Zitting van 16 09 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 09.09.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 09.09.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 09.09.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 16 09 2026
Gemeenteraad - Mededeling Definitieve Agenda dd. 24.09.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 24.09.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 24.09.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt er kennis van dat de voorzitter van de gemeenteraad, de heer Jan Robeyns, de gemeenteraad samenroept op donderdag 24.09.2026 om 20u00.
Zitting van 16 09 2026
Tussentijdse testdagen BE-Alert
Als aanvulling op de jaarlijkse nationale testdag van BE-Alert, willen we voortaan op de 1ste donderdag van de 1ste maand van elk kwartaal tussentijdse testdagen organiseren.
Concreet betekent dit dat we onze volgende test op de 1ste donderdag van oktober zouden doen. Dat is echter de nationale testdag.
Onze eigen tussentijdse test zal bijgevolg op de 1ste donderdag van januari 2027 plaatsvinden.
Feiten en context
Als aanvulling op de jaarlijkse nationale testdag van BE-Alert, willen we voortaan op de 1ste donderdag van de 1ste maand van elk kwartaal tussentijdse testdagen organiseren.
Concreet betekent dit dat we onze volgende test op de 1ste donderdag van oktober zouden doen. Dat is echter de nationale testdag.
Onze eigen tussentijdse test zal bijgevolg op de 1ste donderdag van januari 2027 plaatsvinden.
Juridische grond
De gebruiksvoorwaarden van BE-Alert sluiten de verzending van commerciële, promotionele of politieke boodschappen duidelijk uit. Deze regel is van toepassing op alle BE-Alert-boodschappen. Bijgevolg geldt dit ook voor testboodschappen.
Adviezen
Positief advies van de gemeentelijke veiligheidscel
Argumentatie
Waarom is het belangrijk dat je gemeente deelneemt aan de testdag? Hoe meer gemeenten testen, hoe beter NCCN (Nationaal Crisiscentrum) de capaciteit van BE-Alert kan testen. Kan het systeem een massa activaties op hetzelfde moment aan? Worden de berichten vlot verzonden door alle mobiele netwerkoperatoren? Maar de test is vooral ook voor onszelf een goed moment om te kijken of we zelf goed en vlot met het systeem kunnen werken. Hoe beter we voorbereid zijn op een noodsituatie, hoe beter
De jaarlijkse testdag door BE-Alert is ons inziens te weinig om de inwoners te mobiliseren vandaar dit initiatief om tussentijdse testdagen te organiseren.
Financiële gevolgen
Het versturen van een sms-bericht (160 tekens) of van een spraakbericht van 60 seconden naar ingeschreven burgers kost 0,055 euro (exclusief BTW), ook tijdens de testdag
Deze kost wordt betaald op budgetnummer MJP 1157, communicatiekosten telefonie en GSM.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om als aanvulling op de jaarlijkse nationale testdag van Be-Alert ook tussentijdse testdagen te organiseren.
Artikel 2: De verzending van 1 sms-bericht (160 karakters) of 1 gesproken bericht van 60 seconden kost 0,055 euro (excl. btw). Deze kost wordt betaald op budgetnummer MJP 1157, communicatiekosten telefonie en GSM.
Zitting van 16 09 2026
Samenwerkingsovereenkomst stad Hasselt GAS 5
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Vaststelling van de politieverordening betreffende de beperkte snelheidsovertredingen
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2:Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de actie van BE-ALERT begin oktober.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen duidt Marc Penxten aan als bevoegde mandataris voor het punt dat geselecteerd werd als ‘Nieuws van de week’.
Zitting van 16 09 2026
DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 31 d.d. 03.09.2026.
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Verbindingsriolering Pleinstraat 22.828A. Besprekingsvergadering verslag nr. 24 d.d. 26.08.2026.
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 16 09 2026
Aanvraag personenlijst 65 tot 82-jarigen door dienstencentrum De Kouter
Dienstencentrum De Kouter vraagt een personenlijst van de 65- tot 82-jarige inwoners van Alken voor het versturen van hun programmaboekje.
Feiten en context
Dienstencentrum De Kouter vraagt een personenlijst van de 65- tot 82-jarige inwoners van Alken voor het versturen van hun programmaboekje.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
De wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 7, eerste lid betreffende de afwijkingen van het principe van niet-verstrekking van personenlijsten aan derden.
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 126 tot en met 127 betreffende de verstrekking van derden van de personenlijsten van de registers.
De Ministeriële omzendbrief van 1 juli 2011 betreffende de raadpleging van de bevolkingsregisters voor interne doeleinden.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het lokaal dienstencentrum De Kouter diende op 11 september 2026 een schriftelijke aanvraag in tot het bekomen van een personenlijst van inwoners van Alken tussen de 65 en 82 jaar oud. Dienstencentrum De Kouter organiseert een verscheidenheid aan activiteiten die terug te vinden zijn in het programmaboekje dat 2x per jaar verdeeld wordt. Het dienstencentrum is een laagdrempelige plek waar senioren terechtkunnen voor informatie, ondersteuning en sociaal contact. De adressenlijst is nodig voor de aanmaak van de etiketten om op de programmaboekjes te kleven. Zo weten de vrijwilligers die de boekjes rondbrengen waar ze deze in de brievenbussen moeten steken.
Het lokaal dienstencentrum De Kouter is een erkende voorziening in het woonzorgdecreet en is dus een instelling naar Belgisch recht die taken van algemeen belang vervult. Ze heeft als doelstelling elke Alkenaar en meer specifiek de ouderen en zorgbehoevenden ondersteuning te bieden, om hen zo lang mogelijk op een kwaliteitsvolle manier en zelfstandig in hun eigen woning en woonomgeving te laten wonen. De aangevraagde persoonsgegevens zijn noodzakelijk om via hun programmaboekje het aanbod kenbaar te maken en om alzo hun opdracht te vervullen. Het concrete doel waarvoor de gegevens worden gevraagd, kadert in de reglementaire taakomschrijving van de aanvrager. De op de lijst vermelde gegevens worden niet gebruikt voor andere doeleinden als vermeld in de aanvraag en mogen niet verstrekt worden aan derden. Er is voldaan aan het finaliteits- en proportionaliteitsbeginsel, de aanvraag wordt als gegrond beoordeeld.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om de personenlijst van de 65- tot 82-jarige inwoners van Alken af te leveren aan dienstencentrum De Kouter.
Artikel 2: Deze lijst mag niet verstrekt worden aan derden en mag enkel gebruikt worden voor de doeleinden vermeld in de aanvraag, nl. het bezorgen van het programmaboekje.
Zitting van 16 09 2026
Dag van de leerkracht 2026
Jaarlijks wordt op de dag van de leerkracht een attentie aan de leerkrachten bezorgd.
We geven al enkele jaren een fruitbox. Er is een rotatiesysteem in de leveranciers om fruit te leveren. Dit jaar is het de beurt aan FruitatWork, Jo Tournel, ondernemer van Alken met firma in Zonhoven. De boxen zullen op maandag 5 oktober door de burgemeester en de schepenen naar de hun toegewezen school gebracht worden.
De dozen bevatten stukken fruit, een smoothie en snoepjes en een bedankkaartje.
Elke school krijgt dit volgens het aantal leerkrachten.
Feiten en context
Jaarlijks wordt op de dag van de leerkracht een attentie aan de leerkrachten bezorgd.
We geven al enkele jaren een fruitbox. Er is een rotatiesysteem in de leveranciers om fruit te leveren. Dit jaar is het de beurt aan FruitatWork, Jo Tournel, ondernemer van Alken met firma in Zonhoven. De boxen zullen op maandag 5 oktober door de burgemeester en de schepenen naar de hun toegewezen school gebracht worden.
De dozen bevatten stukken fruit, een smoothie en snoepjes en een bedankkaartje.
Elke school krijgt dit volgens het aantal leerkrachten.
Juridische grond
Art.56 decreet lokaal bestuur.
Argumentatie
Op maandag 5 oktober is het de dag van de leerkracht. Naar jaarlijkse gewoonte wordt er een gezonde attentie voorzien voor de leerkrachten van de 6 Alkense scholen.
In het kader van de ondersteuning van de lokale economie en de rotatie tussen deze verschilllende ondernemers is het dit jaar de beurt aan FruitatWork.
Financiële gevolgen
MJP 1133
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het voorstel om aan alle scholen in Alken een doos met fruit te bezorgen op de dag van de leerkracht, 5 oktober 2026. De dozen met fruit worden geleverd door FruitatWork,
Artikel 2: De verdeling zal als volgt gebeuren:
Wonderwijs
Basisschool De Kleine Reus
Basisschool Sint-Joris
't Schommelbootje
't Laantje
De Basis
Voor de leerkrachten van het kunstonderwijs zal een attentie in hun lokaal hetzij in de creaklassen van De Kleine Reus of in de muziekklassen van De Basis voorzien worden door een medewerker van de dienst vrije tijd.
Zitting van 16 09 2026
Organisatie De Warmste Koer op 19.12
JH De Molen wenst op zaterdag 19 december 2026 vanaf 20u het evenement "De Warmste Koer" te organiseren in gc. Taeymans. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 03u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. De organisatie wenst tenslotte in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen.
Feiten en contex
JH De Molen wenst op zaterdag 19 december 2026 vanaf 20u het evenement "De Warmste Koer" te organiseren in gc. Taeymans. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 03u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. De organisatie wenst tenslotte in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
Het reglement ondersteuning evenementen van 30 mei 2013.
Het gebruikersreglement van de gemeenschapscentra van 1 april 2023.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Zij dienen rekening te houden met de geldende geluidsnormen en de eventuele bijhorende maatregelen die genomen moeten worden. Zie document in bijlage.
In het kader van het gemeentelijk ondersteuningsreglement voor evenementen een maximale ondersteuning van max. € 250 toekennen.
Bij de organisatie van een evenement in één van de gemeentelijke gemeenschapscentra dient het gebruikersreglement van de gemeenschapscentra toegepast te worden.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 250 | NVT | MJP002138 |
Datum visumaanvraag: | NVT | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | NVT | |
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan JH De Molen voor de organisatie van hun evenement "De Warmste Koer" op zaterdag 19 december 2026 vanaf 20u in gc. Taeymans. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 03u.
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 3: De organisatie dient rekening te houden met de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie document in bijlage. Het maximale geluidsniveau wordt vastgelegd op 95db(A)Laeq.15min.
Artikel 4: Bij de organisatie van een evenement in één van de gemeentelijke gemeenschapscentra dient het gebruikersreglement van de gemeenschapscentra toegepast te worden.
Artikel 5: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 6: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Artikel 7: De organisatie komt in aanmerking voor een gemeentelijke ondersteuning in het kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Het maximale ondersteuningsbedrag wordt vastgelegd op max. € 250 en kan betaald worden van MJP002138.
Zitting van 16 09 2026
Organisatie Moe is da bier 10.10
KSA Alken-Centrum wenst op zaterdag 10 oktober 2026 vanaf 21u de fuif "Moe is da bier" te organiseren in gc. Taeymans. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 03u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Zij vragen toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen. Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en context
KSA Alken-Centrum wenst op zaterdag 10 oktober 2026 vanaf 21u de fuif "Moe is da bier" te organiseren in gc. Taeymans. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 03u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Zij vragen toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen. Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
Het gebruikersreglement van de gemeenschapscentra van 1 april 2023.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Zij dienen rekening te houden met de geldende geluidsnormen en de eventuele bijhorende maatregelen die genomen moeten worden. Zie document in bijlage.
Een vergunning verlenen voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
● Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
● Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Bij de organisatie van een evenement in één van de gemeentelijke gemeenschapscentra dient het gebruikersreglement van de gemeenschapscentra toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan KSA Alken-Centrum voor de organisatie van de fuif "Moe is da bier" op zaterdag 10 oktober 2026 vanaf 21u in gc. Taeymans. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 03u
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 3: De organisatie dient rekening te houden met de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie document in bijlage. Het maximale geluidsniveau wordt vastgelegd op 95db(A)Laeq.15min.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen verleent een vergunning voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
● Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
● Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Bij de organisatie van een evenement in één van de gemeentelijke gemeenschapscentra dient het gebruikersreglement van de gemeenschapscentra toegepast te worden.
Artikel 5: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 6: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor de plaatsing van publiciteitsborden naast de Alkense gemeente- en gewestwegen op de voorgestelde plaatsen op voorwaarde dat er voor de gewestwegen ook een vergunning wordt afgeleverd door het agentschap wegen en verkeer. De publiciteitsborden naast gemeentewegen mogen max. 6 weken op voorhand geplaatst worden en dienen ten laatste een week na de activiteit opgeruimd te worden. Voor de borden naast gewestwegen geldt de vergunning van het agentschap wegen en verkeer.
Artikel 7: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 16 09 2026
Organisatie Terkoest Rewind 14.11
T.O.R. Terkoester Ouderraad wenst op zaterdag 14 november 2026 vanaf 21u de fuif Terkoest Rewind te organiseren in de sporthal van de Basisschool in Terkoest. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 03u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. De organisatie wenst tenslotte in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en context
T.O.R. Terkoester Ouderraad wenst op zaterdag 14 november 2026 vanaf 21u de fuif Terkoest Rewind te organiseren in de sporthal van de Basisschool in Terkoest. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 03u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. De organisatie wenst tenslotte in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
Het reglement ondersteuning evenementen van 30 mei 2013.
Het reglement aanpassing reglement ondersteuning evenementen - security van 19 december 2013.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Advies brandweer: richtlijnen toegevoegd.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
In het kader van het gemeentelijk ondersteuningsreglement voor evenementen een maximale ondersteuning van max. € 250 toekennen.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien | |
€ 250 | Niet van toepassing | MJP002138 | |
Datum visumaanvraag: | NVT | ||
Datum goedkeuring visumaanvraag: | NVT | ||
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan T.O.R. Terkoester Ouderraad om op zaterdag 14 november 2026 vanaf 21u de fuif Terkoest Rewind te organiseren in de sporthal van de Basisschool in Terkoest. Het sluitingsuur wordt vastgelegd op 03u
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie en de brandweer. De adviezen worden als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 3: De organisatie dient rekening te houden met de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie document in bijlage. Het maximale geluidsniveau wordt vastgelegd op 95db(A)Laeq.15min.
Artikel 4: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 5: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Artikel 6: De organisatie komt in aanmerking voor een gemeentelijke ondersteuning in het kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Het maximale ondersteuningsbedrag wordt vastgelegd op max. € 250 en kan betaald worden van MJP002138.
Zitting van 16 09 2026
Organisatie verjaardagsfeest Café Ter Linde op 19.09
Café Ter Linde wenst op zaterdag 19 september 2026 vanaf 20u een verjaardagsfeest te organiseren. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 00u30 en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en context
Café Ter Linde wenst op zaterdag 19 september 2026 vanaf 20u een verjaardagsfeest te organiseren. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 00u30 en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Zij dienen rekening te houden met de geldende geluidsnormen en de eventuele bijhorende maatregelen die genomen moeten worden. Zie document in bijlage.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Café Ter Linde om op zaterdag 19 september 2026 vanaf 20u een verjaardagsfeest te organiseren. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 00u30 en het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 3: De organisatie dient rekening te houden met de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie document in bijlage. Het maximale geluidsniveau wordt vastgelegd op 95db(A)Laeq.15min.
Artikel 4: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 16 09 2026
Organisatie Viva La Diva op 24.10
Natalino Marcocci wenst op zaterdag 24 oktober 2026 vanaf 20u een travestieshow van en door Limburgse Drag Queens te organiseren bij DSV rent in de Kolmenstraat. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 24u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en contex
Natalino Marcocci wenst op zaterdag 24 oktober 2026 vanaf 20u een travestieshow van en door Limburgse Drag Queens te organiseren bij DSV rent in de Kolmenstraat. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 24u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Zij dienen rekening te houden met de geldende geluidsnormen en de eventuele bijhorende maatregelen die genomen moeten worden. Zie document in bijlage.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Natalino Marcocci om op zaterdag 24 oktober 2026 vanaf 20u een travestieshow van en door Limburgse Drag Queens te organiseren bij DSV rent in de Kolmenstraat. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 24u en het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 3: De organisatie dient rekening te houden met de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie document in bijlage. Het maximale geluidsniveau wordt vastgelegd op 95db(A)Laeq.15min.
Artikel 4: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 16 09 2026
Uitbetaling kermisbonnenactie 2026
Tijdens afgelopen kermis in augustus in Alken-Centrum werd de kermisbonnenactie zoals goedgekeurd tijdens het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2026 uitgevoerd. De gemeente Alken is € 450 verschuldigd aan de foorkramers. Dit mag uitbetaald worden zoals aangegeven in het overzicht in bijlage. De kermisbonnen kunnen betaald worden van MJP001329. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor het uitbetalen van de kermisbonnen.
Feiten en context
Tijdens afgelopen kermis in augustus in Alken-Centrum werd de kermisbonnenactie zoals goedgekeurd tijdens het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2026 uitgevoerd. De gemeente Alken is € 450 verschuldigd aan de foorkramers. Dit mag uitbetaald worden zoals aangegeven in het overzicht in bijlage. De kermisbonnen kunnen betaald worden van MJP001329. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor het uitbetalen van de kermisbonnen.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De kermisbonnenactie werd goedgekeurd tijdens het college van 24 juni 2026. Het is aangewezen de foorkramers uit te betalen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 450 | Niet van toepassing | MJP001329 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing. | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing. | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er € 450 aan kermisbonnen uitbetaald mag worden aan de foorkramers zoals aangegeven in het overzicht in bijlage. De kermisbonnen kunnen betaald worden van MJP001329.
Zitting van 16 09 2026
Annulatie 12-Inch Festival Run 27.09
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Samenwerkingsovereenkomst E-boekendienst Cultuurconnect
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Machtiging organisatie Karaoke Café Ter Linde 12.09 - Kennisname burgemeesterbesluit 10.09.2026
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Melding van een IIOA M281
Melding van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA) ingediend door Erna Keuppens wonende te Blanklaarstraat 11 te 3560 Lummen en Rita Keuppens wonende te Blanklaarstraat 11 te 3560 Lummen voor het plaatsen van een warmtepomp op een perceel, gelegen Doktoorstraat 51, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 4076 A.
De melding werd ingediend door Keupens Erna, Blanklaarstraat 11 te 3560 Alken via het omgevingsloket op 09/09/2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
Voorwerp van de melding
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Doktorstraat 51, te 3570 Alken, kadastraal bekend: afd. 2 sectie F nr. 4076/A.
De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA) van de derde klasse.
De IIOA omvat: De exploitatie van een geothermische warmtepomp.
Rubrieken
Volgende inrichtingen of activiteiten zijn opgenomen in de bijlage 1 van de indelingslijst van de VLAREM II en wordt aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
55.1.1° | Geothermische warmtepomp met 3 boringen, elk tot een diepte van 70 m (nieuw) | 3 |
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
De melding vindt plaats in bestaande, vergunde of vergund geachte gebouwen waar geen wijzigingen aan gebeuren.
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het eigendom niet is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan RUP, noch binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Omschrijving aanvraag:
Er wordt een aanvraag ingediend voor de exploitatie van een geothermische warmtepomp. Drie boringen vinden plaats tot een diepte van 70 meter. De drie boringen vinden plaats voor de woning aan de kant van de Doktoorstraat. De boringen zijn ingetekend op 6 meter afstand van elkaar. Een binneninstallatie is voorzien in de technische berging. De aanvrager beschrijft dat er geen nadelige effecten op de omgeving zijn.
Beoordeling:
De aanvrager geeft aan dat het een gesloten systeem betreft tijdens de uitvoering en er geen afvalwater geproduceerd of geloosd wordt.
De binnenunit van de warmtepomp wordt opgesteld in een afgesloten technische berging. De binnenunit produceert een minimaal geluid en zal bijgevolg geen effecten veroorzaken naar de omgeving.
Volgens OVAM-beheer risicolocaties is hier geen risicogrond aanwezig.
Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
55.1.1° | Geothermische warmtepomp met 3 boringen, elk tot een diepte van 70 m (nieuw) | 3 |
De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een gunstig advies.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/09/2026 HET VOLGENDE:
Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor een Ingedeelde Inrichting Of Activiteit (IIOA) ingediend door Keupens Erna, Blanklaarstraat 11 te 3560 Alken voor de in het meldingsdossier opgenomen rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
55.1.1° | Geothermische warmtepomp met 3 boringen, elk tot een diepte van 70 m (nieuw) | 3 |
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Doktoorstraat 51, te 3570 Alken, kadastraal bekend: afd. 2 sectie F nr. 4076/A.
Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden |
hoofdstuk 5.55 | Sectorale milieuvoorwaarden - Boringen |
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een gele affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding.
De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
U kan beroep instellen tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing door een verzoekschrift tot vernietiging (desgevallend met een verzoek tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid) in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Doe dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
1. hetzij via het digitale platform dat door de dienst van de Bestuursrechtscolleges ter beschikking wordt gesteld met het oog op de digitale procesvoering voor de Vlaamse bestuursrechtscolleges: https://www.dbrc.be/digitaal-platform
Op straffe van onontvankelijkheid dienen de volgende partijen of raadsmannen gebruik te maken van het digitale platform:
1° de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie, de Vlaamse adviesorganen, de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, de lokale overheden en de externe overheden, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 5° en 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inclusief al hun vertegenwoordigers;
2° een advocaat in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij;
3° een partij of raadsman die geen advocaat is, en die een beroep doet op het digitale platform om een verzoekschrift of het eerste processtuk neer te leggen.
Op straffe van onontvankelijkheid geldt de gemaakte keuze van een partij of raadsman als vermeld in het eerste lid, 3°, om al dan niet gebruik te maken van het digitale platform voor alle vorderingen in dezelfde zaak.
2. hetzij per aangetekend schrijven gericht aan:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 15 bus 130
1210 Brussel
3. hetzij door neerlegging ter griffie op het adres.
Marie-Elisabeth Belpairegebouw
Toren Noord (2de verdieping)
Simon Bolivarlaan 17
1000 Brussel
Gelijktijdig dient een afschrift van het verzoekschrift ter informatie te worden bezorgd aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft) en aan de melder/exploitant.
Het verzoekschrift moet worden gedagtekend, worden ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman en in ieder geval minstens de volgende gegevens bevatten:
- de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoeker, de één enkele gekozen adreskeuze (hetzij een digitale adreskeuze met een e-mailadres voor partijen die gebruik maken van het digitale platform, hetzij een analoge adreskeuze met een postadres in België voor de andere partijen), een telefoonnummer en een e-mailadres;
- de naam van de verweerder;
- het voorwerp van het beroep of bezwaar;
- een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
- een omschrijving van het belang van de verzoeker;
- een inventaris van de overtuigingsstukken;
- als de verzoeker een rechtspersoon is: haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.
De verzoeker voegt in voorkomend geval de volgende documenten bij het verzoekschrift:
1° een afschrift van de bestreden beslissing of het bestreden besluit, dan wel een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift;
2° als de verzoeker een rechtspersoon is en hij geen raadsman heeft die advocaat is, een afschrift van zijn geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van zijn organen, alsook het bewijs dat het daarvoor bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden;
3° de schriftelijke volmacht van zijn raadsman als hij geen advocaat is;
4° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.
U bent een rolrecht verschuldigd bij het indienen van het verzoekschrift van
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekende partijen zijn.
Het verschuldigde rolrecht wordt gestort op de rekening van het Fonds Bestuursrechtscolleges. De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitale platform.
De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van 16 09 2026
Omgevingsvergunning 1132
Aanvraag omgevingsvergunning over: de afbraak van de bestaande woningen en de realisatie van 2 nieuwbouw halfopen ééngezinswoningen ingediend door Hendrik Bollen namens AMBITOYS NV gevestigd te Waterlozestraat 81 te 3511 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Grootstraat 20 en 22, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1039 D3, (afd. 2) sectie E 1039 H3 en (afd. 2) sectie E 1039 B3. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Hendrik Bollen namens AMBITOYS NV gevestigd te Waterlozestraat 81 te 3511 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Grootstraat 20 en 22
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nrs. 1039D3, 1039H3 en 1039B3
|
Projectnaam: | Grootstraat 20-22 - Ambitoys
|
Dossiernummer: | 202670
|
Intern dossiernummer: | 1132
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026074686
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de afbraak van de bestaande woningen en de realisatie van 2 nieuwbouw halfopen ééngezinswoningen
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● De afbraak van de bestaande gebouwen en constructies
● De realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA Centrum 2 vel 2 wijziging d.d. 29.04.1991 – artikel 8 zone voor halfopen bebouwing 2Z.
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet vervallen verkaveling.
De voorschriften van het BPA Centrum 2 vel 2 wijziging zijn van toepassing op dit perceel.
Het betreft hier een verouderd BPA (ouder dan 15 jaar), waardoor er door de wijziging inzake de codextrein, de BPA- voorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. Dit wordt bepaalt onder andere door de volgende artikels 4.4.9/1 VCRO: ‘Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.’
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de afbraak van de bestaande gebouwen en constructies omvat en de realisatie van een nieuwbouw bestaande uit 2 halfopen ééngezinswoningen, waarbij de bebouwde oppervlakte beperkt is.
Het perceel is gelegen in een pluviaal en fluviaal overstromingsgevoelig gebied en binnen het stroomgebied van de onbevaarbare waterloop van 2e categorie, de Hondsgracht. Er werd advies gevraagd aan zowel de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg alsook aan Watering de Herk omtrent voorliggende aanvraag.
Het voorwaardelijk gunstig advies van 14.07.2026 met ref. 2026N169233 - 2026 - 1107 aangaande de watertoets omvat het volgende:
‘Het perceel is fluviaal en pluviaal overstromingsgevoelig omwille van het mogelijk buiten de
oevers treden van de achterliggende Hondsgracht, maar ook omwille van mogelijke waterstagnatie op
straat en in de achtertuin bij zware lokale regenval.
Het kritisch overstromingspeil wordt vastgelegd op niveau 36,55 m TAW
Er mag gebouwd worden omdat er geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het
watersysteem voor zover voldaan wordt aan de onderstaande VOORWAARDEN
● Omwille van de stijgende waterpeilen als gevolg van de klimaatverandering moet het vloerpeil van de woningen minstens 30 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn
= 36,55 m TAW + 30 cm
= 36,85 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil.
Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.
Het vloerpeil van de woning wordt volgens de plannen op niveau 36,85 m TAW gebouwd.
Dit is overstromingsveilig.
● Bewoonbare kelders en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
● Er moet cfr. de plannen gebouwd worden op een overstroombare kruipkelder met roosteropeningen in de wanden. De kelder mag niet omsloten worden door een ophoging.
● Ook het terras moet onderstroombaar blijven voor water.
● Doorvoeren van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.
● Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.
● Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
● Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden.
● Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
● De terreinniveaus zoals vermeld op de plannen bij de vergunning moeten gerespecteerd worden. Ophoging van het perceel boven de niveaus zoals vermeld op de plannen bij de vergunning is niet toegestaan.
● Met uitzondering van een klein overstromingsveilig tuinhuisje op palen/balken, zijn vrijstaande bijgebouwen, poolhouses, zwembaden,… in de achtertuin niet toegestaan.
● Enkel kleine tuinpaadjes zijn toegestaan, mits deze in waterdoorlatende materialen worden aangelegd en het water niet wordt opgevangen in een riolering.
● Het plaatsen van verhardingen om parkeren in de achtertuin mogelijk te maken is niet toegestaan. Parkeren mag enkel in de voortuin of inritten naast de woning.
● De volledige achtertuin moet op een natuurlijke manier ingericht worden en aangeplant in functie van de overloop van de voorziene hemelwaterputten in deze achtertuin.
● De bestaande vijver moet behouden blijven.
● Er mag geen overloop vanuit de hemelwaterputten of een infiltratievoorziening d.m.v. een buisaansluiting in de waterloop of de vijver gemaakt worden. Na herbruik moet het hemelwater infiltreren in de achtertuin (buiten de vijfmeterzone – zie advies bindende bepalingen) en in noodgeval oppervlakkig over het terrein overlopen.’
Verder werden er ook bindende bepalingen opgemaakt omtrent de onbevaarbare waterloop
AFSTAND TOT DE WATERLOOP: VIJFMETERZONE VRIJHOUDEN – ZONE NON
AEDIFICANDI
De vergunninghouder moet volgende VOORWAARDEN naleven:
2.1 Afstand tot de waterloop
● De minimumafstand voor het oprichten van gebouwen, vaste constructies en vaste beplantingen tot de taludinsteek van de waterloop moet vijf meter bedragen, zowel op de linker- als de rechteroever, zodat het recht van doorgang, het afzetten van ruimingsproducten en het onderhoud van de waterloop gewaarborgd blijft.
● Leidingen of verhardingen binnen de vijfmeterzone moeten overrijdbaar zijn voor voertuigen met asfalt 15 ton en totaal gewicht tot 30 ton.
● Geen grondbewerkingen zijn toegelaten op minder dan 1 m langs de waterloop volgens het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gecoördineerd op 15 juni 2018.
● Binnen een afstand van 6 m langs de waterloop mogen geen naaldbomen geplant of herplant worden.
● Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts van de bovenste rand van het talud indien:
● een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt
● de houtkant regelmatig teruggezet wordt en indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder
● voor een andere plantwijze geopteerd wordt nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.
● • Ophoging van de oever binnen de vijf meter vanaf de taludinsteek van de waterloop is vergunningsplichtig en moet beoordeeld worden in kader van de watertoets. Omwille van de overstromingsgevoeligheid zijn ophogingen echter verboden.
De hondsgracht en vijfmeterzone zijn op de plannen aangeduid.
2.2. Afrasteringen en afsluitingen
○ Om het talud te beschermen kan de waterbeheerder aangelanden verplichten om gronden die aan een waterloop of publieke gracht palen en die begraasd worden, af te rasteren.
○ Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop.
○ De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn.
○ De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.
3 MACHTIGINGEN
VOORWAARDEN m.b.t. inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de waterloop:
Machtiging van de waterbeheerder is vereist voor:
● Ophoging van de oever binnen vijf meter vanaf de taludinsteek van de waterloop.
● Aanbrengen van oeververdediging, overwelving, herprofilering, verlegging of andere werken aan de waterloop.
● Lozingen en lozingsconstructies (ook van regenwater ) in de waterloop (ook voor tijdelijke lozingen).
Er zijn geen werken aan de waterloop of in de vijfmeterzone op de plannen bij de vergunning aangeduid.
Bijgevolg worden geen machtigingen afgeleverd. De overloop van de hemelwaterputten moet in het kader van de watertoets op een natuurlijke manier uitlopen in de achtertuin, buiten de vijfmeterzone van de waterloop, zonder buisaansluitingen in de waterloop.’
De aanvrager dient de voorwaarden opgelegd binnen het advies van de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg d.d. 14.07.2026 met ref. 2026N169233 - 2026 – 1107 en het advies van Watering de Herk strikt naleven zowel aangaande de watertoets als aangaande de bindende bepalingen mbt de onbevaarbare waterloop.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt voor woning A 108m² en voor woning B 99,6m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van telkens 7 500 liter dus in totaal 15 000 liter. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, de wasmachines en een buitenkraan. Het overtollige hemelwater zal onder het verhoogde terras worden afgevoerd en vervolgens gespreid over het maaiveld achter de woning waar dit verder kan uitlopen. Daarnaast worden de woningen voorzien van overstroombare kruipkelders die een bijkomend buffervolume creëert voor de tijdelijke opvang van water tijdens piekgebeurtenissen en overstromingen. De kruipkelders worden uitgevoerd op strookfunderingen, waardoor de bodem onder de constructie waterdoorlatend blijft.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater rekening houdend met de opgelegde voorwaarden van de bevoegde adviesinstanties zoals hierboven vermeld.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
Sloopopvolging:
Voor gebouwen die in hoofdzaak een residentiële functie hebben (waarbij maximaal 1/3e van het betrokken bouwvolume een andere functie dan wonen heeft), is een sloopopvolgingsplan enkel verplicht wanneer het betrokken volume groter is dan 5.000 m³. Onder “betrokken volume” wordt verstaan: de som van de bouwvolumes van alle gebouwen opgenomen binnen dezelfde omgevingsvergunning.
In de bestaande toestand bedraagt het totale bouwvolume (huisnummer 20+22) ±1,833,5 m³. Hiervan kan 283,7 m³ (de garages) beschouwd worden als een niet-residentiële functie. Het aandeel niet-residentiële functies blijft daarmee ruim onder de grens van 1/3e van het totale volume. Aangezien het betrokken volume bovendien aanzienlijk kleiner is dan 5.000 m³, wordt voldaan aan de geldende regelgeving van de Vlaamse overheid. Bijgevolg is het opmaken van een sloopopvolgingsplan voor dit project niet vereist.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 23 juni 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 13 juli 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 23 juli 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 21 augustus 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 10 september 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E 1039 D3
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E 1039 H3
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E 1039 B3
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft de afbraak van de bestaande gebouwen en constructies en de realisatie van twee grondgebonden halfopen ééngezinswoning.
Het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg, zijnde de Grootstraat. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt aan de linkerzijde door een andere gekoppelde ééngezinswoning en aan de rechterzijde een perceel dat voormalig dienst deed als een bedrijfsruimte behorende bij een begrafenisonderneming.
Op het bestaande perceel bevinden zich gebouwen en constructies dewelke 2 halfopen woningen huisvesten alsook een handelsruimte en werkruimte van een voormalige begrafenisondernemer. Al deze gebouwen en constructies worden verwijderd op het perceel waardoor er een braakliggend perceel bekomen wordt.
Na afbraak zullen er op het perceel twee nieuwe halfopen ééngezinswoningen gerealiseerd worden. Deze nieuwe woningen worden ingeplant op respectievelijk 4m90 tot 5m60 van de voorliggende rooilijn gezien de diagonale ligging van het perceel ten aanzien van de voorliggende weg. De beide woningen hebben een conforme opbouw met een bouwdiepte van 14m70 op het gelijkvloers niveau en een diepte van 9m92 op de verdieping. Aansluitend aan de woningen wordt er een verhoogd terras voorzien over een diepte van 4m en een oppervlakte van 22m². Het hoofdvolume wordt afgewerkt met een zadeldak structuur met een kroonlijsthoogte van ongeveer 6m en een nokhoogte van ongeveer 11m. De meerdiepte op het gelijkvloers niveau wordt afgewerkt met een plat dak met een kroonlijsthoogte van ongeveer 3m gerekend vanaf het maaiveldniveau van de voorgevel. Gezien het terrein afhelt naar de achterzijde zal deze hoogte groter worden naar de achtergevellijn. Er wordt een kleine uitbouw voorzien aan de achterzijde van de woningen voor de realisatie van de leefruimte waar de zijgevel iets verspringt ten aanzien van het hoofdvolume. Woning A heeft een voorgevelbreedte van 6m65, terugliggend zal deze door de uitbouw komen op een breedte van 8m40. Woning B heeft een voorgevelbreedte van 6m65, en terugliggend met de uitbouw een totale breedte van 7m10.
De afstand ten aanzien van de zijdelingse perceelsgrenzen blijft min. 3m, echter aan de rechterzijde zal deze op enkele plaatsen iets kleiner zijn owv de erfdienstbaarheid van doorgang voor de aanpalende eigenaar rechts om zijn staanplaats te kunnen bereiken. Echter zal dit slechts max. 10cm zijn dat dit afwijkt van de 3m afstand en wordt er op deze zone niet gebouwd en blijft de open ruimte gegarandeerd.
De woningen worden uitgevoerd in traditioneel metselwerk (in een wit genuanceerde baksteen) met aluminium antracietkleurige ramen en een houten voordeur.
Om de waterdoorlatendheid van het perceel zo min mogelijk aan te tasten zal de inrit uitgevoerd worden in waterdoorlatende verharding. Het hemelwater dat op de waterdoorlatende verharding valt kan op natuurlijke wijze insijpelen in de ondergrond.
De bestaande vijver blijft behouden i.f.v het waterbeheer van het perceel alsook alle bestaande bomen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Verenigbaarheid met de voorschriften
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg Centrum 2 vel 2 wijziging (Kouterman), goedgekeurd op 29.04.1991 – artikel 8 zone voor halfopen bebouwing 2Z.
Het betreft hier een verouderd BPA (ouder dan 15 jaar), waardoor er door de wijziging inzake de codextrein, de BPA- voorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. Dit wordt bepaalt onder andere door de volgende artikels 4.4.9/1 VCRO: ‘Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.’
Aanvragen in BPA's ouder dan 15 jaar kunnen daardoor dus afwijken van de daarin opgenomen voorschriften of het plan.
Het ontwerp wijkt af van de voorschriften op onderstaande punten;
● Het BPA voorziet de bouwzone op 3m van de voorliggende rooilijn, de woningen staan ingeplant op 4m90 tot 5m60 van de rooilijn. Door de inplanting op 5m60 (op het diepste punt) van de voorliggende rooilijn komt de bebouwing 2m60 extra naar achter in de bouwzone, de bouwdiepte op de gelijkvloers komt hierdoor plaatselijk op 17m30 i.p.v. 17m en de bouwdiepte op de verdieping komt tot op een plaatselijke diepte van 13m14 i.p.v. 12m diepte zoals voorzien in het BPA.
● De woningen hebben een voorgevelbreedte van 6m65 i.p.v. het voorgeschreven minimum van 7m
● De afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen dient min. 3m te bedragen echter aan de rechterzijde zal dit zeer beperkt op sommige plaatsen afwijken van deze afstand met slechts max. 10cm owv de erfdienstbaarheid van doorgang dewelke gevestigd wordt ten behoeve van de rechter aanpalende eigenaar om zijn staanplaats te kunnen bereiken.
Binnen het huidige voorstel worden de bestaande gebouwen en constructies dewelke een vrij grote bouwdiepte hebben en in een niet meer zo kwalitatieve staat zijn afgebroken. Er worden 2 nieuwe halfopen grondgebonden ééngezinswoningen opgericht waarbij het ontwerp zo is opgevat dat dit één geheel vormt. De inplanting van de woningen is afgestemd op de overgang tussen de aanpalende eigendommen. Echter springt dit iets terug ten aanzien van het bouwkader en de voorgevellijn voorzien in het oorspronkelijke BPA. Hetwelk een afstand van 3m voorzag ten aanzien van de rooilijn Door een voorgevellijn te voorzien iets meer naar achter, zijnde op 4m90 tot 5m60 wordt er een mogelijkheid gemaakt tot een kwalitatievere voortuinstrook en een iets grotere afstand ten aanzien van het openbaar domein waardoor er ruimtelijk iets meer openheid gecreëerd wordt tussen de bebouwingen. De bouwdiepte op het gelijkvloers komt hierdoor op 17m30 en op de verdieping op 13m14, echter geeft dit geen hinder voor de aanpalende eigendommen gezien hier de bouwdiepte groter is en er geen privacyhinder zal gecreëerd worden. Verder wijkt het ontwerp af van de voorschriften aangaande de voorgevelbreedte dewelke komt op 6m65 ipv 7m, echter wordt er voor beide woningen een uitbouw voorzien aan de achterzijde van de woning waardoor dit als een beperkte afwijking kan gezien worden en er toch voldoende woonkwaliteit kan voorzien worden binnen de voorgestelde oppervlakte. Ook de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens zal zeer beperkt afwijken van de min. afstand van 3m zoals hierboven ook reeds aangehaald. Voorgestelde afwijkingen kunnen bijgevolg ter plaatse aanvaard worden gezien ze beperkt zijn en geen hinder zullen veroorzaken ten aanzien van de aanpalende percelen en de omgeving. Er werden ook geen bezwaarschriften ingediend door de aanpalende percelen waardoor men in de veronderstelling kan zijn dat deze aanpalende eigenaars akkoord kunnen gaan met het voorgesteld ontwerp. Deze afwijkingen betreffen een minimale toename van de normen voorzien in het BPA waardoor deze afwijking rekening houdt met de basisvisie van de omgeving en het ontwerp bijgevolg nog steeds conform is aan de ruimtelijke aanleg ter plaatse.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 13 juli 2026 | 14 juli 2026 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 13 juli 2026 | 22 juli 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 13 juli 2026 | 19 augustus 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 13 juli 2026 | 14 juli 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Adviezen en Vergunningen Limburg – Natuur en Bos | 13 juli 2026 | 25 augustus 2026 | geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 13.07.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen, provincie Limburg. Op 14.07.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2026N169233 - 2026 – 1107 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 13.07.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 22.07.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 13.07.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 19.08.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000133604 - 2026074686 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 13.07.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep. Op 14.07.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 13.07.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Natuur en Bos, afdeling Limburg. Zij wensen in dit dossier geen advies te verlenen.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 23 juli 2026 tot 21 augustus 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 23.07.2026 tot en met 21.08.2026.
Er werden geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid en bouwdichtheid: De aanvraag voorziet in de afbraak van de bestaande gebouwen en constructies en de realisatie van twee grondgebonden ééngezinswoningen nabij het centrum van Alken, hetgeen ter plaatse aanvaardbaar en inpasbaar is in deze omgeving. De voorgestelde werken zijn functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften conform artikel 4.4.9/1 VCRO. De voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de oprichting van deze wooneenheden met een parkeerzone aansluitend aan de woningen geen invloed zal hebben op de mobiliteit. De voorziene parkeerplaatsen worden geacht voldoende te zijn voor de gevraagde invulling.
● Schaal: Het gabarit van het gebouw wordt inpasbaar geacht in de bestaande ruimtelijke omgeving. In het project worden er immers slecht grondgebonden geschakelde halfopen ééngezinswoningen voorzien van 2 bouwlagen met zadeldak, hetgeen gangbaar is in de omgeving.
● Visueel-vormelijke elementen: De woningen wordenopgericht :in traditioneel metselwerk (in een wit genuanceerde baksteen) met aluminium antracietkleurige ramen en een houten voordeur. De dakafwerking wordt voorzien met natuurrode dakpannen. De regenwaterafvoeren worden afgewerkt in zink. Het materiaalgebruik is sober en rustiek, zodoende dat een kwalitatief geheel wordt gevormd dat inpasbaar is in de onmiddellijke omgeving.
● Bodemaspecten: Het bestaande bodemreliëf wordt niet gewijzigd. Het bestaande terrein blijft zo maximaal mogelijk behouden owv de overstromingsgevoeligheid.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Zoals reeds uiteengezet in de behandeling zijn er geen onaanvaardbare hinderaspecten te verwachten. De te realiseren bouwvolumes geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde perceelsindeling is voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. Er wordt een voldoende ruime afstand gerespecteerd ten opzichte van de vrijblijvende perceelsgrenzen om een onaanvaardbare schaduw- of privacyhinder te vermijden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van dit project. De goede ruimtelijke ordening van de plaats komt niet in het gedrang. Voorgesteld ontwerp kan derhalve qua vorm en afmetingen ter plaatse aanvaard worden.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende opschortende voorwaarden:
● Het advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg d.d. 14.07.2026 met ref. 2026N169233 - 2026 – 1107 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Watering de Herk d.d. 22.07.2026 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering met ref. 5000133604 d.d. 19.08.2026 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening dient strikt nageleefd te worden
● De toegevoegde nota met de beschrijving van de terreinprofilering en uitvoering van de parkeerzone overeenkomstig de plannen en principeschetsen dient nageleefd te worden.
● Het bestaande terreinprofiel dient zoveel als mogelijk behouden te blijven en aan te sluiten op de aanpalende percelen.
● Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen en constructies zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen hier verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
● Alle nieuwe verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden en zich te beperken tot de ingetekende zone.
● Het verwijderen van eventuele asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/09/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Hendrik Bollen namens AMBITOYS NV gevestigd te Waterlozestraat 81 te 3511 Hasselt, de afbraak van de bestaande woningen en de realisatie van 2 nieuwbouw halfopen ééngezinswoningen, gelegen Grootstraat 20 en 22, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1039 D3, (afd. 2) sectie E 1039 H3 en (afd. 2) sectie E 1039 B3 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden opgelegd:
● Het advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg d.d. 14.07.2026 met ref. 2026N169233 - 2026 – 1107 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Watering de Herk d.d. 22.07.2026 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering met ref. 5000133604 d.d. 19.08.2026 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening dient strikt nageleefd te worden
● De toegevoegde nota met de beschrijving van de terreinprofilering en uitvoering van de parkeerzone overeenkomstig de plannen en principeschetsen dient nageleefd te worden.
● Het bestaande terreinprofiel dient zoveel als mogelijk behouden te blijven en aan te sluiten op de aanpalende percelen.
● Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen en constructies zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen hier verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
● Alle nieuwe verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden en zich te beperken tot de ingetekende zone.
● Het verwijderen van eventuele asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 16 09 2026
Omgevingsvergunning 1133
Aanvraag omgevingsvergunning over: het verbouwen van een halfopen ééngezinswoning ingediend door Gorik Geukens met als contactadres Holrakkerstraat 88 te 3510 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Grootstraat 253, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 203 A2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Gorik Geukens met als contactadres Holrakkerstraat 88 te 3510 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Grootstraat 253
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie D nr. 203A2
|
Projectnaam: | Grootstraat 253 - Geukens Gorik
|
Dossiernummer: | 202671
|
Intern dossiernummer: | 1133
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026076710
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het verbouwen van een halfopen ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het verbouwen van een halfopen ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en 1 inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven; (KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP. De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 181,31m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 5000 liter en een infiltratieoppervlakte van 14m³.Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit, parking en een terras. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 24 juni 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 augustus 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 10 september 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie D 203 A2
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 02/01/1974 een stedenbouwkundige vergunning (1148) voor bouw woning en garage werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de bestaande halfopen ééngezinswoning met achterbouw grondig te verbouwen en te renoveren. De aanvraag situeert zich aan een gemeentelijke weg, nl. de Grootstraat, die voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een landelijke omgeving gekenmerkt door vrijstaande en halfopen eengezinswoningen, landbouwbedrijfsgebouwen en landbouwgronden. Zowel aan de rechterzijde als linkerzijde van het perceel situeert zich een halfopen ééngezinswoning, waarbij de huidige woning aansluit op de halfopen bebouwing links.
De aanvraag betreft de verbouwing en gedeeltelijke regularisatie van een bestaande halfopen eengezinswoning. De woning bevindt zich op minimaal 4,71 m van de rechter perceelsgrens. De geplande werken hebben betrekking op het hoofdgebouw, de bestaande gelijkvloerse uitbouw, de garage, een overdekt terras, een serre en een bestaande tuinberging. Het dak van het hoofdgebouw wordt verhoogd zodat de bouwhoogte aansluit bij die van de linker aanpalende woning. Op deze manier ontstaat een meer samenhangend geheel met het naastliggende gebouw en wordt het straatbeeld op een logische manier verdergezet. Door de dakverhoging wordt de bestaande zolderruimte beter bruikbaar. Er wordt een dakkapel voorzien om voldoende vrije hoogte en lichtinval te creëren, zodat de zolder functioneel kan worden ingericht. De zolder wordt bovendien toegankelijk gemaakt via een vaste trap, waardoor deze ruimte op een volwaardige manier kan worden benut. De bestaande uitbouw op het gelijkvloers wordt vergroot om bijkomende leefruimte te creëren. Deze uitbreiding zorgt voor een betere relatie tussen de woning en de tuin en biedt meer zicht op de achtertuin. De uitbreiding blijft ondergeschikt aan het hoofdgebouw en is bedoeld om het wooncomfort van de bestaande eengezinswoning te verbeteren, zonder wijziging van de woonfunctie. Ook de bestaande garage wordt verbouwd en verkleind. Na de aanpassing blijft voldoende ruimte beschikbaar voor het stallen van minimaal één personenwagen, aangevuld met een beperkte bergingsruimte. De bestaande toestand van de garage wordt in deze aanvraag mee opgenomen ter regularisatie. Achter de garage wordt daarnaast een overdekt terras voorzien, dat aansluit bij de tuin en een beschutte buitenruimte creëert.
Het woongebied heeft een totale oppervlakte van 580,47 m². De gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing en verharding bedraagt 292,76 m². Hierdoor wordt niet voldaan aan de vooropgestelde 40% regel. Zowel de bebouwing als de verharding werd sterk verminderd. De overgebleven verharding is beperkt tot wat nodig is voor de toegang tot de woning, het parkeren en het normaal gebruik van het perceel. Ook de bebouwing werd zo veel mogelijk beperkt binnen de noden van het project. Een verdere vermindering is moeilijk zonder de bereikbaarheid en het gebruik van de woning te beperken.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
///
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft het verbouwen van een bestaande ééngezinswoning. De voorgestelde verbouwing is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan. Het betreft de verbouwing van een ééngezinswoning in een landelijk woongebied en de voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving.
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De inplanting van de woning blijft dus behouden waardoor enige hinder naar buurpercelen toe zeer beperkt blijft en als niet uitzonderlijk kunnen beschouwd worden. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De aanvraag heeft geen invloed op het bestaande ruimtegebruik. De tuinzone voor de ééngezinswoning wordt gesitueerd aan de achterzijde, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht en er door de nieuwe achterbouw een verbeterde relatie wordt gecreëerd met de achterliggende tuinzone.
● Visueel-vormelijke elementen: het bestaande hoofdvolume en de uitbreidingen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. Voorgesteld ontwerp is qua vormgeving, materiaalgebruik en architectuur stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing in de omgeving. De voorgestelde materialen zijn aanvaardbaar binnen deze bebouwde context.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht. De aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting, de privacy van de omwonenden niet wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Verhardingen dienen maximaal uitgevoerd te worden in waterdoorlatende materialen of dienen zijdelings naar de aanliggende groenzones af te wateren waar het hemelwater in de bodem kan infiltreren. Het hemelwater dient alleszins op het eigen terrein opgevangen te worden. De aanpalende percelen mogen hiermee niet belast worden
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. ● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Het hemelwater dient op het eigen terrein opgevangen te worden. De aanpalende percelen mogen hiermee niet belast worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De afwerking van vrijstaande bijgebouwen op de perceelsgrens dient in een volwaardig gevelmateriaal te gebeuren zodat een afgewerkt geheel bekomen wordt.
● De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag. Verdere gebouwen of verhardingen zijn niet mogelijk.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/09/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Gorik Geukens met als contactadres Holrakkerstraat 88 te 3510 Hasselt, het verbouwen van een halfopen ééngezinswoning, gelegen Grootstraat 253, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 203 A2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden opgelegd:
● Verhardingen dienen maximaal uitgevoerd te worden in waterdoorlatende materialen of dienen zijdelings naar de aanliggende groenzones af te wateren waar het hemelwater in de bodem kan infiltreren. Het hemelwater dient alleszins op het eigen terrein opgevangen te worden. De aanpalende percelen mogen hiermee niet belast worden
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. ● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Het hemelwater dient op het eigen terrein opgevangen te worden. De aanpalende percelen mogen hiermee niet belast worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● De afwerking van vrijstaande bijgebouwen op de perceelsgrens dient in een volwaardig gevelmateriaal te gebeuren zodat een afgewerkt geheel bekomen wordt.
● De maximum oppervlakte aan bijgebouwen en verhardingen is bereikt met deze aanvraag. Verdere gebouwen of verhardingen zijn niet mogelijk.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 16 09 2026
Fluvius: cabine Eikendreef: goedkeuren akte verkoop met bepaling prijs en voorwaarden
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Trage wegenplan gemeente Alken - definitieve vaststelling beleidskader
Besluit
Zitting van 16 09 2026
Subsidie verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Op 3 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Boesmans Herwig, O.L.Vrouwstraat 52, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars, gelegen op volgend adres: O.L.Vrouwstraat 52 te 3570 Alken. Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor een secundair nest (incl. BTW).
Feiten en context
Op 3 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Boesmans Herwig, O.L.Vrouwstraat 52, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars, gelegen op volgend adres: O.L.Vrouwstraat 52 te 3570 Alken.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025, houdende goedkeuring van een subsidieregeling voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor secundaire nesten (incl. BTW).
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€60,00 | 21% | 002001 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan Boesmans Herwig, O.L.Vrouwstraat 52, 3570 Alken wordt een toelage van € 60,00 toegekend voor de verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars, conform het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 inzake een gemeentelijke subsidieregeling voor de verdelging van Aziatische hoornaars.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP002001 van het budget 2026.
Zitting van 16 09 2026
Subsidie verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Op 5 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Quintiens Rene, Leemkuilstraat 72, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op lage hoogte), gelegen op volgend adres: Leemkuilstraat 72 te 3570 Alken. Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor een secundair nest (incl. BTW).
Feiten en context
Op 5 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Quintiens Rene, Leemkuilstraat 72, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op lage hoogte), gelegen op volgend adres: Leemkuilstraat 72 te 3570 Alken.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025, houdende goedkeuring van een subsidieregeling voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor secundaire nesten (incl. BTW).
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€45,00 | 21% | 002001 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan Quintiens Rene, Leemkuilstraat 72, 3570 Alken wordt een toelage van € 45,00 toegekend voor de verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op lage hoogte), conform het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 inzake een gemeentelijke subsidieregeling voor de verdelging van Aziatische hoornaars.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP002001 van het budget 2026.
Zitting van 16 09 2026
Goedkeuring samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie Limburg en de gemeente Alken betreffende de uitwisseling van kennis en dienstverlening inzake milieu en aanverwante thema’s
Besluit
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.