Gemeente Alken

Zitting van 26 augustus 2026

van 09:00 tot 10:00

 

Aanwezig: Marc Penxten, Burgemeester; Cindy Vandormael,Andres Lesire,Frank Vroonen,Elien Secretin,Pierrette Putzeys, Schepenen; Pascal Giesen, Algemeen directeur;

 

Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Verslag van de vorige zitting dd. 19.08.2026

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 19.08.2026 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Feiten en context

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 19.08.2026 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische grond

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Niet van toepassing.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Goedkeuring reglement ombudsdienst

De werking van de klachtenbehandeling binnen het lokaal bestuur is momenteel vastgelegd in een afsprakennota uit 2008. Om de procedure inzake klachtenbehandeling binnen gemeente en OCMW duidelijk vast te leggen en te actualiseren, werd een reglement inzake klachtenbehandeling uitgewerkt. Het ontwerp van het reglement is opgenomen in bijlage.

 

Feiten en context

De werking van de klachtenbehandeling binnen het lokaal bestuur is momenteel vastgelegd in een afsprakennota uit 2008. Om de procedure inzake klachtenbehandeling binnen gemeente en OCMW duidelijk vast te leggen en te actualiseren, werd een reglement inzake klachtenbehandeling uitgewerkt. Het ontwerp van het reglement is opgenomen in bijlage.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 302 en volgende.

Bestuursdecreet van 7 december 2018 en latere wijzigingen.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Een reglement biedt een duidelijk en transparant kader voor de behandeling van klachten binnen het lokaal bestuur. Het legt de procedure voor klachtenbehandeling, de rol van de ombudsdienst en de rapportering aan de beleidsorganen op een uniforme wijze vast. Hierdoor wordt de rechtszekerheid voor burgers en medewerkers versterkt en wordt een kwaliteitsvolle klachtenbehandeling bevorderd. Het college wordt daarom verzocht het ontwerp van reglement principieel goed te keuren en voor te leggen aan de gemeenteraad.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt het ontwerp van reglement van de ombudsdienst, zoals opgenomen in bijlage, principieel goed.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp van reglement van de ombudsdienst ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Nieuws van de week

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Feiten en context

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Juridische grond

Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur 

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.

Artikel 2:Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over een overzicht van de zomeractiviteiten en meer bepaald de kampen, deelnemers BKO...

Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen duidt Elien Secretin en Andres Lesire aan als bevoegde mandatarissen voor het punt dat geselecteerd werd als ‘Nieuws van de week’.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Renovatie van de lichtstraat gemeentelijke kleuterschool - Goedkeuring definitieve oplevering en vrijgave resterende borg.

Op 19 augustus 2026 is de definitieve oplevering doorgegaan van de door Schiffeleers nv, Aardbruggenstraat 91 te 3570 Alken uitgevoerde werken “Renovatie van de lichtstraat gemeentelijke kleuterschool”. Er werd vastgesteld dat de werken in overeenstemming met de regels van de kunst, evenals met de  bepalingen en de voorwaarden van de opdracht werden uitgevoerd.  Er werd een PV van definitieve oplevering opgesteld. De studiedienst verleent zijn goedkeuring aan dit PV. De tweede helft van borgtocht nr. BEBTFSBGI0075469 (Borgstellingskas: ING België Guarantees Departement) van € 5.450,00 mag worden vrijgegeven (nl. resterend gedeelte € 2.725,00).

 

Feiten en context

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 27 september 2023 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Renovatie van de lichtstraat gemeentelijke kleuterschool” aan Schiffeleers nv, Aardbruggenstraat 91 te 3570 Alken tegen het nagerekende offertebedrag van € 108.988,00 excl. btw of € 131.875,48 incl. 21% btw (€ 22.887,48 btw medecontractant).

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 2023/045.

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 28 augustus 2024 goedkeuring aan het proces-verbaal van voorlopige oplevering van 14 augustus 2024, opgesteld door de Studiedienst Alken.

De waarborgtermijn werd in het bestek vastgesteld op 24 maanden.

 

Juridische grond

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 140.000,00 niet).

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

De aannemer Schiffeleers nv, Aardbruggenstraat 91 te 3570 Alken heeft aan zijn verplichtingen voldaan.

De Studiedienst Alken stelde een proces-verbaal op van definitieve oplevering, die plaatsvond op 19 augustus 2026.

Uit het bijgevoegde proces-verbaal van definitieve oplevering blijkt dat er geen opmerkingen zijn.

De eerste helft (€ 2.725,00) van de borgtocht nr. BEBTFSBGI0075469 (Borgstellingskas: ING België Guarantees Departement) van € 5.450,00 werd vrijgegeven op 29 augustus 2024.

De tweede helft van borgtocht nr. BEBTFSBGI0075469 (Borgstellingskas: ING België Guarantees Departement) van € 5.450,00 mag worden vrijgegeven (nl. resterend gedeelte € 2.725,00).

 

Financiële gevolgen

De tweede helft van borgtocht nr. BEBTFSBGI0075469 (Borgstellingskas: ING België Guarantees Departement) van € 5.450,00 mag worden vrijgegeven (nl. resterend gedeelte € 2.725,00).

 

Besluit

Artikel 1: De opdracht “Renovatie van de lichtstraat gemeentelijke kleuterschool” wordt definitief opgeleverd.

Artikel 2: De tweede helft van borgtocht nr. BEBTFSBGI0075469 (Borgstellingskas: ING België Guarantees Departement) van € 5.450,00 mag worden vrijgegeven (nl. resterend gedeelte € 2.725,00).

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Verbindingsriolering Pleinstraat 22.828A. Besprekingsvergadering verslag nr. 23 d.d. 12.08.2026.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Vergaderverslag nr. 43 d.d. 18.08.2026 Alken vallei.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Wegenis- en rioleringswerken Hameestraat R/003653 - werfverslag nr. 1 d.d. 11.08.2026.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Belastingkohier reclamedrukwerk - Juni 2026 bis

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2026 bis bedraagt 797,53 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Feiten en context

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2026 bis bedraagt 797,53 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken;

Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

797.53 euro

Niet van toepassing

MJP001025

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2026 bis vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 797,53 euro.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Belastingkohier reclamedrukwerk - Mei 2026 bis

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand mei 2026 bis bedraagt 122,04 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Feiten en context

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand mei 2026 bis bedraagt 122,04 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken;

Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

122,04 euro

Niet van toepassing

MJP001025

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand mei 2026 bis vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 122,04 euro.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Betaalbaarstelling facturen SC

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.

 

Feiten en context

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
 

Juridische grond

Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
 

 Adviezen

Niet van toepassing.
 

Argumentatie

Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Plaatsing publiciteitsborden n.a.v. Startdag Chiro Mikado 05.09

Chiro Mikado organiseert op zaterdag 5 september 2026 hun startdag. Naar aanleiding hiervan vragen zij om publiciteitsborden te mogen plaatsen naast de Alkense gewest- en gemeentewegen. Aanvraag in bijlage.

 

Feiten en context

Chiro Mikado organiseert op zaterdag 5 september 2026 hun startdag. Naar aanleiding hiervan vragen zij om publiciteitsborden te mogen plaatsen naast de Alkense gewest- en gemeentewegen. Aanvraag in bijlage.

 

Juridische grond

Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college​.
 

Adviezen

Advies AWV: de aanvragen voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de gewestwegen worden, zoals afgesproken met hun, ter info doorgestuurd naar AWV.

 

Argumentatie

Met het oog op het kenbaar maken van hun startdag op zaterdag 5 september 2026 is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de gewest- en gemeentewegen.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating aan Chiro Mikado, n.a.v. hun startdag op zaterdag 5 september 2026, voor de plaatsing van publiciteitsborden naast de Alkense gemeente- en gewestwegen op de voorgestelde plaatsen op voorwaarde dat er voor de gewestwegen ook een vergunning wordt afgeleverd door het agentschap wegen en verkeer. De publiciteitsborden naast gemeentewegen mogen max. 6 weken op voorhand geplaatst worden en dienen ten laatste een week na de activiteit opgeruimd te worden. Voor de borden naast gewestwegen geldt de vergunning van het agentschap wegen en verkeer.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Aanpassing verkeersregeling Kermis Alken-Centrum aug 2026

Het college van burgemeester en schepenen keurde de verkeersregeling voor de kermis in Alken-Centrum eind augustus goed. Voor een goed verloop van de plaatsing van de kermisattracties wordt gevraagd toelating te geven om het afsluiten van het Laagdorp en de parkeerverboden te laten ingaan op woensdag 26 augustus 2026 vanaf 12u i.p.v. vanaf 13u.

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze wijziging. Zie besluit CBS 19.08 en signalisatieplan in bijlage.

 

Feiten en context

Het college van burgemeester en schepenen keurde de verkeersregeling voor de kermis in Alken-Centrum eind augustus goed. Voor een goed verloop van de plaatsing van de kermisattracties wordt gevraagd toelating te geven om het afsluiten van het Laagdorp en de parkeerverboden te laten ingaan op woensdag 26 augustus 2026 vanaf 12u i.p.v. vanaf 13u.

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze wijziging. Zie besluit CBS 19.08 en signalisatieplan in bijlage.

 

Juridische grond

De wet betreffende de politie over het wegverkeer;

Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;

De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college​

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de gevraagde aanpassing goed en geeft toelating om het afsluiten van het Laagdorp en het laten ingaan van het parkeerverbod te laten ingaan vanaf 12u i.p.v. vanaf 13u op woensdag 26 augustus 2026.

Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.

Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.

Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.

Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Verkeersregeling Startfuif Chiro Joento 4 september 2026

Op vrijdag 4 september 2026 heeft op de weide aan de lokalen van Chiro Joento in Terkoest een startfuif plaats. Hierbij is het aangewezen om volgende verkeersregeling door te voeren  van vrijdag 4 september 2026 om 20u tot zaterdag 5 september 2026 om 04u:

        De Wilgenlaan afsluiten voor het verkeer. De parking is toegankelijk via de Beukenlaan. Er geldt een parkeer- en stilstaanverbod.

        In een gedeelte van de Beukenlaan (tussen de Eikendreef en de Parkstraat) en van de Molenstraat geldt een snelheidsbeperking tot 30 km/u.

        In een gedeelte van de Beukenlaan geldt éénrichting.

        In een gedeelte van de Beukenlaan (tussen de Eikendreef en de Parkstraat) geldt een parkeer- en stilstaanverbod.

In bijlage een situatieplan.

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.

 

Feiten en context

Op vrijdag 4 september 2026 heeft op de weide aan de lokalen van Chiro Joento in Terkoest een startfuif plaats. Hierbij is het aangewezen om volgende verkeersregeling door te voeren  van vrijdag 4 september 2026 om 20u tot zaterdag 5 september 2026 om 04u:

        De Wilgenlaan afsluiten voor het verkeer. De parking is toegankelijk via de Beukenlaan. Er geldt een parkeer- en stilstaanverbod.

        In een gedeelte van de Beukenlaan (tussen de Eikendreef en de Parkstraat) en van de Molenstraat geldt een snelheidsbeperking tot 30 km/u.

        In een gedeelte van de Beukenlaan geldt éénrichting.

        In een gedeelte van de Beukenlaan (tussen de Eikendreef en de Parkstraat) geldt een parkeer- en stilstaanverbod.

In bijlage een situatieplan.

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.

 

Juridische grond

De wet betreffende de politie over het wegverkeer;

Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;

De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college​

 

Adviezen

Gunstig advies van de technische dienst

Gunstig advies van De Lijn

Gunstig advies van de politie

 

Argumentatie

Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Op vrijdag 4 september 2026 heeft op de weide aan de lokalen van Chiro Joento in Terkoest een startfuif plaats. Hierbij is het aangewezen om volgende verkeersregeling door te voeren  van vrijdag 4 september 2026 om 20u tot zaterdag 5 september 2026 om 04u:

        De Wilgenlaan afsluiten voor het verkeer. De parking is toegankelijk via de Beukenlaan. Er geldt een parkeer- en stilstaanverbod.

        In een gedeelte van de Beukenlaan (tussen de Eikendreef en de Parkstraat) en van de Molenstraat geldt een snelheidsbeperking tot 30 km/u.

        In een gedeelte van de Beukenlaan geldt éénrichting.

        In een gedeelte van de Beukenlaan (tussen de Eikendreef en de Parkstraat) geldt een parkeer- en stilstaanverbod.

In bijlage een situatieplan.

Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.

Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.

Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.

Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.

Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Aanvragen éénmalige standplaats kermis augustus 2026

Tijdens de kermis op 29, 30 en 31 augustus 2026 zijn enkele vaste standplaatsen niet ingevuld wegens enkele afzeggingen.

Er zijn 2 aanvragen binnen gekomen om deze standplaatsen in te nemen:

* Romyna De Kleyn - suikerspin (6x2,5m)

* Joyce Nys - trampoline (7x7m)

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd om deze 2 attracties éénmalig een plaats te geven op deze kermis.

 

Feiten en context

Tijdens de kermis op 29, 30 en 31 augustus 2026 zijn enkele vaste standplaatsen niet ingevuld wegens enkele afzeggingen.

Er zijn 2 aanvragen binnen gekomen om deze standplaatsen in te nemen:

* Romyna De Kleyn - suikerspin (6x2,5m)

* Joyce Nys - trampoline (7x7m)

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd om deze 2 attracties éénmalig een plaats te geven op deze kermis.

 

Juridische grond

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Om een mooi gevulde kermis te kunnen behouden en deze attracties nog niet aanwezig zijn op de kermis is het aangewezen deze attracties éénmalig een standplaats toe te kennen voor deze kermis op 29, 30 en 31 augustus 2026.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1:Tijdens de kermis op 29, 30 en 31 augustus 2026 zijn enkele vaste standplaatsen niet ingevuld wegens enkele afzeggingen.

Er zijn 2 aanvragen binnen gekomen om deze standplaatsen in te nemen:

* Romyna De Kleyn - suikerspin (6x2,5m)

* Joyce Nys - trampoline (7x7m)

Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating om deze 2 attracties éénmalig een plaats te geven op deze kermis.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Melding van een IIOA M280

Melding van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA) ingediend door Arnaud Moors namens GEMOCO NV gevestigd te Oude Heidestraat 81 te 3740 Bilzen-Hoeselt voor een tussentijdse opslagplaats voor uitgraven grond op een perceel, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 57 E, (afd. 2) sectie C 60 V, (afd. 2) sectie C 75 D2 en (afd. 2) sectie C 77 A2.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

De melding werd ingediend door Hendrickx Peter wonende te Alexianenweg 15 te 3300 Tienen voor GEMOCO NV met maatschappelijke zetel in de Oude Heidestraat 81 te 3740 Bilzen-Hoeselt via het omgevingsloket op 11/08/2026.

 

Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:

“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:

1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;

2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.

 

Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.

 

Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”

 

Voorwerp van de melding

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Kolmenstraat zn., 3570 Alken, kadastraal bekend: Afd. 2, sectie C, nrs. 77/A2, 60/V, 75/D2 en 57/E.

 

De melding omvat de exploitatie van een nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA) van de derde klasse.

 

De IIOA omvat:

        Een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven grond.

 

Rubrieken

Volgende inrichting of activiteit volgens de indelingslijst van bijlage 1 van Vlarem II wordt aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Klasse

61.2.1°

Een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven grond van max. 6 meter hoog met een capaciteit van 10.000 m³ die voldoet aan een toepassing overeenkomstig het VLAREBO (nieuw)

3

 

Bevoegdheid

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.

 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

 

Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter

De melding vindt plaats in een bestaande, vergunde of vergund geachte verkaveling waar geen wijzigingen aan gebeuren.

 

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk

besluit van 03.04.1979 – industriegebied.

 

Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten.

Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

Het perceel is gelegen in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Kolmen als zone voor lokaal bedrijventerrein

 

Vanuit oogpunt van de stedenbouwkundige en ruimtelijke aspecten kan gesteld worden dat de exploitatie van de inrichting, die het voorwerp van de melding uitmaakt, verenigbaar is met de geldende ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften.

 

Omschrijving aanvraag

GEMOCO, gevestigd te Munsterbilzen, Oude Heidestraat 81, werd aangesteld door Fluvius en de Gemeente Alken voor het uitvoeren van wegwerkzaamheden in de Hameestraat te Alken. Vergund met de omgevingsvergunning OMV-2024164200. De Hameestraat zal voorzien worden van een gescheiden rioleringsstelsel en de vernieuwing van de wegenis.

 

Gemoco dient uitgegraven bodem te verwerken tot funderingsmateriaal. Hiervoor krijgen zijn de percelen Alken, Afd. 2, Sectie C met nummers 77a2, 57e, 60v en 75d2 ter beschikking voor het opslaan van uitgegraven bodem. Hierop zullen beperkte mechanische activiteiten uitgevoerd worden zoals zeven en kalken. Het gaat om een tijdelijke opslag.

 

De uitgegraven bodem voldoet aan een toepassing overeenkomstig het VLAREBO. De werf zal twee jaar duren en starten op de datum van de melding. De opslag van de uitgegraven bodem zal twee jaar gestockeerd worden. Na beëindiging wordt het tijdelijk depot volledig verwijderd. Het terrein wordt teruggebracht naar zijn oorspronkelijke toestand.

 

De tijdelijke opslag van uitgegraven bodem wordt zodanig ingericht dat de natuurlijke afstroming en waterbergingsfunctie van het overstromingsgevoelige gebied maximaal behouden blijven. Het depot wordt buiten de onderhoudsstrook van de waterloop ingericht en op voldoende afstand van de waterloop geplaatst. De opslag wordt beperkt in hoogte (max. 6 meter hoogte) en omvang en wordt voorzien van maatregelen ter voorkoming van erosie en afspoeling van bodemmaterialen naar de waterloop. De opslag is tijdelijk en wordt na beëindiging van de werken volledig verwijderd. Er wordt geen permanente reliëfwijziging beoogd.

 

Er zal een strook van 5 m vrij gehouden worden vanaf de bovenste insteek van het tallud van de waterloop. In deze strook zal ook niet gereden worden (geen transport).

 

De hoogte van de uitgegraven bodem zal zo laag mogelijk gehouden worden.

 

Beoordeling potentiële effecten

 

Huishoudelijk afvalwater

Er is geen huishoudelijk afvalwater.

 

Bedrijfsafvalwater

Er is geen bedrijfsafvalwater.

 

Hemelwater

Het hemelwater dat op het terrein valt infiltreert ter plaatse in de bodem, daar het terrein onverhard is.

 

Emissies naar bodem en grondwater

Er worden geen significante negatieve effecten verwacht.

 

Luchtkwaliteit

Bij het verwerken van droge uitgegraven bodem kan stof vrijkomen door:

        het lossen en opslaan van grond;

        het opwerpen of verplaatsen van grond met laadmaterieel;

        het mechanisch zeven van de bodem;

        verkeer van vrachtwagens en machines over onverharde of vervuilde terreinverhardingen;

        windwerking op opslaghopen.

De mate van stofvorming wordt beïnvloed door:

        het vochtgehalte van de bodem;

        de korrelgrootte (fijn materiaal veroorzaakt meer stof);

        weersomstandigheden, met name droge perioden en harde wind;

        de hoogte van de val bij het lossen.

Volgende stofbeperkende maatregelen zullen genomen worden:

        bevochtigen van de bodem of opslaghopen;

        beperken van de valhoogte tijdens het lossen;

        afdekken van opslaghopen of transporten indien nodig;

        reinigen en bevochtigen van rijroutes;

        beperken van werkzaamheden bij extreme wind.

 

Mobiliteit

De aan- en afvoer van uitgegraven bodem leidt tot extra verkeersbewegingen van vrachtwagens. Mogelijke effecten zijn:

        extra geluid langs de aanrijroutes;

        emissies van uitlaatgassen;

        stofvorming door transport;

        tijdelijke verkeershinder.

In de praktijk kunnen deze effecten doorgaans goed worden beheerst door een combinatie van organisatorische en technische maatregelen, zoals het beperken van werktijden, het bevochtigen van materiaal, het onderhouden van materieel, het schoonhouden van rijroutes en het zorgvuldig inrichten van het terrein.

 

Om overlast van het transport te beperken wordt opgelegd als bijzondere voorwaarden dat de meest gunstige weg voor het transport van de uitgegraven grond dient genomen te worden van de Hameestraat tot het domein voor tussentijdse opslag. Voor de afvoer tot het terrein voor de tussentijdse opslag dient vanuit de Laagsimsestraat worden gedaan en zoveel mogelijk over de N80.

 

Geluid en trillingen

De aan- en afvoer van uitgegraven bodem leidt tot extra verkeersbewegingen van vrachtwagens.

Mogelijke effecten zijn: extra geluid langs de aanrijroutes, emissies van uitlaatgassen en stofvorming door transport. Alzo worden de nodige maatregelen genomen om geen significante negatieve effecten te veroorzaken.

 

Overstromingsgevoelig gebied

Vanaf de bovenste insteek van het talud zal er een strook van 5 meter vrij gehouden worden voor het beheer en onderhoud van de waterloop. Er zal in deze zone ook niet gereden worden. Er zal een aarden wal met een hoogte van 0,3 meter aangelegd worden voorbij de 5-meter zone.

 

De aarden wal met een hoogte van 0,3 m voorbij de 5-meter zone van de waterloop dient van tijdelijke aard te zijn.

 

Waterloop cat. 1 De Herk

Om te voorkomen dat er uitgegraven bodem in de waterloop te recht komt zal er een aarden wal aangelegd worden. Het talud van de uitgegraven bodem zal steeds stabiel zijn en maximaal 6 meter hoogte.

De opslag mag de bestaande natuurlijke afstroming van hemelwater van het terrein niet belemmeren. Het project zal geen schade aan het watersysteem veroorzaken.

 

Preventieve maatregelen

In de praktijk kunnen deze effecten doorgaans goed worden beheerst door een combinatie van organisatorische en technische maatregelen, zoals het beperken van werktijden, het bevochtigen van materiaal, het onderhouden van materieel, het schoonhouden van rijroutes en het zorgvuldig inrichten en onderhouden van het terrein. Het talud van de uitgegraven bodem zal zo laag mogelijk gehouden worden.

 

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

 

Er kan gesteld worden dat de risico's voor de omgeving veroorzaakt door de gevraagde exploitatie mits naleving van de in onderhavig besluit opgelegde voorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt.

 

Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:

Rubriek

Omschrijving

Klasse

61.2.1°

Een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven grond van max. 6 meter hoog met een capaciteit van 10.000 m³ die voldoet aan een toepassing overeenkomstig het VLAREBO (nieuw)

3

 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een voorwaardelijk gunstig advies met volgende voorwaarden:

        Om overlast van het transport te beperken dient de meest gunstige weg voor het transport van de uitgegraven grond genomen te worden van de Hameestraat tot het domein voor tussentijdse opslag. De afvoer naar het terrein voor de tussentijdse opslag dient vanuit de Laagsimsestraat worden gedaan en zoveel mogelijk over de N80.

        De aarden wal met een hoogte van 0,3 m voorbij de 5-meter zone van de waterloop dient van tijdelijke aard te zijn.

        De openbare weg op de rijroutes dienen te worden gereinigd.

        Bij extreme wind moeten de werken beperkt worden. De opslaghopen en transporten dienen dan te worden afgedekt.

        Bij het beëindigen van de werf, dient ook de werfgebonden tussentijdse opslag te worden beëindigd.

        Het volledige terrein waarop de uitgegraven grond tijdelijk is gestockeerd moet in oorspronkelijke staat hersteld worden. Deze herstelwerkzaamheden moeten onmiddellijk gebeuren na het verwijderen van de uitgegraven grond. 

        Een waterton met een volume van minstens 1 m³ moet steeds aanwezig, gevuld met regenwater en beschikbaar zijn om via een mobiele sproeier de opslaghopen te benevelen, mocht dit nodig zijn in bepaalde weersomstandigheden (vb. warm, winderig weer).

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.

 

Besluit.

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 26/08/2026 HET VOLGENDE:

 

Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor een Ingedeelde Inrichting Of Activiteit (IIOA) ingediend door Hendrickx Peter wonende te Alexianenweg 15 te 3300 Tienen voor GEMOCO NV met maatschappelijke zetel in de Oude Heidestraat 81 te 3740 Bilzen-Hoeselt voor de in het meldingsdossier opgenomen rubrieken:

 

Rubriek

Omschrijving

Klasse

61.2.1°

Een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven grond van max. 6 meter hoog met een capaciteit van 10.000 m³ die voldoet aan een toepassing overeenkomstig het VLAREBO (nieuw)

3

 

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Kolmenstraat zn., 3570 Alken, kadastraal bekend: Afd. 2, sectie C, nrs. 77/A2, 60/V, 75/D2 en 57/E.

 

Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.

 

Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:

1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

Hoofdstukken 4 

Algemene milieuvoorwaarden - algemeen

Hoofdstuk 5.61

Sectorale milieuvoorwaarden - tussentijdse opslagplaatsen voor uitgegraven bodem die voldoet aan de bepalingen voor het gebruik van bodemmaterialen, vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het VLAREBO-besluit van 14 december 2007

 

2. Volgende bijzondere milieuvoorwaarden:

        Om overlast van het transport te beperken dient de meest gunstige weg voor het transport van de uitgegraven grond genomen te worden van de Hameestraat tot het domein voor tussentijdse opslag. De afvoer naar het terrein voor de tussentijdse opslag dient vanuit de Laagsimsestraat worden gedaan en zoveel mogelijk over de N80.

        De aarden wal met een hoogte van 0,3 m voorbij de 5-meter zone van de waterloop dient van tijdelijke aard te zijn.

        De openbare weg op de rijroutes dienen te worden gereinigd.

        Bij extreme wind moeten de werken beperkt worden. De opslaghopen en transporten dienen dan te worden afgedekt.

        Bij het beëindigen van de werf, dient ook de werfgebonden tussentijdse opslag te worden beëindigd.

        Het volledige terrein waarop de uitgegraven grond tijdelijk is gestockeerd moet in oorspronkelijke staat hersteld worden. Deze herstelwerkzaamheden moeten onmiddellijk gebeuren na het verwijderen van de uitgegraven grond. 

        Een waterton met een volume van minstens 1 m³ moet steeds aanwezig, gevuld met regenwater en beschikbaar zijn om via een mobiele sproeier de opslaghopen te benevelen, mocht dit nodig zijn in bepaalde weersomstandigheden (vb. warm, winderig weer).

 

De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 26/08/2026 HET VOLGENDE:

 

Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor een Ingedeelde Inrichting Of Activiteit (IIOA) ingediend door Hendrickx Peter wonende te Alexianenweg 15 te 3300 Tienen voor GEMOCO NV met maatschappelijke zetel in de Oude Heidestraat 81 te 3740 Bilzen-Hoeselt voor de in het meldingsdossier opgenomen rubrieken:

 

Rubriek

Omschrijving

Klasse

61.2.1°

Een tussentijdse opslagplaats voor uitgegraven grond van max. 6 meter hoog met een capaciteit van 10.000 m³ die voldoet aan een toepassing overeenkomstig het VLAREBO (nieuw)

3

 

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Kolmenstraat zn., 3570 Alken, kadastraal bekend: Afd. 2, sectie C, nrs. 77/A2, 60/V, 75/D2 en 57/E.

 

Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.

 

Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:

1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

Hoofdstukken 4 

Algemene milieuvoorwaarden - algemeen

Hoofdstuk 5.61

Sectorale milieuvoorwaarden - tussentijdse opslagplaatsen voor uitgegraven bodem die voldoet aan de bepalingen voor het gebruik van bodemmaterialen, vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en het VLAREBO-besluit van 14 december 2007

 

2. Volgende bijzondere milieuvoorwaarden:

        Om overlast van het transport te beperken dient de meest gunstige weg voor het transport van de uitgegraven grond genomen te worden van de Hameestraat tot het domein voor tussentijdse opslag. De afvoer naar het terrein voor de tussentijdse opslag dient vanuit de Laagsimsestraat worden gedaan en zoveel mogelijk over de N80.

        De aarden wal met een hoogte van 0,3 m voorbij de 5-meter zone van de waterloop dient van tijdelijke aard te zijn.

        De openbare weg op de rijroutes dienen te worden gereinigd.

        Bij extreme wind moeten de werken beperkt worden. De opslaghopen en transporten dienen dan te worden afgedekt.

        Bij het beëindigen van de werf, dient ook de werfgebonden tussentijdse opslag te worden beëindigd.

        Het volledige terrein waarop de uitgegraven grond tijdelijk is gestockeerd moet in oorspronkelijke staat hersteld worden. Deze herstelwerkzaamheden moeten onmiddellijk gebeuren na het verwijderen van de uitgegraven grond. 

        Een waterton met een volume van minstens 1 m³ moet steeds aanwezig, gevuld met regenwater en beschikbaar zijn om via een mobiele sproeier de opslaghopen te benevelen, mocht dit nodig zijn in bepaalde weersomstandigheden (vb. warm, winderig weer).

 

De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

 

Uitvoerbaarheid

U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.

 

Aanplakking

U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een gele affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding.

 

De gemeente kan u hierbij helpen.

 

Beroepsmogelijkheid

U kan beroep instellen tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing door een verzoekschrift tot vernietiging (desgevallend met een verzoek tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid) in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

 

Doe dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.


1. hetzij via het digitale platform dat door de dienst van de Bestuursrechtscolleges ter beschikking wordt gesteld met het oog op de digitale procesvoering voor de Vlaamse bestuursrechtscolleges: https://www.dbrc.be/digitaal-platform

 

Op straffe van onontvankelijkheid dienen de volgende partijen of raadsmannen gebruik te maken van het digitale platform:             
1° de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie, de Vlaamse adviesorganen, de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, de lokale overheden en de externe overheden, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 5° en 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inclusief al hun vertegenwoordigers;             
2° een advocaat in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij; 
3° een partij of raadsman die geen advocaat is, en die een beroep doet op het digitale platform om een verzoekschrift of het eerste processtuk neer te leggen.             

Op straffe van onontvankelijkheid geldt de gemaakte keuze van een partij of raadsman als vermeld in het eerste lid, 3°, om al dan niet gebruik te maken van het digitale platform voor alle vorderingen in dezelfde zaak.

 

2. hetzij per aangetekend schrijven gericht aan: 

Raad voor Vergunningsbetwistingen

p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges

Koning Albert II-laan 15 bus 130

1210 Brussel

 

3. hetzij door neerlegging ter griffie op het adres.

Marie-Elisabeth Belpairegebouw

Toren Noord (2de verdieping)

Simon Bolivarlaan 17

1000 Brussel

 

Gelijktijdig dient een afschrift van het verzoekschrift ter informatie te worden bezorgd aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft) en aan de melder/exploitant.

 

Het verzoekschrift moet worden gedagtekend, worden ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman en in ieder geval minstens de volgende gegevens bevatten:

- de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoeker, de één enkele gekozen adreskeuze (hetzij een digitale adreskeuze met een e-mailadres voor partijen die gebruik maken van het digitale platform, hetzij een analoge adreskeuze met een postadres in België voor de andere partijen), een telefoonnummer en een e-mailadres;

- de naam van de verweerder;

- het voorwerp van het beroep of bezwaar;

- een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;

- een omschrijving van het belang van de verzoeker;

- een inventaris van de overtuigingsstukken;

- als de verzoeker een rechtspersoon is: haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.

 

De verzoeker voegt in voorkomend geval de volgende documenten bij het verzoekschrift:
1° een afschrift van de bestreden beslissing of het bestreden besluit, dan wel een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift;             
2° als de verzoeker een rechtspersoon is en hij geen raadsman heeft die advocaat is, een afschrift van zijn geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van zijn organen, alsook het bewijs dat het daarvoor bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden;             
3° de schriftelijke volmacht van zijn raadsman als hij geen advocaat is; 
4° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.

 

U bent een rolrecht verschuldigd bij het indienen van het verzoekschrift van

                    200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;

                    100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

 

Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekende partijen zijn.

 

Het verschuldigde rolrecht wordt gestort op de rekening van het Fonds Bestuursrechtscolleges. De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitale platform.

 
De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.

 

 Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Omgevingsvergunning 1128

Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 5 & 6) ingediend door Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Klameerstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 859 P en (afd. 2) sectie F 859 N. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt

 

Ligging van het perceel:

Klameerstraat zn.

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie F nrs. 859P en 859N

 

Projectnaam:

Klameerstraat zn (lot 5 & 6) - GM Woningen

 

Dossiernummer:

202664

 

Intern dossiernummer:

1128

 

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2026060908

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 5 & 6)

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

        Het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter  (eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen de agrarische gebieden enkel mogen bevatten, de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in het geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

   -  .

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V701 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 19.11.2025.

 

Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V701 d.d. 19.11.2025 primeren op die van het gewestplan.

 

Verordeningen:

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

Watertoets:

Overwegende dat het voorliggende project de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.  Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.

 

De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt ongeveer 94,82m² voor de woning links en ongeveer 91,52m² voor de rechter woning.  Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van telkens 7 500 liter voor elke woning die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 2 210 liter met een infiltratieoppervlakte van 9,20m².   Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, een wasmachine en een buitenkraan.

 

Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit door middel van een karrenspoor, een tuinpad en een zone voor de standplaats van de wagens.  Ook wordt er aan de achterzijde aansluitend aan de woningen een terras voorzien in tegels, deze verharding loopt af naar de achterliggende tuinzone.  Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren.  De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw. 

 

Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.  De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.

 

De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

 

Milieu:

///

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

29 mei 2026

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

23 juni 2026

Opening openbaar onderzoek

2 juli 2026

Afsluiten openbaar onderzoek

31 juli 2026

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

18 augustus 2026

 

1.f. Historiek

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

- Er werd een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen op 19 november 2025 voor het verkavelen van een perceel grond in 6 loten halfopen bebouwing met ref. V701 (OMV_2025090657).

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

De aanvraag betreft het bouwen van 2 ééngezinswoningen in halfopen bebouwing op de loten 5 en 6 van de verkaveling V701 d.d. 19.11.2025.

 

Deze loten zijn gelegen langs een uitgeruste gemeenteweg, zijnde de Klameerstraat, een weg in asfalt. De straat wordt gekenmerkt door eengezinswoningen in open en halfopen bebouwing, hoeves en landbouwactiviteiten in een landelijke omgeving.  De percelen situeren zich op het einde van de Klameerstraat in verbinding met de Hoogsimsestraat.  De loten 5 en 6 grenzen aan de voorzijde aan de Klameerstraat en situeren zich langs de bestaande woning Klameerstraat 106 de andere loten zijn momenteel nog onbebouwd.  Voor de overige loten werd er reeds een omgevingsvergunning verleend met ref. OMV_2026060659 d.d. 15.07.2026 en OMV_2026055876 d.d. 19.08.2026.

 

Voorgestelde woningen worden voorzien binnen het voorgestelde bouwkader volgens de verkaveling ingeplant waarbij de voorgevel komt op ongeveer 9m van de voorliggende rooilijn.  Er blijft een afstand tussen de zijgevel van de woning op lot 6 en de rechter perceelsgrens behouden van 4m50.  De woningen hebben een diepte van respectievelijk 12m op het gelijkvloers niveau en een diepte van 10m60 op de verdieping gemeten vanaf de goedgekeurde bouwlijn volgens de verkaveling.  Het betreft een landelijk ontwerp afgewerkt met een schilddak waarvan de kroonlijst komt op een hoogte van 5m50.  De nok van de woningen komt op ongeveer 10m93.  De woningen worden per bouwblok ingepland op ongeveer 1m boven de as van de weg voorzien, volgens de peilen aangegeven op het terreinprofiel.

 

Het project wordt opgetrokken in traditionele bouwstijl waarbij het gevelmetselwerk wordt voorzien in een witte gevelsteen gecombineerd met een houten gevelbekleding en een zwart aluminium buitenschrijnwerk.  De dakafwerking wordt voorzien door middel van rood/bruine dakpannen en zwart zinken regenwaterafvoeren.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag is deels in strijd met de voorschriften van de verkaveling V701 voor wat betreft de nokhoogte.

 

Conform artikel 4.4.1.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningen kunnen in een stedenbouwkundige vergunning, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

 

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

 

De voorschriften van de verkaveling V701 stellen dat:

Nokhoogte

Voorschrift

Max. 5m boven de kroonlijst

 

Het ontwerp voorziet de realisatie van 2 halfopen grondgebonden ééngezinswoningen waarbij het ontwerp zo is opgevat dat dit één geheel vormt en de woningen het uitzicht hebben van één vrijstaande woning in landelijke stijl.  Het ontwerp wijkt beperkt af van de voorschriften aangaande de verhouding van de kroonlijsthoogte en de nokhoogte.  De nokhoogte komt namelijk op 5m43 van de kroonlijsthoogte ipv de voorgeschreven max hoogte van 5m volgens de voorschriften.  Echter blijft het totale volume wel binnen de afmetingen zoals voorzien in de verkavelingsvoorschriften waardoor dit als een beperkte afwijking kan gezien worden.  Voorgestelde afwijking kan bijgevolg ter plaatse aanvaard worden gezien ze zeer beperkt is en geen hinder zal veroorzaken ten aanzien van de aanpalende percelen en de omgeving.  Er werden ook geen bezwaarschriften ingediend door de aanpalende percelen waardoor men in de veronderstelling kan zijn dat deze aanpalende eigenaars akkoord kunnen gaan met het voorgesteld ontwerp.  Deze afwijking betreft een minimale toename van de normen voorzien in de verkaveling waardoor deze afwijking rekening houdt met de basisvisie van de verkaveling en het ontwerp bijgevolg nog steeds conform is aan de ruimtelijke aanleg ter plaatse.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

Fluvius

23 juni 2026

9 juli 2026

voorwaardelijk gunstig

De Watergroep

23 juni 2026

24 juni 2026

voorwaardelijk gunstig

Interne Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

Bert Penxten

23 juni 2026

23 juni 2026

gunstig

 

2.d. Bespreking van de adviezen

        De aanvraag werd op 23.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator.  Op 109.07.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000132233 ontvangen.  Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.

        De aanvraag werd op 23.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening.  Op 24.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket.  De integrale inhoud van dit advies kan worden bijgetreden en onderschreven.

 

        De aanvraag werd op 23.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de technische dienst, gemeente Alken.  Op 23.06.2026 werd er een gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket, zijnde:

Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig.

Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius).  Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.

 

2.e. Openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 2 juli 2026 tot 31 juli 2026.

 

Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Er werden geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

        Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft de realisatie van 2 halfopen grondgebonden ééngezinswoningen met carport.  Het voorgestelde ontwerp is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving, rekening houdend met de gemotiveerde afwijking.  Het betreft de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen in een landelijk woongebied waarbij de voorgestelde werken  bijgevolg zone-eigen en gangbaar zijn voor deze omgeving.

        Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.  Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein bij de ééngezinswoningen.

        Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: voorliggende aanvraag heeft dezelfde schaalgrootte als op de percelen in de nabije omgeving en valt dan ook niet uit de toon ten opzichte van de omliggende woningen.  De inplanting van de woningen blijft binnen de vastgestelde bouwkader van de verkaveling waardoor enige hinder naar buurpercelen toe zeer beperkt blijft en als niet-uitzonderlijk kunnen beschouwd worden.  Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is.  Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.  De aanvraag heeft geen invloed op het bestaande ruimtegebruik.  De tuinzone voor de ééngezinswoningen is gesitueerd aan de achterzijde en wordt gevrijwaard door de plaatsing van de wagens in de zijtuinstrook, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.

        Visueel-vormelijke elementen: voorgestelde woningen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel.  Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving.  De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.  De materialen die gebruikt worden zijn afgestemd op de huidige bebouwing, zijnde een witte gevelsteen gecombineerd met een houten gevelbekleding en een zwart aluminium buitenschrijnwerk. De dakafwerking wordt voorzien door middel van rood/bruine dakpannen en zwart zinken regenwaterafvoeren.

        Cultuurhistorische aspecten: . Het perceel en deze eigendom zijn niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht.  De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

        Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft grotendeels behouden.  Enkel rondom de zoen voor de realisatie van de woningen wordt het reliëf licht aangepast/aangevuld.

        Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting, de voorgestelde woningen de privacy van de omwonenden niet wordt geschonden.  De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

///

 

Conclusie

Voorwaardelijk gunstig advies

 

Voorwaarden

        De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 09.07.2026 met ref. 5000132233 dienen opgevolgd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de technische dienst dient strikt nageleefd te worden.  Zijnde:

        Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig

        Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius)

        Het advies van de Watergroep d.d. 24.06.2026 dient nageleefd te worden.

        Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.

        De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning en aan te sluiten op de aanpalende percelen zoals voorzien op de plannen (terreinprofiel).

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op!  Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 26/08/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt, het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 5 & 6), gelegen Klameerstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 859 P en (afd. 2) sectie F 859 N, wordt vergund onder voorwaarden.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

        De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 09.07.2026 met ref. 5000132233 dienen opgevolgd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de technische dienst dient strikt nageleefd te worden.  Zijnde:

        Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig

        Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius)

        Het advies van de Watergroep d.d. 24.06.2026 dient nageleefd te worden.

        Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.

        De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning en aan te sluiten op de aanpalende percelen zoals voorzien op de plannen (terreinprofiel).

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op!  Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Bestrijding Canadese ganzen Alken Vallei

Er is overlast en schade door Canadese ganzen op het domein Alken Vallei, tussen de visvijver en de atletiekpiste. Het hele terrein is ondertussen bevuild met uitwerpselen, deze zijn storend voor de gebruikers van het park en schadelijk voor de kwaliteit van het water van de visvijver en de naastgelegen waterlopen. Verder is er vraatschade aan het gras rond de visvijver en de atletiekpiste.

 

De percelen van Alken Vallei zijn in het beheer van de Wild beheerseenheid (WBE) De Herk. Echter zijn de percelen uit-gekleurd, waardoor voor het starten van bestrijdingsmaatregelen toestemming van ANB gevraagd moet worden.

 

Volgens de richtlijnen van ANB zijn er een deel preventieve basismaatregelen die eerst genomen kunnen worden  om schade door ganzen te voorkomen en  extra ingrepen die het effect van de basismaatregelen kunnen versterken. Bieden de basismaatregelen onvoldoende bescherming tegen schade door de Canadese gansen, dan kan er worden overgegaan tot bestrijding.

 

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het aanvragen van bestrijding van de Canadese gansen bij ANB en geeft toestemming aan WBE De Herk preventieve maatregelen te treffen en de bestrijding uit te voeren.

 

Feiten en context

Er is overlast en schade door Canadese ganzen op het domein Alken Vallei, tussen de visvijver en de atletiekpiste. Het hele terrein is ondertussen bevuild met uitwerpselen, deze zijn storend voor de gebruikers van het park en schadelijk voor de kwaliteit van het water van de visvijver en de naastgelegen waterlopen. Verder is er vraatschade aan het gras rond de visvijver en de atletiekpiste.

 

De percelen van Alken Vallei zijn in het beheer van de Wild beheerseenheid (WBE) De Herk. Echter zijn de percelen uit-gekleurd, waardoor voor het starten van bestrijdingsmaatregelen toestemming van ANB gevraagd moet worden.

 

Volgens de richtlijnen van ANB zijn er een deel preventieve basismaatregelen die eerst genomen kunnen worden  om schade door ganzen te voorkomen en  extra ingrepen die het effect van de basismaatregelen kunnen versterken. Bieden de basismaatregelen onvoldoende bescherming tegen schade door de Canadese gansen, dan kan er worden overgegaan tot bestrijding.

 

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het aanvragen van bestrijding van de Canadese gansen bij ANB en geeft toestemming aan WBE De Herk preventieve maatregelen te treffen en de bestrijding uit te voeren.

 

Juridische grond

Decreet lokaal bestuur dd. 22.12.2017;

Gemeentedecreet dd. 15.07.2005;

Nieuwe gemeentewet dd. 24.06.1988;

Jachtdecreet dd. 24.07.1991 en latere wijzigingen.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Volgens WBE De Herk hebben preventieve maatregelen geen effect meer op deze jongen, omdat ze zo tam zijn geworden. Eerst wordt echter preventieve maatregelen uitgewerkt. Indien deze niet werken is met het oog op de opening van Alken Vallei volgend jaar en om overlast te beperken het aangewezen om naast een preventieve maatregel ook bestrijding aan te vragen bij ANB. Dit kan via een meldingsformulier of via het e-loket. Bij de bestrijding zal worden rekening gehouden met de openingsuren van de verenigingen aanwezig in het Alken Valleipark.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1:  Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming aan WBE De Herk om preventieve maatregelen te treffen en bestrijding uit te voeren voor de Canadese ganzen in Alken Vallei. Verder gaan zij akkoord dat de hiertoe nodige formaliteiten en meldingen geregeld worden bij ANB.

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 08 2026

 

Machtiging van de burgemeester betreffende de plaatsing en het gebruik van een akoestisch afschrikmiddel

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 22/09/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.