Zitting van 29 10 2025
Verslag van de vorige zitting dd. 22.10.2025
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 22.10.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 22.10.2025 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 29 10 2025
Uitnodiging Regioraad Limburg dd. 27.11.2025
Op woensdag 22 oktober ontvingen de burgemeester en algemeen directeur een uitnodiging voor de Regioraad Limburg, die zal doorgaan op donderdag 27.11.2025 om 8u. in de raadzaal van het provinciehuis, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt. Samen met deze uitnodiging werd het verslag van de vorige Regioraad mee verzonden.
Feiten en context
Op woensdag 22 oktober ontvingen de burgemeester en algemeen directeur een uitnodiging voor de Regioraad Limburg, die zal doorgaan op donderdag 27.11.2025 om 8u. in de raadzaal van het provinciehuis, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt. Samen met deze uitnodiging werd het verslag van de vorige Regioraad mee verzonden.
Juridische grond
Artikel 56 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Regiodecreet van 3 februari 2023, in bijzonder artikel 8.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
De burgemeester en algemeen directeur van gemeente Alken werden uitgenodigd voor de Regioraad Limburg op datum 27.11.2025.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de regioraad van 12.06.2025 en de uitnodiging voor de volgende regioraad op 27.11.2025.
Zitting van 29 10 2025
Deelname aan de Koesterweek 2025 van vrijdag 12 tot en met vrijdag 19 december
Berrefonds vzw organiseert van vrijdag 12 tot en met vrijdag 19 december een Koesterweek, een sensibiliserende actie om aandacht te vragen voor alle gezinnen die een kind* missen. Zij roepen op om tijdens de Koesterweek zoveel mogelijk hartjes te laten verschijnen in het straatbeeld, de media en online. Op wapperende vlaggen, affiches, pins en via andere communicatiemiddelen. Al die hartjes samen tonen dat wij als maatschappij aandacht hebben voor het verdriet van duizenden gezinnen.
Zij vragen het gemeentebestuur om de vlag van Koesterweek aan het gemeentehuis van Alken te hangen in de week van 12 tot en met vrijdag 19 december 2025. Zo tonen we zonder woorden dat we als lokaal bestuur aandacht hebben voor dit thema.
Feiten en context
Berrefonds vzw organiseert van vrijdag 12 tot en met vrijdag 19 december een Koesterweek, een sensibiliserende actie om aandacht te vragen voor alle gezinnen die een kind* missen. Zij roepen op om tijdens de Koesterweek zoveel mogelijk hartjes te laten verschijnen in het straatbeeld, de media en online. Op wapperende vlaggen, affiches, pins en via andere communicatiemiddelen. Al die hartjes samen tonen dat wij als maatschappij aandacht hebben voor het verdriet van duizenden gezinnen.
Zij vragen het gemeentebestuur om de vlag van Koesterweek aan het gemeentehuis van Alken te hangen in de week van 12 tot en met vrijdag 19 december 2025. Zo tonen we zonder woorden dat we als lokaal bestuur aandacht hebben voor dit thema.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college geeft goedkeuring voor deelname aan de Koesterweek van vrijdag 12 tot en met vrijdag 19 december 2025, waarbij we de opgestuurde Koestervlag ophangen aan het gemeentehuis.
Artikel 2: Het college gaat akkoord met het maken van de nodige publiciteit via affiches en flyers, alsook via Facebook, Alken.be en de Alken-app.
Zitting van 29 10 2025
Mijn Stadsapp - Activatie meldingenmodule sluikstort
S-Lim lanceert vanaf 1 december een Slimme meldingenmodule voor sluikstort in Mijn Stadsapp. Burgers kunnen dan eenvoudig via een foto, dus zonder formulier, sluikstort melden. De locatie wordt automatisch toegevoegd. De melding komt automatisch in de opgegeven mailbox (in dit geval milieu). De sluikstortmodule wordt na 3 maanden geëvalueerd en mogelijk bijgestuurd en uitgebreid. Bij positieve resultaten kan de oplossing uitgebreid worden met koppelingen naar de gemeentelijke systemen, maar ook met uitbreidingen van andere visuele meldingen zoals putten in de weg, overhangend groen, graffiti, omgevallen bomen, dode dieren, ...
S-Lim vraagt aan het gemeentebestuur om vóór 1 november te laten weten of Alken deze feature tijdens de pilotperiode al dan niet wenst te activeren in Mijn Stadsapp.
Bijgevoegd vind je meer info en een korte demo (mp4) van de meldingenmodule.
Feiten en context
S-Lim lanceert vanaf 1 december een Slimme meldingenmodule voor sluikstort in Mijn Stadsapp. Burgers kunnen dan eenvoudig via een foto, dus zonder formulier, sluikstort melden. De locatie wordt automatisch toegevoegd. De melding komt automatisch in de opgegeven mailbox (in dit geval milieu). De sluikstortmodule wordt na 3 maanden geëvalueerd en mogelijk bijgestuurd en uitgebreid. Bij positieve resultaten kan de oplossing uitgebreid worden met koppelingen naar de gemeentelijke systemen, maar ook met uitbreidingen van andere visuele meldingen zoals putten in de weg, overhangend groen, graffiti, omgevallen bomen, dode dieren, ...
S-Lim vraagt aan het gemeentebestuur om vóór 1 november te laten weten of Alken deze feature tijdens de pilotperiode al dan niet wenst te activeren in Mijn Stadsapp.
Bijgevoegd vind je meer info en een korte demo (mp4) van de meldingenmodule.
Juridische grond
College – DLB art. 56 regelt bevoegdheden college
Vast bureau – DLB art. 84 regelt bevoegdheden vast bureau
Adviezen
Opmerkingen dienst milieu: vrees voor overspoeling van meldingen en extra administratie. Meldingen via e-loket en Mijn Stadsapp moeten handmatig ingegeven worden in de Mijn Mooie Straat app waarna de technische dienst ze verder behandelt. De locatie van de melding wordt in coördinaten verstuurd en moet nog omgezet worden in de Mijn Mooie Straat app.
Feedback technische dienst: Administratie technische dienst is positief over de module (laagdrempelig), maar wijst erop dat dienst milieu alle meldingen moet verzamelen om een beeld te krijgen waar er probleemlocaties zijn.
Argumentatie
Positief: sluikstort melden via de app is veel laagdrempeliger voor burgers dan via het e-loket.
Negatief: dienst milieu vreest voor een overload aan meldingen met extra administratie tot gevolg.
S-Lim geeft aan dat het nodig is dat voldoende gemeenten deelnemen om na 3 maanden een correcte evaluatie te kunnen maken en waar nodig bij te sturen. De module kan eventueel later geactiveerd worden of desgewenst weer gedeactiveerd worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om de nieuwe meldingenmodule voor sluikstort te activeren in Mijn Stadsapp en doet mee met de pilot van 3 maanden.
Zitting van 29 10 2025
Nieuws van de week
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Feiten en context
De Alkenaar is niet of weinig op de hoogte over de beslissingen die door het schepencollege worden genomen. Om de burgers beter op de hoogte te houden waarmee het bestuur bezig is, werd na overleg met de burgemeester, schepen Cindy Vandormael, Anouck Vanzeer en Lize Tits op 30 juni 2025 voorgesteld om wekelijks een beslissing van het schepencollege uit te lichten in een nieuwsbericht op de gemeentelijke communicatiekanalen.
Wij vragen aan het college om wekelijks een besluit met toelichting op te geven waarover de dienst communicatie een nieuwsbericht opmaakt en publiceert.
Juridische grond
Wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
In het kader van openbaarheid van bestuur is het aangewezen om de inwoners op een laagdrempelige manier op de hoogte te houden over belangrijke beslissingen die door het schepencollege worden genomen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist dat er wekelijks via de gemeentelijke communicatiekanalen gecommuniceerd zal worden over 1 specifiek recent agendapunt, beslissing of actuele gebeurtenis.
Artikel 2 :Voor deze week heeft het beleid geen te communiceren punt aangeduid.
Zitting van 29 10 2025
Verbindingsriolering Pleinstraat 22.828A. Werfverslag nr.10 d.d. 15.10.2025.
Besluit
Zitting van 29 10 2025
Vergaderverslag nr. 21 d.d. 14.10.2025 Alken vallei.
Besluit
Zitting van 29 10 2025
Belastingkohier reclamedrukwerk - September 2025
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand september 2025 bedraagt 3.457,25 euro.
Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Feiten en context
Het kohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand september 2025 bedraagt 3.457,25 euro. Het college van burgemeester en schepenen dient het kohier vast te stellen en uitvoerbaar te verklaren.
Juridische grond
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit van 30 november 2023 betreffende de belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde stukken.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ingevolge het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, dienen de belastingkohieren vastgesteld en uitvoerbaar verklaard te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
3.457,25 euro | Niet van toepassing | MJP001025 |
Datum visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | Niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen stelt het belastingkohier betreffende de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten voor de maand september 2025 vast en verklaart het uitvoerbaar voor een bedrag van 3.457,25 euro.
Zitting van 29 10 2025
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 29 10 2025
Limburgse RPR - nieuw verloningsbeleid (Fase 1 Concept) - Perceel 1 (Functie-, loonhuis en HR instrumenten) en Perceel 2 (Cafetariaplan)- toelichting concept en vervolgstappen- Kennisname en Goedkeuring
Het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR RPR) van 20 januari 2023 biedt lokale besturen in Limburg meer flexibiliteit en autonomie in hun HR-beleid. Ook beoogt het besluit om externe mobiliteit tussen overheidsniveaus te stimuleren. Tot slot introduceert het kaderbesluit ook verschillende moderne HRMinstrumenten voor de lokale en provinciale besturen. Alle kenmerken van de arbeidsmarkt wijzen erop dat de “war for talent” niet zal verbeteren, met een stijging van het aantal knelpuntfuncties tot gevolg. Hierdoor stijgt het risico op zowel opwaartse druk op onze loonschalen als braindrain naar de privésector. Als nu reeds bij besturen het gevoel bestaat dat we elkaars beste collega’s van elkaar afsnoepen met betere voorwaarden, kan dit nog verergeren als elk bestuur zijn eigen verloningsbeleid zal creëren. De Regioraad Limburg wenste de mogelijkheden van het nieuwe BVR RPR te onderzoeken met als doel de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Limburgs kader en de daarmee samenhangende HR instrumenten. Er werd beslist om dit te doen onder de vorm van occasionele gezamenlijke opdrachten. Na rondvraag in de Regio wensen 32 van de 42 lokale besturen en de provincie Limburg deel te nemen aan deze opdrachten. De samenwerkingsovereenkomst die hiervoor werd opgemaakt met de afspraken voor de verdere organisatie van de gezamenlijke opdrachten werd door de bevoegde organen van alle 33 deelnemende besturen goedgekeurd. Er werd een occasionele gezamenlijke opdracht in de markt gezet waaruit Hudson als geselecteerde kandidaat kwam voor perceel 1 (functie-, loonhuis en HR instrumenten) en Ernst & Young voor perceel 2 (cafetariaplan). Beide partijen hebben volgens de regels van het bestek een concept uitgewerkt. Dit concept wordt nu ter kennisname voorgelegd. Alsook worden enkele vragen inzake de vervolgstappen ter goedkeuring voorgelegd. Bij aanvang van het project werd gekozen voor een trapsgewijze aanpak in fasen. Met deze nota wordt de conceptfase afgerond en wordt de aanloop genomen naar de volgende fase, met name het aanbestedingsdossier voor (een eventuele) implementatie.
Einde conceptfase
Het concept voor perceel 1 (functie-, loonhuis en HR instrumenten) werd ontwikkeld op basis van 11 werksessies die met de deelnemende besturen georganiseerd werden. Deelnemers konden tijdens deze sessies hun input geven en Hudson heeft dit verder verwerkt in een concept. Input uit de werkgroep werd systematisch met de stuurgroep afgetoetst en verder uitgewerkt. Daarnaast werd ook op gepaste momenten juridisch advies ingewonnen.
Het concept voor perceel 2 (cafetariaplan) werd aan de hand van input van de deelnemende besturen tijdens 1 werksessie uitgewerkt, alsmede op basis van de kennis die EY heeft van wat momenteel als beste praktijk geldt op de Belgische arbeidsmarkt. Ook hier was er afstemming met de stuurgroep en werd juridisch advies ingewonnen.
Beide concepten werden tijdens informatiesessies aan de deelnemende besturen toegelicht.
Daarnaast werd het concept van perceel 1 (functie-, loonhuis en HR instrumenten) ook voorgesteld tijdens de regioraad van 12 juni 2025. De 2 toelichtende nota’s in bijlage beschrijven het uitgewerkte concept voor perceel 1 en 2.
Start fase aanbestedingsdossier implementatie
Met het einde van de conceptfase, begint de fase van het aanbestedingsdossier implementatie. In deze fase zal het concept in de markt gezet worden zodat besturen het concept desgewenst in hun organisatie kunnen implementeren.
Om deze fase goed te kunnen uitvoeren, is de goedkeuring voor enkele vervolgstappen die genomen moeten worden vereist. Deze goedkeuring houdt nog geen engagement voor effectieve implementatie in.
Feiten en context
Het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR RPR) van 20 januari 2023 biedt lokale besturen in Limburg meer flexibiliteit en autonomie in hun HR-beleid. Ook beoogt het besluit om externe mobiliteit tussen overheidsniveaus te stimuleren. Tot slot introduceert het kaderbesluit ook verschillende moderne HRMinstrumenten voor de lokale en provinciale besturen.
Alle kenmerken van de arbeidsmarkt wijzen erop dat de “war for talent” niet zal verbeteren, met een stijging van het aantal knelpuntfuncties tot gevolg. Hierdoor stijgt het risico op zowel opwaartse druk op onze loonschalen als braindrain naar de privésector. Als nu reeds bij besturen het gevoel bestaat dat we elkaars beste collega’s van elkaar afsnoepen met betere voorwaarden, kan dit nog verergeren als elk bestuur zijn eigen verloningsbeleid zal creëren. De Regioraad Limburg wenste de mogelijkheden van het nieuwe BVR RPR te onderzoeken met als doel de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Limburgs kader en de daarmee samenhangende HR instrumenten. Er werd beslist om dit te doen onder de vorm van occasionele gezamenlijke opdrachten. Na rondvraag in de Regio wensen 32 van de 42 lokale besturen en de provincie Limburg deel te nemen aan deze opdrachten. De samenwerkingsovereenkomst die hiervoor werd opgemaakt met de afspraken voor de verdere organisatie van de gezamenlijke opdrachten werd door de bevoegde organen van alle 33 deelnemende besturen goedgekeurd. Er werd een occasionele gezamenlijke opdracht in de markt gezet waaruit Hudson als geselecteerde kandidaat kwam voor perceel 1 (functie-, loonhuis en HR instrumenten) en Ernst & Young voor perceel 2 (cafetariaplan).
Beide partijen hebben volgens de regels van het bestek een concept uitgewerkt. Dit concept wordt nu ter kennisname voorgelegd. Alsook worden enkele vragen inzake de vervolgstappen ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen van 20 januari 2023;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, §3, 5° , betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen;
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Bij aanvang van het project werd gekozen voor een trapsgewijze aanpak in fasen. Met deze nota wordt de conceptfase afgerond en wordt de aanloop genomen naar de volgende fase, met name het aanbestedingsdossier voor (een eventuele) implementatie.
Einde conceptfase
Het concept voor perceel 1 (functie-, loonhuis en HR instrumenten) werd ontwikkeld op basis van 11 werksessies die met de deelnemende besturen georganiseerd werden. Deelnemers konden tijdens deze sessies hun input geven en Hudson heeft dit verder verwerkt in een concept. Input uit de werkgroep werd systematisch met de stuurgroep afgetoetst en verder uitgewerkt. Daarnaast werd ook op gepaste momenten juridisch advies ingewonnen.
Het concept voor perceel 2 (cafetariaplan) werd aan de hand van input van de deelnemende besturen tijdens 1 werksessie uitgewerkt, alsmede op basis van de kennis die EY heeft van wat momenteel als beste praktijk geldt op de Belgische arbeidsmarkt. Ook hier was er afstemming met de stuurgroep en werd juridisch advies ingewonnen.
Beide concepten werden tijdens informatiesessies aan de deelnemende besturen toegelicht.
Daarnaast werd het concept van perceel 1 (functie-, loonhuis en HR instrumenten) ook voorgesteld tijdens de regioraad van 12 juni 2025. De 2 toelichtende nota’s in bijlage beschrijven het uitgewerkte concept voor perceel 1 en 2.
Start fase aanbestedingsdossier implementatie
Met het einde van de conceptfase, begint de fase van het aanbestedingsdossier implementatie. In deze fase zal het concept in de markt gezet worden zodat besturen het concept desgewenst in hun organisatie kunnen implementeren.
Om deze fase goed te kunnen uitvoeren, is de goedkeuring voor enkele vervolgstappen die genomen moeten worden vereist. Deze goedkeuring houdt nog geen engagement voor effectieve implementatie in.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het concept uitgewerkt in perceel 1 (functie-, loonhuis en HR instrumenten).
Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het concept uitgewerkt in perceel 2 (cafetariaplan).
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat de mogelijkheid om het functiehuis en functieweging te implementeren, verder wordt onderzocht.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat de mogelijkheid om het loonhuis te implementeren, verder wordt onderzocht.
Artikel 5: Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat de mogelijkheid om prestatie- en competentiemanagement te implementeren, verder wordt onderzocht.
Artikel 6: Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat de mogelijkheid verder wordt onderzocht om mee in te stappen in een systeem van een gezamenlijk opleidingsaanbod voor leiderschap.
Artikel 7: Bovenstaande artikelen impliceren dat er door de stuurgroep wordt overgegaan tot de volgende fase, met name het in de markt zetten van de vervolgopdracht, zonder zich al te engageren voor de effectieve implementatie in het eigen bestuur.
Zitting van 29 10 2025
Inschrijving van ambtswege
Onuh Nnaemeka ingeschreven in het bevolkingsregister, Eduard Dompasstraat 69 verblijft al gedurende enkele maanden op het adres Stationsstraat 34 BUS 6. Hij weigert een aangifte van adreswijziging in te dienen. Gezien de positieve controles door de wijkagent dient hij ambtshalve ingeschreven te worden op zijn nieuw adres.
Feiten en context
Onuh Nnaemeka ingeschreven in het bevolkingsregister, Eduard Dompasstraat 69 verblijft al gedurende enkele maanden Stationsstraat 34 BUS 6. Hij weigert een aangifte van adreswijziging in te dienen. Gezien de positieve controles door de wijkagent dient hij ambtshalve ingeschreven te worden op zijn nieuw adres.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 7-9
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punten 92 en 93, de inschrijving van ambtswege
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Onuh Nnaemeka Clinton verblijft al gedurende geruime tijd bij zijn vriendin en haar zoontje op het adres Stationsstraat 34 BUS 6. De wijkagenten Kristof Nulens en Kristien Hoebrechts van wijkteam Alken, Politiezone LRH hebben na meerdere controles op de volgende data 14/08/2025, 23/08/2025 en 01/09/2025 betrokkene aangetroffen op het adres Stationsstraat 34/BUS6 en stellen vast dat dit zijn reële verblijfplaats is . De heer Onuh werd door deze wijkagenten aangemaand om zijn adres te wijzigen vermits dit zijn hoofdverblijfplaats is, hij weigert dit echter te doen. Op 2 oktober 2025 wordt hij door de dienst bevolking nogmaals schriftelijk, maar tevergeefs, aangemaand om zijn adres te wijzigen voor 17 oktober 2025. De wijkagent stelt voor om Onuh Nnaemeka ambtshalve in te schrijven. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 17 oktober 2025 eveneens voor om betrokkene in te schrijven van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist om Onuh Nnaemeka Clinton, geboren op 10 oktober 1974 te Enugu State (Nigeria) , van Belgische nationaliteit, ambtshalve in te schrijven in de bevolkingsregisters op het adres Stationsstraat 34/BUS 6.
Zitting van 29 10 2025
Verkeersregeling 11-novemberviering - Wapenstilstand
Op dinsdag 11 november 2025 viert de Alkense vereniging van oud-strijders in samenwerking met het gemeentebestuur van Alken het feest van Wapenstilstand.
Ter gelegenheid van dit feest is het aangewezen om die dag van 8u tot 13u het verkeer te verbieden op het kerkplein, Hoogdorpsstraat. Enkel oude legervoertuigen en voertuigen met personen houder van een parkeerkaart gehandicapten mogen er hun voertuig parkeren.
Tevens is het aangewezen om die dat van 8u tot 13u een 10-tal parkeerplaatsen vrij te houden op het Laagdorp voor de legervoertuigen.
Feiten en context
Op dinsdag 11 november 2025 viert de Alkense vereniging van oud-strijders in samenwerking met het gemeentebestuur van Alken het feest van Wapenstilstand.
Ter gelegenheid van dit feest is het aangewezen om die dag van 8u tot 13u het verkeer te verbieden op het kerkplein, Hoogdorpsstraat. Enkel oude legervoertuigen en voertuigen met personen houder van een parkeerkaart gehandicapten mogen er hun voertuig parkeren.
Tevens is het aangewezen om die dat van 8u tot 13u een 10-tal parkeerplaatsen vrij te houden op het Laagdorp voor de legervoertuigen.
Juridische grond
Wet betreffende de politie over het wegverkeer
KB 1.12.1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB 20.07.1990
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Zoals de voorbije jaren is het aangewezen om ook dit jaar het kerkplein vrij te houden op 11 november voor de herdenkingsplechtigheid Wapenstilstand en het parkeren van oude legervoertuigen en voertuigen met personen houder van een parkeerkaart mindervaliden toe te laten.
Idem parkeerplaatsen vrijhouden op het Laagdorp voor de legervoertuigen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Op dinsdag 11 november 2025 van 8u tot 13u wordt het kerkplein (Hoogdorpsstraat) afgesloten voor het verkeer. Enkel oude legervoertuigen en voertuigen met personen houder van een parkeerkaart voor gehandicapten worden er toegelaten.
Artikel 2: Op dinsdag 11 november 2025 van 8u tot 13u wordt een gedeelte van het Laagdorp vrijgehouden (zie schets in bijlage). Enkel legervoertuigen mogen er parkeren.
Artikel 3: De nodige signalisatie zal door de gemeentelijke regie worden aangebracht en na afloop van het evenement onmiddellijk weer verwijderd worden.
Artikel 4: De inrichters van het evenement zijn verantwoordelijk om het openbaar domein net en rein achter te laten na de manifestatie.
Artikel 5: Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de vereniging van oud-strijders afdeling Alken, de politie evenementen Hasselt, de politie wijkteam Alken, mevrouw Carine Luts en de technische dienst van de gemeente.
Zitting van 29 10 2025
Politieke afvaardiging in RvB bibliotheek
Op het college van burgemeester en schepenen van 5 maart 2025 werd Linda Swinnen aangeduid als afgevaardigde ter vervanging van Carine Meyers voor de N-VA in de raad van de bestuur van de bibliotheek. Zij heeft echter laten weten dat zij deze rol niet meer op wenst te nemen. Els Butenaers wordt voorgedragen als de nieuwe afgevaardigde.
Feiten en context
Op het college van burgemeester en schepenen van 5 maart 2025 werd Linda Swinnen aangeduid als afgevaardigde ter vervanging van Carine Meyers voor de N-VA in de raad van de bestuur van de bibliotheek. Zij heeft echter laten weten dat zij deze rol niet meer op wenst te nemen. Els Butenaers wordt voorgedragen als de nieuwe afgevaardigde.
Juridische grond
Artikel 5. § 4. De bevoegdheid voor het aanduiden van vervangingen van de effectieve
leden, wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Het college van burgemeester is akkoord om de afvaardiging van Els Butenaers te
aanvaarden
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen keurt de wijziging in de afvaardiging
van N-VA voor de raad van bestuur van de bibliotheek goed:
- Linda Swinnen wordt geschrapt als afgevaardigde
- Els Butenaers wordt aangesteld als afgevaardigde
Zitting van 29 10 2025
Attest van verdeling - Steenweg
Op 22 oktober ll. ontvingen we van notariskantoor Jansen Leroi, Diestersteenweg 175, 3510 Hasselt de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen "Steenweg 298", kadastraal gekend als Sie K nrs. 306/H/2, 306/R/2 en 306/P/2.
Feiten en context
Op 22 oktober ll. ontvingen we van notariskantoor Jansen Leroi, Diestersteenweg 175, 3510 Hasselt de aanvraag om een attest van verdeling af te leveren voor een perceel gelegen "Steenweg 298", kadastraal gekend als Sie K nrs. 306/H/2, 306/R/2 en 306/P/2.
Juridische grond
Artikel 5.2.2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Het woonhuis gelegen te AIken aan de Steenweg 298 met achterliggende werkplaats en grond, zoals hierboven beschreven, zal verkocht worden.
De huidige eigenaar zal echter nog eigenaar blijven van de andere eigendom gelegen Steenweg 294 gekend als Sie K nr. 303/b.
Dit werd tevens aangeduid op het toegevoegde kadastrale plan. Er zal geen wijziging van de perceelsgrenzen van de huidige kadastrale percelen gebeuren.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen aangaande het voorgestelde attest van verdeling ingediend door notariskantoor Jansen Leroi, Diestersteenweg 175, 3510 Hasselt voor de percelen gelegen "Steenweg 298", kadastraal gekend als Sie K nrs. 306/H/2, 306/R/2 en 306/P/2.
Zitting van 29 10 2025
Omgevingsvergunning 1030
Aanvraag omgevingsvergunning over: het vellen van hoogstammige bomen ingediend door PASCAL GIESEN namens Alken gevestigd te Hoogdorpsstraat 38 te Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Koutermanstraat 2, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1016 E2, (afd. 2) sectie E 1016 P, (afd. 2) sectie E 1016 F2, (afd. 2) sectie E 1016 N, (afd. 2) sectie E 1016 G2, (afd. 2) sectie E 1017 S, (afd. 2) sectie E 1027 N, (afd. 2) sectie E 1027 S, (afd. 2) sectie E 1027 T, (afd. 2) sectie E 1029 D, (afd. 2) sectie E 1029 E, (afd. 2) sectie E 1029 F, (afd. 2) sectie E 1029 C, (afd. 2) sectie E 1030 G, (afd. 2) sectie E 1031 R, (afd. 2) sectie E 1054 S, (afd. 2) sectie E 1054 V, (afd. 2) sectie E 1054 N, (afd. 2) sectie E 1067 C, (afd. 2) sectie E 1067 B, (afd. 2) sectie E 1069 K en (afd. 2) sectie E 1069 B. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Gemeente Alken
|
Ligging van het perceel: | Koutermanstraat zn., 3501 Alken
|
Kadastrale gegevens: | ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1029/00D000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1027/00S000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1030/00G000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1031/00R000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1029/00E000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1027/00T000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1029/00F000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1027/00N000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1069/00B000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1054/00V000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1016/00N000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1067/00C000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1016/00P000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1054/00N000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1016/00F002 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1069/00K000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1016/00G002 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1016/00E002 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1054/00S000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1067/00B000 ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1017/00S000
|
Projectnaam: | Vellen bomen Koutermanstraat en Alken vallei
|
Dossiernummer: | 202585
|
Intern dossiernummer: | 1030
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025058097
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
Vegetatiewijziging en stedenbouwkundige handeling voor het rooien van 1 rij van 7 populieren, 1 rij van 18 populieren en 1 rij van 17 populieren (projectgebied C). Verder zullen ook nog 9 andere hoogstammige bomen geveld worden (projectgebied B). Deze bomen zullen gecompenseerd worden binnen het project.
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● vellen van bomen
● heraanplanting van bomen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
De percelen zijn gelegen nabij Koutermanstraat, Alken in het project Alken Vallei. Het gebied is gelegen in industriegebied (1027S, 1030G, 1031R), woongebied (1029D, 1029E, 1027T, 1027N), woonuitbreidingsgebied (1029F, 1069B, 1054V, 1067C, 1054N, 1069K, 1054S, 1067B) en gebied voor dagrecreatie (1016N, 1016P, 1016F2, 1016G2, 1016E2, 1017S) op het Gewestplan, koninklijk besluit van 3 april 1979. De percelen zijn niet gelegen in VEN-gebied of Natura 2000-gebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
De gebieden voor dagrecreatie bevatten enkel de recreatieve en toeristische accommodatie, bij uitsluiting van alle verblijfsaccommodatie.
De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp- gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is (gedeeltelijk) gelegen binnen de grens van het gemeentelijk RUP Alken Valley dat van kracht is sinds 27 augustus 2021.
De aanvraag is (gedeeltelijk) gelegen binnen de grens van het BPA Centrum 2 – vel 2 / wijziging (Koutermanstraat) van 1991. Dit BPA is vervangen door het RUP Alken Valley en is bijgevolg niet van toepassing voor deze aanvraag.
Het gewestplan is niet meer van kracht sinds de inwerkingtreding van het RUP Alken Valley.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Onder verwijzing naar artikel 1.3.1.1 van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid van 30/11/2018 werd voor deze aanvraag tot een omgevingsvergunning onderzocht of er een schadelijk effect door de werken en/of exploitatie wordt veroorzaakt.
Watertoets:
Het projectgebied is gelegen binnen een overstromingsgevoelig fluviaal gebied (watertoetskaart 2023) met kleine tot middelgrote kans op overstromingen. Daarnaast is de projectzone ook overstromingsgevoelig voor pluviale overstromingen.
Milieu:
Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
● Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 10/07/2027 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 18/09/2025 |
Opening openbaar onderzoek | Niet van toepassing
|
Afsluiten openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Niet van toepassing |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 23/10/2025 |
1.f. Historiek
Voor de betrokken percelen werden in de loop der jaren meerdere vergunningen afgeleverd. De huidige omgevingsvergunning project Valleipark Alken met OMV_2024086201 werd voorwaardelijk vergund op 3/02/2025. Verder werd op 30/06/2025 akte genomen voor het plaatsen van een bronbemaling.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Vegetatiewijziging en stedenbouwkundige handeling voor het rooien van 1 rij van 7 populieren, 1 rij van 18 populieren en 1 rij van 17 populieren. Verder zullen ook nog 9 andere hoogstammige bomen geveld worden. Deze zijn gelegen op de volgende percelen langs de Koutermanstraat te Alken: ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1029/00D000, 1027/00S000, 1030/00G000, 1031/00R000, 1029/00E000, 1027/00T000, 1029/00F000 en 1027/00N000, 1069/00B000, 1054/00V000, 1016/00N000, 1067/00C000, 1016/00P000, 1054/00N000, 1016/00F002, 1069/00K000, 1016/00G002, 1016/00E002, 1054/00S000, 1067/00B000 en 1017/00S000. De Percelen zijn gelegen in industriegebied (1027S, 1030G, 1031R), woongebied (1029D, 1029E, 1027T, 1027N), woonuitbreidingsgebied (1029F, 1069B, 1054V, 1067C, 1054N, 1069K, 1054S, 1067B) en gebied voor dagrecreatie (1016N, 1016P, 1016F2, 1016G2, 1016E2, 1017S) in het project Alken Vallei. De Koutermanstraat is gedeeltelijk opengebroken door werken, dus de toegangsweg tot de zone bevind zich aan de Grootstraat. De Grootstraat is een geasfalteerde weg die voldoende is uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De Percelen zijn gelegen in het project Alken Vallei. Het gebied is niet gelegen in VEN-gebied, Natura 2000 gebied, Habitatrichtlijngebied of Ramsar-gebied. Echter ligt het Natuurwervingsgebied ‘De Herk’, deel van het IVON, op ca. 200 m ten noorden van de projectzone. Op ca. 500 m ten zuiden van de projectzone ligt een VEN-gebied.
Een deel van de percelen (1029C, 1029F, 1029E, 1029D, 1027S, 1027N, 1027R) zijn ingedeeld volgens de biologische waarderingskaart als een complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen en werd gekarteerd als een soortenarm permanent cultuurgrasland (hp) en een bomenrij met dominantie van populier (kbp). Perceel 1016P is gelegen in biologische waardevol gebied en werd gekarteerd als eutroof water (ae-).
Hier geldt de zorgplicht die voortvloeit uit het stand-still principe dat is verankerd in het Natuurdecreet. Bij elke aanvraag moet bekeken worden welke gevolgen de aanvraag heeft op de natuur. Dit is de natuurtoets.
De aanvrager neemt volgende maatregelen om de negatieve effecten op de natuur te verminderen of te herstellen:
Het opvolgen van de voorwaarden opgelegd door het Agentschap Natuur en Bos. De bomen worden gecompenseerd op dezelfde percelen zodat het totaal bosoppervlak behouden blijft. Hiervoor wordt samengewerkt met Bosgroep Limburg en wordt er rekening gehouden met de adviezen van VMM. Er kan binnen de projectzone geen 1 op 1 compensatie voorzien worden, omdat er bomen geplaatst zullen worden die kunnen uitgroeien en omdat het perceel plaats maakt voor wateropvang en een hermeandering in functie van het Alken Vallei project. De aanvrager zal draad en palen voorzien ter bescherming om de heraanplant maximaal kans te geven op slagen. De aanvrager zal de schoontijd in acht nemen, wat leidt tot een betere bescherming van het ecosysteem tegen de verstoring van het kappen. Tijdens het vellen en ruimen van de populieren blijft het overige loofhout, de onder etage en de natuurlijke verjonging maximaal gespaard. Er worden geen ingrijpende wijzigingen en beschadigingen aan de bodem, strooisel- en kruidlaag aangebracht. De stronken van de gekapte bomen blijven behouden.
De bomen zullen geveld worden op een droog moment om bodemschade te vermijden. Het vellen van de bomen verandert niets aan de overstromingsmogelijkheden of hydrologie van het perceel.
In het projectgebied, kan er mogelijk een tijdelijk effect zijn op de broed- of rustplaatsen van de aanwezige beschermde soorten (Roeken). Er zullen voorwaarden van ANB gevolgd worden, waardoor het effect als beperkt en herstelbaar wordt beschouwd. De werken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (15 maart - 30 juni).
Sommige vleermuissoorten gebruiken oude holle bomen echter als nestplaats. Bij het kappen van de bomen gaan er mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. De bomen dienen daarom voor de kap gecontroleerd te worden met een warmtecamera en erkend vleermuisdeskundige. Indien er veel gaten aanwezig zijn, dienen de bomen gerooid te worden in de periode september-oktober en neer gelegd te worden zodat eventuele vleermuizen er uit kunnen. Indien er slechts enkele gaten worden gevonden, kunnen deze worden afgedekt (exclusie flap) in september-oktober zodat er geen vleermuizen meer in kunnen. Nadien kunnen alle bomen gerooid worden in de wintermaanden. Enkel bomen met een stamomtrek groter dan 1 m hebben een grotere kans tot het huizen van vleermuizen. Bijkomend zal, indien geschikte holtes/scheuren verdwijnen door de kap, compensatiehabitat voorzien worden. Rapportage van de bevindingen van de vleermuisexpert zal doorgegeven worden aan het ANB via aves.lim.anb@vlaanderen.be.
Tijdens wintermaanden is er ’s ochtends en ’s avonds mogelijk bijkomende verlichting nodig. Deze verlichting zal zo gericht en beperkt mogelijk zijn in functie van nachtactieve vogels en eventuele vleermuizen.
Verantwoording voor de aanvraag
Een Treeworker deed voor aanvang van de werken in projectzone B een rondgang om de waarde van de bomen en eventuele beschermende maatregelen tijdens de werken te bekijken. Tijdens dit plaatsbezoek werden bomen gevonden die minder waardevol beoordeeld werden, tijdens de werken niet in stand kunnen worden gehouden en bijgevolg beter worden geveld (zie bijlage evaluatie bomen treeworker).
Naar aanleiding van omgevallen en gescheurde bomen en melding van verontruste burgers rond projectzone A en D werd een Boomdeskundige aangesteld die vaststelde dat de bomen kaprijp zijn en valgevaar vertonen. In de nabije toekomst wordt een vlonderpad voorzien (Valleipark Alken OMV_2024086201) aan de voorzijde van de Koutermanstraat, verder is aan de buitenzijde van R3 op heden een fiets- en wandelpad. Om de veiligheid in de toekomst te bewaren wordt het volledige gebied onderworpen aan het onderhoud. De bomen in bosverband werden via een kapmachtiging aangevraagd en de bomenrijen niet in bosverband in deze omgevingsaanvraag.
Deze aanvraag dient met andere woorden als actualisatie.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
ANB | 18/09/2025 | 29/09/2025 | Geen bezwaar
|
VMM | 18/09/2025 | 15/10/2025 | Voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
Agentschap natuur en bos
De aanvraag werd op 18 september 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap voor Natuur en Bos. Op 29 september 2025 werd een gunstig advies uitgebracht met volgende motivatie:
Het Agentschap raadt de vergunningverlenende overheid aan om de volgende voorwaarde op te leggen:
● De kapwerken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet in de periode van 1 maart tot 1 juli).
Het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos wordt bijgetreden.
VMM
De aanvraag werd op 18 september 2025 digitaal voor advies voorgelegd aan het VMM. Op 15 oktober 2025 werd een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht met volgende motivatie:
Bespreking aanvraag:
De aanvraag behelst het rooien van populierenrijen en andere hoogstambomen. De locatie te Alken 2de afdeling, sectie E nrs. 1054 S, 1016 P, 1054 V, 1016 G 2, 1016 F 2, 1017 S, 1016 E 2, 1016 N, 1016 R, 1029 D, 1029 E, 1031 R, 1029 C, 1027 S, 1027 N, 1027 T, 1029 F, 1069 B, 1067 C, 1069 K, 1054 N, 1067 B, 1030 G, 1037 B, 1048 A ligt naast de Kleine Herk, een onbevaarbare waterloop van eerste categorie die wordt beheerd door de VMM – kern Beheer en Investeringen Waterlopen en stroomt ook deels af naar de Kleine Herk.
De Kleine Herk is een geklasseerde onbevaarbare waterloop. Daarom moet langs deze waterloop altijd een strook van 5 m breed toegankelijk zijn voor het onderhoud (ruimingswerken, herstel van oevers). Dit volgt uit het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003 en de wet van 28 december 1967 op de onbevaarbare waterlopen. Deze zone is zeer belangrijk voor het onderhoud van de waterlopen. Oevers hebben een belangrijke ecologische functie en kennen vaak stabiliteitsproblemen. Bovendien moet er over gereden kunnen worden met zwaar materieel voor onderhouds- en inrichtingswerken. Daarom moet deze zone vrij blijven van gebouwen, verhardingen en andere constructies of hindernissen (zoals ophogingen, opslag of beplanting).
Verduidelijking bepalingen Erfdienstbaarheidszone 5 m
Besluit
Het project wordt voorwaardelijk gunstig geadviseerd en is in overeenstemming te brengen met de doelstellingen en beginselen van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid. Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:
● De 5 m-erfdienstbaarheidszone langs de Kleine Herk wordt uitgezet op het terrein voor de aanvang van de werken en is te meten vanaf de bovenrand van het talud van de waterloop. In deze zone zijn gebouwen, verhardingen en andere constructies of hindernissen (zoals ophogingen, opslag of beplanting) niet toegelaten.
● Eventuele beschadigingen van de taluds van de waterloop ten gevolge van de werken dienen op natuurtechnische wijze hersteld te worden door en op kosten van de aanvrager. Alle kap- en snoeihout of bouwpuin dat gedurende de werken in de waterloop belandt, dient onmiddellijk verwijderd te worden.
● De aanvrager verwittigt de buitendienst van de VMM minstens 10 dagen voor de aanvang van de werken.
Bijkomende aandachtspunten in het kader van de doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid:
In de 5 m-erfdienstbaarheidszone gelden de volgende bepalingen:
1. Afrastering:
● Bij afrastering bevindt het gedeelte van de afsluiting dat grenst aan de waterloop zich op een afstand van 0,75 m tot 1 m, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop;
● De afsluiting mag niet hoger zijn dan 1,5 m boven de begane grond;
● De afsluiting moet gemakkelijk weg te nemen en terug te plaatsen zijn om het onderhoud van de waterlopen niet te belemmeren.
2. Aanplantingen en bomen:
● Aanplantingen en bomen moeten geplaatst worden op een afstand van minimaal 0,75 m en maximaal 1 m van de taludinsteek, landinwaarts gemeten van het einde van het talud van de waterloop;
● Bomen moeten aangeplant worden met een tussenafstand van 12 m;
● Struikgewas moet teruggesnoeid worden tot 1,5 m hoogte;
● Voor een andere plantwijze dan hiervoor vermeld, moet steeds de schriftelijke toestemming van de waterbeheerder verkregen worden.
Het advies van de Vlaamse Milieumaatschappij wordt bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van de bestemmingsplannen.
Mobiliteitsaspect: De impact van het verwijderen van de bestaande bomen heeft op vlak van de mobiliteit een impact. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt op het openbaar domein. De aanvrager moet aandacht hebben om de hinder op de mobiliteit van de Koutermanstraat en de Grootstraat beperken.
Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: De waarde van het structuurelement wordt verhoogd, de aanwezige bomenrijen worden verwijderd als onderdeel van het project Alken Vallei. De bomen worden verwijderd om de veiligheid in de toekomst te bewaren en zullen gecompenseerd worden door ecologisch minstens even waardevolle elementen.
Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
Bodemreliëf: Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.
Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
MER
De aanvraag valt niet onder de bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004, maar wel onder bijlage III, met name nr. Rubriek 10l: infrastructuurprojecten: werken inzake kanalisering en ter beperking van overstromingen (flood relief werken).
In de beoordeling van de effecten op de omgeving is de impact omschreven en wordt nagegaan of de effecten als niet aanzienlijk mogen beschouwd worden.
Mobiliteit
De herinrichtingswerken in Valleipark Alken worden niet verwacht bijkomende mobiliteit te generen dan vandaag het geval is. Wel wordt de infrastructuur zodanig aangepast dat fietsverkeer aantrekkelijker en veiliger wordt, en ontsluiting van de parkings voor auto’s herzien wordt.
Verder zal er tijdens de aanlegfase project bijkomend gegenereerd worden verkeer door werfverkeer en transport van materiaal en gronden. Dit is echter tijdelijk van aard.
Voorliggend project zal over het algemeen een positieve invloed hebben op mobiliteit ter hoogte van het projectgebied, met name door de verhoogde aantrekkelijkheid en veiligheid voor het fietsverkeer
Bodem
Op enkele plaatsen zijn er reliëfwijzigingen nodig waarvoor bodem vergraven wordt. Hierbij gaat het over een beperkte landscaping waarmee er een ophogingen van minder dan 50 cm wordt gerealiseerd. Calamiteiten worden zo goed mogelijk vermeden tijden de aanleg- en exploitatiefase. Dit door correct en efficiënt te werken en zo de kans op calamiteiten te voorkomen door de wetgeving omtrent grondverzet ten alle tijden te volgen. Indien calamiteiten die een overschrijding van de bodemsaneringsnorm veroorzaken, dient een bodemsanering plaats te vinden volgens de bepalingen van het Vlarebo. Door de stronken maximaal te behouden worden effecten op de bodem geminimaliseerd.
Watersysteem
Binnen het project wordt het hemelwater dat valt op de verhardingen integraal ter plekke geïnfiltreerd. Er wordt niets afgevoerd. Om de infiltratie te bevorderen wordt de verharding waar mogelijk waterdoorlatend voorzien door middel van waterdoorlatende materialen te gebruiken en wadi’s aan te leggen. Verder zal er maximaal ingezet worden op hergebruik van water. Zo worden er 3 hemelwaterputtenvoorzien met een inhoud van 60.000 liter.
Het projectgebied is gelegen binnen een overstromingsgevoelig fluviaal gebied (watertoetskaart 2023) met kleine tot middelgrote kans op overstromingen. Daarnaast is de projectzone ook overstromingsgevoelig voor pluviale overstromingen. Het project voorziet het openleggen van twee waterlopen die voorheen deels ingebuisd waren. Daarnaast worden de beddingen terug hersteld (hermeandering). Door deze ingrepen wordt het watersysteem in het valleipark terughersteld en wordt de historische structuur terug benaderd. De waterlopen hebben meer ruimte en zullen piekdebieten beter kunnen opvangen. Daarnaast zal de stroomsnelheid afnemen en zal er ook stroomafwaarts minder overlast worden veroorzaakt.
Geluid en trillingen
In de aanlegfase worden er voornamelijk geluids- en trillingsemissies verwacht als gevolg van werfmachines, werfverkeer en het omzagen van de bomen. Deze emissies zijn enkel van tijdelijke aard en verdwijnen na de aanlegfase. Daarnaast verlopen de werken enkel overdag. Daarom moet steeds de code van goede praktijk worden toegepast voor het kiezen van uitvoeringstechnieken en het gebruik van machines. Verder worden werfmachines worden zo ver als mogelijk van de bestaande woonontwikkeling geplaatst.
Gezien de aard van het project, worden geen belangrijke geluidseffecten verwacht op vlak van verkeer in de exploitatiefase. Het project zal immers niet leiden tot een toename in de hoeveelheid verkeer dat ter hoogte van de projectsite passeert.
Biodiversiteit
Het Natuurwervingsgebied ‘De Herk’, deel van het IVON, ligt op ca. 200 m ten noorden van de projectzone. Op ca. 500 m ten zuiden van de projectzone ligt een VEN-gebied. In een voortraject werd een visie uitgewerkt met de toekomstige rol van de vallei als natuur- en waterverbinding, buffer en infiltratiezone en dat in functie staat van de bestaande sport en recreatiezone met respect voor de draagkracht van de omgeving. De visie ligt in lijn met het RUP Alken Valley. Een verscherpte natuurtoets is uitgevoerd waaruit volgende zaken naarvoren kwamen.
Het ontwerp gaat uit van het maximaal behoud van aanwezige bomen. Er werden reeds verschillende wijzigingen aan het ontwerp doorgevoerd om verschillende waardevolle bomen te behouden. Doch was het onmogelijk gezien de aard van de werkzaamheden, om alle bomen te behouden. In het projectgebied zijn in totaal 20 bomen die verwijderd moeten worden om plaats te maken voor het herstel van de waterlopen. Vleermuizen kunnen echter huizen in de oude, grote bomen (stamomtrek >100m). Daardoor is het controleren van de bomen voor de kap met een warmtecamera door een erkend deskundige noodzakelijk. Bij het kappen van bomen wordt het broedseizoen gerespecteerd en niet gekapt tussen 15 maart en 30 juni.
Netto ontharding zorgt voor bijkomend leefgebied voor flora en fauna. Groenvoorziening met ca. 143 nieuwe inheemse bomen, gemende hagen/houtkanten, combinatie van moerasspirearuigte en glanshaverhooiland, ten behoeve van enkele doelsoorten waaronder Moerassprinkhaan en Spaanse vlag.
Vandaag is de Grote Herk en de Kleine Herk gedeeltelijk ingebuisd in het noorden. De Molen vormt vandaag de dag een vismigratieknelpunt. Naast het openleggen van beide rivieren wordt er een bypass gecreëerd van de Grote Herk naar de Kleine Herk waardoor het vismigratieknelpunt ter hoogte van de Oude molen wordt opgeheven. Migrerende vissen worden via de Grote Herk naar de Kleine Herk geleid door een nieuw aangelegde bypass met trapjes.
In functie van de aanleg van een zomer- en winterbed langs de Grote Herk is het dempen van de roeivijver noodzakelijk. De vijver is echter biologisch gezien niet erg waardevol. Het zomer en winterbed creëren stroomvariatie en bijgevolg het verhogen van de kans op geschikt habitat voor fauna en flora.
Door de ingrepen aan de waterlopen (openlegging, meandering, zomer- en winterbed, natuurlijke oevers) wordt het watersysteem in het valleipark terug hersteld en wordt de historische structuur terug benaderd. De waterlopen hebben meer ruimte en zullen piekdebieten beter kunnen opvangen. Daarnaast zal de stroomsnelheid afnemen en zal er ook stroomafwaarts in het VEN minder overlast worden veroorzaakt. Daarnaast zullen fauna en flora gebonden aan een dynamisch riviersysteem en de tot doel gestelde natuurstreefbeelden langs de oever baat hebben bij deze herinrichting. Door de aanleg van natuurlijke oevers en ruigte vegetatie is dit ook aantrekkelijk van amfibieën.
Door de inrichting van voorliggend project zal het natuurverwevingsgebied De Bengelbeemd in het noorden en het VEN-gebied de Grote Beemd in het zuiden verbonden worden met elkaar door de herinrichting van hoofdzakelijk de Grote Herk en het opheffen van een belangrijk vismigratieknelpunt op deze waterloop.
De werken tijdens de aanlegfase zullen verwaarloosbare of slechts beperkte hinder veroorzaken voor de nabije omgeving. Het VEN gebied zal hiervan geen aanzienlijke hinder ondervinden. In de exploitatiefase wordt de impact van de ingrepen als positief beoordeeld, zowel voor het projectgebied zelf, als voor het VEN gebied. Er wordt geen schade aangebracht aan de VEN en IVON gebieden.
Men stelt om deze reden dan ook de volgende maatregelen voor:
● Sommige vleermuissoorten gebruiken oude holle bomen als nestplaats. Bij het kappen van de bomen gaan er mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. De bomen dienen daarom voor de kap gecontroleerd te worden met een warmtecamera en erkend vleermuisdeskundige. Indien er veel gaten aanwezig zijn, dienen de bomen gerooid te worden in de periode september-oktober en neer gelegd te worden zodat eventuele vleermuizen eruit kunnen. Indien er slechts enkele gaten worden gevonden, kunnen deze worden afgedekt (exclusie flap) in septemberoktober zodat er geen vleermuizen meer in kunnen. Nadien kunnen alle bomen gerooid worden in de wintermaanden. Enkel bomen met een stamomtrek groter dan 1 m hebben een grotere kans tot het huizen van vleermuizen. Bijkomend zal, indien geschikte holtes/scheuren verdwijnen door de kap, compensatiehabitat voorzien worden. Rapportage van de bevindingen van de vleermuisexpert zal doorgegeven worden aan het ANB via aves.lim.anb@vlaanderen.be.
● Er wordt rekening gehouden met het broedseizoen. De bomen worden bijgevolg niet gekapt tussen 15 maart en 30 juni.
● Tijdens de werkzaamheden dient er op gelet te worden dat de stam en wortelzone van de boom niet beschadigd worden. Het is noodzakelijk een boombeschermingszone aan te leggen. Dit is typisch de breedte van de kroonprojectie. De zone dient te worden afgebakend met vb. Heras hekken zodat machines de zone niet kunnen betreden. Indien er wortels bloot worden gelegd tijdens de vergravingen, dienen deze worden afgedekt met een vochtige doek om verdroging te voorkomen. Als blijkt dat de wortel toch verwijderd moeten worden, worden de wortels steeds recht afgesneden (niet afgebroken) met handgereedschap.
● Algemeen dient bij werken ter hoogte van groenzones, bomen en de waterlopen gewerkt te worden met rijplaten om verlies aan habitatkwaliteit te voorkomen.
● Tijdens de wintermaanden is er ’s Ochtens en ’s avonds mogelijk bijkomende verlichting nodig. Deze verlichting zal zo gericht en beperkt mogelijk zijn in functie van nachtactieve vogels en eventuele vleermuizen.
Conclusie
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
De aanvraag ingediend door gemeente Alken voor het rooien van 1 rij van 7 populieren, 1 rij van 18 populieren en 1 rij van 17 populieren (projectgebied C) en 9 hoogstammige bomen (projectgebied B), op het perceel gelegen te Koutermanstraat z/n, kadastraal bekend: ALKEN 2 AFD, sectie E, perceel 1029/00D000, 1027/00S000, 1030/00G000, 1031/00R000, 1029/00E000, 1027/00T000, 1029/00F000 en 1027/00N000, 1069/00B000, 1054/00V000, 1016/00N000, 1067/00C000, 1016/00P000, 1054/00N000, 1016/00F002, 1069/00K000, 1016/00G002, 1016/00E002, 1054/00S000, 1067/00B000 en 1017/00S000. worden voorwaardelijk vergund met volgende voorwaarden:
● De kapwerken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet in de periode van 1 maart tot 1 juli).
● De 5 m-erfdienstbaarheidszone langs de Kleine Herk wordt uitgezet op het terrein voor de aanvang van de werken en is te meten vanaf de bovenrand van het talud van de waterloop. In deze zone zijn gebouwen, verhardingen en andere constructies of hindernissen (zoals ophogingen, opslag of beplanting) niet toegelaten.
● Eventuele beschadigingen van de taluds van de waterloop ten gevolge van de werken dienen op natuurtechnische wijze hersteld te worden door en op kosten van de aanvrager. Alle kap- en snoeihout of bouwpuin dat gedurende de werken in de waterloop belandt, dient onmiddellijk verwijderd te worden.
● De aanvrager verwittigt de buitendienst van de VMM minstens 10 dagen voor de aanvang van de werken.
● Bij afrastering bevindt het gedeelte van de afsluiting dat grenst aan de waterloop zich op een afstand van 0,75 m tot 1 m, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop;
● De afsluiting mag niet hoger zijn dan 1,5 m boven de begane grond;
● De afsluiting moet gemakkelijk weg te nemen en terug te plaatsen zijn om het onderhoud van de waterlopen niet te belemmeren.
● Aanplantingen en bomen moeten geplaatst worden op een afstand van minimaal 0,75 m en maximaal 1 m van de taludinsteek, landinwaarts gemeten van het einde van het talud van de waterloop;
● Bomen moeten aangeplant worden met een tussenafstand van 12 m;
● Struikgewas moet teruggesnoeid worden tot 1,5 m hoogte;
● Voor een andere plantwijze dan hiervoor vermeld, moet steeds de schriftelijke toestemming van de waterbeheerder verkregen worden.
● Sommige vleermuissoorten gebruiken oude holle bomen als nestplaats. Bij het kappen van de bomen gaan er mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. De bomen dienen daarom voor de kap gecontroleerd te worden met een warmtecamera en erkend vleermuisdeskundige. Indien er veel gaten aanwezig zijn, dienen de bomen gerooid te worden in de periode september-oktober en neer gelegd te worden zodat eventuele vleermuizen eruit kunnen. Indien er slechts enkele gaten worden gevonden, kunnen deze worden afgedekt (exclusie flap) in septemberoktober zodat er geen vleermuizen meer in kunnen. Nadien kunnen alle bomen gerooid worden in de wintermaanden. Enkel bomen met een stamomtrek groter dan 1 m hebben een grotere kans tot het huizen van vleermuizen. Bijkomend zal, indien geschikte holtes/scheuren verdwijnen door de kap, compensatiehabitat voorzien worden. Rapportage van de bevindingen van de vleermuisexpert zal doorgegeven worden aan het ANB via aves.lim.anb@vlaanderen.be.
● Tijdens de werkzaamheden dient er op gelet te worden dat de stam en wortelzone van de boom niet beschadigd worden. Het is noodzakelijk een boombeschermingszone aan te leggen. Dit is typisch de breedte van de kroonprojectie. De zone dient te worden afgebakend met vb. Heras hekken zodat machines de zone niet kunnen betreden. Indien er wortels bloot worden gelegd tijdens de vergravingen, dienen deze worden afgedekt met een vochtige doek om verdroging te voorkomen. Als blijkt dat de wortel toch verwijderd moeten worden, worden de wortels steeds recht afgesneden (niet afgebroken) met handgereedschap.
● Algemeen dient bij werken ter hoogte van groenzones, bomen en de waterlopen gewerkt te worden met rijplaten om verlies aan habitatkwaliteit te voorkomen.
● Tijdens de wintermaanden is er ’s Ochtens en ’s avonds mogelijk bijkomende verlichting nodig. Deze verlichting zal zo gericht en beperkt mogelijk zijn in functie van nachtactieve vogels en eventuele vleermuizen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 29/10/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door PASCAL GIESEN namens Alken gevestigd te te , het vellen van hoogstammige bomen, gelegen Koutermanstraat 2, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1016 E2, (afd. 2) sectie E 1016 P, (afd. 2) sectie E 1016 F2, (afd. 2) sectie E 1016 N, (afd. 2) sectie E 1016 G2, (afd. 2) sectie E 1017 S, (afd. 2) sectie E 1027 N, (afd. 2) sectie E 1027 S, (afd. 2) sectie E 1027 T, (afd. 2) sectie E 1029 D, (afd. 2) sectie E 1029 E, (afd. 2) sectie E 1029 F, (afd. 2) sectie E 1029 C, (afd. 2) sectie E 1030 G, (afd. 2) sectie E 1031 R, (afd. 2) sectie E 1054 S, (afd. 2) sectie E 1054 V, (afd. 2) sectie E 1054 N, (afd. 2) sectie E 1067 C, (afd. 2) sectie E 1067 B, (afd. 2) sectie E 1069 K en (afd. 2) sectie E 1069 B voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● De kapwerken worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (dus niet in de periode van 1 maart tot 1 juli).
● De 5 m-erfdienstbaarheidszone langs de Kleine Herk wordt uitgezet op het terrein voor de aanvang van de werken en is te meten vanaf de bovenrand van het talud van de waterloop. In deze zone zijn gebouwen, verhardingen en andere constructies of hindernissen (zoals ophogingen, opslag of beplanting) niet toegelaten.
● Eventuele beschadigingen van de taluds van de waterloop ten gevolge van de werken dienen op natuurtechnische wijze hersteld te worden door en op kosten van de aanvrager. Alle kap- en snoeihout of bouwpuin dat gedurende de werken in de waterloop belandt, dient onmiddellijk verwijderd te worden.
● De aanvrager verwittigt de buitendienst van de VMM minstens 10 dagen voor de aanvang van de werken.
● Bij afrastering bevindt het gedeelte van de afsluiting dat grenst aan de waterloop zich op een afstand van 0,75 m tot 1 m, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop;
● De afsluiting mag niet hoger zijn dan 1,5 m boven de begane grond;
● De afsluiting moet gemakkelijk weg te nemen en terug te plaatsen zijn om het onderhoud van de waterlopen niet te belemmeren.
● Aanplantingen en bomen moeten geplaatst worden op een afstand van minimaal 0,75 m en maximaal 1 m van de taludinsteek, landinwaarts gemeten van het einde van het talud van de waterloop;
● Bomen moeten aangeplant worden met een tussenafstand van 12 m;
● Struikgewas moet teruggesnoeid worden tot 1,5 m hoogte;
● Voor een andere plantwijze dan hiervoor vermeld, moet steeds de schriftelijke toestemming van de waterbeheerder verkregen worden.
● Sommige vleermuissoorten gebruiken oude holle bomen als nestplaats. Bij het kappen van de bomen gaan er mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. De bomen dienen daarom voor de kap gecontroleerd te worden met een warmtecamera en erkend vleermuisdeskundige. Indien er veel gaten aanwezig zijn, dienen de bomen gerooid te worden in de periode september-oktober en neer gelegd te worden zodat eventuele vleermuizen eruit kunnen. Indien er slechts enkele gaten worden gevonden, kunnen deze worden afgedekt (exclusie flap) in september oktober zodat er geen vleermuizen meer in kunnen. Nadien kunnen alle bomen gerooid worden in de wintermaanden. Enkel bomen met een stamomtrek groter dan 1 m hebben een grotere kans tot het huizen van vleermuizen. Bijkomend zal, indien geschikte holtes/scheuren verdwijnen door de kap, compensatiehabitat voorzien worden. Rapportage van de bevindingen van de vleermuisexpert zal doorgegeven worden aan het ANB via aves.lim.anb@vlaanderen.be.
● Tijdens de werkzaamheden dient er op gelet te worden dat de stam en wortelzone van de boom niet beschadigd worden. Het is noodzakelijk een boombeschermingszone aan te leggen. Dit is typisch de breedte van de kroonprojectie. De zone dient te worden afgebakend met vb. Heras hekken zodat machines de zone niet kunnen betreden. Indien er wortels bloot worden gelegd tijdens de vergravingen, dienen deze worden afgedekt met een vochtige doek om verdroging te voorkomen. Als blijkt dat de wortel toch verwijderd moeten worden, worden de wortels steeds recht afgesneden (niet afgebroken) met handgereedschap.
● Algemeen dient bij werken ter hoogte van groenzones, bomen en de waterlopen gewerkt te worden met rijplaten om verlies aan habitatkwaliteit te voorkomen.
● Tijdens de wintermaanden is er ’s ochtends en ’s avonds mogelijk bijkomende verlichting nodig. Deze verlichting zal zo gericht en beperkt mogelijk zijn in functie van nachtactieve vogels en eventuele vleermuizen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 29 10 2025
Omgevingsvergunning 1050
Aanvraag omgevingsvergunning over: het plaatsen van een elektriciteitscabine ingediend door Sanne Lenaerts namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 444/2 C en (afd. 2) sectie E 450/2 C. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Sanne Lenaerts namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Leemkuilstraat zn
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nrs. 444/2 C en 450/2 C
|
Projectnaam: | Leemkuilstraat 125 - Fluvius
|
Dossiernummer: | 2025106
|
Intern dossiernummer: | 1050
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025108773
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het plaatsen van een elektriciteitscabine
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het plaatsen van een E-Cabine Alken – Leemkuilstraat
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 – woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het plaatsen van een elektriciteitscabine, zal gebeuren volgens de wettelijke vereiste betreffende infiltratie voor netgebonden gebouwen. Conform de geldende voorschriften zal Fluvius ervoor zorgen dat ten minste ¼ van de oppervlakte van het terrein waarop de netgebonden gebouwen worden opgericht, waterdoorlatend zal blijven om infiltratie te bevorderen. Deze maatregel wordt genomen om de impact van het project op het milieu te minimaliseren en om te voldoen aan de geldende regelgeving met betrekking tot infiltratie.
Gezien de ligging langs de ‘Grootpetersbeek’ werd er advies gevraagd aan de dienst waterlopen, provincie Limburg aangaande de plaatsing van de elektriciteitscabine. Zij verleende een voorwaardelijk gunstig advies aangaande huidige aanvraag, zijnde:
‘Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u volgende VOORWAARDEN in de omgevingsvergunning op te nemen, zoals ze ook geformuleerd werden in bijgaand advies.
● Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gebouwd worden.
= 41,20 m TAW + 10 cm
= 41,30 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
Aan deze voorwaarde wordt voldaan.
De nulpas van de cabine wordt volgens de plannen op niveau 41,30 m TAW voorzien.
● De (leidingen-) kelder moet waterdicht worden uitgevoerd.
● Eventuele verluchtingsopeningen in de kelderwanden moeten voldoende hoog boven het maaiveld voorzien worden, zodat er geen oppervlaktewater van achter naar voor kan binnenstromen.
● Doorvoeren van nuts- en andere leidingen onder het vloerpeil moeten waterdicht worden uitgevoerd.
● Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
● Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het vloerpeil.
● Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het vloerpeil voorzien worden.
● De bestaande “Grootpeterbeek” moet te allen tijde behouden blijven om de goede afwatering van de achterliggende percelen naar de straat te garanderen. Het is dan ook essentieel dat cfr. de plannen bij de vergunning voldoende afstand tussen de cabine en deze (plaatselijk ingebuisde) gracht behouden wordt. Fluvius is te allen tijde aansprakelijk voor eventuele schade aan de waterloop ten gevolge van het (te dicht tegen de waterloop) bouwen van de cabine.
Milieu:
///
Stikstofdecreet:
Het Decreet van de Vlaamse Overheid over de programmatische aanpak stikstof (kortweg ‘Stikstofdecreet’) verstaat het bouwen van dit project volgens artikel 2.41° als een vergunningsplichtig verkeergenererend project en dat geen verkeerdragend infrastructuurproject is en dat stikstofemissiegererende vervoersbewegingen veroorzaakt, of de wijziging van een dergelijk project.
De door de aanvrager berekende gecumuleerde effecten van de stikstofdepositie ten gevolge van vervoersbewegingen en/of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase en exploitatiefase, veroorzaakt door de activiteit, zijn lager dan 1% minimisdrempelwaardes en een verdere passende beoordeling voor de effecten van stikstofdepositie via lucht zijn niet nodig. Dit betekent dat zelfs indien het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% minimisdrempelwaardes.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 11 september 2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 29 september 2025 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 23 oktober 2025 |
1.f. Historiek
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Huidige aanvraag betreft het plaatsen van een betonnen prefab elektriciteitscabine.
Het perceel is gelegen aan een gemeentelijke weg, nl. de Leemkuilstraat, een geasfalteerde gemeenteweg die voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande of gekoppelde eengezinswoningen. De aanpalende gronden betreffen aan de achterzijde de voortuinzone van de woning Leemkuilstraat 123 en aan de linkerzijde is er de ingebuisde ‘Grootpetersbeek’ gesitueerd.
Naar aanleiding van spanningsklachten thv. Leemkuilstraat is de nutsmaatschappij op zoek gegaan naar een locatie voor het plaatsen van een extra elekticiteitscabine in de omgeving om zo de spanning in de buurt te kunnen versterken mede rekening houdend met de energietransitie in de toekomst.
De nieuwe cabine heeft een oppervlakte van 9,32 m² en een volume van 23,3 m³. Deze cabine heeft een breedte van 3m45 en een diepte van 2m70 en wordt geplaatst langs de Leemkuilstraat op een perceel in private eigendom van de gemeente Alken en zoals aangeduid op het inplantingsplan op ongeveer 1m15 van de voorliggende rooilijn en 4m32 van de rand van de weg. Aan de linkerzijde is de Grootpetersbeek gesitueerd op ongeveer 1m48 van de zijgevel van de cabine en op 0,88cm ten aanzien van de perceelsgrens met aanpalende eigenaar van de woning Leemkuilstraat 123. De bestaande beplanting wordt zoveel als mogelijk behouden om ook zo de elektriciteitscabine te integreren in de omgeving. Er wordt enkel een kleinere appelboom verwijderd om de cabine te kunnen plaatsen. Ook de bestaande inrit van de aanpalende eigenaar zal behouden blijven.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Huidige vergunningsaanvraag betreft de aanleg van een nieuwe elekriciteitscabine binnen een woonzone, en is bijgevolg verenigbaar met de zonering volgens het gewestplan.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
provincie Limburg - afdeling Waterbeheer | 29 september 2025 | 2 oktober 2025 | voorwaardelijk gunstig |
2.d. Bespreking van de adviezen
○ De aanvraag werd op 29.09.2025 digitaal voor advies voorgelegd aan de dienst waterlopen, provincie Limburg. Op 02.10.2025 werd er een voorwaardelijk gunstig advies verleend via het omgevingsloket. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven en bijgetreden.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- functionele inpasbaarheid: voorliggende aanvraag betreft de plaatsing van een nieuwe elektriciteitscabine ter versterking van het net. Gelet op de aard van deze werken in het kader van het algemeen belang en de openbare nutsvoorzieningen zijn deze werken dan ook functioneel inpasbaar in deze omgeving, gezien dit handelt over de optimalisatie van de bestaande nutsvoorzieningen. De bestemmingsvoorschriften blijven ongewijzigd t.o.v. het geldende gewestplan en er is rekening gehouden met de bestaande omgeving en de omliggende bebouwingen.
- mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
● schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft het plaatsen van een nieuwe elektriciteitscabine. De uitvoering van deze werken zal dan ook ruimtelijk een zeer beperkte impact hebben op de omgeving gezien dit een beperkte constructie betreft van 9,32m² en een volume van slechts 23m³. Het project is bijgevolg aanvaardbaar voor wat betreft de beschouwde beoordelingsaspecten.
- visueel-vormelijke elementen: Het aangevraagde project betreft het plaatsen van een betonnen prefab elektriciteitscabine met beperkte omvang dewelke omboord zal worden met een groene haag. Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de verenigbaarheid met de omgeving en de bestaande infrastructuur.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.
- het bodemreliëf: bij de realisatie van de elektriciteitscabine zal het bestaande reliëf zoveel als mogelijk behouden blijven en zullen de wijzigingen gering blijven.
- hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren werken geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde werken zijn voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze infrastructuurwerken.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Het advies van de dienst Waterlopen, provincie Limburg d.d. 02.10.2025 dient strikt nageleefd te worden, zijnde:
○ Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gebouwd worden.
= 41,20 m TAW + 10 cm
= 41,30 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
Aan deze voorwaarde wordt voldaan.
De nulpas van de cabine wordt volgens de plannen op niveau 41,30 m TAW voorzien.
● De (leidingen-) kelder moet waterdicht worden uitgevoerd.
○ Eventuele verluchtingsopeningen in de kelderwanden moeten voldoende hoog boven het maaiveld voorzien worden, zodat er geen oppervlaktewater van achter naar voor kan binnenstromen.
○ Doorvoeren van nuts- en andere leidingen onder het vloerpeil moeten waterdicht worden uitgevoerd.
○ Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
○ Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het vloerpeil.
○ Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het vloerpeil voorzien worden.
○ De bestaande “Grootpeterbeek” moet te allen tijde behouden blijven om de goede afwatering van de achterliggende percelen naar de straat te garanderen. Het is dan ook essentieel dat cfr. de plannen bij de vergunning voldoende afstand tussen de cabine en deze (plaatselijk ingebuisde) gracht behouden wordt. Fluvius is te allen tijde aansprakelijk voor eventuele schade aan de waterloop ten gevolge van het (te dicht tegen de waterloop) bouwen van de cabine.
● Er dient een haag aangeplant te worden aan de achterzijde van deze cabine met een hoogte van min. 2m50, dit om de cabine beter te integreren in de omgeving en eventuele hinder ten aanzien van het aanpalende perceel en de tuinzone van de aanpalende eigenaar te beperken.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 29/10/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Sanne Lenaerts namens Fluvius System Operator CV met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt, het plaatsen van een elektriciteitscabine, gelegen , kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 444/2 C en (afd. 2) sectie E 450/2 C .
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het advies van de dienst Waterlopen, provincie Limburg d.d. 02.10.2025 dient strikt nageleefd te worden, zijnde:
○ Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch overstromingspeil gebouwd worden.
= 41,20 m TAW + 10 cm
= 41,30 m TAW = overstromingsveilig vloerpeil
Aan deze voorwaarde wordt voldaan.
De nulpas van de cabine wordt volgens de plannen op niveau 41,30 m TAW
voorzien.
○ De (leidingen-) kelder moet waterdicht worden uitgevoerd.
○ Eventuele verluchtingsopeningen in de kelderwanden moeten voldoende hoog boven het maaiveld voorzien worden, zodat er geen oppervlaktewater van achter naar voor kan binnenstromen.
○ Doorvoeren van nuts- en andere leidingen onder het vloerpeil moeten waterdicht worden uitgevoerd.
○ Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
○ Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het vloerpeil.
○ Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten boven het vloerpeil voorzien worden.
○ De bestaande “Grootpeterbeek” moet te allen tijde behouden blijven om de goede afwatering van de achterliggende percelen naar de straat te garanderen. Het is dan ook essentieel dat cfr. de plannen bij de vergunning voldoende afstand tussen de cabine en deze (plaatselijk ingebuisde) gracht behouden wordt. Fluvius is te allen tijde aansprakelijk voor eventuele schade aan de waterloop ten gevolge van het (te dicht tegen de waterloop) bouwen van de cabine.
● Er dient een haag aangeplant te worden aan de achterzijde van deze cabine met een hoogte van min. 2m50, dit om de cabine beter te integreren in de omgeving en eventuele hinder ten aanzien van het aanpalende perceel en de tuinzone van de aanpalende eigenaar te beperken.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 29 10 2025
Omgevingsvergunning 1057
Aanvraag omgevingsvergunning over: het vellen van een populier ingediend door Marc Vandeweyer wonende te Koutermanstraat 29 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Koutermanstraat 29, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1047 B. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvrager(s): | Meneer Vandeweyer Marc wonende te Koutermanstraat 29 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Achter Koutermanstraat 29 te 3570 Alken
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nr. 1047B
|
Projectnaam: | Koutermansstraat - Vandeweyer Marc
|
Dossiernummer: | 2025117
|
Intern dossiernummer: | 1057
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2025121309
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject
|
Datum aanvraag:
| 8/10/2025 |
1.b. Omschrijving aanvraag
Het betreft het vellen van een hoogstammige boom.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
De aanvraag ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 3 april 1979 - industriegebied.
Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg Centrum 2 (Koutermansstraat), zone voor industrie en zone voor buffer.
Het eigendom is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) als aandachtszone vegetatiebesluit en een goedgekeurd provinciaal RUP brouwerij, industriezone met nabestemming 'valleigebied met afwerking groene woonrand'.
Het gemeentebestuur blijft bijgevolg de bevoegdheid van de overheid om de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 01.01.2014 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 30.04.2015 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
///
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, namelijk het verwijderen van bomen niet valt onder de aanvragen waarop de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater op van toepassing is.
Milieu:
Bij elke kapping dient er minstens een gelijkwaardige compensatie te worden voorzien. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
● Artikel 13 §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997
● Artikel 8 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21.10.1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 23.07.1998.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 08/10/2025 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 14/10/2025 |
Opening openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Afsluiten openbaar onderzoek | Niet van toepassing |
Gemeenteraad voor wegenwerken | Niet van toepassing |
Dossierbehandelaar | Charlotte Beerten |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 23/10/2025 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : afdeling 2 sectie E nr. 1047B
● Er zijn geen gekende omgevingsvergunningen op dit perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Het vellen van een driestammige hoogstammige boom (populier) op het perceel te Alken, 2de afdeling, Sectie E, nummer 1047B. Het perceel waar de aanvraag betrekking op heeft is gelegen in industriegebied achter woonuitbreidingsgebied. De boom staat op een perceel zonder gebouwenstructuur achter perceel Koutermanstraat 29. De Koutermanstraat is een gemeentelijke weg in asfalt en is voldoende uitgerust, gelet op de plaatselijke toestand.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet gelegen in een Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG), een Habitatrichtlijngebied
of Vogelrichtlijngebied, een Ramsar-gebied of een Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN-gebied).
Het perceel werd gekarteerd in de Biologische waarderingskaart (versie 2) als biologisch zeer waardevol met populierenbestand vochtige bodem (lh) en rietland en andere vegetaties van het rietverbond (mr).
Verantwoording van de aanvraag:
Doordat de gemeente in de weide naast het perceel populieren gaat vellen wenst de aanvrager de driestammige populier die op de grens met het perceel staat te laten mee vellen , omdat deze anders dreigt om te waaien. Dit op advies van boomexpert van de gemeente.
2.c. Adviezen
Niet van toepassing.
2.d. Bespreking van de adviezen
Niet van toepassing.
2.e. Openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
Niet van toepassing.
2.g. Beoordeling
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De aanvraag handelt over het vellen van 1 hoogstammige boom.
● Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is principieel in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.
● Mobiliteitsaspect: De impact op de mobiliteit wordt ingeschat als minimaal. De aanvrager moet ervoor zorgen dat er geen vervuiling met grond of ander materiaal voorkomt door de werken en moet het nodige doen om dit teniet te doen, mocht dit toch voorvallen.
● Schaal, ruimtegebruik, bouwdichtheid en visueel vormelijke elementen: Gezien het perceel dicht begroeid is met bomen en de te vellen hoogstammige boom op de perceelgrens gelegen is wordt een heraanplant niet opgelegd, zodoende het bestaande plantsoen voldoende plaats krijgt om een groot kruin te ontwikkelen.
● Visueel-vormelijke elementen: Het verwijderen van de hoogstammige boom heeft enkele visueel – vormelijke gevolgen. Gezien het perceel dicht begroeid is met bomen en de te vellen hoogstammige boom op de perceelgrens gelegen is wordt een heraanplant niet opgelegd, zodoende het bestaande plantsoen voldoende plaats krijgt om een groot kruin te ontwikkelen.
● Cultuurhistorische aspecten: Dit perceel en beplanting ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Bodemreliëf: Het bestaande maaiveld wordt maximaal behouden.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er wordt een beperkte hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving
Conclusie:
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
De aanvraag ingediend door meneer Vandeweyer Marc voor het vellen van één hoogstammige boom op het perceel gelegen achter Koutermanstraat 29, 3570 Alken, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie E nr. 1047B wordt voorwaardelijk vergund met volgende voorwaarden:
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● Het rooien gebeurt op een moment dat de vochtige tot natte omstandigheden op het terrein het toelaten, om bodemverdichting te voorkomen;
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden;
● Bij het uitvoeren van werken moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de bestaande beplanting tot volle wasdom te brengen en dient bij uitval in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug in te vullen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 29/10/2025 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Marc Vandeweyer wonende te Koutermanstraat 29 te 3570 Alken, het vellen van een populier, gelegen Koutermanstraat 29, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1047 B voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Het kappen van de boom gebeurt buiten het broedseizoen (broedseizoen = april tot einde juni);
● Het rooien gebeurt op een moment dat de vochtige tot natte omstandigheden op het terrein het toelaten, om bodemverdichting te voorkomen;
● Tijdens de werken, moet ervoor gezorgd worden dat de straat proper wordt gehouden;
● Bij het uitvoeren van werken moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos;
● De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om de bestaande beplanting tot volle wasdom te brengen en dient bij uitval in het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats/plaatsen terug in te vullen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 29 10 2025
Advies CBS beroepsprocedure omgevingsvergunning P34
Het college van burgemeester en schepenen heeft met betrekking tot dit dossier reeds een advies verleend in 1e aanleg op 19 maart 2025, waarbij er een omgevingsvergunning onder voorwaarden werd afgeleverd door de deputatie Limburg op 2 mei 2024. Ook werd er reeds op 27 augustus een advies in beroep verleend. De nieuwe projectinhoudversie en het beroep bevatten geen nieuwe elementen die de eerdere adviezen van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken kunnen wijzigen. Het college van burgemeester en schepenen wenst haar advies dan ook integraal te behouden.
ADVIES BEROEP - GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Kathleen Meirens met als contactadres Universiteitslaan 1 te 3500 Hasselt en Kathleen Meirens namens Provincie Limburg gevestigd te Universiteitslaan 1 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Hendrikstraat zn.
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie G nrs. 28A2, 90C, 90D, 91A en 92A
|
Projectnaam: | Aanleg overstromingszone Simsebeek L170 in Alken
|
Dossiernummer: | 202510
|
Intern dossiernummer: | P34
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024143902
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek L170
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Ontbossing voor werkzone en aanleg zandvang
● Aanleg kunstwerk op de Simsebeek
● Aanleg van dijk met kunstwerk, zandvang, lekzone en verleggen Simsebeek
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP alsook niet binnen de omschrijving van een niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 3 december 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 5 februari 2025 |
Opening openbaar onderzoek | 18 oktober 2025 |
Afsluiten openbaar onderzoek | 16 november 2025 |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum advies 1e aanleg | 19 maart 2025 |
Beslissing deputatie | 15 mei 2025 |
Beroepsschrift | 20 juni 2025 |
Advies beroep | 28 oktober 2025 |
1.f. Historiek
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
Op 19 maart 2025 gaf het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken reeds advies over het project in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag. Ook werd er reeds op 27 augustus een advies in beroep verleend. De nieuwe projectinhoudversie en het beroep bevatten geen nieuwe elementen die de eerdere adviezen van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken kunnen wijzigen. De eerdere adviezen van de gemeente Alken worden dan ook behouden, als volgt:
‘De aanvraag handelt over het inrichten van een overstromingszone aan de Simsebeek L170.
Het gebied waarover de aanvraag gaat is gelegen in een binnengebied gesitueerd tussen de Simsebeekweg, de Hendrikstraat en de Grendelweg. En dit ter hoogte van de waterloop Simsebeek L170.
Aanleiding voor de bouw van een overstromingszone op de Simsebeek is een hydraulische studie die Aquafin heeft laten uitvoeren voor de afkoppeling van de Klotsveldbeek. De Klotsveldbeek sluit in de bestaande toestand aan op de (gemengde) riolering van de Sint-Jorisstraat en de Eduard Dompasstraat. De waterloop stroomt zo integraal naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie en mondt in de praktijk niet meer uit in de Simsebeek. De samenvloeiing van de Klotsveldbeek met de Simsebeek situeert zich ter hoogte van de Hendrikstraat.
Het afkoppelingsproject voorziet een gescheiden riolering waarbij een aparte DWA-riolering (collector) wordt aangelegd voor het transport van het afvalwater naar het RWZI en een aparte RWA-leiding voor het oppervlaktewater. Het RWA wordt in dit scenario terug aangesloten op de Simsebeek. Dit is in feite een herstel van de oorspronkelijke toestand.
De gemeente Alken heeft bij zware regenval echter meermaals te maken met wateroverlast in de Hendrikstraat en Langveldstraat. Ook de hydraulische studie van Aquafin geeft aan dat de (ingebuisde) Simsebeek het extra debiet aan regenwater niet aankan. Buffering van het regenwater opwaarts van de Hendrikstraat en Langveldstraat dringt zich op. Door de uitbouw van een overstromingszone op de Simsebeek kan het regenwaterdebiet in de woonstraten beperkt worden. Er komt bijgevolg extra ruimte vrij voor de afvoer van het water van de Klotsveldbeek.
De overstromingszone op de Simsebeek wordt gerealiseerd door de aanleg van een dijk achter de woningen van de Hendrikstraat. Er wordt bodem uitgegraven voor de aanleg van de zandvang, lekzone en afwateringsgracht. Het niveau van de rest van het bestaand terrein blijft behouden.
Door de bouw van een dijk met stuwconstructie kunnen de opwaartse percelen bij zware regenval tijdelijk overstromen. Het oppervlaktewater wordt vertraagd afgevoerd richting woonstraten.
Het project bestaat uit:
- Aanleg van een dijk met knijp waarbij de bestaande waterloop verplaatst wordt
- Aanleg van een afwateringsgracht
- Aanleg van een zandvang
- Aanleg van een toegangsweg (zonder bemaling)
- Vellen van bomen
- Het totale grondverzet met code 211 is 2790 m³ uitgraving, 1662 m³ aanvulling en 1228
m³ afvoer van grond.
Voor de aanleg van de dijk zullen er enkele bomen (populieren, wilgen en een berk) moeten gekapt worden. Deze zullen gecompenseerd worden binnen de overstromingszone. De gekapte Populieren, Wilgen en Berk worden gecompenseerd met Zwarte Els en Europese Vogelkers.’
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanleg van de overstromingszone wordt gepland in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
Het is niet gelegen in een richtlijn- of vengebied.
Huidige vergunningsaanvraag betreft de aanleg van een overstromingszone in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, in principe is dit niet in overeenstemming met de wettelijke context en moet er beroep gedaan worden op één van de afwijkingsmogelijkheden uit de Codex RO nl. Art. 4.4.7.§2.
Conform art. 4.4.7§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening mag in een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.
De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
HOOFDSTUK II DE [HANDELINGEN VAN ALGEMEEN BELANG (... - ...)
Artikel 2.
Als handelingen van algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden de werken, handelingen en wijzigingen beschouwd die betrekking hebben op:
3° de openbare waterwegen en waterlopen, alsook de bouw van de dokken en de sluizen in de havens, de aanleg van openbare bufferbekkens en overstromingsgebieden, de hermeandering van waterlopen en de uitvoering van andere waterbeheersingswerken, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals dienstgebouwen en andere;
HOOFDSTUK III [DE HANDELINGEN VAN ALGEMEEN BELANG DIE EEN RUIMTELIJKE BEPERKTE IMPACT HEBBEN OF ALS DERGELIJKE HANDELINGEN BESCHOUWD KUNNEN WORDEN
Artikel 3.
§ 2. Naast de handelingen, vermeld in paragraaf 1, kunnen de volgende handelingen van algemeen belang beschouwd worden als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op :
4° handelingen met betrekking tot bestaande of geplande openbare waterwegen of waterlopen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals :
a) de aanleg van bufferbekkens met een oppervlakte kleiner dan 1 ha;
b) de aanleg van overstromingsgebieden met een oppervlakte kleiner dan 5 ha;
c) de aanleg van oeverzones;
d) de herinrichting en hermeandering van waterlopen;
e) het opheffen van vismigratieknelpunten, het aanleggen of herstellen van faunapassages;
f) de handelingen met betrekking tot de berging of buffering voor rioleringsstelsels en regenwaterleidingen;
De voorgestelde afwijkingen kunnen bijgevolg aanvaard worden gezien ze in overeenstemming zijn met de afwijkingsmogelijkheden voorzien in de Codex RO volgens artikel 4.4.7§2, handelingen van algemeen belang. Tevens zijn deze voorgestelde werken beperkt in omvang en impact.
2.c. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
Op 19 maart 2025 gaf het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken reeds advies over het project in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag. Ook werd er reeds op 27 augustus een advies in beroep verleend. De nieuwe projectinhoudversie en het beroep bevatten geen nieuwe elementen die de eerdere adviezen van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken kunnen wijzigen. De eerdere adviezen van de gemeente Alken worden dan ook behouden, als volgt:
● functionele inpasbaarheid: voorliggende aanvraag betreft de aanleg van een overstromingszone aan de Simsebeek. Gelet op de aard van deze werken in het kader van het algemeen belang en de openbare nutsvoorzieningen zijn deze werken dan ook functioneel inpasbaar in deze omgeving, gezien dit handelt over de optimalisatie van de bestaande riolering en de aanleg van een overstromingszone ter voorkoming van wateroverlast in de omgeving en een vertraagde afvoer van de waterloop.
● mobiliteitsaspect: In alle redelijkheid kan worden gesteld dat voorliggende aanvraag geen invloed zal hebben op de mobiliteit.
● schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag betreft de realisatie van een overstromingszone waarbij de totale oppervlakte kleiner is dan de voorwaarden gesteld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Bijgevolg kan er geconcludeerd worden dat de voorgestelde handelingen van algemeen belang beschouwd kunnen worden als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben. Het project is bijgevolg aanvaardbaar voor wat betreft de beschouwde beoordelingsaspecten.
● visueel-vormelijke elementen: Het aangevraagde project betreft de aanleg van een overstromingszone dewelke een beperkte omvang heeft en waarbij er enkel een reliëfwijziging zichtbaar zal zijn samen met de aanleg van een dijk, een afwateringsgracht en een toegangsweg, waarbij kan besloten worden dat deze een beperkte visuele impact zullen hebben op de omgeving . Het ontwerp kan dus positief beoordeeld worden voor het beschouwde beoordelingscriterium binnen de bestaande omgeving gezien de verenigbaarheid met de omgeving en de bestaande infrastructuur.
● Cultuurhistorische aspecten: Het perceel is niet gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. Deze aanvraag heeft bijgevolg geen invloed op de cultuurhistorische aspecten van deze omgeving.
● het bodemreliëf: bij de realisatie van deze overstromingszone zal het bestaande reliëf gewijzigd worden in functie van de aanleg van de overstromingszone. Echter dit zal een positieve invloed hebben op de overstromingsrisico’s in de omgeving en de wateroverlast naar de omliggende woningen. De voorgestelde reliëfwijzigingen kunnen bijgevolg positief beoordeeld worden.
● hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: De te realiseren werken geven geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De voorgestelde werken zijn voor het gebied stedenbouwkundig verantwoord. De voorgestelde invulling zal geen negatieve invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Gezien de bestaande ruimtelijke configuratie en de reeds aanwezige bebouwing wordt het bestaande straatbeeld ook niet aangetast door de realisatie van deze infrastructuurwerken.
Er werd een beroepsschrift ingediend tegen de omgevingsvergunning met ref. OMV_2024143902 verleend door de deputatie Limburg op 15 mei 2025.
Deze beroepsschriften handelen over de volgende aspecten:
- De schending van het eigendomsrecht en overmatige hinder
- De noodzaak tot buffering en het volume
- Hoogspanningsmast
Het college van burgemeester en schepenen heeft met betrekking tot dit dossier reeds een advies verleend in 1e aanleg op 19 maart 2025, waarbij er een omgevingsvergunning onder voorwaarden werd afgeleverd door de deputatie Limburg op 2 mei 2024. Ook werd er reeds op 27 augustus een advies in beroep verleend. De nieuwe projectinhoudversie en het beroep bevatten geen nieuwe elementen die de eerdere adviezen van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken kunnen wijzigen. Het college van burgemeester en schepenen wenst haar advies dan ook integraal te behouden. Op basis van het beroepsschrift inzake de procedure in beroep wenst het college van burgemeester volgende opmerkingen toe te voegen:
- De schending van het eigendomsecht en overmatige hinder
De bezwaren over eigendom, pacht,…handelen niet over een ruimtelijk aspect maar over burgerrechtelijke aspecten; Er is een onteigeningsprocedure lopende m.b.t. de in de aanvraag betrokken percelen, deze procedure maakt geen deel uit van de huidige aanvraag en dient dan ook afzonderlijk beoordeeld te worden door de bevoegde instanties aangaande de onteigening. Het college van burgemeester en schepenen wenst hierover dan ook geen standpunt in te nemen. Het aspect van de overmatige hinder zoals vermeld in het beroepsschrift door de aanvrager wordt niet specifiek aangetoond. Bij de beoordeling van de aanvraag werd er rekening gehouden met een duurzame ontwikkeling zoals vermeld in het beroepsschrift waarbij er een afweging werd gedaan tussen de noodzaak voor de realisatie van een bufferbekken en de gevolgen voor de omgeving. De toepassing van artikel 1.1.4 VCRO werd dus gerespecteerd. Duurzame ontwikkeling houdt een langetermijndenken in en slaat op het organiseren van onze samenleving op een manier die aan de noden van de huidige generatie voldoet zonder die van de toekomstige generaties te hypothekeren. Hierdoor kan dan ook het robuust maken van de omgeving tegen de klimaatveranderingen en de overstromingen als een lange termijn visie aanzien worden aangaande de noden van zowel de huidige als de toekomstige generatie. Aangezien een vergunningverlenende overheid steeds het algemeen belang bewaakt, valt te verwachten dat het dat algemeen belang is dat in de belangenafweging van de ruimtelijke behoeften overeenkomstig artikel 1.1.4 VCRO de bovenhand haalt. Een vergunningverlenende overheid kan vanuit haar bevoegdheid om het algemeen belang te vrijwaren bepaalde belangen laten primeren. Daarbij moet zij rekening houden met maatschappelijke evoluties. Zo is het klimaat een relevant maatschappelijk belang.
- De noodzaak tot buffering en het volume
Aangaande dit aspect wenst het college van burgemeester en schepenen te verwijzen naar de expertise van de diensten waterbeheer. Gezien zij beschikken over de nodige kennis en vaardigheden voor de berekening en intekening van de ontwerpplannen voor het aanpakken van wateroverlast. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij hun expertise en treedt dan ook hun advies integraal bij.
- Hoogspanningsmast
Elia is de beheerder van het Belgische hoogspanningsnet voor elektriciteit. Ze zorgen ervoor dat elektriciteit van de productiecentrales veilig en efficiënt wordt getransporteerd naar de distributienetbeheerders en grote industriële verbruikers. Aangaande het aspect met betrekking tot de hoogspanningsmast dient dan ook het advies van Elia nageleefd te worden. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich hierbij aan.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Gunstig advies
Werken
Volgende werken worden gunstig geadviseerd.
● Aanleg van een dijk met knijp waarbij de bestaande waterloop verplaatst wordt
● Aanleg van een afwateringsgracht
● Aanleg van een zandvang
● Aanleg van een toegangsweg (zonder bemaling)
● Vellen van bomen
● Het totale grondverzet met code 211 is 2790 m³ uitgraving, 1662 m³ aanvulling en 1228m³ afvoer van grond.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen heeft met betrekking tot dit dossier reeds een advies verleend in 1e aanleg op 19 maart 2025, waarbij er een omgevingsvergunning onder voorwaarden werd afgeleverd door de deputatie Limburg op 2 mei 2024. Ook werd er reeds op 27 augustus een advies in beroep verleend. De nieuwe projectinhoudversie en het beroep bevatten geen nieuwe elementen die de eerdere adviezen van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Alken kunnen wijzigen. Het college van burgemeester en schepenen wenst haar advies dan ook integraal te behouden, zoals in de motivering hierboven werd opgenomen.
Artikel 2: het advies van het college van burgemeester en schepenen wordt overgemaakt aan de Vlaamse Regering via het omgevingsloket.
Zitting van 29 10 2025
Beroep RvVB G15 Lindestraat
Besluit
Zitting van 29 10 2025
Goedkeuren offerte bosaanplant percelen tegenover Koutermanstraat 2
Naar aanleiding van de opdracht voor het uitwerken van een herbebossing door Bosgroep Limburg voor het populierenbestand tegenover Koutermanstraat 2 werd bomenscenario 3 met zwarte populieren (inheemse soort) goedgekeurd. Ondertussen schreef de Bosgroep Limburg 3 firma’s aan waarna ze van twee een offerte mochten ontvangen. Aangezien de offerte van De Winning merkelijk goedkoper is, wordt aangeraden op hun offerte in te gaan.
Feiten en context
Naar aanleiding van de opdracht voor het uitwerken van een herbebossing door Bosgroep Limburg voor het populierenbestand tegenover Koutermanstraat 2 werd bomenscenario 3 met zwarte populieren (inheemse soort) goedgekeurd. Ondertussen schreef de Bosgroep Limburg 3 firma’s aan waarna ze van twee een offerte mochten ontvangen. Aangezien de offerte van De Winning merkelijk goedkoper is, wordt aangeraden op hun offerte in te gaan (zie bijlage).
Juridische grond
Besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 21 mei 2025 'Kapmachtiging percelen tegenover Koutermanstraat 2 - Bosgroep';
Besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 20 augustus 2025 'Herbebossing percelen tegenover Koutermanstraat 2'.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Ondanks De Winning minder ervaring heeft in de aanplant van dergelijke herbebossing was het prijsverschil aanzienlijk lager waardoor zij zelfs bij uitval als beste offerte eruit kwamen (volgens de Bosgroep Limburg).
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn voorzien als volgt:
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 4.594,79 voor het leveren en aanplanten
| 6% | MJP001588
|
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat in op de offerte van De Winning voor het leveren en aanplanten van de herbebossing van het populierenbestand tegenover Koutermanstraat 2.
Zitting van 29 10 2025
Toelage aankoop natuurgronden 2025
Op 8 oktober 2025 diende het bestuur van Natuurpunt Alken en Natuurpunt Vlaanderen een subsidieaanvraag in voor de in 2025 aangekochte natuurgebieden in Alken door Natuurpunt Alken samen met Natuurpunt Beheer vzw. De betreffende percelen zijn:
- perceel grond gelegen "De Oftingen", kadastraal gekend: afdeling 2, sectie D, nr. 932C
- perceel grond gelegen "Sleepenbroek", kadastraal gekend: afdeling 1, sectie A, nr. 52A
In totaal werd een oppervlakte 33a 38ca aangekocht, voor een totale prijs van € 10.357,61 incl. kosten.
Feiten en context
Op 8 oktober 2025 diende het bestuur van Natuurpunt Alken en Natuurpunt Vlaanderen een subsidieaanvraag in voor de in 2025 aangekochte natuurgebieden in Alken door Natuurpunt Alken samen met Natuurpunt Beheer vzw. De betreffende percelen zijn:
- perceel grond gelegen "De Oftingen", kadastraal gekend: afdeling 2, sectie D, nr. 932C
- perceel grond gelegen "Sleepenbroek", kadastraal gekend: afdeling 1, sectie A, nr. 52A
In totaal werd een oppervlakte 33a 38ca aangekocht, voor een totale prijs van € 10.357,61 incl. kosten.
Juridische grond
Rekening houdend met de beslissing van de gemeenteraad van 21 mei 1993, waarbij het subsidiereglement inzake aankoop van gronden door natuurverenigingen goedgekeurd werd en bekrachtigd door de gouverneur van de provincie Limburg van 23 juli 1993;
Door het gewestplan Hasselt-Genk, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 03 april 1979;
Gezien deze percelen werden aangekocht in het kader van de uitbouw van een natuurreservaat;
Rekening houdend met de bijgevoegde aankoopaktes;
Gezien deze aanvraag voldoet aan de criteria, gesteld in het bovengenoemd subsidiereglement;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Gezien de goede samenwerking met Natuurpunt en de subsidies die deze vereniging de voorbije jaren mocht ontvangen is het opportuun om ook nu de gevraagde toelage te verlenen.
Financiële gevolgen
Bedrag inclusief BTW | BTW-percentage dat wordt toegepast | MJP-nummer(s) waarop de uitgaven werden voorzien |
€ 3.850 | niet van toepassing | 00384 |
Datum visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Datum goedkeuring visumaanvraag: | niet van toepassing | |
Besluit
Artikel 1: De subsidiëring van € 3.850 wordt toegekend aan Natuurpunt Beheer, vzw, Coxiestraat 11, 2800 Mechelen, voor de aankoop van volgende percelen:
- perceel grond gelegen "De Oftingen", kadastraal gekend: afdeling 2, sectie D, nr. 932C
- perceel grond gelegen "Sleepenbroek", kadastraal gekend: afdeling 1, sectie A, nr. 52A
Totaal aangekochte oppervlakte 33a 38ca voor een totale prijs van € 10.357,61.
Artikel 2: Deze subsidie wordt betaald via registratiesleutel MJP00384 van het budget 2025.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.