Gemeente Alken

Zitting van 04 februari 2026

van 09:00 tot 10:00

 

Aanwezig: Marc Penxten, Burgemeester; Cindy Vandormael,Andres Lesire,Frank Vroonen,Elien Secretin, Schepenen; Pascal Giesen, Algemeen directeur;

Verontschuldigd: Pierrette Putzeys, Schepen;

 

Vanaf punt 7.1 verlaat schepen Cindy Vandormael de zitting conform artikel 50 van het decreet Lokaal bestuur vanwege een belangenconflict

Vanaf punt 7.3 is schepen Cindy Vandormael aanwezig.

Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Verslag van de vorige zitting dd. 28.01.2026

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 28.01.2026 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Feiten en context

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 28.01.2026 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische grond

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Niet van toepassing.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Intrekken vergunning taxidienst

Gemeente Alken ontving van Natasja Samuels, bestuurder van taxidienst Redcab, een aanvraag voor het stopzetten van de vergunning voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer.
De aanvraag werd ingediend per mail door de vermelde exploitant op 24.01.2026.

 

Feiten en context

Gemeente Alken ontving van Natasja Samuels, bestuurder van taxidienst Redcab, een aanvraag voor het stopzetten van de vergunning voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer.
De aanvraag werd ingediend per mail door de hieronder vermelde exploitant op 24.01.2026.

 

Juridische grond

Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Natasja Samuels, zaakvoerder van taxidienst Redcab met vestigingsadres te Houthalen, vraagt de stopzetting van de taxivergunning voor bovengenoemd taxibedrijf aan.
De reden hiervoor is het stopzetten van de bedrijfsactiviteiten vanaf augustus 2025 als gevolg van het plotse overlijden van 1 van de 2 mede-eigenaars, D.H.
De andere mede-eigenaar T.H. is sedert het plotse overlijden in voorlopige hechtenis geplaatst, wegens zijn actieve aandeel in de doodsoorzaak van D.H.
 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat de taxivergunning van exploitant, Taxi Redcab met exploitatieadres: Grote Baan 145, 3550 Houthalen-Helchteren, maatschappelijke zetel: Grote Baan 145, 3550 Houthalen-Helchteren en ondernemingsnummer: 0688600426 wordt ingetrokken met onmiddellijke ingang.
Het intrekken van de taxivergunning houdt automatisch in dat de vergunning van de 6 vergunde voertuigen eveneens wordt stopgezet.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Actiedag ACOD - 10.02.2026

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Communicatie Meerjarenplan 2026-2031

Het meerjarenplan is goedgekeurd en vormt de basis voor ons beleid de komende jaren. De volgende stap is om dit op een duidelijke en toegankelijke manier te communiceren naar onze inwoners.

        Transparante en duidelijke communicatie hierover is cruciaal om:

        Inwoners te informeren over de keuzes en de impact op hun leefomgeving.

        Betrokkenheid te creëren.

        Vertrouwen op te bouwen in het beleid en de uitvoering.

 

De communicatiedienst heeft, in nauwe samenwerking met alle coördinatoren, een conceptdocument opgesteld dat zal dienen als externe communicatie naar de inwoners over het nieuwe meerjarenplan. Dit document legt op een toegankelijke manier uit:

        welke inhoudelijke keuzes het lokaal bestuur maakt;

        hoe de middelen worden ingezet;

        welke projecten en acties de komende jaren worden gerealiseerd.

 

De communicatiedienst heeft nog uitsluitsel nodig over de volgende punten:

        Coverfoto

        Overzicht investeringen op de laatste pagina: houden of schrappen

 

Wij raden aan om het overzicht van de investeringen in het document te behouden. Uit de communicatiemonitor blijkt dat Alkenaren nood hebben aan meer transparantie, ook over de beslissingen van het college en de gemeenteraad. Het document wordt nu opnieuw aan de leden van het college voorgelegd ter goedkeuring, zodat de communicatie naar de inwoners tijdig kan worden ingepland.

 

Feiten en context

Het meerjarenplan is goedgekeurd en vormt de basis voor ons beleid de komende jaren. De volgende stap is om dit op een duidelijke en toegankelijke manier te communiceren naar onze inwoners.

Transparante en duidelijke communicatie hierover is cruciaal om:

        Inwoners te informeren over de keuzes en de impact op hun leefomgeving.

        Betrokkenheid te creëren.

        Vertrouwen op te bouwen in het beleid en de uitvoering.

 

De communicatiedienst heeft, in nauwe samenwerking met alle coördinatoren, een conceptdocument opgesteld dat zal dienen als externe communicatie naar de inwoners over het nieuwe meerjarenplan. Dit document legt op een toegankelijke manier uit:

        welke inhoudelijke keuzes het lokaal bestuur maakt;

        hoe de middelen worden ingezet;

        welke projecten en acties de komende jaren worden gerealiseerd.

 

De communicatiedienst heeft nog uitsluitsel nodig over de volgende punten:

        Coverfoto

        Overzicht investeringen op de laatste pagina: houden of schrappen

 

Wij raden aan om het overzicht van de investeringen in het document te behouden. Uit de communicatiemonitor blijkt dat Alkenaren nood hebben aan meer transparantie, ook over de beslissingen van het college en de gemeenteraad. Het document wordt nu opnieuw aan de leden van het college voorgelegd ter goedkeuring, zodat de communicatie naar de inwoners tijdig kan worden ingepland.

 

Juridische grond

Bestuursdecreet van 7 december 2018, Art. II.2–II.9 (principes informeren en participeren) en Art. II.10–II.15 (normen overheidscommunicatie).

Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 56 e.v.

Besluit van de gemeenteraad dd. 18 december 2025 tot goedkeuring van het meerjarenplan.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Het meerjarenplan bevat strategische keuzes die een directe impact hebben op het leven van onze inwoners. Zonder gerichte communicatie bestaat het risico op misverstanden, negatieve perceptie of een gevoel van afstand tussen beleid en bevolking. Door een transparante en toegankelijke communicatiestrategie:

        Versterken we het vertrouwen in het gemeentebestuur door openheid en duidelijkheid.

        Voorkomen we desinformatie en zorgen we dat inwoners correcte informatie krijgen via officiële kanalen.

        Vergroten we betrokkenheid door te tonen hoe inspraak en participatie zijn meegenomen in het plan.

        Ondersteunen we interne medewerkers zodat zij vragen van inwoners correct kunnen beantwoorden.

 

Een goed uitgewerkte communicatiecampagne draagt bij aan positieve beeldvorming, participatie en efficiënte dienstverlening.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt het communicatieplan rond het meerjarenplan 2026-2031 goed en geeft opdracht aan de communicatiedienst om het plan uit te voeren.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Nieuws van de week

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Feiten en context

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Juridische grond

Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur 

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.

Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de heraanplant van het bos in valleipark De Alk.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Wijziging datum ontbijt nieuwe inwoners 2027

Voor het jaarlijkse evenement ‘ontbijt voor nieuwe inwoners’ werden er in mei 2025 nieuwe data vastgelegd voor 2026 en 2027.

 

De datum voor 2026 blijft hetzelfde, namelijk zondag 29 maart 2026 in gc St.-Jorisheem (d'Erckenteel was niet meer beschikbaar, wel rekening houden met overschakeling naar zomeruur).

 

Voor 2027 stellen we voor om het ontbijt te laten doorgaan op zondag 18 april 2027 in gc d'Erckenteel (in plaats van de eerder gecommuniceerde datum zondag 7 maart 2027).

 

Feiten en context

Voor het jaarlijkse evenement ‘ontbijt voor nieuwe inwoners’ werden er in mei 2025 nieuwe data vastgelegd voor 2026 en 2027.

 

De datum voor 2026 blijft hetzelfde, namelijk zondag 29 maart 2026 in gc St.-Jorisheem (d'Erckenteel was niet meer beschikbaar, wel rekening houden met overschakeling naar zomeruur).

 

Voor 2027 stellen we voor om het ontbijt te laten doorgaan op zondag 18 april 2027 in gc d'Erckenteel (in plaats van de eerder gecommuniceerde datum zondag 7 maart 2027).

 

Juridische grond

        Gemeenteraad – DLB art. 40 en 41 regelt bevoegdheden gemeenteraad​

        OCMW raad – DLB art. 77 en 78 regelt bevoegdheden OCMW raad​

        College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college​

        Vast bureau – DLB art. 84 regelt bevoegdheden vast bureau

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Aangezien de lijst met de nieuwe inwoners pas eind januari verschijnt, is het wenselijk om het ontbijt later in te plannen. Op die manier krijgen de nieuwe inwoners voldoende tijd om zich in te schrijven en is er voor dienst communicatie voldoende tijd om de nodige voorbereidingen te treffen eens de inschrijvingen zijn afgerond.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om voor het jaar 2027 de datum van het evenement 'ontbijt voor nieuwe inwoners' in gc d'Erckenteel vast te leggen op zondag 18 april 2027.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 10 d.d. 22.01.2026.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 11 dd 29.01.2026

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Toetreding tot de aankoopcentrale IGEMO aangaande "duurzame voertuigen" gestroomd.be - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Betaalbaarstelling facturen SC

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.

 

Feiten en context

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
 

Juridische grond

Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
 

 Adviezen

Niet van toepassing.
 

Argumentatie

Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Organisatie Tor gaat fout op 28 februari 2026

T.O.R. Terkoester Ouderraad wenst op zaterdag 28 februari 2026 vanaf 21u de fuif TOR gaat fout te organiseren in de sporthal van de school in Terkoest. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 03u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. De organisatie wenst tenslotte in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken. Tenslotte wensen zij een machtiging van de burgemeester aan te vragen voor het inzetten van vrijwilligers voor bewakingsactiviteiten. (document in bijlage)

 

Feiten en context

T.O.R. Terkoester Ouderraad wenst op zaterdag 28 februari 2026 vanaf 21u de fuif TOR gaat fout te organiseren in de sporthal van de school in Terkoest. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 03u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. De organisatie wenst tenslotte in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken. Tenslotte wensen zij een machtiging van de burgemeester aan te vragen voor het inzetten van vrijwilligers voor bewakingsactiviteiten. (document in bijlage)

 

Juridische grond

Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.

Het reglement ondersteuning evenementen van 30 mei 2013.

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college

 

Adviezen

Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.

 

Argumentatie

Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.

 

In het kader van het gemeentelijk ondersteuningsreglement voor evenementen een maximale ondersteuning van max. € 250 toekennen.
 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 250

Niet van toepassing

MJP002138

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan T.O.R. Terkoester Ouderraad voor de organisatie van hun fuif Tor gaat fout op zaterdag 28 februari 2026 in de sporthal van de school in Terkoest. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 03u en het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min.

Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.

Artikel 3: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.

Artikel 4: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.

Artikel 5: De organisatie komt in aanmerking voor een gemeentelijke ondersteuning in het kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Het maximale ondersteuningsbedrag wordt vastgelegd op max. € 250 en kan betaald worden van MJP001328.

Artikel 6: De burgemeester verleent een machtiging voor het inzetten van de opgegeven vrijwilligers voor bewakingsactiviteiten. De getekende machtiging zal toegevoegd worden aan het besluit.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Tegemoetkoming verbruik elektrische vuurtjes JH De Molen 2025

In februari 2025 waren er problemen met de chauffage in het oude molengebouw waardoor er elektrische vuurtjes geplaatst werden bij zowel het jeugdhuis als de harmonie. Omdat deze elektrische vuurtjes veel verbruikten en de verenigingen hier niets aan konden doen werd er toen intern besproken dat we na de afrekening zouden bekijken welke tussenkomst we vanuit de gemeente hiervoor zouden kunnen voorzien. Begin dit jaar ontving het jeugdhuis de afrekening en werd er gerefereerd naar de eventuele tussenkomst die wij zouden voorzien. Dit werd bekeken met de financiële dienst en het extra verbruik kwam op ongeveer € 100 voor het jeughuis. Deze tussenkomst kan afgetrokken worden van de huur die het jeugdhuis momenteel betaalt. De Harmonie liet weten dat zij geen tussenkomst meer wensen te ontvangen. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de tussenkomst van € 100 te mogen aftrekken van de huur die het jeugdhuis betaalt in gc. Taeymans.

 

Feiten en context

In februari 2025 waren er problemen met de chauffage in het oude molengebouw waardoor er elektrische vuurtjes geplaatst werden bij zowel het jeugdhuis als de harmonie. Omdat deze elektrische vuurtjes veel verbruikten en de verenigingen hier niets aan konden doen werd er toen intern besproken dat we na de afrekening zouden bekijken welke tussenkomst we vanuit de gemeente hiervoor zouden kunnen voorzien. Begin dit jaar ontving het jeugdhuis de afrekening en werd er gerefereerd naar de eventuele tussenkomst die wij zouden voorzien. Dit werd bekeken met de financiële dienst en het extra verbruik kwam op ongeveer € 100 voor het jeughuis. Deze tussenkomst kan afgetrokken worden van de huur die het jeugdhuis momenteel betaalt. De Harmonie liet weten dat zij geen tussenkomst meer wensen te ontvangen. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de tussenkomst van € 100 te mogen aftrekken van de huur die het jeugdhuis betaalt in gc. Taeymans.

 

Juridische grond

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college​

  

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Om het jeugdhuis tegemoet te komen voor het extra verbruik van de elektrische vuurtjes dient er € 100 tussenkomst voorzien te worden.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 100

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om het jeugdhuis een tussenkomst van € 100 te voorzien voor het extra verbruik dat de elektrische vuurtjes verbruikt hebben in het oude molengebouw in 2025. Deze tussenkomst zal afgetrokken worden van de huur die het jeugdhuis in gc. Taeymans betaalt.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Toelage Ondernemersraad Alken 2026

In de meerjarenplanning werd voor het werkjaar 2026 een toelage goedgekeurd voor de werking van ORA VZW, BE0663552056, Steenweg 124 te 3570 Alken. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt nu gevraagd de betaling van deze toelage goed te keuren. De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002008.

 

Feiten en context

In de meerjarenplanning werd voor het werkjaar 2026 een toelage goedgekeurd voor de werking van ORA VZW, BE0663552056, Steenweg 124 te 3570 Alken. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt nu gevraagd de betaling van deze toelage goed te keuren. De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002008.

 

Juridische grond

College burgemeester en schepenen – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college burgemeester en schepenen.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

 Argumentatie

Het budget van €2.500,00 werd door het beleid voor de werking van ORA VZW. Zij staan in voor de organisatie en verkoop van de Alkenbon en door acties en activiteiten het middenstandsklimaat in Alken te promoten.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 2.500,00

Niet van toepassing

MJP002008

Datum visumaanvraag:

niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming voor de betaling van

de toelagen van €2.500,00 aan de ORA VZW, BE0663552056, Steenweg 124 te 3570 Alken.

Artikel 2: De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002008.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Verkeersregeling Carnavalstoet scholen 13.02

Op vrijdag 13 februari 2026 van 10u30 tot 11u45 gaat de scholencarnavalstoet door in het centrum van Alken. De stoet vertrekt om 10u30 ter hoogte van de Sint-Aldegondislaan - Laagdorp. De route is als volgt: Sint-Aldegondislaan - Laagdorp, Dorpsstraat, Hoogdorpsstraat, Hameestraat, Papenakkerstraat en Motstraat. De ontbinding van de stoet heeft plaats rond 11u45 ter hoogte van de scholen. Hierbij is het aangewezen die dag van 10u tot na het vertrek van de stoet om 10u30 de Dorpsstraat vanaf, net na, de Hoogdorpsstraat tot aan de Sint-Aldegondislaan en de Motstraat vanaf de Sint-Aldegonislaan tot aan de Papenakkerstraat, af te sluiten voor het verkeer. De politie zorgt voor de begeleiding van de stoet. Er geldt een parkeerverbod van 9u30 tot 12u in de Motstraat, tussen de gemeentelijke Basisschool 'De BaSiS' en de Sint-Aldegondislaan, dit aan de zijde van de scholen.

 

Feiten en context

Op vrijdag 13 februari 2026 van 10u30 tot 11u45 gaat de scholencarnavalstoet door in het centrum van Alken. De stoet vertrekt om 10u30 ter hoogte van de Sint-Aldegondislaan - Laagdorp. De route is als volgt: Sint-Aldegondislaan - Laagdorp, Dorpsstraat, Hoogdorpsstraat, Hameestraat, Papenakkerstraat en Motstraat. De ontbinding van de stoet heeft plaats rond 11u45 ter hoogte van de scholen. Hierbij is het aangewezen die dag van 10u tot na het vertrek van de stoet om 10u30 de Dorpsstraat vanaf, net na, de Hoogdorpsstraat tot aan de Sint-Aldegondislaan en de Motstraat vanaf de Sint-Aldegonislaan tot aan de Papenakkerstraat, af te sluiten voor het verkeer. De politie zorgt voor de begeleiding van de stoet. Er geldt een parkeerverbod van 9u30 tot 12u in de Motstraat, tussen de gemeentelijke Basisschool 'De BaSiS' en de Sint-Aldegondislaan, dit aan de zijde van de scholen.

 

Juridische grond

De wet betreffende de politie over het wegverkeer;

Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;

De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college​

 

Adviezen

Gunstig advies van de technische dienst

Gunstig advies van De Lijn

Gunstig advies van de politie

Gunstig advies van AWV

 

Argumentatie

Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Op vrijdag 13 februari 2026 van 10u30 tot 11u45 heeft de scholencarnavalstoet plaats. De route is als volgt. Sint-Aldegondislaan-Laagdorp, Dorpsstraat, Hoogdorpsstraat, Hameestraat, Papenakkerstraat en Motstraat.

Artikel 2: Op vrijdag 13 februari 2026 van 10u tot na het vertrek om 10u30 wordt de Dorpsstraat vanaf, net na, de Hoogdorpsstraat en de Sint-Aldegondislaan en de Motstraat tussen de St.-Aldegondislaan en de Papenakkerstraat afgesloten. Enkel carnavalwagens en voertuigen van en voor de stoet worden toegelaten.

Artikel 3: Op vrijdag 13 februari 2026 van 9u30 tot 12u geldt een parkeerverbod in de Motstraat, tussen de gemeentelijke basisschool 'De BaSiS' en de St.-Aldegondislaan, dit aan de zijde van de scholen. Enkel carnavalwagens en voertuigen van en voor de stoet worden toegelaten.

Artikel 4: De nodige signalisatie dient wettelijk te worden aangebracht, zoals weergegeven op de schets in bijlage, en na afloop van het evenement dient deze onmiddellijk verwijderd te worden.

Artikel 5: De politie zorgt voor de begeleiding van de stoet.

Artikel 6: Het openbaar domein dient net en rein achtergelaten te worden na het evenement. Er is een verbod op het gebruik van confetti.

Artikel 7: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk 24uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden;

Artikel 8: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Opschaling en integratie van toeristische samenwerking Visit Haspengouw binnen het landschapspark Haspengouw

Landschapspark Haspengouw werkt sinds zijn erkenning aan een geïntegreerde en duurzame aanpak voor natuur en water, erfgoed, landbouw, en beleving.  
Binnen deze werking krijgt ook toerisme een centrale plaats, met als doel bezoekers te laten genieten van Haspengouw op een manier die het landschap en de lokale identiteit versterkt, waarbij we samenwerken aan een betere spreiding van bezoekers, zowel in ruimte als in tijd.  

Deze ambitie wordt gedeeld door alle deelnemende gemeenten van Landschapspark Haspengouw en werd in het Operationeel Plan 2024 – 2030 opgenomen als Operationele doelstelling 3.2.1.2 “Opschalen ‘Visit Haspengouw 2.0’ tot gemeenschappelijk communicatiekanaal voor toerisme in heel Haspengouw”.   

De huidige toeristische samenwerking onder de naam Visit Haspengouw wordt vandaag gedragen door drie gemeenten (Tongeren-Borgloon, Bilzen-Hoeselt en Sint-Truiden). Aangezien het Landschapspark negen gemeenten omvat, is er een momentum om de toeristische samenwerking en promotie uit te breiden en te verankeren binnen het Landschapspark Haspengouw. Zo ontstaat één sterk, representatief en efficiënt toeristisch verhaal voor de volledige regio. 

Dit kadert ook in het gemeentelijk meerjarenplan onder de strategische doelstelling Ondernemende gemeente, operationele doelstelling Ondernemende en Gastvrij Alken, actieplan we promoten natuur, groen, erfgoed en beleving in de gemeente en zetten Alken op de kaart als toeristische trekpleister, actie we promoten het valleipark de Alk dat deel uitmaakt van het landschapspark Hapengouw als toeristische trekpleister in de regio en zetten in op meer dag - en verblijfstoerisme.

 

Feiten en context

Landschapspark Haspengouw werkt sinds zijn erkenning aan een geïntegreerde en duurzame aanpak voor natuur en water, erfgoed, landbouw, en beleving.  
Binnen deze werking krijgt ook toerisme een centrale plaats, met als doel bezoekers te laten genieten van Haspengouw op een manier die het landschap en de lokale identiteit versterkt, waarbij we samenwerken aan een betere spreiding van bezoekers, zowel in ruimte als in tijd.  

Deze ambitie wordt gedeeld door alle deelnemende gemeenten van Landschapspark Haspengouw en werd in het Operationeel Plan 2024 – 2030 opgenomen als Operationele doelstelling 3.2.1.2 “Opschalen ‘Visit Haspengouw 2.0’ tot gemeenschappelijk communicatiekanaal voor toerisme in heel Haspengouw”.   

De huidige toeristische samenwerking onder de naam Visit Haspengouw wordt vandaag gedragen door drie gemeenten (Tongeren-Borgloon, Bilzen-Hoeselt en Sint-Truiden). Aangezien het Landschapspark negen gemeenten omvat, is er een momentum om de toeristische samenwerking en promotie uit te breiden en te verankeren binnen het Landschapspark Haspengouw. Zo ontstaat één sterk, representatief en efficiënt toeristisch verhaal voor de volledige regio. 

Dit kadert ook in het gemeentelijk meerjarenplan onder de strategische doelstelling Ondernemende gemeente, operationele doelstelling Ondernemende en Gastvrij Alken, actieplan we promoten natuur, groen, erfgoed en beleving in de gemeente en zetten Alken op de kaart als toeristische trekpleister, actie we promoten het valleipark de Alk dat deel uitmaakt van het landschapspark Hapengouw als toeristische trekpleister in de regio en zetten in op meer dag - en verblijfstoerisme.

 

Juridische grond

DLB art.  56 regelt bevoegdheden SC.

 

Adviezen

nvt

 

Argumentatie

Uit een bevraging bij de toeristische diensten van de gemeenten in Landschapspark Haspengouw blijkt dat zij een nauwere samenwerking tussen Haspengouwse gemeenten als een sterke meerwaarde zouden ervaren. Daarnaast blijkt dat zij voorstander zijn om de coördinatie van gezamenlijke toeristische promotie structureel onder te brengen binnen het Landschapspark Haspengouw. Ook is er bij de toeristische diensten eensgezindheid om over Haspengouw te communiceren vanuit één merk: Landschapspark Haspengouw. De huidige communicatiekanalen onder de naam’ Visit Haspengouw’ worden dan geïntegreerd in de communicatiekanalen van ‘Landschapspark Haspengouw’ en verdwijnen nadat het integratieproces is voltooid.

De integratie en versterkte samenwerking biedt een duidelijke meerwaarde. Gezamenlijke promotie verhoogt de herkenbaarheid en slagkracht van Haspengouw als aantrekkelijke bestemming. Door de krachten te bundelen, kan Haspengouw zich duidelijker profileren tegenover andere toeristische regio’s in Vlaanderen. Ook binnen de werking van Visit Limburg wordt meer ingezet op toeristische troeven zoals de Landschapsparken en Nationale Parken, waardoor een sterke gezamenlijke positionering als ‘Landschapspark Haspengouw’ naadloos aansluit bij deze evolutie. 

Door gezamenlijke planning, communicatie en promotiecampagnes kunnen middelen efficiënter worden ingezet, terwijl lokale troeven zichtbaar blijven binnen een overkoepelend en krachtig Haspengouws merk. Daarnaast worden gemeenten ontzorgd in coördinatie en overkoepelende promotie, dankzij een centrale aanpak vanuit het Landschapspark.  

Een belangrijk uitgangspunt blijft de betrokkenheid van alle gemeenten. Elke partner wordt sterk inhoudelijk betrokken via bestaande overlegstructuren (themagroep, mastergroep en stuurgroep van het Landschapspark) en een bijkomende redactieraad om deze gezamenlijke promotie af te stemmen en om te zetten in de praktijk. De samenwerking krijgt concreet vorm dankzij de waardevolle input van collega’s van de toeristische diensten en creëert bovendien kansen om kennis en ervaringen te delen. 

Sterker inzetten op een herkenbare en overkoepelende regiocommunicatie- en promotie over Haspengouw speelt in op de toeristische trends van vandaag. Steeds meer bezoekers zoeken authentieke, duurzame en landschapsgerichte ervaringen. Haspengouw, met zijn rijke erfgoed, natuur, fiets- en wandelnetwerken, streekproducten en seizoensbeleving, biedt precies datgene waar moderne toeristen naar op zoek zijn. De gedeelde aanpak maakt het mogelijk sneller in te spelen op nieuwe trends en gezamenlijk kwalitatieve toeristische producten te ontwikkelen die aansluiten bij de identiteit van Haspengouw. 

De integratie van ‘Visit Haspengouw' binnen het Landschapspark zal stapsgewijs verlopen vanaf 2026. De eerste prioriteit ligt bij de ontwikkeling van de website van Landschapspark Haspengouw waarin een groot luik wordt voorzien voor het toeristische aanbod en die verder bouwt op de huidige website ‘visithaspengouw.be’. Ook de sociale mediakanalen van Visit Haspengouw zullen geïntegreerd worden in de toeristische communicatie van Landschapspark Haspengouw op sociale media. De overschakeling gebeurt op een gefaseerde en gecoördineerde wijze. Nadien zal de werking onder de naam ‘Visit Haspengouw’ stopgezet worden.

Hierna wordt er samen met de gemeenten gewerkt aan een strategisch groeiplan dat duidelijke doelen en acties definieert voor regiopromotie en duurzaam toerisme op de lange termijn.  

Met deze nota wordt aan het schepencollege gevraagd om de opschaling en verankering van de toeristische promotie in Landschapspark Haspengouw, volgens het Operationeel Plan van Landschapspark Haspengouw, goed te keuren. Dit is een logische en positieve stap die de toeristische profilering van onze streek versterkt, samenwerking tussen gemeenten bevordert en beter inspeelt op de verwachtingen van bezoekers én bewoners. Samen werken we aan één sterk Haspengouws merk - efficiënt, herkenbaar en toekomstgericht.  

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt het volgende goed:

        de geplande opschaling en integratie van de toeristische samenwerking Visit Haspengouw in Landschapspark Haspengouw, volgens betrokken doelstelling OD 3.2.1.2  van het Operationeel Plan; 

        de integratie van de huidige communicatiekanalen onder de naam’ Visit Haspengouw’  in de communicatiekanalen van ‘Landschapspark Haspengouw’, m.n. de website en sociale media, en als gevolg daarvan de stopzetting van ‘Visit Haspengouw’.

       het voorgestelde vervolgtraject en de actieve betrokkenheid en afvaardiging van elke gemeente via bestaande overlegstructuren en de – in te richten – redactieraad.    

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Omgevingsvergunning 1047

Aanvraag omgevingsvergunning over: de realisatie van 4 kmo-units en een conciërgewoning ingediend door Danny Somers namens SOM FACILITIES NV gevestigd te Het Dorlik 16 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Brabantsestraat, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 540 W. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Danny Somers namens SOM FACILITIES NV gevestigd te Het Dorlik 16 te 3500 Hasselt

 

Ligging van het perceel:

Brabantsestraat zn

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie G nr. 540W

 

Projectnaam:

Brabantsestraat - SOM facilities

 

Dossiernummer:

2025103

 

Intern dossiernummer:

1047

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025106152

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

de realisatie van 4 KMO-units en een conciërgewoning

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

        Realisatie van 4 KMO-units met 1 conciërgewoning

        Aanleg van infrastructuur- en omgevingswerken

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979  - ambachtelijke bedrijven en kmo's (deels) en agrarisch gebied (deels achterliggend gebied).

 

De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen. Deze gebieden zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard.

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)

 

Het goed is niet gelegen binnen de contouren van een bijzonder plan van aanleg, noch binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet-vervallen verkaveling.

 

Het blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

 

Verordeningen:

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

Watertoets:

Het perceel is niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied cfr. watertoetskaarten 2017, maar wel gelegen in overstromingsgevoelig gebied cfr. pluviale overstromingskaarten VMM.  Er ligt binnen het stroomgebied van de onbevaarbare waterloop, De Kraanbeek, nr. 171 (2e categorie).

 

De aanvraag werd om deze reden voor advies overgemaakt aan de provinciale dienst Water en Domeinen. Op 10.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend, met ref. 2025N163223 - 2025 – 1819 ontvangen, waarbij onderstaande voorwaarden werden opgelegd:

Het kritisch overstromingspeil bedraagt 47,10 m TAW

 

De nieuwe gebouwen worden buiten het bestaande overstromingsgevoelig gebied ingetekend.

Er mag gebouwd worden omdat de berging die verloren gaat, beperkt blijft en er dus geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het watersysteem voor zover voldaan wordt aan de

onderstaande ALGEMENE VOORWAARDEN:

        Onder het vloerpeil mogen geen openingen in de constructie (buitenmuren, keldervloerplaat) voorzien worden.

        Nieuwe kelders en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.

        Doorvoeren van nuts- en andere leidingen onder het vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.

        Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.

        Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het vloerpeil.

        Stookolietanks moeten boven het grondwaterpeil/overstromingspeil gelegd worden.

        Andere ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.

        Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het vloerpeil voorzien worden.

        Kruipkelders onder het vloerpeil moeten overstroombaar blijven.

 

Volgende BIJZONDERE VOORWAARDEN worden opgelegd:

        Rond het projectgebied moet een geleidingsdam voorzien worden om te vermijden dat afstromend water uit het hoger gelegen gebied binnenstroomt. Deze geleidingsdam mag in het agrarisch gebied (zone voor omleiden bestaande gracht) gelegd worden.

        De kruin van de geleidingsdam moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn = 47,20 m TAW.

        Het uit te sluiten agrarisch gebied moet vrij gehouden worden om de overheid toe te laten de bestaande afwateringsgracht uit het hoger gelegen gebied om te leiden en hier een bufferbekken uit te bouwen om wateroverlast in de Brabantsestraat te vermijden.

 

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat de realisatie van 4 KMO-units met 1 conciergewoning een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft.

 

Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het watersysteem voor zover de

voorwaarden onder deel 2 van dit advies worden opgenomen in de vergunning.

 

Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig’

 

Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd, het afvalwater wordt aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.

 

De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Milieu:

///

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

MER-screening

De werken zijn niet project-MER plichtig (volgens bijlage I en II), maar wel project-MER screeningsplichtig volgens bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage.

 

Effect mobiliteit.

De gegenereerde mobiliteit wordt door de aanvrager beschreven als volgt in diens screeningsnota:

‘In de vorige toestand was er een bedrijf gelokaliseerd op de site. Deze is momenteel al afgebroken om plaats te maken voor 4 KMO-hallen. Deze halletjes zijn bedoeld voor kleine zelfstandige. Er zijn geen laad- en loszones voorzien en de wegenis is niet voorzien voor grote opleggers. Er wordt dus weinig extra verkeer verwacht en dus ook geen negatieve effecten op de directe omgeving. De minimale voorwaarden voor een sober of mobiliteitstoets worden ook niet gehaald. Er zullen in totaal 18 parkeerplaatsen voorzien worden’. 

 

Dat deze effecten niet aanzienlijk zijn op de mobiliteit wordt door de aanvrager gemotiveerd als volgt:

‘In de vorige toestand was er een bedrijf gelokaliseerd op de site. Deze is momenteel al afgebroken om plaats te maken voor 4 KMO-hallen. Deze halletjes zijn bedoeld voor kleine zelfstandige. Er zijn geen laad- en loszones voorzien en de wegenis is niet voorzien voor grote opleggers. Er wordt dus weinig extra verkeer verwacht en dus ook geen negatieve effecten op de directe omgeving. De minimale voorwaarden voor een sober of mobiliteitstoets worden ook niet gehaald. Er zullen in totaal 18 parkeerplaatsen voorzien worden’. 

 

De effecten op mobiliteit zijn onderzocht in de mobiliteitsstudie opgesteld door GEOTC, die als bijlage werd toegevoegd bij de aanvraag tot stedenbouwkundige handelingen.

 

De argumenten van de aanvrager inzake de aanzienlijkheid van de mobiliteitseffecten kunnen worden gevolgd.

 

Volgens de gemeentelijke parkeerverordening bedraagt het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen wellicht 29 pp. Er worden slechts 29pp voorzien. De aanvraag voldoet aan de parkeerverordening.

 

Effect op watersysteem

Het watersysteem wordt door de aanvrager beschreven als volgt in diens screeningsnota:

De 4 KMO hallen zullen het water dat op de daken valt opvangen en afvoeren naar de infiltratiebekkens waar het water kan infiltreren of overlopen naar de straatriolering. De verharding zal niet-waterdoorlatend zijn maar wel afhellend naar een naastliggende groenzone waar het wordt opgevangen door slokkers die naar de KWS afgevoerd wordt. Gezien het voornamelijk woon-werkverkeer betreft, wordt er weinig vervuiling van het hemelwater verwacht. Infiltratie zal voorzien worden in de vorm van twee infiltratiebekkens. Het overtollige hemelwater zal via de overloop van de infiltratiebekkens geloosd worden op de openbare riolering van de straat.  

Dat deze effecten niet aanzienlijk zijn op het watersysteem wordt door de aanvrager gemotiveerd als volgt:

De 4 KMO-hallen worden voorzien van 4 hemelwaterputten die samen 25.000 liter aan waterhergebruik doen, gekoppeld aan de desbetreffende conciërgewoning en hallen. Dit wil zeggen dat er een hoger gebruik is dan vereist, men wil meer herbruiken en bufferen dan vereist. Verharding zal niet-waterdoorlatend en hellend naar een naastliggende groenzone waar het opgevangen wordt door slokkers en zo geleidt naar de KWS. Infiltratie zal voorzien worden in de vorm van twee infiltratiebekkens, waar het hemelwater via de overloop wordt afgevoerd naar de bestaande riolering.

 

De argumenten van de aanvrager inzake de effecten op het watersysteem kunnen gedeeltelijk worden gevolgd en bijgetreden door het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg alsook Fluvius.

 

De ingediende plannen voldoen aan de in het advies van Provinciale afdeling Waterbeheer gestelde voorwaarden.

 

Effect op geluids- of trillingen

De mogelijke geluids- of trillingseffecten worden door de aanvrager omschreven als volgt:

‘Tijdens de werken kunnen er trillingen geproduceerd worden. Maar deze trillingen zijn van tijdelijke aard en worden tot het minimum beperkt, waardoor de nadelige impact beperkt zal blijven. De verkeersgeneratie is vrij beperkt.’

 

Aangaande de aanzienlijkheid van de geluids- of trillingseffecten en de effecten op de menselijke gezondheid motiveert de aanvrager het volgende:

‘Tijdens de werken kunnen er trillingen geproduceerd worden. Maar deze trillingen zijn van tijdelijke aard en worden tot het minimum beperkt, waardoor de nadelige impact beperkt zal blijven. Gezien de aard van de bedrijven (KMO-hallen voor kleine zelfstandigen) wordt er geen geluidshinder verwacht door de exploitatie van die bedrijven. Alle bedrijven dienen zich immers ook te houden aan de milieuwetgeving. De verkeersgeneratie is vrij beperkt.’

 

De argumenten van de aanvrager inzake de aanzienlijkheid van de geluids- of trillingseffecten kunnen worden gevolgd.

 

Effect bij ongevallen en rampen

De mogelijke effecten worden door de aanvrager omschreven als volgt:

Er wordt gebruik gemaakt van zware machines en brandbare materialen.

Aangaande de aanzienlijkheid van de ongevallen en rampeffecten en de effecten op de menselijke gezondheid motiveert de aanvrager het volgende:

Er wordt enkel gewerkt met opgeleide mensen. Een veiligheidscoördinator zal regelmatig controles uitvoeren op de werf.

 

De argumenten van de aanvrager inzake de aanzienlijkheid van de ongevallen en rampeffecten kunnen worden gevolgd.

 

Biodiversiteit

De site bevindt zich op 3 km ten zuiden van het VEN-IVON-gebied De Herk. Daarnaast liggen het Vogelrichtlijngebied en het Habitatrichtlijngebied ' Het Vijvercomplex van Midden-Limburg en de Bossen en kalkgraslanden van Haspengouw op een  afstand van respectievelijk 3 km tot 1.7 kilometer ten oosten en westen van de projectlocatie.

 

Gezien de aard van de ontwikkeling, gericht op kleine ambachtelijke bedrijven en zelfstandigen, worden geen negatieve effecten op de biodiversiteit verwacht.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

5 september 2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

7 november 2025

Opening openbaar onderzoek

17 november 2025

Afsluiten openbaar onderzoek

16 december 2025

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

29 januari 2026

 

1.f. Historiek

Perceelnummer : (afd. 2) sectie G 540 W

De woning dateert van 1966 en wordt geacht vergund te zijn.

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

- Overwegende dat op 09/05/1990 een stedenbouwkundige vergunning (2460) voor het bouwen van een stapelruimte voor afgewerkte produkten, bouwen van een hoogspanningscabine, verbouwen van een laagspanningscabine, plaatsten waterzuiveringinstallatie werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

- Overwegende dat op 18/09/2013 een milieuvergunning (0729) voor hernieuwen vergunning uitbaten grondwaterwinning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

- Overwegende dat op 13/01/2016 een milieuvergunning (0751) voor hernieuwing/verandering milieuvergunning, productie betonproducten (tuin- en silextegels) werd geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.

- Overwegende dat op 27/10/2022 gedeeltelijk een omgevingsvergunning werd verleend voor de afbraak van de bestaande gebouwen en gedeeltelijk een weigering voor de realisatie van 8 KMO units en 3 conciërgewoningen afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

- Overwegende dat er op 16.10.2024 een weigering voor een omgevingsvergunning voor de realisatie van 4 KMO-units met conciërgewoning werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

Beschrijving van de plaats

De aanvraag is gelegen in een landelijke omgeving, langs een geasfalteerde gemeenteweg, zijnde de Brabantsestraat, die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand.  De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door landbouwgronden, agrarische bedrijven en vrijstaande eengezinswoningen.  De aanpalende percelen betreffen links/boven braakliggende gronden en aan de rechter/onderzijde twee zonevreemde woningen gesitueerd binnen de zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s. De woningen zijn respectievelijk één en twee bouwlagen hoog met zadeldak, noklijn evenwijdig aan de straat.  De Brabantsestraat is een doodlopende weg waarbij er een ontsluiting is op het fietsroutenetwerk naar de Knipscheerstraat toe.

 

Aanvraag

De aanvraag voorziet concreet in de aanvraag de bouw van 4 KMO-units met één conciërgewoning, de aanleg van infrastructuur en groen met infiltratiebekken op de 2 percelen kadastraal gekend onder Alken, 2e afdeling Sectie G, nrs. 540W en 543N.  Volgens opmeting wordt het projectgebied gekend met een totale oppervlakte van 1ha74a99ca.

 

Het huidige perceel bestaat uit een braakliggend terrein met bouwpuin komende van de voormalige betonfabriek die werd afgebroken, verharding (13.794m²), bestaand groen (1.452m²) en een deel met gazon (2.253m²).   Het betreft in totaal een oppervlakte van 17 499m³.  Op de rechterperceelsgrens langs de tuinen van de woningen staat een haag. Er staan enkele hoogstammige bomen op het projectgebied. Dwars over het terrein loopt een gracht die omgeleid zal worden.

 

De aanvraag betreft de realisatie van 4 KMO-units met één geïntegreerde conciërgewoning, de bouw van een elektriciteitscabine, de aanleg infrastructuur, aanleg van groen met 2 infiltratiebekkens. 

 

De minimale afstand voor de hal 3 t.o.v. de noordelijke perceelsgrens is minimaal 15,20m en verbreedt zich tot 17,10m. De afstand van hal 2 t.o.v. deze grens is bijna 30m.  Hal 1 en hal 2 zijn evenwijdig ingeplant aan de Brabantsestraat. Ze liggen op 13,56m uit de as van de weg, op 13,39m van de zuidelijke perceelsgrens (Brabantsestraat) en op 11,49m van de rechterperceelsgrens. 

Hal 3 en hal 4, de kleinste bouwvolumes met de conciërgewoning is ingeplant op 1,00m van de zuidelijke perceelsgrens (tevens achterste perceelsgrenzen van de woningen Brabantsestraat nrs. 23 en 25), op 15,01m van de rechterperceelsgrens en op 15,20m van de gewestplangrens van landbouwgebied en KMO-zone.

 

Binnen het perceel worden vier bedrijfsunits gerealiseerd met volgende oppervlaktes

ΠHal 1 = 1008 m²

ΠHal 2 = 288 m²

ΠHal 3 = 268 m² (excl. de conciërgewoning op verdiep van 92m²)

ΠHal 4 = 338 m²

Totaal 1.902m²

 

De 4 KMO units zijn verdeeld over twee hoofdvolumes met een bruto vloeroppervlakte van 1902m².

De bouwhoogte is 8,00m. De hallen zijn dus 2 bouwlagen hoog met een plat dak.  Het grootste hoofdvolume heeft een breedte van 24,00m en een lengte van 60,00m. Het kleinste hoofdvolume heeft een breedte van 21,73m en een lengte van 28,87m.

Er worden 29 parkeerunits voorzien. De inrit wordt uitgevoerd in niet waterdoorlatende asfalt, de parkings in waterdoorlatende grasdallen.

De conciërgewoning met een oppervlakte van 92m² is de tweede bouwlaag boven hal 3 en voorziet twee slaapkamers.

 

De elektriciteitscabine met een maat van 5,0m op 5,00m wordt ingeplant in het zuiden op een afstand van 3,27m van de linkerperceelsgrens van de woning Brabantsestraat nr 23, op 7,37m van de rooilijn en op 11,26m van de wegas. Het betreft de klassieke standaardcabines van Fluvius met een dakrandhoogte van 3,60m. Een hemelwaterput wordt voorzien van 10.000l. Tussen de rooilijn en de cabine ligt de zone voor erfdienstbaarheid met een breedte van 5,00m en een lengte van 7,37m in grasdallen.

 

De hallen 1 en 2 zullen casco worden gebouwd en dienen dus door de uiteindelijke kopers of huurders verder ingericht te worden. Hal 1 en 2 worden afzonderlijk gebouwd in casco, met de bedoeling dat deze in de toekomst samengevoegd kunnen worden als de koper of huurder zijn bedrijf wil uitbreiden.

 

De op verdieping van hal 3 gesitueerde conciërgewoning is voorzien van twee inpandige terrassen, één aan de noordkant en een tweede, tevens grootste (23m²) aan de oostzijde. De woning is op één bouwlaag voorzien met een hal, 2 slaapkamers, sanitair, berging en leefruimte met keuken. De conciërgewoning is bereikbaar via een voordeur in de voorgevel van hal 3. Omdat deze gevel zichtbaar is vanuit de Brabantsestraat is het duidelijk waar de woning gesitueerd is.

 

De KMO units hebben een industriële look en worden afgewerkt met een grijze betonplint met een hoogte van 3m, in geïsoleerde betonpanelen.  Het bovenste gedeelte zal bestaan uit donkergrijze sandwichpanelen in combinatie met het buitenschrijnwerk dat zal uitgevoerd worden in donkergrijs aluminium. De sectionaal poorten en de dakranden zijn eveneens in donkergrijs gecacheerd aluminium.  De hoek van de grootste hal aan de zijde van de Brabantsestraat wordt op het gelijkvloers voorzien van een witte gevelbepleistering, als accent.  De conciërgewoning wordt uitgevoerd in hout als natuurlijk materiaal.

 

De wegen worden voorzien in een KWS-verharding (asfalt) en grasdalparkings.

 

Er wordt een infiltratiezone voorzien aan de bovenzijde van het perceel in aansluiting met het agrarisch gebied en in de westelijke groenzone langs de Brabantsestraat.

 

De ontsluiting van de site wordt voorzien via een noordelijk gelegen toegang die aantakt op de Brabantsestraat.  De nieuwe wegenis asfalt met een breedte van 7,89m is een doodlopende weg.  De interne wegenis biedt toegang tot de hallen en tot de parkeerplaatsen (waterdoorlatend) die binnen de KMO-zone zijn voorzien. Er worden 29 parkeerplaatsen bovengronds en 9 fietsstandplaatsen in de gebouwen voorzien.

 

Er zijn 3 parkeerunits voorzien van respectievelijk 10 pp ter hoogte van de hal 2. Een tweede parkeerunit wordt ter hoogte van hal 3 en 4 voorzien met 12 parkeerplaatsen waarvan 1 voor mindervaliden, Een derde parkeerunit wordt ter hoogte van hal 1 voorzien met 7 parkeerplaatsen waarvan 1 voor mindervaliden,

 

Het groenscherm in de aanvraag bestaat uit een mengeling van inheemse planten zoals mei-en sleedoorn, wintergroene liguster, egelantier kardinaalsmuts en kornoelje.  De buitenranden van het groenscherm grenzend aan het landschap wordt beheerd als een houtkant/haag. De bomen zijn inheems zijnde zomereik en es, waarbij de eik een dichte kroon heeft de es een transparantere boom is.   Aan de straatzijde worden dezelfde bomen (eik en es) toegepast met een maaiveldinrichting van gazon.

 

De inrit wordt uitgevoerd in niet waterdoorlatende asfalt, de parkings in waterdoorlatende grasdallen. Het terrein situeert zich circa 9cm boven de as van de voorliggende weg en kent een ongelijkmatig verloop over de breedte waardoor een beperkte reliëfwijziging wordt uitgevoerd.

 

Er wordt geen buitensopslag voorzien. De buitenruimte is in gebruik als verharding ter ontsluiting van de KMO hallen en de groene parkings. Het overige niet bebouwde deel is ingericht met groen.

 

Het terrein is een nagenoeg vlak terrein op circa 9cm boven de as van de voorliggende weg. Door het voorzien van twee waterbuffers, één aan de zijde van de Brabantsestraat en de tweede in de 15m bufferstrook zal een reliëfwijziging plaatsvinden.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

Verenigbaarheid met de voorschriften

De aangevraagde oprichting van KMO-units, is principieel verenigbaar met de stedenbouwkundige voorschriften van de zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s volgens het Gewestplan.

 

Echter dient er een afdoende bufferzone gecreëerd te worden conform de omzendbrief van 8 juli 1997, zijnde: Omzendbrief betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, gewijzigd via omzendbrief dd. 25/1/2002 en 25/10/2002 Toelichting bij het koninklijk besluit van 28 december 1972 (Belgisch Staatsblad van 10 februari 1973) betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 december 1978 (Belgisch Staatsblad van 13 januari 1979) en de decreten van 23 juni 1993 (Belgisch Staatsblad van 12 en 14augustus 1993) en 13 juli 1994 (Belgisch Staatsblad van 17 september 1994).

2. De industriële gebieden omvatten een bufferzone.

a) De hier bedoelde bufferzone is onafhankelijk van de bufferzone die op het ontwerpgewestplan is aangeduid in toepassing van artikel 14.4.5. In het huidig geval gaat het niet om een zelfstandig bestemmingsgebied maar betreft het een strook binnen het industriegebied met een hoofdzakelijk esthetische en stedenbouwkundige functie. Om die reden moet ze aangebracht worden op het industriegebied zelf.

b) De breedte en de aanleg van de bufferzone is afhankelijk van de oppervlakte en de vorm van het industriegebied zelf, van de aard van de industrieën, van de eigenlijke hinderlijkheid ervan en van de bestemming van de aanpalende gebieden.

De bufferzones dienen te worden bepaald in de bouwvergunning, verleend voor de randpercelen van het gebied, of in het indelingsplan dat opgesteld wordt naar aanleiding van een onteigeningsplan, of in een bijzonder plan van aanleg van het gebied. Bouwvergunningen voor de oprichting van een industrieel of ambachtelijk bedrijf zijn onwettig indien zij niet voorzien in de aanleg van een bufferzone, of indien de bufferzone waarin zij voorzien ontoereikend is. Rondom de industriezones en ambachtelijke zones dient (op de aldus aangeduide zone) een bufferstrook aangelegd te worden waarvoor als breedte volgende cijfers als richtinggevend kunnen worden vooropgesteld:

15 m voor ambachtelijke bedrijven;

25 m voor milieubelastende bedrijven;

50 m voor vervuilende industrie.

 

De invulling van de zone kan gefaseerd gebeuren. Gezien de versnipperde eigendomsstructuur wordt een ontwikkeling als geheel niet nagestreefd; wel moet elke ontwikkeling de kwalitatieve herontwikkeling van de andere onderdelen toelaten.  De ontwikkelbaarheid van de andere onderdelen moet daarom aangetoond worden in het globaal richtplan.  Bij niet-realisatie van een volgende fase dient een kwalitatieve beeldwaarde gewaarborgd te worden.

 

Verenigbaarheid met de parkeerverordening

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van de geldende gemeentelijke parkeerverordening d.d. 30.04.2015.

 

Totaal benodigde parkeerplaatsen volgens gemeentelijke parkeerverordening is 29 parkeerplaatsen.

 

Artikel 4 parkeerverordening (ontwerprichtlijnen parkeerplaatsen) stelt dat rijweg een minimale breedte moeten hebben van 7,00 meter bij een hoek van 90°. Alle parkeerplaatsen voldoen aan deze voorschriften.

 

Artikel 12 (KMO gebouwen voor industrie en werkplaatsen): 2 pp per 3 werknemers + 1 pp /200m² -> minimaal 20 parkeerplaatsen.

Aantal werknemers: 14 -> 10pp

Oppervlakte: 1.902m² -> 10 pp

TOTAAL te voorzien: 20pp voor KMO 

 

Artikel 7 parkeren bij eengezinswoningen 1 pp op eigen perceel per wooneenheid (2 pp. indien halfopen of open bebouwing), -> minimaal 1 parkeerplaats.

In totaal bedraagt de minimale parkeervraag voor auto's 21 parkeerplaatsen, verdeeld over beide functies. Voor fietsen werd, in lijn met de Vlaamse ambitie om 40% van de verplaatsingen met de fiets te laten plaatsvinden, een minimum van 9 fietsstandplaatsen vastgesteld. Deze worden in de gebouwen voorzien. Er worden 29 parkeerplaatsen bovengronds voorzien, 8 meer dan vereist.

 

Watertoets

Het perceel is niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied Het gebied is gedeeltelijk gelegen in overstromingsgevoelig gebied (zie pluviale overstromingskaarten). Het projectgebied ligt binnen het stroomgebied van de onbevaarbare waterloop, De Kraanbeek, nr. 171 (2e categorie). De nieuwe gebouwen worden buiten het overstromingsgevoelig gebied ingeplant.

 

Verenigbaarheid met eventuele vastgestelde beschermingsgebieden

De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een “Ramsar”-gebied of vogelbeschermingsgebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 79/409/EEG van 02.04.1979).

 

De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een habitatrichtlijngebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 92/43/EEG van 21.05.1992)

 

De aangevraagde werken zullen geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone veroorzaken.

 

Erfgoed- en archeologietoets

De aanvraag is gelegen buiten een archeologische zone. Omwille van de ligging en de aard van het project is er geen archeologienota vereist.

 

Het voorwerp van de aanvraag is niet opgenomen in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed, en is geen beschermd landschap of stads- of dorpsgezicht.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

Fluvius

7 november 2025

27 november 2025

voorwaardelijk gunstig

De Watergroep

7 november 2025

1 december 2025

voorwaardelijk gunstig

Omgevingsloket Wyre

7 november 2025

7 november 2025

voorwaardelijk gunstig

provincie Limburg - afdeling Waterbeheer

7 november 2025

12 november 2025

voorwaardelijk gunstig

info@wateringdeherk.be

7 november 2025

20 november 2025

voorwaardelijk gunstig

preventie@zuidwestlimburg.be

7 november 2025

3 december 2025

voorwaardelijk gunstig

vlaremadvies@ovam.be

7 november 2025

 

 

Toegankelijk Vlaanderen (Inter)

7 november 2025

21 november 2025

ongunstig

 

2.d. Bespreking van de adviezen

        De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius.  Op 27.11.2025 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000114986.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.

 

        De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de Provincie Limburg - Afdeling Water & Domeinen.  Op 12.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend, met ref. 2025N163223 - 2025 – 1819 ontvangen.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.

 

        De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan OVAM. OVAM verleende geen tijdig advies waardoor aan de adviesaanvraag wordt voorbijgegaan en haar advies als gunstig wordt beschouwd.

 

        De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening.  Op 01.12.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.

 

        De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de Watering de Herk.  Op 20.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.

 

        De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de Hulpverleningszone Zuid-West-Limburg.  Op 03.12.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. ontvangen.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.

 

        De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Wyre.  Op 07.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. ontvangen.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven

 

        De aanvraag werd op 07.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Inter Toegankelijkheid.  Op 21.11.2025 werd er een ongunstig advies met ref. 20252846 ontvangen omdat uit de plannen niet kan opgemaakt worden of er na afwerking het gebouw volledig toegankelijk is.  De integrale inhoud van dit advies kan deels worden onderschreven, er wordt een voorwaarde opgelegd dat er dient voldaan te worden aan de regelgeving aangaande toegankelijkheid en er een aftoetsing dient te gebeuren van de afgewerkte gebouwen aan de toegankelijkheid.

 

2.e. Openbaar onderzoek

De gewone procedure werd gevolgd. Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van november 2025 tot en met 16 december 2025.

 

Resultaat: geen petitielijsten, 1 schriftelijk bezwaar, geen mondelinge bezwaren en 5 digitale bezwaren.

 

Inhoud van de bezwaren:

De bezwaren zijn grotendeels gelijkaardig en handelt over de volgende aspecten:

        Toegelaten functies zijn niet gekend. Correcte inschatting is niet mogelijk. Ook niet voor mobiliteit.

        De effecten op biodiversiteit, milieu, luchtkwaliteit,

        De inrichting en breedte van de bufferzone,

        Het statuut van het masterplan,

        De vage omschrijving van welke activiteiten er toegelaten zijn,

        De effecten op het watersysteem en wateroverlast,

        De keuze van de materialen.

        Vergelijking KMO units met gebouwen in de omgeving betreffende de korrelgroottes is niet relevant.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Er werd een openbaar onderzoek gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, november 2025 tot en met 16 december 2025.

 

Resultaat: geen petitielijsten, 1 schriftelijke bezwaar, geen mondelinge bezwaren en 5 digitale bezwaren.

 

Gelet op de vereisten die de Raad voor Vergunningsbetwistingen ter zake oplegt aan de vergunningsverlener:

Om te voldoen aan de opgelegde motiveringsverplichting volstaat het dat de vergunningverlener in haar beslissing de redenen vermeldt waarop deze is gesteund.

Zij is er niet toe gehouden alle in de loop van de procedure aangevoerde bezwaren één voor één te beantwoorden (RvVb/A/1516/0884 van 31 maart 2016, in dezelfde zin: RvVb nr. A/2015/0261 van 21 april 2015 en RvVb/A/1516/0239 van 24 november 2015).

 

De inhoud van de bezwaarschriften wordt puntsgewijs besproken. De bezwaarschriften werden onderzocht en kunnen als volgt worden beoordeeld:

 

Bezwaaronderdeel 1

In de bezwaarschriften worden de volgende punten aangehaald:

  1. Geen parking plaatsen langs de rijweg rechtstreeks want dit is gevaarlijk en belastend voor fietsers en voetgangers en ander passerend verkeer best alles op hun terrein met 1 ingang en uitgang.
  2. Hoogte van de gebouwen? 
  3. Karakter van bouwstijl en materialen passend bij het landelijke karakter

 

Beoordeling bezwaar 1

  1. Er wordt geen parking aangelegd langs de rijweg. In de veronderstelling dat men hier de Brabantsestraat mee bedoeld. Er zijn dus geen conflicten met fietsers en voetgangers. De bezwaarindiener stelt voor om 1 ingang en uitgang te voorzien. De site is ontsloten via 1 toegang. Dit gebeurt dus.  Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  2. De hoogte van de gebouwen bedraagt 8,00m. De gangbare hoogte voor KMO bedrijven ligt tussen 7,5m en 10m waarbij men vaak stelt dat de hoogte van het gebouw dezelfde afstand is t.o.v. de laterale perceelsgrens.  Dit gebeurt sowieso voor de hallen 1 en 2 (aan de zijde van de straat) en voor hal 3. Dit gebeurt niet voor hal 4. Daar is de afstand tot de laterale perceelsgrens maar 1,00m.  De reden is dat het naastliggende perceel gelegen is in KMO zone volgens het gewestplan en dat hier op termijn KMO bedrijven kunnen komen. In het masterplan wordt dit besproken.  De 8,00m hoogte is ruimtelijk verantwoord in een KMO zone.  Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  3. De KMO units hebben een industriële look en worden afgewerkt met een grijze betonplint met een hoogte van 3m, in geïsoleerde betonpanelen.  Het bovenste gedeelte zal bestaan uit donkergrijze sandwichpanelen in combinatie met het buitenschrijnwerk dat zal uitgevoerd worden in donkergrijs aluminium. De sectionaal poorten en de dakranden zijn eveneens in donkergrijs gecacheerd aluminium.  De hoek van de grootste hal aan de zijde van de Brabantsestraat wordt op het gelijkvloers voorzien van een witte gevelbepleistering, als accent.  De conciërgewoning wordt uitgevoerd in hout als natuurlijk materiaal. Gebouwen vallen minder op in het landschap indien zij donkergekleurd zijn. In de aanvraag wordt bovenste gedeelte uitgevoerd in donkergrijze sandwichpanelen. Als voorwaarden kan opgelegd worden geëist om donkere gevelmaterialen te gebruiken en de grijze betonplint te vervangen door en donkerbruine (silex)laag of donkerbruine zwarte of -grijze baksteen als gevelmateriaal te gebruiken. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.

 

Volgende voorwaarden worden opgelegd:

De grijze betonplint dient te worden vervangen door een donkerbruine (silex)laag of donkerbruine zwarte of -grijze baksteen als gevelmateriaal. Karakter van bouwstijl en materialen passend bij het landelijke karakter.

 

Bezwaaronderdeel 2

In de bezwaarschriften worden de volgende punten aangehaald:

  1. Toegelaten functies zijn niet gekend. Correcte inschatting is niet mogelijk.
  2. Mobiliteitstoets is gebaseerd op aannames. In de mobiliteitstoets wordt rekening gehouden met bedrijvigheid van 10 jaar geleden. Dit is niet correct.
  3. Geen rekening gehouden met gemeentelijk mobiliteitsplan.
  4. Masterplan met 6 extra KMO hallen in een doodlopend straatje is verontrustend.

 

Beoordeling bezwaar 2

  1. Het klopt dat de vergunningsaanvraag de finale invulling van de KMO-éénheden in dit stadium nog niet kan preciseren. De industriële units worden casco aangevraagd en verkocht of verhuurd.  De invulling van de KMO-zone kan moeilijk los worden gezien van de KMO-zone zelf.  Zonder de KMO-zone, bestaat de invulling ervan niet en vice versa. De verplichting van huurders/kopers van de KMO éénheden dienen om waar nodig is de afzonderlijke vergunningsaanvraag te doen voor de ontwikkeling van hun eigen activiteiten, van zodra gekend is over welke activiteiten het zal gaan, en dat in overeenstemming met de heersende voorschriften en planologische bepalingen.  De gemeente kan juridisch niet bij elke nieuwe invulling een omgevingsvergunning eisen indien dit wettelijk niet vereist is. Wel kan enigszins tegemoetgekomen worden aan het bezwaar door gedetailleerd vast te leggen wat kan en niet kan.  Het arrest van de raad voor vergunningsbetwistingen arrest van 26 september 2024 met nummer RvVb-A-2425-0061 in de zaak met rolnummer 2223-RvVb-0889-A stelt dat de verzoekende partij (= de partij, die het dossier dat ook over een KMO zonder dat de latere invulling bekend is, in vraag stelde) onontvankelijk is verklaard. Dit deel van het bezwaar wordt gevolgd.

 

De volgende voorwaarde worden opgelegd:

        Bij een toekomstige invulling van het casco moet rekening worden gehouden met de geldende wetgeving, namelijk: Brandveiligheid, Toegankelijkheid, VLAREM, ARAB, AREI, etc.

        De ontwikkeling moet zich richten op lokale ambachtelijke bedrijfjes.

        De conciërgewoning mag enkel in gebruik genomen worden als conciërgewoning. Eventueel is medegebruik als kantoor mogelijk, doch is hiervoor een inschrijving van bewoning verplicht.

        Er dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeerverordening.

        Toegelaten ondernemingen:

  1. Niet-verkeersgenererende KMO-functies. Dit zijn typisch activiteiten op bedrijventerreinen die gericht zijn op ambacht, productie, opslag, en tentoonstelling van eigen producten, met nadruk op kleinschaligheid en weinig bezoekersverkeer, zoals atelierwerk, kleine werkplaatsen, kantoren met beperkt publiek, en opslagplaatsen die geen groot klanten- of leveranciersverkeer aantrekken.
  2.    Kleinhandel enkel in functie van een productie of assemblage ter plaatse en beperkt tot maximaal 40% per unit met een maximaal van 500m² in oppervlakte.
  3. Bij units met een publiek toegankelijke oppervlakte >150m² moet elke ruimte voldoen aan de normen toegankelijkheid.
  4. Oprichting van constructies en verhardingen van ambachtelijke bedrijven en opslagplaatsen en de hierbij horende complementaire functies (kantoren, toonzaal, enz.), die geen hinder met zich meebrengen voor het woonklimaat in de omgeving zijn toegelaten.
  5.    De verschillende units mogen gebruikt worden voor exploitaties met een beperkt hinderpotentieel (maximaal omgevingsvergunning voor ingedeelde inrichting of activiteiten van een derde klasse noodzakelijk). Klasse 3 wijst op de laagste graad van mogelijke hinder of milieu-impact.

Niet toegelaten bedrijven:

        Louter commerciële activiteiten, zoals winkels en handelszaken autonome kantoren en distributie, zijn niet toegestaan. 

  1. Kleinhandel wordt verstaan: elke vorm van commerciële activiteit met verkoopsoppervlakte die zich in hoofdzaak richt op de particuliere eindverbruiker. De ontwikkeling van handel moest in de omgeving van het centrum gesitueerd worden
  2.    Groothandel wordt verstaan: handel tussen ondernemingen; niet rechtstreeks aan de particuliere eindgebruiker (dus geen particulier met een BTW-nummer). Groothandel kan zowel betrekking hebben op volumegoederen als op kleine goederen.
  3. Autonome kantoren wordt verstaan: bedrijven met als hoofdactiviteit privé- en overheidsdienstverlening met een hoofdzakelijk administratief karakter en een hoge personeelsintensiteit. De kantooractiviteit is hier niet ondergeschikt aan andere bedrijfsactiviteiten zoals productie of verwerking van goederen. Voorbeelden zijn: architectuurbureau, advocatenkantoor, verzekeringskantoor...
  4. Distributie wordt verstaan: de bedrijfsactiviteit die goederen verdeelt, in hoofdzaak van de producent (of een tussenschakel) naar de verkoper. Kleinhandel wordt niet begrepen onder distributie.
  5.    Activiteiten zoals kleinhandel, showrooms met veel bezoekers, en bedrijven met veel klantafhandeling zijn niet toegestaan in KMO-zones.

 

  1. Er werd een mobiliteitstoets toegevoegd waarin inderdaad gewerkt wordt met aannames dit omdat de invulling van de cascovolumes onbekend is. De mobiliteitstoets is gebaseerd op de oppervlaktes van de hallen en niet op de invulling ervan. Dit is inherent aan de opmaak van een toets.  De opmerking is terecht dat het nieuwe mobiliteitsplan, met fietsstraten, wegversmallingen en een snelheidsregime van 50 km/u, nergens wordt meegenomen in de mobiliteitstoets. In de nota wordt wel vermeld dat er in de Brabantsestraat een regime van 50km/uur geldt. Omdat de invulling van de KMO gebouwen in de voorwaarden bij de vergunningsaanvraag versmald wordt naar ‘geen ‘verkeersgenererende activiteiten’ kan ervan uitgegaan worden dat de impact van het verkeer op de omgeving beperkt zal zijn. Pas wanneer geweten is welke activiteiten in hal 1,2,3 en 4 komen kan een correcte toets worden opgesteld.Daarom wordt in een bijkomende voorwaarde opgenomen. Er wordt een toestemming van het College van burgemeester en schepenen geëist voor de invulling van de hallen, van zodra er een invulling zal komen. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd. De voorwaarde bezwaar 2 punt 1 zal worden opgelegd.

 

Bezwaaronderdeel 3

In de bezwaarschriften worden de volgende punten aangehaald:

  1. Geen rekening gehouden met gemeentelijk mobiliteitsplan.
  2. Veiligheid fietser?
  3. Toegelaten functies zijn niet gekend.
  4. In de mobiliteitstoets wordt rekening gehouden met bedrijvigheid van 10 jaar geleden. Dit is niet correct.
  5. Masterplan me 6 extra KMO hallen in een doodlopend straatje is verontrustend.

 

Beoordeling bezwaar 3

  1. De opmerking is terecht dat het nieuwe mobiliteitsplan, met fietsstraten, wegversmallingen en een snelheidsregime van 50 km/u, nergens wordt meegenomen in de mobiliteitstoets. In de nota wordt wel vermeld dat er in de Brabantsestraat een regime van 50km/uur geldt. Desondanks zijn de wegprofielen voldoende breed, doch niet zeer breed. Dit betekent dat er niet snel gereden kan worden. Daarenboven is de zone aangeduid als KMO zone volgens het gewestplan en moet die dus ook bereikbaar zijn via de Brabantsestraat Het is inderdaad een onlogische plek om een KMO zone op deze plek te voorzien maar de juridische werkelijkheid is zo. Enkel met de opmaak van een RUP is een herbestemming mogelijk. Maar dit is niet prioritair en realistisch voor de gemeente Alken. Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  2. De mogelijkheid om het fietsroutenetwerk plaatselijk te behandelen als een fietsstraat wordt verder onderzocht door de gemeente. Dan is de veiligheid van de fietser in principe gegarandeerd. Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  3. Deze opmerking is terecht. Er worden voorwaarden opgelegd wat kan en niet kan (zie hoger bezwaar 2 punt 1). Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.
  4. Enkel in de omschrijving van het project in de mobiliteitstoets wordt verwezen naar de oude betonfabriek. Maar deze worden niet gebruikt voor de berekening. Er werd een mobiliteitstoets toegevoegd waarin gewerkt wordt met aannames, dit omdat de invulling van de cascovolumes onbekend is. De mobiliteitstoets is gebaseerd op de oppervlaktes van de hallen en niet op de invulling ervan. Dit is inherent aan de opmaak van een toets.  Omdat de invulling van de KMO gebouwen in de voorwaarden bij de vergunningsaanvraag versmald wordt naar ‘geen ‘verkeersgenererende activiteiten’ kan ervan uitgegaan worden dat de impact van het verkeer op de omgeving beperkt zal zijn. Pas wanneer geweten is welke activiteiten in hal 1,2,3 en 4 komen kan een correcte toets worden opgesteld.  De voorwaarde zoals omschreven in bezwaar 2 worden herhaald.  Dit deel van het bezwaar wordt niet weerlegd.
  5. De zone is aangeduid als KMO zone volgens het gewestplan. De gemeente vraagt een totaalvisie voor de gehele KMO zone, aangezien dit een zeer kleine KMO zone is die in het verleden op deze plek werd bestemd omwille van de reeds aanwezige industriële activiteiten die gecontinueerd werden.  Dit betekent dat de bezwaarindiener weet en op de hoogte is dat hier de bestemming KMO zone geldt.  Een verontrusting hieromtrent is aanvaardbaar maar niet relevant. Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.

 

Bezwaaronderdeel 4

In de bezwaarschriften worden de volgende punten aangehaald:

  1. Toegelaten functies zijn niet gekend.
  2. Wild parkeren.
  3. Veiligheid fietser? Geen rekening gehouden met gemeentelijk mobiliteitsplan.
  4. Tijdens werken Pleinstraat extra vervoer in de Laagsimsestraat, Hoogsimsestraat, Pleinstraat, Knipscheerstraat.
  5. KMO voorzien in de KMO zone van Alken en niet hier.
  6. Effecten op biodiversiteit, milieu, luchtkwaliteit?
  7. Ligging in overstromingsgevoelig gebied.  
  8. Waar gaat al het hemelwater naar toe?

 

Beoordeling bezwaar 4

  1. Deze opmerking is terecht. Er worden voorwaarden opgelegd wat kan en niet kan betreffende de functies (zie bezwaar 2 punt 1). Dit deel van het bezwaar wordt niet weerlegd.
  2. Er wordt voldaan aan de parkeerverordening. Daarbij zet men in om het fietsgebruik te stimuleren. Om tegemoet te komen aan de bezwaarindiener zal hiermee rekening worden gehouden door de volgende voorwaarde op te leggen. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.

 

De volgende voorwaarde worden opgelegd: het parkeren dient op eigen terrein te gebeuren.

 

  1. Zie voorwaarde bezwaar 3 punt 2.  Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  2. Wegenisweken zijn tijdelijke werken. Deze zijn van voorbijgaande aard en dienen niet in rekening gebracht te worden voor deze aanvraag. Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  3. De zone is aangeduid als KMO zone volgens het gewestplan en mag bebouwd worden met KMO units. Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  4. De voorwaarden bezwaar 2 punt 1 worden toegepast zodanig dat de effecten op het milieu beperkt blijven.  Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.
  5. In kader van de watertoets en/of bindende bepalingen treedt de afdeling Waterbeheer van de provincie Limburg voor dit dossier op als ondersteunende adviesverlenende instantie. Door de Provincie Limburg (provincie Limburg - afdeling Waterbeheer) werd een voorwaardelijk gunstig advies gegeven op 12.11.2025. Het gebied is gedeeltelijk gelegen in overstromingsgevoelig gebied (zie pluviale overstromingskaarten). De nieuwe gebouwen worden buiten het overstromingsgevoelig gebied ingeplant. Bij de vorige weigering werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend door de provinciale dienst Water en Domeinen. Er werd geoordeeld dat er geen betekenisvol schadelijk effect zal zijn op het milieu voor zover de algemene constructievoorwaarden en specifieke voorwaarden onder deel 2 van dit advies worden opgenomen in de vergunning. Het zijn deze voorwaarden die meegenomen worden in de omgevingsvergunning. De volgende voorwaarde adviesverlenende instantie. wordt opgenomen: “Er dient rond het projectgebied een geleidingsdam te worden voorzien om te vermijden dat afstromend water uit de hoger gelegen gebieden binnenstroomt. De geleidingsdam mag in het agrarische gebied (zone voor omleiden bestaande gracht (3,23m breed op inplantingsplan). In de aanvraag is een geleidingsdam voorzien. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.
  6. De plannen voldoen aan de hemelwater verordening en bufferen voldoende water op eigen terrein Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.

 

Bezwaaronderdeel 5

In de bezwaarschriften worden de volgende punten aangehaald:

  1. Toegelaten functies zijn niet gekend en dus ook niet de geluidsoverlast en omgevingsvervuiling. 
  2. Berekening verkeersgeneratie zwaar verkeer.
  3. Geen rekening gehouden met gemeentelijk mobiliteitsplan.

 

Beoordeling bezwaar 5

  1. Deze opmerking is terecht. Er worden voorwaarden opgelegd wat kan en niet kan betreffende de functies (zie bezwaar 2 punt 1). Dit deel van het bezwaar wordt niet weerlegd.
  2. Er werd een mobiliteitstoets toegevoegd waarin inderdaad gewerkt wordt met aannames dit omdat de invulling van de cascovolumes onbekend is. De mobiliteitstoets is gebaseerd op de oppervlaktes van de hallen en niet op de invulling ervan. Dit is inherent aan de opmaak van een toets.  De mobiliteitstoets is correct uitgevoerd. Op basis van aannames werd sowieso een worstcasescenario toegepast.  Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.
  3. De opmerking is terecht dat het nieuwe mobiliteitsplan, met fietsstraten, wegversmallingen en een snelheidsregime van 50 km/u, nergens wordt meegenomen in de mobiliteitstoets. In de nota wordt wel vermeld dat er in de Brabantsestraat een regime van 50km/uur geldt. Omdat de invulling van de KMO gebouwen in de voorwaarden bij de vergunningsaanvraag versmald wordt naar ‘geen ‘verkeersgenererende activiteiten’ kan ervan uitgegaan worden dat de impact van het verkeer op de omgeving beperkt zal zijn. Pas wanneer geweten is welke activiteiten in hal 1,2,3 en 4 komen kan een correcte toets worden opgesteld. Daarom wordt in een bijkomende voorwaarde opgenomen. Er wordt een toestemming van het College van burgemeester en schepenen geëist voor de invulling van de hallen, van zodra er een invulling zal komen. (Zie voorwaarden bezwaar 2 punt 1). Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.

 

Bezwaaronderdeel 6

  1. Toegelaten functies zijn niet gekend.
  2. Vergelijking KMO units met gebouwen in de omgeving betreffende de korrelgroottes is niet relevant.
  3. Hoe kan het aantal werknemers bepaald worden als de units opgedeeld worden. 
  4. Afstand tot de perceelsgrens geen 45% regel afstand.
  5. Brabantstraat is slechts 5m breed. Parkeren op eigen erf wordt geëist.
  6. Toetsing parkeerverordening als de invulling niet gekend is?   Hoe kunnen kopers verplicht worden om te voldoen aan de parkeerverordening.
  7. Op welke juridische manier zal er gewaakt worden dat de toekomstige invulling het draagvlak van de omgeving niet overschrijdt? 
  8. Bufferzone van 15m is slechts gedeeltelijk op het terrein voorzien en voldoet niet aan de omzendbrief.  De bufferzone aan de Brabantstaat is onvoldoende breed. Aan de zijde van de zonevreemde woningen is geen buffer voorzien. Aan de voorzijde is een infiltratiebekken voorzien dat niet beplant kan worden in de buffer. Het is aangewezen dat er een dicht afschermende buffer wordt voorzien.
  9. Mobiliteit (zie ook bezwaar 3 punt 1 en 3).

 

Beoordeling bezwaar 6

  1. Zie ook bezwaar 2 punt 1. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.
  2. Het is misschien vergezocht om een vergelijking van de KMO units met gebouwen in de omgeving te maken betreffende de korrelgroottes. Doch de zone is op het gewestplan bestemd als KMO zone waar gebouwen met een grotere korrelgrootte sowieso van toepassing is en dus toelaatbaar is.  Eerder werd al gesteld dat de KMO zone ongelukkig gelegen is, maar juridisch ligt deze bestemming vast op het gewestplan. Zie ook bezwaar 3.  Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  3. Zie ook bezwaar 2 punt 1. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd
  4. Zie ook bezwaar 1 punt 2. Dit deel van het bezwaar wordt weerlegd.
  5. Zie ook bezwaar 4 punt 2 waarin parkeren op eigen erf wordt geëist. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.
  6. Zie bezwaar 2 punt 1 waarin gesteld wordt dat aan de parkeerverordening dient te worden voldaan. De huidige aanvraag voldoet er sowieso aan. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.
  7. Zie ook bezwaar 2 punt 1. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.
  8. De bufferzone van 15m richtinggevend (15 m voor ambachtelijke bedrijven). Op het originele gewestplan op schaal 1/25.000 wordt opgemeten dat de bufferzone een breedte heeft van 15m en volledig gelegen is op het perceel van de aanvraag. Aan de straatzijde wordt een groenstrook voorzien die ruimtelijk voldoende groenbuffering biedt ten opzichte van de omgeving. Daarenboven is het mogelijk om in infiltratievoorzieningen beplanting aan te brengen. Aan de zijde van de zonevreemde woningen is inderdaad geen buffer voorzien aangezien deze woningen niet zone eigen zijn en gelegen zijn in KMO zone. Echter, de twee woningen Brabantsestraat nr. 23 en 25 zijn zelf gelegen in de KMO zone volgens het gewestplan.  Dit betekent dat er t.o.v. van deze woningen op het perceel van de aanvraag geen 15m groenbuffer dient te worden voorzien. Enkel in situaties waarbij twee conflicterende bestemmingen naast elkaar voorkomen dient een groenbuffer te worden voorzien. Er dient dus een buffer t.o.v. van het in het noorden gelegen agrarische gebied te worden voorzien.  Deze buffer dient te worden beschouwd als een landschappelijke groene grens tussen landbouw en KMO en dient als een natuurlijke landschappelijke groenbuffer naar het landbouwgebied ingericht te worden, zelfs als een klein lineair landschapselement. Op termijn zal een buffer moeten worden voorzien aan de oostzijde van de KMO zone volgens het gewestplan. Dit is in deze aanvraag niet relevant.  Het is inderdaad aangewezen dat er een dicht afschermende buffer wordt voorzien. In het belang van de goede ruimtelijke ordening is het aangewezen mogelijke hinder naar de omliggende woningen te beperken.

 

De volgende voorwaarde worden opgelegd

        E dient een winterhard groenscherm tegen de noordelijke perceelsgrens, bestaande uit streekeigen soorten, aangebracht te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen na het definitief verlenen van een vergunning. Het groenscherm moet minstens 3m breed zijn en voldoende dicht zijn van structuur zodat het vanuit alle gezichtshoeken visuele hinder belet.

        Er dient een aanplant met de vermelde bomen te gebeuren conform het inplantingsplan, tijdens het eerstvolgend plantseizoen na het definitief verlenen van een vergunning, met minimale plantmaat 12/14;

        De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in en eventueel het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veelvraat;

        Bij uitval wordt in het eerstvolgende plantseizoen de boom of bomen terug geplant.

        De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur.

        Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de Brabantsestraat proper wordt gehouden.

        Na de aanplanting moeten de bomen onderhouden worden volgens de Code Goede Natuurpraktijk.

        De opvolging van de groenzone moet gebeuren volgens de regels van de kunst. Voor het onderhoud van de beplanting kan volgende algemene voorwaarde opgelegd worden:

        De beheerder van de gebouwen laat een beheerplan opmaken voor een doordachte langetermijnsvisie voor het groenonderhoud.

 

  1. Dit deel van het bezwaar is hetzelfde als deze omschreven in bezwaar 3 punt 1 en 3. Er wordt hiernaar verwezen. Dit deel van het bezwaar wordt deels weerlegd.

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

ALGEMEEN

Overwegende dat de bouwplaats, omgeving en het project uitvoerig en op een correcte wijze worden omschreven in de aanvraag. Er zijn ten opzichte van de eerdere plannen een aantal onduidelijkheden en tegenstijdigheden weggewerkt in de aanvraag.

De argumenten van de ontwerper kunnen deels bijgetreden worden.

In de vorige aanvraag, waarbij een weigering werd afgeleverd, bedroeg de totale bebouwde oppervlakte 2.065m² . In de huidige aanvraag is deze vermindert met 163m² tot een bebouwde oppervlakte van 1.902m². Er werd rekening gehouden met de opmerkingen van de gemeente dat de bebouwde oppervlakte te groot was.

 

Functionele inpasbaarheid.

        Overwegende dat de realisatie van nieuwbouw KMO-units, in overeenstemming is met de zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s.

        Overwegende dat een buffer wordt aangelegd als en groenscherm bestaande uit een mengeling van inheemse typische Haspengouwse planten zoals mei-en sleedoorn, wintergroene liguster, egelantier kardinaalsmuts en kornoelje.  De buitenranden van het groenscherm grenzend aan het landschap wordt beheerd als een houtkant/haag.

        Overwegende dat de landschappelijke inpassing gegarandeerd is omdat in het groenscherm bomen worden voorzien.  De bomen zijn inheems zijnde zomereik en es, waarbij de eik een dichte kroon heeft de es een transparantere boom is. 

        Overwegende dat er een variatie is in de soorten alsook in de opbouw met een struik-, heester- en bomenlaag en de biodiversiteit zal verhogen en voorzien in voedsel, nestgelegenheid en/of geschikte leefomstandigheden voor verschillende dier- en plantensoorten.

        Overwegende dat de buffer zorgt voor de visuele afscherming naar de aangrenzende percelen.

        Overwegende dat de bufferzone als een groene ruimte ingericht wordt.

        Overwegende dat de buffer dient als overgangsgebied tussen KMO zone en landbouwgebied.

        Overwegende dat deze buffer beschouwd wordt als een landschappelijke groene grens tussen landbouw en KMO ingericht als een natuurlijke landschappelijke groenbuffer naar het landbouwgebied ingericht wordt met ondermeer lineaire landschapselement passend in het Haspengouwse landschap.

 

Mobiliteitsaspect.

        Overwegende dat er een mobiliteitstoets werd toegevoegd aan het dossier. In de toets werd een worst-case scenario genomen en dat hieruit blijkt dat voor de geplande ontwikkeling er geen aanvullende maatregelen vereist zijn. De bestaande verkeerssituatie biedt voldoende capaciteit om het project op een verantwoorde wijze te realiseren.

        Overwegende dat er voldoende parkeerplaatsen worden voorzien.

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

        Overwegende dat naar de aanpalende percelen (zonevreemde woningen) de bouwhoogte toeneemt. Rekening houdend met de maaiveldhoogte op de aanpalende percelen, leidt de toename in bouwhoogte niet tot wezenlijke wijzigingen of nadelige effecten op de omringende percelen.

        De bedrijfsunits zijn compact en aaneengesloten van aard waardoor het grondgebruik efficiënt gebeurt. 

        Overwegende dat de units allen een eerder kleine oppervlakte hebben en de opdeling of samenvoeging niet leidt tot een vergroting van de vloeroppervlakte van individuele units.

        Overwegende dat de aanvraag wordt gekenmerkt als een aaneenschakeling van kleinere bedrijfsgebouwen, waarbij een toevoeging/opdeling van een unit binnen deze site, het geheel een uniform blijft.

        In de verantwoordingsnota werd de korrelgrootte van de gebouwen vergeleken met de in de omgeving gebouwde grotere bouwvolumes. De korrelgrootte van de KMO units van 23,50m op 42m voor de hallen 1 en 2 aan de westkant past ruimtelijk binnen de korrelgroottes van de landbouwnederzettingen in de omgeving.  Deze van hal 3 en 4 zijn zelfs kleiner in breedte 22,11m.  De bouwdiepte van bijna 29m die voor de hallen 3 en 4 toegepast wordt en later voor de toekomstige hallen toegepast zal worden past eveneens binnen de korrelgrootte van de landbouwnederzettingen in de omgeving.

        Overwegende dat de korrelgroottes van de gebouwen is ruimtelijk aanvaardbaar is.

        Overwegende dat het projectgebied op het gewestplan bestemd is als KMO zone waar gebouwen met een grotere korrelgrootte sowieso van toepassing is en dus ruimtelijk toelaatbaar en ruimtelijk aanvaardbaar is. 

        Overwegende dat de aanvraag geen wezenlijke effecten op zijn onmiddellijke omgeving heeft en zeker niet ten opzichte van de eerdere betonfabriek, die nu gesloopt is.

        Overwegende dat de betonverharding en  betonpuin worden gesloopt en opgeruimd.

 

Visueel-vormelijke elementen:

        Het uiterlijk van de gebouwen is conform aan de gangbare materialen en ontwerpen van KMO-units.  De gebouwen zijn opgetrokken in industriële materialen en hebben aldus een zone-eigen uiterlijk. Overwegende dat de vormgeving grotendeels bepaald wordt door de perceelsvorm en ter hoogte van de bocht in de Brabantsestraat een wit bepleisterde hoekgevel wordt voorzien, waardoor er een zekere dynamiek met een accent ontstaat.  De conciërgewoning wordt uitgevoerd in hout als natuurlijk materiaal zodat de woning een eigen visuele identiteit krijgt afwijkend van de bedrijfshallen.

 

Cultuurhistorische aspecten:

        Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

 

Het bodemreliëf.

        Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf beperkt in functie van de realisatie van het ontwerp.  Echter is het onduidelijk op welke wijze de voorwaarden opgelegd door de dienst waterlopen, provincie Limburg, uitvoerbaar zijn. Ook hier is een aangepast inplantingsplan vereist of de voorwaarden uitvoerbaar zijn.

 

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: 

        Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de voorgestelde plannen voor de realisatie van een nieuwbouw KMO-units, de privacy van de omwonenden en aanpalende geenszins wordt geschonden.  De voorgestelde invulling zal een beperkte invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.  Deze activiteiten zijn tevens zone-eigen, het betreft een zone voor gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen en de gevolgen die ze eventueel met zich meebrengen zone-eigen zijn.

 

Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de regelgeving inzake ruimtelijke ordening, dat het voorgestelde bestaanbaar is met de goede ruimtelijke ordening en past in zijn onmiddellijke omgeving mits het naleven van de voorwaarden.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

///

 

Conclusie

Voorwaardelijk gunstig advies voor de realisatie van de 4 KMO-units met één conciërgewoning, aanleg infrastructuur en groen met infiltratiebekken.

 

Voorwaarden:

        De grijze betonplint dient te worden vervangen door een donkerbruine (silex)laag of donkerbruine zwarte of -grijze baksteen als gevelmateriaal. Karakter van bouwstijl en materialen passend bij het landelijke karakter.

        Bij een toekomstige invulling van het casco moet rekening worden gehouden met de geldende wetgeving, namelijk: Brandveiligheid, Toegankelijkheid, VLAREM, ARAB, AREI, etc.

        De ontwikkeling moet zich richten op lokale ambachtelijke bedrijfjes.

        De conciërgewoning mag enkel in gebruik genomen worden als conciërgewoning. Eventueel is medegebruik als kantoor mogelijk, doch is hiervoor een inschrijving van bewoning verplicht.

        Er dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeerverordening.

        Toegelaten ondernemingen:

  1. Niet-verkeersgenererende KMO-functies. Dit zijn typisch activiteiten op bedrijventerreinen die gericht zijn op ambacht, productie, opslag, en tentoonstelling van eigen producten, met nadruk op kleinschaligheid en weinig bezoekersverkeer, zoals atelierwerk, kleine werkplaatsen, kantoren met beperkt publiek, en opslagplaatsen die geen groot klanten- of leveranciersverkeer aantrekken.
  2. Kleinhandel enkel in functie van een productie of assemblage ter plaatse en beperkt tot maximaal 40% per unit met een maximaal van 500m² in oppervlakte.
  3.   Bij units met een publiek toegankelijke oppervlakte >150m² moet elke ruimte voldoen aan de normen toegankelijkheid.
  4. Oprichting van constructies en verhardingen van ambachtelijke bedrijven en opslagplaatsen en de hierbij horende complementaire functies (kantoren, toonzaal, enz.), die geen hinder met zich meebrengen voor het woonklimaat in de omgeving zijn toegelaten.
  5. De verschillende units mogen gebruikt worden voor exploitaties met een beperkt hinderpotentieel (maximaal omgevingsvergunning voor ingedeelde inrichting of activiteiten van een derde klasse noodzakelijk). Klasse 3 wijst op de laagste graad van mogelijke hinder of milieu-impact.

Niet toegelaten bedrijven:

        Louter commerciële activiteiten, zoals winkels en handelszaken autonome kantoren en distributie, zijn niet toegestaan. 

  1. Kleinhandel wordt verstaan: elke vorm van commerciële activiteit met verkoopsoppervlakte die zich in hoofdzaak richt op de particuliere eindverbruiker. De ontwikkeling van handel moet in de omgeving van het centrum gesitueerd worden
  2. Groothandel wordt verstaan: handel tussen ondernemingen; niet rechtstreeks aan de particuliere eindgebruiker (dus geen particulier met een BTW-nummer). Groothandel kan zowel betrekking hebben op volumegoederen als op kleine goederen.
  3.   Autonome kantoren wordt verstaan: bedrijven met als hoofdactiviteit privé- en overheidsdienstverlening met een hoofdzakelijk administratief karakter en een hoge personeelsintensiteit. De kantooractiviteit is hier niet ondergeschikt aan andere bedrijfsactiviteiten zoals productie of verwerking van goederen. Voorbeelden zijn: architectuurbureau, advocatenkantoor, verzekeringskantoor...
  4. Distributie wordt verstaan: de bedrijfsactiviteit die goederen verdeelt, in hoofdzaak van de producent (of een tussenschakel) naar de verkoper. Kleinhandel wordt niet begrepen onder distributie.
  5. Activiteiten zoals kleinhandel, showrooms met veel bezoekers, en bedrijven met veel klantafhandeling zijn niet toegestaan in KMO-zones

        Het parkeren dient op eigen terrein te gebeuren.

        Er dient een winterhard groenscherm tegen de noordelijke perceelsgrens, bestaande uit streekeigen soorten, aangebracht te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen na het definitief verlenen van een vergunning. Het groenscherm moet minstens 3m breed zijn en voldoende dicht zijn van structuur zodat het vanuit alle gezichtshoeken visuele hinder belet.

        Er dient een aanplant met de vermelde bomen te gebeuren conform het inplantingsplan, tijdens het eerstvolgend plantseizoen na het definitief verlenen van een vergunning, met minimale plantmaat 12/14;

        De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in en eventueel het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veelvraat;

        Bij uitval wordt in het eerstvolgende plantseizoen de boom of bomen terug geplant.

        De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur.

        Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de Brabantsestraat proper wordt gehouden.

        Na de aanplanting moeten de bomen onderhouden worden volgens de Code Goede Natuurpraktijk.

        De opvolging van de groenzone moet gebeuren volgens de regels van de kunst. Voor het onderhoud van de beplanting kan volgende algemene voorwaarde opgelegd worden:

        De beheerder van de gebouwen laat een beheerplan opmaken voor een doordachte langetermijnsvisie voor het groenonderhoud.

        Tijdens de wintermaanden is er ’s ochtends en ’s avonds mogelijk bijkomende verlichting nodig. Deze verlichting zal zo gericht en beperkt mogelijk zijn in functie van nacht-actieve vogels en eventuele vleermuizen en de omwonende.

        Het advies van Fluvius d.d. 27.11.2025 met ref. 5000114986 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van de brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. .2025 met ref. 2025-0159-002 dient strikt nageleefd te worden

        Het advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg d.d. 12.11.2025 met ref. 2025N163223 - 2025 – 1819 en de opgenomen voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Watering de Herk d.d. 20.11.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 01.12.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Wyre d.d. 07.11.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Toegankelijkheid d.d. 21.11.2025 met ref. 20252846 dient nageleefd te worden.  Er dient voldaan te worden aan de regelgeving aangaande toegankelijkheid en er zal een aftoetsing dienen te gebeuren van de afgewerkte gebouwen aan de toegankelijkheid.

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op!  Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 04/02/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Danny Somers namens SOM FACILITIES NV gevestigd te Het Dorlik 16 te 3500 Hasselt, de realisatie van 4 kmo-units met één conciërgewoning, de aanleg van infrastructuur en groen met infiltratiebekken,gelegen Brabantsestraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 540 W voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        De grijze betonplint dient te worden vervangen door een donkerbruine (silex)laag of donkerbruine zwarte of -grijze baksteen als gevelmateriaal. Karakter van bouwstijl en materialen passend bij het landelijke karakter.

        Bij een toekomstige invulling van het casco moet rekening worden gehouden met de geldende wetgeving, namelijk: Brandveiligheid, Toegankelijkheid, VLAREM, ARAB, AREI, etc.

        De ontwikkeling moet zich richten op lokale ambachtelijke bedrijfjes.

        De conciërgewoning mag enkel in gebruik genomen worden als conciërgewoning. Eventueel is medegebruik als kantoor mogelijk, doch is hiervoor een inschrijving van bewoning verplicht.

        Er dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeerverordening.

        Toegelaten ondernemingen:

  1. Niet-verkeersgenererende KMO-functies. Dit zijn typisch activiteiten op bedrijventerreinen die gericht zijn op ambacht, productie, opslag, en tentoonstelling van eigen producten, met nadruk op kleinschaligheid en weinig bezoekersverkeer, zoals atelierwerk, kleine werkplaatsen, kantoren met beperkt publiek, en opslagplaatsen die geen groot klanten- of leveranciersverkeer aantrekken.
  2. Kleinhandel enkel in functie van een productie of assemblage ter plaatse en beperkt tot maximaal 40% per unit met een maximaal van 500m² in oppervlakte.
  3.   Bij units met een publiek toegankelijke oppervlakte >150m² moet elke ruimte voldoen aan de normen toegankelijkheid.
  4. Oprichting van constructies en verhardingen van ambachtelijke bedrijven en opslagplaatsen en de hierbij horende complementaire functies (kantoren, toonzaal, enz.), die geen hinder met zich meebrengen voor het woonklimaat in de omgeving zijn toegelaten.
  5. De verschillende units mogen gebruikt worden voor exploitaties met een beperkt hinderpotentieel (maximaal omgevingsvergunning voor ingedeelde inrichting of activiteiten van een derde klasse noodzakelijk). Klasse 3 wijst op de laagste graad van mogelijke hinder of milieu-impact.

Niet toegelaten bedrijven:

        Louter commerciële activiteiten, zoals winkels en handelszaken autonome kantoren en distributie, zijn niet toegestaan. 

  1. Kleinhandel wordt verstaan: elke vorm van commerciële activiteit met verkoopsoppervlakte die zich in hoofdzaak richt op de particuliere eindverbruiker. De ontwikkeling van handel moet in de omgeving van het centrum gesitueerd worden
  2. Groothandel wordt verstaan: handel tussen ondernemingen; niet rechtstreeks aan de particuliere eindgebruiker (dus geen particulier met een BTW-nummer). Groothandel kan zowel betrekking hebben op volumegoederen als op kleine goederen.
  3. Autonome kantoren wordt verstaan: bedrijven met als hoofdactiviteit privé- en overheidsdienstverlening met een hoofdzakelijk administratief karakter en een hoge personeelsintensiteit. De kantooractiviteit is hier niet ondergeschikt aan andere bedrijfsactiviteiten zoals productie of verwerking van goederen. Voorbeelden zijn: architectuurbureau, advocatenkantoor, verzekeringskantoor...
  4. Distributie wordt verstaan: de bedrijfsactiviteit die goederen verdeelt, in hoofdzaak van de producent (of een tussenschakel) naar de verkoper. Kleinhandel wordt niet begrepen onder distributie.
  5. Activiteiten zoals kleinhandel, showrooms met veel bezoekers, en bedrijven met veel klantafhandeling zijn niet toegestaan in KMO-zones.

        Het parkeren dient op eigen terrein te gebeuren.

        Er dient een winterhard groenscherm tegen de noordelijke perceelsgrens, bestaande uit streekeigen soorten, aangebracht te worden tijdens het eerstvolgende plantseizoen na het definitief verlenen van een vergunning. Het groenscherm moet minstens 3m breed zijn en voldoende dicht zijn van structuur zodat het vanuit alle gezichtshoeken visuele hinder belet.

        Er dient een aanplant met de vermelde bomen te gebeuren conform het inplantingsplan, tijdens het eerstvolgend plantseizoen na het definitief verlenen van een vergunning, met minimale plantmaat 12/14;

        De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in en eventueel het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veelvraat;

        Bij uitval wordt in het eerstvolgende plantseizoen de boom of bomen terug geplant.

        De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur.

        Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de Brabantsestraat proper wordt gehouden.

        Na de aanplanting moeten de bomen onderhouden worden volgens de Code Goede Natuurpraktijk.

        De opvolging van de groenzone moet gebeuren volgens de regels van de kunst. Voor het onderhoud van de beplanting kan volgende algemene voorwaarde opgelegd worden:

        De beheerder van de gebouwen laat een beheerplan opmaken voor een doordachte langetermijnsvisie voor het groenonderhoud.

        Tijdens de wintermaanden is er ’s ochtends en ’s avonds mogelijk bijkomende verlichting nodig. Deze verlichting zal zo gericht en beperkt mogelijk zijn in functie van nacht-actieve vogels en eventuele vleermuizen en de omwonende.

        Het advies van Fluvius d.d. 27.11.2025 met ref. 5000114986 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van de brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. .2025 met ref. 2025-0159-002 dient strikt nageleefd te worden

        Het advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg d.d. 12.11.2025 met ref. 2025N163223 - 2025 – 1819 en de opgenomen voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Watering de Herk d.d. 20.11.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 01.12.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Wyre d.d. 07.11.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Toegankelijkheid d.d. 21.11.2025 met ref. 20252846 dient nageleefd te worden.  Er dient voldaan te worden aan de regelgeving aangaande toegankelijkheid en er zal een aftoetsing dienen te gebeuren van de afgewerkte gebouwen aan de toegankelijkheid.

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op!  Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Omgevingsvergunning 1072

Aanvraag omgevingsvergunning over: de aanleg van een binnentuin met zwembad en carport ingediend door de heer Nicola Roux wonende te Steenweg 306 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Steenweg 306, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 310 H. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

de heer Nicola Roux wonende te Steenweg 306 te 3570 Alken

 

Ligging van het perceel:

Steenweg 306

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 1 sectie K nr. 310H

 

Projectnaam:

Steenweg 306 - Roux Nicola

 

Dossiernummer:

2025135

 

Intern dossiernummer:

1072

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025107687

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

de aanleg van een binnentuin met zwembad en carport

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

 

overdekte buitenruimte

regularisatie onvergund beschouwde delen bestaande woning en aangrenzend magazijn

boom met stamomtrek 110cm op hoogte 1m

openlucht zwembad

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979  -  woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of niet vervallen verkaveling. De voorschriften van het gewestplan zijn van toepassing op dit perceel.

 

Verordeningen :

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

 

Watertoets :

Overwegende dat het voorliggende project het regulariseren van een ééngezinswoning en buitenaanleg betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.

De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 65,96m².  Het dakoppervlak watert af naar een bestaande hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een ondergrondse infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 3,326,4 liter en een infiltratieoppervlakte van7,92m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine en een buitenkraan.

Er wordt een afwijking afwijking gevraagd voor het ondergronds infiltreren door middel van infiltratiekratten.

 

Er werd niet aangetoond dat een ondergrondse infiltratie om technische redenen noodzakelijk is. Bovendien is een ondergrondse infiltratie zoals in deze aanvraag onder een grasveld niet opportuun gezien hier de oppervlakte van het grasveld mee opgevangen zal dienen te worden. De afwijking om ondergronds te infiltreren kan bijgevolg niet aanvaard worden en er zullen dan ook voorwaarden opgelegd worden.

 

Milieu:

///

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

3 november 2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

17 december 2025

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Carla Van Acker

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

30 januari 2026

 

1.f. Historiek

Perceelnummer : (afd. 1) sectie K 310 H

De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

Het perceel is gelegen op een hoek langs de Steenweg (een gewestweg) enerzijds en de Hulzenstraat (een gemeenteweg) anderzijds. Het is rondom omheind met houten schuttingspanelen met een hoogte van 2.05m aan zijde van de Steenweg en 1.70m op de perceelsgrens vooraan t.h.v. de Hulzenstraat. De woning wordt ontsloten vanuit de Hulzenstraat via een metalen schuifpoort met dezelfde hoogte. De perceelsgrens op de scheiding met het perceel van de woning gelegen Hulzenstraat 155, is omheind met draad en palen waartussen gevlochten plastic lint. Het maaiveld van dit aangrenzend perceel ligt circa 90cm hoger. Deze schutting heeft een hoogte van circa 255cm gemeten vanop het eigen perceel en 164cm gemeten vanop het achterliggend perceel. De bestaande bebouwing op het perceel bestaat uit een woning met aansluitend een atelier/magazijn. We beschouwen voor de verdere omschrijving de voorgevel van de woning gelegen aan de zijde van de Hulzenstraat. De bouwheer wenst ook een adreswijziging aan te vragen met de voorgevel aan deze straat. De woning is ingeplant op het perceel met de achtergevel op een afstand van 50cm t.h.v. de Steenweg en meer links 33cm t.o.v. de achterste perceelsgrens (scheiding met woning gelegen Steenweg 304). De zijgevel links van de woning en de zijgevel links en achtergevel van het magazijn zijn ingeplant op de perceelsgrenzen. De zijgevel rechts is vooraan ingeplant op 136cm t.o.v. de perceelsgrens rechts (t.h.v de Steenweg) en 151cm achteraan. De hoofdbouw van de woning bestaat uit een grondplan met een verdiep onder het hellend dak. De nok van het dak ligt evenwijdig met de as van de Steenweg

De uitbreiding aan achterzijde bestaat enkel uit een gelijkvloers met een plat dak, evenals het magazijn daarachter. Op basis van de kadastrale schets dd. 1940 kan aangenomen worden dat de bestaande bebouwing op het perceel als vergund kan beschouwd worden, behalve een deel van de uitbreiding aan achterzijde van de woning en een deel van het magazijn. Voor deze delen wordt een regularisatie aangevraagd, tevens onderdeel van deze vergunningsaanvraag. De restruimte op het perceel is, op een klein plantvak na, volledig verhard, deels met asfalt en deels met betonklinkers. Het niveau van het maaiveld t.h.v. de hoek van de woning vooraan rechts (t.h.v. Steenweg) is het laagst gelegen punt van de binnentuin. De binnentuin loopt van hieruit sterk op naar de hoek vooraan links (Hulzenstraat) met een totaal hoogteverschil van 121cm. Het perceel zelf is niet gelegen overstromingsgevoelig gebied. Doch, zowel de Hulzenstraat als de overzijde van de Steenweg worden aangegeven als overstromingsgevoelig gebied pluviaal

De bestaande bebouwing van de woning en magazijn blijven onveranderd. Voor de delen die niet als vergund beschouwd kunnen worden op basis van de kadastrale schets dd 1940 wordt een regularisatie aangevraagd. De precieze afmetingen van de onvergund beschouwde delen zijn niet gekend. Op basis van de kadastrale schets, schatten we deze als volgt: - Deel woning: 764 x 629 / 498cm - Deel magazijn: 362 x 606 / 643cm Beide delen bestaan uit een gelijkvloers niveau onder een plat dak, evenals de aangrenzende vergunde delen. De kroonlijsthoogte van beide delen sluit aan op de kroonlijsthoogte van de vergund beschouwde delen, m.n. 361 cm t.o.v. het maaiveld. De functie blijft ongewijzigd. 2. Carport: Links vooraan op het perceel, grenzend aan het perceel links (Hulsenstraat 155) wordt een carport voorzien met een grondoppervlak van 731 / 791cm x 553 / 611cm. De constructie bestaat uit een plat dak op palen met een kroonlijsthoogte van 295cm. Tussen de palen rechts wordt een laag losstaand wandje voorzien in gevelmetselwerk. Tussen de palen achteraan wordt een houten wand voorzien met een hoogte van 189cm. Het plat dak wordt voorzien van een groendak met een minimaal buffervermogen van 50L/m2. De carport wordt ingeplant op de perceelsgrens links en op een afstand van 74cm t.o.v. de voorste perceelsgrens (Hulzenstraat). In functie van het bouwen van de carport, dient een bestaande boom met een stamomtrek van 110cm op 1m hoogte gemeten, gerooid te worden. Ter compensatie wordt 1 hoogstamboom aangeplant en aanvullend 6 meerstammige bomen.

 

Vooraan rechts op de binnentuin wordt een zwembad ingeplant met een afmeting van 300 x 700cm en een diepte van 130cm. De afstand tot de schuine perceelsgrens rechts vooraan bedraagt 463cm. De kleinste afstand tot de perceelsgrens rechts (Steenweg) bedraagt 544cm. De afstand tussen zwembad en voorgevel bedraagt 455cm.

 

Alle bestaande verhardingen worden opgebroken. De binnentuin wordt volledig heraangelegd. (Zie bijgevoegd plan buitenaanleg) - Inrit carport - Pad van carport naar magazijn met aan rechter zijde een scheidingswand met een hoogte van 162cm - Verharde zone t.h.v. voorgevel magazijn - Pad rechts langs carport - Pad toegang tot de woning vanuit de Hulzenstraat - Pad van inkom woning richting Hulzenstraat tot voorzijde zwembad - Pad dwars hierop t.h.v voorzijde zwembad, van perceelsgrens rechts (Steenweg) tot zijgevel rechts carport - Terras tussen zwembad en voorgevel woning + zwembadrand links in natuursteen - Terras rechts hiervan t.h.v voorgevel woning en zwembadrand rechts in hout. (details afmetingen en materialen > zie plan) Alle overige zones blijven onthard en worden aangelegd met groen.

 

De bestaande houten beschuttingspanelen worden verwijderd en vervangen door een begrenzing in 3 niveaus: Onderaan wordt een tuinmuur voorzien in metselwerk met een hoogte van 75cm (gemeten t.h.v voorgevel carport, Hulzenstraat). Hierop wordt een metalen hekwerk geplaatst met een hoogte van 150cm. Het hekwerk zal worden afgewerkt met houten schuttingspanelen vanop de muur in metselwerk tot een hoogte van 150cm. Deze tuinbegrenzing aan de straatzijdes wordt voorzien i.f.v. geluidshinder. Rekening houdend met de beperkte mogelijkheden m.b.t. een bovengrondse infiltratie, wordt een afwijking aangevraagd m.b.t. hemelwatertoets waarbij gevraagd wordt de infiltratie ondergronds te mogen voorzien middels infiltratiekratten. Een afwijkingsnota hiertoe wordt toegevoegd aan de vergunningsaanvraag.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag is niet in strijd met de geldende voorschriften van het gewestplan.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

provincie Limburg - afdeling Waterbeheer

17 december 2025

5 januari 2026

geen advies

AWV - District Zuid-Limburg

17 december 2025

23 december 2025

voorwaardelijk gunstig

 

2.d. Bespreking van de adviezen

De aanvraag werd op 17 december digitaal voor advies voorgelegd aan Agentschap Wegen & Verkeer. Op 5 januari 2026 ontving de gemeente een voorwaardelijk gunstig advies . De inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.

De aanvraag werd op 17 december digitaal voor advies voorgelegd aan provincie Limburg - afdeling Waterbeheer. Op 23 december 2025 gaf deze dienst aan dat er geen advies vereist is.

 

2.e. Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden. In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel. Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.’ Er werd een aangetekende zending verzonden aan de aanpalende eigenaars.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB geen bezwaarschrift/melding van de eigenaars van een aanpalend perceel ingediend.

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

- Functionele inpasbaarheid: het perceel is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. De aanvraag betreft het plaatsen van een zwembad, tuinaanleg en regularisatie woning is functioneel inpasbaar in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.

- Mobiliteitsaspect: De aanvraag voor het plaatsen van een zwembad, tuinaanleg en regularisatie woning, zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.

- Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. - Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag voor het plaatsen van het plaatsen van een zwembad met bijgebouw en regularisatie garage, is niet in strijd met het ruimtegebruik en zal de draagkracht van het terrein niet overschrijden. De maximale draagkracht is hiermee echter wel bereikt en verdere invulling is bijgevolg niet mogelijk.

- Visueel-vormelijke elementen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de visueelvormelijke elementen. De afwerking van de bijgebouwen en de passende materiaalkeuze vormen een samenhangend geheel met de woning.

- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden. De aanvraag wijzigt het bodemreliëf niet.

- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door voorliggende aanvraag, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

 

Conclusie : Voorwaardelijk gunstig advies

Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:

 

        Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden. We raden aan om:

           Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.

           Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.

           Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.

           Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel.

           Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

        De noodoverloop van het zwembad bij zware regenval moet oppervlakkig over het terrein gebeuren. Deze overloop mag niet aangesloten worden op een riolering, noch op het DWA (afvalwater) , noch op het RWA (regenwater)

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

        De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag. Verdere gebouwen of verhardingen zijn niet mogelijk.

        De afwijking op de hemelwaterverordening inzake ondergronds infiltreren wordt niet toegestaan bijgevolg dient de infiltratie bovengronds in de groenzones te gebeuren.

        Het advies van AWV met referte AV/719/2025/00939 dd 23/12/2025 na te leven.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 04/02/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door de heer Nicola Roux wonende te Steenweg 306 te 3570 Alken, de aanleg van een binnentuin met zwembad en carport, gelegen Steenweg 306, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 310 H voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden. We raden aan om:

           Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.

           Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.

           Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.

           Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel.

           Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

        De noodoverloop van het zwembad bij zware regenval moet oppervlakkig over het terrein gebeuren. Deze overloop mag niet aangesloten worden op een riolering, noch op het DWA (afvalwater) , noch op het RWA (regenwater)

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

        De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag. Verdere gebouwen of verhardingen zijn niet mogelijk.

        De afwijking op de hemelwaterverordening inzake ondergronds infiltreren wordt niet toegestaan bijgevolg dient de infiltratie bovengronds in de groenzones te gebeuren.

        Het advies van AWV met referte AV/719/2025/00939 dd 23/12/2025 na te leven.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Omgevingsvergunning 1076

Aanvraag omgevingsvergunning over: het vellen van oude fruitbomen ingediend door mevrouw Lutgardis Smets wonende te Josephine Charlottelei 8 te 2300 Turnhout. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hulzenveldstraat zn. , kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 460 C. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvrager(s):

Mevrouw Smets Lutgardis wonende te Josephine Charlottelei 8 te 2300 Turnhout

 

Ligging van het perceel:

Hulzenveldstraat zn. te 3570 Alken

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 1 sectie K nrs. 460C

 

Projectnaam:

Hulzenveldstraat zn - Smets Lut

 

Dossiernummer:

2025140

 

Intern dossiernummer:

1076

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025095022

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

Datum aanvraag:

 

10/11/2025

 

1.b. Omschrijving aanvraag

Stedenbouwkundige handeling voor het vellen van hoogstammige kersenboom.

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

De aanvraag ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979  - agrarisch gebied.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Het gemeentebestuur blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

Verordeningen :

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

///

Watertoets :

Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het verwijderen van bomen niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.

Milieu:

Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:

                    Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997

                    Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997

                    Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

10/11/2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

21/12/2025

Opening openbaar onderzoek

Niet van toepassing

Afsluiten openbaar onderzoek

Niet van toepassing

Gemeenteraad voor wegenwerken

Niet van toepassing

Dossierbehandelaar

Charlotte Beerten

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum verslag GOA

28/01/2026

 

1.f. Historiek

Perceelnummer : (afd. 1) sectie K, nr. 460C

 

        Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 14/03/2018 voor het herstel van een oude hoogstamboomgaard: vergund.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

Het vellen van een afgestorven kersenboom op het perceel te Alken, 2de afdeling, Sectie K, nummer 460C. Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft is gelegen in agrarisch gebied. De Hulzenveldstraat is een gemeentelijke weg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De hoogstamboom is onderdeel van een klein landschapselementen die deel uitmaken van een hoogstamboomgaard.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), deelruimte vochtig Haspengouw.

De aanvraag is niet gelegen in een Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied of een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied). 

Het perceel werd gekarteerd in de Biologische waarderingskaart (versie 2) als een complex van biologische minder waardevolle en waardevolle elementen met een soortenarm permanent cultuurgrasland (hp) en een hoogstamboomgaard (kj).

 

Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur. De aanvrager doet een compensatievoorstel voor het aanplanten van 15 nieuwe hoogstammige fruitbomen.

 

Verantwoording van de aanvraag:

De aanvrager beschrijft de reden voor het verwijderen van de boom als volgt en toont het verder aan met foto’s:

  1. De geselecteerde boom is, zoals te zien op de foto’s, dood of in een ver stadium van aftakeling (te zien aan de uitgescheurde gesteltakken, klein kruinvolume, dood hout in de kruin, weinig of geen nieuwe takgroei).

 

De aanvrager neemt volgende maatregelen om de negatieve effecten op de natuur te verminderen of te herstellen:

Na kapping van deze fruitboom zullen er 15 nieuwe fruitbomen worden aangeplant in het plantseizoen 2025-2026, waarvan 9 hoogstam appelbomen en 4 hoogstam perenbomen en 2 hoogstam pruimenbomen.

 

De kapping zal gebeuren buiten het broedseizoen met maximaal respect voor de omringende fauna en flora. De stamrestanten zullen uitgefreesd worden om eventueel machinaal maaien van het grasland mogelijk te maken. Het hout zal afgevoerd worden. In de natuurboomgaard zijn ook nog andere dode of bijna dode bomen aanwezig, deze blijven staan voor de ecologische waarden in stand te houden.

 

De planning, vergunningsaanvraag en uitvoering van de werken worden begeleid door het boomgaardenloket, een samenwerkingsproject tussen Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren en de Nationale Boomgaardenstichting, die zich samen inzetten voor het behoud en kwaliteit van de hoogstamboomgaarden in de regio Haspengouw & Voeren.

 

2.c. Adviezen

Niet van toepassing.

 

2.d. Bespreking van de adviezen

Niet van toepassing.

 

2.e. Openbaar onderzoek

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

2.g. Beoordeling

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

 het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

 het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

De aanvraag handelt over het vellen van één hoogstammige kersenboom.

                    Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.

                    Mobiliteitsaspect: De impact op de mobiliteit wordt ingeschat als minimaal. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt door de werken en moet het nodige doen om dit teniet te doen, mocht dit toch voorvallen.

                    Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: Een heraanplant met hoogstammige fruitbomen is passend in deze omgeving.

                    Visueel-vormelijke elementen: Het verwijderen van de hoogstammige bomen heeft enkele visueel – vormelijke gevolgen. Er wordt opgelegd dat de aanvrager compensatie van dit groenelement moet voorzien door het aanplanten van de voorgestelde compensatie.

                    Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

                    Bodemreliëf: Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.

                    Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.

 

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving

 

Conclusie:

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

 

Voorwaardelijk gunstig advies met volgende voorwaarden:

 

        Op het perceel afdeling 1 sectie K nrs. 460C wordt een compenserende aanplant van 15 hoogstammige fruitbomen in een gepast plantverband aangeplant;

        De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;

        Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;

        Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;

        Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);

        De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;

        Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 04/02/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door mevrouw Lutgardis Smets wonende te Josephine Charlottelei 8 te 2300 Turnhout, het vellen van oude fruitbomen, gelegen Hulzenveldstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 460 C voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        Op het perceel afdeling 1 sectie K nrs. 460C wordt een compenserende aanplant van 15 hoogstammige fruitbomen in een gepast plantverband aangeplant;

        De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;

        Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;

        Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;

        Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);

        De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;

        Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Omgevingsvergunning 1078

Aanvraag omgevingsvergunning over: het vellen van (half)dode bomen en heraanplant ingediend door de heer Stefan Loix wonende te Laagsimsestraat 39 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Laagsimsestraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 153 E, (afd. 2) sectie G 153 G en (afd. 2) sectie G 153 F. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvrager(s):

Meneer Loix Stefan Victor G wonende te Laagsimsestraat 39 te 3570 Alken

 

Ligging van het perceel:

Laagsimsestraat zn. te 3570 Alken

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie G nrs. 153G, 153F en 153E

 

Projectnaam:

Laagsimsestraat - Loix Stefan

 

Dossiernummer:

2025143

 

Intern dossiernummer:

1078

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025143174

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

Datum aanvraag:

 

25/11/2025

 

1.b. Omschrijving aanvraag

Het betreft het vellen van één hoogstammige boom.

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

De aanvraag ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979  - agrarisch gebied.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Het gemeentebestuur blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

Verordeningen :

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

///

 

Watertoets :

Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het verwijderen van bomen niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.

 

Milieu:

Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:

                    Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997

                    Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997

                    Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

25/11/2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

07/01/2026

Opening openbaar onderzoek

Niet van toepassing

Afsluiten openbaar onderzoek

Niet van toepassing

Gemeenteraad voor wegenwerken

Niet van toepassing

Dossierbehandelaar

Charlotte Beerten

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum verslag GOA

28/01/2026

 

1.f. Historiek

Perceelnummer : (afd. 2) sectie G, nrs. 153G, 153F en 153E

 

        Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 16/06/1982 voor het bouwen van een sleufsilo: vergund.

        Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 17/02/2021 voor het vellen van hoogstammige bomen: voorwaardelijk vergund.

        Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 04/01/2023 voor het vellen van hoogstammige bomen: voorwaardelijk vergund.

        Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 31/01/2024 voor het vellen van hoogstammige bomen: voorwaardelijk vergund.

        Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 08/01/2025 voor het vellen van hoogstammige bomen: voorwaardelijk vergund.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

Het vellen van één dode hoogstammige fruitboom op het perceel te Alken, 2de afdeling, Sectie G, nummers 153G, 153F en 153E. Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft is gelegen in agrarisch gebied. De Laagsimsestraat is een gemeentelijke weg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De hoogstamboom is een klein landschapselementen die deel uitmaakt van een hoogstamboomgaard.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), deelruimte vochtig Haspengouw.

De aanvraag is niet gelegen in een Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied of een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied). 

Het perceel werd gekarteerd in de Biologische waarderingskaart (versie 2) als biologische waardevol met een soortenrijk permanent cultuurgrasland (hp+) en een hoogstamboomgaard (kj).

 

Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur. De aanvrager doet een compensatievoorstel voor het aanplanten van 1 nieuwe hoogstammige boom.

 

Verantwoording van de aanvraag:

De aanvrager beschrijft de reden voor het verwijderen van de boom als volgt en toont het verder aan met foto’s:

        Het betreft het vellen van één boom (dode kastanje), gelegen te Alken aan de Laagsimsestraat 39, achter de woning. Het is een dode kastanjeboom (stam-omtrek op één meter hoogte = 112 cm).

 

De aanvrager neemt volgende maatregelen om de negatieve effecten op de natuur te verminderen of te herstellen:

        Een compensatie op het aangrenzende perceel. De compensatie bestaat uit 1 hoogstam boom (opnieuw  kastanje).

        Er worden paaltjes en draad (bescherming) aangebracht, om de heraanplant maximaal kans te geven op slagen.

 

2.c. Adviezen

Niet van toepassing.

 

2.d. Bespreking van de adviezen

Niet van toepassing.

 

2.e. Openbaar onderzoek

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Niet van toepassing.

 

2.g. Beoordeling

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

 

 het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

 

 het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

 

De aanvraag handelt over het vellen van 1 hoogstammige boom.

                    Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.

                    Mobiliteitsaspect: De impact op de mobiliteit wordt ingeschat als minimaal. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt door de werken en moet het nodige doen om dit teniet te doen, mocht dit toch voorvallen.

                    Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: Een heraanplant met hoogstammige fruitboom is passend in deze omgeving.

                    Visueel-vormelijke elementen: Het verwijderen van de hoogstammige boom heeft enkele visueel – vormelijke gevolgen. Er wordt opgelegd dat de aanvrager compensatie van dit groenelement moet voorzien door het aanplanten van minimaal 1 hoogstammige boom.

                    Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

                    Bodemreliëf: Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.

                    Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.

 

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving

 

Conclusie:

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

 

Voorwaardelijk gunstig advies met volgende voorwaarden:

        Op het aanliggende perceel wordt een compenserende aanplant van één hoogstammige boom in een gepast plantverband aangeplant, de huidige oppervlakte van de boomgaard blijft integraal behouden;

        De hoogstamfruitbomen dienen in plantformaat 10/12 aangeplant te worden;

        De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;

        Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;

        Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;

        Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);

        De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;

        Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 04/02/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door de heer Stefan Loix wonende te Laagsimsestraat 39 te 3570 Alken, het vellen van (half)dode bomen en heraanplant, gelegen Laagsimsestraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 153 E, (afd. 2) sectie G 153 G en (afd. 2) sectie G 153 F voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        Op het aanliggende perceel wordt een compenserende aanplant van één hoogstammige boom in een gepast plantverband aangeplant, de huidige oppervlakte van de boomgaard blijft integraal behouden;

        De hoogstamfruitbomen dienen in plantformaat 10/12 aangeplant te worden;

        De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;

        Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;

        Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;

        Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);

        De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;

        Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Infosessie digitale meter en verbruiken verlagen: samenwerking met Energiehuis Limburg en Ferm

De gemeente Alken gaat een samenwerking aan met Ferm Alken Centrum om een gratis infosessie 'de digitale meter en elektriciteitsfactuur lezen en begrijpen' aan te bieden op dinsdag 9 juni in Sint-Jorisheem. De infosessie wordt gegeven door Energiehuis Limburg en is voor iedereen beschikbaar.

 Duur: ongeveer 2 uur

 Prijs: Inschrijven is gratis, maar verplicht

 

De gemeente helpt in het organiseren van het evenement (communicatie, voorzien van de zaal en drinken). Energiehuis Limburg voorziet de lesgever en verzorgt de inschrijvingen. Ferm helpt mee in de communicatie en het beslissen van de inhoud.

 

Feiten en context

De gemeente Alken gaat een samenwerking aan met Ferm Alken Centrum om een gratis infosessie 'de digitale meter en elektriciteitsfactuur lezen en begrijpen' aan te bieden op dinsdag 9 juni in Sint-Jorisheem. De infosessie wordt gegeven door Energiehuis Limburg en is voor iedereen beschikbaar.

Duur: ongeveer 2 uur

Prijs: Inschrijven is gratis, maar verplicht

 

De gemeente helpt in het organiseren van het evenement (communicatie, voorzien van de zaal en drinken). Energiehuis Limburg voorziet de lesgever en verzorgt de inschrijvingen. Ferm helpt mee in de communicatie en het beslissen van de inhoud.

 

Juridische grond

Art. 2 van het Decreet Lokaal Bestuur: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.”;

Gezien de gemeenteraad op 30 september 2021 besliste om het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 te ondertekenen;

Gezien de gemeenteraad op 27 oktober 2022 besliste om het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.0 te ondertekenen.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Door de infosessie worden mensen geïnformeerd over het capaciteitstarief, de digitale meter en de invloed hiervan op de energiefactuur. Verder worden tips gegeven hoe je je verbruiken kan verlagen of aanpassen om de kosten voor energie te verlagen. De lesuren vallen onder de beschikbare uren volgens de samenwerkingsovereenkomst met Energiehuis Limburg. Een samenwerking met Ferm zorgt voor een groter bereik.

 

Financiële gevolgen

De gemeente Alken voorziet een locatie, communicatie en drinken.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuring voor een samenwerking met Energiehuis Limburg en Ferm om een infosessie 'de digitale meter en elektriciteitsfactuur lezen en begrijpen' op dinsdag 9 juni in Sint-Jorisheem te organiseren. De gemeente Alken voorziet een locatie, communicatie en drinken.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Overzicht punten

Zitting van 04 02 2026

 

Fluvius : Hameestraat - Dossiernummer 5000117235

In dit voorstel zit de afbraak van het bovengrondse laagspanningsnet en openbare verlichting, tesamen met de aanleg van laagspanning aan beide zijden van de weg (waar bewoning is) Ook de openbare verlichting wordt ondergronds gebracht en gebruik te maken van de overschotten van de trekkingsrechten.

Verder is er op vraag van de gemeente een poort-effect gecreëerd met 4 lagere OV palen ter hoogte van het begin van de bebouwde kom in de Hameestraat.

 

Feiten en context

In dit voorstel zit de afbraak van het bovengrondse laagspanningsnet en openbare verlichting, tesamen met de aanleg van laagspanning aan beide zijden van de weg (waar bewoning is). Ook de openbare verlichting wordt ondergronds gebracht en gebruik te maken van de overschotten van de trekkingsrechten.

Verder is er op vraag van de gemeente een poort-effect gecreëerd met 4 lagere OV palen ter hoogte van het begin van de bebouwde kom in de Hameestraat.

 

Juridische grond

Niet van toepassing

 

Adviezen

Gunstig advies

 

Argumentatie

In dit voorstel zit de afbraak van het bovengrondse laagspanningsnet en openbare verlichting, tesamen met de aanleg van laagspanning aan beide zijden van de weg (waar bewoning is) Ook de openbare verlichting wordt ondergronds gebracht en gebruik te maken van de overschotten van de trekkingsrechten.

Verder is er op vraag van de gemeente een poort-effect gecreëerd met 4 lagere OV palen ter hoogte van het begin van de bebouwde kom in de Hameestraat.

 

Financiële gevolgen

Er werd een offerte gevraagd bij Fluvius en betreffende werken geraamd aan volgende kosten (zie gedetailleerde offerte in bijlage)

De kosten voor de werken aan het net, niet direct openbare verlichting gericht, bedragen 157.351,79€ en kunnen via de overschotten van de trekkingsrechten worden vergoed.

De kosten van de werken die zuiver gelinkt zijn aan de verlichting worden geraamd op 46.304,76€ en zullen verrekend worden in de forfait "licht als dienst" (dividenden) waarover de gemeente beschikt bij Fluvius.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft Fluvius goedkeuring voor de afbraak van het bovengrondse laagspanningsnet en openbare verlichting, tesamen met de aanleg van laagspanning aan beide zijden van de weg (waar bewoning is).

Ook de openbare verlichting wordt ondergronds gebracht en gebruik te maken van de overschotten van de trekkingsrechten.

Verder is er op vraag van de gemeente een poort-effect gecreëerd met 4 lagere OV palen ter hoogte van het begin van de bebouwde kom in de Hameestraat.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuring om de geraamde bedragen af te houden van de trekkingsrechten en dividenden bij Fluvius.

 

 

Publicatiedatum: 12/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.