Gemeente Alken

Zitting van 06 mei 2026

van 08:00 tot 09:00

 

Aanwezig: Marc Penxten, Burgemeester; Cindy Vandormael,Andres Lesire,Frank Vroonen,Elien Secretin,Pierrette Putzeys, Schepenen; Pascal Giesen, Algemeen directeur;

 

Vanaf punt 5.1 verlaat schepen Cindy Vandormael de zitting conform artikel 50 van het decreet Lokaal bestuur vanwege een belangenconflict

Vanaf punt 5.2 is schepen Cindy Vandormael aanwezig.

Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Verslag van de vorige zitting dd. 29.04.2026

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 29.04.2026 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Feiten en context

Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 29.04.2026 opgesteld.

Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische grond

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Niet van toepassing.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Aanvraag vergunning taxidienst

Gemeente Alken ontving een aanvraag voor een vergunning voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer, meer bepaald om 1 voertuigen (en 0 reservevoertuigen) in te zetten. De aanvraag werd ingediend op 27.04.2026.

 

Feiten en context

Gemeente Alken ontving een aanvraag voor een vergunning voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer, meer bepaald om 1 voertuigen (en 0 reservevoertuigen) in te zetten. De aanvraag werd ingediend door de hieronder vermelde exploitant op 27.04.2026

 

Juridische grond

Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

 

Adviezen

De gunstige resultaten van het onderzoek waartoe de aanvraag aanleiding gaf

 

Argumentatie

Betrokkene wenst een taxidienst met 1 voertuig uit te baten.
 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat de exploitant, Only Team, (Nasir Arif, Ahmad) met exploitatieadres Grootstraat 232, 3570 Alken, maatschappelijke zetel Grootstraat 232, 3570 Alken en ondernemingsnummer 0762574507 onder de voorwaarden van de hierboven vermelde wettelijke bepalingen wordt gemachtigd om

        van 06.05.2026 tot en met 05.05.2031 een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer te exploiteren op het grondgebied van het Vlaamse Gewest;

        1 voertuigen in te zetten,met identificatienummer(s) 0019246;

        0 voertuigen met identificatienummer alleen als ceremonievoertuig in te zetten;

        0 voertuigen met identificatienummer alleen als voertuig voor aangepast vervoer in te zetten;

        0 voertuigen in te zetten als reservevoertuig.

De exploitant betaalt voor deze vergunning (nr. 9492) een gemeentelijke retributie van € 437,47 zoals vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juni 2023 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Nieuws van de week

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Feiten en context

De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.

Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.

 

Juridische grond

Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur 

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.

Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid gekozen om te communiceren over het onthardingsproject van stagiair Kobe in de Aldegondislaan.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

DB-PPS De Molen - werfverslag nr. 18 d.d. 23.04.2026.

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Belastingkohier huishoudelijke afvalstoffen 2026

Vaststellen en uitvoerbaar verklaren van het belastingkohier inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen 2026.

 

Feiten en context

Vaststellen en uitvoerbaar verklaren van het belastingkohier.

 

Juridische grond

Decreet d.d. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Gemeenteraadsbesluit d.d.18 december 2025 met betrekking tot de belasting op het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen - directe inning.

 

Adviezen

Niet van toepassing.

 

Argumentatie

Het totaal van het belastingkohier voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen voor 2026 bedraagt € 606.758,00 De aanslagbiljetten worden verstuurd door Limburg.net eind mei 2026 en de betalingstermijn bedraagt 2 maanden.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten van deze belastingen zullen in eerste instantie opgevolgd worden door Limburg.net en worden vervolgens overgemaakt aan het gemeentebestuur en geboekt op MJP001019.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier 2026 met betrekking tot het inzamelen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van € 606.758,00.

Artikel 2: De verzendingsdatum wordt in overleg met Limburg.net vastgelegd eind mei en de betalingstermijn is 2 maanden.

Artikel 3: Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan Limburg.net.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Betaalbaarstelling facturen SC

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.

 

Feiten en context

Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
 

Juridische grond

Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
 

 Adviezen

Niet van toepassing.
 

Argumentatie

Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Bijdrage aan kerkfabriek Kortenbos

De gemeente Alken draagt momenteel voor 41,5% bij in de financiële werking van de kerkfabriek van de basiliek van Kortenbos, gelegen op het grondgebied van de stad Sint-Truiden. Deze verdeelsleutel is historisch gegroeid op basis van een parochiale context die op korte termijn fundamenteel wijzigt.

Concreet wordt voorzien in:

        de samenvoeging van de parochies Kortenbos, Zepperen en Melveren;

        de implementatie van het Kerkenbeleidsplan Sint-Truiden 2025.

Na deze samenvoeging vertegenwoordigen de inwoners van Alken binnen de nieuwe parochie nog slechts ongeveer 6,5%  (500 van de 7.700 inwoners) (Kerkenbeleidsplan Sint-Truiden 2017).

Deze gewijzigde context noopt de gemeente Alken tot een grondige herziening van haar financiële engagement.

Zie nota in bijlage.

 

De gemeente Alken draagt momenteel voor 41,5% bij in de financiële werking van de kerkfabriek van de basiliek van Kortenbos, gelegen op het grondgebied van de stad Sint-Truiden. Deze verdeelsleutel is historisch gegroeid op basis van een parochiale context die op korte termijn fundamenteel wijzigt.

Concreet wordt voorzien in:

        de samenvoeging van de parochies Kortenbos, Zepperen en Melveren;

        de implementatie van het Kerkenbeleidsplan Sint-Truiden 2025.

Na deze samenvoeging vertegenwoordigen de inwoners van Alken binnen de nieuwe parochie nog slechts ongeveer 6,5%  (500 van de 7.700 inwoners) (Kerkenbeleidsplan Sint-Truiden 2017).

Deze gewijzigde context noopt de gemeente Alken tot een grondige herziening van haar financiële engagement.

Zie nota in bijlage.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stemt in met de tweesporenstrategie zoals in de nota in bijlage uiteengezet.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen onderschrijft het beleidsstandpunt dat, gelet op de parochiesamenvoeging, geen verdere grond bestaat voor een bijdrage van Alken aan de kerkfabriek van Kortenbos.

Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen geeft opdracht om het overleg met Sint-Truiden formeel op te starten en parallel het verzoek aan de bisschop voor te bereiden.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Organisatie Molen Koer Sessions 08.05 aanpassing einduur

JH De Molen ontving een toelating voor de organisatie van Molen Koer Sessions op vrijdag 8 mei 2026. Echter werd het einduur verkeerd doorgegeven en vragen zij een einduur aan om 03u i.p.v. om 02u.  Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd om dit einduur aan te passen.

 

Feiten en context

JH De Molen ontving een toelating voor de organisatie van Molen Koer Sessions op vrijdag 8 mei 2026. Echter werd het einduur verkeerd doorgegeven en vragen zij een einduur aan om 03u i.p.v. om 02u.  Aan het college van burgemeester en schepenen wordt toelating gevraagd om dit einduur aan te passen.

 

Juridische grond

Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 juli 2025.

College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college

 

Adviezen

Advies van de politie: toegevoegd als bijlage.

 

Argumentatie

Niet van toepassing.

 

Financiële gevolgen

Niet van toepassing.

 

Besluit

Artikel 1:Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan JH De Molen om hun einduur van de organisatie Molen Koer Sessions op vrijdag 8 mei 2026 aan te passen van 02u naar 03u.

Artikel 2: Dit besluit betreft een wijziging op het besluit van 29.04.2026 inzake het sluitingsuur van Moeln Koer Sessions.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Machtiging vrijwilligers bewaking Molen Koer Sessions 08.05 - Kennisname burgemeesterbesluit 28.04.2026

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Overeenkomst aangifte vergoeding voor openbaar leenrecht via cultuurconnect

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Omgevingsvergunning 1102

Aanvraag omgevingsvergunning over: de bestemmingswijziging van het talentenhuis naar residentieel gebruik (wonen) ingediend door Gemeente Alken, Koen Vanmuysen met als contactadres Hoogdorpsstraat 38 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Grotstraat 5, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 422 R. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Gemeente Alken - Koen Vanmuysen met als contactadres Hoogdorpsstraat 38 te 3570 Alken

 

Ligging van het perceel:

Grotstraat 5

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 1 sectie I nr. 422R

 

Projectnaam:

Grotstraat 5 - Gemeente Alken

 

Dossiernummer:

202632

 

Intern dossiernummer:

1102

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2026036636

 

Type dossier:

Aanvraag omgevingsproject

 

1.b. Omschrijving aanvraag

de bestemmingswijziging van het Talentenhuis naar residentieel gebruik (wonen)

 

Werken

Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:

- Functiewijziging van gemeenschapsvoorzieningen naar residentieel gebruik

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied.

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)

 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP, noch binnen een niet vervallen goedgekeurde verkaveling.

 

Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

 

Verordeningen :

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.

Watertoets:

Overwegende dat het voorliggende project louter de bestemmingswijziging betreft van gemeenschapsvoorziening naar residentieel gebruik, zodat er geen wijzigingen zijn aan het watersysteem van het gebouw en het perceel.  Het perceel is ook niet gelegen in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. 

 

De gewestelijke verordening hemelwater is niet van toepassing gezien er geen wijziging van de afwatering wordt voorzien of aangelegd.

 

Milieu:

///

 

Stikstofdecreet:

Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.

 

De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

24 maart 2026

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

20 april 2026

Opening openbaar onderzoek

geen

Afsluiten openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

4 mei 2026

 

1.f. Historiek

Perceelnummer : (afd. 1) sectie I 422 R

De woning dateert van 1965 en wordt geacht vergund te zijn.

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

- Overwegende dat op 23/04/1963 een stedenbouwkundige vergunning (0082) voor het bouwen van een woonhuis werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen.

- Overwegende dat op 06/08/2007 een stedenbouwkundige vergunning (4926) voor de regularisatie van een uitbreiding van het gebouw en de bestemmingswijziging van kinderopvang naar muziek- en tekenacademie werd verleend door stedenbouw.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

Huidige aanvraag betreft de loutere bestemmingswijziging van functie van het gebouw van gemeenschapsvoorziening naar residentieel gebruik.

 

De aanvraag is gelegen aan een gemeenteweg, zijnde de Grotstraat, dewelke voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open, halfopen en gesloten ééngezinswoningen.  Op het rechter aanpalende perceel situeert zich een gesloten bebouwing.  Het aanpalende perceel links betreft nog een braakliggend perceel.  De omliggende bebouwingen verschillen zowel in jaar van opbouw als in bouwstijl.

 

De aanvraag betreft de bestemmingswijziging van muziek- en tekenacademie naar residentieel gebruik.  De tekenacademie is namelijk reeds enkele jaren geleden verhuisd naar de school in Terkoest en ook de muziekacademie zal na dit schooljaar verhuizen naar de gemeentelijke basisschool in het centrum waardoor dit gebouw zal komen leeg te staan.  In het verleden werd deze woning omgevormd naar de nieuwe bestemming van kunstacademie en het gemeentebestuur wenst nu de bestemming terug te wijzigen naar residentieel gebruik.  Het bestuur wenst na de bestemmingswijziging dit pand te verkopen op de particuliere markt als gesloten ééngezinswoning.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag is in overeenstemming met de geldende voorschriften van het gewestplan, zijnde woongebied.

 

2.c. Adviezen

Er werden geen adviezen gevraagd.

2.d. Bespreking van de adviezen

///

 

2.e. Openbaar onderzoek

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

///

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

        Functionele inpasbaarheid:  Gelet op zijn conformiteit met het geldende gewestplan is voorliggende bestemmingswijziging functioneel aanvaardbaar.  De bestemmingsvoorschriften blijven ongewijzigd t.o.v. het geldende gewestplan en er is rekening gehouden met de bestaande omliggende bebouwingen.

        Mobiliteitsaspect:  . Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat onderhavige aanvraag, zijnde de herbestemming naar residentieel gebruik geen invloed zal hebben op de mobiliteit, gezien er voldoende parkeerplaatsen worden voorzien op het eigen perceel.

        Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: Naar ruimtegebruik, schaal en bouwdichtheid vormt de voorgestelde herbestemming naar residentieel gebruik een voldoende samenhangend geheel zodat er geen overdreven ruimtebeslag is.  Er zijn geen wijzigingen ten opzichte van de bestaande toestand.  Een negatieve impact op de bedoelde beoordelingsaspecten kan worden uitgesloten gezien het voorgestelde ontwerp geen wijzigingen meebrengt aangaande de bestaande bebouwing noch volume voorzien op het perceel.  Het voorgestelde ontwerp is ruimtelijk inpasbaar gezien de bestaande gebouwenstructuur behouden blijft.

        Visueel-vormelijke elementen: Gezien de aanvraag een louter herbestemming naar residentieel gebruik omvat zal er aan de visueel-vormelijke aspecten van het bestaande gebouw niks gewijzigd worden.  De woning past inzake vorm en uitzicht bij de bestaande bebouwingen in de omgeving gezien het een gesloten betreft.  Het gevraagde kan als visueel-vormelijk in harmonie zijnde met zijn omgeving worden beschouwd.

        Cultuurhistorische aspecten: . Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.

        Het bodemreliëf: Het ontwerp wijzigt het bodemreliëf niet.

        Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de voorgestelde ingediende plannen, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden.  De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving  Er kan gesteld worden dat de gevraagde werken geen hinder zullen veroorzaken voor de buren en de omgeving gezien de bebouwing op voldoende afstand ten aanzien van de perceelsgrenzen is gesitueerd.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

///

 

Conclusie

Gunstig advies

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 06/05/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Gemeente Alken, Koen Vanmuysen met als contactadres Hoogdorpsstraat 38 te 3570 Alken, de bestemmingswijziging van het talentenhuis naar residentieel gebruik (wonen), gelegen Grotstraat 5, kadastraal bekend: (afd. 1) sectie I 422 R wordt vergund.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;

5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.

 

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:

1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;

2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

 

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

 

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

 

§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.

 

§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

 

§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

 

Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

 

In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

 

Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. (…)

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:

1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

5° ...;

6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;

7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;

8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.

 

Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.

 

De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:

1° de beroepsindiener;

2° de vergunningsaanvrager;

3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

4° het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
  2. het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)

 

Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.

 

Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

 

§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:

1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;

3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.

 

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.

 

De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

 

§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

 

(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)

 

Mededeling

 

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Omgevingsvergunning V704 voor het verkavelen van gronden - Robert Santermans wonende te Trepstraat 37 te 3570 Alken. Het betreft een aanvraag over: wijziging van een verkaveling in 2 loten halfopen bebouwing. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Trepstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 564 G en (afd. 1) sectie A 587 W.

Aanvraag omgevingsvergunning over: wijziging van een verkaveling in 2 loten halfopen bebouwing ingediend door Robert Santermans wonende te Trepstraat 37 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Trepstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 564 G en (afd. 1) sectie A 587 W. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Robert Santermans wonende te Trepstraat 37 te 3570 Alken

 

Ligging van het perceel:

Trepstraat zn.

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 1 sectie A nrs. 564G en 587W

 

Projectnaam:

Trepstraat - Santermans Robert

 

Dossiernummer:

20262

 

Intern dossiernummer:

V704

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2026005362

 

Type dossier:

Verkaveling

 

1.b. Omschrijving aanvraag

Realisatie van een verkaveling in 2 loten halfopen bebouwing

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter  (eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen de agrarische gebieden enkel mogen bevatten, de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in het geval van uitbreiding van bestaande bedrijven (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

   -  .

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het perceel is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan.

Voor het perceel werd er een verkavelingsvergunning verleend voor het verkavelen van 3 loten open bebouwing met ref. 135 door de deputatie Limburg op 30.06.1969.  Deze verkaveling werd gewijzigd op datum van 09.12.2005 met ref. 135quater (RWO 7003V00-0151V03) naar 1 lot open bebouwing en 2 loten halfopen bebouwing.  Deze verkaveling werd voor de onbebouwde loten niet gerealiseerd en kan dus als vervallen beschouwd worden.

 

Het blijft echter de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.

 

Verordeningen:

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Onder verwijzing naar artikel 1.3.1.1 van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid van 30/11/2018 werd voor deze aanvraag tot een omgevingsvergunning onderzocht of er een schadelijk effect door de werken en/of exploitatie wordt veroorzaakt.

Watertoets:

Het perceel is gelegen in een pluviaal overstromingsgevoelig gebied.

Bij zware lokale regenbuien kan het voorkomen dat de inbuizing van de Kozengracht onder de weg door het water niet kan trekken. Op dat moment kan het water (tijdelijk) over de weg heen stromen tot het weer via de open waterloop afwaarts de weg afgevoerd wordt.  Ook de open gracht is echter (licht) overstromingsgevoelig. Het water kan beperkt buiten de oevers treden.

 

Ingevolge artikel 1.3.1.1 betreffende de watertoets van het decreet integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, is het nodig een wateradvies te verkrijgen van de waterbeheerder. De waterbeheerder die dit advies officieel moet verstrekken is echter Watering De Herk. In kader van de watertoets en/of bindende bepalingen treedt de afdeling Waterbeheer van de provincie Limburg voor dit dossier op als ondersteunende advies verlenende instantie.

 

Er werd op 27.04.2026 een voorwaardelijk gunstig advies verleend door de dienst waterlopen, provincie Limburg, met ref. 2026N167826 - 2026 – 0660, zijnde:

Het kritisch overstromingspeil wordt bepaald op niveau 44,70 m TAW. Referentiepeilen in TAW zijn weergegeven op de plannen bij de aanvraag.

 

Er mag gebouwd worden omdat er geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het watersysteem voor zover voldaan wordt aan de onderstaande VOORWAARDEN:

 

Afstand tot de waterloop: vijfmeterzone vrij houden – zone non aedificandi

 

Afstand tot de waterloop

        De minimumafstand voor het oprichten van gebouwen, vaste constructies en vaste beplantingen tot de taludinsteek van de waterloop moet vijf meter bedragen, zowel op de linker- als de rechteroever, zodat het recht van doorgang, het afzetten van ruimingsproducten en het onderhoud van de waterloop gewaarborgd blijft.

        Leidingen of verhardingen binnen de vijfmeterzone moeten overrijdbaar zijn voor voertuigen met aslast 15 ton en totaal gewicht tot 30 ton.

        Binnen een afstand van 6 m langs de waterloop mogen geen naaldbomen geplant of herplant worden.

        Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts van de bovenste rand van het talud indien: - een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt - de houtkant regelmatig teruggezet wordt en indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder - voor een andere plantwijze geopteerd wordt nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.

        Ophoging van de oever van de waterloop is niet toegestaan.

 

Afrasteringen en afsluitingen

        Om het talud te beschermen kan de waterbeheerder aangelanden verplichten om gronden die aan een waterloop of publieke gracht palen en die begraasd worden, af te rasteren.

        Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop.

        De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn.

        De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.

 

Watertoets

        Het vloerpeil (gelijkvloers) moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gelegen zijn = 44,70 m TAW + 10 cm = 44,80 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil Cfr. de terreinsnedes bij de aanvraag wordt het vloerpeil op niveau 45,00 m TAW voorzien. Dit is overstromingsveilig

        Het bouwen van kelders en ondergrondse garages is niet toegestaan.

        Er kan wel gebouwd worden op een (overstroombare) kruipkelder.

        Doorvoeren van nutsleidingen en andere leidingen onder het overstromingsveilig vloerpeil moeten waterdicht uitgevoerd worden.

        Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het overstromingsveilig vloerpeil.

        Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.

        Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het overstromingsveilig vloerpeil opgesteld worden.

        Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.

        Het niveau van het maaiveld rond de woning moet maximaal bewaard blijven.

        Uitgezonderd kleine nivelleringen in het kader van de tuinaanleg, is elke ophoging van de vijfmeterzone (zone non aedificandi) van de waterloop met aangevoerde grond of verplaatste grond van elders op het perceel niet toegestaan.

        Daar waar het vloerpeil of het terras merkelijk boven het niveau van tuin uitsteekt, moet de toegang gemaakt worden via trapjes of hellende vlakken.

        Bij een vergunningsaanvraag voor een woning in de verkaveling moet het niveauverschil tussen het vloerpeil en het terrein rond de woning op alle terreinprofielen, doorsnedes en gevelaanzichten te zien zijn.

 

RICHTLIJN GEWIJZIGD AFSTROMINGSREGIME 

Voor de richtlijn “gewijzigde afstromingsregime” is een positieve uitspraak mogelijk indien voldaan wordt aan de vigerende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen (10 februari 2023).

 

Volgende VOORWAARDEN worden echter opgelegd: 

        Een infiltratievoorziening moet in de achtertuin aangelegd worden.

        De infiltratievoorziening mag niet via een buisaansluiting in de waterloop of op de openbare riolering aangesloten worden.

        In noodgeval moet de infiltratievoorziening oppervlakkig overlopen in de eigen tuin, waar het water de kans krijgt om in de teelaarde te absorberen en op een natuurlijke manier oppervlakkig naar de waterloop af te stromen.

        Door intensief herbruik van het opgevangen hemelwater in alle toiletten en wasmachines kan de bouwheer een overloop van de infiltratievoorziening vermijden en wordt een al te natte tuin tegengegaan.’

 

Op 29.04.2026 heeft Watering de Herk het advies van de dienst waterlopen bevestigd en volgende bijkomende voorwaarden opgelegd:

MACHTIGINGEN

Inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de waterloop: machtiging van de waterbeheerder is vereist voor:

        ophoging van de oever binnen vijf meter vanaf de rand van de overwelving/taludinsteek van de waterloop: er is geen ophoging op het plan aangeduid

        aanbrengen van oeververdediging, overwelving, herprofilering, verlegging of andere werken aan de waterloop: er is geen werk aan de waterloop op het plan aangeduid.

        lozingen en lozingsconstructies (ook van regenwater ) in de waterloop (ook voor tijdelijke lozingen): er is geen lozing op het plan aangeduid

 

Bijkomende voorwaarde: De aanwezige vegetatie dient in regel te worden gebracht met de bepalingen zoals hierboven vermeld.’

 

Er wordt een gescheiden riolering voorzien waarbij het afvalwater gescheiden zal worden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen.

 

De voorliggende aanvraag voldoet mits de opgelegde voorwaarden aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.

 

Milieu:

///

 

Natuur:

De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een “Ramsar”-gebied of vogelbeschermingsgebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 79/409/EEG van 02.04.1979).

 

De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een habitatrichtlijngebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 92/43/EEG van 21.05.1992)

 

De aangevraagde werken zullen geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone veroorzaken.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

17 januari 2026

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

10 februari 2026

Opening openbaar onderzoek

19 februari 2026

Afsluiten openbaar onderzoek

20 maart 2026

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

30 april 2026

 

1.f. Historiek

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

Voor het perceel werd er een verkavelingsvergunning verleend voor het verkavelen van 3 loten open bebouwing met ref. 135 door de deputatie Limburg op 30.06.1969.  Deze verkaveling werd gewijzigd op datum van 09.12.2005 met ref. 135quater (RWO 7003V00-0151V03) naar 1 lot open bebouwing en 2 loten halfopen bebouwing.

Deze verkaveling werd echter voor de onbebouwde loten niet gerealiseerd waardoor deze als vervallen kan beschouwd worden voor de onbebouwde loten, gezien er niet voldaan werd aan de vervalregeling opgenomen in artikel 102 § 1 van het omgevingsvergunningsdecreet.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

Het betreft de realisatie van een verkaveling van een perceel grond in 2 kavels halfopen bebouwing.

 

De aanvraag is gelegen aan een gemeenteweg, zijnde de Trepstraat, dewelke voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open en halfopen ééngezinswoningen.  Aan de achterzijde van het perceel situeert zich een agrarisch gebied.  Aansluitend op het linker  aanpalende perceel situeert zich een open bebouwing.  De omliggende bebouwingen verschillen zowel in jaar van opbouw als in bouwstijl.  Aan de rechterzijde grenst het perceel aan de Kozenbeek, waterloop van 2e categorie in het beheer van Watering de Herk.

 

De aanvraag betreft de realisatie van een verkaveling in 2 loten halfopen bebouwing ten aanzien van de Trepstraat.  Er worden 2 loten gerealiseerd waarbij het nieuw gevormde lot 1 een oppervlakte zal hebben van 7a06 en lot 2 een oppervlakte zal hebben van 7a94.  Lot 1 heeft een straatbreedte van ongeveer 14m16 ten opzichte van de voorliggende weg.  Lot 2 heeft een straatbreedte van ongeveer 18m82, maar door de diagonale ligging van de zijdelingse perceelsgrens langs de Kozenbeek wordt dit perceel smaller naar de achterste perceelsgrens.  Er wordt op de loten een bouwbreedte voorzien van ongeveer 11m voor lot 1 en 13m aan de voorgevellijn en 9m36 aan de achtergevellijn voor lot 2.  Voorgestelde bouwzone heeft een diepte van 17m op het gelijkvloers niveau en 12m op de verdieping.

 

De bouwzone werd ingetekend op ongeveer 8m ten aanzien van de voorliggende rooilijn, cfr. de omliggende bebouwingen, en de voorgestelde loten hebben een diepte van ongeveer 50m waardoor er nog ruim voldoende ruimte is op het perceel om te kunnen voorzien in een kwalitatieve groene buitenruimte bij de woningen.  De bouwlijn verspringt iets naar achter voor beide loten omwille van de draai in de voorliggende weg.

 

De voorschriften voorzien in grote lijnen volgende bebouwingsmogelijkheden:

* Hoofdbestemming

Grondgebonden open ééngezinswoning

* Hoofdgebouw:

- Bouwdiepte op gelijkvloers max. 17m

- Bouwdiepte op de verdieping: 12m

- 2 volwaardige bouwlagen onder hellend dak van max 45°

- Kroonlijsthoogte: 6m50 (vanaf peil gelijkvloers niveau)

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag is in overeenstemming met de geldende voorschriften van het gewestplan, zijnde woongebied met landelijk karakter.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

provincie Limburg - afdeling Waterbeheer

22 april 2026

27 april 2026

voorwaardelijk gunstig

info@wateringdeherk.be

10 februari 2026

29 april 2026

voorwaardelijk gunstig

Fluvius

10 februari 2026

19 februari 2026

voorwaardelijk gunstig

De Watergroep

10 februari 2026

11 februari 2026

voorwaardelijk gunstig

Omgevingsloket Wyre

10 februari 2026

12 februari 2026

voorwaardelijk gunstig

 

2.d. Bespreking van de adviezen

        De aanvraag werd op 22.04.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen, provincie Limburg.  Op 27.04.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend met ref. 2026N167826 - 2026 – 0660.  Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.

        De aanvraag werd op 10.02.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Watering de Herk.  Op 29.04.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend.  Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.

        De aanvraag werd op 10.02.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator.  Op 19.02.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000122285 ontvangen.  Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.

        De aanvraag werd op 10.02.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening.  Op 11.02.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket.  De integrale inhoud van dit advies kan worden bijgetreden en onderschreven.

        De aanvraag werd op 10.02.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Wyre.  Op 12.02.2026 werd er een gunstig advies ontvangen.  Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.

 

2.e. Openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 19 februari 2026 tot 20 maart 2026.

 

Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 19.02.2026 tot en met 20.03.2026.

 

Er werden geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

- functionele inpasbaarheid: Gelet op zijn conformiteit met het geldende gewestplan is voorliggende verkaveling functioneel aanvaardbaar.  De bestemmingsvoorschriften blijven ongewijzigd t.o.v. het geldende gewestplan en er is rekening gehouden met de bestaande omliggende bebouwingen.

- mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.

- schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft een verkaveling waarbij er 2 loten voor halfopen bebouwing worden gecreëerd.  De voorschriften voorzien een mogelijkheid tot bouwen die gebruikelijk is voor gelijkaardige percelen in een gelijkaardige context en kan bijgevolg ter plaatse aanvaard worden. Binnen de voorschriften werd er dan ook rekening gehouden met de inplanting, het volume en bouwdiepte van de omliggende woningen  De percelen zijn voldoende ruim om in een dergelijke bebouwing te kunnen voorzien waarbij er voldoende rekening kan gehouden worden met de privacy van de aanpalende percelen en het voorzien van een groen- en tuinaanleg op het eigen terrein.

- visueel-vormelijke elementen: Het bestaande verkavelingsontwerp en de voorschriften zijn in harmonie en sluiten aan bij de bestaande bebouwingen in de omgeving.  Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de variatie aan bouwtypes.

- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.

- het bodemreliëf: bij de realisatie van de verkaveling zullen er geen reliëfwijzigingen gebeuren.  Bij de realisatie van het ontwerp voor de bebouwing van deze percelen zal het bestaande reliëf dienen behouden te blijven en dienen de eventuele wijzigingen beperkt te blijven.

- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren verkaveling en het realiseerbare bouwvolume geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit.  De voorgestelde perceelindeling is voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. Er wordt een voldoende ruime afstand gerespecteerd ten opzichte van de vrijblijvende perceelsgrenzen om een onaanvaardbare schaduw- of privacyhinder te vermijden.  De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.  Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze verkaveling.  De goede ruimtelijke ordening van de plaats komt niet in het gedrang.  Voorgestelde verkaveling alsook de voorgestelde voorschriften kunnen derhalve qua vorm en afmetingen ter plaatse aanvaard worden.  Het ontwerp voldoet aan de vigerende normen en de algemene stedenbouwkundige voorschriften, waardoor het aanvaardbaar is voor wat betreft de beschouwde beoordelingscriteria.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

///

 

Conclusie

Voorwaardelijk gunstig advies

Gunstig advies, onder volgende opschortende voorwaarden:

        Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.

        In geval van stedenbouwkundige aanvragen voor bebouwing van de bouwloten die halfopen bebouwing toelaten, kan de aanvrager van een lot dat deel uitmaakt van een bouwblok, vrij, maar conform de voorschriften, bouwhoogte, dakvorm en materialisatie bepalen. De andere loten binnen hetzelfde bouwblok dienen zich hier verplichtend naar te richten.

        Lot 3 wordt uit de verkaveling gesloten.  Lot 3 betreft een achterliggend lot gesitueerd binnen agrarisch gebied dewelke zijn bestemming dient te behouden.  Hier mogen geen constructies noch gebouwen worden opgericht en dient de agrarische bestemming behouden te blijven.

        De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.

        De algemene en bijzondere voorwaarden van de dienst Waterlopen, provincie Limburg met ref. 2026N167826 - 2026 - 0660 d.d. 27.04.2026 dient stikt nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Watering de Herk d.d. 29.04.2026 dient strikt nageleefd te worden.  De aanwezige vegetatie dient in regel te worden gebracht met de bepalingen zoals vermeld in het advies.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 19.02.2026 met ref. 5000122285 dient strikt te worden nageleefd.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 11.02.2026 dient nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre d.d. 12.02.2026 dient nageleefd te worden.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 13/05/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Robert Santermans wonende te Trepstraat 37 te 3570 Alken, voor de realisatie van een verkaveling in 2 loten halfopen bebouwing, gelegen Trepstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 1) sectie A 564 G en (afd. 1) sectie A 587 W te vergunnen onder voorwaarden.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

        Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.

        In geval van stedenbouwkundige aanvragen voor bebouwing van de bouwloten die halfopen bebouwing toelaten, kan de aanvrager van een lot dat deel uitmaakt van een bouwblok, vrij, maar conform de voorschriften, bouwhoogte, dakvorm en materialisatie bepalen. De andere loten binnen hetzelfde bouwblok dienen zich hier verplichtend naar te richten.

        Lot 3 wordt uit de verkaveling gesloten.  Lot 3 betreft een achterliggend lot gesitueerd binnen agrarisch gebied dewelke zijn bestemming dient te behouden.  Hier mogen geen constructies noch gebouwen worden opgericht en dient de agrarische bestemming behouden te blijven.

        De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.

        De algemene en bijzondere voorwaarden van de dienst Waterlopen, provincie Limburg met ref. 2026N167826 - 2026 - 0660 d.d. 27.04.2026 dient stikt nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Watering de Herk d.d. 29.04.2026 dient strikt nageleefd te worden.  De aanwezige vegetatie dient in regel te worden gebracht met de bepalingen zoals vermeld in het advies.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 19.02.2026 met ref. 5000122285 dient strikt te worden nageleefd.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 11.02.2026 dient nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre d.d. 12.02.2026 dient nageleefd te worden.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Verval van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 102.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij geen nieuwe wegen worden aangelegd of het tracé van bestaande gemeentewegen niet moet worden gewijzigd, verbreed of opgeheven, vervalt van rechtswege als:

1° binnen een termijn van vijf jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar of de vestiging van erfpacht of opstalrecht ten aanzien van ten minste één derde van de kavels;

2° binnen een termijn van tien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot dergelijke registratie ten aanzien van ten minste twee derde van de kavels.

 

Voor de toepassing van het eerste lid:

1° wordt met verkoop gelijkgesteld: de nalatenschapsverdeling en de schenking, met dien verstande dat slechts één kavel per deelgenoot of begunstigde in aanmerking komt;

2° komt de verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar, of de vestiging van erfpacht of opstalrecht van de verkaveling in haar geheel niet in aanmerking;

3° komt alleen de huur die erop gericht is de huurder te laten bouwen op het gehuurde goed in aanmerking.

 

Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met verkoop gelijkgesteld.

 

§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij nieuwe wegen worden aangelegd of waarbij het tracé van bestaande gemeentewegen gewijzigd, verbreed of opgeheven wordt, vervalt van rechtswege als:

1° binnen een termijn van vijf jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot de oplevering van de onmiddellijk uit te voeren lasten of tot het verschaffen van waarborgen betreffende de uitvoering van deze lasten op de wijze, vermeld in artikel 75;

2° binnen een termijn van tien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de in paragraaf 1 vermelde rechtshandelingen ten aanzien van ten minste één derde van de kavels;

3° binnen een termijn van vijftien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de in paragraaf 1 vermelde rechtshandelingen ten aanzien van ten minste twee derde van de kavels.

 

Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met verkoop gelijkgesteld.

 

§ 3. Als de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, worden de termijnen van verval, vermeld in de paragrafen 1 tot en met 2, gerekend per fase. Voor de tweede en volgende fasen worden de termijnen van verval dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de betrokken fase.

 

§ 4. Het verval, vermeld in paragraaf 1 en 2, 2° en 3°, geldt slechts ten aanzien van het niet bebouwde, verkochte, verhuurde of aan een erfpacht of opstalrecht onderworpen gedeelte van de verkaveling.

 

§ 5. Onverminderd paragraaf 4, kan het verval van rechtswege niet worden tegengesteld aan personen die zich op de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden beroepen als zij kunnen aantonen dat de overheid na het verval en ten aanzien van een of meer van hun kavels binnen de verkaveling, wijzigingen aan deze omgevingsvergunning heeft toegestaan of stedenbouwkundige of bouwvergunningen of stedenbouwkundige attesten heeft verleend in zoverre deze door de hogere overheid of de rechter niet onrechtmatig werden bevonden.

 

§ 6. De Vlaamse Regering kan maatregelen treffen aangaande de kennisgeving van het verval van rechtswege.

 

Artikel 103.

De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9, behoudens als de verkaveling in strijd is met een vóór de datum van de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

 

Artikel 104.

Een verkavelaar kan eenzijdig afstand doen van de rechten die hij verkregen heeft uit de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, tenzij al een aanvang werd genomen met de verwezenlijking van deze omgevingsvergunning, hetzij door het stellen van een of meer rechtshandelingen, vermeld in artikel 102, § 1, hetzij door de uitvoering van de werken waaraan de afgifte van de omgevingsvergunning verbonden werd.

 

Aan het geheel van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden verzaakt door de eigenaar die alle kavels heeft verworven of in geval van akkoord van alle eigenaars, ongeacht of deze omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk verwezenlijkt is.

 

Een verzaking wordt per beveiligde zending gemeld aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroep tegen beslissingen genomen in laatste administratieve aanleg – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 105.

§ 1. De uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunning, genomen in laatste administratieve aanleg, of de aktename of de niet-aktename van een melding, vermeld in artikel 111, kan bestreden worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de VCRO.

 

§ 2. Het beroep kan worden ingesteld door:

 1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;

 2° het betrokken publiek;

 3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

 4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

 5° ...;

 6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde.

 

De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.

 

 Als de aanvraag overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld is, kan het betrokken publiek alleen een beroep instellen als hij tijdens het openbaar onderzoek een gemotiveerd standpunt, opmerking of bezwaar heeft ingediend, tenzij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

 1° het beroep is ingegeven door een wijziging aan de vergunningsaanvraag, aangebracht na het openbaar onderzoek;

 2° het beroep is ingegeven door:

 a) een bijzondere milieuvoorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning, in het geval van een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;

 b) een voorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning, in het geval van een andere omgevingsvergunning, dan de vergunning vermeld in punt a);

 3° het betrokken publiek toont aan dat hij door specifieke omstandigheden in de onmogelijkheid was om een standpunt, opmerking of bezwaar in te dienen tijdens het openbaar onderzoek.

 

 De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, die nagelaten heeft een uitdrukkelijke beslissing te nemen in eerste administratieve aanleg, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden, behoudens overmacht.

 

§ 3. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen die ingaat:

 1° de dag na de datum van de betekening, voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

 2° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.

 

§ 4. Elk van de personen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, kan in de zaak tussenkomen.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Omgevingsvergunning V705 verkaveling

Aanvraag omgevingsvergunning over: het verkavelen van 2 loten open bebouwing ingediend door Ingrid Houbrechts wonende te Kunstlaan 4/9 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Eksterlaan zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 739 M7, (afd. 2) sectie F 739 L7 en (afd. 2) sectie F 739 N8. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.

 

VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN

1.a. Aanvraag

Aanvragers:

Ingrid Houbrechts wonende te Kunstlaan 4/9 te 3500 Hasselt

 

Ligging van het perceel:

Eksterlaan zn.

 

Kadastrale gegevens:

afdeling 2 sectie F nrs. 739M7, 739L7 en 739N8

 

Projectnaam:

Eksterlaan - Houbrechts Ingrid

 

Dossiernummer:

20263

 

Intern dossiernummer:

V705

 

ID omgevingsplatform:

OMV_2026011208

 

 

Type dossier:

Verkaveling

 

1.b. Omschrijving aanvraag

het verkavelen van 2 loten open bebouwing

 

1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften

Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk.(K.B.3/04/1979) – woonuitbreidingsgebieden.

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving

 

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

 

(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

 

Het goed is gelegen binnen de contouren van het goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Kerkveld’, definitief aangenomen door de gemeenteraad op 25/02/2016.  Voor de bewuste percelen gelden meer specifiek artikelnummer 3 – zone voor woonproject.

 

Overwegende dat de voorschriften van het RUP Kerkveld primeren op die van het gewestplan.

 

Verordeningen:

        Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;

        Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;

        Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)

        Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.

        Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.

 

1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)

Waterwetboek:

Onder verwijzing naar artikel 1.3.1.1 van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid van 30/11/2018 werd voor deze aanvraag tot een omgevingsvergunning onderzocht of er een schadelijk effect door de werken en/of exploitatie wordt veroorzaakt.

 

Watertoets:

De voorliggende aanvraag heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen zoals vastgesteld in bovenvermelde regelgeving, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is, en dat de aanvraag derhalve volledig verenigbaar is met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

 

Enkel door de toename van de verharde oppervlakte bij de bebouwing van deze percelen zal de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt worden; dit dient gecompenseerd te worden door de plaatsing van een hemelwaterput en de aanleg van een infiltratiezone bij de realisatie van een woning bij het verlenen van de omgevingsvergunning op deze percelen, overeenkomstig de normen vastgelegd in de geldende verordening.

 

Milieu:

///

 

Natuur:

De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een “Ramsar”-gebied of vogelbeschermingsgebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 79/409/EEG van 02.04.1979).

 

De aanvraag is niet gelegen in (de nabijheid van) een habitatrichtlijngebied (vastgesteld in toepassing van de EG-richtlijn 92/43/EEG van 21.05.1992)

 

De aangevraagde werken zullen geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone veroorzaken.

 

MER-screening

Het ingediende dossier bevat een MER-screeningsnota zoals vermeld in artikel 4.3.3. van het decreet van 05/04/1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid, gezien het project valt onder art.10.b van bijlage III uit het ‘Besluit van de Vlaamse Regering inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening’, d.d. 01.03.2013.

 

Uit deze nota kan worden afgeleid dat het project geen nadelige milieueffecten tot gevolg heeft; er zijn geen gevolgen voor de mensen, fauna en flora en monumenten en landschappen.  De argumenten van de aanvrager inzake de effecten op de omgeving kunnen worden gevolgd.  Hieruit kan afgeleid worden dat er geen significante of aanzienlijke milieugevolgen verwacht worden door de uitvoering van het project.  Gezien het om een woonproject gaat dat geen ongebruikelijke impact heeft op zijn omgeving, kan de m.e.r.-screeningsnota worden bijgetreden.

 

Er dient bijgevolg geen project-MER te worden opgemaakt voor de aangevraagde werken.

 

1.e. Procedureverloop

Procedurestap

Datum

Ontvangst aanvraag

2 februari 2026

Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs

17 februari 2026

Opening openbaar onderzoek

26 februari 2026

Afsluiten openbaar onderzoek

27 maart 2026

Gemeenteraad voor wegenwerken

geen

Dossierbehandelaar

Anne Hermans

Omgevingsambtenaar

Anne Hermans

Datum  verslag GOA

23 april 2026

 

1.f. Historiek

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.

 

2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag

Het betreft de aanvraag van een verkaveling van een perceel grond in 2 kavels voor open bebouwing.

 

Het perceel is gelegen aan de Eksterlaan, een gemeentelijke weg, geasfalteerde weg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand.  Huidig perceel maakt deel uit van een ontwikkeling gesitueerd binnen het binnengebied gelegen in het verlengde van de Lijsterlaan en Merellaan, meer bepaald binnen het RUP Kerkveld.  Het perceel grenst aan de rechterzijde aan de tuinzijde van de loten gesitueerd aan de Lijsterlaan 12 en 14 en het aanpalende lot aan de linkerzijde betreft nog een onbebouwd perceel.

 

De verkavelingsaanvraag heeft betrekking op een terrein van 13a33 gelegen in het centrum van de gemeente Alken, nabij de dorpskern.  Het betreft een verkaveling van 2 loten grondgebonden woningen in open bebouwing.  De loten open bebouwing hebben een oppervlakte gaande van 6a65 voor lot 1 en 6a68 voor lot 3.  De loten sluiten aan op de bestaande Eksterlaan.

 

Er wordt op de kavels een bouwzone voorzien van 15m diep en op de verdieping blijft de bouwdiepte beperkt tot 12m cfr. het RUP.  Elk perceel heeft nog een tuinzone van min. 24m achter de woning.

 

Binnen de bouwvrije strook ten aanzien van de zijdelingse perceelsgrens rechts kan er voor de loten eventueel wel een schakelelement geplaatst worden in de vorm van een carport aan de rechterzijde, dit werd ook zo aangeduid op het inplantingsplan.  Het hoofdvolume blijft echter 3m van de zijdelingse perceelsgrens verwijderd.

 

De bouwzone werd ingetekend cfr. de omliggende bebouwingen, en de voorgestelde loten hebben nog een diepte vanaf de bouwlijn gaande van ongeveer 44m waardoor er nog voldoende ruimte is op het perceel om te kunnen voorzien in een kwalitatieve groene buitenruimte bij de woningen.  Voorliggend aan deze percelen is er nog een voortuinzone van 5m tot aan het voorliggende openbaar domein gezien de woningen op gelijke bouwlijn werden ingeplant als de overige loten binnen het RUP Kerkveld.

 

De voorschriften van het RUP Kerkveld werden overgenomen voor de bebouwingsmogelijkheden op de percelen.

 

2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)

De aanvraag wijkt af van de voorschriften van het RUP Kerkveld voor wat betreft de zone voor sociaal wonen (in overdruk).

 

Conform artikel 4.4.1.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningen kunnen in een stedenbouwkundige vergunning, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen. Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

 

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

 

De voorschriften van het RUP stellen dat:

‘Art. 7 Zone voor sociaal wonen (in overdruk)

De zone is bestemd voor de oprichting van sociale woningen incl. de oprichting van ontsluitingswegen. Nevenbestemmingen zijn niet toegestaan. Indien er binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van fase 2 geen stedenbouwkundige aanvraag tot vergunning van een sociaal woonproject is ingediend, vervalt deze bestemmingszone en worden de voorschriften van de onderliggende bestemmingszone van toepassing. Bij een eventuele vergunningsaanvraag voor een privaat woonproject na deze periode van 5jaar, dient er door de aanvrager aangetoond te worden dat de nodige inspanningen voor het realiseren van een sociaal koopwoonproject geleverd werden.’

 

Voor de realisatie van een ontwikkeling op deze percelen dient er dus gekeken te worden naar de vastgestelde termijn van 5 jaar na de inwerkingtreding van fase 2 van het RUP.

 

RUP Kerkveld:

0.10 Fasering

De resterende delen van het binnengebied (fase 2) kunnen/konden pas ontwikkeld worden indien aan al de onderstaande voorwaarden is/werd voldaan:

- de volgende fase kan pas vanaf 2017 worden aangevat,

- voor de ontwikkeling van minstens 60% van het aantal toegestane wooneenheden in de eerste fase dient een verkavelingsvergunning of stedenbouwkundige vergunning voor een groepswoningbouwproject afgeleverd te zijn én voor minstens 60% van de gerealiseerde wooneenheden / kavels dient de verkoop vastgelegd te zijn in een verkoopakte,

- de wegeniswerken binnen fase 1 dienen te zijn uitgevoerd.

 

Er werd op 23.11.2016 een verkaveling afgeleverd voor de realisatie van 61 loten binnen het RUP, fase I. 

Op 2 juni 2020 werd er een attest van notaris Snyers afgeleverd waarbij wordt verklaard dat er 42 percelen werden verkocht van de loten gerealiseerd binnen fase I.  Er werden in totaal 61 loten gerealiseerd binnen fase I van het RUP door middel van de afgeleverde verkaveling 631 d.d. 23.11.2016.  60% van 61 loten is 36,6 loten.  Er kan/kon dus worden geconcludeerd dat er voldoende loten werden geregistreerd voor verkoop.

De wegeniswerken binnen fase I werden reeds voorlopig opgeleverd via pv van 18/09/2018.

Er is/werd dus voldaan aan de voorwaarden gesteld binnen het RUP Kerkveld voor het verder te kunnen ontwikkelen van fase II.

 

Op 16 september 2020 werd er een omgevingsvergunning verleend voor het verkavelen van gronden in 18 loten halfopen bebouwing en 2 loten open bebouwing voor percelen gesitueerd binnen fase 2 van het RUP, zijnde de Vinkenlaan.  Fase 2 werd bijgevolg aangevat op 16 september 2020.

 

Op 24 september 2025 werd er een goedkeuring verleend door het college van burgemeester en schepenen waarbij gesteld werd dat de voorwaarde bepaald in artikel 7 – zone voor sociaal wonen vervalt omwille van het feit dat er binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van fase 2 geen aanvraag werd ingediend voor een sociaal woonproject.  Er werd ook voldoende aangetoond door de eigenaar dat er de nodige inspanningen werden geleverd voor het realiseren van een sociaal koopwoonproject.

 

De bestemming van de onderliggende zone worden bijgevolg van toepassing, zijnde artikel 4 – zone voor een verdicht woonproject.

 

2.c. Adviezen

Externe Adviezen

Adviesinstantie

 

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Conclusie

Fluvius

17 februari 2026

2 maart 2026

voorwaardelijk gunstig

De Watergroep

17 februari 2026

18 februari 2026

voorwaardelijk gunstig

Omgevingsloket Wyre

17 februari 2026

20 februari 2026

voorwaardelijk gunstig

 

2.d. Bespreking van de adviezen

        De aanvraag werd op 17.02.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius System Operator.  Op 02.03.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 5000122839 ontvangen.  Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.

        De aanvraag werd op 17.02.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening.  Op 18.02.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies geformuleerd via het omgevingsloket.  De integrale inhoud van dit advies kan worden bijgetreden en onderschreven.

        De aanvraag werd op 17.02.2026 digitaal voor advies voorgelegd aan Wyre.  Op 20.02.2026 werd er een voorwaardelijk gunstig advies met ref. 25228108 ontvangen.  Dit advies wordt bijgetreden en onderschreven.

 

2.e. Openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 26 februari 2026 tot 27 maart 2026.

 

Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en geen digitale bezwaren

 

2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek

Overwegende dat het openbaar onderzoek werd gehouden van 26.02.2026 tot en met 27.03.2026.

 

Er werden geen bezwaren ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

 

2.g. Beoordeling

Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:

De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.

 

- functionele inpasbaarheid: Gelet op zijn conformiteit met het geldende gewestplan en het RUP Kerkveld is voorliggende verkaveling functioneel aanvaardbaar.

- mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.  Het betreft 2 loten in open bebouwing met een mogelijkheid tot het oprichten van een carport in de zijtuinstrook.  Er is dus voldoende ruimte op het eigen terrein voor het stallen van de voertuigen.

- schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft een verkaveling waarbij er 2 loten voor open bebouwing worden gecreëerd.  De voorschriften voorzien een mogelijkheid tot bouwen die gebruikelijk is voor gelijkaardige percelen in een gelijkaardige context binnen het RUP Kerkveld en kan bijgevolg ter plaatse aanvaard worden.  Binnen het ontwerp werd er dan ook rekening gehouden met de inplanting, het volume en bouwdiepte van de omliggende woningen en de voorschriften van het RUP.  De percelen zijn voldoende ruim om in een dergelijke bebouwing te kunnen voorzien waarbij er voldoende rekening kan gehouden worden met de privacy van de aanpalende percelen en het voorzien van een groen- en tuinaanleg op het eigen terrein.

- visueel-vormelijke elementen: Het bestaande verkavelingsontwerp en de voorschriften zijn in harmonie en sluiten aan bij de bestaande bebouwingen in de omgeving.  Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving.

- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.

- het bodemreliëf: bij de realisatie van de verkaveling zullen er geen reliëfwijzigingen gebeuren.  Bij de realisatie van het ontwerp voor de bebouwing van deze percelen zal het bestaande reliëf dienen behouden te blijven en dienen de eventuele wijzigingen beperkt te blijven.

- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren verkaveling en het realiseerbare bouwvolume geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit.  De voorgestelde perceelsindeling is voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. Er wordt een voldoende ruime afstand gerespecteerd ten opzichte van de vrijblijvende perceelsgrenzen om een onaanvaardbare schaduw- of privacyhinder te vermijden.  De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.  Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze verkaveling.  De goede ruimtelijke ordening van de plaats komt niet in het gedrang.  Voorgestelde verkaveling alsook de voorgestelde voorschriften kunnen derhalve qua vorm en afmetingen ter plaatse aanvaard worden.  Het ontwerp voldoet aan de vigerende normen en de algemene stedenbouwkundige voorschriften, waardoor het aanvaardbaar is voor wat betreft de beschouwde beoordelingscriteria.

 

Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:

///

 

Conclusie

Voorwaardelijk gunstig advies

Gunstig advies, onder volgende opschortende voorwaarden:

        Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.

        De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 02.03.2026 met ref. 5000122839 dient strikt te worden nageleefd.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 18.02.2026 dient nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre d.d. 20.02.2026 met ref. 25228108 dient strikt nageleefd te worden.

        De stedenbouwkundige voorschriften van het RUP Kerkveld zijn van toepassing op deze loten.

        Er mogen geen terrassen voorzien worden op de verdieping, gezien dit grondgebonden woningen betreffen waarbij de buitenruimte dient voorzien te worden op het gelijkvloers niveau.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Besluit

BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 06/05/2026 HET VOLGENDE:

 

1. De aanvraag ingediend door Ingrid Houbrechts wonende te Kunstlaan 4/9 te 3500 Hasselt, voor het verkavelen van 2 loten open bebouwing, gelegen Eksterlaan zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 739 M7, (afd. 2) sectie F 739 L7 en (afd. 2) sectie F 739 N8 te vergunnen onder voorwaarden.

 

2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:

        Er mag maximaal één inrit naar de openbare weg voorzien worden per lot dewelke niet breder is dan 4,5m.

        De verkavelaar dient zelf en op eigen kosten de nodige stappen te ondernemen om de aansluitbaarheid van de loten op de nutsvoorzieningen te waarborgen, dit cfr. de geldende bepalingen van de verschillende nutsmaatschappijen.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius d.d. 02.03.2026 met ref. 5000122839 dient strikt te worden nageleefd.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening d.d. 18.02.2026 dient nageleefd te worden.

        Het voorwaardelijk gunstig advies van Wyre d.d. 20.02.2026 met ref. 25228108 dient strikt nageleefd te worden.

        De stedenbouwkundige voorschriften van het RUP Kerkveld zijn van toepassing op deze loten.

        Er mogen geen terrassen voorzien worden op de verdieping, gezien dit grondgebonden woningen betreffen waarbij de buitenruimte dient voorzien te worden op het gelijkvloers niveau.

 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.

 

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

 

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

 

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

2° het betrokken publiek;

3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

 

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

 

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

 

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

 

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

 

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

 

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

 

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

 

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

 

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Verval van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Artikel 102.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij geen nieuwe wegen worden aangelegd of het tracé van bestaande gemeentewegen niet moet worden gewijzigd, verbreed of opgeheven, vervalt van rechtswege als:

1° binnen een termijn van vijf jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar of de vestiging van erfpacht of opstalrecht ten aanzien van ten minste één derde van de kavels;

2° binnen een termijn van tien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot dergelijke registratie ten aanzien van ten minste twee derde van de kavels.

 

Voor de toepassing van het eerste lid:

1° wordt met verkoop gelijkgesteld: de nalatenschapsverdeling en de schenking, met dien verstande dat slechts één kavel per deelgenoot of begunstigde in aanmerking komt;

2° komt de verkoop, de verhuring voor meer dan negen jaar, of de vestiging van erfpacht of opstalrecht van de verkaveling in haar geheel niet in aanmerking;

3° komt alleen de huur die erop gericht is de huurder te laten bouwen op het gehuurde goed in aanmerking.

 

Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met verkoop gelijkgesteld.

 

§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij nieuwe wegen worden aangelegd of waarbij het tracé van bestaande gemeentewegen gewijzigd, verbreed of opgeheven wordt, vervalt van rechtswege als:

1° binnen een termijn van vijf jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot de oplevering van de onmiddellijk uit te voeren lasten of tot het verschaffen van waarborgen betreffende de uitvoering van deze lasten op de wijze, vermeld in artikel 75;

2° binnen een termijn van tien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de in paragraaf 1 vermelde rechtshandelingen ten aanzien van ten minste één derde van de kavels;

3° binnen een termijn van vijftien jaar na de afgifte van de definitieve omgevingsvergunning niet is overgegaan tot registratie van de in paragraaf 1 vermelde rechtshandelingen ten aanzien van ten minste twee derde van de kavels.

 

Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdige bebouwing door de verkavelaar conform de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met verkoop gelijkgesteld.

 

§ 3. Als de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, worden de termijnen van verval, vermeld in de paragrafen 1 tot en met 2, gerekend per fase. Voor de tweede en volgende fasen worden de termijnen van verval dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de betrokken fase.

 

§ 4. Het verval, vermeld in paragraaf 1 en 2, 2° en 3°, geldt slechts ten aanzien van het niet bebouwde, verkochte, verhuurde of aan een erfpacht of opstalrecht onderworpen gedeelte van de verkaveling.

 

§ 5. Onverminderd paragraaf 4, kan het verval van rechtswege niet worden tegengesteld aan personen die zich op de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden beroepen als zij kunnen aantonen dat de overheid na het verval en ten aanzien van een of meer van hun kavels binnen de verkaveling, wijzigingen aan deze omgevingsvergunning heeft toegestaan of stedenbouwkundige of bouwvergunningen of stedenbouwkundige attesten heeft verleend in zoverre deze door de hogere overheid of de rechter niet onrechtmatig werden bevonden.

 

§ 6. De Vlaamse Regering kan maatregelen treffen aangaande de kennisgeving van het verval van rechtswege.

 

Artikel 103.

De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9, behoudens als de verkaveling in strijd is met een vóór de datum van de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

 

De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

 

De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

 

De termijnen van vijf, tien of vijftien jaar, vermeld in artikel 102, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

 

Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

 

Artikel 104.

Een verkavelaar kan eenzijdig afstand doen van de rechten die hij verkregen heeft uit de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, tenzij al een aanvang werd genomen met de verwezenlijking van deze omgevingsvergunning, hetzij door het stellen van een of meer rechtshandelingen, vermeld in artikel 102, § 1, hetzij door de uitvoering van de werken waaraan de afgifte van de omgevingsvergunning verbonden werd.

 

Aan het geheel van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden verzaakt door de eigenaar die alle kavels heeft verworven of in geval van akkoord van alle eigenaars, ongeacht of deze omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk verwezenlijkt is.

 

Een verzaking wordt per beveiligde zending gemeld aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Beroep tegen beslissingen genomen in laatste administratieve aanleg – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 105.

§ 1. De uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunning, genomen in laatste administratieve aanleg, of de aktename of de niet-aktename van een melding, vermeld in artikel 111, kan bestreden worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de VCRO.

 

§ 2. Het beroep kan worden ingesteld door:

 1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;

 2° het betrokken publiek;

 3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;

 4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;

 5° ...;

 6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde.

 

De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.

 

 Als de aanvraag overeenkomstig de gewone vergunningsprocedure behandeld is, kan het betrokken publiek alleen een beroep instellen als hij tijdens het openbaar onderzoek een gemotiveerd standpunt, opmerking of bezwaar heeft ingediend, tenzij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

 1° het beroep is ingegeven door een wijziging aan de vergunningsaanvraag, aangebracht na het openbaar onderzoek;

 2° het beroep is ingegeven door:

 a) een bijzondere milieuvoorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning, in het geval van een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;

 b) een voorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning, in het geval van een andere omgevingsvergunning, dan de vergunning vermeld in punt a);

 3° het betrokken publiek toont aan dat hij door specifieke omstandigheden in de onmogelijkheid was om een standpunt, opmerking of bezwaar in te dienen tijdens het openbaar onderzoek.

 

 De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, die nagelaten heeft een uitdrukkelijke beslissing te nemen in eerste administratieve aanleg, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden, behoudens overmacht.

 

§ 3. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen die ingaat:

 1° de dag na de datum van de betekening, voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;

 2° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.

 

§ 4. Elk van de personen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, kan in de zaak tussenkomen.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

b) b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Opstart beleidsplan Ruimte Alken

Binnen het meerjarenplan en de visie van het bestuur is er voorzien dat er een nieuw beleidsplan Ruimte voor de gemeente Alken zal worden opgemaakt.

De gemeente Alken wenst de procedure voor de opmaak van het beleidsplan aanvatten.

 

Feiten en context

Binnen het meerjarenplan en de visie van het bestuur is er voorzien dat er een nieuw beleidsplan Ruimte voor de gemeente Alken zal worden opgemaakt.

 

Juridische grond

VCRO artikel 2.1.1 tot 2.1.13 ; 2.2.3 ; 2.2.7 ; 2.212 ; 2.2.16 ; 2.2.18 ; 2.2.23

De Vlaamse Regering keurde op 30 maart 2018 het besluit goed met de uitvoeringsregels voor ruimtelijke beleidsplannen

 

Adviezen

///

 

Argumentatie

Het beleidsplan ruimte legt de langetermijnvisie en ambities van een gemeente vast op het vlak van ruimtelijke ordening. Het is de opvolger van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. 

 

Veel gemeenten botsen vandaag op de beperkingen die voortvloeien uit hun ruimtelijk structuurplan, zo ook onze gemeente.  (cfr. uitspraak Raad van State naar aanleiding van het RUP Sport- en recreatievelden)

De ruimte staat ook veel meer onder druk dan pakweg tien jaar geleden. Nieuwe uitdagingen – klimaatverandering, verdichting, vergroening, mobiliteit, woningnood ... – vragen om een nieuwe, toekomstgerichte visie rond hoe we onze kostbare ruimte duurzaam willen benutten.

 

De procedure die je moet doorlopen om zo’n plan op te maken, is wettelijk vastgelegd en omvat meerdere stappen. Voorbereidend onderzoek, overleg, participatie en publieke raadpleging zijn daarin cruciale elementen.

 

Een ruimtelijk beleidsplan is opgebouwd uit een strategische visie en een set van beleidskaders. De strategische visie omvat een toekomstbeeld en een overzicht van belangrijke beleidsopties op lange termijn (strategische doelstellingen). Beleidskaders zijn operationeel van aard en hebben een kortere looptijd. Beleidskaders kunnen apart worden herzien, zelfs opgeheven. Het ruimtelijk beleid kan zo flexibel inzetten op een selectieve set van belangrijkste beleidsonderwerpen.

 

Binnen onze gemeente wensen we het beleidsplan op te maken rond drie grote thema's - zijnde de 3 W's

- Wonen

- Werken

- Water

 

In bijlage kunnen jullie een ontwerp van raamovereenkomst terug vinden aangaande de opmaak van een beleidsplan.

 

Volgende aspecten wensen wij hierbij toe te voegen en aan te passen.

 

De toewijzing zal gebeuren op volgende wijze:

60% prijs

20% referenties en plan van aanpak

20% affiniteit met de gemeente Alken

 

Ook de samenstelling van het team dient duidelijk vermeld te worden en opgenomen te worden in het bestek “opmaak van een beleidsplan ruimte” 

 

Er kan tevens gewerkt worden met een vast en voorwaardelijk gedeelte.

 

Financiële gevolgen

AC000046 -- We stellen een beleidsplan ruimte voor het grondgebied van Alken op -- WLIZ -- MJP000388 -- Plannen en studies - Beleidsplan ruimte - € 174.556,70

 

Besluit

Artikel 1: het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de opstart van de raamovereenkomst voor de uitwerking van een beleidsplan Ruimte Alken en de verdere uitwerking door de administratie.

Artikel 2: het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de uitwerking van het beleidsplan Ruimte Alken rond de 3 grote W's, Wonen, Werken en Water.

Artikel 3:De opdracht en de thema's dienen besproken te worden op de Gecoro voordat het dossier aan de raad wordt voorgelegd.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Subsidie voor sterilisatie of castratie van huiskat

Op 29 april 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Van Cann Herve, Oftingenstraat 24 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor sterilisatie van zijn huiskattin.

 

Feiten en context

Op 29 april 2026 werd conform de voorschriften van vernoemd gemeenteraadsbesluit door Van Cann Herve, Oftingenstraat 24 te 3570 Alken een aanvraag ingediend voor toekenning van de subsidie voor sterilisatie van zijn huiskattin.

 

Juridische grond

Het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026, houdende goedkeuring van een premieregeling voor sterilisatie of castratie van huiskatten.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Hoewel het steriliseren en castreren van zwerfkatten reeds jaren succesvol is, groeit de zwerfkattenpopulatie toch vaak aan door huiskatten die onderling of met zwerfkatten in contact komen en niet gecastreerd/gesteriliseerd zijn (wat tot ongewenste nestjes leidt). De gemeente wil castratie/sterilisatie van huiskatten stimuleren en geeft voor castratie van een huiskater een totaalsubsidie van €20 en voor sterilisatie van een huiskattin €30.

 

Financiële gevolgen

De uitbetaling van de subsidie gebeurt als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

€30,00

niet van toepassing

002223

Datum visumaanvraag:

niet van toepassing

Datum goedkeuring visumaanvraag:

niet van toepassing

 

Besluit

Artikel 1: Aan de heer Van Cann Herve, Oftingenstraat 24 te 3570 Alken wordt een toelage van €30,00 toegekend voor de sterilisatie van zijn huiskattin, conform het gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026 inzake een gemeentelijke subsidie voor sterilisatie of castratie van huiskatten.

Artikel 2: De subsidie wordt betaald van MJP002223 van het budget 2026.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Kennisname aktename deputatie PM001

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Kennisname aktename deputatie PM002

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Deelname Week van de duurzame gemeente 2026

Van 18 tot 25 september 2026 organiseert de VVSG ‘Week van de Duurzame Gemeente’. Tijdens de campagneweek hangen lokale besturen de SDG-vlag uit aan hun gemeentehuis en zetten ze een week lang hun lokale duurzame helden in de kijker: burgers, scholen, bedrijven en verenigingen die in hun dagelijkse bezigheden bijdragen aan één of meerdere van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's). Deze helden geven de 17 globale doelstellingen een lokaal gezicht. Hun inspirerende bezigheden worden in de schijnwerpers gezet op de campagnewebsite www.duurzamegemeente.be. Dit jaar ligt de focus op SDG 17, voor lokale en internationale samenwerking voor de SDG's.

Om de doelstellingen binnen 4 jaar te halen, is er dringend nood aan een verhoogde ambitie en een sterkere transitie richting duurzaamheid. Via deelname aan de Week van de Duurzame Gemeente tonen we dat de gemeente bereid is hier positief aan bij te dragen.

 

De duurzame helden worden in de bloemetjes gezet op een receptie op 23 september en ontvangen een kleine attentie.

 

Feiten en context

Van 18 tot 25 september 2026 organiseert de VVSG ‘Week van de Duurzame Gemeente’. Tijdens de campagneweek hangen lokale besturen de SDG-vlag uit aan hun gemeentehuis en zetten ze een week lang hun lokale duurzame helden in de kijker: burgers, scholen, bedrijven en verenigingen die in hun dagelijkse bezigheden bijdragen aan één of meerdere van de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's). Deze helden geven de 17 globale doelstellingen een lokaal gezicht. Hun inspirerende bezigheden worden in de schijnwerpers gezet op de campagnewebsite www.duurzamegemeente.be. Dit jaar ligt de focus op SDG 17, voor lokale en internationale samenwerking voor de SDG's.

Om de doelstellingen binnen 4 jaar te halen, is er dringend nood aan een verhoogde ambitie en een sterkere transitie richting duurzaamheid. Via deelname aan de Week van de Duurzame Gemeente tonen we dat de gemeente bereid is hier positief aan bij te dragen.

 

De duurzame helden worden in de bloemetjes gezet op een receptie op 23 september en ontvangen een kleine attentie.

 

Juridische grond

De 17 'Substainable Development Goals' (SDG's) of 'Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen' werden goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2015.

Besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 5/11/2025 'Engagementverklaring vernieuwde versie'

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Door deel te nemen aan deze campagne kan op een positieve manier worden toegelicht wat er al in de gemeente gedaan wordt rond duurzame ontwikkelingen. De projecten die al van toepassing zijn kunnen inwoners inspireren. Verder verbindt de gemeente zich om op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:

Bedrag inclusief BTW

BTW-percentage dat wordt toegepast

MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien

500 euro (kleine attentie, hapjes en drankjes)

21%

MJP001322

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de deelname aan de Week van de duurzame gemeente van 18 tot 25 september 2026 goed en het organiseren van een receptie voor de duurzame helden op 23 september.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Overzicht punten

Zitting van 06 05 2026

 

Onthardingsproject Sint-Aldegondislaan

In kader van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van dd. 4 maart 2026 ‘participatieproject Sint-Aldegondislaan’ werd een ontwerpvoorstel uitgewerkt door stagiair Kobe Clercx (zie bijlage). Tijdens het participatietraject zijn volgende partijen betrokken:

        de leerlingenraad van ’t Laantje;

        de eerste en tweede graad van De B@s!s;

        uitgenodigde buurtbewoners van de Hoogdorpstraat, de Dorpstraat en de Motstraat;

        uitgenodigde ouders van de leerlingen van De B@s!s en ’t Laantje;

        passanten en;

        de Technische Dienst.

 

Verder werden dienst mobiliteit, dienst vrije tijd en de directeurs van De B@s!s en ’t Laantje bevraagd. Aanvullend werd voor het ontwerp rekening gehouden met de regelgeving omtrent: brandwegen, ondergrondse leidingen/elektriciteitscabines van Fluvius en onroerend erfgoed.

Hiernaast is er ook rekening gehouden met de doelstellingen van ‘Bijenvriendelijke gemeente’ door middel van insectvriendelijke beplanting, aanwezigheid van een bloeiboog, …. In het ontwerp zijn geen giftige planten voorzien, omdat in de Sint-Aldegondislaan frequent kinderen passeren.

 

De resultaten van het onderzoek en het ontwerpvoorstel vormen de basis voor de verdere uitvoering van het onthardingsproject. Om het project te financieren zal een subsidie worden aangevraagd bij provincie Limburg voor ‘Terreinrealisaties of investeringen in het kader van het lokaal klimaatbeleid’. Hierna worden de zones gefaseerd uitgewerkt in samenspraak met de technische dienst. Dit onthardingsproject zal helpen het centrum te vergroenen en leefbaarder te maken.

 

Na afronding van de stage wordt het uitgebreid onderzoek en de resultaten ter kennisname aan het college bezorgd.

 

Feiten en context

In kader van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van dd. 4 maart 2026 ‘participatieproject Sint-Aldegondislaan’ werd een ontwerpvoorstel uitgewerkt door stagiair Kobe Clercx (zie bijlage). Tijdens het participatietraject zijn volgende partijen betrokken:

        de leerlingenraad van ’t Laantje;

        de eerste en tweede graad van De B@s!s;

        uitgenodigde buurtbewoners van de Hoogdorpstraat, de Dorpstraat en de Motstraat;

        uitgenodigde ouders van de leerlingen van De B@s!s en ’t Laantje;

        passanten en;

        de Technische Dienst.

 

Verder werden dienst mobiliteit, dienst vrije tijd en de directeurs van De B@s!s en ’t Laantje bevraagd. Aanvullend werd voor het ontwerp rekening gehouden met de regelgeving omtrent: brandwegen, ondergrondse leidingen/elektriciteitscabines van Fluvius en onroerend erfgoed.

Hiernaast is er ook rekening gehouden met de doelstellingen van ‘Bijenvriendelijke gemeente’ door middel van insectvriendelijke beplanting, aanwezigheid van een bloeiboog, …. In het ontwerp zijn geen giftige planten voorzien, omdat in de Sint-Aldegondislaan frequent kinderen passeren.

 

De resultaten van het onderzoek en het ontwerpvoorstel vormen de basis voor de verdere uitvoering van het onthardingsproject. Om het project te financieren zal een subsidie worden aangevraagd bij provincie Limburg voor ‘Terreinrealisaties of investeringen in het kader van het lokaal klimaatbeleid’. Hierna worden de zones gefaseerd uitgewerkt in samenspraak met de technische dienst. Dit onthardingsproject zal helpen het centrum te vergroenen en leefbaarder te maken.

 

Na afronding van de stage wordt het uitgebreid onderzoek en de resultaten ter kennisname aan het college bezorgd.

 

Juridische grond

Gezien het ondertekenen door de gemeente Alken van het Burgemeestersconvenant 2030, aangaande de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen;

Gezien het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemenen engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen;

Art. 2 van het Decreet Lokaal Bestuur: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.”;

Gezien de gemeenteraad op 30 september 2021 besliste om het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 te ondertekenen;

Gezien de gemeenteraad op 27 oktober 2022 besliste om het Lokaal Energie en Klimaatpact 2.0 te ondertekenen;

Besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 4 maart 2026 betreffende ‘participatieproject Sint-Aldegondislaan’.

 

Adviezen

Niet van toepassing

 

Argumentatie

Een onthardingsproject voor de Sint-Aldegondislaan is noodzakelijk. Het onderzoek van Kobe Clercx heeft aangetoond dat de straat in de toekomst problemen zal ondervinden van hittestress en irreguliere waterhuishouding. Hierbij is onder andere de hoge verhardingsgraad van Centrum-Alken een oorzaak.

Het participatietraject is uitgevoerd met de partijen die het meeste gebaat zijn met mogelijke aanpassingen, hierom is het van belang dat de resultaten worden gebruikt in het verdere verloop van het project.

De doelstellingen van bijenvriendelijke gemeente worden in het ontwerpvoorstel gekoppeld met het participatietraject, wat voor een inclusief en verbindend karakter in de Sint-Aldegondislaan zorgt.

 

Niet enkel is er ingezet op ontharding en vergroening, maar beleving voor alle leeftijdscategorieën is meegenomen in het ontwerpvoorstel.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen dienen nog berekend te worden. Voor het project te financieren zal een subsidie worden aangevraagd bij provincie Limburg voor ‘Terreinrealisaties of investeringen in het kader van het lokaal klimaatbeleid’. Indien de subsidie verkregen kan worden, wordt 80 % van de netto-projectkosten en max. 25 000 euro gefinancierd.

 

Besluit

Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen geeft principieel akkoord om het ontwerpvoorstel van het stageproject verder uit te werken en hiervoor de subsidie voor ‘Terreinrealisaties of investeringen in het kader van het lokaal klimaatbeleid’ bij provincie Limburg aan te vragen.

 

 

Publicatiedatum: 27/05/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.