd aan de Koolmeeslaan op de loten 73 t.e.m. 76. Er werd in 2021 reeds een vergunning verleend voor deze loten voor de realisatie van 6 halfopen ééngezinswoningen (OMV 430). Echter werden er slechts 4 loten bebouwd door de aanvrager, zijnde de loten 73 t.e.m. 76. Voor de loten 71 en 72 werd er reeds een omgevingsvergunning verleend voor gewijzigde plannen op 14.02.2024 met ref. OMV 851. Huidige aanvraag handelt dus enkel over de loten 73 t.e.m. 76. Bij de uitvoering van de plannen werden er enkele zaken gewijzigd bij de realisatie van deze woningen.
In de beschrijvende nota worden deze wijzigingen opgesomd, zijnde:
‘- Infiltratie – en regenwaterputten zijn gesplitst, doch voldoen aan de gewestelijke verordening hemelwater van de goedgekeurde vergunning.
- Lot 76: - Indeling van het verdiepingsplan is gewijzigd, in ’t bijzonder toilet en badkamer.
- Voordeur in de linker zijgevel is gewijzigd qua model.
- Lot 75: - Indeling van het verdiepingsplan is gewijzigd, in’t bijzonder de zoldertrap
- Lot 74 & 73: - Dak is uitgevoerd met een knik.
- Lot 74: - Carport zal worden afgesloten een poort in de voor- en achtergevel, en een houten wand op de zijgevel.
- Lot 73: - Is eveneens voorzien van een carport, doch dit volgens de verkavelingsvergunning qua inplanting, oppervlakte en hoogte.
- In de rechter zijgevel is één raam aangepast qua maatvoering (kleiner)’
Naast deze aanpassingen blijven deze woningen nagenoeg ongewijzigd.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende RUP Kerkveld en de verkaveling V658 d.d. 16.09.2020 en V658bis d.d. 30.06.2021.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van het geldende RUP Kerkveld en de verkaveling V658 d.d. 16.09.2020 en V658bis d.d. 30.06.2021 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Gunstig advies
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 23/07/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Dirk Deveux namens D & V Woonprojecten BVBA gevestigd te Molenstraat 24 te 3570 Alken, de regularisatie van gewijzigde plannen voor de realisatie van 4 halfopen ééngezinswoningen, gelegen Koolmeeslaan 6, 8, 10 en 12, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 4064 D, (afd. 2) sectie F 4064 E, (afd. 2) sectie F 4064 F, (afd. 2) sectie F 4064 G en (afd. 2) sectie F 4064 H te vergunnen.
2. Er worden geen voorwaarden en/of lasten opgelegd.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 23 07 2024
Advies college inzake omgevingsvergunning P31
Adviesvraag van de deputatie aangaande een aanvraag omgevingsvergunning over: de bestemmingswijziging van de conciërgewoning naar bedrijfsruimte, ingediend door de heer Mario Schreurs wonende te St.-Truidersteenweg 216 te 3840 Borgloon. De aanvraag heeft betrekking op een perceel gelegen Klein-Kolmenstraat 5 en 1613, kadastraal gekend als afdeling 2 sectie C nr. 73R.
ADVIES COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | de heer Mario Schreurs wonende te St.-Truidersteenweg 216 te 3840 Borgloon
|
Ligging van het perceel: | Klein-Kolmenstraat 5 en 1613
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie C nr. 73R
|
Projectnaam: | Klein Kolmenstraat 5 - Wemar
|
Dossiernummer: | 202441
|
Intern dossiernummer: | P31
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024058916
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de bestemmingswijziging van de conciërgewoning naar bedrijfsruimte
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Bestemmingswijziging van conciërgewoning naar bedrijfsruimte
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan Hasselt-Genk (K.B. 3/04/1979) - industriegebied.
De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is gelegen binnen de contouren van het gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) Kolmen dat op datum van 23 augustus 2012 bij besluit van de deputatie goedgekeurd werd;
De aanvraag is niet gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) Kolmen goedgekeurd op 23.08.2012 door de deputatie Limburg is van toepassing voor dit perceel. Voor dit perceel geldt meer specifiek artikel 1. “zone voor lokaal bedrijventerrein” van de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP;
Art. 7.4.5. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de voorschriften van de plannen van aanleg vervangen, tenzij het ruimtelijk uitvoeringsplan het uitdrukkelijk anders bepaalt.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 24 april 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 8 juli 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum advies | 23 juli 2024 |
1.f. Historiek
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
● Weigering stedenbouwkundige vergunning met gemeentelijk kenmerk 2960 voor het bouwen van een betonmenginstallatie geweigerd door de deputatie: Limburg op 20.07.1995.
● Stedenbouwkundige vergunning met gemeentelijk kenmerk 2856 voor het bouwen van toonzaal, burelen, magazijn verleend door het college van burgemeester en schepenen op 17.11.1993.
● Stedenbouwkundige vergunning met gemeentelijk kenmerk 3487 voor het uitbreiden van een bedrijfshal voor magazijn en demontage verleend door het college van burgemeester en schepenen op 24.0301999
● Stedenbouwkundige vergunning met gemeentelijk kenmerk 4877 voor het plaatsen van een vloeistofdichte vloer verleend door het college van burgemeester en schepenen op 17.01.2007.
● Omgevingsvergunning met gemeentelijk kenmerk P 28 voor de regularisatie van loodsen verleend door de deputatie Limburg op 26.10.2023.
● Milieuvergunning met gemeentelijk kenmerk 0576 d voor een rubriekswijziging verleend op 19.01.2005.
● Milieuvergunning met gemeentelijk kenmerk 657 voor de verandering en verdere exploitatie van een bedrijf voor de opslag en mechanische bewerking van voertuigwrakken verleend op 13.10.2005
● Milieuvergunning met gemeentelijk kenmerk 737 voor op- en overslag van afgedankte voertuigen, opslag van schroot, standplaats van vrachtwagens en containers + verzoek tot wijziging voorwaarden verleend op 15.10.2014
● Milieuvergunning met gemeentelijk kenmerk 738 voor de opslag en mechanische verwerking van voertuigwrakken en schroot verleend op 15.10.2014.
● Besluiten burgemeester dd. 19.08.2021 ongeschikt-en onbewoonbaarverklaring: Klein Kolmenstraat 1613 huisnummer 5
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Huidige aanvraag omvat de bestemmingswijziging van de conciërgewoning naar bedrijfsruimte.
De aanvraag is gelegen op een bedrijventerrein, industrieterrein Kolmen, gekenmerkt door middelgrote tot grote bedrijven. Echter er zijn ook enkele eengezinswoningen aanwezig op het bedrijventerrein. De aanwezigheid van deze woningen is echter niet karakteristiek voor de omgeving. Op bedrijvigheid gerichte gebouwen zijn de norm. De aanvraag is gelegen langs een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand, zijnde aan de ene kant ten aanzien van de Klein Kolmenstraat (hoofdontsluiting van het perceel) en deels ook aan de Nijverheidsstraat. Het perceel grenst aan de achterzijde aan het bedrijf ‘La Lorraine bakery Group’ en aan de onderzijde aan het bedrijf ‘Cooltech’ (R.N.D.). De bedrijfsgebouwen van La Lorraine bakery Group en deze van Wemar Cars situeren zich dicht tegen de perceelsgrens tussen beide bedrijven maar sluiten niet aan op elkaar er blijft een afstand van ongeveer 60cm tussen de beide bebouwingen, dus er is geen sprake van een gemeenschappelijke muur.
Het onderwerp van deze aanvraag is de omvorming van de vergunde maar niet ingerichte conciërgewoning naar bedrijfsruimte. De conciërgewoning maakte ook deel uit van de vorige aanvraag voor omgevingsvergunning met ref. OMV_2023020501. Echter binnen de vorige procedure werd er een negatief advies verleend door de brandweer aangaande de realisatie van de conciërgewoning. Na overleg met de brandweer ter plaatse is vastgesteld dat met de huidige constructieve opbouw geen nachtverblijven mogelijk maakt. De metalen draagstructuur van de loods en het kantoorgebouw waarbinnen de conciërgewoning zou ingericht worden is met elkaar verbonden wat niet toelaatbaar is voor het inrichten van een conciërgewoning. Er kan zonder uitgebreide technische ingrepen niet voldaan worden aan de voorwaarden van bijlage 6 – basisnormen - brandweer. De ingreep voor het omvormen van deze constructie weegt niet op tegen de economische waarde van de conciërgewoning. Daarom werd beslist de conciërgewoning niet in te richten en de bekomen ruimte te betrekken bij het bedrijfsgedeelte.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Het ontwerp is in regel met het geldende RUP Kolmen en de geldende stedenbouwkundige voorschriften die hierin bepaald werden.
2.c. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex. Gezien de aanvraag in regel is met het geldende RUP Kolmen wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Gunstig advies
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen levert een gunstig advies af.
Zitting van 23 07 2024
OMV 896 - Toepassen administratieve lus
Op 21/03/2024 werd er door dhr. Ben Lenaers een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor het verbouwen van 2 woningen tot een woning en een vakantiewoning op een perceel gelegen O.L. Vrouwstraat 43, kadastraal gekend als Afd1 Sie B nr. 405/F.
Aangezien er nog advies gevraagd dient te worden aan de VMM Waterbeheer en dit niet meer binnen de huidige termijn kan, is het aangewezen de administratieve lus toe te passen zodat er een bijkomende termijn van 60 dagen voorzien wordt.
Feiten en context
Op 21/03/2024 werd er door dhr. Ben Lenaers een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor het verbouwen van 2 woningen tot een woning en een vakantiewoning op een perceel gelegen O.L. Vrouwstraat 43, kadastraal gekend als Afd1 Sie B nr. 405/F.
Aangezien er nog advies gevraagd dient te worden aan de VMM Waterbeheer en dit niet meer binnen de huidige termijn kan, is het aangewezen de administratieve lus toe te passen zodat er een bijkomende termijn van 60 dagen voorzien wordt.
Juridische grond
Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en latere wijzigingen
Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.
Artikel 13 van Afdeling 6 Administratieve lus, van bovengenoemd omgevingsdecreet dat het volgende bepaalt:
“Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen."
De bevoegde overheid kan in voorkomend geval:
1° een nieuw openbaar onderzoek organiseren;
2° het advies van de adviesinstanties vermeld in artikel 24, artikel 42 of artikel 59, alsnog, dan wel een tweede keer inwinnen.”
- Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur: Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Er dient nog advies ingewonnen te worden van de adviesinstantie VMM Waterbeheer. Aangezien er niet meer voldoende tijd rest in de aanvraag dient er een administratieve lus toegepast te worden zodat er een bijkomende termijn van 60 dagen voorzien wordt in de aanvraag.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de toepassing van de administratieve lus goed voor de omgevingvergunningsaanvraag OMV_2024039078, ingediend voor het verbouwen van 2 woningen tot een woning en een vakantiewoning op een perceel gelegen O. L. Vrouwstraat 43, kadastraal gekend als Afd. 1 Sie B nr. 405/F.
Zitting van 23 07 2024
Beslissing deputatie beroep OMV V688
Besluit
Zitting van 23 07 2024
Kennisname antwoordnota's GD&A m.b.t. het project Hameestraat
Besluit
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.