Zitting van 17 06 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 10.06.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 10.06.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 10.06.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 17 06 2026
Gemeenteraad - Mededeling Definitieve Agenda dd. 25.06.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 25.06.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 25.06.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt er kennis van dat de voorzitter van de gemeenteraad, de heer Jan Robeyns, de gemeenteraad samenroept op donderdag 25.06.2026 om 20u00.
Zitting van 17 06 2026
GAS-reglement Deel II & III - Goedkeuring
Besluit
Zitting van 17 06 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2:Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de scholensportdagen.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen duidt Cindy Vandormael aan als bevoegde mandataris voor het punt dat geselecteerd werd als ‘Nieuws van de week’.
Zitting van 17 06 2026
Raamovereenkomst levering soep voor scholen 2026-2030. Goedkeuring lastvoorwaarden, gunningswijze en uit te nodigen firma's.
De raamovereenkomst voor de levering van soep voor Alkense scholen dient hernieuwd te worden. Er werd een bestek 2026/049 opgesteld waaraan de levering moet voldoen.
Het betreft een raamcontract dat start op 9.11.2026 en wordt afgesloten per schooljaar en dit voor de wintermaanden. De jaarlijkse afname per schooljaar is van ca. november (net na de herfstvakantie) tot ca. eind februari van het desbetreffende schooljaar. De effectieve leveringsdata worden per schooljaar afgesproken.
Deze termijn kan maximaal driemaal verlengd worden. Beide partijen hebben het recht om de opdracht op te zeggen, mits een aangetekend schrijven en mits inachtname van een opzegperiode van drie maanden.
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst levering soep voor scholen 2026-2030.” werd een bestek met nr. 2026/049 opgesteld door de dienst vrije tijd.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 21.415,09 excl. btw of € 22.700,00 incl. 6% btw per jaar. Het maximum bestelbedrag per jaar bedraagt € 25.000 incl. btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.
In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, is de opdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben.
Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- Atelier Alternatief vzw, Lucien Londotstraat 3E te 3600 Genk;
- De Wroeter, Sint-Rochusstraat 6 te 3720 Kortessem;
- vzw IN-Z, Welzijnscampus 5 bus 11 te 3600 Genk;
- Arbeidskansen vzw, Bilzerweg 88 te 3665 As.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder volgnummer AC000001/MJP001961.
(toezichthoudend ambtenaar: Vicky Vanelderen)
Feiten en context
De raamovereenkomst voor de levering van soep voor Alkense scholen dient hernieuwd te worden. Er werd een bestek 2026/049 opgesteld waaraan de levering moet voldoen.
Het betreft een raamcontract dat start op 9.11.2026 en wordt afgesloten per schooljaar en dit voor de wintermaanden. De jaarlijkse afname per schooljaar is van ca. november (net na de herfstvakantie) tot ca. eind februari van het desbetreffende schooljaar. De effectieve leveringsdata worden per schooljaar afgesproken.
Deze termijn kan maximaal driemaal verlengd worden. Beide partijen hebben het recht om de opdracht op te zeggen, mits een aangetekend schrijven en mits inachtname van een opzegperiode van drie maanden.
Juridische grond
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
Het besluit van de gemeenteraad van 2 september 2021 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 15 (toegang voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben) en artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 140.000,00 niet) en artikel 43.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst levering soep voor scholen 2026-2030.” werd een bestek met nr. 2026/049 opgesteld door de dienst vrije tijd.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 21.415,09 excl. btw of € 22.700,00 incl. 6% btw per jaar. Het maximum bestelbedrag per jaar bedraagt € 25.000 incl. btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.
Financiële gevolgen
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van het MJP 2026-2031 op budgetcode 61300000/02/0869 (actie/raming AC000001/MJP001961).
Besluit
Artikel 1: Het bestek met nr. 2026/049 en de raming voor de opdracht “Raamovereenkomst levering soep voor scholen 2026-2030.”, opgesteld door de dienst vrije tijd worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming op jaarbasis bedraagt € 21.415,09 excl. btw of € 22.700,00 incl. 6% btw. Het maximum bestelbedrag per jaar bedraagt € 25.000 incl. btw.
Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3: In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, is de opdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben.
Artikel 4: Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- Atelier Alternatief vzw, Lucien Londotstraat 3E te 3600 Genk;
- De Wroeter, Sint-Rochusstraat 6 te 3720 Kortessem;
- vzw IN-Z, Welzijnscampus 5 bus 11 te 3600 Genk;
- Arbeidskansen vzw, Bilzerweg 88 te 3665 As.
Artikel 5: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 onder volgnummer AC000001/MJP001961.
Zitting van 17 06 2026
Buitengewoon onderhoud buurtwegen 2026. Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.
Besluit
Zitting van 17 06 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 17 06 2026
Jaarrekening 2025 - Voorlopige vaststelling
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerde jaarrekening, maar toch elk hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan:
zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van de jaarrekening vaststellen;
daarna kan de gemeenteraad het deel van de jaarrekening dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor de geïntegreerde jaarrekening 2025 definitief is vastgesteld;
De jaarrekening bestaat uit de volgende documenten die voorwerp uitmaken van een beslissing van de raad: een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting;
Bovendien is er een document samengesteld met achtergrondinformatie die nuttig is om de jaarrekening te beoordelen. Deze documentatie werd op 10 juni 2026 samen met de jaarrekening 2025 aan de raadsleden overgemaakt.
Het managementteam gaf een gunstig advies voor de jaarrekening 2025 op 21 mei 2026.
Feiten en context
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerde jaarrekening, maar toch elk hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan:
● zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van de jaarrekening vaststellen;
● daarna kan de gemeenteraad het deel van de jaarrekening dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor de geïntegreerde jaarrekening 2025 definitief is vastgesteld;
De jaarrekening bestaat uit de volgende documenten die voorwerp uitmaken van een beslissing van de raad: een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting;
Bovendien is er een document samengesteld met achtergrondinformatie die nuttig is om de jaarrekening te beoordelen. Deze documentatie werd op 10 juni 2026 samen met de jaarrekening 2025 aan de raadsleden overgemaakt.
Het managementteam gaf een gunstig advies voor de jaarrekening 2025 op 21 mei 2026.
Juridische grond
- Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 41, 3° betreffende de expliciete bevoegdheden van de gemeenteraad en de artikelen 249 tot en met 253, artikel 260 en artikel 261 betreffende de jaarrekening;
- Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald de artikelen 326 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht;
- Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 en latere wijzigingen over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, in het bijzonder titel 2 (de beleidsrapporten), hoofdstuk 3 (de jaarrekening);
- Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerde jaarrekening, maar toch elk hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan:
● zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst zijn eigen deel van de jaarrekening vaststellen;
● daarna kan de gemeenteraad het deel van de jaarrekening dat de OCMW-raad heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor de geïntegreerde jaarrekening definitief is vastgesteld;
De jaarrekening bestaat uit de volgende documenten die voorwerp uitmaken van een beslissing van de raad: een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting;
Bovendien is er een document samengesteld met achtergrondinformatie die nuttig is om de jaarrekening te beoordelen. Deze documentatie werd op 10 juni 2026 samen met de jaarrekening 2025 aan de raadsleden overgemaakt.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025 met de volgende saldi wordt door het college van burgemeester en schepenen voorlopig vastgesteld:
- budgettair resultaat boekjaar : € - 1.648.787
- gecumuleerd budgettair resultaat : € 2.489.016
- beschikbaar budgettair resultaat € 2.489.016
- autofinancieringsmarge € 1.719.561
- balanstotaal € 61.578.042
- tekort van het boekjaar: € 401.481
Zitting van 17 06 2026
Advies inzake samenvoeging kerkfabrieken Alken
Besluit
Zitting van 17 06 2026
Negatief advies inzake samenvoeging kerkfabrieken Kortenbos, Zepperen en Melveren
Besluit
Zitting van 17 06 2026
Verzoek aan de bisschop van Hasselt tot wijziging van de gebiedsomschrijving van de parochie O.L.V.-Tenhemelopneming Kortenbos
Besluit
Zitting van 17 06 2026
Aanvraag plaatsen terras - Spijs en drank
Joos Mercken, uitbater van Spijs en Drank, Steenweg 161c te 3570 ALKEN vraagt de vergunning voor een terras voor de zaak op het openbaar domein/ op privaat domein
In bijlage is het aanvraagformulier opgenomen, alsook enkele foto's en een plan.
Er zal steeds een doorgang van minstens 1,5 mogelijk zijn voor voetgangers, dit wordt ook als voorwaarde in het besluit opgenomen.
Het terras is gelegen op privaat domein, waardoor vergunning in principe niet noodzakelijk is. Het terras is echter gelegen naast een gewestweg, vandaar dat er toch een vergunning opgemaakt wordt en goedkeuring van AWV nodig is.
Feiten en context
Joos Mercken, uitbater van Spijs en Drank, Steenweg 161c te 3570 ALKEN vraagt de vergunning voor een terras voor de zaak op het openbaar domein/ op privaat domein
In bijlage is het aanvraagformulier opgenomen, alsook enkele foto's en een plan.
Er zal steeds een doorgang van minstens 1,5 mogelijk zijn voor voetgangers, dit wordt ook als voorwaarde in het besluit opgenomen.
Het terras is gelegen op privaat domein, waardoor vergunning in principe niet noodzakelijk is. Het terras is echter gelegen naast een gewestweg, vandaar dat er toch een vergunning opgemaakt wordt en goedkeuring van AWV nodig is.
Juridische grond
Het gemeentelijk reglement betreffende de inrichting van horecaterrassen op het openbaar domein, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 30 maart 2017;
Artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet;
Adviezen
Op voorwaarde dat er een gunstig advies wordt afgeleverd van het Agentschap wegen en verkeer.
Argumentatie
Aangezien het terras op privaat domein gelegen is, er meer dan voldoende ruimte is voor parkeren en er steeds voldoende doorgang voor voetgangers voorzien wordt (1.5m) is er geen bezwaar voor het plaatsen van dit terras. De plaatsing en inrichting van een terras is gunstig voor de uitstraling van de handelszaak.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Aan Joos Mercken wordt toelating verleend om een terras in te richten voor Spijs en Drank, gelegen op Steenweg 161c in Alken, en dit volgens ingediend plan.
Artikel 2: Deze goedkeuring is slechts geldig zolang het terras geen overlast geeft aan de buurt.
Artikel 3: De in artikel 1 genoemde goedkeuring wordt verleend op voorwaarde dat er steeds een vrije doorgang van 1,5 m voor voetgangers en rolstoelgebruikers gelaten wordt en dat de veiligheid gegarandeerd wordt.
Artikel 4: De in artikel 1 genoemde vergunning wordt verleend op voorwaarde dat naast de toelating door het gemeentebestuur ook een vergunning wordt verleend door het Agentschap Wegen en Verkeer.
Zitting van 17 06 2026
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest O.L.Vrouwstraat op 27.06
Op zaterdag 27 juni 2026 wensen de inwoners van de O.L.Vrouwstaat een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten.
Feiten en context
Op zaterdag 27 juni 2026 wensen de inwoners van de O.L.Vrouwstaat een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van de O.L.Vrouwstraat om op zaterdag 27 juni 2026 een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Zitting van 17 06 2026
Organisatie Openluchtfuif op 26 juni 2026
OLF Alken vzw wenst op vrijdag 26 juni 2026 vanaf 19u de Openluchtfuif te organiseren op de locatie ter hoogte van de Kompstraat en de Langveldstraat. De organisatie diende een aanvraag in (zie bijlage) en de nodige adviezen werden opgevraagd.
OLF Alken vzw vraagt:
● een sluitingsuur aan om 04u en een geluidslimiet met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
● toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
● een vergunning voor het schenken van sterke dranken.
● toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen.
● in aanmerking te kunnen komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen.
GTB security die zal werken voor de openluchtfuif vraagt een toelating van de burgemeester voor een fouillering oppervlakkige betasting indien nodig. Volgens de wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid mag dit enkel mits zij hiervoor de goedkeuring hebben.
Veiligheidsplan in bijlage: dit werd plan werd afgestemd met de noodplanambtenaar, de politie en de brandweer.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en context
OLF Alken vzw wenst op vrijdag 26 juni 2026 vanaf 19u de Openluchtfuif te organiseren op de locatie ter hoogte van de Kompstraat en de Langveldstraat. De organisatie diende een aanvraag in (zie bijlage) en de nodige adviezen werden opgevraagd.
OLF Alken vzw vraagt:
● een sluitingsuur aan om 04u en een geluidslimiet met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
● toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
● een vergunning voor het schenken van sterke dranken.
● toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen.
● in aanmerking te kunnen komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen.
GTB security die zal werken voor de openluchtfuif vraagt een toelating van de burgemeester voor een fouillering oppervlakkige betasting indien nodig. Volgens de wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid mag dit enkel mits zij hiervoor de goedkeuring hebben.
Veiligheidsplan in bijlage: dit werd plan werd afgestemd met de noodplanambtenaar, de politie en de brandweer.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van juni 2025.
Het reglement ondersteuning evenementen van 30 mei 2013.
Het reglement aanpassing reglement ondersteuning evenementen - security van 19 december 2013.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: zie bijlage + besproken tijdens evaluatievergaderingen.
Advies brandweer: zie bijlage + besproken tijdens evaluatievergaderingen.
Advies FOD Volksgezondheid wordt later nog bezorgd aan de organisatie.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig.
Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden op voorwaarde dat:
* de fuif vanaf 3u een uitdovend karakter heeft.
* er tussen 3u en 4u er geen drankbonnen meer verkocht worden
* het geluidsvolume tussen 3u en 4u verlaagd wordt tot een maximum van 85dB(A)LAeq,15min.
Het college van burgemeester en schepen kan in het kader van het gemeentelijk ondersteuningsreglement voor evenementen een maximale ondersteuning van max. € 500 toekennen en € 250 voor erkende security.
Het college van burgemeester en schepen kan een vergunning verlenen voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
de organisatie het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden, en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 750 | Niet van toepassing | MJP002137MJP002138 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan OLF Alken vzw voor de organisatie van de Openluchtfuif op vrijdag 26 juni 26 vanaf 19u op de locatie aan de Kompstraat - Langveldstraat. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 04u en het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min. Tussen 3u en 4u dient de fuif een uitdovend karakter te hebben. Er mogen daarom tussen 3u en 4u geen drankbonnen meer verkocht worden en het geluidsvolume dient verlaagd te worden tot maximum 85 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen verleent een vergunning voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Artikel 3: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 4: De organisator moet een veiligheidsplan opstellen en een brandweerkeuring laten uitvoeren. Zij dienen tevens een firma erkende security in te schakelen. Er dient rekening gehouden te worden met het advies van FOD Volksgezondheid - dienst dringende hulpverlening.
Artikel 5: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor de plaatsing van publiciteitsborden naast de Alkense gemeente- en gewestwegen op de voorgestelde plaatsen op voorwaarde dat er voor de gewestwegen ook een vergunning wordt afgeleverd door het agentschap wegen en verkeer. De publiciteitsborden naast gemeentewegen mogen max. 6 weken op voorhand geplaatst worden en dienen ten laatste een week na de activiteit opgeruimd te worden. Voor de borden naast gewestwegen geldt de vergunning van het agentschap wegen en verkeer.
Artikel 6: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opmaken van een verkeersregeling.
Artikel 7: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Artikel 8: GTB security die zal werken voor de openluchtfuif ontvangt een toelating van de burgemeester voor fouillering oppervlakkige betasting indien nodig. Volgens de wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid mag dit enkel mits zij hiervoor de goedkeuring hebben.
Artikel 9: De organisatie komt in aanmerking voor een gemeentelijke ondersteuning in het kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Het maximale ondersteuningsbedrag wordt vastgelegd op max. € 500 en € 250 voor erkende security en kan betaald worden van MJP002137 en MJP002138.
Zitting van 17 06 2026
Organisatie Zomerbar JH De Molen 2026
JH De Molen wenst tijdens de zomermaanden juli en augustus een zomerbar te organiseren op de koer van het Taeymansgebouw. Aanvraag in bijlage. Zij wensen deze zomerbar te openen elke woensdag in juli en augustus, nl 08/07, 15/07, 22/07, 29/07, 05/08, 12/08, 19/08, 26/08 van 19u tot 02u. Daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 85 dB(A)LAeq,15min. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en context
JH De Molen wenst tijdens de zomermaanden juli en augustus een zomerbar te organiseren op de koer van het Taeymansgebouw. Aanvraag in bijlage. Zij wensen deze zomerbar te openen elke woensdag in juli en augustus, nl 08/07, 15/07, 22/07, 29/07, 05/08, 12/08, 19/08, 26/08 van 19u tot 02u. Daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 85 dB(A)LAeq,15min. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: wordt aan de organisatie doorgestuurd.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden op voorwaarde dat zij hun sluitingsuur vervroegen naar 01u om de overlast door de week naar de buurt te beperken.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan JH De Molen om tijdens de zomermaanden juli en augustus een zomerbar te organiseren op de koer van het Taeymansgebouw. Zij openen deze zomerbar elke woensdag in juli en augustus, nl 08/07, 15/07, 22/07, 29/07, 05/08, 12/08, 19/08, 26/08 vanaf 19u. Het college legt een einduur op van 01u om de overlast naar de buurt door de week te beperken. Daarnaast ontvangen zij een geluidslimiet aan met als maximumnorm 85 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt doorgestuurd naar de organisatie.
Artikel 3: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 4: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 17 06 2026
Scholensportdagen 2026
Jaarlijks organiseren we scholensportdagen in de sporthal en recreatiedomein De Alk (Alken Vallei), waarbij we de leerlingen van het lager onderwijs ontvangen van alle Alkense scholen.
De scholensportdag zal over 3 dagen georganiseerd worden, zijnde dinsdag 23 juni (1ste graad), donderdag 25 juni (2de graad) en vrijdag 26 juni (3de graad).
Voor de organisatie en opstelling in de sporthal zullen we samenwerken met TS Events (materialen en lesgevers). Verdere onkosten: busvervoer voor de 1ste en 2de graad van Sint-Joris, De Basis, 't Laantje, 't Schommelbootje, Wonderwijs, Terkoest en Ulbeek. Uitzonderlijk vanwege de omgevingswerken aan Alken Vallei voorzien we ook busvervoer voor de centrumscholen. Voor een volledige scholensportdag betalen de scholen € 4,00 per deelnemende leerling.
Feiten en context
Jaarlijks organiseren we scholensportdagen in de sporthal en recreatiedomein De Alk (Alken Vallei), waarbij we de leerlingen van het lager onderwijs ontvangen van alle Alkense scholen.
De scholensportdag zal over 3 dagen georganiseerd worden, zijnde dinsdag 23 juni (1ste graad), donderdag 25 juni (2de graad) en vrijdag 26 juni (3de graad).
Voor de organisatie en opstelling in de sporthal zullen we samenwerken met TS Events (materialen en lesgevers). Verdere onkosten: busvervoer voor de 1ste en 2de graad van Sint-Joris, De Basis, 't Laantje, 't Schommelbootje, Wonderwijs, Terkoest en Ulbeek. Uitzonderlijk vanwege de omgevingswerken aan Alken Vallei voorzien we ook busvervoer voor de centrumscholen. Voor een volledige scholensportdag betalen de scholen € 4,00 per deelnemende leerling.
Juridische grond
DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
We organiseren jaarlijks de scholensportdagen omdat we vinden dat sport en beweging belangrijke aspecten zijn voor onze schoolgaande Alkense kinderen. Daarnaast is het voor de scholen een leuke eindactiviteit van het lopende schooljaar.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 7.690,00 | 21% | MJP001356 (sportdag) |
€ 2.464,77 | 21% | MJP001360 (busvervoer) |
Datum visumaanvraag: | 4 februari 2026 | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | 4 februari 2026 | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de organisatie van de scholensportdagen op dinsdag 23, donderdag 25 en vrijdag 26 juni 2026 goed.
De gemaakte onkosten voor de organisatie kunnen betaald worden van de kredieten zoals voorzien in het meerjarenplan.
Zitting van 17 06 2026
Uitbetaling Alkense cafés bemanning togen Cristalfeesten 2026
Op zaterdag 30 mei 2026 vonden de Cristalfeesten plaats. Voor een goed verloop van het evenement werkten hier ook de Alkense cafés aan mee die zorgden voor de bemanning van de togen en ontvangen zij hiervoor een vergoeding (zelfde vergoeding als tijdens de vorige edities). De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002129 en zullen op basis van facturen (zie bijlage) uitbetaald worden. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt de goedkeuring gevraagd voor de uitbetaling van de vergoeding.
Feiten en context
Op zaterdag 30 mei 2026 vonden de Cristalfeesten plaats. Voor een goed verloop van het evenement werkten hier ook de Alkense cafés aan mee die zorgden voor de bemanning van de togen en ontvangen zij hiervoor een vergoeding (zelfde vergoeding als tijdens de vorige edities). De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002129 en zullen op basis van facturen (zie bijlage) uitbetaald worden. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt de goedkeuring gevraagd voor de uitbetaling van de vergoeding.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
N.a.v. de organisatie van de Cristalfeesten op zaterdag 30 mei 2026 is het aangewezen de deelnemende Alkense cafés op basis van de gewerkte uren een vergoeding toe te kennen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 4.166,34 | Niet van toepassing | MJP002129 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor de betaling van de vergoedingen aan de deelnemende Alkense cafés voor de bemanning van de togen tijdens de Cristalfeesten op zaterdag 30 mei 2026.
Artikel 2: Het overzicht met de toogindeling en gewerkte uren bevindt zich in bijlage en maakt integraal deel uit van dit besluit.
Artikel 3: De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002129 en worden via facturen uitbetaald.
Zitting van 17 06 2026
Uitbetaling toelage meewerkende Alkense verenigingen Cristalfeesten 2026
Op zaterdag 30 mei 2026 vonden de Cristalfeesten plaats. Voor een goed verloop van het evenement werkten hier ook Alkense verenigingen aan mee en ontvangen zij hiervoor een vergoeding. De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002129. Verdeling in bijlage. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt de goedkeuring gevraagd voor de uitbetaling van de toelagen.
Feiten en context
Op zaterdag 30 mei 2026 vonden de Cristalfeesten plaats. Voor een goed verloop van het evenement werkten hier ook Alkense verenigingen aan mee en ontvangen zij hiervoor een vergoeding. De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002129. Verdeling in bijlage. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt de goedkeuring gevraagd voor de uitbetaling van de toelagen.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
N.a.v. de organisatie van de Cristalfeesten op zaterdag 30 mei 2026 is het aangewezen de deelnemende verenigingen op basis van de gewerkte uren een toelage toe te kennen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 1.976,25 | Niet van toepassing | MJP002129 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor de betaling van de toelagen aan de deelnemende verenigingen aan de Cristalfeesten op zaterdag 30 mei 2026.
Artikel 2: Het overzicht met de verdeling van de toelagen bevindt zich in bijlage en maakt integraal deel uit van dit besluit.
Artikel 3: De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002129.
Zitting van 17 06 2026
Aanvraag drankvergunning voor gegiste en sterke dranken voor de uitbating van Compagnie B
Eric Bijnens, wonende te Laagsimsestraat 31 in 3570 Alken, uitbater van Compagnie B te Laagsimsestraat 29 in 3570 Alken, vraagt een drankvergunning voor gegiste en sterke dranken voor de uitbating van Compagnie BK.
Feiten en context
Eric Bijnens, wonende te Laagsimsestraat 31 in 3570 Alken, uitbater van Compagnie B te Laagsimsestraat 29 in 3570 Alken, vraagt een drankvergunning voor gegiste en sterke dranken voor de uitbating van Compagnie B.
Juridische grond
Het koninklijk besluit van 03/04/1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, inzonderheid art. 5, 6 en 7;
De wet van 28/12/1983, betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, en latere wijzigingen;
De wet op de administratieve vereenvoudiging d.d. 15/12/2005 betreffende de vergunning voor het schenken van gegiste dranken en van sterke dranken;
De aanvragers bevinden zich niet in één van de gevallen van uitsluiting bepaald bij artikel 11, § 1, 2° tot 9° van de wet van 28/12/1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke dranken;
Het provinciaal horecareglement inzake brandveiligheid dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad op 26 januari 2017;
Adviezen
Permanent gunstig advies van de brandweer
Argumentatie
Alle voorwaarden zijn voldaan om een drankvergunning af te leveren.
In bijlage:
- Registratie FOD economie
- Kopie identiteitskaart
- Bewijs verzekering
- Uittreksel strafregister
- Aanvraag drankvergunning
- Brandweerattest
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent vergunning aan Eric Bijnens wonende te Laagsimsestraat 31 in 3570 Alken, voor het verkopen, verstrekken en schenken van gegiste en sterke dranken in Compagnie B, Laagsimsestraat 29 te 3570 Alken.
Artikel 2: De uitbater zorgt ten alle tijde voor de correcte uithanging van de vergunning FAVV, geldende alcoholverboden, de wet op de beteugeling van dronkenschap en alle andere wettelijke verplichtingen.
Zitting van 17 06 2026
Verkeersregeling Openluchtfuif 26.06
Op vrijdag 26 juni 2026 gaat de Openluchtfuif door op de locatie aan de Kompstraat – Langveldstraat. Hierdoor is het aangewezen volgende verkeersregeling uit te werken.
Van dinsdag 16 juni 2026 t.e.m. zaterdag 4 juli 2026 wordt de Kompstraat afgesloten voor alle verkeer voor opbouw en afbraak van het evenement.
Op vrijdag 26 juni vanaf 16u tot zaterdag 27 juni om 05u geldende volgende maatregelen:
● De aanrijroute voor de fuif gebeurt via de Langveldstraat. Er is parking en een K&R zone voorzien in de weides aan de Langveldstraat.
● De Langveldstraat wordt afgesloten vanaf de Stapstraat tot aan de brug met de Hendrikstraat.
● Het verkeer wordt weggeleid via de Stapstraat en de Aardbruggenstraat richting de Stationssstraat.
● Volgende straten worden tevens afgesloten voor alle verkeer (uitgezonderd bewoners):
○ Sixstraat
○ Dieregaertstraat
○ Stasveldstraat
○ Kortestraat
○ Laagsimsestraat
○ Simsebeekweg
○ De verbinding tussen de Hendrikstraat en de Vliegstraat
○ Een gedeelte van de Doktoorstraat
○ Een gedeelte van de Aardbruggenstraat
Bewoners op het afgesloten gedeelte ontvangen een doorgangskaart
● In volgende straten geldt een parkeerverbod:
○ Dieregaertstraat
○ Stasveldstraat
○ Kortestraat
○ Een gedeelte van de Doktoorstraat
○ Stapstraat
○ Aardbruggenstraat
○ Simsebeekweg
● N80 – korte afritten Sint-Joris: de afrit komende van St.-Truiden wordt volledig afgesloten voor de veiligheid. Deze is ook niet toegankelijk voor de hulpdiensten. De korte afrit komende van Hasselt wordt niet afgesloten en blijft gewoon toegankelijk. De opritten blijven aan beide kanten open.
● De fietsenparking bevindt zich tegenover de weide in de Langveldstraat. Fietsers en voetgangers die naar het fuifterrein wensen te gaan, worden enkel nog toegelaten:
○ komende van de Hendrikstraat onder de brug door rechtstreeks naar de fietsenparking tegenover de OLF terreinen in de Langdveldstraat.
○ komende van de Pleinstraat via de Simsebeekweg.
○ komende van het centrum via de Langveldstraat.
○ komende ter hoogte van het kruispunt Laagsimsestraat/Pleinstraat/Hameestraat/Hoogsimsestraat: deze worden omgeleid naar de Eikenbosweg/Grendelweg.
De route voor fietsers wordt volledig door de organisatie bewegwijzerd.
Signalisatieplan in bijlage.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op vrijdag 26 juni 2026 gaat de Openluchtfuif door op de locatie aan de Kompstraat – Langveldstraat. Hierdoor is het aangewezen volgende verkeersregeling uit te werken.
Van dinsdag 16 juni 2026 t.e.m. zaterdag 4 juli 2026 wordt de Kompstraat afgesloten voor alle verkeer voor opbouw en afbraak van het evenement.
Op vrijdag 26 juni vanaf 16u tot zaterdag 27 juni om 05u geldende volgende maatregelen:
● De aanrijroute voor de fuif gebeurt via de Langveldstraat. Er is parking en een K&R zone voorzien in de weides aan de Langveldstraat.
● De Langveldstraat wordt afgesloten vanaf de Stapstraat tot aan de brug met de Hendrikstraat.
● Het verkeer wordt weggeleid via de Stapstraat en de Aardbruggenstraat richting de Stationssstraat.
● Volgende straten worden tevens afgesloten voor alle verkeer (uitgezonderd bewoners):
○ Sixstraat
○ Dieregaertstraat
○ Stasveldstraat
○ Kortestraat
○ Laagsimsestraat
○ Simsebeekweg
○ De verbinding tussen de Hendrikstraat en de Vliegstraat
○ Een gedeelte van de Doktoorstraat
○ Een gedeelte van de Aardbruggenstraat
Bewoners op het afgesloten gedeelte ontvangen een doorgangskaart
● In volgende straten geldt een parkeerverbod:
○ Dieregaertstraat
○ Stasveldstraat
○ Kortestraat
○ Een gedeelte van de Doktoorstraat
○ Stapstraat
○ Aardbruggenstraat
○ Simsebeekweg
● N80 – korte afritten Sint-Joris: de afrit komende van St.-Truiden wordt volledig afgesloten voor de veiligheid. Deze is ook niet toegankelijk voor de hulpdiensten. De korte afrit komende van Hasselt wordt niet afgesloten en blijft gewoon toegankelijk. De opritten blijven aan beide kanten open.
● De fietsenparking bevindt zich tegenover de weide in de Langveldstraat. Fietsers en voetgangers die naar het fuifterrein wensen te gaan, worden enkel nog toegelaten:
○ komende van de Hendrikstraat onder de brug door rechtstreeks naar de fietsenparking tegenover de OLF terreinen in de Langdveldstraat.
○ komende van de Pleinstraat via de Simsebeekweg.
○ komende van het centrum via de Langveldstraat.
○ komende ter hoogte van het kruispunt Laagsimsestraat/Pleinstraat/Hameestraat/Hoogsimsestraat: deze worden omgeleid naar de Eikenbosweg/Grendelweg.
De route voor fietsers wordt volledig door de organisatie bewegwijzerd.
Signalisatieplan in bijlage.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst: zij adviseren ... gunstig.
Gunstig advies van De Lijn: zij adviseren ... gunstig.
Gunstig advies van de politie: zij adviseren ... gunstig.
Gunstig advies van AWV (afdeling Wegen en Verkeer): zij adviseren ... gunstig.
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op vrijdag 26 juni 2026 gaat de Openluchtfuif door op de locatie aan de Kompstraat – Langveldstraat. Het college keurt volgende verkeersregeling goed:
Van dinsdag 16 juni 2026 t.e.m. zaterdag 4 juli 2026 wordt de Kompstraat afgesloten voor alle verkeer voor opbouw en afbraak van het evenement.
Op vrijdag 26 juni vanaf 16u tot zaterdag 27 juni om 05u geldende volgende maatregelen:
● De aanrijroute voor de fuif gebeurt via de Langveldstraat. Er is parking en een K&R zone voorzien in de weides aan de Langveldstraat.
● De Langveldstraat wordt afgesloten vanaf de Stapstraat tot aan de brug met de Hendrikstraat.
● Het verkeer wordt weggeleid via de Stapstraat en de Aardbruggenstraat richting de Stationssstraat.
● Volgende straten worden tevens afgesloten voor alle verkeer (uitgezonderd bewoners):
○ Sixstraat
○ Dieregaertstraat
○ Stasveldstraat
○ Kortestraat
○ Laagsimsestraat
○ Simsebeekweg
○ De verbinding tussen de Hendrikstraat en de Vliegstraat
○ Een gedeelte van de Doktoorstraat
○ Een gedeelte van de Aardbruggenstraat
Bewoners op het afgesloten gedeelte ontvangen een doorgangskaart
● In volgende straten geldt een parkeerverbod:
○ Dieregaertstraat
○ Stasveldstraat
○ Kortestraat
○ Een gedeelte van de Doktoorstraat
○ Stapstraat
○ Aardbruggenstraat
○ Simsebeekweg
● N80 – korte afritten Sint-Joris: de afrit komende van St.-Truiden wordt volledig afgesloten voor de veiligheid. Deze is ook niet toegankelijk voor de hulpdiensten. De korte afrit komende van Hasselt wordt niet afgesloten en blijft gewoon toegankelijk. De opritten blijven aan beide kanten open.
● De fietsenparking bevindt zich tegenover de weide in de Langveldstraat. Fietsers en voetgangers die naar het fuifterrein wensen te gaan, worden enkel nog toegelaten:
○ komende van de Hendrikstraat onder de brug door rechtstreeks naar de fietsenparking tegenover de OLF terreinen in de Langdveldstraat.
○ komende van de Pleinstraat via de Simsebeekweg.
○ komende van het centrum via de Langveldstraat.
○ komende ter hoogte van het kruispunt Laagsimsestraat/Pleinstraat/Hameestraat/Hoogsimsestraat: deze worden omgeleid naar de Eikenbosweg/Grendelweg.
De route voor fietsers wordt volledig door de organisatie bewegwijzerd.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 17 06 2026
Attest van verdeling
Op 8 juni 2026 ontvingen we van Notalim notarissen de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen Langveldstraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 432T, 432V, 432W en 432X.
Feiten en context
Op 8 juni 2026 ontvingen we van Notalim notarissen de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor percelen gelegen aan de Langveldstraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 432T, 432V, 432W en 432X.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het verdelingsplan, opgemaakt door Geotectopo op 01/04/2026, voorziet een verdeling voor de percelen, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 432T, 432V, 432W en 432X waarbij de percelen worden opgesplitst zoals bijgevoegd plan.
Loten 1A en 1B zullen worden opgenomen in de grondschotel van het project "Het Kwartier".
Lot 2 (in eigendom van de gemeente Alken) zal verkocht worden aan Fluvius.
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel gelegen in woongebied
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd RUP CENTRUM V Zuid definitief vastgesteld bij besluit van de Gemeenteraad op 24.06.2021 – artikel 1: zone voor wonen.
We verwijzen tevens naar de afgeleverde omgevingsvergunning dd. 11/02/2026 voor het realiseren van 26 wooneenheden en een polyvalente ruimte binnen de voormalige rijkswachtsite met behoud en renovatie van het rijkswachtgebouw en de realisatie van 2 nieuwbouw woonblokken.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door Notalim notarissen voor de percelen gelegen aan de Langveldstraat, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 432T, 432V, 432W en 432X.
Zitting van 17 06 2026
Melding van een IIOA M276
Melding van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA) ingediend door Eric Aussems namens bpost NV PR met als contactadres Anspachlaan 1 te 1000 Brussel en Eric Aussems met als contactadres Anspachlaan 1 bus 1 te 1000 Brussel voor een verandering van een al eerder gemelde iioa die na de verandering ingedeeld blijft als iioa van klasse 3 op een perceel, gelegen Hoogdorpsstraat 44, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 388 P.
De melding werd ingediend door Aussems Eric namens Bpost NV PR, gevestigd te Boulevard Anspach 1 bus 1 te 1000 Brussel en Aussems Eric wonende te Rue de Schoor, L’Ecluse 2 te 1320 Bevekom via het omgevingsloket op 3/06/2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
Voorwerp van de melding
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Hoogdorpsstraat 44 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie F nr. 388/P.
De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA) van de derde klasse.
De IIOA omvat:
● Een verandering van een al eerder gemelde IIOA die na de verandering ingedeeld blijft als IIOA van klasse 3.
Rubrieken
Volgende inrichting of activiteit volgens de indelingslijst van bijlage 1 van Vlarem II wordt aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
15.1.1° | Niet langer van toepassing: Het stallen van 6 bestelwagens. | 3 |
16.3.2°a) | Ongewijzigd: Er zijn een totaal 2 airco-units aanwezig (8 en 10 kWh) | 3 |
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
De melding vindt plaats aan bestaande, vergunde of vergund geachte gebouwen waar geen wijzigingen aan gebeuren.
Het eigendom is gelegen in woongebieden volgens het origineel gewestplan Hasselt - Genk:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg Centrum 1 / wijziging vel 1 (Stasveld), goedgekeurd op 16 maart 1983.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan.
Omschrijving aanvraag
Bpost NV wenst een hernieuwing van de vergunning te bekomen voor haar site te Alken, Hoogdorpsstraat 44.
Deze melding betreft de reeds eerder vergunde en ongewijzigde unit ijswatergroep (geïnstalleerd vermogen 18 kW). Daarnaast wordt gemeld dat rubriek 15.1.1° niet langer van toepassing is aangezien er op de site geen voertuigen meer worden gestald.
Beoordeling
Rekening houdend met zowel de aard als de ligging van de geplande activiteit, kan worden vastgesteld dat de impact op de omgeving zeer beperkt is. Het postkantoor heeft een minimaal verbruik van elektriciteit en water en veroorzaakt geen noemenswaardige emissies, hinder of risico’s voor de directe omgeving. De exploitatie gaat niet gepaard met processen die geluid, trillingen, geurhinder, stofontwikkeling of andere vormen van milieubelasting veroorzaken.
Wat betreft mobiliteit blijven de effecten eveneens beperkt. Er worden op de site geen voertuigen meer gestald, en de activiteit leidt niet tot een toename van verkeersbewegingen. Aangezien deze aanvraag betrekking heeft op een hernieuwing van de bestaande situatie, wordt er geen bijkomend verkeer of bijkomende belasting van de omliggende infrastructuur verwacht.
Op basis van deze elementen kan worden geconcludeerd dat de effecten op de omgeving niet aanzienlijk zijn en dat de activiteit verantwoord kan worden ingepast binnen de bestaande ruimtelijke en milieukundige context.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandregels.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
16.3.2°a) | Er zijn 2 airco-units aanwezig (8 en 10 kWh) | 3 |
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/06/2026 HET VOLGENDE:
Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor een Ingedeelde Inrichting Of Activiteit (IIOA) ingediend door Aussems Eric namens Bpost NV PR, gevestigd te Boulevard Anspach 1 bus 1 te 1000 Brussel en Aussems Eric wonende te Rue de Schoor, L’Ecluse 2 te 1320 Bevekom, voor de in het meldingsdossier opgenomen rubriek volgens bijlage 1 van Vlarem II:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
16.3.2°a) | Er zijn 2 airco-units aanwezig (8 en 10 kWh) | 3 |
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Hoogdorpsstraat 44 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie F nr. 388/P.
Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
Hoofdstuk 5.16 | Sectorale milieuvoorwaarden – behandelen van gassen |
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een gele affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding.
De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
U kan beroep instellen tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing door een verzoekschrift tot vernietiging (desgevallend met een verzoek tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid) in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Doe dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
1. hetzij via het digitale platform dat door de dienst van de Bestuursrechtscolleges ter beschikking wordt gesteld met het oog op de digitale procesvoering voor de Vlaamse bestuursrechtscolleges: https://www.dbrc.be/digitaal-platform
Op straffe van onontvankelijkheid dienen de volgende partijen of raadsmannen gebruik te maken van het digitale platform:
1° de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie, de Vlaamse adviesorganen, de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, de lokale overheden en de externe overheden, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 5° en 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inclusief al hun vertegenwoordigers;
2° een advocaat in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij;
3° een partij of raadsman die geen advocaat is, en die een beroep doet op het digitale platform om een verzoekschrift of het eerste processtuk neer te leggen.
Op straffe van onontvankelijkheid geldt de gemaakte keuze van een partij of raadsman als vermeld in het eerste lid, 3°, om al dan niet gebruik te maken van het digitale platform voor alle vorderingen in dezelfde zaak.
2. hetzij per aangetekend schrijven gericht aan:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 15 bus 130
1210 Brussel
3. hetzij door neerlegging ter griffie op het adres.
Marie-Elisabeth Belpairegebouw
Toren Noord (2de verdieping)
Simon Bolivarlaan 17
1000 Brussel
Gelijktijdig dient een afschrift van het verzoekschrift ter informatie te worden bezorgd aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft) en aan de melder/exploitant.
Het verzoekschrift moet worden gedagtekend, worden ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman en in ieder geval minstens de volgende gegevens bevatten:
- de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoeker, de één enkele gekozen adreskeuze (hetzij een digitale adreskeuze met een e-mailadres voor partijen die gebruik maken van het digitale platform, hetzij een analoge adreskeuze met een postadres in België voor de andere partijen), een telefoonnummer en een e-mailadres;
- de naam van de verweerder;
- het voorwerp van het beroep of bezwaar;
- een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
- een omschrijving van het belang van de verzoeker;
- een inventaris van de overtuigingsstukken;
- als de verzoeker een rechtspersoon is: haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.
De verzoeker voegt in voorkomend geval de volgende documenten bij het verzoekschrift:
1° een afschrift van de bestreden beslissing of het bestreden besluit, dan wel een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift;
2° als de verzoeker een rechtspersoon is en hij geen raadsman heeft die advocaat is, een afschrift van zijn geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van zijn organen, alsook het bewijs dat het daarvoor bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden;
3° de schriftelijke volmacht van zijn raadsman als hij geen advocaat is;
4° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.
U bent een rolrecht verschuldigd bij het indienen van het verzoekschrift van
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekende partijen zijn.
Het verschuldigde rolrecht wordt gestort op de rekening van het Fonds Bestuursrechtscolleges. De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitale platform.
De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van 17 06 2026
Omgevingsvergunning 1097
Aanvraag omgevingsvergunning over: het uitbreiden en verbouwen van een bestaande ééngezinswoning ingediend door Stéphanie Thijs - Dries Claes wonende te Motstraat 71 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Motstraat 71, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 755 E2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Stéphanie Thijs - Dries Claes wonende te Motstraat 71 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Motstraat 71
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 755E2
|
Projectnaam: | Motstraat 71 - Claes-Thijs
|
Dossiernummer: | 202620
|
Intern dossiernummer: | 1097
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026028312
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het uitbreiden en verbouwen van een bestaande ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het uitbreiden en verbouwen van een bestaande ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied en agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP. De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat voorliggende aanvraag, het verbouwen van een eengezinswoning betreft waarbij de bestaande aansluitingen behouden blijven, waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 3 maart 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 27 april 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA |
|
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 755 E2
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag is gelegen aan een gewestweg, zijnde de Motstraat, dewelke voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open en halfopen ééngezinswoningen. De omliggende bebouwingen verschillen zowel in jaar van opbouw, bestemming, als in bouwstijl.
Het betreft het uitbreiden van een bestaande woning. De woning werd aangekocht een aantal jaren geleden, in de vorm en uitzicht zoals het vandaag bestaat. De woning werd gerenoveerd door een vorige eigenaar, zonder aanvraag van vergunning. De woning is in zijn geheel als volume wel gebleven, maar toch zijn er raampartijen en de keuken en berging gewijzigd. De aanbouw, achter het hoofdvolume, werd geïsoleerd en voorzien van een pleisterlaag. De woning zelf werd geschilderd. Binnenin werden vals plafonds geplaatst. Kelder blijft behouden.
De verbouwing die de huidige eigenaars willen doorvoeren, is het vergroten van de eerste verdieping. Deze is vandaag compact en is beperkt tot 2 slaapkamers en een badkamer onder het dak. We wensen de uitbreiding achter de huidige badkamer te voorzien, in een volume met dezelfde footprint als de onderliggende keuken. Het volume kan in een houtskeletbouw opgebouwd worden, om het zo licht mogelijk te houden. Deze ruimte wordt dan de masterbedroom. Ze staat in contact met de badkamer, die eveneens gerenoveerd wordt. Dakvolumes (hellend dak van de woning) zullen worden aangepast door het inschuiven van het balkvormig volume, die de doorsteek maakt van de badkamer naar de nieuwe slaapkamer. De ramen kijken uit naar het eigen perceel, niet naar de buur. Het volume wordt aan de buitenzijde afgewerkt in pleisterwerk, in eenzelfde kleur als de lagergelegen delen. De afvoeren van de bestaande woning blijven behouden. De afwatering van het dak van de ‘optopping’, komt op het dak van de berging terecht. De bestaande riolering inzake hemelwater blijft volledig behouden. Wat betreft de vergunde plannen, deze hebben we in 1 pdf document toegevoegd als plan. Dit is het originele plan dat werd gescand en verkregen is van de stad Alken. Een betere versie hebben we niet. Wet betreft het terrein, hebben we eveneens de regel van AWV gehanteerd, en de inrit kleiner dan 4 meter breed aangehouden. De parkeerplaats(en) is dus wat verschoven en wordt nu toegankelijk gemaakt via de inrit zelf, en niet via de straat. De verhardingsgraad ligt net lager dan 40%. Een berekening werd toegevoegd aan het dossier. Op het inplantingsplan is de 50-meter lijn (woongebied) vermeld. Alle verhardingen en horizontaal dakoppervlak werden in rekening gebracht.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan, zijnde woongebied
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 27 april 2026 | 6 mei 2026 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 27.04.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen & Verkeer. Op 06.05.2026 ontvingen wij een voorwaardelijk gunstig advies van het Agentschap Wegen & Verkeer met ref. AV/719/2026/00287. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel.
Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.’
Er werd een aangetekende zending verzonden aan de aanpalende eigenaars op 27.04.2026.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB geen bezwaarschrift/melding van de eigenaars van een aanpalend perceel ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande woning. De voorgestelde verbouwing is functioneel aanvaardbaar gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan. Het betreft de verbouwing van een ééngezinswoning in een woongebied en de voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving.
- Mobiliteitsaspect: er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De tuinzone voor de ééngezinswoning is gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Visueel-vormelijke elementen: de verbouwingen en uitbreiding worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. Voorgesteld ontwerp is qua vormgeving, materiaalgebruik en architectuur stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing in de omgeving. De voorgestelde materialen zijn aanvaardbaar binnen deze bebouwde context.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht. De aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door de verbouwing van de woning, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder voorwaarde:
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 06.05.2026 met ref. AV/719/2026/00287 dient strikt nageleefd te worden.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/06/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Stéphanie Thijs - Dries Claes wonende te Motstraat 71 te 3570 Alken, het uitbreiden en verbouwen van een bestaande ééngezinswoning, gelegen Motstraat 71, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 755 E2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 06.05.2026 met ref. AV/719/2026/00287 dient strikt nageleefd te worden.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 17 06 2026
Omgevingsvergunning 1099
Aanvraag omgevingsvergunning over: het slopen en herbouwen van een kantoor met conciërgewoning ingediend door Geert Gaens namens ALK-REIZEN BV met als contactadres Steenweg 170Z te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Steenweg 170, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 561 D. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Geert Gaens namens ALK-REIZEN BV met als contactadres Steenweg 170Z te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Steenweg 170
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nr. 561D
|
Projectnaam: | Steenweg 170 - Alk Reizen
|
Dossiernummer: | 202625
|
Intern dossiernummer: | 1099
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026011830
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het slopen en herbouwen van een kantoor met conciërgewoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Afbraak van de bestaande kantoorruimte met conciërgewoning
● Herbouw van een kantoorruimte met conciërgewoning
● Verwijderen van verhardingen
● Aanleggen van waterdoorlatende verhardingen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 – woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Overwegende dat het goed ook gesitueerd is binnen het RUP Zonevreemde bedrijven fase II goedgekeurd op 14.03.2013 door de deputatie Limburg.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of niet vervallen verkaveling.
Art. 7.4.5. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de voorschriften van de plannen van aanleg vervangen, tenzij het ruimtelijk uitvoeringsplan het uitdrukkelijk anders bepaalt.
De voorschriften van het RUP Zonevreemde bedrijven fase II primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de afbraak van de bestaande kantoorruimte met appartement en de realisatie van een nieuwbouw kantoorruimte met wooneenheid waarbij de bebouwde oppervlakte beperkt blijft tot de bestaande oppervlakte, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
Het hemelwater dat op de nieuwe constructie valt, zal opgevangen worden in een nieuwe regenwaterput van 25.000 liter. Vervolgens wordt het water afgevoerd naar een bovengrondse infiltratievoorziening. Het hemelwater dat in de patio terecht komt, wordt via een pompput rechtstreeks naar de infiltratievoorziening afgevoerd.
Op het naastliggende perceel (nr. 558D) dat eigendom is van dezelfde eigenaar werd eerder een ruime infiltratievoorziening aangelegd. Op heden zijn enkel de hemelwaterafvoeren het aanpalend perceel aangesloten op deze voorziening. De vereiste buffercapaciteit voor dit perceel bedraagt 165.287,1 liter. De gerealiseerde infiltratievoorziening beschikt echter over een buffervolume van 226.150 liter, wat aanzienlijk hoger is dan de momenteel benodigde capaciteit. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de bestaande waterbuffer over gedimensioneerd is ten opzichte van het huidige gebruik. Voor het nieuw op te richten gebouw is een infiltratievoorziening met een vereiste buffercapaciteit van 8.834,1 liter noodzakelijk. Een deel van het nieuwe dak wordt uitgevoerd als groendak met een buffercapaciteit van min. 30l/m². Wanneer deze bijkomende behoefte wordt samengeteld met de buffercapaciteit van het rechter aanpalende perceel, bedraagt de totale vereiste capaciteit 173.180,7 liter. Dit volume blijft ruim onder de bestaande buffercapaciteit van 226.150 liter.
Bijgevolg kan worden vastgesteld dat de infiltratievoorziening, ook bij collectief gebruik, voldoende capaciteit behoudt. De waterbuffer is derhalve over gedimensioneerd en kan verantwoord worden ingezet als collectieve infiltratievoorziening voor de omliggende percelen.
Aan de linkerkant van het perceel bevindt zich momenteel een weg in asfaltverharding. Een deel van deze weg ligt echter op het linker aanpalende perceel. Om deze reden zal de bestaande weg verwijderd worden en vervangen door een nieuwe verharding in waterdoorlatende klinkers. Deze verharding zal dienen als oprit voor de achtergelegen parkeerplaatsen en toegang tot perceel 558D.
Naast de oprit wordt rondom het nieuwe gebouw een pad aangelegd, dat zorgt voor een vlotte toegang tot het gebouw. Ook deze verharding wordt uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers.
Hemelwater en huishoudelijk afvalwater zullen volledig gescheiden worden afgevoerd naar de openbare riolering.
De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater
Milieu:
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 11 maart 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 8 april 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 16 april 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 15 mei 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 9 juni 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 561 D
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 14.05.2001 een stedenbouwkundige vergunning (3703) voor de aanleg van een collector - herk fase 1 - project 96/340a werd bekomen door stedenbouw.
- Overwegende dat op 20.08.2014 een stedenbouwkundige vergunning (6216) voor het bouwen van een gemengd project werd geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 18.03.2015 een stedenbouwkundige vergunning (6319) voor het bouwen van een gemengd project werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 21.04.1999 een milieuvergunning (M148) voor het plaatsen van een bovengrondse propaangastank werd verleend door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 18.03.2015 een milieuvergunning (M337) voor de uitbating van een reisbureau met autocars en autobussen werd vergund door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de bestaande kantoorruimte met appartement gesitueerd op het perceel 561/d te slopen en er een nieuwbouw kantoorruimte met wooneenheid te realiseren.
Het perceel is gelegen aan de Steenweg, een voldoende uitgeruste gewestweg, gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een variatie aan bebouwingen en dit in verschillende typologieën en bouwstijlen. Aan de linkerzijde grenst het perceel aan een onbebouwd perceel. Aan de rechterzijde van de dit perceel sluit de bestaande bedrijfsruimte van de aanvrager aan de woning. Naast de eigendom van de aanvrager is er een open ééngezinswoning gesitueerd.
De bouwheer wenst de bestaande kantoorruimte met appartement gesitueerd aan de linkerzijde van de bedrijfssite te slopen gezien dit een oudere woning betreft dewelke werd omgevormd en gebruikt deels als kantoorruimte bij het bedrijf en deels als appartement. Dit gebouw voldoet niet langer aan de huidige normen en sluit bovendien niet meer aan bij de uitstraling van het bestaande bedrijf en het gebouw dat aan de linkerzijde aansluitend werd opgericht.
Op dezelfde locatie als het bestaande gebouw wordt een nieuwe constructie opgericht. Het gabarit van het nieuwe gebouw sluit aan bij het bestaande kantoorgebouw op het aangrenzend perceel.
De nieuwe constructie is toegankelijk via een inkom aan de linkerzijgevel op maaiveldniveau en via een patio gelegen aan de achterzijde van het gebouw. De patio biedt een vlotte toegang tot de kelderverdieping, die via een trap bereikbaar is vanuit de parking achter het gebouw. In de kelderverdieping bevindt zich een ruime polyvalente ruimte, uitgerust met een vouwwand. Hierdoor kan de ruimte bij grotere bezetting eenvoudig worden uitgebreid. Daarnaast zijn op dit niveau ook een berging en een technische ruimte ondergebracht.
Op het gelijkvloers niveau worden twee kantoorruimtes, twee vergaderzalen en een administratieve ruimte ondergebracht. Een ruime hal ontsluit de verschillende functies en doet tevens dienst als onthaalruimte, onder meer door de integratie van een koffiehoek.
De kelder- en gelijkvloerse verdieping zijn toegankelijk voor zowel personeel als klanten. De eerste verdieping daarentegen is ingericht als appartement en is uitsluitend bestemd voor privégebruik.
De conciërgewoning is bereikbaar via de centrale trappenhal en lift. Deze bovenste verdieping omvat een ruime keuken en leefruimte, die dankzij grote raampartijen genieten van een ruime lichtinval. Aansluitend aan de leefruimte bevindt zich achteraan een dakterras. Aan de voorzijde van het appartement zijn twee slaapkamers en een badkamer voorzien.
Het gebouw dient de uitstraling van een modern kantoorgebouw te hebben. Hierdoor is gekozen om dezelfde structuur als de rechter buur, waartegen wordt gebouwd, te voorzien. De constructie bestaat uit een stalen constructie die afgewerkt wordt met sandwichpanelen in een witte kleur. Het buitenschrijnwerk wordt voorzien in zwart aluminium. Door deze materiaalkeuzes zal het nieuwe gebouw naadloos aansluiten bij het uitzicht van het aanpalende gebouw aan de rechterzijde.
Aan de achterzijde van het gebouw wordt er een fietsenstalplaats en drie parkeerplaatsen voorzien op dit terrein. De toegang is aan de linkerzijde van het perceel.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in strijd met de voorschriften van het RUP Zonevreemde bedrijven – fase II - voor wat betreft de maximale kroonlijsthoogte en de inplanting van de voorgevelbouwlijn t.o.v. de as van de weg.
Conform artikel 4.4.1.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningen kunnen in een stedenbouwkundige vergunning, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
De voorschriften van het RUP Zonevreemde bedrijven fase II stellen dat:
Inrichting:
De gebouwen dienen op minimaal 19m uit de as van de Gewestweg te worden geplaatst.
De maximale kroonlijsthoogte bedraagt 6m50, de maximale bouwhoogte is 12m. In deelzone 1 worden tevens maximaal 2 bouwlagen toegelaten.
De dakvorm is vrij.
De maximale kroonlijsthoogte is volgens het RUP vastgesteld op 6,5m. De kroonlijsthoogte van de nieuwe constructie bedraagt echter 8,65m en dit om het nieuwe gebouw te laten aansluiten met het naastliggende bedrijfsgebouw. Volgens de voorschriften is de maximale hoogte vastgesteld op 12m en het maximaal aantal bouwlagen 2. Binnen het nieuwe ontwerp blijft de hoogte beperkt tot 8m65 gezien de nieuwbouw wordt afgewerkt met een plat dak constructie en blijft ook het aantal bouwlagen beperkt tot 2 bouwlagen. Er werd dus voldaan aan deze 2 voorwaarden echter wijkt de kroonlijsthoogte af van de hoogte voorzien binnen het RUP. Deze afwijking valt te verantwoorden aangezien deze hoogte beter zal passen binnen de bestaande context in aansluiting met de andere bedrijfsgebouwen. Het handelspand op het naastliggend perceel aan de rechter zijde heeft namelijk dezelfde kroonlijsthoogte en is gebruikt als referentie voor dit project. De nieuwe constructie zal in dezelfde materialen worden opgebouwd als dit pand. Hierdoor zullen deze twee halfopen gebouwen een uniform geheel vormen. De afwijking doet geen afbreuk aan de ruimtelijke doelstellingen van het RUP of aan de rechten of het woongenot van de aanpalende eigenaren gezien de totale hoogte voorzien in het RUP niet wordt bereikt. Hierbij wordt bijkomend opgemerkt dat het voorgestelde ontwerp qua kroonlijsthoogte geen onacceptabel beeld oplevert binnen het diverse beeld van de voorkomende bouwhoogtes en gabarieten in de onmiddellijke omgeving van de aanvraag. Huidige woning betreft tevens een verouderde woning afgewerkt met een hellend dak waarbij de nok hoger komt dan het aanpalende bedrijfsgebouw. Door het voorzien van een gelijkaardige architectuur, dakafwerking en hoogte wordt er een uniform geheel bekomen tussen de bedrijfsgebouwen dewelke in verhouding staan met elkaar en met de omgeving.
Inplanting van de voorgevelbouwlijn
De nieuwe constructie zal op dezelfde bouwlijn als het aanpalend gebouw worden ingeplant op een afstand van 14,9m vanuit de as van de weg. Dit is tevens een afwijking op de voorschriften van het RUP waarin een minimale afstand van 19,0m uit de as van de weg werd voorgeschreven. Gezien het bestaande gebouw op dezelfde lijn is ingeplant wordt er dan ook gekozen om deze inplanting te behouden voor de nieuwbouw en geeft dit een harmonieuzer beeld naar de omgeving. Ook werd er advies gevraagd aan het agentschap Wegen en Verkeer en verleende zij hiervoor op 14 april ll. een voorwaardelijk gunstig advies. In het advies van het agentschap Wegen en Verkeer werd het volgende opgenomen: ‘Gezien de ligging van de gebouwen in de nabije omgeving kan AWV een uitzondering op de zone van achteruitbouw toestaan. Echter de gevel van de nieuwbouw, mag niet dichter bij de gewestweg worden gebouwd dan de bestaande voorgevel (711/B/BAV/2015/341)’ hierdoor kan de voorgestelde afwijking ter plaatse aanvaard worden. Er blijft tevens nog voldoende ruimte behouden aan de voorzijde van de bedrijfsgebouwen voor de aanleg van een kwalitatieve voortuinstrook voorzien van een groenaanplant.
Het betreft een minimale toename van de normen voorzien in de geldende voorschriften waardoor deze afwijking rekening houdt met de basisvisie van het RUP en het ontwerp bijgevolg nog steeds conform is aan de ruimtelijke aanleg ter plaatse. Voorgestelde afwijkingen kunnen bijgevolg ter plaatse aanvaard worden gezien ze beperkt zijn en geen hinder zullen veroorzaken ten aanzien van de aanpalende percelen en de omgeving.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Toegankelijk Vlaanderen (Inter) | 8 april 2026 | 10 april 2026 | ongunstig |
Toegankelijk Vlaanderen (Inter) | 6 mei 2026 | 13 mei 2026 | voorwaardelijk gunstig |
preventie@zuidwestlimburg.be | 6 mei 2026 | 11 mei 2026 | gunstig |
Fluvius | 8 april 2026 | 15 april 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 8 april 2026 | 21 april 2026 | voorwaardelijk gunstig |
AWV - District Zuid-Limburg | 8 april 2026 | 14 april 2026 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd voor een eerste keer voor advies voorgelegd aan de adviesinstanties op 08.04.2026, echter omwille van een ongunstig advies van Inter Toegankelijkheid en bijkomende vragen van de brandweer werden de plannen aangepast en aangevuld waarbij het dossier opnieuw voor advies werd voorgelegd aan deze adviesinstanties. Enkel de laatste adviezen, dewelke in rekening worden genomen voor de beoordeling van het project worden hierbij overgenomen.
● De aanvraag werd op 06.05.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Inter Toegankelijkheid. Op 13.05.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 20260976bis ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 06.05.2026 digitaal voorgelegd aan de brandweerzone Zuid-West-Limburg. Op 11.05.2026 werd eer een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2014-0075-005 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 08.04.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius. Op 15.04.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000126854 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 08.04.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Watergroep. Op 21.04.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 08.04.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. Op 14.04.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. AV/719/2026/00255 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 16 april 2026 tot 15 mei 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 16 april 2026 tot en met 15 mei 2026.
Er werden geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd RUP zonevreemde bedrijven fase II.- deelzone 1. Voorliggende aanvraag is, gelet op de toegestane afwijkingen, niet strijdig met de geldende voorschriften en is bijgevolg functioneel inpasbaar in de omgeving.
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de herbouw van de kantoorruimte met woongelegenheid geen invloed zal hebben op de mobiliteit gezien er geen wijziging is ten aanzien van de bestaande situatie. Volgens de gemeentelijke verordening inzake parkeren dienen er 5 parkeerplaatsen voor het kantoorgedeelte en 1 voor de woning voorzien te worden. Op het perceel dat onderwerp is van deze aanvraag zijn in totaal 3 parkeerplaatsen voorzien waarvan 1 rolstoeltoegankelijke. Aangrenzend aan de parkeerplaatsen op het bouwperceel zijn nog 6 bijkomende parkeerplaatsen aanwezig die gebruikt kunnen worden voor de kantoren. Er is bijgevolg voldaan aan de gemeentelijke parkeerverordening.
● Schaal: Gelet op de geldende voorschriften geeft het geplande gabarit van het kantoorgebouw met woongelegenheid geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De op te richten bebouwingen binnen de omgeving kenmerken zich door ééngezinswoningen, met een profiel van één tot twee bouwlagen eventueel onder een hellend dak. Onderhavig ontwerp voorziet twee bouwlagen onder een plat dak. De maximale bouwhoogte blijft beperkt en sluit aan op de bestaande bedrijfsgebouwen rechts . Het ontwerp is wat omvang en gabarit betreft niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
● Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De op te richten kantoorruimte met woongelegenheid overschrijdt geenszins de draagkracht van het terrein. De voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. Bij de inplanting is rekening gehouden met de bestaande gebouwenconfiguratie en het ingetekende bouwkader conform het RUP.
● Visueel-vormelijke elementen: Het gebouw dient de uitstraling van een modern kantoorgebouw te hebben. Hierdoor is gekozen om dezelfde structuur als het rechter aanpalende bedrijfsgebouw, waartegen wordt gebouwd, te voorzien. De constructie bestaat uit een stalen constructie die afgewerkt wordt met sandwichpanelen in een witte kleur. Het buitenschrijnwerk wordt voorzien in zwart aluminium. Door deze materiaalkeuzes zal het nieuwe gebouw naadloos aansluiten bij het uitzicht van het aanpalende gebouw aan de rechterzijde.. De aanvraag is dus stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande en voorziene bebouwing en de aanwezige infrastructuur. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.
● Cultuurhistorische aspecten: Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft ongewijzigd.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op het ontwerp met beperkte toegestane afwijkingen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
MER-screening
De aanvraag heeft betrekking op een project zoals vermeld in bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot uitvoering van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft de milieueffectrapportage. Namelijk op bijlage II, de categorieën van projecten die conform artikel 4.3.3, §1, 2° van het decreet aan een milieubeoordeling of een screening worden onderworpen.
Het project heeft betrekking op de volgende rubrieken van bijlage II van het vermelde besluit:
● 10.b) bijlage 2: stadsontwikkelingsprojecten, met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen
Biodiversiteit
Het dichtstbijzijnde habitatrichtlijngebied bevindt zich op ongeveer 2.000 m van de inrichting.
Er wordt geen afvalwater geloosd in oppervlaktewater dat doorheen deze gebieden stroomt. De effecten van de bemaling zullen niet tot in deze gebieden reiken.
Volgens het schema ‘Geldt het Stikstofdecreet voor vergunningsaanvragen?' is het stikstofdecreet niet van toepassing.
Gezien het de herbouw van een bestaand gebouw betreft en er geen wijziging is van de functies van het gebouw zal er geen extra verkeer gegenereerd worden na de aanlegfase.
Bijgevolg kan besloten worden dat de effecten op de biodiversiteit zeer beperkt zijn.
Beschermd landschap, erfgoed of archeologie
Binnen een straal van circa 240 m van het projectgebied bevinden zich beschermde monumenten. Tijdens de aanlegfase kunnen lokaal trillingen optreden ten gevolge van werfactiviteiten. Gezien de grote afstand tot het betrokken erfgoed en de beperkte schaal van de werken, wordt verwacht dat eventuele trillingen sterk gedempt zijn tegen de tijd dat zij deze gebouwen bereiken.
Om mogelijke effecten verder te beperken worden trillingsarme werkmethodes toegepast en wordt waar nodig gebruik gemaakt van rijplaten of aangepaste werftechnieken.
Gelet op de afstand, het tijdelijke karakter van de werken en de voorziene voorzorgsmaatregelen, wordt geconcludeerd dat het project geen aanzienlijke negatieve effecten zal veroorzaken op nabijgelegen beschermde monumenten of hun erfgoedwaarden.
Klimaat
Het project is gelegen in een gebied dat volgens de klimaatatlas wordt aangeduid als een potentieel probleemgebied voor hittestress (GES-klasse 6). Het betreft echter de herbouw van een bestaand gebouw, waarbij de bebouwde oppervlakte wordt verkleind ten opzichte van de huidige toestand. Hierdoor neemt het aandeel verharde en bebouwde oppervlakte op het perceel af.
Daarnaast wordt bijkomende ontharding voorzien en wordt een groenbuffer aangeplant langs de perceelsgrenzen. Vegetatie zorgt voor schaduwwerking en verdamping, wat een positief effect heeft op het lokale microklimaat. Bovendien wordt het platte dak boven het gelijkvloers ingericht als groendak, waardoor de opwarming van het dakoppervlak wordt beperkt.
Gelet op de afname van de bebouwde en verharde oppervlakte en de toevoeging van groen en een groendak, kan worden geconcludeerd dat het project geen aanzienlijke negatieve effecten op het klimaat of de hittestress veroorzaakt. De voorziene maatregelen dragen integendeel bij tot een verbetering van het lokale microklimaat ten opzichte van de bestaande toestand.
Beoordeling
De argumenten van de aanvrager inzake de effecten op de omgeving kunnen worden gevolgd. Hieruit kan afgeleid worden dat er geen significante of aanzienlijke milieugevolgen verwacht worden door de uitvoering van het project. Er dient bijgevolg geen project-MER te worden opgemaakt voor de aangevraagde werken.
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Het advies van Inter Toegankelijkheid d.d. 13.05.2026 met ref. 20260976bis dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. 11.05.2026 met ref. 2014-0075-005 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 15.04.2026 met ref. 5000126854 dienen opgevolgd te worden.
● Het advies van de Watergroep d.d. 21.04.2026 dient nageleefd te worden.
● Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer d.d. 14.04.2026 met ref. AV/719/2026/00255 dient strikt nageleefd te worden, waarbij specifiek volgende voorwaarden bijkomend werden opgelegd:
○ Conform de bepalingen dient het perceel aan de perceelgrens onoverrijdbaar te worden afgesloten behoudens vergunde inrit.
○ Er dienen voldoende parkeerplaatsen te worden voorzien op de privégrond.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De vergunninghouder is verplicht de groenaanplantingen uit te voeren binnen de vastgestelde bufferzone zoals voorzien op het inplantingsplan.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/06/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Geert Gaens namens ALK-REIZEN BV met als contactadres Steenweg 170Z te 3570 Alken, voor het slopen en herbouwen van een kantoor met conciërgewoning, gelegen Steenweg 170, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 561 D wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het advies van Inter Toegankelijkheid d.d. 13.05.2026 met ref. 20260976bis dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de brandweerzone Zuid-West-Limburg d.d. 11.05.2026 met ref. 2014-0075-005 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 15.04.2026 met ref. 5000126854 dienen opgevolgd te worden.
● Het advies van de Watergroep d.d. 21.04.2026 dient nageleefd te worden.
● Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer d.d. 14.04.2026 met ref. AV/719/2026/00255 dient strikt nageleefd te worden, waarbij specifiek volgende voorwaarden bijkomend werden opgelegd:
○ Conform de bepalingen dient het perceel aan de perceelgrens onoverrijdbaar te worden afgesloten behoudens vergunde inrit.
○ Er dienen voldoende parkeerplaatsen te worden voorzien op de privégrond.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De vergunninghouder is verplicht de groenaanplantingen uit te voeren binnen de vastgestelde bufferzone zoals voorzien op het inplantingsplan.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 17 06 2026
Stationsgebouw Alken - bestemming
De NMBS is van plan om het stationsgebouw op korte termijn op de markt te brengen voor verkoop. Graag wenst de NMBS aan het bestuur te vragen welke invullingen volgens het lokaal bestuur mogelijk ziet
Feiten en context
Op 29 mei ll. ontvingen wij een mail van Belgian train (NMBS) aangaande het stationsgebouw te Alken. De NMBS is van plan om het stationsgebouw op korte termijn op de markt te brengen voor verkoop. Graag wenst de NMBS aan het bestuur te vragen welke invullingen volgens het lokaal bestuur mogelijk ziet.
In het verleden (2022) werd er reeds de vraag gesteld door de NMBS of er geen interesse was voor de invulling van het gebouw door de gemeente en/of OCMW. Er is een plaatsbezoek geweest in aanwezigheid van zowel Jana Appeltans als Linda Vandromme in het kader van de fietsbib en fietsverhuur. Echter omwille van de te kleine ruimte en de in- en uitgang aan de zijde van de spoorweg werd er toen besloten dat dit geen optie was voor het onderbrengen van deze functie in het gebouw. Dit werd tevens in 2022 op de agenda van het MAT geagendeerd en besproken. (zie verslag in bijlage)
Het stationsgebouw is gelegen volgens het Gewestplan binnen een zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut.
Volgende bepalingen zijn hierbij van toepassing:
GEBIEDEN VOOR GEMEENSCHAPSVOORZIENINGEN EN OPENBARE NUTSVOORZIENINGEN
Begripsomschrijving en algemeenheden. Onder « gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen » dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld.
Juridische grond
///
Adviezen
Ongunstig advies van MAT in 2022 ivm de invulling van het gebouw als fietsbib en fietsverhuur owv de te beperkte ruimten en de veiligheid.
Argumentatie
Hebben de leden van het college van burgemeester en schepenen een idee over de invulling van het stationsgebouw in het kader van gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorziening? En welke functies zien zij wenselijk?
Financiële gevolgen
///
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen wenst de volgende suggestie te doen voor de invulling van het stationsgebouw.
Functies die kunnen:
● (sociale) economie/tewerkstelling zoals
○ Fietsherstelplaats
○ Was en/of strijkatelier
○ …
● Broodjeszaak (panos, …)
● Ruimte voor automaten voor allerhande producten
Functies die niet kunnen:
● Gokkantoor
● Nachtwinkel
● …
Zitting van 17 06 2026
Fluvius: cabine Het Kwartier: goedkeuren gedeeltelijke beëindiging recht van opstal, akte verkoop met bepaling prijs en voorwaarden en verlenen erfdienstbaarheid
Besluit
Zitting van 17 06 2026
Hameestraat: akte minnelijke verwerving inname 64
Besluit
Zitting van 17 06 2026
Verzoekschrift afschaffing sentier 123
Besluit
Zitting van 17 06 2026
Project primaire nesten Aziatische hoornaar
In 2024 werden 8 nesten van Aziatische hoornaar bestreden met subsidieaanvraag. In 2025 werden 31 nesten bestreden met subsidieaanvraag. Het aantal nesten dat niet bestreden werd of waar geen subsidie voor werd aangevraagd zijn hier niet in rekening gebracht.
In het meerjarenplan werd € 1000 voorzien voor de subsidie van de Aziatische hoornaar. Aangezien vorig jaar al € 1500 werd opgebruikt aan de subsidie voor nestbestrijding en de onbestreden nesten het jaar erna ca. 4 nieuwe nesten geven, gaan we er vanuit dat het voorziene budget onvoldoende is. Aangezien "Film in het bos" niet doorgaat, kan hiervan €2.000 gebruikt worden voor de bestrijding van de nesten van Aziatische hoornaar.
Om na te kijken of de aanstelling van een vaste bestrijder mogelijk is, werd een prijsvraag opgemaakt en naar drie locale erkende bestrijders verzonden. Tom Bessemans van Bessie's Biekes kon de goedkoopste offerte aanbieden. Het beperkte budget maakt een aanstelling van een vaste bestrijder voor alle nesten niet mogelijk. Daarom willen we een pilootproject opstarten voor 2026 waarin we enkel de voorjaarsnesten (juni-juli) willen laten bestrijden door een vaste bestrijder.
De bestrijding van vroege primaire nesten door Tom kost €45 per nest, dit is dus goedkoper dan de kosten van de brandweer (€46). Het aanstellen van Tom maakt dat de facturen rechtstreeks aan de gemeente worden bezorgd en een subsidieaanvraag door de burgers dus niet meer nodig is. Bestrijding van primaire nesten, zorgt ervoor dat er minder Aziatische hoornaars zijn en minder secundaire nesten komen, die ook duurder zijn in bestrijding door erkende bestrijders. Tom Bessemans stelt in zijn offerte dat hij enkel ter plaatse gaat wanneer er voldoende zekerheid is dat er effectief een nest aanwezig is. Als ter plaatse blijkt dat er geen nest aanwezig is, of indien het nest reeds eerder werd bestreden of verwijderd, wordt een forfaitaire kost van €30 aangerekend als interventiekost.
De imkersbond Vlijtige bestuivers hebben geïnvesteerd in het project van de selectieve vallen, waarbij koninginnen worden afgevangen om zo nesten te voorkomen. Ook hebben ze geïnvesteerd in zenderpakketten om primaire nesten op te sporen, zodat deze tijdig bestreden kunnen worden voordat er secundaire nesten gebouwd worden.
Ze stellen voor om burgers met een nest melding te laten maken via de website van de gemeente. Vervolgens willen de imkers het nest gaan controleren of het inderdaad een nest van de Aziatische hoornaar is en de van toepassing zijnde bestrijdingsmogelijkheden voorleggen aan de eigenaar.
Feiten en context
In 2024 werden 8 nesten van Aziatische hoornaar bestreden met subsidieaanvraag. In 2025 werden 31 nesten bestreden met subsidieaanvraag. Het aantal nesten dat niet bestreden werd of waar geen subsidie voor werd aangevraagd zijn hier niet in rekening gebracht.
In het meerjarenplan werd € 1000 voorzien voor de subsidie van de Aziatische hoornaar. Aangezien vorig jaar al € 1500 werd opgebruikt aan de subsidie voor nestbestrijding en de onbestreden nesten het jaar erna ca. 4 nieuwe nesten geven, gaan we er vanuit dat het voorziene budget onvoldoende is. Aangezien "Film in het bos" niet doorgaat, kan hiervan €2.000 gebruikt worden voor de bestrijding van de nesten van Aziatische hoornaar.
Om na te kijken of de aanstelling van een vaste bestrijder mogelijk is, werd een prijsvraag opgemaakt en naar drie locale erkende bestrijders verzonden. Tom Bessemans van Bessie's Biekes kon de goedkoopste offerte aanbieden. Het beperkte budget maakt een aanstelling van een vaste bestrijder voor alle nesten niet mogelijk. Daarom willen we een pilootproject opstarten voor 2026 waarin we enkel de voorjaarsnesten (juni-juli) willen laten bestrijden door een vaste bestrijder.
De bestrijding van vroege primaire nesten door Tom kost €45 per nest, dit is dus goedkoper dan de kosten van de brandweer (€46). Het aanstellen van Tom maakt dat de facturen rechtstreeks aan de gemeente worden bezorgd en een subsidieaanvraag door de burgers dus niet meer nodig is. Bestrijding van primaire nesten, zorgt ervoor dat er minder Aziatische hoornaars zijn en minder secundaire nesten komen, die ook duurder zijn in bestrijding door erkende bestrijders. Tom Bessemans stelt in zijn offerte dat hij enkel ter plaatse gaat wanneer er voldoende zekerheid is dat er effectief een nest aanwezig is. Als ter plaatse blijkt dat er geen nest aanwezig is, of indien het nest reeds eerder werd bestreden of verwijderd, wordt een forfaitaire kost van €30 aangerekend als interventiekost.
De imkersbond Vlijtige bestuivers hebben geïnvesteerd in het project van de selectieve vallen, waarbij koninginnen worden afgevangen om zo nesten te voorkomen. Ook hebben ze geïnvesteerd in zenderpakketten om primaire nesten op te sporen, zodat deze tijdig bestreden kunnen worden voordat er secundaire nesten gebouwd worden.
Ze stellen voor om burgers met een nest melding te laten maken via de website van de gemeente. Vervolgens willen de imkers het nest gaan controleren of het inderdaad een nest van de Aziatische hoornaar is en de van toepassing zijnde bestrijdingsmogelijkheden voorleggen aan de eigenaar.
Juridische grond
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 41 e.v.
Besluit van de gemeenteraad van 18 december 2025.
Argumentatie
Via het pilootproject kunnen we voor een beperkt budget en een beperkte periode testen wat de impact van een andere werkwijze en de aanstelling van een vaste bestrijder inhoudt. De aanstelling van Tom Bessemans van Bessie's Biekes als bestrijder van de primaire nesten in Alken voor 2026, heeft als voordelen: een snelle bestrijding, een beter overzicht over alle primaire nesten en minder administratieve last voor burgers en gemeente.
De imkers van de Vlijtige bestuivers of Bij-zonder kunnen op vrijwillige basis de nesten op voorhand controleren en bij toestemming van de eigenaar rechtstreeks de goedkeuring van het nest en de contactgegevens van de eigenaar doorgeven aan Tom. Tom kan vervolgens bekijken of bestrijding van het nest binnen het toegelaten budget past en kan dan een afspraak maken met de eigenaar om het nest te komen bestrijden.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien | ||
€ 2000 |
| MJP002288 | ||
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |||
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |||
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om Tom Bessemans van Bessie's Biekes voor het jaar 2026 aan te stellen als vaste bestrijder om maximum 44 voorjaarsnesten (juni - juli) van de Aziatische hoornaar binnen het grondgebied Alken te bestrijden, hiervoor is voldoende budget voorzien op MJP002288.
Artikel 2: De volgende werkwijze voor de voorjaarsnesten (juni-juli) 2026 wordt gehanteerd: burgers melden een nest van de Aziatische hoornaar op de website van de gemeente via het meldingsformulier. Burgers kunnen ook telefonisch contact opnemen met de technische dienst, die vervolgens het meldingsformulier invult. De imkers van de Vlijtige bestuivers of Bij-zonder gaan op vrijwillige basis de nesten op voorhand controleren. Met toestemming van de eigenaar mogen zij de goedkeuring van het nest en de contactgegevens van de eigenaar doorgeven aan Tom, hierbij brengen zij de milieudienst op de hoogte. Tom kan vervolgens bekijken of bestrijding van het nest binnen het toegelaten budget past en kan dan een afspraak maken met de eigenaar om het nest te komen bestrijden.
Artikel 3: Dit is een pilootproject lopende van juni 2026 tot en met juli 2026. Na afloop zal dit project geëvalueerd worden en eventueel worden opgenomen in een aanpassing van het subsidiereglement verdelging nesten Aziatische hoornaar d.d. 28 augustus 2025.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.