Zitting van 22 04 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 15.04.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 15.04.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 15.04.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 22 04 2026
Aanvraag bestuurderspas individueel bezoldigd personenvervoer
Gemeente Alken ontving op 3 april 2026 een aanvraag voor een bestuurderspas individueel bezoldigd personenvervoer (taxi/VVB). De aanvraag werd ingediend door Dhr. Lodewijk Geboers via de Vlaamse taxidatabank Centaurus2020.
Feiten en context
Gemeente Alken ontving op 3 april 2026 een aanvraag voor een bestuurderspas individueel bezoldigd personenvervoer (taxi/VVB).
De aanvraag werd ingediend door Dhr. Lodewijk Geboers via de Vlaamse taxidatabank Centaurus2020.
Juridische grond
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;
Adviezen
De gunstige resultaten van het onderzoek waartoe de aanvraag aanleiding gaf
Argumentatie
Betrokkene wenst een bestuurderspas voor individueel bezoldigd personenvervoer te ontvangen.
Financiële gevolgen
De retributie voor een bestuurderspas voor taxibestuurders (individueel bezoldigd personenvervoer) bedraagt 25 euro in 2026. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en is een eenmalige kost bij afhaling van de pas, die 5 jaar geldig is.
Besluit
Artikel 1: Op basis van de ontvangen bewijsstukken keurt het college van burgemeester en schepenen de aanvraag voor het ontvangen van een bestuurderspas voor individueel bezoldigd personenvervoer goed en gaat over tot het afleveren van deze bestuurderspas.
Zitting van 22 04 2026
Uitnodiging viering Ferm
Besluit
Zitting van 22 04 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de 2e kraan die op het Laagdorp werd opgebouwd voor het bouwen van 2 bruggen, waarna de Grote Herk kan opengelegd worden.
Zitting van 22 04 2026
Verbindingsriolering Pleinstraat 22.828A. Besprekingsvergadering verslag nr. 19 d.d. 25.03.2026.
Besluit
Zitting van 22 04 2026
Belastingkohier reclamedrukwerk - Maart 2026
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand februari 2026 bedraagt 4.196,13 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand februari 2026 bedraagt 4.196,13 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
4.196,13 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand februari 2026 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 4.196,13 euro.
Zitting van 22 04 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 22 04 2026
Kredietverschuiving
Het gemeentebestuur neemt deel aan het project “ een centraal beheerd camerasysteem”
van Fluvius Limburg. Het is aangewezen om het centraal beheerd camerasysteem in Alken uit te breiden met elf vaste camera’s in domein Alken vallei in de strijd tegen lokale overlastfenomenen.
s-Lim diende een offerte in met volgende prijs voor de investeringskosten: € 94.360,18 excl.
btw of € 114.175,82 incl. btw. De betaling van de investeringskost zal voor een bedrag van € 94.404,21 incl. btw gebeuren via verrekeningsrechten S-lim en voor een bedrag van € 19.771,61 incl. btw eigen middelen (MJP000401). Voor de boekhoudkundige verwerking moeten er wel kredieten voorzien worden voor het volledige bedrag, maar momenteel staat er maar € 102.252 op MJP000401. Aan het college wordt goedkeuring gevraagd voor een verschuiving van € 11.924 van MJP000327 (Wegen - Hameestraat) naar MJP000401 (Installatie, machines en uitrusting - Aankoop materialen ifv openbare orde en veiligheid (oa infocar, software voor opvolging beelden camera's, trajectcontrole, ANPRcamara's,...)).
Feiten en context
Het gemeentebestuur neemt deel aan het project “een centraal beheerd camerasysteem” van Fluvius Limburg. Het is aangewezen om het centraal beheerd camerasysteem in Alken uit te breiden met elf vaste camera’s in domein Alken vallei in de strijd tegen lokale overlastfenomenen.
s-Lim diende een offerte in met volgende prijs voor de investeringskosten: € 94.360,18 excl. btw of € 114.175,82 incl. btw. De betaling van de investeringskost zal voor een bedrag van € 94.404,21 incl. btw gebeuren via verrekeningsrechten S-lim en voor een bedrag van € 19.771,61 incl. btw eigen middelen (MJP000401). Voor de boekhoudkundige verwerking moeten er wel kredieten voorzien worden voor het volledige bedrag, maar momenteel staat er maar € 102.252 op MJP000401.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2020 waarin de regels met betrekking tot de kredietverschuivingen en de kredietbewaking beschreven staan.
Adviezen
Voorstel tot kredietverschuiving van € 11.924 van MJP000327 (Wegen - Hameestraat) naar MJP000401 (Installatie, machines en uitrusting - Aankoop materialen ifv openbare orde en veiligheid (oa infocar, software voor opvolging beelden camera's, trajectcontrole, ANPR-camara's, ...))
Argumentatie
Het gemeentebestuur neemt deel aan het project “ een centraal beheerd camerasysteem” van Fluvius Limburg. Het is aangewezen om het centraal beheerd camerasysteem in Alken uit te breiden met elf vaste camera’s in domein Alken vallei in de strijd tegen lokale overlastfenomenen.
s-Lim diende een offerte in met volgende prijs voor de investeringskosten: € 94.360,18 excl. btw of € 114.175,82 incl. btw. De betaling van de investeringskost zal voor een bedrag van € 94.404,21 incl. btw gebeuren via verrekeningsrechten S-lim en voor een bedrag van € 19.771,61 incl. btw eigen middelen (MJP000401). Voor de boekhoudkundige verwerking moeten er wel kredieten voorzien worden voor het volledige bedrag, maar momenteel staat er maar € 102.252 op MJP000401.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de kredietverschuiving goed van € 11.924 van de MJP000327 naar de MJP000401.
Zitting van 22 04 2026
Ambulante handel Sint Joris - aanpassing locatie
Op het college van burgemeester en schepenen van 11 februari 2026 werd volgende aanvraag tot ambulante handel werd goedgekeurd: De heer Sterken Geert met handelszaak Esma-service, Leeuwerweg 12 te 3800 Sint-Truiden met ondernemingsnummer BE0740.604.995 voor het bekomen van een standplaats voor een mobiele foodtruck van 8 x 2.5 m voor de ambulante verkoop van frieten en snacks langs de openbare weg ter hoogte van de Eduard Dompasstraat aan de kerk en dit op volgende dagen van de week: woensdag van 13 uur tot 22 uur.
Na bespreking en opmeting ter plaatse was de eigenaar vragende partij om de locatie te verschuiven naar de parking voor de ingang van de kerk (zie foto 'optie 2' en 'locatie 2'). Dit omwille van veiligheidsredenen omdat er tegenover een weg (ruisenburgstraat) uitkomt en de klanten dan aan deze kruising staan aan te schuiven. De nieuwe locatie is dan wel wat minder zichtbaar, maar wel veel veiliger. Verder zijn er geen bezwaren voor deze verschuiving.
De parking is eigendom van het gemeentebestuur, maar de kerkfabriek wordt hiervan wel op de hoogte gebracht.
Feiten en context
Op het college van burgemeester en schepenen van 11 februari 2026 werd volgende aanvraag tot ambulante handel werd goedgekeurd: De heer Sterken Geert met handelszaak Esma-service, Leeuwerweg 12 te 3800 Sint-Truiden met ondernemingsnummer BE0740.604.995 voor het bekomen van een standplaats voor een mobiele foodtruck van 8 x 2.5 m voor de ambulante verkoop van frieten en snacks langs de openbare weg ter hoogte van de Eduard Dompasstraat aan de kerk en dit op volgende dagen van de week: woensdag van 13 uur tot 22 uur.
Na bespreking en opmeting ter plaatse was de eigenaar vragende partij om de locatie te verschuiven naar de parking voor de ingang van de kerk (zie foto 'optie 2' en 'locatie 2'). Dit omwille van veiligheidsredenen omdat er tegenover een weg (ruisenburgstraat) uitkomt en de klanten dan aan deze kruising staan aan te schuiven. De nieuwe locatie is dan wel wat minder zichtbaar, maar wel veel veiliger. Verder zijn er geen bezwaren voor deze verschuiving.
De parking is eigendom van het gemeentebestuur, maar de kerkfabriek wordt hiervan wel op de hoogte gebracht.
Juridische grond
De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten;
Het decreet van 24 februari 2017 tot wijziging van artikelen 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993;
Het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2017 houdende de wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2006;
Het gemeentelijk reglement ambulante activiteiten goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 april 2022;
Het belastingreglement inname gemeentelijk domein goedgekeurd door de gemeenteraad op 22 december 2022;
Volgens beide reglementen is standgeld verschuldigd voor inname van niet vooraf bepaalde plaatsen op het gemeentelijk domein door ambulante handel;
De aanvrager, voldoet voor deze verkoop langs de openbare weg aan de wettelijk voorgeschreven bepalingen (ondernemingsnummer, machtiging ambulante handelsactiviteiten, registratie FAVV, …);
Het artikel 135 van de nieuwe gemeentewet;
De openbare orde en veiligheid;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Aangezien huidige aanvraag voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het reglement inname gemeentelijk domein en alle documenten zijn bezorgd, wordt er toestemming verleend aan:
De heer Sterken Geert met handelszaak Esma-service, Leeuwerweg 12 te 3800 Sint-Truiden met ondernemingsnummer BE0740.604.995 voor het bekomen van een standplaats voor een mobiele foodtruck van 8 x 2.5 m voor de ambulante verkoop van frieten en snacks langs de op de parking aan de kerk van Sint Joris, langs de Sint Jorisstraat en dit op volgende dagen van de week: woensdag van 13 uur tot 22 uur.
Financiële gevolgen
Retributie van €5 per week in het voordeel van Gemeente Alken.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent de machtiging aan de heer Sterken Geert met handelszaak Esma-service, Leeuwerweg 12 te 3800 Sint-Truiden met ondernemingsnummer BE0740.604.995 voor het bekomen van een standplaats voor een mobiele foodtruck van 8 x 2.5 m voor de ambulante verkoop van frieten en snacks op de parking van de kerk van Sint Joris, langs de Sint Jorisstraat en dit op volgende dagen van de week: woensdag van 13 uur tot 22 uur.
Artikel 2: Deze vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur en volgens het reglement ambulante handel op openbaar domein is er een retributie van toepassing.
Artikel 3: Deze vergunning wordt verleend zolang de desbetreffende machtiging geldt. Van zodra er iets wijzigt, dient deze machtiging herbekeken te worden.
Artikel 4: De vergunninghouder moet het afval in en rond de kraam opruimen en verwijderen.
Artikel 5: Het afleveren van deze vergunning heft de eerder afgeleverde vergunning dd 11.02.2026 op.
Artikel 6: Afschrift van deze beslissing over te maken aan de aanvrager en de lokale politie.
Zitting van 22 04 2026
Verkeersregeling kermis/avondmarkt mei 2026
Tijdens het eerste weekend van mei gaat de jaarlijkse kermis en avondmarkt door. Hierdoor is het aangewezen volgende verkeersregeling uit te werken:
Voor de kermis die doorgaat op 1, 2, 3 en 4 mei 2026:
● Parkeerverbod en afsluiten Laagdorp: vanaf woe 29/04 om 13u tot di 05/05 om 14u
● Afsluiten Dorpsstraat tijdens de opbouw en de openingsuren van de kermis, zijnde: woe 29/04 van 13u - 20u, vrij 01/05 van 14u - 01u, zat 02/05 van 15u - 01u, zon 03/05 van 14u - 24u en ma 04/05 (omwille van de avondmarkt reeds) vanaf 12u - 24u.
● Een omleiding wordt voorzien.
Voor de avondmarkt die doorgaat op 4 mei 2026:
● Parkeerverbod en afsluiten van de straat op ma 04/05 van 12u tot 24u op een gedeelte van de Hoogdorpsstraat (tussen het Lambrechtsplein en de Dorpsstraat), het kerkplein en een gedeelte van de Dorpsstraat (tussen het kruispunt met de Ridderstraat/Grootstraat) tot aan het Laagdorp.
● Parking 't Kapittel blijft bereikbaar.
● Een omleiding wordt voorzien.
N.a.v. de opmerking in 2025 over de verkeersregeling van de avondmarkt heeft de ambtenaar lokale economie Sally d'Or geïnformeerd over bovenstaande verkeersregeling.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregelingen.
Feiten en context
Tijdens het eerste weekend van mei gaat de jaarlijkse kermis en avondmarkt door. Hierdoor is het aangewezen volgende verkeersregeling uit te werken:
Voor de kermis die doorgaat op 1, 2, 3 en 4 mei 2026:
● Parkeerverbod en afsluiten Laagdorp: vanaf woe 29/04 om 13u tot di 05/05 om 14u
● Afsluiten Dorpsstraat tijdens de opbouw en de openingsuren van de kermis, zijnde: woe 29/04 van 13u - 20u, vrij 01/05 van 14u - 01u, zat 02/05 van 15u - 01u, zon 03/05 van 14u - 24u en ma 04/05 (omwille van de avondmarkt reeds) vanaf 12u - 24u.
● Een omleiding wordt voorzien.
Voor de avondmarkt die doorgaat op 4 mei 2026:
● Parkeerverbod en afsluiten van de straat op ma 04/05 van 12u tot 24u op een gedeelte van de Hoogdorpsstraat (tussen het Lambrechtsplein en de Dorpsstraat), het kerkplein en een gedeelte van de Dorpsstraat (tussen het kruispunt met de Ridderstraat/Grootstraat) tot aan het Laagdorp.
● Parking 't Kapittel blijft bereikbaar.
● Een omleiding wordt voorzien.
N.a.v. de opmerking in 2025 over de verkeersregeling van de avondmarkt heeft de ambtenaar lokale economie Sally d'Or geïnformeerd over bovenstaande verkeersregeling.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregelingen.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van De Lijn
Gunstig advies van de politie
Gunstig advies van AWV (afdeling Wegen en Verkeer)
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Tijdens het eerste weekend van mei gaat de jaarlijkse kermis en avondmarkt door. Hierdoor is het aangewezen volgende verkeersregeling uit te werken:
Voor de kermis die doorgaat op 1, 2, 3 en 4 mei 2026:
● Parkeerverbod en afsluiten Laagdorp: vanaf woe 29/04 om 13u tot di 05/05 om 14u
● Afsluiten Dorpsstraat tijdens de opbouw en de openingsuren van de kermis, zijnde: woe 29/04 van 13u - 20u, vrij 01/05 van 14u - 01u, zat 02/05 van 15u - 01u, zon 03/05 van 14u - 24u en ma 04/05 (omwille van de avondmarkt reeds) vanaf 12u - 24u.
● Een omleiding wordt voorzien.
Voor de avondmarkt die doorgaat op 4 mei 2026:
● Parkeerverbod en afsluiten van de straat op ma 04/05 van 12u tot 24u op een gedeelte van de Hoogdorpsstraat (tussen het Lambrechtsplein en de Dorpsstraat), het kerkplein en een gedeelte van de Dorpsstraat (tussen het kruispunt met de Ridderstraat/Grootstraat) tot aan het Laagdorp.
● Parking 't Kapittel blijft bereikbaar.
● Een omleiding wordt voorzien.
Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregelingen.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht. Voor de kermis is dit de gemeente zelf, voor de avondmarkt is de marktkramersbond hiervoor verantwoordelijk.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 22 04 2026
Omgevingsvergunning 1092
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een omheining/poort ingediend door Cicek Büyük wonende te Broosveldstraat 12 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Broosveldstraat 12, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 178 D. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Cicek Büyük wonende te Broosveldstraat 12 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Broosveldstraat 12
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie C nr. 178D
|
Projectnaam: | Broosveldstraat 12 - Büyük Cicek
|
Dossiernummer: | 20269
|
Intern dossiernummer: | 1092
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026011523
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een omheining/poort
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het plaatsen van 2 poorten
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP. Het perceel is ook niet gelegen in een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling.
Het gewestplan blijft dus van toepassing voor dit perceel. Echter het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd opde eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, het plaatsen van 2 poorten betreft, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Er wordt geen wijziging gedaan aan de bebouwingsgraad of de ondergrond dus deze blijven ongewijzigd ten aanzien van de oorspronkelijke toestand waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 28 januari 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 5 maart 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 16 april 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie C 178 D
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 15/02/1978 een stedenbouwkundige vergunning (1526) voor het bouwen van een woning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag situeert zich aan een gemeentelijke weg, nl. de Broosveldstraat, die voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een landelijke omgeving gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen op ruime percelen, halfopen bebouwingen, bedrijfsgebouwen en landbouwgronden.
De aanvraag betreft het plaatsen van een open omheining met een hoogte van 1m80 en 2 gesloten poorten met een hoogte van 1m80 bij een open bebouwing.
De aanvrager wenst een omheining te realiseren tegen de roolijn in de voortuin. De poort heeft een breedte van 4m en sluit de inrit af. Deze komt tegen de perceelsgrens aan de linkerkant. Het tweede poortje heeft een breedte van 1m. De aanvraag bevat geen gegevens over afsluitingen op de zijdelingse perceelsgrens noch over verhardingen op het perceel.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet in strijd met de voorschriften van het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel. Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.’
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden gezien deze vallen onder de vereenvoudigde procedure.
Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB 1 bezwaarschrift/standpunt van de eigenaars van het aanpalende perceel ingediend.
Het te behandelen standpunt/bezwaarschrift handelt over:
De aangevraagde hoogte van 1,80 meter wijkt aanzienlijk af van de gangbare maximale hoogte van 1 meter voor afsluitingen in de voortuinzone. Wij kunnen niet akkoord gaan met deze afwijking om volgende redenen: • De Broosveldstraat wordt gekenmerkt door een open en landelijk straatbeeld met lage dichtheid, voornamelijk open en halfopen bebouwing en voortuinen met lage, groene aanplantingen. Een afsluiting van 1,80 meter staat haaks op deze ruimtelijke context en creëert een gesloten, afstandelijke en weinig sociaal aanvoelende omgeving.
De inrit van onze parking bevindt zich rechts op ons perceel. Een dergelijke hoge afsluiting belemmert het zicht bij het uitrijden aanzienlijk, wat een reëel risico inhoudt voor de verkeersveiligheid.
• De afsluiting zou niet alleen het zicht op de woning van de aanvrager beperken, maar ook op ons gebouw. Door deze hoogte verdwijnt ons architectenkantoor volledig uit het zicht van het verkeer dat de Broosveldstraat inrijdt vanaf de Stationsstraat, wat de voornaamste aanrijroute is voor ons cliënteel.
• Als architectenkantoor vormt ons gebouw een belangrijk uithangbord waarin wij aanzienlijk hebben geïnvesteerd. De zichtbaarheid ervan is essentieel voor onze professionele werking en het aantrekken van nieuwe klanten. Het is voor ons onaanvaardbaar dat dit zicht volledig wordt ontnomen door een afsluiting op het aanpalende perceel.
Behandeling van het bezwaarschrift:
Inzake verkeersveiligheid is de gesloten poort met een hoogte van 1m80 inderdaad hinderlijk bij het uitrijden van de inritten. omwille van de verkeersveiligheid is de hoogte van het vrijstellingenbesluit van 1m aangewezen als maximumhoogte.
Enkel de plannen zoals ze voorliggen kunnen voor vergunning in aanmerking komen. Elke wijziging die niet voldoet aan het vrijstellingenbesluit is onderdeel van een nieuwe vergunningaanvraag.
Het vrijstellingenbesluit stelt dat men vrijgesteld is van het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een plaatsen van een gesloten afsluiting met een max. hoogte van 1 meter. Men vreest dat de kleur te opvallend is. De aanvrager heeft deze omgevingsvergunning aangevraagd omdat hij afwijkt van hetgeen is toegelaten in het vrijstellingenbesluit op vlak van hoogte. Het vrijstellingenbesluit laat inderdaad enkel een gesloten omheining toe met een maximale hoogte van 1 meter in de voortuin. Huidige aanvraag betreft 2 aluminium poorten in antraciet kleur.
Het bezwaar is in zijn geheel ontvankelijk, en in de aangegeven mate gegrond
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: Functioneel is de voorgestelde aanvraag in regel met de geldende voorschriften. Het plaatsen van een omheining is functioneel aanvaardbaar.
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de mobiliteit. Echter komt de verkeersveiligheid wel in het gedrang gezien de zichtbaarheid bij het verlaten van de inritten van zowel het eigen perceel als dit van de buren ernstig belemmerd zal zijn bij het plaatsen van de dichte poort met een hoogte van 1m80 en een breedte van 4m.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op het ruimtegebruik en bouwdichtheid.
● Visueel-vormelijke elementen: Het plaatsen van een open omheining uit en 2 dichte antraciet kleurige aluminium poorten is niet uitzonderlijk qua materiaalgebruik.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf zal niet wijzigen.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De verkeersveiligheid komt ernstig in het gedrang door het afsluiten van de inrit met een dichte poort ter hoogte van de inritten.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Ongunstig advies voor:
Plaatsen dichte poort aan de inrit met een hoogte van 1m80 en een breedte van 4m.
Gunstig advies voor:
Plaatsen dichte poort met een breedte van 1m en een hoogte van 1m80 en het plaatsen van een open omheining van 1m80 in de voortuin ter hoogte van de rooilijn (de omheining is conform het vrijstellingenbesluit)
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 22/04/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Cicek Büyük wonende te Broosveldstraat 12 te 3570 Alken, het plaatsen van een omheining/poort, gelegen Broosveldstraat 12, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 178 D gedeeltelijk te vergunnen.
2. Het plaatsen van de dichte poort aan de inrit met een hoogte van 1m80 en een breedte van 4m wordt geweigerd.
3. Het plaatsen van de dichte poort met een breedte van 1m en een hoogte van 1m80 en het plaatsen van een open omheining van 1m80 in de voortuin ter hoogte van de rooilijn wordt vergund. (de omheining is conform het vrijstellingenbesluit)
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 22 04 2026
Omgevingsvergunning 1100
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een woning met carport ingediend door Alexander en Kelly Van Rompaey - De Houwer met als contactadres Sportstraat 1A bus 2.03 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Vinkenlaan 13, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 4064 S. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Alexander en Kelly Van Rompaey - De Houwer met als contactadres Sportstraat 1A bus 2.03 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Vinkenlaan 13
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 4064S
|
Projectnaam: | Vinkenlaan zn - Van Rompaey- De Houwer
|
Dossiernummer: | 202627
|
Intern dossiernummer: | 1100
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026029600
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een woning met carport
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het bouwen van een ééngezinswoning met carport
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk.(K.B.3/04/1979) – woonuitbreidingsgebieden.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het goed is gelegen binnen de contouren van het goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Kerkveld’, definitief aangenomen door de gemeenteraad op 25/02/2016. Voor de bewuste percelen gelden meer specifiek artikelnummer 3 – zone voor woonproject.
De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V658 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 16.09.2020 en gewijzigd op 30.06.2021 (V658bis).
Overwegende dat de voorschriften van het RUP Kerkveld en de verkaveling V658bis primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project het bouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 145,51m².. Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een infiltratie/buffer voorziening van 3 858,75 liter en een infiltratieoppervlakte van 11,025m², met een noodoverloop naar de openbare riolering. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine, een uitgietbak en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit door middel van een waterdoorlatende verharding, dat er een parkeerplaats langs de woning wordt voorzien door middel van grasdallen en dat er een terrasverharding eveneens in waterdoorlatende verharding zal worden aangelegd. Alle verhardingen worden aangeduid als zijnde waterdoorlatende verharding. Het hemelwater kan hierdoor rechtstreeks en/of langs de verharding op het eigen terrein infiltreren.
Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 13 maart 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 24 maart 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 16 april 2026 |
1.f. Historiek
Overwegende dat er op 16.09.2020 een verkavelingsvergunning (658) voor de realisatie van een nieuwe verkaveling aangaande 2 loten open bebouwing en 12 loten halfopen bebouwing werd verleend door het college van burgemeester en schepenen.
Overwegende dat deze verkaveling op 30.06.2021 werd gewijzigd met ref. V658bis.
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 4064 S
Er werd op 24.03.2021 een omgevingsvergunning afgeleverd voor de realisatie van 2 open ééngezinswoningen op de loten 83 en 84 door het college van burgemeester en schepenen. Echter deze vergunning werd tot op heden niet uitgevoerd en is derhalve vervallen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van een open eengezinswoning met carport.
De woning is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Vinkenlaan, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. Huidig perceel maakt deel uit van een uitbreiding van een verkaveling dewelke werd goedgekeurd voor het binnengebied gelegen in het verlengde van de Lijsterlaan en Merellaan. Het betreft lot 83 gesitueerd op het einde van de Vinkenlaan waarbij het perceel enerzijds grenst aan lot 82 en anderzijds aan de tuinzone van de woningen gesitueerd aan de Motstraat (66 tot 72).
De nieuwbouw woning wordt ingeplant op 3m15 van de rooilijn met de voorliggende weg zoals voorzien op het verkavelingsplan. Aan de linkerzijde van de woning wordt er een bouwvrije strook aangehouden van 3m04 en aan de rechterzijde komt de woning op min. 3m51 van de zijdelingse perceelsgrens.
Voorliggend ontwerp voorziet een hoofdvolume bestaande uit twee volwaardige bouwlaag afgewerkt met een plat dak met een hoogte van ongeveer 6m35. Het hoofvolume heeft een diepte van 13m05 op het gelijkvloers niveau en 10m50 op de verdieping gemeten vanaf de voorgevellijn. Er wordt een carport voorzien in de voortuinstrook/zijtuinstrook. Deze komt op 6m70 ten aanzien van de zijgevel van de woning en in het verlengde van de openbare weg, zijnde het doodlopende deel van de Vinkenlaan. Deze heeft een oppervlakte van 21m² en komt op 1m50 van lot 84 en min. 3m van de perceelsgrens met de tuinzone van de woningen aan de Motstraat.
De woning wordt opgetrokken in een lichte beige gevelsteen in combinatie met een bruin geprofileerde aluminium gevelbekleding. Voor het buitenschrijnwerk zullen eveneens aluminium profielen in een bruine tint gebruikt worden. De regenafvoeren en goten worden eveneens in een bruin gemoffeld aluminium uitgevoerd. De dakrand zal eveneens worden afgewerkt met een bruine aluminium dekrand.
De aanleg van het terrein zal ter hoogte van de realisatie van de woning licht aangevuld worden over een hoogte van 20cm ten aanzien van het bestaand maaiveld. De ophoging blijft echter beperkt en er zal in aansluiting met de aanpalende eigendommen op het zelfde niveau worden aangesloten.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende RUP Kerkveld en de verkaveling V658bis d.d. 30.06.2021.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 24 maart 2026 | 31 maart 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 24 maart 2026 | 25 maart 2026 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 24.03.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 31.03.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000125716 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 24.03.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep. Op 25.03.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van het geldende RUP Kerkveld en de verkaveling V658 bis d.d. 30.06.2021 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Het terrein dient aan te sluiten op het niveau van het aanpalende perceel, dit kan in samenspraak met de aanpalende eigenaar.
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 31.03.2026 met ref. 5000125716 dienen opgevolgd te worden.
● Het werfverkeer voor de ontwikkeling van het gebied Kerkveld dient te gebeuren langs de aansluiting met de Motstraat volgens het plan in bijlage van de vergunning.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 22/04/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Alexander en Kelly Van Rompaey - De Houwer met als contactadres Sportstraat 1A bus 2.03 te 3500 Hasselt, voor het bouwen van een woning met carport, gelegen Vinkenlaan 13, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 4064 S wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Het terrein dient aan te sluiten op het niveau van het aanpalende perceel, dit kan in samenspraak met de aanpalende eigenaar.
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 31.03.2026 met ref. 5000125716 dienen opgevolgd te worden.
● Het werfverkeer voor de ontwikkeling van het gebied Kerkveld dient te gebeuren langs de aansluiting met de Motstraat volgens het plan in bijlage van de vergunning.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 22 04 2026
Stedenbouwkundig attest 746
Op het college van 01/04/2026 werd dit stedenbouwkundig attest reeds geagendeerd. Echter werd er een administratieve vergissing vastgesteld. Er is namelijk voorzien om tegen Hameestraat nr. 22 aan te bouwen en niet nummer 18 zoals foutief omschreven in het stedenbouwkundig attest van 01/04/2026. Hiermee wordt deze vergissing rechtgezet.
Stedenbouwkundig attest 746 | GEMEENTE aLKEN 3570 |
|
|
|
Wat is de functie van dit attest?
Dit attest geeft aan of het overwogen project in redelijkheid de toets aan de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en een goede ruimtelijke ordening zal kunnen doorstaan. Het stedenbouwkundig attest kan niet leiden tot de vrijstelling een vergunningsaanvraag.
De bevindingen van het stedenbouwkundig attest kunnen bij het beslissende onderzoek over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning niet worden gewijzigd of tegengesproken, voor zover :
1° in de periode van gelding van het stedenbouwkundig attest geen sprake is van substantiële wijzigingen aan het betrokken terrein of wijzigingen van de stedenbouwkundige voorschriften of de eventuele verkavelingsvoorschriften ;
2° de verplicht in te winnen adviezen of de tijdens het eventuele openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen geen feiten of overwegingen aan het licht brengen waarmee bij de opmaak van het stedenbouwkundig attest geen rekening werd gehouden ;
3° het stedenbouwkundig attest niet is aangetast door manifeste materiële fouten.
Hoelang is het attest geldig?
Dit stedenbouwkundig attest blijft gedurende twee jaar geldig vanaf het moment van de uitreiking.
| Gegevens van de aanvrager |
De heer Danny Poelmans |
Sint-Maartenlaan 34 |
3550 Heusden-Zolder |
| Gegevens van het perceel |
Hameestraat 20 |
3570 Alken |
Afdeling 2 sectie F nrs. 312K4 en H4 |
| Ingewonnen adviezen |
Er werden in dit dossier geen adviezen ingewonnen.
| Standpunt van de attesterende overheid |
voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) + bepaling van het plan en de voorschriften die van toepassing zijn + eventuele uitzonderingsbepalingen
Ligging volgens de plannen van aanleg + bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een verkaveling met intern nummer 077 dd. 29/05/1968. De verkaveling is voor dit onbebouwde lot vervallen conform artikel 192.
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
Het goed is niet gelegen binnen de contouren van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan, noch binnen de grenzen van een gemeentelijk plan van aanleg.
Overwegende dat het goed niet gelegen is binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gelet op de het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, meerdere malen gewijzigd; Gelet op art. 192 van het hierboven vernoemd decreet waarin vermeld wordt dat er een melding moet gedaan worden bij het college van burgemeester en schepenen van de niet-bebouwde kavels, dewelke gelegen zijn in een vergunde niet-vervallen verkaveling daterend voor 22 december 1970; dat indien geen enkele eigenaar zich gemeld heeft bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van 90 dagen na 1 mei 2000 de verkavelingsvergunning voor de onbebouwde kavels definitief vervallen is;
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.b. andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
De voorliggende aanvraag heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen zoals vastgesteld in bovenvermelde regelgeving, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is, en dat de aanvraag derhalve volledig verenigbaar is met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Enkel door de toename van de verharde oppervlakte bij de bebouwing van deze percelen zal de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt worden; dit dient gecompenseerd te worden door de plaatsing van een hemelwaterput en de aanleg van een infiltratiezone bij de realisatie van een woning bij het verlenen van de omgevingsvergunning op deze percelen, overeenkomstig de normen vastgelegd in de geldende verordening. Binnen huidige aanvraag voor stedenbouwkundig attest kan bijgevolg geen beoordeling gebeuren van de toepassing van de hemelwaterverordening.
proces-verbaal van openbaar onderzoek
Niet van toepassing
beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag (+ eventueel historiek)
Historiek
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Ingediend ontwerp betreft een aanvraag voor een stedenbouwkundig attest aangaande twee percelen gesitueerd aan de Hameestraat kadastraal gekend als afdeling 2 Sie F nrs. 312K4 en H4.
Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Hameestraat. De Hameestraat is een gemeenteweg, die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving kenmerkt zich door eengezinswoningen in open en halfopen bouwvorm.
Het is de intentie binnen de aanvraag voor het stedenbouwkundig attest om een halfopen woning te bouwen in aansluiting op de woning met als huisnummer 22. Er wordt een hoofdvolume voorzien van 9m breed op 12m diep van 1 bouwlaag en hellend dak en aansluitend een achterbouw van 5m diep op 9m breed in 1 bouwlaag. En een bouwvrije zijtuinstrook rechts van min. 3m en aan de voorzijde blijft er een ruimte van 6m behouden ten aanzien van de voorliggende rooilijn.
De bouwzone wordt zo voorzien dat de woning aansluit met de woning op nr. 22
In grote lijnen kunnen volgende bebouwingsmogelijkheden:
* Hoofdbestemming
Grondgebonden halfopen ééngezinswoning
* Stedenbouwkundige voorschriften:
Bouwdiepte van 17m waarvan 12m 1 bouwlaag met hellend dak de resterende 5m bevat 1 bouwlaag onder plat dak.
verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …)
De aanvraag is in regel met het geldende gewestplan.
verenigbaarheid met andere voorschriften
Niet van toepassing
bespreking van de resultaten van het openbaar onderzoek
Niet van toepassing
beoordeling van de goede plaatselijke aanleg
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: gelet op zijn conformiteit met het geldende gewestplan is voorliggende aanvraag functioneel inpasbaar binnen de lokale stedenbouwkundige context.
● Mobiliteitsaspect: dit aspect dient onderzocht te worden bij de aanvraag van de omgevingsvergunning en noopt nu in ieder geval niet tot weigering van een stedenbouwkundig attest. In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag voor de realisatie van één ééngezinswoning op het perceel geen wezenlijke hinder met zich mee zal brengen en er voldoende ruimte op het eigen perceel kan voorzien worden voor het stallen van de voertuigen. De aanvraag voor omgevingsvergunning zal dienen te voldoen aan de gemeentelijk parkeerverordening en zal geen wezenlijke invloed hebben op de mobiliteit.
● Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel-vormelijke elementen: de aanvraag betreft het bouwen van een halfopen woning in aansluiting met de woning op nr. 22. Het voorstel voorziet een mogelijkheid tot bouwen die gebruikelijk is voor gelijkaardige percelen in een gelijkaardige context en kan bijgevolg ter plaatse aanvaard worden. Binnen de aanvraag werd er dan ook rekening gehouden met de inplanting, het volume en bouwdiepte van de omliggende woningen. Het perceel is voldoende ruim om in een dergelijke bebouwing te kunnen voorzien waarbij er voldoende rekening kan gehouden worden met de privacy van de aanpalende percelen en het voorzien van een groen- en tuinaanleg op het eigen terrein.
● visueel-vormelijke elementen: dit aspect dient onderzocht te worden bij een aanvraag voor omgevingsvergunning en noopt nu in ieder geval niet tot weigering van een stedenbouwkundig attest..
● Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.
● Het bodemreliëf: dit aspect dient onderzocht te worden bij een aanvraag voor omgevingsvergunning en noopt nu in ieder geval niet tot weigering van een stedenbouwkundig attest.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de perceelconfiguratie, de afstanden tot de perceelsgrenzen en het voorgestelde bouwvolume de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van een mogelijke bebouwing op dit perceel.
De aanvraag en het ontwerp zullen bij het indienen van een omgevingsvergunning conform artikel 4.3.1. VCRO getoetst worden aan de goede ruimtelijke ordening. Dit wil zeggen de aanvraag zal verder beoordeeld worden aan de hand van de inpasbaarheid, mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, …. eventuele hinder naar de aanpalende percelen.
| Ondertekening |
Te Alken, 22 april 2026
Namens het college van burgemeester en schepenen
De secretaris (get.) Pascal Giesen | De burgemeester (get.) Marc Penxten |
Voor eensluidend afschrift
De secretaris Pascal Giesen | De burgemeester Marc Penxten |
Besluit
Artikel 1: Dit stedenbouwkundig attest vervangt en vernietigt het stedenbouwkundig attest d.d. 01/04/2026.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen geeft het stedenbouwkundig attest af aan de heer Danny Poelmans, Sint-Maartenlaan 34 te 3550 Heusden-Zolder met betrekking tot het perceel gesitueerd Hameestraat, Sie F nrs. 312/K4 en 312/H4.
Zitting van 22 04 2026
Subsidie voor sterilisatie of castratie van huiskat
Op 11 april 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Marreels Gert-Jan, Klinkstraat 37 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor sterilisatie van zijn huiskattin.
Feiten en context
Op 11 april 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Marreel Gert-Jan, Klinkstraat 37 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor sterilisatie van zijn huiskattin.
Juridische grond
Het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026, houdende goedkeuring van een premieregeling voor sterilisatie of castratie van huiskatten.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Hoewel het steriliseren en castreren van zwerfkatten reeds jaren succesvol is, groeit de zwerfkattenpopulatie toch vaak aan door huiskatten die onderling of met zwerfkatten in contact komen en niet gecastreerd/gesteriliseerd zijn (wat tot ongewenste nestjes leidt). De gemeente wil castratie/sterilisatie van huiskatten stimuleren en geeft voor castratie van een huiskater een totaalsubsidie van € 20 en voor sterilisatie van een huiskattin € 30.
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 30,00 | niet van toepassing | 002223 |
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan de heer Marreel Gert-Jan, Klinkstraat 37, 3570 Alken wordt een toelage van € 30,00 toegekend voor de sterilisatie van zijn huiskattin, conform het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026 inzake een gemeentelijke subsidie voor sterilisatie of castratie van huiskatten.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van sleutel MJP002223 van het budget 2026.
Zitting van 22 04 2026
Subsidie voor sterilisatie of castratie van huiskat
Op 15 april 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Manteleers Dagmar, Sassenbroekstraat 34 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor castratie van haar huiskater.
Feiten en context
Op 15 april 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Manteleers Dagmar, Sassenbroekstraat 34 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor castratie van haar huiskater.
Juridische grond
Het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026, houdende goedkeuring van een premieregeling voor sterilisatie of castratie van huiskatten.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Hoewel het steriliseren en castreren van zwerfkatten reeds jaren succesvol is, groeit de zwerfkattenpopulatie toch vaak aan door huiskatten die onderling of met zwerfkatten in contact komen en niet gecastreerd/gesteriliseerd zijn (wat tot ongewenste nestjes leidt). De gemeente wil castratie/sterilisatie van huiskatten stimuleren en geeft voor castratie van een huiskater een totaalsubsidie van €20 en voor sterilisatie van een huiskattin €30.
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€20,00 | niet van toepassing | 002223 |
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan mevrouw Manteleers Dagmar, Sassenbroekstraat 34, 3570 Alken wordt een toelage van €20,00 toegekend voor de castratie van haar huiskater, conform het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026 inzake een gemeentelijke subsidie voor sterilisatie of castratie van huiskatten.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van MJP002223 van het budget 2026.
Zitting van 22 04 2026
BSO
Besluit
Zitting van 22 04 2026
Kennisname beslissing Vlaamse Overheid G20
Besluit
Zitting van 22 04 2026
Ambassadeursrol rond klimaat
De kwaliteitskamer is lovend over het mooie traject dat afgelegd werd met Alken Vallei. Het project heeft z’n doelstellingen mooi kunnen aanhouden, er werden sterke partnerschappen aangegaan, goede keuzes gemaakt en de gemeente blijkt hard in te zetten op kwaliteitscontrole, zowel in de uitvoering van de werken als omkadering via een goed doordachte communicatie. Het project en afgelopen traject zijn zeer voorbeeldstellend. De kwaliteitskamer spoort de gemeente dan ook aan om hiermee naar buiten te treden én deze koers verder aan te houden.
De gemeente kiest er daarom voor partner te worden van de Brussels Climate week. Het logo zal op de website komen en tonen dat de gemeente inzet op het klimaatverhaal. Verder zal de milieuambtenaar een toelichting geven als spreker over de rol van lokale overheden in het klimaatverhaal met een luik over het samenwerken met partners zoals voor Alken Vallei werd gedaan. Er wordt gekeken of een partner mee een toelichting kan komen geven. Deze deelname kan aan de kwaliteitskamer doorgegeven worden om aan te tonen dat gemeente Alken de rol als ambassadeur uitdraagt.
Feiten en context
De kwaliteitskamer is lovend over het mooie traject dat afgelegd werd met Alken Vallei. Het project heeft z’n doelstellingen mooi kunnen aanhouden, er werden sterke partnerschappen aangegaan, goede keuzes gemaakt en de gemeente blijkt hard in te zetten op kwaliteitscontrole, zowel in de uitvoering van de werken als omkadering via een goed doordachte communicatie. Het project en afgelopen traject zijn zeer voorbeeldstellend. De kwaliteitskamer spoort de gemeente dan ook aan om hiermee naar buiten te treden én deze koers verder aan te houden.
De gemeente kiest er daarom voor partner te worden van de Brussels Climate week. Het logo zal op de website komen en tonen dat de gemeente inzet op het klimaatverhaal. Verder zal de milieuambtenaar een toelichting geven als spreker over de rol van lokale overheden in het klimaatverhaal met een luik over het samenwerken met partners zoals voor Alken Vallei werd gedaan. Er wordt gekeken of een partner mee een toelichting kan komen geven. Deze deelname kan aan de kwaliteitskamer doorgegeven worden om aan te tonen dat gemeente Alken de rol als ambassadeur uitdraagt.
Juridische grond
Besluit college van burgemeester en schepenen dd. 18/03/2026 'Groenblauwe dooradering kwaliteitskameradvies';
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder art. 41,5°
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De kwaliteitskamer vraagt om een voorbeeldrol uit te dragen in functie van Alken Vallei.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt het partnerschap met Brussels Climate week goed en daardoor ook het gebruik van het logo.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.