Zitting van 15 07 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 01.07.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 01.07.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 01.07.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 15 07 2026
Deelname nationale test BE-Alert
Op donderdag 1 oktober 2026 vindt de nationale test van Be-Alert plaats. Dit is een belangrijk hulpmiddel om inwoners snel te verwittigen bij noodsituaties. Momenteel zijn er ongeveer 1600 Alkense abonnees. Er wordt voorgesteld deel te nemen aan deze nationale test en de nodige communicatie hierover te verzorgen via de gemeentelijke kanalen.
Als lokale overheid kan je op verschillende manieren deelnemen aan de testdag:
Verzending van een Locatiegebaseerde sms (LB-SMS) naar alle personen die zich in de aangeduide testzone bevinden -> op basis van kandidatuur
Verzending van een bericht aan de burgers die zijn ingeschreven op BE-Alert (sms, spraakbericht, e-mail) - > vrije deelname zonder kandidatuur
De overheden die beschikken over schermen die verbonden zijn met BE-Alert worden uitgenodigd deze te testen -> vrije deelname zonder kandidatuur
Onze gemeente wil 'alarmering op basis van inschrijvingen' testen (zonder voorafgaandelijke selectie) via SMS , het concrete tijdstip wordt later gecommuniceerd door Be-Alert.
In de SMS die we zullen versturen, kan een oproep gedaan worden om meer mensen aan te sporen om zich in te schrijven voor Be-Alert.
Om de inhoud van de Be-Alert-testboodschappen meer in overeenstemming te brengen met de gebruiksvoorwaarden stellen wij graag een neutrale standaardboodschap ter beschikking: BE-Alert - STAD/GEMEENTE - Dit is een test. Geen reactie vereist. Meer info: www.be-alert.be
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd.
Feiten en context
Op donderdag 1 oktober 2026 vindt de nationale test van Be-Alert plaats. Dit is een belangrijk hulpmiddel om inwoners snel te verwittigen bij noodsituaties. Momenteel zijn er ongeveer 1600 Alkense abonnees. Er wordt voorgesteld deel te nemen aan deze nationale test en de nodige communicatie hierover te verzorgen via de gemeentelijke kanalen.
Als lokale overheid kan je op verschillende manieren deelnemen aan de testdag:
● Verzending van een Locatiegebaseerde sms (LB-SMS) naar alle personen die zich in de aangeduide testzone bevinden -> op basis van kandidatuur
● Verzending van een bericht aan de burgers die zijn ingeschreven op BE-Alert (sms, spraakbericht, e-mail) - > vrije deelname zonder kandidatuur
● De overheden die beschikken over schermen die verbonden zijn met BE-Alert worden uitgenodigd deze te testen -> vrije deelname zonder kandidatuur
Onze gemeente wil 'alarmering op basis van inschrijvingen' testen (zonder voorafgaandelijke selectie) via SMS , het concrete tijdstip wordt later gecommuniceerd door Be-Alert.
In de SMS die we zullen versturen, kan een oproep gedaan worden om meer mensen aan te sporen om zich in te schrijven voor Be-Alert.
Om de inhoud van de Be-Alert-testboodschappen meer in overeenstemming te brengen met de gebruiksvoorwaarden stellen wij graag een neutrale standaardboodschap ter beschikking: BE-Alert - STAD/GEMEENTE - Dit is een test. Geen reactie vereist. Meer info: www.be-alert.be
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd.
Juridische grond
De gebruiksvoorwaarden van BE-Alert sluiten de verzending van commerciële, promotionele of politieke boodschappen duidelijk uit. Deze regel is van toepassing op alle BE-Alert-boodschappen. Bijgevolg geldt dit ook voor testboodschappen.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Waarom is het belangrijk dat je gemeente deelneemt aan de testdag? Hoe meer gemeenten testen, hoe beter NCCN (Nationaal Crisiscentrum) de capaciteit van BE-Alert kan testen. Kan het systeem een massa activaties op hetzelfde moment aan? Worden de berichten vlot verzonden door alle mobiele netwerkoperatoren? Maar de test is vooral ook voor onszelf een goed moment om te kijken of we zelf goed en vlot met het systeem kunnen werken. Hoe beter we voorbereid zijn op een noodsituatie, hoe beter.
Financiële gevolgen
Het versturen van een sms-bericht (160 tekens) of van een spraakbericht van 60 seconden naar ingeschreven burgers kost 0,055 euro (exclusief BTW), ook tijdens de testdag
Deze kost wordt betaald op budgetnummer MJP 1157, communicatiekosten telefonie en GSM.
Besluit
Artikel 1: De gemeente Alken neemt deel aan de nationale Be-Alert test van donderdag 1 oktober 2026.
Artikel 2: De verzending van 1 sms-bericht (160 karakters) of 1 gesproken bericht van 60 seconden kost 0,055 euro (excl. btw). Deze kost wordt betaald op budgetnummer MJP 1157, communicatiekosten telefonie en GSM.
Zitting van 15 07 2026
Instappen abonnement Politeia Lokaal
Op 1 juli 2026 keurde het college van burgemeester en schepenen de stopzetting van het abonnement bij Inforum goed. Het abonnement zal nog lopen tot en met 31 december 2026. Vanaf 1 januari 2027 is het gewenst om over te stappen op Politeia Lokaal. Dit is een soortgelijke juridische databank. Het voordeel van Politeia is dat dit abonnement onbeperkte toegang biedt voor iedereen met een e-mailadres van de organisatie. Dit in tegenstelling tot Inforum, waarin er slechts 14 accounts toegang kregen tot de database.
Feiten en context
Op 1 juli 2026 keurde het college van burgemeester en schepenen de stopzetting van het abonnement bij Inforum goed. Het abonnement zal nog lopen tot en met 31 december 2026. Vanaf 1 januari 2027 is het gewenst om over te stappen op Politeia Lokaal. Dit is een soortgelijke juridische databank. Het voordeel van Politeia is dat dit abonnement onbeperkte toegang biedt voor iedereen met een e-mailadres van de organisatie. Dit in tegenstelling tot Inforum, waarin er slechts 14 accounts toegang kregen tot de database.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 artikel 56, §1
Adviezen
Positieve ervaringen collega's tijdens testperiode.
Argumentatie
Gelet op de voordelen die Politeia biedt ten opzichte van concurrerende platforms, is het gewenst om hier een abonnement te nemen. Er zal geopteerd worden voor een abonnement van 1 jaar af te sluiten, waarna deze keuze opnieuw wordt herzien.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 2.971,26 | 6% | MJP001155 |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen besluit om een jaarabonnement te nemen op Politeia Lokaal startende vanaf 1 januari 2027. Deze keuze wordt na deze proefperiode herzien.
Zitting van 15 07 2026
Uitnodiging viering 50 Jaar BGC De Restel
Besluit
Zitting van 15 07 2026
Verkleinen parking Wetzerstraat
De parking op het openbaar domein ter hoogte van perceel afdeling 1, sectie B, nr. 762 C, huisnummer 19A in de Wetzerstraat biedt momenteel plaats aan vier voertuigen. De uiterst linkse parkeerplaatsen veroorzaken bij volledige bezetting hinder voor het verkeer op de openbare weg. Hierdoor is de huidige capaciteit op deze locatie te groot en is een vermindering wenselijk.
Volgens een verslag uit 2014 zou De Wiekslag slechts een beperkte verkeersgeneratie kennen en zouden 20 parkeerplaatsen volstaan. Op het eigen terrein zijn 29 parkeerplaatsen beschikbaar. Daarnaast tonen vaststellingen aan dat de parking op het openbaar domein doorgaans niet volledig wordt benut, waardoor de meerwaarde van de vier bijkomende parkeerplaatsen beperkt lijkt.
Uit overleg met de directeur blijkt evenwel dat de parking tijdens piekmomenten wel degelijk noodzakelijk is. Een volledige afschaffing van de parkeerplaatsen kan dan ook leiden tot een verhoogde parkeerdruk op de openbare weg.
Een gedeeltelijke vermindering van het aantal parkeerplaatsen vormt daarom een oplossing. De vrijgekomen ruimte kan worden ingezet voor ontharding en vergroening, wat niet alleen de verkeersveiligheid ten goede komt, maar ook een kwalitatieve meerwaarde biedt voor het straatbeeld van de Wetzerstraat.
Feiten en context
De parking op het openbaar domein ter hoogte van perceel afdeling 1, sectie B, nr. 762 C, huisnummer 19A in de Wetzerstraat biedt momenteel plaats aan vier voertuigen. De uiterst linkse parkeerplaatsen veroorzaken bij volledige bezetting hinder voor het verkeer op de openbare weg. Hierdoor is de huidige capaciteit op deze locatie te groot en is een vermindering wenselijk.
Volgens een verslag uit 2014 zou De Wiekslag slechts een beperkte verkeersgeneratie kennen en zouden 20 parkeerplaatsen volstaan. Op het eigen terrein zijn 29 parkeerplaatsen beschikbaar. Daarnaast tonen vaststellingen aan dat de parking op het openbaar domein doorgaans niet volledig wordt benut, waardoor de meerwaarde van de vier bijkomende parkeerplaatsen beperkt lijkt.
Uit overleg met de directeur blijkt evenwel dat de parking tijdens piekmomenten wel degelijk noodzakelijk is. Een volledige afschaffing van de parkeerplaatsen kan dan ook leiden tot een verhoogde parkeerdruk op de openbare weg.
Een gedeeltelijke vermindering van het aantal parkeerplaatsen vormt daarom een oplossing. De vrijgekomen ruimte kan worden ingezet voor ontharding en vergroening, wat niet alleen de verkeersveiligheid ten goede komt, maar ook een kwalitatieve meerwaarde biedt voor het straatbeeld van de Wetzerstraat.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968.
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
De nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
Tijdens de verkeerscommissie van 02/03/2026 werd er een stemming gehouden waarbij 7 leden stemden voor het verwijderen van de volledige parking en 4 leden stemden voor het verwijderen van 2 parkeerplaatsen.
Argumentatie
Rekening houdend met de vaststellingen wordt gekozen om de capaciteit van de parking te verminderen van 4 naar 2 wagens. De Wiekslag staat zelf in voor het verwijderen van de verharding. Nadien kan de gemeente de vrijgekomen ruimte groen inrichten met lage beplanting die de zichtbaarheid voor het verkeer niet belemmert.
Door het schrappen van de twee meest linkse parkeerplaatsen wordt vermeden dat voertuigen deels op de openbare weg staan of het zicht hinderen. Het volledig verwijderen van de parking is echter niet wenselijk, aangezien dit tijdens piekmomenten (zoals bezoekmomenten van De Wiekslag) kan leiden tot foutief parkeren, bijvoorbeeld langs de rotonde.
Financiële gevolgen
Het verwijderen van de verharding zal door 'VZW De Wiekslag' gebeuren, zij dragen de daaraan verbonden kosten.
Het opvullen en inzaaien gebeurt door de technische dienst van de gemeente Alken.
Besluit
Artikel 1: Het college besluit dat de capaciteit van de parking op openbaar domein gelegen afdeling 1, sectie B, nr. 762 C, zijnde voor huisnummer 19A in de Wetzerstraat zal worden verlaagd van 4 naar 2 parkeerplaatsen.
Artikel 2: De vrijgekomen ruimte, ten gevolge van de vermindering van de parkeercapaciteit, zal door De Wiekslag worden onthard.
Artikel 3: Aansluitend op artikel 2 staat de gemeente in voor het opvullen en inzaaien deze ruimte, waarbij houten paaltjes worden voorzien die geen hinder vormen voor de zichtbaarheid en de verkeersveiligheid.
Zitting van 15 07 2026
Gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer - Fietszones Alken
Besluit
Zitting van 15 07 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2:Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de soepbedeling op school.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen duidt Cindy Vandormael aan als bevoegde mandataris voor het punt dat geselecteerd werd als ‘Nieuws van de week’.
Zitting van 15 07 2026
Werftoezicht werken Hameestraat - Goedkeuring gunning en lastvoorwaarden.
De gemeenteraad heeft op 25 september 2025 goedkeuring verleend aan het bestek met Fluvius projectnummer R/003653, zoals opgesteld door de ontwerper Arcadis, Kempische Steenweg 311 bus 2.07 te 3500 Hasselt.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 18 maart 2026 beslist de werken "Riolerings- en wegeniswerken Hameestraat" toe te vertrouwen aan Gemoco nv, Oude Heidestraat 81 te 3740 Munsterbilzen. Het toezicht op deze werken in de Hameestraat zal uitgevoerd worden door Fluvius.
De raming van het aandeel in de kosten voor de gemeente Alken voor het werftoezicht in de Hameestraat uitgevoerd door Fluvius bedraagt € 3.373,91 excl. btw/maand -
€ 16.869,55 excl. btw in 2026 en € 40.486,92 excl. btw in 2027.
Deze uitgaven worden betaald via het rioleringsfonds.
(toezichthoudend ambtenaar: Bert Penxten)
Feiten en context
De gemeenteraad heeft op 25 september 2025 goedkeuring verleend aan het bestek met Fluvius projectnummer R/003653, zoals opgesteld door de ontwerper Arcadis, Kempische Steenweg 311 bus 2.07 te 3500 Hasselt.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 18 maart 2026 beslist de werken toe te vertrouwen aan Gemoco nv, Oude Heidestraat 81 te 3740 Munsterbilzen. Het toezicht op deze werken in de Hameestraat zal uitgevoerd worden door Fluvius.
De raming van het aandeel in de kosten voor de gemeente Alken voor het werftoezicht in de Hameestraat uitgevoerd door Fluvius bedraagt € 3.373,91 excl. btw/maand -
€ 16.869,55 excl. btw in 2026 en € 40.486,92 excl. btw in 2027.
Deze uitgaven worden betaald via het rioleringsfonds.
Juridische grond
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, § 3, 5°, waarbij wordt bepaald dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de vaststelling van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
Het besluit van de gemeenteraad van 2 september 2021 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Er werd 1 offerte ontvangen van Fluvius, Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt
De technische Dienst stelt voor om, rekening houdende met het voorgaande, de opdracht “Werftoezicht werken Hameestraat” te gunnen aan de firma met de enige offerte, zijnde Fluvius, Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt.
De raming van het aandeel in de kosten voor de gemeente Alken voor het werftoezicht in de Hameestraat uitgevoerd door Fluvius bedraagt € 3.373,91 excl. btw/maand -
€ 16.869,55 excl. btw in 2026 en € 40.486,92 excl. btw in 2027.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Geraamd Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien | |
€ 20.412,15 (2026) € 48.989,17 (2027) |
| betaling via Rioleringsfonds MJP 327 voor uitvoering werken | |
Datum visumaanvraag: | 24.06.2026 | ||
Datum goedkeuring visumaanvraag: | 01.07.2026 | ||
Besluit
Artikel 1: De opdracht “Werftoezicht werken Hameestraat” wordt gegund aan Fluvius, Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt. De raming van het aandeel in de kosten voor de gemeente Alken voor het werftoezicht in de Hameestraat uitgevoerd door Fluvius bedraagt € 3.373,91 excl. btw/maand - € 16.869,55 excl. btw in 2026 en € 40.486,92 excl. btw in 2027.
Artikel 2: De betaling zal gebeuren via het rioleringsfonds.
Zitting van 15 07 2026
Leveren en plaatsen van elektrische aandrijving op bestaande molenas Dorpsmolen - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.
Besluit
Zitting van 15 07 2026
Verbindingsriolering Leemkuilstraat. Project 23544 Aquafin - Engagementsverklaring en Geïntegreerd Projectplan.
Besluit
Zitting van 15 07 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 15 07 2026
Bovenlokaal uitgiftebeleid - validatie
VLAIO lanceerde in 2023 een raamovereenkomst voor de opmaak van een bovenlokaal uitgiftebeleid voor bedrijventerreinen waarop kon ingeschreven worden door een samenwerkingsovereenkomst van minstens 2 gemeenten.
Hierop schreven 47 lokale besturen in met 14 verschillende trajecten. De werking van de studie wordt geleid door VLAIO en uitgewerkt door een aangesteld consortium en partners, met als doel de ontwikkeling van een bovenlokale visie en concrete handvaten voor de implementatie hiervan.
De aanvraag van Alken, in samenwerking met stad Hasselt werd goedgekeurd door het CBS van 09/10/2024 met als doel het ontwikkelen van een overkoepelende visie voor de bedrijventerreinen in deze zone.
De analyse-fase (1a) en Visievorming (1b) werd ondertussen uitgewerkt en in verschillende nota’s gegoten. Er wordt vanuit het consortium een validatie van beide studies gevraagd aan de besturen.
Op 1 april werd er een toelichting gegeven aan het college. Daar werd gevraagd om een toelichting te laten geven aan de GECORO en de adviesraad economie over dit dossier, wat ondertussen gebeurde en waarop advies werd gegeven aan het beleid.
Ondertussen werd op het college van burgemeester en schepenen van 20 mei 2026 de beslissing genomen om site Kolmen te nemen als onderwerp van de casestudy/uitgifteplan.
Volgende adviezen en overwegingen worden meegenomen voor de validatie
Advies Gecoro
De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) werd gevraagd om een
advies te formuleren over het lokaal uitgiftebeleid in Alken binnen de studie van VLAIO
(Vlaams Agentschap voor Ondernemen). Op 3 juni 2026 werd er een verenigde adviesraad bijeengeroepen waarbij toelichting werd gegeven over het project Lokaal uitgiftebeleid door mevrouw Ellen De Witte, VLAIO. Na de voorstelling beraadslaagde de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening over dit project en formuleerde volgend advies:
‘De leden van de Gecoro danken het studiebureau en VLAIO voor hun werk en input. Dit kan meegenomen worden als basis voor het verdere beleidsplan in Alken. Echter stellen de leden zich de vraag wat de effectieve bijdrage van de studie zal zijn? Gezien er uit de studie niet veel meer komt dan de bevestiging van de reeds bestaande invulling zoals vastgesteld in het RUP Kolmen.
De Gecoro geeft mee dat ze het voordeel van de diensten die geleverd worden in de zone van de Kolmen nuttig vinden en stellen zich de vraag of er niet gekozen moet worden voor een gemengde functie met zowel productie als diensten. Daarom wordt ook de vraag gesteld door de leden of we de opties niet moeten open houden tot op een later moment wanneer we dit kunnen verwerken/implementeren binnen ons beleidsplan Alken.
Tevens wenst de Gecoro een kanttekening te maken bij de opmerking van het studiebureau dat het terrein van de Brouwerij, ook na het eventueel opschorten van hun activiteiten in Alken, altijd industriezone moet blijven. Een kernuitbreiding van de bebouwde kom lijkt hen ook een aanvaardbare oplossing omdat een industriegebied zo dicht in het centrum en dan nog in een watergevoelig gebied niet wenselijk is.
Globaal kan de Gecoro zich vinden in de stelling dat er productiviteit moet zijn op het industrieterrein Kolmen echter met respect voor de bestaande KMO-zone en activiteiten waarbij het voordeel van een gemengde bedrijvigheid de regio tegemoet komt. Verder kan de Gecoro zich ook vinden in de visie dat er strenger kan en mag opgetreden worden bij nieuwe invullingen in het industriegebied in functie van de oorspronkelijke bestemming van de zone.’
Advies adviesraad economie
De adviesraad economie sluit zich aan bij het advies van de GECORO.
Vanuit de raad wordt aangegeven dat het studiegebied Alken-Hasselt toch relatief klein is, dit uitgiftebeleid zou meer draagkracht hebben wanneer dit op grotere schaal werd geïmplementeerd.
Er wordt de bedenking gemaakt waarom er nu gedacht wordt aan ‘wat als de brouwerij vertrekt’. Dit is op korte en middellange termijn niet van toepassing en nu al dingen vastleggen voor wanneer dit zou gebeuren lijkt voorbarig. We kunnen niet voorstellen wat de toekomst brengt en zullen zaken moeten aanpakken wanneer ze zich voordoen. Het lijkt aangewezen nu geen harde ‘voorschriften’ vast te leggen voor dit gebied.
Belangrijk bij invulling van Industriegebieden is dat de markt moet kunnen spelen en je dit niet op voorhand altijd kan inschatten. Kijk bijvoorbeeld naar alle kleinere KMO-units waar een tijdlang erg veel op ingezet werd, maar waar nu een overaanbod van is (zie Hasselt). Daarom is het belangrijk dat dit een tool is om te werken op basis van kansen en niet zo zeer dwingend. Ook de mogelijkheid laten tot flexibiliteit bij invulling, zonder toekomst te ondermijnen.
Meldingsplicht voor bedrijven die zich (willen) vestigen in Alken lijkt een grote meerwaarde.
Informeel overleg stad Hasselt
De Stad gaat zeker de eerste twee fases (analyse en visie) valideren, het uitgifteplan zien zij meer als een menukaart van acties/BGO’s/… waaruit zij kunnen kiezen om het beleid te versterken en de doelstellingen te bereiken. Deze studie zal als het ware dienen als basis voor het beleidsplan ruimte.
Op dit moment zijn de analyse-nota en de visienota informeel teruggekoppeld met de betrokken schepenen en burgemeester. Op dit moment wordt een samenvatting van de presentatie, samen met de documenten, doorgegeven aan de kabinetten, waarna het dossier ter validatie wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
In Hasselt hebben ze verschillende typen bedrijventerreinen, waardoor de oefening, politiek gezien, dan wel wat makkelijker is, zij zitten met andere items, zoals verwevenheid, wonen,…
Bedrijven doorverwijzen naar Alken indien er geen ruimte is in Hasselt, moet geen probleem zijn werd bevestigd door de burgemeester.
De cases van het uitgifteplan zijn dusdanig divers, met Kolmen als bovenlokaal functioneel terrein en Quartier canal als (zeer) gemengd terrein, dat zij wel een ideale test vormen voor deze studie. Het uitwerken van deze cases kan voor interessante inzichten zorgen voor beide besturen. Ook andere beleidsdomeinen zoals mobiliteit en veiligheid spelen een rol.
Vanuit de dienst is er het voorstel om enkele keren per jaar samen zitten en dan ook de aanbod/behoeften-analyse op tafel leggen. Hasselt geeft aan nu een overaanbod te hebben van KMO-units, er een ontwikkeling komt aan de Ceramo-site,… dit zijn zaken die dan overlopen kunnen worden.
Overwegingen vanuit het beleid/administratie
Kolmen is de enige ‘industriezone’ van Alken, waar enigszins KMO mogelijk is en waar ruimte is voor potentiële groeibedrijven in en van Alken, ook voor herlocalisatie van zonevreemde bedrijven of investeerders van net buiten de gemeentegrens.
Daarnaast is het Landbouwlint de enige uitbreidingsmogelijkheid in decennia, want we gaan er van uit dat de brouwerij net investeerde om langere tijd te blijven. Enige uitbreidingsmogelijkheid nu vastzetten uitsluitend voor grote productiebedrijven is niet heel realistisch.
Er zijn verschillende bedrijven die zitten te wachten op de ontwikkeling van het landbouwlint en die andere investeringen on hold hebben gezet om daar ruimte te kunnen benutten.
Is er een mogelijkheid om percentage op te plakken over de grondoppervlakte die benut kan worden door een ander type bedrijven?
Samenwerking met Hasselt is goed en aan te raden, maar we moeten realistisch zijn in een economisch beleid van heden dagen. Lokale gevoeligheden moeten enigszins meegenomen kunnen worden in deze studie, met de nodige marge om een eigen economisch beleid uit te werken.
Feiten en context
VLAIO lanceerde in 2023 een raamovereenkomst voor de opmaak van een bovenlokaal uitgiftebeleid voor bedrijventerreinen waarop kon ingeschreven worden door een samenwerkingsovereenkomst van minstens 2 gemeenten.
Hierop schreven 47 lokale besturen in met 14 verschillende trajecten. De werking van de studie wordt geleid door VLAIO en uitgewerkt door een aangesteld consortium en partners, met als doel de ontwikkeling van een bovenlokale visie en concrete handvaten voor de implementatie hiervan.
De aanvraag van Alken, in samenwerking met stad Hasselt werd goedgekeurd door het CBS van 09/10/2024 met als doel het ontwikkelen van een overkoepelende visie voor de bedrijventerreinen in deze zone.
De analyse-fase (1a) en Visievorming (1b) werd ondertussen uitgewerkt en in verschillende nota’s gegoten. Er wordt vanuit het consortium een validatie van beide studies gevraagd aan de besturen.
Op 1 april werd er een toelichting gegeven aan het college. Daar werd gevraagd om een toelichting te laten geven aan de GECORO en de adviesraad economie over dit dossier, wat ondertussen gebeurde en waarop advies werd gegeven aan het beleid.
Ondertussen werd op het college van burgemeester en schepenen van 20 mei 2026 de beslissing genomen om site Kolmen te nemen als onderwerp van de casestudy/uitgifteplan.
Volgende adviezen en overwegingen worden meegenomen voor de validatie
Advies Gecoro
De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) werd gevraagd om een
advies te formuleren over het lokaal uitgiftebeleid in Alken binnen de studie van VLAIO
(Vlaams Agentschap voor Ondernemen). Op 3 juni 2026 werd er een verenigde adviesraad bijeengeroepen waarbij toelichting werd gegeven over het project Lokaal uitgiftebeleid door mevrouw Ellen De Witte, VLAIO. Na de voorstelling beraadslaagde de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening over dit project en formuleerde volgend advies:
‘De leden van de Gecoro danken het studiebureau en VLAIO voor hun werk en input. Dit kan meegenomen worden als basis voor het verdere beleidsplan in Alken. Echter stellen de leden zich de vraag wat de effectieve bijdrage van de studie zal zijn? Gezien er uit de studie niet veel meer komt dan de bevestiging van de reeds bestaande invulling zoals vastgesteld in het RUP Kolmen.
De Gecoro geeft mee dat ze het voordeel van de diensten die geleverd worden in de zone van de Kolmen nuttig vinden en stellen zich de vraag of er niet gekozen moet worden voor een gemengde functie met zowel productie als diensten. Daarom wordt ook de vraag gesteld door de leden of we de opties niet moeten open houden tot op een later moment wanneer we dit kunnen verwerken/implementeren binnen ons beleidsplan Alken.
Tevens wenst de Gecoro een kanttekening te maken bij de opmerking van het studiebureau dat het terrein van de Brouwerij, ook na het eventueel opschorten van hun activiteiten in Alken, altijd industriezone moet blijven. Een kernuitbreiding van de bebouwde kom lijkt hen ook een aanvaardbare oplossing omdat een industriegebied zo dicht in het centrum en dan nog in een watergevoelig gebied niet wenselijk is.
Globaal kan de Gecoro zich vinden in de stelling dat er productiviteit moet zijn op het industrieterrein Kolmen echter met respect voor de bestaande KMO-zone en activiteiten waarbij het voordeel van een gemengde bedrijvigheid de regio tegemoet komt. Verder kan de Gecoro zich ook vinden in de visie dat er strenger kan en mag opgetreden worden bij nieuwe invullingen in het industriegebied in functie van de oorspronkelijke bestemming van de zone.’
Advies adviesraad economie
De adviesraad economie sluit zich aan bij het advies van de GECORO.
Vanuit de raad wordt aangegeven dat het studiegebied Alken-Hasselt toch relatief klein is, dit uitgiftebeleid zou meer draagkracht hebben wanneer dit op grotere schaal werd geïmplementeerd.
Er wordt de bedenking gemaakt waarom er nu gedacht wordt aan ‘wat als de brouwerij vertrekt’. Dit is op korte en middellange termijn niet van toepassing en nu al dingen vastleggen voor wanneer dit zou gebeuren lijkt voorbarig. We kunnen niet voorstellen wat de toekomst brengt en zullen zaken moeten aanpakken wanneer ze zich voordoen. Het lijkt aangewezen nu geen harde ‘voorschriften’ vast te leggen voor dit gebied.
Belangrijk bij invulling van Industriegebieden is dat de markt moet kunnen spelen en je dit niet op voorhand altijd kan inschatten. Kijk bijvoorbeeld naar alle kleinere KMO-units waar een tijdlang erg veel op ingezet werd, maar waar nu een overaanbod van is (zie Hasselt). Daarom is het belangrijk dat dit een tool is om te werken op basis van kansen en niet zo zeer dwingend. Ook de mogelijkheid laten tot flexibiliteit bij invulling, zonder toekomst te ondermijnen.
Meldingsplicht voor bedrijven die zich (willen) vestigen in Alken lijkt een grote meerwaarde.
Informeel overleg stad Hasselt
De Stad gaat zeker de eerste twee fases (analyse en visie) valideren, het uitgifteplan zien zij meer als een menukaart van acties/BGO’s/… waaruit zij kunnen kiezen om het beleid te versterken en de doelstellingen te bereiken. Deze studie zal als het ware dienen als basis voor het beleidsplan ruimte.
Op dit moment zijn de analyse-nota en de visienota informeel teruggekoppeld met de betrokken schepenen en burgemeester. Op dit moment wordt een samenvatting van de presentatie, samen met de documenten, doorgegeven aan de kabinetten, waarna het dossier ter validatie wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
In Hasselt hebben ze verschillende typen bedrijventerreinen, waardoor de oefening, politiek gezien, dan wel wat makkelijker is, zij zitten met andere items, zoals verwevenheid, wonen,…
Bedrijven doorverwijzen naar Alken indien er geen ruimte is in Hasselt, moet geen probleem zijn werd bevestigd door de burgemeester.
De cases van het uitgifteplan zijn dusdanig divers, met Kolmen als bovenlokaal functioneel terrein en Quartier canal als (zeer) gemengd terrein, dat zij wel een ideale test vormen voor deze studie. Het uitwerken van deze cases kan voor interessante inzichten zorgen voor beide besturen. Ook andere beleidsdomeinen zoals mobiliteit en veiligheid spelen een rol.
Vanuit de dienst is er het voorstel om enkele keren per jaar samen zitten en dan ook de aanbod/behoeften-analyse op tafel leggen. Hasselt geeft aan nu een overaanbod te hebben van KMO-units, er een ontwikkeling komt aan de Ceramo-site,… dit zijn zaken die dan overlopen kunnen worden.
Overwegingen vanuit het beleid/administratie
Kolmen is de enige ‘industriezone’ van Alken, waar enigszins KMO mogelijk is en waar ruimte is voor potentiële groeibedrijven in en van Alken, ook voor herlocalisatie van zonevreemde bedrijven of investeerders van net buiten de gemeentegrens.
Daarnaast is het Landbouwlint de enige uitbreidingsmogelijkheid in decennia, want we gaan er van uit dat de brouwerij net investeerde om langere tijd te blijven. Enige uitbreidingsmogelijkheid nu vastzetten uitsluitend voor grote productiebedrijven is niet heel realistisch.
Er zijn verschillende bedrijven die zitten te wachten op de ontwikkeling van het landbouwlint en die andere investeringen on hold hebben gezet om daar ruimte te kunnen benutten.
Is er een mogelijkheid om percentage op te plakken over de grondoppervlakte die benut kan worden door een ander type bedrijven?
Samenwerking met Hasselt is goed en aan te raden, maar we moeten realistisch zijn in een economisch beleid van heden dagen. Lokale gevoeligheden moeten enigszins meegenomen kunnen worden in deze studie, met de nodige marge om een eigen economisch beleid uit te werken.
Juridische grond
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies GECORO opgenomen in ‘feiten en context’
Advies adviesraad economie opgenomen in ‘feiten en context’
Argumentatie
Het beleid gaat genuanceerd akkoord met de validatie van deze studie: Deze studie kan, net zoals in Hasselt, een uitstekende basis vormen voor een beleidsplan ruimte. Het RUP Kolmen wordt gehandhaafd, de visie zorgt voor een basis van het beleidsplan en er wordt focus gelegd op functionele, bovenlokale productiebedrijven.
Nuance is echter dat het beleid ook enigszins ruimte wil voor andere typen bedrijvigheid. Het gaat hier niet over andere vormen van kleinhandel, recreatie (fitness,…), enkel bedrijvigheid die niet 100% onder bovenlokale, functionele productieindustrie valt, maar wel thuishoort op een bedrijventerrein en waar we geen verwevenheid willen in kernen of woonlinten.
De inzichten die komen uit het uitwerken van de cases zouden een goede evaluatie-tool zijn voor de visienota die reeds is gevalideerd op dat moment. Een nieuwe blik op deze visienota kan zeer nuttig zijn na het uitvoeren van de casestudies.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen valideert de analyse-fase (1a) en Visievorming (1b), maar wil graag volgende nuances geven:
● Bestemmingen zone brouwerij niet te rigide vastleggen.
● De nodige vrijheid om ook op de Kolmen aandacht te schenken aan uitbreidingsbedrijven, zonevreemde bedrijven,.. die niet 100% onder bovenlokale, functionele productie-industrie vallen, maar wel thuishoren op een bedrijventerrein en waar we geen verwevenheid willen in kernen of woonlinten.
● Bezorgdheden opgenomen in de adviezen GECORO en adviesraad economie mee te nemen in het verloop van de studie.
Artikel 2: Het beleid vraagt om de nodige aandacht te besteden aan andere vormen van verwevenheid. Hoewel dit buiten deze studie valt en opgenomen moet worden in het beleidsplan ruimte, blijft het beleid op zijn honger zitten voor wat betreft zone-vreemde bedrijven, kleine ondernemers,…
In het zog van deze studie vraagt het beleid dus aan VLAIO en Provincie, aandacht voor deze problematiek en dringt het aan om dit ook aan te pakken, zeker voor landelijke gemeenten.
Zitting van 15 07 2026
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest Rode Kruisplein 25 - 07 -2026
Op zaterdag 25 juli 2026 wensen de inwoners van het Rode Kruisplein een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten.
Feiten en context
Op zaterdag 25 juli 2026 wensen de inwoners van het Rode Kruisplein een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van het Rode Kruisplein om op zaterdag 25 juli 2026 een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Zitting van 15 07 2026
Organisatie Bananja BBQ 01/08
Café Bananja wenst op zaterdag 1 augustus 2026 vanaf 17u de Bananja BBQ te organiseren in een tent op de parking van hun café. Checklist in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 02u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 85 dB(A)LAeq,15min.
Feiten en context
Café Bananja wenst op zaterdag 1 augustus 2026 vanaf 17u de Bananja BBQ te organiseren in een tent op de parking van hun café. Checklist in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 02u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 85 dB(A)LAeq,15min.
Juridische grond
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Codex politieverordeningen (GAS) - gemeente Alken zoals goedgekeurd op gemeenteraad van 25/06/2026 en latere wijzigingen.
Adviezen
Gunstig advies van de politie.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Café Bananja voor de organisatie van de Bananja BBQ op zaterdag 1 augustus 2026 vanaf 17u in een tent op de parking van hun café. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 02u en het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: Het advies van de politie moet ten alle tijden nageleefd worden.
Artikel 3: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 4: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 15 07 2026
Organisatie Aardbeifestival 11 en 12 juli 2026 - kennisname burgemeesterbesluit 6 juli 2026
Besluit
Zitting van 15 07 2026
Uitzending WK-match rode duivels - TC De Alk - kennisname burgemeesterbesluit 7 juli 2026
Besluit
Zitting van 15 07 2026
Cabine Fluvius Leemkuilstraat: principieel akkoord met verkoop en aanstelling dienst Vastgoedtransacties
Fluvius wenst een bijkomende distributiecabine elektriciteit te plaatsen in de Leemkuilstraat op de percelen gelegen te Alken, 2e Afdeling Sie E nrs 450/C2-ex en 444/C2-ex, privé-domein van de gemeente Alken.
Het college van burgemeester en schepenen dient hier haar principieel akkoord tot verkoop aan Fluvius te verlenen, en dienst Vastgoedtransacties, die ook optreedt voor Fluvius, aan te stellen voor het opstellen en verlijden van de akte.
Zodra de akte ontvangen wordt van dienst Vastgoedtransacties, zal deze vervolgens ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Feiten en context
Fluvius wenst een bijkomende distributiecabine elektriciteit te plaatsen in de Leemkuilstraat op de percelen gelegen te Alken, 2e Afdeling Sie E nrs 450/C2-ex en 444/C2-ex, privé-domein van de gemeente Alken.
Het college van burgemeester en schepenen dient hier haar principieel akkoord tot verkoop aan Fluvius te verlenen, en dienst Vastgoedtransacties, die ook optreedt voor Fluvius, aan te stellen voor het opstellen en verlijden van de akte.
Zodra de akte ontvangen wordt van dienst Vastgoedtransacties, zal deze vervolgens ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur Artikel 56 °3
Argumentatie
Fluvius wenst een bijkomende distributiecabine elektriciteit te plaatsen in de Leemkuilstraat op de percelen gelegen te Alken, 2e Afdeling Sie E nrs 450/C2-ex en 444/C2-ex, privé-domein van de gemeente Alken.
Het college van burgemeester en schepenen dient hier haar principieel akkoord tot verkoop aan Fluvius te verlenen, en dienst Vastgoedtransacties, die ook optreedt voor Fluvius, aan te stellen voor het opstellen en verlijden van de akte.
Zodra de akte ontvangen wordt van dienst Vastgoedtransacties, zal deze vervolgens ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Opmetingsplan opgesteld door landmetersbureau Orison dd.29.08.2025
Schattingsverslag opgesteld door landmetersbureau Orison dd.20.09.2025
Het college van burgemeester en schepenen heeft in vergadering van 29.10.2025 de omgevingsvergunning OMV_2025108773 (1050) afgeleverd voor het plaatsen van een elektriciteitscabine.
Financiële gevolgen
Ontvangst van €1450
Alle kosten m.b.t. het opstellen en verlijden van de akte zijn ten laste van Fluvius
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de verkoop aan Fluvius van de percelen grond met een oppervlakte van 29 m², gelegen te Alken, Leemkuilstraat, 2e Afdeling Sie E nrs 450/C2-ex en 444/C2-ex volgens bijgevoegd plan met gereserveerde precad nummers: 73302E1095BP0000 en 73302E1095AP000.
Artikel 2: De verkoopprijs is vastgesteld op 1450 euro.
Artikel 3: Alle kosten m.b.t. het opstellen en verlijden van de verkoopakte zijn ten laste van Fluvius.
Artikel 4: Dienst Vastgoedtransacties van de Vlaamse Overheid, wordt aangesteld voor het opstellen en verlijden van de verkoopakte.
Artikel 5: Zodra de akte ontvangen wordt van de dienst Vastgoedtransacties, zal deze ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Zitting van 15 07 2026
Omgevingsvergunning 1112
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een terrasoverkapping ingediend door Kristof Penxten wonende te Begonialaan 8 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Begonialaan 8, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 1059 D. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Kristof Penxten wonende te Begonialaan 8 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Begonialaan 8
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 1059D
|
Projectnaam: | Begonialaan 8 - Penxten Kristof
|
Dossiernummer: | 202645
|
Intern dossiernummer: | 1112
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026022189
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een terrasoverkapping
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het plaatsen van een terrasoverkapping
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan Hasselt-Genk woonuitbreidingsgebieden. (K.B. De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend 3/04/1979) bestemd - voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Overwegende dat het goed ligt in het RUP Langveld goedgekeurd op 01.03.2007.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project de bouw van een terrasoverkapping betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is..
De verordening is niet van toepassing als het hemelwater op eigen terrein in de onverharde zone infiltreert zonder dat hiervoor een afvoersysteem moet worden aangelegd, dakgoten en standpijpen uitgezonderd.
De onverharde zone moet een minimale oppervlakte hebben van een vierde van de afwaterende oppervlakte
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 2 mei 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 21 mei 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 22 juni 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 1059 D
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 21.08.2013 een stedenbouwkundige vergunning (6082) voor het bouwen van 14 sociale halfopen en gesloten ééngezinswoningen werd verleend door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst zijn bestaande ééngezinswoning uit te breiden met een terrasoverkapping. De woning is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Begonialaan, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand.
De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande, gesloten en halfopen eengezinswoningen. Huidige woning maakt deel uit van een sociaal woonproject waarbij er in 2013 een vergunning werd verleend voor de realisatie van 14 sociale ééngezinswoningen in halfopen en gesloten vorm.
Het bestaande hoofdvolume blijft volledig behouden er wordt enkel aan de achterzijde van de woning een nieuwe terrasoverkapping voorzien.
De overkapping is van aluminium met gehard glazen dak, tuinzijde met glazen schuifwanden, zijde Begonialaan 10 met zicht remmende sandwichpanelen op 0.50m van de erfgrens, zijde Begonialaan 6 met 50% zicht remmende sandwichpanelen en 50% glazen schuifwanden op meer dan 2.00m van de erfgrens. De maximale hoogte is 3.00m tegen de woning en 2.50m aan de tuinzijde, dus het dak heeft een valpercentage van 12.5%.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in regel met het geldende RUP.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 21 mei 2026 | 27 mei 2026 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 21 mei 2026 | 28 mei 2026 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 21 mei 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de provincie Limburg afdeling Waterbeheer. Op 27 mei 2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2026N168332 - 2026 – 0817 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
De aanvraag werd op 21 mei 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering De Herk. Op 28 mei 2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen via een mededeling op het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van het RUP Langveld goedgekeurd op 01.03.2007 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. § 2.3° van de codex verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies onder volgende voorwaarden:
De voorwaarden uit het advies van de provincie Limburg afdeling Waterbeheer dd.27 mei 2026 met ref. 2026N168332 - 2026 – 0817 na te leven :
• Het dakwater van de terrasoverkapping moet oppervlakkig afwateren in de eigen achtertuin.
• Het dakwater mag niet afgeleid worden naar de buurpercelen.
• Het dakwater mag niet op een riolering aangesloten worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 01/07/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Kristof Penxten wonende te Begonialaan 8 te 3570 Alken, het plaatsen van een terrasoverkapping, gelegen Begonialaan 8, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 1059 D voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
- De voorwaarden uit het advies van de provincie Limburg afdeling Waterbeheer dd.27 mei 2026 met ref. 2026N168332 - 2026 – 0817 na te leven :
• Het dakwater van de terrasoverkapping moet oppervlakkig afwateren in de eigen achtertuin.
• Het dakwater mag niet afgeleid worden naar de buurpercelen.
• Het dakwater mag niet op een riolering aangesloten worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 15 07 2026
Omgevingsvergunning 1113
Aanvraag omgevingsvergunning over: de regularisatie van het verwijderen van kleine landschapselementen (in perceelsafspanning) ingediend door Jan Berden wonende te Eikenbosweg 7 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Kruisstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 318 C, (afd. 1) sectie H 321 H en (afd. 1) sectie H 321 D. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvrager(s): | Berden Jan wonende te Eikenbosweg 7 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Kruisstraat zn. te 3570 Alken
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie H nrs. 321/D, 321/H en 318/C
|
Projectnaam: | Kruisstraat zn - Jan Berden
|
Dossiernummer: | 202646
|
Intern dossiernummer: | 1113
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026054915
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject
|
Datum aanvraag:
| 3/05/2026 |
1.b. Omschrijving aanvraag
Regularisatie van een vegetatiewijziging voor het verwijderen van vegetatie in een perceelsafspanning.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
De aanvraag ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het gemeentebestuur blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
///
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Milieu:
Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
● Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 03/05/2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 11/06/2026 |
Opening openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Afsluiten openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Niet van toepassing |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 30/06/2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie H, nrs. 321/D, 321/H en 318/C
● Niet van toepassing
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De regularisatie van het verwijderen van kleine landschapselementen in de periode van 7/04/2026-15/04/2026 op de perceelsafsluiting op het perceel te Alken, 2de afdeling, Sectie H, nummers 321/D, 321/H en 318/C. Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft is gelegen in agrarisch gebied. De Kruisstraat is een gemeentelijke weg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand. De vegetatie is onderdeel van een klein landschapselementen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), deelruimte vochtig Haspengouw.
De aanvraag is niet gelegen in een Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied of een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied).
Het perceel werd gekarteerd in de Biologische waarderingskaart (versie 2) als biologisch minder waardevol met een soortenarm permanent cultuurgrasland (hp) en een hoogstamboomgaard (kj).
Verantwoording van de aanvraag:
Aanwezige vegetatie (bramen, enkele individueel gegroeide meidoornen en enkele spontaan gegroeide jonge essenbomen waarvan velen al stervende/afgestorven door ziekte) en perceelsafsluiting tussen beide percelen werd voor deze aanvraag reeds verwijderd.
Deze vegetatie heeft kunnen groeien doordat de strook onder de perceelafsluiting niet werd gemaaid/onderhouden/gebruikt door beide perceeleigenaars.
Nadat perceel 73001H0318/00C000 recent werd aangekocht, werd deze vegetatie en de perceelafsluiting verwijderd om dit perceel toe te voegen aan het aangrenzend perceel in eigendom (links), zodat dit een groter geheel werd en beter te bewerken als akkerland. De verwijdering is reeds gebeurd.
De aanvrager neemt volgende maatregelen om de negatieve effecten op de natuur te verminderen of te herstellen:
Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur. De aanvrager doet een compensatievoorstel voor het aanplanten van een nieuwe haag (rode lijn op luchtfoto) en het herstellen van de verwilderde haag langs de straatkant (gele lijn), o.a. door het dichten van gaten met nieuw plantsoen. Aanplanten nieuwe haag en herstelmaatregelen haag aan de straatzijde zijn gepland in de winter van 2026-2027.
2.c. Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Agentschap voor Natuur en Bos | 11/06/2026 | 26/06/2026 | Voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 11/06/2026 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Op 26/06/2026 werd een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht met volgende motivatie:
Bespreking aanvraag
Wij hebben uw vraag om advies voor het rooien van een houtkant/haag te Kruisstraat zn., 3570 Alken goed ontvangen. De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 26-207874.
Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad.
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
● Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De aanvraag wordt gunstig geadviseerd, mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
● de zorgplicht, zoals opgelegd in art. 14 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997.
● de bepalingen inzake het tegengaan van vermijdbare schade, zoals opgelegd in art. 16 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997.
● De hagen worden aangeplant volgens het plan uit de aanvraag.
Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mail adres van AVES.
Wij brengen verder geen schriftelijk advies uit.
Het Agentschap wenst een afschrift van de vergunning te krijgen.
Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos wordt bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
2.g. Beoordeling
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De aanvraag handelt over het verwijderen van vegetatie in een perceelafspanning.
● Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.
● Mobiliteitsaspect: De impact op de mobiliteit wordt ingeschat als minimaal. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt door de werken en moet het nodige doen om dit teniet te doen, mocht dit toch voorvallen.
● Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: Het aanplanten van een nieuwe haag en het herstellen van een reeds bestaande haag is passend in deze omgeving.
● Visueel-vormelijke elementen: Het verwijderen van de vegetatie heeft enkele visueel – vormelijke gevolgen. Er wordt opgelegd dat de aanvrager compensatie van dit groenelement moet voorzien door het aanplanten van de voorgestelde compensatie.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Bodemreliëf: Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving
Conclusie:
De aanvraag ingediend door Berden Jan voor het regulariseren van het verwijderen van vegetatie op het perceel gelegen te Kruisstraat zn. te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie H nrs. 321/D, 321/H en 318/C 460C wordt gunstig geadviseerd met volgende voorwaarden:
● de zorgplicht, zoals opgelegd in art. 14 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997.
● de bepalingen inzake het tegengaan van vermijdbare schade, zoals opgelegd in art. 16 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997.
● De hagen worden aangeplant volgens het plan uit de aanvraag.
● Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mail adres van AVES.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 15/07/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Jan Berden wonende te Eikenbosweg 7 te 3570 Alken, de regularisatie van het verwijderen van kleine landschapselementen (in perceelsafspanning), gelegen Kruisstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 318 C, (afd. 1) sectie H 321 H en (afd. 1) sectie H 321 D voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De zorgplicht, zoals opgelegd in art. 14 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997.
● De bepalingen inzake het tegengaan van vermijdbare schade, zoals opgelegd in art. 16 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997.
● De hagen worden aangeplant volgens het plan uit de aanvraag.
● Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mail adres van AVES.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 15 07 2026
Omgevingsvergunning 1117 - Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt. Het betreft een aanvraag over: het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 3 & 4). De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Klameerstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 859 G.
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 3 & 4) ingediend door Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Klameerstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 859 G. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Klameerstraat zn.
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 859G
|
Projectnaam: | Klameerstraat zn (lot 3 & 4) - GM woningen
|
Dossiernummer: | 202652
|
Intern dossiernummer: | 1117
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026060659
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 3 & 4)
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen de agrarische gebieden enkel mogen bevatten, de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in het geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
- .
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V701 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 19.11.2025.
Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V701 d.d. 19.11.2025 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt ongeveer 90,71m² voor de woning links en ongeveer 91,6m² voor de rechter woning. Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 7 500 liter voor de linker woning en 7 500 liter voor de rechter woning die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 2 870 liter voor de linker woning met een infiltratieoppervlakte van 10,06 m² en 2 300 liter voor de rechter woning en een infiltratieoppervlakte van 9,12m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, een wasmachine en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit door middel van een karrenspoor, een tuinpad en een zone voor de standplaats van de wagens. Ook wordt er aan de achterzijde aansluitend aan de woningen een terras voorzien in tegels, deze verharding loopt af naar de achterliggende tuinzone. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 11 mei 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 juni 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 7 juli 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 859 G
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Er werd een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen op 19 november 2025 voor het verkavelen van een perceel grond in 6 loten halfopen bebouwing met ref. V701 (OMV_2025090657).
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van 2 ééngezinswoningen in halfopen bebouwing op de loten 3 en 4 van de verkaveling V701 d.d. 19.11.2025.
Deze loten zijn gelegen langs een uitgeruste gemeenteweg, zijnde de Klameerstraat, een weg in asfalt. De straat wordt gekenmerkt door eengezinswoningen in open en halfopen bebouwing, hoeves en landbouwactiviteiten in een landelijke omgeving. De percelen situeren zich op het einde van de Klameerstraat in verbinding met de Hoogsimsestraat. De loten 3 en 4 grenzen aan de voorzijde aan de Klameerstraat en situeren zich in het midden van de verkaveling waarbij de andere loten nog onbebouwd zijn.
Voorgestelde woningen worden voorzien binnen het voorgestelde bouwkader volgens de verkaveling waarbij de voorgevel komt op ongeveer 10m van de voorliggende rooilijn, de linker woning springt een 20cm in ten aanzien van de bouwlijn. Er blijft een afstand tussen de zijgevel van de woning en de perceelsgrens behouden van 3m70 zowel voor de linker- als de rechterwoning. De woningen hebben een diepte van respectievelijk 13m op het gelijkvloers niveau en een diepte van 11m op de verdieping gemeten vanaf de goedgekeurde bouwlijn volgens de verkaveling. Het betreft een landelijk ontwerp afgewerkt met een schilddak waarvan de kroonlijst komt op een hoogte van 5m50 en de nok op ongeveer 10m50. De woningen worden per bouwblok ingepland op max. 80cm boven de as van de weg volgens de peilen aangegeven op het terreinprofiel.
Het project wordt opgetrokken in traditionele bouwstijl waarbij het gevelmetselwerk wordt voorzien in een witte gevelsteen gecombineerd met een houten gevelbekleding en een zwart aluminium buitenschrijnwerk. De dakafwerking wordt voorzien door middel van rood/bruine dakpannen en zwart zinken regenwaterafvoeren.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in overeenstemming met de geldende voorschriften van de verkaveling V701 d.d. 19.11.2025.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 3 juni 2026 | 17 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 3 juni 2026 | 4 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Interne Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Bert Penxten | 3 juni 2026 | 4 juni 2026 | Voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 03.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator. Op 17.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000130687 ontvangen. Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 03.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Op 04.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 03.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de technische dienst, gemeente Alken. Op 04.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket, zijnde:
Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig.
Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius). Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van de geldende verkaveling V701 d.d. 19.11.2025 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 17.06.2026 met ref. 5000130687dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de technische dienst dient strikt nageleefd te worden. Zijnde:
○ Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig
○ Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius)
● Het advies van de Watergroep d.d. 04.06.2026 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning en aan te sluiten op de aanpalende percelen zoals voorzien op de plannen (terreinprofiel).
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 15/07/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt, het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 3 & 4), gelegen Klameerstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 859 G .
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 17.06.2026 met ref. 5000130687dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de technische dienst dient strikt nageleefd te worden. Zijnde:
○ Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig
○ Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius)
● Het advies van de Watergroep d.d. 04.06.2026 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning en aan te sluiten op de aanpalende percelen zoals voorzien op de plannen (terreinprofiel).
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 15 07 2026
Omgevingsvergunning 1118
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 2 & 3) en de inbuizing van een gracht ingediend door Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hoogsimsestraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 864 K, (afd. 2) sectie F 864 H, (afd. 2) sectie F 864 E en (afd. 2) sectie F 864/2 A. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Hoogsimsestraat zn.
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nrs. 864K, 864H, 864E en 864/2 A
|
Projectnaam: | Hoogsimsestraat zn - GM Woningen
|
Dossiernummer: | 202654
|
Intern dossiernummer: | 1118
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026060910
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 2 & 3) en de inbuizing van een gracht
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen
● De inbuizing van een gracht
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen de agrarische gebieden enkel mogen bevatten, de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in het geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
- .
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V702 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 19.11.2025.
Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V702 d.d. 19.11.2025 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt ongeveer 106,76m² voor de woning links en ongeveer 107,85m² voor de rechter woning. Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 7 500 liter voor de linker woning en 7 500 liter voor de rechter woning die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 2 710 liter met een infiltratieoppervlakte van 9,46 m² voor beide woningen. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, een wasmachine en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit door middel van een karrenspoor, een tuinpad en een zone voor de standplaats van de wagens. Ook wordt er aan de achterzijde aansluitend aan de woningen een terras voorzien in tegels, deze verharding loopt af naar de achterliggende tuinzone. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 18 mei 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 juni 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 7 juli 2025 |
1.f. Historiek
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Er werd een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen op 19 november 2025 voor het verkavelen van een perceel grond in 4 loten halfopen bebouwing en 1 lot open bebouwing met ref. V702 (OMV_2025092288).
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van 2 ééngezinswoningen in halfopen bebouwing op de loten 3 en 4 van de verkaveling V702 d.d. 19.11.2025.
Deze loten zijn gelegen langs een uitgeruste gemeenteweg, zijnde de Hoogsimsestraat, een weg in asfalt. De straat wordt gekenmerkt door eengezinswoningen in open en halfopen bebouwing, hoeves en landbouwactiviteiten in een landelijke omgeving. De percelen situeren zich op het einde van de Hoogsimsestraat in verbinding met de Klameerstraat. De loten 2 en 3 grenzen aan de voorzijde aan de Hoogsimsestraat en situeren zich in het midden van de verkaveling waarbij de andere loten nog onbebouwd zijn.
Voorgestelde woningen worden voorzien binnen het voorgestelde bouwkader volgens de verkaveling waarbij de voorgevel komt op ongeveer 11m van de voorliggende rooilijn. Er blijft een afstand tussen de zijgevel van de woning en de perceelsgrens behouden van 3m zowel voor de linker- als de rechterwoning. De woningen hebben een diepte van respectievelijk 17m op het gelijkvloers niveau en een diepte van 12m op de verdieping gemeten vanaf de goedgekeurde bouwlijn volgens de verkaveling. Het betreft een landelijk ontwerp afgewerkt met een schilddak waarvan de kroonlijst komt op een hoogte van 5m25 en de nok op ongeveer 10m40. De woningen worden per bouwblok ingepland op max. 10cm boven de as van de weg volgens de peilen aangegeven op het terreinprofiel.
Het project wordt opgetrokken in traditionele bouwstijl waarbij het gevelmetselwerk wordt voorzien in een witte gevelsteen gecombineerd met een houten gevelbekleding en een zwart aluminium buitenschrijnwerk. De dakafwerking wordt voorzien door middel van een donker kleurige dakpan en zwart zinken regenwaterafvoeren.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in overeenstemming met de geldende voorschriften van de verkaveling V702 d.d. 19.11.2025.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 3 juni 2026 | 17 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 3 juni 2026 | 4 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Interne Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Bert Penxten | 3 juni 2026 | 4 juni 2026 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 03.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator. Op 17.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000130685 ontvangen. Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 03.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Op 04.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 03.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de technische dienst, gemeente Alken. Op 04.06.2026 werd er een gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van de geldende verkaveling V702 d.d. 19.11.2025 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 17.06.2026 met ref. 5000130685 dienen opgevolgd te worden.
● Het gunstig advies van de technische dienst dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de Watergroep d.d. 04.06.2026 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning en aan te sluiten op de aanpalende percelen zoals voorzien op de plannen (terreinprofiel).
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 15/07/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt, het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 2 & 3) en de inbuizing van een gracht, gelegen Hoogsimsestraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 864 K, (afd. 2) sectie F 864 H, (afd. 2) sectie F 864 E en (afd. 2) sectie F 864/2 A .
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 17.06.2026 met ref. 5000130685 dienen opgevolgd te worden.
● Het gunstig advies van de technische dienst dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de Watergroep d.d. 04.06.2026 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning en aan te sluiten op de aanpalende percelen zoals voorzien op de plannen (terreinprofiel).
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 15 07 2026
Omgevingsvergunning V706 voor het verkavelen van gronden - Kenneth Menten namens GEOKANTOOR MENTEN BV gevestigd te Leemkuilstraat 108 te 3570 Alken. Het betreft een aanvraag over: verkavelen van 1 lot open bebouwing. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Snoekstraat 51, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 613 L.
Aanvraag omgevingsvergunning over: verkavelen van 1 lot open bebouwing ingediend door Kenneth Menten namens GEOKANTOOR MENTEN BV gevestigd te Leemkuilstraat 108 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Snoekstraat 51, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 613 L. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Kenneth Menten namens GEOKANTOOR MENTEN BV gevestigd te Leemkuilstraat 108 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Snoekstraat 51
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 613L
|
Projectnaam: | Snoekstraat 51 - landmeter Menten
|
Dossiernummer: | 20264
|
Intern dossiernummer: | V706
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026050824 |
Type dossier: | Verkaveling |
1.b. Omschrijving aanvraag
Het verkavelen van 1 lot open bebouwing
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of niet-vervallen verkaveling.
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Onder verwijzing naar artikel 1.3.1.1 van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid van 30/11/2018 werd voor deze aanvraag tot een omgevingsvergunning onderzocht of er een schadelijk effect door de werken en/of exploitatie wordt veroorzaakt.
Watertoets:
De voorliggende aanvraag betreft de realisatie van 1 lot open bebouwing met een beperkte oppervlakte. Echter gezien het perceel gesitueerd is binnen een pluviaal overstromingsgevoelig gebied werd er advies gevraagd aan de dienst waterlopen, provincie Limburg. Op 22.05.2026 verleende de dienst waterlopen, provincie Limburg een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2026N168161 - 2026 – 0772.
Het kritisch overstromingspeil wordt bepaald op niveau 42,70 m TAW.
Referentiepeilen in TAW zijn weergegeven op het verkavelingsplan en de terreinsnedes.
Er mag gebouwd worden omdat er geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het watersysteem voor zover voldaan wordt aan de onderstaande VOORWAARDEN:
● Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn.
= 42,70 m TAW + 10 cm
= 42,80 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
Ter hoogte van terreinsnede 1 wordt het vloerpeil 30 cm boven de weg voorzien.
Ter hoogte van terreinenede 2 wordt het vloerpeil 39 cm boven de weg voorzien.
Het niveau van het vloerpeil cfr. de terreinsnedes = ±42,88 m TAW.
Dit is voldoende hoog boven de weg en bijgevolg overstromingsveilig.
● Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het overstromingsveilig vloerpeil.
● Doervoeren van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.
● Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.
● Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
● Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden.
● Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
● Ophoging van het perceel moet beperkt blijven tot hetgeen voorzien is op de plannen.
Milieu:
///
Natuur:
De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een “Ramsar”-gebied of vogelbeschermingsgebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 79/409/EEG van 02.04.1979).
De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een habitatrichtlijngebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 92/43/EEG van 21.05.1992)
De aangevraagde werken zullen geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone veroorzaken.
Algemene bepalingen inzake milieubeleid (MER)
Het ingediende dossier bevat een m.e.r.-screeningsnota over het project.
Uit deze nota kan worden afgeleid dat het project geen nadelige milieueffecten tot gevolg heeft; er zijn geen gevolgen voor de mensen, fauna en flora en monumenten en landschappen. De argumenten van de aanvrager inzake de effecten op de omgeving kunnen worden gevolgd. Hieruit kan afgeleid worden dat er geen significante of aanzienlijke milieugevolgen verwacht worden door de uitvoering van het project. Gezien het om een woonproject gaat dat geen ongebruikelijke impact heeft op zijn omgeving, kan de m.e.r.-screeningsnota worden bijgetreden.
Hieruit blijkt dat de opmaak van een MER niet nodig is en dat er geen betekenisvolle milieueffecten te verwachten zijn, zowel in aanlegfase als exploitatiefase.
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 17 april 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 11 mei 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 21 mei 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 19 juni 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 8 juli 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 613 L
De woning dateert van 1968 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 09/03/1966 een stedenbouwkundige vergunning (0358) voor bouwen woonhuis werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het betreft de realisatie van een verkaveling voor 1 lot open bebouwing.
De aanvraag is gelegen aan een gewestweg, zijnde de Snoekstraat, dewelke voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open en halfopen ééngezinswoningen. Het perceel is gesitueerd op de hoek van de Snoekstraat en de Poelgoedstraat. Op het perceel situeert zich een open bebouwing aan de rechterzijde. Aan de linkerzijde grenst het perceel aan de Poelgoedstraat. Achterliggend situeert zich de woning Poelgoedstraat 6, zijnde een open bebouwing De omliggende bebouwingen verschillen zowel in jaar van opbouw als in bouwstijl.
Het betreft hier de verdeling van een kadastraal perceel waarbij de tuinzone van de woning Snoekstraat 51 wordt afgesplitst voor de realisatie van een nieuw lot voor open bebouwing gericht naar de Snoekstraat met een oppervlakte van 5a95.
De bouwzone voor het nieuwe lot wordt voorzien op ongeveer 8m vanaf de rooilijn met de voorliggende weg en op 3m van de zijdelingse perceelsgrens rechts en 5m van de rooilijn met de Poelgoedstraat. Het nieuw gevormde lot heeft een perceelsbreedte op de bouwlijn van ongeveer 18m21. De bouwbreedte voor dit perceel komt hierdoor op ongeveer 10m21 rekening houdend met de zijdelingse bouwvrije zijtuinstrook aan weerszijden. Er wordt een bouwdiepte voorzien van 16m op het gelijkvloers niveau en 12m op de verdieping waarbij er nog een vrije tuinzone overblijft aan de achterzijde van de woning van ongeveer 10m tot aan de achterste perceelsgrens. Gezien de diagonale ligging van deze perceelsgrens zal deze aan de linkerzijde zelfs ruimer zijn.
De voorschriften voorzien in grote lijnen volgende bebouwingsmogelijkheden:
* Hoofdbestemming
Grondgebonden open ééngezinswoning
* Stedenbouwkundige voorschriften:
- Bouwdiepte op het gelijkvloers niveau 16m en de verdieping 12m
- Dak: hellend of plat dak
- Kroonlijsthoogte: 6m
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in overeenstemming met de geldende voorschriften van het gewestplan, zijnde woongebied met landelijk karakter.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 11 mei 2026 | 20 mei 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 11 mei 2026 | 1 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 11 mei 2026 | 22 mei 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 11 mei 2026 | 12 mei 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Omgevingsloket Wyre | 11 mei 2026 | 13 mei 2026 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 11.05.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. Op 20.05.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. AV/719/2026/00335 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 11.05.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator. Op 01.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000129140 ontvangen. Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 11.05.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg. Op 22.05.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen met ref.. 2026N168161 - 2026 – 0772. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 11.05.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Op 12.05.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 11.05.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Wyre. Op 13.05.2026 werd er een gunstig advies ontvangen. Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 21 mei 2026 tot 19 juni 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 21.05.2026 tot en met 19.06.2026.
Er werden geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- functionele inpasbaarheid: Gelet op zijn conformiteit met het geldende gewestplan is voorliggende verkaveling functioneel aanvaardbaar. De bestemmingsvoorschriften blijven ongewijzigd t.o.v. het geldende gewestplan en er is rekening gehouden met de bestaande omliggende bebouwingen.
- mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit er wordt een mogelijkheid voorzien op het eigen perceel voor het stallen van voertuigen.
- schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft een verkaveling waarbij er 1 lot voor open bebouwing wordt gecreëerd. De voorschriften voorzien een mogelijkheid tot bouwen die gebruikelijk is voor gelijkaardige percelen in een gelijkaardige context en kan bijgevolg ter plaatse aanvaard worden. Binnen de voorschriften werd er dan ook rekening gehouden met de inplanting, het volume en bouwdiepte van de omliggende woningen Het perceel is voldoende ruim om in een dergelijke bebouwing te kunnen voorzien waarbij er voldoende rekening kan gehouden worden met de privacy van de aanpalende percelen en het voorzien van een groen- en tuinaanleg op het eigen terrein.
- visueel-vormelijke elementen: Het bestaande verkavelingsontwerp en de voorschriften zijn in harmonie en sluiten aan bij de bestaande bebouwingen in de omgeving. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de variatie aan bouwtypes.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.
- het bodemreliëf: bij de realisatie van de verkaveling zullen er geen reliëfwijzigingen gebeuren. Bij de realisatie van het ontwerp voor de bebouwing van deze percelen zal het bestaande reliëf zoveel als mogelijk dienen behouden te blijven en dienen de eventuele wijzigingen beperkt te blijven.
- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren verkaveling en het realiseerbare bouwvolume geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde perceelsindeling is voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. Er wordt een voldoende ruime afstand gerespecteerd ten opzichte van de vrijblijvende perceelsgrenzen om een onaanvaardbare schaduw- of privacyhinder te vermijden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze verkaveling. De goede ruimtelijke ordening van de plaats komt niet in het gedrang. Voorgestelde verkaveling alsook de voorgestelde voorschriften kunnen derhalve qua vorm en afmetingen ter plaatse aanvaard worden. Het ontwerp voldoet aan de vigerende normen en de algemene stedenbouwkundige voorschriften, waardoor het aanvaardbaar is voor wat betreft de beschouwde beoordelingscriteria.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende opschortende voorwaarden:
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● Het lot 1 wordt uit de verkaveling gesloten gezien dit perceel zijn bestemming reeds heeft verkregen door de oprichting van de woning Snoekstraat 51.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst Waterlopen, provincie Limburg d.d. 22.05.2026 met ref.. 2026N168161 - 2026 – 0772 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van het Agentschap Wegen en Verkeer d.d. 20.05.2026 met ref. AV/719/2026/00335 dient strikt nageleefd te worden, zijnde:
○ Indien het perceel grenst aan een weg van lagere categorie, dient de toegang daar te worden voorzien, eveneens zo ver mogelijk verwijderd van het kruispunt.
● Het advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 12.05.2026 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 01.06.2026 met ref. 5000129140 dient strikt te worden nageleefd.
● Het advies van Wyre d.d. 13.05.2026 dient nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 15/07/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Kenneth Menten namens GEOKANTOOR MENTEN BV gevestigd te Leemkuilstraat 108 te 3570 Alken, verkavelen van 1 lot open bebouwing, gelegen Snoekstraat 51, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 613 L te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● Het lot 1 wordt uit de verkaveling gesloten gezien dit perceel zijn bestemming reeds heeft verkregen door de oprichting van de woning Snoekstraat 51.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de dienst Waterlopen, provincie Limburg d.d. 22.05.2026 met ref.. 2026N168161 - 2026 – 0772 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van het Agentschap Wegen en Verkeer d.d. 20.05.2026 met ref. AV/719/2026/00335 dient strikt nageleefd te worden, zijnde:
○ Indien het perceel grenst aan een weg van lagere categorie, dient de toegang daar te worden voorzien, eveneens zo ver mogelijk verwijderd van het kruispunt.
● Het advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 12.05.2026 dient strikt nageleefd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 01.06.2026 met ref. 5000129140 dient strikt te worden nageleefd.
● Het advies van Wyre d.d. 13.05.2026 dient nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Verval van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 102.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij geen nieuwe wegen worden aangelegd of het tracé van bestaande gemeentewegen niet moet worden gewijzigd, verbreed of opgeheven, vervalt van rechtswege als:
1° binnen een termijn van vijf jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar of de vestiging van erfpacht of opstalrecht ten aanzien van ten minste één derde van de kavels;
2° binnen een termijn van tien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot dergelijke registratie ten aanzien van ten minste twee derde van de kavels.
Voor de toepassing van het eerste lid:
1° wordt met verkoop gelijkgesteld: de nalatenschapsverdeling en de schenking, met dien verstande dat slechts één kavel per deelgenoot of begunstigde in aanmerking komt;
2° komt de verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar, of de vestiging van erfpacht of opstalrecht van de verkaveling in haar geheel niet in aanmerking;
3° komt alleen de huur die erop gericht is de huurder te laten bouwen op het gehuurde goed in aanmerking.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met verkoop gelijkgesteld.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij nieuwe wegen worden aangelegd of waarbij het tracé van bestaande gemeentewegen gewijzigd, verbreed of opgeheven wordt, vervalt van rechtswege als:
1° binnen een termijn van vijf jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot de oplevering van de onmiddellijk uit te voeren lasten of tot het verschaffen van waarborgen betreffende de uitvoering van deze lasten op de wijze, vermeld in artikel 75;
2° binnen een termijn van tien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de in paragraaf 1 vermelde rechtshandelingen ten aanzien van ten minste één derde van de kavels;
3° binnen een termijn van vijftien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de in paragraaf 1 vermelde rechtshandelingen ten aanzien van ten minste twee derde van de kavels.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met verkoop gelijkgesteld.
§ 3. Als de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, worden de termijnen van verval, vermeld in de paragrafen 1 tot en met 2, gerekend per fase. Voor de tweede en volgende fasen worden de termijnen van verval dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de betrokken fase.
§ 4. Het verval, vermeld in paragraaf 1 en 2, 2° en 3°, geldt slechts ten aanzien van het niet bebouwde, verkochte, verhuurde of aan een erfpacht of opstalrecht onderworpen gedeelte van de verkaveling.
§ 5. Onverminderd paragraaf 4, kan het verval van rechtswege niet worden tegengesteld aan personen die zich op de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden beroepen als zij kunnen aantonen dat de overheid na het verval en ten aanzien van een of meer van hun kavels binnen de verkaveling, wijzigingen aan deze omgevingsvergunning heeft toegestaan of stedenbouwkundige of bouwvergunningen of stedenbouwkundige attesten heeft verleend in zoverre deze door de hogere overheid of de rechter niet onrechtmatig werden bevonden.
§ 6. De Vlaamse Regering kan maatregelen treffen aangaande de kennisgeving van het verval van rechtswege.
Artikel 103.
De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9, behoudens als de verkaveling in strijd is met een vóór de datum van de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden
Artikel 104.
Een verkavelaar kan eenzijdig afstand doen van de rechten die hij verkregen heeft uit de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, tenzij al een aanvang werd genomen met de verwezenlijking van deze omgevingsvergunning, hetzij door het stellen van een of meer rechtshandelingen, vermeld in artikel 102, § 1, hetzij door de uitvoering van de werken waaraan de afgifte van de omgevingsvergunning verbonden werd.
Aan het geheel van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden verzaakt door de eigenaar die alle kavels heeft verworven of in geval van akkoord van alle eigenaars, ongeacht of deze omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk verwezenlijkt is.
Een verzaking wordt per beveiligde zending gemeld aan het college van burgemeester en schepenen.
Beroep tegen beslissingen genomen in laatste administratieve aanleg – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 105.
§ 1. De uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunning, genomen in laatste administratieve aanleg, of de aktename of de niet-aktename van een melding, vermeld in artikel 111, kan bestreden worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de VCRO.
§ 2. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde.
De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.
Als de aanvraag overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld is, kan het betrokken publiek alleen een beroep instellen als hij tijdens het openbaar onderzoek een gemotiveerd standpunt, opmerking of bezwaar heeft ingediend, tenzij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° het beroep is ingegeven door een wijziging aan de vergunningsaanvraag, aangebracht na het openbaar onderzoek;
2° het beroep is ingegeven door:
a) een bijzondere milieuvoorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning, in het geval van een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;
b) een voorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning, in het geval van een andere omgevingsvergunning, dan de vergunning vermeld in punt a);
3° het betrokken publiek toont aan dat hij door specifieke omstandigheden in de onmogelijkheid was om een standpunt, opmerking of bezwaar in te dienen tijdens het openbaar onderzoek.
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, die nagelaten heeft een uitdrukkelijke beslissing te nemen in eerste administratieve aanleg, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden, behoudens overmacht.
§ 3. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening, voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.
§ 4. Elk van de personen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, kan in de zaak tussenkomen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 15 07 2026
OMV 1090 - Toepassen administratieve lus
Op 19/01/2026 werd er door United Experts in opdracht van Motmans Landbouwwerken een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor volgende werken:
- Te slopen (niet vergunde) stalling
- Te rooien boom
- Te regulariseren buitenpiste
- Nieuw te bouwen paardenstal
- Nieuw te plaatsen infiltratievoorziening
- Nieuw aan te leggen betonverharding
- Nieuw aan te leggen steenslagverharding
- Te regulariseren mestvaal
- Aanpassing milieuvergunning op een perceel gelegen Hameestraat 61, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 1063, 779/G, 778C, 778D, 779F, 1063E, 779B, 1063G, 778B, 1063H, 779H, 782A, 778/2 en 779E.
Tijdens de procedure zijn er enkele ongunstige adviezen binnengekomen waardoor er een aanpassing aan de plannen diende te gebeuren. Er dienen bijgevolg nieuwe adviezen gevraagd te worden alsook dient er een nieuw openbaar onderzoek gevoerd te worden.
Feiten en context
Op 19/01/2026 werd er door United Experts in opdracht van Motmans Landbouwwerken een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor volgende werken:
- Te slopen (niet vergunde) stalling
- Te rooien boom
- Te regulariseren buitenpiste
- Nieuw te bouwen paardenstal
- Nieuw te plaatsen infiltratievoorziening
- Nieuw aan te leggen betonverharding
- Nieuw aan te leggen steenslagverharding
- Te regulariseren mestvaal
- Aanpassing milieuvergunning op een perceel gelegen Hameestraat 61, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 1063, 779/G, 778C, 778D, 779F, 1063E, 779B, 1063G, 778B, 1063H, 779H, 782A, 778/2 en 779E.
Tijdens de procedure zijn er enkele ongunstige adviezen binnengekomen waardoor er een aanpassing aan de plannen diende te gebeuren. Er dienen bijgevolg nieuwe adviezen gevraagd te worden alsook dient er een nieuw openbaar onderzoek gevoerd te worden.
Juridische grond
Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en latere wijzigingen
Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.
Artikel 13 van Afdeling 6 Administratieve lus, van bovengenoemd omgevingsdecreet dat het volgende bepaalt:
“Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen."
De bevoegde overheid kan in voorkomend geval:
1° een nieuw openbaar onderzoek organiseren;
2° het advies van de adviesinstanties vermeld in artikel 24, artikel 42 of artikel 59, alsnog, dan wel een tweede keer inwinnen.”
- Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur: Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Om opnieuw een openbaar onderzoek te kunnen organiseren en opnieuw advies te vragen is het aangewezen een administratieve lus toe te passen zodat er een bijkomende termijn van 60 dagen voorzien wordt in de aanvraag.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de toepassing van de administratieve lus goed voor de omgevingvergunningsaanvraag OMV_2025118905, ingediend voor volgende werken:
- Te slopen (niet vergunde) stalling
- Te rooien boom
- Te regulariseren buitenpiste
- Nieuw te bouwen paardenstal
- Nieuw te plaatsen infiltratievoorziening
- Nieuw aan te leggen betonverharding
- Nieuw aan te leggen steenslagverharding
- Te regulariseren mestvaal
op een perceel gelegen Hameestraat 61, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 1063, 779/G, 778C, 778D, 779F, 1063E, 779B, 1063G, 778B, 1063H, 779H, 782A, 778/2 en 779E.
Zitting van 15 07 2026
OMV 1125 - Toepassen administratieve lus
Op 26/05/2026 werd er door mevrouw Lisa Vanceer en de heer Jorin Schepers een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning (zonevreemd) op een perceel gelegen Trepstraat 30, kadastraal gekend als Afd. 1 Sie A nr. 569/F. Voor deze aanvraag dient er een openbaar onderzoek gevoerd te worden. Echter werd deze affiche niet tijdig aangeplakt waardoor het openbaar onderzoek ongeldig is en opnieuw dient te gebeuren. Daarbij werd er nog een aanpassing aan de plannen doorgevoerd.
Feiten en context
Op 26/05/2026 werd er door mevrouw Lisa Vanceer en de heer Jorin Schepers een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning (zonevreemd) op een perceel gelegen Trepstraat 30, kadastraal gekend als Afd. 1 Sie A nr. 569/F. Voor deze aanvraag dient er een openbaar onderzoek gevoerd te worden. Echter werd deze affiche niet tijdig aangeplakt waardoor het openbaar onderzoek ongeldig is en opnieuw dient te gebeuren. Daarbij werd er ook nog een aanpassing aan de plannen doorgevoerd.
Juridische grond
Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en latere wijzigingen
Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.
Artikel 13 van Afdeling 6 Administratieve lus, van bovengenoemd omgevingsdecreet dat het volgende bepaalt:
“Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen."
De bevoegde overheid kan in voorkomend geval:
1° een nieuw openbaar onderzoek organiseren;
2° het advies van de adviesinstanties vermeld in artikel 24, artikel 42 of artikel 59, alsnog, dan wel een tweede keer inwinnen.”
- Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur: Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Er dient een administratieve lus toegepast te worden zodat er een termijn van 60 dagen toegevoegd wordt aan de aanvraag en er een nieuw openbaar onderzoek georganiseerd kan worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de toepassing van de administratieve lus goed voor de omgevingvergunningsaanvraag OMV_2026065225, ingediend voor de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning (zonevreemd) op een perceel gelegen Trepstraat 30 kadastraal gekend als Afd. 1 Sie A nr. 569/F
Zitting van 15 07 2026
Opstart beleidsplan Ruimte Alken
Binnen het meerjarenplan en de visie van het bestuur is er voorzien dat er een nieuw beleidsplan Ruimte voor de gemeente Alken zal worden opgemaakt.
De gemeente Alken wenst de procedure voor de opmaak van het beleidsplan aanvatten.
Feiten en context
Binnen het meerjarenplan en de visie van het bestuur is er voorzien dat er een nieuw beleidsplan Ruimte voor de gemeente Alken zal worden opgemaakt.
Juridische grond
VCRO artikel 2.1.1 tot 2.1.13 ; 2.2.3 ; 2.2.7 ; 2.212 ; 2.2.16 ; 2.2.18 ; 2.2.23
De Vlaamse Regering keurde op 30 maart 2018 het besluit goed met de uitvoeringsregels voor ruimtelijke beleidsplannen
Adviezen
Advies Gecoro 3 juni 2026
De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) werd gevraagd om een advies te formuleren over de opstart van het beleidsplan Alken en te werken rond de thema’s Wonen, Werken en Water.
Op 3 juni 2026 werd er een verenigde adviesraad bijeengeroepen waarbij toelichting werd gegeven over de opstart van het beleidsplan Alken door schepen Andres Lesire. Na de voorstelling beraadslaagde de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening over dit project en formuleerde volgend advies:
‘De Gecoro is van mening dat de benadering van de schepen rond de thema’s Wonen, Werken en Water zeer goed is als strategisch uitgangspunt. In het beleidsplan moet zeker en vast ook rekening worden gehouden met volgende thema’s:
● Mobiliteit
● Open ruimte en de kwaliteit van de inrichting van de groene ruimte
● Verduurzaming van de ruimte waaronder ook de industriezone door vergroening en hernieuwbare energie
● Ontharden
● Afbakening kernen
● Verweving landbouw en natuur
● Herinrichting van de openbare ruimte in Terkoest met de nodige aandacht voor de groene ruimte die daar nu reeds aanwezig is en het vergroenen van de publieke ruimte.
Binnen het aspect wonen is betaalbaar wonen ook een belangrijk aspect. Echter moet verdichting op kwalitatieve manier gebeuren in de visie van Alken. Ook moet de stationsbuurt en de visie hierrond meegenomen worden.
De bestaande studies, zoals het hemelwater- en droogteplan, het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan, het lokaal uitgiftebeleid, enz , moeten in de nieuwe studieopdracht zeker en vast worden meegenomen . Het beleidsplan moet geen samenvatting van deze studies worden, maar kan vertrekkend ervan een beknopte originele visie uitwerken, rekening houdend met nieuwe maatschappelijk noden en dat rond de drie voorgestelde thema’s.
Belangrijk echter is ook de problematiek van de mobiliteit en van het water (wateroverlast) transversaal te bekijken. Elke ingreep op de openbare ruimte (woningbouw, industrieterreinen, enz.) heeft impact op deze problematiek.’
Argumentatie
Het beleidsplan ruimte legt de langetermijnvisie en ambities van een gemeente vast op het vlak van ruimtelijke ordening. Het is de opvolger van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.
Veel gemeenten botsen vandaag op de beperkingen die voortvloeien uit hun ruimtelijk structuurplan, zo ook onze gemeente. (cfr. uitspraak Raad van State naar aanleiding van het RUP Sport- en recreatievelden)
De ruimte staat ook veel meer onder druk dan pakweg tien jaar geleden. Nieuwe uitdagingen – klimaatverandering, verdichting, vergroening, mobiliteit, woningnood ... – vragen om een nieuwe, toekomstgerichte visie rond hoe we onze kostbare ruimte duurzaam willen benutten.
De procedure die je moet doorlopen om zo’n plan op te maken, is wettelijk vastgelegd en omvat meerdere stappen. Voorbereidend onderzoek, overleg, participatie en publieke raadpleging zijn daarin cruciale elementen. (zie ook folder in bijlage)
Een ruimtelijk beleidsplan is opgebouwd uit een strategische visie en een set van beleidskaders. De strategische visie omvat een toekomstbeeld en een overzicht van belangrijke beleidsopties op lange termijn (strategische doelstellingen). Beleidskaders zijn operationeel van aard en hebben een kortere looptijd. Beleidskaders kunnen apart worden herzien, zelfs opgeheven. Het ruimtelijk beleid kan zo flexibel inzetten op een selectieve set van belangrijkste beleidsonderwerpen
Volgende aspecten wensen wij hierbij in acht te nemen:
De toewijzing zal gebeuren op volgende wijze:
40% prijs
60% Inhoudelijk traject en methodologie
- Kwaliteit en samenstelling van het team en affiniteit met de gemeente Alken (15%)
- Kwaliteit van het voorgestelde traject en methodiek (30%)
- Participatie en communicatie (15%)
Het beleidsplan Alken dient volgende punten te bevatten:
Financiële gevolgen
Er werden budgetten voorzien voor de raamovereenkomst op volgende MJP: AC000046 -- We stellen een beleidsplan ruimte voor het grondgebied van Alken op -- WLIZ -
- MJP000388 -- Plannen en studies - Beleidsplan ruimte
Besluit
Artikel 1: het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de opstart van de
raamovereenkomst voor de uitwerking van een beleidsplan Ruimte Alken en de verdere
uitwerking door de administratie. (dienst omgeving en dienst overheidsopdrachten)
Artikel 2: het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de uitwerking van het
beleidsplan Ruimte Alken met volgende onderdelen:
● Procesnota
● Conceptnota
● Strategische visie
● vooronderzoek beleidskader kernversterking/wonen/sociaal wonen
● een beleidskader wonen
● een beleidskader Werken (economische ruimte, landbouw, ...)
● een beleidskader Water (Water, open ruimte, droogte, ...)
● Strategische Plan-MER
Artikel 3: Het bestek/dossier mag op de gemeenteraad geagendeerd worden voor de opmaak van het beleidsplan Ruimte Alken.
Zitting van 15 07 2026
Plaatsing/vervanging elektriciteitscabines
Fluvius maakt melding van de plaatsing/vervanging van elektriciteitscabines op volgende locaties:
1) Ter hoogte van Klameerstraat 86 staat een cabine van Fluvius
De cabine is echter aan vervanging toe waardoor Fluvius ze uit dienst zal nemen, leegmaken en volledig verwijderen.
Op dezelfde locatie zal een nieuwe betonnen prefab cabine komen zoals reeds gekend.
Fluvius is eigenaar van dit perceel
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003
De aanpalende eigenaar werd via mail op de hoogte gebracht van deze vervanging.
2) Op 11.03.2026 werd een verkavelingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen, waarbij op lot 14 de oprichting van een elektriciteitscabine voorzien is in de Hameestraat, ter hoogte van huisnummer 31.
Fluvius zal dit perceel kopen van de huidige eigenaar.
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003
3) Op 19.11.2025 werd een verkavelingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen, waarbij op lot 7 de oprichting van een elektriciteitscabine voorzien is in de Hoogsimsestraat ter hoogte van huisnummer 69.
Fluvius zal dit perceel kopen van de huidige eigenaar.
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003
Er werd een haag voorzien zijdelings en achteraan de cabine.
Feiten en context
Fluvius maakt melding van de plaatsing/vervanging van elektriciteitscabines op volgende locaties:
1) Ter hoogte van Klameerstraat 86 staat een cabine van Fluvius
De cabine is echter aan vervanging toe waardoor Fluvius ze uit dienst zal nemen, leegmaken en volledig verwijderen.
Op dezelfde locatie zal een nieuwe betonnen prefab cabine komen.
Fluvius is eigenaar van dit perceel
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003
De aanpalende eigenaar werd via mail op de hoogte gebracht van deze vervanging.
2) Op 11.03.2026 werd een verkavelingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen, waarbij op lot 14 de oprichting van een elektriciteitscabine voorzien is in de Hameestraat, ter hoogte van huisnummer 31.
Fluvius zal dit perceel kopen van de huidige eigenaar.
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003
3) Op 19.11.2025 werd een verkavelingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen, waarbij op lot 7 de oprichting van een elektriciteitscabine voorzien is in de Hoogsimsestraat ter hoogte van huisnummer 69.
Fluvius zal dit perceel kopen van de huidige eigenaar.
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003
Er werd een haag voorzien zijdelings en achteraan de cabine.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De vervanging van een elektriciteitscabine (dossier onder 1)) is vrijgesteld van een omgevingsvergunning ex. art. 8.1 en 8.2 Vrijstellingenbesluit, dewelke respectievelijk bepalen:
Artikel 8.1.
Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de herinrichting van de volgende al dan niet omheinde terreinen, als er geen overdekte constructies, groter dan 100 vierkante meter of gebouwen, groter dan 40 vierkante meter opgericht worden en als de herinrichting eigen is aan de functie van het terrein :
1° openbare begraafplaatsen,
2° openbare parken, openbare groenzones en publiek toegankelijke dierentuinen;
3° al dan niet openbare terreinen voor recreatie;
4° openbaar spoorwegdomein, als het aantal sporen niet vermeerderd wordt of als het om de herinrichting van sporen binnen bestaande spoorbundels gaat;
4°/1 openbare carpoolparkings, park-and-ride parkings en Hoppinpunten;
5° sportterreinen;
6° terreinen voor waterzuivering, met inbegrip van de installaties;
7° terreinen met ondergrondse of bovengrondse installaties voor de productie, het transport en de distributie van drinkwater, elektriciteit of aardgas;
8° luchthavens als de start- of landingsbaan niet gewijzigd wordt.
9° dienstenzones langs autosnelwegen.
Artikel 8.2.
De vrijstelling, vermeld in artikel 8.1, geldt alleen als de handelingen voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° de bestaande terreinen, gebouwen, constructies en verhardingen zijn hoofdzakelijk vergund of vergund geacht;
2° het terrein wordt niet uitgebreid en de bestaande buffer- en groenzones rond het terrein blijven behouden;
3° er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging uitgevoerd;
4° de handelingen betreffen niet het slopen of verwijderen van gebouwen, met uitzondering van het slopen of verwijderen, vermeld in hoofdstuk 13;
5° de handelingen zijn niet gesitueerd in ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van parkgebied;
6° de handelingen gaan niet gepaard met een ontbossing, een aanmerkelijke reliëfwijziging of een wijziging van waterlichamen;
7° het hemelwater dat op de gebouwen, constructies en verhardingen valt, wordt niet afgevoerd van het eigen terrein.
De plaatsing van de cabines (onder dossier 2) en 3)) zijn opgenomen in de respectievelijke verkavelingsvergunningen en zijn bovendien expliciet vrijgesteld van een omgevingsvergunning ex. art. 11.1 Vrijstellingenbesluit, hetgeen bepaalt:
Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor door de overheid of in opdracht van de overheid geplaatste kleinschalige technische infrastructuur, om gegevens over gezondheids-, milieu- of veiligheidsaspecten te verzamelen of bekend te maken. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor technische constructies van algemeen belang als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de maximale hoogte is beperkt tot vijf meter boven het maaiveld;
2° het maximale bovengrondse volume is beperkt tot:
a) dertig kubieke meter op privaat domein. De vrijstelling geldt niet in gebieden die erkend zijn als werelderfgoed of die in de bufferzone van het werelderfgoed liggen conform artikel 11 van de overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld, opgemaakt in Parijs op 16 november 1972 en wanneer de constructie zich op minder dan 30 meter bevindt van gebouwen die opgenomen zijn in de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, vermeld in artikel 4.1.1. van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, maar die niet beschermd zijn;
b) zestig kubieke meter op openbaar domein.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verklaart zich akkoord met de vervanging van de elektriciteitscabine in de Klameerstraat ter hoogte van huisnummer 86, de plaatsing van een cabine in de Hameestraat ter hoogte van huisnummer 31 en de plaatsing van een cabine in de Hoogsimestraat ter hoogte van huisnummer 69 en dit met volgende specificaties:
1) Vervanging elektriciteitscabine er hoogte van Klameerstraat 86:
Op dezelfde locatie zal een nieuwe betonnen prefab cabine komen.
Fluvius is eigenaar van dit perceel.
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003.
De aanpalende eigenaar wordt op de hoogte gebracht van de vervanging.
2) Op 11.03.2026 werd een verkavelingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen, waarbij op lot 14 de oprichting van een elektriciteitscabine voorzien is in de Hameestraat, ter hoogte van huisnummer 31.
Fluvius zal dit perceel kopen van de huidige eigenaar.
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003
3) Op 19.11.2025 werd een verkavelingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen, waarbij op lot 7 de oprichting van een elektriciteitscabine voorzien is in de Hoogsimsestraat ter hoogte van huisnummer 69.
Fluvius zal dit perceel kopen van de huidige eigenaar.
Constructie <30m³ op privaat domein.
Cabinekleur is groen RAL 6003.
Zitting van 15 07 2026
Klacht ABB: Hameestraat
Besluit
Zitting van 15 07 2026
WIL project Langveld: vraag tot omzetten 10 koopwoningen in 10 huurwoningen
Besluit
Zitting van 15 07 2026
Bosonderhoud bij Kozenbeek door Bosgroep Limburg vzw 2026
Bosgroep Limburg vzw volgt het bos langs de Kozenbeek op. Karlien Moeys deed op 2 juli 2026 een terreinbezoek aan de percelen kadastraal gekend als afd. 1, sectie K, nrs. 99, 100, 103, 111A en 114. Zij stelt voor om de wildbescherming weg te halen (zwarte flexguard netjes). Er liggen er veel los doorheen het bos, wat we natuurlijk willen vermijden aangezien ze van plastic zijn en degene die nog rond de (al volgroeide) bomen zitten zullen beginnen vastgroeien in de bodem.
Verder werd er ook in perceel 111a en 103 in 2024 nog bij aangeplant met vnl. Europese vogelkers met ijzeren boompjes als wildbescherming. Helaas zijn degene die ze daarvan terugvond allemaal dood. Volgens haar gaat daar niet snel iets aanslaan aangezien het al erg donker begroeid is met Hazelaar en Kornoelje. Een heraanplant heeft dus geen zin. De ijzeren boompjes kunnen gerecupereerd worden en ergens anders ingezet worden. Dit wordt geschat op een halve dag werk voor hun ploeg, en kost € 300.
Feiten en context
Bosgroep Limburg vzw volgt het bos langs de Kozenbeek op. Karlien Moeys deed op 2 juli 2026 een terreinbezoek aan de percelen kadastraal gekend als afd. 1, sectie K, nrs. 99, 100, 103, 111A en 114. Zij stelt voor om de wildbescherming weg te halen (zwarte flexguard netjes). Er liggen er veel los doorheen het bos, wat we natuurlijk willen vermijden aangezien ze van plastic zijn en degene die nog rond de (al volgroeide) bomen zitten zullen beginnen vastgroeien in de bodem.
Verder werd er ook in perceel 111a en 103 in 2024 nog bij aangeplant met vnl. Europese vogelkers met ijzeren boompjes als wildbescherming. Helaas zijn degene die ze daarvan terugvond allemaal dood. Volgens haar gaat daar niet snel iets aanslaan aangezien het al erg donker begroeid is met Hazelaar en Kornoelje. Een heraanplant heeft dus geen zin. De ijzeren boompjes kunnen gerecupereerd worden en ergens anders ingezet worden. Dit wordt geschat op een halve dag werk voor hun ploeg, en kost € 300.
Juridische grond
Het decreet lokaal bestuur, in het bijzonder art. 41 5°, van 22 december 2017;
Het bosdecreet van 13 juni 1990.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Wildbescherming dient tijdig te worden verwijderd om vervuiling van het bos tegen te gaan. Het beheeradvies van de bosgroep kan dus best gevolgd worden.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 300 |
| MJP001219 |
Datum visumaanvraag: | / | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | / | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de Overeenkomst Projecten Bosbeheer - GROEP II van de coöperatieve van de Limburgse Bosgroepen cv in opdracht van Bosgroep Limburg vzw goed. De overeenkomst omvat het uitvoeren van bosonderhoud in het bos langs de Kozenbeek, kadastraal gekend als afd. 1, sectie K, nrs. 99,100,103,111A en 114. Het nodige budget van € 300 is voorzien op MJP001219.
Zitting van 15 07 2026
Bosonderhoud Hulzen door Bosgroep Limburg vzw 2026
Op 6 augustus 2025 werd het bosonderhoud door Bosgroep Limburg van het bos gelegen Hulzenveldstraat z/n, op het perceel kadastraal gekend als afd. 1, sectie K, nr. 474B goedgekeurd. In bijlage de overeenkomst voor het bosonderhoud 2025.
Op 2 juli ging Karlien Moens van de Bosgroep op controle en zag dat maaien tussen de aangeplante bomen nodig is. Ze schat in dat dit een halve dag werk is voor hun ploeg, dit kost € 300.
Feiten en context
Op 6 augustus 2025 werd het bosonderhoud door Bosgroep Limburg van het bos gelegen Hulzenveldstraat z/n, op het perceel kadastraal gekend als afd. 1, sectie K, nr. 474B goedgekeurd. In bijlage de overeenkomst voor het bosonderhoud 2025.
Op 2 juli ging Karlien Moens van de Bosgroep op controle en zag dat maaien tussen de aangeplante bomen nodig is. Ze schat in dat dit een halve dag werk is voor hun ploeg, dit kost € 300.
Juridische grond
Het decreet lokaal bestuur, in het bijzonder art. 41 5°, van 22 december 2017;
Het bosdecreet van 13 juni 1990.
Het besluit van 6 augustus 2025 betreffende het bosonderhoud door Bosgroep Limburg vzw.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Zoals beslist op 6 augustus 2025 voert de Bosgroep Limburg het bosonderhoud uit voor het bos aan de Hulzenveldstraat.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 300 |
| MJP001219 |
Datum visumaanvraag: | / | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | / | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de Overeenkomst Projecten Bosbeheer - GROEP II van de coöperatieve van de Limburgse Bosgroepen cv in opdracht van Bosgroep Limburg vzw goed. De overeenkomst omvat het uitvoeren van bosonderhoud in het nieuw aangeplant bos in de Hulzen, kadastraal gekend als afd. 1, sectie K, nr. 474B. Het nodige budget van € 300 is voorzien op MJP001219.
Zitting van 15 07 2026
Burgemeesterbesluit acuut gevaar
Besluit
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.