Zitting van 09 09 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 02.09.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 02.09.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 02.09.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 09 09 2026
Gebruik GCA voor covid-vaccinatie - Najaar 2026
Op 20 september 2023 keurde het college van burgemeester en schepenen het gratis gebruik van de zalen in de verschillende gemeenschapscentra in het kader van de covidvaccinatie voor het najaar van 2023 goed. Dit naar aanleiding van een vraag van het huisartsennetwerk 'Aen de Herck', waarvan drie huisartsen uit Alken. Dezelfde drie huisartsen, Dr. Craenen, Dr. Vandenabeele en Dr. Alberts, hebben opnieuw de vraag gesteld om de covid-vaccinatie voor het najaar van 2026 in de verschillende gemeenschapscentra te kunnen uitvoeren. De gezamenlijke vaccinatie is opnieuw op afspraak en is enkel mogelijk voor de patiënten van de drie eerder genoemde huisartsen. De gemeente zal dus opnieuw geen communicatie voeren rond dit prikmoment, gezien enkel afspraken ingepland kunnen worden door de specifieke huisarts voor zijn/haar eigen patiënt. Elke communicatie rond dit prikmoment gebeurt vanuit de eigen artsenpraktijk. Tijdens het prikmoment is het enkel mogelijk om een (gratis) covid-vaccin toegediend te krijgen. Er is geen ruimte voorzien voor een griepvaccin. Onder het luik preventie is het belangrijk dat een lokaal bestuur het voor de burgers zo makkelijk mogelijk maakt om zich te laten vaccineren en zo bij te dragen tot het algemeen belang.
Feiten en context
Op 20 september 2023 keurde het college van burgemeester en schepenen het gratis gebruik van de zalen in de verschillende gemeenschapscentra in het kader van de covidvaccinatie voor het najaar van 2023 goed. Dit naar aanleiding van een vraag van het huisartsennetwerk 'Aen de Herck', waarvan drie huisartsen uit Alken. Dezelfde drie huisartsen, Dr. Craenen, Dr. Vandenabeele en Dr. Alberts, hebben opnieuw de vraag gesteld om de covid-vaccinatie voor het najaar van 2026 in de verschillende gemeenschapscentra te kunnen uitvoeren.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het gebruikersreglement GCA zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 30 november 2023;
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 23 september 2023, 4 september 2024 en 10 september 2025 inzake de covid-vaccinaties in de gemeenschapscentra.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De gezamenlijke vaccinatie is opnieuw op afspraak en is enkel mogelijk voor de patiënten van de drie eerder genoemde huisartsen. De gemeente zal dus opnieuw geen communicatie voeren rond dit prikmoment, gezien enkel afspraken ingepland kunnen worden door de specifieke huisarts voor zijn/haar eigen patiënt. Elke communicatie rond dit prikmoment gebeurt vanuit de eigen artsenpraktijk. Tijdens het prikmoment is het enkel mogelijk om een (gratis) covid-vaccin toegediend te krijgen. Er is geen ruimte voorzien voor een griepvaccin. Onder het luik preventie is het belangrijk dat een lokaal bestuur het voor de burgers zo makkelijk mogelijk maakt om zich te laten vaccineren en zo bij te dragen tot het algemeen belang.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt aan alle Alkense huisartsen een zaal binnen een van de drie verschillende gemeenschapscentra gratis ter beschikking voor het vaccineren van Alkense burgers tegen covid-19 voor het najaar van 2026.
Artikel 2: Elke Alkense huisarts dient een reservatie te maken, alvorens ze gebruik kunnen maken van de zaal, op basis van de beschikbaarheid van de zalen in de gemeenschapscentra.
Artikel 3: Elke huisarts in Alken zal op de hoogte gebracht worden van de mogelijkheid om de covid-vaccinatie in de gemeenschapscentra te organiseren.
Zitting van 09 09 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2:Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de beslissing om aan alle Alkense huisartsen een zaal binnen een van de drie verschillende gemeenschapscentra gratis ter beschikking te stellen voor het vaccineren van Alkense burgers tegen covid-19 voor het najaar van 2026.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen duidt Pierrette Putzeys aan als bevoegde mandataris voor het punt dat geselecteerd werd als ‘Nieuws van de week’.
Zitting van 09 09 2026
DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 30 d.d. 27.08.2026.
Besluit
Zitting van 09 09 2026
Marketing- en communicatiestrategie Alken Vallei. Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze.
Besluit
Zitting van 09 09 2026
Raamcontracten Proclim. Interessepeiling.
Besluit
Zitting van 09 09 2026
Vergaderverslag nr. 44 d.d. 01.09.2026 Alken vallei.
Besluit
Zitting van 09 09 2026
Wegenis- en rioleringswerken Hameestraat R/003653 - werfverslag nr. 2 d.d. 25.08.2026.
Besluit
Zitting van 09 09 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 09 09 2026
Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie voor personen in armoede
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 25 september 2019 de afsprakennota in het kader van het "Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie voor personen in armoede" met Horizont vzw als armoedepartner goedgekeurd. Deze goedkeuring werd bekrachtigd door de gemeenteraad op 3 oktober 2019. Op basis van deze samenwerking en afsprakennota ontving de gemeente Alken een subsidie van €1.846,00 om alle mogelijke drempels voor personen in armoede weg te werken en hen te laten participeren in het vrijetijdsaanbod. Doorheen de jaren is de subsidie, door besparing, verminderd naar €1.735,24. Initieel werd dit "Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie" en de daaraan gekoppelde subsidie toegekend voor de periode van 2020 tot en met 2025. Als overgangsmaatregel naar de bovenlokale cultuurwerking, werd de subsidie voor de bestaande lokale netwerken verlengd in 2026. Het "Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie voor personen in armoede" verwacht een samenwerking tussen de vrijetijdsdiensten van de gemeente, het OCMW en een armoedepartner op het grondgebied. In het verleden werd hiervoor samengewerkt met Horizont vzw. Echter heeft Horizont de samenwerking met gemeente en OCMW Alken niet verlengd na 2025. Opdat het recht op de subsidie in het kader van het lokaal netwerk blijft behouden, dient er een nieuwe samenwerking te ontstaan met een andere armoedepartner. Het eerder vastgelegde afsprakenkader kan met de nieuwe armoedepartner echter wel blijven bestaan. Vincentius Alken blijkt een geschikte armoedepartner te zijn op het grondgebied van Alken en heeft te kennen gegeven te willen participeren in het "Lokaal netwerk" met de huidige afsprakennota als basis.
Feiten en context
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 25 september 2019 de afsprakennota in het kader van het "Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie voor personen in armoede" met Horizont vzw als armoedepartner goedgekeurd. Deze goedkeuring werd bekrachtigd door de gemeenteraad op 3 oktober 2019. Op basis van deze samenwerking en afsprakennota ontving de gemeente Alken een subsidie van €1.846,00 om alle mogelijke drempels voor personen in armoede weg te werken en hen te laten participeren in het vrijetijdsaanbod. Doorheen de jaren is de subsidie, door besparing, verminderd naar €1.735,24. Initieel werd dit "Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie" en de daaraan gekoppelde subsidie toegekend voor de periode van 2020 tot en met 2025. Als overgangsmaatregel naar de bovenlokale cultuurwerking, werd de subsidie voor de bestaande lokale netwerken verlengd in 2026.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Decreet houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport ("Participatiedecreet") van 18 januari 2008;
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het decreet van 18 januari 2008 houdende flankerende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de participatie in cultuur, jeugdwerk en sport van 18 juli 2008;
Bovenlokaalcultuurdecreet van 8 maart 2024;
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 25 september 2019 en de bekrachtiging hiervan door de gemeenteraad op 3 oktober 2019;
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 februari 2026 inzake de goedkeuring van het reglement betreffende de terugbetaling van (thema)kampen, G-sportkampen en lidgelden voor sport- en jeugdverenigingen.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het "Lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie voor personen in armoede" verwacht een samenwerking tussen de vrijetijdsdiensten van de gemeente, het OCMW en een armoedepartner op het grondgebied. In het verleden werd hiervoor samengewerkt met Horizont vzw. Echter heeft Horizont de samenwerking met gemeente en OCMW Alken niet verlengd na 2025. Opdat het recht op de subsidie in het kader van het lokaal netwerk blijft behouden, dient er een nieuwe samenwerking te ontstaan met een andere armoedepartner. Het eerder vastgelegde afsprakenkader kan met de nieuwe armoedepartner echter wel blijven bestaan. Vincentius Alken blijkt een geschikte armoedepartner te zijn op het grondgebied van Alken en heeft te kennen gegeven te willen participeren in het "Lokaal netwerk" met de huidige afsprakennota als basis.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de inkomsten worden voorzien |
+ €1.735,24 | / | MJP1736 |
Datum visumaanvraag: | / | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | / | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de voortzetting van het "Lokaal Netwerk vrijetijdsparticipatie voor personen in armoede" met als nieuwe armoedepartner "Vincentius Alken" met de eerder goedgekeurde afsprakennota als basis.
Zitting van 09 09 2026
Organisatie End Summer Tour - GT Events op 13.09
Uchronia Ark, Klein Kolmenstraat 1620 in Alken wenst op zondag 13 september 2026 een evenement "End Summer Tour" - GT Cars Events te organiseren. GT Cars Events organiseert exclusieve tourritten voor super-, sport- en oldtimers door de mooiste wegen van Limburg, de Oostkantons en Wallonië. Deze editie heeft als aankomstplaats 'Uchronia Ark'. Aanvraag in bijlage. Tevens vragen zij ook toelating voor het opstellen van een verkeersregeling. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Feiten en context
Uchronia Ark, Klein Kolmenstraat 1620 in Alken wenst op zondag 13 september 2026 een evenement "End Summer Tour" - GT Cars Events te organiseren. GT Cars Events organiseert exclusieve tourritten voor super-, sport- en oldtimers door de mooiste wegen van Limburg, de Oostkantons en Wallonië. Deze editie heeft als aankomstplaats 'Uchronia Ark'. Aanvraag in bijlage. Tevens vragen zij ook toelating voor het opstellen van een verkeersregeling. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze activiteit.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Advies van de politie: dit wordt doorgestuurd naar de organisatie.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Het is aangewezen een verkeersregeling uit te werken.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Uchronia Ark, Klein Kolmenstraat 1620 in Alken om op zondag 13 september 2026 van 17u tot 24u het evenement "End Summer Tour" - GT Cars Events te organiseren.
Artikel 2: Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de politie. Het advies wordt doorgestuurd naar de organisatie.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating voor het opmaken van een verkeersregeling.
Artikel 4: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 09 09 2026
Pickleball op Alken Vallei afsprakennota met TC. De Alk
Samen met de club TC De Alk investeert de gemeente in de aanleg van 4 Pickleball velden. Deze liggen in het hart van Alken Vallei, vlak aan de nieuwe minigolf. Een enorme opportuniteit om bezoekers te prikkelen en te laten proeven van deze nieuwe sport. Daarom ontwikkelden de partners een laagdrempelige instap en kunnen zowel Alkenaren als bezoekers van Alken Vallei op een goedkope manier kennismaken met deze nieuwe sport.
voordat de terrein in gebruik genomen kan worden willen we duidelijke afspraken maken tussen de club TC De Alk en de gemeente.
Feiten en context
Samen met de club TC De Alk investeert de gemeente in de aanleg van 4 Pickleball velden. Deze liggen in het hart van Alken Vallei, vlak aan de nieuwe minigolf. Een enorme opportuniteit om bezoekers te prikkelen en te laten proeven van deze nieuwe sport. Daarom ontwikkelden de partners een laagdrempelige instap en kunnen zowel Alkenaren als bezoekers van Alken Vallei op een goedkope manier hiermee kennismaken.
De club ontving reeds een subsidie voor de aanleg van de pickleball velden en de club legt nu onderstaande afsprakennota voor aan het gemeentebestuur:
Vanaf de opening van de velden t.e.m. 31/03/2027 kan er gratis gespeeld worden, zowel door leden van TC De Alk als door andere gebruikers. Materiaal dat dient gehuurd te worden is wel betalend.
De club verzorgt de boekingen van de pleinen via de website van Tennis en Padel Vlaanderen. De club werkt met lidgelden voor zowel tennis als voor Pickleball als voor de beiden samen. Leden kunnen voor een lage bijdrage een lidmaatschap afsluiten en zodoende pleinen reserveren via de website.
Dergelijke reservaties hebben altijd voorrang. Op die manier zijn leden zeker dat ze kunnen spelen.
Niet gereserveerde sloten of uren zijn vrij voor bezoekers en niet-leden. Er dient gereserveerd te worden via Tennis en Padel Vlaanderen, een QR code zal aangemaakt worden om snel ter plaatse te kunnen reserveren. Om de sport te promoten voorzien we dat tijdens de vrije uren er voor €10/uur/plein kan gespeeld worden op de terreinen. De gebruikers moeten wel reserveren via de QR-code.
Gebruikers kunnen aangepast materiaal huren (racketjes, ballen) bij de club of de andere partners (brasserie/dienst vrije tijd).
Deze huurgelden van het materiaal bedragen 5 euro per set (2 rackets, 1 bal).
Er wordt ook een waarborg afgegeven, zoals bv een identiteitskaart.
De inkomsten van huurgelden materiaal worden gebruikt om nieuwe rackets en ballen te kopen.
De huurgelden voor de pleinen komt ten goede van TC De Alk.
De club promoot de nieuwe sport door initiaties en lessen te organiseren.
Daarnaast kan de club eveneens toernooien organiseren. Tijdens deze periodes zijn de pleinen gereserveerd en niet toegankelijk voor bezoekers.
De gemeente zal samen met de club ook inzetten op de promotie van deze nieuwe sport.
Deze samenwerking tussen de gemeentelijke diensten, de club en de brasserie geldt voor 1 jaar en wordt geëvalueerd en desnoods bijgestuurd.
Juridische grond
DLB art. 56
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
voor de eerste ingebruikname van de pickleball velden willen de club en de gemeente duidelijke afspraken maken met betrekking tot het gebruik en de vergoedingen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de afsprakennota pickleball
Zitting van 09 09 2026
Verkeersregeling 50 jaar BGC 12.09
Op zaterdag 12 september 2026 organiseert het Buurtgezondheidscentrum in St.-Joris hun 50-jarig bestaan. Hierdoor is het aangewezen om van 13u tot 24u de St.-Jorisstraat af te sluiten vanaf het kruispunt met de Eduard Dompasstraat tot voor het Mariahuis. In bijlage een signalisatieplan. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op zaterdag 12 september 2026 organiseert het Buurtgezondheidscentrum in St.-Joris hun 50-jarig bestaan. Hierdoor is het aangewezen om van 13u tot 24u de St.-Jorisstraat af te sluiten vanaf het kruispunt met de Eduard Dompasstraat tot voor het Mariahuis. In bijlage een signalisatieplan. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van De Lijn
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zaterdag 12 september 2026 organiseert het Buurtgezondheidscentrum in St.-Joris hun 50-jarig bestaan. Hierdoor is het aangewezen om van 13u tot 24u de St.-Jorissstraat af te sluiten vanaf het kruispunt met de Eduard Dompasstraat tot voor het Mariahuis. In bijlage een signalisatieplan. Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 09 09 2026
Verkeersregeling End Summer Tour 13.09
Op zondag 13 september 2026 gaat bij Uchronia in de Klein Kolmenstraat het evenement "End Summer Tour - GT Cars Events" door.
Hierdoor is het aangewezen om die dag een verkeersregeling uit te werken.
Van 15u tot 24u wordt de Klein-Kolmenstraat afgesloten voor het verkeer uitgezonderd bewoners en deelnemende wagens die zich in de straat kunnen opstellen bij aankomst van de rit, omstreeks 17u. Plan in bijlage.
Feiten en context
Op zondag 13 september 2026 gaat bij Uchronia in de Klein Kolmenstraat het evenement "End Summer Tour - GT Cars Events" door.
Hierdoor is het aangewezen om die dag een verkeersregeling uit te werken.
Van 15u tot 24u wordt de Klein-Kolmenstraat afgesloten voor het verkeer uitgezonderd bewoners en deelnemende wagens die zich in de straat kunnen opstellen bij aankomst van de rit, omstreeks 17u. Plan in bijlage.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Gunstig advies van de politie
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zondag 13 september 2026 gaat bij Uchronia in de Klein Kolmenstraat het evenement "End Summer Tour - GT Cars Events" door.
Hierdoor is het aangewezen om die dag een verkeersregeling uit te werken.
Van 15u tot 24u wordt de Klein-Kolmenstraat afgesloten voor het verkeer uitgezonderd bewoners en deelnemende wagens die zich in de straat kunnen opstellen bij aankomst van de rit, omstreeks 17u. Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 09 09 2026
Verkeersregeling Kofferbakverkoop 20.09
Op zondag 20 september 2026 van 10u tot 16u organiseert Mevr. Sofie Thijs (Fieke) een Kofferbakverkoop op het Laagdorp, Kerkplein, St.-Aldegondislaan. Afhankelijk van het aantal ingeschreven standhouders wordt bekeken welke zones ingenomen zullen worden. Het afsluiten van het Laagdorp en het kerkplein dient te gebeuren van 6u tot 18u. Er dient stilstaan- en parkeerverbod voorzien te worden. Signalisatieplan in bijlage. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Feiten en context
Op zondag 20 september 2026 van 10u tot 16u organiseert Mevr. Sofie Thijs (Fieke) een Kofferbakverkoop op het Laagdorp, Kerkplein, St.-Aldegondislaan. Afhankelijk van het aantal ingeschreven standhouders wordt bekeken welke zones ingenomen zullen worden. Het afsluiten van het Laagdorp en het kerkplein dient te gebeuren van 6u tot 18u. Er dient stilstaan- en parkeerverbod voorzien te worden. Signalisatieplan in bijlage. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd voor deze verkeersregeling.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer;
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB van 20 juli 1990;
De bepalingen van het decreet lokaal bestuur;
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst.
Gunstig advies van De Lijn.
Gunstig advies van de politie.
Gunstig advies van AWV (afdeling Wegen en Verkeer)
Argumentatie
Met het oog op het veilig kunnen organiseren van het evenement dienen bijzondere maatregelen getroffen te worden en dient een verkeersregeling toegepast te worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Op zondag 20 september 2026 van 10u tot 16u organiseert Mevr. Sofie Thijs (Fieke) een Kofferbakverkoop op het Laagdorp, Kerkplein, St.-Aldegondislaan. Afhankelijk van het aantal ingeschreven standhouders wordt bekeken welke zones ingenomen zullen worden. Het afsluiten van het Laagdorp en het kerkplein dient te gebeuren van 6u tot 18u. Er dient stilstaan- en parkeerverbod voorzien te worden. Signalisatieplan in bijlage. Het college van burgemeester en schepenen geeft toelating voor deze verkeersregeling.
Artikel 2: De nodige signalisatie wordt door de organisatie wettelijk te worden aangebracht.
Artikel 3: De borden parkeerverbod dienen uiterlijk binnen de 24 uren voor het ingaan van de verkeersregeling geplaatst te worden.
Artikel 4: De organisator is verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na het evenement.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de dienst evenementen politiezone LRH, de brandweer, De Lijn, de technische dienst van de gemeente en de organisator.
Zitting van 09 09 2026
Attest van verdeling
Op 31/08/2026 ontvingen we van Notariaat Wilsens,Cleeren, Verduyn en D'Joos de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen aan de Merellaan kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 4075B en 4075C.
Feiten en context
Op 31/08/2026 ontvingen we van Notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn en D'Joos de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen aan de Merellaan kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 4075B en 4075C.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het verdelingsplan, opgemaakt door Grens Landmeters op 09/06/2026, voorziet een verdeling voor het perceel, kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 4075B en 4075C waarbij het perceel wordt opgesplitst zoals bijgevoegd plan.
Reden van splitsing is verkoop. Lot 1 en 2 worden verkocht aan de eigenaars van loten 733Y en 730S2 (achterliggende percelen) Restperceel 4075B blijft eigendom van de huidige eigenaar
Volgens het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979 is het perceel gelegen in woonuitbreidingsgebied:
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
De aanvraag is gelegen binnen de grenzen van RUP Kerkveld.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door notariaat Wilsens, Cleeren, Verduyn en D'Joos voor het perceel gelegen aan de Merellaan kadastraal gekend als Afd. 2 Sie F nrs. 4075B en 4075C.
Zitting van 09 09 2026
Omgevingsvergunning 1131
Aanvraag omgevingsvergunning over: de verbouwing van een ééngezinswoning en de regularisatie van een tuinhuis ingediend door Evelien Vandercappellen wonende te Meerdegatstraat 23 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Meerdegatstraat 23, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 678 K en (afd. 2) sectie D 679 L. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Evelien Vandercappellen wonende te Meerdegatstraat 23 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Meerdegatstraat 23
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie D nrs. 678K en 679L
|
Projectnaam: | Meerdegatstraat 23 - Vandercappellen Evelien
|
Dossiernummer: | 202668
|
Intern dossiernummer: | 1131
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026068230
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de verbouwing van een ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
de verbouwing van een ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven; (KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan. Het eigendom is wel gelegen binnen de grenzen van een bijzonder plan van aanleg zijnde BPA Centrum II wijziging 1 vel 1 (Meerdegat) dd. 24.05.1982.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet vervallen verkaveling Het betreft hier een ouder BPA van de jaren ’82, dit BPA is ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, deze BPA voorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. Dit wordt bepaalt onder andere door de volgende artikels 4.4.4.9/1 VCRO: Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.
Het gewestplan blijft bijgevolg van toepassing;
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat voorliggende aanvraag, het verbouwen van een eengezinswoning betreft waarbij de bestaande aansluitingen behouden blijven en de bijgebouwen waarvan het hemelwater ter plaatse infiltreert. Hierdoor dienen er geen bijkomende maatregelen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 16 juni 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 24 juli 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 1 september 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie D 679 L
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft een woning gelegen aan de Meerdegatstraat, een gemeentelijke weg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door open en halfopen eengezinswoningen. Achterliggend aan dit perceel, ter hoogte van de Sint-Hubertusstraat bevindt zich een woonwijk. De bebouwing is verschillend qua jaartal, opbouw en bouwstijl.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Het voorliggende ontwerp is in regel met het geldende gewestplan. Het betreft hier een BPA ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, deze voorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. De aanvraag is echter in overeenstemming met de BPA voorschriften.
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van het goedgekeurd bijzonder plan van aanleg BPA Centrum II wijziging 1 vel 1 (Meerdegat) dd. 24.05.1982 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. · De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 09/09/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Evelien Vandercappellen wonende te Meerdegatstraat 23 te 3570 Alken, de verbouwing van een ééngezinswoning en de regularisatie van een tuinhuis, gelegen Meerdegatstraat 23, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 678 K en (afd. 2) sectie D 679 L voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden opgelegd:
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5. · De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 09 09 2026
Omgevingsvergunning 1135
Aanvraag omgevingsvergunning over: verbouwen van een woning tot woning met zorgwoning en plaatsen carport ingediend door Ruth Buvens - Lauren Vandecruys wonende te Grootstraat 121 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Grootstraat 121, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 293 T2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Ruth Buvens - Lauren Vandecruys wonende te Grootstraat 121 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Grootstraat 121
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie D nr. 293T2
|
Projectnaam: | Grootstraat 121 - Buvens-Vandecruys
|
Dossiernummer: | 202674
|
Intern dossiernummer: | 1135
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026076662
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
verbouwen van een woning tot woning met zorgwoning en plaatsen carport
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
verbouwen van een woning tot woning met zorgwoning en het plaatsen van een carport
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn met de Grootstraat).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal 1 culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP. De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling. Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project het verbouwen van een woning tot een woning met zorgwoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.
De bestaande riolering is uitgevoerd volgens de vergunde toestand en blijft ongewijzigd. Deze is reeds gedimensioneerd op een dakoppervlakte van 320 m². In de nieuwe toestand zal de nieuwe riolering aansluiten aan de bestaande riolering. De nieuwe totale dakoppervlakte bedraagt 331,1 m². Hieruit volgt volgende berekening van de infiltratievoorziening: Dimensionering totale infiltratievoorziening: Inhoud: min. 9.936,3 liter Infiltratie-oppervlakte: min. 24,088 m² Reeds aanwezige infiltratievoorziening: Inhoud: 6.500 liter Infiltratie-oppervlakte: 10,4 m² Minimaal bijkomend te voorziene infiltratie: Inhoud: 9.936,3 liter – 6.500 liter = 3.436,3 liter Infiltratie-oppervlakte: 24,008 m² - 10,4 m² = 13,688 m² Voorziene grote bovengrondse infiltratievoorziening: Inhoud: 3.540 liter Infiltratie-oppervlakte: 14,1 m² Totaal aanwezige infiltratievoorzieningen: Inhoud: 6.500 liter + 3.540 liter = 10.040 liter Infiltratie-oppervlakte: 10,4 m² + 14,1 m² = 24,5 m² De overloop van deze bovengrondse infiltratie wordt aangesloten aan de openbare riolering. De bestaande regenwaterput van 10.000 L blijft behouden en in gebruik.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 9 juli 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 24 augustus 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 4 september 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie D 293 T2
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 23/09/2020 een omgevingsvergunning (337) voor het verbouwen en uitbreiden van een woning werd verleend door van het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het project is gelegen in de Grootstraat 121 te Alken. De omgeving bestaat uit een mix van halfopen- en open bebouwingen. De Grootstraat is een volledig uitgeruste gemeenteweg met een wegdek in asfalt.
De aanvraag heeft betrekking op de rechterzone van de woning. Deze zone wordt ingericht als een zorgwoning ten behoeve van de vader van de bewoners. De voorgestelde ingrepen zijn gericht op het realiseren van een kwalitatieve en toekomstgerichte woonomgeving die inspeelt op de hedendaagse woon- en zorgbehoeften, met bijzondere aandacht voor functionaliteit, toegankelijkheid, wooncomfort en duurzaamheid. Hierbij worden er ook extra slaap- en badkamers gecreëerd. Verder wordt er tegen de rechtergevel een carport opgericht.
Hierna volgt er een omschrijving van de geplande werken:
Woning: Verbouwen en/of uitbreiden zonder functiewijziging en zonder wijziging van aantal woongelegenheden De hoofdwoning blijft bereikbaar via de inkom aan de voorgevel. De nieuwe zorgwoning zal bereikbaar zijn via de rechterzijgevel. Vanuit de inkomhal is de wc, slaapkamer 5 en zithoek toegankelijk. Vanuit de gemeenschappelijke berging is er via een achterdeur toegang tot de zorgwoning, hierdoor is er een vlotte connectie met de hoofdwoning. Voorbij deze achterdeur bereikt men de trap naar de verdieping of kan men rechtstreeks doorstromen naar de eethoek via de keuken. Bij het ontwerp werd maximaal rekening gehouden met de principes van toegankelijkheid. Er worden bijkomende slaapkamers en badkamers gerealiseerd, waardoor de woning beter kan inspelen op de huidige en toekomstige woonbehoeften van de bewoners. Het gelijkvloers van de zorgwoning werd zodanig ingericht dat alle noodzakelijke woonfuncties, waaronder wonen, koken, slapen en sanitaire voorzieningen, zich op hetzelfde niveau bevinden. Hierdoor is de woning in grote mate geschikt voor bewoners met een beperkte mobiliteit en kan zij eenvoudig rolstoeltoegankelijk worden gebruikt. De achtergevel wordt voorzien van grote glaspartijen met schuiframen, waardoor een sterke visuele en functionele relatie ontstaat tussen de binnenruimtes en de achterliggende tuin. Deze beglazing zorgt bovendien voor een optimale natuurlijke lichtinval in de eet- en zithoek, alsook via de vide in het bureau. Aansluitend aan de achtergevel wordt een terras aangelegd dat op eigen terrein infiltreert en de mogelijkheid biedt om optimaal van de tuin en het omliggende groen te genieten. De woning wordt energetisch gerenoveerd en uitgevoerd conform de geldende EPB-regelgeving. In dit kader wordt tevens het bestaande dak vernieuwd. Om een beter bruikbare ruimte onder het dak te creëren, wordt de nokhoogte van de te verbouwen zone gedeeltelijk verhoogd. De nok wordt plaatselijk met 60 cm verhoogd en voor het overige gedeelte met 10 cm. De gemeenschappelijke ruimte is flexibel ingericht en kan worden aangewend voor diverse activiteiten, zoals familiale bijeenkomsten en andere gemeenschappelijke gebruiksmomenten. De gemeenschappelijke berging biedt plaats aan de was- en droogvoorzieningen en voorziet tevens voldoende ruimte voor het opbergen van huishoudelijk materiaal. In de nieuwe toestand wordt op de verdieping van de hoofdwoning slaapkamer 3 opgeheven en ingericht als overloop. Via deze overloop ontstaat ook op de verdieping een interne verbinding met de zorgwoning. Van hieruit heeft men toegang tot badkamer 3 en de slaapkamers 3 en 4. Daarnaast is via slaapkamer 4 ook de bureau bereikbaar. Zo ontstaat zowel op het gelijkvloers als op de verdieping een interne doorgang doorheen de volledige woning.
Carport: Nieuwbouw van bijgebouwen en niet overdekte lage constructie. Ter hoogte van de rechtergevel is er een carport voorzien aansluitend aan de gevel. De carport zorgt ervoor dan men de auto overdekt kan parkeren en op een droge manier de woning kan betreden. De carport zal worden uitgevoerd in volledige houten constructie met zwarte houten afwerking. Het heeft een oppervlakte van 32 m² en een kroonlijsthoogte van 3,05 m. Het volume is in 3D berekend en resulteert tot 100,20 m³. De afstand tot de perceelsgrens bedraagt 3,21 m.
Stedenbouwkundige verordening inzake parkeerplaatsen 24-11-2022 - Conform artikel 4 §2 van de verordening bedraagt de minimale afmeting van een autostaanplaats 5,25 m × 2,75 m × 2,00 m (l × b × h). De aanwezige autostaanplaatsen voldoen aan deze vereiste. Conform artikel 7 §2 beschikt een eengezinswoning in halfopen bebouwing over minstens twee autostaanplaatsen. Op het perceel blijven twee autostaanplaatsen op eigen terrein aanwezig. Het project voldoet bijgevolg aan de geldende parkeerverordening. Conform artikel 4 §5 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeerplaatsen is per perceel slechts één toegang/inrit naar het openbaar domein toegelaten met een maximale breedte van 4,50 m. De inrit voldoet aan deze bepaling. De parkeerplaatsen liggen op eigen perceel en zijn vrij toegankelijk.
De bestaande riolering is uitgevoerd volgens de vergunde toestand en blijft ongewijzigd. Deze is reeds gedimensioneerd op een dakoppervlakte van 320 m². In de nieuwe toestand zal de nieuwe riolering aansluiten aan de bestaande riolering. De nieuwe totale dakoppervlakte bedraagt 331,1 m². Hieruit volgt volgende berekening van de infiltratievoorziening: Dimensionering totale infiltratievoorziening: Inhoud: min. 9.936,3 liter Infiltratie-oppervlakte: min. 24,088 m² Reeds aanwezige infiltratievoorziening: Inhoud: 6.500 liter Infiltratie-oppervlakte: 10,4 m² Minimaal bijkomend te voorziene infiltratie: Inhoud: 9.936,3 liter – 6.500 liter = 3.436,3 liter Infiltratie-oppervlakte: 24,008 m² - 10,4 m² = 13,688 m² Voorziene grote bovengrondse infiltratievoorziening: Inhoud: 3.540 liter Infiltratie-oppervlakte: 14,1 m² Totaal aanwezige infiltratievoorzieningen: Inhoud: 6.500 liter + 3.540 liter = 10.040 liter Infiltratie-oppervlakte: 10,4 m² + 14,1 m² = 24,5 m² De overloop van deze bovengrondse infiltratie wordt aangesloten aan de openbare riolering. De bestaande regenwaterput van 10.000 L blijft behouden en in gebruik.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
///
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: voorliggende aanvraag, zijnde verbouwen van een woning tot woning met zorgwoning en het plaatsen van een carport, is bijgevolg niet strijdig met de geldende voorschriften en is bijgevolg functioneel inpasbaar in de omgeving.
- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden ook voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen terrein. De aanvraag voldoet aan de parkeerverordening.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Het perceel is voldoende ruim waardoor het voorgestelde ontwerp ruimtelijk inpasbaar is. Het ontwerp is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. Voorgestelde verbouwing geeft geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. Het ontwerp is wat omvang en gabarit betreft niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Visueel-vormelijke elementen: de verbouwingen worden voorzien in materialen die aansluiten op elkaar en waarbij er naar vormgeving, materiaalgebruik en architectuur gestreefd werd naar een harmonisch geheel. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. Voorgesteld ontwerp is qua vormgeving, materiaalgebruik en architectuur stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing in de omgeving. De voorgestelde materialen zijn aanvaardbaar binnen deze bebouwde context.
- Cultuurhistorische aspecten: Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf zal niet wijzigen.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door de verbouwing van de woning en het inrichten van een zorgwoning, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder voorwaarden:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het zorgwonen wordt gevestigd voor meneer Buvens Kris volgens identiteitsgegevens gevoegd bij de aanvraag.
● Aansluiting RWA en DWA dienen op de bestaande aansluitpuntjes voorzien te worden.
● Het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, d), is eveneens meldingsplichtig, na het beëindigen van de zorgsituatie.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 09/09/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Ruth Buvens - Lauren Vandecruys wonende te Grootstraat 121 te 3570 Alken, verbouwen van een woning tot woning met zorgwoning en plaatsen carport, gelegen Grootstraat 121, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 293 T2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden opgelegd:
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
● Het zorgwonen wordt gevestigd voor meneer Buvens Kris volgens identiteitsgegevens gevoegd bij de aanvraag.
● Aansluiting RWA en DWA dienen op de bestaande aansluitpuntjes voorzien te worden.
● Het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, d), is eveneens meldingsplichtig, na het beëindigen van de zorgsituatie.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 09 09 2026
Omgevingsvergunning 1140
Aanvraag omgevingsvergunning over: het vellen van 2 hoogstammige bomen ingediend door Jean Snyers wonende te Stationsstraat 1 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Stationsstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 437 E. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvrager(s): | Snyers Jean voor Riddershof BV te Stationsstraat 1 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Stationsstraat zn. te 3570 Alken
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 437/E
|
Projectnaam: | Stationsstraat zn - Snyers Jean-Luc
|
Dossiernummer: | 202682
|
Intern dossiernummer: | 1140
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026089952
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject
|
Datum aanvraag:
| 3/08/2026 |
1.b. Omschrijving aanvraag
Een stedenbouwkundige handeling, nl. het vellen van 2 hoogstammige bomen.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
De aanvraag ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het gemeentebestuur blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
///
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Milieu:
Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
● Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 03/08/2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 12/08/2026 |
Opening openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Afsluiten openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Niet van toepassing |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 3/09/2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F, nrs. 437/E
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 16/01/2002 voor het rooien van bomen: vergund.
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 14/09/2022 voor een uitbreiding van een terras met realisatie carport: vergund.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het vellen van twee hoogstammige bomen (een beukenboom en kastanjeboom) in de tuin gelegen aan de Stationsstraat z.n., op het perceel te Alken, 2de afdeling, Sectie F, nummer(s) 437/E. Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft is gelegen in woongebied. De Stationsstraat is een gewestwegweg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied, Biologische waarderingskaart (versie 2) of een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied).
Verantwoording van de aanvraag:
De aanvraag betreft het vellen van twee hoogstammige bomen. De aanvrager beschrijft de verantwoording van de aanvraag als volgt: “De beukenboom is volledig dood en uitgedroogd. Het is dringend om die boom te vellen, want hij wordt een gevaar voor de omgeving. Bij een volgende storm of hevige wind riskeren er takken van de boom te vallen, dan wel de volledige boom om te vallen.
De kastanjeboom is minder ver, maar al zeer sterk aan het uitdrogen. Ook hier zijn al te veel dode takken aanwezig die een gevaar voor de omgeving vormen.”
De aanvrager neemt volgende maatregelen om de negatieve effecten op de natuur te verminderen of te herstellen:
Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur. De aanvrager doet een compensatievoorstel voor het aanplanten van twee nieuwe beuken en twee nieuwe okkernotenbomen, streekeigen bomen
2.c. Adviezen
Niet van toepassing.
2.d. Bespreking van de adviezen
Niet van toepassing.
2.e. Openbaar onderzoek
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
2.g. Beoordeling
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De aanvraag handelt over het vellen van twee hoogstammige bomen.
● Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.
● Mobiliteitsaspect: De impact op de mobiliteit wordt ingeschat als minimaal. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt door de werken en moet het nodige doen om dit teniet te doen, mocht dit toch voorvallen.
● Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: Een heraanplant met hoogstammige fruitbomen is passend in deze omgeving.
● Visueel-vormelijke elementen: Het verwijderen van de hoogstammige bomen heeft enkele visueel – vormelijke gevolgen. Er wordt opgelegd dat de aanvrager compensatie van dit groenelement moet voorzien door het aanplanten van de voorgestelde compensatie.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Bodemreliëf: Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving
Conclusie:
De aanvraag ingediend door Snyers Jean voor Riddershof BV te Stationsstraat 1 3570 Alken voor het vellen van twee hoogstammige bomen op het perceel gelegen te Stationsstraat zn. te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie F nr. 437/E wordt gunstig geadviseerd met volgende voorwaarden:
● Op het perceel wordt een compenserende aanplant van 4 hoogstammige bomen in een gepast plantverband aangeplant;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
● Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;
● Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 09/09/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Jean Snyers wonende te Stationsstraat 1 te 3570 Alken, het vellen van 2 hoogstammige bomen, gelegen Stationsstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 437 E voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden lasten opgelegd:
● Op het perceel wordt een compenserende aanplant van 4 hoogstammige bomen in een gepast plantverband aangeplant;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
● Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;
● Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 09 09 2026
OMV 1139 - Toepassen administratieve lus
Op 03/08/2026 werd er door United Experts in opdracht van Jacques-Rouschop Fruits een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor het aanleggen van een grondwaterwinning op een perceel gelegen Alkerstraat zn. , kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nr. 965/E.
Voor deze aanvraag diende er een openbaar onderzoek te gebeuren. Echter werd de affiche ter kennisgeving van dit openbaar onderzoek niet tijdig aangeplakt waardoor het openbaar onderzoek ongeldig is. Er dient een nieuw openbaar onderzoek te gebeuren waardoor het aangewezen is de administratieve lus toe te passen zodat er 60 dagen aan de aanvraag worden toegevoegd.
Feiten en context
Op 03/08/2026 werd er door United Experts in opdracht van Jacques-Rouschop Fruits een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor het aanleggen van een grondwaterwinning op een perceel gelegen Alkerstraat zn. , kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nr. 965/E.
Voor deze aanvraag diende er een openbaar onderzoek te gebeuren. Echter werd de affiche ter kennisgave van dit openbaar onderzoek niet tijdig aangeplakt waardoor het openbaar onderzoek ongeldig is.
Juridische grond
Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en latere wijzigingen
Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.
Artikel 13 van Afdeling 6 Administratieve lus, van bovengenoemd omgevingsdecreet dat het volgende bepaalt:
“Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen."
De bevoegde overheid kan in voorkomend geval:
1° een nieuw openbaar onderzoek organiseren;
2° het advies van de adviesinstanties vermeld in artikel 24, artikel 42 of artikel 59, alsnog, dan wel een tweede keer inwinnen.”
- Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur: Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Aangezien de affiche ter kennisgeving van het openbaar onderzoek niet werd aangeplakt is het openbaar onderzoek ongeldig. Er dient een nieuw openbaar onderzoek georganiseerd te worden. Het is daarom aangewezen de administratieve lus toe te passen zodat er een bijkomende termijn van 60 dagen voorzien wordt zodat er voldoende tijd rest om een nieuw openbaar onderzoek te organiseren en het dossier te beoordelen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de toepassing van de administratieve lus goed voor de omgevingvergunningsaanvraag OMV 1139, ingediend voor het aanleggen van een grondwaterwinning op een perceel gelegen Alkerstraat zn., kadastraal gekend als Afd. 2 Sie E nr. 965/E.
Zitting van 09 09 2026
Toelage aankoop natuurgronden 2026
Op 2 september 2026 diende het bestuur van Natuurpunt Alken en Natuurpunt Vlaanderen een subsidieaanvraag in voor de in 2026 aangekochte natuurgebieden in Alken door Natuurpunt Alken samen met Natuurpunt Beheer vzw. De betreffende percelen zijn:
● perceel grond gelegen "Sleepen Broek", kadastraal gekend: afdeling 1, sectie A, nr. 44P
In totaal werd een oppervlakte 38a 60ca aangekocht, voor een totale prijs van € 9.797,88 incl. kosten (in bijlage de aankoopaktes en kostenberekening).
Feiten en context
Op 2 september 2026 diende het bestuur van Natuurpunt Alken en Natuurpunt Vlaanderen een subsidieaanvraag in voor de in 2026 aangekochte natuurgebieden in Alken door Natuurpunt Alken samen met Natuurpunt Beheer vzw. De betreffende percelen zijn:
● perceel grond gelegen "Sleepen Broek", kadastraal gekend: afdeling 1, sectie A, nr. 44P
In totaal werd een oppervlakte 38a 60ca aangekocht, voor een totale prijs van € 9.797,88 incl. kosten (in bijlage de aankoopaktes en kostenberekening).
Juridische grond
Gemeenteraadsbesluit dd. 21 mei 1993 'subsidiereglement inzake aankoop van gronden door natuurverenigingen' en bekrachtigd door de gouverneur van de provincie Limburg dd. 23 juli 1993;
Verslag GALA dd. 6 maart 2019 punt 3 indexering natuurgronden.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Gezien de goede samenwerking met Natuurpunt en de subsidies die deze vereniging de voorbije jaren mocht ontvangen is het opportuun om ook nu de gevraagde toelage te verlenen. De aanvraag voldoet aan de criteria, gesteld in het bovengenoemd subsidiereglement.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
De terugbetaling aan Natuurpunt Beheer vzw, Coxiestraat 11, 2800 te Mechelen van € 3.850 op rekeningnummer BE56 2930 2120 7588.
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 3.850 | niet van toepassing | 00384 |
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Een subsidiëring van € 3.850 wordt toegekend aan Natuurpunt Beheer, vzw, Coxiestraat 11, 2800 Mechelen, rekeningnummer BE56 2930 2120 7588, voor de aankoop van volgende percelen:
● perceel grond gelegen "Sleepen Broek", kadastraal gekend: afdeling 1, sectie A, nr. 44P
In totaal werd een oppervlakte 38a 60ca aangekocht, voor een totale prijs van € 9.797,88 incl. kosten.
Artikel 2: Deze subsidie wordt betaald via registratiesleutel MJP00384 van het budget 2026.
Zitting van 09 09 2026
Afsprakenkader geluidsnormen bij evenementen en horeca
Besluit
Zitting van 09 09 2026
Stand van zaken Hondenlosloopweides
Besluit
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.