Zitting van 16 07 2025
Verslag van de vorige zitting dd. 09.07.2025
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 09.07.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 09.07.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 16 07 2025
Deelname nationale test BE-Alert 2025
Op donderdag 2 oktober vindt de nationale test van Be-Alert plaats. Dit is een belangrijk hulpmiddel om inwoners snel te verwittigen bij noodsituaties. Momenteel zijn er ongeveer 1600 Alkense abonnees. Er wordt voorgesteld deel te nemen aan deze nationale test en de nodige communicatie hierover te verzorgen via de gemeentelijke kanalen.
Onze gemeente wil 'alarmering op basis van inschrijvingen' testen (zonder voorafgaandelijke selectie) via SMS en dit tussen 14 en 16u.
In de SMS die we zullen versturen, kan een oproep gedaan worden om meer mensen aan te sporen om zich in te schrijven voor Be-Alert. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd.
Feiten en context
Op donderdag 2 oktober vindt de nationale test van Be-Alert plaats. Dit is een belangrijk hulpmiddel om inwoners snel te verwittigen bij noodsituaties. Momenteel zijn er ongeveer 1600 Alkense abonnees. Er wordt voorgesteld deel te nemen aan deze nationale test en de nodige communicatie hierover te verzorgen via de gemeentelijke kanalen.
Onze gemeente wil 'alarmering op basis van inschrijvingen' testen (zonder voorafgaandelijke selectie) via SMS en dit tussen 14 en 16u.
In de SMS die we zullen versturen, kan een oproep gedaan worden om meer mensen aan te sporen om zich in te schrijven voor Be-Alert. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd.
Juridische grond
Niet van toepassing
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Waarom is het belangrijk dat je gemeente deelneemt aan de testdag? Hoe meer gemeenten testen, hoe beter NCCN (Nationaal Crisiscentrum) de capaciteit van BE-Alert kan testen. Kan het systeem een massa activaties op hetzelfde moment aan? Worden de berichten vlot verzonden door alle mobiele netwerkoperatoren? Maar de test is vooral ook voor onszelf een goed moment om te kijken of we zelf goed en vlot met het systeem kunnen werken. Hoe beter we voorbereid zijn op een noodsituatie, hoe beter.
Financiële gevolgen
De verzending van 1 sms-bericht (160 karakters) of 1 gesproken bericht van 60 seconden kost 0,055 euro (excl. btw). Deze kost wordt betaald op budgetnummer MJP 1157, communicatiekosten telefonie en GSM.
Besluit
Artikel 1: De gemeente Alken neemt deel aan de nationale Be-Alert test van donderdag 2 oktober.
Artikel 2: De verzending van 1 sms-bericht (160 karakters) of 1 gesproken bericht van 60 seconden kost 0,055 euro (excl. btw). Deze kost wordt betaald op budgetnummer MJP 1157, communicatiekosten telefonie en GSM.
Zitting van 16 07 2025
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen. Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2: Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over het punt op het college m.b.t. de aflevering van de omgevingsvergunning van de Molen.
Zitting van 16 07 2025
Vergaderverslag nr. 9 d.d. 01.07.2025 Alken vallei.
Besluit
Zitting van 16 07 2025
Belastingkohier reclamedrukwerk - April 2025 bis
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand april 2025 bis bedraagt 1.011,33 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand april 2025 bis bedraagt 1.011,33 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
1011.33 euro | nvt | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | nvt | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | nvt | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand april 2025 bis vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 1.011,33 euro.
Zitting van 16 07 2025
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 16 07 2025
Gebruik lokaal in de school de Basis door Dolce Canto
Dolce Canto maakt gebruik van een lokaal in de gemeentelijke basisschool, voor hun tweewekelijkse repetities van het Kinder -en Jeugdkoor. Het Terkooster Kinder - en Jeugdkoor maakt gebruik van een lokaal in de creaklassen in Terkoest, voor hun wekelijkse repetities.
De muziekacademie (via deeltijds Kunstonderwijs Hasselt) zal in de nabije toekomst gehuisvest worden in de gemeentelijke basisschool. De tekenacademie is reeds gehuisvest in de creaklassen, in de basisschool de Kleine Reus in Terkoest. Het Terkooster Kinderkoor gebruikte vroeger de vergaderzaal in gemeenschapscentrum d'Erckenteel. Door de problemen van dat lokaal verhuisden ze naar de oude dagopvang van het rusthuis. Nadat dit niet meer kon en de vergaderzaal nog niet in orde was, zijn ze verhuisd naar de creaklas. Zij betalen voor dit lokaal de tarief van de vergaderzaal van gc d'Erckenteel conform het geldende gebruikersreglement GCA.
Feiten en context
Dolce Canto maakt gebruik van een lokaal in de gemeentelijke basisschool, voor hun tweewekelijkse repetities van het Kinder -en Jeugdkoor. Het Terkooster Kinder - en Jeugdkoor maakt gebruik van een lokaal in de creaklassen in Terkoest, voor hun wekelijkse repetities.
De muziekacademie (via deeltijds Kunstonderwijs Hasselt ) zal in de nabije toekomst gehuisvest worden in de gemeentelijke basisschool. De tekenacademie is reeds gehuisvest in de creaklassen, in de basisschool de Kleine Reus in Terkoest. Het Terkooster Kinderkoor gebruikte vroeger de vergaderzaal in gemeenschapscentrum d'Erckenteel. Door de problemen van dat lokaal verhuisden ze naar de oude dagopvang van het rusthuis. Nadat dit niet meer kon en de vergaderzaal nog niet in orde was, zijn ze verhuisd naar de creaklas. Zij betalen voor dit lokaal de tarief van de vergaderzaal van gc d'Erckenteel conform het geldende gebruikersreglement GCA.
Juridische grond
DLB art. 56 regelt bevoegdheden van het SC.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Dolce Canto maakt gebruik van een lokaal in de gemeentelijke basisschool.
Terkooster kinderkoor maakt gebruik van een lokaal in de basisschool de Kleine Reus in Terkoest. In het kader van de verzekering en naar gelijke behandeling van verenigingen bij het gebruik maken van gemeentelijke accommodatie, of gedeelde gemeentelijke accommodatie, is het aangewezen om uniform voor alle gebruikers dezelfde regel toe te passen. Daarnaast is het ook aangewezen om uitzonderlijk de toestemming te geven dat er gebruik gemaakt kan worden van deze lokalen in afwachting van andere mogelijke locaties (vb. nieuwe molengebouw). Het is niet aangewezen om een 4de of 5de gemeenschapscentrum te maken van deze locaties (frigo, drankverbruik...). De kostprijs bedraagt voor een kinderrepetitie de helft van de huurprijs (als de repetitie niet later dan 21.30u. duurt en generale repetities zijn uitgesloten van deze regel ( zie artikel 12 gebruikersreglement GCA).
Op basis van deze regel betaalt het Terkooster Kinderkoor momenteel 5 euro per repetitie.
Het is aangewezen om voor beide verenigingen dezelfde regeling toe te passen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat beide koren zijnde Dolce Canto en Terkooster kinderkoor, gebruik mogen maken van lokalen in de school zijnde gemeentelijke basisschool en basisschool De Kleine Reus voor hun repetities. Beide verenigingen betalen een vaste kostprijs van 5 euro per repetitie dag.
Zitting van 16 07 2025
Melding stedenbouwkundige handelingen M252 - mevrouw Miet Smets wonende te Leemkuilstraat 58 te 3570 Alken. Het betreft een aanvraag over: het plaatsen van een tijdelijke zorgunit. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Leemkuilstraat 58, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 857 F en (afd. 2) sectie E 858 D.
Melding met stedenbouwkundige handelingen ingediend door mevrouw Miet Smets wonende te Leemkuilstraat 58 te 3570 Alken voor het plaatsen van een tijdelijke zorgunit op een perceel, gelegen Leemkuilstraat 58, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 857 F en (afd. 2) sectie E 858 D.
De melding ingediend door mevrouw Miet Smets, Leemkuilstraat 58 te Alken via het omgevingsloket op 23 juni 2025.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, neemt een beslissing over de melding binnen een termijn van:
1° twintig dagen als de melding louter betrekking heeft op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse;
2° dertig dagen in alle andere gevallen
Deze overheid stelt de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde termijn daarvan in kennis. De termijnen, vermeld in het tweede lid, gaan in op de dag na de datum van de melding.
Als geen beslissing is genomen en ter kennis gebracht aan de persoon die de melding heeft verricht binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, wordt de melding geacht te zijn geakteerd.”
Voorwerp van de melding
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Leemkuilstraat 58, kadastraal bekend: afdeling 2 Sectie E nrs. 858/d en 858/f.
De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:
● Zorgwonen in een tijdelijke, verplaatsbare constructie (zorgunit) in de nabijheid van de hoofdwoning
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.
De melding is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een RUP of BPA..
Er wordt voldaan aan alle hierna volgende voorwaarden uit artikel 4.1.1. 18°
zorgwonen van de VCRO:’18° zorgwonen: een vorm van wonen waarbij voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden:
a) in of bij een bestaande hoofdzakelijk vergunde woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd;
b) de ondergeschikte wooneenheid, vermeld in punt a), wordt gecreëerd met het oog op:
1) de huisvesting van ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon 65 jaar of ouder is;
2) de huisvesting van ten hoogste twee personen, waarvan ten minste één persoon die zorgbehoevend is. Een zorgbehoevende persoon is een persoon met een handicap, een persoon die in aanmerking komt voor een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden, een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood of een basisondersteuningsbudget als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, 2° en 3°, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, of een persoon die behoefte heeft aan ondersteuning om zich in zijn thuismilieu te kunnen handhaven. De kinderen ten laste van de zorgbehoevende persoon worden niet meegerekend bij het bepalen van het maximum van twee personen;
3) de huisvesting van de zorgverlener als de personen, vermeld in punt 1) of 2), gehuisvest blijven in de hoofdwooneenheid;
c) de eigendom, of ten minste de blote eigendom, op enerzijds de hoofdwooneenheid en anderzijds de ondergeschikte wooneenheid, vermeld in punt a), of de grond waarop die ondergeschikte wooneenheid tijdelijk wordt geplaatst, berust bij dezelfde titularis of titularissen.’
Zorgwonen in een tijdelijke,verplaatsbare constructie (zorgunit) in de nabijheid van de hoofdwoning, dient te voldoen aan volgende voorwaarden:
● De tijdelijke verplaatsbare constructie staat:
○ Volledig binnen een straal van 30 meter van de hoofdwoning
○ Op hetzelfde perceel als de hoofdwoning of op een perceel dat grenst aan het perceel van de hoofdwoning
○ In de zij- of achtertuin van de hoofdwoning, al dan niet vrijstaand:
○ In zijtuin: tot op 3 meter van de perceelsgrenzen
○ In achtertuin: tot op 1 meter van de perceelsgrenzen
○ Je mag de zorgunit in de achtertuin op of tegen de perceelsgrens plaatsen, maar die moet dan tegen een bestaande scheidingsmuur staan. De scheidingsmuur mag niet aangepast worden.
● De zorgunit heeft een maximale hoogte van 3,5 meter en een maximale bruto vloeroppervlakte van 50 m².
● Je mag geen bijkomende verharding aanleggen. Dat kan alleen als dat noodzakelijk is voor de stabiliteit van de ondergrond van de constructie en voor de toegang tot de zorgunit.
● Voor de plaatsing van de constructie mag je niet ontbossen of het reliëf van de bodem opvallend wijzigen. De constructie mag ook niet in een overstromingsgebied of ruimtelijk kwetsbaar gebied geplaatst worden. Dat mag alleen in agrarisch gebied met ecologische waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang en parkgebied.
● De noodzakelijke nutsvoorzieningen sluiten aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwoning.
● De afvoer van het afvalwater sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwoning.
● De constructie is tijdelijk (max. 3 jaar per hoofdwooneenheid). De duur kan met een nieuwe melding 1 keer verlengd worden voor een periode van max. 3 jaar.
● Binnen 3 maanden na het beëindigen van de zorgsituatie, verwijder je de tijdelijke constructie en de daarvoor aangelegde toegang die strikt noodzakelijk was.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/07/2025 HET VOLGENDE:
Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor zorgwonen door middel van het plaatsen van een tijdelijke, verplaatsbare constructie (zorgunit) in de nabijheid van de hoofdwoning ingediend door mevrouw Miet Smets, Leemkuilstraat 58 te 3570 Alken voor de in het meldingsdossier opgenomen stedenbouwkundige handelingen.
Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden aangaande het tijdelijk plaatsen van een verplaatsbare zorgunit::
● De tijdelijke verplaatsbare constructie staat:
○ Volledig binnen een straal van 30 meter van de hoofdwoning
○ Op hetzelfde perceel als de hoofdwoning of op een perceel dat grenst aan het perceel van de hoofdwoning
○ In de zij- of achtertuin van de hoofdwoning, al dan niet vrijstaand:
○ In zijtuin: tot op 3 meter van de perceelsgrenzen
○ In achtertuin: tot op 1 meter van de perceelsgrenzen
○ Je mag de zorgunit in de achtertuin op of tegen de perceelsgrens plaatsen, maar die moet dan tegen een bestaande scheidingsmuur staan. De scheidingsmuur mag niet aangepast worden.
● De zorgunit heeft een maximale hoogte van 3,5 meter en een maximale bruto vloeroppervlakte van 50 m².
● Je mag geen bijkomende verharding aanleggen. Dat kan alleen als dat noodzakelijk is voor de stabiliteit van de ondergrond van de constructie en voor de toegang tot de zorgunit.
● Voor de plaatsing van de constructie mag je niet ontbossen of het reliëf van de bodem opvallend wijzigen. De constructie mag ook niet in een overstromingsgebied of ruimtelijk kwetsbaar gebied geplaatst worden. Dat mag alleen in agrarisch gebied met ecologische waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang en parkgebied.
● De noodzakelijke nutsvoorzieningen sluiten aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwoning.
● De afvoer van het afvalwater sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwoning.
● De constructie is tijdelijk (max. 3 jaar per hoofdwooneenheid). De duur kan met een nieuwe melding 1 keer verlengd worden voor een periode van max. 3 jaar.
● Binnen 3 maanden na het beëindigen van de zorgsituatie, verwijder je de tijdelijke constructie en de daarvoor aangelegde toegang die strikt noodzakelijk was.
Artikel 4. De aanvrager meldt de datum van de ingebruikname van de zorgunit aan de dienst omgeving, gemeente Alken.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een gele affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding.
De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
Men kan beroep instellen tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing door een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Bezorg hiertoe een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging per aangetekende brief aan:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 15 bus 130
1210 Brussel
Neerlegging ter griffie kan ook op volgend bezoekersadres:
Marie-Elisabeth Belpairegebouw
Toren Noord (2de verdieping)
Simon Bolivarlaan 17
1000 Brussel
Men doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie).
Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft) en aan de melder/exploitant.
Het verzoekschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
- De naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoekende partij, de gekozen woonplaats in België, een telefoonnummer en een e-mailadres;
- De naam en het adres van de verweerder;
- Het voorwerp van het beroep of bezwaar;
- Een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
- Een inventaris van de overtuigingsstukken.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
(http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van 16 07 2025
Omgevingsvergunning 1007 - Joline Philtjens wonende te Steenweg 304 te 3570 Alken. Het betreft een aanvraag over: het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Steenweg 304 en 306, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 643 A.
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen ingediend door Joline Philtjens wonende te Steenweg 304 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Steenweg 304 en 306, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 643 A. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Joline Philtjens wonende te Steenweg 304 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Steenweg 304
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie K nr. 643A
|
Projectnaam: | Steenweg 304 - Doucé-Philtjens
|
Dossiernummer: | 202548
|
Intern dossiernummer: | 1007
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025044112
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras
● het vellen van 2 bomen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan. De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk bouwen bijgebouw en vellen van 2 bomen bij een bestaande ééngezinswoning, geen omvangrijke oppervlakte heeft en niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van hemelwater in de bodem beperkt. De horizontale dakoppervlakte van het bijgebouw bedraagt ongeveer 75m². Er wordt aangesloten op de bestaande hemelwaterput/infiltratieput van 10 000 liter en een infiltratie/buffer voorziening van 5 000 liter met een infiltratieoppervlakte van 6.12m². Er wordt een bijkomende hemelwaterput van 5000L geplaatst. Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor twee buitenkranen, twee toiletten en een wasmachine. De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Milieu:
Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
● Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 10 april 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 2 juni 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 9 juli 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie K 643 A
De woning dateert van 1965 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
● Overwegende dat op 14/09/2022 een omgevingsvergunning (657) voor het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
● Overwegende dat op 20/11/2024 een omgevingsvergunning (938) voor het vellen van hoogstammige bomen werd geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft een perceel gelegen aan de Steenweg. De Steenweg is een gewestweg, die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door open bebouwingen, half open bebouwingen en handelspanden.
Het onderwerp van deze stedenbouwkundige aanvraag is gelegen op de Steenweg te Alken, met huisnummer 304. Het perceel heeft een heel specifieke vorm, aan de straatzijde is het smal en ter hoogte van de woning wordt dit beduidend breder. Het perceel bevindt zich hierdoor voor een groot stuk achter de linker buur. Het perceel heeft een grootte van 13are 89ca. De woning op het perceel is enkele jaren geleden volledig verbouwd, zowel energetisch als esthetisch is deze woning naar de huidige standaarden gebracht. In de initiële vergunning was opgenomen om de bestaande bijgebouwen, gelegen aan de linker perceelsgrens, af te breken en te vervangen door waterdoorlaatbare kiezelverharding met zone voor het stallen van de wagens. De opdrachtgever wil van dit plan af stappen en wenst, na de afbraak van de huidige bijgebouwen, een carport te voorzien, een tuinberging en een overdekt terras. Deze werken worden opgenomen in deze aanvraag, we voorzien deze functies in 1 volume en in 1 vormentaal, een vormentaal die perfect aansluit op de bestaande (vernieuwde) toestand van de eengezinswoning en tevens uit dezelfde materialen wordt opgetrokken. Hierdoor ontstaat er een eenheid en gaat het nieuwe gedeelte perfect op in het oude. Door de inplanting van de huidige woning op 40cm van de rechter perceelsgrens is er links van het perceel veel ruimte vrij waar deze volumes kunnen geïntegreerd worden. De voorgevel van de tuinberging is op dezelfde lijn ingepland als de voorgevel van de woning. Tussen de garage en de woning is de carport voorzien, hierdoor ligt deze in het verlengde van de inrit. Achter de tuinberging is een overdekt terras voorzien met een buitenkeuken. De bouwdiepte van de tuinberging met overdekt terras bedraagt 12m23. De tuinberging op zich heeft dezelfde diepte van de woning. De diepte van de carport is begrenst tot het raam van de woonruimte. De nokhoogte van de tuinberging bedraagt 4m90 en de kroonlijsthoogte bedraagt 2m80, deze hoogte is bewust beperkt gehouden om de overgang naar de bestaande bebouwing aan de linkerzijde te maken. Bijkomend wordt de tuin verder vorm gegeven met een terras aan de woning, de toegang naar de voordeur, parkeerplaatsen voor bezoekers, een nieuwe inrit en de bijhorende beplanting. Om de inrit te kunnen voorzien van de nodige helling om aan te sluiten op het niveau van de carport moet er op de linker perceelsgrens een betonnen keerwand geplaatst worden, omwille van de beperkte afstand kan hier geen natuurlijke talud voorzien worden. De keerwand wordt op 60cm van de perceelsgrens geplaatst, dit geeft ons de mogelijkheid om nog een haag aan te planten en voldoende ruimte te geven om het regenwater de grond in te laten infiltreren. We kunnen op deze manier ook de grondslag aan de buur op dezelfde hoogte houden als in de huidige toestand waardoor hier ook geen problemen van waterinfiltratie kunnen optreden. In de huidige toestand staan er 2 hoogstammige bomen achteraan het perceel, een berk en een den. Deze zijn ongeveer op 1m ingepland van de perceelsgrens. Op de grens zijn op het perceel van de buren 2 bijgebouwen ingepland. Zoals je kan zien op de foto’s hangen de takken over de grens met de nodige gevolgen van doen. Bij stormweer zijn er al takken afgevallen op het dak van het bijgebouw en de afvallende bladeren zorgen ervoor dat de dakgoot verstopt geraakt. Dit heeft zeker de onderlinge verstandhouding niet verbeterd. Bijkomend nemen deze 2 hoogstammige bomen veel zonlicht tegen wat de leefkwaliteit van ons en onze naaste buren sterkt verminderd. Zoals je op de plannen van de nieuwe toestand kan terugvinden willen we door middel van enkele inheemse bomen en strijkgewassen een visuele barrière creëren naar het achterliggend perceel. Op dit perceel is de parking van de Ahmadiyya moslimgemeenschap voorzien dewelke intensief gebruikt wordt tijdens vieringen. We kunnen stellen dat de 2 hoogstammige bomen door voldoende kwaliteitsvol groen vervangen worden en dat de nieuwe toestand ecologisch een veel sterkere waarde heeft dan in de huidige toestand. Er wordt veel meer kwalitatief groene ruimte voorzien gecombineerd door de louter noodzakelijke verharding dewelke zo aangelegd is dat het water op eigen terrein opgevangen wordt. Bij de verbouwing van de woning is een volledig nieuw rioleringsstelsel aangelegd. Binnen dit stelsel is een regenwaterput voorzien van 10.000l en een infiltratieput van 3.000l voorzien. We voorzien een aparte regenwaterput aan de uitbreiding van 5.000l waarvan de overloop zal aangesloten worden op de infiltratieput. In totaal zal er een dakoppervlakte van 190m2 aangesloten zijn op totaal 15.000l RWAput en 3.000l infiltratieput. Deze grootte van putten geeft ons voldoende buffering om te voldoen aan de verordening hemelwater.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet in strijd met de voorschriften van het geldende gewestplan.
De aanvraag is gedeeltelijk gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), deelruimte vochtig Haspengouw.
De aanvraag is niet gelegen in een Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied, een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied) of de Biologische waarderingskaart (versie 2).
Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. De aanvrager doet een compensatievoorstel van 6 inheemse streekeigen hoogstammige en laagstammige bomen aanplanten.
Verantwoording van de aanvraag:
De aanvrager beschrijft de reden voor het verwijderen van de boom als volgt en toont het verder aan met foto’s:
● Het vellen van deze bomen maakt deel uit van een volledige herinrichting van de achtertuin. Ze willen verouderde en niet-duurzame vegetatie vervangen door streekeigen, ecologisch waardevolle beplanting en hierdoor enkele strubbelingen met de achterbuur oplossen (takken en afvallende bladeren om zijn constructies).
● Het kappen van deze bomen zal geen negatieve maar vooral positieve impact hebben op de omliggende percelen of bebouwing. Er zijn daarom geen bijkomende maatregelen nodig.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 2 juni 2025 | 20 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 2 juni 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Agentschap Wegen & Verkeer. Op 20 juni 2025 ontving de gemeente een voorwaardelijk gunstig advies (AV/719/2025/00405). De inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel.
Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden gezien deze vallen onder de vereenvoudigde procedure.
Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB één bezwaarschrift/melding van de eigenaars van een aanpalend perceel ingediend.
Dit standpunt omvatte volgende aspecten, zijnde
● Aanplanting haag en hoogte
● Mandelige muur – behoud en afwerking
● toegangspad
Behandeling van het bezwaarschrift:
Het bouwperceel betreft een perceel in een woon-bouwzone gelegen aan de Steenweg. Dit betreft een woning dewelke verder naar achter is ingeplant ten aanzien van de aanpalende woningen links en rechts. De voortuinzone van de woning komt dus gelijk met de zijgevels van de aanpalende woningen. De aanpalende eigenaar links heeft via een brief dan ook laten weten dat hij geen bezwaar heeft tegen de plannen echter maakt hij enkele opmerkingen aangaande de impact op zijn woning bij de uitvoering van de plannen. Zo maakt hij melding dat er in zijn zijgevel rechts op het gelijkvloers niveau 2 ramen gesitueerd zijn. Op de plannen van de architect staat op het inplantingsplan bestaande toestand dat hier een bestaande haag zou gesitueerd zijn van 1m80 hoog? Echter bij nazicht van de foto’s blijkt er zowel op de linker als rechter perceelsgrens geen haag ingeplant? Gezien de raamopeningen in de aanpalende woning links een bestaande erfdienstbaarheid is, dient deze inderdaad wel gerespecteerd te worden. Daar dit tevens de voortuinzone van de aanvrager betreft, is er ook geen sprake van mogelijke privacyhinder voor de tuinzone van de aanvrager. Daar er binnen het vrijstellingenbesluit bepaald is dat in de voortuinzone de afsluitingen beperkt dienen te blijven tot een hoogte van max. 1m, kan hier ook bepaald worden dat de haag in de voortuinzone beperkt dient te blijven tot op een hoogte van 1m. Zo kan er visueel wel een afsluiting geplaatst worden tussen de percelen maar blijft de erfdienstbaarheid van de lichten en zichten mbt de bestaande ramen behouden. Ook aangaande de afbraak van de bijgebouwen en de werken aan de gemeenschappelijke muur heeft de aanpalende eigenaar de opmerking gemaakt dat er geen schade mag gebracht worden aan deze mandelige muur en deze op een degelijke wijze dient hersteld te worden. Dit kan tevens voorzien worden door het opleggen van een voorwaarde bij de vergunning. Verder wordt er nog een opmerking gemaakt aangaande het toegangspad en het afgraven van de inrit op het aanpalende perceel. Dit argument is noch ruimtelijk noch milieutechnisch van aard en wordt niet weerhouden om te beoordelen. Hier dienen de aanpalende eigenaars tot een gezamenlijk akkoord te komen voor de uitvoering van de werken.
Aan dit bezwaar kan dus deels tegemoet gekomen worden door het opleggen van voorwaarden.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
• Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is gelegen binnen woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. Functioneel is de voorgestelde aanvraag dus in regel met de geldende voorschriften.
• Mobiliteitsaspect: Het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen, zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.
• Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
• Ruimtegebruik en bouwdichtheid: het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen is niet in strijd met het ruimtegebruik en zal geenszins de draagkracht van het terrein overschrijden.
• Visueel-vormelijke elementen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen geen negatieve invloed zal hebben op de visueel-vormelijke elementen. De afwerking van de bijbouw en materiaalkeuze vormen een samenhangend geheel met de woning.
• Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
• Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden. De aanvraag wijzigt het bodemreliëf niet.
• Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
////
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaardelijk gunstig advies :
● Bij de afbraak van de bestaande bebouwing dienen de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen om de aanpalende woningen geen schade te berokkenen. Voorafgaandelijk dient er een plaatsbeschrijving van de aanpalende gebouwen te worden opgemaakt, een controle door een burgerlijk ingenieur en het afsluiten van een ABR polis.
● Bij de afbraakwerken dienen de nodige maatregelen te worden getroffen om de stabiliteit van de aanpalende woningen optimaal te verzekeren.
● Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).
● Na afbraak van de bijgebouwen dient de gemeenschappelijke muur hersteld te worden en afgewerkt te worden in degelijke materialen om zo mogelijke schade aan de aanpalende eigendom te vermijden.
● Er dient met de aanpalende eigenaar een schriftelijke overeenkomst te worden opgemaakt aangaande het gebruik van hun perceel voor de realisatie van de werken, echter dit valt buiten de omgevingsvergunning gezien dit een burgerlijke materie betreft.
● De hagen gesitueerd in de voortuinzone van het perceel van de aanvrager dienen beperkt te blijven tot een hoogte van 1m conform het vrijstellingenbesluit.
● De haagaanplantingen dienen conform het burgerlijk wetboek (veldwetboek) aangeplant te worden aangaande de afstand tot de perceelsgrenzen (Hagen die als afsluiting dienen, moeten minstens 50 centimeter van de perceelsgrens staan, tenzij er een afwijkend gebruik is of een overeenkomst met de buur.)
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Wegen & Verkeer met ref. AV/719/2025/00405 d.d. 20.06.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Het kappen van de bomen gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni).
● Het rooien gebeurt op een moment dat de vochtige tot natte omstandigheden op het terrein het toelaten, om bodemverdichting te voorkomen.
● De compensatie dient te gebeuren door standplaatsgeschikte plantensoorten, tijdens het eerstvolgend plantseizoen na het vellen van de hoogstammige bomen. De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen.
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II. De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/07/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Joline Philtjens wonende te Steenweg 304 te 3570 Alken, het bouwen van een bijgebouw bestaande uit een carport, tuinberging en overdekt terras en het vellen van 2 bomen, gelegen Steenweg 304 en 306, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 643 A , wordt verleend onder voorwaarden.
Voorwaarden:
● Bij de afbraak van de bestaande bebouwing dienen de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen om de aanpalende woningen geen schade te berokkenen. Voorafgaandelijk dient er een plaatsbeschrijving van de aanpalende gebouwen te worden opgemaakt, een controle door een burgerlijk ingenieur en het afsluiten van een ABR polis.
● Bij de afbraakwerken dienen de nodige maatregelen te worden getroffen om de stabiliteit van de aanpalende woningen optimaal te verzekeren.
● Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).
● Na afbraak van de bijgebouwen dient de gemeenschappelijke muur hersteld te worden en afgewerkt te worden in degelijke materialen om zo mogelijke schade aan de aanpalende eigendom te vermijden.
● Er dient met de aanpalende eigenaar een schriftelijke overeenkomst te worden opgemaakt aangaande het gebruik van hun perceel voor de realisatie van de werken, echter dit valt buiten de omgevingsvergunning gezien dit een burgerlijke materie betreft.
● De hagen gesitueerd in de voortuinzone van het perceel van de aanvrager dienen beperkt te blijven tot een hoogte van 1m conform het vrijstellingenbesluit.
● De haagaanplantingen dienen conform het burgerlijk wetboek (veldwetboek) aangeplant te worden aangaande de afstand tot de perceelsgrenzen (Hagen die als afsluiting dienen, moeten minstens 50 centimeter van de perceelsgrens staan, tenzij er een afwijkend gebruik is of een overeenkomst met de buur.)
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap Wegen & Verkeer met ref. AV/719/2025/00405 d.d. 20.06.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Het kappen van de bomen gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni).
● Het rooien gebeurt op een moment dat de vochtige tot natte omstandigheden op het terrein het toelaten, om bodemverdichting te voorkomen.
● De compensatie dient te gebeuren door standplaatsgeschikte plantensoorten, tijdens het eerstvolgend plantseizoen na het vellen van de hoogstammige bomen. De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen.
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II. De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 16 07 2025
Omgevingsvergunning 1015 - Marc Penxten namens Gemeente Alken GEMEENTE gevestigd te Hoogdorpsstraat 38 te 3570 Alken. Het betreft een aanvraag over: de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1022 F, (afd. 2) sectie E 1023 D en (afd. 2) sectie E 1027 N.
Aanvraag omgevingsvergunning over: de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies ingediend door Marc Penxten namens Gemeente Alken GEMEENTE gevestigd te Hoogdorpsstraat 38 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1022 F, (afd. 2) sectie E 1023 D en (afd. 2) sectie E 1027 N. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Marc Penxten namens Gemeente Alken GEMEENTE gevestigd te Hoogdorpsstraat 38 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Laagdorp - Koutermansstraat
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nrs. 1022F, 1023D en 1027N
|
Projectnaam: | Laagdorp - Gemeente Alken
|
Dossiernummer: | 202563
|
Intern dossiernummer: | 1015
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025011928
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies
Deze projectaanvraag kadert binnen de heraanleg van de volledige wijde omgeving. De essentie van het project bestaat uit het ontwikkelen van een robuust valleilandschap, dat zorgt voor duurzaam waterbeheer, en een ecologisch verbonden en waardevol gebied vormt. Binnen dit kader wordt en blijft recreatie mogelijk, maximaal ingebed in de landschappelijke en lokale identiteit.
Rubrieken
Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de Bijlage 1. Indelingslijst van de VLAREM II en worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
16.3.2°a) | 8 lucht-waterwarmtepompen met in totaal 24 kW geïnstalleerde drijfkracht (klasse 3) | 24 kW |
32.2.2° | 1 grote polyvalente zaal: op te delen in 3 aparte eenheden (klasse 3) | 1 polyvalente zaal |
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Sloop van bestaande gebouwen
● Renovatie molen en herstel bestaande volume
● Nieuwbouw van brasserie, grote zaal en jeugdhuis
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 – deels woongebied (eerste 50m vanaf de Koutermansstraat en het Laagdorp) en deels industriegebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
De aanvraag is gelegen in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “RUP Alken Vallei” goedgekeurd op 24 juni 2021.
Art. 7.4.5. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de voorschriften van de plannen van aanleg vervangen, tenzij het ruimtelijk uitvoeringsplan het uitdrukkelijk anders bepaalt.
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een niet-vervallen verkaveling.
De voorschriften van het RUP Alken Vallei” goedgekeurd op 24 juni 2021 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Voor voorliggend project werd advies aangevraagd bij de VMM, team watertoets, op 17.04.2020 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend door de VMM, zijnde:
“Onder verwijzing naar artikel 1.3.1.1. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, werd onderzocht of er een schadelijk effect op de waterhuishouding uitgaat van de geplande ingreep. Dit advies wordt verleend in uitvoering van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006.
De locatie te Alken 2de afdeling, sectie E nrs. 1027 N, 1022 F, 1023 D ligt naast de Kleine Herk, een onbevaarbare waterloop van eerste categorie die wordt beheerd door de VMM – kern Beheer en Investeringen Waterlopen en stroomt ook deels af naar de Kleine Herk.
Volgens de bijlage III, IV en V van het uitvoeringsbesluit watertoets kan de overstromingsgevoeligheid als volgt beschreven worden: geen overstroming gemodelleerd voor kustoverstroming, deels pluviaal overstromingsgevoelig en deels fluviaal overstromingsgevoelig.
Deze projectaanvraag kadert binnen de heraanleg van de volledige wijde omgeving, waarvoor er dd. 03/02/25 een vergunning verleend (OMV_2024086201) werd. Deze aanvraag omvat naast de sloop van bestaande constructies ook de renovatie van de molen en het herstel van het voorvolume. Tevens wordt de constructie voorzien van een nieuwbouw brasserie, grote zaal en jeugdhuis.
Erfdienstbaarheidszone 5 m
Aangezien de Kleine Herk een geklasseerde onbevaarbare waterloop is, dient langs deze waterloop te allen tijde een strook van 5 m breed toegankelijk te zijn voor het onderhoud (ruimingswerken, herstel van oevers), overeenkomstig het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 en de wet van 28 december 1967 op de onbevaarbare waterlopen. Deze zone is zeer belangrijk voor het onderhoud van de waterlopen.
Oevers hebben een belangrijke ecologische functie, kennen vaak stabiliteitsproblemen en er moet over gereden kunnen worden met zwaar materieel voor onderhouds- en inrichtingswerken. Daarom moet de 5 m zone vrij blijven van gebouwen, verhardingen en andere constructies of hindernissen (zoals ophogingen of opslag) die de doorgang zouden kunnen belemmeren en niet compatibel zijn met de functie van de oeverzone.
De buitendienst van de VMM – kern Beheer en Investeringen Waterlopen dient minstens 10 dagen vóór de aanvang van de werken schriftelijk op de hoogte gebracht te worden van de begindatum en de vermoedelijke einddatum van de werken: Buitendienst Demer en Maas: De Schiervellaan 7, 3500 Hasselt (beheerwaterlopen.lim@vmm.be).
GSV Hemelwater
De hemelwaterafvoer van de aanvraag moet minstens voldoen aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening van 10 februari 2023 inzake hemelwaterputten e.a. (GSV). Prioriteit ligt bij het vermijden van afstroom, maximaal hergebruiken van hemelwater en bovengrondse infiltratie.
Het dakwater wordt opgevangen in hemelwaterputten met een volume van 70 m³. Het opgevangen hemelwater wordt gebruikt voor het spoelen van de toiletten en voor een buitenkraan. De overloop van de putten wordt aangesloten op het voorziene fontein van het park.
Overstromingsgevoeligheid
De locatie van de gebouwen is niet aangeduid als overstromingsgevoelig. We verwachten geen significante inname van ruimte voor water.
BESLUIT
Het project wordt voorwaardelijk gunstig geadviseerd en is in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid.
● De 5 m-erfdienstbaarheidszone langs de Kleine Herk wordt uitgezet op het terrein voor de aanvang van de werken en is te meten vanaf de bovenrand van het talud van de waterloop. In deze zone zijn nieuwe bebouwing, verhardingen of andere constructies, nieuwe reliëfwijzigingen en opslag die de doorgang zou kunnen belemmeren niet toegelaten.
● Eventueel sloopafval dat in de waterloop terecht komt dient verwijderd te worden en schade ten gevolge van de sloop aan de waterloop dient gemeld te worden en moet in de oorspronkelijke staat hersteld te worden;
● De aanvrager dient de buitendienst van de VMM minstens 10 dagen voor de aanvang van de werken op de hoogte te stellen.’
Milieu:
///
Natuurtoets:
Artikel 16 van het Decreet natuurbehoud legt aan de overheid op er voor te zorgen dat geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan door het verlenen van een vergunning.
Biodiversiteit:
De directe effecten op vlak van biodiversiteit zijn verwaarloosbaar gezien het projectgebied reeds bebouwd is en het aandeel verharding in de geplande situatie niet zal toenemen. Men brengt bovendien geen wijzigingen aan in het noordoostelijke gedeelte van het projectgebied dat is gekarteerd als complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen. Er dienen geen bomen of ander groen verwijderd te worden voor het voorgenomen project. Een bemaling is niet noodzakelijk waardoor er geen verdrogingseffecten naar de natuurwaarden in de omgeving kunnen plaatsvinden. Ook de indirecte effecten (verzurende en vermestende stikstofdeposities) worden als verwaarloosbaar beoordeeld.
Men kan daarom besluiten dat de effecten op vlak van biodiversiteit beperkt negatief zijn (-1). Het project veroorzaakt geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van het habitatrichtlijngebied. Bovendien is er geen sprake van onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in omliggend VEN-gebied. De opmaak van een bijkomende passende beoordeling of verscherpte natuurtoets is bijgevolg niet noodzakelijk.
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 9 mei 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 23 mei 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 2 juni 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 1 juli 2025 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 14 juli 2025 |
1.f. Historiek
De gebouwen dateren van voor 1962 en worden geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 01/03/2005 een stedenbouwkundige vergunning (4494) voor verbouwing gedeelte van de dorpsmolen tot jeugdlokalen, fietsenstalling en berging werd bekomen door stedenbouw.
- Overwegende dat op 22/02/2006 een stedenbouwkundige vergunning (4766) voor plaatsen van een lichtreclame werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 25/01/2011 een stedenbouwkundige vergunning (5700) voor uitvoeren van omgevingswerken aan de jeugdlokalen 'de molen' werd bekomen door stedenbouw.
- Overwegende dat op 13/11/2013 een milieuvergunning (M320c) voor melding jeugdhuis de molen: lozen afvalwater en koelwater - inrichtingen met muziekactiviteiten werd door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 22/10/2009 een stedenbouwkundige vergunning (5381) voor aanleg van een fietspad werd bekomen door stedenbouw.
- Overwegende dat op 15/06/2012 een stedenbouwkundige vergunning (5934) voor het plaatsen van een infobord langs de natuurwandeling verborgen moois in de mombeekvallei werd bekomen door stedenbouw.
- Overwegende dat op 21/11/2014 een stedenbouwkundige vergunning (6211) voor het plaatsen van een burg over de herk thv de carrefour werd bekomen door stedenbouw.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Huidige aanvraag betreft de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies.
De geplande werken bevinden zich bijgevolg in het centrum van Alken aan Het Laagdorp en de Koutermansstraat. De aanvraag is gelegen langs een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand waarbij de wegenis die heraangelegd zal worden binnen het recreatiedomein De Alk zal overgedragen worden naar het openbaar domein na realisatie van de werken. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door enerzijds de gebouwen gesitueerd rondom het plein Laagdorp waar handel/horeca en wonen wordt voorzien alsook het recreatiedomein de Alk.
Het projectgebied Alken Vallei is vandaag gekenmerkt door een recreatieve invulling, bestaande uit sportinfrastructuur en speelvoorzieningen. Het ‘valleilandschap’ is beperkt tot de twee waterlopen die vrij diep en in de marge van het gebied liggen, met daartussen een vlakte opgevuld door recreatieve infrastructuur. De beplanting vertoont weinig kenmerken van een valleilandschap. De Koutermanstraat vormt vandaag een harde grens, ook door de afrastering erlangs, waardoor het park gescheiden is van de Molen en omgeving. Binnen de totaal visie van het valleipark zal het Molengebouw meer geïntegreerd worden in de omgeving en het park. Deze projectaanvraag kadert dus binnen de heraanleg van de volledige wijde omgeving. De essentie van het project bestaat uit het ontwikkelen van een robuust valleilandschap, dat zorgt voor duurzaam waterbeheer, en een ecologisch verbonden en waardevol gebied. Binnen dit kader wordt en blijft recreatie mogelijk, maximaal ingebed in de landschappelijke en lokale identiteit.
De bedoeling van de huidige aanvraag is de herontwikkeling van het molencomlex waarbij volgende elementen een belangrijke uitwerking krijgen:
● De educatieve waarde van De Molen tot uiting brengen gecombineerd met educatieve ruimte en onthaal voor school- en groepsbezoeken;
● Kwaliteitsvolle vergader- en ontmoetingsruimtes die zowel voor bovenlokale als lokale activiteiten gebruikt kunnen worden;
● Horecafaciliteiten met aangename binnen- en buitenruimte ter ondersteuning van het recreatieve karakter van het valleipark (speeltuin, verkeerspark, vertrekpunt voor wandelingen en fietstochten, ...);
○ Aantrekkelijk infopunt voor toeristische informatie, expo en streekproducten;
○ Jeugdhuis De Molen.
Voorliggende aanvraag omvat stedenbouwkundige handelingen, als wel ingedeelde inrichtingen of activiteiten.
De betreffende stedenbouwkundige handelingen betreffen:
- Slopen van niet vrijstaande gebouwen of constructies
- Renovatie molen en herstel voorvolume
- Nieuwbouw van brasserie, grote zaal en jeugdhuis;
De gemeente is eigenaar van alle terreinen. Het meetplan van de site met aanduiding van de contour van de maximaal bebouwbare zone Sa zoals beschreven in het RUP is gevoegd bij de aanvraag en overgenomen op het inplantingsplan. Het grootste deel van de buitenaanleg valt buiten deze vergunningsaanvraag. Enkel de binnenkoer van en de direct aansluitende terraszones zijn geen deel van Valleipark de Alk.
Globaal gesteld worden de historische molengebouwen behouden en uitgebreid met een goed geïntegreerde nieuwbouw. De nieuwbouw omvat vier grote functies (foyer, brasserie, zalen en jeugdhuis), aangevuld met ondersteunende functies als sanitair, bergingen, keukens…
Volumetrisch wordt het nieuwbouwvolume opgeknipt en voorzien van een doorlopende luifelconstructie. Dit zorgt ten eerste voor een samenspel van het behouden molengebouw en het nieuwbouwvolume, ten tweede voor een zachte overgang tussen het park en het gebouw, en ten derde voor het ontstaan van een binnenkoer. De constellatie van het nieuwbouwvolume en de behouden molengebouwen, vormen als het ware een hedendaagse vierkantshoeve - ruimtelijk schema / footprint dat ook al kan worden teruggevonden op de kaart van de Atlas der buurtwegen uit 1841.
In eerste instantie is hier de oude dorpsmolen gevestigd. De molenmechaniek werd recentelijk gerestaureerd en terug in gebruik genomen. In het kader van de uitwerking van het RUP is er voorzien dat het oude molengebouw wordt behouden en gerestaureerd. De dorpsmolen is evenwel niet beschermd noch opgenomen in de Inventaris van Onroerend Erfgoed. Volgens historische bronnen was er in 1653 reeds een molen aanwezig op de site. Inmiddels heeft Molenzorg Zuid-Limburg de molen opnieuw maalvaardig gemaakt, doch verkeerd het gebouw zelf in slechte staat. In het voorliggende ontwerp wordt dan ook een deel van dit molengebouw gerestaureerd en een gedeelte als volume gereconstrueerd. Aan de zijde van de waterloop biedt een uitkragende trap een zicht over de omgeving. Het molengebouw zelf wordt geconsolideerd en voorzien van een geïsoleerd dak.
Aan de rechterzijde van het perceel wordt er een volledige nieuwbouw gerealiseerd na afbraak van de bestaande verouderde en minderwaardige gebouwen. Beide volumes, oud en nieuw, gaan in dialoog met elkaar door een terugkerende materialiteit en zorgvuldig geplaatste ramen. De tussenruimte wordt gedefinieerd door een overdekte buitenruimte, die zowel de inkom aanduidt als het startpunt is voor gidsbeurten. De bestaande buitenmuren worden gehouden tot op 1,2 m van de buitenmuur van de molen. Dit geeft de oude molen meer massa en een dieptewerking naar de nieuwbouw toe. De buitenverharding, zorgvuldig geplaatste banken en vormgeving van de buitengevel herinneren aan de contouren van de verdwenen boerderijgebouwen en maken de visuele relatie met de nieuwbouw. Strategisch gekozen raamopeningen tonen de molenmechaniek. De molen zelf wordt ontsloten vanuit de nieuwe onthaalruimte. Het heropgebouwde molenaarshuisje zal dienstdoen als werkruimte voor de molenaar of bijkomende berging en hoeft daarbij niet ontsloten te worden voor publiek.
Het samenspel van bestaande en nieuwe bebouwing bakent een binnenkoer af, zoals we die in een vierkantshoeve vinden. Tegelijkertijd wordt het zicht naar het omliggende landschap omkaderd en loopt de binnenkoer over in een wandelpad hiernaartoe. De luifel indiceert de foyer, de dichte deurpanelen maken het makkelijk om de voordeur te vinden tussen de beglaasde oppervlaktes. Het gebouw toont zich als een beglaasde of betonnen sokkel, waarop een eerder gesloten bakstenen verdieping rust. Er wordt een nieuwbouw gerealiseerd met een grondoppervlakte van 1087,95m² en een volume van 1 242,42m³. De verdieping heeft een hoogte van 8m43 en de laag met enkel een gelijkvloers niveau heeft een hoogte van 5m53 aan de zijde van de brasserie (aansluitend met de Koutermansstraat) en 7m08 aan de zijde waar de zalen zijn gesitueerd, zijnde het achterliggende deel van de bebouwing. De nieuwbouw wordt afgewerkt met een plat dak constructie waarbij er voor delen van dit dak ook een groendak zal voorzien worden en de overige dakoppervlakte zal dienen voor het plaatsen van de zonnepanelen en het terras bij het jeugdhuis.
Een combinatie van een rood-bruin genuanceerde baksteen en rood-bruine aardetinten in beton, waar nodig voor technische ruimte wordt met een baksteenclaustra gewerkt. De dakranden worden uitgevoerd in een zinken krul. Aluminium buitenschrijnwerk in een geel-bruine kleur accentueert de raampartijen, dichte delen duiden de hoofdtoegangen aan. De dichte panelen geven toegang tot de technische ruimtes en sanitair. De luifel wordt ter plekke gestort of prefab uitgevoerd afhankelijk van de uitkraging. Afwatering gebeurt via spuwers (kleine luifels) of in de spouwmuur via r.w. afvoer (grote luifels). De dikte wordt visueel overal gelijk gehouden waarbij er ter hoogte van de brasserie deels de luifel zal onderbroken worden om voldoende daglicht toe te laten in de horecaruimte.
Een overzicht van de gewenste veranderingen/actualisaties/schrappingen binnen de reeds vergunde indelingsrubrieken (IIOA’s) is terug te vinden in de nota betreffende het milieudeel. In het kader van de gebouwenverwarming wordt er voorzien in lucht-waterwarmtepompen. De buitenunits van deze warmtepompen worden geplaatst op het dak van de polyvalente zaal, opgesteld tegen de muur van het jeugdhuis. De warmtepompen (8 in totaal) worden zodanig opgesteld dat er een goede luchtcirculatie wordt gewaarborgd. De bestaande stookolietanks worden verwijderd. Op basis van de samenstelling en technische fiches van de warmtepompen wordt het totale elektrische vermogen namelijk ingeschat op afgerond 24 kW (berekening elektrisch vermogen via de formule : verwarmingscapaciteit bij nominaal vermogen/COP bij nominaal vermogen).
In het milieuluik is een polyvalente zaal voorzien die in 3 delen op te delen is.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Huidige vergunningsaanvraag betreft de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies.
De werken zijn grotendeels in overeenstemming met de wettelijke context van het RUP Alken vallei.
Echter heel beperkt wordt er een afwijking voorzien ten aanzien van het grafisch plan en de aanduiding van het beeldbepalend erfgoed.
De Vlaamse codex ruimtelijke ordening bepaalt in art. 4.4.1. §1. : In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
Overwegende dat onderhavige aanvraag afwijkt van de voorschriften van het vigerende RUP Alken Vallei, meer bepaald:
Artikel 4. Zone voor gemengde stedelijke functies (S)
4.3 Bebouwing en constructies
De oprichting van gebouwen is toegelaten binnen de volgende beperkingen:
- Deelzone Sa (De Molen):
o Het volume dat op het grafisch plan is aangeduid als ‘beeldbepalend erfgoed’, met name de historische vleugel van de Molen, wordt behouden. De andere gebouwen kunnen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw.
De aanvraag volgt integraal de stedenbouwkundige voorschriften in het RUP Alken Vallei onder Deelzone Sa (De Molen). Echter binnen het grafisch plan werd er een beeldbepalend erfgoed aangeduid waar ook de dorpsmolen gevestigd is. De molenmechaniek werd recentelijk gerestaureerd en terug in gebruik genomen. In het kader van de uitwerking van het RUP is er voorzien dat het oude molengebouw wordt behouden en gerestaureerd. De dorpsmolen is evenwel niet beschermd noch opgenomen in de Inventaris van Onroerend Erfgoed. Uit onderzoek naar de erfgoedwaarde van de huidige molen werd vastgesteld dat het achterste gedeelte waarin de mechaniek van de molen zich bevindt het meest waardevolle is en ook kan gerestaureerd worden. Onder meer de gewelfvloer en het dakgebinte zijn karakteristiek en waardevol, alsook de molenmechaniek met de bijzonderheid dat de molenstenen zich bevinden op de eerste verdieping (meestal op het gelijkvloers). Het voorste gedeelte, vermoedelijk “het molenaarshuisje” is in bijzonder slechte staat en heeft weinig of geen erfgoedwaarde. Deze zullen gereconstrueerd worden. Hierbij dient opgemerkt dat het bijgebouwtje aan de achterzijde (noordzijde) als waardevol werd aangeduid op het grafisch plan. Bijkomende waardering door de restauratiearchitect toonde echter aan dat het bijgebouwtje recenter is aangebouwd en weinig erfgoedwaarde heeft zowel naar gebouwstructuur, typologie als werking voor de molen. Bovendien is de toegang onveilig door de locatie van de deur achter de aandrijfas en verkeert het gebouw integraal in zeer slechte toestand (falende stabiliteit van de ondergrond). Binnen het ontwerp is er dus niet geopteerd om dit beperkte deel te bewaren, maar wel de sporen op de gevel zoveel als mogelijk zichtbaar te houden als getuigen van de historiek van het gebouw. De bestaande deuropening (onder de aandrijfsas) zal beglaasd worden om zicht te krijgen op de waterloop vanuit het meest waardevolle gebouwdeel. Gezien dit zeer beperkt afwijkt van het grafisch plan aangaande de aanduiding van het erfgoedbepalend deel wordt hiervoor een afwijking gevraagd. Echter kan deze omwille van de hierboven vermelde motivering aanvaard worden en wordt het erfgoedbepalend deel wel grotendeels bewaard en opgewaardeerd.
MER
De aanvraag heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij het Besluit van
de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-MER-screening (B.S. 29 april 2013) in uitvoering van het decreet van 23 maart 2012 over de MER-screening (B.S. 20 april 2012), namelijk 10b) stadsontwikkelingsprojecten.
In de project-m.e.r.-screeningsnota wordt aangetoond dat de milieueffecten van het voorgenomen project (dat onder het toepassingsgebied van bijlage III van het project-m.e.r.-besluit valt, namelijk ....) niet van die aard zijn dat zij als aanzienlijk beschouwd moeten worden. De opmaak van een project- MER kan dus redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens bevatten over aanzienlijke milieueffecten. Derhalve is de opmaak van een project-MER niet nodig.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
watertoets@vmm.be | 23 mei 2025 | 8 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
preventie@zuidwestlimburg.be | 23 mei 2025 | 3 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
Toegankelijk Vlaanderen (Inter) | 23 mei 2025 | 27 mei 2025 | gunstig |
adviesaanvraagrwo@aquafin.be | 23 mei 2025 | 13 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 23 mei 2025 | 10 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 23 mei 2025 | 4 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
IOED Haspengouw west | 23 mei 2025 |
| geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 23.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Milieumaatschappij. Op 08.07.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend door de VMM met ref. WT 2025 OH 0694_1, met volgende voorwaarden:
● De 5 m-erfdienstbaarheidszone langs de Kleine Herk wordt uitgezet op het terrein voor de aanvang van de werken en is te meten vanaf de bovenrand van het talud van de waterloop. In deze zone zijn nieuwe bebouwing, verhardingen of andere constructies, nieuwe reliëfwijzigingen en opslag die de doorgang zou kunnen belemmeren niet toegelaten.
● Eventueel sloopafval dat in de waterloop terecht komt dient verwijderd te worden en schade ten gevolge van de sloop aan de waterloop dient gemeld te worden en moet in de oorspronkelijke staat hersteld te worden;
● De aanvrager dient de buitendienst van de VMM minstens 10 dagen voor de aanvang van de werken op de hoogte te stellen
De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 23.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Brandweerzone Zuid-West-Limburg. Op 03.07.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. HA-82-071-004 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 23.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Toegankelijk Vlaanderen (Inter). Op 27.05.2025 heeft Inter toegankelijkheid een gunstig advies verleend aangaande de aanvraag. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 23.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Aquafin nv. Op 13.06.2025 heeft Aquafin nv een voorwaardelijk gunstig advies verleend De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 23.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 10.06.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000101386 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 23.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep. Op 04.06.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 23.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan IOED Haspengouw West. Er werd geen (tijdig) advies ontvangen vanwege het IOED Haspengouw West, waardoor dit advies wordt geacht gunstig te zijn.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 2 juni 2025 tot 1 juli 2025.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werden naar aanleiding van het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies binnen RUP Alken Vallei. De voorgestelde werken zijn functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende RUP Alken Vallei gezien de toegestane gemotiveerde afwijking. De voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving.
● Mobiliteitsaspect: In het RUP is Zone Sa De Molen is niet toegankelijk voor autoverkeer. Ook bovengronds autoparkeren is uitgesloten. Enkel dienstverkeer en een ruimte voor laden en lossen is toegelaten. Dit dienstverkeer verloopt vanuit Laagdorp en Koutermanstraat. Voor de functies in Sa is de gemeentelijke parkeerverordening niet van toepassing. De parkeerbehoefte wordt opgevangen op de gemeentelijke parkings. In de aanleg van het valleipark wordt voorzien in een fietsenstalling.
● Schaal: Gelet op de geldende voorschriften geeft het geplande gabarit van de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De op te richten bebouwingen worden volledig voorzien binnen de gestelde voorschriften en de voorgeschreven bebouwbare oppervlakte en volume zoals voorzien in het RUP Alken Vallei Het ontwerp is wat omvang en gabarit betreft niet storend in de ruimtelijke context. De herontwikkeling van het Molencomplex en de herinrichting van het valleipark zijn op elkaar afgestemd zodat beiden elkaar kunnen versterken zodat de voorgestelde werken bijgevolg kunnen aanvaard worden.
● Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. De inplanting is conform aan de voorschriften van het RUP RUP Alken Vallei en de goede ruimtelijke ordening wordt niet in het gedrang gebracht. De bebouwing van het perceel blijft ook beperkt in verhouding tot het terrein en de voorschriften van het RUP Alken Vallei. Er blijft ook een voldoende ruime afstand behouden ten aanzien van de perceelsgrenzen.
● Visueel-vormelijke elementen: Er word een combinatie van een rood-bruin genuanceerde baksteen en rood-bruine aardetinten in beton voorzien, en waar nodig voor technische ruimte wordt met een baksteenclaustra gewerkt. De dakranden worden uitgevoerd in een zinken krul. Aluminium buitenschrijnwerk in een geel-bruine kleur accentueert de raampartijen, dichte delen duiden de hoofdtoegangen aan. De dichte panelen geven toegang tot de technische ruimtes en sanitair. De luifel wordt ter plekke gestort of prefab uitgevoerd afhankelijk van de uitkraging. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande en voorziene bebouwing en de aanwezige infrastructuur. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving.
● Cultuurhistorische aspecten: Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Echter wordt wel het beeldbepalend erfgoed van het molengebouw gerespecteerd, gerenoveerd en gereconstrueerd. Hierdoor zal de aanvraag geen invloed hebben op de cultuurhistorische aspecten, gezien deze bewaard blijven.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf wordt niet wezenlijk gewijzigd.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op het ontwerp, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden, gezien er ruim voldoende afstand behouden blijft ten aanzien van de perceelsgrenzen. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
De aanvraag werd ingediend voor een nieuwe inrichting van een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies. De aanvraag omvat een 8 tal lucht-waterwarmtepompen met een totaal geïnstalleerd vermogen van 24 kW en een polyvalente zaal.
De aanvraag werd ingediend voor een klasse 3-inrichting.
De vergunningstermijn werd voor onbepaalde duur aangevraagd.
Lucht-waterwarmtepompen (rubriek 16.3.2°a)):
In het kader van de gebouwenverwarming wordt er voorzien in lucht-waterwarmtepompen. De buitenunits van deze warmtepompen worden geplaatst op het dak van de polyvalente zaal, opgesteld tegen de muur van het jeugdhuis. De warmtepompen (8 in totaal) worden zodanig opgesteld dat er een goede luchtcirculatie wordt gewaarborgd.
De opdeling in 8 kleinere warmtepompen is als volgt:
● Luchtgroep grote zaal: 2x PUZ-ZM250YKA2
● Luchtgroep gemeenschap: 1x PUZ-ZM50VKA2
● Luchtgroep brasserie: 2x PUZ-ZM50VKA2
● Luchtgroep jeugdhuis: 1x PUZ-ZM35VKA2
● Vloerverwarming/koeling: 2x PUZ-SHWM140
Gezien het totale elektrische vermogen van deze warmtepompen tezamen groter is dan 5 kW, maar kleiner dan 200 kW, is de VLAREM II rubriek 16.3.2° a) van toepassing. Op basis van de samenstelling en technische fiches van de warmtepompen wordt het totale elektrische vermogen namelijk ingeschat op afgerond 24 kW (berekening elektrisch vermogen via de formule : verwarmingscapaciteit bij nominaal vermogen/COP bij nominaal vermogen).
Gelet dat de buitenunits centraal op het dak worden geplaatst, gelet op de technische kenmerken van de buitenunits en gelet op de afstand tot nabijgelegen bestemmingszones (woongebied, …) , mag gesteld worden dat op het vlak van geluid, veroorzaakt door deze buitenunits, aan de geluidsnormen van Vlarem II in open lucht kan voldaan worden.
Polyvalente zaal (rubriek 32.2.2):
In het noordelijk gedeelte van het gebouw is een polyvalente zaal aanwezig met een grootte van 362 m², die in 3 delen kan opgedeeld worden. Deze zaal is voorzien van 8 nooduitgangen die gelijkmatig zijn verdeeld over de ruimte. Het is een openbare inrichting (zaal) waar een aantal keren per jaar muziekactiviteiten kunnen plaatsvinden. Het aantal activiteiten en de bijhorende muziekactiviteiten moeten voldoen aan alle van toepassing zijnde (geluids)wetgeving bepaald in Vlarem II, het GAS-reglement, enzovoort.
Effecten op de omgeving:
● Bodem: Men voorziet in lucht-water warmtepompen en dus niet in geothermische warmtepompen waardoor er ook geen geothermische boringen noodzakelijk zijn tijdens de aanlegfase. Tijdens de exploitatie van warmtepompen zijn er geen effecten naar de bodem toe. Gelet op het bovenstaande worden er geen aanzienlijke effecten op de bodem verwacht.
● Luchtkwaliteit: De buitenunit van een lucht-water warmtepomp is een mogelijke emissie van verontreinigde stoffen. Er zullen geen geuremissies ontstaan. De warmtepompen zullen geïnstalleerd, onderhouden en gerepareerd worden door een erkend koeltechnicus. De nodige voorzorgsmaatregelen (o.a. testen en controles) zullen genomen worden om te vermijden dat het koelmiddel van de warmtepompen de buurt hindert of het milieu aantast bij o.a. een herstelling of een lek.
● Geluid of trillingen: De buitenunit van de lucht-water warmtepomp is een bron van geluid en trillingen. De buitenunit van de warmtepomp zal op een vlakke en stabiele ondergrond geplaatst worden: de toegevoegde visualisatie van het dak geeft aan dat de buitenunits tegen de wand geplaatst van het hoogste volume worden geplaatst en dus niet worden gericht naar bewoning in de nabije omgeving. De noodzaak tot een bijkomende geluidsdempende omkasting zoals ook werd voorgesteld in de nota akoestiek is dus beperkt. De binnenunit bestaat uit 1 of meerdere onderdelen die geluid kunnen maken. De compressor is het hart van de warmtepomp en ook het apparaat die de meeste geluid maakt (qua geluid vergelijkbaar met een cv-ketel). Om geluidsoverlast te voorkomen wordt aangeraden een stevige ondergrond te gebruiken waar de apparatuur op staat of op bevestigd wordt (bv stenen vloerbedekking of betonnen vloer). Muren waar een binnunit aan worden opgehangen moeten ook enige stevigheid kunnen bieden zodat apparaten geen trillingen kunnen overbrengen. Bij voorkeur wordt gekozen voor een modulerende warmtepomp met nachtinstelling. Zo kan de compressor op verschillende snelheden draaien en wordt vermeden dat deze steeds aan/uit pendelt. Met de nachtinstelling kan daarnaast worden geregeld dat de warmtepomp 's nachts niet op vol vermogen draait en zo minder geluid maakt.
Gelet op het bovenstaande worden er geen aanzienlijke effecten verwacht.
Globaal kan gesteld worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het
leefmilieu, op de wateren, op de natuur, op de mens, buiten de inrichting veroorzaakt door de
gevraagde exploitatie bij naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden tot een aanvaardbaar
niveau kunnen beperkt worden.
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Werken
Volgende werken worden voorwaardelijk gunstig geadviseerd:
de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies, met onder meer volgende stedenbouwkundige handelingen:
- Sloop van bestaande gebouwen
- Renovatie molen en herstel bestaande volume
- Nieuwbouw van brasserie, grote zaal en jeugdhuis
Voorwaarden:
● Het advies van de Vlaamse Milieumaatschappij, d.d. 08.07.2025 met ref. WT 2025 OH 0694_1 dient nageleefd te worden, met volgende voorwaarden:
○ De 5 m-erfdienstbaarheidszone langs de Kleine Herk wordt uitgezet op het terrein voor de aanvang van de werken en is te meten vanaf de bovenrand van het talud van de waterloop. In deze zone zijn nieuwe bebouwing, verhardingen of andere constructies, nieuwe reliëfwijzigingen en opslag die de doorgang zou kunnen belemmeren niet toegelaten.
○ Eventueel sloopafval dat in de waterloop terecht komt dient verwijderd te worden en schade ten gevolge van de sloop aan de waterloop dient gemeld te worden en moet in de oorspronkelijke staat hersteld te worden;
○ De aanvrager dient de buitendienst van de VMM minstens 10 dagen voor de aanvang van de werken op de hoogte te stellen
● Het advies van de Brandweerzone Zuid-West-Limburg, d.d. 23.05.2025 met ref. HA-82-071-004 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Toegankelijk Vlaanderen (Inter) d.d. 27.05.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Aquafin d.d. 13.06.2025 dient nageleefd te worden
● Het advies van Fluvius d.d. 10.06.2025 met ref. 5000101386 dient strikt nageleefd te worden
● Het advies van de Watergroep d.d. 06.06.2025 dient strikt nageleefd te worden
Rubrieken
Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de Bijlage 1. Indelingslijst van de VLAREM II en worden gunstig geadviseerd:
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
16.3.2°a) | 8 lucht-waterwarmtepompen met in totaal 24 kW geïnstalleerde drijfkracht (klasse 3) | 24 kW |
32.2.2° | 1 grote polyvalente zaal: op te delen in 3 aparte eenheden (klasse 3) | 1 polyvalente zaal |
Met volgende voorwaarden:
Hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
Hoofdstuk 5.16 | Sectorale milieuvoorwaarden – behandelen van gassen |
Hoofdstuk 5.32 | Sectorale milieuvoorwaarden – ontspanningsinrichtingen en schietstanden |
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/07/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Marc Penxten namens Gemeente Alken GEMEENTE gevestigd te Hoogdorpsstraat 38 te 3570 Alken, de herontwikkeling van het molencomplex tot een bovenlokaal bezoekerscentrum met een aantal toeristische, educatieve en culturele functies, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1022 F, (afd. 2) sectie E 1023 D en (afd. 2) sectie E 1027 N, wordt verleend onder voorwaarden.
Werken
Voorwaarden:
● Het advies van de Vlaamse Milieumaatschappij, d.d. 08.07.2025 met ref. WT 2025 OH 0694_1 dient nageleefd te worden, met volgende voorwaarden:
○ De 5 m-erfdienstbaarheidszone langs de Kleine Herk wordt uitgezet op het terrein voor de aanvang van de werken en is te meten vanaf de bovenrand van het talud van de waterloop. In deze zone zijn nieuwe bebouwing, verhardingen of andere constructies, nieuwe reliëfwijzigingen en opslag die de doorgang zou kunnen belemmeren niet toegelaten.
○ Eventueel sloopafval dat in de waterloop terecht komt dient verwijderd te worden en schade ten gevolge van de sloop aan de waterloop dient gemeld te worden en moet in de oorspronkelijke staat hersteld te worden;
○ De aanvrager dient de buitendienst van de VMM minstens 10 dagen voor de aanvang van de werken op de hoogte te stellen
● Het advies van de Brandweerzone Zuid-West-Limburg, d.d. 23.05.2025 met ref. HA-82-071-004 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Toegankelijk Vlaanderen (Inter) d.d. 27.05.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Aquafin d.d. 13.06.2025 dient nageleefd te worden
● Het advies van Fluvius d.d. 10.06.2025 met ref. 5000101386 dient strikt nageleefd te worden
● Het advies van de Watergroep d.d. 06.06.2025 dient strikt nageleefd te worden
Rubrieken
voorwaarden:
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
Hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
Hoofdstuk 5.16 | Sectorale milieuvoorwaarden – behandelen van gassen |
Hoofdstuk 5.32 | Sectorale milieuvoorwaarden – ontspanningsinrichtingen en schietstanden |
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 16 07 2025
Omgevingsvergunning 1016 - Nico Buntinx met als contactadres Broosveldstraat 14 te 3570 Alken. Het betreft een aanvraag over: het bouwen van een open ééngezinswoning met carport. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Oude Baan zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 493 G.
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een open ééngezinswoning met carport ingediend door Nico Buntinx met als contactadres Broosveldstraat 14 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Oude Baan zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 493 G. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Buntinx-Knaepen bvba, Nico Buntinx met als contactadres Broosveldstraat 14 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Oude Baan zn.
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nr. 493G
|
Projectnaam: | Oude Baan - Buntinx-Knaepen bvba
|
Dossiernummer: | 202565
|
Intern dossiernummer: | 1016
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025058990
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een open ééngezinswoning met carport
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd
● Het bouwen van een open ééngezinswoning met aanpalende carport
● Het plaatsen van een vrijstaande tuinberging
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V690 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 28.08.2024.
Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V690 d.d. 28.08.2024 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de realisatie van een nieuwbouw open ééngezinswoning betreft, waarbij de bebouwde oppervlakte beperkt is, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
Het perceel is zelf niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied, maar bij zware lokale onweersbuien valt wel water op straat te verwachten. Het voerpeil van de woning wordt voldoende hoog boven het niveau van de weg gebouwd om binnenstromen van water te vermijden. Er werd in dit dossier advies gevraagd bij de dienst waterlopen, provincie Limburg alsook bij Watering de Herk. Deze adviesinstanties verleenden een voorwaardelijk gunstig advies met betrekking tot dit dossier.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 112,4m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 7 500 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 3 900 liter en een infiltratieoppervlakte van 19,2m. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine, een uitgietbak en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat de verhardingen voor de inrit, een tuinpad en de parking in waterdoorlatende materialen zullen worden aangelegd. Het terras aan de achterzijde van de woning kan langs de verharding infiltreren in de tuinzone. Voor deze verhardingen kan het hemelwater dus afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren langs en door de verharding gezien deze waterdoorlatend is. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 13 mei 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 6 juni 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 7 juli 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 493 G
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft de realisatie van een open ééngezinswoning met aangrenzende carport en vrijstaande tuinberging
Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl.de Oude Baan, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. Huidig perceel maakt deel uit van een verkaveling bestaande uit 1 lot. Aan de linkerzijde, rechterzijde en achterzijde van het perceel situeren zich allemaal open ééngezinswoningen.
De nieuwbouw woning wordt ingeplant op ongeveer 6m03 van de voorliggende rooilijn met de Oude Baan, conform het ingetekende bouwkader binnen de goedgekeurde verkaveling. Het ontwerp voorziet een open ééngezinswoningen met een hoofdvolume bestaande uit 2 volwaardige bouwlagen afgewerkt met een hellend dak. Er blijft een afstand van ongeveer 3m behouden ten aanzien van de linker perceelsgrens en ongeveer 3m ten aanzien van de rechter perceelsgrens. Echter aan de rechterzijde van de woning wordt er aangrenzend een carport voorzien binnen het goedgekeurde bouwkader over een breedte van 3m40 waardoor het hoofdvolume een afstand zal hebben van ruim 6m40 ten aanzien van deze rechter perceelsgrens. De voorgestelde woning heeft een bouwdiepte van 8m en een bouwbreedte van 10m59. De kroonlijsthoogte komt tot op een hoogte van 5m20 tot max 5m70.
De woning wordt opgetrokken in een klassieke stijl met een rustieke roodbruine genuanceerde gevelsteen, gecombineerd met zwart schrijnwerk. Als dakbedekking wordt er gekozen voor grijszwarte dakpannen.
Aan de rechterzijde wordt grenzend aan de woning, tevens in de voorziene bouwzone, een carport met plat dak voorzien. De kroonlijsthoogte bedraagt 3m00 t.o.v. het maaiveld. De carport wordt opgetrokken uit hout en heeft een open karakter. Langs de carport wordt bovendien een tweede parkeerplaats in openlucht voorzien.
Achter de woning wordt er een beperkte tuinberging voorzien met een oppervlakte van 9m². De tuinberging wordt ingeplant op 1m van de zijdelingse- en achterste perceelsgrens. De kroonlijsthoogte bedraagt 2m50 t.o.v. het maaiveld. De materialisatie van de tuinberging sluit aan bij die van de carport, nl. natuurkleurig hout.
Het bestaande maaiveld van het perceel ligt achteraan een stuk hoger dan het niveau van de weg. Om wateroverlast te vermijden wordt de eengezinswoning hoog genoeg ingeplant, nl. TAW 47.00. Plaatselijk dient het bestaande reliëf bijgestuurd te worden om de toegang tot de woning, carport en parkeerplaats te verzekeren. Ook om aan te sluiten op de naastgelegen percelen zijn reliëfwijzigingen noodzakelijk.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met de geldende verkaveling V690 d.d. 28.08.2024.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 6 juni 2025 | 2 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 6 juni 2025 | 24 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 6 juni 2025 | 11 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 6 juni 2025 | 3 juli 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 06.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan dienst waterlopen, provincie Limburg. Op 02.07.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2025N160327 - 2025 – 945 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 06.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 24.06.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000102418 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 06.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep. Op 11.06.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 06.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 03.07.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van de geldende verkaveling V690 d.d. 28.08.2024 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 24.06.2025 met ref. 5000102418 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst Waterlopen, provincie Limburg d.d.02.07.2025 met ref. 2025N160327 - 2025 - 945 dient strikt nageleefd te worden. Alsook het advies van Watering de Herk d.d. 03.07.2025.
● Het advies van de Watergroep d.d. 11.06.2025 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning waarbij het perceel minstens op 1m van de perceelsgrens dient aan te sluiten op het niveau van het aanpalende perceel.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/07/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Nico Buntinx met als contactadres Broosveldstraat 14 te 3570 Alken, het bouwen van een open ééngezinswoning met carport, gelegen Oude Baan zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 493 G wordt verleend onder voorwaarden.
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 24.06.2025 met ref. 5000102418 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst Waterlopen, provincie Limburg d.d.02.07.2025 met ref. 2025N160327 - 2025 - 945 dient strikt nageleefd te worden. Alsook het advies van Watering de Herk d.d. 03.07.2025.
● Het advies van de Watergroep d.d. 11.06.2025 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning waarbij het perceel minstens op 1m van de perceelsgrens dient aan te sluiten op het niveau van het aanpalende perceel.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 16 07 2025
Omgevingsvergunning 1017 - Stef en Aliona Verelst - Trushenko met als contactadres Peter Benoitstraat 21 bus 7 te 3500 Hasselt. Het betreft een aanvraag over: de verbouwing van een bestaande ééngezinswoning. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Moggeweidestraat 10, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 304 A.
Aanvraag omgevingsvergunning over: de verbouwing van een bestaande ééngezinswoning ingediend door Stef en Aliona Verelst - Trushenko met als contactadres Peter Benoitstraat 21 bus 7 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Moggeweidestraat 10, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 304 A. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Stef en Aliona Verelst - Trushenko met als contactadres Peter Benoitstraat 21 bus 7 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Moggeweidestraat 10
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 304A
|
Projectnaam: | Moggeweidestraat 10 - Verelst-Trushenko
|
Dossiernummer: | 202566
|
Intern dossiernummer: | 1017
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025057304
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de verbouwing van een bestaande ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de verbouwing van een bestaande ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebieden met landelijk karakter (eerste 50 meter vanaf de rooilijn) en achterliggend agrarisch gebied .
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven; De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Overwegende dat de eigendom niet gelegen is binnen een BPA of RUP.
De eigendom is wel gelegen binnen de voorschriften van een goedgekeurde niet vervallen verkaveling met intern nummer 091 d.d.10.07.1968. Het betreft hier een oudere verkaveling van de jaren ’68. Deze verkaveling is ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, van deze voorschriften kan afgeweken worden. Dit wordt bepaald onder andere door de volgende artikels 4.3.1§1 en 4.4.1§2 VCRO: Van voorschriften van een verkaveling, ouder dan 15 jaar, kan afgeweken worden voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.
Het gewestplan blijft bijgevolg van toepassing; Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg ter plaatse, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel ligt in pluviaal overstromingsgevoelig gebied Het dossier overgemaakt werd aan de provincie Limburg afdeling water en domeinen. Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de provincie Limburg afdeling water en domeinen d.d. 01.07.2025 met ref. 2025N160539 - 2025 – 939, waarbij volgende voorwaarden worden opgelegd:
● De niveaus van het terrein zoals ingetekend op de terreinsnede moeten gerespecteerd worden. Ophogingen boven het vermelde niveau zijn niet toegestaan.
● De hemelwaterput moet zo dicht mogen tegen de achtergevel en zo hoog mogelijk (eventueel onder een terras of ander verhoogd plateau) geplaatst worden zodat gravitaire overloop naar de achtertuin mogelijk is. Het oppompen van water vanuit de hemelwaterput naar een infiltratievoorziening is niet toegestaan.
● Indien een wadi in de achtertuin voorzien wordt, moet deze oppervlakkig in de eigen tuin kunnen overlopen, zodat het water van nature naar de gracht tegen de achterste perceelsgrens kan overlopen.
● Indien het water vanuit de hemelwaterput overloopt naar een groenzone in de achtertuin, waarbij de oppervlakte van de groenzone minstens 25% bedraagt van de hierin afwaterende oppervlakte van daken/verhardingen, is de uitvoering van een echte wadi niet vereist.
● Cfr. hoofdstuk 3 (Algemene bepalingen) Artikel 5 (Ingebruikname) in de hemelwaterverordening moet uiterlijk bij de ingebruikname van de overdekte constructie of de verharding, de hemelwaterput, de infiltratie- of buffervoorziening of de vertraagde afvoer in gebruik worden genomen. Vanaf dan moet de hemelwaterput, de infiltratie- of buffervoorziening of de vertraagde afvoer in gebruik blijven. Bij een uitbreiding van een reeds bestaande constructie of verharding, zal men de uitbreiding pas in gebruik mogen nemen na de plaatsing van de hemelwaterput, infiltratie- of buffervoorziening of de vertraagde afvoer. Concreet betekent dit dat, indien de infiltratievoorziening na de verbouwingswerken aan de woning niet uitgevoerd werd, de verbouwingswerken in het kader van de watertoets nog steeds als onvergund worden beschouwd. De bovengrondse infiltratievoorziening moet verplicht uitgevoerd worden.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 13 mei 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 4 juni 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 7 juli 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 304 A
De woning dateert van 1971 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 30/04/1969 een stedenbouwkundige vergunning (0704) voor bouwen woning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 10/07/1968 een verkavelingsvergunning (091) voor nieuwe verkaveling werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De Moggeweidestraat is een gemeentelijke weg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open ééngezinswoningen.
De aanvraag betreft het afbreken van een bestaand bijgebouw (tuinhuis) en de verbouwing met uitbreiding van een bestaande eengezinswoning.
Het af te breken bijgebouw (tuinhuis) heeft een oppervlakte van 14,72 m² en een volume van 30,90 m³.
De bestaande woning heeft momenteel een bruto oppervlakte van 101,29 m² en een volume van 475,62 m³. In het kader van deze verbouwing wordt het bestaande hellend dak volledig verwijderd en vervangen door een volwaardige bouwlaag met een nieuw plat dak.
Daarnaast wordt ook het gelijkvloers grondig gerenoveerd en heringericht. De volledige verbouwing is gericht op het verbeteren van het wooncomfort en conform isolatienorm. Na de werken zal de woning beschikken over een bruto oppervlakte van 137,74 m² en een totaal volume van 715,54 m³. De oppervlakte vermeerdert met 36,45 m². Het volume groeit met 239,92m³.
Het project betreft de verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning in open bebouwing. De woning, bevindt zich op 10,47 meter van de rooilijn. De bouwdiepte van het project meet 12 meter en heeft een breedte van 13,77 meter en respecteert een minimale afstand van 3,66 meter tot de rechter perceelsgrens en 4,25 meter van de linker perceelsgrens.
De bestaande dragende structuur blijft behouden en zal langs de buitenzijde worden uitgerust met nieuwe isolatie en een afwerking in paramentsteen, zodat de woning voldoet aan de actuele isolatienormen.
De bestaande kroonlijst- en nokhoogte blijven niet behouden. Momenteel bedraagt de kroonlijsthoogte 2,93 meter en de nokhoogte 6,03 meter, gemeten vanaf het maaiveld. In de bestaande situatie heeft de woning een hellend dak. Dit wordt volledig afgebroken en vervangen door een volwaardige bouwlaag met een nieuw geïsoleerd plat dak. Om te voldoen aan de huidige isolatienorm en de vereiste woonkwaliteit, zal de vernieuwde woning een kroonlijsthoogte van 6,50 meter hebben, gemeten vanaf het maaiveld. Een gedeelte van het gelijkvloers krijgt een kroonlijsthoogte van 3,60 meter, eveneens gemeten vanaf het maaiveld.
De nieuwe gevelmaterialen van de te verbouwen woning bestaan uit een witte/ grijze baksteen, hetgene bijdraagt aan een eigentijdse uitstraling. Het buitenschrijnwerk, evenals de dakrand, worden afgewerkt in antracietkleurig aluminium. De hemelwaterafvoeren worden discreet ingewerkt om het visuele ontwerp te optimaliseren. Voor de ramen en deuren op het gelijkvloers wordt gekozen voor dorpels in arduinen blauwe hardsteen, terwijl de overige ramen worden voorzien van aluminium dorpels.
Met betrekking tot de verharding wordt er gestreefd naar een minimalistische aanpak met gebruik van waterdoorlatende materialen. Tevens wordt er zorgvuldig aandacht besteed aan een hoogwaardige groenaanleg. Er werd rekening gehouden met een max. verhardingsgraad van 40% voor wat de eerste 50m betreft.
Het project bevindt zich binnen een overstromingsgevoelig gebied. Conform de vigerende regelgeving dient het afgewerkt vloerpeil van de woning minimaal 30 cm boven de as van de weg te liggen. De bestaande toestand voldoet reeds ruimschoots aan deze vereiste, het huidige vloerpeil bevindt zich op +0,99 m t.o.v. de as van de weg. In het ontwerp na verbouwing wordt het nieuwe afgewerkte vloerpeil verhoogd tot +1,19 m t.o.v. de as van de weg.
Het project voldoet dus ruim aan de vereiste hoogtebepalingen met betrekking tot overstromingsgevoeligheid.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet in strijd met de geldende voorschriften.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 5 juni 2025 | 3 juli 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 4 juni 2025 | 1 juli 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 05.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg. Op 03.07.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen met ref. 2025N160539 - 2025 – 939. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 05.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 03.07.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan.
- Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De te verbouwen en woning overschrijdt geenszins de draagkracht van het terrein. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De tuinzone voor de ééngezinswoning is gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
- Visueel-vormelijke elementen:. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument.. De aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaardelijk gunstig advies, onder de volgende voorwaarden:
● Het advies van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer d.d. 01.07.2025 met ref. 2025N160539 - 2025 – 939 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Watering de Herk d.d. 03.07.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar domein
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/07/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Stef en Aliona Verelst - Trushenko met als contactadres Peter Benoitstraat 21 bus 7 te 3500 Hasselt, de verbouwing van een bestaande ééngezinswoning, gelegen Moggeweidestraat 10, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 304 A, wordt vergund onder voorwaarden.
Voorwaarden:
● Het advies van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer d.d. 01.07.2025 met ref. 2025N160539 - 2025 – 939 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Watering de Herk d.d. 03.07.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar domein
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 16 07 2025
Infosessie Alken feest afvalarm
De gemeente Alken organiseert een infosessie voor Alkense (jeugd)verenigingen, ouderraden, wijkcomité’s, scholen en andere evenement-organisatoren op woensdag 24 september in Sint Jorisheem. De infosessie is op maat van Alken gemaakt en beoogd het informeren over afval vermijden/voorkomen, bespreekt hoe een vereniging afvalvrij materiaal kan voorzien op een evenement en licht de gemeentelijke hulptools toe.
Drie offertes werden gevraagd waaruit Epic films als enige een offerte doorstuurde en werd verkozen als expert om een toelichting te geven (zie bijlage). Na het volgen van de infosessie volgt een receptie met gezonde duurzame hapjes. De deelnemers kunnen gratis inschrijven.
Feiten en context
De gemeente Alken organiseert een infosessie voor Alkense (jeugd)verenigingen, ouderraden, wijkcomité’s, scholen en andere evenement-organisatoren op woensdag 24 september in Sint Jorisheem. De infosessie is op maat van Alken gemaakt en beoogt het informeren over afval vermijden/voorkomen, bespreekt hoe een vereniging afvalvrij materiaal kan voorzien op een evenement en licht de gemeentelijke hulptools toe.
Drie offertes werden gevraagd waaruit Epic films als enige een offerte doorstuurde en werd verkozen als expert om een toelichting te geven (zie bijlage). Na het volgen van de infosessie volgt een receptie met gezonde duurzame hapjes. De deelnemers kunnen gratis inschrijven.
Juridische grond
Europese Single Use Plastics-richtlijn (SUP) 3 juli 2021;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (artikels 5.3.12.1, 5.3.12.3 en 5.3.12.4 Vlarema.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Een terugvordering van de kosten wordt aangevraagd via de projectsubsidie Alken Feest Afvalarm van de provincie Limburg. De infosessie moet de Alkense organisatoren van evenementen begeleiden in het implementeren van de Vlaamse regelgeving rond herbruikbaar afval en afval sorteren. Verder biedt de gezonde en duurzame hapjes inspiratie voor de organisatoren om hetzelfde te doen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Een terugvordering van de kosten wordt aangevraagd via de projectsubsidie Alken Feest Afvalarm van de provincie Limburg.
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
1.150 euro (infosessie en vervoersonkosten) | 21 % | MJP001994 |
500 euro (gezonde duurzame hapjes, afhankelijk van het aantal inschrijvingen) | 21 % | MJP001994 |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuring voor het geven van een infosessie op 24 september over afvalvrije evenementen in Alken en het afsluiten met een receptie waarvoor gezonde duurzame hapjes worden voorzien. Het budget van 1.650 euro is voorzien via MJP001994.
Zitting van 16 07 2025
Subsidie onderhoud haagbeuk
Op 26 juni 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Kevin Hulsmans, Grootstraat 142 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor onderhoud van een haagbeuk op het perceel gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 2 Sectie E, perceelnummer 1k2.
Feiten en context
Op 26 juni 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Kevin Hulsmans, Grootstraat 142 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor onderhoud van een haagbeuk op het perceel gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 2, Sectie E, perceelnummer 1k2.
Juridische grond
Het gemeenteraadsbesluit van de gemeenteraad van 27 augustus 2020, houdende goedkeuring van een premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met de subsidies voor de aanleg/aanplant en het onderhoud van de kleine landschapselementen wil de gemeente het onderhoud en de uitbreiding van kleine landschapselementen stimuleren. Voor het onderhoud van een haagbeuk van 50 meter voorziet de gemeente € 0,50 per meter, met een maximum van € 250.
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€25,00 | niet van toepassing | 001221 |
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan Kevin Hulsmans, Grootstraat 142, 3570 Alken wordt een toelage van € 25,00 toegekend voor onderhoud van een haagbeuk van 50 meter, conform het gemeenteraadsbesluit van 27 augustus 2020 inzake een gemeentelijke premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP001221 van het budget 2025.
Zitting van 16 07 2025
Subsidie verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Op 7 juli 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Nicole Vandermeeren, Aardbruggenstraat 27 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars, gelegen op volgend adres: Aardbruggenstraat 27 te 3570 Alken. Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 (incl. BTW).
Feiten en context
Op 7 juli 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Nicole Vandermeeren, Aardbruggenstraat 27 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars, gelegen op volgend adres: Aardbruggenstraat 27 te 3570 Alken
Juridische grond
Het gemeenteraadsbesluit van de gemeenteraad van 21 december 2023, houdende goedkeuring van een subsidieregeling voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 (incl. BTW).
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€45,00 | 21% | 002001 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan mevrouw Nicole Vandermeeren, Aardbruggenstraat 27 te 3570 Alken wordt een toelage van €45,00 toegekend voor de verdelging van een nest Aziatische hoornaars, conform het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2023 inzake een gemeentelijke subsidieregeling voor de verdelging van Aziatische hoornaars.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP002001 van het budget 2025.
Zitting van 16 07 2025
Machtiging vogelschrikkanon Michiel Neven
Besluit
Zitting van 16 07 2025
Overeenkomst landschapsteams 2026-2031
Besluit
Zitting van 16 07 2025
Voorbehouden parkeerplaatsen Kerkplein voor politievoertuigen
Er wordt gevraagd om de twee eerste parkeerplaatsen op het kerkplein aan de zijde van de pastorij vrij de houden voor politievoertuigen in functie van het nieuwe wijkkantoor en dit van maandag tot vrijdag van 07.30 uur tot 17.30 uur.
Feiten en context
Er wordt gevraagd om de twee eerste parkeerplaatsen op het kerkplein aan de zijde van de pastorij vrij de houden voor politievoertuigen in functie van het nieuwe wijkkantoor en dit van maandag tot vrijdag van 07.30 uur tot 17.30 uur.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer van 16 maart 1968;
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie over het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg;
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Er wordt gevraagd om de twee eerste parkeerplaatsen op het kerkplein aan de zijde van de pastorij vrij de houden voor politievoertuigen in functie van het nieuwe wijkkantoor en dit van maandag tot vrijdag van 07.30 uur tot 17.30 uur.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op het Kerkplein aan de zijde van de Pastorij worden de eerste twee parkeerplaatsen tijdelijk vrijgehouden voor politievoertuigen van maandag tot vrijdag van 07.30 tot 17.30 uur in functie van het nieuwe wijkkantoor in de Hoogdorpsstraat. Er wordt advies ingewonnen van de verkeerscommissie voor een eventuele definitieve inname.
Artikel 2: Deze tijdelijk voorbehouden parkeerplaatsen worden aangegeven met het bord E9a met een onderbord ' politievoertuigen van maandag tot vrijdag van 07.30 tot 17.30 uur.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.