Zitting van 09 07 2025
Verslag van de vorige zitting dd. 30.06.2025
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 30.06.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 30.06.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 09 07 2025
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over het punt op het vast bureau over de huisvesting van de BKO en het KDV in Sint-Joris.
Zitting van 09 07 2025
Vergaderverslag Alken Vallei nr. 7 d.d. 17.06.2025 en nr. 8 d.d. 24.06.2025.
Besluit
Zitting van 09 07 2025
Belastingkohier reclamedrukwerk - Maart 2025 bis
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand maart 2025 bis bedraagt 1.375,51 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand maart 2025 bis bedraagt 1.375,51 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
1375,51 euro | nvt | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | nvt | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | nvt | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand maart 2025 bis vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 1.375,51 euro.
Zitting van 09 07 2025
Belastingkohier reclamedrukwerk - Mei 2025
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand mei 2025 bedraagt 4.186,48 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand mei 2025 bedraagt 4.186,48 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
4.186,48 euro | nvt | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | nvt | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | nvt | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand mei 2025 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 4.186,48 euro.
Zitting van 09 07 2025
Belastingkohier reclamedrukwerk - Februari 2025 bis
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand februari 2025 bis bedraagt 949.30 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand februari 2025 bis bedraagt 949,30 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
949.30 euro | nvt | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | nvt | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | nvt | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand februari 2025 bis vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 949.30 euro.
Zitting van 09 07 2025
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 09 07 2025
Afvoering van ambtswege
Danny Stas ingeschreven in het bevolkingsregister, Hendrikstraat 98/BUS 2 heeft sedert maart 2025 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Feiten en context
Danny Stas ingeschreven in het bevolkingsregister, Hendrikstraat 98/BUS2 heeft sedert maart 2025 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Uit het politieverslag van de wijkagent, Kristof Nulens, inspecteur wijkteam Alken, politiezone LRH, van 11 maart 2025 blijkt dat Danny Stas niet meer verblijft op het adres Hendrikstraat 98/BUS2 Er werd een verzoek tot inschrijving, model 6 verstuurd naar het stadsbestuur van Hasselt, op het adres Boomkensstraat 105, 3500 Hasselt, alwaar Jamar Liesbeth, de vriendin van betrokkene, verblijft. Op 24 juni 2025 ontvingen we een bewijs van niet-inschrijving model 4 van het stadsbestuur van Hasselt, na een 12tal adrescontroles door de wijkagent Brendan Steegmans, inspecteur politiezone LRH. Vermits de verblijfplaats van Danny Stas niet kan achterhaald worden stelt wijkagent Kristof Nulens voor om over te gaan tot een afvoering van ambtswege. Betrokkene is niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar haar hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 2 juli 2025 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Stas Danny, geboren te Tongeren op 19 februari 1973 van Belgische nationaliteit, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Alken, Hendrikstraat 98/BUS 2 verblijft niet meer op dit adres.
Artikel 2: de nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: het college van burgemeester beslist om Danny Stas af te voeren van ambtswege.
Zitting van 09 07 2025
Cyclotocht 'Best of Limburg' op zondag 14 september 2025
Op zondag 14 september 2025 organiseert de wielertoeristenclub We Ride de cylotocht 'Best of Limburg'.
Parcours:
Komende van Wellen - Bulsstraat - Grootstraat - in de richting van Wimmertingen
De organisator vraagt een toelating voor de doortocht en het aanbrengen van bewegwijzering.
Er zijn geen wegeniswerken voorzien op dit traject in Alken.
Feiten en context
Op zondag 14 september 2025 organiseert de wielertoeristenclub We Ride de cylotocht 'Best of Limburg'.
Parcours:
Komende van Wellen - Bulsstraat - Grootstraat - in de richting van Wimmertingen
De organisator vraagt een toelating voor de doortocht en het aanbrengen van bewegwijzering.
Er zijn geen wegeniswerken voorzien op dit traject in Alken.
Juridische grond
Wet betreffende de politie over het wegverkeer
KB 1.12.1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB 20.07.1990
Decreet lokaal bestuur
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Argumentatie
Zoals de voorbije jaren betreft het een degelijk uitgewerkte organisatie in samenwerking met Proximus Cycling Challenge en Sport Vlaanderen
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de cyclotocht 'Best of Limburg' op zondag 14 september 2025 en de bewegwijzering hiervoor. Deze bewegwijzering wordt na het evenement door de organisator verwijderd.
Zitting van 09 07 2025
Aanvraag drankvergunning JS bv
Singh Joy en Singh Sukhminder, uitbaters van de JS bv, Hoogdorpsstraat 14, 3570 Alken, vragen een drankvergunning aan om gegiste dranken en sterke dranken te mogen schenken in restaurant Authentikka dat op 15 juli 2025 zal openen.
Feiten en context
Singh Joy en Singh Sukhminder, uitbaters van de JS bv, Hoogdorpsstraat 14, 3570 Alken, vragen een drankvergunning aan om gegiste dranken en sterke dranken te mogen schenken in restaurant Authentikka dat op 15 juli 2025 zal openen.
Juridische grond
Het koninklijk besluit van 03/04/1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, inzonderheid art. 5, 6 en 7;
De wet van 28/12/1983, betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank, en latere wijzigingen;
De wet op de administratieve vereenvoudiging d.d. 15/12/2005 betreffende de vergunning voor het schenken van gegiste dranken en van sterke dranken;
De aanvragers bevinden zich niet in één van de gevallen van uitsluiting bepaald bij artikel 11, § 1, 2° tot 9° van de wet van 28/12/1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke dranken;
Het provinciaal horecareglement inzake brandveiligheid dat goedgekeurd werd door de gemeenteraad op 26 januari 2017;
Adviezen
Positief advies van politiezone LRH (zie bijlage).
Gunstig brandweeradvies t.e.m. 31/12/2015. Indien na deze periode aan de opmerkingen van het brandweeradvies zijn voldaan, wordt hierna een definitief brandweeradvies bezorgd.
Argumentatie
De vergunning van het Favv en het verzekeringsbewijs zullen nog bezorgd worden voor de opening van het restaurant, aan alle andere voorwaarden zijn voldaan, om een drankvergunning af te leveren aan restaurant Authentikka. De drankvergunning zal geldig zijn t.e.m 31/12/2025 en automatisch verlengd worden indien voor deze datum een definitief gunstig brandweeradvies wordt afgeleverd.
In bijlage alle nodige documenten:
- paspoort Singh Joy (voor- en achterkant)
- paspoort Singh Sukhminder (voor- en achterkant)
- aanvraag drankvergunning
- registratie FOD Economie
- brandweeradvies (mail)
- strafregister Singh Joy
- Strafregister Singh Sukhminder
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent vergunning aan de JS bv, Hoogdorpsstraat 14, 3570 Alken voor het verkopen, verstrekken en schenken van gegiste en sterke dranken in restaurant Authentikka t.e.m 31/12/2025. De vergunning wordt automatisch verlengd indien er een definitief gunstig brandweerverslag wordt afgeleverd voor 31/12/2025.
Artikel 2:De in artikel 1 verleende vergunning wordt verleend op voorwaarde dat er voor de opening van het restaurant een vergunning van het Favv afgeleverd wordt.
Artikel 3: De in artikel 1 verleende vergunning wordt verleend op voorwaarde dat er voor de opening van het restaurant een bewijs van verzekering afgeleverd wordt.
Artikel 4: De in artikel 1 verleende vergunning wordt verleend
op voorwaarde dat voldaan is aan de openbare orde, de openbare veiligheid en de vereisten inzake hygiëne;
Zitting van 09 07 2025
Organisatie Bananja BBQ 26/07
Café Bananja wenst op zaterdag 26 juli 2025 vanaf 17u de Bananja BBQ te organiseren in een tent op de parking van hun café. Checklist in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 02u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Feiten en context
Café Bananja wenst op zaterdag 26 juli 2025 vanaf 17u de Bananja BBQ te organiseren in een tent op de parking van hun café. Checklist in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 02u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.
Adviezen
Gunstig advies van de politie.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Café Bananja voor de organisatie van de Bananja BBQ op zaterdag 26 juli 2025 vanaf 17u in een tent op de parking van hun café. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 02u en het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 3: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 09 07 2025
HUB-unit WYRE: principieel akkoord met verkoop en aanstelling notaris
WYRE wenst op het grondgebied van Alken de uitrol te realiseren van hun glasvezelnetwerk. WYRE werkt in opdracht van Telenet.
Hiervoor dient er een HUB-unit geplaatst te worden en een 6-tal POP-kasten.
De HUB-unit zal geplaatst worden in de St-Jorisstraat, op het perceel gelegen te Alken, 1e Afdeling Sie I nr. 223/F-ex P0000. Hiervoor dient dit perceel verkocht te worden aan WYRE.
Feiten en context
WYRE wenst op het grondgebied van Alken de uitrol te realiseren van hun glasvezelnetwerk. WYRE werkt in opdracht van Telenet.
Hiervoor dient er een HUB-unit geplaatst te worden en een 6-tal POP-kasten.
De HUB-unit zal geplaatst worden in de St-Jorisstraat, op het perceel gelegen te Alken, 1e Afdeling Sie I nr. 223/F-ex P0000. Hiervoor dient dit perceel verkocht te worden aan WYRE.
Juridische grond
Decreet Lokaal Bestuur Artikel 41 11°
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
WYRE wenst op het grondgebied van Alken de uitrol te realiseren van hun glasvezelnetwerk. WYRE werkt in opdracht van Telenet.
Hiervoor dient er een HUB-unit geplaatst te worden en een 6-tal POP-kasten.
De HUB-unit zal geplaatst worden in de St-Jorisstraat, op het perceel gelegen te Alken, 1e Afdeling Sie I nr. 223/F-ex P0000. Hiervoor dient dit perceel verkocht te worden aan WYRE.
CBS 14.05.2025 door TD
Opmetingsplan dd. 13.06.2025 opgemaakt door David Coryn, landmeter-expert (Dendertopo)
Schattingsverslag dd.11.06.2025 opgemaakt door David Coryn, landmeter-expert (Dendertopo)
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de verkoop aan WYRE van het perceel gelegen te Alken, 1e Afdeling Sie I nr. 233 F-ex P000 met een oppervlakte van 21,26 m² tegen de verkoopprijs van € 2 126.
Artikel 2: Notariskantoor NOTALIM-ACTACERTA, Steenweg 123 te Alken, wordt aangesteld voor het opstellen en verlijden van de verkoopakte.
Artikel 3: Alle kosten m.b.t. het opstellen en verlijden van deze akte zijn ten laste van de koper.
Artikel 4: Zodra de ontwerpakte ontvangen is van de notaris, zal deze ter goedkeuring voorgelegd worden aan de gemeenteraad.
Zitting van 09 07 2025
Omgevingsvergunning 1002 - mevrouw Kim Verbeeck met als contactadres Alkerstraat 18A te 3570 Alken. Het betreft een aanvraag over: de regularisatie van de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Eduard Dompasstraat 5, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 23 E3.
Aanvraag omgevingsvergunning over: de regularisatie van de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning ingediend door mevrouw Kim Verbeeck met als contactadres Alkerstraat 18A te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Eduard Dompasstraat 5, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 23 E3. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | mevrouw Kim Verbeeck met als contactadres Alkerstraat 18A te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Eduard Dompasstraat 5
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie I nr. 23E3
|
Projectnaam: | Ed. Dompasstraat 5 - Verbeeck Kim
|
Dossiernummer: | 202540
|
Intern dossiernummer: | 1002
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025038844
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de regularisatie van de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
De aanvraag omvat het regulariseren van de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied.
2 De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP. De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project de regularisatie van de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel ligt in pluviaal overstromingsgevoelig gebied Het dossier overgemaakt werd aan de provincie Limburg afdeling water en domeinen. Gelet op het voorwaardelijk gunstig advies van de provincie Limburg afdeling water en domeinen :
‘Het perceel is deels gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied. Bij zware lokale onweersbuizen valt water op straat te verwachten en kan tevens tijdelijk water in de achtertuin blijven staan.
De gebouwen zijn hoog genoeg gelegen, buiten de contouren van het overstromingsgevoelig gebied. Er valt geen negatief effect op het overstromingsregime te verwachten.
Aangezien de oppervlakte van daken/verhardingen in de aanvraag minder dan 1000 m² bedraagt moet er door de waterbeheerder in principe geen uitspraak gedaan worden over de GSV hemelwater en is het aan de vergunningverlener om dit na te gaan. De Afdeling Waterbeheer merkt echter op dat de “te regulariseren uitbreiding” volgens de ontwerpnota wordt beschouwd als bestaand gebouw waarbij niet aan de verplichtingen van de hemelwaterverordening voldaan zou moeten worden. Dit klopt niet! De uitbreiding is een niet-vergund opgerichte constructie waarvoor via deze aanvraag een vergunning wordt aangevraagd. In het kader van de watertoets worden niet-vergund uitgevoerde constructies aan de woning beschouwd als nieuwbouw, en is de hemelwaterverordening wel degelijk van toepassing. In het kader van het afstromingsregime (hemelwaterverordening) worden daarom volgende VOORWAARDEN opgelegd:
• Het dakwater van de uitbreiding moet van de (gemengde) riolering in de straat afgekoppeld worden. Dit kan op een eenvoudige manier door de dakafvoeren oppervlakkig in de achtertuin te laten afwateren, zoals dat ook voor het tuinhuis het geval is. Op deze manier is de aanleg van een hemelwaterput met overloop naar een bovengrondse infiltratievoorziening onder de vorm van een “wadi” niet vereist.
• Het dakwater van het tuinhuis moet cfr. de bestaande toestand oppervlakkig in de tuin blijven afwateren. Indien alsnog een dakgoot voorzien wordt, moet de standpijp bovengronds in het groen uitmonden.
Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u bovenstaande voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen. Aangezien de Klotsveldbeek opgenomen is in de riolering onder de straat en onderhouden kan worden via de aanwezige inspectieputten, worden geen bijzondere voorwaarden voor wat betreft de bindende bepalingen ivm deze waterloop (afstandsregels en machtigingen) opgelegd’
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 27 maart 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 4 juni 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 2 juli 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie I 23 E3
De woning dateert van 1966 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 31/03/1966 een stedenbouwkundige vergunning (0307) voor het bouwen van woningen werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de verbouwing en uitbreiding van een bestaande ééngezinswoning te regulariseren.
De aanvraag situeert zich aan een gemeentelijke weg, nl. de Ed. Dompasstraat, die voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een residentiële landelijke omgeving gelegen nabij de Kern van Sint-Joris.
De aanvraag omhelst het regulariseren van een uitbreiding die reeds lange tijd bestaat. De eigenaar heeft de woning uitgebreid met een garage aan de rechterzijde tegen de perceelgrens. Aan de achterzijde was er oorspronkelijk een berging, maar omdat hij ouder en moeilijker te been werd heeft hij dit laten omvormen tot een slaapkamer. De veranda aan de achterzijde werd ook reeds lange tijd geleden gebouwd. Aan de bestaande woning is de poort aan de voorgevel weggenomen en is de garage een berging geworden. De slaapkamers 3 en 4 zijn 1 grote slaapkamer geworden. De eigenaar wil door zijn hoge leeftijd de woning in zijn huidige staat regulariseren met het oog op verkoop of schenking. De slaapkamer zal terug omgevormd worden tot een berging.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 4 juni 2025 | 1 juli 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
De aanvraag werd op 4 juni 2025 digitaal voorgelegd aan provincie Limburg afdeling waterbeheer. Er werd op 1 juli 2025 een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen met ref. 2025N160537 - 2025 - 937.
De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden. In het kader van artikel 83 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning werd er een aangetekende zending gezonden naar de aanpalende eigenaars van de halfopen bebouwing aan de rechterzijde van dit perceel. Art. 83. OVB bepaalt namelijk dat: ‘als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Deze eigenaars moeten hun standpunt bezorgen binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat de dag na ontvangst van de vraag van het bevoegde bestuur.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Er werd naar aanleiding van de kennisgeving conform artikel 83 OVB geen bezwaarschrift/melding van de eigenaars van een aanpalend perceel ingediend.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De verbouwing en uitbreiding van de vrijstaande ééngezinswoning is conform het bestaande residentiele karakter van de omgeving. De verbouwing en uitbreiding is in verhouding met de bestaande omgeving. Functioneel is de aanvraag dus in regel met de geldende voorschriften van het gewestplan.
- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de mobiliteit.
- Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De woning wordt uitgebreid aan de achterzijde en rechterzijde. De uitbreiding aan de achterzijde is gangbaar bij een ééngezinswoning. De uitbreiding aan de rechterzijde situeert zich binnen de zijtuinstrook. Deze uitbreiding is gelijkvloers en bevat geen woonfuncties in de te regulariseren toestand. Dit geeft geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. Het ontwerp is wat omvang en gabarit betreft niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard. De woning overschrijdt geenszins de draagkracht van het terrein. De voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context.
- Visueel-vormelijke elementen: Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande landelijke omgeving. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
- Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de privacy van de omwonenden niet wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies gunstig advies, onder voorwaarde:
● ● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● ● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II. ● Het advies van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer, d.d. 01.07.2025 met ref. 2025N160537 - 2025 - 937.dient strikt nageleefd te worden en volgende voorwaarden worden opgelegd:
○ Het dakwater van de uitbreiding moet van de (gemengde) riolering in de straat afgekoppeld worden. Dit kan op een eenvoudige manier door de dakafvoeren oppervlakkig in de achtertuin te laten afwateren, zoals dat ook voor het tuinhuis het geval is. Op deze manier is de aanleg van een hemelwaterput met overloop naar een bovengrondse infiltratievoorziening onder de vorm van een “wadi” niet vereist.
○ Het dakwater van het tuinhuis moet cfr. de bestaande toestand oppervlakkig in de tuin blijven afwateren. Indien alsnog een dakgoot voorzien wordt, moet de standpijp bovengronds in het groen uitmonden.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 09/07/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door mevrouw Kim Verbeeck met als contactadres Alkerstraat 18A te 3570 Alken, voor de regularisatie van de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning, gelegen Eduard Dompasstraat 5, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 23 E3, wordt voorwaardelijk goedgekeurd.
Voorwaarden:
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 09/07/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door mevrouw Kim Verbeeck met als contactadres Alkerstraat 18A te 3570 Alken, voor de regularisatie van de verbouwing en uitbreiding van een ééngezinswoning, gelegen Eduard Dompasstraat 5, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 23 E3, wordt voorwaardelijk goedgekeurd.
Voorwaarden:
● ● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● ● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II. ● Het advies van provincie Limburg - afdeling Waterbeheer, d.d. 01.07.2025 met ref. 2025N160537 - 2025 - 937.dient strikt nageleefd te worden en volgende voorwaarden worden opgelegd:
○ Het dakwater van de uitbreiding moet van de (gemengde) riolering in de straat afgekoppeld worden. Dit kan op een eenvoudige manier door de dakafvoeren oppervlakkig in de achtertuin te laten afwateren, zoals dat ook voor het tuinhuis het geval is. Op deze manier is de aanleg van een hemelwaterput met overloop naar een bovengrondse infiltratievoorziening onder de vorm van een “wadi” niet vereist.
○ Het dakwater van het tuinhuis moet cfr. de bestaande toestand oppervlakkig in de tuin blijven afwateren. Indien alsnog een dakgoot voorzien wordt, moet de standpijp bovengronds in het groen uitmonden.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 09 07 2025
Omgevingsvergunning 1011 - Glenn Croes namens Gevelwerken Croes BV met als contactadres Steenberg 19 bus a te 3500 Hasselt. Het betreft een aanvraag over: de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 3 & 4). De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hendrikstraat 129, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 2906 D en (afd. 1) sectie I 2906 C.
Aanvraag omgevingsvergunning over: de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 3 & 4) ingediend door Glenn Croes namens Gevelwerken Croes BV met als contactadres Steenberg 19 bus a te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Hendrikstraat 129, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 2906 D en (afd. 1) sectie I 2906 C. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Glenn Croes namens Gevelwerken Croes BV met als contactadres Steenberg 19 bus a te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Hendrikstraat 129
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie I nrs. 2906D en 2906C
|
Projectnaam: | Hendrikstraat - Gevelwerken Croes
|
Dossiernummer: | 202559
|
Intern dossiernummer: | 1011
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025053723
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 3 & 4)
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen met vrijstaande tuinberging
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter eerste 50m vanaf de rooilijn).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en/of RUP.
Het eigendom is wel gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling met ref. V667 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 11 augustus 2021.
Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V667 d.d. 11.08.2021 primeren op die van het gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen met tuinberging betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 70m² per woning. Het dakoppervlak van elke woning watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone. Rekening houdend met de berekeningen cfr de hemelwaterverordening zou er voor beide woningen een bovengrondse infltratievoorziening met een totaal buffervolume van 2640 liter per perceel en een infiltratieoppervlakte van 8m² voorzien moeten worden. Daartoe wordt aan de linkerzijde van lot 4 en aan de achterzijde van lot 3 een zone verlaagd tot een diepte van max 50 cm op het laagste punt met een buffervolume van elk 2640 liter en een infiltratieoppervlakte van 8m², waar de overloop van de regenwaterputten in uitmondt. Hierdoor is er voldaan aan de berekeningen uit de Gewestelijke Hemelwaterverordening. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er een vrijstaand tuinhuis zal worden voorzien, echter het hemelwater van dit tuinhuis kan rechtstreeks langs dit bijgebouw infiltreren in de tuinzone op het eigen perceel. Tevens worden er nog verhardingen aangelegd voor de inrit en de toegang naar de woning, alsook het terras. De inrit en de toegang naar de woning worden voorzien in waterdoorlatende materialen en het terras kan afwateren op het eigen terrein langs de verharding. Voor deze verhardingen kan het hemelwater bijgevolg afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 28 april 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 27 mei 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 2 juli 2025 |
1.f. Historiek
Overwegende dat er een omgevingsvergunning voor het verkavelen van 6 loten halfopen bebouwing werd vergund door het college van burgemeester en schepenen op 11.08.2021 (ref. V667).
Perceelnummer : (afd. 1) sectie I 2906 D
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel
Perceelnummer : (afd. 1) sectie I 2906 C
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen met vrijstaand tuinhuis op de loten 3 en 4 van verkaveling V667.
Het perceel is gelegen op de hoek van de gewestweg en een gemeentelijke weg, nl. Steenweg en de Hendrikstraat, beide een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. Huidig perceel maakt deel uit van een verkaveling bestaande uit 6 loten gesitueerd op de hoek van de Steenweg met de Hendrikstraat en waarbij deze loten aansluiten op de voorliggende Hendrikstraat. Aan de linkerzijde situeren zich nog 2 loten halfopen bebouwing gericht naar de Hendrikstraat en behorende tot dezelfde verkaveling dewelke momenteel nog onbebouwd zijn. Ook aan de achterzijde situeren zich nog 2 loten uit de verkaveling gesitueerd naar de Steenweg en waarvoor er een vergunning verleend werd met ref. OMV_2024129373 vergund op 11 december 2024 en dewelke momenteel in uitvoering is.
De nieuwbouw woningen worden ingeplant op ongeveer 4m van de voorliggende rooilijn met de Hendrikstraat, volgens het ingetekende bouwkader binnen de goedgekeurde verkaveling. Het ontwerp voorziet 2 halfopen ééngezinswoningen met een hoofdvolume bestaande uit 2 volwaardige bouwlagen afgewerkt met een plat dak. Er blijft op lot 3 een afstand van ongeveer 7m50 behouden ten aanzien van de rechter perceelsgrens waar de Steenweg gesitueerd is. Op lot 4 blijft er een afstand van 5m behouden ten aanzien van de linker perceelsgrens. Echter binnen de zijtuinstrook wordt er een verharde oppervlakte voorzien over een breedte van 3m voor het stallen van de voertuigen bij de woningen. De voorgestelde woningen hebben een bouwdiepte van 7m en een bouwbreedte van 10m conform de bouwzone voorzien in de verkaveling. De dakrand komt tot op een hoogte van 6m40.
De woningen worden opgetrokken met een witte crepi met geveldelen in zwarte metalen beplating met het nodige reliëf. Het buitenschrijnwerk is voorzien in thermisch onderbroken aluminium profielen met dubbel isolerende beglazing, kleur zwart.
Achter de woningen wordt er per woning nog een gekoppelde tuinberging voorzien met een oppervlakte van elk 11,90m², bestaande uit 1 bouwlaag en eveneens afgewerkt met een plat dak.
Er wordt aan de voorzijde van het perceel gedeeltelijk een reliëfwijziging gerealiseerd ter hoogte van de inplanting van de woningen om deze te kunnen realiseren met een aanvulling gaande van ongeveer 15cm tot 60cm.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met de geldende verkaveling V667 d.d. 11.08.2021.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 27 mei 2025 | 25 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 27 mei 2025 | 3 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 27 mei 2025 | 3 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 27.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het agentschap Wegen en Verkeer. Op 25.06.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. AV/719/2025/00391 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 27.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator. Op 03.06.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000083830 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 27.05.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de watergroep. Op 03.06.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen via het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van de verkaveling V667 d.d. 11.08.2021 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 03.06.2025 met ref. 5000083831 dienen opgevolgd te worden.
● De algemene en bijzondere voorwaarden van het agentschap Wegen en verkeer d.d. 25.06.2025 met ref. AV/719/2025/00391 dienen strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de Watergroep van 03.06.2025 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning waarbij het perceel minstens op 1m van de perceelsgrens dient aan te sluiten op het niveau van het aanpalende perceel.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 09/07/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Glenn Croes namens Gevelwerken Croes BV met als contactadres Steenberg 19 bus a te 3500 Hasselt, de realisatie van 2 halfopen ééngezinswoningen (lot 3 & 4), gelegen Hendrikstraat 129, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 2906 D en (afd. 1) sectie I 2906 C wordt goedgekeurd onder voorwaarden.
Voorwaarden
● De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 03.06.2025 met ref. 5000083831 dienen opgevolgd te worden.
● De algemene en bijzondere voorwaarden van het agentschap Wegen en verkeer d.d. 25.06.2025 met ref. AV/719/2025/00391 dienen strikt nageleefd te worden.
● Het advies van de Watergroep van 03.06.2025 dient nageleefd te worden.
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de zone voorzien voor de realisatie van de woning waarbij het perceel minstens op 1m van de perceelsgrens dient aan te sluiten op het niveau van het aanpalende perceel.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 09 07 2025
Omgevingsvergunning 991 - de heer Davy Jonckers wonende te Kruisstraat 33 te 3570 Alken. Het betreft een aanvraag over: de herbouw van een zonevreemde ééngezinswoning. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Kruisstraat 33, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 363 R en (afd. 1) sectie H 363 W.
Aanvraag omgevingsvergunning over: de herbouw van een zonevreemde ééngezinswoning ingediend door de heer Davy Jonckers wonende te Kruisstraat 33 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Kruisstraat 33, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 363 R en (afd. 1) sectie H 363 W. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | de heer Davy Jonckers wonende te Kruisstraat 33 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Kruisstraat 33
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie H nrs. 363R en 363W
|
Projectnaam: | Kruisstraat 33 - Jonckers-Zadnikar
|
Dossiernummer: | 202513
|
Intern dossiernummer: | 991
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024135189
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
Aanvraag tot het herbouwen van een zonevreemde ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Afbraak van de bestaande woning en verhardingen
● Realisatie van een nieuwbouw ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de afbraak van de bestaande gebouwen betreft en de herbouw van een nieuwe ééngezinswoning, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van de af te wateren dakoppervlak bedraagt 172,4m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening van 11 250 liter en een infiltratieoppervlakte van 48m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, een buitenkraan en het wasmachine.
Het perceel wordt volledig onthard door de afbraak van de bestaande gebouwen en constructies en de aanwezig verhardingen en enkel de nieuwe woning en de strikt noodzakelijke verhardingen of de verhardingen die vallen onder het vrijstellingenbesluit worden nog voorzien. Er wordt aan de linkerzijde een inrit voorzien met parkeerplaats voor het stallen van de voertuigen over een oppervlakte van ongeveer 42m².
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 11 februari 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 10 maart 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 22 mei 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 20 juni 2025 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 2 juli 2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie H 363 R
De woning dateert van 1975 en wordt geacht vergund te zijn.
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 02/10/1974 een stedenbouwkundige vergunning (1230) voor bouwen woonhuis werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 29/09/1976 een stedenbouwkundige vergunning (1391) voor het bouwen van een serre werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 18/02/2009 een stedenbouwkundige vergunning (5351) voor de afbraak van een bestaande woning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
- Overwegende dat op 19/10/2011 een stedenbouwkundige vergunning (5833) voor het verbouwen van een woning geteisterd door brand werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag omvat de afbraak van de bestaande gebouwen en constructies en de herbouw van een ééngezinswoning.
De aanvraag is gelegen in een landelijke omgeving, langs een geasfalteerde gemeenteweg, zijnde de Kruisstraat, die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door landbouwgronden, agrarische bedrijven en vrijstaande eengezinswoningen. De aanpalende gronden betreffen enerzijds aan de rechter- en achterzijde landbouwgronden en aan de linkerzijde een ééngezinswoning met bijgebouwen.
Huidige aanvraag betreft de afbraak van de bestaande woning met bijgebouwen en verhardingen en de herbouw van een nieuwe ééngezinswoning. De bestaande woning voldoet niet meer aan de huidige normen van hedendaags wooncomfort en energieprestatie. Uit voorafgaand onderzoek is gebleken dat sloop en herbouw meer aangewezen is dan ingrijpend renoveren gezien de huidige woning inzake stabiliteit ook niet voldoet. De woning wordt bijgevolg volledig afgebroken.
De nieuwe woning betreft een vrijstaande woning opgetrokken in een moderne stijl. De eengezinswoning wordt ingeplant zodanig dat minstens 75% van de oppervlakte overlapt met de bestaande woning. De voorbouwlijn van de woning wordt tevens behouden. De woning bestaat uit een hoofdvolume van 2 bouwlagen afgewerkt met een plat dak en een uitbouw van 1 bouwlaag eveneens met een plat dak. De totale gevelbreedte bedraagt 15m50 en de maximale diepte van de woning bedraagt 13m74. De hoogste kroonlijsthoogte bedraagt 6m45 t.o.v. het maaiveld, de meerdiepte op het gelijkvloers heeft een kroonlijsthoogte van 3m50 t.o.v. het maaiveld.
De woning wordt opgetrokken met een genuanceerde wit/grijze gevelsteen in combinatie met geanodiseerde bruine aluminium ramen en gevelbekleding.
De aanvraag betreft ook reliëfwijzigingen. Vooraan en zijdelings is dit om de toegang tot de woning te verzekeren. In de achtertuin betreft het de zone voor het infiltratiebekken met enkel kleine keerelementen onder de vorm van boordstenen. Deze hebben als doel om het water, afkomstig van de hoger gelegen achtertuin, tegen te houden bij hevige regenval. Dit zodat het water niet naar de woning stroomt. De reliëfwijzigingen worden beperkt tot de zone binnen de eerste 50 meter vanaf de rooilijn. Achter deze grens wordt het perceel ingericht als (hobby)weiland.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is principieel niet in overeenstemming met het geldende gewestplan, wat betreft de aanvraag tot de renovatie van de hoeve tot woning . De bestaande hoeve/woning maakt geen deel uit van een volwaardig landbouwbedrijf en is dus zonevreemd. Echter is van toepassing:
‘Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening - Afdeling 2 Basisrechten voor zonevreemde constructies
Sectie 1 Bestaande zonevreemde woningen
Subsectie 2 Herbouwen op dezelfde plaats
§ 1. De vigerende bestemmingsvoorschriften vormen op zichzelf geen weigeringsgrond bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het herbouwen van een bestaande zonevreemde woning op dezelfde plaats, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.2.4, eerste lid, 1°, is wel toegelaten.
Als het bestaande bouwvolume meer dan 1 000 m3 bedraagt, is het maximale volume van de herbouwde woning beperkt tot 1 000 m3.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, is sprake van een herbouw op dezelfde plaats indien de nieuwe woning ten minste drie kwart van de bestaande woonoppervlakte overlapt. De bestaande woonoppervlakte sluit zowel de oppervlakte van het hoofdgebouw in als deze van de fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw.
§ 3. De mogelijkheden, vermeld in § 1, gelden niet in :
1° ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden;
2° recreatiegebieden, zijnde de als dusdanig door een plan van aanleg aangewezen gebieden, en de gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan, die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » sorteren.Artikel 4.4.13.’
Uit bovenvermelde beschrijving van de werken kan worden opgemaakt dat de voorliggende aanvraag voldoet aan de bepalingen van de vermelde artikelen van de Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening inzake de basisrechten voor de zonevreemde woningen. Op basis van een bouwhistorisch onderzoek (er werden meerdere vergunningen verleend voor deze woning) kan de bestaande woning als vergund geacht worden beschouwd. Het gebouw kan dan ook niet aanschouwt worden als ‘verkrot’, aangezien het tot op heden gebruikt wordt als woning.
De aanvraag betreft de herbouw van een bestaande ééngezinswoning op een dezelfde plaats. De eengezinswoning is ingeplant zodanig dat minstens 75% van de oppervlakte overlapt met de bestaande woning. De berekening hiervan wordt toegevoegd aan het dossier. De voorbouwlijn van de woning wordt tevens behouden. Het volume van de woning blijft beperkt tot het maximum toegelaten bruto-volume van 1000m³. Het volume van de woning komt op 999,07m³ volgens de berekeningen vermeld op het inplantingsplan -volumeberekening - van de architect, dus valt nog binnen het toegestane maximale bruto-volume van 1000 m3. Het aantal woongelegenheden zijnde één wordt niet gewijzigd. Daarenboven is een agrarisch gebied geen ruimtelijk kwetsbaar gebied. De oorspronkelijke woning dateert volgens de kadastrale gegevens en de afgeleverde vergunning van 1974. Gelet op de hoger geciteerde wetgeving kunnen de aangevraagde werken tot herbouw van de woning bijgevolg ter plaatse aanvaard worden.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 5 bijkomende hoogstam fruitbomen (zoals appel, peer, pruim, kers, notelaar of tamme kastanje) te worden aangeplant op het achterliggende weiland met een plantmaat 10/12
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Vergunningen in toepassing van de regelgeving rond zonevreemde constructies zijn een uitzondering, zijnde een afwijking. Van de vergunninghouder wordt dan ook verwacht dat hij via een opgelegde last bijdraagt tot het realiseren van één van volgende doelstellingen:
● Het uitbouwen van de landschappelijke en ecologische kwaliteit van de open ruimte
● Het uitbouwen van een duurzaam waterbeheer
● Het verhogen van de biodiversiteit
● Het tegengaan van klimaatverandering
Het aanplanten van deze vijf bijkomende hoogstammige fruitbomen maakt deel uit van de verwezenlijking van groene ruimten en verhoogt de landschappelijke kwaliteit en de ecologische kwaliteit van de open ruimte en verhoogt de biodiversiteit.
De last in natura bevindt zich in de nabijheid van het project (nl. op het eigen perceel) en is redelijk en in verhouding tot het vergunde project en kan verwezenlijkt worden door de aanvrager zonder toedoen van derden.
De uitvoering van de last wordt gedekt door het opleggen van een financiële waarborg volgens artikel 77 OVD.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Dept. Landbouw en Visserij, buitendienst Limburg | 10 maart 2025 | 18 maart 2025 | ongunstig |
Dept. Landbouw en Visserij, buitendienst Limburg | 20 mei 2025 | 4 juni 2025 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 10 maart 2025 | 27 maart 2025 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 10 maart 2025 | 11 maart 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 10.03.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het departement Landbouw en Visserij. Op 18.03.2025 werd er aanvankelijk een ongunstig advies verleend aangaande de aanvraag. Echter na ontvangst van dit ongunstig advies aangaande de verhardingen en reliëfwijzigingen werd het dossier en de plannen aangepast. Er werd een nieuw advies gevraagd aan het departement landbouw op 20.05.2024. Op 04.06.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend door het departement Landbouw en Visserij over de huidige aanvraag met ref. 2025_001838_v2. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 10.03.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering. Op 27.03.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies ontvangen met ref. 5000094930. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 10.03.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de Watergroep. Op 11.03.2025 ontvingen wij via het omgevingsloket een voorwaardelijk gunstig advies. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 20 maart 2025 tot 18 april 2025.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
Het tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een administratieve lus door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 22 mei 2025 tot 20 juni 2025.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 22.05.2025 tot en met 20.06.2025. Er werden geen bezwaarschriften en/of opmerkingen ingediend
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: De betreffende percelen zijn volgens het gewestplan gelegen binnen agrarisch gebied. De aanvraag is principieel niet in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan, echter kan er toepassing gemaakt worden van enkele afwijkingen voorzien in de VCRO op basis van artikels 4.4.12 t.e.m. 4.4.15 met betrekking tot de basisrechten van de zonevreemde woningen. De aanvraag is dus functioneel inpasbaar op basis van voorgaande afwijkingen binnen de VCRO. Gelet op de geldende regelgeving omtrent de basisrechten van zonevreemde woningen, is het gevraagde functioneel aanvaardbaar binnen de geldende zonering.
● Mobiliteitsaspect: . Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag, zijnde de herbouw van een ééngezinswoning geen invloed zal hebben op de mobiliteit, gezien er voldoende parkeerplaatsen worden voorzien op het eigen perceel.
● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Naar ruimtegebruik, schaal en bouwdichtheid vormt de voorgestelde verbouwing een voldoende samenhangend geheel zodat er geen overdreven ruimtebeslag is. De wijzigingen ten opzichte van de bestaande toestand verbeteren en de herbouw heeft tot doel de woning te voorzien conform de huidige eisen naar wooncomfort en isolatienormen. Het volume van de woning blijft beperkt tot 999,07m³ dus onder de maximum toegelaten 1.000m³ gelet op de regelgeving met betrekking tot de zonevreemde woningen. Een negatieve impact op de bedoelde beoordelingsaspecten kan worden uitgesloten gezien het voorgestelde ontwerp voldoet aan de artikels 4.4.13 t.e.m. 4.4.15 van de VCRO. Het voorgestelde ontwerp is ruimtelijk inpasbaar gezien de bestaande gebouwenstructuur behouden blijft.
● Visueel-vormelijke elementen: De nieuw te realiseren woning past inzake vorm en uitzicht bij de bestaande bebouwingen in de omgeving. Het betreft een sober en eenvoudig ontwerp dat met duurzame en kwalitatieve materialen wordt opgetrokken die eigen zijn aan de omgeving. Het nieuwe bouwblok straalt een frisse look uit door het gebruik van een genuanceerde wit/grijze gevelsteen in combinatie met geanodiseerde bruine aluminium ramen en gevelbekleding. Voorgestelde materialen kunnen ter plaatse aanvaard worden en passen binnen de bestaande omgeving. Het gevraagde kan als visueel-vormelijk in harmonie zijnde met zijn omgeving worden beschouwd.
● Cultuurhistorische aspecten: . Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf gedeeltelijk. Vooraan en zijdelings is dit om de toegang tot de woning te verzekeren. In de achtertuin betreft het het infiltatiebekken met enkel kleine keerelementen onder de vorm van boordstenen. Deze hebben als doel om het water, afkomstig van de hoger gelegen achtertuin, tegen te houden bij hevige regenval. Dit zodat het water niet naar de woning stroomt. De reliëfwijzigingen blijven echter beperkt en situeren zich binnen de eerste 50m vanaf de rooilijn.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de voorgestelde ingediende plannen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving Er kan gesteld worden dat de gevraagde werken geen hinder zullen veroorzaken voor de buren en de omgeving gezien de bebouwing op voldoende afstand ten aanzien van de perceelsgrenzen is gesitueerd.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:
● Het advies van het Departement Landbouw en Visserij d.d. 20.05.2025 met ref. 2023_008036_v1 dient strikt nageleefd te worden met volgende voorwaarden:
○ De toekomstige tuinzone dient beperkt te blijven tot maximaal 50m vanaf de rooilijn. Het overig terreingedeelte dient worden hersteld naar een (hobby)weiland. De voorziene keerwand is de grenszone van de tuin.
○ De niet-vergunde kiezelverhardingen met rondweg en zwemvijver dienen uiterlijk binnen de 6 maanden na het bekomen van de vergunning te worden opgeruimd en komen niet voor een regularisatie in aanmerking.
● Er mag slechts 1 inrit voorzien worden in aansluiting met het openbaar domein ten aanzien van het perceel over een max breedte van 4m50.
● De groenaanleg zoals ingetekend op het inplantingsplan dient uitgevoerd te worden het eerstvolgende plantseizoen na de voltooiing van de werken.
● De algemene en bijzondere voorwaarden binnen het advies van Fluvius d.d. 27.03.2025 met ref. 5000094930 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van De Watergroep d.d. 11.03.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 5 bijkomende hoogstam fruitbomen (zoals appel, peer, pruim, kers, notelaar of tamme kastanje) te worden aangeplant op het achterliggende weiland aansluitend aan de woning met een plantmaat 10/12.
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Financiële waarborg
Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.
● De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 5 X 90 euro, zijnde 450 euro (5 bomen).
● de waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
● Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.
● De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 16/07/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door de heer Davy Jonckers wonende te Kruisstraat 33 te 3570 Alken, voor de herbouw van een zonevreemde ééngezinswoning, gelegen Kruisstraat 33, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 363 R en (afd. 1) sectie H 363 W wordt vergund onder voorwaarden.
voorwaarden:
● Het advies van het Departement Landbouw en Visserij d.d. 20.05.2025 met ref. 2023_008036_v1 dient strikt nageleefd te worden met volgende voorwaarden:
○ De toekomstige tuinzone dient beperkt te blijven tot maximaal 50m vanaf de rooilijn. Het overig terreingedeelte dient worden hersteld naar een (hobby)weiland. De voorziene keerwand is de grenszone van de tuin.
○ De niet-vergunde kiezelverhardingen met rondweg en zwemvijver dienen uiterlijk binnen de 6 maanden na het bekomen van de vergunning te worden opgeruimd en komen niet voor een regularisatie in aanmerking.
● Er mag slechts 1 inrit voorzien worden in aansluiting met het openbaar domein ten aanzien van het perceel over een max breedte van 4m50.
● De groenaanleg zoals ingetekend op het inplantingsplan dient uitgevoerd te worden het eerstvolgende plantseizoen na de voltooiing van de werken.
● De algemene en bijzondere voorwaarden binnen het advies van Fluvius d.d. 27.03.2025 met ref. 5000094930 dienen opgevolgd te worden.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van De Watergroep d.d. 11.03.2025 dient strikt nageleefd te worden.
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Lasten instrumentendecreet
Het Instrumentendecreet is op 3 juli 2023 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De bepalingen rond stedenbouwkundige lasten treden in werking vanaf 1 januari 2024.
In toepassing van het Instrumentendecreet moet de vergunningverlenende overheid volgens artikel 75 van het omgevingsvergunningsdecreet in een aantal gevallen lasten opleggen, waaronder §1, 4° de lasten bij toepassing van de afwijkingsregels van stedenbouwkundige voorschriften van titel 4, hoofdstuk 4, VCRO.
Voorliggende aanvraag valt onder de toepassing van deze regelgeving, nl. de basisrechten voor zonevreemde constructies conform artikel 4.4.10 tot 4.4.20 VCRO.
Om aan bovenstaande regelgeving te voldoen wordt volgende last opgelegd aan de vergunninghouder:
De vergunninghouder is verplicht volgende groenaanplantingen uit te voeren op zijn perceel volgens onderstaande modaliteiten:
● Er dienen 5 bijkomende hoogstam fruitbomen (zoals appel, peer, pruim, kers, notelaar of tamme kastanje) te worden aangeplant op het achterliggende weiland aansluitend aan de woning met een plantmaat 10/12.
● Er dient een voldoende groot plantgat voorzien (80 x 80 cm, 50 cm diep, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.
● De hoogstam bomen moeten aangeplant worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de stedenbouwkundige handelingen in de aanvraag
● De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.
Financiële waarborg
Overeenkomstig artikel 77 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt verplicht een financiële waarborg bij lasten in natura opgelegd.
● De waarborg voor deze aanvraag bedraagt 5 X 90 euro, zijnde 450 euro (5 bomen).
● de waarborg kan worden geleverd met een borgstelling via een overschrijving op de Deposito- en Consignatiekas of door een financiële instelling borg te laten staan voor het bedrag van het project.
● Een bewijs van waarborg dient afgeleverd te worden aan het college van burgemeester en schepenen alvorens er mag over gegaan worden tot uitvoering van de omgevingsvergunning.
● De vergunning is pas uitvoerbaar nadat de aanvrager de financiële waarborg heeft gesteld.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 09 07 2025
Deelname plantenverkoop "Plant van Hier" Natuurpunt 2025
Alle Limburgse tuinen vormen samen een gigantisch potentieel natuurgebied. De biodiversiteit gaat achteruit, daarom zijn tuinen zeer belangrijk om het roer om te gooien. Ongeveer 10% van de oppervlakte van Vlaanderen bestaat uit bos, 9% van Vlaanderen bestaat uit tuinen. Deze tuinen zijn o.a. ook belangrijk voor de fauna en flora die erin gehuisvest zijn. Natuurpunt organiseert jaarlijks een verkoop van inheems plantgoed om de biodiversiteit in de tuinen te verhogen.Het inheems plantgoed is van streekeigen moederplanten van in onze regio voorkomende boom- en struiksoorten. Daardoor zijn ze bijzonder goed aangepast aan onze bodem en klimaat en dragen ze een belangrijke genetische biodiversiteit in zich. Inheemse bomen en struiken bieden daarnaast voedsel en beschutting aan tal van dieren en versterken de streekidentiteit. Met de winst van deze actie zal Natuurpunt opnieuw investeren in lokale natuur.
Er kan door de gemeente 1 gratis klimaatboom aangeboden worden bij de eerste 1000 bestellingen door Alkense gezinnen. Hierbij heeft men de keuze tussen een gladde iep, ruwe berk, wintereik, zomerlinde of een zwarte populier. Natuurpunt controleert dat er per adres slechts 1 klimaatboom geschonken wordt.
De bedeling van de planten door Natuurpunt zal doorgaan op 15 november 2025 in basisschool De Kleine Reus.
Feiten en context
Alle Limburgse tuinen vormen samen een gigantisch potentieel natuurgebied. De biodiversiteit gaat achteruit, daarom zijn tuinen zeer belangrijk om het roer om te gooien. Ongeveer 10% van de oppervlakte van Vlaanderen bestaat uit bos, 9% van Vlaanderen bestaat uit tuinen. Deze tuinen zijn o.a. ook belangrijk voor de fauna en flora die erin gehuisvest zijn. Natuurpunt organiseert jaarlijks een verkoop van inheems plantgoed om de biodiversiteit in de tuinen te verhogen.Het inheems plantgoed is van streekeigen moederplanten van in onze regio voorkomende boom- en struiksoorten. Daardoor zijn ze bijzonder goed aangepast aan onze bodem en klimaat en dragen ze een belangrijke genetische biodiversiteit in zich. Inheemse bomen en struiken bieden daarnaast voedsel en beschutting aan tal van dieren en versterken de streekidentiteit. Met de winst van deze actie zal Natuurpunt opnieuw investeren in lokale natuur.
Er kan door de gemeente 1 gratis klimaatboom aangeboden worden bij de eerste 1000 bestellingen door Alkense gezinnen. Hierbij heeft men de keuze tussen een gladde iep, ruwe berk, wintereik, zomerlinde of een zwarte populier. Natuurpunt controleert dat er per adres slechts 1 klimaatboom geschonken wordt.
De bedeling van de planten door Natuurpunt zal doorgaan op 15 november 2025 in basisschool De Kleine Reus.
Juridische grond
Art.56 Decreet lokaal bestuur
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Deelname aan de actie stimuleert om de biodiversiteit in Alken te verhogen en tegemoet komt aan de acties van het Klimaatactieplan 2030:
- inwoners ondersteunen bij en stimuleren voor het klimaatbestendig inrichten van de tuin
- Alken versterkt haar samenwerking met Natuurpunt, waarbij wordt ingezet op biodiversiteit, landschapsbeheer en bedreigde diersoorten
- een belangrijke stap naar klimaatneutraliteit en verbetering van de lokale biodiversiteit
Deze actie draagt ook bij aan het Lokaal Energie- en Klimaat pact (LEKP) werf 1: 1 extra boom per inwoner.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 2500 |
| 001278 |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om deel te nemen aan de plantenverkoop van Natuurpunt door bij de eerste 1000 bestellingen door Alkense gezinnen een gratis klimaatboom te schenken. Burgers hebben de keuze uit: gladde iep, ruwe berk, wintereik, zomerlinde of een zwarte populier. Er is voldoende budget voorzien onder registratiesleutel MJP001278.
Zitting van 09 07 2025
Earth hour 2025-2027
Al vele jaren organiseren het WWF in maart Earth Hour en de organisatie Levende Nachten in oktober de Nacht van de Duisternis. Fluvius kan als netbeheerder ondersteunen in deze campagnes. Zij vragen over te schakelen naar een meerjarenaanpak en vraagt de keuzes vast te leggen voor de periode 2025 tot en met 2027. De focus ligt op het doven van interactieve verlichting en verlichting van gebouwen.
Goed om te weten:
● Er zijn geen extra kosten voor het doven van interactieve openbare verlichting.
● Ook het manueel doven van monumentverlichting tijdens de werkuren op maximaal drie locaties is kosteloos. Belangrijk: ze schakelen verlichting uit op donderdag of vrijdag en zetten deze op maandag of dinsdag, terug aan volgens de standaard brandprogramma’s.
● Voor manuele interventies buiten de werkuren gelden vaste tarieven.
De 3 locaties waar de klemtoonverlichting gedoofd kan worden in Alken zijn: de klemtoonverlichting in Alken Centrum (het gemeentehuis, de Gildezaal (Dienst Vrije Tijd) en de Sint-Aldegondiskerk).
Feiten en context
Al vele jaren organiseren het WWF in maart Earth Hour en de organisatie Levende Nachten in oktober de Nacht van de Duisternis. Fluvius kan als netbeheerder ondersteunen in deze campagnes. Zij vragen over te schakelen naar een meerjarenaanpak en vraagt de keuzes vast te leggen voor de periode 2025 tot en met 2027. De focus ligt op het doven van interactieve verlichting en verlichting van gebouwen.
Goed om te weten:
● Er zijn geen extra kosten voor het doven van interactieve openbare verlichting.
● Ook het manueel doven van monumentverlichting tijdens de werkuren op maximaal drie locaties is kosteloos. Belangrijk: ze schakelen verlichting uit op donderdag of vrijdag en zetten deze op maandag of dinsdag, terug aan volgens de standaard brandprogramma’s.
● Voor manuele interventies buiten de werkuren gelden vaste tarieven.
De 3 locaties waar de klemtoonverlichting gedoofd kan worden in Alken zijn: de klemtoonverlichting in Alken Centrum (het gemeentehuis, de Gildezaal (Dienst Vrije Tijd) en de Sint-Aldegondiskerk).
Juridische grond
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 2.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Door deel te nemen aan de wereldwijde symbolische acties wordt getoond dat gemeente Alken blijvende aandacht wilt voor de natuur en het klimaat. De verlichting wordt uitzonderlijk gedoofd volgens het nachtregime en zorgt mee voor het verminderen van het energieverbruik. Daarenboven is de deelname volledig gratis. Fluvius stelt een meerjarenaanpak voor om organisatorische redenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om in de periode van 2025 tot en met 2027 deel te nemen aan Earth Hour in maart en Nacht van de Duisternis in oktober. Door binnen de werkuren de straatverlichting te laten overschakelen op het nachtregime en de klemtoonverlichting in Alken Centrum (het gemeentehuis, de Gildezaal (Dienst Vrije Tijd) en de Sint-Aldegondiskerk) te doven. Hiervoor zal contact opgenomen worden met Fluvius.
Zitting van 09 07 2025
Engagementsverklaring 'Asbestveilige gemeente'
Asbest in gebouwen blijft een reëel en actueel gezondheidsrisico. Hoewel het sinds 2001 verboden is om asbest te gebruiken, zijn de materialen waarin het verwerkt zit nog steeds wijdverspreid aanwezig – zowel bij burgers als in gebouwen van gemeentelijk patrimonium.
Asbest veroudert, verweert en kan zelfs zonder directe aanraking gevaarlijk zijn. Daarom wil OVAM samen werk maken van een asbestveilig Vlaanderen tegen 2040.
In 2018 engageerden alle Vlaamse steden en gemeenten zich reeds via de ‘Asbestovereenkomst 2018’. Vandaag is het moment daar om dit engagement te hernieuwen en te versterken binnen de nieuwe legislatuur. OVAM moedigt daarom in een brief (zie bijlage) aan het asbestthema opnieuw op te nemen in het lokaal meerjarenplan met de ambitie van een asbestveilige gemeente als streefdoel. Dit door het tekenen van een engagementsverklaring waarin de ambitie van Alken zichtbaar is voor de buitenwereld.
In een asbestveilige gemeente hebben alle gebouwen tot 2001 een asbestattest met eindconclusie ‘asbestveilig’. Dat betekent niet noodzakelijk asbestvrij maar wel dat de huidige risico’s op het inademen van asbestvezels weg zijn. Een asbestveilige gemeente is een veilige, gezonde en toekomstgerichte gemeente of stad.
Feiten en context
Asbest in gebouwen blijft een reëel en actueel gezondheidsrisico. Hoewel het sinds 2001 verboden is om asbest te gebruiken, zijn de materialen waarin het verwerkt zit nog steeds wijdverspreid aanwezig – zowel bij burgers als in gebouwen van gemeentelijk patrimonium.
Asbest veroudert, verweert en kan zelfs zonder directe aanraking gevaarlijk zijn. Daarom wil OVAM samen werk maken van een asbestveilig Vlaanderen tegen 2040.
In 2018 engageerden alle Vlaamse steden en gemeenten zich reeds via de ‘Asbestovereenkomst 2018’. Vandaag is het moment daar om dit engagement te hernieuwen en te versterken binnen de nieuwe legislatuur. OVAM moedigt daarom in een brief (zie bijlage) aan het asbestthema opnieuw op te nemen in het lokaal meerjarenplan met de ambitie van een asbestveilige gemeente als streefdoel. Dit door het tekenen van een engagementsverklaring waarin de ambitie van Alken zichtbaar is voor de buitenwereld.
In een asbestveilige gemeente hebben alle gebouwen tot 2001 een asbestattest met eindconclusie ‘asbestveilig’. Dat betekent niet noodzakelijk asbestvrij maar wel dat de huidige risico’s op het inademen van asbestvezels weg zijn. Een asbestveilige gemeente is een veilige, gezonde en toekomstgerichte gemeente of stad.
Juridische grond
Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur ('DLB')
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
De ambitie kan aangepast worden aan de financiële draagkracht van de gemeente door de ondersteuning die OVAM biedt. Waarom dit thema opnemen in het meerjarenplan?
● Beschermen inwoners, vooral kinderen en jongeren die extra kwetsbaar zijn.
● Tonen daadkracht en burgers inspireren om ook hun woning aan te pakken.
● Naar een kwaliteitsverbetering toewerken van zowel het gemeentelijke patrimonium als andere gebouwen in de gemeente.
● Beschermen van werknemers bij hun dagelijks werk en voorkomen bij incidenten blootstellingsrisico’s voor de hulpdiensten.
● Versterken woon- en energiebeleid want asbestverwijdering gaat vaak hand in hand met renovatie en betere woningkwaliteit.
● Voorkomen mogelijke kosten voor de gevolgschade bij incidenten (bv. asbestbrand Brugge). Eigenaars zijn hier meestal niet voor verzekerd waardoor de gemeente na een incident vaak de kosten voor het opruimen van gevolgschade niet meer kan recupereren.
● Zorgen voor budgettaire voorspelbaarheid. Deze attesten bieden een helder overzicht van risico’s en aanbevelingen, wat een gefaseerde en haalbare aanpak mogelijk maakt richting decretale verwijdermijlpaal 2034. De OVAM biedt momenteel voor jeugd(sport)locaties en scholen een kosteloze opmaak van asbestattesten aan.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de engagementsverklaring voor 'Asbestveilige gemeente' te ondertekenen en engagement aan te gaan voor:
De gemeente Alken
● Heeft haar meerjarenplan nog in opmaak en formuleert daarin de algemene ambitie ‘asbestveilige gemeente’ met acties naar keuze die tegemoetkomen aan de lokale noden en kansen volgens wat lokaal haalbaar is.
● Wil graag samen met de OVAM een gegevensverwerkingsovereenkomst opmaken voor leesrechten - beperkt tot het eigen grondgebied- in de asbestinventarisdatabank van de OVAM.
● Heeft interesse in luchtbeelden voor asbestdakendetectie met artificiële intelligentie en wil dat de OVAM haar hierover op de hoogte houdt.
● Gaat akkoord dat haar ambitie voor een ‘asbestveilige gemeente’ ook zichtbaar wordt gemaakt in een Vlaamse overzichtskaart op www.asbestinfo.be.
Zitting van 09 07 2025
Meetcampagne pesticiden
In opdracht van OVAM voert VITO momenteel het onderzoeksproject ‘Meetcampagne pesticiden in Vlaamse bodems’ uit. Met dit project willen ze via een meetcampagne een duidelijk beeld krijgen van de mogelijke aanwezigheid van pesticiden(residu’s) in de bodem. Voor water (zoals grond- of oppervlaktewater) zijn er al heel wat meetgegevens beschikbaar, maar over de bodems is veel minder geweten. Daarom focust deze campagne op verschillende types landgebruik: tuinen, parken, landbouwgronden, openbaar domein...
Daarbij wordt gekeken naar het gebruik van zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden – dus of het nu gaat om landbouw, particulier gebruik of beheer van openbaar groen. In het kader van dit onderzoek willen ze op 100 percelen verspreid over drie studiegebieden in Vlaanderen bodemstalen nemen en laten analyseren op pesticiden. Ongeveer een derde van die stalen zal afkomstig zijn van landbouwpercelen.
Vito nodigt gemeente Alken uit om vrijwillig deel te nemen aan dit onderzoek door één van zijn percelen beschikbaar te stellen voor een eenmalige staalname.
Wat houdt dit in?
Vito neemt een mengstaal van vijf deelstalen, kruislings verspreid over het perceel, tot op een diepte van 30 centimeter.
Wat gebeurt er met deze gegevens?
De staalname wordt samen met de adresgegevens bewaard door VITO. Uiteraard geldt hier de GDPR-wetgeving. De gegevens worden gedurende twee jaar veilig bewaard. Daarna worden ze verwijderd of geanonimiseerd. Voor dit project worden de gegevens enkel gedeeld met OVAM.
Wat krijg je als deelnemer?
Na de staalname ontvang je gratis een gedetailleerd rapport van de bodemstaal. Daarin vind je niet alleen de resultaten van de pesticidenanalyse, maar ook het gehalte aan organische koolstof. De volledige resultaten van alle stalen worden enkel gedeeld met OVAM, de opdrachtgever van deze studie.
Feiten en context
In opdracht van OVAM voert VITO momenteel het onderzoeksproject ‘Meetcampagne pesticiden in Vlaamse bodems’ uit. Met dit project willen ze via een meetcampagne een duidelijk beeld krijgen van de mogelijke aanwezigheid van pesticiden(residu’s) in de bodem. Voor water (zoals grond- of oppervlaktewater) zijn er al heel wat meetgegevens beschikbaar, maar over de bodems is veel minder geweten. Daarom focust deze campagne op verschillende types landgebruik: tuinen, parken, landbouwgronden, openbaar domein...
Daarbij wordt gekeken naar het gebruik van zowel gewasbeschermingsmiddelen als biociden – dus of het nu gaat om landbouw, particulier gebruik of beheer van openbaar groen. In het kader van dit onderzoek willen ze op 100 percelen verspreid over drie studiegebieden in Vlaanderen bodemstalen nemen en laten analyseren op pesticiden. Ongeveer een derde van die stalen zal afkomstig zijn van landbouwpercelen.
Vito nodigt gemeente Alken uit om vrijwillig deel te nemen aan dit onderzoek door één van zijn percelen beschikbaar te stellen voor een eenmalige staalname.
Wat houdt dit in?
Vito neemt een mengstaal van vijf deelstalen, kruislings verspreid over het perceel, tot op een diepte van 30 centimeter.
Wat gebeurt er met deze gegevens?
De staalname wordt samen met de adresgegevens bewaard door VITO. Uiteraard geldt hier de GDPR-wetgeving. De gegevens worden gedurende twee jaar veilig bewaard. Daarna worden ze verwijderd of geanonimiseerd. Voor dit project worden de gegevens enkel gedeeld met OVAM.
Wat krijg je als deelnemer?
Na de staalname ontvang je gratis een gedetailleerd rapport van de bodemstaal. Daarin vind je niet alleen de resultaten van de pesticidenanalyse, maar ook het gehalte aan organische koolstof. De volledige resultaten van alle stalen worden enkel gedeeld met OVAM, de opdrachtgever van deze studie.
Juridische grond
Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur ('DLB')
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Een deelname wordt aangeraden omdat:
● De deelname volledig vrijwillig en vrijblijvend is.
● De staalname gebeurt in overleg, op een moment dat past.
● De gegevens vertrouwelijk worden behandeld door VITO.
● De resultaten enkel worden gedeeld met OVAM.
● Een gratis analyse van de bodemstalen ontvangen wordt.
● Publicaties nooit persoonsgegevens zullen bevatten. Alle resultaten worden geaggregeerd, zodat ze niet te herleiden zijn tot één specifiek perceel.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om mee te werken aan de meetcampagne in opdracht van OVAM, uitgewerkt door Vito.
Artikel 2: Gemeente Alken zal enkele percelen aanleveren waar een bodemstaal genomen mag worden en de oproep tot staalname verspreiden naar organisaties en privépersonen.
Zitting van 09 07 2025
Subsidie onderhoud meidoornhaag
Op 26 juni 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Natuurpunt Alken, Grootstraat 32 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor onderhoud van een meidoornhaag op het perceel gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 2 Sectie D, perceelnummers 143a, 143b, 147a en 148e
Feiten en context
Op 26 juni 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Natuurpunt Alken, Grootstraat 32 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor onderhoud van een meidoornhaag op het perceel gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 2, Sectie D, perceelnummers 143a, 143b, 147a en 148e.
Juridische grond
Het gemeenteraadsbesluit van de gemeenteraad van 27 augustus 2020, houdende goedkeuring van een premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Met de subsidies voor de aanleg/aanplant en het onderhoud van de kleine landschapselementen wil de gemeente het onderhoud en de uitbreiding van kleine landschapselementen stimuleren. Voor het onderhoud van een meidoornhaag van 194 meter voorziet de gemeente € 0,50 per meter, met een maximum van € 250.
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€97,00 | niet van toepassing | 001221 |
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan Natuurpunt Alken, Grootstraat 32, 3570 Alken wordt een toelage van € 97,00 toegekend voor onderhoud van een meidoornhaag van 194 meter, conform het gemeenteraadsbesluit van 27 augustus 2020 inzake een gemeentelijke premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP001221 van het budget 2025.
Zitting van 09 07 2025
Toegangsrechten CARDS 2025 volgens Protocol Limburg.net
De gemeenteraad keurde het nieuwe protocol omtrent de verwerking van persoonsgegevens tussen Limburg.net en de gemeente Alken goed op 30 juni 2025. "Artikel 4: De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om Bijlage I, waarin wordt opgenomen wie er binnen de organisatie toegang heeft tot CARDS databank, jaarlijks te herzien, bij te werken en aan te vullen. Doorheen het lopende jaar moeten wijzigingen aan het toegangsbeleid worden aangevraagd door de algemeen directeur van de gemeente (zie punt 1.3. van de bijlage bij het protocol)."
Bijlage I van het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen Limburg.net en gemeente Alken in het kader van het afvalbeheer, afvalverwijdering- en verwerking wordt goedgekeurd voor 2025.
Feiten en context
De gemeenteraad keurde het nieuwe protocol omtrent de verwerking van persoonsgegevens tussen Limburg.net en de gemeente Alken goed op 30 juni 2025. "Artikel 4: De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om Bijlage I, waarin wordt opgenomen wie er binnen de organisatie toegang heeft tot CARDS databank, jaarlijks te herzien, bij te werken en aan te vullen. Doorheen het lopende jaar moeten wijzigingen aan het toegangsbeleid worden aangevraagd door de algemeen directeur van de gemeente (zie punt 1.3. van de bijlage bij het protocol)."
Bijlage I van het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen Limburg.net en gemeente Alken in het kader van het afvalbeheer, afvalverwijdering- en verwerking wordt goedgekeurd voor 2025.
Juridische grond
Limburg.net is een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, en meer bepaald een Opdrachthoudende Vereniging zoals bedoeld in artikel 398, §2 ,3° van het Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur ('DLB');
Het lidmaatschap van de gemeente Alken bij Limburg.net;
Gemeenteraadsbesluit dd. 30 juni 2025 'Protocol Limburg.net';
Het decreet van 8 juni 2018 houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), meer in het bijzonder art. 16 betreffende het opstellen van een protocol
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Gelet dat Limburg.net persoonsgegevens ter beschikking stelt van de gemeente en bijgevolg een protocol omtrent de verwerking van deze persoonsgegevens noodzakelijk is.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de toegangsrechten volgens Bijlage I van het protocol voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens tussen Limburg.net en gemeente Alken in het kader van het afvalbeheer, afvalverwijdering- en verwerking voor 2025.
Zitting van 09 07 2025
Feestbus oudejaarsnacht 2025-2026
In bijlage het schrijven van De Lijn betreffende oudejaarsnachtbussen 2025-2026. Feestbus 476 zal Alken bedienen. De provincie neemt de helft van kostprijs voor haar rekening. Het overige deel wordt gedeeld door het aantal deelnemende gemeenten op de betreffende lijn.
Feiten en context
In bijlage het schrijven van De Lijn betreffende oudejaarsnachtbussen 2025-2026. Feestbus 476 zal Alken bedienen. De provincie neemt de helft van kostprijs voor haar rekening. Het overige deel wordt gedeeld door het aantal deelnemende gemeenten op de betreffende lijn.
Juridische grond
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 56 e.v.;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Zoals de voorgaande jaren heeft het provinciebestuur beslist om haar schouders te zetten onder het oudejaarsvervoer. De kostprijs bedraagt 1.836,00 euro. De Provincie Limburg neemt hiervan de helft voor haar rekening. Het overige deel wordt gedeeld door het aantal deelnemende gemeenten op de betreffende lijn. Voor de gemeente Alken bedraagt de kostprijs 229,50 euro voor lijn 476 Alken-Wellen-Borgloon.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
229,50 euro | inbegrepen | MJP001300 |
Datum visumaanvraag: |
| |
Datum goedkeuring visumaanvraag: |
| |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist deel te nemen aan de oudejaarsbussen 2025-2026. De kostprijs van de gemeente bedraagt 229,50 euro voor lijn 476- Alken-Wellen-Borgloon. De route dient minimaal Alken Centrum, Terkoest en St-Joris te verbinden met Hasselt.
Artikel 2: De nodige kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025 onder nummer MJP 1300.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.