Gemeente Alken

Zitting van 11 februari 2026

van 09:00 tot 10:00

 

Aanwezig: Marc Penxten, Burgemeester; Cindy Vandormael,Andres Lesire,Frank Vroonen,Elien Secretin, Schepenen; Pascal Giesen, Algemeen directeur;

Verontschuldigd: Pierrette Putzeys, Schepen;

 

Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Verslag van de vorige zitting dd. 04.02.2026

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 04.02.2026 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Feiten en context

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 04.02.2026 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische grond

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Niet van toepassing.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Nieuws van de week

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Feiten en context

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Juridische grond

Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur 

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.

Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om niet over een specifiek punt te communiceren.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Receptie 50-jarigen - datum en locatie

Jaarlijks vindt er een receptie plaats voor de 50-jarige Alkenaren en de uitgeweken Alkenaren.

Voor 2026 moet er een datum en locatie bepaald worden.

 

Feiten en context

Jaarlijks vindt er een receptie plaats voor de 50-jarige Alkenaren en de uitgeweken Alkenaren.

Voor 2026 moet er een datum en locatie bepaald worden.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 56 betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Datum

Vrijdag 9 oktober 2026 - van 18.30 tot 20.30u.

Locatie
Gc d'Erckenteel

 

Financiële gevolgen

MJP 001306 - Bedrag wordt bepaald naargelang de inschrijvingen.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist op de receptie van de 50-jarige Alkenaren en uitgeweken Alkenaren te organiseren op vrijdag 9 oktober 2026 in gc d'Erckenteel van 18.30 tot 20.30u.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 12 d.d. 05.02.2026.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Toetreding tot Opdrachtencentrale vzw - verwijzing naar de gemeenteraad

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Verbindingsriolering Pleinstraat 22.828A. Besprekingsvergadering verslag nr. 15 d.d. 28.01.2026.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Belastingkohier inname gemeentelijk domein: Terrassen 2026

Het kohier betreffende de belasting inname gemeentelijk domein, inname terrassen voor het jaar 2026 bedraagt 344,00 euro.

Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Feiten en context

Het kohier betreffende de belasting inname gemeentelijk domein, inname terrassen voor het jaar 2026 bedraagt 344,00 euro.

Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het gemeenteraadsbesluit van 18/12/2025 betreffende de belasting inname gemeentelijk domein.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

344,00 euro

nvt

MJP002187

Datum visumaanvraag:

nvt

Datum goedkeuring visumaanvraag:

nvt

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de inname gemeentelijk domein - terrassen voor 2026 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 344,00 euro.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Betaalbaarstelling facturen SC

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.

 

Feiten en context

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
 

Juridische grond

Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
 

 Adviezen

Niet van toepassing.
 

Argumentatie

Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Aanvraag personenlijst

Het jaarlijks evenement ‘ontbijt voor nieuwe inwoners’ gaat door op zondag 29 maart 2026. De dienst communicatie vraagt een personenlijst van deze nieuwe inwoners om hen uit te nodigen voor dit onthaal.

 

Feiten en context

Het jaarlijks evenement ‘ontbijt voor nieuwe inwoners’ gaat door op zondag 29 maart 2026. De dienst communicatie vraagt een personenlijst van deze nieuwe inwoners om hen uit te nodigen voor dit onthaal.

 

Juridische grond

De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

De wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens - gegevensbeschermingswet

Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 7, eerste lid betreffende de afwijkingen van het principe van niet-verstrekking van personenlijsten aan derden;

De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 126 tot en met 127 betreffende de verstrekking van derden van de personenlijsten van de registers;

De Ministeriële omzendbrief van  1 juli 2011 betreffende de raadpleging van de bevolkingsregisters voor interne doeleinden.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

De dienst communicatie diende op 3 februari 2026 een schriftelijke aanvraag in tot het bekomen van een personenlijst van de nieuwe inwoners van Alken gedurende het jaar 2025.  Als onthaal biedt het gemeentebestuur hen een ontbijt aan, de nieuw inwoners kunnen alzo kennis maken met hun nieuwe gemeente.   Deze organisatie is een initiatief van het gemeentebestuur en geenszins een persoonlijk initiatief van de burgemeester, een schepen of gemeenteraadslid . Hierdoor is voldaan aan een vereiste van  de Gegevensbeschermingsautoriteit.  De op de lijst vermelde gegevens worden  gebruikt door de dienst communicatie om uitnodigingen te versturen en enkel voor deze doeleinden.   In het belang van de volledigheid en correctheid van de gegevens wordt er in dit geval gekozen voor deze specifieke communicatie en niet voor minder indringende communicatiemiddelen zoals bijvoorbeeld communicatie via het infoblad, website, affiches, flyers, digitaal informatiebord of sociale media.   De  op de lijst vermelde gegevens worden niet gebruikt voor andere doeleinden als vermeld in de aanvraag en mogen niet verstrekt worden aan derden.    Er is voldaan aan het finaliteits- en proportionaliteitsbeginsel, de aanvraag wordt als gegrond beoordeeld. 

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om de personenlijst van de nieuwe inwoners van het jaar 2025 af te leveren aan de dienst communicatie en dit voor het jaarlijks evenement ‘ontbijt voor nieuwe inwoners’.

Artikel 2: Deze lijsten worden, in het belang van de volledigheid en correctheid van de gegevens, gebruikt voor het uitnodigen van nieuw inwoners.

Artikel 3: Het onthaal van de nieuwe inwoners is een initiatief van het gemeentebestuur en is geenszins een privé initiatief van de burgemeester, een schepen of gemeenteraadslid.

Artikel 4: deze lijsten mogen niet verstrekt worden aan derden en mogen enkel gebruikt worden voor de doeleinden vermeld in de aanvraag.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Aanvraag ambulante handel

Volgende aanvraag tot ambulante handel werd ingediend: De heer Sterken Geert met handelszaak Esma-service, Leeuwerweg 12 te 3800 Sint-Truiden met ondernemingsnummer BE0740.604.995 voor het bekomen van een standplaats voor een mobiele foodtruck van 6 x 2.5 m voor de ambulante verkoop van frieten en snacks langs de openbare weg ter hoogte van de Eduard Dompasstraat aan de kerk en dit op volgende dagen van de week: woensdag van 13 uur tot 22 uur.

 

Feiten en context

Volgende aanvraag tot ambulante handel werd ingediend: De heer Sterken Geert met handelszaak Esma-service, Leeuwerweg 12 te 3800 Sint-Truiden met ondernemingsnummer BE0740.604.995 voor het bekomen van een standplaats voor een mobiele foodtruck van 6 x 2.5 m voor de ambulante verkoop van frieten en snacks langs de openbare weg ter hoogte van de Eduard Dompasstraat aan de kerk en dit op volgende dagen van de week: woensdag van 13 uur tot 22 uur.
 

Juridische grond

 De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten;

Het decreet van 24 februari 2017 tot wijziging van artikelen 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993;

Het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2017 houdende de wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2006;

Het gemeentelijk reglement ambulante activiteiten goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 april 2022;

Het belastingreglement inname gemeentelijk domein goedgekeurd door de gemeenteraad op 22 december 2022;

Volgens beide reglementen is standgeld verschuldigd voor inname van niet vooraf bepaalde plaatsen op het gemeentelijk domein door ambulante handel;

De aanvrager, voldoet voor deze verkoop langs de openbare weg aan de wettelijk voorgeschreven bepalingen (ondernemingsnummer, machtiging ambulante handelsactiviteiten, registratie FAVV, …);

Het artikel 135 van de nieuwe gemeentewet;

De openbare orde en veiligheid;

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Aangezien huidige aanvraag voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het reglement inname gemeentelijk domein en alle documenten zijn bezorgd, wordt er toestemming verleend aan:

De heer Sterken Geert met handelszaak Esma-service, Leeuwerweg 12 te 3800 Sint-Truiden met ondernemingsnummer BE0740.604.995 voor het bekomen van een standplaats voor een mobiele foodtruck van 6 x 2.5 m voor de ambulante verkoop van frieten en snacks langs de openbare weg ter hoogte van de Eduard Dompasstraat aan de kerk en dit op volgende dagen van de week: woensdag van 13 uur tot 22 uur.

 

Financiële gevolgen

Retributie van €5 per week in het voordeel van Gemeente Alken.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent de machtiging aan de heer Sterken Geert met handelszaak Esma-service, Leeuwerweg 12 te 3800 Sint-Truiden met ondernemingsnummer BE0740.604.995 voor het bekomen van een standplaats voor een mobiele foodtruck van 6 x 2.5 m voor de ambulante verkoop van frieten en snacks langs de openbare weg ter hoogte van de Eduard Dompasstraat aan de kerk en dit op volgende dagen van de week: woensdag van 13 uur tot 22 uur.

Artikel 2: Deze vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur en volgens het reglement ambulante handel op openbaar domein is er een retributie van toepassing.
Artikel 3: Deze vergunning wordt verleend zolang de desbetreffende machtiging geldt. Van zodra er iets wijzigt, dient deze machtiging herbekeken te worden.

Artikel 4: De vergunninghouder moet het afval in en rond de kraam opruimen en verwijderen.

Artikel 5: Afschrift van deze beslissing over te maken aan de aanvrager en de lokale politie.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Fietsverhuur 2026

Alken ligt op het fietsroutenetwerk en is in Haspengouw een troef, zeker in de bloesemperiode. In samenwerking met Fietsparadijs Limburg willen we weer fietsen verhuren van 1 april tot 30 juni 2026. De elektrische fietsen zullen in de garage achter de dienst vrije tijd gestald worden en de stadsfietsen in de fietsenstalling van De Basis. De reservaties en betalingen gebeuren via Fietsparadijs Limburg. Op weekdagen gaat de verhuur via de dienst vrije tijd. Op weekend- en feestdagen wordt het verhuur bemand door een jobstudent.

 

Feiten en context

Alken ligt op het fietsroutenetwerk en is in Haspengouw een troef, zeker in de bloesemperiode.In samenwerking met Fietsparadijs Limburg willen we weer fietsen verhuren van 1 april tot 30 juni 2026. De elektrische fietsen zullen in de garage van dienst vrije tijd gestald worden en de stadsfietsen in de fietsenstalling van De Basis. De reservaties en betalingen gebeuren via Fietsparadijs Limburg. Op weekdagen loopt het verhuur vanuit dienst vrije tijd. Op weekend- en feestdagen wordt het verhuur bemand door jobstudenten.

De praktische uitwerking gebeurt door vzw De Springplank.

 

Juridische grond

DLB art. 56

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Fietsen in en rond Alken is in het voorjaar een troef in Haspengouw. Vanuit Alken hebben we een aanbod van uitgestippelde (bloesem)tochten.

Op dit moment ligt het fietsroutenetwerk om door de werken in de zone van het valleipark.

Het is daarom dit jaar voldoende om enkel in te zetten op fietsverhuur in het voorjaar. Volgend jaar willen we dit terug uitbreiden tot einde seizoen (oktober).

 

Financiële gevolgen

MJP 1257 voorziet deze kosten.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat er vanuit de dienst vrije tijd fietsen verhuurd worden gedurende de maanden april, mei en juni 2026.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat het fietsverhuur loopt via Fietsparadijs Limburg en De springplank vzw.

Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat het fietsverhuur op weekend- en feestdagen gebeurt door jobstudenten.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Organisatie Alkense Plantendag op 12 april 2026

De Landelijke Gilde wenst i.s.m. de Imkersbond "Vlijtige bestuivers" op zondag 12 april 2026 van 9u tot 17u de Alkense plantendag te organiseren in en rond gc. Sint-Jorisheem en vraagt hiervoor toelating. Aanvraag in bijlage. Tevens vragen zij ook toelating voor het opstellen van een verkeersregeling. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.

 

Feiten en context

De Landelijke Gilde wenst i.s.m. de Imkersbond "Vlijtige bestuivers" op zondag 12 april 2026 van 9u tot 17u de Alkense plantendag te organiseren in en rond gc. Sint-Jorisheem en vraagt hiervoor toelating. Aanvraag in bijlage. Tevens vragen zij ook toelating voor het opstellen van een verkeersregeling. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.  

 

Juridische grond

Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college

 

Adviezen

Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.

 

Argumentatie

Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.

 

Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Landelijke Gilde Alken i.s.m. de Imkersbond "Vlijtige bestuivers" voor de organisatie van de Alkense Plantendag op zondag 12 april 2026 van 9u tot 17u in en rond gc. St.-Jorisheem.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opmaken van een verkeersregeling.

Artikel 3: De organisatie dient rekening te houden met het advies van de politie.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Organisatie Feestweekend 10 jaar Café Bananja op 3 en 4 april 2026

Café Bananja wenst op vrijdag 3 april, zaterdag 4 april en zondag 5 april 2026 een feestweekend met optredens te organiseren in een tent op de parking van het café n.a.v. hun 10-jarige uitbating. Aanvraag in bijlage. Zij vragen op vrijdag en zaterdag een sluitingsuur aan om 02u en op zondag een sluitingsuur om 01u. Daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken.

 

Feiten en context

Café Bananja wenst op vrijdag 3 april, zaterdag 4 april en zondag 5 april 2026 een feestweekend met optredens te organiseren in een tent op de parking van het café n.a.v. hun 10-jarige uitbating. Aanvraag in bijlage. Zij vragen op vrijdag en zaterdag een sluitingsuur aan om 02u en op zondag een sluitingsuur om 01u. Daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken. 

 

Juridische grond

Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college

 

Adviezen

Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.

 

Argumentatie

Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.

 

Een vergunning verlenen voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:

        Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.

        Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Café Bananja voor de organisatie van hun feestweekend op 3, 4 en 5 april 2026 in een tent op de parking van het café. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op vrijdag en zaterdag om 02u en op zondag om 01u. Het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min.

Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.

Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen verleent een vergunning voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:

        Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.

        Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.

Artikel 4: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.

Artikel 5: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Organisatie Paasmarkt op 4 april 2026

Mevr. Sofie Thijs (Fieke) wenst op zaterdag 4 april 2026 een paasmarkt te organiseren tussen 10u en 16u op het Laagdorp, Kerkplein en St.-Aldegondislaan (afhankelijk van het aantal ingeschreven standhouders) en vraagt hiervoor toelating. Aanvraag in bijlage. Daarnaast vraagt zij of er een aparte verkeersregeling uitgewerkt kan worden. Deze verkeersregeling houdt enkel in dat het Laagdorp en het kerkplein verkeersvrij gehouden worden. De Dorpsstraat zal niet afgesloten worden zodat er geen hinder is voor de aanwezige handelaars. De organisatie zal er alles aan doen dat de bezoekers veilig de markt kunnen bezoeken. De organisatie wenst tenslotte gebruik te maken van de evenementenkasten op het Laagdorp en eventueel in de St.-Aldegondislaan. Voor het gebruik van een blauwe stekker wordt een forfait aangerekend van € 20, voor het gebruik van een rode stekker wordt een forfait aangerekend van € 40. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor het gebruik van de evenementenkasten en het mogen factureren van de kosten aan de organisatie.

 

Feiten en context

Mevr. Sofie Thijs (Fieke) wenst op zaterdag 4 april 2026 een paasmarkt te organiseren tussen 10u en 16u op het Laagdorp, Kerkplein en St.-Aldegondislaan (afhankelijk van het aantal ingeschreven standhouders) en vraagt hiervoor toelating. Aanvraag in bijlage. Daarnaast vraagt zij of er een aparte verkeersregeling uitgewerkt kan worden. Deze verkeersregeling houdt enkel in dat het Laagdorp en het kerkplein verkeersvrij gehouden worden. De Dorpsstraat zal niet afgesloten worden zodat er geen hinder is voor de aanwezige handelaars. De organisatie zal er alles aan doen dat de bezoekers veilig de markt kunnen bezoeken. De organisatie wenst tenslotte gebruik te maken van de evenementenkasten op het Laagdorp en eventueel in de St.-Aldegondislaan. Voor het gebruik van een blauwe stekker wordt een forfait aangerekend van € 20, voor het gebruik van een rode stekker wordt een forfait aangerekend van € 40. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor het gebruik van de evenementenkasten en het mogen factureren van de kosten aan de organisatie.

 

Juridische grond

Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college

 

Adviezen

Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.

 

Argumentatie

Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.

 

Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft Mevr. Sofie Thijs (Fieke) toelating om op zaterdag 4 april 2026 van 10u tot 16u een Paasmarkt (ambachtelijke kraampjes, streekproducten, hobby artikelen, lederwaren, geschenkartikelen en handelaars uit de buurt - geen 2de hands) te organiseren op het Laagdorp, Kerkplein en St.-Aldegondislaan (afhankelijk van het aantal ingeschreven standhouders).

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor het gebruik van de evenementenkasten op het Laagdorp en in de St.-Aldegondislaan. Voor het gebruik van een blauwe stekker is de vastgelegde prijs € 20, voor het gebruik van een rode stekker is de vastgelegde prijs € 40. De kosten zullen via facturatie aan de betrokken organisatie aangerekend worden. De opbrengsten kunnen geboekt worden op MJP001642.

Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opmaken van een verkeersregeling rekening houdend met de toegankelijkheid voor de handelaars in het centrum.

Artikel 4: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Projectsubsidie - Alken Feest Afvalarm svz

In 2023 werd er door de Provincie Limburg een projectsubsidie toegekend voor het project Alken Feest Afvalarm. Dit project moest afgerond zijn eind juni 2025. De administratie diende het einddossier in maar gaf aan dat zij het project nog niet volledig konden afronden en vroeg om uitstel tot eind juni 2026. Dit uitstel werd goedgekeurd door de Provincie Limburg. Zie brief in bijlage. Er werd ondertussen een verslag opgemaakt met de stand van zaken van dit project. Tevens terug te vinden in bijlage. De administratie wenst voor het afronden van het project volgende zaken nog te realiseren:

 

Social Media Campagne

Naast de promotievideo die opgenomen werd tijdens de Kerstproeverij in 2025 willen we ook een Social Media Campagne doen. We hebben het idee om hier een influencer in te schakelen die het Social Media gebeuren wat aantrekkelijker maakt en ook de jongeren beter kan aansporen om dit correct te doen. Het doel van deze Social Media Campagne is om bezoekers van een evenement aan te tonen hoe het moet, het meenemen van bekers naar huis te voorkomen en een mentaliteitswijziging bij bezoekers te creëren. Het benodigde budget hiervoor is: € 1.545,78 om het filmpje te laten maken + een nog onbekend bedrag voor de influencer die we momenteel nog aan het zoeken zijn.


Afvaleilanden + pijlen
We zouden graag enkele afvaleilanden met verschillende containers willen ontwikkelen om te gebruiken op evenementen. Dit zodat er goed gesorteerd kan worden. De pijlen dienen voor een goede communicatie voor de bezoekers/standhouders/medewerkers. Dit kunnen we enkel realiseren indien er nog budget beschikbaar zou zijn na de Social Media Campagne. Dit zal dus later nog verder uitgewerkt worden indien er ruimte is binnen het nog beschikbare budget.

 

In het budget van 2026 werd onder MJP002227 een budget voorzien van € 4.720. Het volledige project zal binnen dit budget afgerond worden en in september 2026 zal er een eindverslag hiervan doorgestuurd worden naar de Provincie Limburg. Het 2de gedeelte van de projectsubsidie zal dan naar de gemeente overgeschreven worden.

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd om dit project te mogen afronden zoals voorgesteld.

 

Feiten en context

In 2023 werd er door de Provincie Limburg een projectsubsidie toegekend voor het project Alken Feest Afvalarm. Dit project moest afgerond zijn eind juni 2025. De administratie diende het einddossier in maar gaf aan dat zij het project nog niet volledig konden afronden en vroeg om uitstel tot eind juni 2026. Dit uitstel werd goedgekeurd door de Provincie Limburg. Zie brief in bijlage. Er werd ondertussen een verslag opgemaakt met de stand van zaken van dit project. Tevens terug te vinden in bijlage. De administratie wenst voor het afronden van het project volgende zaken nog te realiseren:

 

Social Media Campagne

Naast de promotievideo die opgenomen werd tijdens de Kerstproeverij in 2025 willen we ook een Social Media Campagne doen. We hebben het idee om hier een influencer in te schakelen die het Social Media gebeuren wat aantrekkelijker maakt en ook de jongeren beter kan aansporen om dit correct te doen. Het doel van deze Social Media Campagne is om bezoekers van een evenement aan te tonen hoe het moet, het meenemen van bekers naar huis te voorkomen en een mentaliteitswijziging bij bezoekers te creëren. Het benodigde budget hiervoor is: € 1.545,78 om het filmpje te laten maken + een nog onbekend bedrag voor de influencer die we momenteel nog aan het zoeken zijn.


Afvaleilanden + pijlen
We zouden graag enkele afvaleilanden met verschillende containers willen ontwikkelen om te gebruiken op evenementen. Dit zodat er goed gesorteerd kan worden. De pijlen dienen voor een goede communicatie voor de bezoekers/standhouders/medewerkers. Dit kunnen we enkel realiseren indien er nog budget beschikbaar zou zijn na de Social Media Campagne. Dit zal dus later nog verder uitgewerkt worden indien er ruimte is binnen het nog beschikbare budget.

 

In het budget van 2026 werd onder MJP002227 een budget voorzien van € 4.720. Het volledige project zal binnen dit budget afgerond worden en in september 2026 zal er een eindverslag hiervan doorgestuurd worden naar de Provincie Limburg. Het 2de gedeelte van de projectsubsidie zal dan naar de gemeente overgeschreven worden.

 

Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd om dit project te mogen afronden zoals voorgesteld.

 

Juridische grond

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college​

  

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Om het project "Alken Feest Afvalarm" te kunnen afronden zoals gewenst dienen er nog enkele zaken gerealiseerd te worden. Dit weliswaar binnen het nog beschikbare budget.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 4.720

Niet van toepassing

MJP002227

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating om het project "Alken Feest Afvalarm" verder uit te werken zoals voorgesteld zodat het project afgerond kan worden tegen eind juni 2026. De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002227.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Sluitingsdagen sportaccommodaties

Jaarlijks worden de sluitingsdagen van Sporthal de Alk goedgekeurd voor de start van het nieuwe sportseizoen (2026-2027). De sluitingsdagen van Sporthal de Alk wensen we ook toe te passen voor de turnzaal van Terkoest.

 

Graag stellen we volgende sluitingsdagen aan voor de Sporthal de Alk en Turnzaal Terkoest (seizoen 2026-2027):

- dinsdag 21 juli 2026 (Nationale feestdag)

- zaterdag 15 augustus 2026 (O.L.V. Hemelvaart)

- zondag 1 november 2026 (Allerheiligen)

- woensdag 11 november 2026 (Wapenstilstand)

- donderdag 24 december 2026

- vrijdag 25 december 2026 (Kerstmis)

- donderdag 31 december 2026

- vrijdag 1 januari 2027 (Nieuwjaarsdag)

- zondag 28 maart 2027 (Pasen)

- maandag 29 maart 2027 (Paasmaandag)

- zaterdag 1 mei 2027 (Dag van de Arbeid)

- donderdag 6 mei 2027 (O.L.H. Hemelvaart)

- maandag 17 mei 2027 (Pinkstermaandag)

 

Feiten en context

Jaarlijks worden de sluitingsdagen van Sporthal de Alk goedgekeurd voor de start van het nieuwe sportseizoen (2026-2027). De sluitingsdagen van Sporthal de Alk wensen we ook toe te passen voor de turnzaal van Terkoest.

 

Graag stellen we volgende sluitingsdagen aan voor de Sporthal de Alk en Turnzaal Terkoest (seizoen 2026-2027):

- dinsdag 21 juli 2026 (Nationale feestdag)

- zaterdag 15 augustus 2026 (O.L.V. Hemelvaart)

- zondag 1 november 2026 (Allerheiligen)

- woensdag 11 november 2026 (Wapenstilstand)

- donderdag 24 december 2026

- vrijdag 25 december 2026 (Kerstmis)

- donderdag 31 december 2026

- vrijdag 1 januari 2027 (Nieuwjaarsdag)

- zondag 28 maart 2027 (Pasen)

- maandag 29 maart 2027 (Paasmaandag)

- zaterdag 1 mei 2027 (Dag van de Arbeid)

- donderdag 6 mei 2027 (O.L.H. Hemelvaart)

- maandag 17 mei 2027 (Pinkstermaandag)

 

Juridische grond

DLB. art. 56

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Het is in tegendeel een besparing vermits we de logistieke medewerkers die op die dag moet werken, moeten betalen aan 200% als het om een wettelijke betaalde feestdag gaat.

De reservaties voor de sportaccommodaties op feestdagen zijn altijd zeer beperkt.

In de maand juli zijn de Sporthallen De Alk en Turnzaal Terkoest gesloten voor het jaarlijks onderhoud (uitz. sportkampen die wel nog plaatsvinden in de sporthal). In de maand juli heb de logistieke medewerkers meer mogelijkheden om hun overuren/verlof op te nemen. (enkel personeel nodig voor poets)

Op 2 januari, 16 mei (Pinksteren), 11 juli (feest Vlaamse gemeenschap) en 2 november (Allerzielen) en 26 december zal de sporthal wel geopend zijn.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de sluitingsdagen van sporthallen de Alk en Turnzaal Terkoest goed op volgende datums (sportseizoen 2026-2027):

- dinsdag 21 juli 2026 (Nationale feestdag)

- zaterdag 15 augustus 2026 (O.L.V. Hemelvaart)

- zondag 1 november 2026 (Allerheiligen)

- woensdag 11 november 2026 (Wapenstilstand)

- donderdag 24 december 2026

- vrijdag 25 december 2026 (Kerstmis)

- donderdag 31 december 2026

- vrijdag 1 januari 2027 (Nieuwjaarsdag)

- zondag 28 maart 2027 (Pasen)

- maandag 29 maart 2027 (Paasmaandag)

- zaterdag 1 mei 2027 (Dag van de Arbeid)

- donderdag 6 mei 2027 (O.L.H. Hemelvaart)

- maandag 17 mei 2027 (Pinkstermaandag)

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Projectvereniging Erfgoed Cultuur - bijdragen - naamswijziging -toetredingen - uittredingen - statuten

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Omgevingsvergunning 1033

Aanvraag omgevingsvergunning over: het realiseren van 26 wooneenheden en een polyvalente ruimte binnen de voormalige rijkswachtsite met behoud en renovatie van het rijkswachtgebouw en de realisatie van 2 nieuwbouw woonblokken ingediend door de heer Kevin Dethier met als contactadres Pickardstraat 1 te 3570 Alken en Mario Monnissen namens TM Valles Molendinum VVZRL gevestigd te Industrieterrein Kolmen 1107 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Stationsstraat 17, 17A en 17B, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 432 Y, (afd. 2) sectie F 432 V, (afd. 2) sectie F 432 X, (afd. 2) sectie F 432 T en (afd. 2) sectie F 432 W. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

de heer Kevin Dethier met als contactadres Pickardstraat 1 te 3570 Alken en Mario Monnissen namens TM Valles Molendinum VVZRL gevestigd te Industrieterrein Kolmen 1107 te 3570 Alken

 

Ligging van het perceel:

Stationsstraat 17, 17A en 17B

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie F nrs. 432Y, 432V, 432X, 432T en 432W

 

Projectnaam:

Stationsstraat 17 - TM Vales Molendinum

 

Dossiernummer:

202588

 

Intern dossiernummer:

1033

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025074063

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

het realiseren van 26 wooneenheden en een polyvalente ruimte binnen de voormalige rijkswachtsite met behoud en renovatie van het rijkswachtgebouw en de realisatie van 2 nieuwbouw woonblokken

Rubrieken

Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de Bijlage 1. Indelingslijst van de VLAREM II en worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Klasse

3.8.1°a)

lozing van het bemalingswater (1.073 m3/dag)

3

53.2.2°b)

peilgestuurde vacuüm of gravitaire filterbemaling met een totale hoeveelheid van 124.858 m3

2

16.3.2°a)

Het plaatsen van 26 warmtepompen met een vermogen van elk 2,0 kW voor de wooneenheden. Het plaatsen van 1 warmtepomp in de commerciële ruimte met een vermogen van 7,18 kW (76,18 kW)

3

 

Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:

Rubriek

Omschrijving

Klasse

3.8.1°a)

lozing van het bemalingswater (1.073 m3/dag)

3

53.2.2°b)

peilgestuurde vacuüm of gravitaire filterbemaling met een totale hoeveelheid van 124.858 m3

2

16.3.2°a)

Het plaatsen van 26 warmtepompen met een vermogen van elk 2,0 kW voor de wooneenheden. Het plaatsen van 1 warmtepomp in de commerciële ruimte met een vermogen van 7,18 kW (76,18 kW)

3

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

        de afbraak van enkele bijgebouwen

        de herbestemming en reconstructie van een bestaand rijkswachtgebouw naar wonen en nevenbestemming

        de aanleg van een ondergrondse garage en kelderruimte

        de realisatie van 2 nieuwe woonblokken met appartementen

        het bouwen van een fietsenstalling

        het plaatsen van een elektriciteitscabine

        het rooien/vellen van enkele bomen

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied.

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

 (KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)

 

Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd RUP CENTRUM V Zuid definitief vastgesteld bij besluit van de Gemeenteraad op 24.06.2021 – artikel 1: zone voor wonen.

 

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet vervallen verkaveling.

 

De voorschriften van het RUP Centrum V Zuid zijn van toepassing op dit perceel.

 

Verordeningen:

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

Watertoets:

Overwegende dat het voorliggende project, namelijk de renovatie van het rijkswachtgebouw en de realisatie van 2 nieuwbouw woonblokken dewelke gelegen is in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied alsook gesitueerd binnen het ambtsgebied van Watering de Herk werd er advies gevraagd aan de dienst Waterlopen, provincie Limburg en Watering de Herk op 29.10.2025.  Er werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend door deze diensten met ref. 2025N161992 - 2025 – 1508 met volgende voorwaarden:

 

        Het vloerpeil (gelijkvloers) van de appartementsgebouwen moet minstens 30 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn

= 37,67 m TAW + 30 cm

= 37,97 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil

Het vloerpeil (+15) wordt op niveau 38,35 m TAW gebouwd.

Dit is ruim boven het overstromingsveilig vloerpeil en bijgevolg overstromingsveilig.

        Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het overstromingsveilig vloerpeil

        Doorvoeren van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.

        Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.

        Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.

        Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden.

        Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.

        De inrit naar de ondergrondse parkeerkelder vanaf de Langveldstraat moet op overstromingsveilige hoogte gebouwd worden om binnenstromen van water te vermijden. Cfr. doorsnede D bij de aanvraag, moet de inrit achter de rooilijn licht “drempelvormig” aangelegd worden, tot 10 cm boven de boordsteen van de weg = 37,85 m TAW

        Ophogingen van het terrein moeten beperkt blijven tot deze aangeduid op de plannen bij de aanvraag. Ter hoogte van de zone voor “doorstromend oppervlaktewater” op de pluviale overstromingskaart zijn ophogingen niet toegelaten, en moet het water van de achterliggende terreinen kunnen doorstromen naar de Stationsstraat.
 

Het oppervlaktewater van de nieuwe gebouwen en de achtergevel van de oude kazerne loopt, na herbruik, oppervlakkig over naar een lokale verlaging (wadi) in de grote tuin.  Aangezien er geen water rechtstreeks wordt afgevoerd naar de riolering of de waterlopen, is dit gunstig in het kader van het afstromingsregime.

 

Volgende VOORWAARDEN worden opgelegd:

        Enkel de dakafvoeren van de voorgevel van de oude rijkswachtkazerne mogen rechtstreeks op de riolering van de Stationsstraat aangesloten blijven.

        Alle andere dakafvoeren moeten via de hemelwaterputten afwateren, en overlopen naar de tuin. Een ondergrondse aansluiting (overloop) op de riolering is niet toegestaan.

Het advies van de dienst Waterlopen, provincie Limburg en Watering de Herk kan bijgetreden worden en wordt ook onderschreven en overgenomen in dit besluit.

 

De horizontale dakoppervlakte bedraagt voor blok A 319m², voor blok B 319m² en voor blok C 222,4m², waardoor de totale dakoppervlakte komt op ongeveer 860,4m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 40 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening van 32 000 liter met een infiltratieoppervlakte van 200m².  De diepte van de infiltratievoorziening bedraagt 17cm.  De overloop van de hemelwaterputten wordt voorzien in een licht komvormig aangelegde groenzone.  Het regenwater van de aangesloten dakoppervlakken infiltreert dus op eigen terrein.

 

In het ontwerp zijn volgende uitgangspunten gehanteerd:

        De regenwaterafvoerpunten in de stoep van het bestaande gebouw van de voormalige rijkswachtkazerne blijven behouden;

        Alle dakoppervlakken, met uitzondering van het dak van de fietsenstalling en de inrit naar de ondergrondse parking, worden aangesloten op de regenwaterput voor hergebruik;

        Het dak van de fietsenstalling krijgt een vrije uitloop op het maaiveld en het regenwater van de inrit van de parking wordt – via een pompput – rechtstreeks aangesloten op de infiltratie;

        De overdekte terrassen worden aangesloten op DWA-afvoer;

        Alle terreinverhardingen worden ofwel uitgevoerd met waterdoorlatende materialen of wateren onmiddellijk af op eigen terrein.

 

Het regenwater wordt enkel gebruikt voor toiletspoelingen (niet voor andere toepassingen, zoals wasmachine of poets- of tuinkraantjes).  Alle 22 appartementen boven de ondergrondse parking (= blok A + blok B) worden voorzien van toiletspoeling op regenwater.  We rekenen op een gemiddelde bezetting van 2 personen per appartement. Dit geeft een constant hergebruik van 44 personen x 21 l/dag/persoon = 924 l/dag.

 

Er werd een afwijking gevraagd en gemotiveerd aangaande de dimensionering van de hemelwaterput echter dit wordt gecompenseerd door middel van de bovengrondse infiltratievoorziening.
 

Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd, het afvalwater wordt aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.

 

De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

 

Milieu:

///

 

Natuur:

De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een “Ramsar”-gebied of vogelbeschermingsgebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 79/409/EEG van 02.04.1979).

 

De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een habitatrichtlijngebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 92/43/EEG van 21.05.1992)

 

Archeologie

Er werd bij het dossier een archeologienota gevoegd met ID 33909 Vooronderzoek Alken Stationsstraat met referentie https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/33909

Er werd akte genomen van deze beslissing op 26.07.2025. 

 

De archeologienota en het Onroerend Erfgoeddecreet dienen nageleefd te worden.

 

Erfgoedtoets

Het RUP vereist een erfgoedafweging voor de verbouwing van de rijkswachtkazerne.

 

Binnen huidige aanvraag zal het bestaande rijkswachtgebouw behouden blijven, de meeste ingrepen zullen zich beperken tot de verhoging/verlaging van gevelopeningen met respect voor de ritmiek en de vormgeving van deze van het bestaande pand en tevens met respect voor alle elementen die in de inventaris zijn vermeld (https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22054);

De enige drie meer fundamentele ingrijpen bestaan uit

        Er worden extra openingen voorzien in de heden blinde rechtergevel en de herwerking van raamopeningen één travee op +1 in de achtergevel.  Er is ervoor gekozen om deze uit te voeren in een andere vormgeving om het onderscheid met de bestaande openingen visueel te maken, maar dit is verenigbaar met de ritmiek van het geheel.

        De plaatsing van uitkragende balkons bij een aantal van deze openingen, eveneens duidelijk herkenbaar als hedendaagse toevoeging maar verenigbaar met het geheel.

        Een ingreep in het dakvolume om dit open te werken en dakterrassen te creëren: wel een zwaardere ingreep met aanzienlijke impact op het voorkomen van het gebouw; maar acceptabel omdat dit gesitueerd is aan de achterzijde en slechts beperkt waarneembaar zal zijn vanuit de straat.  Deze uitbouw is tevens nodig in functie van de bruikbaarheid van de dakverdieping en is niet in tegenstrijd met de beschrijving van de waardevolle elementen uit de erfgoedinventaris.

 

Het project is bijgevolg in overeenstemming met de elementen die in de inventaris zijn vermeld.

 

Grond en pandendecreet

Overwegende dat de normen en percentages betreffende de verwezenlijking van een sociaal of bescheiden woonaanbod niet van toepassing zijn op deze aanvraag.

 

Sloopopvolgingsplan

Voor deze aanvraag werd een sloopopvolgingsplan opgesteld door de firma BCD Services op datum van 22.04.2025 en gevoegd bij de aanvraag.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

10 juli 2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

9 september 2025

Opening openbaar onderzoek

18 september 2025

Afsluiten openbaar onderzoek

17 oktober 2025

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

24 december 2025

 

1.f. Historiek

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

- Overwegende dat op 26.04.1972 een stedenbouwkundige vergunning (991) voor de verbouwing van een rijkswachtgebouw werd bekomen door stedenbouw.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

De aanvraag behelst de realisatie van 26 wooneenheden en een polyvalente ruimte binnen de voormalige rijkswachtsite met behoud en renovatie van het rijkswachtgebouw en de realisatie van 2 nieuwbouw woonblokken

 

Het perceel is gelegen op de hoek van een gewestweg, nl. de Stationsstraat en een gemeentelijke weg, nl. de Langveldstraat, beide een geasfalteerde weg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand.  De straat is gesitueerd midden in het centrum van Alken en wordt gekenmerkt door verschillende bebouwingen voornamelijk bestaande uit woongebouwen aan deze zijde van de Stationsstraat en Langveldstraat.  Echter aan de overzijde van de Stationsstraat bevindt zich de site van de brouwerij Alken-Maes en aan de overzijde van de Langveldstraat staan 2 woonhuizen en een recreatiegebied met tennis- en paddelvelden.  Op de aanpalende percelen situeren zich grotere open ééngezinswoningen.

 

Huidige aanvraag omvat volgende stedenbouwkundige handelingen:

        de afbraak van enkele bijgebouwen

        de herbestemming en reconstructie van een bestaand rijkswachtgebouw naar wonen en nevenbestemming

        de aanleg van een ondergrondse garage en kelderruimte

        de realisatie van 2 nieuwe woonblokken met appartementen

        het bouwen van een fietsenstalling

        het plaatsen van een electriciteitscabine

        het rooien/vellen van enkele bomen

 

De combinatie van het vrijstaande rijkswachtgebouw met de bakstenen tuinmuren en de verharde koer karakteriseert de huidige site.  De bestaande verouderde bijgebouwen worden afgebroken en vervangen door kwalitatieve duurzame woongebouwen.  Om het idee van de kazerne te behouden worden de nieuwe volumes samen met enkele functionele muren zo gepositioneerd zodat dit beeld behouden blijft.

 

Op het terrein worden enkele hoogstambomen gekapt voor het realiseren van het project.  Echter wordt deze kap in het nieuwe omgevingsplan gecompenseerd door de heraanplanting van diverse (streekeigen) boomsoorten (zie inplantingsplan en groenaanplant).

 

Om het bestaande rijkswachtgebouw klaar te maken voor een nieuw leven wordt het gebouw thermisch geïsoleerd en voorzien van een hedendaagse, duurzame technische installatie.  De gevelopeningen worden deels aangepast aan de nieuwe vertrekken (vooral in de zijgevels en achtergevel).  Er is ervoor gekozen om deze uit te voeren in een andere vormgeving om het onderscheid met de bestaande openingen visueel te maken, maar dit is verenigbaar met de ritmiek van het geheel.  De vochtige en ondiepe kelderverdieping van het rijkswachtgebouw wordt gedempt.  Het gelijkvloers wordt casco gerenoveerd en klaargemaakt voor polyvalent gebruik. Het betreft een nog in te vullen ruimte met een oppervlakte <200m².  Op de eerste en tweede verdieping worden er telkens twee woongelegenheden ingericht. 

 

De twee nieuwbouwvolumes zijn zodanig ingeplant rond een binnenkoer dat de rest van het  perceel zo groen mogelijk kan worden ingericht.  De nieuwbouwvolumes A en B omvatten elk 11 woongelegenheden, waarvan in elk volume 10 appartementen met telkens 2 slaapkamers en 1 appartement op het gelijkvloers met 1 slaapkamer.  Alle woongelegenheden bevatten daarnaast een leefruimte met open keuken, berging, badkamer, toilet en een terras.  De woongelegenheden in het project zijn toegankelijk via een gemeenschappelijke trappenhal per volume.  De nieuwe blok A gesitueerd achter de rijkswachtsite en langs de Langveldstraat wordt voorzien op 20m70 van de achtergevel van het rijkswachtgebouw en op ongeveer 16m25 van de as van de Langveldstraat en 10m70 van de rooilijn.  Het betreft een volume, zowel van blok A als blok B, bestaande uit 3 volwaardige bouwlagen en een teruggetrokken dakverdieping afgewerkt met een plat dak.  De hoogte van de zone bestaande uit 3 bouwlagen komt op 10m47 (ten aanzien van het maaiveld) en de dakverdieping komt tot op een hoogte van 12m85.  De tweede nieuwbouwblok komt dwars te liggen ten aanzien van blok A en het Rijkswachtgebouw.  Deze wordt opgericht op een afstand van 6m65 ten aanzien van blok A en er is een tussenruimte tussen de achtergevel van de rijkswachtkazerne en deze nieuwbouw blok B van 7m22.  Dit volume komt tevens op 24m93 van de as van de voorliggende Stationsstraat en op min. 20m09 ten aanzien van de zijdelingse perceelsgrens met de woning Stationsstraat 15.  Aan de achterzijde van deze nieuwbouw blokken blijft er nog een ruimte van ongeveer 12m83 aan de voorzijde van blok A tot ruim 19m49 aan de zijde van blok B behouden.

 

Binnen het project wordt een ondergrondse parkeergarage met 35 autostaanplaatsen gerealiseerd, alsook 26 individuele bergingen, een gemeenschappelijke fietsenstalling met fietsherstelpunt samen met de nodige technische kelderruimtes en tellerlokalen.  De parkeergarage bevindt zich deels onder de centrale ontmoetingszone.  Op het dak van de parkeergarage wordt er een groenaanplanting aangelegd, hetgeen de woonkwaliteit aanzienlijk zal verbeteren en het uitzicht van de buurt zeker zal opwaarderen.  Bovengronds wordt een collectieve, overdekte fietsenberging op de binnenkoer voorzien die in uitzonderlijke gevallen dienst kan doen als polyvalente luifel voor andere gemeenschapsactiviteiten.  De toegang naar de ondergrondse garage wordt voorzien aan de zijde van de Langveldstraat in de zone tussen blok A en de zijdelingse perceelsgrens waar er een afrit naar de ondergrondse parkeergarage zal voorzien worden over een breedte van 4m.

 

Op de hoek van het perceel aan de Langveldstraat wordt een distributiecabine voorzien.  Deze cabine zal geïntegreerd worden in het groenontwerp waardoor deze aan het zicht onttrokken wordt.

De buitenruimtes worden bijna volledig publiek toegankelijk.  Tuinen en terrassen worden beperkt voorzien rond de gelijkvloerse appartementen en afgescheiden door groenmassieven en hagen die zorgen voor de nodige privacy van de gebruikers.

De groene zone aan de rand kent het meest extensieve landschapsbeheer waardoor hier de grootste ecologische meerwaarde kan gerealiseerd worden.  Door aan de randen dichtere groenmassieven en bomen te voorzien kan voldoende privacy gegeven worden aan de buren waardoor er tevens een bufferzone naar de naastgelegen buren gecreëerd kan worden.

 

De architectuur van de nieuwbouwvolumes wordt in aansluiting voorzien met het bestaande rijkswachtgebouw aangaande de gevelopbouw, volumetrie en materiaalgebruik.  De gevelsteen van de nieuwe volumes heeft dezelfde kleurnuance en textuur als het bestaande gebouw en zal eveneens worden ingevoegd.  De decoratieve gevelafwerking van het historische pand krijgt een vertaling in het nieuwbouwvolume door te werken met verschillende patronen in het metselwerk.  Het nieuwe aluminium buitenschrijnwerk, de aluminium raamdorpels, de dakrandprofielen, de leuningen en zijdelingse bekleding van de terrassen zijn in een bruintint voorzien die aansluit op de rood-bruine kleur van het metselwerk.

Het materiaalgebruik bij de Rijkswachtkazerne blijft na de herbestemming gelijk ten opzichte van de bestaande toestand.  Het buitenschrijnwerk wordt vervangen door aluminium buitenschrijnwerk in een witte kleur met hoogrendementsbeglazing.  Voor de dakbedekking van het hellende dak worden opnieuw antracietkleurige dakpannen gebruikt.  Het uitbouwvolume op het dak wordt bekleed in aluminium met een bruintint, het buitenschrijnwerk in dit volume krijgt dezelfde kleurtint.  De dakafvoeren worden uitgevoerd in geprepatineerd zink.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

Verenigbaarheid met de voorschriften

De percelen zijn gelegen in woongebied volgens het Gewestplan Hasselt-Genk en behoren niet tot VEN-gebied, Natura 2000 gebied, Habitatrichtlijngebied of Ramsar-gebied. Verder zijn de percelen niet gelegen in biologisch waardevol gebied volgens de biologische waarderingskaart (versie 2).

 

De aangevraagde sloop en oprichting van de meergezinswoning, is principieel verenigbaar met de stedenbouwkundige voorschriften van het woongebied en het RUP “Centrum 5 Zuid”., mits gemotiveerde beperkte afwijking aangaande de teruggetrokken dakverdieping.

 

Conform artikel 4.4.1.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningen kunnen in een stedenbouwkundige vergunning, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

 

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

 

De voorschriften van het RUP bepalen voor deze zone binnen artikel 2 – zone voor strategische ontwikkeling het volgende:

‘P1c is de site van de rijkswachtkazerne. Gezien de nabije ligging van centrum, de vallei en het station kan de rijkswachtkazerne in de toekomst voor verschillende functies zoals wonen of commerciële functies gericht op de uitbouw van toerisme (hotel, B&B) worden bestemd.

De rijkswachtkazerne wordt bewaard, gezien de goede toestand van het pand.  Bovendien helpt het gebouw met het versterken van de identiteit van Alken.  De overige ruimte wordt bestemd voor de configuratie van nieuwbouwvolumes, geclusterd rond een centrale ruimte.’

Het ingediende ontwerp wijkt beperkt af van de bouwhoogte waar er bepaald werd dat er voor 70% van het bebouwd grondvlak max. 3 bouwlagen en teruggetrokken dakverdieping konden voorzien worden.  Deze teruggetrokken dakverdieping is niet waarneermbaar aan alle zijden van de nieuwbouwvolumes.  Echter het terugtrekken van de dakverdieping (voorschr. p.18) is niet uitdrukkelijk binnen het RUP verheldert hoe 'teruggetrokken' moet worden geïnterpreteerd.  Tevens zijn de dakvolumes voor de helft, ofwel ruim teruggetrokken van de gevels (2.8 tot 3.7m), ofwel onder bestaand hellend dak voorzien.  De gevels waarvan niet teruggetrokken werd, zijn bijna uitsluitend de intern gelegen gevels gericht naar de binnenkoer, met uitzondering van een korte gevel van nieuwbouw blok B die op ruime afstand van de buren is gelegen en minder hinder veroorzaakt dan de teruggetrokken gelegen dakvolume van blok A ernaast.  De nota toont tevens aan dat globaal het toegelaten volumevan het RUP niet overschreden wordt.  Omwille van voorgaande aspecten kunnen we dan ook concluderen dat de dakverdiepingen als voldoende teruggetrokken kunnen worden beschouwd.  En dat de aangevraagde sloop en oprichting van de nieuwbouw meergezinsblokken, principieel verenigbaar zijn met de stedenbouwkundige voorschriften van het woongebied en het RUP “Centrum 5 Zuid”.

 

Stedenbouwkundige verordening inzake parkeerplaatsen gemeente Alken

De parkeerverordening van de gemeente Alken schrijft voor dat er bij meergezinswoningen per woongelegenheid 1,5 parkeerplaats voor auto’s voorzien moet worden.  Wat voor dit project neerkomt op 39 parkeerplaatsen.  Voor de cascoruimte dienen er bijkomend 2 parkeerplaatsen voorzien te worden.  Het project voorziet in totaal 43 ruime parkeerplaatsen waardoor wordt voldaan aan de parkeerverordening.

Voor de circulatiezone tussen de parkeerplaatsen is 6m aangehouden, de brede parkeerplaatsen zorgen voor een voldoende vlotte toegang.  Daarnaast wordt op die manier het keldervolume beperkt om zo onder andere de impact op de bemaling te beperken.

In het project is er eveneens plaats voorzien voor het stallen van fietsen en dit in verhouding met de opgelegde norm van de parkeerverordening, namelijk 2 per woongelegenheid + 1 extra plaats per slaapkamer (vanaf de 2e slaapkamer).  Voor dit project komt dit overeen met 78 plaatsen.  Zowel in de collectieve zone als in een groot aantal van de individuele kelderbergingen kunnen bewoners hun fietsen in een afgesloten ruimte stallen.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

preventie@zuidwestlimburg.be

9 september 2025

17 oktober 2025

voorwaardelijk gunstig

preventie@zuidwestlimburg.be

29 oktober 2025

19 november 2025

voorwaardelijk gunstig

provincie Limburg - afdeling Waterbeheer

9 september 2025

12 september 2025

ongunstig

provincie Limburg - afdeling Waterbeheer

29 oktober 2025

12 november 2025

voorwaardelijk gunstig

Proximus

9 september 2025

10 september 2025

voorwaardelijk gunstig

Proximus

29 oktober 2025

30 oktober 2025

voorwaardelijk gunstig

Toegankelijk Vlaanderen (Inter)

9 september 2025

2 oktober 2025

voorwaardelijk gunstig

Toegankelijk Vlaanderen (Inter)

29 oktober 2025

24 november 2025

gunstig

De Watergroep

9 september 2025

10 september 2025

voorwaardelijk gunstig

De Watergroep

29 oktober 2025

30 oktober 2025

voorwaardelijk gunstig

Omgevingsloket Wyre

9 september 2025

10 september 2025

voorwaardelijk gunstig

Omgevingsloket Wyre

29 oktober 2025

30 oktober 2025

voorwaardelijk gunstig

Fluvius

9 september 2025

22 oktober 2025

voorwaardelijk gunstig

IOED Haspengouw west

9 september 2025

 

Geen advies

Het Agentschap Wegen en verkeer

29 december 2025

23 januari 2026

Ongunstig advies

 

2.d. Bespreking van de adviezen

De aanvraag werd aanvankelijk op 29.10.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de adviesinstanties.  Echter werden er aanvankelijk opmerkingen gemaakt door de adviesinstanties alsook een ongunstig advies verleend door de dienst waterlopen, provincie Limburg.  Echter naar aanleiding van deze opmerkingen en het ongunstig advies heeft de architect de plannen gewijzigd en een nieuwe PIV opgeladen op het omgevingsloket op 15.10.2025.  Op basis hiervan werd er een nieuw advies gevraagd aan de adviesinstanties.  Enkel de laatste geldende adviezen worden hierbij overgenomen en besproken.

 

        De aanvraag werd op 29/10/2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Proximus.  Op 30/10/2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan bijgetreden worden.

        De aanvraag werd op 29/10/2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Wyre.  Op 30/10/2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan bijgetreden worden.

        De aanvraag werd op 29/10/2025 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep.  Op 30/10/2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan bijgetreden worden.

        De aanvraag werd op 29/10/2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de provincie Limburg.  Op 12/11/2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2025N161992 - 2025 - 1508
ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan bijgetreden worden.

        De aanvraag werd op 29/10/2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Hulpverleningszone Zuidwest Limburg.  Op 19/11/2025 werd er een vooorwaardelijk gunstig advies ontvangen met als referentie HA-88-172-002. De integrale inhoud van dit advies kan bijgetreden worden.

        De aanvraag werd op 29/10/2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Toegankelijk Vlaanderen.  Op 24/11/2025 werd er een gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan bijgetreden worden.

        De aanvraag werd op 29/12/2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen en Verkeer.  Er werd op 23/01/2026 een ongunstig advies verleend door het Agentschap Wegen en Verkeer.  Dit advies kan echter niet bijgetreden worden owv volgende aspecten:

Er zijn voldoende redenen om de ontsluiting via de gewestweg te houden:

        Historisch. De bestaande historische muur langs de gemeenteweg wordt visueel behouden.  Deze is beeldbepalende in het straatbeeld.  Als hier te veel openingen in komen is zijn waarde (historisch en beeldbepalend) weg.  Goede ruimtelijk ordening houdt rekening met de context. Zo wordt de binnenkoer en de buitenruimte bij de nieuwe woonblokken ook afgeschermd.  Door de gekozen inplanting en het groenscherm aan de zijde van de Langveldstraat ter hoogte van de verschillende bouwblokken.

        Op heden zijn er reeds 2 ontsluitingen langs de Gewestweg, waarvan er zelfs één op een ongelukkigere plaats gesitueerd is vlak bij de splitsing van de Stationsstraat en de Langveldstraat.  Er wordt dus in het huidige ontwerp één ontsluiting gesupprimeerd waar er van 2 ontsluitingen naar 1 ontsluiting zal gegaan worden op een geschiktere locatie dan de huidige hoofdontsluiting op de hoek van de Stationsstraat en de Langveldstraat.

        Indien men een inrit naar de bezoekersparking wil leggen langs de gemeenteweg wordt de parkzone versnipperd.  Men dient zoveel mogelijk aaneengesloten groengebied te hebben. Ook weer omwille van de beeldkwaliteit, de gebruikswaarde én de toekomstwaarde (zoveel mogelijk aaneengesloten groen behouden ikv klimaatadaptatie.  Indien de parking langs de gemeenteweg moet komen wordt het gehele park in twee gedeeld.

        Er is al een toegangsweg voorzien via de gemeenteweg naar de ondergrondse parking.   Dit is de hoofdontsluiting voor de bewoners van de bouwblokken.  De ontsluiting langs de Gewestweg betreft slechts een ondergeschikte ontsluiting voor het beperkt parkeren bovengronds met 8 parkeerplaatsen. (dit ten behoeve van de functie van het gelijkvloers van de rijkswachtsite en de bezoekers)

        Men wil zoveel mogelijk bomen behouden. Deze staan aan de zijde van de gemeenteweg en niet langs de gewestweg.  En hier wordt ook een groenscherm voorzien.  Dit onderbreken door nog eens een verharding is ruimtelijk niet wenselijk en maakt dat de groenvoorziening hier niet op een degelijke manier kan uitgevoerd worden.

        In het advies van het Agentschap Wegen en verkeer staan zelfs de algemene richtlijnen van het agentschap opgesomd waarbij er aangehaald wordt dat er 1 toegang over een max breedte van 4,5m wordt toegelaten.  In huidig ontwerp wordt er slechts 1 toegang voorzien dewelke dient uitgevoerd te worden conform de voorschriften over een max. breedte van 4,5m.  Dit wordt opgelegd als voorwaarde bij de omgevingsvergunning.  Ook de andere voorwaarden voorzien in de algemene richtlijnen van het Agentschap Wegen en Verkeer zullen worden nageleefd (zoals onoverrijdbare scheiding, …)

Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer wordt dus niet bijgetreden maar er zullen voorwaarden worden opgelegd aangaande de ontsluiting naar de Gewestweg conform de algemene richtlijnen van het Agentschap Wegen en Verkeer.

 

2.e. Openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 18 september 2025 tot 17 oktober 2025.

Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en een digitaal bezwaar

 

Behandeling van de bezwaren:

Bezwaar1

Datum 10 oktober 2025

Inhoud van het bezwaar

Wij, de bezwaarindieners zijn eigenaar van de woning gelegen Langveldstraat 2A (tegenover de rijkswachtkazerne). Daar wonen wij ook.

Wij dienen bezwaar in omdat wij van oordeel zijn dat het project rijkswachtkazerne, in zijn huidige vorm, een veel te zware impact heeft op onze privacy.

Een schets van de situatie:

Onze living ligt op het gelijkvloers aan de straatzijde en is even breed als de voorgevel. De voorgevel bestaat op het gelijkvloers volledig uit glasramen (zie foto nr. 4). Met een L-vormige muur tegen de straat worden wij nu beschermd tegen inkijk (zie foto ‘s 5 en 6).

Onze tuin met terras ligt volledig links van onze woning. Achter onze woning beschikken wij slechts over 4,00 m.

Foto 1 toont het zicht vanuit onze living naar het bestaande rijkswachtgebouw.

Foto 2 toont het zicht vanuit onze tuin en terras naar het bestaande rijkswachtgebouw.

Foto 3 toont het zicht vanuit onze tuin en terras naar de te bouwen blok A (De bomen die er staan gaan uiteraard verdwijnen).

Hetgeen dus betekent, als je de situatie omkeert, dat de toekomstige bewoners van de nieuwe woongelegenheden en terrassen alles kunnen zien en waarnemen wat er bij ons gebeurt en dat wij al onder de beplanting zouden moeten kruipen om van wat privacy te genieten.

Denken jullie dat er een enkele eigenaar/bewoner bestaat, die tevreden zou zijn met zo ’n situatie? Laat staan dat er iemand is die daar vrijwillig zou voor kiezen.

Wij vragen dan ook met aandrang dat er maatregelen genomen worden om onze privacy te beschermen.

De foto ‘s 1 t.e.m. 6 vind je in de bijlagen.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 18.09.2025 tot en met 17.10.2025 omwille van het feit dat voorliggend ontwerp beperkt afwijkt van het RUP aangaande de teruggetrokken dakverdieping.

 

Er werd naar aanleiding van het openbaar onderzoek één bezwaarschrift/standpunt ingediend.  Dit bezwaarschrift werd binnen de periode van het openbaar onderzoek ingediend en is bijgevolg tijdig en ontvankelijk.

 

Het bezwaarschrift kan als volgt beoordeeld worden:

 

Samenvatting bezwaar:

Het bezwaar heeft betrekking op blok A. Blok A is 3 bouwlagen hoog met een vierde set-back. De voorgeveldakrand is op circa 10m hoogte van de weg gelegen. De dakrand van de set back is op circa 13m. Aan de Langveldstraatzijde zijn er ramen en terrassen. De terrassen van de 1ste, 2de en derde bouwlaag zijn beperkt in breedte en zijn ingericht als een loggia gesitueerd op de hoek en niet centraal naar de Langveldstraat. Ze gaan de hoek om.  De vierde set-back is een penthouse  met een groendak en centraal een terras gericht naar de Langveldstraat.

 

WEERLEGGING

 

Ligging

Het projectgebied is gelegen binnen het centrum van Alken (binnen een straal van 400m, tevens loopafstand) waar sowieso verdichting gewenst is. Dit wordt ook vermeld in het GRUP Centrum 5 Zuid: zone voor strategische ontwikkeling (99% - art. 2) + zone voor wegenis (1% - art. 7). Het verdichten van het centrum betekent sowieso stapelen mits rekening wordt gehouden met de context van de plek (rijkswachtkazerne), verkeershinder (zie mobiliteitstoets), privacy (zie verder), groen (maximaal behoud en nieuw aanplant), e.a. Indertijd, met de opmaak van het RUP had de bezwaarindiener de mogelijkheid een bezwaar in te dienen over de schending van de privacy. Dit is niet gebeurd. Vermits deze omgevingsaanvraag ter uitvoering van het RUP is en dat de aanvraag hieraan voldoet kan gesteld worden dat het bezwaar onvoldoende gegrond is.  In onderstaande nota wordt verder toegelicht dat het bezwaar onvoldoende relevant is.

 

AFSTAND TUSSEN WONING BEZWAARINDIENER EN BLOK A

De afstand tussen de woning bezwaarindiener en blok A bedraagt ruim 27m.

De Langveldstraat heeft een zeer breed profiel waardoor inkijk nauwelijks mogelijk is.

Het toepassen van de 45° regel toont dat er nog voldoende ruimte overblijft tussen blok A en de woning Langveldstraat 2A.  De 45-gradenregel is een stedenbouwkundige vuistregel die de verhouding tussen de bouwhoogte en de afstand tot perceelsgrenzen bepaalt, vaak gebruikt om lichtinval en zichtlijnen te beschermen, waarbij de 45 graden-regel normaal gezien wordt gemeten vanaf het maaiveld. De naleving van de 45 graden-regel houdt in dat de nieuwe gebouwen 11,30meter verwijderd moeten zijn van de perceelsgrens. Nu is dit 10,47m wat betekent dat de afstand tot de perceelsgrens de 45° regel volgt.  De grondslag voor de toepassing van de 45 graden-regel is terug te vinden in artikel 4.3.1, §1, eerste lid, 1° d VCRO betreffende de goede ruimtelijke ordening.

Het plan schaadt de goede ruimtelijke ordening bijgevolg niet.

 

GROEN TUSSEN BLOK A EN LANGVELDSTRAAT 2A

Er wordt groen voorzien tussen het blok A en de woning Langveldstraat.  De diepte van het groen bedraagt 8,10m over de volledige breedte van de gevel van blok A aan de straatzijde.

Er wordt een boom voorzien alsook houtachtige vegetatie met een struiklaag en bodembedekkers. Door deze aanplant ligt bouwblok A verscholen achter  het groen zodat het groen inkijk vermijdt. Het groen dat wordt voorzien bestaat uit groen dat alle hoogtes heeft gaande van bodembedekkers, 30 cm tot struiken met een hoogte van 3 meter en een boom met een hoogte van 20m.  Een dicht groenscherm is het resultaat.

Dit wordt tevens  in de verantwoordingsota correct beschreven: De buitenruimtes worden bijna volledig publiek toegankelijk. Tuinen en terrassen worden beperkt voorzien rond de gelijkvloerse appartementen en afgescheiden door groenmassieven en hagen die zorgen voor de nodige privacy van de gebruikers. De groene zone aan de rand kent het meest extensieve landschapsbeheer waardoor hier de grootste ecologische meerwaarde kan gerealiseerd worden. Door aan de randen dichtere groenmassieven en bomen te voorzien kan voldoende privacy gegeven worden aan de buren, op die manier wordt er een bufferzone naar de naastgelegen buren gecreëerd. Door de gunstige oriëntatie kan dit zonder dat deze aan zonlicht moeten inboeten.

Daarbij heeft de bezwaardindiener zelf de mogelijkheid om een aanplant van leilindes of andere leibomen aan te planten om alzo hoog groen te voorzien om mogelijke inkijk (die er niet is)  te weren.

 

In principe is het bezwaar dus onterecht en wordt dit niet weerhouden (zie hoger), maar om toch  tegemoet te komen aan dit bezwaar heeft de aanvrager zijn beplantingsplan aangepast en aangevuld.

 

Na het openbaar onderzoek kan de bevoegde overheid toestaan dat de vergunningsaanvrager wijzigingen aanbrengt in zijn vergunningsaanvraag. Het verzoek daartoe gaat uit van de vergunningsaanvrager.

 

Er moet geen nieuw openbaar onderzoek worden georganiseerd, wanneer met de aanpassing van de plannen tegemoet gekomen wordt aan de adviezen en/of aan de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden geformuleerd: dit houdt niet in dat de planaanpassingen volledig aan de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren en opmerkingen moeten tegemoetkomen (RvVb 17 april 2018, nr. RvVb/A/1718/0784)

 

Er werd op 09.12.2025 een gewijzigd inplantingsplan met groenaanplant ingediend en aanvaard waarbij er een aanpassing van de plannen werd gedaan in functie van het ingediende bezwaar en waar er twee bomen ingetekend zijn voor blok A met plantmaat en soort, zijnde een Els met maat 20/25.

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

        Functionele inpasbaarheid en bouwdichtheid:

De aanvraag voorziet in de verbouwing en realisatie van een 2 nieuwbouw volumes voor 26 appartementen.  Het RUP voorziet in de voorschriften voor deze zone een maximaal van 3.144m²  bruto vloeroppervlakte (met inbegrip van het bestaande Rijkswachtgebouw).  Het ingediende ontwerp omvat in totaal 3.032,47m² bruto vloeroppervlakte, er is dus ruim voldaan aan het vastgelegde maximum voorzien in het RUP.  Het realiseren van dergelijk project, bestaande uit 26 appartementen, gelegen langs een gewestweg, is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het vastgestelde gewestplan (woongebied) en het RUP, en is derhalve functioneel inpasbaar.  De omgeving kan worden omschreven als invalshoek van het centrum, dewelke zich leent tot verdichtingsprojecten.  Het project is immers goed gelegen.  Er is een goed aanbod qua openbaar vervoer.  Er is op minder dan 2km een treinstation aanwezig.  In de buurt zijn eveneens onderwijsvoorzieningen aanwezig.  Zo zijn er drie gewone lagere scholen in de directe omgeving. Middels de treinverbinding zijn er diverse secundaire en hogere onderwijsinstellingen bereikbaar.  De winkels en diensten (zoals bakkers, slagers, etc.) zijn te voet of met de fiets bereikbaar.  Het project getuigt daarenboven van een groene invulling gelet op de tuinstroken alsook het atrium. Het atrium zorgt ervoor dat het project geen mastodontisch volume aanneemt.  De ruimtelijk rendementsverhoging, hetgeen resulteert in een hogere bouwdichtheid, is ter plaatse aanvaardbaar en conform het RUP Alken Centrum Zuid.

 

        Schaal

Het gabarit van het gebouw wordt inpasbaar geacht in de bestaande ruimtelijke ordening.  In het project wordt immers de vierde bouwlaag slechts gedeeltelijk voorzien conform de voorschriften van het RUP. Door de ruime zijdelingse en achterste tuinstroken wordt een overgang gecreëerd tussen het hoger volume en de aangrenzende bebouwing.

 

        Visueel-vormelijke elementen

Het volgende materiaalgebruik wordt voorzien: De gevelsteen van de nieuwe volumes heeft dezelfde kleurnuance en textuur als het bestaande gebouw en zal eveneens worden ingevoegd.  De decoratieve gevelafwerking van het historische pand krijgt een vertaling in het nieuwbouwvolume door te werken met verschillende patronen in het metselwerk.  Het nieuwe aluminium buitenschrijnwerk, de aluminium raamdorpels, de dakrandprofielen, de leuningen en zijdelingse bekleding van de terrassen zijn in een bruintint voorzien die aansluit op de rood-bruine kleur van het metselwerk.

Het materiaalgebruik bij de Rijkswachtkazerne blijft na de herbestemming gelijk ten opzichte van de bestaande toestand.  Het buitenschrijnwerk wordt vervangen door aluminium buitenschrijnwerk in een witte kleur met hoogrendementsbeglazing.  Voor de dakbedekking van het hellende dak worden opnieuw antracietkleurige dakpannen gebruikt.  Het uitbouwvolume op het dak wordt bekleed in aluminium met een bruintint, het buitenschrijnwerk in dit volume krijgt dezelfde kleurtint.  De dakafvoeren worden uitgevoerd in geprepatineerd zink.

Het materiaalgebruik is sober en rustiek, zodoende dat een kwalitatief geheel wordt gevormd dat inpasbaar is in de onmiddellijke omgeving.

 

        Bodemaspecten

De aanvraag voorziet in een ondergrondse parkeergarage.  Rekening dient te worden gehouden met de bodemsamenstelling en de impact van de bouwwerken op de zetting van de bodem naar de omliggende percelen.  De inrit tot de ondergrondse parkeergarage was reeds gelegen op het hoogte punt langs de Langveldstraat.  Om de inrit alsnog extra te beschermen tegen mogelijk stromend water op de weg, wordt de inrit licht drempelvormig (10cm) aangelegd.  De overloop van de hemelwaterputten wordt voorzien in een licht komvormig aangelegde groenzone. Het regenwater van de aangesloten dakoppervlakken infiltreert dus op eigen terrein.  De ophogingen in het overstromingsgevoelig gebied werden beperkt tot het absolute minimum.  Het bestaande terrein blijft zo maximaal mogelijk behouden

 

     Mobiliteitsimpact

Het project verhoogt de verkeersdruk op de omgeving langs de voldoende uitgeruste gewestweg slechts in beperkte mate.  Er wordt evenwel voldaan aan de parkeernormen, zodat te verwachten valt dat geen onaanvaardbare mobiliteitshinder zal ontstaan.

 

        Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Zoals reeds uiteengezet in de behandeling zijn er geen onaanvaardbare hinderaspecten te verwachten.  De te realiseren bouwvolume geeft geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit.  De voorgestelde perceelsindeling is voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord.  Er wordt een voldoende ruime afstand gerespecteerd ten opzichte van de vrijblijvende perceelsgrenzen om een onaanvaardbare schaduw- of privacyhinder te vermijden.  De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.  Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van dit project.  De goede ruimtelijke ordening van de plaats komt niet in het gedrang.  Voorgesteld ontwerp kan derhalve qua vorm en afmetingen ter plaatse aanvaard worden.  Het ontwerp voldoet aan de vigerende normen en de algemene stedenbouwkundige voorschriften van het RUP, waardoor het aanvaardbaar is voor wat betreft de beschouwde beoordelingscriteria.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

Toetsing DABM

 

De aanvraag handelt over een ingedeelde inrichting volgens bijlage 1 van Vlarem II met de bouw van twee appartementsgebouwen en reconstructie van een bestaand gebouw inclusief de aanleg van een ondergrondse verdieping.

 

MER

De aanvraag heeft betrekking op een project als vermeld in bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage. Namelijk op bijlage III, project-MER-screening.

 

Het project heeft betrekking op de volgende rubrieken van bijlage III van het vermelde besluit:

        10b.) bijlage III – stadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen (projecten die niet onder bijlage II vallen)

        10j.j) van bijlage III: werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater, die niet zijn opgenomen door bijlage I of II

 

Bemalingsnota

Het cascadesysteem dat gehanteerd wordt voor het lozen van bemalingswater is eerst infiltratie ter plaatse, indien dit technisch niet mogelijk is, lozen in de gracht en enkel in uitzonderlijke gevallen, wanneer kan aangetoond worden dat voorgaande opties technisch niet haalbaar zijn, kan er geloosd worden in de openbare riolering.

 

        Bemalingskader:

 

breedte (m)

lengte (m)

diepte (m-mv)

parkeergarage

36

44

3,3

bouwput

37

53

3,3

liftputten

2 x 2

2 x 2

4,5

Ondergrondse container

2,5

2,5

3

 

        Bemalingskenmerken: Voor de kelderplaat is er een bemaling nodig tot op 33,77 mTAW of 3,8 m onder het maaiveld. Ook dient er tijdelijk bemaald te worden voor de aanleg van de ondergrondse containers tot op 34,05 mTAW of 3,5 m-mv. Verder is er ook een tijdelijke bemaling nodig voor de aanleg van de liftput tot op 33,07 mTAW of 4,5 m-mv. Dit maakt dat de maximale bemalingsdiepte voor het project 32,57 mTAW of 5 m-mv bedraagt. De maximale diepte van de bemalingseenheid bedraagt 8 m-mv.

        Duur bemaling: 7 maanden

        Grondsoort: leem tot een diepte van 1 m, klei 1 m – 1 m 60, leem 1 m 60 -3 m en zand vanaf 3 m.

        Er werd een verontreiniging in de nabijheid van het perceel (35 m) beschreven van een grondwaterverontreiniging met ZM, MO, VOCL’s en anionen en kationen. Op basis van deze parameters werden de volgende data berekend:

        Maximaal debiet: max. 44,7 m³/uur of 1073 m³/dag

        Invloedstraal: max. 325 m

        Een zettingsberekening werd toegevoegd. De maximaal berekende zetting voor een verlaging van de grondwatertafel tot 3,8 m-mv bedraagt 10,7 mm. Deze waarde ligt onder de richtwaarde voor de absolute zetting van 20 mm. Er gaat dus geen risico uit van de bemaling wat absolute zettingen betreft.

Vanuit de Vlarem-wetgeving is een debietmeter op de pomp verplicht, waardoor het effectief opgepompte debiet achterhaald wordt. Het bijhouden van de begin- en eindstand van de bemalingshoeveelheid met een foto en logdocument is aangeraden om op te nemen als voorwaarde.

 

Er wordt aangeraden een peilbuis te plaatsen halverwege tussen de bemaling en de verontreiniging op het betrokken perceel, en deze periodiek te bemonsteren. Indien blijkt dat de verontreinigingspluim zich toch verder verspreidt en andere percelen zou kunnen verontreinigen, moeten er maatregelen genomen worden om dit te voorkomen.Voor dossier 610, gelegen ten noorden van de bemaling, blijkt dat er geen risico bestaat voor de bemaling. Aangezien de saneringswerken in zone 12 nog niet zijn afgerond, is het aangewezen contact op te nemen met de betrokken bodemsaneringsdeskundige om de mogelijke invloed van de bemalingswerken op de lopende sanering te beoordelen (zie meer in bemalingsstudie $ 7.2. Verontreinigingen in de invloedsfeer van de bemaling).

 

Er wordt aangeraden een peilgestuurde vacuüm of gravitaire filterbemaling toe te passen. De exacte bemalingsopstelling en filterdiepte dienen bij uitvoering bepaald te worden door het bronbemalingsbedrijf. Bij gebrek aan andere lozingsmogelijkheden, wordt voorgesteld om het bemalingseffluent te lozen in de DWA-riolering in de Langveldstraat of Stationstraat.

 

Het lijkt aangewezen om volgende voorwaarden op te leggen:

        Mocht tijdens de opstart van de bemaling verontreiniging of twijfel van verontreiniging worden vastgesteld, moet de bemaling onmiddellijk worden stopgezet en dit onmiddellijk gemeld worden aan de bevoegde overheden.

        De bemaling wordt sondegestuurd/ peilgestuurd. Dit betekent dat de pompen worden afgezet als het peil laag genoeg staat en pas weer worden aangezet wanneer het water te hoog komt te staan. Op deze manier wordt niet constant gepompt en zal uiteindelijk minder water verloren gaan.

        Indien het bemalingswater ijzerhoudend is, wordt een ontijzeringsinstallatie geplaatst.

        De bronbemaling moet voorzien zijn van een meetinrichting, bijvoorbeeld een debietmeter. Het logboek, waarin de grondwaterstandmetingen in de peilput(ten) in functie van de tijd geregistreerd zijn, moet op de werf ter inzage liggen van voor de opstart tot de dag van de verwijdering van de bemaling.

        De bouwheer is verantwoordelijk voor de berokkende schade aan onder meer aanpalende constructies ten gevolge van het verlagen van de grondwaterspiegel.

        De voorkeur gaat uit naar het gebruik van pompen die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten, dus waarbij er geen gebruik gemaakt wordt van dieselgeneratoren. Indien er toch gebruikgemaakt wordt van een dieselgenerator, dient er rekening gehouden te worden met volgende zaken:

        De generatoren worden zo geplaatst dat de afstand tot de omwonenden maximaal is en het geluidsdrukniveau, afkomstig van de generatoren, bij de omwonenden afneemt.

        De generatoren worden zo veel mogelijk omkast of ingekapseld zodat het geluidsdrukniveau gedempt wordt. Er wordt hiervoor best rekening gehouden met de aanvoer van de luchtinstroom en de afvoer van de uitlaatgassen.

        De generatoren worden zo geplaatst dat de uitlaatgassen van de dieselgeneratoren zo min mogelijk overlast bezorgen bij de omwonenden.

        Het omkasten of inkapselen van de installatie geldt voor elke zijde van het betrokken toestel (pomp, generator, …). Dit geldt dus ook voor de onderkant waar bijvoorbeeld rubberen matten kunnen gebruikt om het geluid te dempen en eveneens trillingen te dempen.

        De bronbemaling wordt toegestaan voor een termijn van 7 maanden

        De exploitant meldt de start van de werken aan het college van burgemeester en schepenen.

        De lozing is voorzien door infiltratie op eigen terrein, maar er mag vervolgens geloosd worden op de openbare riolering, mocht de infiltratiecapaciteit overschreden worden.

 

Warmtepomp en koelinstallatie

Voor appartementen (26 warmtepompen):

        Lucht/water warmtepomp

        SUZ-SHWM40VAH (zie ook TF in bijlage)

        Elektrisch vermogen: 2,0kW

        Koelmiddel: R32 (1,3kg)

        Geluidsvermogen: 58 dB(A)

        Plaatsing buitenunit op dak

Voor de commerciële ruimte is nu voorzien dat de warmtepomp in de zone achter de fietsenstalling zou komen.Het is niet met zekerheid gekend wat de toekomstige koper/uitbater hier zal willen voorzien, maar dit is een mogelijk voorstel:

Voor commerciële ruimte (1 warmtepomp):

        Lucht/lucht warmtepomp (VRF)

        PUMY-P200YKM (zie ook TF in bijlage)

        Elektrisch vermogen: 7,18kW

        Koelmiddel: R410A (7,3kg tot max 20,4kg)

        Geluidsvermogen: 75 dB(A) -> nodige maatregelen voor akoestiek te nemen (bv. akoestische omkasting)

        Plaatsing buitenunit acht de fietsenstalling op gelijkvloers

In voorliggend geval zal de gebouwenverwarming van de wooneenheden duurzaam gebeuren met lucht-water warmtepompen en die van de commerciële ruimte met lucht-lucht warmtepompen. Er worden bijgevolg geen emissies uit installaties verwacht. Er dient voldaan te worden aan de VLAREM-wetgeving wat betreft de kenmerken en de plaatsing van de installaties. Daarbij wordt doorgaans gewerkt met een akoestische omkasting om aan deze voorwaarden te voldoen. Als hieraan wordt voldaan zal het geen aanzienlijke effecten veroorzaken.

 

Het lijkt aangewezen de volgende voorwaarden op te leggen:

        Akoestische omkasting rondom de warmtepompen voorzien om geluidseffecten op de omgeving te minimaliseren

        Om geluidsoverlast te voorkomen wordt aangeraden een stevige ondergrond te gebruiken waar de apparatuur op staat of op bevestigd wordt (bv stenen vloerbedekking of betonnen vloer). Muren waar een binnenunit aan worden opgehangen moeten ook enige stevigheid kunnen bieden zodat apparaten geen trillingen kunnen overbrengen

        Bij voorkeur wordt gekozen voor een modulerende warmtepomp met nachtinstelling. Zo kan de compressor op verschillende snelheden draaien en wordt vermeden dat deze steeds aan/uit pendelt. Met de nachtinstelling kan daarnaast worden geregeld dat de warmtepomp 's nachts niet op vol vermogen draait en zo minder geluid maakt.

 

Mobiliteit

Voor dit project te Alken is een mobiliteitstoets opgemaakt om de mogelijke mobiliteitseffecten te onderzoeken. Er kan worden geconcludeerd dat er geen significante mobiliteitseffecten worden verwacht ten gevolge van dit project. De verkeersgeneratie is niet beperkt maar deze heeft zeer beperkte effecten op de wegcapaciteit in functie van leefbaarheid. Er wordt geen parkeerdruk veroorzaakt op de omliggende straten en er zijn geen grote verkeersproblemen vast te stellen in de omgeving.

 

Bodem

De gehele projectsite is gekarteerd als bebouwde zone OB. De omgeving bestaat voornamelijk uit (zand)leembodems. Het projectgebied ligt op zo’n 37 mTAW.

 

Het projectgebied is niet gelegen in een PFAS no-regret zone.

Op basis van het geoloket van OVAM is er geen notie van bodemonderzoeken op het projectgebied zelf. Volgens de bodemverontreinigingsverkenner zijn er voor alle kadastrale percelen in kwestie dan ook geen aanwijzingen dat het risicogronden betreft. Op de percelen van de brouwerij, aan de overzijde van de N754, vonden wel verschillende bodemonderzoeken en saneringen plaats. Volgens de bodemverontreinigingsverkenner vindt er momenteel nog een eindevaluatieonderzoek plaats. Het merendeel van de vastgestelde bodemverontreiniging noodzaakt geen verder onderzoek en/of sanering meer. Momenteel is enkel nog voor minerale olie en vetten in het vaste deel als in het grondwater nog geen definitieve uitspraak of administratieve uitwerking ervan beschikbaar. De opdrachtdatum van dit lopende eindevaluatieonderzoek betrof 3 december 2024.

Gezien men voorziet in een ondergrondse parking alsook een uitgebreide omgevingsaanleg zal er grondverzet noodzakelijk zijn tijdens de aanlegfase. Voor dit project werd een bemalingsstudie opgemaakt in het kader van een grondwaterverlaging in functie van nieuwbouw van twee appartementsblokken met gezamenlijke ondergrondse parkeergarage. Aangezien de uitgraving zich onder de natuurlijke waterstand bevindt, zal een tijdelijke bemaling worden uitgevoerd. De bemalingsstudie werd opgemaakt door Group van Vooren en wordt toegevoegd als bijlage. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar deze nota. De gebouwenverwarming zal met behulp van warmtepompen gebeuren. Men werkt niet met geothermische warmtepompen waardoor geothermische boringen tijdens de aanlegfase uitgesloten zijn. 

 

Watersysteem

Men voorziet specifiek in een systeem van verschillende regenwaterputten in functie van hergebruik van regenwater (toiletten en enkele buitenkraantjes). De overloop van deze putten wordt gekoppeld aan een put van 10.000 liter die met behulp van een pompsysteem als vertraagde afvoer fungeert. De hoge grondwaterstanden alsook het specifieke terrein laten immers niet toe bovengrondse infiltratievoorzieningen aan te leggen. Bijkomend worden gedeelten van de daken als groendak ingericht en wordt maximaal ingezet op waterdoorlatende verhardingen.

 

Het project voorziet in een gescheiden rioleringsstelsel waarbij het huishoudelijk afvalwater via een gesloten DWA-systeem wordt afgevoerd.

 

Een bemaling is noodzakelijk tijdens de aanlegfase om de kelder in den droge te kunnen bouwen. Hierdoor is er ook sprake van lozing van bemalingswater. Er wordt voorgesteld om een deel van het bemalingswater te laten infiltreren in een wadi die op de locatie voorzien is volgens het ontwerp. De meerderheid van het bemalingswater zal echter, bij gebrek aan andere mogelijkheden, moeten worden geloosd op de DWA in de Stationstraat of Langveldstraat.

 

Lucht

Projecten kunnen geuremissies veroorzaken wanneer er horeca wordt voorzien, zoals in dit project mogelijks het geval is. Het Departement Omgeving heeft een code van goede praktijk voor het voorkomen van milieuhinder van kleinschalige lucht- en dampafvoersystemen uitgewerkt voor o.a. commerciële keukens. Indien de beperkende maatregelen uit de code inzake geurhinder worden gevolgd voor de uitwerking van de horecaruimtes, kunnen de potentiële geureffecten als verwaarloosbaar worden beoordeeld.

 

Om opwaaiend stof van het werfverkeer te beperken stelt artikel 6.12.6. dat voertuigen niet sneller dan 20 kilometer per uur rijden op bouwwerven, zodat het opwaaien van stof wordt beperkt. Bij wegwerkzaamheden rijden voertuigen met een brutogewicht van 3500 kg of meer niet sneller dan 30 kilometer per uur en voertuigen met een brutogewicht van minder dan 3500 kg niet sneller dan 40 kilometer per uur, zodat het opwaaien van stof wordt beperkt.

 

Qua verkeersgeneratie (maximale berekende waarde voor een weekenddag) valt niet onder één van de situaties uit bovenstaande tabel. Er vinden meer dan 180 voertuigbewegingen per dag plaats maar er komt langs de Stationsstraat niet aan beide zijden van de weg bebouwing voor. Er is bovendien aangetoond dat de luchtkwaliteit ter hoogte van het projectgebied niet relatief slecht is.

 

Wat betreft de gebouwenverwarming zal dus gewerkt worden met warmtepompen. In dat geval zijn er geen bijkomende emissies ten gevolge van de gebouwenverwarming en kunnen er zich bijgevolg ook geen effecten voordoen.

 

Geluid en trillingen

Tijdens de aanlegfase kan het ontstaan van geluid en trillingen door het werfverkeer (incl. laden en lossen) en het gebruik van werfmachines niet voorkomen worden. In de exploitatiefase zal men naast wooneenheden ook voorzien in een semi-publieke functie in de te herbestemmen rijkswachtkazerne. Laad- en losactiviteiten zullen daarom (beperkt) plaatsvinden tijdens de exploitatiefase van dergelijke functie. De strategische geluidsbelastingskaarten voor weg-, spoor- en vliegverkeer werden nagekeken om een zicht te krijgen op mogelijke reeds aanwezige geluidsbelasting.

 

Gezien de nabijheid van woningen in de omgeving kan er best een klassiek werkschema voor de werf gehanteerd worden: werktijden 7 u t.e.m. 17 u op werkdagen. Uitzonderlijk zullen (speciale) mogelijke transporten van een torenkraan of gelijkaardige machines buiten de klassieke uren geleverd worden. Dit om te voldoen aan regelgevingen inzake uitzonderlijke transporten.

Indien er tijdens de bouwfase geen hei-activiteiten voorzien zijn, zal enkel het werfverkeer aanleiding kunnen geven tot verhoogde trillingsniveaus, deze zijn echter zeer beperkt. Trillingen door werfverkeer worden niet verwacht gezien het wegdek in goede staat is (trillingen worden vooral veroorzaakt door slecht wegdek).

Rondom het projectgebied bevinden zich verschillende woningen waardoor maatregelen moeten worden genomen om hinder naar omwonenden te beperken tijdens de aanlegfase. Voorbeelden zijn:

        enkel overdag laden en lossen;

        rekening houden met de inplanting van laad- en loszones t.o.v. bewoning en/of kwetsbare functies;

        werfverkeer door de omliggende woonstraten vermijden of tot een minimum beperken;

        rekening houden met de locatie van technische installaties t.o.v. bewoning en/of kwetsbare functies;

        waar mogelijk geluidsarme machines en technieken gebruiken (minstens voldoen aan KB);

Laad- en losactiviteiten zullen daarom (beperkt) plaatsvinden tijdens de exploitatiefase van dergelijke functie. Gezien de beperkte grootte van deze ruimte worden hoogstens een aantal leveringen per week verwacht. Er wordt aanbevolen tijdens deze leveringen de motor uit te zetten en deze tijdens vooraf afgesproken tijdstippen te laten plaatsvinden.

Uit de berekening van de verkeersgeneratie in de mobiliteitstoets blijkt dat de bijkomende verkeersgeneratie op het omliggende wegennet tijdens de avondspits gelijk is aan maximaal 43 autoverplaatsingen. Dergelijke berekende toenames zullen bijgevolg niet zorgen voor toenames van 25% of meer qua verkeersbewegingen op het omliggende wegennet. Bijkomende modellering is bijgevolg niet vereist gezien dergelijke toename zeer beperkt is.

Nieuwe technische installaties in open lucht moeten zich conformeren aan de geluidsnormen voor nieuwe inrichtingen (30 dB(A), rekening houdend met de marges voor tonaal geluid van 5 dB(A)). Bij naleving van deze waarden zijn geluidseffecten afkomstig van de nieuwe technische installaties niet als aanzienlijk te beschouwen. Er wordt aangeraden zoveel als mogelijk rekening te houden met de Code van goede praktijk wat betreft de plaatsing van warmtepompen. Voorbeelden van de opgesomde maatregelen zijn de plaatsing van een akoestisch scherm rondom de buitenunits en plaatsing op een vlakke, stabiele ondergrond waarbij men rekening houdt tot een voldoende ruime afstand tot slaapkamerramen van eigen bewoners en buren.

Wat betreft de geplande semi-publieke functie dient men erop toe te zien dat het geluidsniveau voor de bewoners binnen hetzelfde kazernegebouw ten allen tijde aanvaardbaar is. Afhankelijk van de concrete invulling van deze ruimte dient men bijkomende voorzieningen te treffen om dit te bewerkstelligen.

Biodiversiteit

Het projectgebied is op de biologische waarderingskaart gekarteerd als biologisch minder waardevol. Binnen een straal van 2 km zijn er een aantal van dergelijke gebieden gelegen. Het dichtstbijzijnde betreft het VEN-gebied “De Herk”, gelegen op zo’n 300 m ten oosten. Het dichtstbijzijnde Habitatrichtlijngebied zijn de Bossen en kalkgraslanden van Haspengouw (BE2200038) op ongeveer 1.1 km ten noordoosten.

 

Het projectgebied bevat langs de westelijke grens een bomenrij. De zone van de rijkswachtkazerne is quasi volledig verhard op vandaag. De zuidelijke zone bestaat uit open terrein in de vorm van grasland.

Via de site waarnemingen.be is nagegaan of er bepaalde soorten zijn waargenomen de afgelopen tijd op het projectgebied. In totaal is er 1 observatie geregistreerd in de voorbije twee jaar (Eristalis arbustorum). Vleermuizen zijn niet waargenomen. Het soortenbesluit is niet van toepassing.

Het belangrijkste directe effect op vlak van biodiversiteit betreft ruimtebeslag. In het kader van het voorgenomen project worden namelijk twee nieuwe bouwvolumes gebouwd. De effecten zijn echter beperkt negatief. Zo betreft de geplande binnenkoer in het ontwerp in feite de reeds bestaande verharding die zich achter de rijkswachtkazerne bevindt. Het RUP legt bovendien strenge voorwaarden op. Zo mag maar 20% van de projectzone verhard zijn. Verder voorziet men in een uitgebreide omgevingsaanleg verspreid over het projectgebied en de beperkte verharding die is voorzien, zal bestaan uit waterdoorlatend materiaal.

De bestaande bomen in de zone aan de westelijke grens van het projectgebied worden maximaal behouden. Indien er bestaande bomen dienen geveld te worden in functie van het project, zal er een vergunning noodzakelijk zijn die dan deel uitmaakt van de omgevingsvergunningsaanvraag van voorliggend project (indien deze bomen een omtrek van 1 m hebben op een hoogte van 1 m).

In de bemalingsstudie zijn de mogelijke effecten op de biodiversiteit onderzocht op vlak van verdroging. Het is aangewezen niet dieper te bemalen dan strikt noodzakelijk zodoende de invloedstraal en het opgepompte debiet te minimaliseren, alsook om de invloed op het gebied met biologische zeer waardevolle elementen zo klein mogelijk te houden.

Bijkomend worden de volgende maatregelen aanbevolen:

        Bij voorkeur wordt de bemaling uitgevoerd tijdens de periode met de laagste grondwaterstand (in de periode augustus-september) teneinde minder water te hoeven bemalen, ofwel tijdens het rustseizoen van de planten (half oktober tot half maart); Het bemalen water wordt bij voorkeur in retour geloosd op een wadi op het bouwterrein.

        Indien afsluitingen gebruikt worden: enkel faunavriendelijke afsluitingen (grotere mazen onderaan, geen betonplaat onderaan) gebruiken zodat minder mobiele soorten (bijvoorbeeld Europese egel, padden en salamanders) makkelijk kunnen migreren.

        Er wordt voorkomen dat verontreinigende stoffen in het regenwater- en afvalwatersysteem terechtkomen.

        Vermijd verstoring van dierlijk nachtleven: buitenverlichting wordt enkel toegepast waar echt nodig, deze enkel laten branden wanneer gebruikers passeren (bewegingsdetectoren), met beperkte lichtintensiteit en zo weinig mogelijk strooilicht (aangepaste armaturen)

        Er worden geen exoten aangeplant of geïntroduceerd. Er worden geen pesticiden, herbiciden en meststoffen gebruikt voor het onderhoud van het gebied.

 

Stikstofnota

En stikstofnota werd opgesteld waariut men kon concluderen dat de emissies ten gevolge van de werffase (werfverkeer en puntbronnen) voor voorliggend project geen significante invloed zullen uitoefenen op de beschermde habitattypes in het dichtstbijzijnde SBZ-H. Dezelfde conclusie kan worden getrokken voor de impact op omliggend VEN-gebied.

Exploitatiefase

Vervolgens moet men ook voor de effecten tijdens de exploitatiefase rekening houden met de eutrofiëring van beschermde habitattypes. De verwarming van de gebouwen zal geen impact hebben aangezien men ervoor opteert om de gebouwen te verwarmen op fossielvrije wijze.

Men dient in een eerste stap dus eerst te kijken naar de situatie waarbij de afstand tot SBZ-H gelijk is aan 0 m voor het meest kritische habitattype met een KDW van 6 kg N/(ha.jaar). Het project dient dan onder de drempelwaarde van 70.000 jaarlijkse autobewegingen te blijven om met zekerheid te kunnen besluiten dat de verkeersgeneratie tijdens de exploitatiefase niet zorgt voor een overschrijding van de 1% de minimisdrempels. Het project zal jaarlijks 87.965 (365*241) verplaatsingen genereren en ligt dus boven deze drempelwaarde. Bijgevolg wordt overgegaan tot de volgende stap waarin wordt afgetoetst met de werkelijke afstand (1 km) en een KDW van 6 kg N/(ha.jaar). Het project dient dan onder de drempelwaarde van 4.104.000 jaarlijkse autobewegingen te blijven. Het project zal jaarlijks 87.965 verplaatsingen genereren en ligt dus ruim onder deze drempelwaarde. Er is bovendien geen rekening gehouden met sluitingsdagen van de (semi-) publieke ruimte voor de jaarlijkse verkeersgeneratie dus kan dit worden beschouwd als een worstcase aftoetsing.

Ongevallen en rampen

Aangezien het om een stadsontwikkelingsproject gaat, worden er geen aanzienlijke effecten verwacht betreffende zware ongevallen of rampen ten gevolge van (de exploitatie) van het project.

De gebouwen en de installaties in de gebouwen kunnen gepaard gaan met een risico op brand. De geldende veiligheidsvoorschriften voor de ondergrondse leidingen zullen gerespecteerd worden om beschadigingen te voorkomen. Indien er leidingen verplaatst moeten worden, zal er contact genomen worden met de netbeheerder. De wettelijke normeringen en de aanbevelingen van de brandweer zullen steeds gevolgd worden wat betreft brandgevaar. Het projectontwerp waarborgt een vlotte bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Daarnaast kan men ook kijken naar de aanwezigheid van Seveso-inrichtingen. Het projectgebied is niet gelegen binnen een consultatiezone van dergelijke bedrijven.

Onroerend erfgoed

Aangezien de aanlegfase beperkt in de tijd is en de elementen geen directe zichtrelatie kennen met het projectgebied, worden er geen aanzienlijke effecten verwacht op vlak van aanzichten naar het omliggende erfgoed.

Er is een bemaling noodzakelijk tijdens de aanlegfase waardoor mogelijke zettingsrisico's onderzocht dienen te worden. Dit is gebeurd in de bemalingsstudie die besluit dat er geen beschermde monumenten binnen de invloedstraal aanwezig zijn.

Men dient de vooropgestelde maatregelen uit dergelijke nota in acht te nemen tijdens de aanlegfase. Op die manier blijven de mogelijke effecten naar archeologie in de ondergrond beperkt. De meldingsplicht van toevalsvondsten is conform artikel 5.1.4. van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 van kracht tijdens de werkzaamheden.

Wat betreft de exploitatiefase zijn de effecten ook verwaarloosbaar. Men voorziet geen hoogbouw: behalve een opwaardering van de bestaande rijkswachtkazerne wijzigt er niets aan de bouwhoogte van dit gebouw. De twee nieuwe bouwblokken worden bovendien maar één bouwlaag hoger (in totaal 4 bouwlagen, maar deze bovenste bouwblaag is teruggetrokken) dan deze kazerne en worden bovendien centraal op het terrein ingepland. 

Op vlak van de landschappelijke beleving van het projectgebied wordt de situatie bovendien sterk verbeterd ten opzichte van de bestaande situatie. Op heden is de site namelijk niet toegankelijk (kazerne volledig ommuurd) of doorwaadbaar. Door de herbestemming van deze kazerne naar een semi-publieke functie alsook de uitgebreide omgevingsaanleg met ontmoetingsplaatsen en trage verbindingen doorheen het projectgebied, wordt het projectgebied doorwaadbaar alsook toegankelijk voor de omgeving. Het project vormt met deze uitwerking aan trage verbindingen een eerste aanzet voor een grotere toekomstige stedenbouwkundige invulling waarbij een groene verbinding richting centrum Alken wordt gecreëerd.

Licht en straling

Tijdens de aanlegfase kan er, afhankelijk van het seizoen, ‘s ochtends en bij valavond algemene werfverlichting gebruikt worden om op de werf onder veilige omstandigheden te kunnen werken. Bijkomend kan er lokale werkverlichting geplaatst worden op specifieke werkplekken.

De bouwwerken zullen voornamelijk tijdens de dag worden uitgevoerd waardoor het meestal niet nodig is om te verlichten. De verlichting van het projectgebied wordt beperkt door enkel verlichting te voorzien in het kader van de sociale veiligheid (o.a. nabij in- en uitgangen). Bij voorkeur wordt de openbare (buiten)verlichting enkel toegepast waar echt nodig en laat men deze enkel branden wanneer gebruikers passeren (bewegingsdetectoren), met beperkte lichtintensiteit en zo weinig mogelijk strooilicht (aangepaste armaturen), bij voorkeur met amberkleurige lampen. De buitenverlichting wordt zo veel mogelijk naar beneden gericht.

Afvalstoffen

Het projectgebied is volgens de informatie van Geopunt gelegen in centraal gebied, hetgeen betekent dat er reeds een riolering aanwezig is die is verbonden met een waterzuiveringsinstallatie. Hier is men verplicht het afvalwater aan te sluiten op deze riolering. Industriële activiteiten zijn uitgesloten, waardoor de lozing van huishoudelijk afvalwater de enige bron van afvalwaterlozing betreft. Bij horeca-inrichtingen is het aangewezen dat de exploitant een vetvang plaatst. Hiervoor verwijzen we naar artikel 4.2.8.2.1, §1, 2° van VLAREM II (voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten), dat onder meer stelt dat het geloosde afvalwater geen minerale oliën mag bevatten. Ook hoofdstuk 6.2 van VLAREM II, met name voor milieuvoorwaarden voor niet-ingedeelde inrichtingen, legt regels op voor het lozen van huishoudelijk afvalwater. Ook daar wordt gesteld dat het geloosde water geen minerale oliën mag bevatten.

Het project voorziet in een gescheiden rioleringsstelsel waarbij het huishoudelijk afvalwater via een gesloten DWA-systeem wordt afgevoerd.

 

Gezondheid

Luchtkwaliteit: Bovenstaande doet besluiten dat de luchtkwaliteit ter hoogte van het projectgebied in de referentiesituatie voldoet aan de wettelijke normen, maar voor de parameters PM2.5 en PM10 de GAW overschrijdt. Er wordt echter ingezet op fossielvrije verwarming en voldoende fietsstaanplaatsen. Bovendien worden aansluitingsmogelijkheden voor elektrisch laden voorzien bij elke ondergrondse parkeerplaats. Daarmee tracht de initiatiefnemer bij te dragen aan de dalende trend van fijnstof emissies. De berekende verkeersgeneratie was volgens de interpretatiegids lucht te beperkt om conform de interpretatiegids voor lucht een luchtmodellering uit te oefenen. Daarnaast wordt verwacht dat de gemiddelde luchtkwaliteit zal blijven verbeteren, gezien de bestaande dalende trend van NO2-emissies en de stijgende trend van elektrificatie van het wagenpark. Bijgevolg worden gezondheidseffecten ten gevolge van de luchtkwaliteit niet verwacht en is een bijkomende ontwikkeling op deze locatie mogelijk.

Geluid: Uit de bespreking van mogelijke geluidseffecten kan vastgesteld worden dat het effect van technische installaties op het globale geluidsniveau in de omgeving verwaarloosbaar zal zijn mits naleving van de code van goede praktijk. Er wordt in dat geval geen (bijkomende) geluidshinder verwacht ter hoogte van de omliggende gebouwen wat betreft de technische installaties. Wordt de impact van voorliggend project op het geluid van wegverkeer in beschouwing genomen, dan kan worden vastgesteld dat er geen stijging van 1 dB(A) of meer te verwachten valt in de omgeving. Het projectgebied ligt binnen de contouren van de strategische geluidsbelastingskaarten waardoor het geluidsniveau in de huidige situatie reeds te hoog is. Er wordt dan ook aangeraden om bij de technische uitwerking van de geplande appartementen zoveel als mogelijk hiermee rekening te houden om het akoestisch comfort van de bewoners te garanderen (bv. extra geluidsisolatie). Het staat in dit stadium reeds vast dat er langs de zijde van de Stationsstraat hoogstammige bomen zullen worden aangeplant. Dergelijke aanplanting kan een gedeelte van het omgevingsgeluid filteren richting de wooneenheden toe, zeker als men kiest voor een groenblijvende soort (zodat dit ook geldt in de winterperiode).

Kwetsbare locaties: Er werd geconcludeerd dat de verkeersgeneratie van het voorgenomen project beperkt is en niet voor aanzienlijke toenames in lucht- of geluidsemissies zal zorgen naar de omgeving toe. De effecten op de omliggende kwetsbare locaties zijn daarom ook aanvaardbaar

klimaat

Klimaatmitigatie: Het project heeft geen rechtstreekse CO2-uitstoot afkomstig van de gebouwenverwarming. Het heeft wel een indirecte CO2-uitstoot door middel van de verkeersgeneratie van het project in de aanleg- en exploitatiefase. Het project heeft een totale dagelijkse verkeersgeneratie van 254 autoverplaatsingen en draagt dus in beperkte mate bij aan de klimaatopwarming.

Klimaatadaptatie: In de geplande situatie zal het aandeel verharding licht toenemen ten opzichte van de bestaande situatie. Er wordt echter ingezet op de inrichting van de site tot een meer klimaatbestendig gebied. Zo wordt er ingezet op climate proof maatregelen zoals bovengrondse infiltratievoorzieningen, de aanplant van nieuwe bomen, waterdoorlatende verharding alsook groendaken. Dergelijke daken hebben verschillende klimaatadapterende functies: ze verminderen de piekafvoer bij intense neerslag, filteren fijn stof uit de lucht, verlaging de omgevingstemperatuur alsook de temperatuur van het dak zelf en verlengt de levensduur van de daken.

Cummulatief

Het Omgevingsloket werd geconsulteerd op zoek naar recente openbare onderzoeken of goedgekeurde beslissingen op vlak van omgevingsvergunningen. Het deel mobiliteit gaf aan dat het parkeeraanbod voor zowel wagens als fietsen voldoet aan de parkeervraag zodat er geen parkeerdruk op de omgeving zal worden afgewikkeld.

Op heden is de specifieke invulling van deze units niet gekend. Afhankelijk van de gevraagde activiteit kan het gewenst zijn om voorafgaandelijk een akoestische studie uit te laten voeren. De precieze (akoestische) gevelsamenstelling om te voldoen aan deze eis met betrekking tot de gevelisolatie is vervolgens het voorwerp van een gedetailleerde (dimensionering)berekening. Hiertoe dient de precieze indeling van het gebouw gekend te zijn. De vaststelling van de vereiste akoestische gevelisolatie (per te beschermen ruimte) en de dimensionering van de akoestische maatregelen op gevelniveau maken in principe niet deel uit van de onderzoeken die moeten uitgevoerd worden in het kader van de uitvoering van een project-MER-screening maar zijn het voorwerp van een akoestische nota in het kader van de concrete omgevingsvergunningsaanvraag van de desbetreffende functie die hier uiteindelijk wordt ondergebracht

 

Conclusie

Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:

        Mocht tijdens de opstart van de bemaling verontreiniging of twijfel van verontreiniging worden vastgesteld, moet de bemaling onmiddellijk worden stopgezet en dit onmiddellijk gemeld worden aan de bevoegde overheden.

        De bemaling wordt sondegestuurd/ peilgestuurd. Dit betekent dat de pompen worden afgezet als het peil laag genoeg staat en pas weer worden aangezet wanneer het water te hoog komt te staan. Op deze manier wordt niet constant gepompt en zal uiteindelijk minder water verloren gaan.

        Indien het bemalingswater ijzerhoudend is, wordt een ontijzeringsinstallatie geplaatst.

        De bronbemaling moet voorzien zijn van een meetinrichting, bijvoorbeeld een debietmeter. Het logboek, waarin de grondwaterstandmetingen in de peilput(ten) in functie van de tijd geregistreerd zijn, moet op de werf ter inzage liggen van voor de opstart tot de dag van de verwijdering van de bemaling.

        De bouwheer is verantwoordelijk voor de berokkende schade aan onder meer aanpalende constructies ten gevolge van het verlagen van de grondwaterspiegel.

        De voorkeur gaat uit naar het gebruik van pompen die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten, dus waarbij er geen gebruik gemaakt wordt van dieselgeneratoren. Indien er toch gebruikgemaakt wordt van een dieselgenerator, dient er rekening gehouden te worden met volgende zaken:

        De generatoren worden zo geplaatst dat de afstand tot de omwonenden maximaal is en het geluidsdrukniveau, afkomstig van de generatoren, bij de omwonenden afneemt.

        De generatoren worden zo veel mogelijk omkast of ingekapseld zodat het geluidsdrukniveau gedempt wordt. Er wordt hiervoor best rekening gehouden met de aanvoer van de luchtinstroom en de afvoer van de uitlaatgassen.

        De generatoren worden zo geplaatst dat de uitlaatgassen van de dieselgeneratoren zo min mogelijk overlast bezorgen bij de omwonenden.

        Het omkasten of inkapselen van de installatie geldt voor elke zijde van het betrokken toestel (pomp, generator, …). Dit geldt dus ook voor de onderkant waar bijvoorbeeld rubberen matten kunnen gebruikt om het geluid te dempen en eveneens trillingen te dempen.

        De bronbemaling wordt toegestaan voor een termijn van 7 maanden

        De exploitant meldt de start van de werken aan het college van burgemeester en schepenen.

        De lozing is voorzien door infiltratie op eigen terrein, maar er mag vervolgens geloosd worden op de openbare riolering, mocht de infiltratiecapaciteit overschreden worden.

        Akoestische omkasting rondom de warmtepompen voorzien om geluidseffecten op de omgeving te minimaliseren

        Om geluidsoverlast te voorkomen wordt aangeraden een stevige ondergrond te gebruiken waar de apparatuur op staat of op bevestigd wordt (bv stenen vloerbedekking of betonnen vloer). Muren waar een binnenunit aan worden opgehangen moeten ook enige stevigheid kunnen bieden zodat apparaten geen trillingen kunnen overbrengen

        Bij voorkeur wordt gekozen voor een modulerende warmtepomp met nachtinstelling. Zo kan de compressor op verschillende snelheden draaien en wordt vermeden dat deze steeds aan/uit pendelt. Met de nachtinstelling kan daarnaast worden geregeld dat de warmtepomp 's nachts niet op vol vermogen draait en zo minder geluid maakt.

        Bij voorkeur wordt de bemaling uitgevoerd tijdens de periode met de laagste grondwaterstand (in de periode augustus-september) teneinde minder water te hoeven bemalen, ofwel tijdens het rustseizoen van de planten (half oktober tot half maart); Het bemalen water wordt bij voorkeur in retour geloosd op een wadi op het bouwterrein.

        Indien afsluitingen gebruikt worden: enkel faunavriendelijke afsluitingen (grotere mazen onderaan, geen betonplaat onderaan) gebruiken zodat minder mobiele soorten (bijvoorbeeld Europese egel, padden en salamanders) makkelijk kunnen migreren.

        Er wordt voorkomen dat verontreinigende stoffen in het regenwater- en afvalwatersysteem terechtkomen.

        Vermijd verstoring van dierlijk nachtleven: buitenverlichting wordt enkel toegepast waar echt nodig, deze enkel laten branden wanneer gebruikers passeren (bewegingsdetectoren), met beperkte lichtintensiteit en zo weinig mogelijk strooilicht (aangepaste armaturen)

        Er worden geen exoten aangeplant of geïntroduceerd. Er worden geen pesticiden, herbiciden en meststoffen gebruikt voor het onderhoud van het gebied.

 

Conclusie

Voorwaardelijk gunstig advies

 

Gunstig advies, onder volgende opschortende voorwaarden:

        Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.

        Het slopen dient te gebeuren zoals beschreven in het sloopopvolgingsplan en bewijsstukken van het correct afvoeren van deze materialen dienen te worden gemeld aan de gemeente via omgeving@alken.be.

        Bij de afbraakwerken dienen de nodige maatregelen te worden getroffen om de verkeersveiligheid en de stabiliteit van de aanpalende woningen en de aangrenzende openbare weg optimaal te verzekeren.

        Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).

        De groenaanplanting zoals aangeduid op het inplantingsplan dient gerealiseerd te worden het eerste plantseizoen na voltooiing van de werken (nieuwbouw volumes en rijkswachtkazerne)

        De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering met ref. 5000110115 d.d. 22.10.2025 dienen opgevolgd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 30.10.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Proximus d.d. 30.10.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Wyre d.d. 30.10.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van de Provincie Limburg d.d. 12.11.2025met ref.  2025N161992 - 2025 – 1508 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Hulpverleningszone Zuidwest Limburg d.d. 19.11.2025 met ref. HA-88-172-002 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Toegankelijk Vlaanderen d.d. 24.11.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        De archeologienota en het Onroerend Erfgoeddecreet dienen nageleefd te worden.  (ID: 33909   URI: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/33909 )

        De algemene richtlijnen van het Agentschap Wegen en verkeer aangaande de ontsluiting naar de gewestweg dienen gevolgd te worden.

        Er mag slechts een ontsluiting voorzien worden ten aanzien van de voorliggende gewestweg van max. 4m50 breed.

        De parkeerplaatsen dienen zo ingericht te worden dat er voldoende draaimanoeuvres kunnen gebeuren op het eigen perceel.

        Ter hoogte van de perceelsgrens, dient, behoudens de toegang, een structurele niet-overrijdbare scheiding te worden aangebracht.

        Mocht tijdens de opstart van de bemaling verontreiniging of twijfel van verontreiniging worden vastgesteld, moet de bemaling onmiddellijk worden stopgezet en dit onmiddellijk gemeld worden aan de bevoegde overheden.

        De bemaling wordt sondegestuurd/ peilgestuurd. Dit betekent dat de pompen worden afgezet als het peil laag genoeg staat en pas weer worden aangezet wanneer het water te hoog komt te staan. Op deze manier wordt niet constant gepompt en zal uiteindelijk minder water verloren gaan.

        Indien het bemalingswater ijzerhoudend is, wordt een ontijzeringsinstallatie geplaatst.

        De bronbemaling moet voorzien zijn van een meetinrichting, bijvoorbeeld een debietmeter. Het logboek, waarin de grondwaterstandmetingen in de peilput(ten) in functie van de tijd geregistreerd zijn, moet op de werf ter inzage liggen van voor de opstart tot de dag van de verwijdering van de bemaling.

        De bouwheer is verantwoordelijk voor de berokkende schade aan onder meer aanpalende constructies ten gevolge van het verlagen van de grondwaterspiegel.

        De voorkeur gaat uit naar het gebruik van pompen die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten, dus waarbij er geen gebruik gemaakt wordt van dieselgeneratoren. Indien er toch gebruikgemaakt wordt van een dieselgenerator, dient er rekening gehouden te worden met volgende zaken:

        De generatoren worden zo geplaatst dat de afstand tot de omwonenden maximaal is en het geluidsdrukniveau, afkomstig van de generatoren, bij de omwonenden afneemt.

        De generatoren worden zo veel mogelijk omkast of ingekapseld zodat het geluidsdrukniveau gedempt wordt. Er wordt hiervoor best rekening gehouden met de aanvoer van de luchtinstroom en de afvoer van de uitlaatgassen.

        De generatoren worden zo geplaatst dat de uitlaatgassen van de dieselgeneratoren zo min mogelijk overlast bezorgen bij de omwonenden.

        Het omkasten of inkapselen van de installatie geldt voor elke zijde van het betrokken toestel (pomp, generator, …). Dit geldt dus ook voor de onderkant waar bijvoorbeeld rubberen matten kunnen gebruikt om het geluid te dempen en eveneens trillingen te dempen.

        De bronbemaling wordt toegestaan voor een termijn van 7 maanden

        De exploitant meldt de start van de werken aan het college van burgemeester en schepenen.

        De lozing is voorzien door infiltratie op eigen terrein, maar er mag vervolgens geloosd worden op de openbare riolering, mocht de infiltratiecapaciteit overschreden worden.

        Akoestische omkasting rondom de warmtepompen voorzien om geluidseffecten op de omgeving te minimaliseren

        Om geluidsoverlast te voorkomen wordt aangeraden een stevige ondergrond te gebruiken waar de apparatuur op staat of op bevestigd wordt (bv stenen vloerbedekking of betonnen vloer). Muren waar een binnenunit aan worden opgehangen moeten ook enige stevigheid kunnen bieden zodat apparaten geen trillingen kunnen overbrengen

        Bij voorkeur wordt gekozen voor een modulerende warmtepomp met nachtinstelling. Zo kan de compressor op verschillende snelheden draaien en wordt vermeden dat deze steeds aan/uit pendelt. Met de nachtinstelling kan daarnaast worden geregeld dat de warmtepomp 's nachts niet op vol vermogen draait en zo minder geluid maakt.

        Bij voorkeur wordt de bemaling uitgevoerd tijdens de periode met de laagste grondwaterstand (in de periode augustus-september) teneinde minder water te hoeven bemalen, ofwel tijdens het rustseizoen van de planten (half oktober tot half maart); Het bemalen water wordt bij voorkeur in retour geloosd op een wadi op het bouwterrein.

        Indien afsluitingen gebruikt worden: enkel faunavriendelijke afsluitingen (grotere mazen onderaan, geen betonplaat onderaan) gebruiken zodat minder mobiele soorten (bijvoorbeeld Europese egel, padden en salamanders) makkelijk kunnen migreren.

        Er wordt voorkomen dat verontreinigende stoffen in het regenwater- en afvalwatersysteem terechtkomen.

        Vermijd verstoring van dierlijk nachtleven: buitenverlichting wordt enkel toegepast waar echt nodig, deze enkel laten branden wanneer gebruikers passeren (bewegingsdetectoren), met beperkte lichtintensiteit en zo weinig mogelijk strooilicht (aangepaste armaturen)

        Er worden geen exoten aangeplant of geïntroduceerd. Er worden geen pesticiden, herbiciden en meststoffen gebruikt voor het onderhoud van het gebied.

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 11/02/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door de heer Kevin Dethier met als contactadres Pickardstraat 1 te 3570 Alken en Mario Monnissen namens TM Valles Molendinum VVZRL gevestigd te Industrieterrein Kolmen 1107 te 3570 Alken, het realiseren van 26 wooneenheden en een polyvalente ruimte binnen de voormalige rijkswachtsite met behoud en renovatie van het rijkswachtgebouw en de realisatie van 2 nieuwbouw woonblokken, gelegen Stationsstraat 17, 17A en 17B, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 432 Y, (afd. 2) sectie F 432 V, (afd. 2) sectie F 432 X, (afd. 2) sectie F 432 T en (afd. 2) sectie F 432 W .

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

        Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.

        Het slopen dient te gebeuren zoals beschreven in het sloopopvolgingsplan en bewijsstukken van het correct afvoeren van deze materialen dienen te worden gemeld aan de gemeente via omgeving@alken.be.

        Bij de afbraakwerken dienen de nodige maatregelen te worden getroffen om de verkeersveiligheid en de stabiliteit van de aanpalende woningen en de aangrenzende openbare weg optimaal te verzekeren.

        Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).

        De groenaanplanting zoals aangeduid op het inplantingsplan dient gerealiseerd te worden het eerste plantseizoen na voltooiing van de werken (nieuwbouw volumes en rijkswachtkazerne)

        De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering met ref. 5000110115 d.d. 22.10.2025 dienen opgevolgd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 30.10.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Proximus d.d. 30.10.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Wyre d.d. 30.10.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van de Provincie Limburg d.d. 12.11.2025met ref.  2025N161992 - 2025 – 1508 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Hulpverleningszone Zuidwest Limburg d.d. 19.11.2025 met ref. HA-88-172-002 dient strikt nageleefd te worden.

        Het advies van Toegankelijk Vlaanderen d.d. 24.11.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        De archeologienota en het Onroerend Erfgoeddecreet dienen nageleefd te worden.  (ID: 33909   URI: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/33909 )

        De algemene richtlijnen van het Agentschap Wegen en verkeer aangaande de ontsluiting naar de gewestweg dienen gevolgd te worden.

        Er mag slechts een ontsluiting voorzien worden ten aanzien van de voorliggende gewestweg van max. 4m50 breed.

        De parkeerplaatsen dienen zo ingericht te worden dat er voldoende draaimanoeuvres kunnen gebeuren op het eigen perceel.

        Ter hoogte van de perceelsgrens, dient, behoudens de toegang, een structurele niet-overrijdbare scheiding te worden aangebracht.

        Mocht tijdens de opstart van de bemaling verontreiniging of twijfel van verontreiniging worden vastgesteld, moet de bemaling onmiddellijk worden stopgezet en dit onmiddellijk gemeld worden aan de bevoegde overheden.

        De bemaling wordt sondegestuurd/ peilgestuurd. Dit betekent dat de pompen worden afgezet als het peil laag genoeg staat en pas weer worden aangezet wanneer het water te hoog komt te staan. Op deze manier wordt niet constant gepompt en zal uiteindelijk minder water verloren gaan.

        Indien het bemalingswater ijzerhoudend is, wordt een ontijzeringsinstallatie geplaatst.

        De bronbemaling moet voorzien zijn van een meetinrichting, bijvoorbeeld een debietmeter. Het logboek, waarin de grondwaterstandmetingen in de peilput(ten) in functie van de tijd geregistreerd zijn, moet op de werf ter inzage liggen van voor de opstart tot de dag van de verwijdering van de bemaling.

        De bouwheer is verantwoordelijk voor de berokkende schade aan onder meer aanpalende constructies ten gevolge van het verlagen van de grondwaterspiegel.

        De voorkeur gaat uit naar het gebruik van pompen die rechtstreeks op het elektriciteitsnet zijn aangesloten, dus waarbij er geen gebruik gemaakt wordt van dieselgeneratoren. Indien er toch gebruikgemaakt wordt van een dieselgenerator, dient er rekening gehouden te worden met volgende zaken:

        De generatoren worden zo geplaatst dat de afstand tot de omwonenden maximaal is en het geluidsdrukniveau, afkomstig van de generatoren, bij de omwonenden afneemt.

        De generatoren worden zo veel mogelijk omkast of ingekapseld zodat het geluidsdrukniveau gedempt wordt. Er wordt hiervoor best rekening gehouden met de aanvoer van de luchtinstroom en de afvoer van de uitlaatgassen.

        De generatoren worden zo geplaatst dat de uitlaatgassen van de dieselgeneratoren zo min mogelijk overlast bezorgen bij de omwonenden.

        Het omkasten of inkapselen van de installatie geldt voor elke zijde van het betrokken toestel (pomp, generator, …). Dit geldt dus ook voor de onderkant waar bijvoorbeeld rubberen matten kunnen gebruikt om het geluid te dempen en eveneens trillingen te dempen.

        De bronbemaling wordt toegestaan voor een termijn van 7 maanden

        De exploitant meldt de start van de werken aan het college van burgemeester en schepenen.

        De lozing is voorzien door infiltratie op eigen terrein, maar er mag vervolgens geloosd worden op de openbare riolering, mocht de infiltratiecapaciteit overschreden worden.

        Akoestische omkasting rondom de warmtepompen voorzien om geluidseffecten op de omgeving te minimaliseren

        Om geluidsoverlast te voorkomen wordt aangeraden een stevige ondergrond te gebruiken waar de apparatuur op staat of op bevestigd wordt (bv stenen vloerbedekking of betonnen vloer). Muren waar een binnenunit aan worden opgehangen moeten ook enige stevigheid kunnen bieden zodat apparaten geen trillingen kunnen overbrengen

        Bij voorkeur wordt gekozen voor een modulerende warmtepomp met nachtinstelling. Zo kan de compressor op verschillende snelheden draaien en wordt vermeden dat deze steeds aan/uit pendelt. Met de nachtinstelling kan daarnaast worden geregeld dat de warmtepomp 's nachts niet op vol vermogen draait en zo minder geluid maakt.

        Bij voorkeur wordt de bemaling uitgevoerd tijdens de periode met de laagste grondwaterstand (in de periode augustus-september) teneinde minder water te hoeven bemalen, ofwel tijdens het rustseizoen van de planten (half oktober tot half maart); Het bemalen water wordt bij voorkeur in retour geloosd op een wadi op het bouwterrein.

        Indien afsluitingen gebruikt worden: enkel faunavriendelijke afsluitingen (grotere mazen onderaan, geen betonplaat onderaan) gebruiken zodat minder mobiele soorten (bijvoorbeeld Europese egel, padden en salamanders) makkelijk kunnen migreren.

        Er wordt voorkomen dat verontreinigende stoffen in het regenwater- en afvalwatersysteem terechtkomen.

        Vermijd verstoring van dierlijk nachtleven: buitenverlichting wordt enkel toegepast waar echt nodig, deze enkel laten branden wanneer gebruikers passeren (bewegingsdetectoren), met beperkte lichtintensiteit en zo weinig mogelijk strooilicht (aangepaste armaturen)

        Er worden geen exoten aangeplant of geïntroduceerd. Er worden geen pesticiden, herbiciden en meststoffen gebruikt voor het onderhoud van het gebied.

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Omgevingsvergunning 1053

Aanvraag omgevingsvergunning over: het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning met zorgwonen ingediend door Brecht Kimps wonende te Broekstraat 47 te 3540 Herk-de-Stad. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hulzenstraat 105, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 539 N. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Brecht Kimps wonende te Broekstraat 47 te 3540 Herk-de-Stad

 

Ligging van het perceel:

Hulzenstraat 105

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 1 sectie K nr. 539N

 

Projectnaam:

Hulzenstraat 105 - Kimps Brecht

 

Dossiernummer:

2025111

 

Intern dossiernummer:

1053

 

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025061094

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning met zorgwonen

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

 

Het verwijderen van verharding i.f.v. de nieuwe bouw- en terraszone.

Het inrichten van een zorgwoning.

Het slopen van de aangebouwde tuinberging.

Het verbouwen en uitbreiden van een vrijstaande ééngezinswoning.

Het aanleggen van een terras aansluitend bij de woonuitbreiding.

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979  -  woongebied met landelijk karakter en agrarisch gebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg. Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan. De aanvraag is wel gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. 211 d.d. 19/12/1973. Het betreft hier een verkaveling ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, deze verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. Dit wordt bepaald onder andere door de volgende artikels 4.3.1§1 en 4.4.1§2 VCRO: Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar, zijn geen weigeringsgrond meer voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Het gewestplan blijft bijgevolg van toepassing;

 

Verordeningen :

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

 

Watertoets :

Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.

De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 138,54m².  Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de voortuinzone van 3687 liter en een infiltratieoppervlakte van 12,29m.  Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toilet en dienstkraan.

Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit en een tuinpad, alsook het terras.  Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren.  De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.

Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.  De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.

De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

 

Milieu:

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

25 september 2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

14 november 2025

Opening openbaar onderzoek

25 november 2025

Afsluiten openbaar onderzoek

24 december 2025

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Carla Van Acker

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

5 februari 2026

 

1.f. Historiek

Perceelnummer : (afd. 1) sectie K 539 N

De woning dateert van 1977 en wordt geacht vergund te zijn.

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

- Overwegende dat op 14/04/1976 een stedenbouwkundige vergunning  (1362) voor het bouwen van een woonhuis en garage werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

- Overwegende dat op 19/12/1973 een verkavelingsvergunning  (211) voor nieuwe verkaveling werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

De aanvrager wenst een open eengezinswoning te verbouwen en uit te breiden met zorgwonen. De aanvraag is gelegen langs een gemeentelijke weg, zijnde de Hulzenstraat. De weg is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door open eengezinswoningen in een landelijke omgeving met achterliggende landbouwgronden. De woningen in de omgeving zijn verschillend qua opbouw, jaartal en bouwstijl.

Op het perceel met een perceelsbreedte van 20,00 m aan straatzijde en een perceelsdiepte variërend van 36,85 m rechts tot 47,00 m links, bevindt zich een vergunde vrijstaande ééngezinswoning van 13,55 m breed tot 8,01 m diep, met de bouwlijn op 7,00 m achter de perceelsgrens. De woning bestaande uit één bouwlaag onder zadeldak met de nok evenwijdig aan de voorgevel, werd met het vloerpeil 1,30 m boven de as van de straat aangezet. Tegen de woning in het verlengde van de rechter zijgevel werd een achterbouw van 22,26 m2 met plat dak aangebouwd. De bestaande totale bouwdiepte bedraagt bijgevolg 11,01 m. Tegen de linker perceelsgrens bevindt zich een vergunde bijbouw van 30,14 m2 die dienst doet als garage. Achter deze bijbouw en tevens tegen de linker perceelsgrens werd in tussentijd een tuinberging van 8,78 m2 opgericht. De verharding binnen het perceel omvat een klinkerverharding van 142,75 m2 (oprit, tuinpaden) en een tegelverharding van 47,00 m2 (terras, tuinpad).

 

Stedenbouwkundige handelingen

- sloop van bestaande achterbouw (22,26 m2)

- oprichten van nieuwe woninguitbreiding/ achterbouw (46,18 m2)

- functie als zorgwoning

- slopen van aangebouwde tuinberging (8,78 m2)

- slopen van verharding (0,48 + 26,74 + 4,57 + 5,31 = 37,10 m2)

- aanleggen van terrasverharding (35,30 m2)

 

Omschrijving gevraagde werken

De achterbouw tegen de achtergevel van de woning, met een breedte van 7,42 m en een diepte van 3,00 m wordt gesloopt met oog op een nieuwe uitbreiding met plat dak tot een dakrandhoogte van 3,40 m boven het afgewerkt gelijkvloers peil. De nieuwe uitbreiding van 46,18 m2 werd opgevat als enerzijds een uitbreiding van de leefruimte en anderzijds als een verlenging van zowel de badkamer als de slaapkamer. Het gedeelte met de leefruimte heeft een diepte van 3,99 m over een breedte van 7,34 m. Het resterende gedeelte van 5,63 m breed binnen de uitbreiding van in totaal 12,97 m breed, heeft voor de nachtvertrekken een diepte van 3,00 m. De maximaal gevraagde bouwdiepte bedraagt 12,00 m. De woning zal in gebruik genomen worden als een zorgwoning voor een hulpbehoevende bewoner, zijnde mevrouw Melanie Voets waarvan identiteitsbewijs aan de aanvraag toegevoegd werd. De vertrekken binnen de zorgwoning omvatten de nieuwe leefruimte achteraan, gekoppeld aan een gemeenschappelijke keuken, en een slaapkamer en een bureau aan straatzijde. Het sanitair blijft gemeenschappelijk.

Op termijn (wanneer de zorgfunctie komt te vervallen) kan de gyproc invulwand tussen de twee leefruimtes worden verwijderd opdat één grote open leefruimte wordt bekomen. Aansluitend bij de nieuwe uitbreiding wordt een terras van 35,30 m2 in tegelverharding aangelegd. Met oog op de verlenging van de slaap- en badkamer wordt de achtergevel plaatselijk opengebroken. Tussen slaap- en badkamer wordt een nieuwe deuropening gecreëerd. De gevels van de uitbreiding worden afgewerkt met een zandkleurige gevelbepleistering conform de huidige woning en een donkergrijs buitenschrijnwerk.

De aanvraag betreft tevens het slopen van de bestaande tuinberging bij de vergunde garage. Deze tuinberging werd in betonplaten opgetrokken en afgedekt met een licht hellend dak in golfplaten. Het betreft een constructie in niet-verkrotte staat die niet zichtbaar is vanuit de woning, noch vanaf de straat. De bestaande vergunde garage heeft een oppervlakte van 30,14 m2 hetzij kleiner dan 40 m2. Door de gevraagde werken neemt de bebouwings- en verhardingsgraad op perceel af van 42,87% naar 42,43%.

 

Toetsing aan de voorschriften

Art. 8. De dakhelling moet volgens de voorschriften begrepen zijn tussen 25° en 40°.

AFWIJKING: De uitbreiding wordt hier afgewerkt met een plat dak. De gevraagde bouwdiepte van 12,00 m valt ruim binnen de maximum toegestane 17,00 m. De minimum afstand van de vrijblijvende zijgevels tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt 3,00 m. De maximum breedte van de bebouwing wordt voorgeschreven op 2/3e van de kavelbreedte, gemeten voor elk gedeelte der woning evenwijdig met de rooilijn hetzij maximum 13,33 m. De gevraagde bouwbreedte van 12,97 m voor de uitbreiding is hiermee in overeenstemming. Opgelegde hoogte: begrepen tussen 3 m en 6 m (tussen grondpeil en kroonlijst). De bestaande kroonlijst en nokhoogte van de woning blijven ongewijzigd. De dakrandhoogte van de uitbreiding bedraagt 3,40 m boven het afgewerkt gelijkvloerspeil, overeenkomstig maximum 3,62 m boven het aangrenzend maaiveld en hetzij binnen de voorschriften.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan. Het betreft hier een oudere verkaveling d.d. 19.12.1973 met intern nummer 211, deze verkaveling is ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, deze verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. Toepassing van artikel 4.3.1§1 en 4.4.1§2 VCRO: Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar, zijn geen weigeringsgrond meer voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Huidige aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften inzake dakhelling van de uitbreiding namelijk een plat dak ipv dakhelling begrepen zijn tussen 25° en 40°.

 

2.c. Adviezen

///

 

2.d. Bespreking van de adviezen

///

 

2.e. Openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 25 november 2025 tot 24 december 2025.

Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 25 november 2025 tot 24 december 2025 omwille van de toepassing van de codextrein. Er werden naar aanleiding van het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend.

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is gelegen binnen een woonzone, voorliggende aanvraag, zijnde het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning met zorgwonen, is bijgevolg niet strijdig met de geldende voorschriften en is bijgevolg functioneel inpasbaar in de omgeving.

 

- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.

 

- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De gevraagde uitbreiding is op schaal van het residentiële perceel. De maximum bebouwingsindex volgens de verkaveling wordt namelijk niet overschreden. Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid blijven nagenoeg ongewijzigd door het gevraagde. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. Voorgestelde verbouwing geeft geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. Het ontwerp is wat omvang en gabarit betreft niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. Voorgestelde verbouwingen overschrijden dan ook geenszins de draagkracht van het terrein. De voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context.

 

- Visueel-vormelijke elementen: de uitbreiding wordt voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het plat dak is gebruikelijk bij dergelijke uitbreidingen. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang. 

 

- Cultuurhistorische aspecten: Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

 

- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf zal niet wijzigen.

 

- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting op een ruime afstand ten aanzien van de

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

 

Conclusie

Voorwaardelijk gunstig advies

 

Gunstig advies, onder voorwaarden:

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

        Het zorgwonen wordt gevestigd voor mevrouw Melanie Voets volgens identiteitsgegevens gevoegd bij de aanvraag.

        Het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, d), is eveneens meldingsplichtig, na het beëindigen van de zorgsituatie.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 11/02/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Brecht Kimps wonende te Broekstraat 47 te 3540 Herk-de-Stad, het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning met zorgwonen, gelegen Hulzenstraat 105, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie K 539 N voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

        Het zorgwonen wordt gevestigd voor mevrouw Melanie Voets volgens identiteitsgegevens gevoegd bij de aanvraag.

        Het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, d), is eveneens meldingsplichtig, na het beëindigen van de zorgsituatie.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Omgevingsvergunning 1062

Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een halfopen ééngezinswoning en 2 meergezinswoningen ingediend door Dominique Vrancken namens Wonen in Limburg BV gevestigd te Ringlaan 20 te 3530 Houthalen-Helchteren. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hakkeveldstraat 22, 24, 26 en 28, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 683 R, (afd. 2) sectie D 683 P, (afd. 2) sectie D 683 N en (afd. 2) sectie D 683 M. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Dominique Vrancken namens Wonen in Limburg BV gevestigd te Ringlaan 20 te 3530 Houthalen-Helchteren

 

Ligging van het perceel:

Hakkeveldstraat 22, 24, 26 en 28

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie D nrs. 683R, 683P, 683N en 683M

 

Projectnaam:

Hakkeveld - WIL

 

Dossiernummer:

2025121

 

Intern dossiernummer:

1062

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025086436

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

Het bouwen van een halfopen ééngezinswoning en 2 meergezinswoningen

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

        Het bouwen van een halfopen ééngezinswoning

        Het bouwen van 2 bouwunits bestaande uit telkens 4 appartementen

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woonuitbreidingsgebied.

 

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis aangegaan door de promotor.

 

(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)

 

Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg Centrum 2 / wijziging 1 vel 1(Meerdegat), goedgekeurd op 24 mei 1982 – zone voor sociale woningbouw.

 

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Het betreft hier een verouderd BPA (ouder dan 15 jaar), waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, de BPA- voorschriften geen weigeringsgrond meer vormen.  Dit  wordt bepaalt onder andere door de volgende artikels  4.4.9/1 VCRO:  ‘Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.’

 

Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

 

Verordeningen:

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

 

Watertoets:

Overwegende dat het voorliggende project de realisatie van sociale wooneenheden betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.  Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.

 

De beoogde werken impliceren de nieuwbouw van 1 grondgebonden sociale ééngezinswoning en 2 woonblokken met telkens 4 appartementen.  Woning type A, zijnde de grondgebonden ééngezinswoning, beschikt over zijn eigen hemelwaterput met een inhoud van 7.500 liter.  De meergezinswoningen Type B en C zijn gelijk van grootte en beschikken elk over regenwaterputten met een inhoud van telkens 25.000 liter.   Er wordt tevens een bovengrondse infiltratievoorziening (wadi) met een volume van 8.100 liter en een infiltratieoppervlakte van 34m2 voorzien.  De overloop van de regenwaterputten van type A, B en C worden gekoppeld aan deze bovengrondse infiltratievoorziening (wadi) die gelegen is tussen meergezinswoningen type B en C.  De voorgestelde wadi heeft een maximale diepte van 30cm.

 

Geen enkele verharding is aangesloten op de riolering en alle verhardingen zullen worden uitgevoerd op basis van “bezinking ter plaatse”.  Toegangswegen & terrassen zijn in principe uitgevoerd in waterpasserende materialen.  Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren.  De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.

 

Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.  De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.

 

De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

 

Milieu:

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

 

MER

De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004, maar wel onder bijlage III, met name nr. Rubriek 10a: stadsontwikkelingsproject.

In de beoordeling van de effecten op de omgeving is de impact omschreven en wordt nagegaan of de effecten als niet aanzienlijk mogen beschouwd worden.

 

Mobiliteit

In de vorige toestand stonden hier 4 sociale wooneenheden, met huidige aanvraag worden er in totaal 9 wooneenheden voorzien waardoor er een toename zal zijn van de mobiliteit.  De Hakkeveldstraat is een woonstraat in een verkaveling waar geen druk verkeer is.  De toename van 5 wooneenheden heeft geen schadelijk effect omdat het parkeren op eigen terrein is voorzien.

Er wordt dus weinig extra verkeer verwacht en dus ook geen negatieve effecten op de directe omgeving.  Er worden parkeerplaatsen voorzien aan de voorzijde van de wooneenheden in aansluiting met het openbaar domein.

Een beperkte MER-nota werd toegevoegd aan het dossier door de aanvrager.

 

Luchtkwaliteit

Tijdens de aanlegfase:

Emissies opwaaiend stof 

De aanlegfase kan stofhinder veroorzaken voor de omgeving.  De beperking van stofemissies afkomstig van de werf is dus van groot belang. Vanaf 1 januari 2017 moet de uitvoerder van bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in openlucht voldoen aan de nieuwe voorziene regelgeving Vlarem II Hoofdstuk 6.12: Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken. 

De bijkomende aanbevelingen die genomen kunnen worden om de impact van de aanlegfase op de luchtkwaliteit te beperken zijn:

        het aanpassen van de snelheid van het werfverkeer en het beperken van werfverkeer langs wegen met veel bewoning;

        frequente reiniging van wegen en werfwegen en plaatselijk verharden van terreinen en/of van werfwegen die langdurig worden gebruikt, waardoor een betere reiniging mogelijk is 

        bevochtigen van wegen en werfwegen bij droog en winderig weer. Hiervoor dient bij voorkeur geen drink- of grondwater te worden gebruikt;

        gebruik van wielwasinstallaties bij verlaten van de werfzones;

        indien grondwerken bij droog en winderig weer worden uitgevoerd kunnen sprinklers of afdekking met dekzeilen verwaaiing voorkomen. Hiervoor dient bij voorkeur geen drink- of grondwater te worden gebruikt 

        bij keuze van locatie, de hoogte en ligging van tijdelijke stockageplaatsen van afgegraven bodem moet men rekening houden met overheersende windrichting, eventuele nabijgelegen bewoning, en de aanwezigheid van bestaande groenschermen, om stofverspreiding of de impact ervan te beperken;

 

Aanlegfase

Emissies opwaaiend stof 

Tijdens de werken kan er bij droog weer opwaaiend stof optreden. Dit stof is vrij grof, waardoor het door zijn eigen massa op korte afstand na het opwaaien opnieuw op de grond terecht komt.

Emissies werfmachines en werfverkeer 

Graafmachines en transportvoertuigen zullen tijdens de aanlegfase door het verbruik van fossiele brandstoffen emissies naar lucht veroorzaken. Het gaat hierbij om een beperkt aantal machines dat actief zal zijn binnen de werfzone en een groter aantal vrachtwagens dat ingezet zal worden voor de aan- en afvoer van gronden en materialen. De vrachtwagens zullen slechts tijdelijk in de werfzone verblijven.

Exploitatiefase

Emissies gemotoriseerd verkeer

Het autoverkeer van en naar het projectgebied veroorzaakt emissies naar lucht. 

Emissies energiebehoefte gebouwen 

Emissies van gebouwen kunnen enerzijds rechtstreeks afkomstig zijn van de verwarming. Anderzijds worden onrechtstreeks ook emissies naar lucht veroorzaakt door het gebruik van elektriciteit.

 

Geluid en trillingen

Tijdens de werken kunnen er trillingen geproduceerd worden. Maar deze trillingen zijn van tijdelijke aard en worden tot het minimum beperkt, waardoor de nadelige impact beperkt zal blijven. .

 

Aanlegfase

Geluid door de werkzaamheden

De werf zorgt tijdelijk voor een verhoging van het omgevingsgeluid.  Ook het werfverkeer zal tijdelijk voor bijkomende geluidshinder zorgen.

 

Trillingen door de werkzaamheden

Tijdens de uitvoering van de werken kunnen verhoogde trillingsniveaus ontstaan.

 

Exploitatiefase

Geluidproductie door gemotoriseerd verkeer

Het autoverkeer van en naar het projectgebied veroorzaakt bijkomende geluidsemissies.

Geluidproductie door installaties

De technische installaties kunnen gepaard gaan met een geluidsproductie.

 

Maatregelen ter voorkoming/beperking

Aanlegfase

Geluid door de werkzaamheden

        Geluidsemissie van werktuigen in open lucht is beperkt door het KB van 14/2/2006. Werfmachines moeten voldoen aan de grenswaarden opgenomen in bijlage XI bij dit KB.

        De werkzaamheden worden voornamelijk overdag uitgevoerd.

Exploitatiefase

        Geluidproductie door installaties

        De warmtepompen zullen op geothermie werken. Hierdoor bevindt de installatie zich in de woning zelf waardoor er geen geluidshinder zal zijn.

 

Geluid door de werkzaamheden

Het is onvermijdelijk dat er tijdens de aanlegfase een toename van de geluidsniveaus zal optreden. De geluidshinder tijdens de werffase is echter tijdelijk. Bovendien zal het geluid dat overdag veroorzaakt wordt door de werf enigszins gemaskeerd worden door het wegverkeer waardoor de hinder beperkt zal zijn. ‘s Nachts wordt er in principe niet gewerkt waardoor er geen slaapverstoring zal optreden. De hinder door het geluid tijdens de aanlegfase wordt niet aanzienlijk geacht.

 

Trillingen door de werkzaamheden

Er worden geen aanzienlijke effecten van trillingen verwacht tijdens de aanlegfase.

 

Exploitatiefase

Geluidproductie door installaties.  De warmtepompen zullen op geothermie werken. Hierdoor bevindt de installatie zich in de woning zelf waardoor er geen geluidshinder zal zijn.

 

Uit de toegevoegde nota kan worden afgeleid dat het project geen nadelige milieueffecten tot gevolg heeft; er zijn geen gevolgen voor de mensen, fauna en flora en monumenten en landschappen.  Hieruit kan afgeleid worden dat er geen significante of aanzienlijke milieugevolgen verwacht worden door de uitvoering van het project.  Gezien het om een sociaal woonproject gaat dat geen ongebruikelijke impact heeft op zijn omgeving, kan de m.e.r.-screeningsnota worden bijgetreden.

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

13 oktober 2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

7 november 2025

Opening openbaar onderzoek

17 november 2025

Afsluiten openbaar onderzoek

16 december 2025

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

29 januari 2026

 

1.f. Historiek

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

- Overwegende dat op 24.08.2022 een omgevingsvergunning werd verleend door het college van burgemeester en schepenen voor de afbraak van 4 gekoppelde ééngezinswoningen met bijgebouwen (OMV 659)

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

De aanvraag betreft de realisatie van een grondgebonden halfopen ééngezinswoning en de realisatie van 2 woonblokken met telkens 4 appartementen door een sociale huisvestingsmaatschappij.

 

Het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg, zijnde de Hakkeveldstraat.  De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt aan de linkerzijde door een andere gekoppelde ééngezinswoning waartegen de nieuwe grondgebonden woning zal aansluiten en aan de rechterzijde een braakliggend perceel eveneens in eigendom van de sociale huisvestingsmaatschappij waar er een voetweg/doorsteek voorzien is binnen het gebied.

 

Er werd reeds in 2022 een omgevingsvergunning bekomen voor de afbraak van de bestaande gekoppelde woningen.  Via de huidige aanvraag wenst de sociale huisvestingsmaatschappij een nieuwe invulling te bieden aan deze percelen.  Zo wordt er 1 grondgebonden ééngezinswoning opgetrokken aansluitend aan de bestaande halfopen bebouwing links en worden er 2 woonblokken voorzien met telkens 4 wooneenheden/appartementen.

 

De woning voorzien als halfopen ééngezinswoning die de linkerzijgevel deelt met de bestaande woning op huisnummer 30 heeft dezelfde voorbouwlijn als de woning op huisnummer 30 en is ingeplant op respectievelijk 6,23m vanaf de rooilijn zoals ook voorzien op het zoneringsplan.  De woning heeft een bouwdiepte van 12m op het gelijkvloers niveau.  Op de verdieping wordt een beperkt volume voorzien voor de realisatie van een extra slaapkamer dewelke aanvat op 1m40 van de voorgevellijn aan de rechterzijde van de woning gelijk met deze zijgevel over een breedte van 5m60 en een diepte van 7m80.  Dit volume wordt afgewerkt met een hellend dakvlak ten aanzien van de voorgevel.

 

De woonblokken, type B en C bestaan uit een open meergezinswoning met 4 appartementen.  De voorbouwlijn van de meergezinswoning is ingeplant op respectievelijk 12m vanaf de rooilijn zoals ook voorzien op het zoneringsplan.  (BPA)  De bouwblok type B heeft een bouwdiepte van 12m en een bouwbreedte van 17m.  Het betreft een woonblok bestaande uit 2 volwaardige bouwlagen afgewerkt met een hellend dak met een helling van 40°.  De kroonlijsthoogte van deze blok komt op 6m en de nokhoogte bedraagt 11m.  De bouwblok B is voorzien op een afstand van 6m van de nieuwe halfopen bebouwing links (type A) en op 7m van de woonblok (type C).  De 2e woonblok wordt gedraaid ingeplant ten aanzien van de voorliggende weg maar heeft dezelfde afmetingen en volume als de woonblok type B.  Echter deze zal in het verlengde voorzien worden op het perceel i.p.v. gelijklopend met het voorliggende openbaar domein.  Hierdoor zal de bouwbreedte komen op ongeveer 12m en de bouwdiepte op 17m.

 

Beide woonblokken voorzien op het gelijkvloers 1 appartement met 4 slaapkamers (1 tweepersoons en 3 éénpersoons)  Daarnaast wordt er tevens een inpandige fietsenstalling en berging voorzien op dit niveau, beiden met een aparte ontsluiting.  Bij de inkomhal op het gelijkvloers is er toegang tot het tellerlokaal en een aparte berging onder de trap.  Op de verdieping zijn er 3 duplex appartementen waarvan de slaapruimtes en badkamer zijn ingericht onder het hellend dak op de zolderverdieping. 2 appartementen beschikken over telkens één tweepersoonsslaapkamer.  Het andere appartement beschikt over een tweepersoonsslaapkamer en een éénpersoonsslaapkamer.  Alle appartementen beschikken over een privaat terras.

 

Aan de voorzijde van de wooneenheden wordt er tevens in de voortuinstrook per wooneenheid een parkeerplaats voorzien.

 

De woningen worden opgetrokken in materialen die in harmonie zijn met de omgeving, zijnde rood-bruin gevelmetselwerk met een buitenschrijnwerk in terrabruin aluminium en een dakafwerking met bruine vlakke dakpannen.  De regenwaterafvoeren worden afgewerkt met een bruine afdekplaat.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

Verenigbaarheid met de voorschriften

Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg Centrum 2 / wijziging 1 vel 1(Meerdegat), goedgekeurd op 24 mei 1982 – zone voor sociale woningbouw.

 

Het betreft hier een verouderd BPA (ouder dan 15 jaar), waardoor er door de wijziging inzake de codextrein, de BPA- voorschriften geen weigeringsgrond meer vormen.  Dit  wordt bepaalt onder andere door de volgende artikels  4.4.9/1 VCRO:  ‘Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.’

 

Aanvragen in BPA's ouder dan 15 jaar kunnen daardoor dus afwijken van de daarin opgenomen voorschriften of het plan.

 

Binnen het huidige voorstel worden er 2 woonblokken voorzien bestaande uit 2 volwaardige bouwlagen afgewerkt met een hellend dak binnen een zone die volgens het BPA bestemd was als zone voor 1 bouwlaag met hellend dak.  Door middel van huidige aanvraag wordt het ruimtelijk rendement verhoogd in functie van de sociale woonbehoefte ter plaatse.  Er wordt een beperkte ruimte ingenomen voor de realisatie van deze wooneenheden waarbij er rekening werd gehouden met de open ruimte en de inpassing van het ontwerp in de omgeving.  De woonblokken betreffen namelijk geen extreem grote volumes waarbij de kroonlijshoogte en nokhoogte in overeenstemming zijn met de ééngezinswoningen in de omgeving en de zones binnen de sociale wijk bestemd voor 2 bouwlagen met zadeldak.  Voorgesteld ontwerp kan dan ook in het kader van artikel 4.4.9/1 VCRO ter plaatse aanvaard worden.

 

Verenigbaarheid met de parkeerverordening

Voor de aanvraag van de sociale wooneenheden wordt er afgeweken van de gemeentelijke parkeerverordening. De beoogde doelgroep van de toekomstige huurders bestaat uit personen met een lager inkomen (sociale woningverhuur).  Uit diverse mobiliteitsstudies blijkt dat lagere inkomensgroepen significant minder vaak beschikken over een eigen wagen.

 

Daarnaast is het project gelegen op korte afstand van het centrum en bevindt een bushalte zich op wandelafstand langs de Grootstraat.  Tevens worden binnen het project voldoende en kwalitatieve fietsenstallingen voorzien voor de bewoners.

 

Voor elke wooneenheid wordt er telkens een parkeerplaats voorzien op het eigen terrein.

 

Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners beperkt zal zijn

 

Volgens Artikel 22 kan er afgeweken worden van de verordening indien er gekozen wordt om de verhuur via een sociaal verhuurkantoor te laten lopen.  Gezien de aanvraag uitgaat van een sociale huisvestingsmaatschappij kan er dan ook gesteld worden dat de parkeernorm ihkv deze specifieke doelgroep kan afgeweken worden van de parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per wooneenheid naar 1 parkeerplaats per wooneenheid.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

Fluvius

18 november 2025

1 december 2025

voorwaardelijk gunstig

De Watergroep

18 november 2025

18 november 2025

voorwaardelijk gunstig

Fluvius

7 november 2025

 

 

De Watergroep

7 november 2025

3 december 2025

voorwaardelijk gunstig

 

2.d. Bespreking van de adviezen

     De aanvraag werd op 18.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering.  Op 01.12.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000115640 ontvangen.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven

     De aanvraag werd op 18.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep.  Op 03.12.2025  werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven

 

2.e. Openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 17 november 2025 tot 16 december 2025.

 

Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en één digitaal bezwaar

 

Behandeling van de bezwaren:

Bezwaar1

Datum 7 december 2025

Inhoud van het bezwaar

 

Betreft omgevingsloket nr. OMV 2025086436 met gemeentelijk kenmerk 1062

Bezwaar tegen de omgevingsvergunning die is verleend voor meergezinswoningen te Hakkeveldstraat afd 2 sectie D nrs683R,683P,683N en683M

Betreft hier vooral appartementen blok type C. Zijn het niet eens en dit om volgende redenen.

Daar wij erg gesteld zijn op onze privacy. Vroeger totaal geen inkijk langszij in tuin, niet links en ook niet langs rechts. Boom die in onze tuin staat houdt dit zicht zeker niet tegen. Jullie zijn welkom om dit te komen bekijken. Vorige huizen waren niet zo hoog. Dit stoort ons het meeste daar wij vooral in de lente en in de zomer  rustig onze koffie konden drinken en rustig konden genieten van de tuin langszij. De C blok wordt dan ook nog schuin geplaatst wat niet te begrijpen is en wat het allemaal nog erger maakt. Kijken nu rechtuit op onze zijkant. Hadden dan nog beter de bouwlijn gevolgd. Waarom schuin? Gelieve desnoods ook leilinden te laten voorzien op hun eigendom. Misschien ook slaapkamers voorzien aan hun voorkant en terrassen aan zijkanten. Wij degene die er gebouwd hebben zouden minder privacy hebben dan de sociale woningen. Waar is de logica. 

Ook merken wij op dat er onvoldoende parkeerplaatsen voorzien zijn volgens de normen. Anderhalve per appartement. Hebben voorheen al heel veel overlast gehad met parkeren op straat en zeker tegenover onze inrit. Gevaarlijk met in en uitrijden. Daarom zijn indertijd gele lijnen voorzien, graag zie ik deze behouden. Is trouwens ook niet de bedoeling dat er geparkeerd wordt op onze kiezels die wij indertijd voorzien hebben voor ons.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 17.11.2025 tot en met 16.12.2025 omwille van het feit dat voorliggend ontwerp beperkt afwijkt van het BPA.

 

Er werd naar aanleiding van het openbaar onderzoek één bezwaarschrift/standpunt ingediend.  Dit bezwaarschrift werd binnen de periode van het openbaar onderzoek ingediend en is bijgevolg tijdig en ontvankelijk.

 

Het bezwaarschrift kan als volgt beoordeeld worden:

 

Samenvatting bezwaar:

Het bezwaar heeft betrekking op de privacy en de parkeerplaatsen.

 

WEERLEGGING

 

Ligging

Het projectgebied is gelegen binnen het centrum van Alken (binnen een straal van 400m, tevens loopafstand) waar sowieso verdichting gewenst is. Het verdichten van het centrum betekent sowieso stapelen mits rekening wordt gehouden met de context van de plek, verkeershinder, privacy, groen (maximaal behoud en nieuw aanplant), e.a.

 

AFSTAND TUSSEN WONING BEZWAARINDIENER EN BLOK C

De afstand tussen de woning bezwaarindiener en blok A bedraagt ruim 25m.

Het toepassen van de 45° regel toont dat er nog voldoende ruimte overblijft tussen blok C en de woning Hakkeveldstraat 31.  De 45-gradenregel is een stedenbouwkundige vuistregel die de verhouding tussen de bouwhoogte en de afstand tot perceelsgrenzen bepaalt, vaak gebruikt om lichtinval en zichtlijnen te beschermen, waarbij de 45 graden-regel normaal gezien wordt gemeten vanaf het maaiveld. Huidig ontwerp voldoet aan deze regel.  De grondslag voor de toepassing van de 45 graden-regel is terug te vinden in artikel 4.3.1, §1, eerste lid, 1° d VCRO betreffende de goede ruimtelijke ordening.

Het plan schaadt de goede ruimtelijke ordening bijgevolg niet.

 

GROENAANPLANT

Er is reeds een groenaanplanting voorzien ter hoogte van de percelen dewelke behouden blijft.  Daarbij heeft de bezwaarindiener zelf de mogelijkheid om een aanplant van leilindes of andere leibomen aan te planten om alzo hoog groen te voorzien om mogelijke inkijk (die er niet is)  te weren.

 

PARKEERPLAATSEN

Dit aspect werd reeds behandeld in de verenigbaarheid van met de parkeerverordening, zie punt 2.b.  Er is een afwijking mogelijk bij de realisatie van sociale huurwoningen gezien het specifieke doelpubliek voor deze woningen en de studies die weergeven dat een lager inkomensgroepen ook minder vaak beschikken over een eigen wagen, laat staan meerdere wagens.  De norm van 1 parkeerplaats per wooneenheid is bijgevolg in deze aanvraag voldoende.

 

In principe is het bezwaar dus onterecht en wordt dit niet weerhouden (zie hoger), maar om toch  tegemoet te komen aan dit bezwaar heeft de aanvrager zijn beplantingsplan aangepast en aangevuld.

 

Na het openbaar onderzoek kan de bevoegde overheid toestaan dat de vergunningsaanvrager wijzigingen aanbrengt in zijn vergunningsaanvraag. Het verzoek daartoe gaat uit van de vergunningsaanvrager.

 

Er moet geen nieuw openbaar onderzoek worden georganiseerd, wanneer met de aanpassing van de plannen tegemoet gekomen wordt aan de adviezen en/of aan de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden geformuleerd: dit houdt niet in dat de planaanpassingen volledig aan de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren en opmerkingen moeten tegemoetkomen (RvVb 17 april 2018, nr. RvVb/A/1718/0784)

 

Er werd op 22.01.2025 een gewijzigd inplantingsplan met groenaanplant ingediend en aanvaard waarbij er een aanpassing van de plannen werd gedaan in functie van het ingediende bezwaar en waar er in aansluiting met het openbaar domein een aanplant werd voorzien met leilinden.  Deze ingreep werd opgenomen op het inplantingsplan en in de terreinsnede DD.  Hiermee wordt de mogelijke inkijk vanuit de verdiepingen van de appartementen naar de woning van de bezwaarindiener afdoende beperkt, zodat geen hinder door rechtstreekse inkijk ontstaat.

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

        Functionele inpasbaarheid en bouwdichtheid: De aanvraag voorziet in de realisatie van een sociaal woonproject met 1 grondgebonden ééngezinswoning en 2 woonblokken met 4 wooneenheden.  De ruimtelijke rendementsverhoging, hetgeen resulteert in een hogere bouwdichtheid, is ter plaatse aanvaardbaar en inpasbaar in deze omgeving.  De voorgestelde werken zijn functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving.  De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften conform artikel 4.4.9/1 VCRO.  De voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving

        Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de oprichting van deze wooneenheden met een parkeerzone aansluitend aan de woonblokken geen invloed zal hebben op de mobiliteit.  Er wordt conform de gemeentelijke parkeerverordening afgeweken van de norm van 1,5 parkeerplaats per wooneenheid naar 1 parkeerplaats per wooneenheid omwille van het doelpubliek van deze sociale wooneenheden.  De voorziene parkeerplaatsen worden geacht voldoende te zijn voor de gevraagde invulling van sociaal wonen.  Er worden ook ruime fietsbergingen voorzien voor de bewoners van de wooneenheden.

        Schaal: Het gabarit van het gebouw wordt inpasbaar geacht in de bestaande ruimtelijke omgeving.  In het project wordt er immers slecht een grondgebonden geschakelde halfopen ééngezinswoning voorzien en 2 woonblokken van 2 bouwlagen met zadeldak, hetgeen gangbaar is in de omgeving. Door de ruime zijdelingse en achterste tuinstroken wordt een overgang gecreëerd tussen het hoger volume en de aangrenzende bebouwing.

        Visueel-vormelijke elementen: Het volgende materiaalgebruik wordt voorzien: rood-bruin gevelmetselwerk met een buitenschrijnwerk in terrabruin aluminium en een dakafwerking met bruine vlakke dakpannen.  De regenwaterafvoeren worden afgewerkt met een bruine afdekplaat.  Het materiaalgebruik is sober en rustiek, zodoende dat een kwalitatief geheel wordt gevormd dat inpasbaar is in de onmiddellijke omgeving.

        Bodemaspecten: Het bestaande bodemreliëf wordt niet wezenlijk gewijzigd.  Het bestaande terrein blijft zo maximaal mogelijk behouden.

        Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Zoals reeds uiteengezet in de behandeling zijn er geen onaanvaardbare hinderaspecten te verwachten.  De te realiseren bouwvolumes geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit.  De voorgestelde perceelsindeling is voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord.  Er wordt een voldoende ruime afstand gerespecteerd ten opzichte van de vrijblijvende perceelsgrenzen om een onaanvaardbare schaduw- of privacyhinder te vermijden.  De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.  Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van dit project.  De goede ruimtelijke ordening van de plaats komt niet in het gedrang.  Voorgesteld ontwerp kan derhalve qua vorm en afmetingen ter plaatse aanvaard worden.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

///

 

Conclusie

Voorwaardelijk gunstig advies

Gunstig advies, onder volgende opschortende voorwaarden:

        De groenaanplanting zoals aangeduid op het inplantingsplan dient gerealiseerd te worden het eerste plantseizoen na voltooiing van de werken.

        De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering met ref.  5000115640 d.d. 01.12.2025 dienen opgevolgd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 03.12.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        De algemene en bijzondere voorwaarden van de Hulpverleningszone Zuidwest Limburg dienen gevolgd te worden.

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

        Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.  De aangeduide verhardingen op het perceel voor de inrit en het tuinpad dienen in waterdoorlatende materialen te worden uitgevoerd zowel in opbouw als in fundering.

        Het bestaande terreinprofiel dient zoveel als mogelijk behouden te blijven en aan te sluiten op de aanpalende percelen.

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op!  Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 04/02/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Dominique Vrancken namens Wonen in Limburg BV gevestigd te Ringlaan 20 te 3530 Houthalen-Helchteren, het bouwen van een halfopen ééngezinswoning en 2 meergezinswoningen, gelegen Hakkeveldstraat 22, 24, 26 en 28, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 683 R, (afd. 2) sectie D 683 P, (afd. 2) sectie D 683 N en (afd. 2) sectie D 683 M voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        De groenaanplanting zoals aangeduid op het inplantingsplan dient gerealiseerd te worden het eerste plantseizoen na voltooiing van de werken.

        De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering met ref.  5000115640 d.d. 01.12.2025 dienen opgevolgd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 03.12.2025 dient strikt nageleefd te worden.

        De algemene en bijzondere voorwaarden van de Hulpverleningszone Zuidwest Limburg dienen gevolgd te worden.

        Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.

        Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.  De aangeduide verhardingen op het perceel voor de inrit en het tuinpad dienen in waterdoorlatende materialen te worden uitgevoerd zowel in opbouw als in fundering.

        Het bestaande terreinprofiel dient zoveel als mogelijk behouden te blijven en aan te sluiten op de aanpalende percelen.

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op!  Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Extra animo Alkense plantendag 2026

De Landelijke Gilde organiseert samen met De Vlijtige Bestuivers de Alkense Plantendag. De gemeente voorziet samen met de organisatoren een zoektocht gekoppeld aan een kleine prijs (een bloemenzadenzakje).

 

Feiten en context

De Landelijke Gilde organiseert samen met De Vlijtige Bestuivers de Alkense Plantendag. De gemeente voorziet samen met de organisatoren een zoektocht gekoppeld aan een kleine prijs (een bloemenzadenzakje).

 

Juridische grond

Art.56 Decreet lokaal bestuur

Besluit van het college voor burgemeester en schepenen op dd. 14.01.2026 'Alkense plantendag 2026'

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Er is weinig te doen voor kinderen op de Alkense plantendag. Door een zoektocht te maken kunnen de kinderen iets bijleren, bezig zijn, de ouders meer tijd hebben om rustig rond te kijken en de kleine prijs zorgt voor het verspreiden van meer m² bloemenweide in Alken. De bloemenzadenzakjes zijn individuele zakjes voor minimum 5m² bloemenweide, met bijenvriendelijke inheemse bloemen, combinatie van vroeg en laatbloeiers en meer en eenjarige, en geschikt voor de bodem in Alken.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

400 euro voor 150 bloemenzadenzakjes

21%

MJP001322

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuring om een zoektocht te maken voor kinderen op de Alkense plantendag waar een kleine prijs aan gekoppeld is betaald van MJP001322.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Overzicht punten

Zitting van 11 02 2026

 

Goedkeuren aanvullende offerte en overeenkomst bosaanplant percelen tegenover Koutermanstraat 2

Naar aanleiding van de opdracht voor het uitwerken van een herbebossing door Bosgroep Limburg voor het populierenbestand tegenover Koutermanstraat 2 werd bomenscenario 3 met zwarte populieren (inheemse soort) goedgekeurd. De werken zijn gestart, maar er bleek een te kort aan plantgoed. Verder bleek de grond niet plant klaar te zijn waardoor een verhoging aan werkuren dient geteld te worden en het plaatsen van vilten boommatten. Er werd op basis hiervan een aanvullende offerte opgemaakt door De Winning en een overeenkomst door Bosgroep Limburg (zie bijlagen).

 

Feiten en context

Naar aanleiding van de opdracht voor het uitwerken van een herbebossing door Bosgroep Limburg voor het populierenbestand tegenover Koutermanstraat 2 werd bomenscenario 3 met zwarte populieren (inheemse soort) goedgekeurd. De werken zijn gestart, maar er bleek een te kort aan plantgoed. Verder bleek de grond niet plant klaar te zijn waardoor een verhoging aan werkuren dient geteld te worden en het plaatsen van vilten boommatten. Er werd op basis hiervan een aanvullende offerte opgemaakt door De Winning en een overeenkomst door Bosgroep Limburg (zie bijlagen).

 

Juridische grond

Besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 21 mei 2025 'Kapmachtiging percelen tegenover Koutermanstraat 2 - Bosgroep';

Besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 20 augustus 2025 'Herbebossing percelen tegenover Koutermanstraat 2';

Besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 29 november 2025 'Bosaanplant percelen tegenover Koutermanstraat 2'.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Zoals reeds op de Klimaraad begin juli gecommuniceerd gaat planten in een oude graslaag moeizaam en hebben weidepercelen door landbouwgebruik vaak te lijden van bodemcompactatie. Waar mogelijk wordt door de Bosgroep in dit geval voor de aanplanting via het laten frezen of ploegen van het perceel dit verholpen.

 

De houtkoper ruimde het takhout naargelang de natte weersomstandigheden goed op. Zowel de Winning, de houtkoper als andere experts deelden het standpunt dat in januari het perceel er te nat bij lag om nog extra terreinvoorbereiding te kunnen doen en dat daarvoor een extra kost in rekening zou worden gebracht – die in ruil voor de kost van die terreinwerken kan beschouwd worden. Indien het terrein vooraf gefreesd zou zijn, zou dit voor 1,25 hectare x 1.859 €/hectare een kost van 2.2323,75 € geïmpliceerd hebben

 

Gezien de verwachting is dat de (nu nauwelijks zichtbare grasmat) in het groeiseizoen snel zal hernemen, is een onderhoudsmaaibeurt beperkt rond de geplante bomen en struiken nodig in juni 2026. Hierbij kunnen dan nog 200 vilten boomschijven rond 200 bomen geplaatst worden. Deze vilten boomschijven zijn volledig bio-afbreekbaar en houden in een cirkel rond de plant het gras door de bedekking tegen, wat gunstig is voor de wortelontwikkeling van de boom. Deze matten kunnen bij het maaien geplaatst worden zodat de plaatsingskost zo voordelig mogelijk kan en mee in de maaikost vervat wordt.

 

Doordat de afstanden in de praktijk door het geschrankt planten van de populieren (10 m in de rij maar door het geschrankt planten op 20 m in de andere richting van elkaar) wat ruimer uitvielen dan voorzien, werd in overleg beslist extra beplanting van 250 hazelaars in de noordelijke bosrand wenselijk is (men kan dit ook spontaan laten verbossen, maar dit gaat langer duren)  en 150 hazelaars (in 30 groepjes van 5), 25 taxussen (individueel) en 25 gele kornoelje (ook inheems) voor extra variatie in de zuidelijke bosrand -  bij de offerte voor deze bijkomende beplanting hanteert de Winning een hogere eenheidsprijs omwille van de hogere kost per stuk die er in de praktijk geldt.

        500 stuks extra plantgoed: 50 (25 spork en 25 winterlinde) behoorden tot het oorspronkelijk beplantingsplan maar vielen bij het opstellen van de offerte helaas uit de lijst van het plantgoed.

 

Door het goedkeuren van de aanvullende offerte kan de beplanting afgewerkt worden en de bomen en struiken optimaal geplant worden.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 5.200,89 voor het leveren en aanplanten

6%

MJP001588

€ 300 voor de vilten matten

6%

MJP001588

€ 550/dag aan werkuren

6%

MJP001588

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat in op de aanvullende offerte en de overeenkomst van De Winning en Bosgroep Limburg voor het leveren en aanplanten van de herbebossing van het populierenbestand tegenover Koutermanstraat 2.

 

 

Publicatiedatum: 03/03/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.