Gemeente Alken

Zitting van 17 december 2025

van 09:00 tot 10:00

 

Aanwezig: Marc Penxten, Burgemeester; Cindy Vandormael,Andres Lesire,Frank Vroonen,Elien Secretin,Pierrette Putzeys, Schepenen; Pascal Giesen, Algemeen directeur;

 

Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Verslag van de vorige zitting dd. 10.12.2025

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 10.12.2025 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Feiten en context

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 10.12.2025 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische grond

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Niet van toepassing.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Aanstelling tot "vertegenwoordiger van de bisschop" in het centraal kerkbestuur van Alken

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Brandweerattest KDV De Speelvogel

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Nieuws van de week

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Feiten en context

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Juridische grond

Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur 

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.

Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over de invulling van de speeltuin in het toekomstige recreatiepark Alken Vallei. De Alkenaren kunnen kiezen welke speeltoestellen er zullen verschijnen via een bevraging op het burgerparticipatieplatform.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 05 d.d. 04.12.2025.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Verbindingsriolering Pleinstraat 22.828A. Besprekingsvergadering verslag nr. 13 d.d. 26.11.2025.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Belastingkohier reclamedrukwerk - September 2025 bis

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand september 2025 bis bedraagt 1.116,19 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Feiten en context

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand september 2025 bis bedraagt 1.116,19 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

1.116,19 euro

Niet van toepassing

MJP001025

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand september 2025 bis vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 1.116,19 euro.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Belastingkohier reclamedrukwerk - Oktober 2025

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand oktober 2025 bedraagt 4.807,99 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Feiten en context

Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand oktober 2025 bedraagt 4.807,99 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.

 

Juridische grond

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

4.807,99 euro

Niet van toepassing

MJP001025

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand oktober 2025 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 4.807,99 euro.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Betaalbaarstelling facturen SC

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.

 

Feiten en context

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
 

Juridische grond

Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
 

Adviezen

Niet van toepassing.
 

Argumentatie

Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Princiepsaanvraag subsidie A.C.A.

Atletiekclub Alken richt een princiepsaanvraag voor ondersteuning aan het college van burgemeester en schepenen op basis van het reglement 'financiële autonomie sportverenigingen met recht van opstal'.

Volgens dit reglement kan de toegewezen subsidie maximum 75% van de geraamde kosten, inclusief btw, bedragen.

De club wenst hun discuskooi te vernieuwen.

Het jarenlange gebruik door de Atletiekclub hebben voor de nodige slijtage gezorgd. Het in open lucht staan, weersomstandigheden en de ouderdom hebben hierop ook hun impact gehad. Het discuswerpen en hamerslingeren zijn de oorzaak dat het beschermnet meerdere gaten vertoont.

 

De princiepsaanvraag samen met de 1ste offerte bedraagt € 5033,60 (incl. btw). Later ontvingen we een 2de offerte voor het takelsysteem voor een bedrag van  € 3025,00 (incl. btw) en is ook toegevoegd in bijlage.

 

Feiten en context

Atletiekclub Alken richt een princiepsaanvraag voor ondersteuning aan het college van burgemeester en schepenen op basis van het reglement 'financiële autonomie sportverenigingen met recht van opstal'.

Volgens dit reglement kan de toegewezen subsidie maximum 75% van de geraamde kosten, inclusief btw, bedragen.

De club wenst hun discuskooi te vernieuwen.

Het jarenlange gebruik door de Atletiekclub hebben voor de nodige slijtage gezorgd. Het in open lucht staan, weersomstandigheden en de ouderdom hebben hierop ook hun impact gehad. Het discuswerpen en hamerslingeren zijn de oorzaak dat het beschermnet meerdere gaten vertoont.

 

De princiepsaanvraag samen met de 1ste offerte bedraagt € 5033,60 (incl. btw). Later ontvingen we een 2de offerte voor het takelsysteem voor een bedrag van  € 3025,00 (incl. btw) en is ook toegevoegd in bijlage.

 

Juridische grond

DLB art. 56.

Subsidiereglement financiële autonomie sportverenigingen met recht van opstal.

 

Adviezen

Positief advies van de sportraad.

 

Argumentatie

Het net is zeer versleten. De grote gaten worden momenteel met colsonbandjes bij elkaar gebonden. Het veiligheidsnet moet dringend vervangen worden.

Een takelsysteem voor een discuskooi is een mechanisme om het vangnet gemakkelijk op te hangen en te laten zakken voor installatie, onderhoud of om de kooi te verwijderen wanneer deze niet in gebruik is. Het systeem is ontworpen voor gebruiksgemak maar ook voor de veiligheid. 

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt voor het jaar 2026:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 6043,50

/

 

Datum visumaanvraag:

/

Datum goedkeuring visumaanvraag:

/

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de subsidieaanvraag van Atletiekclub Alken voor de vernieuwing van hun discuskooi.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord om maximaal 75% van de geraamde kosten, inclusief btw, toe te kennen. Dit komt neer op een bedrag van maximum € 6043,50. Deze toelage is onder voorbehoud van de goedkeuring van het meerjarenplan.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Toelage Ondernemersraad Alken 2025

In de meerjarenplanning werd voor het werkjaar 2025 een toelage goedgekeurd voor de werking van ORA VZW, BE0663552056, Steenweg 124 te 3570 Alken. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt nu gevraagd de betaling van deze toelage goed te keuren. De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002008.

 

Feiten en context

In de meerjarenplanning werd voor het werkjaar 2025 een toelage goedgekeurd voor de werking van ORA VZW, BE0663552056, Steenweg 124 te 3570 Alken. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt nu gevraagd de betaling van deze toelage goed te keuren. De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002008.

 

Juridische grond

College burgemeester en schepenen – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college burgemeester en schepenen.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

 Argumentatie

Het budget van €2.500,00 werd door het beleid voor de werking van ORA VZW. Zij staan in voor de organisatie en verkoop van de Alkenbon en door acties en activiteiten het middenstandsklimaat in Alken te promoten.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€ 2.500,00

Niet van toepassing

MJP002008

Datum visumaanvraag:

niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft toestemming voor de betaling van

de toelagen van €2.500,00 aan de ORA VZW, BE0663552056, Steenweg 124 te 3570 Alken.

Artikel 2: De nodige kredieten zijn voorzien in het budget onder MJP002008.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Melding van een IIOA M259

Melding van een Ingedeelde Inrichting of Activiteit (IIOA) ingediend door de heer Nico Motmans wonende te Hendrikstraat 58 te 3570 Alken voor een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen (pas-decreet) op een perceel, gelegen Hendrikstraat 56, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 21 T en (afd. 1) sectie I 336 N.

 

De melding werd ingediend door dhr. Nico Motmans wonende te Hendrikstraat 58, 3570 Alken via het omgevingsloket op 28/11/2025.

 

Deze melding werd onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

Artikel 111 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning luidt:

“De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, gaat na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn bij of krachtens:

1° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;

2° artikel 4.2.2, § 1, van de VCRO.

 

Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van 30 dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.

 

Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.”

 

Voorwerp van de melding

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Hendrikstraat 56, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I, nrs. 21T en 336N.

 

Het betreft een melding van een tussentijdse reductie door beweiding in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen voor 110 dagen toegepast op 6 zoogkoeien, 7 runderen < 1 jaar en 1 ander rund (van de 85 runderen).

 

Bevoegdheid

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.

 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

 

Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter

De melding vindt plaats in bestaande, vergunde of vergund geachte gebouwen waar geen wijzigingen aan gebeuren.

 

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 in woongebied en agrarisch gebied.

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht

en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening

niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten,

voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische

voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor

zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens paraagrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan RUP of een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.

 

Omschrijving aanvraag

Het bedrijf is een rundveehouderij, meer bepaald een vleesveehouderij te Hendrikstraat 56, 3570 Alken.

 

De laatst verleende vergunning dateert van 23.09.2015. Deze vergunning is geldig tot 20.02.2028.

Er werd toen een vergunning verleend voor o.a.:

Rubriek

Omschrijving

9.4.3.a.1

9.4.3.c.1

Stallen voor 85 runderen verdeeld over het woongebied en agrarisch gebied

waarvan 25 runderen < 1 jaar, 25 runderen 1-2 jaar, 30 zoogkoeien en 5 andere

runderen.

 

De exploitant wenst met deze melding te voldoen aan de tussentijdse inspanning voor

rundveehouderijen die opgenomen werd in artikel 8 van het PAS-decreet. Deze tussentijdse

inspanning vereist dat iedere rundveehouder tegen 31/12/2025 een ammoniakemissiereducerende

maatregel met een minimaal rendement van 5% toepast.

 

De exploitant wenst volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen toe te passen om zo te voldoen aan het PAS-decreet:

Code

Beschrijving

Reductie

Toegepast op

PAS R-2.1b

Beweiding in combinatie met

leegstand in ingestrooide

rundveestallen voor 110 dagen

32,2%

6 zoogkoeien

 

PAS R-3.1d

Beweiding in combinatie met

leegstand in ingestrooide

rundveestallen voor 110 dagen

32,2%

7 runderen < 1 jaar

PAS R-7.1b

Beweiding in combinatie met

leegstand in ingestrooide

rundveestallen voor 110 dagen

32,2%

1 ander rund

 

De reductie van 5 % wordt toegepast op de vergunning als uitgangssituatie.

 

Beoordeling

Om aan de tussentijdse inspanning rundvee te voldoen, dient men tegen eind 2025, 5% reductie toe te passen op basis van de vergunning. De beweiding in combinatie met leegstand in ingestrooide rundveestallen voor 110 dagen geeft een reductie van 19,84 kg NH3/jaar of een reductie van 5 % NH3  tegen eind 2025.

 

In 2025 beschikte de exploitatie over 20,87 hectare grasland, en er is aangetoond voldoende mogelijkheden te hebben om de dieren te laten weiden.

 

Hiermee is aangetoond dat men over voldoende mogelijkheden beschikt om de PAS-maatregel van beweiding toe te passen.

 

De ammoniakemissie per dierplaats per jaar uit de stal wordt gereduceerd door de dieren gedurende een bepaalde periode van het jaar onbeperkt (24h/24h) te laten weiden. Voorwaarde is dat de stal of stalafdeling waarvoor de maatregel wordt ingeroepen gedurende deze periode volledig vrij is van dieren.

 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft een voorwaardelijk gunstig advies met volgende voorwaarden:

        Tijdens controle in de beweidingsperiode mogen geen dieren aanwezig zijn in de stal of stalafdeling, waarvoor de maatregel geldt.

        Om na te gaan of er voldoende graasweiden aanwezig zijn, moeten de verzamelaanvragen van de afgelopen 5 jaar altijd ter inzage voorgelegd kunnen worden aan de bevoegde toezichthouder.

        De weiden moeten geschikt zijn voor permanent beweiden: er zijn minstens water en schuilmogelijkheden voorzien.

        De veehouder noteert in een logboek de startdatum waarop de stal of stalafdeling volledig leeg komt en de datum van opstallen.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/12/2025 HET VOLGENDE:

 

Artikel 1. Er wordt akte genomen van de melding voor een tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen conform artikel 8 van het decreet over de Programmatische Aanpak Stikstof van 26 januari 2024, ingediend door dhr. Nico Motmans wonende te Hendrikstraat 58, 3570 Alken.

 

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen te Hendrikstraat 56, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I, nrs. 21T en 336N.

 

Artikel 2. De plannen en het meldingsdossier waarop deze akte gebaseerd is, maken integraal deel uit van de meldingsakte.

 

Artikel 3. De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende milieuvoorwaarden:

 

  1. De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM.
  2. Volgende bijzondere milieuvoorwaarden:

        Tijdens controle in de beweidingsperiode mogen geen dieren aanwezig zijn in de stal of stalafdeling, waarvoor de maatregel geldt.

        Om na te gaan of er voldoende graasweiden aanwezig zijn, moeten de verzamelaanvragen van de afgelopen 5 jaar altijd ter inzage voorgelegd kunnen worden aan de bevoegde toezichthouder.

        De weiden moeten geschikt zijn voor permanent beweiden: er zijn minstens water en schuilmogelijkheden voorzien.

        De veehouder noteert in een logboek de startdatum waarop de stal of stalafdeling volledig leeg komt en de datum van opstallen.

 

De opgesomde algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Deze opsomming is louter indicatief. Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/

 

 

Uitvoerbaarheid

U mag het project uitvoeren of exploiteren de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte.

 

Aanplakking

U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

 

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : "BEKENDMAKING MELDINGSAKTE".

 

Verval

De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;

2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;

4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

 

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

 

Beroepsmogelijkheid

U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:

Raad voor Vergunningsbetwistingen

p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges

Koning Albert II-laan 35 bus 81

1030 Brussel

 

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

 

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

 

U bent een rolrecht verschuldigd van:

        200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;

        100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

 

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

 

Meer info

De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in

        het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,

        het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

        het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.

        Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Omgevingsvergunning 1058

Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een tijdelijke woonunit ingediend door Sévérine Vanderstraeten wonende te Hasseltsesteenweg 37 te 3720 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Oftingenstraat 3, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 543 B. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

 

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Sévérine Vanderstraeten wonende te Hasseltsesteenweg 37 te 3720 Hasselt

 

Ligging van het perceel:

Oftingenstraat 3

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie D nr. 543B

 

Projectnaam:

Oftingenstraat 3 - Vanderstraeten Séverine

 

Dossiernummer:

2025116

 

Intern dossiernummer:

1058

 

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025121314

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

het plaatsen van een tijdelijke woonunit

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

 

het plaatsen van een tijdelijke woonunit

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

 

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - woongebied met landelijk karakter en agrarisch gebied.

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaalculturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving

 

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt,

mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen). Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is wel gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. 287 d.d. 22.03.1978. Het betreft hier een oudere verkaveling van de jaren ‘70, deze verkaveling is ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, deze verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond meer vormen. Dit wordt bepaald onder andere door de volgende artikels 4.3.1§1 en 4.4.1§2 VCRO: Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar, zijn geen weigeringsgrond meer voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Het gewestplan blijft bijgevolg van toepassing;

 

Verordeningen :

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

Watertoets :

Overwegende dat het voorliggende project, het plaatsen van een tijdelijke woonunit betreft, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.

 

Milieu:

///

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

8 oktober 2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

3 november 2025

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Carla Van Acker

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

 

 

1.f. Historiek

Perceelnummer : (afd. 2) sectie D 543 B

De woning dateert van 1979 en wordt geacht vergund te zijn.

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

- Overwegende dat op 15/11/1978 een stedenbouwkundige vergunning  (1611) voor het bouwen van een eengezinswoning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

- Overwegende dat op 22/03/1978 een verkavelingsvergunning  (287) voor nieuwe verkaveling werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

Overwegende dat op 29/01/2025 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van de woning werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

De aanvraag is gesitueerd langs de Oftingenstraat, zijnde een gemeentelijke weg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De omgeving wordt gekenmerkt door lintbebouwing en achterliggende agrarische gebieden. De Oftingenstraat betreft een doodlopende straat die uitgeeft op het natuurgebied van de Mombeekvallei.

De aanvraag betreft het plaatsen van een woonunit. De woning op het perceel wordt verbouwd waardoor de bouwheer tijdelijk een onderkomen nodig heeft. Hij verkiest dit op zijn eigen perceel te doen in de achtertuin. Er wordt een woonunit geplaatst die na de ingebruikname van de voorliggende woning zal verwijderd worden. De duurtijd hiervan is maximaal 2 jaar.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan. Het betreft hier een oudere verkaveling d.d. 22.03.1978 met intern nummer 287, deze verkaveling is ouder dan 15 jaar waardoor er door de recente wijziging inzake de codextrein, deze verkavelingsvoorschriften geen weigeringsgrond

meer vormen. Toepassing van artikel 4.3.1§1 en 4.4.1§2 VCRO: Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar, zijn geen weigeringsgrond meer voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.

 

2.c. Adviezen

Er werden geen adviezen gevraagd.

 

2.d. Bespreking van de adviezen

///

 

2.e. Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

///

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft het plaatsen van een tijdelijke woonunit gedurende een periode van 2 jaar. De voorgestelde bebouwing is functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan.

● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de voorgestelde werken geen invloed zullen hebben op de mobiliteit.

● Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Het betreft de plaatsing van een woonunit om te voorzien in de bewoning van de eigenaars van de woning tijdens de verbouwing van het hoofdvolume. De voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. De inplanting is conform de vorm van het perceel en de mogelijkheden binnen het woongebied. Het betreft slechts een beperkte oppervlakte en volume, dewelke slechts tijdelijk zal geplaatst worden op het perceel.

● Visueel-vormelijke elementen: De woonunit bestaat uit een losstaande ingerichte constructie die gangbaar is als tijdelijke verblijfsruimte. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving en brengen de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang.

● Cultuurhistorische aspecten: Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf zal behouden blijven.

● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting op een voldoende ruime afstand ten aanzien van de aanpalende percelen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

///

 

Conclusie Voorwaardelijk gunstig advies

 

Gunstig advies, onder volgende voorwaarde:

        De tijdelijke woonunit in de tuinzone op het perceel geplaatst wordt dient maximaal na een periode van 2 jaar (te rekenen van deze vergunning) en/of maximaal 6 maanden na de voltooiing van de werken te worden weggehaald. Het terrein dient hersteld te worden en ingericht te worden als groene tuinzone behorende bij de woning.

        Voor de aansluiting op de nutsvoorzieningen dienen de voorzieningen van de woning gebruikt te worden.

        De carport met bijhorende verhardingen werd uit voorgaande vergunning voor het verbouwen van de woning gesloten. Huidige vergunning kan bijgevolg ook geen rechten op het bouwen van een carport en of bijhorende verhardingen doen gelden. Deze vergunning is enkel geldig voor de tijdelijk woonunit voor alle andere werken is de omgevingsvergunningen dd.29/01/2025 met referte 937 geldig.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/12/2025 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Sévérine Vanderstraeten wonende te Hasseltsesteenweg 37 te 3720 Hasselt, het plaatsen van een tijdelijke woonunit, gelegen Oftingenstraat 3, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie D 543 B voorwaardelijk te vergunnen.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

 

        De tijdelijke woonunit in de tuinzone op het perceel geplaatst wordt dient maximaal na een periode van 2 jaar (te rekenen van deze vergunning) en/of maximaal 6 maanden na de voltooiing van de werken te worden weggehaald. Het terrein dient hersteld te worden en ingericht te worden als groene tuinzone behorende bij de woning.

        Voor de aansluiting op de nutsvoorzieningen dienen de voorzieningen van de woning gebruikt te worden.

        De carport met bijhorende verhardingen werd uit voorgaande vergunning voor het verbouwen van de woning gesloten. Huidige vergunning kan bijgevolg ook geen rechten op het bouwen van een carport en of bijhorende verhardingen doen gelden. Deze vergunning is enkel geldig voor de tijdelijk woonunit voor alle andere werken is de omgevingsvergunningen dd.29/01/2025 met referte 937 geldig.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

 

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Omgevingsvergunning 1060

Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een ééngezinswoning met zwembad, bijgebouw en serre ingediend door Erna Keuppens wonende te Blanklaarstraat 11 te 3560 Lummen en Rita Keuppens wonende te Blanklaarstraat 11 te 3560 Lummen. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 4067 C, (afd. 2) sectie F 4067 D en (afd. 2) sectie F 4068 A. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Erna Keuppens wonende te Blanklaarstraat 11 te 3560 Lummen en Rita Keuppens wonende te Blanklaarstraat 11 te 3560 Lummen

 

Ligging van het perceel:

Doktoorstraat zn

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie F nrs. 4067C, 4067D en 4068A (lot 1)

 

Projectnaam:

Doktoorstraat zn - Keuppens

 

Dossiernummer:

2025119

 

Intern dossiernummer:

1060

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2025112395

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

het bouwen van een ééngezinswoning met zwembad, bijgebouw en serre

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

        Het bouwen van een ééngezinswoning

        De aanleg van een zwembad

        Het bouwen van een vrijstaand bijgebouw

        Het plaatsen van een serre

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk.(K.B.3/04/1979) – woongebied.

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het perceel niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en/of ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

De aanvraag is wel gelegen binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling met ref. V676 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 13.07.2022.

 

Overwegende dat de voorschriften van de verkaveling V676 d.d. 13.07.2022 primeren op die van het gewestplan.

 

Verordeningen:

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

Watertoets:

Overwegende dat het voorliggende project de realisatie van een nieuwbouw open ééngezinswoning betreft, waarbij de bebouwde oppervlakte beperkt is, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is.  Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.

 

Het perceel is niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied.

 

De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 203,8m².  Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 2 X 10 000 liter, dus in totaal 20 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 10 366 liter en een infiltratieoppervlakte van 36,3m².  Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine en het besproeien van de tuinzone en enkele buitenkranen.  Er wordt een zeer beperkte afwijking gevraagd aangaande het totaal volume van de regenwaterputten van 20.380 liter naar 20.000 liter.  Dit verschil is zeer beperkt en er wordt een grotere infiltratiezone voorzien op het eigen terrein dan er volgens de verordening dient voorzien te worden waardoor dit ter plaatse aanvaard kan worden.

 

Er werd op de plannen aangeduid dat de verhardingen voor de inrit, een tuinpad en de parking in waterdoorlatende materialen zullen worden aangelegd en door middel van stapstenen.  Het terras aan de achterzijde van de woning kan langs de verharding infiltreren in de tuinzone.  Voor deze verhardingen kan het hemelwater dus afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren langs en door de verharding gezien deze waterdoorlatend is.  De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.

 

Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.  De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.

 

De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater

 

Milieu:

///

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

10 oktober 2025

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

6 november 2025

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

10 december 2025

 

1.f. Historiek

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

De aanvraag betreft de realisatie van een open ééngezinswoning met de aanleg van een zwembad, de plaatsing van een vrijstaand bijgebouw en het plaatsen van een serre.

 

Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl.de Doktoorstraat, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand.  Huidig perceel maakt deel uit van een verkaveling bestaande uit 29 kavels gesitueerd in het verlengde van de Doktoorstraat, de Dieregaertstraat en langs de Langveldstraat.  Aan de linkerzijde situeert zich een open ééngezinswoning dewelke buiten de verkaveling gelegen is.  Aan de rechterzijde zijn de loten van de verkaveling nog onbebouwd.  Aan de achterzijde situeert zich een landbouwgrond.

 

De nieuwbouw woning wordt ingeplant op ongeveer 7m van de voorliggende rooilijn met de Doktoorstraat, conform het ingetekende bouwkader binnen de goedgekeurde verkaveling.  Het ontwerp voorziet een open ééngezinswoningen met een hoofdvolume bestaande uit 2 volwaardige bouwlagen afgewerkt met een plat dak.  Er blijft een afstand van ongeveer 4m behouden ten aanzien van de linker perceelsgrens en ongeveer 4m56 ten aanzien van de rechter perceelsgrens.  De volledige bebouwing wordt dus ruim binnen het voorziene goedgekeurde bouwkader ingeplant waarbij niet de volledige bebouwbare oppervlakte zal ingevuld worden.  De voorgestelde woning heeft een bouwdiepte van 12m71 en een bouwbreedte van 16m44.  De kroonlijsthoogte komt tot op een hoogte van ongeveer 6m35.  Er wordt gespeeld met de volumes door het voorzien van een lager volume aan de linkerzijde over een breedte van 3m50, bestaande uit slechts één bouwlaag, waar de garage zich situeert.  Alsook aan de achterzijde van de woning waar er over een diepte van ongeveer 2m88 een lager volume zal voorzien worden bestaande uit één bouwlaag waar het gelijkvloers niveau een meerdiepte zal hebben ten aanzien van de verdieping.

 

Het betreft een vrijstaande woning, opgetrokken in een moderne stijl met witte gevelpleister, een

genuanceerde beige/grijze gevelsteen in combinatie met geanodiseerde bruine aluminium ramen en

gevelbekleding

 

Achter de woning wordt er een beperkt vrijstaand bijgebouw voorzien met een oppervlakte van 23,8m².  Dit bijgebouw wordt ingeplant op 3m van de zijdelingse perceelsgrens (links).  De kroonlijsthoogte bedraagt 3m40 t.o.v. het maaiveld.  De materialisatie van dit bijgebouw sluit aan bij de woning.  Aan de rechterzijde van dit bijgebouw en op 5m50 van de achtergevel van de woning wordt er een zwembad aangelegd met een oppervlakte van 33,6m².

 

Verder zal er ook nog een beperkte serre geplaatst worden eveneens op 3m van de linker perceelsgrens en op 1m van de ingetekende bufferzone ten aanzien van het achterliggende agrarische gebied met een oppervlakte van 15,9m².

 

Het bestaande maaiveld zal beperkt worden aangepast in de zone voor de realisatie van de woning om de toegang tot de woning te verzekeren alsook i.f.v. het infiltratiebekken.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

Overwegende dat de aanvraag in regel is met de geldende verkaveling V676 d.d.13.07.2022.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

Fluvius

17 november 2025

26 november 2025

voorwaardelijk gunstig

De Watergroep

17 november 2025

18 november 2025

voorwaardelijk gunstig

 

2.d. Bespreking van de adviezen

     De aanvraag werd op 17.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius - Kenniscentrum riolering.  Op 26.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000115531 ontvangen.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven

     De aanvraag werd op 17.11.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan De Watergroep.  Op 18.11.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies via het omgevingsloket ontvangen.  De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven

 

2.e. Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

///

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

Gezien de aanvraag in regel is met de voorschriften van de geldende verkaveling V676 d.d. 13.07.2022 wordt de aanvraag cfr. art. 4.3.1. §2 3° van de codex verenigbaar geacht met de goede ruimtelijke ordening en is ze stedenbouwkundig aanvaardbaar.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

///

 

Conclusie

Voorwaardelijk gunstig advies

 

Voorwaarden

        De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 26.11.2025 met ref. 5000115531 dienen opgevolgd te worden.

        Het advies van de Watergroep d.d. 18.11.2025 dient nageleefd te worden.

        Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.

        Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.

        De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de voorgestelde zone voorzien voor de realisatie van de woning.

        De vergunninghouder is verplicht de groenaanplantingen uit te voeren binnen de vastgestelde bufferzone zoals goedgekeurd op het groenplan van de verkaveling volgens onderstaande modaliteiten:

        Er wordt een aanplant voorzien door middel van een bodembedekker bestaande uit Waldsteinia Ternata – Goudaardbei met een plantstructuur van 9 st/m², een haagbeuk 40/60 met 7 st/lm en de aanplant van Malus Everest 250/300 cm (sierappel Everste) in totaal 7 stuks.

        Er dient een voldoende groot plantgat voorzien voor de aanplant van de bomen – Malus Everest 250/300 cm, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal te voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.

        De bomen moeten aangeplant worden en de bufferzone moet aangelegd worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de woningen op het lot (1), waar de bufferzone gesitueerd is

        De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.  Bij mislukken van de aanplanting dient deze hernomen te worden op kosten van de aanvrager.  Deze werkwijze wordt herhaald tot de aanplanting de voorgeschreven aard heeft bereikt.

        Het achterliggende perceel ligt in agrarisch gebied en dient dus gevrijwaard te blijven van gebouwen en constructies.  De tuinzone dient strikt beperkt te blijven tot de vastgestelde woonzone.  Vertuining van het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming dient te worden uitgesloten.

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op!  Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 17/12/2025 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Erna Keuppens wonende te Blanklaarstraat 11 te 3560 Lummen en Rita Keuppens wonende te Blanklaarstraat 11 te 3560 Lummen, voor het bouwen van een ééngezinswoning met zwembad, bijgebouw en serre, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 4067 C, (afd. 2) sectie F 4067 D en (afd. 2) sectie F 4068 A, wordt vergund onder voorwaarden.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

        De algemene en bijzondere voorwaarden van Fluvius – kenniscentrum riolering d.d. 26.11.2025 met ref. 5000115531 dienen opgevolgd te worden.

        Het advies van de Watergroep d.d. 18.11.2025 dient nageleefd te worden.

        Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.

        Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.

        De voorgestelde reliëfwijziging dient zich te beperken tot de voorgestelde zone voorzien voor de realisatie van de woning.

        De vergunninghouder is verplicht de groenaanplantingen uit te voeren binnen de vastgestelde bufferzone zoals goedgekeurd op het groenplan van de verkaveling volgens onderstaande modaliteiten:

        Er wordt een aanplant voorzien door middel van een bodembedekker bestaande uit Waldsteinia Ternata – Goudaardbei met een plantstructuur van 9 st/m², een haagbeuk 40/60 met 7 st/lm en de aanplant van Malus Everest 250/300 cm (sierappel Everste) in totaal 7 stuks.

        Er dient een voldoende groot plantgat voorzien voor de aanplant van de bomen – Malus Everest 250/300 cm, (de grond wat loswoelen) en de boom op dezelfde diepte planten als in de kwekerij (vaak worden bomen te diep geplant). Minstens 1 boompaal te voorzien die aan de westzijde van de boom gezet moet worden. Aanplanten tussen half november en half februari. Als er dieren lopen in het perceel, moet een voldoende hoge en sterke afrastering rond de boom gezet worden.

        De bomen moeten aangeplant worden en de bufferzone moet aangelegd worden binnen het eerstvolgende plantseizoen, na voltooiing en/of ingebruikname van de woningen op het lot (1), waar de bufferzone gesitueerd is

        De vergunninghouder neemt alle nodige maatregelen om de nieuwe aanplantingen te doen slagen. Dit houdt in een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed. Bij uitval dient/dienen in het eerstvolgende plantseizoen de open gevallen plaats/plaatsen terug te worden ingevuld. In ieder geval is de aanvrager er toe gehouden om op zijn perceel de nieuwe aanplantingen tot volle wasdom te brengen.  Bij mislukken van de aanplanting dient deze hernomen te worden op kosten van de aanvrager.  Deze werkwijze wordt herhaald tot de aanplanting de voorgeschreven aard heeft bereikt.

        Het achterliggende perceel ligt in agrarisch gebied en dient dus gevrijwaard te blijven van gebouwen en constructies.  De tuinzone dient strikt beperkt te blijven tot de vastgestelde woonzone.  Vertuining van het terreingedeelte met agrarische gebiedsbestemming dient te worden uitgesloten.

        Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.

        De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.

        De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op!  Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

 

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Beslissing deputatie beroepsprocedure OMV 981

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Infosessie Aziatische hoornaar

Op maandag 9 maart 2026 om 19u30 in het St.-Jorisheem wordt een infosessie gegeven door de Limburgse imkersbond en imkersbond De vlijtige Bestuivers over de Aziatische hoornaar.

 

 Duur: ongeveer 2 uur

 Prijs: Inschrijven is gratis en kan via de site om (eventueel) een val te reserveren: www.libvzw.be/nl/besteluwval

 

De gemeente organiseert de infosessie (communicatie, voorzien van de zaal en drank). De imkersbonden voorzien een lesgever en verzorgen de inschrijvingen.

 

Feiten en context

Op maandag 9 maart 2026 om 19u30 in het St.-Jorisheem wordt een infosessie gegeven door de Limburgse imkersbond en imkersbond De vlijtige Bestuivers over de Aziatische hoornaar.

 

 Duur: ongeveer 2 uur

 Prijs: Inschrijven is gratis en kan via de site om (eventueel) een val te reserveren: www.libvzw.be/nl/besteluwval

 

De gemeente organiseert de infosessie (communicatie, voorzien van de zaal en drank). De imkersbonden voorzien een lesgever en verzorgen de inschrijvingen.

 

Juridische grond

Art. 2 van het Decreet Lokaal Bestuur: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.”;

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Door de infosessie worden burgers geïnformeerd over de aanwezigheid van Aziatische hoornaar, herkenning, het gebruik van selectieve vallen, het melden van nesten en de werking van de gemeente omtrent de bestrijding van de Aziatische hoornaar.

 

Financiële gevolgen

De gemeente Alken voorziet een locatie, communicatie en drank.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuring voor een infosessie gegeven door de imkersbonden in gemeenschapscentrum St.-Jorisheem op 9 maart om 19u30 over de Aziatische hoornaar. De gemeente Alken voorziet een locatie, communicatie en drank.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Subsidie onderhoud meidoornhaag

Op 8 december 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Frank De Bast, Grootstraat 198 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor onderhoud van een meidoornhaag op het perceel gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 1 Sectie E, perceelnummers 621a, 622c, 68c, 68b, 273a.

 

Feiten en context

Op 8 december 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Frank De Bast, Grootstraat 198 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor onderhoud van een meidoornhaag op het perceel gelegen op volgende perceelnummer, Afd. 1, Sectie E, perceelnummers 621a, 622c, 68c, 68b, 273a.

 

Juridische grond

Het gemeenteraadsbesluit van de gemeenteraad van 27 augustus 2020, houdende goedkeuring van een premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Met de subsidies voor de aanleg/aanplant en het onderhoud van de kleine landschapselementen wil de gemeente het onderhoud en de uitbreiding van kleine landschapselementen stimuleren. Voor het onderhoud van een meidoornhaag van 566 meter voorziet de gemeente € 0,50 per meter, met een maximum van €250.

 

Financiële gevolgen

De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€250,00

niet van toepassing

001221

Datum visumaanvraag:

niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Aan Frank De Bast, Grootstraat 198, 3570 Alken wordt een toelage van €250,00 toegekend voor onderhoud van een meidoornhaag van 566 meter, conform het gemeenteraadsbesluit van 27 augustus 2020 inzake een gemeentelijke premieregeling voor de aanplant en/of onderhoud van kleine landschapselementen.

Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP001221 van het budget 2025.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Subsidie verdelging van een nest Aziatische hoornaars

Op 2 december 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Katrien Maes, Ridderstraat 10, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars, gelegen op volgend adres: Ridderstraat 10 te 3570 Alken. Met de subsidies voor verdelging van de nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €45 (incl. BTW).

 

Feiten en context

Op 2 december 2025 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Katrien Maes, Ridderstraat 10, 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars, gelegen op volgend adres: Ridderstraat 10 te 3570 Alken.

 

Juridische grond

Artikel 56 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;

Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025, houdende goedkeuring van een subsidieregeling voor verdelging van een nest Aziatische hoornaars

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Met de subsidies voor verdelging van de secundaire nesten Aziatische hoornaars wil de gemeente de (honing)bijen en andere inheemse insecten beschermen. Voor het bestrijden van deze nesten  voorziet de gemeente de terugbetaling van het bedrag van de factuur van de brandweer of erkende verdelger, met een maximum van €45 (incl. BTW).

 

Financiële gevolgen

De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€45,00

21%

002001

Datum visumaanvraag:

Niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Aan Katrien Maes, Ridderstraat 10, 3570 Alken wordt een toelage van € 45,00  toegekend voor de verdelging van een secundair nest Aziatische hoornaars, conform het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 inzake een gemeentelijke subsidieregeling voor de verdelging van Aziatische hoornaars.

Artikel 2: De subsidie wordt betaald van registratiesleutel MJP002001 van het budget 2025.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Zwerfvuilactie Straat.net 2026

Limburg.net organiseert in 2026 opnieuw de grootscheepse sensibiliserende opruimactie: Straat.net. Scholen en verenigingen worden uitgenodigd om de handen uit de mouwen te steken.

In navolging van het succes van de vorige edities vraagt Limburg.net ook dit keer weer de gemeentelijke samenwerking.

        De opruimdagen zijn gepland op vrijdag 13, zaterdag 14 en zondag 15 maart 2026.

        Deelnemers ontvangen 15 euro per opgeruimde kilometer.

        De gemeente Alken voorziet i.s.m. Limburg.net het nodige opruimmateriaal: werkhandschoenen, grijpers, veiligheidsvestjes en afvalzakken.

        Er wordt een verzekering afgesloten voor de deelnemers.

        Men krijgt een aantal kilometers en straten toegewezen om op te ruimen. Bij de keuze van de straten wordt rekening gehouden met de veiligheid.

 

Limburg.net ondersteunt de deelnemers met een financiële tussenkomst van 15 euro per opgeruimde kilometer en de gemeente met de nodige opruimmateriaal.

 

Feiten en context

Limburg.net organiseert in 2026 opnieuw de grootscheepse sensibiliserende opruimactie: Straat.net. Scholen en verenigingen worden uitgenodigd om de handen uit de mouwen te steken.

In navolging van het succes van de vorige edities vraagt Limburg.net ook dit keer weer de gemeentelijke samenwerking.

        De opruimdagen zijn gepland op vrijdag 13, zaterdag 14 en zondag 15 maart 2026.

        Deelnemers ontvangen 15 euro per opgeruimde kilometer.

        De gemeente Alken voorziet i.s.m. Limburg.net het nodige opruimmateriaal: werkhandschoenen, grijpers, veiligheidsvestjes en afvalzakken.

        Er wordt een verzekering afgesloten voor de deelnemers.

        Men krijgt een aantal kilometers en straten toegewezen om op te ruimen. Bij de keuze van de straten wordt rekening gehouden met de veiligheid.

 

Limburg.net ondersteunt de deelnemers met een financiële tussenkomst van 15 euro per opgeruimde kilometer en de gemeente met de nodige opruimmateriaal.

 

Juridische grond

Art.56 Decreet lokaal bestuur

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

In navolging van het succes van de vorige edities vraagt Limburg.net ook dit keer weer de gemeentelijke samenwerking.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de deelname aan de zwerfvuilactie "Straat.net 2026" van Limburg.net.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Algemene vergadering Limburg.net

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Overzicht punten

Zitting van 17 12 2025

 

Communicatie niet verlenging IGP-werking

Eind 2024 zette Eerstelijnszone Herkenrode de samenwerkingsovereenkomst inzake de intergemeentelijke preventiewerking, die in 2020 afgesloten werd tussen de verschillende gemeentebesturen van de eerstelijnszone stop. Naar aanleiding van deze stopzetting, werd er met de lokale besturen gezocht naar een nieuwe structuur in het kader van het werkgeverschap en de daaraan gekoppelde financiering. De Vlaamse overheid blijft vasthouden aan de volgende taakomschrijving van intergemeentelijke preventiewerker: "het organiseren en uitvoeren van een lokaal preventief gezondheidsbeleid dat afgestemd is op verschillende initiatieven en thema's binnen de beleidsdoelstelling van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en de realisatie van Vlaamse gezondheidsdoelstellingen, en dat gebruik maakt van de preventiemethoden..." Tijdens de voorbereidende gesprekken is gebleken dat ELZ Herkenrode geen vragende partij meer is om het werkgeverschap op zich te nemen. Het werkgeverschap kan opgenomen worden door Gezondheidsmakers. Op basis van de financiering is een tewerkstelling van 0,80 VTE mogelijk. Bij een tewerkstelling van 1 VTE is er een meerkost van €9554 die doorgerekend wordt aan de verschillende besturen. Herk-de-Stad heeft eerder laten weten niet meer te willen deelnemen in de vernieuwde samenwerkingsovereenkomst. Hierdoor is ook een tewerkstelling van 0,8 VTE niet meer haalbaar. Na evaluatie van de vorige intergemeentelijke preventiewerker bleek dat er in de periode van 3,5 jaar te weinig gemeenschappelijke projecten gerealiseerd werden en dat de afstemming tussen de lokale besturen over de te behandelen prioritaire projecten moeilijk te maken was.

 

Feiten en context

Eind 2024 zette Eerstelijnszone Herkenrode de samenwerkingsovereenkomst inzake de intergemeentelijke preventiewerking, die in 2020 afgesloten werd tussen de verschillende gemeentebesturen van de eerstelijnszone stop. Naar aanleiding van deze stopzetting, werd er met de lokale besturen gezocht naar een nieuwe structuur in het kader van het werkgeverschap en de daaraan gekoppelde financiering. De Vlaamse overheid blijft vasthouden aan de volgende taakomschrijving van intergemeentelijke preventiewerker: "het organiseren en uitvoeren van een lokaal preventief gezondheidsbeleid dat afgestemd is op verschillende initiatieven en thema's binnen de beleidsdoelstelling van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en de realisatie van Vlaamse gezondheidsdoelstellingen, en dat gebruik maakt van de preventiemethoden..."

 

Juridische grond

Artikel 84 Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;

Besluit van de gemeenteraad van 24 september 2020 inzake de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst voor de intergemeentelijke preventiewerker;

Besluit van de gemeenteraad van 30 januari 2024 inzake de eenzijdige opzeg van de samenwerkingsovereenkomst door eerstelijnszone Herkenrode.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Tijdens de voorbereidende gesprekken is gebleken dat ELZ Herkenrode geen vragende partij meer is om het werkgeverschap op zich te nemen. Het werkgeverschap kan opgenomen worden door Gezondheidsmakers. Op basis van de financiering is een tewerkstelling van 0,80 VTE mogelijk. Bij een tewerkstelling van 1 VTE is er een meerkost van €9554 die doorgerekend wordt aan de verschillende besturen. Herk-de-Stad heeft eerder laten weten niet meer te willen deelnemen in de vernieuwde samenwerkingsovereenkomst. Hierdoor is ook een tewerkstelling van 0,8 VTE niet meer haalbaar. Na evaluatie van de vorige intergemeentelijke preventiewerker bleek dat er in de periode van 3,5 jaar te weinig gemeenschappelijke projecten gerealiseerd werden en dat de afstemming tussen de lokale besturen over de te behandelen prioritaire projecten moeilijk te maken was.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen wenst geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met de lokale besturen van de eerstelijnszone Herkenrode.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen licht de lokale besturen Hasselt, Herk-de-Stad, Diepenbeek en Zonhoven in over deze gemaakte keuze.

 

 

Publicatiedatum: 16/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.