Zitting van 03 07 2024
Verslag van de vorige zitting dd. 26.06.2023
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 26.06.2024 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Feiten en context
Overeenkomstig het decreet lokaal bestuur werden de notulen van de vergadering van 26.06.2024 opgesteld.
Deze notulen worden ter goedkeuring voorgelegd.
Juridische grond
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Niet van toepassing.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Zitting van 03 07 2024
Betaalbaarstelling facturen SC
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Feiten en context
Betaalbaarstelling facturen volgens lijst in bijlage.
Juridische grond
Conform interne afspraken keurt het college van burgemeester en schepenen de facturen goed voor betaling.
Adviezen
Niet van toepassing.
Argumentatie
Alle facturen worden - na controle op juistheid - betaalbaar gesteld door het college van burgemeester en schepenen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen beslist bijgevoegde lijst met facturen betaalbaar te stellen en geeft opdracht aan de financieel directeur om tot betaling over te gaan.
Zitting van 03 07 2024
Openverklaring deeltijdse (19/38) logistiek medewerker dienst vrije tijd
Door een herstructurering met evaluatieperiode binnen de dienst vrije tijd is er tijdelijk nood aan een deeltijdse logistieke medewerker voor een prestatiebreuk van 19/38 (D1-D3) Het is wenselijk dat deze ingezet kan worden voor de periode van 1/09/2024 t.e.m. 31/05/2025.
Op basis van artikel 32 RPR kan de functie door middel van een korte aanwervingsprocedure ingevuld worden. Er is geen bestaande werfreserve voorhanden voor deze functie. Er zal dus een externe openverklaring dienen te gebeuren om de functie te kunnen invullen.
Feiten en context
Door een herstructurering met evaluatieperiode binnen de dienst vrije tijd is er tijdelijk nood aan een deeltijdse logistieke medewerker voor een prestatiebreuk van 19/38 (D1-D3). Het is wenselijk dat deze ingezet kan worden voor de periode van 1/09/2024 t.e.m. 31/05/2025.
Juridische grond
Artikel 56, §3, 2° Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
RPR voor het personeel zoals goedgekeurd door de raad van 28/03/2024.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Op basis van artikel 32 RPR kan de functie door middel van een korte aanwervingsprocedure ingevuld worden. Er is geen bestaande werfreserve voorhanden voor deze functie. Er zal dus een externe openverklaring dienen te gebeuren om de functie te kunnen invullen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Er wordt overgegaan tot de openverklaring van een deeltijdse functie van contractuele logistieke medewerker (niveau D, D1-D3) met een prestatiebreuk van 19/38 en dit voor bepaalde duur van 1/09/2024 t.e.m. 31/05/2025.
Deze functie wordt ingevuld via de korte aanwervingsprocedure.
Artikel 2: De kandidaten voor deze aanwervingsprocedure dienen aan de hierna bepaalde toelatingsvoorwaarden te voldoen:
1° de burgerlijke en politieke rechten genieten
2° medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie
3° gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie waarvoor gesolliciteerd wordt
4° voldoen aan de vereiste over de taalkennis opgelegd door de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.
5° er is geen diplomavereiste maar specifieke kennis van gebruiksreglementen sportinfrastructuur, nood- en veiligheidsprocedures sportaccommodatie, opbouw en organisatie van eigen dienst, EHBO en technisch onderhoud en schoonmaak zijn pluspunten.
6° slagen voor de examenprocedure.
Artikel 3: Examenprogramma:
Deel 1 : Preselectie :
1.1. Screening op basis van CV:
De kandidaten kunnen worden door de selectiecommissie gerangschikt worden naar geschiktheid op basis van hun CV.
Daarbij wordt voorkeur gegeven aan kandidaten:
- met specifieke kennis van gebruiksreglementen sportinfrastructuur, nood- en veiligheidsprocedures sportaccommodatie, opbouw en organisatie van eigen dienst, EHBO en technisch onderhoud en schoonmaak
Deel 2: Examenprocedure:
1. Gestructureerd interview:
Deze uitgebreide mondelinge proef neemt de vorm aan van een gestructureerd interview.
De jury beslist of een kandidaat geschikt of ongeschikt is en maakt een rangschikking op.
Artikel 4: De samenstelling van de examenjury wordt gedelegeerd naar de coördinator welzijn en personeel.
Artikel 5: De bekendmaking van de aanwervingsprocedure geschiedt via:
- Website van de VDAB
- Gemeentelijke website en facebook
Artikel 6: De uiterste inschrijvingsdatum voor de aanwervingsprocedure wordt vastgelegd op minstens 5 kalenderdagen na de publicatie van de vacature.
Artikel 7: Aan alle externe juryleden wordt een vergoeding toegekend van € 50 per prestatie van een halve dag (4u.) en € 25 per begonnen prestatie van 2u., alsook een kilometervergoeding voor verplaatsingsonkosten.
Zitting van 03 07 2024
Afvoering van ambtswege
Het gezin Olena Isakova, Sofiia Homon en Milaniia Isakova, allen ingeschreven in het vreemdelingenregister Pickardstraat 9, als ontheemden met tijdelijke bescherming, hebben sedert maart 2024 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Feiten en context
Het gezin Olena Isakova, Sofiia Homon en Milaniia Isakova, allen ingeschreven in het vreemdelingenregister Pickardstraat 9, als ontheemden met tijdelijke bescherming, hebben sedert maart 2024 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Uit het onderzoeksrapport van de wijkagent, Kristien Hoebrechts, inspecteur politiezone Borgloon, van 18 juni 2024 blijkt dat Olena Isakova, Sofiia Homon en Milaniia Isakova niet meer verblijven op het adres Pickardstraat 9. Sedert 2 april 2024 is er een ander Oekraïens gezin op dit adres ingeschreven. De wijkagent stelt voor om over te gaan tot een afvoering van ambtswege. Betrokkenen zijn niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar hun hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. Betrokkenen hebben niet gereageerd op de uitnodiging van de dienst bevolking om hun verblijfstoestand te bespreken. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 27 juni 2024 voor om betrokkenen af te voeren van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Isakova Olena, geboren te Kharkiv op 12 maart 1978, Homon Sofiia, geboren te Kharkiv op 29 oktober 2006 en Isakova Milaniia, geboren te Kharkiv op 28 maart 2018, allen met de Oekraïense nationaliteit en ingeschreven in het vreemdelingenregister van de gemeente Alken, met een tijdelijk beschermingsstatuut als ontheemde, Pickardstraat 9, verblijven niet meer op dit adres.
Artikel 2: de nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: het college van burgemeester beslist om Olena Isakova, Sofiia Homon en Milaniia Isakova, af te voeren van ambtswege.
Zitting van 03 07 2024
Afvoering van ambtswege
Motsachenko Kateryna en Murariu Gheorghe Adrian, beiden ingeschreven in het vreemdelingenregister, Stationsstraat 135 hebben sedert 5 april 2024 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Feiten en context
Motsachenko Kateryna en Murariu Gheorghe Adrian, beiden ingeschreven in het vreemdelingenregister, Stationsstraat 135 hebben sedert 5 april 2024 de woonst verlaten, zonder de vereiste aangifte te doen. De nieuwe verblijfplaats kon niet achterhaald worden.
Juridische grond
De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, inzonderheid artikel 8
De algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkingsregisters, gecoördineerde versie van 31 maart 2019; inzonderheid punt 86 tot en met 91
Het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2016 betreffende het reglement van onderzoek naar de werkelijke verblijfplaats van personen op het grondgebied van de gemeente Alken;
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Uit het onderzoeksrapport van de wijkagent, Kristien Hoebrechts, inspecteur politiezone Borgloon, van 18 juni 2024 blijkt dat Motsacheko Kateryna en Murari Gheorghe Adrian niet meer verblijven op het adres Stationsstraat 135. Betrokkenen verblijven vermoedelijk in de buurt van Seraing als daklozen. Zij werden, ingevolge het zenden van een model 6 naar Seraing, niet ingeschreven op het adres Rue Hacha 29. De wijkagent stelt voor om over te gaan tot een afvoering van ambtswege. Ingevolge een schrijven (model 10) van het Stadsbestuur van Seraing blijkt dat zij betrokkenen eventueel een referentieadres willen toekennen, na een afvoering van ambtswege. Betrokkenen zijn niet opgesloten in een strafinrichting of een instelling van sociale bescherming. Bij nazicht in het rijksregister blijkt dat er in geen andere gemeente een onderzoek naar haar hoofdverblijfplaats wordt gevoerd. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt in zijn verslag van 26 juni 2024 voor om betrokkene af te voeren van ambtswege.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Motsachenko Kateryna, geboren op 14 december 1996, te Kharkiv, nationaliteit : Oekraïne en Murariu Gheorghe Adrian, geboren op 17 februari 1993 te Ramnicu Valcea , nationaliteit : Roemenië, beiden ingeschreven in het vreemdelingenregister van de gemeente Alken, Stationsstraat 135, verblijven niet meer op dit adres.
Artikel 2: de nieuwe verblijfplaats kon niet worden vastgesteld.
Artikel 3: het college van burgemeester beslist om Motsachenko Kateryna en Murariu Gheorghe af te voeren van ambtswege.
Zitting van 03 07 2024
Cyclotocht 'Best of Limburg' op zondag 8 september 2024
In aanloop van de Europese Kampioenschappen Wielrennen organiseert We Ride op zondag 8 september 2024 de cyclotocht (recreatieve fietstocht) 'Best of Limburg'.
De volgende straten maken deel uit van het parcours: Laagbulsstraat - Bulsstraat - Grootstraat.
De organisator vraagt een toelating voor de doortocht en het aanbrengen van bewegwijzering.
Er zijn geen wegeniswerken voorzien op dit traject in Alken.
Feiten en context
In aanloop van de Europese Kampioenschappen Wielrennen organiseert We Ride op zondag 8 september 2024 de cyclotocht (recreatieve fietstocht) 'Best of Limburg'.
De volgende straten maken deel uit van het parcours: Laagbulsstraat - Bulsstraat - Grootstraat.
De organisator vraagt een toelating voor de doortocht en het aanbrengen van bewegwijzering.
Er zijn geen wegeniswerken voorzien op dit traject in Alken.
Juridische grond
Wet betreffende de politie over het wegverkeer
KB 1.12.1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het KB 20.07.1990
Decreet lokaal bestuur
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Argumentatie
Het betreft een degelijke uitgewerkte organisatie in samenwerking met Proximus Cycling Challenge en Sport Vlaanderen in aanloop van de Europese Kampioenschappen Wielrennen.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de cyclotocht 'Best of Limburg' op zondag 8 september 2024.
Zitting van 03 07 2024
Identiteitsfoto's - Live Enrollment project
Als gevolg van toenemende identiteitsfraude werd er in januari 2022 door de FOD Buitenlandse Zaken de vraag gesteld aan gemeenten om in te stappen in het project Live Enrollment. Dit was geenszins een verplichting, de live-enrollmentapparatuur (fototoestel en bijbehoren voor het maken van ICAO-conforme foto’s) zou gratis ter beschikking gesteld worden aan de gemeenten. Het gebruik van dit toestel werd sedertdien ten zeerste aangeraden aan de spoc’s van de gemeenten inzake identiteitsfraude op verschillende congressen van de FOD Buitenlandse Zaken. Oorspronkelijk zou het toestel wel enkel gebruikt worden voor paspoorten (reispassen) Einde februari 2024 werd dit toestel aan de gemeente geleverd. Sedertdien kunnen we pasfoto’s maken voor de burger die hiervan gebruik wil maken. Gezien de beginfase werd hieromtrent door ons geen actieve communicatie rond gevoerd. Het gebruik van dit toestel heeft de volgende voordelen : geen fotopapier meer maar digitaal, voorkomen van identiteitsfraude, altijd een actuele pasfoto (wettelijk gezien mag een pasfoto niet ouder zijn dan 6 maanden), gratis pasfoto, in het auditrapport van audit Vlaanderen betreffende de thema audit reispassen werd het gebruik hiervan aangehaald als één van de sterke punten, kan inmiddels ook gebruikt worden voor identiteitskaarten, kids ID’s en vreemdelingenkaarten. De nadelen: de personen, dragers van een bril (reflectie in het brilglas), baby’s en kleine kinderen sturen we best naar een professionele fotograaf. Het toestel kan (voorlopig) niet gebruikt worden voor rijbewijzen. Vermits het een digitale pasfoto betreft kan het ook niet gebruikt worden voor bijlagen en attesten van immatriculatie afgeleverd aan vreemdelingen. Verder is er de extra taak voor de medewerkers van de dienst bevolking.
Feiten en context
Als gevolg van toenemende identiteitsfraude werd er in januari 2022 door de FOD Buitenlandse Zaken de vraag gesteld aan gemeenten om in te stappen in het project Live Enrollment. Dit was geenszins een verplichting, de live-enrollmentapparatuur (fototoestel en bijbehoren voor het maken van ICAO-conforme foto’s) zou gratis ter beschikking gesteld worden aan de gemeenten. Het gebruik van dit toestel werd sedertdien ten zeerste aangeraden aan de spoc’s van de gemeenten inzake identiteitsfraude op verschillende congressen van de FOD Buitenlandse Zaken. Oorspronkelijk zou het toestel wel enkel gebruikt worden voor paspoorten (reispassen). Einde februari 2024 werd dit toestel aan de gemeente geleverd. Sedertdien kunnen we pasfoto’s maken voor de burger die hiervan gebruik wil maken. Gezien de beginfase werd hieromtrent door ons geen actieve communicatie rond gevoerd. Het gebruik van dit toestel heeft de volgende voordelen: geen fotopapier meer maar digitaal, voorkomen van identiteitsfraude, altijd een actuele pasfoto (wettelijk gezien mag een pasfoto niet ouder zijn dan 6 maanden), gratis pasfoto, in het auditrapport van audit Vlaanderen betreffende de thema audit reispassen werd het gebruik hiervan aangehaald als één van de sterke punten, kan inmiddels ook gebruikt worden voor identiteitskaarten, kids ID’s en vreemdelingenkaarten. De nadelen: de personen, dragers van een bril (reflectie in het brilglas), baby’s en kleine kinderen sturen we best naar een professionele fotograaf. Het toestel kan (voorlopig) niet gebruikt worden voor rijbewijzen. Vermits het een digitale pasfoto betreft kan het ook niet gebruikt worden voor bijlagen en attesten van immatriculatie afgeleverd aan vreemdelingen. Verder is er de extra taak voor de medewerkers van de dienst bevolking.
Juridische grond
De omzendbrief van 13 januari 2022 en 21 maart 2023 van de FOD Buitenlandse Zaken betreffende de strijd tegen identiteitsfraude/live-enrollmentproject.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
Enerzijds biedt het systeem enkele voordelen voor bezoekers maar anderzijds zijn er ook diverse nadelen waardoor het toestel niet gebruikt kan worden zoals:
● voor dragers van een bril (reflectie in het brilglas), baby’s en kleine kinderen.
● Het toestel kan (voorlopig) niet gebruikt worden voor rijbewijzen.
● Vermits het een digitale pasfoto betreft kan het ook niet gebruikt worden voor bijlagen en attesten van immatriculatie afgeleverd aan vreemdelingen.
● Verder is er de extra taak/belasting voor de medewerkers van de dienst bevolking.
Doordat het toestel niet voor iedereen de mogelijkheid biedt om hiervan op dezelfde wijze gebruik te maken ontstaat een ongelijke behandeling. Tevens is de werkdruk op de dienst bevolking te laatste jaren toegenomen en bijkomend wenst het bestuur geen handelingen te stellen waarbij het in concurrentie treedt met lokale handelaars.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: het college van burgemeester en schepenen beslist dat de dienst bevolking niet langer identiteitsfoto’s maakt in het kader van het live-enrollment project zolang er door de FOD Binnenlandse Zaken geen verplichting wordt opgelegd.
Zitting van 03 07 2024
De Transplantoux Classic, een recreatieve fiets- en wandeltocht op zaterdag 7 september 2024
Op zaterdag 7 september 2024 heeft de Transplantoux Classic, een recreatieve fiets- en wandeltocht plaats.
De volgende straten maken deel uit van het parcours:
Snoekstraat, Klameerstraat, Knipscheerstraat, Pleinstraat, Musstraat, Kruisstraat, Slaapstraat ;
Kluisstraat en Stoukstraat ;
Weyerstraat, Simsebeekweg, Hendrikstraat, Langveldstraat, Stationsstraat, Grootstraat, Rechtstraat, Laagbulsstraat ;
Haverenbosstraat, Hameestraat, Hoogsimsestraat, Alkerhoekstraat ;
De organisator vraagt een toelating voor de doortocht en het aanbrengen van bewegwijzering.
Er zijn geen wegeniswerken voorzien op het traject doorheen Alken.
Feiten en context
Op zaterdag 7 september 2024 heeft de Transplantoux Classic, een recreatieve fiets- en wandeltocht plaats.
De volgende straten maken deel uit van het parcours:
Snoekstraat, Klameerstraat, Knipscheerstraat, Pleinstraat, Musstraat, Kruisstraat, Slaapstraat ;
Kluisstraat en Stoukstraat ;
Weyerstraat, Simsebeekweg, Hendrikstraat, Langveldstraat, Stationsstraat, Grootstraat, Rechtstraat, Laagbulsstraat ;
Haverenbosstraat, Hameestraat, Hoogsimsestraat, Alkerhoekstraat ;
De organisator vraagt een toelating voor de doortocht en het aanbrengen van bewegwijzering.
Er zijn geen wegeniswerken voorzien op het traject doorheen Alken.
Juridische grond
Wet betreffende de politie over het wegverkeer
KB 1.12.1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegerkeer en het KB 20.07.1990
Decreet lokaal bestuur
Adviezen
Gunstig advies van de technische dienst
Argumentatie
Het betreft reeds de 9de editie en is een organisatie in samenwerking met Sport Vlaanderen.
De organisatie brengt iedereen die een orgaandonatie een warm hart toedraagt samen.
Het betreft een recreatieve fiets- en wandeltocht waarbij de weggebruiker zich steeds dient te houden aan de wegcode.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de Transplantoux Classic, een fiets- en wandeltocht onder meer op het grondgebied van de gemeente Alken op zaterdag 7 september 2024
Zitting van 03 07 2024
Organisatie Bananja BBQ op 27.07
Café Bananja wenst op zondag 28 juli 2024 vanaf 17u de Bananja BBQ te organiseren in een tent op de parking van hun café. Checklist in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 02u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Feiten en context
Café Bananja wenst op zaterdag 27 juli 2024 vanaf 17u de Bananja BBQ te organiseren in een tent op de parking van hun café. Checklist in bijlage. Zij vragen een sluitingsuur aan om 02u en daarnaast vragen ze een geluidslimiet aan met als maximumnorm 95 dB(A)LAeq,15min.
Juridische grond
Het gemeentelijk administratief sanctiereglement (GAS) van 1 januari 2023.
Adviezen
Gunstig advies van de politie.
Argumentatie
Met het oog op een veilig en goed verloop van de organisatie van een evenement is een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepen nodig. Op basis van het ingediende dossier kan de organisatie goedgekeurd worden.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing.
Besluit
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen verleent toelating aan Café Bananja voor de organisatie van de Bananja BBQ op zaterdag 27 juli 2024 vanaf 17u in een tent op de parking van hun café. Het uiterlijke sluitingsuur wordt vastgelegd op 02u en het maximale geluidsvolume is 95 dB(A)LAeq,15min.
Artikel 2: De organisator is steeds de eindverantwoordelijke en dient de nodige maatregelen te nemen zodat de wettelijke bepalingen inzake geluidsoverlast, rookverbod en de verkoop van drank aan jongeren nageleefd worden.
Artikel 3: De organisator dient via een bewonersbrief de bewoners in de nabije omgeving van het evenement op de hoogte te brengen. Bezorg een kopie van de brief aan de Dienst Communicatie ter goedkeuring: communicatie@alken.be. Gelieve in de bewonersbrief steeds naam en gsm nummer van de verantwoordelijke te vermelden zodat men bij opmerkingen of vragen iemand kan bereiken.
Zitting van 03 07 2024
Omgevingsvergunning 902
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een ééngezinswoning met bijgebouw ingediend door Johan en Katleen Aert - Janssen wonende te Bekstraat 33 te 3500 Hasselt. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Motstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 750 D en (afd. 2) sectie F 750 G. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Johan en Katleen Aert - Janssen wonende te Bekstraat 33 te 3500 Hasselt
|
Ligging van het perceel: | Motstraat zn.
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nrs. 750D en 750G
|
Projectnaam: | Motstraat zn - Aert-Janssen
|
Dossiernummer: | 202437
|
Intern dossiernummer: | 902
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024032549
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een ééngezinswoning met bijgebouw
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Het bouwen van een ééngezinswoning
● Het plaatsen van een bijgebouw
● Het wijzigen van het reliëf voor de realisatie van de woning
● Het aanleggen van verhardingen
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter eerste 50m vanaf de rooilijn) en agrarisch gebied (achterliggend gedeelte).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
Overwegende dat de agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
(KB van 28/12/72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen)
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP.
De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project het bouwen van een ééngezinswoning met vrijstaand bijgebouw betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 246,26m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 20 700 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 7 136,58 liter en een infiltratieoppervlakte van 17,31m². Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wassen van de auto en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit en een tuinpad. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw. Ook wordt er aan de achterzijde een terrasverharding voorzien over een oppervlakte van 42m² dewelke naast de verharding kan infiltreren in de tuinzone. Aan de linkerzijde van de woning wordt er tevens een karrenspoor aangelegd om toegang te krijgen naar de achterliggende tuinzone en het vrijstaand bijgebouw. Ook deze verharding kan afwateren op het eigen terrein.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 15 april 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 17 mei 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 27 juni 2024 |
1.f. Historiek
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het nieuw bouwen van een open eengezinswoning met vrijstaand bijgebouw.
De aanvraag is gelegen aan een gewestweg, zijnde de Motstraat, dewelke voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open en halfopen ééngezinswoningen. Zowel op het linker aanpalende perceel als het rechter aanpalende perceel situeert zich een open bebouwing. De omliggende bebouwingen verschillen zowel in jaar van opbouw, bestemming, als in bouwstijl.
Aangezien de voorbouwlijn van de linker- en de rechterbuur verschillend zijn, werd de bouwlijn bepaald volgens de richtlijnen van het Agentschap Wegen en Verkeer alsook rekening houdend met de aanpalende bebouwingen en werd deze voorzien op ongeveer 20m uit de as van de voorliggende weg. Echter wordt enkel de uitbouw van de carport links van het perceel op deze bouwlijn voorzien en springt het hoofdvolume iets verder naar achter op ongeveer 4m90 van de bouwlijn. Er wordt een L-vormig volume voorzien over een breedte van ongeveer 21m30 aan de voorgevellijn en op 23m91 aan de achtergevellijn, gezien het volume links iets diagonaal wordt ingeplant gelijk lopend met deze perceelsgrens. Er blijft aan beide zijden een min. afstand ten aanzien van de zijdelingse perceelsgrenzen behouden van 3m. Het betreft een hoofdvolume bestaande uit 1,5 bouwlaag met een kroonlijsthoogte van 4m65 aan de voorzijde en 5m17 aan de achtergevel en een lager volume aan de linkerzijde van de woning bestaande uit 1 volwaardige bouwlaag en een kroonlijsthoogte van ongeveer 2m40. De totale diepte van de woning bedraagt 14,51m op het gelijkvloers en 9,40m op de verdieping.
Aangezien het huidige terrein lager ligt dan de geburen links en rechts zal het perceel deels ter hoogte van de realisatie van de woning worden opgehoogd. Door deze ophoging zal het terrein mooi aansluiten met het linker aanpalende perceel maar zal er tevens het enorme hoogteverschil met de rechter gebuur worden verminderd. Het terrein zal over ongeveer 35.56m met ongeveer 75cm opgehoogd worden. Het grondverzet en water wordt op eigen terrein opgevangen.
Achter de woning wordt er tevens aan de linkerzijde nog een vrijstaand bijgebouw voorzien op 3m van de linker perceelsgrens. Het bijgebouw heeft een grondoppervlakte van 47,5m2. Dit bijgebouw zal dienst doen als tuinberging maar er zal ook aan de voorzijde een overdekt terras worden voorzien. Het bijgebouw wordt in dezelfde materialen opgetrokken als de woning. Het bijgebouw wordt op 5cm boven huidige maaiveld ingeplant. Tussen de woning en bijbouw wordt het hoogteverschil van ±75cm grotendeels opgevangen door talud en trappen.
Het ontwerp van de woning is in een landelijke stijl, en zal opgetrokken worden door middel van een Beerse recuperatiegevelsteen in combinatie met een houten bekleding en een dakafwerking in bruin-zwart genuanceerde pannen. Het buitenschrijnwerk zal worden uitgevoerd worden door middel van houten deuren en zwart stalen ramen in combinatie met houten luiken.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan, zijnde woongebied met landelijk karakter aangaande de op te richten woning en het vrijstaande bijgebouw.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 17 mei 2024 | 6 juni 2024 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 17 mei 2024 |
|
|
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 17.05.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen & Verkeer. Op 06.06.2024 ontvingen wij een gunstig advies van het Agentschap Wegen & Verkeer met ref. AV/719/2024/00462. Het ontwerp voldoet aan de bijzondere en algemene voorwaarden. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 17.05.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius. Er werd geen tijdig advies ontvangen vanwege Fluvius, waardoor we aan deze adviesvereiste mogen voorbij gaan.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande bebouwing en de aanwezige infrastructuur. De werken zijn qua functie (wonen) inpasbaar in de omgeving.
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de oprichting van één open eengezinswoning geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er werden voldoende staanplaatsen ingetekend op het eigen perceel voor het stallen van voertuigen.
● Schaal: Gelet op de bebouwing in de onmiddellijke omgeving geeft het geplande ontwerp van deze eengezinswoning geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. Het volume van de woning met bijgebouw blijft beperkt in verhouding tot de oppervlakte van het perceel gezien het terrein voldoende ruim is om in dergelijke bebouwing te kunnen voorzien. Er blijft ook nog voldoende afstand behouden ten aanzien van de perceelsgrenzen. Ook blijft er op het perceel nog voldoende vrije ruimte beschikbaar om te kunnen voorzien in een tuin- en groenzone bij de woning. Het ontwerp is qua omvang en gabarit niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg binnen deze omgeving worden aanvaard waar er in de onmiddellijke omgeving ook ruimere bebouwingen werden gerealiseerd.
● Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De op te richten woning overschrijdt de draagkracht van het terrein niet en de voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. Er worden voldoende ruime afstanden tot de perceelsgrenzen bewaard ten aanzien van het hoofdvolume en de goede ruimtelijke ordening wordt niet in het gedrang gebracht.
● Visueel-vormelijke elementen: .de woning alsook het bijgebouw worden afgewerkt in een Beerse recuperatiegevelsteen in combinatie met een houten bekleding en een dakafwerking in bruin-zwart genuanceerde pannen. Het buitenschrijnwerk zal worden uitgevoerd worden door middel van houten deuren en zwart stalen ramen in combinatie met houten luiken. Qua vorm sluit het gebouw aan bij de omgeving aangezien deze wordt gekenmerkt door een veelheid aan verschillende dakvormen en geveluitvoeringen in verschillende stijlen, waardoor het gevraagde niet zal leiden tot onverenigbare stedenbouwkundige situaties in de omgeving.
● Cultuurhistorische aspecten: Het perceel ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan een monument.
● Het bodemreliëf: Het bestaande terrein wordt ter hoogte van de inplanting van de woning aangevuld om te komen tot op de hoogte van het linker aanpalende perceel. Dit zal een wijziging van het terrein betekenen van ongeveer 75cm. Echter zal het niveau van het terrein achter de woning terug gebracht worden naar het huidige maaiveld en zal er geen bijkomende hinder gebracht worden naar de aanpalende percelen gezien deze beide hoger liggen dan het perceel van de aanvrager.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op de inplanting van het gebouw op voldoende ruime afstand van de aanpalende percelen, dat de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en –kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden en zich te beperken tot de woonzone.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 06.06.2024 met ref. AV/719/2024/00462 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius dienen nageleefd te worden
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 03/07/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Johan en Katleen Aert - Janssen wonende te Bekstraat 33 te 3500 Hasselt, het bouwen van een ééngezinswoning met bijgebouw, gelegen Motstraat zn., kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 750 D en (afd. 2) sectie F 750 G voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden en zich te beperken tot de woonzone.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 06.06.2024 met ref. AV/719/2024/00462 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius dienen nageleefd te worden
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 03 07 2024
Omgevingsvergunning 904
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een ééngezinswoning met carport ingediend door Kristof Nelissen namens NELISSEN KRISTOF BV gevestigd te Klameerstraat 47A te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Snoekstraat 22, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 697 T2. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Kristof Nelissen namens NELISSEN KRISTOF BV gevestigd te Klameerstraat 47A te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Snoekstraat 22
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie F nr. 697T2
|
Projectnaam: | Snoekstraat 22 - Kristof Nelissen BV
|
Dossiernummer: | 202442
|
Intern dossiernummer: | 904
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024061822
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een ééngezinswoning met carport
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
● Afbraak van de bestaande woning
● Het bouwen van een ééngezinswoning met carport
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het gewestplan Hasselt-Genk, koninklijk besluit van 03.04.1979 – woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven.
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het perceel is ook niet gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling niet vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan.
Verordeningen:
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets:
Overwegende dat het voorliggende project de afbraak van de bestaande woning en het bouwen van een nieuwe ééngezinswoning betreft, waarbij het perceel niet gelegen is in een recent overstroomd gebied of een overstromingsgebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem beperkt.
De totale oppervlakte van het af te wateren dakoppervlak bedraagt 152m². Het dakoppervlak watert af naar een hemelwaterput van 10 000 liter die overloopt naar een open infiltratie/buffer voorziening in de tuinzone van 4 026 liter en een infiltratieoppervlakte van 11,5m. Het in de hemelwaterput opgevangen hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, het wasmachine en een buitenkraan.
Er werd op de plannen aangeduid dat er verhardingen zullen worden aangelegd voor de inrit en een tuinpad, alsook het terras. Voor deze verhardingen kan het hemelwater afwateren op het eigen perceel gezien dit ter plaatse kan infiltreren langs en door de verharding indien deze waterdoorlatend is. De aan te leggen verhardingen dienen zoveel mogelijk in waterdoorlatende materialen te worden voorzien zowel in fundering als opbouw.
Het afvalwater wordt gescheiden afgevoerd tot op de perceelsgrens en aangesloten op de openbare riolering volgens de geldende richtlijnen en bepalingen. De voorziene hemelwaterput en infiltratie/buffervoorziening compenseren de te verharden oppervlakte.
De voorliggende aanvraag voldoet aan het besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 26 april 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 17 mei 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Anne Hermans |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 27 juni 2024 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie F 697 T2
De woning dateert van voor 1962 en wordt geacht vergund te zijn.
Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het perceel.
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft de afbraak van de bestaande woning en de realisatie van nieuwe open eengezinswoning met carport.
De aanvraag is gelegen op de hoek van een gewestweg en een gemeenteweg, zijnde de Snoekstraat en de Klameerstraat, dewelke voldoende is uitgerust gelet op de plaatselijke toestand. De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bouwtypes met voornamelijk open en halfopen ééngezinswoningen. Op het rechter aanpalende perceel is er een open ééngezinswoning gesitueerd aan de linkerzijde grenst het perceel aan de Snoekstraat. De omliggende bebouwingen verschillen zowel in jaar van opbouw als in bouwstijl.
Huidige aanvraag betreft de afbraak van de bestaande woning met bijgebouwen en verhardingen en de herbouw van een nieuwe ééngezinswoning met carport. De bestaande woning is verouderd en voldoet niet meer aan de huidige normen van hedendaags wooncomfort en energieprestatie. Uit voorafgaand onderzoek is gebleken dat sloop en herbouw meer aangewezen is dan ingrijpend renoveren om te voldoen aan de strenge epb-eisen. De woning wordt bijgevolg volledig afgebroken.
Na afbraak van de bestaande woning zal er een nieuwbouw woning worden voorzien die ingeplant wordt op ongeveer 5,90m tot 6,90m achter de rooilijn met de Klameerstraat. De garage wordt als ondergeschikt éénlaags bouvolume met zadeldak vooraan tegen het hoofdvolume geplaatst. De voorgevel van de garage ligt in de lijn van de aanpalende woning langs de Klameerstraat op een afstand van ongeveer 2,53m tot 3,39m van de rooilijn. De gevel langs de Snoekstraat ligt achter de door AWV opgegeven bouwlijn, op minstens 17m uit de as van de weg. De open zijgevel rechts ligt op 3,40m tot 3,63m van de zijdelingse perceelgrens. De totale bouwdiepte gelijkvloers bedraagt 15,40m. Het hoofdvolume op de verdieping heeft een nominale bouwdiepte van 11,70m.
De kroonlijsthoogte van het hoofdvolume is 5,70m, gemeten vanaf het vloerpeil gelijkvloers; de nok ligt op 9,50m. De garage vooraan heeft een kroonlijsthoogte van 2,60m tot 3,80m; nokhoogte 6,95m. Het zadeldak heeft een helling van 45°. Het ontworpen vloerpeil gelijkvloers van de nieuwe woning ligt 50cm hoger dan de rand van de weg ter hoogte van de inrit. De reliëfwijzigingen worden hierdoor tot een minimum beperkt. Rondom de woning wordt het perceel aangevuld tot peil -10. De aansluiting met het bestaand terreinprofiel wordt licht hellend uitgevoerd. In een zone van minstens 1m van de zijdelingse perceelsgrens blijft het bestaand terreinprofiel ongewijzigd.
Aan de rechterzijde is een open carport voorzien, aangebouwd aan het hoofdvolmume, met rechtstreekse toegang via de inrit vanaf de Klameerstraat. De carport heeft een dakrandhoogte van 3,00m, gemeten vanaf het vloerpeil gelijkvloers (3,10m vanaf het maaiveld). Voor de inplanting tegen de perceelsgrens is een schriftelijk akkoord van de eigenaar Klameerstraat 1 toegevoegd.
De nieuwe woning wordt opgetrokken in een rood genuanceerde baksteen. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in zwart aluminium (ramen) en hout (deur + poort), met dorpels in blauwe hardsteen. De carport wordt eveneens in hout uitgevoerd. De dakbedekking van het hoofddak bestaat uit blauw gesmoorde dakpannen. Het dak van de garage wordt uitgevoerd in rustieke (tegel)pannen.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
Overwegende dat de aanvraag in regel is met het geldende gewestplan, woongebied met landelijk karakter.
2.c. Adviezen
Externe Adviezen
Adviesinstantie
| Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Conclusie |
AWV - District Zuid-Limburg | 17 mei 2024 | 6 juni 2024 | voorwaardelijk gunstig |
Fluvius | 17 mei 2024 |
|
|
2.d. Bespreking van de adviezen
● De aanvraag werd op 17.05.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan het Agentschap Wegen & Verkeer. Op 06.06.2024 ontvingen wij een gunstig advies van het Agentschap Wegen & Verkeer met ref. AV/719/2024/00465. Het ontwerp voldoet aan de bijzondere en algemene voorwaarden. De integrale inhoud van dit advies kan worden onderschreven.
● De aanvraag werd op 17.05.2024 digitaal voor advies voorgelegd aan Fluvius. Er werd geen tijdig advies ontvangen vanwege Fluvius, waardoor we aan deze adviesvereiste mogen voorbij gaan.
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
Voor de inplanting tegen de perceelsgrens is een schriftelijk akkoord van de eigenaar Klameerstraat 1 toegevoegd
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
● Functionele inpasbaarheid: de aanvraag betreft de afbraak van de bestaande woning en het bouwen van een ééngezinswoning met carport. De voorgestelde werken zijn functioneel aanvaardbaar, gelet op de geldende bestemmingsvoorschriften en de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften van het geldende gewestplan. De voorgestelde werken zijn bijgevolg zone-eigen en gangbaar voor deze omgeving.
● Mobiliteitsaspect: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de oprichting van één open eengezinswoning geen invloed zal hebben op de mobiliteit. Er worden door het voorzien van een garage en carport voldoende plaatsen voorzien op het eigen terrein voor het stallen van de voertuigen.
● Schaal: Gelet op de geldende voorschriften geeft het geplande gabarit van de woning geen aanleiding tot verlies van ruimtelijke kwaliteit. De op te richten bebouwingen binnen de omgeving kenmerken zich door ééngezinswoningen, met een profiel van één tot twee bouwlagen eventueel onder een hellend dak. Onderhavig ontwerp voorziet 2 bouwlagen afgewerkt met een hellend dak. De maximale bouwhoogte blijft beperkt en sluit aan op de geldende voorschriften binnen deze omgeving. Het ontwerp is wat omvang en gabarit betreft niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
● Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De voorgestelde invulling past wat de korrelgrootte betreft in de specifieke ruimtelijke context. De inplanting is conform aan deze van de bebouwingen in de omgeving en de goede ruimtelijke ordening wordt niet in het gedrang gebracht. De bebouwing van het perceel blijft ook beperkt in verhouding tot het perceel. Er blijft ook een voldoende ruime afstand behouden ten aanzien van de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen.
● Visueel-vormelijke elementen: De woning wordt opgetrokken door middel van rood genuanceerde baksteen. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in zwart aluminium (ramen) en hout (deur + poort), met dorpels in blauwe hardsteen. De carport wordt eveneens in hout uitgevoerd. De dakbedekking van het hoofddak bestaat uit blauw gesmoorde dakpannen. Het dak van de garage wordt uitgevoerd in rustieke (tegel)pannen. De aanvraag is stedenbouwkundig verantwoord en verenigbaar met de bestaande en voorziene bebouwing en de aanwezige infrastructuur. De werken hebben een geringe impact ten aanzien van de omgeving.
● Cultuurhistorische aspecten: Het eigendom ligt niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten.
● Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf wordt slechts beperkt gewijzigd rekening houdend met de aanpalende percelen en het bestaande maaiveld.
● Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat, gelet op het ontwerp, de privacy van de omwonenden geenszins wordt geschonden, gezien er ruim voldoende afstand behouden blijft ten aanzien van de perceelsgrenzen. De voorgestelde invulling zal geen invloed hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
///
Conclusie
Voorwaardelijk gunstig advies
Gunstig advies, onder volgende voorwaarden:
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden en zich te beperken tot de woonzone.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 06.06.2024 met ref. AV/719/2024/00465 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius dienen nageleefd te worden
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 03/07/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Kristof Nelissen namens NELISSEN KRISTOF BV gevestigd te Klameerstraat 47A te 3570 Alken, het bouwen van een ééngezinswoning met carport, gelegen Snoekstraat 22, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie F 697 T2 voorwaardelijk te vergunnen.
2. Er worden volgende voorwaarden en/of lasten opgelegd:
● Alle verhardingen (inclusief bijbehorende fundering) dienen waterdoorlatend aangelegd te worden en zich te beperken tot de woonzone.
● Er dienen voldoende maatregelen genomen te worden voor de opvang van het hemelwater op het eigen terrein.
● Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer d.d. 06.06.2024 met ref. AV/719/2024/00465 dient strikt nageleefd te worden.
● De algemene en bijzondere richtlijnen van Fluvius dienen nageleefd te worden
● Voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II); met betrekking tot de lozing van het bemalingswater wordt verwezen naar Vlarem II art. 6.2.2.1.2 § 5.
● De lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem II.
● De reglementeringen inzake bronbemaling/droogzuiging bij bouwwerken dient strikt na te worden geleefd. Indien er een bronbemaling/droogzuiging geplaatst wordt voor aanvang van de bouwwerken dient men een melding te doen bij de milieudienst van de gemeente Alken. Let op! Bij de plaatsing van een bronbemaling/droogzuiging mag het opgepompte water nooit worden geloosd binnen/over het openbaar wegdomein!
● Indien er innames van het openbaar domein gebeuren tijdens de realisatie van de bouwwerken dient er rekening gehouden te worden met het geldende gemeentelijk reglement/verordening inzake inname openbaar domein en dient er een aanvraag te worden gericht tot inname openbaar domein aan de gemeente Alken – college van burgemeester en schepenen.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 03 07 2024
Omgevingsvergunning 906
Aanvraag omgevingsvergunning over: het bouwen van een duiventil ingediend door Jeanine Piccart met als contactadres Grootstraat 112 bus 5 te 3570 Alken. De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Grootstraat 112, /bus 2, /bus 1, /3, /bus 5, /4, 114, /bus 4, /bus 5, /bus 3, /bus 1, /bus 6 en /bus 2, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1079 A. Dit dossier werd ingediend bij College van burgemeester en schepenen.
VERSLAG GEMEENTELIJKE OMGEVINGSAMBTENAAR VAN DE GEMEENTE ALKEN
1.a. Aanvraag
Aanvragers: | Jeanine Piccart met als contactadres Grootstraat 112 bus 5 te 3570 Alken
|
Ligging van het perceel: | Grootstraat 112, /bus 2, /bus 1, /3, /bus 5, /4, 114, /bus 4, /bus 5, /bus 3, /bus 1, /bus 6 en /bus 2
|
Kadastrale gegevens: | afdeling 2 sectie E nr. 1079A
|
Projectnaam: | Grootstraat 112 - Piccart Jeanine
|
Dossiernummer: | 202447
|
Intern dossiernummer: | 906
|
ID omgevingsplatform: | OMV_2024064266
|
Type dossier: | Aanvraag omgevingsproject |
1.b. Omschrijving aanvraag
het bouwen van een duiventil
Werken
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
De aanvraag betreft het bouwen van een duiventil
.
1.c. Ligging volgens de plannen van aanleg en bijhorende voorschriften
Overwegende dat het goed ligt in het origineel bij Koninklijk Besluit goedgekeurd gewestplan - woongebied met landelijk karakter (eerste 50m vanaf de rooilijn met de Grootstraat)..
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
(KB van 28.12.72 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd APA, BPA of RUP.
De aanvraag is ook niet gelegen binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling.
Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan..
Verordeningen :
● Overwegende dat het Vlaams Gewest een geïntegreerd rioleringsbeleid wenst te realiseren; dat het hergebruik van het hemelwater gevraagd wordt in het Besluit van de Vlaamse regering van 29.06.1999 en de gemeentelijke verordening van 27.04.2001;
● Overwegende dat op 29.04.1997 een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer werd goedgekeurd;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (BVR 5/6/2009 - B.S. 2/9/2009)
● Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 10.02.2023 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, dient gevolgd te worden.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 25.10.2002 een politieverordening inzake het splitsen van ééngezinswoningen naar tweewoonsten heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.11.2022 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake het aanleggen van parkeerplaatsen heeft goedgekeurd.
● Overwegende dat de gemeenteraad van Alken op 24.03.2016 een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake vrijstelling van vergunningsplicht heeft goedgekeurd.
1.d. Andere voorschriften en decreten (zoals monumenten en landschappen, wegen, natuurwetgeving, …)
Waterwetboek:
Het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) legt in hoofdstuk III – afdeling I bepaalde verplichtingen op, die “de watertoets” genoemd worden Deze verplichtingen zijn ondertussen verstrengd in enkele wijzigingen van dit decreet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 05/07/2013 en de latere wijzigingen en verstrengingsbeslissingen. De kaarten beschikbaar op www.waterinfo.be/watertoets , die vastgesteld zijn door de Vlaamse Regering op 25 november 2022, vormen de basis voor de watertoets.
Watertoets :
Overwegende dat het voorliggende project, het bouwen van een duiventil kleiner dan 40m2 betreft, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. waardoor er geen bijkomende maatregelen dienen genomen te worden in het kader van de watertoets en de hemelwaterverordening.
Milieu:
///
1.e. Procedureverloop
Procedurestap | Datum |
Ontvangst aanvraag | 2 mei 2024 |
Ontvankelijkheids- en volledigheidsbewijs | 27 mei 2024 |
Opening openbaar onderzoek | geen |
Afsluiten openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor wegenwerken | geen |
Dossierbehandelaar | Carla Van Acker |
Omgevingsambtenaar | Anne Hermans |
Datum verslag GOA | 26 juni 2024 |
1.f. Historiek
Perceelnummer : (afd. 2) sectie E 1079 A
Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:
- Overwegende dat op 21/06/2017 een stedenbouwkundige vergunning (906) voor de realisatie van een co-housing project, omvattende de restauratie van een beschermde hoeve en een nieuwbouw werd bekomen door het college van burgemeester en schepenen
2.a. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en de aanvraag
De bestaande bebouwing betreft een co housing project bestaande uit een gewezen hoevecomplex en een nieuwbouw.
De aanvraag situeert zich aan een gemeentelijke weg, nl. de Grootstraat, die voldoende is uitgerust, gelet op de lokale toestand. Het betreft een landelijke omgeving gekenmerkt door vrijstaande en halfopen eengezinswoningen, landbouwbedrijfsgebouwen en landbouwgronden. Aan de rechterzijde situeert zich een open ééngezinswoning en aan de linkerzijde sluit het project aan op een halfopen ééngezinswoning.
De aanvraag betreft het bouwen van een duiventil van 13mx3m. Deze komt op 7m van de rechter perceelsgrens en op 1m van de achterste perceelsgrens binnen het woongebied met landelijk karakter. Het geheel wordt afgedekt met een lessenaarsdak en de hoogste kroonlijst komt op 2m50.
2.b. Verenigbaarheid met voorschriften inzake ruimtelijke ordening (ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg, verkavelingsvoorschriften, verordeningen, …) en milieu (vogel- en habitatrichtlijn, biologische waardering, …)
De aanvraag is niet in strijd met de voorschriften van het geldende gewestplan
2.c. Adviezen
Er werden geen adviezen gevraagd.
2.d. Bespreking van de adviezen
///
2.e. Openbaar onderzoek
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden; de aanvraag valt immers niet onder de aanvragen voor een omgevingsvergunning die moeten openbaar gemaakt worden.
2.f. Bespreking van het openbaar onderzoek
///
2.g. Beoordeling
Beoordeling van de goede plaatselijke aanleg:
De volgende beoordeling – als uitvoering van art. 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met het oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen – houdt rekening met de criteria als uitvoering van art. 4.3.1. van de codex.
- Functionele inpasbaarheid Het perceel is gelegen in woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan. De aanvraag betreffende het bouwen van een duiventil is bijgevolg functioneel inpasbaar en niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Mobiliteitsaspect: De aanvraag voor het bouwen van een duiventil zal in alle redelijkheid, geen invloed hebben op de mobiliteit.
- Schaal: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen invloed zal hebben op de schaal. Er is geen verlies van ruimtelijke kwaliteit gezien de aanvraag een voldoende samenhangend geheel vormt. De aanvraag is niet storend in de ruimtelijke context en kan bijgevolg worden aanvaard.
- Ruimtegebruik en bouwdichtheid: De aanvraag voor het bouwen van een duiventil is niet in strijd met het ruimtegebruik en zal de draagkracht van het terrein niet overschrijden. Er is nog voldoende kwalitatieve niet-verharde buitenruimte/tuin aanwezig.
- Visueel-vormelijke elementen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat de aanvraag geen negatieve invloed zal hebben op de visueelvormelijke elementen.
- Cultuurhistorische aspecten: Het perceel en deze eigendom liggen niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch palend aan of in het gezichtsveld van een monument. De aanvraag heeft geen invloed op de cultuurhistorische aspecten. Op 17/04/2024 werd de bescherming als dorpsgezicht van de landelijke omgeving van de vakwerkhoeve definitief opgeheven.
- Het bodemreliëf: Het bestaande bodemreliëf blijft behouden.
- Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het
algemeen: Er dient in alle redelijkheid te worden gesteld dat door het bouwen van een duiventil op voldoende afstand van de perceelsgrenzen, de privacy van de omwonenden geenszins geschonden zal worden. De mede eigenaars van het cohousing project gaven hun akkoord bij de aanvraag.
Gemotiveerde beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichting of activiteit op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu:
Conclusie
Gunstig advies
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Besluit
BIJGEVOLG BESLIST HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN IN DE ZITTING VAN 03/07/2024 HET VOLGENDE:
1. De aanvraag ingediend door Jeanine Piccart met als contactadres Grootstraat 112 bus 5 te 3570 Alken, het bouwen van een duiventil, gelegen Grootstraat 112, /bus 2, /bus 1, /3, /bus 5, /4, 114, /bus 4, /bus 5, /bus 3, /bus 1, /bus 6 en /bus 2, kadastraal bekend: (afd. 2) sectie E 1079 A te vergunnen.
2. Er worden geen lasten en/of voorwaarden opgelegd.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen, nodig als uitvoering van andere regelgevingen.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt;
5° als de kleinhandelsactiviteiten niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangen.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 2/1. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten vervalt van rechtswege als de kleinhandelsactiviteiten meer dan vijf opeenvolgende jaren worden onderbroken.
§ 2/2. De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie vervalt van rechtswege als het wijzigen van de vegetatie niet binnen twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. (…)
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° ...;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Als met toepassing van artikel 31/1 bij de Vlaamse Regering een georganiseerd administratief beroep werd ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, bevat het beroep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepschrift bij de Vlaamse Regering.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt, eventueel met inbegrip van een onontvankelijkheidssanctie, nadere regels met betrekking tot de opbouw en de inhoud van het beroepsschrift en de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de provinciale respectievelijk gewestelijke omgevingsambtenaar of de door hem gemachtigde de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Artikel 57/1. Beroepen inzake omgevingsvergunningen die uitsluitend kleinhandelsactiviteiten omvatten en die louter gebaseerd zijn op economische criteria in functie van economische doelstellingen, zijn onontvankelijk.
Artikel 58. Het resultaat van het onderzoek, vermeld in artikel 57, wordt aan de beroepsindiener binnen een termijn van dertig dagen die ingaat de dag na de datum van de verzending van het beroepschrift per beveiligde zending meegedeeld.
De onvolledigheid of onontvankelijkheid heeft van rechtswege de stopzetting van de beroepsprocedure tot gevolg. De beslissing wordt ter kennis gebracht van:
1° de beroepsindiener;
2° de vergunningsaanvrager;
3° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
4° het college van burgemeester en schepenen.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Beroepsmogelijkheden – regeling “wegenberoep” (het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen)
Artikel 31/1. §1. Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.
§ 2. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel 52.
§ 3. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt het volledige dossier of een afschrift daarvan onmiddellijk na de ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
§ 4. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde.
De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.
§ 5. Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:
1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;
2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;
3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.
(NVDR: Ingevolge het delegatiebesluit (BVR 25/7/2014) is de minister, bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken, bevoegd voor dit “wegenberoep”. Dit beroep kan niet digitaal worden ingesteld.)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Zitting van 03 07 2024
Tijdelijke verkeersregeling Verkaveling Papenakker - Werfverkeer bouw appartementen hoek Merellaan - Lijsterlaan
De bouw van de appartementen op de hoek van de Merellaan en Lijsterlaan start in augustus.
Voor de goede organisatie van het werfverkeer en de verkeersveiligheid is het aangewezen een tijdelijke verkeersregeling in te stellen waarbij de hinder voor de omwonende beperkt blijft.
Feiten en context
De bouw van de appartementen op de hoek van de Merellaan en Lijsterlaan start in augustus.
Voor de goede organisatie van het werfverkeer en de verkeersveiligheid is het aangewezen een tijdelijke verkeersregeling in te stellen waarbij de hinder voor de omwonende beperkt blijft.
Juridische grond
De wet betreffende de politie over het wegverkeer.
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op
de politie over het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Het decreet lokaal bestuur.
Adviezen
Niet van toepassing
Argumentatie
De bouw van de appartementen op de hoek van de Merellaan en Lijsterlaan start in augustus.
Voor de goede organisatie van het werfverkeer en de verkeersveiligheid is het aangewezen een tijdelijke verkeersregeling in te stellen waarbij de hinder voor de omwonende beperkt blijft.
Financiële gevolgen
Niet van toepassing
Besluit
Artikel 1: Voor een goede organisatie van het werfverkeer (zwaar vervoer) tijdens de bouw van de appartementen op de hoek van de Merellaan en Lijsterlaan wordt in de Koolmeeslaan, de Lijsterlaan (tussen de Koolmeeslaan en de Merellaan) en de Merellaan éénrichtingsverkeer ingevoerd.
Artikel 2: Het éénrichtingsverkeer wordt kenbaar gemaakt door het verkeersborden F19 en C1.
Artikel 3: In bovenvermelde straten is eveneens een tijdelijk parkeerverbod van toepassing langs beide zijden van de weg van maandag tot vrijdag van 07.00 tot 18.00 uur.
Artikel 4: Dit parkeerverbod wordt kenbaar gemaakt met de verkeersborden E1 en onderborden type X: A, B en D. Het onderbord type V zal de periode aangeven dewelke het verbod van toepassing is.
Artikel 5: In de Lijsterlaan is de toegang voor voertuigen + 3.5 ton verboden vanaf de Papenakkerstraat tot aan de Zwaluwlaan en dit in enkel in de richting van de Papenakkerstraat naar de Zwaluwlaan. Dit verbod wordt kenbaar gemaakt met het verkeersbord C23 met onderbord +3.5 ton.
Artikel 6: De signalisatie wordt geplaatst door de gemeentelijke Technische Dienst volgens het bijgevoegde signalisatieplan en volgens de geldende regelgeving.
Artikel 7: Dit besluit is van toepassing van 5 augustus 2024 tot 31 december 2024.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.