Zitting van 19 08 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 05.08.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 05.08.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 05.08.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 19 08 2026
Gemeenteraad - Mededeling Definitieve Agenda dd. 27.08.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 27.08.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur wordt de agenda van de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad dd. 27.08.2026 bekendgemaakt.
Deze agenda, zie bijlage, wordt ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt er kennis van dat de voorzitter van de gemeenteraad, de heer Jan Robeyns, de gemeenteraad samenroept op donderdag 27.08.2026 om 20u00.
Zitting van 19 08 2026
Klacht bpstelling Alken nav Datalek Limburg.net
Besluit
Zitting van 19 08 2026
Brief: Samenwerking voor bredere en snellere uitrol van Fiber gaat van start.
Besluit
Zitting van 19 08 2026
Update regelgeving BOA
Besluit
Zitting van 19 08 2026
Belastingkohier reclamedrukwerk - Juli 2026
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juli 2026 bedraagt 4.961,47 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juli 2026 bedraagt 4.961,47 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken;
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
4.961,47 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juli 2026 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 4.961,47 euro.
Zitting van 19 08 2026
Belastingkohier reclamedrukwerk - Juni 2026
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2026 bedraagt 4.241,25 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2026 bedraagt 4.241,25 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken;
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
4.241,25 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand juni 2026 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 4.241,25 euro.
Zitting van 19 08 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 19 08 2026
Aanvraag personenlijst stookoliedossiers door Els Jacques - BKO
Els Jacques BKO 't Molentje Alken vraagt een overzicht op van de overleden personen in Alken tussen 01/01/2024 en 31/07/2026 met de rijksregisternummers van de personen. Zij beheert de stookoliedossiers in Alken en ze zou ervoor willen zorgen dat de dossierkast up-to-date blijft. Met deze lijst zou ze de verouderde dossiers kunnen archiveren.
Feiten en context
Els Jacques BKO 't Molentje Alken beheert de stookoliedossiers in Alken en zou de oudere dossiers willen archiveren.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
De wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 7, eerste lid betreffende de afwijkingen van het principe van niet-verstrekking van personenlijsten aan derden.
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 126 tot en met 127 betreffende de verstrekking van derden van de personenlijsten van de registers.
De Ministeriële omzendbrief van 1 juli 2011 betreffende de raadpleging van de bevolkingsregisters voor interne doeleinden.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Els Jacques BKO 't Molentje Alken vraagt een overzicht op van de overleden personen in Alken tussen 01/01/2024 en 31/07/2026 met de rijksregisternummers van de personen. Zij beheert de stookoliedossiers in Alken en ze zou ervoor willen zorgen dat de dossierkast up-to-date blijft. Met deze lijst zou ze de verouderde dossiers kunnen archiveren.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om de personenlijst van de overleden personen tussen 01/01/2024 en 31/07/2026 af te leveren in het kader van stookoliedossiers.
Artikel 2: Deze lijsten worden, in het belang van de volledigheid en correctheid van de gegevens en het archiveren van de dossiers.
Artikel 3: Deze lijsten mogen niet verstrekt worden aan derden en mogen enkel gebruikt worden voor de doeleinden vermeld in de aanvraag.
Zitting van 19 08 2026
Afvoering van ambtswege
Zanne Desira ingeschreven in het bevolkingsregister, Steenweg 102/BBU3 heeft sedert 20 april 2026 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Feiten en context
Desira Zanne ingeschreven in het bevolkingsregister, Steenweg 102/BBU3 heeft sedert 20 april 2026 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Desira Zanne werd op 20/04/2026 uit het appartement te Alken gezet door Gerechtsdeurwaarder, Kirstel Malcorps ref. MB1749. Op 23/06/2026 heeft de gerechtsdeurwaarder een opstart van de ambtshalve afvoering aangevraagd. Wijkagent Kristien Hoebrechts, inspecteur politiezone LRH, heeft op 24/06/2026 vastgesteld dat Desira Zanne er niet verblijft. Tot op heden staat het appartement leeg en zijn onze diensten niet op de hoogte van een nieuwe verblijfplaats van de betrokkene. Betrokkene is niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar haar hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in haar verslag van 11 augustus 2026 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Zanne Desira, geboren te Leuven op 13 juni 1990 van Belgische nationaliteit, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Alken, Steenweg 102/BBU3 verblijft niet meer op dit adres.
Artikel 2: De nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: Het college van burgemeester beslist om Zanne Desira af te voeren van ambtswege.
Zitting van 19 08 2026
Afvoering van ambtswege
Al-Dakhi Mustafa, Falan, Hassan ingeschreven in het wachtregister, Stationsplein 1 heeft sedert juli 2026 de woonst en ook het land verlaten. De nieuwe verblijfplaats is onbekend (buitenland).
Feiten en context
Al-Dakhi Mustafa, Falan, Hassan ingeschreven in het wachtregister, Stationsplein 1 heeft sedert juli 2026 de woonst en ook het land verlaten. De nieuwe verblijfplaats is onbekend (buitenland).
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Op 16/01/2026 kreeg Mustafa het bevel om het grondgebied te verlaten. Hij is als reactie daarop een procedure 9bis (humanitaire redenen) opgestart via een advocaat. Dit dossier is naar DVZ doorgestuurd op 19/05/2026 als volwaardig dossier. Bij opstart van een 9bis dossier mag de persoon niet meer werken en worden zijn verblijfskaarten ingetrokken en hebben ze geen recht op steun van het OCMW (dit is nadelig voor hun dossier). Op 3/07/2026 kwam hij naar de gemeente om te melden dat hij ging vertrekken naar het buitenland. Hij heeft toen afstand genomen van zijn procedure 9bis en heeft gemeld dat hij zo snel mogelijk het land ging verlaten. Omdat hij in het wachtregister staat, konden we hem niet uitschrijven naar het buitenland, maar zijn we verplicht om een ambtshalve afvoering op te starten. Dit is hem ook gemeld. Wijkagenten Kristien Hoebrechts en Kristof Nulens (inspecteurs politiezone LRH) zijn op 11/07/2026 en 23/07/2026 vaststelling gaan doen en hij verblijft er effectief niet meer. Hij moest het land niet verlaten, want hij zat nog steeds in een procedure, met kans op goedkeuring, maar is dit vrijwillig komen melden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Al-Dakhi, Mustafa, Falah, Hasan, geboren te Sinjar, Irak op 13 juli 2007 van Iraakse nationaliteit, ingeschreven in het wachtregister van de gemeente Alken, Stationsplein 1 verblijft niet meer op dit adres.
Artikel 2: de nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: het college van burgemeester beslist om Al-Dakhi, Mustafa, Falah, Hasan af te voeren van ambtswege.
Zitting van 19 08 2026
Afvoering van ambtswege
Wagemans Bikash ingeschreven in het bevolkingsregister, Parkstraat 30/BUS2 heeft sedert juni 2026 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. Vanaf 10/06/2026 zijn er nieuwe inwoners op dit adres ingeschreven. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Feiten en context
Wagemans Bikash ingeschreven in het bevolkingsregister, Parkstraat 30/BUS2 heeft sedert juni 2026 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. Vanaf 10/06/2026 zijn er nieuwe inwoners op dit adres ingeschreven. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Bij een adrescontrole op 10 juni 2026 van nieuwe inwoners op het adres Parkstraat 30/BUS2 werd door de wijkagent Kristien Hoebrechts, inspecteur politiezone LRH, vastgesteld dat de vorige huurder Wagemans Bikash er niet meer verblijft. Betrokkene wordt door ons op 6 juli 2026 per brief uitgenodigd om alsnog aangifte te doen van zijn adreswijziging. Volgens inlichtingen bekomen bij de wijkagent Kirstien Hoebrechts zou hij verhuizen naar Hasselt met zijn vriendin, maar er is geen adres gekend. Dit vernam zij via telefonisch contact met betrokkenen. Vermits zijn huidige verblijfplaats niet kan achterhaald worden stelt de wijkagent voor om over te gaan tot een afvoering van ambtswege. Betrokkene is niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar zijn hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 11 augustus 2026 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Bikash Wagemans, geboren te Byhata,Jamshedpur op 3 augustus 1987 van Belgische nationaliteit, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Alken, Parkstraat 30/BUS20 verblijft niet meer op dit adres.
Artikel 2: de nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: het college van burgemeester beslist om Bikash Wagemans af te voeren van ambtswege.
Zitting van 19 08 2026
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest Irislaan op 05.09
Op zaterdag 5 september 2026 wensen de inwoners van de Irislaan van 17u tot 02u een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Feiten en context
Op zaterdag 5 september 2026 wensen de inwoners van de Irislaan van 17u tot 02u een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven.
Om het buurtfeest veilig te kunnen laten verlopen is het aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van de Irislaan om op zaterdag 5 september 2026 van 17u tot 02u een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: Indien er muziek gespeeld wordt dient het buurtfeest zich te houden aan de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie bijlage.
Artikel 3: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
Zitting van 19 08 2026
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest Meerdegatstraat op 29.08
Op zaterdag 29 augustus 2026 wensen de inwoners van de Meerdegatstraat, Oftingenstraat en de Meerstraat van 19u tot 02u een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten.
Feiten en context
Op zaterdag 29 augustus 2026 wensen de inwoners van de Meerdegatstraat, Oftingenstraat en de Meerstraat van 19u tot 02u een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van de Meerdegatstraat, Oftingenstraat en Meerstraat om op zaterdag 29 augustus 2026 van 19u tot 02u een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: Indien er muziek gespeeld wordt dient het buurtfeest zich te houden aan de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie bijlage.
Artikel 3: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
Zitting van 19 08 2026
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest Prof. Asnongstraat op 12.09
Op zaterdag 12 september 2026 wensen de inwoners van de Prof. Asnongstraat van 12u tot 23u een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Feiten en context
Op zaterdag 12 september 2026 wensen de inwoners van de Prof. Asnongstraat van 12u tot 23u een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven.
Om het buurtfeest veilig te kunnen laten verlopen is het aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van de Prof. Asnongstraat om op zaterdag 12 september 2026 van 12u tot 23u een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: Indien er muziek gespeeld wordt dient het buurtfeest zich te houden aan de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie bijlage.
Artikel 3: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
Zitting van 19 08 2026
Aanvraag toelating en toelage voor buurtfeest Rechtstraat op 05.09
Op zaterdag 5 september 2026 wensen de inwoners van de Rechtstraat van 16u tot 23u een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Feiten en context
Op zaterdag 5 september 2026 wensen de inwoners van de Rechtstraat van 16u tot 23u een buurtfeest te organiseren. Zij vragen hiervoor toelating. Daarnaast wensen zij ook een toelage aan te vragen in het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten. Tenslotte wensen zij het uitwerken van een verkeersregeling aan te vragen.
Juridische grond
Het reglement voor buurt- en straatactiviteiten.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met het oog op het samen brengen van buurtbewoners, zowel jongeren als ouderen, en bewonersinitiatieven aan te moedigen is het aangewezen de organisatie van het buurtfeest toe te laten en een financiële ondersteuning te geven.
Om het buurtfeest veilig te kunnen laten verlopen is het aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
125 EUR | Niet van toepassing | MJP001327 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de inwoners van de Rechtstraat om op zaterdag 5 september 2026 van 16u tot 23u een buurtfeest te organiseren.
Artikel 2: Indien er muziek gespeeld wordt dient het buurtfeest zich te houden aan de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie bijlage.
Artikel 3: In het kader van het reglement buurt- en straatactiviteiten wordt een toelage toegekend aan het buurtfeest. De toelage van € 125 kan betaald worden van MJP001327.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
Zitting van 19 08 2026
Organisatie 12-Inch Festival Run op 27.09
TILO BV wenst op zondag 27 september 2026 een loopevenement "12-Inch Festival Run" te organiseren. Zij ontvingen van het college van burgemeester en schepenen op 29 april 2026 reeds een principiële goedkeuring maar wensen nu de organisatie in detail goed te keuren. In bijlage de aanvraag. Zij vragen een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Daarnaast vragen zij toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen. Tevens vragen zij ook toelating voor het opstellen van een verkeersregeling. Tenslotte wensen zij gebruik te maken van de evenementenkasten aanwezig op het Laagdorp. Voor het gebruik van een blauwe stekker wordt een forfait aangerekend van € 20, voor het gebruik van een rode stekker wordt een forfait aangerekend van € 40. Dit zal na het evenement gefactureerd worden aan de organisatie. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze organisatie.
Feiten en context
TILO BV wenst op zondag 27 september 2026 een loopevenement "12-Inch Festival Run" te organiseren. Zij ontvingen van het college van burgemeester en schepenen op 29 april 2026 reeds een principiële goedkeuring maar wensen nu de organisatie in detail goed te keuren. In bijlage de aanvraag. Zij vragen een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Daarnaast vragen zij toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen. Tevens vragen zij ook toelating voor het opstellen van een verkeersregeling. Tenslotte wensen zij gebruik te maken van de evenementenkasten aanwezig op het Laagdorp. Voor het gebruik van een blauwe stekker wordt een forfait aangerekend van € 20, voor het gebruik van een rode stekker wordt een forfait aangerekend van € 40. Dit zal na het evenement gefactureerd worden aan de organisatie. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze organisatie.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan TILO BV voor de organisatie van hun loopevenement "12-Inch Festival Run" op zondag 27 september 2026. Het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 3: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor de plaatsing van publiciteitsborden naast de Alkense gemeente- en gewestwegen op de voorgestelde plaatsen op voorwaarde dat er voor de gewestwegen ook een vergunning wordt afgeleverd door het agentschap wegen en verkeer. De publiciteitsborden naast gemeentewegen mogen max. 6 weken op voorhand geplaatst worden en dienen ten laatste een week na de activiteit opgeruimd te worden. Voor de borden naast gewestwegen geldt de vergunning van het agentschap wegen en verkeer.
Artikel 5: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opmaken van een verkeersregeling.
Artikel 6: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Artikel 7: De organisatie dient rekening te houden met de eventuele werken n.a.v. het project Alken Vallei en dient af te stemmen met de dienst vrije tijd of het evenement kan doorgaan zoals gewenst.
Artikel 8: De organisatie krijgt toelating voor het gebruik van de evenementenkasten op het Laagdorp. Dit zal achteraf gefactureerd worden.
Zitting van 19 08 2026
Organisatie ACA Golden Party op 11.09
ACA Alken (Atletiekclub Alken) wenst op vrijdag 11 september 2026 vanaf 21u30 een ACA Golden Party te organiseren in 't ABC gebouw zelf. Dit doen zij ter ere van het 50-jarige bestaan van de atletiekclub in Alken. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 04u met een uitdovend karakter vanaf 3u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze organisatie mits de regelgeving voor geluidsnormen bij evenementen gevolgd wordt.
Feiten en context
ACA Alken (Atletiekclub Alken) wenst op vrijdag 11 september 2026 vanaf 21u30 een ACA Golden Party te organiseren in 't ABC gebouw zelf. Dit doen zij ter ere van het 50-jarige bestaan van de atletiekclub in Alken. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 04u met een uitdovend karakter vanaf 3u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze organisatie mits de regelgeving voor geluidsnormen bij evenementen gevolgd wordt.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
De organisatie dient zich te houden aan de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie bijlage. D.w.z. dat er een afwijking van het geluidsniveau van 95db tot maximaal 02:00 op vrijdag gegeven kan worden. Na 02:00 dient het geluidsniveau afbouwend te zijn en is 90db toegelaten tot maximaal 03:00. Tijdens dit laatste uur zijn geen
geplande optredens toegelaten.
Een vergunning verlenen voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
● Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
● Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Bij de organisatie van een evenement in één van de gemeentelijke gemeenschapscentra dient het gebruikersreglement van de gemeenschapscentra toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan ACA (Atletiekclub Alken) voor de organisatie van hun ACA Golden Party op vrijdag 11 september 2026 in 't ABC gebouw. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 04u. Echter dienen de vastgelegde geluidsnormen opgevolgd te worden. Zie artikel 2.
Artikel 2: De organisatie dient zich te houden aan de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie bijlage. D.w.z. dat er een afwijking van het geluidsniveau van 95db tot maximaal 02:00 op vrijdag gegeven kan worden. Na 02:00 dient het geluidsniveau afbouwend te zijn en is 90db toegelaten tot maximaal 03:00. Tijdens dit laatste uur zijn geen
geplande optredens toegelaten.
Artikel 3: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen verleent een vergunning voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
● Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
● Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Artikel 5: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 6: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 19 08 2026
Organisatie Afterwork op 02.09
Andres Abela - Cafetaria De Alk wenst op woensdag 2 september 2026 vanaf 17u30 een afterwork te organiseren op het kerkplein in Alken-Centrum met stretchtenten, buitentogen, muziek, cocktails en mocktails. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 24u en een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Tevens vragen zij ook toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken.
Tenslotte wensen zij gebruik te maken van de evenementenkast aanwezig in de St.-Aldegondislaan. Voor het gebruik van een blauwe stekker wordt een forfait aangerekend van € 20, voor het gebruik van een rode stekker wordt een forfait aangerekend van € 40. Dit zal na het evenement gefactureerd worden aan de organisatie. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en context
Andres Abela - Cafetaria De Alk wenst op woensdag 2 september 2026 vanaf 17u30 een afterwork te organiseren op het kerkplein in Alken-Centrum met stretchtenten, buitentogen, muziek, cocktails en mocktails. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 24u en een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Tevens vragen zij ook toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
Zij wensen bovendien een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken.
Tenslotte wensen zij gebruik te maken van de evenementenkast aanwezig in de St.-Aldegondislaan. Voor het gebruik van een blauwe stekker wordt een forfait aangerekend van € 20, voor het gebruik van een rode stekker wordt een forfait aangerekend van € 40. Dit zal na het evenement gefactureerd worden aan de organisatie. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Zij dienen rekening te houden met de geldende geluidsnormen en de eventuele bijhorende maatregelen die genomen moeten worden. Zie document in bijlage.
Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Wegens afgelasting van het evenement, wordt er door het college van burgemeester en schepenen ook geen goedkeuring verleend.
Zitting van 19 08 2026
Organisatie Kick Off S&G 11.09+12.09
Scouts en Gidsen wenst op vrijdag 11 september en zaterdag 12 september 2026 hun jaarlijkse Kick Off te organiseren aan de lokalen. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 02u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Zij vragen toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen.
Feiten en context
Scouts en Gidsen wenst op vrijdag 11 september en zaterdag 12 september 2026 hun jaarlijkse Kick Off te organiseren aan de lokalen. Aanvraag in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 02u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min. Zij vragen toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Zij dienen rekening te houden met de geldende geluidsnormen en de eventuele bijhorende maatregelen die genomen moeten worden. Zie document in bijlage.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Scouts en Gidsen Alken voor de organisatie van hun jaarlijkse Kick Off op 11 en 12 september 2026 aan hun lokalen. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 02u.
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 3:De organisatie dient rekening te houden met de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie document in bijlage. Het maximale geluidsniveau wordt vastgelegd op 95db(A)Laeq.15min.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor de plaatsing van publiciteitsborden naast de Alkense gemeente- en gewestwegen op de voorgestelde plaatsen op voorwaarde dat er voor de gewestwegen ook een vergunning wordt afgeleverd door het agentschap wegen en verkeer. De publiciteitsborden naast gemeentewegen mogen max. 6 weken op voorhand geplaatst worden en dienen ten laatste een week na de activiteit opgeruimd te worden. Voor de borden naast gewestwegen geldt de vergunning van het agentschap wegen en verkeer.
Artikel 5: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 19 08 2026
Organisatie Startweekend Chiro Joento op 04.09 + 05.09
Chiro Joento wenst op 4 en 5 september 2026 hun startweekend te organiseren aan hun lokalen in Terkoest. Aanvraag in bijlage.
Zij vragen toelating voor volgende zaken:
● Op vrijdag 4 september 2026 organiseren zij vanaf 21u hun startfuif en vragen zij een sluitingsuur om 03u30. Op zaterdag 5 september 2026 organiseren zij hun startbbq vanaf 18u en vragen zij een sluitingsuur om 00u.
● Zij vragen telkens een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
● Zij vragen toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen.
● Zij vragen toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
● Zij wensen een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken.
● Zij wensen in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen en security.
● Zij wensen een technische ondersteuning in de vorm van het uitlenen van brandblussers en kabelgoten via de gemeente.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en context
Chiro Joento wenst op 4 en 5 september 2026 hun startweekend te organiseren aan hun lokalen in Terkoest. Aanvraag in bijlage.
Zij vragen toelating voor volgende zaken:
● Op vrijdag 4 september 2026 organiseren zij vanaf 21u hun startfuif en vragen zij een sluitingsuur om 03u30. Op zaterdag 5 september 2026 organiseren zij hun startbbq vanaf 18u en vragen zij een sluitingsuur om 00u.
● Zij vragen telkens een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
● Zij vragen toelating voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de Alkense gewest- en gemeentewegen.
● Zij vragen toelating voor het opstellen van een verkeersregeling.
● Zij wensen een vergunning aan te vragen voor het schenken van sterke dranken.
● Zij wensen in aanmerking te komen voor een gemeentelijke ondersteuning in kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen en security.
● Zij wensen een technische ondersteuning in de vorm van het uitlenen van brandblussers en kabelgoten via de gemeente.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
Het reglement ondersteuning evenementen van 30 mei 2013.
Het reglement aanpassing reglement ondersteuning evenementen - security van 19 december 2013.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.
Advies brandweer: er zal een keuring plaatsvinden op vrijdag 04/09 omstreeks 12u.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Zij dienen rekening te houden met de geldende geluidsnormen en de eventuele bijhorende maatregelen die genomen moeten worden. Zie document in bijlage.
In het kader van het gemeentelijk ondersteuningsreglement voor evenementen een maximale ondersteuning van max. € 750 (€ 500 evenementen + € 250 security) toekennen.
Een vergunning verlenen voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
● Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
● Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Bij de organisatie van een evenement in één van de gemeentelijke gemeenschapscentra dient het gebruikersreglement van de gemeenschapscentra toegepast te worden.
Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 750 | NVT | MJP002138 |
Datum visumaanvraag: | NVT | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | NVT | |
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Chiro Joento voor de organisatie van het startweekend van Chiro Joento op 4 en 5 september 2026 aan de lokalen in Terkoest. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op vrijdag 04/09 om 3u30 en op zaterdag 05/09 om 00u. T
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het besluit.
Artikel 3: De organisatie dient rekening te houden met de geldende geluidsnormen en eventuele bijhorende maatregelen. Zie document in bijlage. Het maximale geluidsniveau wordt vastgelegd op 95db(A)Laeq.15min.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen verleent een vergunning voor het schenken van sterke dranken op voorwaarde dat:
● Zij het verdelen van de polsbandjes, die de leeftijdscategorieën -16, +16 en +18 onderscheiden en het toepassen van het systeem ervan correct en nauwgezet doen.
● Dat een meerderjarig persoon toezicht houdt op het schenken van sterke dranken aan de juiste leeftijdscategorie.
Artikel 5: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 6: De organisator moet een veiligheidsplan opstellen en een brandweerkeuring laten uitvoeren.
Artikel 7: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor de plaatsing van publiciteitsborden naast de Alkense gemeente- en gewestwegen op de voorgestelde plaatsen op voorwaarde dat er voor de gewestwegen ook een vergunning wordt afgeleverd door het agentschap wegen en verkeer. De publiciteitsborden naast gemeentewegen mogen max. 6 weken op voorhand geplaatst worden en dienen ten laatste een week na de activiteit opgeruimd te worden. Voor de borden naast gewestwegen geldt de vergunning van het agentschap wegen en verkeer.
Artikel 8: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opmaken van een verkeersregeling.
Artikel 9: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Artikel 10: De organisatie komt in aanmerking voor een gemeentelijke ondersteuning in het kader van het ondersteuningsreglement voor evenementen. Het maximale ondersteuningsbedrag wordt vastgelegd op max. € 750 en kan betaald worden van MJP002138. Zij ontvangen daarnaast een technische ondersteuning in de vorm van het uitlenen van brandblussers en kabelgoten via de gemeente indien deze ter beschikking zijn.
Zitting van 19 08 2026
Organisatie Valleiloop op 30 augustus 2026
Atletiekclub Alken (ACA) wenst een aanvraag te doen voor het organiseren van de jaarlijkse editie van de Valleiloop (vroegere Brouwerijloop) en dit op zondag 30 augustus 2026 vanaf 10u:
● 10 uur: 6 km
● 11 uur: 10 km
De omloop is voorzien rond de atletiekpiste en de omliggende straten. Voor de veiligheid van lopers en verkeer worden seingevers voorzien. Een verkeersregeling dient uitgewerkt te worden. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt goedkeuring gevraagd voor het organiseren van de brouwerijloop. Tevens vragen zij of het parcours langs De Herk (vanaf manège richting Wellen) gemaaid kan worden.
Feiten en context
Atletiekclub Alken (ACA) wenst een aanvraag te doen voor het organiseren van de jaarlijkse editie van de Valleiloop (vroegere Brouwerijloop) en dit op zondag 30 augustus 2026 vanaf 10u:
● 10 uur: 6 km
● 11 uur: 10 km
De omloop is voorzien rond de atletiekpiste en de omliggende straten. Voor de veiligheid van lopers en verkeer worden seingevers voorzien. Een verkeersregeling dient uitgewerkt te worden. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt goedkeuring gevraagd voor het organiseren van de brouwerijloop. Tevens vragen zij of het parcours langs De Herk (vanaf manège richting Wellen) gemaaid kan worden.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: wordt doorgestuurd naar de organisator.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Atletiekclub Alken (ACA) voor het organiseren van de jaarlijkse editie van de Valleiloop (vroegere Brouwerijloop) en dit op zondag 30 augustus 2026 vanaf 10u aan en in de omliggende straten van de atletiekpiste.
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt doorgestuurd naar de organisator.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opmaken van een verkeersregeling.
Artikel 4: Aan de gemeentelijke technische dienst zal gevraagd worden of het parcours langs De Herk (vanaf manège richting Wellen) gemaaid kan/mag worden.
Artikel 5: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Artikel 6: De organisatie dient rekening te houden met de eventuele werken n.a.v. het project Alken Vallei en dient af te stemmen met de dienst vrije tijd of het evenement kan doorgaan zoals gewenst.
Zitting van 19 08 2026
Plaatsing publiciteitsborden n.a.v. Startdag en Moe is da bier KSA Alken-Centrum 2026
KSA Alken-Centrum organiseert op 12 september 2026 hun startdag en op 10 oktober 2026 hun fuif Moe is da bier. N.a.v. hiervan vragen zij om publiciteitsborden te mogen plaatsen naast de Alkense gewest- en gemeentewegen. Zij zouden graag hun platen van startdag omdraaien (op 12/09) zodat dan de platen van moe is da bier staan. Aanvraag in bijlage.
Feiten en context
KSA Alken-Centrum organiseert op 12 september 2026 hun startdag en op 10 oktober 2026 hun fuif Moe is da bier. N.a.v. hiervan vragen zij om publiciteitsborden te mogen plaatsen naast de Alkense gewest- en gemeentewegen. Zij zouden graag hun platen van startdag omdraaien (op 12/09) zodat dan de platen van moe is da bier staan. Aanvraag in bijlage.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college.
Adviezen
Advies AWV: de aanvragen voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de gewestwegen worden, zoals afgesproken met hun, ter info doorgestuurd naar AWV.
Argumentatie
Met het oog op het kenbaar maken van hun startdag en hun fuif Moe is da bier is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig voor het plaatsen van publiciteitsborden naast de gewest- en gemeentewegen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating aan KSA Alken-Centrum, n.a.v. hun startdag en fuif Moe is da bier, voor de plaatsing van publiciteitsborden naast de Alkense gemeente- en gewestwegen op de voorgestelde plaatsen op voorwaarde dat er voor de gewestwegen ook een vergunning wordt afgeleverd door het agentschap wegen en verkeer. De publiciteitsborden naast gemeentewegen mogen max. 6 weken op voorhand geplaatst worden en dienen ten laatste een week na de activiteit opgeruimd te worden. Voor de borden naast gewestwegen geldt de vergunning van het agentschap wegen en verkeer.
Zitting van 19 08 2026
Uitlenen nadars n.a.v. feest La Lorraine
La Lorraine, Industriepark Kolmen 1514, 3570 Alken organiseert op zaterdag 05/09 een feest. Zij wensen 30 nadars uit te lenen. Op basis van het reglement kunnen er geen nadars uitgeleend worden voor privégebruik. Echter omdat La Lorraine de gemeente steeds ondersteunt bij evenementen van lokale economie en een grote inzet toont wordt er gevraagd een uitzondering op het reglement toe te staan en La Lorraine een technische ondersteuning te geven in de vorm van het uitlenen van 30 nadars. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt hiervoor toelating gevraagd.
Feiten en context
La Lorraine, Industriepark Kolmen 1514, 3570 Alken organiseert op zaterdag 5 september 2026 een feest. Zij wensen dan 30 nadars uit te lenen. Op basis van het reglement kunnen er geen nadars uitgeleend worden voor privégebruik. Echter omdat La Lorraine de gemeente steeds ondersteunt bij evenementen van lokale economie en een grote inzet toont wordt er gevraagd een uitzondering op het reglement toe te staan en La Lorraine een technische ondersteuning te geven in de vorm van het uitlenen van 30 nadars. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt hiervoor toelating gevraagd.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Omdat Lorraine de gemeente steeds ondersteunt bij evenementen van lokale economie en een grote inzet toont is het aangewezen een technische ondersteuning in de vorm van 30 nadars toe te staan.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat La Lorraine op 5 september 2026 - 30 nadars uitleent bij de gemeente daar dit in het reglement onder de rubriek 'andere organisaties' valt. Het uitlenen dient te gebeuren conform het reglement inzake tarieven (huur en leveringskost/zelf afhalen, ...).
Zitting van 19 08 2026
Aansluiting verenigingenregister, Magda aansluiting, verenigingen loket
Het verenigingsloket is een digitale toegangspoort tot alle basisinformatie over verenigingen. Deze informatie bevindt zich in het verenigingenregister.
Het verenigingsregister is decretaal verankerd in het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (E-gov decreet).
Via het verenigingsloket kunnen verenigingen eigen gegevens registreren, raadplegen en beheren om vervolgens optimaal gebruik te maken van het dienstverleningsaanbod.
Het verenigingenregister is de centrale databank achter het verenigingsloket. Hierin worden de gegevens van feitelijke verenigingen, vzw's en andere verenigingsvormen opgeslagen. Deze gegevens kunnen door verschillende overheden hergebruikt worden zodat de verenigingen niet telkens opnieuw dezelfde informatie moeten ingeven.
Vlaanderen heeft bij wetgeving vastgelegd dat tegen eind 2027 alle lokale besturen en Vlaamse overheidsentiteiten aangesloten moeten zijn op het Verenigingenregister en actief moeten meewerken aan het onderhoud ervan.
Onze gemeente moet dus ervoor zorgen dat er een koppeling is met het verenigingen register.
De snelste oplossing is om dat te doen via de Verenigingen app van Vlaanderen.
Dat is een aparte toepassing waarmee lokale besturen de gegevens van verenigingen uit het Verenigingsregister kunnen raadplegen en erkenningen beheren. Deze toepassing is gratis.
Om in het verenigingenregister te kunnen, via de verenigingen app van Vlaanderen, moeten we ook een MAGDA koppeling hebben.
Een MAGDA-koppeling (Maximale Gegevensdeling tussen Administraties) zorgt ervoor dat overheidsdiensten gegevens veilig met elkaar kunnen uitwisselen, zodat burgers, ondernemingen en verenigingen dezelfde gegevens niet telkens opnieuw moeten doorgeven.
Belangrijk om weten is dat juridisch gezien de verwerkingsverantwoordelijke moet aansluiten op Magda. Voor deze app is dat het lokale bestuur. De Magda aansluiting waar hier over gesproken wordt is enkel voor het gebruik van de verenigingen App in het Loket Lokale besturen.
Als we een softwaretoepassing gaan gebruiken die rechtstreeks gegevens gaat uitwisselen met het verenigingenregister dan is daar een aparte Magda aansluiting nodig tussen het softwarepakket en Magda.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt het akkoord gevraagd om :
● aan te sluiten op de Verenigingen app en hiervoor de verwerkersovereenkomst in orde te brengen.
● aan te sluiten op Magda voor de module verenigingen
Feiten en context
Het verenigingsloket is een digitale toegangspoort tot alle basisinformatie over verenigingen. Deze informatie bevindt zich in het verenigingenregister.
Het verenigingsregister is decretaal verankerd in het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (E-gov decreet).
Via het verenigingsloket kunnen verenigingen eigen gegevens registreren, raadplegen en beheren om vervolgens optimaal gebruik te maken van het dienstverleningsaanbod.
Het verenigingenregister is de centrale databank achter het verenigingsloket. Hierin worden de gegevens van feitelijke verenigingen, vzw's en andere verenigingsvormen opgeslagen. Deze gegevens kunnen door verschillende overheden hergebruikt worden zodat de verenigingen niet telkens opnieuw dezelfde informatie moeten ingeven.
Vlaanderen heeft bij wetgeving vastgelegd dat tegen eind 2027 alle lokale besturen en Vlaamse overheidsentiteiten aangesloten moeten zijn op het Verenigingenregister en actief moeten meewerken aan het onderhoud ervan.
Onze gemeente moet dus ervoor zorgen dat er een koppeling is met het verenigingen register.
De snelste oplossing is om dat te doen via de Verenigingen app van Vlaanderen.
Dat is een aparte toepassing waarmee lokale besturen de gegevens van verenigingen uit het Verenigingsregister kunnen raadplegen en erkenningen beheren. Deze toepassing is gratis.
Om in het verenigingenregister te kunnen, via de verenigingen app van Vlaanderen, moeten we ook een MAGDA koppeling hebben.
Een MAGDA-koppeling (Maximale Gegevensdeling tussen Administraties) zorgt ervoor dat overheidsdiensten gegevens veilig met elkaar kunnen uitwisselen, zodat burgers, ondernemingen en verenigingen dezelfde gegevens niet telkens opnieuw moeten doorgeven.
Belangrijk om weten is dat juridisch gezien de verwerkingsverantwoordelijke moet aansluiten op Magda. Voor deze app is dat het lokale bestuur. De Magda aansluiting waar hier over gesproken wordt is enkel voor het gebruik van de verenigingen App in het Loket Lokale besturen.
Als we een softwaretoepassing gaan gebruiken die rechtstreeks gegevens gaat uitwisselen met het verenigingenregister dan is daar een aparte Magda aansluiting nodig tussen het softwarepakket en Magda.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt het akkoord gevraagd om :
● aan te sluiten op de Verenigingen app en hiervoor de verwerkersovereenkomst in orde te brengen.
● aan te sluiten op Magda voor de module verenigingen
Juridische grond
● Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 56, § 1, dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen de besluiten van de gemeenteraad uitvoert Juridische context
● Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) •
● Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens
● Het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer specifiek aangevuld en versterkt door een wijzigingsdecreet (het zogeheten Digitaliseringsdecreet van 23 juni 2023).
Adviezen
Gunstig advies GPDR Regine Van Ackere (zie nota verwerkersovereenkomst in bijlage).
Argumentatie
Het verenigingsloket is een digitale toegangspoort tot alle basisinformatie over en voor verenigingen en verenigingen in wording met (overheids)diensten. Verenigingen kunnen in het loket eigen gegevens registreren, raadplegen en beheren om vervolgens optimaal gebruik te maken van het dienstverleningsaanbod.
Het verenigingenregister is de centrale databank achter het verenigingsloket. Hierin worden de gegevens van feitelijke verenigingen, vzw's en andere verenigingsvormen opgeslagen. Deze gegevens kunnen door verschillende overheden hergebruikt worden zodat de verenigingen niet telkens opnieuw dezelfde informatie moeten ingeven.
Kortom het verenigingsloket is het centrale digitale loket van de Vlaamse Overheid voor verenigingen. Het steunt op het Verenigingenregister als authentieke databron.
Vlaanderen heeft bij wetgeving vastgelegd dat tegen eind 2027 alle lokale besturen en Vlaamse overheidsentiteiten aangesloten moeten zijn op het Verenigingenregister en actief moeten meewerken aan het onderhoud ervan.
Dus we moeten als gemeente gaan koppelen met het verenigingen register. De snelste oplossing is om dat te doen via de Verenigingen app van Vlaanderen. De Verenigingen-app van het Loket voor lokale besturen is een aparte toepassing waarmee lokale besturen de gegevens van verenigingen uit het Verenigingsregister kunnen raadplegen en erkenningen beheren. Deze toepassing is gratis.
Het kan ook via de bestaande software leveranciers waarmee we werken. Maar momenteel zijn er dat een drietal. We willen dit binnen de administratie verder bekijken.
Om nu in het verenigingenregister te kunnen, via de verenigingen app van Vlaanderen (omdat dit de snelste oplossing is en gratis is) , moeten we ook een MAGDA machtiging hebben.
Een MAGDA-koppeling is een beveiligde gegevenskoppeling via het Vlaamse platform MAGDA (Maximale Gegevensdeling tussen Administraties). MAGDA zorgt ervoor dat overheidsdiensten gegevens veilig met elkaar kunnen uitwisselen, zodat burgers, ondernemingen en verenigingen dezelfde gegevens niet telkens opnieuw moeten doorgeven.
Het Verenigingsregister bevat twee soorten gegevens: Publieke gegevens (naam van de vereniging - vCode ...) : deze kunnen via een publieke API geraadpleegd worden.
Beschermde persoonsgegevens ( gegevens die onder de privacywetgeving vallen) : Deze mogen enkel worden opgevraagd via een MAGDA-koppeling door bevoegde overheden.
De MAGDA aansluiting is zeer specifiek voor de verenigingen app. Alle software leveranciers waar we binnen de gemeente mee samenwerken en die rechtstreeks gegevens uitwisselt met het verenigingen register heeft een aparte MAGDA-aansluiting nodig tussen het softwarepakket en MAGDA. Hier is geen kostprijs aan verbonden.
Om dus te voldoen aan de door Vlaanderen opgelegde wetgeving moeten we het volgende in orde brengen:
•een verwerkersovereenkomst met Loket Lokale Besturen
•een aansluiting met MAGDA
Zo kunnen we dus via de verenigingenapp Vlaanderen in het register om dan zo het loket in orde te houden.
Onze verantwoordelijke GDPR heeft gunstig advies verleend
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen wenst aan te sluiten op de Verenigingen App en hiervoor een verwerkersovereenkomst voor in orde te brengen.
Artikel 2 : Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om aan te sluiten op Magda voor de module verenigingen.
Zitting van 19 08 2026
Verkeersregeling Buurtfeest Irislaan 05.09
Op zaterdag 5 september 2026 om 17u gaat er een buurtfeest door in de Irislaan. Hierdoor is het aangewezen om op zaterdag 5 september 2026 van 12u tot zondag 6 september om 12u de Irislaan af te sluiten voor het verkeer. (zie plan in bijlage) Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op zaterdag 5 september 2026 om 17u gaat er een buurtfeest door in de Irislaan. Hierdoor is het aangewezen om op zaterdag 5 september 2026 van 12u tot zondag 6 september om 12u de Irislaan af te sluiten voor het verkeer. (zie plan in bijlage) Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van De Lijn
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zaterdag 5 september 2026 om 17u gaat er een buurtfeest door in de Irislaan. Hierdoor is het aangewezen om op zaterdag 5 september 2026 van 12u tot zondag 6 september om 12u de Irislaan af te sluiten voor het verkeer. (zie plan in bijlage) Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 19 08 2026
Verkeersregeling Buurtfeest Prof. Asnongstraat 12.09
Op zaterdag 12 september 2026 gaat van 12u tot 23u een buurtfeest door in de Prof. Asnongstraat. Hierdoor is het aangewezen om van 12u tot 23u de Prof. Asnongstraat af te sluiten vanaf huisnummer 8 tot 17. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op zaterdag 12 september 2026 gaat van 12u tot 23u een buurtfeest door in de Prof. Asnongstraat. Hierdoor is het aangewezen om van 12u tot 23u de Prof. Asnongstraat af te sluiten vanaf huisnummer 8 tot 17. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van De Lijn
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zaterdag 12 september 2026 gaat van 12u tot 23u een buurtfeest door in de Prof. Asnongstraat. Hierdoor is het aangewezen om van 12u tot 23u de Prof. Asnongstraat af te sluiten vanaf huisnummer 8 tot 17. Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 19 08 2026
Verkeersregeling Buurtfeest Rechtstraat 05.09
Op zaterdag 5 september 2026 wensen de inwoners van de Rechtstraat een buurtfeest te organiseren. Zij wensen daarom die dag van 16u tot 23u de Rechtstraat af te sluiten voor alle verkeer tussen het kruispunt met de Grootstraat en het kruispunt met de Smoutstraat.
Het fietsroutenetwerk dient omgeleid te worden. In bijlage een situatieplan. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op zaterdag 5 september 2026 wensen de inwoners van de Rechtstraat een buurtfeest te organiseren. Zij wensen daarom die dag van 16u tot 23u de Rechtstraat af te sluiten voor alle verkeer tussen het kruispunt met de Grootstraat en het kruispunt met de Smoutstraat.
Het fietsroutenetwerk dient omgeleid te worden. In bijlage een situatieplan. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van De Lijn
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zaterdag 5 september 2026 wensen de inwoners van de Rechtstraat een buurtfeest te organiseren. Zij wensen daarom die dag van 16u tot 23u de Rechtstraat af te sluiten voor alle verkeer tussen het kruispunt met de Grootstraat en het kruispunt met de Smoutstraat.
Het fietsroutenetwerk dient omgeleid te worden. In bijlage een situatieplan. Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 19 08 2026
Verkeersregeling Chefs on Wheels 29+30.08
Op zaterdag 29 augustus en zondag 30 augustus 2026 gaat het Foodtruck festival Chefs on Wheels door. Dit gaat door op het kerkplein. Hierdoor is het aangewezen een verkeersregeling uit te voeren:
● Vanaf vrijdag 28 augustus om 8u t.e.m. maandag 31 augustus 2026 om 18u zal het kerkplein afgesloten worden.
● Er geldt een algemeen parkeer- en stilstaanverbod.
● Voor de veiligheid van de bezoekers aan het Foodtruck Festival wordt er gevraagd aan de fietsers om in de St.-Aldegondislaan af te stappen.
In bijlage een signalisatieplan.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op zaterdag 29 augustus en zondag 30 augustus 2026 gaat het Foodtruck festival Chefs on Wheels door. Dit gaat door op het kerkplein. Hierdoor is het aangewezen een verkeersregeling uit te voeren:
● Vanaf vrijdag 28 augustus om 8u t.e.m. maandag 31 augustus 2026 om 18u zal het kerkplein afgesloten worden.
● Er geldt een algemeen parkeer- en stilstaanverbod.
● Voor de veiligheid van de bezoekers aan het Foodtruck Festival wordt er gevraagd aan de fietsers om in de St.-Aldegondislaan af te stappen.
In bijlage een signalisatieplan.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zaterdag 29 augustus en zondag 30 augustus 2026 gaat het Foodtruck festival Chefs on Wheels door. Dit gaat door op het kerkplein. Hierdoor is het aangewezen een verkeersregeling uit te voeren:
● Vanaf vrijdag 28 augustus om 8u t.e.m. maandag 31 augustus 2026 om 18u zal het kerkplein afgesloten worden.
● Er geldt een algemeen parkeer- en stilstaanverbod.
● Voor de veiligheid van de bezoekers aan het Foodtruck Festival wordt er gevraagd aan de fietsers om in de St.-Aldegondislaan af te stappen.
In bijlage een signalisatieplan.
Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 19 08 2026
Verkeersregeling Kermis Centrum 29+30+31.08
Van zaterdag 29 augustus 2026 tot en met maandag 31 augustus 2026 gaat op het Laagdorp en in de Dorpsstraat de jaarlijkse kermis door.
Hierbij is het aangewezen om van woensdag 26 augustus 2026 om 13u. tot dinsdag 1 september 2026 een parkeerverbod in te stellen op het Laagdorp en de parkeerplaatsen langs de Dorpsstraat. Tevens is het aangewezen om tijdens de openingsuren van de kermis de Dorpsstraat, tussen de Hoogdorpsstraat en de Motstraat, af te sluiten voor het verkeer.
Op woensdag 26 augustus 2026 van 13u. tot 20u. wordt de Dorpsstraat, tussen de Hoogdorpsstraat en de Motstraat, afgesloten voor het verkeer, dit voor het plaatsen van de kermisattracties. De nodige omleiding wordt voorzien. Door de werken op de Hameestraat dient de omleiding te verlopen via de Langveldstraat - Laagsimsestraat - Hoogsimsestraat - Klameerstraat. Dit heeft invloed op de bussen van De Lijn. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Van zaterdag 29 augustus 2026 tot en met maandag 31 augustus 2026 gaat op het Laagdorp en in de Dorpsstraat de jaarlijkse kermis door.
Hierbij is het aangewezen om van woensdag 26 augustus 2026 om 13u. tot dinsdag 1 september 2026 een parkeerverbod in te stellen op het Laagdorp en de parkeerplaatsen langs de Dorpsstraat. Tevens is het aangewezen om tijdens de openingsuren van de kermis de Dorpsstraat, tussen de Hoogdorpsstraat en de Motstraat, af te sluiten voor het verkeer.
Op woensdag 26 augustus 2026 van 13u. tot 20u. wordt de Dorpsstraat, tussen de Hoogdorpsstraat en de Motstraat, afgesloten voor het verkeer, dit voor het plaatsen van de kermisattracties. De nodige omleiding wordt voorzien. Door de werken op de Hameestraat dient de omleiding te verlopen via de Langveldstraat - Laagsimsestraat - Hoogsimsestraat - Klameerstraat. Dit heeft invloed op de bussen van De Lijn. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Advies van De Lijn: door deze omleiding dienen zij hun bussen aan te passen en eventueel zelfs af te schaffen.
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Van zaterdag 29 augustus 2026 tot en met maandag 31 augustus 2026 gaat op het Laagdorp en in de Dorpsstraat de jaarlijkse kermis door.
Hierbij is het aangewezen om van woensdag 26 augustus 2026 om 13u. tot dinsdag 1 september 2026 een parkeerverbod in te stellen op het Laagdorp en de parkeerplaatsen langs de Dorpsstraat. Tevens is het aangewezen om tijdens de openingsuren van de kermis de Dorpsstraat, tussen de Hoogdorpsstraat en de Motstraat, af te sluiten voor het verkeer.
Op woensdag 26 augustus 2026 van 13u. tot 20u. wordt de Dorpsstraat, tussen de Hoogdorpsstraat en de Motstraat, afgesloten voor het verkeer, dit voor het plaatsen van de kermisattracties. De nodige omleiding wordt voorzien. Door de werken op de Hameestraat dient de omleiding te verlopen via de Langveldstraat - Laagsimsestraat - Hoogsimsestraat - Klameerstraat. Dit heeft invloed op de bussen van De Lijn. Het college van burgemeester en schepenen gaat toelating met deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 19 08 2026
Verkeersregeling Valleiloop 30.08
Op zondag 30 augustus 2026 vindt de Valleiloop (vroegere Brouwerijloop) plaats.
De wedstrijd bestaat uit een loop van 6km om 10u en en een loop van 10km om 11u. Het vertrek en de aankomst van deze jogging en stratenloop situeert zich op de atletiekpiste in het recreatiedomein ‘De Alk’.
Het is aangewezen die dag van 9u tot 13u het verkeer toe te laten in de richting van de loopwedstrijd. In bijlage een signalisatieplan met aanduiding van de route.
Verder is volgende verkeersregeling nodig:
● De Alkerstraat wordt éénrichting van de Grootstraat richting de Leemkuilstraat.
● De Sterappelweg wordt afgesloten voor het verkeer uitgezonderd bewoners.
● In de Alkerstraat geldt een snelheidsbeperking van 30km/u.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op zondag 30 augustus 2026 vindt de Valleiloop (vroegere Brouwerijloop) plaats.
De wedstrijd bestaat uit een loop van 6km om 10u en en een loop van 10km om 11u. Het vertrek en de aankomst van deze jogging en stratenloop situeert zich op de atletiekpiste in het recreatiedomein ‘De Alk’.
Het is aangewezen die dag van 9u tot 13u het verkeer toe te laten in de richting van de loopwedstrijd. In bijlage een signalisatieplan met aanduiding van de route.
Verder is volgende verkeersregeling nodig:
● De Alkerstraat wordt éénrichting van de Grootstraat richting de Leemkuilstraat.
● De Sterappelweg wordt afgesloten voor het verkeer uitgezonderd bewoners.
● In de Alkerstraat geldt een snelheidsbeperking van 30km/u.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van De Lijn
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zondag 30 augustus 2026 vindt de Valleiloop (vroegere Brouwerijloop) plaats.
De wedstrijd bestaat uit een loop van 6km om 10u en en een loop van 10km om 11u. Het vertrek en de aankomst van deze jogging en stratenloop situeert zich op de atletiekpiste in het recreatiedomein ‘De Alk’. Het is aangewezen die dag van 9u tot 13u het verkeer toe te laten in de richting van de loopwedstrijd. In bijlage een signalisatieplan met aanduiding van de route.
Verder is volgende verkeersregeling nodig:
● De Alkerstraat wordt éénrichting van de Grootstraat richting de Leemkuilstraat.
● De Sterappelweg wordt afgesloten voor het verkeer uitgezonderd bewoners.
● In de Alkerstraat geldt een snelheidsbeperking van 30km/u.
Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 19 08 2026
Bouwgrond Koutermanstraat: verkavelen percelen bouwgrond en aanstelling notaris
De gemeente Alken is eigenaar van de percelen gelegen Koutermanstraat, 2e Afdeling Sie E nrs 1046/F-ex, 1046/C-ex, 1056/E2, 1056/F2, 1057/F, 1057/X.
Deze kunnen na het bekomen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden en daarnaast de opmaak van het schattingsverslag, openbaar verkocht worden als loten bouwgrond.
Feiten en context
De gemeente Alken is eigenaar van de percelen gelegen Koutermanstraat, 2e Afdeling Sie E nrs 1046/F-ex, 1046/C-ex, 1056/E2, 1056/F2, 1057/F, 1057/X.
Deze kunnen na het bekomen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden en daarnaast de opmaak van het schattingsverslag, openbaar verkocht worden als loten bouwgrond.
Juridische grond
Besluit Lokaal Bestuur Artikel 83
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
De gemeente Alken is eigenaar van de percelen gelegen Koutermanstraat, 2e Afdeling Sie E nrs 1046/F-ex, 1046/C-ex, 1056/E2, 1056/F2, 1057/F, 1057/X.
Deze kunnen na de opmaak van een verkavelingsplan (met afschaffing sentier 165), de MER-screening en het bekomen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden en daarnaast de opmaak van het schattingsverslag, openbaar verkocht worden als loten bouwgrond.
Verdelingsplan m.b.t. zone wonen dd.14.09.2023, opgemaakt door landmeter-expert Peter Gijsen (Geotec)
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met het verkavelen van de percelen bouwgrond in eigendom van de gemeente Alken, gelegen Koutermanstraat, 2e Afdeling Sie E nrs 1046/F-ex, 1046/C-ex, 1056/E2, 1056/F2, 1057/F, 1057/X en vervolgens de openbare verkoop via Biddit van de bouwloten.
Artikel 2: Geotec wordt aangesteld voor de opmaak van het verkavelingsplan (met afschaffing van sentier 165), de MER-screening en het indienen van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden.
En in 2e orde, na het bekomen van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor de opmaak van het schattingsverslag van de bouwloten.
Artikel 3: Notariskantoor Notalim ActaCerta, Steenweg 123 te Alken, wordt aangesteld voor de openbare verkoop van de bouwloten via Biddit.
Zitting van 19 08 2026
Omgevingsvergunning 1109
Aanvraag omgevingsvergunning over: het samenvoegen van 2 handelsruimtes en de bestemmingswijziging naar een appartement (wonen) ingediend door Ellen Vanhove met als contactadres Eikendreef 3 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Pastoriestraat 8, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 89 F4. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Ellen Vanhove met als contactadres Eikendreef 3 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Pastoriestraat 8
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nr. 89F4
|
Projectnaam: | Pastoriestraat 8 - Ellen Vanhove
|
Dossiernummer: | 202641
|
Intern dossiernummer: | 1109
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026021766
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het samenvoegen van 2 handelsruimtes en de bestemmingswijziging naar een appartement (wonen)
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het samenvoegen van 2 handelsruimtes en de bestemmingswijziging naar een appartement (wonen)
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is gelegen in het RUP Terkoest d.d. 23.05.2013. De aanvraag is niet gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling. De voorschriften van het RUP Terkoest primeren op die van het gewestplan..
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project de bestemmingswijziging van handel naar wonen betreft zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Er wordt geen wijziging gedaan aan de afwatering deze blijven ongewijzigd ten aanzien van de oorspronkelijke toestand waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de hemelwaterverordening.
Het perceel is gelegen aan een overstromingsgevoelige weg. In dit kader werd advies gevraag aan Provincie Limburg directie omgeving en watering de Herk. Volgend advies werd ontvangen:
Het perceel is gelegen aan een overstromingsgevoelige weg. Het vloerpeil (gelijkvloers) is echter voldoende hoog boven de weg gelegen waardoor er geen onmiddellijk gevaar is op binnenstromen van water in het gebouw. Echter is er wel een bestaande kelder aanwezig.
Gelieve volgende VOORWAARDEN in de omgevingsvergunning op te nemen:
• Eventuele bestaande verluchtingsopeningen naar de bestaande kelder moeten beschermd worden tegen het binnenstromen van water van de weg.
• Het maken van nieuwe verluchtingsopeningen in de buitenwanden is niet toegestaan.
• Voor meer info over de individuele bescherming van woningen tegen overstromingen wordt er verwezen naar de website van de VMM: https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen
De watering is waterbeheerder voor dit projectgebied, maar voor zowel het advies in het kader van de bindende bepalingen in verband met de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als het advies in het kader van de watertoets treedt de Dienst Water en Domeinen van de provincie Limburg op als ondersteunende adviesverlenende instantie.
De watering neemt dit advies met de hierin opgenomen beoordeling en conclusie over en maakt dit advies tot het hare.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 18 april 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 22 juni 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 7 juli 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 89 F4
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 14/08/1996 een stedenbouwkundige vergunning (3188) voor het verbouwen van een handelspand werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 19/06/2013 een stedenbouwkundige vergunning (6063) voor wijzigen van de bestaande gevelopeningen en het bijplaatsen van een buitendeur werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 25/06/2014 een stedenbouwkundige vergunning (6200) voor het verbouwen van een bestaande handelszaak met woonst naar 2 handelszaken en 2 appartementen werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 14/10/2015 een stedenbouwkundige vergunning (6445) voor regularisatie van kleine afwijkingen aan de reeds vergunde verbouwing van een bestaande handelszaak tot 2 appartementen en 2 handelszaken werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De woning is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Pastoriestraat en op de hoek van het Claes d' Erckenteelplein. Geasfalteerde gemeentewegen die voldoende zijn uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. Huidig perceel is gelegen binnen de grenzen van het RUP Terkoest. De omgeving wordt gekenmerkt door gesloten en halfopen bebouwing.
De opdracht behelst het samenvoegen van 2 handelsruimtes naar een 2 slaapkamerappartement. Gezien de reeds erg lange leegstand van beide handelsruimtes wenst de bouwheer een functiewijziging door te voeren door de 2 ruimtes samen te voegen naar een kwalitatief tweeslaapkamer appartement met bijhorende garage. Via een ruime inkomhal met vestiaire en toilet komt men in de leefruimte met open keuken. Aangezien er geen buitenruimte is wordt, door middel van opengaande ramen tot op vloerniveau voorzien van een glazen borstwering toch het gevoel van een inpandig terras gecreëerd aangrenzend aan de leefzones. Via de nachthal kan men de badkamer betreden (met aansluitend een kelderberging) en de twee slaapkamers. In de nachthal bevindt zich ook een aparte wasruimte alsook de achteringang van de garage. Wat betreft het geveluitzicht wordt zoveel mogelijk getracht de bestaande vormgeving te respecteren. Het nieuwe buitenschrijnwerk wordt in dezelfde kleur en materialisatie voorzien als het bestaande.
Voor de realisatie van de bijkomende woonunit een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen van toepassing is. Conform de gebruikelijke afrondingsregels dient dit aantal naar boven te worden afgerond, waardoor in totaal twee parkeerplaatsen moeten worden voorzien. Om aan deze parkeerbehoefte te voldoen, wordt voorgesteld om een gecombineerde oplossing toe te passen. Enerzijds zal één parkeerplaats worden afgekocht van de gemeente, die overeenkomstig de mogelijkheden binnen de gemeentelijke parkeerverordening worden voorzien. Anderzijds zal een bestaande, momenteel niet gebruikte garagebox in gebruik worden genomen als tweede parkeerplaats. Het betreft een garagebox gelegen achter het gebouwenblok Parkstraat 26-28-30, waarvan mevrouw Ellen Vanhove eigenaar is. Deze garage bevindt zich in de onmiddellijke nabijheid van de woning waarop voorliggend dossier betrekking heeft en is bijgevolg functioneel en ruimtelijk nauw verbonden met het project. Door het activeren van deze bestaande garagecapaciteit wordt bijkomende parkeerdruk op het openbaar domein vermeden en wordt tegemoetgekomen aan de opgelegde parkeervereisten binnen een realistische en duurzame context.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aangevraagde het samenvoegen van 2 handelsruimtes naar een 2 slaapkamerappartement, is principieel verenigbaar met de stedenbouwkundige voorschriften van het woongebied en het RUP “Terkoest”.
Verenigbaarheid parkeerverordening
Een bestaande, momenteel niet gebruikte garagebox zal gebruik worden genomen als parkeerplaats voor het appartement. Het betreft een garagebox gelegen achter het gebouwenblok Parkstraat 26-28-30, waarvan mevrouw Ellen Vanhove eigenaar is. Deze garage bevindt zich in de onmiddellijke nabijheid van de woning waarop voorliggend dossier betrekking heeft en is bijgevolg functioneel en ruimtelijk nauw verbonden met het project.. De parkeernorm van 1,5 per wooneenheid wordt echter niet gehaald. De aanvrager wenst dan ook een afwijking aan te vragen met een compensatie voor 1 parkeerplaats volgens het retributiereglement omtrent ontbrekende parkeerplaatsen. Dit kan hier in het centrum van Terkoest en gezien de beperkte oppervlakte van het perceel aanvaard worden
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 22 juni 2026 | 10 juli 2026 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 22 juni 2026 | 9 juli 2026 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 22 juni 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan provincie Limburg - afdeling Waterbeheer. Op 9 juli 2026 verleende deze dienst een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2026N168890-2026-0982. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 22 juni 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Watering de Herk. Op 10 juli 2026 werd een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen .
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van het RUP Terkoest d.d. d.d. 23.05.2013, wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig onder de volgende voorwaarden:
● De adviezen van Watering de Herk en de Provincie dienst Waterbeheer van 9 en 10 juli 2026 dienen strikt nageleefd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Volgende stedenbouwkundige last wordt opgelegd conform het retributiereglement aangaande de ontbrekende parkeerplaatsen:
● De vergunning is pas verworven nadat de aanvrager voldaan heeft aan de bepalingen van het besluit van de gemeenteraad van 18/12/2025 betreffende een belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen. De aanvrager dient een retributie te betalen voor 1 ontbrekende parkeerplaats
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 19/08/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Ellen Vanhove met als contactadres Eikendreef 3 te 3570 Alken, het samenvoegen van 2 handelsruimtes en de bestemmingswijziging naar een appartement (wonen), gelegen Pastoriestraat 8, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 89 F4 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden opgelegd:
● De adviezen van Watering de Herk en de Provincie dienst Waterbeheer van 9 en 10 juli 2026 dienen strikt nageleefd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Volgende stedenbouwkundige last wordt opgelegd conform het retributiereglement aangaande de ontbrekende parkeerplaatsen:
● De vergunning is pas verworven nadat de aanvrager voldaan heeft aan de bepalingen van het besluit van de gemeenteraad van 18/12/2025 betreffende een belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen. De aanvrager dient een retributie te betalen voor 1 ontbrekende parkeerplaats.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 19 08 2026
Omgevingsvergunning 1110
Aanvraag omgevingsvergunning over: de afbraak van bestaande bijgebouwen en de uitbreiding van de bestaande halfopen ééngezinswoning ingediend door Alhassan SESAY - Marie Farma wonende te Klein Koosterstraat 13 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Klein Koosterstraat 13, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 203 X2 en (afd. 1) sectie A 203 W2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Alhassan SESAY - Marie Farma wonende te Klein Koosterstraat 13 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Klein Koosterstraat 13
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie A nrs. 203X2 en 203W2
|
Projectnaam: | Klein Koosterstraat 13 - Sesay-Farma
|
Dossiernummer: | 202642
|
Intern dossiernummer: | 1110
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026053264
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de afbraak van bestaande bijgebouwen en de uitbreiding van de bestaande halfopen ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de afbraak van bestaande bijgebouwen en de uitbreiding van de bestaande halfopen ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 - woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal 1 culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA of ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Terkoest, goedgekeurd op 23 mei 2013.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het bouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 168,15 m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 4600 liter en een infiltratieoppervlakte van 11,1m. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit en een tuinpad, alsook het terras. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 23 april 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 13 mei 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 21 mei 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 19 juni 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 11 augustus 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie A 203 W2
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst een bestaande halfopen ééngezinswoning van de jaren ‘60 te verbouwen en te renoveren. De aanvraag situeert zich aan een gemeentelijke weg, nl. de Klein Koosterstraat, die voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een landelijke omgeving gekenmerkt door vrijstaande en halfopen eengezinswoningen binnen een woonwijk gesitueerd in het centrum van Terkoest.
De woning die behouden blijft, werd vergund op 7/8/1958 en toont geen ingrijpende wijzigingen. Er zijn nergens meer plannen terug te vinden van deze vergunning. Er is 1 losstaande garage aanwezig die voldoet aan het vrijstellingsbesluit.
De woning is een halfopen bebouwing op een vlak en breed perceel. Er is veel verharding op het perceel aanwezig. De weg is volledig uitgerust. Het bestaande hoofdgebouw wordt uiterlijk niet gewijzigd. De bestaande bijgebouwen die er nog staan worden afgebroken. De woning wordt op het gelijkvloers uitgebreid. Deze uitbreiding is aan de achterzijde van de woning gelegen. De totale bouwdiepte van deze uitbreiding is 17m. Vermits de garage mee in het geheel wordt genomen, staat de achtergevel van deze garage op 17.1m hetgeen licht afwijkt van het RUP. De verhardingen worden beperkt tot de strikt noodzakelijke verhardingen. Al het hemelwater wat op deze verhardingen stroomt infiltreert op het terrein zelf. De uitbreiding heeft enkel een gelijkvloerse verdieping. De uitbreiding ligt op meer dan 3m van de rechter perceelsgrens. De uitbreiding wordt in moderne materialen gebouwd die aansluiten bij de bestaande woning. De uitbreiding zal voldoen aan de huidige EPB-normen. De hemelwaterverordening wordt gevolgd. Er is geen privacy-hinder voor de buren. Het volume van de vergunde woning wordt niet gewijzigd. De uitbreiding is sober van vorm en past bij de bestaande woning en in het straatbeeld.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in strijd met de voorschriften van het RUP Terkoest wat betreft de bouwdiepte van 17m10 ipv max17m..
Conform artikel 4.4.1.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningen kunnen in een stedenbouwkundige vergunning, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
info@wateringdeherk.be | 13 mei 2026 | 28 mei 2026 | geen advies |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 13 mei 2026 | 26 mei 2026 | geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
- De aanvraag werd op 13 mei 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterbeheer, provincie Limburg en aan Watering de Herk. De diensten gaven via melding op het omgevinsloket aan geen advies te moeten verlenen.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 21 mei 2026 tot 19 juni 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er diende een openbaar onderzoek georganiseerd te worden Er werden tijdens het openbaar onderzoek van 21 mei 2026 tot 19 juni 2026 geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid:
De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan.
- Mobiliteitsaspect:
Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid:
Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. Voorliggende aanvraag overstijgt geenszins de draagkracht van het perceel.
- Visueel-vormelijke elementen:
Het bestaande hoofdvolume en de uitbreidingen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. Voorgesteld ontwerp is qua vormgeving, materiaalgebruik en architectuur stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing in de omgeving. De voorgestelde materialen zijn aanvaardbaar binnen deze bebouwde context.
- Cultuurhistorische aspecten:
Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op het volume en de inplanting van de uitbreiding, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies :
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De inrit mag in aansluiting met het openbaar domein maximaal 4m50 bedragen het restende deel dient onoverrijdbaar afgesloten te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 19/08/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Alhassan SESAY - Marie Farma wonende te Klein Koosterstraat 13 te 3570 Alken, de afbraak van bestaande bijgebouwen en de uitbreiding van de bestaande halfopen ééngezinswoning, gelegen Klein Koosterstraat 13, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 203 X2 en (afd. 1) sectie A 203 W2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De inrit mag in aansluiting met het openbaar domein maximaal 4m50 bedragen het restende deel dient onoverrijdbaar afgesloten te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 19 08 2026
Omgevingsvergunning 1116
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 1 & 2) ingediend door Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Klameerstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 859 G. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Klameerstraat zn.
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 859G
|
Projectnaam: | Klameerstraat zn (lot 1 & 2) - GM Woningen
|
Dossiernummer: | 202651
|
Intern dossiernummer: | 1116
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026055876
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 1 & 2)
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het bouwen van 2 halfopen gekoppelde ééngezinswoningen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen de agrarische gebieden enkel mogen bevatten, de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in het geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
- .
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V701 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 19.11.2025.
Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V701 d.d. 19.11.2025 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt ongeveer 114,55m² voor de woning op lot 1 en 97,82m² voor de woning op lot 2. Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 7 500 liter zowel voor de linker als de rechter woning die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 2 870 liter voor de linker woning met een infiltratieoppervlakte van 10,06 m² en 2 300 liter voor de rechter woning en een infiltratieoppervlakte van 9,12m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, een wasmachine en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit door middel van een karrenspoor, een tuinpad en een zone voor de standplaats van de wagens. Ook wordt er aan de achterzijde aansluitend aan de woningen een terras voorzien in tegels, deze verharding loopt af naar de achterliggende tuinzone. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw. Er wordt een afwijking gevraagd ivm de verharding onder helling van de oprit. Deze ligt in een helling van meer dan de toegestane 2% uit de verordening. Gezien het om een oprit in de vorm van een karrenspoor gaat met een helling van minder dan 5% en de beperkte oppervlakte wordt verondersteld dat het hemelwater naast en doorheen deze verharding kan te infiltreren en er dus geen lijngoot of overloop moet zijn naar de regenwaterput.
Voorliggend zal een gedeelte van de gracht ingebuisd worden voor de aanleg van de inrit, hiervoor wordt toestemming gevraagd bij Fluvius. (zie advies gevoegd bij de omgevingsvergunning met ref. 5000130686)
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 11 mei 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 juni 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 11 juni 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 10 juli 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 11 augustus 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 859 G
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Er werd een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen op 19 november 2025 voor het verkavelen van een perceel grond in 6 loten halfopen bebouwing met ref. V701 (OMV_2025090657).
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van 2 ééngezinswoningen in halfopen bebouwing op de loten 1 en 2 van de verkaveling V701 d.d. 19.11.2025.
Deze loten zijn gelegen langs een uitgeruste gemeenteweg, zijnde de Klameerstraat, een weg in asfalt. De straat wordt gekenmerkt door eengezinswoningen in open en halfopen bebouwing, hoeves en landbouwactiviteiten in een landelijke omgeving. De percelen situeren zich op het einde van de Klameerstraat in verbinding met de Hoogsimsestraat. De loten 1 en 2 grenzen aan de voorzijde aan de Klameerstraat en situeren zich op de hoek van de verkaveling in aansluiting met de Hoogsimsestraat de andere loten zijn momenteel nog onbebouwd. Voor de loten 3 en 4 werd er reeds een omgevingsvergunning verleend met ref. OMV_2026060659 d.d. 15.07.2026.
Voorgestelde woningen worden voorzien binnen het voorgestelde bouwkader volgens de verkaveling ingeplant waarbij de voorgevel komt op ongeveer 8m85 tot 10m30 van de voorliggende rooilijn, gezien de ligging op de hoek van de Klameerstraat met de Hoogsimsestraat ligt de voorliggende rooilijn in een draai vandaar dat deze afstand verkleint naar lot 1. Er blijft een afstand tussen de zijgevel van de woning op lot 2 en de rechter perceelsgrens behouden van 3m80. De woningen hebben een diepte van respectievelijk 12m50 (lot 2) en 12m (lot 1) op het gelijkvloers niveau en een diepte van 11m50 op de verdieping gemeten vanaf de goedgekeurde bouwlijn volgens de verkaveling. Het betreft een landelijk ontwerp afgewerkt met een schilddak waarvan de kroonlijst komt op een hoogte van 6m50, echter zal er enige variatie zijn in de gevelopbouw en kroonlijsthoogte door het voorzien van een luifel aan de voorgevel, de carport en een dakuitbouw op de verdieping voor de woning op lot 1. De luifel van de inkom en de luifel ter hoogte van de carport springen ook uit ten aanzien van de bouwlijn over een breedte van 50cm. De nok van de woningen komt op ongeveer 11m38. De woningen worden per bouwblok ingepland op ongeveer 50cm boven de as van de weg voorzien, volgens de peilen aangegeven op het terreinprofiel.
Het project wordt opgetrokken in traditionele bouwstijl waarbij het gevelmetselwerk wordt voorzien in een witte gevelsteen gecombineerd met een houten gevelbekleding en een zwart aluminium buitenschrijnwerk. De dakafwerking wordt voorzien door middel van rood/bruine dakpannen en zwart zinken regenwaterafvoeren.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is deels in strijd met de voorschriften van de verkaveling V701 voor wat betreft de nokhoogte en de luifel aan de carport en ter hoogte van de inkom die 50cm uitspringt ten aanzien van de bouwlijn.
Conform artikel 4.4.1.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningen kunnen in een stedenbouwkundige vergunning, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
De voorschriften van de verkaveling V701 stellen dat:
Nokhoogte
Voorschrift
Max. 5m boven de kroonlijst
Inplanting
Voorschrift
Het hoofdgebouw wordt volledig ingeplant binnen de ‘zone voor hoofdgebouw’ zoals aangegeven op het verkavelingsplan.
Het ontwerp voorziet de realisatie van 2 halfopen grondgebonden ééngezinswoningen waarbij het ontwerp zo is opgevat dat dit één geheel vormt en de woningen het uitzicht hebben van één vrijstaande woning in landelijke stijl. De inplanting van de woningen is binnen het bouwkader volgens de verkaveling voorzien, echter springt er aan de voorzijde ter hoogte van de inkom een luifel uit ten aanzien van de bouwlijn over 50cm en wordt ook de carport aan de linker woning op deze hoogte ingeplant, waardoor de carport ook op 50cm voor de voorgevellijn aanvat. De carport heeft een breedte van ongeveer 3m waarbij de luifel of dakrand nog eens 20cm verder loopt voor de voorgevel. De dakuitbouw aan de voorgevel heeft een breedte van ongeveer 9m50. Echter het hoofdvolume situeert zich wel volledig binnen het voorgestelde bouwkader. . Het betreffen ook beperkte open constructies die geen hinder geven naar de aanpalende percelen en door het voorzien van de carport in de zijtuinstrook wordt er ook vermeden dat er nog bijkomende verhardingen moeten voorzien worden tot aan de achtertuinzone. Verder wijkt het ontwerp af van de voorschriften aangaande de verhouding van de kroonlijsthoogte en de nokhoogte. De nokhoogte komt namelijk op 5m88 van de kroonlijsthoogte ipv de voorgeschreven max hoogte van 5m volgens de voorschriften. Echter blijft het totale volume wel binnen de afmetingen zoals voorzien in de verkavelingsvoorschriften waardoor dit als een beperkte afwijking kan gezien worden. Voorgestelde afwijkingen kunnen bijgevolg ter plaatse aanvaard worden gezien ze beperkt zijn en geen hinder zullen veroorzaken ten aanzien van de aanpalende percelen en de omgeving. Er werden ook geen bezwaarschriften ingediend door de aanpalende percelen waardoor men in de veronderstelling kan zijn dat deze aanpalende eigenaars akkoord kunnen gaan met het voorgesteld ontwerp. Deze afwijkingen betreffen een minimale toename van de normen voorzien in de verkaveling waardoor deze afwijking rekening houdt met de basisvisie van de verkaveling en het ontwerp bijgevolg nog steeds conform is aan de ruimtelijke aanleg ter plaatse.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 3 juni 2026 | 17 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 3 juni 2026 | 4 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Interne Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Bert Penxten | 3 juni 2026 | 4 juni 2026 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 03.06.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator. Op 17.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000130686 ontvangen. Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 03.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Op 04.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 03.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de technische dienst, gemeente Alken. Op 04.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket, zijnde:
Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig.
Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius). Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 11 juni 2026 tot 10 juli 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werden geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft de realisatie van 2 halfopen grondgebonden ééngezinswoningen met carport. Het voorgestelde ontwerp is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving, rekening houdend met de gemotiveerde afwijkingen. Het betreft de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen in een landelijk woongebied waarbij de voorgestelde werken bijgevolg zone-eigen en gangbaar zijn voor deze omgeving.
● Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein bij de ééngezinswoningen.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: voorliggende aanvraag heeft dezelfde schaalgrootte als op de percelen in de nabije omgeving en valt dan ook niet uit de toon ten opzichte van de omliggende woningen. De inplanting van de woningen blijft grotendeels behouden waardoor enige hinder naar buurpercelen toe zeer beperkt blijft en als niet-uitzonderlijk kunnen beschouwd worden. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De aanvraag heeft geen invloed op het bestaande ruimtegebruik. De tuinzone voor de ééngezinswoningen is gesitueerd aan de achterzijde en wordt gevrijwaard door de plaatsing van de carports in de zijtuinstrook, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
● Visueel-vormelijke elementen: voorgestelde woningen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang. De materialen die gebruikt worden zijn afgestemd op de huidige bebouwing, zijnde een witte gevelsteen gecombineerd met een houten gevelbekleding en een zwart aluminium buitenschrijnwerk. De dakafwerking wordt voorzien door middel van rood/bruine dakpannen en zwart zinken regenwaterafvoeren.
● Cultuurhistorische aspecten: . Het perceel en deze eigendom zijn niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft grotendeels behouden. Enkel rondom de zoen voor de realisatie van de woningen wordt het reliëf licht aangepast/aangevuld.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting, de voorgestelde woningen de privacy van de omwonenden niet wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 17.06.2026 met ref. 5000130686 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de technische dienst dient strikt nageleefd te worden. Zijnde:
○ Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig
○ Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius)
● Het advies van de Watergroep d.d. 04.06.2026 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning en aan te sluiten op de aanpalende percelen zoals voorzien op de plannen (terreinprofiel).
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 19/08/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Sabrina Govaerts namens GM WONINGEN BV gevestigd te Guffenslaan 108/0.01 te 3500 Hasselt, voor het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 1 & 2), gelegen Klameerstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 859 G, wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 17.06.2026 met ref. 5000130686 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de technische dienst dient strikt nageleefd te worden. Zijnde:
○ Opgelet hier is een septische put verplicht er is geen gescheiden riolering op openbaar domein aanwezig
○ Bijkomend zie ik dat de aansluitingen op de riolering nu gaan uitstromen in open gracht, praktisch is het misschien logischer om de aansluiting te voorzien in het nieuw in te buizen gedeelte. (nog aan te vragen via Fluvius)
● Het advies van de Watergroep d.d. 04.06.2026 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning en aan te sluiten op de aanpalende percelen zoals voorzien op de plannen (terreinprofiel).
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 19 08 2026
Omgevingsvergunning 1120
Aanvraag omgevingsvergunning over: de bestemmingswijziging van een tweewoonst naar een ééngezinswoning ingediend door Robin Van Hout met als contactadres Motstraat 17 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Motstraat 17, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 497 R. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Robin Van Hout met als contactadres Motstraat 17 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Motstraat 17
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 497R
|
Projectnaam: | Motstraat 17 - Van Hout Robin
|
Dossiernummer: | 202656
|
Intern dossiernummer: | 1120
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026064043
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de bestemmingswijziging van een tweewoonst naar een ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de bestemmingswijziging van een tweewoonst naar een ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd RUP CENTRUM V Zuid definitief vastgesteld bij besluit van de Gemeenteraad op 24.06.2021 – zone voor wonen.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet vervallen verkaveling. De voorschriften van het RUP Centrum V Zuid zijn van toepassing op dit perceel.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, de bestemmingswijziging betreft van een tweegezinswoning naar een ééngezinswoning betreft waarbij de bestaande aansluitingen behouden blijven en er geen werken gebeuren, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Er wordt geen wijziging gedaan aan de bebouwingsgraad of de ondergrond dus deze blijven ongewijzigd ten aanzien van de oorspronkelijke toestand waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 19 mei 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 26 juni 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 13 augustus 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 497 R
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 04/08/2004 een stedenbouwkundige vergunning (4378) voor het verbouwen van een ééngezinswoning naar een tweegezinswoning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de bestaande tweezinswoning om te vormen naar een ééngezinswoning. Het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, zijnde de Motstraat, gelet op de plaatselijke toestand. Dit betreft een gewestweg die de gemeente doorkruist in het centrum van Alken. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een variatie aan bebouwingen en dit in verschillende typologieën en bouwstijlen. Het betreft een woning in half open bouwvorm.
De woning werd indertijd omgevormd tot een tweegezinswoning voor de grootouders van de bewoners. Ondertussen wonen deze hier niet meer en is de volledige woning als één geheel in gebruik. Er worden geen verbouwingwerken aangevraagd.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is in overeenstemming met het RUP CENTRUM V Zuid definitief vastgesteld bij besluit van de Gemeenteraad op 24.06.2021 – zone voor wonen.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
watertoets@vmm.be | 14 juli 2026 | 4 augustus 2026 | gunstig |
AWV - District Zuid-Limburg | 26 juni 2026 | 29 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 26 juni 2026 | 13 juli 2026 | geen advies |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 26 juni 2026 | 13 juli 2026 | geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 26 juni 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan dienst waterbeheer, provincie Limburg en aan Watering de herk. Op 13 juli 2026 hebben zij via het omgevingloket laten weten geen officieel advies te moeten uitbrengen in dit dossier.
● De aanvraag werd op 14 juli 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de VMM. Op 4 augustus 2026 werd er een gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 26 juni 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan het agentschap Wegen en Verkeer. Op 29 juni 2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: De voorgestelde bestemmingswijziging is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de bebouwingen in de onmiddellijke omgeving.
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de mobiliteit gelet op de vermindering van het aantal woongelegenheden. Parkeren kan op eigen terrein gebeuren.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Het gabarit van het pand wijzigt niet. De aanvraag is in relatie met de omliggende stedenbouwkundige context en de schaalgrootte komt overeen met de omliggende aangrenzende bebouwing.
● Visueel-vormelijke elementen: Er worden geen werken uitgevoerd aan de woning. De bestemmingswijziging heeft een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengt de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: De aanvraag wijzigt het bodemreliëf niet.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde omvorming van een tweegezinswoning naar een ééngezinswoning zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:
− De voorwaarden en opmerkingen zoals gesteld in het advies van het agentschap Wegen en Verkeer. Dd. 29 juni 2026 met ref. AV/719/2026/00450 dienen opgevolgd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 19/08/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Robin Van Hout met als contactadres Motstraat 17 te 3570 Alken, de bestemmingswijziging van een tweewoonst naar een ééngezinswoning, gelegen Motstraat 17, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 497 R voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarde opgelegd:
− De voorwaarden en opmerkingen zoals gesteld in het advies van het agentschap Wegen en Verkeer. Dd. 29 juni 2026 met ref. AV/719/2026/00450 dienen opgevolgd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 19 08 2026
Omgevingsvergunning 1121
Aanvraag omgevingsvergunning over: het verbouwen van een gesloten ééngezinswoning naar een tweewoonst ingediend door Jan Liefsoens wonende te Kannaertsstraat 70 te 3512 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Ridderstraat 20, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 393 V. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Jan Liefsoens wonende te Kannaertsstraat 70 te 3512 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Ridderstraat 20
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 393V
|
Projectnaam: | Ridderstraat 20 - Liefsoens Jan
|
Dossiernummer: | 202657
|
Intern dossiernummer: | 1121
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026060892
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het verbouwen van een gesloten ééngezinswoning naar een tweewoonst
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het verbouwen van een gesloten ééngezinswoning naar 2 appartementen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd RUP CENTRUM V Zuid definitief vastgesteld bij besluit van de Gemeenteraad op 24.06.2021 – zone voor wonen.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet vervallen verkaveling.
De voorschriften van het RUP Centrum V Zuid zijn van toepassing op dit perceel.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de verbouwing en realisatie van een ééngezinswoning naar 2 appartementen betreft. De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak dat zal worden uitgebreid bedraagt ongeveer 32m². Het dakoppervlak van het hoofdvolume watert reeds af naar een bestaande hemelwaterput die behouden zal blijven van 5 000 liter. Ook de bestaande aansluiting op de riolering zal behouden blijven. Daar de inhoud van de bestaande put beperkt is wordt het
opgevangen regenwater enkel gerecupereerd voor het spoelen van toiletten en voor de wasmachine en
buitenkraan van de onderste woongelegenheid.
Bijkomend wordt er wel een infiltratievoorziening aangelegd voor de aansluiting van het dakoppervlak van de uitbreiding en de helft van het groendak van de nieuwe fietsenstalling. De open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone bedraagt 316 liter en een infiltratieoppervlakte van 2,5m².
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit, de parkeerzone en een tuinpad in waterdoorlatende materialen. De hellingsgraad van de verhardingen, in waterdoorlatende materialen, van doorrit en parkeerzone is minder dan 2% waardoor het hemelwater kan afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel in fundering als opbouw in waterdoorlatende materialen te worden voorzien.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene infiltratie/buffervoorziening compenseert de bijkomend te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Het perceel is gelegen binnen een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Er werd advies gevraagd aan de dienst Waterlopen, provincie Limburg aangaande de watertoets. Op 12 juni verleende de dienst waterlopen een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2026N168664 - 2026 – 0927.
Volgende voorwaarden worden in dit advies opgenomen:
● Om overstromingsveilig te zijn, moet het vloerpeil (gelijkvloers) minstens 10 cm boven het hoogste kritisch overstromingspeil gelegen zijn. Dit is het overstromingspeil op de weg.
= 39,90 m TAW + 10 cm
= 40,00 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
= 35 cm boven de as van de weg
Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.
Het bestaande vloerpeil van de woning ligt volgens de gegevens op de terreinsnede al 36 cm boven de wegas = 40,01 m TAW. Dit is overstromingsveilig.
Mogelijks stelt zich wel een probleem met de garage = doorgang onder de woning naar de tuin.
Dit vloerpeil ligt volgens de plannen 9 cm lager dan het vloerpeil van de woning = 39,92 m TAW.
Dit is nog steeds boven het kritisch overstromingspeil, echter zonder marge van 10 cm.
De bouwheer moet zelf inschatten of hij het nodig en technisch haalbaar acht om ook het vloerpeil van de garage te verhogen tot hetzelfde niveau als het gelijkvloerse vloerpeil van de woning.
● Nieuwe kelders en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
● Eventuele kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
● Doorvoeren van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.
● Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.
● Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
● Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het kritisch overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden.
● Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
● De tuin mag niet opgehoogd worden. De bouwheer moet de overstromingsgevoeligheid te allen tijde accepteren, en mag geen werken uitvoeren waardoor de eventuele overlast op de buurpercelen verzwaard wordt of naar deze buurpercelen verschoven wordt.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 20 mei 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 10 juni 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 18 juni 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 17 juli 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 12 augustus 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 393 V
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 21/02/1964 een stedenbouwkundige vergunning (0146) voor bouwen woonhuis werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat er op 26.11.2025 een weigering van een omgevingsvergunning werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het verbouwen van een gesloten bebouwing naar 3 woongelegenheden (OMV_2025094689 intern nr OMV 1043)
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst een gesloten bebouwing om te vormen en beperkt uit te breiden naar 2 appartementen.
Het perceel is gelegen aan de Ridderstraat, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door gesloten bebouwingen en is gelegen binnen het centrum van Alken. De naastliggende percelen betreffen gesloten bebouwingen met als bestemming meergezinswoning, dewelke aan beide zijden zijn opgetrokken tot op de perceelsgrens.
Het huidige ontwerp werd aangepast naar aanleiding van de weigering die werd afgeleverd voor de verbouwing van het pand naar 3 woonentiteiten. Gezien de hoge terreinbezetting werd het aantal wooneenheden beperkt tot 2 entiteiten waardoor er ook minder parkeerplaatsen dienen te worden voorzien op het perceel. Ook werden de verhardingen in waterdoorlatende materialen voorzien en uitgevoerd met enerzijds een karrenspoor en anderzijds voor de parkeerzone deels met grastegels. Ook de tuinzone achter de gelijkvloerse wooneenheid werd geoptimaliseerd en de nieuwe fietsenberging zal worden uitgevoerd met een groendak.
Het gabarit blijft ongewijzigd, waardoor de eenheid in het straatbeeld behouden blijft. De geplande uitbreiding aan de achterzijde is beperkt en afgestemd op de bestaande achterbouwen van de aanpalende panden. Het betreft een uitbreiding op gelijkvloers niveau met een breedte van 6m70 gesitueerd tegen de bestaande bebouwing op de perceelsgrens links over een diepte van 4m85. Ook de hoogte blijft beperkt tot 3m66, waarbij er op de verdieping een terrasruimte wordt voorzien op de uitbreiding ten behoeve van het duplex appartement. De uitbreiding voldoet hiermee ook aan de voorschriften van het hier geldend RUP. De nokhoogte van het bestaand bouwvolume, die gelijkloopt met deze van zowel linker-als rechterbuur, blijkt, na opmeting, een stuk hoger dan werd aangegeven op de plannen van de vergunde toestand. Hierdoor is het mogelijk om een duplexappartement, met 2 slaapkamers onder het dak (zolderverdieping), te voorzien.
Het dak en de buitenmuren van het bestaand, te behouden, bouwvolume worden maximaal geïsoleerd. De bestaande voor- en achtergevels worden voorzien van voorzetisolatie, afgewerkt met steenstrips, waardoor het geheel thermisch performant en esthetisch verantwoord is. De nieuwe uitbreiding op het gelijkvloers voldoet eveneens aan de EPB-eisen voor nieuwbouw.
Er wordt voor het hoofdvolume gewerkt met een lichtgrijs kleurige gevelsteenstrip in combinatie met een zwart aluminium buitenschrijnwerk en volkern antracietkleurige gevelpanelen. Het dak wordt voorzien in antracietkleurige dakpannen en het zinkwerk wordt ook in een antraciet plooiwerk voorzien.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aangevraagde verbouwing naar 2 appartementen, is principieel verenigbaar met de stedenbouwkundige voorschriften van het woongebied en het RUP “Centrum 5 Zuid”. Echter het RUP Centrum 5 Zuid bepaalt het volgende:
‘De harmonieregel geldt voor het bepalen van de bouwhoogte, de kroonlijsthoogte, de terreinbezetting, bouwen tot op de perceelsgrens of met zijdelingse afstanden, de plaatsing van de gebouwen op het perceel en de maximale bouwdiepte. Kortom, de hoofdkenmerken van het gebouw moeten in harmonie zijn met de directe omgeving’
Inrichting van de onbebouwde ruimte
Onbebouwde en onverharde perceelsdelen dienen als tuin of private dan wel collectieve of publieke groene ruimte te worden aangelegd en als dusdanig gehandhaafd.’
Minimale woonkwaliteit bij meergezinswoningen
§ § Iedere woongelegenheid beschikt over een bruikbare buiten- en bergruimte. Bij elke meergezinswoning dienen er, voor de bewoners, per wooneenheid minimaal twee fietsstalplaatsen voor iedere eerste slaapkamer en één bijkomende fietsparkeerplaats per extra slaapkamer te worden voorzien. Van deze voorschriften kan enkel afgeweken worden in functie van het realiseren van woningen voor gesubsidieerde sociale wooneenheden, gesubsidieerd begeleid wonen, assistentiewoningen, serviceflats, transitwoningen, wonen met sociale doeleinden en tijdelijke gastenverblijven.
Binnen het huidige ontwerp wordt er een realisatie van 2 appartementen voorzien waarbij er tevens een nieuwe fietsenstalling alsook 3 parkeerplaatsen worden voorzien in de tuinzone. Gezien de realisatie van de parkeerplaatsen in de tuinzone werd er zo maximaal mogelijk ingezet op de realisatie van een groene buitenruimte bij de gelijkvloerse woongelegenheid en de overgang van de parkeerzone naar de aanpalende percelen. Ook de nodige verhardingen werden zo voorzien dat deze zo waterdoorlatend mogelijk gerealiseerd konden worden waarbij er gewerkt werd met een waterdoorlatende verharding door middel van grastegels in combinatie met een karrenspoor. Aan de achterzijde werd er een groenstrook voorzien over de volledige breedte van het perceel. Door maximaal in te zetten op het behoud van zoveel mogelijk buitenruimte bij de wooneenheden en het realiseren van waterdoorlatende verhardingen kan voorgesteld ontwerp in de dorpskern van Alken aanvaard worden en is deze ook in verhouding met de realisaties in een woonkern en met de bestaande omgeving. Voorgesteld ontwerp kan bijgevolg ter plaatse aanvaard worden.
Gemeentelijke parkeerverordening
Meergezinswoningen 1.5pp/woning
2 woningen -> 3 pp
Fiets 2 f/wo -> 6 fietsstallingen
Er is voldaan aan de gemeentelijke parkeerverordening.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 10 juni 2026 | 22 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 10 juni 2026 | 12 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 10 juni 2026 | 16 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 10 juni 2026 | 12 juni 2026 | voorwaardelijk gunstig |
preventie@zuidwestlimburg.be | 10 juni 2026 | 28 juli 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Toegankelijk Vlaanderen (Inter) | 10 juni 2026 | 18 juni 2026 | geen bezwaar |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 10.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 22.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000131236 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 10.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep. Op 12.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 10.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen, provincie Limburg. Op 12.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2026N168664 - 2026 – 0927 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 10.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk. Op 16.06.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 10.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de hulpverleningszone Zuid-West-Limburg, de brandweer. Op 28.07.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 2025-0324-002 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
● De aanvraag werd op 10.06.206 digitaal voor advies voorgelegd aan Inter Toegankelijkheid. Op 18.06.2026 werd er via het omgevingsloket gemeld dat er geen bezwaar is tegen het ontwerp. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 18 juni 2026 tot 17 juli 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en een digitaal bezwaar
Behandeling van de bezwaren:
Bezwaar1
Datum 12 juli 2026
Inhoud van het bezwaar
Ons perceel met appartementsblok grenst vanachter aan het perceel dat deel uitmaakt van dit onderzoek. Onze appartementsblok is lager gelegen dan het perceel gelegen op Ridderstraat 20. Ik merk dat de grondoppervlakte van te verbouwen perceel grotendeels gaat verhard worden door aanleg van een parking. Dit baart mij zorgen gezien het water naar ons perceel zal gaan aflopen en niet meer in de grond dringt.
Gezien ons perceel ook al P- score D heeft vrees ik dat wij , bij hevige regen, wateroverlast in onze gelijkvloerse appartementen gaan krijgen . Ik zou graag de garantie hebben dat het water voldoende wordt opgevangen binnen het te verbouwen perceel. Moeten die parkings echt achter het gebouw,?. Kan ik de garantie krijgen dat goed waterdoorlatende verharding wordt aangelegd ?
Het beangstigt mij dat alle percelen aan de Ridderstraat die aan ons grenzen geleidelijk aan omgevormd worden tot appartementsblokken met bijna volledige verharding (parking) achteraan, terwijl wij zelf niet mogen verharden . Deze parkings worden bovendien veel hoger en aflopend naar ons perceel aangelegd , zodat al het water naar ons perceel wordt afgevoerd.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 18.06.2026 tot en met 17.07.2026.
Na het openbaar onderzoek kan de bevoegde overheid toestaan dat de vergunningsaanvrager wijzigingen aanbrengt in zijn vergunningsaanvraag. Het verzoek daartoe gaat uit van de vergunningsaanvrager.
Er moet geen nieuw openbaar onderzoek worden georganiseerd, wanneer met de aanpassing van de plannen tegemoet gekomen wordt aan de adviezen en/of aan de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden geformuleerd: dit houdt niet in dat de planaanpassingen volledig aan de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren en opmerkingen moeten tegemoetkomen (RvVb 17 april 2018, nr. RvVb/A/1718/0784)
Er werd op 06.08.2026 een bijkomende toelichting gevoegd bij het dossier waarbij er naar aanleiding van het ingediende bezwaar verdere uitleg werd gevoegd aangaande de technische uitvoering van de verhardingen en de aanleg van het terrein.
Het bezwaarschrift kan als volgt beoordeeld worden:
Samenvatting bezwaar:
Het bezwaar handelt voornamelijk over een mogelijke vrees voor bijkomende wateroverlast naar aanleiding van de realisatie van het project en de parkeerplaatsen in de tuinzone.
WEERLEGGING
Ligging
Het projectgebied is gelegen binnen het centrum van Alken (binnen een straal van 400m, tevens loopafstand) waar sowieso verdichting gewenst is. Dit wordt ook vermeld in het GRUP Centrum 5 Zuid: zone voor strategische ontwikkeling (99% - art. 2) + zone voor wegenis (1% - art. 7). Het verdichten van het centrum betekent sowieso dat er ook voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein dienen voorzien te worden.
WATEROVERLAST EN INFILTRATIE
Er werd in 2025 een aanvraag ingediend voor de realisatie van 3 wooneenheden op het perceel, echter omwille van de terreinbezetting en de opmerkingen aangaande infiltratie en verhardingen werd dit dossier toen geweigerd. Echter werd er binnen huidig ontwerp rekening gehouden met de toen gemaakte opmerkingen in het dossier zowel aangaande de terreinbezetting alsook aangaande het advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg.
BIJKOMENDE TOELICHTING
Terreinhoogte
De bestaande terreinpeilen werden bijkomend nagekeken aan de hand van de gegevens van DOV Verkenner. (Dit zijn indicatieve peilen en dus geen landmeetkundige opmeting, de opmeting door de landmeter zal plaatsvinden vooraleer de uitvoering van de werken van start gaat). Hieruit blijkt dat het terrein ter hoogte van de achterste perceelsgrenzen nagenoeg vlak verloopt:
Het bestaande terrein van Ridderstraat 20 sluit, qua niveau, bijgevolg nauw aan bij de naastliggende percelen. Er wordt daarom geen bijkomende ophoging of verlaging van het terrein voorzien. Het bestaande terreinprofiel wordt maximaal behouden.
Waterdoorlatende aanleg van de parkeerplaatsen
De parkeerplaatsen worden voorzien in functie van de hier geldende gemeentelijke parkeerverordening van de gemeente Alken. De situering van de parkeerplaatsen is bijgevolg het resultaat van de noodzakelijke parkeerbehoefte op eigen terrein en niet van de intentie om de achterliggende tuin maximaal te verharden.
De parkeerzone wordt uitgevoerd met waterdoorlatende grastegels en karrensporen op een drainerende/waterdoorlatende funderingslaag (zie onderstaande principeschets). De hellingsgraad bedraagt minder dan 2%.
Groenzone achter de parkeerplaatsen
De parkeerplaatsen worden niet doorgetrokken tot aan de achterste perceelsgrens. Achter de parkeerzone blijft een groenzone behouden die, op het diepste punt owv schuinlopende perceelsgrens, meer dan 2,00 m breed is. Deze zone wordt groen ingericht en vormt een bijkomende onverharde buffer tussen de parkeerplaatsen en het achterliggende perceel. Hierdoor wordt vermeden dat hemelwater afkomstig van de parkeerplaatsen rechtstreeks via een verharde oppervlakte naar de achterste
perceelsgrens wordt afgevoerd.
De combinatie van de waterdoorlatende parkeerzone, de drainerende funderingsopbouw en de bijkomende onverharde groenzone achteraan zorgt ervoor dat het hemelwater maximaal op het eigen perceel kan infiltreren.
Hemelwater
Het hemelwater van de nieuwe dakoppervlakken wordt op het eigen perceel opgevangen en geïnfiltreerd via de voorziene bovengrondse infiltratievoorziening.
Het hemelwater dat op de parkeerzone terechtkomt, kan door de waterdoorlatende uitvoering en minimale hellingsgraad maximaal ter plaatse infiltreren. De onverharde groenzone achter de parkeerplaatsen biedt bovendien bijkomende ruimte voor infiltratie. De bovengrondse infiltratievoorziening, wadi, werd bewust niet in dit achterste gedeelte van het perceel gesitueerd zodat het perceel hier niet bijkomend belast wordt met een geconcentreerde infiltratievoorziening en dus volop kan dienst doen als bijkomende infiltratiezone.
Conclusie
De parkeerzone wordt waterdoorlatend en dus niet als een gesloten verharde oppervlakte aangelegd.
Achteraan het perceel is een onverharde groenzone voorzien. Het bestaand terreinprofiel blijft behouden.
Opvang en infiltratie van de nieuwe dakoppervlakken gebeurt op eigen terrein.
Door deze combinatie wordt het hemelwater maximaal op het eigen perceel gehouden en komt er geen afstroming van hemelwater naar het achterliggende perceel voor.
De aanvrager is bereid de hierboven beschreven terreinprofilering en uitvoering van de parkeerzone overeenkomstig de plannen en principeschetsen uit te voeren.
Verder werd er ook zoals vermeld advies gevraagd aan de bevoegde instanties aangaande water, zijnde de dienst waterlopen, provincie Limburg alsook Watering de Herk. Beide instanties hebben het dossier voorwaardelijk gunstig geadviseerd. Deze voorwaarden worden ook mee opgenomen in het dossier waardoor deze strikt dienen nageleefd te worden bij de uitvoering van de vergunning en de realisatie van de werken.
Er werd bijgevolg voldaan aan de opmerkingen ingediend tijdens het openbaar onderzoek en in principe is het bezwaar dus ongegrond en wordt dit niet weerhouden (zie hoger), maar binnen de voorwaarden wordt er mee opgenomen dat de uitvoering van de verhardingen en de terreinprofilering overeenkomstig de toegevoegde nota en principeschetsen dient uitgevoerd te worden.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft de verbouwing en realisatie van 2 appartementen in het centrum van Alken Het voorgestelde ontwerp is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving, rekening houdend met de gemotiveerde afwijkingen. Het betreft de realisatie van 2 appartementen in woongebied waarbij de voorgestelde werken bijgevolg zone-eigen en gangbaar zijn voor deze omgeving en conform aan het RUP Centrum V Zuid aangaande de bestemming.
● Mobiliteitsaspect:. er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein bij de wooneenheden conform de gemeentelijke parkeerverordening.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: voorliggende aanvraag heeft dezelfde schaalgrootte als op de percelen in de nabije omgeving en valt dan ook niet uit de toon ten opzichte van de omliggende woningen. De inplanting van de woningen blijft grotendeels behouden (en betreft een overeenstemming met de bestaande woning) waardoor enige hinder naar buurpercelen toe zeer beperkt blijft en als niet-uitzonderlijk kunnen beschouwd worden. Het perceel is ook voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De aanvraag heeft geen invloed op het bestaande ruimtegebruik. De buitenruimte voor de wooneenheden is gesitueerd aan de achterzijde en wordt gevrijwaard door de plaatsing van de voldoende groenaanplant, waardoor die op een kwalitatieve wijze kan worden ingericht.
● Visueel-vormelijke elementen: voorgestelde wooneenheden worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang. De materialen die gebruikt worden zijn afgestemd op de huidige bebouwing, zijnde lichtgrijs kleurige gevelsteenstrip in combinatie met een zwart aluminium buitenschrijnwerk en volkern antracietkleurige gevelpanelen. Het dak wordt voorzien in antracietkleurige dakpannen en het zinkwerk wordt ook in een antraciet plooiwerk voorzien.
● Cultuurhistorische aspecten: . Het perceel en deze eigendom zijn niet gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft grotendeels behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting, de voorgestelde woningen de privacy van de omwonenden niet wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering met ref. 5000131236 d.d. 22.06.2026 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening dient strikt nageleefd te worden
● Het advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg d.d. 12.06.2026 met ref. 2026N168664 - 2026 – 0927 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Watering de Herk d.d. 16.06.2026 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de hulpverleningszone Zuid-West-Limburg, de brandweer d.d. 28.07.2026 met ref. 2025-0324-002 dient strikt nageleefd te worden.
● De toegevoegde nota met de beschrijving van de terreinprofilering en uitvoering van de parkeerzone overeenkomstig de plannen en principeschetsen dient nageleefd te worden.
● Het bestaande terreinprofiel dient zoveel als mogelijk behouden te blijven en aan te sluiten op de aanpalende percelen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 19/08/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Jan Liefsoens wonende te Kannaertsstraat 70 te 3512 Hasselt, het verbouwen van een gesloten ééngezinswoning naar een tweewoonst, gelegen Ridderstraat 20, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 393 V, wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering met ref. 5000131236 d.d. 22.06.2026 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening dient strikt nageleefd te worden
● Het advies van de dienst waterlopen, provincie Limburg d.d. 12.06.2026 met ref. 2026N168664 - 2026 – 0927 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van Watering de Herk d.d. 16.06.2026 dient strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de hulpverleningszone Zuid-West-Limburg, de brandweer d.d. 28.07.2026 met ref. 2025-0324-002 dient strikt nageleefd te worden.
● De toegevoegde nota met de beschrijving van de terreinprofilering en uitvoering van de parkeerzone overeenkomstig de plannen en principeschetsen dient nageleefd te worden.
● Het bestaande terreinprofiel dient zoveel als mogelijk behouden te blijven en aan te sluiten op de aanpalende percelen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 19 08 2026
Omgevingsvergunning 1129
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een ééngezinswoning met carport en de afbraak van een bestaande tuinberging ingediend door Yannick Punie wonende te Lindestraat 127 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Beukenlaan zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 58 W5 en (afd. 1) sectie B 58 V5. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Yannick Punie wonende te Lindestraat 127 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Beukenlaan zn.
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie B nrs. 58W5 en 58V5
|
Projectnaam: | Beukenlaan zn - Punie Yannick
|
Dossiernummer: | 202666
|
Intern dossiernummer: | 1129
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026069718
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een ééngezinswoning met carport en de afbraak van een bestaande tuinberging
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het bouwen van een ééngezinswoning met carport en de afbraak van een bestaande tuinberging.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - Woonuitbreidingsgebied.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis aangegaan door de promotor. 1 (KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp gewestplannen en de gewestplannen).
De eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg. Het eigendom is wel gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan- RUP Terkoest
De aanvraag is gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V696 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 14.05.2025. Overwegende dat de voorschriften van het RUP Terkoest en de verkaveling V696 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het bouwen van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 100,41m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 7500 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 2368 liter en een infiltratieoppervlakte van 14,18m. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, de wasmachine en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit en een tuinpad, alsook het terras. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 4 juni 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 24 juni 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 12 augustus 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie B 58 W5
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 01/12/1993 een stedenbouwkundige vergunning (2866) voor het bouwen van een bergplaats werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 14/05/2025 een omgevingsvergunning voor het verkavelen (696) werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag is gelegen op de hoek van de Olmenlaan en de Beukenlaan. Gemeentewegen die voldoende zijn uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk open ééngezinswoningen. Zowel het linker als het rechter aanpalende perceel is bebouwd.
De aanvraag betreft een ééngezinswoning volgens het type open bebouwing. Het betreft een woning met kamers onder dak. De dakhelling van de woning bedraagt 45°. De kroonlijsthoogte is 3.3m, de nokhoogte 7.95m. De bebouwde oppervlakte van de woning met carport is 100.41m². Het perceel heeft een oppervlakte van 978m². Het bijgebouw zal worden afgebroken. De woning zal worden uitgevoerd in een licht rood-oranje gevelsteen. Buitenschrijnwerk en pannen in een zwarte kleur. Er zijn 2 parkeerplaatsen voorzien, één in de carport en één op de oprit. De oprit en toegang tot de woning (geel ingekleurd op het inplantingsplan) zal worden uitgevoerd in waterdoorlatend materiaal (met waterdoorlatende ondergrond) en afwaterend naar de voortuin. De oprit heeft een breedte van 4.5m ter hoogte van de rooilijn. Het terras (paars ingekleurd op het inplantingsplan) wordt uitgevoerd in tegels. Deze zijn niet waterdoorlatend. Het terras helt af naar het gazon waar indringing onmiddellijk mogelijk is. Het regenwater wordt opgevangen in een regenput van 7500 liter voor toiletten, wasmachine en buitenkraan. Infiltratie d.m.v. een wadi met een maximumdiepte van 50cm. De vloerpas van de woning ligt 30cm boven de as van de Beukenlaan. Ter plaatse van de woning, carport en de oprit/pad/terras zal het perceel worden opgehoogd. Na het terras / pad zal het niveau teruggebracht worden naar het oorspronkelijk maaiveld. De bestaande haag zal blijven, enkel voor de woning zal deze gedeeltelijk verwijderd worden. Op de andere perceelsgrenzen staat een omheining die behouden blijft.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende RUP Terkoest en de verkaveling V696 d.d. 14.05.2025.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 24 juni 2026 | 9 juli 2026 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 24 juni 2026 | 13 juli 2026 | geen advies |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 24 juni 2026 | 13 juli 2026 | geen advies |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 24 juni 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius. Op 9 juli 2026 ontving de gemeente een voorwaardelijk gunstig advies (5000132332). De inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 24 juni 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk en provincie Limburg - afdeling Waterbeheer Fluvius. Op 13 juli 2026 gaven beide adviesinstanties aan geen advies te verlenen
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van het geldende RUP Terkoest en de verkaveling V696 d.d. 16.09.2020 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Volgende voorwaarden uit de verkavelingsvergunning dienen nageleefd te worden:
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de boom die conform de voorwaarden van de verkaveling aangeplant werd te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius met ref. 5000132332d.d. 09.07.2026 dient strikt nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 19/08/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Yannick Punie wonende te Lindestraat 127 te 3570 Alken, het bouwen van een ééngezinswoning met carport en de afbraak van een bestaande tuinberging, gelegen Beukenlaan zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 58 W5 en (afd. 1) sectie B 58 V5 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de boom die conform de voorwaarden van de verkaveling aangeplant werd, te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius met ref. 5000132332d.d. 09.07.2026 dient strikt nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 19 08 2026
Omgevingsvergunning 1130
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een veranda ingediend door Eddy Van Steyvoort met als contactadres Steenweg 237 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Steenweg 237, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 388 B. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Eddy Van Steyvoort met als contactadres Steenweg 237 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Steenweg 237
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie C nr. 388B
|
Projectnaam: | Steenweg 237 - Van Steyvoort Eddy
|
Dossiernummer: | 202667
|
Intern dossiernummer: | 1130
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026074738
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een veranda
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
het plaatsen van een veranda
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP.
De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat voorliggende aanvraag, het verbouwen van een eengezinswoning betreft waarbij de bestaande aansluitingen behouden blijven en de nieuwbouw carport waarvan het hemelwater ter plaatse infiltreert waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
Op het achterste gedeelte van het perceel worden 35 fijnsparen geveld. Het rooien van de fijnsparren vallen onder het vrijstellingenbesluit voor de vergunningsplicht gezien de stam op 1 meter hoogte een omtrek heeft van minder dan 1 meter. De aanwezige bomen maken geen deel uit van een bos en staan niet op het openbaar domein. Verder is het niet onderworpen aan een vegetatiewijziging gezien ze niet vallen onder klein landschapselementen. Om deze redenen blijkt dat het rooien van deze fijnsparen niet vergunningsplichtig zijn. Overigens geeft de aanvrager aan nieuwe beplanting te voorzien en bomen die behouden blijven meer plaats te bieden. Om deze reden kan gunstig advies gegeven worden vanuit dienst milieu.
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 12 juni 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 1 juli 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 13 augustus 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie C 388 B
De woning dateert van 1989 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 23/03/1988 een stedenbouwkundige vergunning (2286) voor het bouwen van een woonhuis werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 14/07/2010 een stedenbouwkundige vergunning (5622) voor uitbreiden van een ééngezinswoning met een binnenzwembad werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De bestaande woning is gelegen op de Steenweg 237, te Alken, gekadastreerd sectie C nummer 388/b. De woning bestaat uit 2 bouwlagen en werd vergund door het college van burgemeester en schepenen op 23 maart 1988. Daarnaast werd in 2010 een aanbouw vergund.
De huidige bouwaanvraag betreft de beperkte renovatie van de woning tot een landelijke woning. De beperkte renovatie betreft de verbouwing van een inpandig terras tot veranda door middel van het aanbrengen van duurzame materialen die de woning meer een landelijk karakter geven. Daarnaast zullen 2 bestaande (losstaande) bijgebouwen afgebroken worden om plaats te maken voor een vrijstaande carport van minder dan 40m2. In kader van duurzaamheid en ecologie zal het plat dak voorzien worden van zonnepanelen. Tot slot worden achteraan op het perceel een 35 tal fijnsparren gerooid wegens taksterfte en instabiliteit, als ook bestaande loofbomen verdringen en licht ontnemen. Deze zullen plaats maken voor een meer landelijke tuin met inheemse beplanting.
Omschrijving van de omgeving en de bouwplaats: Het perceel is volgens het gewestplan van Alken ingekleurd als woongebied, en is gelegen aan de Steenweg in Alken. De totale oppervlakte van het perceel bedraagt 3650 vierkante meter en is heden bebouwd met een landelijk woonhuis. Verder is er een houten tuinhuis en een oude schapenstal. Het grootste gedeelte van het perceel bestaat uit gazon, bomen en borders met beplantingen.
Om gemakkelijk toegang te krijgen tot de woning en haar bijgebouwen zijn er in beperkte mate klinker- en grindverhardingen aanwezig. Het perceel is via de Steenweg toegankelijk gemaakt door een bestaande oprit over de gracht. Deze gracht vergemakkelijkt niet alleen natuurlijke infiltratie van regenwater maar zorgt ook voor een natuurlijke buffer tussen de Steenweg en de voortuin. De Steenweg wordt gekenmerkt door haar relatief drukke verbinding tussen Hasselt en Sint-Truiden. Hierlangs staan voornamelijk woningen in klassieke stijl aangevuld met gerenoveerde en nieuwbouwwoningen met hellende en platte daken.
Het project betreft de renovatie van een inpandig terras tot veranda. Hierbij wordt de bewoonbare oppervlakte met 6.24m2 uitgebreid. Deze leefruimte bestaat uit de samenvoeging van de bestaande keuken, eetkamer en zithoek. Hiervoor dient een deel van een bestaande scheidingsmuur tussen de leefruimte en de bestaande keuken te worden afgebroken. Dit is geen draagmuur, gezien er in de bestaande woning al reeds een stalen ligger is voorzien om het bouwkundig plafond te dragen. Echter dient deze stalen ligger wel opgevangen te worden door een metalen kolom, dit ter realisatie van de nieuwe veranda en het buitenschrijnwerk in de achtergevel. Verder zal de afwerking van het bestaande terras vernieuwd worden. De veranda zal gebruik maken van de bestaande funderingen. Om het landelijk karakter van de woning te accentueren wordt er gebruik gemaakt van landelijke kleuren en materialen voor het aluminium buitenschrijnwerk, blauwe hardsteen en houtachtige gevelbekleding. De grote raamopeningen aan de achterzijde en beperkte rechterzijde zorgen voor een natuurlijke verbinding tussen leefruimte en de tuin. De veranda sluit aan onder de reeds bestaande kroonlijst van de leefruimte op een hoogte van ongeveer 3m 10. Het beperkte plat dak zal afgewerkt worden met isolatie en een bitumineuze waterdichting. Regenwater dat op dit plat dak valt zal haar weg vinden via de bestaande regenwaterafvoeren en riolering. Om oververhitting tegen te gaan zal het buitenschrijnwerk voorzien worden van screens.
Heden is er in de achtertuin een houten tuinhuis en oude schapenstal aanwezig. Met het oog op veiligheid, ecologie en duurzaamheid zullen beiden kleine bijgebouwen afgebroken en vervangen worden door een carport met een plat dak. Voor de bouw van de nieuwe carport wordt de bestaande funderingsplaat van het tuinhuis hergebruikt. De beperkte wanden wordt opgetrokken in metselwerk en bekleed met isolatie en houtachtige beplating. Het plat dak zal afgewerkt worden met een bitumineuze waterdichting en een zwarte dakrand. Aan de luifelzijde, waar een wagen gestationeerd kan worden, zal een dubbele buitendeur voorzien worden in het zwart. Om binnen ook natuurlijk daglicht te verkrijgen zullen er aan de tuinzijde 2 kleine ramen voorzien worden. In kader van ecologie zal het plat dak voorzien worden van zonnepanelen die het energieverbruik van de woning gunstig zullen beïnvloeden. De regenwaterafvoer kent een vrije uitloop in de naastgelegen infiltreerbare zone. Met deze architecturale kenmerken vormt deze carport met haar natuurlijke uitstraling een geheel met de landelijke omgeving.
Op het achterste gedeelte van het perceel worden 35 fijnsparen gerooid met als doel het herstellen van de historische landelijke uitstraling van het perceel in de omgeving. De huidige bomen vormen een veiligheidsrisico wegens de vaststelling van de vele dode takken en tekenen van instabiliteit van de bomen. Daarnaast verdringen de huidige fijnsparren de groei en bloei van de reeds al langer aanwezige bomen. Waardoor ook deze te weinig zonlicht krijgen en steeds gevoeliger worden voor ziektes en plagen. In de plaats zullen nieuwe beplantingen voorzien worden ten voordele van de biodiversiteit en het landelijke uitzicht.
Veranda De afstanden tot de bestaande perceelgrenzen blijven ongewijzigd, waardoor dit project ook valt binnen de bestaande stedenbouwkundige voorschriften. Het architecturaal ontwerp van deze woning blijft grotendeels ongewijzigd. Enkele beperkte wijzigingen zoals het plaatsen van het nieuwe voordeur en gevelplinten vergroten het landelijke karakter. Op het terrein worden geen noemenswaardige reliëfaanpassingen verricht. Daarnaast wordt ook geheel voldaan aan de richtlijnen van hemelwaterverordening. Dit gezien de veranda wordt aangesloten op de bestaande regenwaterafvoer.
Voor de nieuwe carport blijft de afstand tot bestaande perceelgrens op 5m. Ook de kroonlijsthoogte is beperkt tot een hoogte minder dan 3 meter. Gezien de totale oppervlakte van de carport kleiner is dan 40 m2 zou dit bijgebouw gerealiseerd kunnen worden zonder een stedenbouwkundige vergunning (vrijstellingsbesluit). Echter werd bij het ontwerp maximaal rekening gehouden met de stedenbouwkundige voorschriften voor bijgebouwen.
Bomen In kader van ecologie en duurzaamheid is voor het vellen van bomen of ontbossing een omgevingsvergunning verplicht. Echter zou het rooien van de aanwezige bomen in aanmerking komen voor een vrijstelling van de vergunningsplicht gezien de stam op 1 meter hoogte een omtrek heeft van minder 1 meter. De aanwezige bomen maken geen deel uit van een bos en staan niet op het openbaar domein. Gezien de bomen niet vallen onder Klein landschapselementen, zijn ze niet onderworpen aan een vegetatiewijziging. Om deze redenen blijkt dat het rooien van deze fijnsparen niet vergunningsplichtig is.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 1 juli 2026 | 3 juli 2026 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 1 juli 2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de AWV. Op 3 juli 2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De ééngezinswoning is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. De aanvraag betreft het verbouwen/uitbreiden van de woning, het afbreken van 2 losstaande bijgebouwen en het plaatsen van een carport en is functioneel inpasbaar en niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Mobiliteitsaspect: De aanvraag voor het verbouwen/uitbreiden van de woning, het afbreken van 2 losstaande bijgebouwen en het plaatsen van een carport, zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.
- Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag is niet in strijd met het ruimtegebruik en zal geenszins de draagkracht van het terrein overschrijden. Er is nog voldoende kwalitatieve niet-verharde buitenruimte/tuin aanwezig.
- Visueel-vormelijke elementen: De verbouwing en uitbreiding van de woning zal worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en de bestaande woning en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving.
- Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en deze bebouwing ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden. De aanvraag wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door het verbouwen/uitbreiden van de woning, het afbreken van 2 losstaande bijgebouwen en het plaatsen van een carport de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De aanvraag is ruimtelijk verantwoord.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:
− De voorwaarden en opmerkingen zoals gesteld in het advies van het agentschap Wegen en Verkeer. dd. 3 juli 2026 met ref. AV/719/2026/00464 dienen opgevolgd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 19/08/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Eddy Van Steyvoort met als contactadres Steenweg 237 te 3570 Alken, het plaatsen van een veranda, gelegen Steenweg 237, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie C 388 B voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarde opgelegd:
− De voorwaarden en opmerkingen zoals gesteld in het advies van het agentschap Wegen en Verkeer. dd. 3 juli 2026 met ref. AV/719/2026/00464 dienen opgevolgd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 19 08 2026
Het Kwartier: Statuten/Basisakte/Reglement mede-eigendom
Besluit
Zitting van 19 08 2026
Klacht ABB sentier 123 - ontwerpnota
Besluit
Zitting van 19 08 2026
Principieel akkoord subsidie afval verenigingen
Op 1 september 2026 worden de reeds actieve toegangskaarten van de gemeente voor het containerpark op naam van verenigingen en scholen ingetrokken en geblokkeerd. Zoals beslist in het gemeenteraadsbesluit dd. 23/03/2026 'reglement toegangskaarten recyclagepark'.
Een uitzonderingenlijst opstellen en het uitlenen van een afvalkaart is administratief een te grote last en moeilijk te controleren, omdat Limburg.net niet op factuur of met in te stellen limieten werkt. Om deze reden werd gekeken naar een alternatief om de werking te ondersteunen. Niet alle verenigingen hebben door hun werking niet recycleerbaar afval. De verenigingen die in het verleden gebruik maakten van de containerparkkaarten (jeugdverenigingen en sportverenigingen met een eigen infrastructuur) ontvangen daarom verdere ondersteuning. De jeugdraad adviseerde om alle verenigingen dezelfde fractie te laten binnenbrengen op het containerpark.
Cultuurverenigingen hebben voor hun dagelijkse werking geen grofvuil kosten en sportverenigingen in de infrastructuur van de gemeente worden op een andere manier geholpen, evenals de scholen. De gemeentelijke school behoudt zijn containerparkkaart.
Om de gemeente en verenigingen een zo laag mogelijke administratieve last te bezorgen wordt een principieel akkoord gegeven door het college van burgemeester en schepenen om een aanvullende subsidie uit te werken voor jeugdverenigingen en voor sportverenigingen met een eigen infrastructuur.
De reeds bestaande subsidie voor jeugdverenigingen en sportverenigingen met een eigen infrastructuur worden aangepast, waardoor er 75 euro extra voorzien wordt per vereniging. Dit komt ongeveer overeen met 300,00 kg grofvuil of 937,50 kg gemengd bouwpuin.
Feiten en context
Op 1 september 2026 worden de reeds actieve toegangskaarten van de gemeente voor het containerpark op naam van verenigingen en scholen ingetrokken en geblokkeerd. Zoals beslist in het gemeenteraadsbesluit dd. 23/03/2026 'reglement toegangskaarten recyclagepark'.
Een uitzonderingenlijst opstellen en het uitlenen van een afvalkaart is administratief een te grote last en moeilijk te controleren, omdat Limburg.net niet op factuur of met in te stellen limieten werkt. Om deze reden werd gekeken naar een alternatief om de werking te ondersteunen. Niet alle verenigingen hebben door hun werking niet recycleerbaar afval. De verenigingen die in het verleden gebruik maakten van de containerparkkaarten (jeugdverenigingen en sportverenigingen met een eigen infrastructuur) ontvangen daarom verdere ondersteuning. De jeugdraad adviseerde om alle verenigingen dezelfde fractie te laten binnenbrengen op het containerpark.
Cultuurverenigingen hebben voor hun dagelijkse werking geen grofvuil kosten en sportverenigingen in de infrastructuur van de gemeente worden op een andere manier geholpen, evenals de scholen. De gemeentelijke school behoudt zijn containerparkkaart.
Om de gemeente en verenigingen een zo laag mogelijke administratieve last te bezorgen wordt een principieel akkoord gegeven door het college van burgemeester en schepenen om een aanvullende subsidie uit te werken voor jeugdverenigingen en voor sportverenigingen met een eigen infrastructuur.
De reeds bestaande subsidie voor jeugdverenigingen en sportverenigingen met een eigen infrastructuur worden aangepast, waardoor er 75 euro extra voorzien wordt per vereniging. Dit komt ongeveer overeen met 300,00 kg grofvuil of 937,50 kg gemengd bouwpuin.
Juridische grond
Gemeenteraadsbesluit dd. 23/03/2026 over 'reglement toegangskaarten recyclagepark'
Adviezen
Gunstig advies jeugdraad: Voor iedereen eenzelfde quotum per fractie vastleggen. Dit een jaar proberen en evalueren.
Argumentatie
De gemeente wil de werking van hun verenigingen blijven ondersteunen en gelijktijdig ervoor zorgen dat er beter gerecycleerd wordt. Bij de werking van onder andere jeugdverenigingen zijn er onvermijdelijke betaalde kosten zoals oude sjorbalken, oude zetels of slaapzakken. Voor sportverenigingen kan dit tuinafval zijn, waarvan geen gratis fractie door verenigingen kan worden binnengebracht bij het containerpark.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zullen beschreven worden in de subsidiereglementen en worden gebudgetteerd via MJP001370 en MJP001350.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord om een afvalsubsidie te voorzien voor jeugdverenigingen (toe te voegen in het subsdiereglement voor jeugdverenigingen) en een afvalsubsidie voor sportverenigingen met een eigen infrastructuur (toe te voegen in het subsidiereglement voor sportverenigingen) van een bedrag van 75 euro per vereniging die recht heeft op de subsidie, betaald van respectievelijk MJP001370 en MJP001350.
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen draagt op de subsidiereglementen voor jeugdverenigingen en sportverenigingen aan te passen om de extra subsidie te kunnen voorzien voor het werkingsjaar 2026-2027.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.