Zitting van 04 03 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 25.02.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 25.02.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 25.02.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 04 03 2026
Uitnodiging verkennend overleg bovenlokale samenwerkingsmogelijkheden
De uitdagingen waarmee lokale besturen vandaag worden geconfronteerd, worden steeds complexer en overstijgen vaak de grenzen van één gemeente. Thema's zoals mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling, klimaatadaptatie, dienstverlening, veiligheid en economische ontwikkeling vragen in toenemende mate om een bovenlokale aanpak.
Vanuit die vaststelling wil de beleidscel van Stad Sint-Truiden graag het initiatief nemen om met hun omliggende gemeenten in overleg te gaan over mogelijke vormen van bovenlokale samenwerking. Zij geloven hierbij sterk in een soepele en functionele samenwerking zonder overmatige structuren of zware formele besluitvormingsprocessen.
Omdat ze graag willen vertrekken vanuit concrete noden en opportuniteiten nodigen ze gemeente Alken uit voor een eerste verkennend gesprek. Dit zal doorgaan op woensdag 18 maart omstreeks 19u in hun kantoren op Stayen (Tiensesteenweg 168, ingang W3, 4de verdieping).
Het doel is om elkaar te ontmoeten, ervaringen te delen en samen te onderzoeken waar samenwerking wenselijk en haalbaar kan zijn.
Zij vragen om onze aanwezigheid te bevestigen via antwoord op hun mail van 26.02.2026 en dit uiterlijk op maandag 9 maart 2026.
Feiten en context
De uitdagingen waarmee lokale besturen vandaag worden geconfronteerd, worden steeds complexer en overstijgen vaak de grenzen van één gemeente. Thema's zoals mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling, klimaatadaptatie, dienstverlening, veiligheid en economische ontwikkeling vragen in toenemende mate om een bovenlokale aanpak.
Vanuit die vaststelling wil de beleidscel van Stad Sint-Truiden graag het initiatief nemen om met hun omliggende gemeenten in overleg te gaan over mogelijke vormen van bovenlokale samenwerking. Zij geloven hierbij sterk in een soepele en functionele samenwerking zonder overmatige structuren of zware formele besluitvormingsprocessen.
Omdat ze graag willen vertrekken vanuit concrete noden en opportuniteiten nodigen ze gemeente Alken uit voor een eerste verkennend gesprek. Dit zal doorgaan op woensdag 18 maart omstreeks 19u in hun kantoren op Stayen (Tiensesteenweg 168, ingang W3, 4de verdieping).
Het doel is om elkaar te ontmoeten, ervaringen te delen en samen te onderzoeken waar samenwerking wenselijk en haalbaar kan zijn.
Zij vragen om onze aanwezigheid te bevestigen via antwoord op hun mail van 26.02.2026 en dit uiterlijk op maandag 9 maart 2026.
Juridische grond
Niet van toepassing
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
De uitnodiging van de beleidscel van Stad Sint-Truiden vraagt om een principieel standpunt vanuit het college vermits gemeente Alken ook al in de samenwerkingshub met de gemeenten binnen LRH zitten.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: het college van burgemeester en schepenen beslist om in te gaan op de uitnodiging van Stad Sint-Truiden voor een verkennend overleg omtrent bovenlokale samenwerkingsmogelijkheden.
Zitting van 04 03 2026
Zitdag Tax-on-Web 2026 - hulp bij het invullen van belastingaangifte
Lokale besturen hebben de mogelijkheid om belastingplichtigen in contact te brengen met FOD Financiën indien ze hulp nodig zouden hebben met het invullen van hun belastingaangifte. FOD Financiën probeert de burgers maximaal rechtstreeks te helpen bij het invullen van hun belastingaangifte via telefonische hulp en hulp in de kantoren van FOD Financiën. Die hulp is er voor alle burgers die een aangifte in de personenbelasting moeten indienen en geen voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangen. Wie vragen heeft over de vereenvoudigde aangifte wordt telefonisch geholpen via het Contactcenter.
Daarnaast voorziet FOD Financiën in de aangifteperiode ook drie mogelijke samenwerkingsvormen met lokale besturen:
Sommige burgers ondervinden moeilijkheden bij het invullen van de belastingaangifte. Met uitzondering van de periode van corona, organiseert Alken jaarlijks een zitdag van FOD Financiën om de belastingplichtige burgers te ondersteunen bij vragen of bij het invullen van hun aangifte. Lokale besturen dienen voor 1 april 2026 aan FOD Financiën te laten weten of ze een zitdag wensen te organiseren. Tijdens deze zitdag zal er om de twaalf minuten een afspraak ingeboekt kunnen worden. De afspraken worden ingepland tussen 9 uur en 12 uur en 13 uur en 15 uur. Lokale besturen die een zitdag wensen te organiseren, zullen naderhand een samenwerkingsovereenkomst met FOD Financiën moeten afsluiten.
Feiten en context
Lokale besturen hebben de mogelijkheid om belastingplichtigen in contact te brengen met FOD Financiën indien ze hulp nodig zouden hebben met het invullen van hun belastingaangifte. FOD Financiën probeert de burgers maximaal rechtstreeks te helpen bij het invullen van hun belastingaangifte via telefonische hulp en hulp in de kantoren van FOD Financiën. Die hulp is er voor alle burgers die een aangifte in de personenbelasting moeten indienen en geen voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangen. Wie vragen heeft over de vereenvoudigde aangifte wordt telefonisch geholpen via het Contactcenter.
Daarnaast voorziet FOD Financiën in de aangifteperiode ook drie mogelijke samenwerkingsvormen met lokale besturen:
Juridische grond
Wetboek van Inkomstenbelasting van 10 april 1992;
Artikel 84 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Sommige burgers ondervinden moeilijkheden bij het invullen van de belastingaangifte.
Met uitzondering van de periode van corona, organiseert Alken jaarlijks een zitdag van FOD Financiën om de belastingplichtige burgers te ondersteunen bij vragen of bij het invullen van hun aangifte. Lokale besturen dienen voor 1 april 2026 aan FOD Financiën te laten weten of ze een zitdag wensen te organiseren. Tijdens deze zitdag zal er om de twaalf minuten een afspraak ingeboekt kunnen worden. De afspraken worden ingepland tussen 9 uur en 12 uur en 13 uur en 15 uur. Lokale besturen die een zitdag wensen te organiseren, zullen naderhand een samenwerkingsovereenkomst met FOD Financiën moeten afsluiten.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen wenst zitdag van FOD Financiën te organiseren in Alken om burgers te ondersteunen in het aanvullen van de belastingaangifte.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen wenst beroep te doen op het aanbod van de selfservice, indien blijkt dat het aantal afspraken op de zitdag ontoereikend is voor het aantal vragen van de burgers.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen machtigt de voorzitter van het college, zijnde Marc Penxten, en de algemeen directeur, zijnde Pascal Giesen, om hiervoor op een later moment de concrete afspraken vast te leggen in de samenwerkingsovereenkomst.
Zitting van 04 03 2026
Gedragscode gemeentelijke sociale mediakanalen en ondertekening Hier Niet-initiatief
Bij het beheer van sociale mediapagina's krijg je vroeg of laat te maken met negatieve reacties, scheldpartijen, racisme en soms zelfs haatspraak. Om hier op een gepaste manier op te kunnen reageren (of net niet te reageren, maar het bericht te verwijderen of verbergen), is het noodzakelijk om een kader te creëren in de vorm van een gedragscode. Deze gedragscode heeft als doel om onze communicatie betrouwbaar, respectvol en veilig te houden, in lijn met de gemeentelijke waarden én de principes van het Hier Niet-initiatief.
Daarnaast lijkt het ons aangewezen om het Hier Niet-initiatief als gemeente te onderschrijven, om onze gedragscode kracht bij te zetten. Volgens HierNiet.be legt het initiatief huisregels vast om ervoor te zorgen dat sociale mediakanalen een plek blijven “waar je kan zeggen wat je denkt, op een respectvolle manier”.
Feiten en context
Bij het beheer van sociale mediapagina's krijg je vroeg of laat te maken met negatieve reacties, scheldpartijen, racisme en soms zelfs haatspraak. Om hier op een gepaste manier op te kunnen reageren (of net niet te reageren, maar het bericht te verwijderen of verbergen), is het noodzakelijk om een kader te creëren in de vorm van een gedragscode. Deze gedragscode heeft als doel om onze communicatie betrouwbaar, respectvol en veilig te houden, in lijn met de gemeentelijke waarden én de principes van het Hier Niet-initiatief.
Daarnaast lijkt het ons aangewezen om het Hier Niet-initiatief als gemeente te onderschrijven, om onze gedragscode kracht bij te zetten. Volgens HierNiet.be legt het initiatief huisregels vast om ervoor te zorgen dat sociale mediakanalen een plek blijven “waar je kan zeggen wat je denkt, op een respectvolle manier”.
Juridische grond
● Gemeenteraad – DLB art. 40 en 41 regelt bevoegdheden gemeenteraad
● OCMW raad – DLB art. 77 en 78 regelt bevoegdheden OCMW raad
● College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
● Vast bureau – DLB art. 84 regelt bevoegdheden vast bureau
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het is wenselijk om een gedragscode op te stellen waarin er duidelijke regels vermeld staan voor de beheerders van de officiële sociale mediakanalen van Gemeentebestuur - OCMW Alken. In bijlage vinden jullie een eerste aanzet. Eens de gedragscode is goedgekeurd, kan deze gedeeld worden op onze website en sociale mediakanalen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de voorgestelde gedragscode goed voor het beheer van de officiële sociale mediakanalen van Gemeentebestuur - OCMW Alken.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen beslist om het Hier Niet-initiatief digitaal te onderschrijven.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen gaat ermee akkoord dat de gedragscode en de ondertekening van het Hier Niet-initiatief bekendgemaakt worden op de website en de sociale mediakanalen van Gemeentebestuur - OCMW Alken.
Zitting van 04 03 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de zitdagen in het kader van "Tax on web".
Zitting van 04 03 2026
Belastingkohier reclamedrukwerk - Januari 2026
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand januari 2026 bedraagt 5.763,49 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context,,
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand januari 2026 bedraagt 5.763,49 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
5.763,49 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand januari 2026 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 5.763,49 euro.
Zitting van 04 03 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 04 03 2026
Delegatie aan de financieel directeur voor het opnemen van kortlopende kredietinstrumenten
Het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen is
belast met het financieel beheer, behoudens wat uitdrukkelijk voorbehouden is aan de
gemeenteraad.
In het gemeenteraadsbesluit van 26/02/2026 heeft de gemeenteraad aan het college van
burgemeester en schepenen de bevoegdheid gedelegeerd om kortlopende kredieten zoals
thesaurievoorschotten, vastetermijnkredieten en straightloans op te nemen voor het
opvangen van liquiditeitsnoden.
Thesauriebehoeften zijn vaak dringend en moeilijk vooraf exact in te schatten
Thesaurievoorschotten zijn specifiek bedoeld om verplichte en dringende betalingen mogelijk
te maken “in afwachting van latere belastinginning en andere voorziene ontvangsten die bij
de bank gecentraliseerd staan”.
In de praktijk is het regelmatig niet meteen duidelijk hoeveel financiële ruimte er exact nodig
is, omdat inkomsten cyclisch of onregelmatig toekomen en betalingen soms onverwacht of
versneld moeten worden uitgevoerd.
Daarom moet het bestuur snel kunnen schakelen tussen verschillende instrumenten zoals
thesaurievoorschotten, vastetermijnkredieten of straight loans.
Om te vermijden dat betalingen laattijdig gebeuren, is het aangewezen dat het college van
burgemeester en schepenen toestemming geeft aan de financieel directeur om Belfius Bank
te verzoeken om een thesaurievoorschot ter beschikking te stellen indien er zich een
liquiditeitsnood voordoet.
Omdat de intrestvoeten van thesaurievoorschotten over het algemeen vrij hoog liggen, is het
ook essentieel voor een kostenefficiënte financieringsstrategie dat de financieel directeur de
toestemming krijgt van het college van burgemeester en schepenen om de thesaurievoorschotten eventueel om te zetten in kortlopende kredieten, zoals
vastetermijnkredieten of straightloans.
Feiten en context
Het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen is belast met het financieel beheer, behoudens wat uitdrukkelijk voorbehouden is aan de gemeenteraad.
In het gemeenteraadsbesluit van 26/02/2026 heeft de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid gedelegeerd om kortlopende kredieten zoals thesaurievoorschotten, vastetermijnkredieten en straightloans op te nemen voor het opvangen van liquiditeitsnoden.
Thesauriebehoeften zijn vaak dringend en moeilijk vooraf exact in te schatten
Thesaurievoorschotten zijn specifiek bedoeld om verplichte en dringende betalingen mogelijk
te maken “in afwachting van latere belastinginning en andere voorziene ontvangsten die bij
de bank gecentraliseerd staan”.
In de praktijk is het regelmatig niet meteen duidelijk hoeveel financiële ruimte er exact nodig
is, omdat inkomsten cyclisch of onregelmatig toekomen en betalingen soms onverwacht of
versneld moeten worden uitgevoerd.
Daarom moet het bestuur snel kunnen schakelen tussen verschillende instrumenten zoals
thesaurievoorschotten, vastetermijnkredieten of straight loans.
Om te vermijden dat betalingen laattijdig gebeuren, is het aangewezen dat het college van burgemeester en schepenen toestemming geeft aan de financieel directeur om Belfius Bank te verzoeken om een thesaurievoorschot ter beschikking te stellen indien er zich een liquiditeitsnood voordoet.
Omdat de intrestvoeten van thesaurievoorschotten over het algemeen vrij hoog liggen, is het ook essentieel voor een kostenefficiënte financieringsstrategie dat de financieel directeur de toestemming krijgt van het college van burgemeester en schepenen om de thesaurievoorschotten eventueel om te zetten in kortlopende kredieten, zoals vastetermijnkredieten of straightloans.
Juridische grond
Gemeenteraadsbesluit van 26/02/2026 waarin aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid gedelegeerd wordt om kortlopende kredieten zoals thesaurievoorschotten, vastetermijnkredieten en straight loans op te nemen voor het opvangen van tijdelijke liquiditeitsnoden.
Adviezen
De financieel directeur toestemming geven om Belfius Bank te verzoeken om een thesaurievoorschot ter beschikking te stellen, en om eventueel dit thesaurievoorschot om te zetten in een kortlopend krediet, zoals een vastetermijnkrediet of een straight loan.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen delegeert aan de financieel directeur de
bevoegdheid om kortlopende kredietinstrumenten, zoals thesaurievoorschotten,
vastetermijnkredieten en straight loans, op te nemen voor het opvangen van tijdeljike
liquiditeitsnoden.
Artikel 2: De financieel directeur rapporteert aan het college van burgemeester en schepenen bij de opname van een krediet vermeld in artikel 1.
Artikel 3: Dit delegatiereglement treedt onmiddellijk na goedkeuring en bekendmaking in
werking.
Zitting van 04 03 2026
Afvoering van ambtswege
Pirens Michael ingeschreven in het bevolkingsregister, Hoogdorpsstraat 2/BUS 3 heeft sedert begin december 2025 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Feiten en context
Pirens Michael ingeschreven in het bevolkingsregister, Hoogdorpsstraat 2/BUS 3 heeft sedert begin december 2025 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
In opdracht van gerechtsdeurwaarder Malcorps bij een uithuiszetting op 8 december 2025, wordt hij bijgestaan door de wijkagent Tim Graulus, inspecteur politiezone LRH, op het adres Hoogdorpsstraat 2/BUS 3. Pirens Michael, ingeschreven op dit adres sedert 14 mei 2024, is op dat ogenblik niet aanwezig. Volgens buurtonderzoek heeft hij een appartement al een tijdje geleden verlaten. Bij controle en politieverslag opgesteld door de wijkagent op 13 januari 2026 is er tevens niemand aan te treffen. Vermits zijn huidige verblijfplaats niet kan achterhaald worden stelt de wijkagent voor om over te gaan tot een afvoering van ambtswege. Betrokkene is niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar zijn hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 19 februari 2026 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Michael Pirens, geboren te Hasselt op 25 juli 1990 van Belgische nationaliteit, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Alken, Hoogdorpsstraat 2/BUS 3 verblijft niet meer op dit adres.
Artikel 2: De nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen beslist om Michael Pirens af te voeren van ambtswege.
Zitting van 04 03 2026
Afvoering van ambtswege
Mercier Jordi ingeschreven in het bevolkingsregister, Stationsstraat 112/ABU1 heeft sedert november 2025 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Feiten en context
Mercier Jordi ingeschreven in het bevolkingsregister, Stationsstraat 112/ABU1 heeft sedert november 2025 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Bij een adrescontrole op 29 december 2025 van nieuwe inwoners op het adres Stationsstraat 112/ABU1 werd door de wijkagent Kristien Hoebrechts, inspecteur politiezone LRH, vastgesteld dat de vorige huurder Jordi Mercier er niet meer verblijft. Betrokkene wordt door ons op 5 januari 2026 per brief uitgenodigd om alsnog aangifte te doen van zijn adreswijziging. Volgens inlichtingen bekomen bij de ex- vriendin van Mercier zou hij eventueel bij zijn vader in Leuven verblijven, Naamsesteenweg 289/0102. Er werd op 5 januari 2026 een model 6 verstuurd naar het stadsbestuur van Leuven. Na controle van de wijkagent in Leuven ontvingen wij een model 4, een bewijs van niet inschrijving op 10 februari 2026. Volgens zijn vader zou hij in het Antwerpse wonen bij vrienden, adres onbekend. Vermits zijn huidige verblijfplaats niet kan achterhaald worden stelt de wijkagent voor om over te gaan tot een afvoering van ambtswege. Betrokkene is niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar zijn hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 24 februari 2026 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1:: Jordi Mercier, geboren te Leuven op 13 november 1996 van Belgische nationaliteit, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Alken, Stationsstraat 112/ABU1 verblijft niet meer op dit adres.
Artikel 2: de nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: het college van burgemeester beslist om Jordi Mercier af te voeren van ambtswege.
Zitting van 04 03 2026
Princiepsaanvraag subsidie TC De Alk
De tennisclub De Alk richt een princiepsaanvraag (zie bijlage) voor ondersteuning aan het college van burgemeester en schepenen op basis van het reglement 'financiële autonomie sportverenigingen met recht van opstal'.
Volgens dit reglement kan de toegewezen subsidie maximum 75% van de geraamde kosten, inclusief btw, bedragen.
De club wenst 1 tennisveld te verwijderen en daarvoor 4 pickleball-velden in de plaats te leggen.
Feiten en context
De tennisclub De Alk richt een princiepsaanvraag (zie bijlage) voor ondersteuning aan het college van burgemeester en schepenen op basis van het reglement 'financiële autonomie sportverenigingen met recht van opstal'.
Volgens dit reglement kan de toegewezen subsidie maximum 75% van de geraamde kosten, inclusief btw, bedragen.
De club wenst 1 tennisveld te verwijderen en daarvoor 4 pickleball-velden in de plaats te leggen.
Juridische grond
DLB art. 56.
Subsidiereglement financiële autonomie sportverenigingen met recht van opstal.
Adviezen
Gunstig advies van de sportraad van 2 maart 2026
Advies van de firma Stadsbader die raamt dat de werken een 30% duurder zullen zijn indien deze in een latere, afzonderlijke fase uitgevoerd worden
Argumentatie
Omwille van de huidige werken voor Alken Vallei is dit het moment voor het verwijderen van het vooraan gelegen tennisveld (inclusief draad) en de aanleg van 4 veldjes pickleball te voorzien. De werken zijn immers bezig en de noodzakelijke machines zijn aanwezig voor de aanleg van het polyvalent sportterrein en de calisthenics zone. Hierdoor is de kostprijs van de aanleg nu veel lager dan indien deze werken in een latere fase uitgevoerd zouden worden als de werken Alken vallei beëindigd zijn. Dit wordt ook bevestigd door de huidige aannemer Stadsbader. Een belangrijk bijkomend argument is dat als de werken nadien uitgevoerd zouden worden, er naar alle waarschijnlijkheid schade toegebracht zal worden aan de werken die vandaag in Alken vallei uitgevoerd worden. Dit omdat er een asfaltmachine moet komen, graafwerken moeten gebeuren, omheining verwijderd moet worden, …
Door de aanleg van 4 pickleball terreinen tracht de club op een middelpunt binnen Alken Vallei de vernieuwing door te trekken en de visuele beleving eveneens te optimaliseren om ook het aanbod van pickleball te integreren in het domein.
De werken voor de aanleg van het nieuwe terrein zullen door dezelfde aannemer kunnen gebeuren die ook het multisportveld en het calisthenicstoestel met bijhorende ondergrond zal plaatsen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt voor het jaar 2026:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
| / |
|
Datum visumaanvraag: | / | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | / | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met een tussenkomst van max. 75% in de subsidieaanvraag van TC De Alk voor de aanleg van 4 pickleball-velden onder volgende voorwaarden:
● Het subsidiebedrag is beperkt tot maximum 75% van de raming. De raming bedraagt € 44.314 exclusief btw. of € 53.617 btw inclusief. Het overige bedrag is ten laste van de tennisclub De Alk.
● Het terrein moet ook gebruikt kunnen worden (gratis of huren) door niet-leden (wel of niet op bepaalde momenten, voorrangsregeling, …). Hiervoor dient de dienst in overleg te gaan met de tennisclub en afspraken te maken hoe dit praktisch kan.
● De nodige kredieten dienen binnen de beschikbare kredieten van vrije tijd in het meerjarenplan aangesproken te worden.
● Conform het reglement moeten er nog allerhande documenten (recht van opstal, ledenlijst, …) door de club aangeleverd worden, alsook het advies van de studiedienst en dient het dossier ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd te worden.
● Indien de tennisclub in het jaar 2026 voor meer dan 50% van haar inkomsten afhankelijk is van de overheid, dient zij ook de wet op de overheidsopdrachten te respecteren.
Zitting van 04 03 2026
Tijdelijke herlocatie terras Sportwereld
De heer Bart Jeuris, uitbater van De Sportwereld vraagt voor de tijdelijke herlocatie van zijn terras, dat goedgekeurd werd door het college van burgmeester en schepenen van 4 oktober 2017. Gezien een gedeelte van zijn vergund terras momenteel niet geplaatst kan worden door de werken aan Alkenvallei zou het terras kunnen verschuiven zoals aangeduid op grondplan 'tijdelijke uitbreiding tijdens werken Alkenvallei' in bijlage. De nieuwe toestand is dan nog steeds een stuk kleiner, dus zeker geen uitbreiding, enkel tijdelijke herlocalisatie.
Foto 1 in bijlage: terras uitbreiden voor de heras-hekken tot aan de geul. Hier is dan nog steeds meer dan voldoende ruimte voor het zeer beperkte gemotoriseerd verkeer. Zelfs een vrachtwagen kan hier vlot door.
Foto 2: het bestaande terras kan wat uitbreiden voor de eigen zaak. Dit op voorwaarde dat de fietsenrekken verschuiven naar woning voor huisnummer 7 (zie foto 3). Dit is dan wel openbaar domein, maar een voorwaarde is wel om dit wel eerst met de buren te bespreken.
Feiten en context
De heer Bart Jeuris, uitbater van De Sportwereld vraagt de tijdelijke herlocatie van zijn terras, dat goedgekeurd werd door het college van burgmeester en schepenen van 4 oktober 2017. Gezien een gedeelte van zijn vergund terras momenteel niet geplaatst kan worden door de werken aan Alkenvallei zou het terras kunnen verschuiven zoals aangeduid op grondplan 'tijdelijke uitbreiding tijdens werken Alkenvallei' in bijlage. De nieuwe toestand is dan nog steeds een stuk kleiner, dus zeker geen uitbreiding, enkel tijdelijke herlocalisatie.
● Foto 1 in bijlage: terras uitbreiden voor de heras-hekken tot aan de geul. Hier is dan nog steeds meer dan voldoende ruimte voor het zeer beperkte gemotoriseerd verkeer. Zelfs een vrachtwagen kan hier vlot door.
● Foto 2: het bestaande terras kan wat uitbreiden voor de eigen zaak. Dit op voorwaarde dat de fietsenrekken verschuiven naar woning voor huisnummer 7 (zie foto 3). Dit is dan wel openbaar domein, maar een voorwaarde is wel om dit wel eerst met de buren te bespreken.
Juridische grond
Het gemeentelijk reglement betreffende de inrichting van horecaterrassen op het openbaar domein, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 januari 2020;
Artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
De hinder van de werken er voor zorgt dat het terras van de Sportwereld zoals vergund in het college van burgemeester en schepenen van 4 oktober 2017, niet volwaardig geplaatst kan worden. Aangezien voorgestelde herlocatie geen hinder zal veroorzaken, zowel voor omwonenden als voor gemotoriseerd verkeer lijkt dit voorstel geen probleem.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Aan de heer Bart Jeuris wordt toelating verleend om het terras te verplaatsen volgens plan in bijlage.
Artikel 2: Deze goedkeuring is slechts geldig tot de voorlopige oplevering van de werken aan de Alkenvallei of, indien dit eerder het geval is, tot de hinder ter plaatse weg is en het terras in de vergunde toestand kan worden opgesteld.
Artikel 3: De in artikel 1 en 2 genoemde goedkeuring wordt verleend op voorwaarde dat er steeds een vrije doorgang van 1,5 m voor voetgangers en rolstoelgebruikers gelaten wordt en dat de veiligheid gegarandeerd wordt.
Zitting van 04 03 2026
Omgevingsvergunning 1083
Aanvraag omgevingsvergunning over: de verbouwing en uitbreiding van een bestaande woning ingediend door Jarne en Valerie Boesmans - Stevens wonende te Herkenrodestraat 15 te 3600 Genk. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Grootstraat 88, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 712 W en (afd. 2) sectie E 713 K. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Jarne en Valerie Boesmans - Stevens wonende te Herkenrodestraat 15 te 3600 Genk
|
Ligging van het perceel: | Grootstraat 88
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nrs. 712W en 713K
|
Projectnaam: | Grootstraat 88- Boesmans-Stevens
|
Dossiernummer: | 2025149
|
Intern dossiernummer: | 1083
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025151191
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de verbouwing en uitbreiding van een bestaande woning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de verbouwing en uitbreiding van een bestaande woning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter (eerste 50m) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal- culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, noch binnen de contouren van een goedgekeurde niet vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel beperkt gelegen is in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied.
Waardoor advies werd gevraagd aan Watering de Herk en de afdeling Waterbeheer van de provincie Limburg. Volgend advies werd verleend :
Ingevolge artikel 1.3.1.1 betreffende de watertoets van het decreet integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, is het nodig een wateradvies te verkrijgen van de waterbeheerder. De waterbeheerder die dit advies officieel moet verstrekken is Watering De Herk. In kader van de watertoets en/of bindende bepalingen treedt de afdeling Waterbeheer van de provincie Limburg voor dit dossier op als ondersteunende adviesverlenende instantie. Dit advies werd door de provincie opgeladen in het omgevingsloket. Aan de watering wordt gevraagd om dit advies tot het hare te maken en het advies van de afdeling Waterbeheer te bekrachtigen in het omgevingsloket.
Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets gunstig beoordeeld werd. Het perceel is beperkt gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Echter betreft het enkel de mogelijke waterstagnatie op straat van zodra de riolering het debiet van een zware lokale stortbui niet kan trekken. Dit water komt niet tot aan de voorgevel van de woning. De woning is voldoende hoog boven de straat gebouwd om binnenstromen van water in de woning te vermijden. En als gevolg van de geplande werken wordt geen overstromingsvolume in de vallei ingenomen en/of mogelijke overlast verplaatst naar de omgeving.
Aangezien de oppervlakte van daken/verhardingen in de aanvraag minder dan 1000 m² bedraagt, wordt er door de waterbeheerder in principe geen uitspraak gedaan over de GSV hemelwater. Het is aan de vergunningverlener om na te gaan of hieraan voldaan wordt. Echter willen we u er attent op maken dat de infiltratievoorziening in het hoogste punt van het terrein, tegen de achterste perceelsgrens wordt ingetekend. Het is twijfelachtig of een ondiepe infiltratievoorziening (< 50 cm) op deze locatie technisch haalbaar is. Rekening houdend met de afhellend terrein richting de straat, is het logischer om de infiltratievoorziening in de voortuin te plaatsen.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 124,27m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 3200 liter en een infiltratieoppervlakte van 7,6m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor 2 toiletten, het wasmachine en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit en een tuinpad, alsook het terras. Voor tuinpad en terras kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 17 december 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 14 januari 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 26 februari 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E 712 W
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E 713 K
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag situeert zich aan een gemeentelijke weg, nl. de Grootstraat, die voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een landelijke omgeving gekenmerkt door vrijstaande en halfopen eengezinswoningen, landbouwbedrijfsgebouwen en landbouwgronden. De opdrachtgevers wensen de woning te verbouwen en uit te breiden. De aanvraag omhelst het verbouwen van een woning met het uitbreiden van een gelijkvloerse verdieping van een woning. De bestaande bijgebouwen worden afgebroken.
De nieuwe aanvraag volgt de algemene regels :
- De diepte is minder dan 17m op het gelijkvloers en minder dan 12m op de verdieping.
- De afstand tot de perceelsgrenzen is overal meer dan 3m.
- De bouwlijn wordt niet gewijzigd.
- Het gabarit van het hoofdvolume blijft ongewijzigd.
- De hemelwaterverordening wordt gevolgd.
- De verhardingen zijn tot een minimum beperkt
- Het materiaalgebruik is hedendaags en past in de omgeving.
De bebouwde en verharde oppervlakte wordt verkleind en beperkt. Het terreinniveau wordt nergens aangepast.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 16 januari 2026 | 23 januari 2026 | gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 16 januari 2026 | 23 januari 2026 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 16 januari 2026 digitaal ter advies voorgelegd aan Provincie Limburg - Afdeling Waterbeheer. Op 23 januari 2026 werd een gunstig advies ontvangen. Dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
De aanvraag werd op 16 januari 2026 digitaal ter advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 23 januari 2026 werd een gunstig advies ontvangen. Dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande woning. De voorgestelde verbouwing is functioneel aanvaardbaar gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan. Het betreft de verbouwing van een ééngezinswoning in een landelijk woongebied en de voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving.
- Mobiliteitsaspect: er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De tuinzone voor de ééngezinswoning is gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Visueel-vormelijke elementen: de verbouwingen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. Voorgesteld ontwerp is qua vormgeving, materiaalgebruik en architectuur stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing in de omgeving. De voorgestelde materialen zijn aanvaardbaar binnen deze bebouwde context.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht. De aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden..
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door de verbouwing van de woning, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder voorwaarde:
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De inrit mag maximaal 4,5m bedragen in aansluiting met het openbaar domein. De resterende delen van het perceel dienen niet overrijdbaar afgesloten te worden ter hoogte van de rooilijn.
● Conform het advies van de Provincie Limburg - Afdeling Waterbeheer dient de open infiltratievoorziening in de voortuin voorzien te worden. Hiertoe dient een aangepast inplantingsplan en rioleringsplan aangeleverd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 04/03/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Jarne en Valerie Boesmans - Stevens wonende te Herkenrodestraat 15 te 3600 Genk, de verbouwing en uitbreiding van een bestaande woning, gelegen Grootstraat 88, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 712 W en (afd. 2) sectie E 713 K voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De inrit mag maximaal 4,5m bedragen in aansluiting met het openbaar domein. De resterende delen van het perceel dienen niet overrijdbaar afgesloten te worden ter hoogte van de rooilijn.
● Conform het advies van de Provincie Limburg - Afdeling Waterbeheer dient de open infiltratievoorziening in de voortuin voorzien te worden. Hiertoe dient een aangepast inplantingsplan en rioleringsplan aangeleverd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 04 03 2026
Omgevingsvergunning 1084
Aanvraag omgevingsvergunning over: de afbraak van de bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning ingediend door Joeri Nicasi wonende te Waterburchtstraat 24 te 3560 Lummen. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Pleinstraat 118, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 778 F en (afd. 2) sectie G 779 C. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Joeri Nicasi wonende te Waterburchtstraat 24 te 3560 Lummen
|
Ligging van het perceel: | Pleinstraat 118
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie G nrs. 778F en 779C
|
Projectnaam: | Pleinstraat 118 - Nicasi-Raskin
|
Dossiernummer: | 2025150
|
Intern dossiernummer: | 1084
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025155927
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de afbraak van de bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de afbraak van de bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter en achterliggend agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan. Het eigendom is niet gelegen binnen een niet-vervallen verkaveling. Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project de afbraak van de bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 83m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 7500 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 3028 liter en een infiltratieoppervlakte van 7,02m. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit met karrenspoor en een toegangspad met stapstenen , alsook het terras. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 18 december 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 14 januari 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA |
|
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie G 778 F
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De bestaande woning is gelegen aan een gemeentelijke weg nl. de Pleinstraat. Deze weg is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk halfopen en open bebouwingen.
Het betreft een perceel dat momenteel bebouwd is met een ééngezinswoning van het type open bebouwing. Het perceel is gelegen aan het hoekpunt tussen de Pleinstraat en de Eikenbosweg te Alken. De bestaande woning bestaat uit een hoofdvolume met 2 volwaardige bouwlagen en een hellend dak evenwijdig met de voorgevel. Dit volume wordt aan beide zijdes geflankeerd door 2 kleinere volumes van 1 bouwlaag hoog. In het volume links van het hoofdvolume is een inpandige garage voorzien. Aan de achterzijde van de woning zijn een aantal kleine volumes van één bouwlaag gebouwd. Het perceel van de rechterbuur is bebouwd met een ééngezinswoning, van het type open bebouwing. Het perceel van de linkerbuur, aan de overzijde van de Eikenbosweg, is ook bebouwd met een ééngezinswoning, van het type open bebouwing.
De bestemming van de woning is residentieel gebruik met als hoofdfunctie wonen. Er wordt geen nevenfunctie in de woning voorzien. Op het perceel wordt één woning gebouwd. Het betreft een open bebouwing met twee bouwlagen en een plat dak.
De totale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 8,3 meter ten opzichte van de voorbouwlijn. Deze bouwdiepte geldt ook voor de verdieping. Ze blijft binnen de stedenbouwkundige voorschriften, die een maximale bouwdiepte van 17 meter op het gelijkvloers en 12 meter op de verdieping toelaten. De afstand tot de rooilijn bedraagt minimaal 6,00m.
De woning zal bestaan uit twee volwaardige bovengrondse bouwlagen. De woning heeft een hoogte van 5,85 m ten opzichte van het vloerpeil van de woning. De woning heeft een hoogte van 6,63 m ten opzichte van de as van de weg (46,02 TAW). Het gekozen punt ligt op de as van de weg, centraal voor de woning, hoewel er rekening mee moet worden gehouden dat de weg in helling ligt. Ten opzichte van het aanpalend maaiveld (46,65 TAW) bedraagt de hoogte van de woning 6,00m. Dit betreft normale hoogtes voor een nieuwbouw rekening houdende met de huidige comfort- en isolatienormen.
De woning heeft een breedte van 10,00 meter. De afstand tot de perceelsgrens bedraagt minimaal 5,04 meter in de linkerzijtuinstrook en minimaal 6,00m in de rechterzijtuinstrook. Beide afstanden overschrijden ruimschoots de minimale afstand van 3 meter zoals voorzien in de stedenbouwkundige voorschriften.
Het vloerpeil van de woning zal op 78cm boven de as van de weg (46,02 TAW) liggen. Het betreft een hellend perceel, het laagste punt (46,19 TAW) bevindt zich in de linkerhoek van de rooilijn. Het hoogste punt (46,92 TAW) bevindt zich in de rechterhoek aan de achterzijde van het perceel. Het perceel helt zowel in dwarse richting (van de rechter perceelsgrens naar de linker perceelsgrens) als in langse richting (van de achterste perceelsgrens naar de voorste perceelsgrens). Het betreffende perceel is niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied. Het bestaande niveau van het terrein wordt maximaal behouden.
De woninggevel wordt afgewerkt met licht grijs-beige gevelsteen, gecombineerd antracietgrijs buitenschrijnwerk in PVC. De dakranden worden vervaardigd uit PVC. De afvoerbuizen worden vervaardigd uit zink. De gebruikte materialen zijn kwalitatief, esthetisch en duurzaam verantwoord.
Het perceel wordt omsloten door een levende haag. Achter de voorgevellijn zal de hoogte van deze levende 170 cm bedragen. Tussen de rooilijn en de voorgevellijn bedraagt de hoogte van de haag 70 cm. Verschillende percelen in de omgeving bevatten ook een omheining in de vorm van een levende haag van deze hoogte. Dit past binnen de stedenbouwkundige voorschriften die achter de voorgevellijn levende haag met een hoogte van maximaal 2,0m en voor de voorgevellijn een levende haag met een hoogte van maximaal 1,0m toelaten.
De oprit bestaat uit een karrenspoor met grind waar het water goed kan intrekken. Deze oprit is noodzakelijk om aangenaam de woning te bereiken. Het karrenspoor wordt voorzien zodat 2 auto’s comfortabel achter elkaar kunnen parkeren. De aansluiting aan de straat blijft beperkt tot het minimale. Daarnaast wordt een pad uit stapstenen naar de voordeur voorzien die aan de voorzijde van de woning gelegen is. Deze stapstenen worden in een helling van 0% geplaatst zodat het water op eigen terrein kan infilteren. In de achtertuinstrook wordt een terras van 9m2 voorzien aansluitend aan het grote raam in de keuken. Het terras wordt in een helling van 0% op terrasdragers geplaatst zodat het water onmiddellijk en in eigen bodem kan intrekken. De bebouwde oppervlakte van de woning bedraagt 83,00m2. De oppervlakte van het terrein bedraagt conform opmeting van de landmeter 849,71m2. De totale verharde oppervlakte (inclusief woning) bedraagt 108,44m2, hetgeen 12,75% van de totale oppervlakte. Er wordt enkel gebruik gemaakt van waterdoorlatende materialen voor de verharding rondom de woning. De verhardingen worden tot een minimum beperkt. De vermelde verhardingen vallen binnen de stedenbouwkundige voorschriften voor de verhardingen van de voortuinstrook, zijtuinstrook en achtertuinstrook. De voorschriften laten een toegangspad in de voortuinstrook, een inrit in de voortuin- en zijtuinstrook en een terras (totale verharding in de achtertuinstrook is kleiner dan 1/3 van de oppervlakte van de achtertuin) in de achtertuinstrook toe.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in regel met de geldende gewestplanvoorschriften.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 14 januari 2026 | 16 januari 2026 | geen advies |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 14 januari 2026 | 15 januari 2026 | geen advies |
Interne Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Bert Penxten | 14 januari 2026 | 14 januari 2026 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 14 januari 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan provincie Limburg - afdeling Waterbeheer en aan Watering de Herk. Beide diensten gaven aan dat er geen advies vereist is.
De aanvraag werd op 14 januari 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Technische Diest. Op 14 jannuari gaf deze dienst volgende opmerking : septische put is niet meer noodzakelijk, momenteel zijn er rioleringswerken van Aquafin bezig en is er een afkoppelingsplan gemaakt voor de bestaande woning, hiermee dient rekening gehouden te worden bij de aansluiting van DWA-afvoer bij de verbouwingen. Dit zal als voorwaarde opgenomen worden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan.
- Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal.. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De op te richten woning overschrijdt geenszins de draagkracht van het terrein. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De tuinzone voor de ééngezinswoning is gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
- Visueel-vormelijke elementen: Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies gunstig advies, onder voorwaarden:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II. De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag
● Het mogelijks verwijderen van de asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk. Er dient voor de start van de sloop- of renovatiewerken een destructieve asbestinventaris te worden opgemaakt.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen
● Er dienst rekening gehouden met de opmerking van de gemeentelijk technische Dienst zijnde : septische put is niet meer noodzakelijk, momenteel zijn er rioleringswerken van Aquafin bezig en is er een afkoppelingsplan gemaakt voor de bestaande woning, hiermee dient rekening gehouden te worden bij de aansluiting van DWA-afvoer bij de verbouwingen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 04/03/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Joeri Nicasi wonende te Waterburchtstraat 24 te 3560 Lummen, de afbraak van de bestaande woning met bijgebouwen en de realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning, gelegen Pleinstraat 118, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 778 F en (afd. 2) sectie G 779 C voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II. De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag
● Het mogelijks verwijderen van de asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk. Er dient voor de start van de sloop- of renovatiewerken een destructieve asbestinventaris te worden opgemaakt.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen
● Er dienst rekening gehouden met de opmerking van de gemeentelijk technische Dienst zijnde : septische put is niet meer noodzakelijk, momenteel zijn er rioleringswerken van Aquafin bezig en is er een afkoppelingsplan gemaakt voor de bestaande woning, hiermee dient rekening gehouden te worden bij de aansluiting van DWA-afvoer bij de verbouwingen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 04 03 2026
Subsidie onderhoud meidoornhaag
Op 23 februari 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door de heer Coteur Roger, Grootstraat 96 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor onderhoud van een meidoornhaag op de percelen gelegen op volgende perceelnummers, Afd. 2 Sectie E, perceelnummer 539B
Feiten en context
Op 23 februari 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Coteur Roger, Grootstraat 96 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor onderhoud van een meidoornhaag op de percelen gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 2, Sectie E, perceelnummer 539B
Juridische grond
Het gemeenteraadsbesluit van de gemeenteraad van 27 augustus 2020, houdende goedkeuring van een premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Met de subsidies voor de aanleg/aanplant en het onderhoud van de kleine landschapselementen wil de gemeente het onderhoud en de uitbreiding van kleine landschapselementen stimuleren. Voor het onderhoud van een meidoornhaag van 80 meter voorziet de gemeente €0,50 per meter, dus een totaalsubsidie van €40
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€40,00 | niet van toepassing | 001221 |
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan de heer Coteur Roger, Grootstraat 96, 3570 Alken wordt een toelage van €40,00 toegekend voor onderhoud van een meidoornhaag van 80 meter, conform het gemeenteraadsbesluit van 27 augustus 2020 inzake een gemeentelijke premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP001221 van het budget 2026
Zitting van 04 03 2026
Attest verkoopbaarheid OMV 701 - Klameerstraat
Op 23 februari 2026 ontvingen we van mevrouw Moermans van Immo Top Invest
de vraag om een verkoopbaarheidsattest af te leveren aangaande de verkaveling met referte V701 op naam van JVMM.
Feiten en context
Op 23 februari 2026 ontvingen we van mevrouw Moermans van Immo Top Invest de vraag om een verkoopbaarheidsattest af te leveren aangaande de verkaveling met referte V701 op naam van JVMM.
Juridische grond
Art. 4.2.16 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Omgevingsvergunning voor het verkavelen van een perceel grond met gemeentelijk kenmerk V701 werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 19/11/2025 aan JVMM.
Het betreft een verkaveling van een perceel in 6 loten halfopen bebouwing op een perceel met adres Klameerstraat zn., kadastraal gekend als : (afd. 2) sectie F 859 G.
De voorwaarden die werden opgelegd bij de omgevingsvergunning zijn:
● Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
● Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).
● Lot 7 wordt uit de verkaveling gesloten gezien de bestaande haag en bergplaats in het noorden behouden blijven bij het aanpalend goed Hoogsimsestraat 75.
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● In geval van stedenbouwkundige aanvragen voor bebouwing van de bouwloten die halfopen bebouwing toelaten, kan de aanvrager van een lot dat deel uitmaakt van een bouwblok, vrij, maar conform de voorschriften, bouwhoogte, dakvorm en materialisatie bepalen. De andere loten binnen hetzelfde bouwblok dienen zich hier verplichtend naar te richten.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 08.09.2025 met ref. 5000108625 dient strikt te worden nageleefd.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 22.08.2025 dient nageleefd te worden.
● Het gunstig advies van Wyre d.d. 27.08.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Er mogen geen terrassen voorzien worden op de verdieping, gezien dit grondgebonden woningen betreffen waarbij de buitenruimte dient voorzien te worden op het gelijkvloers niveau.
Fluvius liet op 26/02/2026 weten dat de initiatiefnemer de gevraagde tussenkomsten voor het uitbreiden of aanpassen van de nutsleidingen/capaciteitsinname ten behoeve van zijn project heeft voldaan en dat het verkoopbaarheidsattest afgeleverd mag worden.
De Watergroep liet op 24/02/2026 weten dat de financiering van de werken in orde was.
Het terrein is vrijgemaakt van constructies en verhardingen, cfr. controle van de verbalisant R.O op 02/03/2026.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verklaart dat er aan de opgelegde voorwaarden werd voldaan, betreffende de verkavelingsvergunning met gemeentelijk kenmerk V701 afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 19/11/2025 aan JVMM voor de verkaveling van 6 loten halfopen bebouwing op een perceel met als adres Klameerstraat zn. en kadastraal gekend als afdeling 2 sectie F nr. 859G.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen levert aan mevrouw Moermans van Immo Top Invest een attest van verkoopbaarheid conform artikel 4.2.16 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af.
Artikel 3: De volgende voorwaarden bij de verkavelingsvergunning blijven van toepassing:
● Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
● Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).
● Lot 7 wordt uit de verkaveling gesloten gezien de bestaande haag en bergplaats in het noorden behouden blijven bij het aanpalend goed Hoogsimsestraat 75.
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● In geval van stedenbouwkundige aanvragen voor bebouwing van de bouwloten die halfopen bebouwing toelaten, kan de aanvrager van een lot dat deel uitmaakt van een bouwblok, vrij, maar conform de voorschriften, bouwhoogte, dakvorm en materialisatie bepalen. De andere loten binnen hetzelfde bouwblok dienen zich hier verplichtend naar te richten.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 08.09.2025 met ref. 5000108625 dient strikt te worden nageleefd.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 22.08.2025 dient nageleefd te worden.
● Het gunstig advies van Wyre d.d. 27.08.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Er mogen geen terrassen voorzien worden op de verdieping, gezien dit grondgebonden woningen betreffen waarbij de buitenruimte dient voorzien te worden op het gelijkvloers niveau.
Zitting van 04 03 2026
Attest verkoopbaarheid OMV 702 - Hoogsimsestraat
Op 23 februari 2026 ontvingen we van mevrouw Moermans van Immo Top Invest de vraag om een verkoopbaarheidsattest af te leveren aangaande de verkaveling met referte V702 op naam van JVMM.
Feiten en context
Op 23 februari 2026 ontvingen we van mevrouw Moermans van Immo Top Invest de vraag om een verkoopbaarheidsattest af te leveren aangaande de verkaveling met referte V702 op naam van JVMM.
Juridische grond
Art. 4.2.16 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Omgevingsvergunning voor het verkavelen van een perceel grond met gemeentelijk kenmerk V702 werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 19/11/2025 aan JVMM.
Het betreft een verkaveling van een perceel in 4 loten halfopen bebouwing en 1 lot open bebouwing op een perceel met adres Hoogsimsestraat zn., kadastraal gekend als afdeling 2 sectie F nrs. 864K, 864H, 864E, 864/2 A en 864/2 B.
De voorwaarden die werden opgelegd bij de omgevingsvergunning zijn:
● Het achterliggende lot 6 gesitueerd binnen het agrarisch gebied wordt uit de verkaveling gesloten gezien gelegen buiten de woonzone.
● Lot 7 wordt eveneens uit de verkaveling gesloten gezien dit lot zal dienen voor de oprichting van een elektriciteitscabine in het kader van de nutsvoorzieningen.
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● In geval van stedenbouwkundige aanvragen voor bebouwing van de bouwloten die halfopen bebouwing toelaten, kan de aanvrager van een lot dat deel uitmaakt van een bouwblok, vrij, maar conform de voorschriften, bouwhoogte, dakvorm en materialisatie bepalen. De andere loten binnen hetzelfde bouwblok dienen zich hier verplichtend naar te richten.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 10.09.2025 met ref. 5000108626 dient strikt te worden nageleefd.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 22.08.2025 dient nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre d.d. 27.08.2025 met ref. 25205771 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorliggende perceel met kadastraal nummer 864/2C in eigendom van de gemeente Alken, zal overgedragen worden naar openbaar domein tot er meer duidelijkheid is aangaande de vastlegging van een nieuwe rooilijn voor de Hoogsimsestraat. (procedure dient nog opgestart te worden).
● Er mogen geen terrassen voorzien worden op de verdieping, gezien dit grondgebonden woningen betreffen waarbij de buitenruimte dient voorzien te worden op het gelijkvloers niveau.
Fluvius liet op 26/02/2026 weten dat de initiatiefnemer de gevraagde tussenkomsten voor het uitbreiden of aanpassen van de nutsleidingen/capaciteitsinname ten behoeve van zijn project heeft voldaan en dat het verkoopbaarheidsattest afgeleverd mag worden.
De Watergroep liet op 23/02/2026 weten dat de financiering van de werken in orde was. Ook Wyre liet weten dat aan hun voorwaarden voldaan werd.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verklaart dat er aan de opgelegde voorwaarden werd voldaan, betreffende de verkavelingsvergunning met gemeentelijk kenmerk V702 afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 19/11/2025 aan JVMM voor de verkaveling van het verkavelen van 4 loten halfopen bebouwing en 1 lot open bebouwing op een perceel met als adres Hoogsimsestraat zn. en kadastraal gekend als afdeling 2 sectie F nrs. 864K, 864H, 864E, 864/2 A en 864/2 B;
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen levert aan mevrouw Moermans van Immo Top Invest een attest van verkoopbaarheid conform artikel 4.2.16 § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af.
Artikel 3: De volgende voorwaarden bij de verkavelingsvergunning blijven van toepassing:
● Het achterliggende lot 6 gesitueerd binnen het agrarisch gebied wordt uit de verkaveling gesloten gezien gelegen buiten de woonzone.
● Lot 7 wordt eveneens uit de verkaveling gesloten gezien dit lot zal dienen voor de oprichting van een elektriciteitscabine in het kader van de nutsvoorzieningen.
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● In geval van stedenbouwkundige aanvragen voor bebouwing van de bouwloten die halfopen bebouwing toelaten, kan de aanvrager van een lot dat deel uitmaakt van een bouwblok, vrij, maar conform de voorschriften, bouwhoogte, dakvorm en materialisatie bepalen. De andere loten binnen hetzelfde bouwblok dienen zich hier verplichtend naar te richten.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 10.09.2025 met ref. 5000108626 dient strikt te worden nageleefd.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 22.08.2025 dient nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre d.d. 27.08.2025 met ref. 25205771 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorliggende perceel met kadastraal nummer 864/2C in eigendom van de gemeente Alken, zal overgedragen worden naar openbaar domein tot er meer duidelijkheid is aangaande de vastlegging van een nieuwe rooilijn voor de Hoogsimsestraat. (procedure dient nog opgestart te worden).
● Er mogen geen terrassen voorzien worden op de verdieping, gezien dit grondgebonden woningen betreffen waarbij de buitenruimte dient voorzien te worden op het gelijkvloers niveau.
Zitting van 04 03 2026
Participatieproject Sint-Aldegondislaan
In het kader van een stage bij dienst milieu zal een participatietraject gestart worden. Dit traject zal onderzoeken waar onthard kan worden in de Sint-Aldegondislaan, de aangrenzende weg naar De B@sis en de pastorietuin in Centrum-Alken (zie plan in bijlage). Met als doel een leefbaar centrum te creëren dat zowel vergroening, een speels element als waterinfiltratie voorziet. Hierbij wordt rekening gehouden met bestuivers in het kader van 'Bijenvriendelijke gemeente'.
Relevante interne diensten en externe instanties worden gecontacteerd om te achterhalen waar ontharding in de Sint-Aldegondislaan, de aangrenzende weg naar De B@sis en de pastorietuin mogelijk is (zie plan in bijlage). Hierna onderzoekt de student welke vergroening, speelse elementen en waterinfiltratie mogelijk zijn in de omgeving. De leerlingen en ouders van De B@s!s en 't Laantje worden betrokken om hun voorkeur te geven met een participatietraject. Zo wordt uiteindelijk een ontwerpvoorstel bekomen dat gedragen is.
Dit traject vormt een eerste stap in het onderzoeken hoe Centrum-Alken leefbaarder gemaakt kan worden.
Feiten en context
In het kader van een stage bij dienst milieu zal een participatietraject gestart worden. Dit traject zal onderzoeken waar onthard kan worden in de Sint-Aldegondislaan, de aangrenzende weg naar De B@sis en de pastorietuin in Centrum-Alken (zie plan in bijlage). Met als doel een leefbaar centrum te creëren dat zowel vergroening, een speels element als waterinfiltratie voorziet. Hierbij wordt rekening gehouden met bestuivers in het kader van 'Bijenvriendelijke gemeente'.
Relevante interne diensten en externe instanties worden gecontacteerd om te achterhalen waar ontharding in de Sint-Aldegondislaan, de aangrenzende weg naar De B@sis en de pastorietuin mogelijk is (zie plan in bijlage). Hierna onderzoekt de student welke vergroening, speelse elementen en waterinfiltratie mogelijk zijn in de omgeving. De leerlingen en ouders van De B@s!s en 't Laantje worden betrokken om hun voorkeur te geven met een participatietraject. Zo wordt uiteindelijk een ontwerpvoorstel bekomen dat gedragen is.
Dit traject vormt een eerste stap in het onderzoeken hoe Centrum-Alken leefbaarder gemaakt kan worden.
Juridische grond
Gezien het ondertekenen door de gemeente Alken van het Burgemeestersconvenant 2030, aangaande de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen;
Gezien het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemenen engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen;
Art. 2 van het Decreet Lokaal Bestuur: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen ombijte dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.”;
Gezien de gemeenteraad op 30 september 2021 besliste om het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 te ondertekenen;
Gezien de gemeenteraad op 27 oktober 2022 besliste om het Lokaal Energie en Klimaatpact 2.0 te ondertekenen.
Adviezen
Nietvantoepassing
Argumentatie
De leerlingen van de basisscholen De B@s!s en 't Laantje zijn grote gebruikers van de Sint-Aldegondislaan en de omgeving. Hierdoor worden hun wensen en ideeën gehoord d.m.v. een participatietraject. Door hun te betrekken kan een ontwerp gecreëerd worden met een inclusief en verbindend karakter en vergroot draagvlak.
Financiële gevolgen
Definanciëlegevolgenzijnvoorzienalsvolgt:
Ditparticipatieprojectzaldevolgendemateriëlekostenhebben:
● materiaal voor het participatietraject,
● een KLIP, om de ondergrondse toestand van de omgeving te kennen,
● versnaperingen voor tijdens het participatietraject.
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 170 | 21% | MJP001139 |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuringvoor het onderzoeken waar ontharding in de Sint-Aldegondislaan, de aangrenzende weg naar De B@sis en de pastorietuin mogelijk is en welke vergroening, speelse elementen en waterinfiltratie aangeraden zijn op basis van een participatietraject.
Zitting van 04 03 2026
Burgemeesterbesluit acuut gevaar - Hameestraat 11
Besluit
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.