Zitting van 30 09 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 23.09.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 23.09.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 23.09.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 30 09 2026
Kienspel Basisschool De Kleine Reus, 03.10.2026
Op vrijdag 18 september 2026 ontving Gemeente Alken de aanvraag van de heer Tim Forier, directeur van de Vrije Basisschool De Kleine Reus, p/a Parkstraat 11 te 3570 Alken voor het houden van een kienspel op zaterdag 3 oktober 2026 in gc d'Erckenteel in Alken.
Feiten en context
Op vrijdag 18 september 2026 ontving Gemeente Alken de aanvraag van de heer Tim Forier, directeur van de Vrije Basisschool De Kleine Reus, p/a Parkstraat 11 te 3570 Alken voor het houden van een kienspel op zaterdag 3 oktober 2026 in gc d'Erckenteel in Alken.
Juridische grond
Artikel 7 van de wet van 31.12.1851 op de loterijen.
De omzendbrief van de Gouverneur dd. 03.05.1994 kenmerk
022.01.00//1438/CR/BB
Volgens deze omzendbrief een prijzenlijst bij de aanvraag gevoegd dient te worden met vermelding van de prijzen, de waarde en de herkomst van de prijs.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Een goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen is vereist voor het inrichten van een kienspel waarbij prijzen verloot worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming aan de heer Tim Forier, Parkstraat 11, 3570 Alken, directeur van Vrije Basisschool De Kleine Reus om op zaterdag 3 oktober 2026 in Alken een kienspel in te richten, onder de volgende voorwaarden:
- er wordt op voorhand een lijst binnengebracht van de prijzen, met vermelding van de kostprijs of de waarde, en de herkomst van de prijs.
- het kienspel geen prijzen in geld of onmiddellijk in geld omkeerbaar zal behelzen.
- de bekendmaking alleen binnen de gemeentegrenzen zal geschieden overeenkomstig art. 7 van de wet op de loterijen van 31 december 1851,
- de publiciteit volgende gegevens zal bevatten: dag en tijdstip van de activiteit, deelnameprijs, bestemming van de opbrengst en datum goedkeuring .
- de inrichters nadien een verslag indienen bij het college van burgemeester en schepenen inzake werking van het kienspel, volledige afrekening met alle inkomsten en uitgaven en bestemming die gegeven wordt aan de opbrengst ervan.
Artikel 2: In geval van niet-naleving van de voorwaarden, stelt de overtreder zich bloot aan de vervolgingen voorzien bij artikel 301 e.v. van het strafwetboek.
Zitting van 30 09 2026
Afschaffing sentier 123 - beslissing gouverneur
Zitting van 30 09 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2:Voor deze week heeft het beleid geen item gekozen om over te communiceren.
Zitting van 30 09 2026
Verbindingsriolering Pleinstraat 22.828A. Besprekingsvergadering verslag nr. 25 d.d. 09.09.2026.
Besluit
Zitting van 30 09 2026
Vergaderverslag nr. 45 d.d. 15.09.2026 Alken vallei.
Besluit
Zitting van 30 09 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 30 09 2026
Expo Transitions: Buddywerking Vlaanderen
We ontvingen de vraag van Buddywerking Vlaanderen omtrent een samenwerking voor hun tentoonstelling "Transitions". Deze organisatie koppelt vrijwilligers met mensen met een psychische kwetsbaarheid om het sociaal isolement te doorbreken en samen tijd te delen. Met hun tentoonstelling willen ze het taboe omtrent psychische kwetsbaarheid doorbreken. Het betreft een 8-tal foto's van 50x70cm die doorheen de volwassen afdeling zullen worden verspreid, voorzien van een qrcode voor een begeleidend filmpje en een infobrochure. De tentoonstelling wordt ons gratis aangeboden. Daarnaast zal er ook een themastand opgericht worden met boeken omtrent dit thema en informatie omtrent de organisatie Buddywerking Vlaanderen. De tentoonstelling zou staan van 5 januari 2027 tot en met 27 januari 2027
Feiten en context
We ontvingen de vraag van Buddywerking Vlaanderen omtrent een samenwerking voor hun tentoonstelling "Transitions". Deze organisatie koppelt vrijwilligers met mensen met een psychische kwetsbaarheid om het sociaal isolement te doorbreken en samen tijd te delen. Met hun tentoonstelling willen ze het taboe omtrent psychische kwetsbaarheid doorbreken. Het betreft een 8-tal foto's van 50x70cm die doorheen de volwassen afdeling zullen worden verspreid, voorzien van een qrcode voor een begeleidend filmpje en een infobrochure. De tentoonstelling wordt ons gratis aangeboden. Daarnaast zal er ook een themastand opgericht worden met boeken omtrent dit thema en informatie omtrent de organisatie Buddywerking Vlaanderen. De tentoonstelling zou staan van 5 januari 2027 tot en met 27 januari 2027.
Juridische grond
Art. 56 Decreet Lokaal bestuur
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Er wordt goedkeuring gevraagd aan het college van burgemeester en schepenen om de tentoonstelling "Transitions" te organiseren in samenwerking met Buddywerking Vlaanderen van 5 januari 2027 tot en met 27 januari 2027.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent de goedkeuring om de tentoonstelling "Transitions" te organiseren in samenwerking met Buddywerking Vlaanderen van 5 januari 2027 tot en met 27 januari 2027.
Zitting van 30 09 2026
Attest van verdeling
Op 22 september 2026 ontvingen we van Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Grootstraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nrs. 1039/B3 en 1039/H3.
Feiten en context
Op 22 september 2026 ontvingen we van Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Grootstraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nrs. 1039/B3 en 1039/H3.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het bijgevoegde plan voorziet een verdeling voor het perceel, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nrs. 1039/B3 en 1039/H3.
Reden van splitsing is verkoop van de loten 1 en 2 door Grootstraat 20 aan Grootstraat 18. Zo is het voor deze laatste mogelijk een keerbeweging te maken voor zijn garage/carport. Huisnummer 18 doet in ruil afstand van de erfdienstbaarheid ten laste van huisnummer 20.
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel gelegen in woongebied
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg Centrum 2 vel 2 wijziging (Kouterman), goedgekeurd op 29.04.1991 – artikel 8 zone voor halfopen bebouwing 2Z.
We verwijzen ook naar de afgeleverde omgevingsvergunning dd. 16/09/2026 voor de afbraak van de bestaande woningen en de realisatie van 2 nieuwbouw halfopen ééngezinswoningen
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door Wilsens, Cleeren, Verduyn & D'Joos voor het perceel gelegen Grootstraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nrs. 1039/B3 en 1039/H3.
Zitting van 30 09 2026
Omgevingsvergunning 1125 - Lisa Vanceer - Jorin Schepers met als contactadres Maastrichterstraat 21 bus 22 te 3740 Bilzen-Hoeselt. Het betreft een aanvraag over: de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning (zonevreemd). De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Trepstraat 30, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 569 F.
Aanvraag omgevingsvergunning over: de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning (zonevreemd) ingediend door Lisa Vanceer - Jorin Schepers met als contactadres Maastrichterstraat 21 bus 22 te 3740 Bilzen-Hoeselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Trepstraat 30, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 569 F. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Lisa Vanceer - Jorin Schepers met als contactadres Maastrichterstraat 21 bus 22 te 3740 Bilzen-Hoeselt
|
Ligging van het perceel: | Trepstraat 30
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie A nr. 569F
|
Projectnaam: | Trepstraat 30 - Schepers-Vanceer
|
Dossiernummer: | 202661
|
Intern dossiernummer: | 1125
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026065225
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning (zonevreemd)
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● De verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning (zonevreemde woning)
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - agrarisch gebied.
Overwegende dat de agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg of Ruimtelijk Uitvoeringsplan noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen en uitbreiden van een open ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 192,61m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 5 366,19 liter en een infiltratieoppervlakte van 13,23m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, de wasmachine en een buitenkraan.
Alle nieuwe verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende materialen of worden zo aangelegd dat het water erlangs op eigen terrein kan infiltreren. Deze maken bijgevolg geen deel uit van de verordening. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw. De overbodige verhardingen worden verwijderd op het terrein.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 26 mei 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 11 juni 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 23 juli 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 21 augustus 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 21 september 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie A 569 F
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag omvat de verbouwing en uitbreiding van de bestaande open ééngezinswoning.
De aanvraag is gelegen in een landelijke omgeving, langs een geasfalteerde gemeenteweg, zijnde de Trepstraat , die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door landbouwgronden, agrarische bedrijven en vrijstaande eengezinswoningen. De aanpalende percelen betreffen allemaal landbouwgronden. Aan de overzijde is een klein woonlint gesitueerd in woongebied met landelijk karakter.
Huidige aanvraag betreft de verbouwing en uitbreiding van de bestaande woning volgens de regelgeving omtrent de basisrechten van de zonevreemde woningen. Het bestaande hoofdvolume (woning aan straatzijde) blijft behouden tijdens en na de verbouwingswerkzaamheden. Gezien de bestaande woning opgebouwd werd uit aparte ruimtes die onderling beperkt contact hebben met mekaar zullen er intern enkele nieuwe deuropeningen voorzien worden om de circulatieroutes te verbeteren, echter zullen er geen grootse constructieve wijzigingen plaatsvinden. Een toilet wordt via nieuwe binnenwanden voorzien en bereikbaar gemaakt vanuit de inkomhal. Het ontwerp voorziet een landelijk-moderne typologie waarbij er enkele buitenopeningen veranderen van maatvoering.
Ook de achterbouw wordt grotendeels bewaard in configuratie ten aanzien van de zijgevels, echter de verschillende hellende daken zullen worden vervangen door één groot plat dak constructie en de bouwdiepte wordt ingeperkt tot 17m90 ipv de huidige 22m60. Aan de linkerzijde van het hoofdvolume wordt er op de verdieping in aansluiting met het hoofdvolume een slaapruimte voorzien onder een hellend dak constructie die inzake kroonlijst en nokhoogte als lager volume wordt voorzien naast het hoofdvolume bestaande uit 2 bouwlagen. Dit betreft dus een ondergeschikt volume maar bied wel de mogelijkheid tot de uitbreiding van de verdieping in de breedte. De totale bouwbreedte van de voorgevel komt hierdoor op 12m54. De woning met achterbouw heeft een totale diepte van 17m90 op het gelijkvloers niveau en blijft beperkt in diepte op de verdieping tot 9m19. Verder zal de bestaande woning worden verbouwd en uitgebreid rekening houdend met de hedendaagse normen inzake isolatie en woonkwaliteit.
De bestaande verharding in de achtertuin wordt opgebroken en er wordt aansluitend met het hoofdvolume een terras voorzien in waterdoorlatende tegels. De toegang tot de woning wordt voorzien aan de linkerzijde van het perceel in aansluiting met de garage en wordt eveneens uitgevoerd in waterdoorlatende materialen, zijnde waterdoorlatende klinkers. In de voortuinzone wordt er een infiltratievoorziening aangelegd conform de gewestelijke hemelwaterverordening.
De gevel wordt gerenoveerd maar behoudt nog steeds de typische structuur van de bestaande situatie, waarbij de gevelsteen in een cremekleurige mortel zal gebureerd worden. Het nieuwe buitenschrijnwerk wordt voorzien in een zwart aluminium in combinatie met een houten afwerking voor de deuropeningen. De dakafwerking zal gebeuren door middel van rood-bruine dakpannen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is principieel niet in overeenstemming met het geldende gewestplan, wat betreft de aanvraag tot de verbouwing van de ééngezinswoning . De bestaande woning maakt geen deel uit van een volwaardig landbouwbedrijf en is dus zonevreemd. Echter is van toepassing:
‘Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening - Afdeling 2 Basisrechten voor zonevreemde constructies
Sectie 1 Bestaande zonevreemde woningen
Subsectie 1 Verbouwen
Artikel 4.4.12.
In alle bestemmingsgebieden geldt dat de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande zonevreemde woning, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.2.4, eerste lid, 1°, is wel toegelaten.
De mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, gelden niet in :
1° ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden;
2° recreatiegebieden, zijnde de als dusdanig door een plan van aanleg aangewezen gebieden, en de gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan, die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » sorteren.
Subsectie 4 Uitbreiden
Artikel 4.4.15.
Het uitbreiden van een bestaande zonevreemde woning is vergunbaar, voor zover het bouwvolume beperkt blijft tot ten hoogste 1 000 m3 en op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.2.4, eerste lid, 1°, is wel toegelaten.
De mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, gelden niet in :
1° ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden;
2° recreatiegebieden, zijnde de als dusdanig door een plan van aanleg aangewezen gebieden, en de gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan, die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » sorteren.
Uit bovenvermelde beschrijving van de werken kan worden opgemaakt dat de voorliggende aanvraag voldoet aan de bepalingen van de vermelde artikelen van de Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening inzake de basisrechten voor de zonevreemde woningen. Op basis van een bouwhistorisch, cartografisch en materiaal-technisch onderzoek dat gevoegd werd bij de aanvraag kan de bestaande woning als vergund geacht worden beschouwd. Het gebouw kan dan ook niet aanschouwd worden als ‘verkrot’, aangezien het tot op heden gebruikt wordt als woning.
De aanvraag betreft de verbouwing en het uitbreiden van een open ééngezinswoning Het volume van de woning met realisatie van de nieuwe ruimte blijft beperkt tot het maximum toegelaten bruto-volume van 1000m³. Het volume van de woning komt op 999,45m³ volgens de berekeningen vermeld in de beschrijvende nota van de architect, dus valt binnen het toegestane maximale bruto-volume van 1000 m3. Het aantal woongelegenheden zijnde één wordt niet gewijzigd. Daarenboven is een agrarisch gebied geen ruimtelijk kwetsbaar gebied. De bestaande woning dateert volgens de kadastrale gegevens van 1961, waarbij het hoofdvolume conform haar huidige inplanting en afmetingen als dusdanig wordt weergegeven. Gelet op de hoger geciteerde wetgeving kunnen de aangevraagde werken tot verbouwing en uitbreiding bijgevolg ter plaatse aanvaard worden.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dient 40m haag aangeplant te worden op het achterliggende weiland
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Vergunningen in toepassing van de regelgeving rond zonevreemde constructies zijn een uitzondering, zijnde een afwijking. Van de vergunninghouder wordt dan ook verwacht dat hij via een opgelegde last bijdraagt tot het realiseren van één van volgende doelstellingen:
● Het uitbouwen van de landschappelijke en ecologische kwaliteit van de open ruimte
● Het uitbouwen van een duurzaam waterbeheer
● Het verhogen van de biodiversiteit
● Het tegengaan van klimaatverandering
Het aanplanten van deze 40m bijkomende haagaanplanting maakt deel uit van de verwezenlijking van groene ruimten en verhoogt de landschappelijke kwaliteit en de ecologische kwaliteit van de open ruimte en verhoogt de biodiversiteit.
De last in natura bevindt zich in de nabijheid van het project (nl. op het eigen perceel) en is redelijk en in verhouding tot het vergunde project en kan verwezenlijkt worden door de aanvrager zonder toedoen van derden.
De uitvoering van de last wordt gedekt door het opleggen van een financiële waarborg volgens artikel 77 OVD.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Agentschap Landbouw en Zeevisserij, buitendienst Limburg | 11 augustus 2026 | 27 augustus 2026 | geen advies |
Fluvius | 11 augustus 2026 | 31 augustus 2026 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 11 augustus 2026 | 13 augustus 2026 | geen advies |
info@wateringdeherk.be | 11 augustus 2026 | 14 augustus 2026 | geen advies |
Agentschap Landbouw en Zeevisserij, buitendienst Limburg | 11 juni 2026 | 1 juli 2026 | geen advies |
Fluvius | 11 juni 2026 | 17 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 11 juni 2026 | 16 juni 2026 | geen advies |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 11 juni 2026 | 15 juni 2026 | geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd voor een eerste keer voor advies voorgelegd aan de adviesinstanties op 11.06.2026, echter omwille van een aanvraag tot wijziging van de aanvraag door de aanvrager werden de plannen aangepast en aangevuld waarbij het dossier opnieuw voor advies werd voorgelegd aan deze adviesinstanties. Enkel de laatste adviezen, dewelke in rekening worden genomen voor de beoordeling van het project worden hierbij overgenomen.
● De aanvraag werd op 11.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan het departement Landbouw en Visserij. Op 27.08.2026 werd er een melding gemaakt via het omgevingsloket dat het departement Landbouw geen advies wenste te verlenen in het dossier. De regelgeving omtrent de basisrechten zonevreemde woningen dient toegepast te worden. Dit kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 11.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 31.08.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen met ref. 5000131362. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 11.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen en Watering de Herk. Zij hebben op 13.08.2026 en 14.08.2026 laten weten dat zij geen advies wensen uit te brengen in dit dossier.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 18 juni 2026 tot 17 juli 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
Het tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een wijzigings-lus door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 23 juli 2026 tot 21 augustus 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Het eerste openbaar onderzoek werd gehouden van 18.06.2026 tot en met 17.07.2026. Er werden geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend
Het tweede openbaar onderzoek werd gehouden van 23.07.2026 tot en met 21.08.2026. Er werden geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: Het betreffende perceel is volgens het gewestplan gelegen binnen agrarisch gebied. De aanvraag is principieel niet in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan, echter kan er toepassing gemaakt worden van enkele afwijkingen voorzien in de VCRO op basis van artikels 4.4.12 t.e.m. 4.4.15 met betrekking tot de basisrechten van de zonevreemde woningen. De aanvraag is dus functioneel inpasbaar op basis van voorgaande afwijkingen binnen de VCRO. Gelet op de geldende regelgeving omtrent de basisrechten van zonevreemde woningen, is het gevraagde functioneel aanvaardbaar binnen de geldende zonering.
● Mobiliteitsaspect: . Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag, zijnde de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning geen invloed zal hebben op de mobiliteit, gezien er voldoende parkeerplaatsen worden voorzien op het eigen perceel.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Naar ruimtegebruik, schaal en bouwdichtheid vormt de voorgestelde verbouwing en uitbreiding een voldoende samenhangend geheel zodat er geen overdreven ruimtebeslag is. De wijzigingen ten opzichte van de bestaande toestand verbeteren en de verrbouwing heeft tot doel de woning te voorzien conform de huidige eisen naar wooncomfort en isolatienormen. Het volume van de woning blijft beperkt tot 999,45m³ dus onder de maximum toegelaten 1.000m³ gelet op de regelgeving met betrekking tot de zonevreemde woningen. Een negatieve impact op de bedoelde beoordelingsaspecten kan worden uitgesloten gezien het voorgestelde ontwerp voldoet aan de artikels 4.4.12 t.e.m. 4.4.15 van de VCRO. Het voorgestelde ontwerp is ruimtelijk inpasbaar gezien de bestaande gebouwenstructuur behouden blijft.
● Visueel-vormelijke elementen: De te verbouwen woning past inzake vorm en uitzicht bij de bestaande bebouwingen in de omgeving. Het betreft een sober en eenvoudig ontwerp dat met duurzame en kwalitatieve materialen wordt opgetrokken die eigen zijn aan de omgeving. Het nieuwe bouwblok straalt een frisse look uit door het gebruik van een grote glaspartij aan de achtergevel en strakke muren en dakafwerking met plat dak. Voor het bestaande hoofdvolume zal de gevel worden gerenoveerd maar behoudt deze nog steeds de typische structuur van de bestaande situatie, waarbij de gevelsteen in een cremekleurige mortel zal gebureerd worden. Het nieuwe buitenschrijnwerk wordt voorzien in een zwart aluminium in combinatie met een houten afwerking voor de deuropeningen. De dakafwerking zal gebeuren door middel van rood-bruine dakpannen. Voorgestelde materialen kunnen ter plaatse aanvaard worden en passen binnen de bestaande omgeving. Het gevraagde kan als visueel-vormelijk in harmonie zijnde met zijn omgeving worden beschouwd.
● Cultuurhistorische aspecten: . Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de voorgestelde ingediende plannen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving Er kan gesteld worden dat de gevraagde werken geen hinder zullen veroorzaken voor de buren en de omgeving gezien de bebouwing op voldoende afstand ten aanzien van de perceelsgrenzen is gesitueerd.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:
● De algemene en bijzondere voorwaarden binnen het advies van Fluvius d.d. 31.08.2026 met ref. 5000131362 dienen opgevolgd te worden.
● De tuinzone dient beperkt te blijven tot een straal van 30m rond de woning
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dient een haagbeplanting te worden voorzien op het perceel bestaande uit min. 40 lopende meter
● De haagbeplanting moet aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Financiële waarborg
Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.
● De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 40 X 12 euro, zijnde 480 euro (40l/m).
● de waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
● Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.
● De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 30/09/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Lisa Vanceer - Jorin Schepers met als contactadres Maastrichterstraat 21 bus 22 te 3740 Bilzen-Hoeselt, voor de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning (zonevreemd), gelegen Trepstraat 30, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 569 F, wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere voorwaarden binnen het advies van Fluvius d.d. 31.08.2026 met ref. 5000131362 dienen opgevolgd te worden.
● De tuinzone dient beperkt te blijven tot een straal van 30m rond de woning
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dient een haagbeplanting te worden voorzien op het perceel bestaande uit min. 40 lopende meter
● De haagbeplanting moet aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Financiële waarborg
Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.
● De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 40 X 12 euro, zijnde 480 euro (40l/m).
● de waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
● Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.
● De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 30 09 2026
Omgevingsvergunning 1134
Aanvraag omgevingsvergunning over: de afbraak van een bestaande loods en de heropbouw van deze loods ingediend door Hein De Bruyn namens BREBO NV met als contactadres Sterrebos 61 te 3512 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Pickardstraat 1223 en 1225, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 105 R en (afd. 2) sectie C 105 S. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Hein De Bruyn namens BREBO NV met als contactadres Sterrebos 61 te 3512 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Pickardstraat 1223 en 1225
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie C nrs. 105R en 105S
|
Projectnaam: | Pickardstraat 1223 - BREBO nv
|
Dossiernummer: | 202673
|
Intern dossiernummer: | 1134
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026082331
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de afbraak van een bestaande loods en de heropbouw van deze loods
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● De afbraak van een bestaande loods en afdak
● De heropbouw van een loods
● De regularisatie van gevelwerken
● Het aanleggen van een wadi
● Aanpassing van de inrit en verhardingen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - industriegebied.
De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Overwegende dat het goed ligt binnen het RUP Kolmen goedgekeurd door de deputatie Limburg op 23 augustus 2012 – artikel 1 zone voor lokaal bedrijventerrein en Art. 2. Zone voor lokaal bedrijventerrein met gemengde bestemming
Het goed is niet gelegen binnen de contouren van een bijzonder plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet-vervallen verkaveling.
Art. 7.4.5. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de voorschriften van de plannen van aanleg vervangen, tenzij het ruimtelijk uitvoeringsplan het uitdrukkelijk anders bepaalt.
De voorschriften van het RUP Kolmen primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Het voorliggende project betreft de afbraak van enkele bestaande gebouwen, de uitbreiding van een loods en de realisatie van een nieuwbouw industriehal.
Het betreft de realisatie van nieuwe industriële loods op de locatie waar de oude loods zal worden afgebroken waarbij het dakoppervlak van deze nieuwbouw komt op 1 500m². Er wordt een regenwaterput voorzien met totale inhoud van 2 keer 10.000 liter, dus in totaal 20 000 liter. Deze regenwaterput heeft een overloop naar een infiltratiegracht/wadi van 52 500 liter en een infiltratieoppervlakte van 210m².
Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor sanitaire toepassingen (toiletten) alsook buitenkranen voor onderhoud van de groenzone.
Volgens de berekening van de GHWV moeten er voor dit project RW-puten voorzien ten bedrage van 100 liter/m² x 3430 m² = 343000 liter. Echter het nieuwe gebouw samen met de bestaande gebouwen zullen hoofdzakelijk gebruikt worden als magazijn waarbij het aantal werknemers beperkt blijft. Er zal bijgevolg niet het volume van de berekende opvang hemelwater kunnen gerecupereerd worden via hergebruik. Er wordt daarom ook een afwijking gevraagd aangaande het volume van de hemelwaterputten.
Het dossier werd voor advies overgemaakt aan Fluvius, waarbij deze dienst eveneens een advies verleende aangaande de afwijking voor de plaatsing van de hemelwaterputten als volgt: ‘We kunnen akkoord gaan met de gevraagde afwijking om de hemelwaterputten te optimaliseren i.f.v. het hergebruik waarbij het hemelwater maximaal herbruikt wordt door minstens alle Wc’s en kranen voor kuiswater voor dit project.’
Dit advies kan worden bijgetreden.
Het project wordt voorwaardelijk gunstig geadviseerd en is in overeenstemming te brengen met de doelstellingen en beginselen van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid, indien aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 1 juli 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 13 juli 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 23 juli 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 21 augustus 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 21 september 2026 |
1.f. Historiek
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
● Overwegende dat er op 22.07.1970 een stedenbouwkundige vergunning werd verleend voor het bouwen van een industrieel gebouw met ref. 838 door het college van burgemeester en schepenen.
● Overwegende dat er op 03.04.1974 een stedenbouwkundige vergunning werd verleend voor het bouwen van een industrieel gebouw met magazijn, toonzaal, bureel en conciërgewoning met ref. 1187 door het college van burgemeester en schepenen.
● Overwegende dat er op 25.07.2018 een omgevingsvergunning werd verleend voor het bouwen van een loods met ref. OMV 36 door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag omvat:
● het slopen van het grootste gedeelte van bestaand gebouw 2 (kantoren aan voorzijde blijven staan)
● het slopen van bestaand afdak aan de linkerzijgevel van gebouw 1
● het bouwen van een nieuwe loods 2 , welke gebruikt zal worden als magazijn voor huishoudtoestellen
● het regulariseren van gevelwerken aan voorgevel van gebouw 1 tot aan de uitbouw van de inkom
● de aanleg van wadi aan de achterzijde van het perceel.
● Smaller maken van de in- en uitrit voor bezoekers , aanleg groenzone vóór het gebouw.
Het perceel is gelegen binnen het industrieterrein Kolmen, ten noorden van de kern van Alken. De voorliggende aanvraag situeert zich op een perceel gelegen aan de Pickardstraat. Het perceel is gelegen binnen de zone voor lokaal bedrijventerrein volgens het geldende RUP Kolmen en deels binnen de zone voor lokaal bedrijventerrein met gemengde bestemming (achterzijde). De omliggende percelen betreffen grotendeels eveneens bedrijfsgebouwen binnen dit bedrijventerrein. Aan de achterzijde grenst het perceel deels aan een insteekweg die komt van de Pickardstraat.
Het gebouw 2 heeft aan de voorzijde kantoren op 2 verdiepingen ( 500 m² op gelijkvloers en 500 m² op verdiep 1). Deze kantoren blijven behouden, de voorgevel wijzigt niet. Het gedeelte van gebouw 2 achter deze kantoren (opp.=.1500 m²) wordt gesloopt en vervangen door een nieuwbouw volume. Het nieuwe gebouw zal niet groter zijn dan het bestaande gebouw dat wordt afgebroken. De afstanden tot de perceelgrenzen en tot de as van de straat wijzigen ook niet. Het nieuwe gebouw heeft een achtergevel gelegen op 2,94 m (links) en 3,09 m (rechts) van de achterste perceelgrens. De nieuwe achtergevel wordt in het verlengde van de bestaande achtergevels geplaatst, en bestaat uit gladde prefabbetonpanelen (22 cm dik, geisoleerd, kleur: grijs). Omdat de afstand tot de perceelgrens slechts 3 m is en dus niet gerekend kan worden op spiegelsymmetrie, zijn er betonpanelen voorzien zodat deze wand minstens 120 minuten tegen brand is bestand. De dakrand is 7,30 m boven vloerpeil of 7,55 m boven het straatpeil.
Verder wordt ook de voorgevel geregulariseerd. Tussen de datum van vergunning van gebouw 3 en nu, is de voorgevel van aan de linkerzijgevel tot aan de inkom gerenoveerd door het plaatsen van een voorzetwand in zwarte microrib sandwichpanelen. De naam van het bedrijf is in de bedrijfskleuren (oranje , wit) aangebracht op dit deel van de voorgevel ipv op de voorgevel van het gebouw 3 , zoals was voorzien in de vergunning van 2018. De nieuwe dakrand ligt op +3,81m . Tov de bestaande +3.47m is dit 34 cm hoger.
De ontsluiting van het terrein met een perceel breedte van 125,86 m is verdeeld over drie zones. Centraal gelegen is er een algemene toegang tot het terrein, in- en uitrit voor bezoekers. Deze was vergund voor een breedte van 6m. Ze is echter uitgevoerd met een breedte van 19,62 m. In de huidige aanvraag is voorzien om deze te versmallen tot de vergunde 6m d.m.v. een uitbreiding van de groenzone. Een zone als ontsluiting voor de los- en laadzone is ook niet uitgevoerd zoals voorzien in de vergunning van 2018. De aanleg van groenzone 2 moet ervoor zorgen dat dit alsnog wordt uitgevoerd zoals is voorzien in deze vergunning. Er is duidelijk gekozen voor het personenverkeer en vrachtwagenverkeer te scheiden omwille van veiligheid en comfort. Ter hoogte van de rechterzijde van het terrein is een secundaire ontsluiting voorzien met een breedte van 150 cm als ontsluiting voor voetgangers. De achterzijde van het terrein is bereikbaar via de bestaande weg welke de omliggende terreinen vanuit de Stationsstraat ontsluit, deze weg kan bij calamiteiten door de brandweer worden gebruikt. De verharding op het terrein bedraagt 1906 m2 en is 19,5% van de totale grondoppervlakte.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is deels in strijd met de voorschriften van het RUP Kolmen wat betreft de inplanting van de constructie en de inrichting van de onbebouwde ruimte.
Conform artikel 4.4.1.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningen kunnen in een stedenbouwkundige vergunning, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
De voorschriften van het RUP stellen dat:
‘Art. 1. Zone voor lokaal bedrijventerrein
Inplanting van de gebouwen
Ten opzichte van de achterste perceelsgrens wordt een bouwvrije zone van 5m gerespecteerd.
Inrichting van de onbebouwde ruimte
In principe is per bedrijf één ontsluitingspunt op het openbaar domein toegelaten. Vanaf het ogenblik dat het terrein over meer dan 50m aan het openbaar domein grenst kan een bijkomende ontsluitingspunt aangelegd worden.
Huidige aanvraag betreft de realisatie van een nieuwbouw industriehal op de plaats waar er een bestaand bedrijfsgebouw zal worden afgebroken. Volgens de voorschriften van het RUP dient er min. 5m afstand bewaard te blijven ten aanzien van de achterste perceelsgrens. Echter de bestaande loods heeft dezelfde afmetingen als de nieuwbouw die voorzien wordt en de afstanden ten aanzien van de achterste perceelsgrens wijzigt bijgevolg niet. Deze afstand bedraagt echter minder dan de voorgeschreven 5m in de voorschriften, zijnde 2m94 tot 3m09. De voorgestelde afstand van 3m ten aanzien van deze perceelsgrens is ter plaatse voldoende gezien de ligging van de insteekweg aan de achterzijde van het terrein, via deze bestaande weg is de bereikbaarheid voor de brandweer verzekerd. En zal de nieuwbouw en het voorgestelde ontwerp geen hinder geven voor de omliggende bebouwingen gezien de gebouwenconfiguratie ongewijzigd blijft ten aanzien van de bestaande toestand. Ook wijkt het ontwerp af aangaande de ontsluitingen die voorzien zijn op het perceel. Er zijn namelijk meerdere ontsluitingen voorzien waarbij het vracht en personenverkeer gescheiden zal worden. Dit omwille van de veiligheid. De voorgestelde afwijkingen zijn dan ook beperkt in omvang en impact en kunnen ter plaatse aanvaard worden.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
preventie@zuidwestlimburg.be | 13 juli 2026 | 14 augustus 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 13 juli 2026 | 20 augustus 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Interne Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Koen Vanmuysen | 13 juli 2026 |
| Geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 13.07.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de brandweerzone Zuid-West-Limburg. Op 14.08.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend met ref. . 2018-0204-004 De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 13.07.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 20.08.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend met ref. 5000133605 - 2026082331. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 23 juli 2026 tot 21 augustus 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 23.07.2026 tot en met 21.08.2026 omwille van het feit dat voorliggend ontwerp afwijkt van het RUP.
Er werden naar aanleiding van het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft de realisatie van een nieuwe industriehal na afbraak van een bestaand bedrijfsgebouw conform het bestaande industriële karakter van de omgeving. Huidige aanvraag is in overeenstemming met de zone voor het lokaal bedrijventerrein. Functioneel is de aanvraag dus in regel met de geldende voorschriften van het RUP Kolmen mits de toegekende afwijkingen zoals beschreven onder rubriek 2b.
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de mobiliteit. De huidige aanvraag voorziet voldoende parkeerruimte op het eigen perceel. (zie nota aangaande de parkeerverordening) Er worden op het perceel in totaal 35 parkeerplaatsen voorzien en een fietsenstalling voor 10 fietsen.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Het betreft de realisatie van een nieuwe industriehal aan de achterzijde waar er een bestaande loods wordt afgebroken. De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid worden bijgevolg niet wezenlijk gewijzigd en staan in verhouding met de specifieke kenmerken van de industriële omgeving. Naar ruimtegebruik en bouwdichtheid toe vormt de inname van de bedrijfsgebouwen op het terrein een voldoende samenhangend geheel, zodat er geen overdreven ruimtebeslag is en de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang wordt gebracht.
● Visueel-vormelijke elementen:. Het uiterlijk van de gebouwen is conform aan de industriële omgeving waarbij de uitbreiding werd voorzien in harmonie met het bestaande bedrijfsgebouw en met de bestaande industriegebouwen in de omgeving. De gebouwen zijn opgetrokken in industriële materialen en hebben aldus een zone-eigen uiterlijk. De uitbreiding wordt uitgevoerd in een staalstructuur, met wanden in prefab beton en sandwichpanelen. De harmonie tussen de bestaande bebouwing en de uitbreiding zorgt ervoor dat het gebouw een geheel vormt en een moderne uitstraling heeft. Aldus is deze situatie aanvaardbaar en visueel-vormelijk in harmonie met de bestaande omgeving.
● Cultuurhistorische aspecten: Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de voorgestelde plannen voor de realisatie van een nieuwbouw industriehal links van de bestaande hal, de privacy van de omwonenden en aanpalende geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Er kan gesteld worden dat de gevraagde werken geen hinder zullen veroorzaken voor de buren en de omgeving. De activiteiten die de aanvrager uitvoert zullen geen significante hinderaspecten met zich mee brengen. . Deze activiteiten zijn tevens zone-eigen, het betreft een zone voor lokale bedrijvigheid waar deze activiteiten en de gevolgen die ze eventueel met zich meebrengen aanvaardbaar zijn.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden:
○ De groenzone voorzien op het inplantingsplan dient conform het RUP Kolmen ingericht te worden als een representatief voorgebied met een aangepaste beplanting. De beplanting bedraagt minimaal 5% van de perceelsoppervlakte.
○ Het advies van Fluvius d.d. 20.08.2026 met ref. 5000133605 – 2026082331dient strikt nageleefd te worden.
○ Het advies van de brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. 14.08.2026 met ref. 2018-0204-004 dient strikt nageleefd te worden
○ Het toegevoegde inplantingsplan dient uitgevoerd te worden zoals voorzien, waarbij er in aansluiting met de voorliggende weg een groenstrook zal worden aangeplant en de toegang beperkt wordt.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De vergunning is afhankelijk van de strikte naleving van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 30/09/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Hein De Bruyn namens BREBO NV met als contactadres Sterrebos 61 te 3512 Hasselt, voor de afbraak van een bestaande loods en de heropbouw van deze loods, gelegen Pickardstraat 1223 en 1225, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 105 R en (afd. 2) sectie C 105 S, wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De groenzone voorzien op het inplantingsplan dient conform het RUP Kolmen ingericht te worden als een representatief voorgebied met een aangepaste beplanting. De beplanting bedraagt minimaal 5% van de perceelsoppervlakte.
● Het advies van Fluvius d.d. 20.08.2026 met ref. 5000133605 – 2026082331dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. 14.08.2026 met ref. 2018-0204-004 dient strikt nageleefd te worden
● Het toegevoegde inplantingsplan dient uitgevoerd te worden zoals voorzien, waarbij er in aansluiting met de voorliggende weg een groenstrook zal worden aangeplant en de toegang beperkt wordt.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De vergunning is afhankelijk van de strikte naleving van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 30 09 2026
Omgevingsvergunning 1141
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een tijdelijke wooncontainer gedurende de bouwwerken ingediend door Olivier Penxten wonende te Wouterveld 43 te 3850 Nieuwerkerken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hoogstraat 18, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 495 D. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Olivier Penxten wonende te Wouterveld 43 te 3850 Nieuwerkerken
|
Ligging van het perceel: | Hoogstraat 18
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie K nr. 495D
|
Projectnaam: | Hoogstraat zn - Penxten Olivier
|
Dossiernummer: | 202685
|
Intern dossiernummer: | 1141
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026094734
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een tijdelijke woonunit gedurende de bouwwerken
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het plaatsen van een tijdelijke woonunit gedurende de bouwwerken
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan. De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V692 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 29.01.2025. Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V692 d.d. 29.01.2025 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, het plaatsen van een tijdelijke woonunit betreft, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 9 augustus 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 11 september 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 23 september 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie K 495 D
Overwegende dat er een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande ééngezinswoning werd vergund door het college van burgemeester en schepenen op 1 oktober 2025 (1035).
Overwegende dat er een omgevingsvergunning voor het verkavelen van 1 lot open bebouwing en 2 loten halfopen bebouwing werd vergund door het college van burgemeester en schepenen op 29.01.2025 (V692).
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl.de Hoogstraat, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. Huidig perceel maakt deel uit van een verkaveling bestaande uit 3 loten. Aan de linkerzijde bevinden zich weilanden en aan de rechterzijde van het perceel situeren zich de 2 loten halfopen bebouwing met daarnaast een perceel met een open ééngezinswoning.
De aanvraag betreft het plaatsen van een woonunit. De woning op het perceel is in opbouw waardoor de bouwheer tijdelijk een onderkomen nodig heeft. Hij verkiest dit op zijn eigen perceel te doen in de voortuin. Er wordt een woonunit geplaatst die na de ingebruikname van de woning zal verwijderd worden. De duurtijd hiervan is maximaal 12 maanden.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft het plaatsen van een tijdelijke woonunit gedurende een periode van 12 maanden. De voorgestelde bebouwing is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan.
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de voorgestelde werken geen invloed zullen hebben op de mobiliteit.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Het betreft de plaatsing van een woonunit om te voorzien in de bewoning van de eigenaars van de woning tijdens de bouw van de woning. De voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. De inplanting is conform de vorm van het perceel en de mogelijkheden binnen het woongebied. Het betreft slechts een beperkte oppervlakte en volume, dewelke slechts tijdelijk zal geplaatst worden op het perceel.
● Visueel-vormelijke elementen: De woonunit bestaat uit een losstaande ingerichte constructie die gangbaar is als tijdelijke verblijfsruimte. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.
● Cultuurhistorische aspecten: Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf zal behouden blijven.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting op een voldoende ruime afstand ten aanzien van de aanpalende percelen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:
● De tijdelijke woonunit op het perceel geplaatst dient maximaal na een periode van 12 maanden (te rekenen van deze vergunning) en/of maximaal 6 maanden na de voltooiing van de werken te worden weggehaald. Het terrein dient hersteld te worden en ingericht te worden als groene voortuinzone behorende bij de woning.
● Voor de aansluiting op de nutsvoorzieningen dienen de voorziene voorzieningen van de woning gebruikt te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 30/09/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Olivier Penxten wonende te Wouterveld 43 te 3850 Nieuwerkerken, het plaatsen van een tijdelijke wooncontainer gedurende de bouwwerken, gelegen Hoogstraat 18, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 495 D voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De tijdelijke woonunit op het perceel geplaatst dient maximaal na een periode van 12 maanden (te rekenen van deze vergunning) en/of maximaal 6 maanden na de voltooiing van de werken te worden weggehaald. Het terrein dient hersteld te worden en ingericht te worden als groene voortuinzone behorende bij de woning.
● Voor de aansluiting op de nutsvoorzieningen dienen de voorziene voorzieningen van de woning gebruikt te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 30 09 2026
Schrapping risicogrond - Steenweg 170 te 3570 Alken, kadastraal gekend: afdeling 1, Sectie B nr. 561/D
De gemeente Alken heeft een aanvraag ontvangen tot schrapping van een risicogrond uit het grondeninformatieregister betreffende een perceel aan Steenweg 170 te 3570 Alken, kadastraal gekend: afdeling 1, Sectie B nr. 561/D. Rekening houdend met de vergunning verleend in 1946 (zie bijlage) mag het volgende geconcludeerd worden: het perceel in Alken, kadastraal gekend: afdeling 1, Sectie B nr. 561/D kan als risicogrond geschrapt worden uit het grondeninformatieregister.
Feiten en context
De gemeente Alken heeft een aanvraag ontvangen tot schrapping van een risicogrond uit het grondeninformatieregister betreffende een perceel aan Steenweg 170 te 3570 Alken, kadastraal gekend: afdeling 1, Sectie B nr. 561/D. Rekening houdend met de vergunning verleend in 1946 (zie bijlage) mag het volgende geconcludeerd worden: het perceel in Alken, kadastraal gekend: afdeling 1, Sectie B nr. 561/D kan als risicogrond geschrapt worden uit het grondeninformatieregister.
Juridische grond
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, gecoördineerd;
Gemeentedecreet van 15.07.2005, gecoördineerd;
Nieuwe gemeentewet van 24.06.1988, gecoördineerd;
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II);
Decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet);
Besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Vlarebo).
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het adres Steenweg 170 te 3570 Alken, kadastraal gekend afdeling 1 sectie B nr. 561/D is aangeduid als risicogrond. Hieraan zijn volgende rubrieken gekoppeld: 17.3.4.2.a.2 (ondergrondse opslag van benzine) en 17.3.9.3 (de verdeelpomp). Echter is in de betreffende vergunning met bijhorende plan te zien dat de ondergrondse benzineopslag plaatsvond op het naburig perceel 558D en NIET op perceel 561D. Dit overeenkomstig met het milieuplannetje in bijlage (4728_001)
In de bijlagen zijn de luchtfoto's van 1989 en 2003 gevoegd, met het risicoperceel in het blauw aangeduid en in het rood de ligging van de voormalige ondergrondse benzinetank, horende bij de garagewerkplaats gelegen op dat perceel. Perceel 558D werd onderzocht in het OBO van 2003.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de schrapping van het perceel gelegen te Steenweg 170 in Alken, kadastraal gekend: afdeling 1, Sectie B nr. 561/D, als risicogrond uit de gemeentelijke inventaris van OVAM als risicogrond.
Artikel 2: Een afschrift van de beslissing wordt overgemaakt aan aanvrager Marleen Vermeulen van United Experts Group.
Zitting van 30 09 2026
Dynamische simulatie en haalbaarheidsstudie HVAC OCMW/BIB ikv energetische renovatie
De huidige verwarmingsinstallatie van het gebouw bibliotheek/ocmw is gebouwd in 2000 en is einde levensduur. In kader van de afbouw van fossiele brandstoffen werd dynamische simulatie en een haalbaarheidsstudie HVAC ikv een energetische renovatie uitgevoerd. Beslissing college van 04/03/26. In deze studie werden 4 scenario's uitgewerkt.
De voorkeur gaat uit naar scenario 3: Volledige uitfasering gas met geothermie (Beoveld). Het grote voordeel van dit systeem is dat er in de zomer efficiënt koeling kan voorzien worden via passieve koeling.
Feiten en context
De huidige verwarmingsinstallatie van het gebouw bibliotheek/ocmw is gebouwd in 2000 en is einde levensduur. In kader van de afbouw van fossiele brandstoffen werd dynamische simulatie en een haalbaarheidsstudie HVAC ikv een energetische renovatie uitgevoerd. Beslissing college van 04/03/26. In deze studie werden 4 scenario's uitgewerkt.
De voorkeur gaat uit naar scenario 3: Volledige uitfasering gas met geothermie (Beoveld). Het grote voordeel van dit systeem is dat er in de zomer efficiënt koeling kan voorzien worden via passieve koeling.
Juridische grond
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Adviezen
Gunstig advies MT.
Argumentatie
In het kader van de afbouw van fossiele brandstoffen wordt gekozen voor een geothermie met een beoveld zodat er in de zomer efficiënt kan gekoeld worden via passieve koeling.
Financiële gevolgen
Investeringskost voorlopig geraamd op 581.500,00 euro excl. BTW en studiekosten.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de dynamische gebouwsimulatie en haalbaarheidsstudie HVAC van het OCMW-/BIB-gebouw in het kader van een energetische renovatie.
Artikel 2: De voorkeur gaat naar de volledige uitfasering van gas door het plaatsen een geothermische warmtepomp met beoveld. De overheidsopdracht voor de detailstudie voor dit scenario kan opgestart worden.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.