Zitting van 07 10 2026
Verslag van de vorige zitting dd. 30.09.2026
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 30.09.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 30.09.2026 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 07 10 2026
Stakingsaanzegging van het vakbondsfront op 9 en 12.10.2026
Besluit
Zitting van 07 10 2026
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2:Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over het punt omtrent het stopzetten van de activiteit van Jurgens Christmas House.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen duidt burgemeester Marc Penxten aan als bevoegde mandataris voor het punt dat geselecteerd werd als ‘Nieuws van de week’.
Zitting van 07 10 2026
Belastingkohier reclamedrukwerk - Augustus 2026
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand augustus 2026 bedraagt 4.568,48 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand augustus 2026 bedraagt 4.568,48 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2025 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken;
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
4.568,48 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand augustus 2026 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 4.568,48 euro.
Zitting van 07 10 2026
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 07 10 2026
Stopzetting organisatie Jurgens Christmas House
Bij het uitwerken en realiseren van Alken Vallei hebben er verschillende overlegmomenten plaats gevonden tussen het gemeentebestuur en Jan Timmers en Jurgen Bollen, Koutermanstraat 19, 3570 Alken om Jurgens Christmas House nog steeds een plaats te kunnen geven. Zij hebben nu echter laten weten dat zij de afgelopen periode veel nagedacht hebben over de toekomst van Jurgens Christmas House en beslist hebben om te stoppen met Jurgens Christmas House in de vorm zoals ze dit altijd gedaan hebben. Zij willen liever voluit inzetten op het ijssalon. In bijlage de e-mail die wij ontvingen met de melding dat zij stoppen met Jurgens Christmas House. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd hier kennis van te nemen.
Feiten en context
Bij het uitwerken en realiseren van Alken Vallei hebben er verschillende overlegmomenten plaats gevonden tussen het gemeentebestuur en Jan Timmers en Jurgen Bollen, Koutermanstraat 19, 3570 Alken om Jurgens Christmas House nog steeds een plaats te kunnen geven. Zij hebben nu echter laten weten dat zij de afgelopen periode veel nagedacht hebben over de toekomst van Jurgens Christmas House en beslist hebben om te stoppen met Jurgens Christmas House in de vorm zoals ze dit altijd gedaan hebben. Zij willen liever voluit inzetten op het ijssalon. In bijlage de e-mail die wij ontvingen met de melding dat zij stoppen met Jurgens Christmas House. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd hier kennis van te nemen.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het feit dat Jan Timmers en Jurgen Bollen, Koutermanstraat 19, 3570 Alken stoppen met het organiseren van Jurgens Christmas House en voluit willen inzetten op hun ijssalon.
Zitting van 07 10 2026
Tentoonstelling "het verborgen leven van bomen"
De bibliotheek van Alken wenst van 7 tot 20 november de tentoonstelling "het verborgen leven van bomen", geïnspireerd op de wereldberoemde bestseller van Peter Wohlleben, te organiseren. Deze doe-expo bevat 14 panelen in de vorm van een boomstam die opgesteld kunnen worden in de bibliotheek om zo op een interactieve manier kennis te maken met de wereld van bomen.
Feiten en context
De bibliotheek van Alken wenst van 7 tot 20 november de tentoonstelling "het verborgen leven van bomen", geïnspireerd op de wereldberoemde bestseller van Peter Wohlleben, te organiseren. Deze doe-expo bevat 14 panelen in de vorm van een boomstam die opgesteld kunnen worden in de bibliotheek om zo op een interactieve manier kennis te maken met de wereld van bomen.
Juridische grond
Art. 56 Decreet Lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Er wordt toestemming gevraagd aan het college van burgemeester en schepenen om de tentoonstelling te organiseren van 7 november tot en met 20 november in de bibliotheek.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
500€ | 21% | MJP001283 |
Datum visumaanvraag: | /// | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | /// | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent toestemming om de tentoonstelling "Het Verborgen Leven van Bomen" te organiseren van 7 november tot en met 20 november in de bibliotheek.
Artikel 2: De nodige kredieten zijn voorzien op MJP001283.
Zitting van 07 10 2026
Haspengouw Leest
Besluit
Zitting van 07 10 2026
Machtiging vrijwilligers bewaking De Molen "Warmste Koer" - Kennisname burgemeesterbesluit 28.09.2026
Besluit
Zitting van 07 10 2026
Machtiging vrijwilligers bewaking Moe is da bier 10.10
Besluit
Zitting van 07 10 2026
Machtiging vrijwilligers bewaking Terkoest Rewind 14.11 - Kennisname burgemeesterbesluit 28.09.2026
Besluit
Zitting van 07 10 2026
Melding van een IIOA M282
Melding van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA) ingediend door Kristof Schreurs namens GEMOCO NV gevestigd te Oude Heidestraat 81 te 3740 Bilzen-Hoeselt voor het plaatsen van een bronbemaling voor de uitvoering van wegeniswerken op een perceel, gelegen Hameestraat 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 19, 21, 23, 28, 30, 31, 32, 33, 33A, 34, 35, 36, 37, 41, 49, 61, 63, 65, 67, 75, 77, 79, 89, 89A, 89B, 93, 95, 97, 101, 107, 128, 130, 132, 138, 140, 142, 144, 146, 148, 150, 152, 154, 158, 160, 162, 164, Hoogsimsestraat 1, Papenakkerstraat 6, 8 en Zevenboomkensstraat 38, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 312 W3, (afd. 2) sectie F 312 P2, (afd. 2) sectie F 312 E2, (afd. 2) sectie F 312/2 _, (afd. 2) sectie F 312 Y4, (afd. 2) sectie F 312 V4, (afd. 2) sectie F 312 Z4, (afd. 2) sectie F 312 S4, (afd. 2) sectie F 312 T4, (afd. 2) sectie F 312 W4, (afd. 2) sectie F 312 A5, (afd. 2) sectie F 312 X4, (afd. 2) sectie F 313 F2, (afd. 2) sectie F 316 S, (afd. 2) sectie F 316 T, (afd. 2) sectie F 316 R, (afd. 2) sectie F 316 P, (afd. 2) sectie F 317 P, (afd. 2) sectie F 317 R, (afd. 2) sectie F 739 T2, (afd. 2) sectie F 765 P4, (afd. 2) sectie F 765 N4, (afd. 2) sectie F 765 P3, (afd. 2) sectie F 765 S4, (afd. 2) sectie F 765 R4, (afd. 2) sectie F 765 D4, (afd. 2) sectie F 765 E4, (afd. 2) sectie F 765 T4, (afd. 2) sectie F 765 W3, (afd. 2) sectie F 765 V4, (afd. 2) sectie F 765 N5, (afd. 2) sectie F 765 L5, (afd. 2) sectie F 765 R5, (afd. 2) sectie F 765 H5, (afd. 2) sectie F 765 S5, (afd. 2) sectie F 765 M5, (afd. 2) sectie F 765 P5, (afd. 2) sectie F 765 K5, (afd. 2) sectie F 766 S2, (afd. 2) sectie F 767 T2, (afd. 2) sectie F 767 X2, (afd. 2) sectie F 767 V2, (afd. 2) sectie F 767 Y2, (afd. 2) sectie F 767 W2, (afd. 2) sectie F 767 K2, (afd. 2) sectie F 767/2 _, (afd. 2) sectie F 767 S2, (afd. 2) sectie F 769 F, (afd. 2) sectie F 770 P, (afd. 2) sectie F 770 Y, (afd. 2) sectie F 770 Z, (afd. 2) sectie F 771 C2, (afd. 2) sectie F 771 B2, (afd. 2) sectie F 771 K2, (afd. 2) sectie F 771 L2, (afd. 2) sectie F 771 H2, (afd. 2) sectie F 771 S2, (afd. 2) sectie F 771 R2, (afd. 2) sectie F 772 H, (afd. 2) sectie F 772 E, (afd. 2) sectie F 772 G, (afd. 2) sectie F 779 B, (afd. 2) sectie F 781 C, (afd. 2) sectie F 782 A, (afd. 2) sectie F 782 B, (afd. 2) sectie F 785 C, (afd. 2) sectie F 787 P, (afd. 2) sectie F 787 K, (afd. 2) sectie F 803 G2, (afd. 2) sectie F 803 X, (afd. 2) sectie F 803 H3, (afd. 2) sectie F 803 A3, (afd. 2) sectie F 803 G3, (afd. 2) sectie F 803 D3, (afd. 2) sectie F 804 D, (afd. 2) sectie F 804 G, (afd. 2) sectie F 805 Z, (afd. 2) sectie F 806 V, (afd. 2) sectie F 806 W, (afd. 2) sectie F 894 L, (afd. 2) sectie F 894 M, (afd. 2) sectie F 896 Y, (afd. 2) sectie F 896 K, (afd. 2) sectie F 896 B2, (afd. 2) sectie F 896 A2, (afd. 2) sectie F 896 W, (afd. 2) sectie F 896 E2, (afd. 2) sectie F 896 D2, (afd. 2) sectie F 896 C2, (afd. 2) sectie F 896 Z, (afd. 2) sectie F 897 E, (afd. 2) sectie F 897 D, (afd. 2) sectie F 900 L, (afd. 2) sectie F 900 K, (afd. 2) sectie F 901 S, (afd. 2) sectie F 901 P, (afd. 2) sectie F 901 T, (afd. 2) sectie F 901 V, (afd. 2) sectie F 901 R, (afd. 2) sectie F 901 W, (afd. 2) sectie F 901/2 _, (afd. 2) sectie F 902 L, (afd. 2) sectie F 902 K, (afd. 2) sectie F 971 P4, (afd. 2) sectie F 971 L4, (afd. 2) sectie F 971 C4, (afd. 2) sectie F 971 E4, (afd. 2) sectie F 971 F4, (afd. 2) sectie F 971 B4, (afd. 2) sectie F 971 Z3, (afd. 2) sectie F 971 K4, (afd. 2) sectie F 971 N4, (afd. 2) sectie F 971 S4, (afd. 2) sectie F 971 Y3, (afd. 2) sectie F 971 R4, (afd. 2) sectie F 971 A4, (afd. 2) sectie F 971 D4, (afd. 2) sectie F 971 H4, (afd. 2) sectie F 971 H3, (afd. 2) sectie F 971 M4, (afd. 2) sectie F 975 A2, (afd. 2) sectie F 975 K, (afd. 2) sectie F 975 H2, (afd. 2) sectie F 975 B2, (afd. 2) sectie F 975 F2, (afd. 2) sectie F 975 G2, (afd. 2) sectie F 975 C2, (afd. 2) sectie F 977 B, (afd. 2) sectie F 977/4 _, (afd. 2) sectie F 977 C, (afd. 2) sectie F 977 R, (afd. 2) sectie F 977 M, (afd. 2) sectie F 977/7 _, (afd. 2) sectie F 977 P, (afd. 2) sectie F 977/3 _, (afd. 2) sectie F 977 N, (afd. 2) sectie F 982 L, (afd. 2) sectie F 982 G, (afd. 2) sectie F 982 H, (afd. 2) sectie F 982 K, (afd. 2) sectie F 1061 D, (afd. 2) sectie F 1061 C en (afd. 2) sectie F 1063 F.
De melding werd ingediend door GEMOCO gevestigd in Oude Heidestraat 81 te 3740 Bilzen-Hoeselt via het omgevingsloket op 18/09/2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van 30 dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
Voorwerp van de melding
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Doktoorstraat 1, Hameestraat 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 19, 21, 23, 28, 30, 31, 32, 33, 33A, 34, 35, 36, 37, 41, 49, 61, 63, 65, 67, 75, 77, 79, 89, 89A, 89B, 93, 95, 97, 101, 107, 128, 130, 132, 138, 140, 142, 144, 146, 148, 150, 152, 154, 158, 160, 162, 164, Hoogsimsestraat 1, Papenakkerstraat 6, 8 en Zevenboomkensstraat 38 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie F nrs.
● 73302F0971/00M004
● 73302F0896/00Y000
● 73302F0767/00T002
● 73302F0765/00N004
● 73302F0975/00A002
● 73302F0765/00N005
● 73302F0765/00V004
● 73302F0971/00K004
● 73302F1061/00C000
● 73302F0982/00G000
● 73302F0767/00W002
● 73302F0900/00L000
● 73302F0782/00B000
● 73302F0971/00Z003
● 73302F0765/00S004
● 73302F0765/00L005
● 73302F0971/00N004
● 73302F0896/00D002
● 73302F0317/00R000
● 73302F0765/00T004
● 73302F0971/00Y003
● 73302F0896/00W000
● 73302F0896/00E002
● 73302F0971/00S004
● 73302F0770/00P000
● 73302F0769/00F000
● 73302F0896/00B002
● 73302F0312/00E002
● 73302F0765/00W003
● 73302F0971/00R004
● 73302F0313/00F002
● 73302F0975/00K000
● 73302F0977/00R000
● 73302F0312/00Y004
● 73302F0771/00S002
● 73302F0767/00S002
● 73302F0897/00D000
● 73302F0975/00B002
● 73302F0316/00R000
● 73302F0767/00Y002
● 73302F0896/00A002
● 73302F0894/00L000
● 73302F0975/00H002
● 73302F0770/00Y000
● 73302F0977/04_000
● 73302F0317/00P000
● 73302F0971/00H003
● 73302F0312/00V004
● 73302F1061/00D000
● 73302F0977/00C000
● 73302F0316/00T000
● 73302F0896/00K000
● 73302F0806/00V000
● 73302F0312/00P002
● 73302F0982/00H000
● 73302F0977/00B000
● 73302F0312/00Z004
● 73302F0765/00E004
● 73302F0803/00G003
● 73302F0765/00R005
● 73302F0971/00H004
● 73302F0765/00P003
● 73302F0806/00W000
● 73302F0804/00D000
● 73302F0804/00G000
● 73302F0803/00D003
● 73302F0971/00A004
● 73302F0312/00S004
● 73302F0971/00D004
● 73302F0767/00V002
● 73302F0982/00K000
● 73302F0765/00H005
● 73302F0767/02_000
● 73302F0902/00L000
● 73302F0787/00K000
● 73302F0977/00M000
● 73302F0803/00G002
● 73302F0312/00W003
● 73302F0977/07_000
● 73302F0901/02_000
● 73302F0901/00W000
● 73302F0316/00S000
● 73302F0767/00X002
● 73302F0803/00H003
● 73302F0971/00E004
● 73302F0977/00P000
● 73302F0770/00Z000
● 73302F0975/00G002
● 73302F0765/00S005
● 73302F0771/00R002
● 73302F0312/02_000
● 73302F1063/00F000
● 73302F0971/00F004
● 73302F0975/00F002
● 73302F0779/00B000
● 73302F0803/00X000
● 73302F0977/00N000
● 73302F0771/00L002
● 73302F0771/00K002
● 73302F0771/00H002
● 73302F0803/00A003
● 73302F0901/00T000
● 73302F0901/00V000
● 73302F0977/03_000
● 73302F0901/00R000
● 73302F0312/00T004
● 73302F0312/00W004
● 73302F0971/00B004
● 73302F0787/00P000
● 73302F0982/00L000
● 73302F0771/00C002
● 73302F0739/00T002
● 73302F0765/00P005
● 73302F0781/00C000
● 73302F0316/00P000
● 73302F0901/00S000
● 73302F0771/00B002
● 73302F0312/00A005
● 73302F0765/00M005
● 73302F0971/00P004
● 73302F0765/00R004
● 73302F0765/00K005
● 73302F0765/00P004
● 73302F0902/00K000
● 73302F0767/00K002
● 73302F0766/00S002
● 73302F0900/00K000
● 73302F0897/00E000
● 73302F0894/00M000
● 73302F0971/00C004
● 73302F0772/00H000
● 73302F0772/00G000
● 73302F0312/00X004
● 73302F0772/00E000
● 73302F0975/00C002
● 73302F0971/00L004
● 73302F0896/00C002
● 73302F0765/00D004
● 73302F0805/00Z000
● 73302F0782/00A000
● 73302F0896/00Z000
● 73302F0901/00P000
● 73302F0785/00C000
De melding omvat de overname van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA) van de derde klasse.
De IIOA omvat de overname van de exploitatie van een bronbemaling van rioleringswerken.
De overdrager: Fluvius System Operator, Brusselsesteenweg 199 te 9090 Merelbeke-Melle
De overnemer: GEMOCO, Oude Heidestraat 81 te 3740 Bilzen-Hoeselt
Inrichtingsnummer: 20241213-0017
Historiek
Volgende vergunning is bekend:
● Besluit van de deputatie op 4 december 2025 op naam van Fluvius System Operator voor de exploitatie van een bronbemaling.
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
De melding vindt plaats in bestaande, vergunde of vergund geachte gebouwen waar geen wijzigingen aan gebeuren.
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 in – deels woongebied – deels woongebied met landelijk karakter – deels agrarisch gebied – deels landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het gebied is deels gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Kerkveld, goedgekeurd op 25 februari 2016.
Het gebied is tevens deels gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan Centrum 5 Zuid, goedgekeurd op 24 juni 2021.
Het overige deel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en/of Ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan en de RUP’s.
Beoordeling
Het betreffen rioleringswerken die vergund zijn op naam van Fluvius System Operator, deze werd afgeleverd op 4 december 2025. GEMOCO neemt de vergunning over van Fluvius. Beiden hebben dit bevestigd in deze melding als ondertekenaar.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een gunstig advies.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 07/10/2026 HET VOLGENDE:
Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding van overname van een Ingedeelde Inrichting Of Activiteit (IIOA) op naam van Fluvius (Deputatie 4/12/2025) door GEMOCO, gevestigd in Oude Heidestraat 81 te 3740 Bilzen-Hoeselt.
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Doktoorstraat 1, Hameestraat 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 19, 21, 23, 28, 30, 31, 32, 33, 33A, 34, 35, 36, 37, 41, 49, 61, 63, 65, 67, 75, 77, 79, 89, 89A, 89B, 93, 95, 97, 101, 107, 128, 130, 132, 138, 140, 142, 144, 146, 148, 150, 152, 154, 158, 160, 162, 164, Hoogsimsestraat 1, Papenakkerstraat 6, 8 en Zevenboomkensstraat 38 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie F nrs.
● 73302F0971/00M004
● 73302F0896/00Y000
● 73302F0767/00T002
● 73302F0765/00N004
● 73302F0975/00A002
● 73302F0765/00N005
● 73302F0765/00V004
● 73302F0971/00K004
● 73302F1061/00C000
● 73302F0982/00G000
● 73302F0767/00W002
● 73302F0900/00L000
● 73302F0782/00B000
● 73302F0971/00Z003
● 73302F0765/00S004
● 73302F0765/00L005
● 73302F0971/00N004
● 73302F0896/00D002
● 73302F0317/00R000
● 73302F0765/00T004
● 73302F0971/00Y003
● 73302F0896/00W000
● 73302F0896/00E002
● 73302F0971/00S004
● 73302F0770/00P000
● 73302F0769/00F000
● 73302F0896/00B002
● 73302F0312/00E002
● 73302F0765/00W003
● 73302F0971/00R004
● 73302F0313/00F002
● 73302F0975/00K000
● 73302F0977/00R000
● 73302F0312/00Y004
● 73302F0771/00S002
● 73302F0767/00S002
● 73302F0897/00D000
● 73302F0975/00B002
● 73302F0316/00R000
● 73302F0767/00Y002
● 73302F0896/00A002
● 73302F0894/00L000
● 73302F0975/00H002
● 73302F0770/00Y000
● 73302F0977/04_000
● 73302F0317/00P000
● 73302F0971/00H003
● 73302F0312/00V004
● 73302F1061/00D000
● 73302F0977/00C000
● 73302F0316/00T000
● 73302F0896/00K000
● 73302F0806/00V000
● 73302F0312/00P002
● 73302F0982/00H000
● 73302F0977/00B000
● 73302F0312/00Z004
● 73302F0765/00E004
● 73302F0803/00G003
● 73302F0765/00R005
● 73302F0971/00H004
● 73302F0765/00P003
● 73302F0806/00W000
● 73302F0804/00D000
● 73302F0804/00G000
● 73302F0803/00D003
● 73302F0971/00A004
● 73302F0312/00S004
● 73302F0971/00D004
● 73302F0767/00V002
● 73302F0982/00K000
● 73302F0765/00H005
● 73302F0767/02_000
● 73302F0902/00L000
● 73302F0787/00K000
● 73302F0977/00M000
● 73302F0803/00G002
● 73302F0312/00W003
● 73302F0977/07_000
● 73302F0901/02_000
● 73302F0901/00W000
● 73302F0316/00S000
● 73302F0767/00X002
● 73302F0803/00H003
● 73302F0971/00E004
● 73302F0977/00P000
● 73302F0770/00Z000
● 73302F0975/00G002
● 73302F0765/00S005
● 73302F0771/00R002
● 73302F0312/02_000
● 73302F1063/00F000
● 73302F0971/00F004
● 73302F0975/00F002
● 73302F0779/00B000
● 73302F0803/00X000
● 73302F0977/00N000
● 73302F0771/00L002
● 73302F0771/00K002
● 73302F0771/00H002
● 73302F0803/00A003
● 73302F0901/00T000
● 73302F0901/00V000
● 73302F0977/03_000
● 73302F0901/00R000
● 73302F0312/00T004
● 73302F0312/00W004
● 73302F0971/00B004
● 73302F0787/00P000
● 73302F0982/00L000
● 73302F0771/00C002
● 73302F0739/00T002
● 73302F0765/00P005
● 73302F0781/00C000
● 73302F0316/00P000
● 73302F0901/00S000
● 73302F0771/00B002
● 73302F0312/00A005
● 73302F0765/00M005
● 73302F0971/00P004
● 73302F0765/00R004
● 73302F0765/00K005
● 73302F0765/00P004
● 73302F0902/00K000
● 73302F0767/00K002
● 73302F0766/00S002
● 73302F0900/00K000
● 73302F0897/00E000
● 73302F0894/00M000
● 73302F0971/00C004
● 73302F0772/00H000
● 73302F0772/00G000
● 73302F0312/00X004
● 73302F0772/00E000
● 73302F0975/00C002
● 73302F0971/00L004
● 73302F0896/00C002
● 73302F0765/00D004
● 73302F0805/00Z000
● 73302F0782/00A000
● 73302F0896/00Z000
● 73302F0901/00P000
● 73302F0785/00C000
Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een gele affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding.
De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
U kan beroep instellen tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing door een verzoekschrift tot vernietiging (desgevallend met een verzoek tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid) in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Doe dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
1. hetzij via het digitale platform dat door de dienst van de Bestuursrechtscolleges ter beschikking wordt gesteld met het oog op de digitale procesvoering voor de Vlaamse bestuursrechtscolleges: https://www.dbrc.be/digitaal-platform
Op straffe van onontvankelijkheid dienen de volgende partijen of raadsmannen gebruik te maken van het digitale platform:
1° de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie, de Vlaamse adviesorganen, de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, de lokale overheden en de externe overheden, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 5° en 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inclusief al hun vertegenwoordigers;
2° een advocaat in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij;
3° een partij of raadsman die geen advocaat is, en die een beroep doet op het digitale platform om een verzoekschrift of het eerste processtuk neer te leggen.
Op straffe van onontvankelijkheid geldt de gemaakte keuze van een partij of raadsman als vermeld in het eerste lid, 3°, om al dan niet gebruik te maken van het digitale platform voor alle vorderingen in dezelfde zaak.
2. hetzij per aangetekend schrijven gericht aan:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 15 bus 130
1210 Brussel
3. hetzij door neerlegging ter griffie op het adres.
Marie-Elisabeth Belpairegebouw
Toren Noord (2de verdieping)
Simon Bolivarlaan 17
1000 Brussel
Gelijktijdig dient een afschrift van het verzoekschrift ter informatie te worden bezorgd aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft) en aan de melder/exploitant.
Het verzoekschrift moet worden gedagtekend, worden ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman en in ieder geval minstens de volgende gegevens bevatten:
- de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoeker, de één enkele gekozen adreskeuze (hetzij een digitale adreskeuze met een e-mailadres voor partijen die gebruik maken van het digitale platform, hetzij een analoge adreskeuze met een postadres in België voor de andere partijen), een telefoonnummer en een e-mailadres;
- de naam van de verweerder;
- het voorwerp van het beroep of bezwaar;
- een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
- een omschrijving van het belang van de verzoeker;
- een inventaris van de overtuigingsstukken;
- als de verzoeker een rechtspersoon is: haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.
De verzoeker voegt in voorkomend geval de volgende documenten bij het verzoekschrift:
1° een afschrift van de bestreden beslissing of het bestreden besluit, dan wel een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift;
2° als de verzoeker een rechtspersoon is en hij geen raadsman heeft die advocaat is, een afschrift van zijn geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van zijn organen, alsook het bewijs dat het daarvoor bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden;
3° de schriftelijke volmacht van zijn raadsman als hij geen advocaat is;
4° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.
U bent een rolrecht verschuldigd bij het indienen van het verzoekschrift van
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekende partijen zijn.
Het verschuldigde rolrecht wordt gestort op de rekening van het Fonds Bestuursrechtscolleges. De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitale platform.
De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van 07 10 2026
Melding van een IIOA M283
Melding van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA) ingediend door Muslum Kaya met als contactadres Stationsstraat 90 te 3570 Alken voor het plaatsen van een bovengrondse propaangastank op een perceel, gelegen Steenweg 102A, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie B 724 F4.
De melding werd ingediend door Multigas NV voor Kaya Muslum wonende te Stationsstraat 92 bus 4 te 3570 Alken via het omgevingsloket op 24/09/2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
Voorwerp van de melding
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Steenweg 102A te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie B nr. 724/F4.
De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA) van de derde klasse.
De IIOA omvat:
● Exploitatie van een bovengrondse propaangastank van 1.750 liter
Rubrieken
Volgende inrichting of activiteit volgens de indelingslijst van bijlage 1 van Vlarem II wordt aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
17.1.2.2.1° | Bovengrondse propaangastank van 1.750 l (nieuw) | 3 |
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
De melding vindt plaats aan bestaande, vergunde of vergund geachte gebouwen waar geen wijzigingen aan gebeuren.
Het eigendom is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het origineel gewestplan Hasselt - Genk:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan.
Omschrijving aanvraag
Plaatsing van een bovengrondse propaantank voor een pitazaak.
Beoordeling
De propaangastank moet op minstens 5 m afstand liggen van openingen (zoals ramen en deuren die toegang geven tot een ruimte waar geen open vuur verbod van toepassing is, bijvoorbeeld een woning). De propaangastank moet op minstens 3 m afstand liggen van een aangrenzend perceel, de openbare weg (rooilijn), brandbaar materiaal (hout, tuinverlichting) en open putten, niet in verbinding met lokalen (riolering). De propaangastank moet op minstens 1 m afstand liggen van een haag van levend hout of een afgeschermde muur met een minimale hoogte van anderhalve meter. Er moet steeds een vrije doorgang van 1 meter voorzien zijn rondom de propaangastank.
Gezien de gerespecteerde veiligheidsafstanden en de beperkte gasinhoud (- 3.000 liter) zijn er geen effecten te verwachten voor de omgeving.
Er kan voldaan worden aan artikel 5.17.3 van Vlarem II betreffende verbods- en afstandregels.
Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
17.1.2.2.1° | Bovengrondse propaangastank van 1.750 l (nieuw) | 3 |
De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een voorwaardelijk gunstig advies met volgende voorwaarden:
● De exploitant moet binnen de drie maanden na de plaatsing van de propaangastank het indienststellingsverslag overmaken ter opvolging dat de afstandsregels gerespecteerd worden aan het gemeentebestuur op omgeving@alken.be of door afgifte aan het loket van de dienst Woon- en leefomgeving.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 07/10/2026 HET VOLGENDE:
Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor een Ingedeelde Inrichting Of Activiteit (IIOA) ingediend door Multigas NV voor Kaya Muslum wonende te Stationsstraat 92 bus 4 te 3570 Alken, voor de in het meldingsdossier opgenomen rubriek volgens bijlage 1 van Vlarem II:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
17.1.2.2.1° | Bovengrondse propaangastank van 1.750 l (nieuw) | 3 |
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te gelegen Steenweg 102A te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie B nr. 724/F4.
Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
Hoofdstuk 5.17 | Sectorale milieuvoorwaarden – opslag van gevaarlijke producten |
2. Volgende bijzondere voorwaarde:
● De exploitant moet binnen de drie maanden na de plaatsing van de propaangastank het indienststellingsverslag overmaken ter opvolging dat de afstandsregels gerespecteerd worden aan het gemeentebestuur op omgeving@alken.be of door afgifte aan het loket van de dienst woon- en leefomgeving.
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een gele affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding.
De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
U kan beroep instellen tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing door een verzoekschrift tot vernietiging (desgevallend met een verzoek tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid) in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Doe dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
1. hetzij via het digitale platform dat door de dienst van de Bestuursrechtscolleges ter beschikking wordt gesteld met het oog op de digitale procesvoering voor de Vlaamse bestuursrechtscolleges: https://www.dbrc.be/digitaal-platform
Op straffe van onontvankelijkheid dienen de volgende partijen of raadsmannen gebruik te maken van het digitale platform:
1° de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie, de Vlaamse adviesorganen, de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, de lokale overheden en de externe overheden, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 5° en 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inclusief al hun vertegenwoordigers;
2° een advocaat in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij;
3° een partij of raadsman die geen advocaat is, en die een beroep doet op het digitale platform om een verzoekschrift of het eerste processtuk neer te leggen.
Op straffe van onontvankelijkheid geldt de gemaakte keuze van een partij of raadsman als vermeld in het eerste lid, 3°, om al dan niet gebruik te maken van het digitale platform voor alle vorderingen in dezelfde zaak.
2. hetzij per aangetekend schrijven gericht aan:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 15 bus 130
1210 Brussel
3. hetzij door neerlegging ter griffie op het adres.
Marie-Elisabeth Belpairegebouw
Toren Noord (2de verdieping)
Simon Bolivarlaan 17
1000 Brussel
Gelijktijdig dient een afschrift van het verzoekschrift ter informatie te worden bezorgd aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft) en aan de melder/exploitant.
Het verzoekschrift moet worden gedagtekend, worden ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman en in ieder geval minstens de volgende gegevens bevatten:
- de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoeker, de één enkele gekozen adreskeuze (hetzij een digitale adreskeuze met een e-mailadres voor partijen die gebruik maken van het digitale platform, hetzij een analoge adreskeuze met een postadres in België voor de andere partijen), een telefoonnummer en een e-mailadres;
- de naam van de verweerder;
- het voorwerp van het beroep of bezwaar;
- een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
- een omschrijving van het belang van de verzoeker;
- een inventaris van de overtuigingsstukken;
- als de verzoeker een rechtspersoon is: haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.
De verzoeker voegt in voorkomend geval de volgende documenten bij het verzoekschrift:
1° een afschrift van de bestreden beslissing of het bestreden besluit, dan wel een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift;
2° als de verzoeker een rechtspersoon is en hij geen raadsman heeft die advocaat is, een afschrift van zijn geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van zijn organen, alsook het bewijs dat het daarvoor bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden;
3° de schriftelijke volmacht van zijn raadsman als hij geen advocaat is;
4° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.
U bent een rolrecht verschuldigd bij het indienen van het verzoekschrift van
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekende partijen zijn.
Het verschuldigde rolrecht wordt gestort op de rekening van het Fonds Bestuursrechtscolleges. De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitale platform.
De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van 07 10 2026
Melding van een IIOA M284
Melding van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA) ingediend door Nathalie Sprimon met als contactadres Slaapstraat 29 te 3570 Alken voor het plaatsen van een ondergrondse propaangastank op een perceel, gelegen Slaapstraat 29, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 417 K en (afd. 1) sectie H 417 L.
De melding werd ingediend door Deflorenne Arno voor exploitant Sprimon Nathalie wonende te Hasseltsesteenweg 131 te 3720 Hasselt op 23/09/2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
Voorwerp van de melding
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Slaapstraat 29 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie H nrs. 417/K en 417/L.
De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA) van de derde klasse.
De IIOA omvat:
● Exploitatie van een ondergrondse propaangastank van 2.950 liter.
Rubrieken
Volgende inrichting of activiteit volgens de indelingslijst van bijlage 1 van Vlarem II wordt aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
17.1.2.2.1° | Ondergrondse propaangastank van 2.950 l (nieuw) | 3 |
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
De melding vindt plaats aan bestaande, vergunde of vergund geachte gebouwen waar geen wijzigingen aan gebeuren.
Het eigendom is gelegen in agrarische gebieden volgens het origineel gewestplan Hasselt - Genk:
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan.
Omschrijving aanvraag
Plaatsing van een bovengrondse propaantank voor verwarming van de woning.
Beoordeling
De aanvrager stelt dat de impact op het milieu gering is en beschrijft het volgende:
● Luchtkwaliteit: Na verbranding produceert propaan 16% minder CO2 dan stookolie.
● Propaan zorgt voor weinig impact op het milieu en de leefomgeving, omdat het ‘afvalproducten’ zijn. Zo komt propaangas als nevenproduct vrij tijdens de raffinage van aardgas en aardolie.
● Vloeibaar propaan verdampt aanmerkelijk na 3 meter van de opslagplaats, in geval van lek. Daarmee dat de veiligheidsafstanden steeds gerespecteerd moeten worden.
Er kan voldaan worden aan artikel 5.17.3 van Vlarem II betreffende verbods- en afstandregels.
Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
17.1.2.2.1° | Bovengrondse propaangastank van 2.950 l (nieuw) | 3 |
De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een voorwaardelijk gunstig advies met volgende voorwaarden:
● De exploitant moet binnen de drie maanden na de plaatsing van de propaangastank het indienststellingsverslag overmaken ter opvolging dat de afstandsregels gerespecteerd worden aan het gemeentebestuur op omgeving@alken.be of door afgifte aan het loket van de dienst Woon- en leefomgeving.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 07/10/2026 HET VOLGENDE:
Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor een Ingedeelde Inrichting Of Activiteit (IIOA) ingediend door Deflorenne Arno voor exploitant Sprimon Nathalie wonende te Hasseltsesteenweg 131 te 3720 Hasselt, voor de in het meldingsdossier opgenomen rubriek volgens bijlage 1 van Vlarem II:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
17.1.2.2.1° | Bovengrondse propaangastank van 2.950 l (nieuw) | 3 |
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Slaapstraat 29 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 1 sectie H nrs. 417/K en 417/L.
Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
Hoofdstuk 5.17 | Sectorale milieuvoorwaarden – opslag van gevaarlijke producten |
2. Volgende bijzondere voorwaarde:
De exploitant moet binnen de drie maanden na de plaatsing van de propaangastank het indienststellingsverslag overmaken ter opvolging dat de afstandsregels gerespecteerd worden aan het gemeentebestuur op omgeving@alken.be of door afgifte aan het loket van de dienst woon- en leefomgeving.
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een gele affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding.
De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
U kan beroep instellen tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing door een verzoekschrift tot vernietiging (desgevallend met een verzoek tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid) in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Doe dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
1. hetzij via het digitale platform dat door de dienst van de Bestuursrechtscolleges ter beschikking wordt gesteld met het oog op de digitale procesvoering voor de Vlaamse bestuursrechtscolleges: https://www.dbrc.be/digitaal-platform
Op straffe van onontvankelijkheid dienen de volgende partijen of raadsmannen gebruik te maken van het digitale platform:
1° de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie, de Vlaamse adviesorganen, de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, de lokale overheden en de externe overheden, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 5° en 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inclusief al hun vertegenwoordigers;
2° een advocaat in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij;
3° een partij of raadsman die geen advocaat is, en die een beroep doet op het digitale platform om een verzoekschrift of het eerste processtuk neer te leggen.
Op straffe van onontvankelijkheid geldt de gemaakte keuze van een partij of raadsman als vermeld in het eerste lid, 3°, om al dan niet gebruik te maken van het digitale platform voor alle vorderingen in dezelfde zaak.
2. hetzij per aangetekend schrijven gericht aan:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 15 bus 130
1210 Brussel
3. hetzij door neerlegging ter griffie op het adres.
Marie-Elisabeth Belpairegebouw
Toren Noord (2de verdieping)
Simon Bolivarlaan 17
1000 Brussel
Gelijktijdig dient een afschrift van het verzoekschrift ter informatie te worden bezorgd aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft) en aan de melder/exploitant.
Het verzoekschrift moet worden gedagtekend, worden ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman en in ieder geval minstens de volgende gegevens bevatten:
- de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoeker, de één enkele gekozen adreskeuze (hetzij een digitale adreskeuze met een e-mailadres voor partijen die gebruik maken van het digitale platform, hetzij een analoge adreskeuze met een postadres in België voor de andere partijen), een telefoonnummer en een e-mailadres;
- de naam van de verweerder;
- het voorwerp van het beroep of bezwaar;
- een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
- een omschrijving van het belang van de verzoeker;
- een inventaris van de overtuigingsstukken;
- als de verzoeker een rechtspersoon is: haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.
De verzoeker voegt in voorkomend geval de volgende documenten bij het verzoekschrift:
1° een afschrift van de bestreden beslissing of het bestreden besluit, dan wel een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift;
2° als de verzoeker een rechtspersoon is en hij geen raadsman heeft die advocaat is, een afschrift van zijn geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van zijn organen, alsook het bewijs dat het daarvoor bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden;
3° de schriftelijke volmacht van zijn raadsman als hij geen advocaat is;
4° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.
U bent een rolrecht verschuldigd bij het indienen van het verzoekschrift van
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekende partijen zijn.
Het verschuldigde rolrecht wordt gestort op de rekening van het Fonds Bestuursrechtscolleges. De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitale platform.
De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van 07 10 2026
Melding van een IIOA M285
Melding van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA) ingediend door Kris Martens namens MK METAAL BV gevestigd te Warandestraat 5 te 3840 Tongeren-Borgloon voor het plaatsen van een dieseltank (tijdelijk) op een perceel, gelegen Pleinstraat 142, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie G 677 A2.
De melding werd ingediend door Appeltans Iris voor MK Metaal BV met postadres Warandestraat 5 te 3840 Tongeren-Borgloon via het omgevingsloket op 25/09/2026.
Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:
“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:
1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.
Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”
Voorwerp van de melding
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Pleinstraat 142 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie G nr. 677/A2.
De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA) van de derde klasse.
De IIOA omvat:
● De tijdelijke exploitatie van een dieseltank
Rubrieken
Volgende inrichting of activiteit volgens de indelingslijst van bijlage 1 van Vlarem II wordt aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
6.4.1° | dubbelwandige dieseltank van 2.500 liter voor de stroomgenerator (<300kW) (nieuw) (tijdelijk) | 3 |
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
De melding vindt plaats aan bestaande, vergunde of vergund geachte gebouwen waar geen wijzigingen aan gebeuren.
Het eigendom is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het origineel gewestplan Hasselt - Genk:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan.
Omschrijving aanvraag
Door de wegeniswerken in de Pleinstraat bij de start van de bouwwerken kon op dat ogenblik geen tijdelijke werfaansluiting voor elektriciteit bekomen worden. Om de bouwwerken niet te moeten uitstellen werd een stroomgenerator (<300kW) met een dubbelwandige dieseltank van 2.500 liter geplaatst. De stroomgenerator en dieseltank zijn als gevolg van de huidige grond- en rioleringswerken tijdelijk links achter op het perceel geplaatst, maar zullen na voltooiing van de grondwerken net achter het poolhouse geplaatst worden (zie aanduiding op het inplantingsplan).
Eind oktober 2026 wordt de definitieve elektriciteitsaansluiting uitgevoerd en zullen de stroomgenerator en dieseltank niet meer gebruikt worden voor de verdere werkzaamheden aan gebouw en tuin.
Beoordeling
De dieseltank van 2.500L maakt op zich geen geluid of produceert geen trillingen, maar is wel aangesloten op een stroomgenerator (<300kW). De generator (die niet onder de regelgeving van de milieumelding klasse 3 valt) produceert geluid en trillingen, maar het effect op de omgeving is niet aanzienlijk, vermits de installatie ver van de woningen gelegen is.
De impact op de omgeving wordt beperkt gezien het over een tijdelijke installatie gaat tot eind oktober 2026.
Zodat de ingedeelde inrichting of activiteit voortaan omvat:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
6.4.1° | dubbelwandige dieseltank van 2.500 liter voor de stroomgenerator (<300kW) (nieuw) (tijdelijk) | 3 |
De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een gunstig advies.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 07/10/2026 HET VOLGENDE:
Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor een Ingedeelde Inrichting Of Activiteit (IIOA) ingediend door door Appeltans Iris voor MK Metaal BV met postadres Warandestraat 5 te 3840 Tongeren-Borgloon, voor de in het meldingsdossier opgenomen rubriek volgens bijlage 1 van Vlarem II:
Rubriek | Omschrijving | Klasse |
6.4.1° | dubbelwandige dieseltank van 2.500 liter voor de stroomgenerator (<300kW) (nieuw) (tijdelijk) | 3 |
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te gelegen te Pleinstraat 142 te 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie G nr. 677/A2.
Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.
Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:
1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
Hoofdstukken 4 | Algemene milieuvoorwaarden - algemeen |
Hoofdstuk 5.6 | Sectorale milieuvoorwaarden – brandstoffen en brandbare vloeistoffen |
De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een gele affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG. De aanplakking moet gebeuren vooraleer u start met de uitvoering van de melding.
De gemeente kan u hierbij helpen.
Beroepsmogelijkheid
U kan beroep instellen tegen deze uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing door een verzoekschrift tot vernietiging (desgevallend met een verzoek tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid) in te dienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Doe dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de dag van aanplakking van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing.
1. hetzij via het digitale platform dat door de dienst van de Bestuursrechtscolleges ter beschikking wordt gesteld met het oog op de digitale procesvoering voor de Vlaamse bestuursrechtscolleges: https://www.dbrc.be/digitaal-platform
Op straffe van onontvankelijkheid dienen de volgende partijen of raadsmannen gebruik te maken van het digitale platform:
1° de Vlaamse overheid, de Vlaamse administratie, de Vlaamse adviesorganen, de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, de lokale overheden en de externe overheden, vermeld in artikel I.3, 1° tot en met 5° en 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, inclusief al hun vertegenwoordigers;
2° een advocaat in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een partij;
3° een partij of raadsman die geen advocaat is, en die een beroep doet op het digitale platform om een verzoekschrift of het eerste processtuk neer te leggen.
Op straffe van onontvankelijkheid geldt de gemaakte keuze van een partij of raadsman als vermeld in het eerste lid, 3°, om al dan niet gebruik te maken van het digitale platform voor alle vorderingen in dezelfde zaak.
2. hetzij per aangetekend schrijven gericht aan:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 15 bus 130
1210 Brussel
3. hetzij door neerlegging ter griffie op het adres.
Marie-Elisabeth Belpairegebouw
Toren Noord (2de verdieping)
Simon Bolivarlaan 17
1000 Brussel
Gelijktijdig dient een afschrift van het verzoekschrift ter informatie te worden bezorgd aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft) en aan de melder/exploitant.
Het verzoekschrift moet worden gedagtekend, worden ondertekend door de verzoeker of zijn raadsman en in ieder geval minstens de volgende gegevens bevatten:
- de naam, de hoedanigheid, de woonplaats of de zetel van de verzoeker, de één enkele gekozen adreskeuze (hetzij een digitale adreskeuze met een e-mailadres voor partijen die gebruik maken van het digitale platform, hetzij een analoge adreskeuze met een postadres in België voor de andere partijen), een telefoonnummer en een e-mailadres;
- de naam van de verweerder;
- het voorwerp van het beroep of bezwaar;
- een uiteenzetting van de feiten en de ingeroepen middelen;
- een omschrijving van het belang van de verzoeker;
- een inventaris van de overtuigingsstukken;
- als de verzoeker een rechtspersoon is: haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.
De verzoeker voegt in voorkomend geval de volgende documenten bij het verzoekschrift:
1° een afschrift van de bestreden beslissing of het bestreden besluit, dan wel een verklaring van de verzoeker dat hij niet in het bezit is van een dergelijk afschrift;
2° als de verzoeker een rechtspersoon is en hij geen raadsman heeft die advocaat is, een afschrift van zijn geldende en gecoördineerde statuten en van de akte van aanstelling van zijn organen, alsook het bewijs dat het daarvoor bevoegde orgaan beslist heeft in rechte te treden;
3° de schriftelijke volmacht van zijn raadsman als hij geen advocaat is;
4° de overtuigingsstukken die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.
U bent een rolrecht verschuldigd bij het indienen van het verzoekschrift van
● 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
● 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
Collectieve verzoekschriften geven aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekende partijen zijn.
Het verschuldigde rolrecht wordt gestort op de rekening van het Fonds Bestuursrechtscolleges. De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitale platform.
De procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Zitting van 07 10 2026
Omgevingsvergunning 1138
Aanvraag omgevingsvergunning over: de verbouwing van een open ééngezinswoning ingediend door Ines Atillah - Midas Simons met als contactadres Kolmenstraat 55 te 3512 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen O. L. Vrouwstraat 144, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 167 X. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Ines Atillah - Midas Simons met als contactadres Kolmenstraat 55 te 3512 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | O. L. Vrouwstraat 144
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie A nr. 167X
|
Projectnaam: | Onze-Lieve-Vrouwstraat 144 - Simons-Atillah
|
Dossiernummer: | 202679
|
Intern dossiernummer: | 1138
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026087448
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
de verbouwing van een open ééngezinswoning
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● De verbouwing van een open ééngezinswoning
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
Overwegende dat de agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP.
De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk de verbouwing van de bestaande ééngezinwoning, geen omvangrijke oppervlakte heeft en niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van hemelwater in de bodem beperkt.
De horizontale dakoppervlakte bedraagt ongeveer 159m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening van 4 770 liter met een infiltratieoppervlakte van 18,3m². De diepte van de infiltratievoorziening bedraagt ongeveer 30 cm.
Er werd op de plannen melding gemaakt van het voorzien van een inrit, een terras en tuinpad. Deze verharding kan dan op het eigen perceel infiltreren naast de verharding en wordt volgens de plannen voorzien in waterdoorlatende materialen.
Hemel- en afvalwater worden gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.
Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de spoeling van de toiletten, een wasmachine, een spoelbak en een buitenkraan. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
Er werd advies gevraagd aan de dienst waterlopen en domeinen, provincie Limburg, en Watering de Herk. Er werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend met volgende voorwaarden:
● Het terrein mag niet hoger aangevuld worden dan de buurpercelen.
● Het maken van taluds op plaatsen van keermuren tegen de perceelsgrenzen met als doel hoger aan te vullen dan de buurpercelen is niet toegelaten.
● Omwille van de natuurlijke terreinhelling van het perceel naar achter worden de hemelwaterputten en infiltratievoorziening bij voorkeur achter het terras voorzien, eventueel met een oppervlakkige overloop in de tuin, die van nature afwatert naar het achterliggende agrarisch gebied.
● Een aansluiting van regenwater op de openbare riolering is in het kader van de watertoets niet verplicht, ook niet indien er een RWA-huisaansluitputje aanwezig is. Bij afwatering naar achter is het risico op terugstuwing van water vanuit de riolering onder de hoger gelegen straat naar de wadi immers kleiner.
● De lager gelegen percelen zijn cfr. de bepalingen in het burgerlijk wetboek verplicht om het natuurlijk afstromend water van de hoger gelegen percelen te accepteren, voor zover deze erfdienstbaarheid als gevolg van werken op het hoger gelegen perceel niet verzwaard wordt. De bouwheer moet er dan ook te allen tijde zorg voor dragen dat hij geen overlast veroorzaakt of verzwaart op de aanpalende percelen.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 1 augustus 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 24 augustus 2026 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 30 september 2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie A 167 X
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvrager wenst de bestaande ééngezinswoning te verbouwen en de verhardingen her aan te leggen op het perceel.
Het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg, zijnde de Onze Lieve Vrouwstraat, gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een variatie aan bebouwingen en dit in verschillende typologieën en bouwstijlen. Zowel op het linker aanpalende perceel als het rechter aanpalende perceel bevindt zich een open bebouwing. De achterliggende gronden betreffen landbouwgronden.
Huidige aanvraag betreft de verbouwing en uitbreiding van de bestaande verouderde ééngezinswoning. De aanvrager wenst de bestaande woning te verbouwen ter optimalisatie en modernisering van de woning, en tevens de woonruimtes uit te breiden door toevoeging van een uitbouw aan de zij- en achterzijde van het hoofdvolume. Alvorens de uitbreiding te kunnen realiseren zullen de bestaande verouderde achtergebouwtjes worden gesloopt.
De uitbreiding wordt gebouwd op traditionele wijze en zal een esthetisch geheel vormen met het bestaande volume waarbij de uitbreiding op de verdieping onder dezelfde dakkap wordt voorzien. Aansluitend aan het hoofdvolume zal er een uitbreiding gerealiseerd worden over een diepte van 14m20 op gelijkvloers niveau en tot 12m10 op de verdieping. De meerdiepte op het gelijkvloers zal worden afgewerkt met een plat dak constructie. Er zal niet alleen uitgebreid worden naar de achterzijde ook zal de achterbouw breder worden uitgevoerd dan het hoofdvolume waarbij de bouwbreedte van de achterbouw zal komen tot op 11m57. Ook de delen die worden verbreed ten aanzien van het hoofdvolume worden afgewerkt met een plat dak constructie. De uitbreiding blijft op 3m van de zijdelingse perceelsgrenzen, echter aan de linkerzijde is er een servitudeweg gelegen waardoor de afstand ten aanzien van deze doorgang op ongeveer 1m50 komt.
De gevelsteen van de bestaande woning zal ook verwijderd worden om de buitenschil te kunnen isoleren. De gevelsteen zal dan terug geplaatst worden en afgewerkt worden in een gekaleide gevel in een witte tint. Deze wordt nog afgewerkt met een gevelplint. Het buitenschrijnwerk zal ook vervangen worden door zwart aluminium buitenschrijnwerk. Het bestaande dak zal afgenomen worden om de bestaande structuur te herstellen en te verlengen waar nodig. Er zal dan ook gekeken worden om het dak te isoleren in de bestaande gordingen structuur. De nokhoogte en kroonlijsthoogte blijven behouden. De gelijkvloerse achterbouw zal worden afgewerkt met een houten gevelbekleding in een donkere tint.
Aan de linkerzijde wordt er in aansluiting met de bestaande servitudeweg een carport geplaatst tegen het hoofdvolume over een breedte van ongeveer 2m96. Deze carport komt aan de voorzijde op ongeveer 0.5m van de perceelsgrens en aan de achterzijde tot bijna tegen de servitudeweg. Echter de bestaande servitudeweg blijft gevrijwaard.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan, zijnde woongebied met landelijk karakter.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 24 augustus 2026 | 8 september 2026 | voorwaardelijk gunstig |
info@wateringdeherk.be | 24 augustus 2026 | 31 augustus 2026 | voorwaardelijk gunstig |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 24 augustus 2026 | 25 augustus 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Interne Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Technische dienst | 24 augustus 2026 | 25 augustus 2026 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 24.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen en Verkeer Limburg. Op 08.09.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. AV/719/2026/00564 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden bijgetreden en onderschreven.
● De aanvraag werd op 24.06.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Watering de Herk. Op 31.08.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 24.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Provincie Limburg - Afdeling Water & Domeinen. Op 25.08.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend, met ref. 2026N169907 - 2026 - 1329 ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 24.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de technische dienst, gemeente Alken. Op 24.08.2026 werd er een gunstig advies ontvangen. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing en de aanwezige infrastructuur. De werken zijn qua functie (wonen) inpasbaar in de omgeving.
- Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de verbouwing en uitbreiding van één open eengezinswoning geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er werden voldoende staanplaatsen ingetekend op het eigen perceel voor het stallen van voertuigen.
- Schaal: Gelet op de bebouwing in de onmiddellijke omgeving geeft het geplande ontwerp van deze eengezinswoning geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. Het volume van de woning blijft beperkt in verhouding tot de oppervlakte van het perceel gezien het terrein voldoende ruim is om in dergelijke bebouwing te kunnen voorzien. Er blijft ook nog voldoende afstand behouden ten aanzien van de perceelsgrenzen en de servitudeweg blijft gevrijwaard. Ook blijft er op het perceel nog voldoende vrije ruimte beschikbaar om te kunnen voorzien in een tuin- en groenzone bij de woning. Het ontwerp is qua omvang en gabarit niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg binnen deze omgeving worden aanvaard waar er in de onmiddellijke omgeving een verscheidenheid is aan bouwstijlen en volumes.
- Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De te verbouwen woning overschrijdt de draagkracht van het terrein niet en de voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. Er worden voldoende ruime afstanden tot de perceelsgrenzen bewaard ten aanzien van het hoofdvolume en de goede ruimtelijke ordening wordt niet in het gedrang gebracht.
- Visueel-vormelijke elementen: De gevelsteen zal terug geplaatst worden na isolatie van de gevels en worden afgewerkt in een gekaleide gevel in een witte tint. Deze wordt nog afgewerkt met een grijze gevelplint. Het buitenschrijnwerk zal vervangen worden door een zwart aluminium buitenschrijnwerk. Het dak zal worden voorzien in een rode keramische dakpan. De gelijkvloerse achterbouw zal worden afgewerkt met een houten gevelbekleding in een donkere tint. De dakgoten worden uitgevoerd in een witte kleur. Qua vorm sluit het gebouw aan bij de omgeving aangezien deze wordt gekenmerkt door een veelheid aan verschillende dakvormen en geveluitvoeringen in verschillende stijlen, waardoor het gevraagde niet zal leiden tot onverenigbare stedenbouwkundige situaties in de omgeving.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan een monument.
- Het bodemreliëf: Het bestaande terrein wordt niet gewijzigd waardoor er geen bijkomende hinder gebracht worden naar de aanpalende percelen.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting van het gebouw op voldoende ruime afstand van de aanpalende percelen, dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen en constructies zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen hier verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
● Het verwijderen van eventuele asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk.
● Alle nieuwe verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden en zich te beperken tot de woonzone.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Het advies van de technische dienst, gemeente Alken dient nageleefd te worden, zijnde de bestaande aansluitingen voor een gescheiden stelsel dienen gebruikt te worden voor de aansluiting op de riolering.
● Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer Limburg d.d. 08.09.2026 met ref. AV/719/2026/00564 dient strikt nageleefd te worden met als voorwaarde:
○ Regenwaterputten, septische putten, bufferbekkens, … e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
● Het advies van de dienst Water en Domeinen, provincie Limburg d.d. 25.08.2026 met ref. 2026N169907 - 2026 – 1329, dient strikt nageleefd te worden met als voorwaarden:
○ Het terrein mag niet hoger aangevuld worden dan de buurpercelen.
○ Het maken van taluds op plaatsen van keermuren tegen de perceelsgrenzen met als doel hoger aan te vullen dan de buurpercelen is niet toegelaten.
○ Omwille van de natuurlijke terreinhelling van het perceel naar achter worden de hemelwaterputten en infiltratievoorziening bij voorkeur achter het terras voorzien, eventueel met een oppervlakkige overloop in de tuin, die van nature afwatert naar het achterliggende agrarisch gebied.
○ Een aansluiting van regenwater op de openbare riolering is in het kader van de watertoets niet verplicht, ook niet indien er een RWA-huisaansluitputje aanwezig is. Bij afwatering naar achter is het risico op terugstuwing van water vanuit de riolering onder de hoger gelegen straat naar de wadi immers kleiner.
○ De lager gelegen percelen zijn cfr. de bepalingen in het burgerlijk wetboek verplicht om het natuurlijk afstromend water van de hoger gelegen percelen te accepteren, voor zover deze erfdienstbaarheid als gevolg van werken op het hoger gelegen perceel niet verzwaard wordt. De bouwheer moet er dan ook te allen tijde zorg voor dragen dat hij geen overlast veroorzaakt of verzwaart op de aanpalende percelen.
● Het advies van Watering de Herk d.d. 31.08.2026 dient strikt nageleefd te worden.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 07/10/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Ines Atillah - Midas Simons met als contactadres Kolmenstraat 55 te 3512 Hasselt, de verbouwing van een open ééngezinswoning, gelegen O. L. Vrouwstraat 144, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 167 X, wordt vergund onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen en constructies zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen hier verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
● Het verwijderen van eventuele asbestmaterialen dient te gebeuren volgens de code van de goede praktijk.
● Alle nieuwe verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden en zich te beperken tot de woonzone.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Het advies van de technische dienst, gemeente Alken dient nageleefd te worden, zijnde de bestaande aansluitingen voor een gescheiden stelsel dienen gebruikt te worden voor de aansluiting op de riolering.
● Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer Limburg d.d. 08.09.2026 met ref. AV/719/2026/00564 dient strikt nageleefd te worden met als voorwaarde:
○ Regenwaterputten, septische putten, bufferbekkens, … e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
● Het advies van de dienst Water en Domeinen, provincie Limburg d.d. 25.08.2026 met ref. 2026N169907 - 2026 – 1329, dient strikt nageleefd te worden met als voorwaarden:
○ Het terrein mag niet hoger aangevuld worden dan de buurpercelen.
○ Het maken van taluds op plaatsen van keermuren tegen de perceelsgrenzen met als doel hoger aan te vullen dan de buurpercelen is niet toegelaten.
○ Omwille van de natuurlijke terreinhelling van het perceel naar achter worden de hemelwaterputten en infiltratievoorziening bij voorkeur achter het terras voorzien, eventueel met een oppervlakkige overloop in de tuin, die van nature afwatert naar het achterliggende agrarisch gebied.
○ Een aansluiting van regenwater op de openbare riolering is in het kader van de watertoets niet verplicht, ook niet indien er een RWA-huisaansluitputje aanwezig is. Bij afwatering naar achter is het risico op terugstuwing van water vanuit de riolering onder de hoger gelegen straat naar de wadi immers kleiner.
○ De lager gelegen percelen zijn cfr. de bepalingen in het burgerlijk wetboek verplicht om het natuurlijk afstromend water van de hoger gelegen percelen te accepteren, voor zover deze erfdienstbaarheid als gevolg van werken op het hoger gelegen perceel niet verzwaard wordt. De bouwheer moet er dan ook te allen tijde zorg voor dragen dat hij geen overlast veroorzaakt of verzwaart op de aanpalende percelen.
● Het advies van Watering de Herk d.d. 31.08.2026 dient strikt nageleefd te worden.
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 07 10 2026
Omgevingsvergunning 1146
Aanvraag omgevingsvergunning over: het vellen van een hoogstammige boom ingediend door Valeska Daenen met als contactadres Onze-Lieve-Vrouwstraat 156 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen O. L. Vrouwstraat 156, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 156 H2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvrager(s): | Daenen Valeska wonende te O. L. Vrouwstraat 156 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | O. L. Vrouwstraat 156 te 3570 Alken
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie A nr. 156/H2
|
Projectnaam: | O. L. Vrouwstraat 156 - Daenen Valeska
|
Dossiernummer: | 202691
|
Intern dossiernummer: | 1146
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026105540
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject
|
Datum aanvraag:
| 7/09/2026 |
1.b. Omschrijving aanvraag
Een stedenbouwkundige handeling, nl. het vellen van 1 hoogstammige boom.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
De aanvraag ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het gemeentebestuur blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
///
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Milieu:
Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
● Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 07/09/2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 14/09/2026 |
Opening openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Afsluiten openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Niet van toepassing |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 15/09/2026 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 1) sectie A, nr(s). 156/H2
● Besluit van het college van burgemeester en schepenen op 21/01/2026 voor de regularisatie van verbouwingen en uitbreidingen van een ééngezinswoning met aanhorigheden en het bouwen van een garage: gedeeltelijk voorwaardelijk vergund
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het vellen van een hoogstammige notenboom op het perceel te Alken, 1ste afdeling, Sectie A nummer 156/H2. Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft is gelegen in agrarisch gebied. De O. L. Vrouwstraat is een gewestweg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), deelruimte vochtig Haspengouw.
De aanvraag is niet gelegen in een Habitatrichtlijngebied of Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied of een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied).
Het perceel werd gekarteerd in de Biologische waarderingskaart (versie 2) als biologisch minder waardevol met een akker op lemige bodem (bl).
Verantwoording van de aanvraag:
Er staan geen blaadjes meer op de boom (al sinds het voorjaar) en de takjes zijn kurkdroog.
De aanvrager neemt volgende maatregelen om de negatieve effecten op de natuur te verminderen of te herstellen:
Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur. De aanvrager doet een compensatievoorstel voor het aanplanten van een nieuwe boom in de plaats.
2.c. Adviezen
Niet van toepassing
2.d. Bespreking van de adviezen
Niet van toepassing
2.e. Openbaar onderzoek
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
2.g. Beoordeling
Bij de beoordeling wordt uitsluitend rekening gehouden met de vergunde toestand. Eventuele niet-vergunde constructies, werken of handelingen die in het inplantingsplan zijn weergegeven of staan beschreven, maken geen deel uit van de beoordeling en worden buiten beschouwing gelaten.
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De aanvraag handelt over het verwijderen van vegetatie in een perceelsafspanning.
● Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.
● Mobiliteitsaspect: De impact op de mobiliteit wordt ingeschat als minimaal. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt door de werken en moet het nodige doen om dit teniet te doen, mocht dit toch voorvallen.
● Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: Het aanplanten van een nieuwe hoogstammige boom is passend in deze omgeving.
● Visueel-vormelijke elementen: Het verwijderen van de vegetatie heeft enkele visueel – vormelijke gevolgen. Er wordt opgelegd dat de aanvrager compensatie van dit groenelement moet voorzien door het aanplanten van de voorgestelde compensatie.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Bodemreliëf: Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving
Conclusie:
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies onder volgende bijzondere voorwaarden:
● Op het perceel wordt een compenserende aanplant van 1 nieuwe hoogstammige boom in een gepast plantverband aangeplant;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
● Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;
● Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 07/10/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Valeska Daenen met als contactadres Onze-Lieve-Vrouwstraat 156 te 3570 Alken, het vellen van een hoogstammige boom, gelegen O. L. Vrouwstraat 156, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 156 H2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden opgelegd:
● Op het perceel wordt een compenserende aanplant van 1 nieuwe hoogstammige boom in een gepast plantverband aangeplant;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de nieuwe aanplanting te laten slagen. Dit houdt een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed in, het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en zo nodig het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en/of veevraat;
● Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld;
● Voor men overgaat tot kappen evalueert men welke maatregelen voor (beschermde) diersoorten er genomen dienen te worden, zoals het plaatsen van nestkasten en/of behoud van bomen;
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● De aanvrager bezorgt binnen de maand na de aanplant van de bomen, een duidelijke foto ervan aan het gemeentebestuur;
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 07 10 2026
Omgevingsvergunning V708 voor het verkavelen van gronden
Aanvraag omgevingsvergunning over: het verkavelen van 4 loten halfopen bebouwing ingediend door Kenneth Menten namens GEOKANTOOR MENTEN BV gevestigd te Leemkuilstraat 108 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Heiligenbornstraat 25, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 71 A, (afd. 1) sectie H 99 D2, (afd. 1) sectie H 99 C2 en (afd. 1) sectie H 99 V. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Kenneth Menten namens GEOKANTOOR MENTEN BV gevestigd te Leemkuilstraat 108 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Heiligenbornstraat 25
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 1 sectie H nrs. 71A, 99D2, 99C2 en 99V
|
Projectnaam: | Heiligenbornstraat zn - Landmeter Menten
|
Dossiernummer: | 20266
|
Intern dossiernummer: | V708
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2026082319
|
Type dossier: | Verkaveling |
1.b. Omschrijving aanvraag
het verkavelen van 4 loten halfopen bebouwing
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen de agrarische gebieden enkel mogen bevatten, de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in het geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
- .
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of niet-vervallen verkaveling.
Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Onder verwijzing naar artikel 1.3.1.1 van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid van 30/11/2018 werd voor deze aanvraag tot een omgevingsvergunning onderzocht of er een schadelijk effect door de werken en/of exploitatie wordt veroorzaakt.
Watertoets:
De voorliggende aanvraag heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen zoals vastgesteld in bovenvermelde regelgeving, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is, en dat de aanvraag derhalve volledig verenigbaar is met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
Enkel door de toename van de verharde oppervlakte bij de bebouwing van deze percelen zal de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt worden; dit dient gecompenseerd te worden door de plaatsing van een hemelwaterput en de aanleg van een infiltratiezone bij de realisatie van een woning bij het verlenen van de omgevingsvergunning op deze percelen, overeenkomstig de normen vastgelegd in de geldende verordening.
Milieu:
///
MER-screening
Het ingediende dossier bevat een MER-screeningsnota zoals vermeld in artikel 4.3.3. van het decreet van 05/04/1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid, gezien het project valt onder art.10.b van bijlage III uit het ‘Besluit van de Vlaamse Regering inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening’, d.d. 01.03.2013.
Uit deze nota kan worden afgeleid dat het project geen nadelige milieueffecten tot gevolg heeft; er zijn geen gevolgen voor de mensen, fauna en flora en monumenten en landschappen. De argumenten van de aanvrager inzake de effecten op de omgeving kunnen worden gevolgd. Hieruit kan afgeleid worden dat er geen significante of aanzienlijke milieugevolgen verwacht worden door de uitvoering van het project. Gezien het om een woonproject gaat dat geen ongebruikelijke impact heeft op zijn omgeving, kan de m.e.r.-screeningsnota worden bijgetreden.
Er dient bijgevolg geen project-MER te worden opgemaakt voor de aangevraagde werken.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 1 juli 2026 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 3 augustus 2026 |
Opening openbaar onderzoek | 13 augustus 2026 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 11 september 2026 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 1 oktober 2026 |
1.f. Historiek
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het betreft de aanvraag van een verkaveling van percelen grond voor de realisatie van 4 loten halfopen bebouwing.
De aanvraag is gelegen aan een gemeenteweg, zijnde de Heiligenbornstraat, dewelke voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open en halfopen ééngezinswoningen. Op de aanpalende percelen situeert zich telkens een wooneenheid met loods/achtergebouwen. De omliggende bebouwingen verschillen zowel in jaar van opbouw als in bouwstijl.
De aanvraag betreft een nieuwe verkaveling voor 4 loten halfopen bebouwing. Het betreft het perceel Heiligenbornstraat 25 waar er zich nu een woning bevindt met vrijstaande bijgebouwtjes. Om de percelen bouwrijp te maken dient de bestaande bebouwing, zijnde alle gebouwen en bijgebouwen (incl funderingen) te worden gesloopt. Ook alle bestaande asfalt- en klinkerverhardingen zullen worden verwijderd waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
De bouwzone wordt voorzien op 15m van de as van de voorliggende weg en op ongeveer 9m55 van de voorliggende rooilijn. Alle loten hebben een oppervlakte die varieert van 5a63 tot 6a34. Er worden percelen voorzien met een breedte van ongeveer 11m aan de straatzijde waardoor er een bouwbreedte kan voorzien worden per lot van ongeveer 8m30. Op de loten blijft er een bouwvrije strook behouden van min. 3m ten aanzien van de zijdelingse perceelsgrens (aan één zijde gezien dit halfopen loten betreft). Binnen de bouwvrije strook ten aanzien van de zijdelingse perceelsgrens kan er eventueel wel een schakelelement geplaatst worden in de vorm van een carport, dit werd ook zo aangeduid op het inplantingsplan.
De bouwzone werd ingetekend cfr. de omliggende bebouwingen, en de voorgestelde loten hebben de mogelijkheid voor de realisatie van een bouwdiepte van 12m voor het hoofdvolume en tot op 17m voor het gelijkvloers niveau waarbij er nog voldoende ruimte is op het perceel om te kunnen voorzien in een kwalitatieve groene buitenruimte bij de woningen gezien de loten ruim 50m diep zijn. Voorliggend aan deze percelen is er nog een ruime voortuinzone van ongeveer 9m50 tot aan het voorliggende openbaar domein dewelke eveneens als onverharde groene ruimte kan benut worden, uitgezonderd de strikt noodzakelijke inrit en toegang naar de woning.
De voorschriften voorzien in grote lijnen volgende bebouwingsmogelijkheden:
* Hoofdbestemming
Grondgebonden halfopen ééngezinswoning
* Het gabarit – max. 2 bouwlagen afgewerkt met plat of hellend dak
* De bouwdiepte staat aangeduid op het inplantingsplan zowel voor het gelijkvloers niveau als de verdieping
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aangevraagde verkaveling is in overeenstemming met het gewestplan Hasselt-Genk d.d. 03.04.1979, zijnde woongebied met landelijk karakter.
De delen gesitueerd in agrarisch gebied worden uit de verkaveling gesloten.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
Fluvius | 3 augustus 2026 | 7 september 2026 | voorwaardelijk gunstig |
De Watergroep | 3 augustus 2026 | 4 augustus 2026 | voorwaardelijk gunstig |
Omgevingsloket Wyre | 3 augustus 2026 | 4 augustus 2026 | gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 03.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius- Kenniscentrum riolering. Op 07.09.2026 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies met ref.. 5000134806. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 03.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Watergroep. Op 04.08.2026 verleende de Watergroep via het omgevingsloket een voorwaardelijk gunstig advies. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
● De aanvraag werd op 03.08.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Wyre. Op 04.08.2026 verleende Wyre via het omgevingsloket een gunstig advies. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 13 augustus 2026 tot 11 september 2026.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 13.08.2026 tot en met 11.09.2026.
Er werden geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- functionele inpasbaarheid: Gelet op zijn conformiteit met het geldende gewestplan is voorliggende verkaveling functioneel aanvaardbaar. De bestemmingsvoorschriften blijven ongewijzigd t.o.v. het geldende gewestplan en er is rekening gehouden met de bestaande omliggende bebouwingen.
- mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
- schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft een verkaveling waarbij er 4 loten voor halfopen bebouwing worden gecreëerd. De voorschriften voorzien een mogelijkheid tot bouwen die gebruikelijk is voor gelijkaardige percelen in een gelijkaardige context en kan bijgevolg ter plaatse aanvaard worden. Binnen de voorschriften werd er dan ook rekening gehouden met de inplanting, het volume en bouwdiepte van de omliggende woningen De percelen zijn voldoende ruim om in een dergelijke bebouwing te kunnen voorzien waarbij er voldoende rekening kan gehouden worden met de privacy van de aanpalende percelen en het voorzien van een groen- en tuinaanleg op het eigen terrein.
- visueel-vormelijke elementen: Het bestaande verkavelingsontwerp en de voorschriften zijn in harmonie en sluiten aan bij de bestaande bebouwingen in de omgeving. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de variatie aan bouwtypes.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.
- het bodemreliëf: bij de realisatie van de verkaveling zullen er geen reliëfwijzigingen gebeuren. Bij de realisatie van het ontwerp voor de bebouwing van deze percelen zal het bestaande reliëf dienen behouden te blijven en dienen de eventuele wijzigingen beperkt te blijven.
- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren verkaveling en het realiseerbare bouwvolume geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde perceelsindeling is voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. Er wordt een voldoende ruime afstand gerespecteerd ten opzichte van de vrijblijvende perceelsgrenzen om een onaanvaardbare schaduw- of privacyhinder te vermijden. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze verkaveling. De goede ruimtelijke ordening van de plaats komt niet in het gedrang. Voorgestelde verkaveling alsook de voorgestelde voorschriften kunnen derhalve qua vorm en afmetingen ter plaatse aanvaard worden. Het ontwerp voldoet aan de vigerende normen en de algemene stedenbouwkundige voorschriften, waardoor het aanvaardbaar is voor wat betreft de beschouwde beoordelingscriteria.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende opschortende voorwaarden:
● Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen en constructies zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
● Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● In geval van stedenbouwkundige aanvragen voor bebouwing van de bouwloten die halfopen bebouwing toelaten, kan de aanvrager van een lot dat deel uitmaakt van een bouwblok, vrij, maar conform de voorschriften, bouwhoogte, dakvorm en materialisatie bepalen. De andere loten binnen hetzelfde bouwblok dienen zich hier verplichtend naar te richten.
● Lot 5 wordt uit de verkaveling gesloten gezien dit lot gesitueerd is in agrarisch gebied en zijn agrarische bestemming dient behouden te blijven.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d.07.09.2026 met ref. 5000134806 dient strikt te worden nageleefd.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 04.09.2026 dient nageleefd te worden.
● Het advies van Wyre d.d. 04.08.2026 dient nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 07/10/2026 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Kenneth Menten namens GEOKANTOOR MENTEN BV gevestigd te Leemkuilstraat 108 te 3570 Alken, het verkavelen van 4 loten halfopen bebouwing, gelegen Heiligenbornstraat 25, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie H 71 A, (afd. 1) sectie H 99 D2, (afd. 1) sectie H 99 C2 en (afd. 1) sectie H 99 V te vergunnen onder voorwaarden.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het volledige terrein dient vrij gemaakt te worden van constructies binnen de aangeduide zone waar de af te breken gebouwen en constructies zich situeren, d.w.z. alle gebouwen en verhardingen dienen verwijderd te worden waardoor er een braakliggend terrein bekomen wordt.
● Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).
● Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.
● In geval van stedenbouwkundige aanvragen voor bebouwing van de bouwloten die halfopen bebouwing toelaten, kan de aanvrager van een lot dat deel uitmaakt van een bouwblok, vrij, maar conform de voorschriften, bouwhoogte, dakvorm en materialisatie bepalen. De andere loten binnen hetzelfde bouwblok dienen zich hier verplichtend naar te richten.
● Lot 5 wordt uit de verkaveling gesloten gezien dit lot gesitueerd is in agrarisch gebied en zijn agrarische bestemming dient behouden te blijven.
● De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d.07.09.2026 met ref. 5000134806 dient strikt te worden nageleefd.
● Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 04.09.2026 dient nageleefd te worden.
● Het advies van Wyre d.d. 04.08.2026 dient nageleefd te worden.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Verval van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 102.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij geen nieuwe wegen worden aangelegd of het tracé van bestaande gemeentewegen niet moet worden gewijzigd, verbreed of opgeheven, vervalt van rechtswege als:
1° binnen een termijn van vijf jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar of de vestiging van erfpacht of opstalrecht ten aanzien van ten minste één derde van de kavels;
2° binnen een termijn van tien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot dergelijke registratie ten aanzien van ten minste twee derde van de kavels.
Voor de toepassing van het eerste lid:
1° wordt met verkoop gelijkgesteld: de nalatenschapsverdeling en de schenking, met dien verstande dat slechts één kavel per deelgenoot of begunstigde in aanmerking komt;
2° komt de verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar, of de vestiging van erfpacht of opstalrecht van de verkaveling in haar geheel niet in aanmerking;
3° komt alleen de huur die erop gericht is de huurder te laten bouwen op het gehuurde goed in aanmerking.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met verkoop gelijkgesteld.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij nieuwe wegen worden aangelegd of waarbij het tracé van bestaande gemeentewegen gewijzigd, verbreed of opgeheven wordt, vervalt van rechtswege als:
1° binnen een termijn van vijf jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot de oplevering van de onmiddellijk uit te voeren lasten of tot het verschaffen van waarborgen betreffende de uitvoering van deze lasten op de wijze, vermeld in artikel 75;
2° binnen een termijn van tien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de in paragraaf 1 vermelde rechtshandelingen ten aanzien van ten minste één derde van de kavels;
3° binnen een termijn van vijftien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de in paragraaf 1 vermelde rechtshandelingen ten aanzien van ten minste twee derde van de kavels.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met verkoop gelijkgesteld.
§ 3. Als de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, worden de termijnen van verval, vermeld in de paragrafen 1 tot en met 2, gerekend per fase. Voor de tweede en volgende fasen worden de termijnen van verval dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de betrokken fase.
§ 4. Het verval, vermeld in paragraaf 1 en 2, 2° en 3°, geldt slechts ten aanzien van het niet bebouwde, verkochte, verhuurde of aan een erfpacht of opstalrecht onderworpen gedeelte van de verkaveling.
§ 5. Onverminderd paragraaf 4, kan het verval van rechtswege niet worden tegengesteld aan personen die zich op de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden beroepen als zij kunnen aantonen dat de overheid na het verval en ten aanzien van een of meer van hun kavels binnen de verkaveling, wijzigingen aan deze omgevingsvergunning heeft toegestaan of stedenbouwkundige of bouwvergunningen of stedenbouwkundige attesten heeft verleend in zoverre deze door de hogere overheid of de rechter niet onrechtmatig werden bevonden.
§ 6. De Vlaamse Regering kan maatregelen treffen aangaande de kennisgeving van het verval van rechtswege.
Artikel 103.
De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9, behoudens als de verkaveling in strijd is met een vóór de datum van de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden
Artikel 104.
Een verkavelaar kan eenzijdig afstand doen van de rechten die hij verkregen heeft uit de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, tenzij al een aanvang werd genomen met de verwezenlijking van deze omgevingsvergunning, hetzij door het stellen van een of meer rechtshandelingen, vermeld in artikel 102, § 1, hetzij door de uitvoering van de werken waaraan de afgifte van de omgevingsvergunning verbonden werd.
Aan het geheel van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden verzaakt door de eigenaar die alle kavels heeft verworven of in geval van akkoord van alle eigenaars, ongeacht of deze omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk verwezenlijkt is.
Een verzaking wordt per beveiligde zending gemeld aan het college van burgemeester en schepenen.
Beroep tegen beslissingen genomen in laatste administratieve aanleg – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 105.
§ 1. De uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunning, genomen in laatste administratieve aanleg, of de aktename of de niet-aktename van een melding, vermeld in artikel 111, kan bestreden worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de VCRO.
§ 2. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde.
De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.
Als de aanvraag overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld is, kan het betrokken publiek alleen een beroep instellen als hij tijdens het openbaar onderzoek een gemotiveerd standpunt, opmerking of bezwaar heeft ingediend, tenzij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° het beroep is ingegeven door een wijziging aan de vergunningsaanvraag, aangebracht na het openbaar onderzoek;
2° het beroep is ingegeven door:
a) een bijzondere milieuvoorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning, in het geval van een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;
b) een voorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning, in het geval van een andere omgevingsvergunning, dan de vergunning vermeld in punt a);
3° het betrokken publiek toont aan dat hij door specifieke omstandigheden in de onmogelijkheid was om een standpunt, opmerking of bezwaar in te dienen tijdens het openbaar onderzoek.
De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, die nagelaten heeft een uitdrukkelijke beslissing te nemen in eerste administratieve aanleg, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden, behoudens overmacht.
§ 3. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening, voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.
§ 4. Elk van de personen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, kan in de zaak tussenkomen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 07 10 2026
OMV 1098 - Toepassen wijzigingslus
Op 10/03/2026 werd er door QSIM een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor de bestemmingswijziging en uitbreiding van een beschermde hoeve met dorpsgezicht op een perceel gelegen Grootstraat 133, kadastraal gekend als Afd.2 Sie D nrs. 279/D, 288/F en 289/F.
Naar aanleiding van enkele ongunstige adviezen werd er een aanpassing aan de plannen doorgevoerd. Het is daarom aangewezen de wijzigingslus toe te passen zodat er een bijkomende termijn van 60 dagen voorzien wordt. Zo kan er een nieuw openbaar onderzoek gebeuren, kunnen er nieuwe adviezen gevraagd worden en rest er voldoende tijd om het dossier te beoordelen.
Feiten en context
Op 10/03/2026 werd er door QSIM een omgevingvergunningsaanvraag ingediend voor de bestemmingswijziging en uitbreiding van een beschermde hoeve met dorpsgezicht op een perceel gelegen Grootstraat 133, kadastraal gekend als Afd.2 Sie D nrs. 279/D, 288/F en 289/F.
Naar aanleiding van enkele ongunstige adviezen was een aanpassing aan de plannen nodig. Op 28/09/2026 hebben we een nieuwe projectinhoudversie met aangepaste plannen via het Omgevingsloket ontvangen.
Juridische grond
Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 en latere wijzigingen
Het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De Vlaamse codex ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.
Artikel 13 van Afdeling 6 Administratieve lus, van bovengenoemd omgevingsdecreet dat het volgende bepaalt:
“Als de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 of artikel 52, vaststelt dat een onregelmatigheid die kan leiden tot een vernietiging van de beslissing, is begaan, kan ze de onregelmatigheid herstellen."
De bevoegde overheid kan in voorkomend geval:
1° een nieuw openbaar onderzoek organiseren;
2° het advies van de adviesinstanties vermeld in artikel 24, artikel 42 of artikel 59, alsnog, dan wel een tweede keer inwinnen.”
- Artikel 56 §2 van het decreet lokaal bestuur: Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van dit decreet, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Naar aanleiding van enkele ongunstige adviezen werd er een aanpassing aan de plannen doorgevoerd. Het is daarom aangewezen de wijzigingslus toe te passen zodat er een bijkomende termijn van 60 dagen voorzien wordt. Zo kan er een nieuw openbaar onderzoek gebeuren, kunnen er nieuwe adviezen gevraagd worden en rest er voldoende tijd om het dossier te beoordelen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de toepassing van de wijzigingslus goed voor de omgevingvergunningsaanvraag OMV_2026030032, ingediend voor de bestemmingswijziging en uitbreiding van een beschermde hoeve met dorpsgezicht op een perceel gelegen Grootstraat 133, kadastraal gekend als Afd.2 Sie D nrs. 279/D, 288/F en 289/F
Zitting van 07 10 2026
Raad voor Vergunningenbetwisting - vraag tot tussenkomst - beroep inzake inrichten overstromingszone aan de Simsebeek
Op 30 september 2026 ontvingen wij een schrijven van de Raad voor Vergunningsbetwistingen aangaande de mogelijkheid tot tussenkomst in de procedure tot vernietiging van de beslissing van de gewestelijke omgevingsambtenaar van 13 april 2026 aangaande het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek. Binnen deze procedure vraagt de RvVB of de gemeente Alken wenst tussen te komen in de procedure.
Feiten en context
Op 30 september 2026 ontvingen wij een schrijven van de Raad voor Vergunningsbetwistingen aangaande de mogelijkheid tot tussenkomst in de procedure tot vernietiging van de beslissing van de gewestelijke omgevingsambtenaar van 13 april 2026 aangaande het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek.
Er werd op 29 mei 2026 een verzoekschrift tot vernietiging van de beslissing van de gewestelijke omgevingsambtenaar van 13 april 2026 aangaande het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek ingediend bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen door advocatenkantoor Beelen in opdracht van de heer Patrick Motmans.
Binnen deze procedure vraagt de RvVB nu of de gemeente Alken wenst tussen te komen in de procedure en een standpunt wenst in te nemen over de vordering tot vernietiging.
Indien de gemeente Alken wenst tussen te komen dient er een schriftelijke uiteenzetting binnen een vervaltermijn van 45 dagen ingediend te worden via een beveiligde zending. Er dient een rolrecht betaald te worden van € 100 per tussenkomende partij en per vordering waarin we tussenkomen.
Juridische grond
Artikel 15 en 105, $3 van het OVD inzake het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges Decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtsPleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.
Adviezen
///
Argumentatie
///
Financiële gevolgen
///
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen wenst tussen te komen in de procedure tot vernietiging van de beslissing van de gewestelijke omgevingsambtenaar van 13 april 2026 voor het toekennen van de omgevingsvergunning aangaande het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek na overleg met de bevoegde instanties.
Zitting van 07 10 2026
Subsidie voor sterilisatie of castratie van huiskat
Op 23 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Vautmans Christy, Sint-Jorisstraat 76 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor castratie van haar huiskater.
Feiten en context
Op 23 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Vautmans Christy, Sint-Jorisstraat 76 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor castratie van haar huiskater.
Juridische grond
Het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026, houdende goedkeuring van een premieregeling voor sterilisatie of castratie van huiskatten.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Hoewel het steriliseren en castreren van zwerfkatten reeds jaren succesvol is, groeit de zwerfkattenpopulatie toch vaak aan door huiskatten die onderling of met zwerfkatten in contact komen en niet gecastreerd/gesteriliseerd zijn (wat tot ongewenste nestjes leidt). De gemeente wil castratie/sterilisatie van huiskatten stimuleren en geeft voor castratie van een huiskater een totaalsubsidie van €20 en voor sterilisatie van een huiskattin €30.
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€20,00 | niet van toepassing | 002223 |
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan mevrouw Vautmans Christy, Sint-Jorisstraat 76 te 3570 Alken wordt een toelage van €20,00 toegekend voor de castratie van haar huiskater, conform het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026 inzake een gemeentelijke subsidie voor sterilisatie of castratie van huiskatten.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van MJP002223 van het budget 2026.
Zitting van 07 10 2026
Kennisname beslissing deputatie inzake beroepsprocedure OMV 1052
Besluit
Zitting van 07 10 2026
Kennisname tussenkomst Raad van Vergunningsbetwistingen
Besluit
Zitting van 07 10 2026
Subsidie herbruikbaar bekers en cateringmateriaal 2026
Volgende begunstigde dienden voor werkingsjaar 1 september 2025 - 31 augustus 2026 een subsidiedossier voor herbruikbaar cateringmateriaal en bekers in:
● Chiro Joento
Feiten en context
Volgende begunstigde dienden voor werkingsjaar 1 september 2025 - 31 augustus 2026 een subsidiedossier voor herbruikbaar cateringmateriaal en bekers in:
● Chiro Joento
Juridische grond
Op de gemeenteraad van 28 augustus 2025 werd het subsidiereglement cateringmateriaal goedgekeurd.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Door de financiële ondersteuning voor herbruikbaar materiaal wordt gewerkt naar een verbreding van de duurzaamheid en afvalvermindering bij evenementen. Naast een lagere milieu-impact, minder afval en propere terreinen, zorgen herbruikbare eet- en drankmaterialen ook voor minder zwerfvuil rond het evenement.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn als volgt:
"Artikel 4 – Toekenning
De subsidie is van toepassing op de factuur met betrekking tot huur, transport en afwas van het herbruikbaar cateringmateriaal. Kosten voor verloren, kapotte of beschadigde bekers, annuleringskosten en boetes komen niet in aanmerking voor de subsidie. De uitbetaling gebeurt op het opgegeven rekeningnummer bij de aanvraag.
De subsidie voorziet een terugbetaling van 50% van de eindfactuur van de kosten (inclusief btw) voor het huren en reinigen van herbruikbaar cateringmateriaal inclusief de transportkosten met een maximum van 150 euro (< 2.000 bezoekers) en 500 euro (> 2.000 bezoekers)."
De subsidieberekening per beschuldigde:
● Chiro Joento voor de Startfuif en start BBQ
○ erkende Alkense vereniging
○ Adres: Wilgenlaan 10, te 3570 Alken
○ Rekeningnummer BE92 7360 7723 7023
○ Subsidiebedrag: € 500 (meer dan 2.000 bezoekers, 50% factuur met maximum € 500)
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 500 | Niet van toepassing | MJP001216 |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om de volgende begunstigde een subsidie toe te kennen;
● Chiro Joento
Artikel 2: De subsidie per begunstigde bedraagt:
● Chiro Joento voor de Startfuif en start BBQ
● erkende Alkense vereniging
● Adres: Wilgenlaan 10, te 3570 Alken
● Rekeningnummer BE92 7360 7723 7023
● Subsidiebedrag: € 500
Artikel 3: De dienst financiën wordt opdracht gegeven om de berekende bedragen te storten op de respectievelijke rekeningen van de begunstigde. Het totaal van deze subsidie bedraagt € 500. Dit bedrag is voorzien onder registratiesleutel: MJP001216.
Zitting van 07 10 2026
Subsidie verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Op 23 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Bleijenberg Diana, Lindestraat 15, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op hoge hoogte), gelegen op volgend adres: Lindestraat 15 te 3570 Alken. Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor een secundair nest (incl. BTW).
Feiten en context
Op 23 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Bleijenberg Diana, Lindestraat 15, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op hoge hoogte), gelegen op volgend adres: Lindestraat 15 te 3570 Alken.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025, houdende goedkeuring van een subsidieregeling voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor secundaire nesten (incl. BTW).
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€60,00 | 21% | 002001 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan Bleijenberg Diana, Lindestraat 15, 3570 Alken wordt een toelage van € 60,00 toegekend voor de verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op hoge hoogte), conform het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 inzake een gemeentelijke subsidieregeling voor de verdelging van Aziatische hoornaars.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van meerjarenplansleutel MJP002001 van het budget 2026.
Zitting van 07 10 2026
Subsidie verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Op 14 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Van Looveren Ludo, Hulzenstraat 17, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op hoge hoogte), gelegen op volgend adres: Hulzenstraat 17 te 3570 Alken. Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor een secundair nest (incl. BTW).
Feiten en context
Op 14 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Van Looveren Ludo, Hulzenstraat 17, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op hoge hoogte), gelegen op volgend adres: Hulzenstraat 17 te 3570 Alken.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025, houdende goedkeuring van een subsidieregeling voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor secundaire nesten (incl. BTW).
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€60,00 | 21% | 002001 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan Van Looveren Ludo, Hulzenstraat 17, 3570 Alken wordt een toelage van € 60,00 toegekend voor de verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op hoge hoogte), conform het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 inzake een gemeentelijke subsidieregeling voor de verdelging van Aziatische hoornaars.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP002001 van het budget 2026.
Zitting van 07 10 2026
Subsidie verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Op 14 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Van Looveren Ludo, Hulzenstraat 17, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een primair nest Aziatische hoornaars (op lage hoogte), gelegen op volgend adres: Hulzenstraat 17 te 3570 Alken. Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €45 voor een primair nest (incl. BTW).
Feiten en context
Op 14 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Van Looveren Ludo, Hulzenstraat 17, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een primair nest Aziatische hoornaars (op lage hoogte), gelegen op volgend adres: Hulzenstraat 17 te 3570 Alken.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025, houdende goedkeuring van een subsidieregeling voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €45 voor primaire nesten (incl. BTW).
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€45,00 | 21% | 002001 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan Van Looveren Ludo, Hulzenstraat 17, 3570 Alken wordt een toelage van € 45,00 toegekend voor de verdelging van een primair nest Aziatische hoornaars (op lage hoogte), conform het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 inzake een gemeentelijke subsidieregeling voor de verdelging van Aziatische hoornaars.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP002001 van het budget 2026.
Zitting van 07 10 2026
Subsidie verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Op 28 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Robin De Ridder (basisschool 't Laantje), St. Aldegondislaan 2, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op hoge hoogte), gelegen op volgend adres: St. Aldegondislaan 2, 3570 Alken. Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor een secundair nest (incl. BTW).
Feiten en context
Op 28 september 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Robin De Ridder (basisschool 't Laantje), St. Aldegondislaan 2, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars (op hoge hoogte), gelegen op volgend adres: St. Aldegondislaan 2, 3570 Alken.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025, houdende goedkeuring van een subsidieregeling voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €60 voor secundaire nesten (incl. BTW).
Financiële gevolgen
De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€60,00 | 21% | 002001 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Aan Robin De Ridder (basisschool 't Laantje), St. Aldegondislaan 2, 3570 Alken wordt een toelage van € 60,00 toegekend voor de verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars, conform het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 inzake een gemeentelijke subsidieregeling voor de verdelging van Aziatische hoornaars.
Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP002001 van het budget 2026.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.